Een tranentrekker als doel van je verhaal

Verhalen waardoor de lezer met tranen in de ogen eindigt, zijn de verhalen die onthouden worden. Dat zijn immers de boeken die de lezer diep raken. Maar moet het daarom je insteek zijn om de lezer aan het huilen te krijgen?

Wat maakt een tranentrekker?

Als je al langer schrijft, ben je vast bekend met Mary Sue. Dan weet je dat de belangrijkste regel is dat een lezer zich met een personage of verhaal moet kunnen identificeren. Dat begrijpen de schrijver van tranentrekkers erg goed. Ze spelen in op iets wat bijna iedereen van dichtbij heeft meegemaakt. Hun slimme trucje zit in het volgende: je hoeft dit niet exact meegemaakt te hebben, als het overkoepelende idee maar herkenbaar is.

Een clichévoorbeeld hiervan is het kind met kanker. Kanker is natuurlijk een verschrikkelijke ziekte en komt helaas nog veel voor. De kans is daardoor groot dat je iemand kent die aan kanker is gestorven, of in ieder geval ertegen heeft moeten vechten. Als dat niet zo is, dan is het vrijwel zeker dat een geliefde met een andere dodelijke ziekte te kampen heeft gehad. En als je een geluksvogel bent die zelfs dat niet heeft meegemaakt, kan een tranentrekkerschrijver nog altijd een herinneren aanboren waarin je je zorgen maakte om iemands welbevinden. Daarmee doet hij een beroep op je empathie. Uiteindelijk gaat het dus om die ‘diepere laag’ van empathie en heeft het weinig te maken met een (specifieke) ziekte of de leeftijd van een patiënt.

De tranentrekkerformule

Het is je waarschijnlijk wel opgevallen dat romantische drama’s vaak tranentrekkers zijn. Dat komt omdat de lezers of kijkers het min of meer van dat genre verwachten. Voor een uitgever of filmmaatschappij is dat dus makkelijk geld binnen halen. Om te garanderen dat het volgende project ook weer gaat slagen, kunnen ze van hun schrijvers eisen om volgens een bepaalde formule te schrijven. Onderstaande afbeelding is een weergave van de formule die altijd terugkomt in de boeken van Nicholas Sparks, een van ’s werelds meest succesvolle schrijvers van liefdesverhalen.

Deze toon is nogal sceptisch. Terecht, als je een origineel verhaal wil lezen.

Is een tranentrekker een slecht verhaal?

Een tranentrekker is niet per se een slecht verhaal. Om de logische reden dat ze anders niet als warme broodjes over de toonbank zouden gaan, maar ook omdat smaken verschillen. Daardoor blijft ook de kwaliteit van verhalen tot op zekere hoogte altijd subjectief. Maar een tranentrekker is echter regelmatig onorigineel. (Anders had ik bovenstaand plaatje over Nicolas Sparks’ films nooit kunnen vinden 😉 )

Moet je een tranentrekker willen schrijven?

Als je beginnend schrijver bent, moet je heel goed opletten wat je benadering is naar jouw tranentrekker in wording. Het lijkt misschien een eitje, nu je ziet hoe een tranentrekker in elkaar steekt. Maar dat is het niet. Zoals met alles betreft schrijven is het geen kwestie van een paar tips opvolgen en maar afwachten tot jouw pen die tranen uitlokt. Lees hier over realistische verwachtingen die je moet hebben als schrijver, zowel betreft je talent als je ambities betreft publicatie. Er zijn twee dingen waar je alert op moet zijn als je een tranentrekker wil schrijven, of volgens een bepaalde formule wil werken.

Een formule beperkt je schrijversflow

De schrijversflow is het verschijnsel dat schrijven heerlijk vlot, bijna als vanzelf gaat. Als je koste wat kost aan een bepaalde formule wilt voldoen, zal je nooit iets afkrijgen. Je bent immers continu bezig met de vraag of je iets wel goed genoeg doet, in plaats van dat je met het daadwerkelijke schrijfproces bezig bent. Dat is op zichzelf al niet prettig, maar als beginnend schrijver heb je meestal nog geen echt beeld van de kwaliteit van je tekst. Schrijven leer je door te oefenen en te doen. Niet door blindstaren op schrijftechnieken. De kans dat je dat doet is groter als je aan een formule vasthoudt. Als je twijfelt over je kennis en kunde betreft schrijftechnieken, kun je formules het best nog even links laten liggen.

Een formule biedt geen garantie op succes

Een formule kan heel goed werken, anders verdient die zijn naam niet. Maar een garantie op succes biedt hij niet. Je weet namelijk nooit hoe die ene/ jouw gemiddelde lezer ergens exact op gaat reageren, omdat je niet in zijn of haar individuele hoofd kan kijken. Je kan natuurlijk een ijkpersoon maken, waardoor de kans groter is dat je doel bereikt. Maar het feit blijft dat mensen uniek zijn en daardoor ook uniek denken en reageren.

Het lijstje afwerken en voilà. Nee, zo makkelijk is dat niet.


Je zou kunnen denken dat je kleine kankerpatiëntje heel hard binnenkomt bij een ouder die een kind aan een ziekte verloren heeft. Die kans er inderdaad. Misschien wil de moeder jouw verhaal wel lezen als onderdeel van het rouwproces, om te troost te vinden bij het gegeven dat er meer mensen zijn die deze pijn meemaken. Een andere moeder in exact dezelfde omstandigheden zal jouw boek misschien niet eens oppakken, omdat het te confronterend is.
Ben dus heel voorzichtig met aannames maken betreft het volgen van een formule.
Schrijf hoe dan ook in eerste instantie vanuit je creativiteit, niet met een (al te) specifieke lezer in gedachten. Dat kan met het schrijven van creatieve verhalen enorm tegenvallen. Als die ene lezer het niets vindt, heb je ontzettend veel werk voor niets verricht. Je kan dan beter vanuit je eigen drijfveer en vindingrijkheid schrijven en vervolgens kijken welk publiek je werk gaat waarderen. Besef dat je een doelgroep moet zoeken. Een groep, dus geen apart individu.
Als je je teveel op een (ijk)persoon richt, bestaat het risico dat je te veel gaat aannemen. “Hoezo? Jij bent een tiener die net een vriend heeft en dol is op de Californische stranden, dus vindt je een zwijmelroman aan het strand van Los Angeles erg interessant.”
“Uhm… Ik ben óók een tiener die bezig is met keihard blokken voor de entree-examens voor een vooraanstaande studie geschiedenis. Geef mij maar een historische roman…”

De drie gevaarlijke hoeken van een liefdesdriehoek

De liefdesdriehoek is dat bekende recept wanneer er twee mannen vechten om een vrouw, of twee vrouwen vechten om een man. Het komt zo vaak voor dat je het maar beter kan vermijden. Maar niet alleen vanwege het cliché. Hier volgen nog drie redenen waarom de liefdesdriehoek schadelijk is voor je verhaal.

1 Ruzie wordt het belangrijkste deel van het verhaal

Het principe van een liefdesdriehoek is dat (meestal) de vrouw niet kan kiezen tussen twee mannen. Ze geeft niet een van de twee de bons en gaat er met de ander vandoor. Dan heb je namelijk geen driehoek; eerder een lijn waar de derde persoon naast staat.
Een verhaal loopt niet als de twee mannen langs hun neus weg zo nu en dan even zeggen tegen de vrouw dat ze haar wel zien zitten. Dan valt er niet veel te vertellen. Ziedaar hoe de liefdesdriehoek normaalgesproken ontstaat. Het is de ruzie over wie met elkaar gaan eindigen. Maar een liefdesdriehoek is zelden subtiel. Meestal wordt deze ruzie het centrale conflict met op de achtergrond nog toevallig wat avonturen met weerwolven en vampiers. Het zou andersom moeten zijn, maar dat komt niet vaak voor.  

2 Uitwerkingen van personages komen nauwelijks tot hun recht

Als je personages continu bezig zijn met de affecties van een ander te winnen, kom je weinig over hun karaktertrekken en talenten te weten. Je kan in een boek maar een bepaald aantal woorden gebruiken. Dat woordenaantal ligt natuurlijk niet vast, maar hoe je het gebruikt maakt voor het verhaal en de verdieping van je personages wel uit. Gebruik je van de duizend woorden er zeshonderd om uit de doeken te doen hoe een personage sluw, attent en goed in administratie is? Of gebruik je diezelfde zeshonderd woorden om te omschrijven hoe de mannen voor de zoveelste keer elkaar de loef proberen af te steken?

3 De vrouw wordt vaak een beloning in plaats van een persoon

We zagen al dat het winnen van de affectie van de vrouw het hele verhaal kan overnemen en dat dat de uitwerking van personages vaak geen goed doet. Niet alleen voor de mannen, maar ook voor de vrouw. Een patroon dat je vaak ziet is dat de mannen verliefd op haar worden en dat de rol van de vrouw dan beperkt wordt tot de prijs die gewonnen kan worden. Net als in punt twee: tijd voor de uitwerking van een personage wordt vaak niet genomen. Dus ook niet voor de vrouw. Ze is mooi of lief, laat zo de mannen voor haar vallen en daar blijft het dan vaak bij. Het verhaal wordt zo in beslag genomen door de ruzie, dat er geen ruimte is voor de vrouw om zich om iets anders druk te maken dan deze vechtende mannen. Over haar hobby’s, carrièrewensen of vakantieplannen zal je niet veel te weten komen. Zo wordt de vrouw makkelijk een sexy lamp.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Show don´t tell optimaal benutten

Show don’t tell is een van de basistechnieken van schrijven. Het is de makkelijkste manier om een verhaal levendig te maken. Als je weet wat het is, ben je er nog niet. Hoe haal je het meeste uit deze schrijftechniek?

Een korte definitie van show don’t tell

In het kort betekent show don’t tell dat je in plaats van iets simpelweg opschrijft, je omschrijft wat er gebeurt, te zien is of wat de emoties van een personage zijn. Bijvoorbeeld de tranen liepen over mijn wangen in plaats van Ik huilde. Of De ketting van de fiets rammelde, de bel was verroest en er zat een deuk in het wiel in plaats van de fiets viel van ellende uit elkaar. Lees hier mijn uitgebreide introductie van show don’t tell.

Show don’t tell als sfeermaker

Over het algemeen kun je show don’t tell zien als de sfeermaker van een scène. Ga maar na:
* Je beschrijft de meubels in een kamer om duidelijk te maken of die modern of ouderwets is.
* Aan de hand van gezichtsuitdrukkingen wordt de sfeer van een gesprek duidelijk. Worden wenkbrauwen gefronst en tanden geknarst? Dan zijn de mensen niet gezellig hun weekendplannen aan het bespreken.
* Als iemand smakkend van genot aan de eettafel zit, is dat waarschijnlijk meer dan een gemiddelde avondmaaltijd. Grote kans dat er uitgebreid gekookt is om iets speciaals te vieren en er dus een feestelijke sfeer hangt.
* Een scene wordt spannend van toon als de lezer merkt dat iemand stiekem een wapen heeft gekocht. Wat zou hij daarmee van plan zijn? Heeft hij vijanden? Zit hij in de illegale wapenhandel?
Een ‘tell’ zou dit meteen verpesten: Sjaak heeft Rafael net uit het niets neergeschoten met zijn nieuwe geweer. Dan blijkt wel dat Sjaak Rafael niet mocht… Maar sfeeropbouw geeft het niet, want Rafael is al dood voor je merkt dat er iets spannends gaat gebeuren.

Als Sjaak onmiddellijk de hoek om komt stormen, is dat geen sfeermaker, maar een sfeerbreker. Show don’t tell is een subtiele manier van sfeeropbouw, waar tell eerder iets meteen duidelijk wil maken.

Als je show don’t tell gebruikt, bedenk dan wat voor sfeer je wil benadrukken. Dan komt de techniek het beste tot zijn recht.

Het ‘tell -effect’ bij overdadige show

Een nadeel van show ten opzichte van tell is dat het een groter woordenaantal heeft. Daardoor kan een teveel aan show verzanden in bloemig taalgebruik. Dat kan tegenstrijdig voelen. Show don’t tell is immers bedoeld om de lezer iets te laten beleven en bloemig taalgebruik haalt de lezer door eindeloos gebabbel uit het verhaal.
Maar als je een verhitte discussie omschrijft door te zeggen dat de één een kloppende ader bij de slaap heeft, de ander een rood aangelopen hoofd heeft, een derde zit te knarsetanden en de vierde persoon de vuisten heeft gebald, dan hoop ik als lezer dat er geen twintig mensen in die vergaderzaal zitten…
Teveel gebruik van show kan een ‘tell- effect’ opleveren. Je show is dan misschien geen echte tell, maar het effect blijft hetzelfde. De verbeelding van de lezer wordt niet aangesproken.
Bij een echte tell gebeurt dat omdat het niet nodig is: Ik huil laat weinig aan verbeelding over. Maar als de lezer van al die heethoofden op de vergadering bij moet houden hoe ze hun frustratie uiten, wordt hij ook uit het verhaal gehaald. Hij is nu boze reacties aan het ontleden en tellen, niet meer die vergadering aan het beleven.
Als je show eerder een optellsom wordt (zie je de woordspeling? 🙂 ) dan heb je een ‘tell-effect’.

Tell effect voorkomen

Je kan het tell-effect voorkomen zonder meteen toevlucht te zoeken tot tell. Onze heethoofdenvergadering hoeft niet meteen beschreven te worden als: iedereen was laaiend. Combineer show daarvoor met regieaanwijzingen. Vergelijk
“Dat is niet waar,” zei hij met “Dat is niet waar,” schreeuwde hij. Die man is niet in zijn hum. Dan hoef je niet langer een (uitgebreide) beschrijving van zijn gezichtsuitdrukking te geven. Hoe dan ook, als je de lezer wil laten beleven, blijf dan als vuistregel aanhouden: beleving is belangrijker dan omschrijving/ beschrijving. Óók bij show.

Of iemand nu rood aanloopt of schreeuwt, een van deze dingen maakt al duidelijk dat diegene boos is.

Show don’t tell en zintuigen

Zintuigen zijn een gemeen dingetje bij het gebruik van show don’t tell. Over het algemeen kan je zeggen:
* Proeven en ruiken zijn goudmijntjes.
In het dagelijks leven sta je relatief weinig stil bij deze zintuigen. Als je ze omschrijft werkt dat heel beeldend. Pas op dat je niet letterlijk schrijft ik ruik of ik proef dan wordt het alsnog een tell.
De geur van bijtend plastic brandde in mijn neus of De zoete appeltaart leek op mijn tong te dansen werkt dan beter.
* Zien en voelen zijn gevaarlijk.
Ik zie een mooie stoel in de kamer staan. Ruud zag dat Freddy blij was. Dit zijn duidelijke voorbeelden van tell. Als je veilig wil zitten, gebruik dan Ik zie dat…. en ga dan omschrijven: Ruud zag (dat) Freddy’s ogen straalden.
Maar dit voorbeeld is al redelijk grijs gebied. Ga heel goed na wat voor meerwaarde het heeft om het visuele zintuig expliciet te vermelden.

Hetzelfde geldt voor voelen. Ik voel me misselijk leest vlotter als je schrijft ik proefde braaksel in mijn mond.
Ik voel me verdrietig, kun je vervangen door: ik kon wel in huilen uitbarsten en Ik ben duizelig wordt Mijn hoofd begon te tollen.
Als je personage intern iets voelt, zoals hierboven, is ik voel vrijwel altijd een tell. Als er een externe factor het personage iets laat voelen (Harry voelde de hond tegen zijn benen springen of Piet voelde de wind door zijn haar waaien) dan kom je in hetzelfde grijze gebied zoals beschreven bij ‘zien’.

Je moet afwegen wanneer je deze grijze gebieden al dan niet gebruikt voor een goede balans tussen show en tell. Want hoe belangrijk show ook is, tell is niet altijd de grote boosdoener. Hij kan zelfs soms ontzettend nuttig zijn. Ik zal daar volgende week over schrijven.

Drie extra en exclusieve tips om een Mary Sue te vermijden

Je personage moet interessant zijn. Een bekende valkuil is dat je dan een overdreven perfect personage schrijft en daarmee een Mary Sue schrijft. Ik schreef al eerder wat een Mary Sue is. En ik gaf hier ook al puntsgewijze tips over haar. Maar hier zijn er nog drie extra, die je alleen op de blog van verhaal en taal kan vinden. Bedankt dat je mijn blog bezoekt! 😊

1 Zorg dat gebreken en kwaliteiten in balans zijn

Iedereen kan bedenken dat tien goede eigenschappen tegenover nul vervelende eigenschappen niet realistisch is. Maar het gaat niet eens zozeer om het aantal goede of slechte eigenschappen die een personage heeft, maar hoe ze elkaar balanceren.

Neem Assepoester: mooi, slank en een goede danseres. Het moment dat ze het paleis binnenkomt, heeft ze een hoog Mary Sue-gehalte. De prins valt onmiddellijk in katzwijn, meteen volgt een romantische dans en dan blijkt dat die twee voor elkaar gemaakt zijn. Vergeet ook niet dat het hele koninkrijk wijkt voor Assepoester als de Rode Zee voor Moses als ze haar entree maakt.  
Dit is niet echt herkenbaar voor de lezer: hoe vaak wijkt de hele nachtclub voor je en wordt je met open mond aangestaard als je in je mooiste topje een avondje gaat stappen?

Nu krijgt Assepoester een gebrek: ze is praatziek. Dan heb je nog steeds drie goede eigenschappen tegenover één gebrek. Maar dat ene gebrek staat het perfecte prinsessenbeeld wel in de weg. Die wals is niet echt romantisch meer als Assepoes maar door blijft praten over de vogels in haar achtertuin. Dan hoeft het bal niet per se slecht af te lopen voor haar, maar dat overdreven perfecte randje is dan wel verdwenen. Ongemakkelijke momenten tijdens de dans, of misschien wel een blauwtje lopen? Dat is niet meer perfect. En dus ook herkenbaarder voor je lezer.

Niet alles op het bal van Assepoester hoeft perfect te gaan 😉

2 Draai hyperbolen om

Bijna alle kwaliteiten van de gemiddelde Mary Sue zijn kwaliteiten waaraan een vrouw idealiter zou moeten voldoen. (slim, slank, mooi, onzelfzuchtig, zacht, gul, zorgzaam, aardig, bescheiden en getalenteerd.)  Mary Sue is vaak een hyperbool van vrouwelijke waarden. Daardoor legt ze de lat van ‘een goede vrouw zijn’ ondoenlijk hoog voor je lezeressen. Zij kunnen dan vervolgens denken: “Zij is de perfecte vrouw, en ik zal dat nooit voor elkaar krijgen.” Hierdoor is de kans dat je verhaal wordt weggelegd.

Je kan dit vermijden door de gebreken van jouw vrouwelijke personage de tegenhanger van zo’n vrouwelijke norm te maken. Geef haar eens een grote mond of maak haar niet moeders mooiste .

3 Mijd de moraalridder

Mary Sue heeft vanwege haar overdreven goede karakter nogal eens de neiging om te gaan preken over allerlei goede zaken. “Doe jij géén vrijwilligerswerk voor het kattenasiel en de Cliniclowns? Maar iedereen met een goed hart doet dat toch?”
Als je merkt dat je personage een voorstander is van een goed doel of zich ergens voor inzet, bekijk dan goed of dat iets toevoegt aan het verhaal. Als dat niet zo is, kun je het er beter uithalen. Anders maak je je personage geen heldin, maar een irritante moraalridder.

Met deze drie tips is overdadig omschrijven verleden tijd

Het lijkt een goed idee om flink te omschrijven. Zo laat je blijken dat je een grote woordenschat en een goed beeld hebt van hetgeen je beschrijft. Maar dit kan tegen je werken en de verbeelding van je lezer blokkeren. Met deze tips schrijf je zowel boeiend als beeldend.

1 Beperk je bijvoeglijke naamwoorden

Omschrijvingen hebben als doel dat je de verbeelding van de lezer aanroept en uitdaagt zelf verder aan de slag te gaan. Hierna wordt de lezer verder in het verhaal gezogen.
Jan kocht niet zomaar een auto, maar een nieuwe, dure, auto.  
Dit voorbeeld werkt: De lezer kan net als Jan wegdromen bij de luxe auto. Dat had niet gekund als Jan ‘gewoon’ een auto had gekocht. Het had net zo goed een tweedehands rammelbakje van Marktplaats kunnen zijn.
Maar omschrijvingen, met name bijvoeglijke naamwoorden kunnen gevaarlijk zijn voor beeldend en boeiend taalgebruik. Een voorbeeld: Het is zacht, lichtbruin, romig, rechthoekig, zoet en goedkoop. Melkchocolade! Logisch toch? Nou, nee. Want ik heb het zo uitgebreid omschreven dat je waarschijnlijk bezig was om al die puzzelstukjes op zijn plaats te krijgen. Je was een raadsel op aan het lossen, niet je iets aan het voorstellen.
Zelfs als ik vooraf had gezegd dat het chocolade was geweest, was het vervelend geweest om te lezen. Daarover meer in de volgende tip.

Als vuistregel kun je gebruiken: beschrijf met maximaal twee bijvoeglijke naamwoorden (heel soms is drie ook nog oké, maar meer dan dat echt niet). Als je opmerkt dat je er meer gebruikt hebt, schrap dan de minst belangrijke.

2 Laat de verbeelding van de lezer het meeste werk doen

Niet alleen veel bijvoeglijke naamwoorden, maar ook overdadige omschrijvingen in het algemeen zetten de verbeelding van de lezer op slot en maken de leeservaring heel traag. Bijvoorbeeld: De kamer heeft bruine meubels, een koekoeksklok, haakkleedjes op de tafel, versleten stoelen en een houtkachel. Het tapijt is versleten en vergeeld en de lucht ziet blauw van de sigarettenrook.
Deze omschrijving bevat maar liefst dertig woorden. Gaan we nog naar het plot of blijven we het halve verhaal in deze kamer rondkijken…?

Een ouderwets ingericht huis met een bejaarde bewoonster. Zo kan het ook. Deze omschrijving is wat mager. Maar als je het bij de haakkleedjes en de bruine meubels houdt, komt het beeld ook al voldoende over. Dan laat je het aan de lezer over of er al dan niet een koekoeksklok in de kamer is of dat de kamer vol rooklucht hangt. Als de lezer zijn fantasie kan of moet gebruiken, levert dat een prettigere leeservaring op.

3 Spreid je beschrijvingen

Laten we de woonkamer van de vorige tip nog eens bekijken. Je hebt de haakkleedjes en de meubels genoemd. Maar het is voor het verhaal misschien belangrijk dat de lezer weet dat er een kettingrookster in het huis woont. Dan hoef je alsnog niet over de blauwe lucht en het vergeelde tapijt te schrijven. In plaats daarvan zou je de eigenaresse bijna kunnen laten stikken in een hardnekkige rokershoest zodra ze de kamer binnenkomt. Dan raadt de lezer alsnog dat sigaretten niet ongewoon zijn in dit huis. Zo blijf je ook niet tot vervelends toe in de omschrijving van de kamer hangen. Spreid je omschrijvingen waar je kan over meerdere objecten, personen, omstandigheden en plaatsen in je verhaal.  

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Kill your darlings: vier tips voor als je tegen je wil moet schrappen

Soms moet je dingen schrappen als je schrijft. Dat hoort erbij, maar als je iets moet schrappen waar je trots op bent, wordt het lastiger. Hoe doe je dat erg moeilijke “kill your darlings”?

Wat is kill your darlings?

Kill your darlings betekent dat je vanwege het woordenaantal, de vaart van het verhaal of om een andere reden iets moet schrappen waar je trots op bent. Datgene wat je liever niet wil schrappen, is je darling. Een scène, een personage, een losse zin… Omdat jij als het ware fan bent van je darling, heb je een blinde vlek eromheen ontwikkelt. Hierdoor kan je niet helemaal neutraal naar je tekst kijken. Meestal wijzen je proeflezers je op je darling, omdat ze zich eraan storen dat iets te veel van het goede is.

1 Ga na waarom je fan bent van je darling

Je bent vaak onbewust fan van je darling omdat die persoonlijke waarden weerspiegelt: “Natuurlijk is de hobby van de beste vriend reizen. En dat blijft zo: ik ben zelf in meer dan honderd landen geweest.”
Het komt ook vaak voor dat een citaat of een personage uit het dagelijks leven komt. Het is iets dat je nauw aan het hart ligt: “Deze wijze raad heb ik van mijn opa. Dat citaat gaat er dus mooi niet uit.”
“Het uiterlijk van deze fictieve vrouw is vrijwel hetzelfde als dat van mijn prachtige vriendin. En dus ga ik haar niet minder mooi maken omdat de proeflezers haar onrealistisch mooi vinden. Zij begrijpen het gewoon verkeerd!”

2 Kijk of het een tikje minder kan

Als we de mooie vrouw als voorbeeld nemen, zou je het volgende kunnen doen: stel dat ze mooie lippen, ogen, borsten, benen en een mooie stem heeft. Wat aan je vriendin vind je het meest aantrekkelijk? Als het haar stem en lippen zijn, maak haar andere lichamelijke kenmerken dan wat minder bijzonder. Dan blijft ze nog steeds gedeeltelijk jouw prachtige geliefde, maar dan komt ze niet meer als onrealistisch mooi over. (Ook al weet jij wel degelijk beter en is jouw wederhelft wel degelijk de mooiste dame van de hele wereld.)

3 Spreid waar je kan

Je kan als klimaatbewust persoon over een milieuactivist schrijven. Maar moet hij eigenhandig de regenwouden opnieuw helpen beplanten, het windmolenpark beheren en al het plastic uit de oceaan halen?

Je kan ook schrijven over een trio van vrienden die zich elk om één van deze doelen bekommeren. Dan schrijf je ook een toontje lager. Als je over verschillende personages spreidt, werkt dat in je voordeel. Drie sterk uitgewerkte personages werken beter dan eentje die te geforceerd is.

4 Verwijder je darling nooit volledig

Als je uiteindelijk een darling moet schrappen, zorg dan dat je de geschrapte tekst in een apart documentje bewaart. Je bent niet voor niets ‘fan’ van dit personage, citaat of deze scène. Tenzij je geen fan, maar een regelrechte bakvis bent, kun je ervan uitgaan dat je darling wel degelijk een bepaalde waarde voor je verhaal heeft. Misschien kun je een gedeelte van je darling ergens anders in het verhaal alsnog kwijt.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Herken de vijf signalen van de irritant perfecte vrouw

In het echt bestaat ze niet. Maar in (romantische) films en boeken kun je niet om haar heen. Iedereen kent haar: beeldschoon, slim, gul, onzelfzuchtig, lief, grenzeloos getalenteerd, maagdelijk onschuldig en populair… Deze vrouw heeft zelfs een naam om haar als cliché te kunnen aanduiden: Mary Sue.

Leer haar herkennen en voorkom zo dat je haar schrijft.

1 Te mooi om waar te zijn

In zowel innerlijk als uiterlijk is Mary Sue te mooi om waar te zijn. Ga haar kenmerken nog maar eens na. Een echt persoon heeft nooit al deze karaktertrekken. Denk aan een bewonderenswaardig persoon die je kent. Die heeft een aantal van deze karaktertrekken, maar niet allemaal. Sowieso heeft diegene iets dat Mary Sue niet heeft: tekortkomingen.

2 Ongelooflijk populair

Populaire mensen staan in de belangstelling. Maar die belangstelling vervaagt als die persoon weer naar huis gaat, of het roddelblad is uitgelezen. Mary Sue blijft altijd het onderwerp van gesprek. Iedereen wil continu weten wat ze doet, bij haar in de buurt zijn en iedereen is het altijd met haar eens. Ze is letterlijk ongelooflijk populair. Een lezer zal met zijn ogen rollen als hij ziet hoe iedereen met haar wegloopt.
Mary Sue doet nooit iets fout en heeft geen tekortkomingen. Mocht je die haar hebben gegeven, dan wuiven andere personages dat gewoon weg. Eventuele fouten van Mary Sue hebben nooit een verder gevolg.

3 In alles overdrijven

Gewoon aardig zijn is niet genoeg voor Mary Sue. Ze geeft niet alleen gratis bijles aan haar nichtje. Dan doen sommige stervelingen ten slotte ook wel eens.  
Mary Sue offert haar studie en sociale leven volledig op om continu bij haar doodzieke buurjongetje in de buurt te kunnen zijn. Ook al heeft het kind ouders. Dat geeft niet. Dan helpt Mary Sue de ouders wel door het huis elke dag van boven tot onder te poesten en boodschappen te doen. Als het maart is, doet ze ook meteen de belastingaangifte. Je moet er immers zijn voor je medemens… En als er een zwerfkat zijn pootje breekt, snelt ze naar de dierenarts en is de nog dagen van streek door dat vreselijke ongeval.

Kortom: Mary Sue overdrijft al haar positieve karaktereigenschappen tot de macht tien.
Als je in haar in het echte leven zou tegenkomen, verwacht je ergens een addertje onder het gras. Iemand kan niet zó geweldig zijn.

4 Mary Sue blokkeert plotontwikkeling

Wat weten we inmiddels van Mary Sue?

* Ze is perfect in alles wat ze doet
* Ze maakt nooit fouten
* Iedereen in het verhaal maakt zich altijd alleen maar druk om wat zij doet
* Iedereen is het altijd met haar eens.

Zie je dat dat de opbouw van een verhaal blokkeert?

In een perfect wereldje waar nooit iets fout gaat of fouten worden gemaakt, ontstaat er geen centraal conflict. En als iedereen Mary Sue altijd alleen maar ophemelt, is een ‘gewone ruzie’ ook uit te sluiten.

Je kan Mary Sue een tegenstander geven. Als iedereen echter die tegenstander tegenwerkt, kun je niet echt van een conflict spreken.
“Jij bent tegen Mary Sue, foei! Dat wordt gestraft met een opsluiting.”
De rechter staat aan de kant van Mary Sue (het hele universum spant immers in haar voordeel samen) waardoor er nooit een eerlijk proces komt. En geen proces betekent: geen conflict.

Geef je personage tekortkomingen en ze is al snel Mary Sue – af.   
Maak die tekortkoming dan wel iets wat echt in haar nadeel werkt. Niet: “Ik vloek, maar alleen in mijn hoofd. Hardop zou tè erg zijn.”

Wat voorbeelden:
* maak haar dom, zodat ze knullige fouten maakt
* laat haar werken voor haar talent, in plaats van dat cadeau te geven
* geef haar een paar controversiële standpunten die tegenstand uitlokken bij anderen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Vijf kenmerken van de onrealistische sprookjesvriendin

In een relatie kun je van elkaar leren en groeien. Maar als de één alleen bestaansrecht heeft om de ander verder te helpen in het leven, gaat het mis. Maak kennis met de magic pixie dream girl.

1 Dieptepunt van de man

Een man zit in de put. Hij is blut, verslaafd, ontslagen, gedumpt, depressief of suïcidaal. Meestal spelen er twee of meer van deze dingen. Zijn leven loopt vast en hij kan zijn problemen zelf niet oplossen. Dan is daar de magic pixie dream girl, kortweg Pixie. Zij komt in zijn leven om hem de zetjes te geven die hij nodig heeft om uit zijn dal te klimmen.

2 Wie is Pixie?

Pixie is de vrouw die de man uit zijn dal trekt. En dan bedoel ik niet zijn psychologe. Pixie is een vrolijke, optimistische vrouw met wie hij een relatie krijgt. Zo leert hij in de praktijk dat het leven ook mooie kanten heeft. Pixie is niet per se mooi, maar wel wijs: ze beschikt over allerlei diepzinnige levensmoto’s. Vaak is ze op een vlotte manier ook een beetje knullig. Zo blijkt dat ze fouten kan maken – Zie je, schat? Fouten maken is niet erg en bovendien menselijk! – en dat ze niet perfect is.

3 Wat doet Pixie?

De man weer zin in het leven geven. Verder niets. Daarom is ze een cliché. Van zichzelf heeft ze geen eigen leven. Geen ambities, baan, eigen problemen, andere vrienden, geen zieke moeder om voor te zorgen… Ze is altijd en volledig beschikbaar voor de man. Ze heeft bestaansrecht omdat de man een probleem heeft. Als de man gelukkig was geweest, had ze (binnen de zichtbaarheid van het verhaal) geen leven. Kortom: Pixie is een eendimensionaal personage.

4 Pixies toverstaf

Pixie doet iets heel kwalijks: ze neemt de man zijn heldenreis af. Alles wat de man zou moeten doen om zelf te groeien, neemt ze af door het hem meteen aan te reiken. En omdat ze geen leven heeft, kan ze al haar tijd en moeite aan de man besteden.
Alsof ze een toverstafje heeft, kan ze alles wat de man nodig heeft onmiddellijk aan hem geven.
Door haar wijze woorden ziet de man onmiddellijk het licht en laat hij de drugs meteen liggen. Afkicken hoeft niet meer. Of Pixie kent iemand die de man een baan aanbiedt, zonder dat hij hoeft te solliciteren.

Stel dat Pixie wel een eigen leven heeft. Dan gaat ze echt niet voor de zesde keer die week een strandwandeling maken om opnieuw een wijsheid te delen die zo diep is als de oceaan voor hen. Dan zou ze zeggen: “Ik moet over twee weken mijn masterthesis inleveren. Ik kan je deze week maar één keer zien.”
Maar de man heeft haar en haar wijsheden dagelijks nodig. Denk dus maar niet dat Pixie op een doctorandustitel mikt.

5 Een gegeven, geen verhaal

Is het erg dat Pixie geen leven heeft en de man een zetje krijgt als hij het moeilijk heeft?

Ja. Als een personage zijn eigen conflict niet oplost of aangaat, heb je geen heldenreis. Dat is het allerminste wat een verhaal moet hebben. En als een personage geen leven heeft, kun je er geen verhaal omheen schrijven.  
“Vrouw helpt man uit dal” is een gegeven, geen verhaal. En een verhaal boeit een lezer, droge feiten doen dat niet.  

Als je een relatie wil schrijven waarin een personage groeit, zorg dan voor:

* een conflict dat door een personage zelf moet worden aangegaan (hij mag geholpen worden, maar het echte werk moet hij zelf doen)
* een eigen leven buiten het conflict van het personage

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Vijf dingen om op te letten bij een personagebiografie

Een goed personage heeft meer te maken met of hij logisch in elkaar zit dan met de dingen die hij doet. Daarom is een personagebiografie ontzettend belangrijk. Als je een biografie maakt, hoef je niet eindeloos te herschrijven om het verhaal kloppend te houden voor je personage.

1 Wat ligt vast?

Sommige dingen liggen vast en kun je niet veranderen. Hoe of waar je opgroeit, bijvoorbeeld. Daardoor heeft je personage een bepaalde bril op.
‘Ik ben blut,” zegt een multimiljonair die geen Ferrari meer kan kopen, maar nog wel geld heeft voor een tweedehandsauto.
“Ik ben blut,” zegt de bijstandsmoeder die vanwege achterstallige huur morgen uit huis wordt gezet.

De miljonair is arrogant, maar vanuit zijn perspectief klopt zijn bewering. Je moet de bril van je personage begrijpen. Besef dat vanaf een ‘beginpunt’ iets wat voor de ene doodnormaal is, voor de ander niet is voor te stellen. Net zoals de bijstandsmoeder zich niet kan voorstellen hoe het is om een Ferrari te hebben.
Je personage kan veranderen, maar die bril blijft een aanvangspunt.

2 Waar kiest je personage voor?

Kledingstijl, politieke overtuigingen, hobby’s… Je personage kiest sommige dingen. Bedenk dat dat iets over je personage zegt. Het is nooit helemaal zwartwit. Je bent niet meteen stijf en rijk als je van hockey houdt. Maar als je personage van rugby houdt, vindt hij het niet erg om veel te rennen en af en toe blauwe plekken op te lopen. Dan is de kans al groter dat hij een stoer karakter heeft. Besef wat je tussen de regels door over je personage zegt.

3 Wat vindt je personage?

Jouw feestbeest wordt op stilteretraite naar de Tibetaanse bergen gestuurd. Het zou raar zijn als hij dat geweldig vindt; het past niet hij hem. Je kan hem alsnog naar Tibet sturen, maar dan zal hij zich wel eerst verzetten.

Elementen die onder andere handig zijn om op te schrijven in een personagebiografie:

* Algemeen karakter
* Levensmotto
* Droom
* Grootste angst
* Opgegroeid in plaats/milieu X
* Zou met een miljoen euro….
* Kun je wakker maken voor…
* Heeft een hekel aan…

Zo leer je je personage beter kennen en voorkom je dat je verhaal onsamenhangend wordt.
Als je weet dat je protagonist doodsbang is voor spinnen, vergeet je niet hem te laten huiveren als er vogelspin voorbij gewandeld komt in de tropen. Of dat hij daardoor niet eens naar de tropen durft te gaan.

4 Wat kan je personage?

Mijn personage ontwikkelt een kankermedicijn! Maar zijn hoogst genoten opleiding is vmbo…
Ze gaat een wereldwijd protest leiden! Maar ze is analfabeet en heeft geen internet…
Hij gaat op wereldreis! Maar heeft niet voldoende geld om zelfs maar een treinkaartje van Maastricht naar Schiphol te betalen…

Net als echte mensen hebben personages restricties. Je kunt natuurlijk iets aan het verhaal sleutelen in het voordeel van je personage. Maar ken ook je grenzen.
Tenzij bovengenoemd voorbeeld het verhaal op zichzelf is (“Laaggeschoolde vindt kankermedicijn uit”) gaan dingen soms niet lukken. Dat is niet erg, dat houdt een verhaal realistisch.
Geef je personage dus ofwel meer middelen of vaardigheden, of laat iets niet lukken.
Anders wordt je verhaal ongeloofwaardig.

5 Over wie gaat het?

Sommige personages denken bij bepaalde dingen niet eens na, terwijl datzelfde voor andere personages een groot deel van hun leven bepaald.  
“Waar komt het eten vandaan?” Een Nederlander gaat naar de supermarkt. Niet bepaald boeiend.
Een Noord -Koreaan probeerde het regime te ontvluchten en zit nu opgesloten in een kamp. Dan is aan eten komen een moeilijk en onzeker deel van zijn leven (vanwege het kamp). Dan is het interessant en belangrijk om in het verhaal en de biografie mee te nemen.

Neem alles wat belangrijk is voor jouw unieke personage mee in de biografie.

Dit artikel is eerder verschenen op Schrijven Online

Een goede tegenstander schrijven: versterk de heldenreis en je verhaal

Om een goede heldenreis te maken, heeft je protagonist tegenstand nodig. Het is minstens zo belangrijk om de tegenstander goed uit te werken als de held. Hoe doe je dat?

Wat maakt de tegenstander van de held?

De tegenstander van de held:
* is de tegenhanger van de held (in bepaalde opzichten)
* stopt de groei van de held (al dan niet bewust)
* heeft vaak (volgens de protagonist) aanstootgevende normen, waarden of plannen
* heeft aanhangers, systemen, argumenten of meevallers die met hem meewerken. Daardoor heeft hij macht (over de protagonist).
* En, heel belangrijk: de tegenstander van de held is er niet per se op uit hem onderuit te halen. Daarom mijd ik de term slechterik.

De held en de tegenstander: elkaars spiegel

Je protagonist en tegenstander zullen elkaar tot op zekere hoogte moeten spiegelen. Ze zijn de andere kant van dezelfde medaille. Dus je moet een tegenstander minstens net zo goed uitwerken als je held; samen dragen ze het verhaal. Ze balanceren twee uitersten. Als je je held overdreven goedhartig maakt, heb je een zoetsappig verhaal met eenhoorns en luchtkastelen waarin alles goed komt zolang we allemaal vriendjes zijn.
De andere kant is dat de tegenstander het overmachtige evenbeeld is van Satan. Geen eenhoorns hier, maar wel elke dag zes doelloze moorden na uren van zware marteling. Geen van beide uitersten werkt voor een stevig verhaal.
Als je de held en de tegenstander in de vergelijking van zwart versus wit ziet, moeten zowel je held als de tegenstander allebei een beetje van de tegengestelde kleur in zich hebben. Zoals je ziet in het ying-yangsymbool.

De vijanden moeten altijd iets van de ander in zich hebben.

Waarom moet de tegenstander een spiegel zijn?

Er zijn verschillende redenen waarom de tegenstander een spiegel van de held moet zijn. Om dit te verduidelijken gaan we nog even terug naar het ying-yangsymbool. Het witte puntje in het zwarte veld en vice versa zijn essentieel: als de ander óók een deel van jou in zichzelf heeft, wordt dat confronterend en daarmee interessant.

Het essentiële punt van het verhaal

Dat puntje in het ying-yangsymbool (“de andere kant is er ook nog”) is vaak het essentiële punt van het wat het verhaal in de brede zin spannend houdt. (De personages, het conflict, de afloop…)

De roep tot avontuur

Voor (met name) de held is het zwarte puntje interessant. Iedereen streeft ernaar om een zo goed mogelijk mens te worden. Dit ‘goed’ kan vrijwel alles zijn en ligt aan het verhaal en de motivatie van het personage. Maar het is altijd een overtreffende trap van iets. Het personage wil méér van iets zijn: rijker, slimmer, nuchterder, knapper, vrijer, beroemder et cetera.

Dat gebrek aan méér vormt de roep tot avontuur. Bijvoorbeeld: een nieuwe studie beginnen als de heldin slimmer wil worden. Op de opleiding komt ze iemand tegen die de studie met twee vingers in haar neus doorloopt. Daar heb je de tegenstander. Hier kan de heldin jaloers op worden, proberen tegenop te boksen, vrienden mee proberen te worden ten koste van haar eigen persoonlijkheid…
Een tegenstander is niet per se een dictator. Het moet alleen iets of iemand zijn die de held uitdaagt, afleidt van zijn persoonlijke groei, die in de weg staat of groeien (actief) moeilijker maakt.

Daarvoor moet de heldin dat ‘zwarte puntje’ hebben. Daar kan ze zich bewust van zijn, maar dat hoeft niet. Zolang jij hem als schrijver maar kent. Dat puntje komt het best tot zijn recht als de tegenstander die spiegelt. Let er wel op dat je niet overboord gaat met extremen of symboliek.

Versterk het goede middels het zwarte puntje

Laten we een Mary Sue-achtig personage nu eens een keer in ons voordeel gebruiken. We geven haar een ‘zwart puntje’. Onze Miss Beverly Hills is doodsbang dat iemand erachter komt dat ze onzeker is over haar talenten. Stiekem denkt ze dat haar glorie alleen maar komt van haar – vergankelijke- schoonheid.
Dan is het al logischer dat ze niet drinkt en vrijwilligerswerk doet in het kinderkankerziekenhuis. Ze vreest dat ze door de mand valt en wil haar goede punten benadrukken. Als ze een keer op dronkenschap zou worden betrapt, ziet een scout misschien wel dat er iemand die is die nog mooier is dan zij…
Nu heeft ze een conflict (lukt het haar om niet door de mand te vallen?). Nu gaat de lezer misschien duimen dat ze daarin slaagt. Dan heeft ze nog steeds een geweldig goede inborst, maar niet meer zodanig dat die alleen maar ergert. Door het zwarte puntje wordt de rest van haar witte veld versterkt, in plaats van verzwakt. Let op: als we het over de cliché Mary Sue hebben, moet ze wel een groter zwart punt (meer dan één gebrek) hebben om haar heel grote witte veld mee te compenseren.

Roep vragen op met het witte puntje

Andersom: het zwarte personage met de witte stip. Een soldaat komt in een klein dorp de schutter tegen die hem de dag ervoor op een haar na had gedood. Een overduidelijke tegenstander. Maar nu aait de schutter een straatkat en geeft hij het laatste beetje eten dat hij heeft aan het beestje.
De schutter is dus niet door en door slecht of moordzuchtig. Hij is zelfs onzelfzuchtig en behulpzaam door zijn laatste eten te voeren aan een hopeloos dier. Dit kan vragen oproepen bij de soldaat. Als hij geen moordlustig monster is:

* kan ik dan misschien een staakt-het-vuren met hem afspreken? Al is het maar dat we elkaar niet doodschieten?

* moet ik hem dan wel proberen te vermoorden, nu ik de kans heb en hij mij nog niet gezien heeft?

* zou ik hem kunnen betrappen op zijn goede daad, vriendschap met hem proberen te sluiten en zo proberen om als spion zijn leger binnen te komen…

Oftewel: als je ruimte overlaat voor het witte puntje, laat je veel opties open of ontstaan. Hierdoor blijft de lezer benieuwd naar het verloop van het verhaal en zal hij blijven lezen.