Een goed motief schrijven voor je slechterik

Een slechterik heeft een reden om slecht te zijn. De reden waarom je slechterik voor het duistere pad kiest is op zichzelf nooit fout gekozen. De uitwerking ervan kan echter wel misgaan. Waar moet je op letten bij het motief van je slechterik?

De slechterik in het geheel van je verhaal

De laatste jaren is het in boeken en films erg populair geworden om de achtergrond en personagebiografie van de slechterik uit de doeken te doen om het motief te verklaren.
Dat is meestal verstandig, maar soms is het het beste om het simpel te houden. De slechterik wil simpelweg:
* Machtig worden
* Rijk zijn
* Koste wat kost met de koningsdochter trouwen

Deze ‘simpele’ motieven zijn vooral verstandig om te gebruiken wanneer:

* De slechterik zelf nauwelijks in beeld komt.
Heer Slecht is een dictator. Je leest over zijn legers, hoort personages zeggen hoe bang ze voor zijn regime zijn en in krantenkoppen wordt geschreven over martelingen die in zijn naam zijn uitgevoerd. Maar Heer Slecht zelf kom je niet in eigen persoon tegen. Dan zwakt het verhaal enorm af als je nog gaat verklaren hoe hij zo slecht heeft kunnen worden. Pagina’s vol schrijven over iemand die niet direct in het verhaal voorkomt, is een infodump in vermomming.
Als je wil dieper in wil gaan op het motief van Heer Slecht moet je op zijn minst een (spectaculaire) confrontatie met de held in het vooruitzicht kunnen stellen.

* Je doelgroep niet in is voor verdere verdieping
Als je lezers willen lezen ter ontspanning over iemand die ‘gewoon lekker slecht is’ ga het dan niet onnodig ingewikkeld maken.
Soms kan je doelgroep het gewoon nog niet bevatten wat iemand tot slechte daden aanzet: verwacht niet dat kinderen psychologische uitwerkingen kunnen volgen.

*Het motief te ziek voor woorden is om te willen verklaren.
Neem Cruella de Vil (woordspeling op Cruel Devil, wrede duivel) uit 101 Dalmatiërs. Wil je echt kunnen verklaren waarom iemand eigenhandig honderd puppy’s wil vergiftigen om er jassen van te maken? Soms is iemand gewoon slecht. Dan kun je beter geen verklaring willen geven.
Stel dat blijkt dat Cruella een slechte jeugd had en ook meerdere malen door honden is gebeten, waardoor ze er nu een hekel aan die beestjes heeft. Dan snap je haar gedachtegang misschien wat beter, maar alsnog wil ze al die puppy’s verdrinken. Vind je dat oké, nu je haar geschiedenis kent? Ik hoop het niet… En ondertussen zou het verhaal gaan over de jeugd van Cruella, niet meer over de ontsnappingspoging van de puppy’s. Dat kan ook niet de bedoeling zijn. En laten we wel wezen: hoe je het ook wendt of keert, Cruella spoort gewoon niet.

Als je zó kunt kijken, zit er gewoon een steekje los. Klaar. (Afbeelding copyright Disney)

Kijk goed of het meerwaarde heeft voor je algemene verhaal om je slechterik (veel) uit te werken. Hou in de gaten dat je de focus van het verhaal niet verliest door koste wat kost de slechterik ‘begrijpelijk’ te maken.

Een motief verklaren of goedpraten

Toch is het meestal verstandig om je slechterik uit te werken en iets uit zijn personagebiografie bekend te maken, zodat zijn motief duidelijk wordt. Om te beginnen moet je jezelf de vraag stellen: Wat doet de slechterik en waar ligt de oorzaak? In de uitwerking moet je altijd heel goed na blijven gaan wat je uitwerking voor effect heeft. Verklaar je iets, of praat je iets goed? Dat eerste is een goed teken. Doe je het tweede, dan gebeurt er wat we bij Cruella al zagen dat je niet moet willen.

Zo verklaar je het motief van je slechterik

Je slechterik moet iets zijn overkomen dat tot wandaden aanzet. Geweld, misbruik, trauma, pesterijen… Het maakt in eerste instantie niet veel uit wat het is, als de gevolgen maar logisch zijn.
En daar zit ook meteen de valkuil. Als je die gegevens slechts uit de doeken doet en het daarbij laat, praat je een motief goed in plaats dan dat je het verklaart. Dan maak je slecht gebruik van het ‘tragische achtergrondverhaal’: je slechterik komt ten onrechte en buitenproportioneel met van alles weg, omdat haar ooit iets naars is overkomen. Natuurlijk mag ze een gewapende overval plegen als de lezer maar weet ze vroeger is gepest…
Je kan deze volgende punten gebruiken als gereedschap om een motief te verklaren in plaats van goed te praten.

* Leg oorzaak en gevolg langs een tienpuntschaal en zorg dat die verhouding klopt. Iemand die jarenlang is gemarteld en nooit liefde heeft gekend (trauma 10, gevolg 10), zal makkelijker uitgroeien tot massamoordenaar dan iemand die één keer is gepest (trauma 1 gevolg 10).

* Laat de slechterik zichtbaar slechte dingen doen.
Stel dat het je is gelukt om sympathie op te roepen voor een alleenstaande drugsverslaafde vader met een dochtertje van vijf. De verklaring voor de drugsverslaving heb je gegeven: verslaving zit in de familie, vader heeft verkeerde vrienden en schulden.
Het gezin is zo blut dat ze al twee dagen niets hebben gegeten; al het geld is aan de drugs opgegaan. Als vader dan tien zeer onverwachte en even welkome euro’s aan wiet besteedt in plaats van aan eten voor zijn dochter, snap je waarom hij het doet. Zijn drugsverslaving is uit de hand gelopen. Maar dat neemt niet weg dat hij slecht bezig is (als vader).

* Laat de slechterik herhaaldelijk doof zijn voor redelijkheid of in een slachtofferrol blijven.
Zodra iemand anders de slechterik tot de orde roept met een onweerlegbaar tegenargument dat uitlegt waarom hun gedrag onaanvaardbaar is (Je bent vroeger zelf geslagen, maar het is niet eerlijk om dan je kinderen ook te slaan) kan een slechterik in een slachtofferrol schieten of het irrationele gedrag proberen rationeel te maken. Omdat dat nergens op slaat, keur je zo het slechte gedrag af en praat je het dus niet goed.
Zo voorkom je het ‘tragische achtergrondverhaal’.

Om je slechterik goed uit te werken, moet je hem ook goede kanten geven. Lees hier over de balans vinden tussen goed en slecht bij het realistisch uitwerken van personages.


Vijf punten waaraan je een sexy lamp herkent

Niet elk personage hoeft even boeiend te zijn. Maar als je het vrij letterlijk kan vervangen door een levenloos object, gaat er toch iets mis. Als dit bij een vrouwelijk personage gebeurt, wordt ze vaak een zogenoemde ‘sexy lamp’. Hoe herken je dit interessante meubelstuk, maar deze oninteressante vrouw?

1 Ze is mooi. Punt

Een sexy lamp is mooi, zodat ze de held van het verhaal kan motiveren om op zijn heldenreis te gaan. Denk aan de koene ridder en zijn schone jonkvrouw die in de laatste alinea van het verhaal nog even snel gekust wordt. In dit soort verhalen krijg je zelden meer te weten over de dame dan dat ze mooi is.  Meestal is het een hele toer om achter meer dan die ene eigenschap te komen. Als je zou vragen: “Wat is dat personage voor iemand?”  zou je meestal als antwoord krijgen: “Ze is mooi,” met een denkbeeldige onuitgesproken punt erachter. Dat is de eerste en belangrijkste rode vlag.

2 Ze is inwisselbaar met een levenloos erotisch voorwerp

De term sexy lamp is gebaseerd op een lamp in de vorm van een vrouwenbeen gestoken in een netkous met een hoge hak. Als je de vrouw kunt inruilen voor een levenloos voorwerp waar de man evengoed zijn pleziertjes uit kan halen, moet je op gaan passen.

3 Ze is de beloning van de man

Zoals je misschien al hebt kunnen raden, bestaat de sexy lamp omdat ze de beloning is voor de heldendaden van de man. Soms is dat zoals de jonkvrouw uit de eerste tip, die letterlijk niet eens spreekt. Zo extreem is het niet altijd. Maar een sexy lamp die wel praat, zal het vrijwel zeker alleen over de heldhaftige man hebben. Zo wordt het belang van de man en haar rol als zijn beloning nog meer benadrukt.

4 Ze voegt nooit iets toe aan het plot

Het is duidelijk dat de sexy lamp een redelijk hersenloze vrouw is. Daardoor zal ze nooit iets toevoegen aan het plot. Ze zal nooit met een goed idee komen en ze heeft geen eigenbelangen om naar te handelen. Ze heeft geen eigen leven, dus wil nooit iets…  Ze is er gewoon voor die kus van de ridder. Verder is ze nergens goed voor. Dat brengt ons bij haar laatste kenmerk.

5 Als ze niet mooi was, was ze uit het verhaal geschrapt

Als de sexy lamp niet sexy was geweest, was ze niet in het verhaal voorgekomen. Neem de levenloze lamp als voorbeeld. Als jij een mooie lamp in een huis ziet staan, denk je misschien even: “Goh, wat een mooie lamp.” Maar meteen daarna ga je verder met je leven. Die lamp zal waarschijnlijk na die ene terloopse opmerking niet meer in het verhaal terugkomen. Als die lamp niets bijzonders was, was hij het vermelden niet waard geweest. Voor de sexy lamp vrouw is dat niet anders.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Schrijf in vier stappen je persoonlijke standpunt

Elk verhaal heeft een centraal conflict, een thema en een hoofdpersonage. Hoe gebruik je die om je persoonlijke standpunt mee duidelijk te maken?

1 Bepaal een boeiend conflict

Alles waar je personage in een verhaal mee worstelt, wordt een conflict genoemd. Als je als schrijver een standpunt duidelijk wilt maken, is het conflict meestal groter van aard dan alleen een burenruzie over een schutting. Het is dan niet meer iets wat een personage toevallig overkomt, maar iets waar veel mensen grote problemen mee ervaren. Geef je personage echt iets om voor te vechten, in plaats van alleen een probleem dat opgelost moet worden. Denk aan:

* emancipatie
* gelijkheid van ras
* veilig uit de kast kunnen komen
* in opstand komen tegen een maatregel van een regering
* toegeven slachtoffer te zijn van emotioneel/seksueel/ fysiek geweld
* verslavingsproblematiek

2 Plaats het conflict in context

Zodra je het conflict hebt bepaald, bedenk dan in welke plaats of tijdperk dat het best tot zijn recht komt. Onderwijs voor meisjes is in Nederland zo vanzelfsprekend dat het hier geen conflict kan vormen. In grote delen van de wereld is dat nog wel een probleem. Laat dit conflict dus in bijvoorbeeld in Congo afspelen, niet in Nederland. Hou er rekening mee dat je dan veel onderzoek moet doen naar de Congolese cultuur en het onderwijssysteem aldaar. Als je het over emancipatie in Nederland wil hebben, kan dat nog steeds. Maar dan zal je het eerder over de salariskloof tussen mannen en vrouwen moeten hebben dan over onderwijs.

3 Je personage als relschopper

Je personage is persoonlijk betrokken bij het conflict. Maar je personage heeft net als echte mensen karaktertrekken. Ga na welke manier van relschoppen bij je personage past.
Een homoseksuele jongeman in Saoedi-Arabië heeft zware straffen op zijn seksuele oriëntatie staan. Als hij dapper is, zal hij ondergronds in opstand komen en illegale pro-homo boodschappen proberen te verspreiden onder de bevolking. Als hij minder moed heeft, zal hij misschien alleen in het geheim zijn geliefde ontmoeten.

Dat laatste klinkt niet zo heldhaftig als het eerste, maar dat maakt niet uit. Het gaat erom dat er iets op het spel blijft staan. Zolang je personage tegen de gevestigde orde ingaat en er iets te verliezen valt, is hij een relschopper.
Als je nog geen personage hebt bedacht, kun je hem aan de hand van je conflict schrijven. Kwam je personage vóór je conflict in beeld, bedenk dan goed wat voor manier van protesteren bij hem past.  

4 Conflict, context en personage combineren

Als laatste stap combineer je de eerste drie factoren:

* Bepaal een boeiend conflict dat aanleiding geeft tot relschoppen.
* Maak de context zo realistisch en interessant mogelijk voor de context (tijdperk en plaats) van je conflict.
* Zorg dat je personage op zijn unieke manier een relschopper wordt en jouw persoonlijke boodschap uit kan dragen.

De kloof tussen arm en rijk kan bijvoorbeeld aan de kaak worden gesteld in de late 19e eeuw, toen niemand (van de rijken) zich daar druk om maakte.
Een jong meisje van goede afkomst zet daar vraagtekens bij. Niet alleen komt ze tegen dat ze arme mensen als minderwaardig moet beschouwen, als vrouw heeft ze sowieso weinig te zeggen.

Als ze onverschrokken is, steelt ze openlijk geld uit haar vaders beurs en geeft ze dat aan de arme families. Als ze voorzichtiger is, pikt ze af en toe broodjes die de familiebediende bakt en smokkelt ze die naar de plaatselijke arme schoenmaker.  

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online en gedeeltelijk in dit nummer van Schrijven Online magazine.

Tell: wanneer moet het wel?

Je hoort heel vaak over het belang van show don’t tell. Als je wil leren schrijven is dat een essentiële techniek. Maar het gebruik van show kan worden overschat. Daarom geef ik antwoord op de vraag: “Tell, wanneer moet het wel?”

Show don’t tell

Lees hier mijn introductie over show don’t tell en hier hoe je show optimaal benut. Ik schreef in die laatgenoemde post over het ‘tell-effect’. Dat is een goede eerste aanwijzing waarom je soms beter tell dan show kan gebruiken.

Gebruik tell bij een tell-effect

Als je show zodanig veel gebruikt dat de verbeelding van je lezer alsnog wordt uitgeschakeld, krijg je een tell-effect. Als je merkt dat je een tell-effect hebt geschreven, ga dan eens na of een tell eigenlijk gerust kan. Bekijk deze zinnen eens:
Toen ik haar het vreselijke nieuws vertelde, zag ik de tranen opwellen in haar ogen (show)
Toen ik haar het vreselijke nieuws vertelde, begon ze te huilen (tell).

Geen van beide opties is per definitie beter. Als je voor de tell kiest, kun je daarna nog met show verder. Schrijf later hoe het personage een dag naderhand nog steeds niet wil eten, nog altijd niet uit bed wil komen…
Deze voorbeeldzinnen moeten duidelijk maken dat je personage verdriet heeft. Beide zinnen slagen daarin. Als opzichzelfstaande zinnen geeft de ene zin niet meer informatie dan de andere. Uiteindelijk bepaalt de verdere context hoe het verdriet van het personage daadwerkelijk overkomt. De lezer weet een pagina later niet meer of je in die ene zin de tranen over de wangen liet rollen of het personage gewoon liet huilen.

Het is belangrijk om te weten dat je over het algemeen show moet verkiezen boven tell. Maar evengoed moet je ook beseffen dat (een enkele) tell niet onmiddellijk getuigt van slecht schrijven.

Tell bij onmiddellijke actie of het moment suprême

Als er sprake is van onmiddellijke actie (al dan niet in de ‘actiescène’ zin van het woord) of als er iets dringends aan de hand is, is tell vrijwel altijd de beste optie. Door kort, bondig en daarmee vlot te schrijven, komt de actie of de urgentie beter over.
Je personage is te laat voor zijn werk:
Martijn zag dat hij te laat was. Hij vloekte, greep zijn sleutels en rende de deur uit.
werkt in dit geval beter dan Martijn keek op de klok en voelde zijn hart sneller kloppen en zijn hoofd rood aanlopen, terwijl hij naar zijn sleutels graaide en met grote stappen richting de deur liep.

Zie je dat het tell voorbeeld nog steeds enige show in zich heeft? Dat komt door de regieaanwijzingen (vloeken, grijpen en rennen). Als je die wijselijk gebruikt, zal je niet snel een gortdroge tell schrijven, zoals: Martijn zag dat hij te laat was. Hij werd boos, pakte zijn sleutels en liep de deur uit. Als je al wat schrijfinzicht hebt, dan voel je waarschijnlijk wel aan dat deze zin de actie laat uitdoven en erg traag leest.

Tell is vaak ook fijn voor een zeer belangrijk moment. Neem een huwelijksaanzoek. De man zit al op zijn knieën en heeft de ring al laten zien. Beschrijf dan alsjeblieft niet hoe ze uit haar ogen kijkt én hoe ze haar handen voor haar mond slaat én op en neer begint te springen. Dan slaapt de knie van de arme man voordat hij eindelijk eens het verlossende antwoord krijgt… Bovendien denkt de lezer dan: dit duurt te lang, ik snap het idee wel hoor!
Uiteindelijk berooft de show de ‘ja!’ dan van zijn gouden randje.
Een van de blije uitingen van de vrouw mag je (nog) best showen, maar een tell is hier ook voldoende: ze sprong dolblij in zijn armen.

Denk alsjeblieft aan zijn knieën 😉

Tell bij snelle observaties

Een plattelandsjongen gaat solliciteren bij een groot bedrijf. Eén ding valt hem meteen op: Iedereen is in pak.
Dat is een snelle observatie van het principe dat hij hoge piefen ziet. Dan is tell ook op zijn plaats. Anders krijg je: iedereen droeg glimmende schoenen, zijde dassen en op maat gemaakte pakken. Tegen de tijd dat jij dat gelezen hebt, is onze held alweer een halve gang verder gelopen. Dan is het geen vluchtige observatie meer.
Gebruik hierbij alleen show wanneer de observatie ook iets teweegbrengt hij het personage: de dure pakken en glimmende schoenen van iedereen die passeerde, maakte dat Piet zich niet op zijn plaats voelde. Hij plukte onzeker aan de mouw van zijn keurige bloes, die een rib uit zijn lijf was geweest.

Ook tell in dit voorbeeld heeft enige show in zich. Sloebers dragen geen pakken, dus dit zullen wel hoge piefen zijn. Ben niet onnodig bang voor een korte, droog lijkende beschrijving. Er zit vaak al meer show in dan je denkt!

Dit is geen schoonmakersuniform…

Tell bij een cliffhanger

Ken je de afkorting S.O.A.P. voor bij een cliffhanger nog? Let hier nog eens op de S.O. Spectaculair en Ongenuanceerd. Als je spectaculair en ongenuanceerd wil zijn, is tell een ideaal middel. Let eens op deze voorbeelden, allemaal zonder enige vorm van show, maar met een duidelijke tell:

* Toen viel hij dood neer
* In een klap was het dorp verwoest door de vulkaanuitbarsting
* Hij viel zo hard op grond dat zijn been brak

Met show beschrijf je hoe het bloed uit de wond in de borst stroomt, de lava op het dorp afkwam of hoe het akelig krakende geluid de kamer vulde.
Deze shows kun je gerust gebruiken, maar ze zijn al minder spectaculair en niet langer ongenuanceerd. Ga dus na wat je beoogde effect is.

Show don’t tell balanceren

Er zijn geen waterdichte trucs voor het gebruik van tell. Hetzelfde geldt voor een show. Nogmaals: over het algemeen is een show beter dan een tell. Maar show don’t tell blijft een schrijftechniek, geen schrijfregel. Je zal zelf een balans moeten vinden.
Bij creatief schrijven moet je vooral op inzicht afgaan. Staar jezelf nooit blind op een schrijftechniek. Ook niet op de belangrijkste van allemaal. Lees daar hier meer over.


Zo wordt jouw expositie superspannend: drie aandachtspunten bij het schrijven van expositie

Soms wordt er informatie gegeven in een verhaal op een manier die niet natuurlijk voelt. Het laat de lezer denken: “Moet ik daar nou echt zó achter komen?” Hallo, slechte expositie! Op wat voor manieren komt informatie geven geforceerd over? En belangrijker nog: Hoe kun je dat voorkomen?

1 Gebruik een aanloop

Slechte expositie is vaak het omgekeerde van show don’t tell. In plaats van iets te laten beleven, wordt het gortdroog beschreven. Dan gaat het spannende en/of de lol eraf en wordt het moment bedorven.

Een goed voorbeeld van hoe je dat kunt voorkomen is een zwangerschapsaankondiging. Die heeft altijd wel een bepaalde inleiding: “Nee sorry, ik ben volgend jaar niet fit genoeg om mee te gaan rondtrekken in de wildernis. Mijn voeten zullen dan te gezwollen zijn om nog veel te kunnen lopen…” Of in een dramatischer scenario: “Pap, beloof me dat je Mario niet aan gaat vallen, maar…”
Dan gaat de lezer (en soms ook een ander personage) uiteindelijk vanzelf conclusies trekken. “Hoezo? O, wacht eens even… Ze is zwanger!”

Een vrouw zegt uit het niets: “Ik ben zwanger.” Letterlijker wordt show don’t tell niet. Je moet (zo)iets niet plompverloren zeggen. Bij een zwangerschapsaankondiging in het echte leven zal de vrouw het niet zo willekeurig zeggen. Ze zal hints geven, aarzelen, haar blijdschap proberen te verbergen… Belangrijke informatie heeft (sfeer)opbouw, uitleg en context nodig. Let daar dus op tijdens het schrijven.

Je hoeft niet elke keer dat je informatie bekend maakt grote aanlopen te nemen, want dat kan vermoeiend worden. De onthulling moet in verhouding staan met de informatie die je geeft. Maak de onthulling niet overdreven als dat niet nodig is.

Let ook op het gebruik van clichés: “Ik moet je iets vertellen…” “Wat ik nou toch heb gehoord…”
De deur stond op een kier en er sijpelde een plas bloed de gang op. Het is een gok, maar geen schok meer als dan blijkt dat er iemand is vermoord.

2 Vermijd ‘de verklaarder’

De verklaarder is een personage dat alles aan andere personages uitlegt, en de lezer daarmee berooft van de belevenis van het verhaal.
De verklaarder zegt tegen zijn toehoorder: “De oorlog wordt erger en de mensen worden bang. Ik sprak de buurman gisteren en hij zei dat hij overweegt het land uit te vluchten.” Nu zegt dat personage dat de oorlog heftig is, maar als lezer merk je dat niet. De verklaarder is dus eigenlijk een ‘tell’ met handen en voeten. 

In plaats daarvan kun je dezelfde scène zo schrijven: De buurman komt het personage haastig een laatste hand geven. Hij heeft zijn wereldse bezittingen in een koffertje gepropt en achter hem ontploft een bom… Dan wordt de lezer het verhaal pas echt ingezogen.   

3 Gebruik geen brief

De brief is zo’n standaard instrument uit de trukendoos van expositie dat hij zijn eigen kopje verdiend. Hij is uitzonderlijk clichégevoelig.  De nooit geopende en vergeelde liefdesbrief gaat de familiegeschiedenis veranderen, het gesealde document gaat een testuitslag bekend maken… Probeer waar je kan de brief te vermijden als expositievoorwerp, tenzij je er een creatieve draai aan kan geven. Een envelop waar een uitnodiging voor een bruiloft in zit? Misschien staat er in de binnenkant van de envelop wel een boodschap van een gijzelnemer in gekrabbeld…

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Show don´t tell optimaal benutten

Show don’t tell is een van de basistechnieken van schrijven. Het is de makkelijkste manier om een verhaal levendig te maken. Als je weet wat het is, ben je er nog niet. Hoe haal je het meeste uit deze schrijftechniek?

Een korte definitie van show don’t tell

In het kort betekent show don’t tell dat je in plaats van iets simpelweg opschrijft, je omschrijft wat er gebeurt, te zien is of wat de emoties van een personage zijn. Bijvoorbeeld de tranen liepen over mijn wangen in plaats van Ik huilde. Of De ketting van de fiets rammelde, de bel was verroest en er zat een deuk in het wiel in plaats van de fiets viel van ellende uit elkaar. Lees hier mijn uitgebreide introductie van show don’t tell.

Show don’t tell als sfeermaker

Over het algemeen kun je show don’t tell zien als de sfeermaker van een scène. Ga maar na:
* Je beschrijft de meubels in een kamer om duidelijk te maken of die modern of ouderwets is.
* Aan de hand van gezichtsuitdrukkingen wordt de sfeer van een gesprek duidelijk. Worden wenkbrauwen gefronst en tanden geknarst? Dan zijn de mensen niet gezellig hun weekendplannen aan het bespreken.
* Als iemand smakkend van genot aan de eettafel zit, is dat waarschijnlijk meer dan een gemiddelde avondmaaltijd. Grote kans dat er uitgebreid gekookt is om iets speciaals te vieren en er dus een feestelijke sfeer hangt.
* Een scene wordt spannend van toon als de lezer merkt dat iemand stiekem een wapen heeft gekocht. Wat zou hij daarmee van plan zijn? Heeft hij vijanden? Zit hij in de illegale wapenhandel?
Een ‘tell’ zou dit meteen verpesten: Sjaak heeft Rafael net uit het niets neergeschoten met zijn nieuwe geweer. Dan blijkt wel dat Sjaak Rafael niet mocht… Maar sfeeropbouw geeft het niet, want Rafael is al dood voor je merkt dat er iets spannends gaat gebeuren.

Als Sjaak onmiddellijk de hoek om komt stormen, is dat geen sfeermaker, maar een sfeerbreker. Show don’t tell is een subtiele manier van sfeeropbouw, waar tell eerder iets meteen duidelijk wil maken.

Als je show don’t tell gebruikt, bedenk dan wat voor sfeer je wil benadrukken. Dan komt de techniek het beste tot zijn recht.

Het ‘tell -effect’ bij overdadige show

Een nadeel van show ten opzichte van tell is dat het een groter woordenaantal heeft. Daardoor kan een teveel aan show verzanden in bloemig taalgebruik. Dat kan tegenstrijdig voelen. Show don’t tell is immers bedoeld om de lezer iets te laten beleven en bloemig taalgebruik haalt de lezer door eindeloos gebabbel uit het verhaal.
Maar als je een verhitte discussie omschrijft door te zeggen dat de één een kloppende ader bij de slaap heeft, de ander een rood aangelopen hoofd heeft, een derde zit te knarsetanden en de vierde persoon de vuisten heeft gebald, dan hoop ik als lezer dat er geen twintig mensen in die vergaderzaal zitten…
Teveel gebruik van show kan een ‘tell- effect’ opleveren. Je show is dan misschien geen echte tell, maar het effect blijft hetzelfde. De verbeelding van de lezer wordt niet aangesproken.
Bij een echte tell gebeurt dat omdat het niet nodig is: Ik huil laat weinig aan verbeelding over. Maar als de lezer van al die heethoofden op de vergadering bij moet houden hoe ze hun frustratie uiten, wordt hij ook uit het verhaal gehaald. Hij is nu boze reacties aan het ontleden en tellen, niet meer die vergadering aan het beleven.
Als je show eerder een optellsom wordt (zie je de woordspeling? 🙂 ) dan heb je een ‘tell-effect’.

Tell effect voorkomen

Je kan het tell-effect voorkomen zonder meteen toevlucht te zoeken tot tell. Onze heethoofdenvergadering hoeft niet meteen beschreven te worden als: iedereen was laaiend. Combineer show daarvoor met regieaanwijzingen. Vergelijk
“Dat is niet waar,” zei hij met “Dat is niet waar,” schreeuwde hij. Die man is niet in zijn hum. Dan hoef je niet langer een (uitgebreide) beschrijving van zijn gezichtsuitdrukking te geven. Hoe dan ook, als je de lezer wil laten beleven, blijf dan als vuistregel aanhouden: beleving is belangrijker dan omschrijving/ beschrijving. Óók bij show.

Of iemand nu rood aanloopt of schreeuwt, een van deze dingen maakt al duidelijk dat diegene boos is.

Show don’t tell en zintuigen

Zintuigen zijn een gemeen dingetje bij het gebruik van show don’t tell. Over het algemeen kan je zeggen:
* Proeven en ruiken zijn goudmijntjes.
In het dagelijks leven sta je relatief weinig stil bij deze zintuigen. Als je ze omschrijft werkt dat heel beeldend. Pas op dat je niet letterlijk schrijft ik ruik of ik proef dan wordt het alsnog een tell.
De geur van bijtend plastic brandde in mijn neus of De zoete appeltaart leek op mijn tong te dansen werkt dan beter.
* Zien en voelen zijn gevaarlijk.
Ik zie een mooie stoel in de kamer staan. Ruud zag dat Freddy blij was. Dit zijn duidelijke voorbeelden van tell. Als je veilig wil zitten, gebruik dan Ik zie dat…. en ga dan omschrijven: Ruud zag (dat) Freddy’s ogen straalden.
Maar dit voorbeeld is al redelijk grijs gebied. Ga heel goed na wat voor meerwaarde het heeft om het visuele zintuig expliciet te vermelden.

Hetzelfde geldt voor voelen. Ik voel me misselijk leest vlotter als je schrijft ik proefde braaksel in mijn mond.
Ik voel me verdrietig, kun je vervangen door: ik kon wel in huilen uitbarsten en Ik ben duizelig wordt Mijn hoofd begon te tollen.
Als je personage intern iets voelt, zoals hierboven, is ik voel vrijwel altijd een tell. Als er een externe factor het personage iets laat voelen (Harry voelde de hond tegen zijn benen springen of Piet voelde de wind door zijn haar waaien) dan kom je in hetzelfde grijze gebied zoals beschreven bij ‘zien’.

Je moet afwegen wanneer je deze grijze gebieden al dan niet gebruikt voor een goede balans tussen show en tell. Want hoe belangrijk show ook is, tell is niet altijd de grote boosdoener. Hij kan zelfs soms ontzettend nuttig zijn. Ik zal daar volgende week over schrijven.

Drie extra en exclusieve tips om een Mary Sue te vermijden

Je personage moet interessant zijn. Een bekende valkuil is dat je dan een overdreven perfect personage schrijft en daarmee een Mary Sue schrijft. Ik schreef al eerder wat een Mary Sue is. En ik gaf hier ook al puntsgewijze tips over haar. Maar hier zijn er nog drie extra, die je alleen op de blog van verhaal en taal kan vinden. Bedankt dat je mijn blog bezoekt! 😊

1 Zorg dat gebreken en kwaliteiten in balans zijn

Iedereen kan bedenken dat tien goede eigenschappen tegenover nul vervelende eigenschappen niet realistisch is. Maar het gaat niet eens zozeer om het aantal goede of slechte eigenschappen die een personage heeft, maar hoe ze elkaar balanceren.

Neem Assepoester: mooi, slank en een goede danseres. Het moment dat ze het paleis binnenkomt, heeft ze een hoog Mary Sue-gehalte. De prins valt onmiddellijk in katzwijn, meteen volgt een romantische dans en dan blijkt dat die twee voor elkaar gemaakt zijn. Vergeet ook niet dat het hele koninkrijk wijkt voor Assepoester als de Rode Zee voor Moses als ze haar entree maakt.  
Dit is niet echt herkenbaar voor de lezer: hoe vaak wijkt de hele nachtclub voor je en wordt je met open mond aangestaard als je in je mooiste topje een avondje gaat stappen?

Nu krijgt Assepoester een gebrek: ze is praatziek. Dan heb je nog steeds drie goede eigenschappen tegenover één gebrek. Maar dat ene gebrek staat het perfecte prinsessenbeeld wel in de weg. Die wals is niet echt romantisch meer als Assepoes maar door blijft praten over de vogels in haar achtertuin. Dan hoeft het bal niet per se slecht af te lopen voor haar, maar dat overdreven perfecte randje is dan wel verdwenen. Ongemakkelijke momenten tijdens de dans, of misschien wel een blauwtje lopen? Dat is niet meer perfect. En dus ook herkenbaarder voor je lezer.

Niet alles op het bal van Assepoester hoeft perfect te gaan 😉

2 Draai hyperbolen om

Bijna alle kwaliteiten van de gemiddelde Mary Sue zijn kwaliteiten waaraan een vrouw idealiter zou moeten voldoen. (slim, slank, mooi, onzelfzuchtig, zacht, gul, zorgzaam, aardig, bescheiden en getalenteerd.)  Mary Sue is vaak een hyperbool van vrouwelijke waarden. Daardoor legt ze de lat van ‘een goede vrouw zijn’ ondoenlijk hoog voor je lezeressen. Zij kunnen dan vervolgens denken: “Zij is de perfecte vrouw, en ik zal dat nooit voor elkaar krijgen.” Hierdoor is de kans dat je verhaal wordt weggelegd.

Je kan dit vermijden door de gebreken van jouw vrouwelijke personage de tegenhanger van zo’n vrouwelijke norm te maken. Geef haar eens een grote mond of maak haar niet moeders mooiste .

3 Mijd de moraalridder

Mary Sue heeft vanwege haar overdreven goede karakter nogal eens de neiging om te gaan preken over allerlei goede zaken. “Doe jij géén vrijwilligerswerk voor het kattenasiel en de Cliniclowns? Maar iedereen met een goed hart doet dat toch?”
Als je merkt dat je personage een voorstander is van een goed doel of zich ergens voor inzet, bekijk dan goed of dat iets toevoegt aan het verhaal. Als dat niet zo is, kun je het er beter uithalen. Anders maak je je personage geen heldin, maar een irritante moraalridder.

Met deze drie tips is overdadig omschrijven verleden tijd

Het lijkt een goed idee om flink te omschrijven. Zo laat je blijken dat je een grote woordenschat en een goed beeld hebt van hetgeen je beschrijft. Maar dit kan tegen je werken en de verbeelding van je lezer blokkeren. Met deze tips schrijf je zowel boeiend als beeldend.

1 Beperk je bijvoeglijke naamwoorden

Omschrijvingen hebben als doel dat je de verbeelding van de lezer aanroept en uitdaagt zelf verder aan de slag te gaan. Hierna wordt de lezer verder in het verhaal gezogen.
Jan kocht niet zomaar een auto, maar een nieuwe, dure, auto.  
Dit voorbeeld werkt: De lezer kan net als Jan wegdromen bij de luxe auto. Dat had niet gekund als Jan ‘gewoon’ een auto had gekocht. Het had net zo goed een tweedehands rammelbakje van Marktplaats kunnen zijn.
Maar omschrijvingen, met name bijvoeglijke naamwoorden kunnen gevaarlijk zijn voor beeldend en boeiend taalgebruik. Een voorbeeld: Het is zacht, lichtbruin, romig, rechthoekig, zoet en goedkoop. Melkchocolade! Logisch toch? Nou, nee. Want ik heb het zo uitgebreid omschreven dat je waarschijnlijk bezig was om al die puzzelstukjes op zijn plaats te krijgen. Je was een raadsel op aan het lossen, niet je iets aan het voorstellen.
Zelfs als ik vooraf had gezegd dat het chocolade was geweest, was het vervelend geweest om te lezen. Daarover meer in de volgende tip.

Als vuistregel kun je gebruiken: beschrijf met maximaal twee bijvoeglijke naamwoorden (heel soms is drie ook nog oké, maar meer dan dat echt niet). Als je opmerkt dat je er meer gebruikt hebt, schrap dan de minst belangrijke.

2 Laat de verbeelding van de lezer het meeste werk doen

Niet alleen veel bijvoeglijke naamwoorden, maar ook overdadige omschrijvingen in het algemeen zetten de verbeelding van de lezer op slot en maken de leeservaring heel traag. Bijvoorbeeld: De kamer heeft bruine meubels, een koekoeksklok, haakkleedjes op de tafel, versleten stoelen en een houtkachel. Het tapijt is versleten en vergeeld en de lucht ziet blauw van de sigarettenrook.
Deze omschrijving bevat maar liefst dertig woorden. Gaan we nog naar het plot of blijven we het halve verhaal in deze kamer rondkijken…?

Een ouderwets ingericht huis met een bejaarde bewoonster. Zo kan het ook. Deze omschrijving is wat mager. Maar als je het bij de haakkleedjes en de bruine meubels houdt, komt het beeld ook al voldoende over. Dan laat je het aan de lezer over of er al dan niet een koekoeksklok in de kamer is of dat de kamer vol rooklucht hangt. Als de lezer zijn fantasie kan of moet gebruiken, levert dat een prettigere leeservaring op.

3 Spreid je beschrijvingen

Laten we de woonkamer van de vorige tip nog eens bekijken. Je hebt de haakkleedjes en de meubels genoemd. Maar het is voor het verhaal misschien belangrijk dat de lezer weet dat er een kettingrookster in het huis woont. Dan hoef je alsnog niet over de blauwe lucht en het vergeelde tapijt te schrijven. In plaats daarvan zou je de eigenaresse bijna kunnen laten stikken in een hardnekkige rokershoest zodra ze de kamer binnenkomt. Dan raadt de lezer alsnog dat sigaretten niet ongewoon zijn in dit huis. Zo blijf je ook niet tot vervelends toe in de omschrijving van de kamer hangen. Spreid je omschrijvingen waar je kan over meerdere objecten, personen, omstandigheden en plaatsen in je verhaal.  

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Kill your darlings: vier tips voor als je tegen je wil moet schrappen

Soms moet je dingen schrappen als je schrijft. Dat hoort erbij, maar als je iets moet schrappen waar je trots op bent, wordt het lastiger. Hoe doe je dat erg moeilijke “kill your darlings”?

Wat is kill your darlings?

Kill your darlings betekent dat je vanwege het woordenaantal, de vaart van het verhaal of om een andere reden iets moet schrappen waar je trots op bent. Datgene wat je liever niet wil schrappen, is je darling. Een scène, een personage, een losse zin… Omdat jij als het ware fan bent van je darling, heb je een blinde vlek eromheen ontwikkelt. Hierdoor kan je niet helemaal neutraal naar je tekst kijken. Meestal wijzen je proeflezers je op je darling, omdat ze zich eraan storen dat iets te veel van het goede is.

1 Ga na waarom je fan bent van je darling

Je bent vaak onbewust fan van je darling omdat die persoonlijke waarden weerspiegelt: “Natuurlijk is de hobby van de beste vriend reizen. En dat blijft zo: ik ben zelf in meer dan honderd landen geweest.”
Het komt ook vaak voor dat een citaat of een personage uit het dagelijks leven komt. Het is iets dat je nauw aan het hart ligt: “Deze wijze raad heb ik van mijn opa. Dat citaat gaat er dus mooi niet uit.”
“Het uiterlijk van deze fictieve vrouw is vrijwel hetzelfde als dat van mijn prachtige vriendin. En dus ga ik haar niet minder mooi maken omdat de proeflezers haar onrealistisch mooi vinden. Zij begrijpen het gewoon verkeerd!”

2 Kijk of het een tikje minder kan

Als we de mooie vrouw als voorbeeld nemen, zou je het volgende kunnen doen: stel dat ze mooie lippen, ogen, borsten, benen en een mooie stem heeft. Wat aan je vriendin vind je het meest aantrekkelijk? Als het haar stem en lippen zijn, maak haar andere lichamelijke kenmerken dan wat minder bijzonder. Dan blijft ze nog steeds gedeeltelijk jouw prachtige geliefde, maar dan komt ze niet meer als onrealistisch mooi over. (Ook al weet jij wel degelijk beter en is jouw wederhelft wel degelijk de mooiste dame van de hele wereld.)

3 Spreid waar je kan

Je kan als klimaatbewust persoon over een milieuactivist schrijven. Maar moet hij eigenhandig de regenwouden opnieuw helpen beplanten, het windmolenpark beheren en al het plastic uit de oceaan halen?

Je kan ook schrijven over een trio van vrienden die zich elk om één van deze doelen bekommeren. Dan schrijf je ook een toontje lager. Als je over verschillende personages spreidt, werkt dat in je voordeel. Drie sterk uitgewerkte personages werken beter dan eentje die te geforceerd is.

4 Verwijder je darling nooit volledig

Als je uiteindelijk een darling moet schrappen, zorg dan dat je de geschrapte tekst in een apart documentje bewaart. Je bent niet voor niets ‘fan’ van dit personage, citaat of deze scène. Tenzij je geen fan, maar een regelrechte bakvis bent, kun je ervan uitgaan dat je darling wel degelijk een bepaalde waarde voor je verhaal heeft. Misschien kun je een gedeelte van je darling ergens anders in het verhaal alsnog kwijt.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Herken de vijf signalen van de irritant perfecte vrouw

In het echt bestaat ze niet. Maar in (romantische) films en boeken kun je niet om haar heen. Iedereen kent haar: beeldschoon, slim, gul, onzelfzuchtig, lief, grenzeloos getalenteerd, maagdelijk onschuldig en populair… Deze vrouw heeft zelfs een naam om haar als cliché te kunnen aanduiden: Mary Sue.

Leer haar herkennen en voorkom zo dat je haar schrijft.

1 Te mooi om waar te zijn

In zowel innerlijk als uiterlijk is Mary Sue te mooi om waar te zijn. Ga haar kenmerken nog maar eens na. Een echt persoon heeft nooit al deze karaktertrekken. Denk aan een bewonderenswaardig persoon die je kent. Die heeft een aantal van deze karaktertrekken, maar niet allemaal. Sowieso heeft diegene iets dat Mary Sue niet heeft: tekortkomingen.

2 Ongelooflijk populair

Populaire mensen staan in de belangstelling. Maar die belangstelling vervaagt als die persoon weer naar huis gaat, of het roddelblad is uitgelezen. Mary Sue blijft altijd het onderwerp van gesprek. Iedereen wil continu weten wat ze doet, bij haar in de buurt zijn en iedereen is het altijd met haar eens. Ze is letterlijk ongelooflijk populair. Een lezer zal met zijn ogen rollen als hij ziet hoe iedereen met haar wegloopt.
Mary Sue doet nooit iets fout en heeft geen tekortkomingen. Mocht je die haar hebben gegeven, dan wuiven andere personages dat gewoon weg. Eventuele fouten van Mary Sue hebben nooit een verder gevolg.

3 In alles overdrijven

Gewoon aardig zijn is niet genoeg voor Mary Sue. Ze geeft niet alleen gratis bijles aan haar nichtje. Dan doen sommige stervelingen ten slotte ook wel eens.  
Mary Sue offert haar studie en sociale leven volledig op om continu bij haar doodzieke buurjongetje in de buurt te kunnen zijn. Ook al heeft het kind ouders. Dat geeft niet. Dan helpt Mary Sue de ouders wel door het huis elke dag van boven tot onder te poesten en boodschappen te doen. Als het maart is, doet ze ook meteen de belastingaangifte. Je moet er immers zijn voor je medemens… En als er een zwerfkat zijn pootje breekt, snelt ze naar de dierenarts en is de nog dagen van streek door dat vreselijke ongeval.

Kortom: Mary Sue overdrijft al haar positieve karaktereigenschappen tot de macht tien.
Als je in haar in het echte leven zou tegenkomen, verwacht je ergens een addertje onder het gras. Iemand kan niet zó geweldig zijn.

4 Mary Sue blokkeert plotontwikkeling

Wat weten we inmiddels van Mary Sue?

* Ze is perfect in alles wat ze doet
* Ze maakt nooit fouten
* Iedereen in het verhaal maakt zich altijd alleen maar druk om wat zij doet
* Iedereen is het altijd met haar eens.

Zie je dat dat de opbouw van een verhaal blokkeert?

In een perfect wereldje waar nooit iets fout gaat of fouten worden gemaakt, ontstaat er geen centraal conflict. En als iedereen Mary Sue altijd alleen maar ophemelt, is een ‘gewone ruzie’ ook uit te sluiten.

Je kan Mary Sue een tegenstander geven. Als iedereen echter die tegenstander tegenwerkt, kun je niet echt van een conflict spreken.
“Jij bent tegen Mary Sue, foei! Dat wordt gestraft met een opsluiting.”
De rechter staat aan de kant van Mary Sue (het hele universum spant immers in haar voordeel samen) waardoor er nooit een eerlijk proces komt. En geen proces betekent: geen conflict.

Geef je personage tekortkomingen en ze is al snel Mary Sue – af.   
Maak die tekortkoming dan wel iets wat echt in haar nadeel werkt. Niet: “Ik vloek, maar alleen in mijn hoofd. Hardop zou tè erg zijn.”

Wat voorbeelden:
* maak haar dom, zodat ze knullige fouten maakt
* laat haar werken voor haar talent, in plaats van dat cadeau te geven
* geef haar een paar controversiële standpunten die tegenstand uitlokken bij anderen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online