Wat als je personage (bij)gelovig is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: Wat als je personage (bij)gelovig is?

(Bij)geloof is in een verhaal erg leuk om mee te spelen. Als schrijver ben jij de spreekwoordelijke god van de geschapen wereld, dus jij kan bepalen welk (bij)geloof al dan niet klopt. Maar zelfs al heb je alles voor het zeggen, dan is er nog een aantal dingen waar je rekening mee moet houden om je verhaal leesbaar of geloofwaardig te houden. Bepaal daarvoor of je personage gelijk heeft of niet.

Je personage heeft gelijk

Als je personage inderdaad een religie of bijgeloof heeft doorgrond, dan heeft dat voordelen voor je personage en voor jou. Als je personage denkt dat hij bepaalde dingen kan voorspellen (“Ik weet dat ik niet meer onder een ladder moet lopen, want iedere keer als ik dat doe, stoot ik een uur daarna mijn teen.”) heeft hij een bepaald gevoel van controle. Dat kan zelfvertrouwen geven, waardoor het centrale conflict aangaan makkelijker is. En omdat jij de schrijver bent, bepaal jij ook wanneer er een moment komt dat je personage bidt, of een bijgeloof tegenkomt wat het plot vooruithelpt.
Daardoor ligt een Deus ex machina op de loer. Let erop dat je je personage ook niet alles gunt, ook al is het een trouwe volgeling van jou(w bijgeloof).
Neem de tien geboden: dat zijn keiharde regels die niet overtreden dienen te worden. Zorg ervoor dat je weet wat er in jouw verhaal de letterlijke en figuurlijke heilige regels zijn. Als bepaalde regels heilig zijn, heb jij er als god óók aan te houden. Maar het beantwoorden van bepaalde gebeden ligt in het midden.

Je personage heeft ongelijk

Je personage gelooft ofwel niet in jouw specifieke regels, of heeft helemaal geen (bij)geloof. Maar ondertussen zijn die regels in jouw fictieve wereld er wel. In het geval van bijgeloof betekent dat dat je personage bepaalde tegenslagen krijgt (Hij stoot zijn teen dus vaker omdat hij dus wél onder die ladder doorloopt). Als het religie betreft, pas dan op en straf je personage niet te vaak af voor het ongelovig zijn. Houd je aan je persoonlijke (tien) geboden, maar beantwoord ook een ruim aantal figuurlijke gebeden van je personage. Een heldenreis mag nooit vastlopen, puur en alleen omdat je personage regels (niet) opvolgt waarvan hij niet met zekerheid kan weten dat die er überhaupt zijn.
Als je te streng bent, heb je daar alleen jezelf mee. Dan komt het centrale conflict namelijk niet op gang, of zit je personage onnodig lang klem. Breekt het personage toch een van je geboden, zorg er dan in ieder geval voor dat daar een narratieve groei uit voortkomt: laat het ergens goed voor zijn.

Toeval

Als je niet van de vaststaande regels bent, maar juist met toeval wil spelen, houd er dan rekening mee dat een groot toeval grote verwachtingen schept. Je werkt een anticlimax in de hand als een groot toeval geen evenredig grote gevolgen heeft. Natuurlijk kan je ook met kleine toevalligheden ‘strooien’. Hoe dan ook, zorg ervoor dat het toeval nog enigszins op logica, de verhaallijn of de groei van je personage te herleiden berust is, of daar nut voor heeft. Púúr toeval komt erg geforceerd over in een verhaal.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Studio Ghibli’s Totoro: een verhaal zonder…verhaal?

Ik ben soms jaloers op bepaalde schrijvers die een fantastisch verhaal in elkaar knutselen. De gedachte: Ik wou dat ik dat kon, is mij niet vreemd. Maar nooit is dat zo groot geweest na Ghibli’s My neighbour Totoro. Want als je je titelpersonage kan laten uitgroeien tot een internationaal cultuur icoon, zonder dat je verhaal eigenlijk een echt plot heeft, dan vraag ik me wederom af: hoe flikt Miyazaki het toch steeds?

Het plot van Totoro

Satsuki (10) en Mei (5) verhuizen met hun vader naar een huisje op het platteland, terwijl moeder in het ziekenhuis ligt. De meisjes verkennen de omgeving rond hun nieuwe huis en komen erachter dat er Totoro’s (een soort beschermende bosgeesten) in de buurt wonen.
De Totoro’s bewaken het bos, terwijl de meisjes naar school gaan, het huis poetsen en buiten spelen.
Dan komt het bericht dat moeder nog langer in het ziekenhuis moet blijven. Daar wordt Mei verdrietig om, waardoor ze op eigen houtje naar het ziekenhuis loopt. Even zijn de inwoners van het dorp haar kwijt, maar uiteindelijk worden zij en Satsuki met de katbus naar het ziekenhuis gebracht, waar moeder aan de beterende hand is.

Totoro is knus en lief tot de macht tien. En daarom kijkt de film heerlijk weg. Maar objectief gezien gaat hij nergens over, nergens heen… De basisstructuur waar elk verhaal aan hoort te voldoen lijkt er niet te zijn:
* Er is geen centraal conflict met vallen en opstaan;
* Er wordt geen comfortzone verlaten;
* Er is geen tegenstander;
* De personages groeien niet per se.

Ik weet niet waarom de film als geheel werkt, zonder deze elementen. (Geloof me, zodra ik dat weet, ga ik naar Japan om te solliciteren als scriptschrijver bij studio Ghibli 😉 ) Maar een aantal dingen die de óók belangrijk zijn voor een goedlopend verhaal zijn zeker, zo niet uitvergroot of overduidelijk aanwezig in Totoro. Laten we die eens van dichterbij bekijken. Dan heb je wat houvasten wat voor een verhaal kan werken als je eens een keer de standaard schrijfregels negeren moet of wil.

Schatjes, geen darlings

De gemiddelde kleuter in een boek is in het verhaal om een darling-rol te vervullen of krijgt die onbedoeld alsnog. Mei is geen darling, maar een oprecht schatje. Net zoals alle Totoro (klein of groot) op hun eigen manier heel knuffellig zijn, zonder dat dat door je strot wordt geduwd.

Alle drie Totoro’s bij elkaar. Afbeelding: Natyhiga op devianart.com.

Zowel (de grote) Totoro als Mei zijn er niet (op gemaakt) om lief en schattig te zijn.
Totoro brult. Niet eng, maar ook niet uitgesproken vriendelijk. Zijn grijns is soms op het randje van griezelig en hij heeft lange, scherpe nagels. Oftewel: ondanks zijn zachte vacht, is hij niet de standaard zachte teddybeer met een strikje. (Heb jij ooit een teddybeer met klauwen en tanden gezien?)
Mei is een oprecht lief kind. Je wordt er vrolijk van als je haar ziet spelen of op ontdekkingstocht ziet gaan. Maar evengoed heeft ze soms mokbuien of gaat ze huilen (waarmee ze voornamelijk Satsuki op haar zenuwen kan werken). De nagels en tanden van Totoro of de huilbuien van Mei zijn de zwakte of schaduwkant die personages nodig hebben om realistisch te blijven en niet overdreven perfect te worden. In het geval van een feelgood-of een kinderverhaal (zoals dat van Totoro zelf) zijn dit soort (subtiele) details broodnodig: het kan het verschil maken tussen een oprechte feelgood en een mierzoet, door de strot geduwd, dertien-in-een-dozijn-verhaal waar je je eerder aan ergert dan dat je ervan geniet.

Probeer in een verhaal niet te bewijzen dat het plot of je personages leuk, lief, schattig of – in een ander genre slecht of gemeen- zijn, maar geef ze voldoende karaktertrekken of kenmerken die dat als vanzelf laten zien. In hun uiterlijkheden die je altijd ziet, of in omstandigheden waarin iedereen – ongedwongen- eens een bepaalde kant van zichzelf laat zien.

Niet weglopen voor de crisis

Totoro heeft geen save the cat. Volgens dit schema moet je vallen en opstaan en gaan soortgelijke dingen vaker fout. Dat betekent ook dat als de crisis op zijn hoogtepunt is, de personages al een soort voorgevoel kunnen hebben dat er iets slechts aankomt: dit is niet de eerste keer dat er tegenslag komt. Maar als Mei hoort dat haar moeder langer in het ziekenhuis moet blijven, komt dat uit de lucht vallen. Omdat er geen opbouw is naar de crisis, kan Mei er niet voor weglopen. Dat betekent dat de emoties rauw op haar dak vallen en zie die onmiddellijk onder ogen moet zien. Dat is erg pijnlijk, maar ook authentiek om naar te kijken. Vaak ben je geneigd om niet echt bij de emoties van je personage stil te staan, omdat het plot verder moet. Totoro heeft geen plot, dus doet dat wel. Laat dat een les zijn: je leert je personages kennen en ze worden ook uniek als je de tijd neemt om bij hun rauwe emoties stil te staan. Dus niet alleen bij hun gepieker daarover. (Een kleuter piekert niet, die huilt gewoon.)

Papa weet de waarheid

“Papa, er wonen hier Totoro’s!”
“Papa, het spookt in ons huis, gaaf hè?”

De vader van de meisjes wuift deze uitspraken niet weg, integendeel. Hij weet dat Totoro’s niet bestaan, maar beseft dat de kinderlijke fantasie van zijn dochters belangrijk en echt is voor hun leefwereld. Oftewel: hij weet hoe belangrijk de waarheid van een personage in ere houden is. Als hij weet dat de bosgeest Totoro in de beleving van zijn dochters hun huis beschermt, snapt hij de noodzaak van zijn meisjes om zich in een nieuwe omgeving veilig en thuis te voelen terwijl moeder ziek is. Hij dankt een grote boom voor de bescherming van hun huis. Eerder geeft hij aan dat de grote boom voor hem een aantrekkingskracht vormde toen hij dit huis kocht. Hij voelde zich door die boom ook thuis en veilig op een nieuwe plek. Hij zoekt dus een gemene deler, waardoor hij erg authentiek, realistisch en empathisch is als personage.


Wat als je personage moet helpen?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: Wat als je personage moet helpen?

Helpen kan riskant zijn in een verhaal. Voor je het weet heb je de vriend die alles oplost voor je held of bij-personage. Daar wordt je verhaal wankel van. Toch moet een personage af en toe geholpen worden. Waar let je dan op en hoe voorkom je dat de helper een oplosser wordt?

Heldenreis behouden

Als een personage vast zit, is het verleidelijk om een ander personage in te schakelen dat alle problemen oplost. Maar dat is het laatste wat je moet doen, want dan krijg je een held op sokken. Besef dat andere personages echt alleen mogen helpen, níet oplossen. Advies geven kan een riskant grijs gebied zijn. Een helper mag advies geven. Maar als je personage dat advies dan onmiddellijk aanneemt en zijn problemen zijn opgelost, zonder verdere worstelingen, dan gaat het een stapje te ver.
Bijvoorbeeld: je held staat stijf van de stress, op het randje van een burn-out. Als de helper dan zegt dat een dagje spa de held goed zou doen en daar alles mee is opgelost, gaat het te makkelijk. Het probleem is veel groter dan een gebrek aan één vrije dag met ontspanning. Je held zal zelf nog stappen moeten nemen, therapie moeten ondergaan… De helper mag niet in een keer alles kunnen oplossen.

Relaties personages onderling

Om te voorkomen dat je helper de oplosser wordt kan het helpen eens goed te kijken naar wat de relatie is tussen de helper en de held. Zijn het geliefden? Collega’s? Vrienden? Ouder en kind? Deze relatie kan een verschil maken tussen hoe en waarom iemand wil helpen. Een simpel voorbeeld: als je held hulp nodig heeft met huiswerk, zal de ouder helpen met overhoren omdat die graag wil dat het kind een hoog cijfer haalt. Een vriendje helpt met huiswerk zodat het snel af is en ze snel naar buiten kunnen om een balletje te trappen.
Als je weet wat de personages doorgaans aan elkaar hebben, is het makkelijker om te bepalen wanneer de held hulp vraagt en wanneer de helper hulp aanbiedt. Dan is het niet zo oppervlakkig meer als: dit probleem moet worden opgelost. Zo verdiep je de personages er ook mee.

Vanuit het gezichtspunt van de helper

Bedenk dat je personages niet weten dat het personages zijn. De helper weet dus ook niet wat de heldenreis van de held is en waar het verhaal naartoe gaat of moet gaan. Als jij als schrijver wil dat je held besluit pilote te worden en zij vraagt een vriendin om advies: “Moet ik voor pilote studeren of voor wetenschapper?” Laat de helper dan oprecht haar overwegingen uitspreken. Als het in haar karakter zit om voors- en tegens te geven, maar het niet fijn vindt om voor anderen de knoop door te hakken, doet ze dat nu ook niet. Anders wordt zij voor de rest van het verhaal als personage ongeloofwaardig, alleen voor deze scène. Je kan de held anderen óók nog om raad laten vragen, of een toevalligheid laten overkomen waardoor het ‘juiste kwartje’ alsnog valt.  

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Rémi Walle op Unsplash.

Schrijfprompt: daar zit muziek in

Ik ben met tijd en wijlen stikjaloers op componisten. Muziek is universeel, waar een tekst zich wat meer beperkt tot een bepaald taalgebied. Als je Nederlandse tekst laat vertalen, komt een woordgrap al snel anders of zelfs niet meer over. Maar met deze schrijfprompt kun je universele muziek en de emoties die daarbij loskomen, wel vertalen naar een uniek idee voor een verhaal. Voor de muziekliefhebbers onder jullie 🙂

Voor de leesbaarheid van het artikel heb ik de namen van componisten afkort tot hun initialen. Onderaan de post staan hun volledige namen en ook een best-of-afspeellijst of een volledig soundtrackalbum om raad te plegen voor deze prompt.

Unieke muziek in films en videogames

Muziek vertelt een verhaal, dus je kan muziek ook gebruiken om een verhaal te bedenken. Met name film- en videogamemuziek zijn daar erg geschikt voor. Het is een redelijk uniek genre in de muziekwereld, gemaakt om een scène in een film of videogame in sfeer of emotie te ondersteunen. Een aantal duidelijke voorbeelden zijn de twee spannende noten van Jaws en de muziek van Schlinder’s list. (JW) Je hoeft geen verstand van muziek te hebben of de film gezien te hebben gezien om te horen dat laatgenoemde iets dieptriests wil portretteren.

De eerste en makkelijkste inspiratie die je uit (film)muziek kan halen is om gewoon naar de muziek te luisteren en alle associaties op te schrijven die er in je opkomen. Daar kan zomaar een compleet verhaal uit voortkomen!

Opzet van een soundtrack

De soundtrack is het muziekalbum van een film of een videogame. Een muziekstuk van een soundtrack is vaak genoemd naar de scène die het moet ondersteunen. Het is niet ongewoon dat de titels van soundtrackstukken recht voor zijn raap zijn. Een voorbeeld bij een fictief romantisch drama:
* De eerste blik
* Een nieuwe jurk maken
* Het restaurant
* Vader betrapt Rosalinda
* Arthur op de vlucht
* Hereniging

Niet echt origineel, maar dat kan je als schrijver in je voordeel gebruiken om ideeën voor een verhaal op te doen.

Klopt de titel?

Soms hoef je de film niet eens gezien te hebben of de videogame te hebben gespeeld om te snappen hoe een muziekstuk aan zijn naam komt. Je mist de details misschien, maar de boodschap van de muziek is overduidelijk en sluit het naadloos aan bij de titel. Luister eens naar deze voorbeelden en probeer om er je eigen details bij te bedenken.
Gekoesterde herinneringen (YS)
Vuurwerk (NH)
Ik mis je (YS)
Gelach en vrolijkheid (YS)

Algemene titel en muziek combineren

Als je de bijbehorende film nooit gezien hebt, of er geen film bij de muziek is, wat komt er dan voor beeld in je op als je de algemene titel en de muziek als het ware combineert?
Ik vind Birthday (JH) perfect gekozen als titel voor dit nummer. Ik zie ergens helemaal voor me hoe een moeder met deze muziek op de achtergrond voor het eerst haar kindje wiegt op zijn geboortedag. Ik heb geen idee of dat klopt met hoe de componist het bedacht heeft.

Als je een film nooit gezien hebt, dan zijn de titels bij de film niet langer ondersteunend, maar juist heel vaag. Want wat gebeurt er in die scène? Wat is de context? Aan de titel zie je het niet:
* Het zesde station (JH) (is het een fijne treinreis of juist niet? Wat is de reden ‘zesde’ uitdrukkelijk wordt genoemd?)
* Gevulde eieren (TN) (een leuk feestje of een gestreste voorbereiding op een Bridezilla-bruiloft?)
* Peren (TN) (en appels en bananen! Uhh…)

Dit is een intensieve oefening. Je moet heel aandachtig naar de muziek luisteren, heel vrij associëren, goed op je emoties letten (want die hoort filmmuziek op te roepen, weet je nog?). Probeer ook out of the box te denken. Zo kan je tot een conclusie te komen waarom deze muziek past bij een bepaalde verhaalinvulling. De kans is groot dat je niet meteen een/ het bedoelde verhaal voor je ziet, maar wie weet wat in de poging daartoe allemaal aan verbeelding en ideeën komen bovendrijven!

Je kan later nog de film kijken en dan daarna weer de track terugluisteren of je associaties met de muziek en/of de titel klopten. Soms wordt je daar gigantisch mee gefopt: Nemo egg. (TN) Lekker ontspannen hè? Nou, in de film is er zonet een hele vissenfamilie opgegeten door een bloeddorstige barracuda…
Soms klopt het prima: openbaring (TR&AR). Hier krijgt het hoofdpersonage een openbaring en daardoor eindelijk vrede en rust in zijn leven.

Extra uitdaging: thema’s zoeken

Net als een boek een verhaalthema heeft, heeft filmmuziek ook een thema dat steeds terugkomt, alleen dan in verschillende variaties. Zo is Hedwig’s theme het overkoepelende thema van de Harry Potter films, maar hoor je de meest herkenbare noten uit dat stuk in verschillende variaties terug om net een andere sfeer teweeg te brengen. Luister maar naar de eerste noten van Hedwig’s theme en hier naar een ander stuk: Leaving hogwarts (JW). Vanaf 1.06 hoor je weer dezelfde noten als in Hedwig’s theme, maar dan met andere instrumenten en met een andere klankkleur. Kun je raden waarom dit thema in deze klankkleur terugkomt? Welke subtiele veranderingen aan associaties krijg je erbij?

Extra uitdaging: in het hoofd van de arrangeur

Muzikanten of componisten geven soms een eigen draai aan al bestaande muziek. Dat heet her-arrangeren. Ze vervangen instrumenten, voegen die toe en breiden het stuk zo uit. Daardoor krijgt het soms een compleet andere sfeer. Je kan het originele muziekstuk vergelijken met de gearrangeerde versie en jezelf de vraag stellen: welke andere sfeer wilde de arrangeur scheppen en waar hoor ik dat aan? Wordt het verhaal van de muziek voor mij nu ineens anders?

Lijst van componisten:
JW John Wiliams
YS Yoko Shimomura
NH Nicholas Hooper
JH Joe Hisaishi
TN Thomas Newman
TR&AR Trent Reznor & Atticus Ross

Wat als je personage verlegen is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: Wat als je personage verlegen is?

Verlegen personages zijn niet ongewoon in een boek. Maar de hoofdpersoon heeft deze eigenschap relatief zelden. Met goede reden, want zo’n personage is lastiger te schrijven dan in eerste instantie misschien lijkt. Dit artikel gaat in op een personage dat altijd en bij iedereen verlegen is, dus niet op het schoolmeisje dat bloost als ze haar heimelijke vlam ziet lopen.

Er is een aantal factoren die bij verlegenheid horen die het schrijven over zo’n personage lastig maakt.

Geen vacuüm

Hoe verlegen je personage ook is, vroeg of laat leert het nieuwe mensen kennen. Dat is essentieel voor een verhaal. Een verhaal speelt zich niet in een vacuüm zonder medepersonages af. Negen van de tien keer kan een verhaal beginnen omdat het ontmoeten van of de omgang met een ander personage ervoor zorgt dat je hoofdpersonage de comfortzone verlaat. Maar als je personage dat (te) spannend vindt, kan het moeilijker zijn om ervoor te zorgen dat dat ook gebeurt.

Minder contacten

Omdat je personage verlegen is, legt het lastiger contact met nieuwe mensen. Dat is op zich niet meteen erg. Misschien heeft je personage wel een grote familie en/of zijn er al genoeg lieve, vertrouwde mensen in zijn leven. Maar het kan er wel voor zorgen dat het hoofdpersonage in een eigen bubbeltje blijft leven en zo minder makkelijk openstaat om iets nieuws te doen of te proberen. Dat maakt het verlaten van de comfortzone ook lastiger.

Kleiner vangnet

Hoeveel lieve mensen je verlegen personage ook kent, als het moete heeft met nieuwe contacten maken, blijven dezelfde mensen onderdeel van zijn leven. En dat selecte groepje mensen kan niet alle problemen voor dat personage oplossen, anders heb je geen centraal conflict en dus ook geen verhaal. In de vertrouwde kring kan jouw personage misschien alle financiële steun krijgen die het maar wensen kan, maar kan niemand inhoudelijk helpen met die lastige rechtenstudie die je personage volgt. Daar heeft je personage toch echt een studiemaatje voor nodig.
Wederom kan dit ervoor zorgen dat je personage de comfortzone niet verlaat, of het kan eisen van anderen dat ze hemel en aarde bewegen om zijn problemen oplossen omdat hij iets niet durft. Dan is dat medepersonage een soort magic pixie en jouw hoofdpersoon niet langer de held van het verhaal.

Als je personage echt extreem verlegen is, onderschat bovenstaande factoren dan niet en houd ze in je achterhoofd: kan de verlegenheid misschien een tandje lager?

Veel in het hoofd

Een personage dat door verlegenheid niet veel mensen ontmoet of dingen onderneemt, kan nog steeds interessant zijn. Maar dan moet de lezer wel weten wat het personage zo verlegen en bang maakt of blokkeert. Daarvoor moet je dus veel en goed in het hoofd van je personage kunnen duiken. Als je het lastig vindt om de gedachtestromen van een personage goed op papier te zetten, kan je het dus beter niet al te verlegen maken. Bij een verlegen personage zit het verhaal hem namelijk vooral in het wereldbeeld van je personage, niet in de acties die hij uitvoert.
Zeer verlegen (hoofd)personages zijn daarom vooral geschikt voor een psychologische roman.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door JJ Jordan on Unsplash

Schrijfoefening: interview over een levensverhaal

Als schrijver kan je soms te enthousiast te raken over je eigen verhaal. Omdat je je personages goed leert kennen, maak je ze soms leuker dan ze moeten zijn voor het verhaal. Of heb je net iets meer medelijden met hen dan goed is voor het plotverloop. Dat kan ten koste gaan van je neutrale bril. Deze oefening helpt je om van een afstandje te kijken naar je personage.

Interview met een nabestaande

Als je mijn blog al wat langer leest, weet je dat ik de documentaire Human een fantastische inspiratiebron vind voor het ontwikkelen van personages. Deze schrijfoefening gaat ook uit van de opzet van deze documentairefilm. Een relatief simpele vraag: “Hoe is jouw leven en wat speelt daarin?” kan een namelijk een schat aan informatie opleveren.

In deze oefening is je hoofdpersoon overleden en ga je een nabestaande interviewen (echtgenoot, vriend, zus, tante et cetera). Dit personage hoeft geen grote rol in het verhaal te hebben, maar moet je hoofdpersonage wel goed kennen. Voor een ideale duur van het interview, spreek je de ‘tekst’ van de nabestaande hardop uit. Ga echt even in diens schoenen staan. Aarzel ook even om je woorden te vinden, bijvoorbeeld. Zet een timer van drie minuten. Dan blijf je bij de kern van het verhaal blijft zonder het tekort te doen.

Opzet van het interview

Jij vertelt de nabestaande over het interview:
“Ik maak een documentaire over de levens van verschillende mensen en wil die in een tijdcapsule stoppen. Jouw geliefde is helaas al overleden, maar hoe zou jij willen dat die in de spreekwoordelijke geschiedenisboeken komt te staan?”


Het interview met Donatella hierboven is een heel goed voorbeeld uit de documentaire. Ze vertelt over haar gesloten vader. Hij kreeg door Alzheimer een andere persoonlijkheid. Daardoor was hij in de laatste periode van zijn leven opener en zachter naar zijn dochter.

Donatella stond dicht genoeg bij haar vader om te kunnen vertellen over hoe hij was. Ze vindt en weet er ook wat van:
* Het was moeilijk een relatie met hem op te bouwen;
* Hij was diep vanbinnen liefhebbender dan hij liet blijken;
* Hij had het allerbeste voor met zijn gezin.

Maar wat je niet uit dit interview te weten komt, zijn dingen als:
* waar hij werkte;
* wat zijn grootste angst was;
* die ene keer dat hij een flinke ruzie had met zijn beste kameraad.

Ze geeft een algemene indruk van haar vader en vertelt over de dingen die zij als het belangrijkste acht om die algemene indruk te kunnen schetsen.

Het belang van de algemene indruk

De algemene indruk van je personage geeft je een belangrijke houvast. Zo vergeet je niet wie je hoofdpersonage in de kern is en dwaal je minder makkelijk af : “Ja, mijn personage is gesloten, maar hij is ook een harde werker, een postzegelverzamelaar, dol op gebakken eitjes en heel goed in Duits.” Als je moeite hebt met het bepalen wat al dan niet belangrijk is om in een subplot te verwerken, kan je dat met deze oefening makkelijker afbakenen.

Nog een belangrijk voordeel is dat je niet te snel op de zaken vooruitloopt. Dan kan je belangrijke karaktereigenschappen of gebeurtenissen minder belangrijk maken dan ze zijn. In het geval van Vader Donatella: “Ja, maar ik weet dat hij in wezen een lieve man is, dus ook al vóór zijn Alzheimer laat ik hem hier en daar al zacht zijn. “
Dat is dus niet de bedoeling: je weet van het interview met Donatella dat dat (nog) niet aan de orde was. Hoe beter je je personage leert kennen, hoe groter de kans dat hij (of iets van hem) een darling wordt. Als je met andere ogen/ van een afstandje naar je personage kijkt, verklein je die kans.

De meerwaarde van de geliefde

Een persoon of personage kan nooit volledig door een neutrale bril kijken. De nabestaande dus ook niet. Maar een personage heeft een heel groot voordeel wat jij als schrijver niet hebt: een nabestaande hoeft geen plot in de gaten te houden. Als Vader Donatella een gesloten man was gebleven, dan had Donatella dat gewoon gezegd. Ze was er misschien wat treuriger om geweest, maar ze zou niet zomaar verzinnen dat haar vader Alzheimer kreeg en een lievere man werd. Dat zou eerder iets zijn wat jij als schrijver graag zou zien voor een mooi verhaalthema.

Voorwaarde van de nabestaande

De nabestaande heeft een belangrijke voorwaarde om geïnterviewd te mogen worden: hij mag niet verblind zijn door emoties. Denk aan dus bijvoorbeeld:
* De man die zijn vrouw zodanig verafgoodde dat hij ook haar drankprobleem niet als iets negatiefs zag; alles, echt álles aan vrouwlief was positief;
* De zoon die is mishandeld door zijn vader en niet meer over hem kan zeggen of denken dat het een eersteklas ^*$&! was;
* De ex-vrouw die is bedrogen en nooit over die verbittering heen is gekomen.

Kies in dat geval een ander personage voor het interview.

Donatella is een heel mooi voorbeeld van de ideale persoon om te interviewen: ze zegt eerlijk dat de relatie met haar vader grofweg het langste deel van haar leven erg lastig voor haar is geweest. Ze vertelt ook dat dat zelfs uitmondde tot andere rare situaties en een ernstig gemis. Als ze eenmaal over de ziekteperiode van haar vader begint, verwoordt ze wat dat teweegbracht. Ze koppelt wel een bepaald oorzaak en gevolg, maar dat geeft een mooie samenhang, zonder dat het ene gegeven het andere kleurt of tenietdoet.

Dingen om op te letten

Deze schrijfoefening kan je onverwachte inzichten geven. Het scheelt per interview wat voor nieuwe informatie je krijgt of waar je in bevestigd wordt. Maar na het afnemen van het interview kan je jezelf in ieder geval deze vragen stellen:
* Is mijn personage inderdaad (nog) wie ik dacht dat hij was?
* Loop ik vooruit op bepaalde zaken in het plot?
* Heb ik darlings over mijn personage ontdekt? Welke zijn dat?
* Zijn eventuele subplotten inderdaad zo belangrijk voor het verhaal als ze lijken?

Wat als je personage liegt?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: Wat als je personage liegt?

Liegen is moreel gezien niet oké, maar voor fictie is het een heel interessant gegeven. Voor je personage staat meestal veel op het spel en de afloop is onvoorspelbaar. Dat zijn twee ingrediënten voor een pageturner. Wat zijn de aandachtspunten en voordelen van een liegend personage?

Conflict blijft intact

Als je liegt, wil je niet dat iemand daarachter komt. Dat is al een conflict op zichzelf. In wat voor bochten moet je personage zich (blijven) wringen om de leugen in stand te houden? Dat is hoe dan ook ongemakkelijk en spannend. Dan zal de lezer de pagina blijven omdraaien om te weten wat die bochten gaan zijn en of die helpen om de leugen intact te houden.
Komt de leugen uit? Daar wordt je personage op aangesproken, zo niet afgerekend. De term conflict is dan niet alleen maar jargon voor creatief schrijven. Daar komt ruzie van. En ruzie kan zoveel gevolgen hebben of emoties losmaken dat je lezer genoeg heeft om zich wederom af te vragen hoe alles verder gaat.
Als je personage een web van leugens spint, schrijf ze dan vooraf uit. Je moet wel weten tegen wie je personage liegt op welk moment. Leugens zijn ingewikkeld. Of ze uitkomen of niet: ze hebben gevolg voor het verloop van je verhaal. Heb je de leugens niet op orde, dan wordt het verhaal wankel.

Het morele kompas van je personage

Liegen doe je niet voor je lol. Je personage wil iets geheimhouden als het liegt. Of dat nu relatief onschuldig is, zoals een geheime verliefdheid of iets serieus als criminele activiteiten. Dat geheim brengt iets interessants met zich mee. Dit geheim is belangrijker dan X. Wat is die X? Als je het antwoord daarop weet, dan weet je ook veel van de waarden of het morele kompas van je personage.
Stel dat een strenggelovige homoseksueel beweert dat hij heteroseksueel is. Dan is zijn geloof en/of wat zijn gemeenschap van hem denkt waarschijnlijk belangrijker voor hem dan zijn eigen persoonlijke identiteit.
Ook al blijft het bij een enkele leugen, je kan het antwoord op deze morele vraag ook gebruiken als basis voor de rest van je verhaal of de personageontwikkeling. Het personage in dit voorbeeld zal waarschijnlijk ook makkelijker groepsgerichte beslissingen maken die verder niets met zijn geaardheid of religie te maken hebben.

Interessant personage

Een personage is bereid om zijn integriteit en zijn gezin op het spel te zetten om wraak te nemen op degene die hem heeft opgelicht. En zijn vrijheid, als hij wordt opgepakt (of kan worden) voor moord.
Opoffering is een wat luguber begrip voor deze context, maar als je liegt, offer je iets op, of riskeer je dat. De leugen kan nu eenmaal uitkomen.
Of je personage nu sympathiek is en of je hem moreel gezien mag of niet, personages die liegen zijn narratief gezien vaak reuze interessant. Negen van de tien keer zijn ze moreel grijs in plaats van zwart-wit.
Dat maakt dat je ze als schrijver (en uiteindelijk de lezer ook) goed leert kennen. Daarmee voorkom je ieder geval dat je personage eendimensionaal of een wandelend cliché wordt.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.  

Foto door Taras Chernus op Unsplash

‘Ik hou van jou’ schrijven in een verhaal

Veel romantische verhalen hebben uitgebreide beschrijvingen over de eerste vlinders in de buik. Maar als je personages als koppel moeten eindigen, moet er uiteindelijk een knoop worden doorgehakt. Hoe krijg je personages als koppel bij elkaar zonder dat dat geforceerd overkomt?

Nooit omdat het hoort

Laten we beginnen bij het allerbelangrijkste: laat twee personages nóóit met elkaar eindigen of hun gevoelens opbiechten ‘omdat het nou eenmaal zo hoort’ dat er in een verhaal een romantisch koppel voorkomt. Hier kan je uitgebreid lezen waarom dat enorme schade aan je verhaal kan aanrichten.
Deze blogpost gaat over het koppelen van personages die daadwerkelijk van elkaar (gaan) houden en wiens relatie ook meerwaarde heeft voor het verhaal.

De aanloop

Voordat je het hoge woord eruit gooit: weet je zeker dat het de lezer al duidelijk is waarom deze personages goed bij elkaar (zouden) passen? Nee, echt waar: zeker weten? Heb je al voldoende signalen afgegeven en zijn de persoonlijkheden van beide personages goed uitgewerkt? Kennen de personages elkaar überhaupt goed genoeg om echt verliefd te zijn of te worden? Als je te vroeg piekt, is de relatie die volgt niet geloofwaardig meer voor de rest van het verhaal. Lees hier hoe en waarom een relatie narratief gezien (vroegtijdig) strandt.

De hamvraag: hoe dan?

Zoals altijd met schrijven werkt iets pas goed op het moment dat een trope goed is afgestemd op de specifieke omstandigheden die bij jouw unieke verhaal passen. Maar het moment van ‘Ik hou van jou,’ blijft hoe dan ook lastig om te schrijven, ook al blijf je dicht bij je eigen verhaal. Omdat er eindeloos veel liefdesverhalen zijn, is de kans enorm dat jouw liefdesverklaring al tig keer in die vorm is verteld. Denk aan de echte clichés als tijdens een boottochtje bij volle maan, maar ook aan een aankomend koppel dat rondloopt in een heuvelig park, in een moment van onoplettendheid pardoes van een heuvel kukelt, niet bijkomt van het lachen en elkaar vervolgens veelbetekenend in de ogen kijkt.
Als een trope al -misschien wel letterlijk- honderden miljoenen keer is gebruikt, is de kans nu eenmaal groter dat een uniek lijkende trope toch óók al honderden keren is verteld… Clichés echt voor de volle honderd procent voorkomen is in dit geval dus zo goed als onmogelijk. Als je het ‘hoofdstuk opbiechten’ in drie delen splitst, kan je dit moment alsnog redelijk origineel maken. Die delen zijn: de manier, het moment en de plaats waarop.

De manier waarop

Op het moment dat een personage het welbekende ‘Ik hou van jou’ uitspreekt, doet zich negenennegentig procent van de tijd een van de volgende scenario’s voor:
* het moment is spannend, omdat de opbiechter zenuwachtig is en zich ongemakkelijk voelt;
* het moment is superromantisch omdat de opbiechter zelfverzekerd is. Dan maakt het niet meer uit of het gebaar traditioneel gezien romantisch, of objectief gezien eerder ‘nerdy’ is, dan is alles schattig of romantisch. Let daar maar eens op 😉 .

Is poolen normaalgesproken eerder iets voor oudere mannen? Maakt niet uit: als de vonk er is, is dit moment (tijdelijk) ontzettend romantisch of aandoenlijk.
Foto door Luana Azevedo op Unsplash

Omdat deze beide scenario’s op hun eigen manier weinig origineel zijn, is dit een goed moment om heel goed te kijken naar de unieke show don’t tells van je personage. Waarin scheelt jouw personage ten opzichte van miljoenen anderen in dezelfde situatie? Komt hij met koekjes aanzetten bij zijn geliefde in plaats van met bonbons? Is zijn peptalk in de aanloop naar dit moment: ‘Morgen ben ik niet langer vrijgezel!’ waar iemand anders affirmeert: ‘Ik kan dit!”? Een optelsom van dit soort persoonlijke trekjes zorgt ervoor dat een standaard moment alsnog erg speciaal kan lezen.

Het moment waarop

In ieder scenario is het opbiechten van je liefde spannend, hoe zelfverzekerd je ook bent. ‘Waarom nu?’ is meestal een retorische vraag. Maar jij moet er een daadwerkelijk antwoord op hebben: waarom verklaart het personage nú zijn liefde? Dat kan relatief simpel zijn -hij houdt de spanning niet langer uit-, of wat ingewikkelder: als hij nú niet zegt wat zijn gevoelens zijn komt de ander die nooit te weten, omdat er een emigratie aanstaande is en contact houden in het buitenland lastig wordt. Hoe dan ook, zorg ervoor dat het antwoord op die vraag duidelijk is. Laat er ook de nodige tijd en sfeeromschrijving aan vooraf gaan om het moment het nodige gewicht te geven.

De plaats waarop

Een eerste keer ‘Ik hou van jou’ zeggen of horen als je knus naast de ander in bed ligt, is héél anders dan wanneer je dat hoort als de ander je in het ziekenhuis komt opzoeken na een ongeluk. Onderschat het effect van de omgeving niet op dit belangrijke moment. Het lokt namelijk totaal andere reacties uit. In het eerste scenario volgt er een gesprek vol opluchting en liefde, in het tweede scenario kan het verwarring en misschien zelfs paniek teweeg brengen. Het is het verschil tussen een gezellig ‘zullen we dan samen op vakantie gaan?’ en ‘Allemachtig, waarom vertel je dat nu pas? Als ik dat eerder had geweten, had ik me niet geblesseerd tijdens het sporten, waardoor ik nu ik in het ziekenhuis lig. Ik was gaan sporten omdat ik meende dat ik nog moest afvallen voor je mij aantrekkelijk zou vinden…’

“Als ik geweten had dat je mij toen ook al aantrekkelijk vond…”
Oeps… Dat geeft wel even een andere twist aan de invulling van een begin van een relatie…
Foto door Madrona Rose op Unsplash

‘Waarom hier?’ hangt nauw samen met ‘waarom nu?’. Het verschil in plaats kan het verschil zijn tussen een fantastische en moeizame start van een relatie. En dat heeft als vanzelf effect op je algehele plotverloop.

In de startblokken voor de clue

In een goede fictieve relatie helpen de geliefden elkaar te groeien in hun persoonlijk centraal conflict. Daarom is het narratief gezien verstandig om een relatie te starten (vlak) vóór een clue in het schema van save the cat. Op dat moment wordt een personage uitgedaagd om iets moeilijks of engs te doen. Hij zal dan om hulp vragen bij iemand anders: een goed moment voor de geliefde om te bewijzen dat hun relatie stevig en ook de moeite van het benoemen waard is. Zodra de clue achter de rug is, zullen de geliefden bovendien dichter naar elkaar zijn toegegroeid, wat de relatie verstevigt. Een prettig pluspunt!

Wat als je personage ziek is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: Wat als je personage ziek is?

Een personage is bijna altijd ernstig ziek: zelden is het slechts een paar dagen geveld door de griep. Als je personage echt iets zwaars onder de leden heeft, kan het al snel het hele verhaal opslokken. 
Zo schrijf je interessant over een ziek personage: of dat nu een onschuldige verkoudheid of iets veel ergers betreft. 

De banale ziekte 

Een paar dagen koorts, een enkele dag extreme buikpijn: je leest het bijna nooit in een verhaal. Tenzij het een voorbode is van een ernstige ziekte die later aan het licht komt. Dat komt omdat het onder het parapluutje van ‘alledaagse bezigheden’ valt. Net als een toiletbezoek, douchen, koffiepauze onder het (thuis)werken of het doen van huishoudelijke klusjes. Vrijwel altijd zijn deze gebeurtenissen zodanig nietszeggend dat je het niet interessanter kan maken dan het is. Daarom worden deze zaken vaak overgeslagen of simpel samengevat: met tegenzin begon Quan aan de afwas; hij wilde meteen door naar de bioscoop, waar hij hoopte het kassameisje te kunnen versieren.  

De ernstige ziekte 

De ernstige ziekte slokt het hele leven van het personage op, soms bijna letterlijk. In dat opzicht is het de exacte tegenpool van de banale ziekte. Pas bij deze ziekte vooral op dat je het verhaal niet verandert in een verhaal over een medisch dossier waar toevallig ook nog een personage bij hoort. Zorg er wel voor dat je een globale kennis hebt van het ziekteverloop: je moet een element wat belangrijk is voor een verhaal, realistisch kunnen portretteren. 

Pas op de plaats

De banale ziekte is een onderschat middel als moment om informatie op een rij te zetten, zowel voor de lezer als je personage. Sla die twee dagen op de bank niet zomaar over, maar laat je personage eens reflecteren op zijn manier van doen, de puzzelstukjes van een mysterie nog eens overdenken. Nu het plot niet afleidt, heb je daar alle tijd voor. Wie weet wat voor wraakacties of liefdesverklaringen je personage dan ineens bedenkt. En wat dacht je van ijlkoorts? Wie weet wat voor gekke gedachten er dan door je personage heengaan. Daar kan je vast wat creativiteit in kwijt.  

Bij de ernstige ziekte is deze ‘pauze’ een stuk langer en daardoor zowel een cliché als valkuil. Pas op dat je je personage niet degradeert tot een filosoof die de dood in de ogen kijkt en ineens antwoord weet op iedere levensvraag, of tot iemand die alleen maar boos is op het leven. 

Een kijkje in het karakter 

Hoe ziek je personage ook is, ziekte geeft een goede inkijk in diens karakter. Probeer in de ziekteperiode antwoord te geven op de vragen:

  • Laat het personage zich verzorgen, of is om hulp vragen moeilijk voor hem?
  • Gunt het personage zich de rust die nodig is om te herstellen? Dat geeft aan hoe koppig ze al dan niet is.
  • Vindt het personage zichzelf zielig? Zelfmedelijden is een heel moeilijk te breken comfortzone. Je zal veel aan dit personage moeten werken voordat het de figuurlijke of narratieve titel van held verdient. 

Al deze informatie is bruikbaar om je personage minder eendimensionaal te maken.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Kristine Wook op Unsplash.

Verhaalelement 4 Portland Pen schrijfwedstrijd

Ik hoop dat jullie zin hebben om te gaan schrijven! Hier is het laatste element van de Portland Pen schrijfwedstrijd.

De treinconducteur zorgt voor een plottwist, of vult het verhaal in ieder geval op een verrassende manier aan. De treinconducteur is een derde hoofdpersonage en mag niet de rol van je held of de gesprekspartner vervullen.
* Het mag blijken dat hij aan de noodrem heeft getrokken om voor stilstand van de trein te zorgen. Nu wil hij de passagiers vermoorden.
* Als hij ziet dat er iets tussen jouw helden op aan het bloeien is, mag hij een getalenteerde zanger zijn die een serenade improviseert.
* Hij mag jouw held op een vrije treinrit trakteren wanneer je held iets verrassends (voor hem) doet.

Enzovoorts. Eens te meer, laat je fantasie de vrije loop!

De rol van de treinconducteur moet natuurlijk wel enigszins te herleiden zijn. Lees daarvoor de blogs over cliffhangers en plottwists.

Daar komt een conducteur aan! Wat voegt deze persoon nog aan je verhaal toe?
Foto door Jonny Rothwell op Unsplash.

Een laatste tip: je kan de conducteur redelijk makkelijk een cliché-rol geven, zoals in de eerste twee voorbeelden hierboven. Die zijn redelijk standaard voor een invulling van een liefdes-of horrorverhaal.
Als je een cliché kan vermijden, is dat een pluspunt. Maar daar ga ik een verhaal niet per se op afkeuren. Zoals altijd bij een goed verhaal gaat het erom dat en hoe je een persoonlijke draai aan het verhaal geeft. Laat in deze (laatste) fase van het verhaal zien dat jij je verhaal en personages goed hebt uitgedacht. Laat bijvoorbeeld eerdergenoemde omstandigheden, symbolieken of karaktertrekken terugkomen.

Succes en vooral heel veel plezier met schrijven. Ik kijk erg uit naar jullie inzendingen! Deel en like de schrijfwedstrijd, het kan de prijzenpot nog steeds verhogen. Aanstaande maandag maak ik die definitief bekend door de wedstrijdpagina te updaten. Als je de andere verhaalelementen nog eens door wil lezen, klik dan hier.