Doelgroep: voor wie schrijf je?

Als je duidelijk hebt voor welke doelgroep je schrijft, zal je verhaal vaker met plezier worden gelezen. Hoe schrijf je op een manier die je doelgroep aanspreekt?

Ijkpersoon: wie is je doelgroep?

Een ijkpersoon is een fictief persona die jouw ideale ‘gemiddelde lezer’ voorstelt. Maak een ijkpersoon door net als voor je personages een biografie te schrijven. Verwerk daar dingen in als:

* Is het een man of vrouw?
* Hoe oud is hij of zij?
* Wat zijn zijn of haar interesses?
* In wat voor gezin woont hij?
* Heeft hij een baan? Wat voor een en hoe druk is die?
* Wat is zijn sociaaleconomische achtergrond?
* Welke etniciteit heeft je ijkpersoon?
* Hoe goed kan deze persoon lezen (nog maar net omdat ze in groep 4 zit, of heel goed omdat ze hoogwaardige literatuur leest?)

Als je een ijkpersoon maakt, weet je voor wie je schrijft en zo blijft je schrijfstijl hetzelfde. Als je weet dat je doelgroep lager geschoold is, ga je niet met ellenlange zinnen of ingewikkelde woorden strooien.

Doelgroep: voor welke leeftijd schrijf je?

Hou goed in de gaten voor welke leeftijd je schrijft. Bedenk wat typerend is voor de leeftijdsfase van je ijkpersoon. Denk hierbij aan:

* Kleuters gaan voor het eerst naar school
*Tieners gaan experimenteren met dingen als alcohol, roken en seks en grenzen verleggen.
*De twintiger wil meer van de wereld zien of een gezin stichten.
* De vijftiger zit in een mogelijke midlifecrisis en heeft behoefte aan spanning.
* De bejaarde kijkt terug op het leven en heeft meer behoefte aan rust.

Je weet niet wat dit meisje leest, maar het is waarschijnlijk geen Charles Dickens…

Natuurlijk zijn er grijze gebieden. Een tiener kan net zoveel van een goede detective genieten als een oude dame dat kan. Maar het is altijd handig om een algemeen beeld te hebben. Ook voor je personages! Het is geloofwaardiger om je bejaarde personage de wijze in het verhaal te maken dan de tiener…

Wat begrijpt je doelgroep?

Niet iedereen heeft hetzelfde leesniveau. Bij kinderen spreekt dat voor zich: een kind van zes hakt woorden nog in stukjes, een kind van twaalf leest een hele pagina in een paar minuten. Maar ook niet alle volwassenen begrijpen alles wat ze lezen, al naargelang hun opleiding.

Een hoogopgeleide zal de zin: ‘Het prachtig vervaardigde schilderij gaf een authentiek beeld van de betreffende tijdsperiode, hoewel het tevens een aantal irrelevante overdrijvingen leek te bevatten om de herkomst en levensomstandigheden te kunnen weerspiegelen,’ begrijpen. Maar iemand met een gemiddelde opleiding kan hier geen touw aan vastknopen. Waarom niet?

* De zin bevat moeilijke woorden.
* De zin is lang.
* De zin gaat indirect uit van een bepaalde voorkennis.

Als vervolg op de voorbeeldzin kan er staan dat een kimono overdreven veel aandacht kreeg, zodat het duidelijk was dat het schilderij een scène voorstelde uit de hogere klassen in Japan. Maar is dat wel overdreven? Als jouw lezer niet weet of een kimono in Japan of China werd gedragen en wanneer, waarom en door wie, dan is het helemaal niet zo logisch.
Probeer duidelijk te krijgen waar jouw ijkpersoon (voor)kennis van heeft. Schakel daarom een proeflezer in die veel wegheeft van jouw ijkpersoon.

Schrijven voor een brede doelgroep

De website van Loo van Eck biedt een programma dat je tekst controleert op leesbaarheid. Als je je tekst invoert, komt er een cijfer uit. A1, A2 en B1 zijn teksten waarvan je uit kan gaan dat een gemiddelde volwassene hem begrijpt. Met een B2, C1 en C2 zijn de teksten niet meer te begrijpen voor de meeste mensen.

Zorg ervoor dat je lezer niet het gevoel krijgt dat hij een moeilijk examen aan het maken is.

Doelgroep van een genre

Sommige genres staan erom bekend dat ze een min of meer vaste doelgroep hebben. Het makkelijkste voorbeeld zijn de romantische verhalen: zij trekken voornamelijk vrouwen aan. Je kan het wiel opnieuw proberen uit te vinden, of je kan van andere boeken leren. Lees een aantal van de beste boeken van je genre en ga daar eens spieken. Let nu niet op plotontwikkelingen, maar op dingen als:

* Hoe lang zijn de zinnen?
* Hoe vaak worden er uitroeptekens gebruikt?
* Wat is het taalgebruik van de meeste personages (bijvoorbeeld hip of ouderwets?)
* Wat komen personages vaak tegen wat niets met het genre te maken heeft?

In het geval van het romantische verhaal moet je bij de laatste vraag niet denken aan een uitgedoofd liefdesleven en een sexy buurman, maar aan dingen als:

* Zijn de vrouwen alleenstaande moeders of hebben ze een gezin?
* Woont het hoofdpersonage in de stad of op het platteland?
* Wat is de sociaaleconomische status van het hoofdpersonage?
* Hoe oud is het hoofdpersonage?

Als je dit ontdekt, dan zul je merken dat je een idee van de doelgroep krijgt. Een hoofdpersonage moet herkenbaar zijn voor de lezer en elementen als hierboven zijn daar geschikt voor.

Let op: dit is geen waterdichte regel. Uiteraard kun je ook over iets schrijven zodat de lezer een kijkje in de keuken van iets onbekends krijgt (als je historische romans of verhalen over andere culturen schrijft, bijvoorbeeld).
Maar als je tussen de regels door leest van een genre zul je merken dat bepaalde zaken vaak terug komen. Wees alert en noteer wat je opvalt, zodat je later je eigen conclusies kan trekken. Dat is ook een reden waarom je als schrijver veel moet lezen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s