Schrijfcursus dialogen schrijven: de perfect afgestemde dialoog

Ik heb iets te vertellen, dus ik trek mijn mond open. Zo beginnen gesprekken en dialogen. Maar dan moet het hoge woord er nog uit…

“Dus uhm, ja, hoe zeg ik dat…”
“Gaat alles wel goed?”
“Nu je het vraagt, eigenlijk niet echt. Uhm, mijn vrouw is ziek.”
“Ach jee, is het bij jou ook al raak? Mijn zoontje heeft vorige week…”
“Dus ja…”
“O wacht, mijn telefoon gaat”
“En nu is het afwachten…”
“Sorry, hoor. Hoe is het met je broer, zei je?”

Deze personages zijn niet goed op het gesprek afgestemd. Wil je leren hoe je een dialoog beter op papier krijgt? Dan kan je mijn nieuwe schrijfcursus volgen: De perfect afgestemde dialoog.

Daarin leer je hoe je een vlotte dialoog schrijft. Niet alleen dat: je leert ook over de menselijke stem, waarom mensen en personages willen praten en hoe dat van elkaar verschilt. En hoe je met behulp van een dialoog je plot kan versterken en je personages onvergetelijk kan maken. Ik combineer daarbij mijn ervaringen als logopediste en schrijfcoach zodat spreken, communiceren en dialogen schrijven geen geheimen meer hebben voor je.
Kortom: je gaat het begrip ‘dialoog’ uitgebreid (her)ontdekken en er alles over leren, zodat je dialogen van de bladzijden af gaan spatten.

Les 1 van de cursus: het verschil tussen gesprek en dialoog

Lekker weertje, hè?”
“Vind je? Ik ga echt dood van de hitte…”
In een gesprek tussen mensen kan dit gesprek nog rustig  een paar minuten doorgaan, maar in een geschreven dialoog gaat het eerder verder als:“O. Nou, ik niet hoor.”
Punt. Einde verhaal. Soms vrij letterlijk. Tenzij je de dialoog uitschrijft alsof het een gesprek is tussen mensen, maar dan legt je lezer het boek alsnog weg. En is er nog steeds geen echt verhaal. Want een gesprek over koetjes heeft geen conflict, geen spanningsboog.

In de eerste les van de cursus ‘De perfect afgestemde dialoog’ leer je waarom gesprekken tussen echte mensen niet hetzelfde is als een dialoog tussen twee personages en hoe een dialoog soms heel anders lijkt te klinken dan hoe hij op papier staat. Ook leer je welke rol de menselijke stem daar in kan spelen. Je gaat dus ook kennismaken met de stem.
En wist je al een dialoog meer moet zijn dan alleen twee personages die gezellig babbelen? In deze eerste les leer je ook wat de functie is van een dialoog en hoe je die voor het plot en de spanningsboog in kan zetten. Met vijf opdrachten om te maken, zet deze les je meteen flink aan het werk.

Les 2: ‘Ik heb iets te vertellen’ waarom praat je personage?

Waarom praat je personage eigenlijk?

Die vraag staat centraal in les 2 van de schrijfcursus: ‘de perfect afgestemde dialoog’. Je personage  heeft iets te zeggen, zoveel is duidelijk. Maar is het boos, of blij en wil het daarom een woordenstroom op papier loslaten? En waarom heeft het juist deze gesprekspartner uitgezocht? Is de geliefde alweer het slachtoffer van geklaag over een lange werkdag, of is er juist iets te halen bij een klasgenoot?
Dit zijn zaken die aan bod komen in een dialoog, maar ze hebben effect op je algehele plot en de spanningsopbouw daarvan. Daar ga je in deze tweede les van de cursus naar kijken.
Ken je een spraakwaterval van wie je wel eens zou willen dat er een timer op de spreektijd zat? Verrassing: een personage heeft die een, want als een personage op ieder moment en eindeloos zou mogen praten, is er niets meer van een plot over. Het moet zijn ‘two minutes of fame’ goed uitkiezen: spreken is voor een personage een voorrecht. Hoe dat zit, leer je ook in deze tweede les.  

Les 3: komt dat uit jouw mond? Uniek taalgebruik van een personage

“Aju paraplu, Harry!”  Je zou er wel even van staan te kijken als dat uit de mond van Perkamentus zou komen. Terwijl het juist perfect past bij je jolige buurman Cor.
Ieder personage heeft dus een eigen figuurlijke stem. Aan het taalgebruik kan je vaak al merken wat voor type het is. Maar je kan daarmee veel meer dan alleen een type neerzetten. Je kan met het taalgebruik zelfs duidelijk maken aan de lezer hoe je personage door anderen gezien wil worden.

En dan is daar de letterlijke stem nog: de reden dat deze cursus aan zijn naam komt.
In les 3 krijg je ook een handjevol logopedische inzichten mee, zodat je op een realistische manier een spreekstem voor je personage kan kiezen.
Kan je daar iets mee, dan? Jazeker! Bij bepaalde stemmen hebben mensen associaties. Zo kun je een symboliek versterken zonder dat het er duimendik bovenop ligt. Bovendien een unieke stem kan ervoor zorgen dat je personage opvalt tussen alle andere inwoners van de papieren wereld die allemaal hetzelfde praten, omdat de meeste schrijvers weinig tot geen aandacht aan besteden.  Een stem van een personage kan dus helpen je hele verhaal memorabel te maken. In deze les  kan je met vier opdrachten ook weer lekker aan de slag.

Les 4: de drie mogelijke lagen van een dialoog: haal het beste uit je plot en je personages

Zeg jij altijd precies wat je denkt? Dan zou je het als personage in een boek niet zo goed doen…
Personages verschillen in meerdere opzichten van mensen. Een van de belangrijkste verschillen is dat ze altijd een agenda hebben. Nee, ze werken niet allemaal voor de geheime dienst. Maar waar jij en ik gewoon ons leven kunnen leiden, moeten personages er altijd voor zorgen dat het plot draaiende wordt gehouden en spannend blijft. En dat bepaalt hun manier van praten volledig.
Personages praten op drie mogelijke manieren. Een enkele keer recht voor zijn raap, meestal houden ze informatie achter of bedoelen ze meer dan ze zeggen. En soms praten ze op een manier die lijkt alsof ze inderdaad voor de geheime dienst werken.
In deze laatste les van de cursus leer je met behulp van vijf opdrachten wanneer je personage op een bepaalde manier praat en hoe je dat goed uitwerkt in een dialoog. En ook wat voor invloed dat heeft op de rest van je verhaal. Want zoals je op dit punt van de cursus al zal weten: een dialoog staat nooit helemaal los van de rest van je boek. Ben je klaar met deze les? Dan wacht er  nog een eindopdracht waarin je je schrijverskunsten kan bewijzen.

Cursus bestellen

Je kan je hieronder inschrijven voor de cursus.

Lees hier ook de inzendingen van de schrijfwedstrijd ‘Het geheime gesprek’, waarmee de winnares de cursus won.

Goed om te weten over de cursus ‘de perfect afgestemde dialoog’

  • De cursus kost 199 euro, inclusief btw.
  • Je krijgt de eerste les opgestuurd zodra aan de betaling is voldaan. Voor een vlotte afhandeling van de administratie is het fijn als je samen met je aanmelding je naam en (factuur)adres doorstuurt. In overleg is betalen in termijnen mogelijk.
  • Om je niet te overweldigen en de feedback ook ten volle te kunnen benutten, krijg je een volgende les toegestuurd zodra je met de huidige les klaar bent.
  • Feedback op de inleveropdrachten krijg je binnen maximaal 10 dagen opgestuurd.
  • Je kan de cursus op ieder moment starten en helemaal op eigen tempo volgen. Je bent aan geen enkele deadline gebonden.
  • Je krijgt geen (erkend) diploma met deze cursus: in plaats daarvan ontvang je een leesrapport van je eindopdracht.

Afbeelding van Belinda Fewings, verkregen via Unsplash.

Hoe schrijf je goede samenhang in een boek?

Een verhaal houdt vaart als er een samenhang in het verloop van de gebeurtenissen zit. Als je het hebt over het algemene plot, dan is actie-reactie daar een goed handvat voor. Maar soms leent een scène zich niet voor iets met een uitgesproken actie, omdat er meer subtiliteit nodig is. Of moet een bepaalde actie pas veel later in het boek een duidelijk gevolg of betekenis krijgen. Dan kan je voorwerpen en symboliek gebruiken om ervoor te zorgen dat je scènes ook op grotere schaal een samenhang houden.

Wat is het verschil tussen oorzaak en gevolg en samenhang in een boek?

Een verhaal blijft vlot lezen als de gebeurtenissen in het plot met elkaar te maken hebben. Er zijn veel schrijftechnieken die je kan inzetten om ervoor te zorgen dat het verhaal een mooi geheel krijgt. Je kan zaaien en oogsten, uitgaan van actie-reactie, verhaalthema’s uitlichten, de grootste angst van je personage als drijfveer gebruiken, het plot invullen aan de hand van het willen en nodig hebben van je held… De lijst gaat maar door. Al deze manieren kan je grofweg opdelen in oorzaak en gevolg en samenhang.

Oorzaak en gevolg heeft voorbeelden zoals je die verwacht bij dit begrip. Er gebeurt iets en het heeft een zichtbaar, concreet en onmiddelijk gevolg. Samenhang is naar verhouding abstracter en kan verschillende zaken aan elkaar verbinden, zonder dat het directe gevolgen heeft of hoeft te hebben voor het plot. Het is meer een schakel dan een gebeurtenis. Kijk eens naar de tabel voor enkele voorbeelden.

Oorzaak en gevolgSamenhang
Een huwelijksaanzoek start voorbereidingen voor een bruiloft.Een en dezelfde pen wordt door drie generaties schrijvers in een familie gebruikt.
Een schets van een personage wordt voor veel geld verkocht, en een nieuwe tekencarriére is een feit.Iemand die graag tekent, wordt door verschillende mensen aangemoedigd om ermee verder te gaan.
Iemand wil wraak nemen en het slachtoffer breekt een been door de wraakactie. Twee personages mogen elkaar niet en daardoor is de sfeer in de groep om te snijden.

De voorbeelden van de tekenaar en de groepssfeer zijn belangrijk om naar te kijken om het verschil tussen de twee categorieën goed te begrijpen. Hoewel de tekenaar vanwege de aanmoediging uiteindelijk die kostbare schets kán maken, is dat niet wat er per se gebeurt. De aanmoediging kan ook een manier zijn om het zelfvertrouwen van het personage te laten groeien, zonder dat er een doorbraak in de tekenwereld bij komt kijken. En de nare groepssfeer komt telkens weer terug, bij iedere bijeenkomst. De ene keer is er misschien een uitbarsting, de andere keer is er vrij weinig aan de hand. Maar die algemene gespannen sfeer kan er wel voor zorgen dat personages buiten de bijeenkomsten om menen geheimen te moeten bewaren. Je schrijft dan niet letterlijk op: de gespannen sfeer zorgde ervoor dat Shauwn niets vertelde aan anderen, maar met show don’t tells verspreid over meerdere scènes of hoofdstukken schrijf je wel over zijn ongemakkelijke gevoel. Er is geen directe oorzaak en gevolg die je zou kunnen aanwijzen als een plotpunt, maar het zorgt er wel voor dat er een verhaalthema kan ontstaan. Het is als een deus ex sceana op grotere schaal.

Wat gaat er fout in een boek zonder samenhang?

Samenhang is heel belangrijk in een verhaal. Als je alleen schrijft met (zichtbare) actie reactie, loop je het risico dat het verhaal gaat lezen als een opsomming van ‘en toen en toen en toen’. Een goede scène is een verhaal in het klein, maar met dat in het achterhoofd kan je in de val trappen dat die verhalen net iets te veel opzichzelf staan. Daarom zijn elementen van samenhang niet alleen handig, maar ook belangrijk om in je verhaal te verwerken.
Je kan deze samenhang zoeken in voorwerpen, of symboliek en thematiek. Zolang het maar iets is dat scènes een element geeft dat terug te vinden is in meerdere scènes.

Samenhang als een symbolische Mac Guffin

Een Mac Guffin is een voorwerp dat je personages zoeken om een hoger doel te bereiken. Vind het superdrankje en je kan de draak in een klap verslaan, zonder bang te hoeven zijn dat het misgaat. Op pad! Dit cliché is niet zo’n slimme techniek: de aandacht van het verhaal verplaatst algauw te veel naar het drankje, niet naar het doel om de draak te verslaan, of de heldenreis van de held.
Maar een MacGuffin kan als middel voor samenhang wel aardig werken. Kijk daarvoor nog eens naar het superdrankje. Wat voor superkracht krijg je er precies van? Waarom vinden personages het om hun persoonlijke redenen een aantrekkelijk idee om hun leven te wagen voor deze superkracht? Het kan macht, aanzien of rijkdom zijn. Je kan het drankje, een afbeelding ervan of het recept ervoor, of de superkracht die je ervan krijgt dan vervolgens terug laat komen in een scène. Letterlijk, thematisch of symbolisch. Waak ervoor dat je daar dan geen vele regels of complete scènes aan wijdt. Schrijf het liever zoals je dat zou doen bij een belangrijk detail dat steeds weer opduikt. Geef het tot ongeveer vijf regels een duidelijk schijnwerpermoment.

Schrijf over deze ‘Mac Guffin’ in belangrijke beats in het plot. Momenten die aan te wijzen zijn als: op dít moment gebreurt er iets waardoor het plot veranderd. Denk aan een verhaal waarin je door flashbacks leert hoe de relatie van een paar personages tot stand is gekomen. Stel dat zij vrienden zijn die elkaar schrijven en een mooie vulpen afwisselen. Die vulpen symbool staat voor de kern van hun vriendschap. Op momenten dat het thematisch, symbolisch of in een dialoog tot zijn recht komt, kan je die vulpen, of zelfs schrijfpapier, inkt, of postzegels dan het middel van samenhang maken. Laat dat even aan bod komen, zodat de lezer het opmerkt en er betekenis aan toekent in de verschillende momenten dat wordt genoemd in het verhaal. De vulpen krijgt zo nooit een ‘hoofdrol’ in een scène, maar voegt wel een mooie (symbolische) rode draad toe aan je verhaal.

Foto door amirali mirhashemian verkregen via Unsplash.

De perfecte plottwist: aandachtspunten en valkuilen

´En dan gebeurt er plotseling iets compleet anders! Dat had je niet gedacht hè?’ Wat je misschien ook niet had gedacht, is dat er voor een goede plottwist ook eerst goed moet nadenken voor je hem schrijft. Deze week kijken we naar de algemene aandachtspunten en valkuilen van een plottwist.

Een plottwist is geen schokmiddel

De allerbelangrijkste regel van een plottwist is dat een plottwist nooit werkt als je die gebruikt als middel om de lezer te laten schrikken: ‘Dat meen je niet!’. Een plottwist dient vooral als een extra laag in je verhaal of verhaalthema. Eentje die op een onverwacht moment zijn gezicht laat zien. Als de plottwist draait om dat ene schokmoment, is dat niet alleen toondoof, je berooft de lezer daarmee ook het plezier van (achteraf) speuren naar de puzzelstukjes die een plottwist vormen.

Kijk naar je plot en je verhaalthema

Een plottwist werkt of werkt niet, maar daarvoor moet je meer doen dan alleen kijken of de lezer het ziet aankomen. De plottwist moet ook passen bij je plot en je verhaalthema, idealiter met allebei. Kijk daarvoor goed naar je plot: waar gaat het verhaal over en waar gaat dat uiteindelijk naartoe? Wat is de moraal of de climax van het verhaal?

Kijk op eenzelfde manier naar je verhaalthema. Met een verhaalthema kan je over verschillende onderwerpen vertellen en daar diverse kanten van belichten. Doe daar je voordeel mee in je plottwist. Als je iets kan ‘omdraaien’, waarom dan niet een compleet andere kant op?
Denk aan een zorgzame moeder die haar kind nóóit iets aan zou doen. De andere kant van de medaille is dat ze in haar zorgzaamheid verstikkend controlerend wordt. Zo kan je het thema ‘zorgzaamheid’ in je boek verder verdiepen. De plottwist is zo een handig middel om een extreem (ander) uiterste op een passende manier in je plot en boek te verwerken.

Past de plottwist bij je personage?

Kijk ook naar je personage zoals je naar je verhaalthema kijkt. Goed uitgewerkte personages veranderen gedurende het verhaal, maar die groei is wel afgestemd op die persoonlijke heldenreis. Ook heeft je personage bepaalde karaktertrekken en normen en waarden. Die kan je niet omwille van de plottwist uit het raam gooien. Er zijn nu eenmaal dingen die je personage nooit zou willen of kunnen doen. Maak een personage dus niet zomaar de aanstichter van een plottwist. Een goed uitgewerkt personage heeft altijd voorrang op een plottwist.

Je kan ook het stokje overdragen aan een ander personage. Dat kan de puzzel van de plottwist spannender maken. Moest de lezer dát personage ook in de gaten houden? Jazeker! Pas wel op dat je geen personage in het verhaal schrijft omdat die aanstichter van een plottwist gaat zijn. Zorg ervoor dat ook dit personage een goed uitgewerkte personagebiografie heeft.

De puzzelstukjes van een plottwist zijn door het verhaal verspreid

Het is een stuk makkelijk om een plottwist aan te zien komen als je weet dat die altijd in specifieke scènes voorkomen. Op het spreekuur van de detective of op het moment dat de plaatselijke roddeltantes de koppen bij elkaar steken, bijvoorbeeld. Verspreid je puzzelstukjes voor de plottwist door het boek heen om ze minder te laten opvallen. En maak die momenten niet zo voorspelbaar als deze bovengenoemde voorbeelden. Anders gezegd: zorg dat er geen vaste ‘setting’ is voor het moment waarop een plottwist zich voordoet.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Nachristos on Unsplash.

Hoe schrijf je over saamhorigheid in je boek?

In een boek gebeuren vaak veel dramatische dingen. Dat is nodig voor een goede spanningsboog. Maar natuurlijk moeten er ook mooie momenten worden geschreven. Liefde, doorzettingsvermogen: fijne emoties zijn een boek niet vreemd. Maar saamhorigheid is lastig om over te schrijven. Want het is fictie eigen om een nodige dosis drama en ellende aan een verhaal toe te voegen. En saamhorigheid, dat is de émotie waar iedereen het met elkaar eens is en elkaar lief vindt of steunt. Dat is dus moeilijker schrijven dan je misschien denkt. We gaan kijken hoe je dat doet.

De lastige punten van schrijven over saamhorigheid

Laten we eerst eens kijken waarom saamhorigheid van zichzelf een beetje botst met een aantal belangrijke narratieve voorwaarden voor een boek.

En nog buiten deze narratieve voorwaarden kan saamhorigheid van zichzelf zoesappig overkomen. Saamhorigheid is wat dat betreft een grappig verschijnsel. Het voélen is heerlijk, van een afstandje zien maakt dat het soms klef aanvoelt. En als je erover leest, is dat dus niet uit de eerste hand. Oppassen geblazen dus. Maar deze zelfde punten kan je omdraaien om in je voordeel te gebruiken. En dan komt saamhorigheid ook in je boek over alsof de lezer het uit de eerste hand beleeft.

Een narratieve ruzie bij saamhorigheid

Een narratieve ruzie gaat uit van het principe ”Ja en…’ en ‘nee want…’. Het is een manier waarop personages op elkaar aanhaken om de actie-reactie van een scène of een plot gaande te houden.

Als verschillende personages samen een doel willen bereiken, hebben ze alsnog hun eigen persoonlijkheid, normen en waarden en zelfs kwaliteiten. Ook al staan alle neuzen dezelfde kant op, over het precieze plan van aanpak kan er alsnog een meningsverschil ontstaan.
“Laten we een actie op touw zetten om geld in te zamelen voor Serious Request.”
“Prima, we gaan koekjes bakken!”
“Net als de rest van Den Bosch. Origininaliteit is belangrijk, anders vallen we niet op en dan halen we ook minder geld op. Kwestie van marketing,” zegt een personage dat in sales werkt.
“Maar koekjes verkopen is toegankelijker en persoonlijker dan iets groots en ludieks. Is dat minstens niet net zo belangrijk?” vraagt de meer gemoedelijke inzamelaar zich af.

Uiteindelijk hebben deze twee hetzelfde doel voor ogen, dus daar komen ze wel uit. Misschien zelfs een beetje te makkelijk voor een fatsoenlijke spanningsboog. Dus dan komt de volgende stap.

Willen en nodig hebben bij saamhorigheid

Wat deze personages willen is een hoog bedrag voor het Glazen Huis, wat ze nodig is hebben is een akkoord over de manier waarop ze dat gaan doen. Kijk eens naar je personages. Is er iets in hun persoonlijkheid, overtuigingen of geschiedenis dat verhindert dat ze het samen eens worden. Misschien speelt er zelfs wel een grote angst mee. Wie weet is het personage dat koekjes wil bakken wel doodsbang voor zichtbare optredens in het openbaar. In dit voorbeeld is er een verschil te zien tussen een introvert en een extrovert personage.

Een conflict bij saamhorigheid

Als je personages eensgezind zijn over hun doel en ook een plan van aanpak hebben, moet er nog iets gebeuren, wil je zoetsappigheid uit de weg gaan. En dat is een conflict: waar het met vallen en opstaan gaat. Wil je hier niets alsnog in de zoetsappigheidsvalkuil vallen, laat dit dan een extern conflict zijn, dus iets waar de personages onderling geen ruzie hebben, en dat ze ook niet kunnen sturen. Zorg er ook voor dat het vallen en opstaan ook echt momenten hebben waar de irriraties over en weer gaan. Het is niet alleen maar een kwestie van opnieuw proberen, er moet ook echt uitdaging op de loer liggen. Niks dus, ‘schouders eronder en doorgaan, en niet zeuren.’ Laat hier zien dat personages hun emoties niet altijd de baas zijn, niet de God van hun papieren wereld zijn en dus ook een vindingrijkheid en doorzettingsvermogen moeten kunnen tonen.

Afsluitende zinnen bij een scène van saamhorigheid

Als alles is geregeld, gedaan en afgelopen is, kom je misschien wel bij het moeilijkste gedeelte. Want schrijf je hier een wrap-up en een einde dat schreeuwt ‘en ze leefden nog lang en gelukkig’, dan doe je al je harde werk van de stappen hiervoor bijna teniet. Vooral bij het einde moet je oppassen dat je niet schrijft hoe de personages elkaar tevreden aankijken of letterlijk uitspreken hoe fantastisch alles is (verlopen). Ook sfeeromschrijvers zijn hier best riskant. Het kan een mooi slot zijn om nog een laatste ‘blik’ te werpen op de saamhorigheid van de scène te werpen’, maar die het dan gevoelsmatig nog een stapje subtieler dan je normaalgesproken zou doen.

Je kan ook kiezen voor een open einde: laat je personages dan het einddoel halen, maar wek de indruk dat ze hierna nog met elkaar nog iets anders gaan doen dat niet per se iets met het saamhorigheidsdoel te maken heeft. Dan geef je het goede doel de nodige aandacht, maar vergeet je ook niet dat er personages in het spel zijn die meer zijn en doen dan goed zijn voor de wereld. Dat zij ook nog een eigen karakter hebben, is op het laatste moment niet verkeerd om nogmaals te vermelden.

Ik schrijf deze post terwijl Serious Request 2025 nog gaande is: de teller staat momenteel op een recordtussenstand van ruim 10,1 miljoen. Ongelooflijk, wat ben ik als inwoner van Den Bosch trots! Heb jij het Glazen Huis dit jaar of andere jaren ook gevolgd? Je kan van een (soortgelijke) mooie beleving van saamhorigheid een schrijfoefening maken: schrijf een kort verhaal over het Glazen Huis en test deze tips over schrijven over saamhorigheid eens uit!

Zo maak je een cliché origineel: de empathische redder

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en je zelfs nog de goede weg in te slaan als het die kant op gaat. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: de empathische redder.

Het cliché: ‘Die árme mensen!’

Je hebt een personage dat lief is voor iedereen, maar een ‘speciaal plekje in het hart heeft’ voor mensen die op wat voor manier dan ook een groter risico lopen om medelijden op te wekken bij anderen. Mensen die arm zijn, mensen met een bepaalde stoornis en daarom -volgens dit personage!- niet door anderen worden begrepen, weduwen, ouderen… Welke groep dan ook waarvan je de aanname zou kunnen hebben dat ze ‘zielig’ zijn. En de empathische redder is héél vaak of graag vrienden met mensen uit deze groep. Dit is een onhandige truc van de schrijver om te laten zien dat dit hoofdpersonage lief en vooral heel empathisch is.

Waarom stoort dit cliché zo?

Dit cliché stoort om twee redenen. Ten eerste ziet deze ‘redder’ de personages/ mensen waarin het hoofdpersonage bijzondere interesse toont niet als mensen, maar alleen als datgene wat ze hebben (meegemaakt) of zijn. Als niet meer dan hun label. Dat is dus niet echt ethisch als boodschap voor je verhaal. En de tweede storende factor komt daaruit voort. Het gebruikt dat kortzichtige beeld van anderen in het voordeel om te laten zien hoe geweldig het hoofdpersonage is. En niet zomaar geweldig: vaak groeit die uit tot een Mary Sue: een storend cliché in schrijftechnisch opzicht.

De oorzaak van het cliché: onwetendheid misbruikt

Of het nu om bepaalde diagnosen gaat, of iets wat een ander overkomt of is, het is lastig om te beseffen wat een ander voelt of werkelijk doormaakt, als je je er geen echte voorstelling bij kan maken. We hebben er soms een globaal idee van, zoals van een aantal kernmerken bij mentale diagnoses, maar hoe het echt is om daarmee te leven of om te gaan, is iets anders. In die aannames zijn we zonder het verkeerd te bedoelen soms wat kort door de bocht. Wat overblijft is een zeer globaal idee: als dit speelt, dan ben je eenzaam, altijd verdrietig, niet in staat om voor jezelf te zorgen… Iets wat de Empathische Redder ertoe aan kan zetten om te zeggen: “Arme jij, uitgestoten door het leven of anderen, maar ik zal voor je zorgen of er wél voor je zijn.”

Het cliché fiksen: maak Redder iets minder geïnformeerd

Redder heeft zich vaak veel ‘ingelezen’ over datgene wat het andere personage meemaakt. Die kent dus bepaalde symptomen, of weet wat de meeste mensen in soortgelijke omstandigheden doormaken. Uiteindelijk gaat Redder daar als het ware naar op zoek, omdat die het prettig vindt om anderen te ‘redden van de omstandigheden’. Maar als Redder geen halve studie heeft voltooid over depressiviteit, eenzaamheid bij weduwenaren of autisme, dan kan die er ook geen mentaal afvinklijstje bij bedenken.
In plaats van dat Redder vijf dingen heeft om op te merken, weet die slechts een of twee dingen te noemen. En kan die hoogstens zeggen: “Nu je het zegt, herken ik in jou wel wat kenmerken van iemand die worstelt met genderidentiteit.” Zo worden de betrokkenen vrienden om wie ze zijn, niet om wat ze hebben (meegemaakt) of zijn.

Tip voor het verminderen van het cliché

Als je over een personage wil schrijven dat medelijden kan opwekken door diens omstandigheden, kijk dan eerst ook goed naar hoe de problemen of ongemakken die daarbij komen kijken, aansluiten bij je verhaalthema. Een verhaalthema is overkoepelend en komt op meerdere manieren in je verhaal terug. Dan staan de uitdagingen van een personage minder op zichzelf en wordt de interactie tussen hen en een ander personage als vanzelf minder geforceerd.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.
Foto door K E verkregen via Unsplash

Hoe schrijf je een scène waarin sfeer voorop staat?

Een scène moet alltijd verandering brengen en in beweging zijn. Omdat scènes de aaneennrijgende elementen zijn die een verhaal tot een geheel maken, is dat niet zo gek. Een verhaal is geen vaststaand feit, het gaat alsmaar verder, van het begin tot aan het einde. Maar hoe zit het dan met een scène waar een sfeer voorop staat? Een moment waarop lezer of personage om zich heen mag kijken om de situatie voor zichzelf te schetsen? Laten we eens kijken waarom een goede sfeeromschrijving in een boek zo ontzettend krachtig kan zijn.

Waarom zijn sfeeromschrijvingen nodig in een boek?

Sfeeromschrijvingen maken het decor van je scène. In plaats van dat je personage in een geluidsdichte witte ruimte staat, zijn er bloeiende bloemen om van te genieten tijdens een mooie lentedag, helpt de regen om te klagen dat alles altijd tegenzit en zal je ietwat verlegen personage op een ontspannen feestje alsnog makkelijk contact leggen met anderen. Als je niet voldoende woorden aan je sfeeromschrijving besteedt, zijn je plot en personages misschien wel interessant, maar zal je lezer zich er alsnog weinig voor interesseren omdat het alsnog erg droog overkomt.
Alsof je een lekker gerecht hebt dat zodanig weinig is gekruid dat het alsnog erg flauw smaakt, waardoor het je alsnog niet echt goed smaakt.

Sfeeromschrijvers zijn snel vertragend voor een scène

Een goede scène is in wezen altijd in beweging. Omdat het een verhaal in het klein is, gebeurt er altijd iets noemenswaardigs in. Of je nu een personage beter leert kennen, of er een plotpunt in gang wordt gezet, de scène moet de lezer iets nieuws vertellen. En daarom kan het lijken alsof sfeeromschrijvers als decorstuk van een verhaal niet teveel ruimte in een scène mogen innemen, of zelfs een hele scène kunnen dragen. En dat is zeker waar: een sfeeromschrijving loopt een groot risico om te eindigen als een stuk tekst met bloemig taalgebruik. Als er een huwelijksaanzoek wordt gedaan, kan je wel eindeloos schrijven hoe mooi het zonlicht op het water van het prachtige vijvertje valt en hoe de hemel roze kleurt terwijl hij met bibberende knieeën controleert of de ring nog veilig in zijn zak zit terwijl er een schattig vogeltje… Dat effect: de romance, hét moment van het aanzoek zelf, wordt dan helemaal ondergesneeuwd.

Van sfeeromschrijvers naar sfeerbelevers

Wil je een scène schrijven waarin de sfeer toch op de voorgrond komt, om de omgeving of de emotie helemaal in te laten werken op de lezer of het personage, dan is het de truc om de details die je meeneemt niet te zien als sfeeromschrijvers, maar als sfeerbelevers. Dan gaat het niet meer zozeer om hoe alles eruit ziet, maar hoe het personage die zaken beleeft. En als verlengde daarvan: hoe het personage daardoor een verandering doormaakt als het gaat om gemoedstoestand, levensinzicht, of een besef van het verschil tussen willen en nodig hebben. In dat opzicht zijn scènes waarin de sfeer voorop staat uitstekend voor aha-momentjes voor een personage.

Zie sfeeromschrijvers als een foto, waarop je de dingen die het decor maken aan kan wijzen. ‘Wat dit huwelijksaanzoek het perfecte decor gaf, was de treurwilg in de hoek lijnksonder en de gouden rand van de zonsondergang die je rechtsboven in de foto ziet.’ Sfeerbelevers zijn de gedachten die door het hoofd van je personage gaan, hoe het lichaam trilt, hoe de laatste zonnestraal de warmte geeft die ervoor zorgt dat de zenuwen wat minder worden. Alles wat optelt tot het moment, maar wat niet zozeer aanwijsbaar is. Dit kan je relatief klein houden en bij het personage houden.
Maar je kan het ook vanuit een groter perspectief bekijken.

Om het huwelijksaanzoek als voorbeeld te houden: loop als een figurant door de ‘filmset’ van dit huwelijksaanzoek. Wat zie, hoor, voel of ruik of merk je als relatieve buitenstaander van de actie van dit moment? Let wel: als figurant op afstand speel je niet in het verhaal mee. Je observeert slechts wat dit decor ideaal maakt voor wat er gaande is.
Een zacht briesje door het gras, een fijn tintelende verwachting… Dadelijk wordt er ‘ja’ gezegd, op een zachte, persoonlijke manier. Deze aanstaande bruid gaat niet de hele buurt bij elkaar schreeuwen.
Zorg ervoor dat je lezer het gevoel krijgt óók op die filmset te willen rondlopen om datzelfde gevoel ook mee te maken. Ga er niet van uit dat dat gebeurt, maar streef er eerder naar dat je die ingrediënten daarvoor aan de lezer geeft. Dit is ook het moment waar subtiele symboliek goed tot zijn recht komt. Je geeft een sfeerbeleving de meeste ruimte als je beschrijvende taal gebruikt die ondergeschikt is aan de algemene beleving. Zo voorkom je bloemig taalgebruik.

Kijk maar eens naar het cliché dat de een in de mooie ogen van een ander verdrinkt. Dan werkt het veel beeldender om te zeggen hoe fijn het moment is om bij de ander te zijn, en je geliefd en veilig te voelen dan wanneer je twintig verschillende woorden voor ‘schitteren’, ‘hemels’ probeert in je tekst te passen of maar blijft bedenken welke van de vier tinten groen die je kent het meest mooi lijken voor dit moment van Cupido’s voltreffer.

Wat maakt het moment?

Om een sfeeromschrijving te transformeren naar een sfeerbeleving , ga je dus vooral uit van wat het moment tot het moment maakt wat je wil schetsen. En daar heb je soms meer dan een paar tientallen woorden voor nodig. Net zoals er momenten in het leven zijn die ook langer lijken te duren mag je daar in je boek ook de tijd voor nemen. Als de sfeerbeleving het ‘verhaal van de scène’ wordt, laat dat verhaal dan zijn dat een bepaalde gemoedstoestand, een bepaalde sfeer of een bepaalde ingeving het startpunt wordt voor de volgende scène. Zo wordt een scene niet alleen meer een beeldvorming van een specifiek moment, maar de aanzet van iets wat de rest van je boek nog bij kan blijven.

Foto door Mark Harpur verkregen via Unsplash

Zo maak je een cliché origineel: de saaie introductie

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en je zelfs nog de goede weg in te slaan als het die kant op gaat. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: de saaie introductie.

Het cliché: de ochtendroutine

Je start je boek en de eerste scène, zo niet het eerste hoofdstuk beschrijft de ochtendroutine van je personage of iets anders dat een ritueel beschrijft dat je personage dagelijks op de automatische piloot doormaakt. En vaker niet dan wel komen daar ook de nodige onbelangrijke uiterlijke kenmerken bij kijken.

Waarom stoort dit cliché zo?

In de eerste pagina’s, zo niet alinea’s of zelfs regels, wil je lezer maar één ding, ongeacht genre. De held hoeft niet meteen herkenbaar te zijn, het plot hoeft niet als het meest originele van de laatste vijf jaar over te komen. De moordenaar de engste, de Romeo de knapste… Wat de lezer wil, is dat er een verhaal van start gaat. Iets wat een aanloop geeft van waar je de komende bladzijde of twee- à driehonderd nog tevreden mee kan zijn. Een introductie of routine heeft als gevolg twee grote nadelen. Als eerste voorkomt het dat het verhaal van begin af aan de nodige vaart krijgt en ten tweede heeft een introductie na een X aantal alinea’s of pagina’s zijn doel bereikt. Een verhaal kan eindeloos doorgaan, introducerende informatie raakt op een bepaald moment uitgeput.

De oorzaak van het cliché: vlees in de kuip

Het idee achter dit cliché is dat je lezer meteen weet wat voor vlees die in de kuip heeft als het gaat om de hoofdpersoon. Met dat idee is niets mis, maar zoals je dat vaak in de cliché-uitvoering ziet, gaat het mis bij de aanname wat de lezer over de hoofdpersoon wil weten.
De aanname is: als je weet wat de (ochtend)routine is van dit personage, kan je je er een beeld bij vormen. Maar ‘beeld’ is in dit geval net iets te letterlijk in de visuele zin.
Je lezer hoeft zich geen uiterlijkheden of routines te visualiseren. Sterker nog: mik liever niet op visualiseren, maar meer op een breder gevoel. Het gevoel dat er iets te gebeuren staat.

Het cliché fiksen: stel je een huwelijksaanzoek voor

Het idee van weten wat voor vlees je in de kuip hebt met een hoofdpersoon gaat nog steeds op. Maar je lezer moet dus voor de langere termijn weten of die de held wel ziet zitten. Laat die eens een ‘huwelijksaanzoek’ aan je lezer doen: een serieuze belofte voor de langere termijn.
Zou jij daar ‘ja’ op antwoorden als je dingen weet als haarkleur, beroep, leeftijd en het type auto voor de deur? Waarschijnlijk wil je liever weten hoe je held problemen aanpakt, wat de grootste wensen zijn en op wat voor levensveranderingen je kan rekenen. Het soort zaken waarvan je bij echte mensen ook zou kunnen zeggen dat je ze goed kent, als je daarvan weet.

Tip voor het verminderen van het cliché

Wil je dat je lezer een visuele voorstelling kan maken bij je held in de introductie? Kijk dan of je bepaalde (uiterlijke) kenmerken kan verweven in de actie die het verhaal start en blijft aandrijven. Zo kan je personage van 2.10 meter in alle haast het hoofd stoten, omdat het vergeet te bukken als het onder te trap doorloopt. Dan staat die vermelding van de lengte in dienst van de actie van de scène, of een karaktertrek van altijd gehaast zijn. Wie weet staat deze informatie in dienst van een thema van je verhaal, afhankelijk van wat er nog meer in de scène zelf gebeurt.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Photo by Sergio Kian on Unsplash.

Schrijfoefening: de filmadaptatie van je boek

Een film is niet beter dan het boek, of andersom: dat is appels met peren vergelijken. Je kan nu eenmaal niet van een twee uur durende film verwachten dat die dezelfde diepgang heeft als een boek waarin veel meer plotlijnen en details verwerkt kunnen worden. En waar de lezer meer tijd aan kwijt is dan de filmkijker aan de film. Dat kan je in je voordeel gebruiken tijdens het schrijven om te zien of je de belangrijkste zaken in je boek hebt staan en niet te veel uitwijdt met je subplots.

Wat kan een boek wat een film niet kan?

Een boek kan je in het hoofd van een personage laten kijken, waardoor de lezer zo goed als diens gedachten kan lezen. Een goede acteur krijgt daarin heel wat voor elkaar, maar als het gaat om hoe personages tot hun conclusies komen en precies denken, dat is in een film lastiger om te laten zien. Dat heeft als gevolg dat een film korter door de bocht is als het gaat om het verklaren van bepaalde motieven en het lastiger is om de diepte in te gaan. Je zou kunnen zeggen dat naar verhouding(!) de personages in een film meer archetypen zijn en de personages in een boek meer driedimensionaal.

Wat kan een film wat een boek niet kan?

Een film vult in de visuele zin je verbeeldingskracht aan, of neemt die van je over. Een film kan binnen enkele seconden, met beeld, muziek of camerawerk een sfeeromschrijving neerzetten waar een boek meerdere pagina’s voor nodig heeft. Ook is het makkelijker voor een film om een flashback in te zetten. Met een goede montage voelt die niet snel geforceerd, waar je in een boek heel secuur moet kijken of je daar wel de goede aanloop voor hebt.

Een film moet verhoudingsgewijs ook krachtigere dialogen hebben om de film te laten werken. Je hebt vaak geen ruimte voor veel of lange dialogen,omdat het voor een filmkijker doorgaans niet interessant is om alleen maar naar een gesprek te kijken: er moet letterlijk en figuurlijk beweging in het beeld en plot komen. Met behulp van goede acteurs worden regieaanwijzingen heel erg sprekend en kan je in enkele momenten duidelijk maken wat de dialoog bij een personage teweegbrengt, in plaats van dat er meerdere pagina’s nodig zijn om in het hoofd van het personage allerlei gedachten te ontrafelen.

Wat moet er overblijven in de film van je boek?

Nu we weten wat het verschil is tussen de twee media, gaan we kijken naar de schrijfoefening: wat als je je boek zou gaan verfilmen? Oftewel: hoe kan je erachter komen wat je kan ‘reduceren’, zonder de absolute basis van je verhaal kwijt te raken?

Schrijf als eerst op:
* Welke subplots heeft je verhaal? Zitten daar (belangrijke) puzzelstukjes van een plottwist in?
* Welke thema’s heeft het verhaal? Zijn er scènes die essentieel zijn voor de verduidelijking van dat thema?
* Wat representeren mijn personages qua heldenreizen en kararaktertrekken? Zijn ze daar uniek in, of hebben ze overeenkomsten met andere personages?
* In welke mate deel je een personagebiografie? Hoe komt die terug in diverse scènes?
* Wat zijn grofweg de beats van het algehele plot?

Subplots zijn het makkelijkst om te schrappen, samen met het delen van achtergrondinformatie uit de personagebiografie. Als je gaat schrappen, zijn de ‘extraatjes’ het eerste aan de beurt. Dat betekent bijvoorbeeld:
Een subplot met net wat meer achtergrondinformatie dat niets aan het grote geheel toevoegt, mag je schrappen, net als zaken achtergrond van een personage die niet zorgen voor een groei in de heldenreis. Ook kun je kijken hoeveel tegenstanders je personage heeft. Zijn het er drie, terwijl twee ook voldoen om conflict te veroorzaken?
Als je personage vijf vrienden heeft, zijn drie misschien ook voldoende. De aanwezigheid van veel personages vergroten de kans dat een van hen onbedoeld uitgroeit tot een figurant of zelfs een storend minderheidspersonage.
Wees er wel alert op dat je personages niet zomaar kunt ‘mixen’. Als je een personage hebt dat heel achterdochtig en daardoor teruggetrokken is en de andere extravert, dan kan je ze niet samenvoegen tot een enkel personage omdat ze allebei toevallig voor een zelfde zaak vechten. Dan gaan bepaalde thema’s of karaktertrekken vroeg of laat botsen.

Controleer vervolgens of je de rode draad van je verhaal nog steeds stevig staat. Met alles wat je hebt geschrapt in de vorige stap, vallen er gaten in je originele verhaal. Dat is de bedoeling, maar kijk goed of wat je zaait nog wordt geoogst en de actie nog een logische reactie heeft. Of liever gezegd: dat de reactie op een actie niet uitblijft. Zowel op de kortere termijn of de langere termijn. Daarmee neem je als vanzelf ook plottwists mee onder de loep. Als je een scène hebt geschrapt waar een puzzelstukje in zit dat je niet zomaar kan verplaatsen, moet je nagaan of je plottwist nog een plek heeft in je verhaal als geheel. Laat dit een moment zijn om je eraan te herinneren wat een plottwist sowieso nooit mag zijn: een manier om te choqueren, of te dramatiseren.

De film van je boek doornemen

Als je deze stappen hebt doorlopen, heb je op papier je boek drastisch ingekort. Ben je nog tevreden met wat er over is gebleven? Zou jij als lezer deze synopsisachtige versie van je boek nog interessant genoeg vinden om het boek op te pakken en het te lezen? Desnoods kan je een aantal proeflezers inschakelen om deze ingekorte versie te bestuderen. Maak daar geen al te serieuze feedbackronde van. Dit blijft een schrijfoefening die bedoeld is om de kernpunten van je verhaal duidelijk te krijgen. Maar als er naar jouw gevoel of die van de proeflezer iets ontbreekt, kan je kijken hoe je dat aan kan vullen. Zo niet: gefeliciteerd! Je hebt zeer waarschijnlijk een goed beeld van je verhaal, wat er toe doet en waar je al dan niet aan kan sleutelen om er het beste uit te halen.

Photo by Jeremy Yap on Unsplash.

Zo maak je een cliché origineel: dame in nood

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en je zelfs nog de goede weg in te slaan als het die kant op gaat. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: de dame in nood.

Het cliché: jij moet gered worden

Het duidelijkste voorbeeld van de dame in nood is de prinses die door de koene ridder moet worden gered van een draak. In meer moderne uitvoeringen van dit cliché is de vrouw – of liever: het personage in kwestie- in problemen, emotioneel kwetsbaar of heeft het iets anders spelen waarvan een romantisch geïnteresseerde zegt: “Dat los ik wel even voor je op, schatje!”

Waarom stoort dit cliché zo?

Er zijn twee redenen dat dit cliché stoort. Het eerste is dat je de heldenreis (van de vrouw) afneemt. Dit punt is niet per se feministisch van aard: iedere heldenreis krijgt pas waarde als het personage in kwestie zelf probeert iets op te lossen. Zodra je die uit handen geeft, verliest de held het recht op die titel. Verhalen zijn interessant of spannend omdat er een groeiproces bij komt kijken en dat is niet meer aan de orde als iemand problemen of worstelingen van een ander weg kan nemen.
Een soortgelijk principe gaat op voor het tweede storende punt van dit cliché: “Dat los ik wel ‘even’ op.” Hoezo ‘even’? Als een probleem zo makkelijk op te lossen was, zou de held dat ook moeten kunnen. Bovendien als je een probleem schrijft dat ‘snel’ op te lossen is, heb je een slecht verhaal. Omdat er geen verhaalopbouw of groei in zit.
Moet er een draak verslagen worden? Dat lossen we wel ‘even’ op: ridder, neem uw zwaard en hak zijn kop eraf. Punt. Geen training, geen spannende tochten door de bergen, niets.

De oorzaak van het cliché: de schrijver is lui

De traditionele dame in nood stamt van het beeld dat vrouwen hopeloos en niet zelfstandig zijn. Maar ook bij iets meer ‘creatieve vrijheid’ van dit cliché kan je nog iets anders opmerken: de schrijver is lui. In plaats van goed te kijken naar hoe de personages in elkaar zitten, wat ze willen en nodig hebben en wat voor vaardigheden ze hebben om hun problemen op te lossen. In plaats daarvan kijkt de schrijver naar de makkelijkste weg en laat iemand anders het overnemen. Zelfs de helper gaat het soms te gemakkelijk af. Die heeft ‘toevallig’ ergens vrienden, de nodige financiële middelen, de mooiste ogen om verliefd op te worden. Wat het ook maar is dat de schrijver niet hoeft of gaat uitleggen om het plot maar gaande te houden. Dat resulteert in een verhaal met te weinig diepgang.

Het cliché fiksen: hoe ziet hulp eruit?

Kijk goed naar wat je personage zelf op kan lossen en waar dus nog hulp nodig is.  In de praktische zin kijk je naar wat het personage op dit moment niet kan. Een rekening betalen, bij het hoogste rek in de supermarkt komen om iets te pakken… Ook kijk je naar hoe de held moet leren gedurende de heldenreis. Moet het personage leren wat assertiever te zijn, bijvoorbeeld? Dan moet het uiteindelijk ook zelf de mond op durven trekken. Een ander personage is er dan om te helpen, maar niet meer dan dat. Hulp moet eruit blijven zien als hulp, niet als een probleem dat meteen wordt opgelost.

Tip voor het verminderen van het cliché

Laat het probleem van het personage in nood er een zijn waar de romantische wederhelft ook hinder van ondervindt. Dan nodig je het koppel uit om samen te groeien en een conflict aan te gaan. Zo vermijd je een cliché en laat je je helden groeien: twee vliegen in een klap!

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door selin verkregen via Unsplash.

Alles over het schrijven van een ochtendroutine

Schrijven over een ochtendroutine is een van de ergste dingen die je kan doen aan het begin van een boek. Maar waarom is dat en wanneer vormt dat de uitzondering op de regel? In deze blogpost gaan we daar naar kijken.

Een ochtendroutine is stilstand

Een ochtendroutine beschrijven is een van de meest gangbare en makkelijke manieren om de introductie van een boek meteen te verknallen. Dat komt omdat het verhaal zeker in de eerste pagina’s een verandering moet beloven. Een verandering is namelijk iets waar steeds iets nieuws over te zeggen valt. Per definitie blijft het niet hetzelfde. En een verhaal is dat in zekere zin ook niet. Als je schrijft over een romantisch stelletje en je zegt: ‘Ze zijn verliefd’ is dat een feit, geen verhaal. Het is een vaststaand iets waar geen beweging in zit. Het verhaal zou zijn: ze leerden elkaar op een vakantie kennen en ze werden verliefd toen ze voor het eerst samen naar de zonsopgang keken.” Dat is misschien nog geen spectaculair verhaal, maar er zit beweging in. En dat is belangrijk om te onthouden:

Bedenk dat je aan het begin van het verhaal eerder beweging moet laten zien, dan dat je iets moet introduceren.

In een ochtendroutine mist die beweging. Je beweegt je misschien van je bed naar de badkamer naar de keuken. Maar in de narratieve betekenis is dat stilstand, omdat er niets verandert.

Zo breng je de ochtendroutine in beweging

De ochtendroutine kan interessant worden als je hem in beweging brengt. Daarvoor moet je kort(!) de illusie van een doodnormale ochtend geven. Maar om die omschakeling effectief te maken, moet je net iets anders doen dan je zou verwachten.

Als je een ochtendroutine schrijft die mis gaat omdat die statisch en saai is, zie je daarin vaak dat er dingen worden beschreven waarvan je zou denken: dit leert ons iets over het personage. Bijvoorbeeld: je personage kijkt in de spiegel en ziet een man van middelbare leeftijd die niet tevreden is met zijn alledaagse uiterlijk. Daarna trekt hij zijn vaste outfit aan: een geblokt overhemd. De conclusie die je daarmee hoopt duidelijk te maken aan de lezer: deze man is alledaags en saai.

Als je de ochtendroutine op zijn kop wil zetten, kan je de dag zelf zoals ieder ander beginnen, maar dan focus je je heel kort op de eigenlijke acties van die routines. Acties die iedereen doet, en die niets over het personage zelf zeggen. Laat je held dus douchen en aankleden, zonder dat daar een moment van kijken in de spiegel bij komt kijken, waarbij je lezer iets over je personage kan ‘leren’. Je held stapt gewoon onder de douche vandaan, waarna er plotseling dat ene allesomvattende telefoontje komt. Wees hierbij gewaarschuwd dat dit trucje clichégevoelig is. Maar de regel dat er beweging in een ochtendroutine móet komen om ook maar een kans te kunnen maken om interessant te lijken, is in dit voorbeeld goed zichtbaar. Je kan deze truc minder vatbaar voor een cliché uitwerking maken door in medias res te gebruiken.

Een ochtendroutine is geen kennismaking

Nog een reden dat een ochtendroutine zo slecht werkt, is omdat het geen kennismaking is. In de vorige paragrafen kon je lezen dat je niet zozeer op een introductie moet mikken als je begint met het schrijven van een verhaal. Dat komt omdat je ook daarmee weinig tot niets belangrijks te weten komt over de wereld van je personage of het personage zelf. Denk maar aan het woord introductie, of het zinnetje “introduceer jezelf eens.” Dan wordt er vaak iets gezegd wat erg oppervlakkig is en wat je personage gemeen kan hebben met duizenden andere mensen/ personages:

“Hoi, mijn naam is Personage, ik ben 36 jaar oud, ben gelukkig getrouwd, heb twee kinderen en ik werk als leerkracht.”

Natuurlijk komen al deze zaken in meer of mindere vorm terug in het boek. Er zullen dialogen met de kinderen en wederhelft komen, en ook zal er iets naar voren komen van het leven op school. Misschien speelt er zelfs een groot deel van het plot zich daar af. Maar deze zaken op zich zeggen niets. Je maakt geen kennis met de wereld waarin zich dat allemaal af gaat spelen. Een kennismaking kan de vorm van een show don’t tell aannemen. Laat bijvoorbeeld in een korte scène zien hoe deze leerkracht totaal geen orde kan houden in de klas en daardoor helemaal geen plezier in het werk heeft. Dan maak je echt kennis met de held, de wereld en misschien ook al het verhaalthema:
Dit gaat over een onzeker persoon in het onderwijs, waar ontevredenheid met het leven centraal staat. Dat belooft wat, want als er onvrede in het spel is, zal je personage er alles aan doen om de situatie te veranderen. Hé kijk, verandering, geen stilstaand gegeven, een aanstaand verhaal!

Als je een (ochtend)routine beschrijft, schrijf dus wat daarin verandert ten opzichte van al die andere gewone dagen. En zorg dat die verandering een kennismaking is van iets dat later in het verhaal belangrijk blijkt te zijn. Later kan hiermee betekenen: veel later, zoals bij een puzzelstukje voor een plottwist, of als aanloop naar het verlaten van een comfortzone, vrij vooraan in het verhaal.

Maar eerlijk is eerlijk: het feit blijft dat je het schrijven van een ochtendroutine beter kan vermijden. Het laat een slechte eerste indruk achter. Vergelijk het met het echte leven en dan spreekt het voor zich waarom het niet interessant is. De een drinkt in de ochtend thee, de andere koffie, maar de reden dat we het er zelden tot nooit over hebben is omdat het gewoon een vreselijk saai gespreksonderwerp is. Er gebeurt niets wereldschokkends, je doet het zonder al te veel nadenken… Een heel goede schrijver is misschien in staat om het meest eenvoudige gegeven interessant op te schrijven, maar dan nog zijn er zijn er altijd zaken die je gewoon maar beter kan schrappen. En misschien is het beschrijven van een ochtendroutine daar wel het allerbeste voorbeeld van.

Foto doorJulian Hochgesang verkregen via Unsplash.

Zo maak je een cliché origineel: het arm-en-rijk koppeltje

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en je zelfs nog de goede weg in te slaan als het die kant op gaat. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: het arm-en-rijk koppeltje.

Het cliché: niks te bieden, niks ervan!

Een jonge vrouw en jonge man worden verliefd: de een komt uit welgestelde kringen, de ander heeft geen cent te makken. Dus is deze liefde verboden volgens de ouders van de rijke telg. Want o wee dat kindlief trouwt om in de goot te belanden.

Waarom stoort dit cliché zo?

Dit cliché is een verboden liefde. Die zijn op zichzelf al clichégevoelig, maar de brug tussen arm en rijk is misschien wel de ergste. In dit cliché is de factor die de liefde ingewikkeld maakt, de rijke ouders die dwarsliggen. En ze zijn niet zozeer vervelend omdat ze dwarsliggen, want hun reden voor ongerustheid is op zichzelf aannemelijk. Maar ze gaan uit van de aanname dat een relatie gedoemd is om te mislukken, op basis van één factor. Vergeet dat een middeninkomen ook zou kunnen werken, de arme van de twee zich kan ontwikkelen en uiteindelijk meer geld kan gaan verdienen of er een gemeenschap is die het koppel op kan vangen mocht het financieel misgaan. Je zou bijna kunnen zeggen: de rijke ouders gaan zélf uit van het cliché, waardoor het er nog dikker bovenop komt te liggen dan normaal.   

De oorzaak van het cliché: drama en een pr-probleem

Verboden liefdes, zeker het arme en rijke koppeltje bestaan omdat het gegarandeerd drama oplevert. In beginsel is dat niet zo gek: iedere relatie heeft zo zijn moeilijkheden of uitdagingen. Al is het maar omdat de een in eerste instantie meer vlinders heeft dan de ander en dus moet gaan proberen de ander romantisch te veroveren. Maar voor het romantische genre is dat niet genoeg voor een plot, dat moet altijd wat dramatischer.  

Het cliché fiksen: drama wat minder gewicht geven

Het probleem van iedere verboden liefde: die ene problematische factor slokt de hele relatie op. Er wordt helemaal geen aandacht meer besteed aan het feit dat deze twee mensen verliefd zijn, of een goed stel vormen. Er is alleen maar dat ene obstakel. De onbegripvolle ouders, de afstand… Als je een romantisch verhaal de nodige obstakels wil geven, maar het niet dramatisch wil laten verlopen, kijk dan juist verhoudingsgewijs wat meer weg van dat grotere probleem.
Dus pa en ma zijn het niet eens met het salarisstrookje van de wederhelft? Hoe gaat het stel daar als koppel mee om? Als twee individuen? Wat doen ze meer dan boos of verdrietig worden en ruzie maken met de ouders? Laat zien met wie de lezer te maken heeft en besteed de meeste aandacht aan de karaktertrekken van deze Romeo en Julia en hoe ze die gebruiken om de relatie alsnog te laten slagen. Dat zorgt misschien niet voor vuurwerk en uitspattingen, maar je zou er versteld van staan hoe spannend of interessant een ‘doodnormaal conflict’ kan zijn.  Gaan ze proberen om op een nette manier met deze ouders te praten? Dat wordt niet prettig. Dus dat krijgt een spanningsboog. En dat is al voldoende. Daar hoeven echt geen vazen voor te sneuvelen.

Tip voor het verminderen van het cliché

Kijk bij het schrijven van een verboden liefde vooral waarom het voor het stelletje onmogelijk is om bij elkaar te blijven, niet zozeer waarom de rest van de wereld hun relatie een probleem vindt. Als een koppel moet omgaan met omstandigheden die daadwerkelijk tegenwerken, is dat heel anders en interessanter om over te lezen dan wanneer er alleen sprake is van een oordeel. Een langeafstandsrelatie is in dat opzicht interessanter dan dat moeder schoonzoon niet rijk genoeg vindt.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto: Nathan McBride verkregen via: Unsplash