De observerende schrijver: Ik zie…magie

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… magie.

Hoezo “Ik zie magie”?

Bijna iedereen heeft wel een hobby of onderwerp waar je maar niet over uitgepraat raakt en er veel van weet, gewoon omdat je het zó prachtig vindt.  Zo praten lezers misschien eindeloos over de kick van het bemachtigen van een eerste druk van een boek, andere mensen houden maar niet op over modeltreintjes, actiefiguren, porseleinen beeldjes, alles-met-katten-erop of…

Dit artikel gaat over het enthousiasme dat specifiek daarmee gepaard gaat. Dus niet het algemene enthousiasme dat kan gaan over uitkijken naar het dagje dierentuin of de enthousiaste reactie op de wel hele leuke foute kersttrui van je vriend, maar enthousiasme van het ‘ik word nou echt blij van het bladeren door een oud boek en de muffe geur die daarbij hoort.’-soort. Het soort magisch enthousiasme dat mensen die datzelfde enthousiasme delen he-le-maal begrijpen en waarvan andere mensen denken: het is maar net waar je blij van wordt…  

Zoek de magie

Vraag een enthousiasteling eens over zijn interesse en waarom die zo speciaal is. Ongetwijfeld zal je een uitgebreide toelichting krijgen. Kijk niet alleen naar de twinkelende ogen, maar vraag ook vooral de grote zaken of details die je niet kent of waarvan je niet begrijpt dat juist dat het verschil maakt tussen ‘dit is gaaf’ en ‘dit is gewoon magisch!’

Als je een globaal antwoord krijgt, kan dat je blik verruimen of weer iets laten beseffen: Natuurlijk kan tuinieren fantastisch zijn, als je al die moeite die je ervoor doet letterlijk en figuurlijk later tot bloei ziet komen.
Als je een heel specifiek antwoord krijgt: “Als ik het zand onder mijn vingers voel en ik de zwaarte in mijn lijf voel van de fysieke inspanning, besef ik dat ik iets verzet, iets doe wat in verbinding staat met iets groters,”  kan je je gaan bedenken waar je dat nog meer ziet. In een andere context, zoals de muzikant die weet dat vele fans van zijn muziek gaan genieten als het muziekstuk eenmaal is gecomponeerd en misschien wel op bruiloften gedraaid gaat worden. Of in het opzicht dat je inziet dat als er geen schoonmakers waren op de treinstations, jouw treinreis dan een stuk minder aangenaam zou verlopen en dat je dus erg blij bent dat er schoonmakers zijn, ook al zullen ze je leven niet meteen veranderen. Een soort ‘alles is verbonden en alles valt op zijn plaats’-gevoel.
Je ziet op dat moment iets groters, magisch, mooiers omdat je er nu ineens oog voor hebt, omdat de enthousiaste tuinman je daar op wees.

Wat heb je eraan om magie te observeren?

Het is goed voor je humeur als je in een bui bent waarin je magie opmerkt, maar het is ook nuttig voor je schrijversvaardigheden. Waar de enthousiaste tuinman helemaal rustig wordt van tuinieren, wordt zijn buurman daar alleen maar chagrijnig van: “Zit je daar aan het eind van de dag met een kromme rug en kramp in je stoel…” Het laat je beseffen dat iedereen hetzelfde heel anders kan beleven. Dat leert je om vanuit verschillende invalshoeken te kijken naar de wereld en daarmee uiteindelijk ook naar de geheel eigen wereld van je personages, die je daardoor extra uniek en realistisch kan schrijven.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Almos Bechtold verkregen via Unsplash.


De observerende schrijver: Ik zie…een wachtrij

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… een wachtrij.
De wachtrij wordt een voorbeeld om het observeren van iets abstracts wat concreter te maken.  

Wat de situatie ook is, wachten tot je weer verder kan is nooit leuk. Het is een ding om op te merken dat iedereen al dan niet iets rustig afwacht, het is het volgende om daar iets bruikbaars van te maken voor een sfeeromschrijving of aanzet voor een scène.

Waar wachten we met z’n allen op?

Als je maar lang genoeg ergens op moet wachten, zoals in een wachtrij, wordt de situatie op een bepaald moment ongemakkelijk en wordt je geduld op de proef gesteld. Kijk eens hoe je dat aan mensen kan zien. Je kan kijken wat mensen individueel doen, zoals zuchten of mopperen, maar dat is vaak heel specifiek. Voor tips voor die observaties kan je de tipartikelen lezen over het observeren van geduld en ongemak.

Observeren is niet altijd alleen iets concreets zien, het kan soms juist erg waardevol zijn om iets abstracts op te merken. De wachtrij is daar een goed voorbeeld van. Of het nu de wachtkamer in de huisartsenpraktijk is, de rij voor de achtbaan, of gewoon het wachten tot de trein ein-de-lijk weer gaat rijden als er een rood sein is gegeven. Als je de insteek neemt dat we ergens op wachten, in plaats van ieder voor zich, let je meer op de algehele sfeer.
Ik zit misschien ongeduldig met mijn voet te tikken, maar mijn buurman reageert zijn woede af aan de telefoon; zijn gesprekspartner weet nu ook dat de trein voorlopig niet gaat rijden…
Zo kan je de sfeer samenvatten als bedrukt, of onaangenaam. Waarschijnlijk zou je die meteen voelen als je als de conducteur de coupé binnen komt lopen. Daar hoef je niet elk afzonderlijke persoon voor aan te kijken.  

Observeren van iets abstracts

Iets abstracts kun je in zekere zin niet observeren, net zoals je de wind niet kan zien, alleen de bladeren aan de boom ziet bewegen. Maar toch kan het waardevol zijn om een abstracte observatie op te schrijven, zoals de sfeer in de trein is onaangenaam, omdat iedereen zijn geduld verliest bij de oplopende vertraging. Daar moet je wel een aantal stappen voor doorlopen om er iets nuttigs uit te halen:

  1. Maak een mentale foto (Ik zie….)
  2. Bepaal de sfeer
  3. Bepaal een mogelijk doel
  4. Bedenk een mogelijk middel
  5. Bedenk hoe dat aan zou slaan (of juist niet!)
  6. Maak van de foto een scène

Een voorbeeld aan de hand van een wachtrij voor de achtbaan:

  1. Ik zie mensen knarsetandend, zwetend en zuchtend in de wachtrij voor de achtbaan staan.
  2. Moordend. (Zie je dat stap 1 en 2 de eigenlijke observatie vormen?)
  3. Dat moet vrolijker; iedereen moet de Efteling levend verlaten.
  4. Iemand in de wachtrij perst zich langs iedereen heen om snoepjes uit te delen.
  5. Iedereen wordt vrolijk van dit lieve gebaar/ de mensen komen straks nog misselijker dan normaal de achtbaan uit.
  6. Opa vertelt aan zijn kleinkinderen hoe hij oma ontmoette in de rij voor de achtbaan omdat zij snoepjes uitdeelde/ de pretparkmedewerker staat een halfuur lang schoon te maken bij de uitgang van de achtbaan om het vele, plotselinge braaksel op te ruimen, waardoor de achtbaan tijdelijk sluit en er verontwaardiging ontstaat bij de pretparkbezoekers. 

Kortom: als je iets abstracts wil observeren, wees dan niet bang dat je bevindingen niet concreet genoeg zijn. Schrijf een bevinding globaal op, gewoon zoals je die opmerkt. Bedenk dan vervolgens wat daarmee kan gebeuren en wie weet is daar zomaar een inzicht in een personage of een idee voor een scène!

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Madeleine Maguire verkregen via Unsplash

De observerende schrijver: Ik zie…een feeststemming

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: een feeststemming.

Een feest of een feestje waard?

Een feeststemming komt voor in de feestdagen: alles wordt versierd voor Sinterklaas, kerstmis of iets anders waarvan we collectief besloten hebben dat het het vieren waard is. Kleinschaliger is iets dat een feestje waard is: niet het hele land, maar wel je hele kring van geliefden viert dat je een kindje hebt gekregen, trouwt, of geslaagd bent voor je eindexamen.
Het verschil is dat een collectief feest van alle kanten op je af komt en meestal ook langer duurt en een persoonlijk feest veel korter, maar vaak ook intiemer is. Kijk eens of je ziet hoe die verschillen effect hebben op de gemoedstoestand. Denk aan: je krijgt even een tintelend gevoel van binnen door alle lampjes in de winkelstraten tijdens de donkere dagen, maar je ontploft zowat urenlang van blijdschap als je eindelijk je trouwjurk mag passen.

Wat valt er te vieren?

Of het nu een feestje of een feestdag is, wat vieren we eigenlijk? Een verbond van liefde, zoals bij een huwelijk? Weten we dat überhaupt nog wel? Het zal niet de eerste keer zijn dat een kind denkt dat we met Pasen de verjaardag van de paashaas vieren. En weet jij nog waar Pinksteren om draait?
Let er eens op in hoeverre de mensen zich bewust zijn van wat er nu eigenlijk gevierd wordt en in hoe dat de manier van een feestdag of een feest vieren verandert.
Om Kerstmis als voorbeeld te nemen: de meeste mensen gaan tegenwoordig vaak met Kerstmis naar de kerk als een soort familietraditie, niet zozeer omdat ze nog (intensief) met hun geloof bezig zijn. Dan is een bezoek aan de kerk routine, waar de gelovige nog echt naar Kerstmis uit kan kijken als een van de belangrijkste dagen van het jaar.

Kijk ook vooral hoe de dynamiek verandert of kan veranderen als mensen denken dat iedereen met dezelfde intentie iets viert, maar er heel verschillende ideeën zijn die uiteindelijk botsen. Neem Bridezilla: iedereen denkt een feest van liefde te gaan vieren, maar de bruid ziet het als een excuus om het duurste feest van haar leven te kunnen geven, waar het er alleen om gaat dat zij het middelpunt van de aandacht is.
Hoe zie je die dynamiek veranderen? Stress? Ongemakkelijke momenten? Onhandige verzoenpogingen? Onverschilligheid omtrent het hele feest? (“Als het zo moet, laat dan maar…”)

Waarom vieren we dit (niet)?

Dat brengt ons bij de vraag: waarom vieren we dit?
Wat en hoe uitgebreid je viert, kan iets zeggen over je normen, waarden en overtuigingen. Je viert het niet voor niks, dus je vindt er iets van. Of je vindt ergens juist iets van omdat je het niet viert. Kijk en vergelijk:

“Wij vieren verjaardagen altijd met onze vriendenkring. Anders zien we elkaar vanwege de drukke schema’s nog minder dan we al doen.”
“Ik vier mijn verjaardag niet. ‘Ik heb weer een jaar overleefd.’ Nou nou, wat een wereldprestatie.”
“Kerstmis is een feest om met je familie bij elkaar te komen, dus dat doen we.”
“Ik vier geen Kerstmis: het levert altijd alleen maar familiedrama op.”
“Wij trouwen gratis voor het gemeentehuis. Wij weten dat we van elkaar houden, daar hoeven we geen duizenden euro’s voor uit te geven om dat te bewijzen.”
“Onze bruiloft wordt gigantisch: die ene keer dat we kunnen uitpakken, mag het hele dorp onze liefde meevieren!”

Schrijf op wat je opmerkt aan hoe en wat iemand iets viert en hoe dat aansluit bij zijn karakter of overtuigingen. Je hebt misschien meer papier nodig dan je in eerste instantie verwacht!

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Adi Goldstein via Unsplash.

De observerende schrijver: ik zie… geduld

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: geduld.

Situatie of persoon?

Als je geduld wil observeren, moet je eerst afbakenen welk soort geduld je probeert op te merken. Het geduld voor een situatie of het geduld voor een bepaald persoon.
Denk bij geduld voor een situatie aan dingen als: geduld bewaren bij de eindeloze rij in de achtbaan, wachten tot je de cijfers terugkrijgt bij een belangrijk examen. Geduld bij personen is bijvoorbeeld de leraar die voor de zoveelste keer iets moet uitleggen aan een leerling die iets niet snapt, of de vriend die zijn kameraard voor de zesde keer moet helpen en waarbij het de vraag is of en wanneer de spreekwoordelijke zevende sloot op zich laat wachten.

Bij geduld voor een situatie is het meestal zo dat je het wachten gewoon zal moeten uitzitten. Je kan persoonlijk niets doen om iets sneller of anders te laten gaan. Als er een mens bij betrokken is, kan je er soms nog iets aan veranderen. Je kan de ander aansporen tot verandering, zodat die zevende sloot uitblijft, proberen te schreeuwen, zodat de ander van schrik en angst je gaat helpen, een luisterend oor bieden om de ander te kalmeren waardoor de gespannen situatie weer wat behaaglijker wordt…

Mensen die je geduldig zou noemen, tonen vooral geduld, begrip en warmte als het geduld andere mensen betreft. Blijven ze rustig als een situatie tegenzit, dan zijn ze eerder ‘rustig’ of ‘geen stresskip’, maar dan komt het woord geduld meestal niet ter sprake. Let daar maar eens op. Ongeduldige mensen tonen daarentegen vaak weinig tot geen geduld bij mensen en zijn ‘overspannen’ of ‘hebben een kort lontje’ als het wachten geblazen is vanwege een situatie.

Maar om mensen zomaar als geduldig of ongeduldig te bestempelen is niet helemaal eerlijk als je geen weet hebt van het meespelende belang.

Het meespelende belang

Een vertraagde trein op een doodgewone werkdag of een treinvertraging wanneer je een intercontinentale vlucht naar de bruiloft van je beste vriend dreigt te missen? Het waarom van het behoud of verlies van geduld is misschien niet direct te observeren, maar wel belangrijk om mee te nemen voor een goede omschrijving ervan.
Wat je wel kan observeren is wat mensen doen om hun geduld te bewaren als ze dat dreigen te verliezen. Diep ademhalen? Boos kijken en afleiding zoeken? En wat doen ze als dat niet lukt? Schreeuwen tegen anderen? Grommen? Zich terugtrekken? Waar lijkt de scheidingslijn te liggen tussen bijvoorbeeld brommen en schreeuwen?

Geduld op lange termijn

Geduld kan je observeren op een enkel moment, maar ook op de ‘lange termijn.’ Daarbij kijk je niet zozeer naar direct gedrag om geduld te tonen of te bewaren, zoals hierboven beschreven, maar waar de grens van geduld ligt als steeds hetzelfde zich blijft voordoen of als er geen schot in de zaak zit. Dus ben je niet geïrriteerd omdat je werknemer een keer te laat is gekomen, maar omdat dat steeds weer gebeurt. Dan is die irritatie er nog steeds, maar zal je naar een oplossing gaan zoeken. Zelfs als de situatie niet te sturen is. Kijk eens wat mensen dan doen. Willen ze alles alleen oplossen, of zoeken ze hulp? Maken ze eerst een plan, of zijn ze van het aanpakken? Als er op de lange termijn een beroep wordt gedaan op geduld, geeft dat een mooi kijkje in de middelen die een persoon (of personage) heeft of durft aan te spreken om uit een benarde situatie te komen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Aaron Burden verkregen via Unsplash

De observerende schrijver: Ik zie…dankbaarheid

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: dankbaarheid.

Dankbaarheid is een mooi gevoel. Om te hebben, maar ook om de ontvanger van te zijn. Misschien denk je bij dankbaarheid tonen aan het geven van een cadeautje, kaartje of andere kleine attentie, maar dankbaarheid kan veel verder gaan en veel andere vormen aannemen. Houd je ogen dus goed open.

Waarvoor ben je dankbaar?

Dankbaarheid uit zich op verschillende manieren, maar begint bij het besef dat datgene wat je hebt, iets is wat niet vanzelfsprekend is. Vaak merk je gebrek aan vanzelfsprekendheid (pas) op als je iets bijna verloren hebt, of niet gehad hebt, maar nu (weer teruggekregen) hebt.
Denk aan dankbaarheid voor eten op tafel als je op vakantie hongerige bedelaars hebt gezien. Of je energie is weer op peil na een week van koorts, vermoeidheid en snotteren.

Hoe meer je iets gemist hebt, of hoe heftiger je ‘dat was op het randje’-moment was, hoe langer die dankbaarheid doorgaans aanwezig blijft. Plaats die dankbaarheid eens op een schaal van een tot tien en kijk hoe mensen daar een draai aan geven. Heb je honger geleden? Bid je dan voortaan voor het eten? Ga je vrijwilligerswerk doen voor de voedselbank? Deel je met iedereen die je kent die anti-voedselverspillingsapp? Zo kan dankbaarheid op een grotere schaal je leven invulling geven. Kijk eens of en hoe je dat terugziet bij mensen die je kent.

Dankbaarheidsspier

Dankbaarheid is te trainen, bijvoorbeeld door een dankbaarheidsdagboek bij te houden. Mensen die zulke dingen doen zijn vaker dankbaar: het is een vicieuze cirkel. Als je dingen opmerkt om dankbaar voor te zijn, merk je er steeds meer op en sta je dankbaarder in het leven. Dat doet je algemene gemoedtoestand ook weer goed. Mensen die daarentegen nooit ergens dankbaar voor zijn, zijn doorgaans vervelender dan degenen die een wasbordje aan afgetrainde dankbaarheidsspieren hebben. Observeer eens in hoeverre je deze stelling ook terug ziet komen in het echte leven en kijk wat voor conclusies je daaraan kan verbinden. Welk verhaal zit erachter dat deze persoon altijd dankbaar lijkt of het juist nooit lijkt te kunnen zijn?

Uitwisseling van dankbaarheid

Bij een uiting van dankbaarheid komt er vaak een gever en ontvanger bij kijken. Iemand geeft een cadeautje, de ander neemt het aan (of niet!). Interessant om bij de ontvanger te bedenken: waarom kan die een mooi gebaar al dan niet accepteren? Zijn het de omstandigheden, of zit het in het karakter? En bij de gever: hoe uit die diens dankbaarheid? Met cadeautjes, complimenten, voor de ander in de bres springen, goede energie sturen? Wat degene ook doet om iets liefs – of dankbaars, in dit geval – te doen of te weerspiegelen, je kan het scharen onder een van de liefdestalen. Daar kan je meer over lezen, maar je kan ook leren door te kijken. Wat zie jij mensen (al dan niet in een bepaalde categorie van liefdestaal) doen dat van dankbaarheid en liefde – want daar is vaak een overlap aanwezig, let daar maar eens op – getuigt?  

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto van Donald Giannatti verkregen via Unsplash.

De observerende schrijver: Ik zie…ongemak

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: ongemak.

Verschillende soorten ongemak

Ongemak komt op verschillende momenten en op verschillen manieren voor. Soms is het ongemakkelijke moment vrij gênant, maar verder relatief onschuldig: een wind laten nét op het moment in de vergadering dat iedereen stilvalt. Andere keren is het ongemak veel erger en heeft het niet zozeer met gêne, maar eerder met diepe schaamte te maken. Probeer als je ongemak observeert te bepalen in hoeverre het ongemak serieus is of juist niet zo erg als het misschien lijkt.

De gemene deler bij ongemak

Wat het ongemakkelijke moment ook is, vaak laat de reactie of lichaamstaal van mensen iets zien dat lijkt te zeggen: ‘Ik doe net alsof dat niet gebeurd is, of dat ik dat niet hoorde.’ Je lacht iets weg, om toch vooral maar niet te  hoeven zeggen of erkennen dat iets pijnlijk of vervelend is. Of je praat plotseling ergens anders over, alsof je daarmee kan doen alsof het eerdere onderwerp wat zo naar is, nooit ter sprake is geweest. Nog een populaire optie: afleiding zoeken. Zegt je oudtante wederom iets racistisch en durft niemand haar de mond te snoeren? Dan ga je nú kijken of je geen gemiste WhatsAppberichten op je telefoon hebt.
Wat ook veel voorkomt is het oogcontact verbreken. Ogen zijn de spiegel van de ziel, toch? Als ik jou op dit nare moment niet aankijk, kan jij ook niet zien hoeveel dit ongemak me raakt…

Kijk eens in hoeverre je de soorten lichaamstaal kan koppelen aan bepaalde situaties, of de ernst van het ongemak.

Karakteristieken van personen bij ongemak

Iemand die verlegen is, zal misschien het oogcontact verbreken bij een ongemakkelijk moment. Een extravert persoon of iemand die altijd haantjesgedrag vertoont, zal misschien proberen iets te overschreeuwen. Zo kun je karakter en omstandigheden aan elkaar koppelen. Maar wees er ook alert op dat bij sommige personen bij het verbergen van ongemak geen sprake hoeft te zijn van nuance of verschil in omstandigheden. Iemand met serieuze woedebeheersingsproblemen zal iemand die iets ongemakkelijks of ongewenst zegt misschien wel altijd afblaffen, ook al gaat het om iets relatief kleins. Net zoals de superverlegen persoon die iets ongemakkelijks meemaakt, altijd alleen maar het oogcontact zal verbreken.

Ongemak is ongemakkelijk en dus per definitie iets wat niet fijn is om mee om te gaan. Meestal heeft iedereen daar wel zo zijn ‘ingebouwde vluchtroutes’ of maniertjes voor. Probeer daar eens op te letten, of je die bij mensen die dichtbij je staan kan herkennen. Vind je dat dat hun karakter ook weerspiegelt? Waarom wel of niet?

Bij vreemden werkt dit trucje andersom. Merk de signalen van ongemak op en kijk eens of je je verbaast over deze signalen die de persoon uitzendt. Vind je dat bij de persoon passen, voor zover je een beeld bij hen hebt aan de hand van hun lichaamstaal, kleding, uiterlijk of andere zaken die de ‘eerste indruk’ geven?

Schrijf alles op wat je opvalt, want dat kan goed van pas komen; ongemak is heel makkelijk te observeren, maar bijzonder moeilijk om te schrijven om uit de losse pols te schrijven, zonder in clichés te verzanden.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Ethan Sykes via Unsplash.

De observerende schrijver: Ik zie…lekker eten

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: lekker eten.

De smaak van lekker eten

Lekker eten is een van de weinige dingen waarbij je minstens twee, zo niet drie zintuigen moet omschrijven voordat het ook als iets heel smakelijks wordt gezien, in plaats van alleen iets dat je in je mond stopt. Ga maar eens na: een croissantje dat er perfect gebakken uitziet, nodigt meer uit dan eentje die voor je ogen lijkt te verschrompelen. Net zoals je waarschijnlijk meer honger krijgt van de geur van versgebakken appeltaart dan wanneer de gekookte aardappels die niet zoveel geur hebben.
De smaak spreekt voor zich, dat maakt de beleving af.

Maar ook andere dingen kunnen je laten watertanden. Het geluid van krakende chips bijvoorbeeld. Als je je zintuigen goed gebruikt zijn er eindeloos veel observaties die een verborgen show, don’t tell vormen en die je kan gebruiken om je tekst naar meer te laten smaken. Let de komende tijd eens op je eten en schrijf meer op dan alleen wat je proeft.

De sfeer van lekker eten

Is het je al eens opgevallen dat exact hetzelfde voedsel veel lekkerder smaakt als je het in een fijn gezelschap kan nuttigen, of als de algehele sfeer goed of speciaal is? Gebruik dat in je voordeel bij het observeren en ga op zoek naar de figuurlijke smaakmakers. De kaarsen op tafel, een lang verloren gewaande geliefde als tafelgenoot, de hamburger bij de anders zo standaard en saaie fastfoodketen vlak voor de allereerste stapavond van een stel tieners.
Andersom kan natuurlijk ook: had je een overheerlijke beenham een heel uur in de oven gezet en dan zit iedereen met het bord op schoot voor een blèrende televisie, zonder te merken wat ze eten…

Met andere woorden: ga eens na wat ieder gerecht, wat het dan ook mag zijn, in een klap tot een feestmaal of een flop kan maken.

De omgang met eten observeren

Natuurlijk kan je schrijven hoe iemand van het eten geniet door het tempo van het kauwen, kreuntjes van genot of het sluiten van de ogen. Beschrijf daarbij de smaak en het kan niet meer mis. Vergeet dat zeker niet, voor wat extra pit in je tekst! Maar dan observeer je wel alleen de smaak van het eten. Ga nog een stap verder en kijk hoe iemand eten of het maal op zichzelf behandelt.

Eet je vader omdat hij nou eenmaal moet eten om in leven te blijven? Spring je een gat in de lucht als je lievelingskostje voor je neus staat, of ‘gun je jezelf gewoon eens een keer wat?’ Behandelt degene die je observeert eten als een geschenk (van God) en wordt het een letterlijke of figuurlijke zegen die met eerbied en respect wordt behandeld? Dat is heel wat anders dan iemand die zijn neus ophaalt voor een maaltijd die minder kost dan een bepaald bedrag, puur omdat dat beneden de stand zou zijn.  

Noteer waaraan je meent te zien wat iemands relatie met eten is en je voegt een extra beleving toe aan de manier waarop je lezer van jouw heerlijke fictieve eten kan proeven.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Rachel Park via Unsplash.

De observerende schrijver: ik zie… luxe

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: luxe.

Opmerken van luxe

Luxe is een apart verschijnsel. Soms kan je het zien: niemand zal ontkennen dat een kroonluchter met diamanten de ruimte een luxe uitstraling geeft. Andere keren is het een gevoel, bijvoorbeeld als je jezelf eens mag trakteren. Je hoeft niet zozeer te weten wat objectief gezien luxe is (is het luxe om drie keer per jaar op vakantie kunnen gaan, of is überhaupt een vakantie kunnen betalen al een luxe?) maar wat luxe uitstraalt of wat luxe kan voelen, of voelt voor jou.
Zodra je denkt: dat is luxe, is dat voor het doel van observeren voldoende en kan je je opschrijfboekje erbij pakken.

Het gevoel van luxe

Niet een definitie, maar het gevoel van luxe is ontzettend bruikbaar voor observeren. Het vrolijke gevoel dat je getrakteerd wordt op iets bijzonders of het gevoel dat je als gepeupel rondloopt in een chique ruimte is goud waard, omdat er heel specifieke emoties bij komen kijken. Denk aan blijdschap, verwondering en dankbaarheid. Maar ook aan ongeloof -positief of negatief- minderwaardigheid of afgunst. Hoe zie of voel je dat bij jezelf of bij anderen als er luxe in het spel is?
Zie je of voel je dat aan lichaamstaal, mimiek of in een manier van praten of woordgebruik?

Omgang met luxe

Luxe staat vrijwel nooit op zichzelf. Vaak is er iemand bij die een ander bedient of een gunst aan iemand verleent, of wordt er samen genoten van die luxe om er samen een dagje op uit te kunnen gaan na een moeilijke periode. Als je van een afstandje luxe kan observeren, kijk dan eens wat de reacties van andere mensen zijn.

Denk aan dingen als:

  • Zie je een rijk persoon die de luxe heeft om een assistent te hebben? Is diegene aardig tegen de ondergeschikte of juist niet?
  • Zeggen de mensen iets waaruit blijkt dat ze luxe ervaren of beseffen dat ze zich in luxe positie bevinden? “Wat een mazzel dat we die spaaractie hadden voor goedkope dierentuinkaartjes. Nu kunnen we er eindelijk samen op uit.”

Soms lees je veel af aan de manier waarop iemand luxe (niet) opmerkt door de manier waarop ze zich door de ruimte bewegen. Waar de ene met open mond die dure kroonluchter in de hotellobby bewondert, loopt de rijkaard meteen door naar zijn kamer, zonder die versiering op te merken: die is er thuis ook. Maar de gast die heel wat minder gewend is, zal misschien al te bang zijn om binnen te komen: stel dat het peperdure tapijt door diens toedoen vuil zou worden…  

Als je iets luxe ziet

Schrijf op waarom de luxe je als zodanig opviel. Kijk of er iemand in de buurt is en probeer te peilen in hoeverre diegene zich van dezelfde luxe bewust is. Schrijf op waaraan je (dat gebrek) eraan ziet en ook wat voor mogelijke verklaring daarvoor is. Is het een kwestie van gewenning aan luxe? Waarom denk je dat? Door de manier waarop iemand zich beweegt, kleedt of gedraagt?
Of denk je dat iemand een gat in de lucht springt bij iets luxe omdat de kleding wat versleten is? Bedenk dan: is dat de oorzaak (‘voor iemand die arm is, is iets al snel luxe’) of zou het ook iets anders kunnen zijn (je gaat niet op je paasbest naar buiten als je onderweg bent naar een moddergevecht)?

Misschien is iemand wel doodmoe van een lange reis en heeft diegene bijna letterlijk alleen maar oog voor het aankomende bed. Dat is de crux van goed observeren: met de ogen half gesloten en de aandacht ergens anders, kunnen er mooie dingen zomaar aan je voorbij gaan 😉.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Dieter Blom verkregen via Unsplash.

De observerende schrijver: Ik zie een man in pak

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: de man in pak.

Feiten van een man in pak

Een pak draag je als je respectabel en goed voor de dag moet komen: vrijwel niemand loopt er voor zijn plezier in rond. Het heeft ook een imago van stand en luxe, dus je oogt al snel belangrijk als je deze kleren draagt. Draagt iemand een pak, dan kun je er dus op rekenen dat diegene om wat voor reden dan ook belangrijk of respectabel moet of wil lijken. Welke van deze twee werkwoorden het beste past, is iets om in gedachten te houden voor de volgende fase van observatie.

Aannames bij een man in pak

Iemand in pak lijkt dus belangrijk, maar is dat wel zo? Een sollicitant kan een pak dragen voor die ene hoge functie bij de bank, maar hij kan ook de directeur zijn. Je kan ook een pak dragen voor een bruiloft, waar status geen rol speelt, maar de kleding juist het belang van een speciale dag moet benadrukken.

Hoewel een pak nog altijd een zekere gewichtigheid uitstraalt, zijn er alsnog een handjevol redenen om een pak te dragen die qua sfeer en setting weinig met elkaar te maken hebben. Schrijf eens op wat jouw aannames zijn. Denk jij het eerst aan een bankdirecteur of aan de vader van de bruid? Noteer ook wanneer een pak misschien nog meer gedragen kan worden met de associatie die jij bij het dragen van een pak hebt. Observeren en associëren zijn elkaars beste vrienden. Roep hun hulp in om je creativiteit te laten stromen.

Clichés van een man in pak

Volgens het cliché is een man in pak, stijf, afstandelijk en heeft hij een opgeblazen ego. Maak van deze bankdirecteur nu eens een andere directeur van een bedrijf dat je niet meteen met stijf en gemeen associeert, zoals een pretpark of een snoepjesfabriek. Merk je dat je dan ineens heel anders naar deze man gaat kijken? Vaak zijn eerste indrukken flinterdun: verander er iets kleins aan en een beeld kan compleet op zijn kop worden gezet. Schrijf alles op wat je vooroordeel over de ‘baas in pak’ verandert en hoe makkelijk dat (niet) gaat.

Als je een man in pak ziet…

* trek hem dan voor je geestesoog iets heel anders aan.
Bijvoorbeeld een tuinbroek met klompen, of slobberige bankhangerskleren. Of geef hem enkel zijn ondergoed aan, zodat kleding in geen enkel opzicht nog iets over hem zegt.

* observeer met name zijn gezicht en houding.
Details van uiterlijkheden brengen vaak bepaalde associaties met zich mee. De houding spreekt vaak boekdelen: iemand die onderuit gezakt in een stoel zit, komt minder professioneel over als iemand die altijd een kaarsrechte houding heeft. Maar denk ook aan dingen als: ‘Een opvallend krachtige kaak past bij iemand met gezag.’  of ‘Een wat losser kapsel maakt de uitstraling als vanzelf vriendelijker. ’

Kijk eens of de man die je ziet iets aan zijn uiterlijk heeft dat je meer over hem lijkt te vertellen.

Probeer die bevindingen vervolgens te combineren. Past een tuinbroek inderdaad beter bij deze man met ruwe handen, of lijkt zijn strakke blik toch echt te passen bij de strenge bankdirecteur? En waarom?

Zo ga je van simpele observaties al naar een begin van je eerste personageschets.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Foto door Hermes Rivera via Unsplash.