Schrijfoefening voor worldbuilding: terug naar de tijd van Grimm

Als je een boek schrijft met een fantasierijke inslag of met een verhaal dat zich in een heel ander tijdperk afspeelt, is het belangrijk om te bedenken wat voor de bewoners van je papieren wereld normaal of denkbaar is. Maar dat is niet altijd eenvoudig af te bakenen. Als je op de tekentafel teruggaat naar de tijd van de gebroeders Grimm en onze tijd vergelijkt, komt je een aantal handige verschillen en overeenkomsten tegen die je een basis voor het schrijven van een worldbuilding kunnen geven.

Wat maakt een menselijke wereld?

In de meeste gevallen schrijf je over een personage dat in een samenleving leeft. Denk aan: er zijn dorpen en steden, regels en wetten en dingen waar de bewoners van deze wereld zich mee bezig houden of moeten houden. Wat dat precies inhoudt, ligt van de wereld in kwestie af. Maar je kan op enkele basisprincipes rekenen:

* Mensen leven in een gemeenschap, waarin ze elkaar van ziekten willen genezen
* Mensen moeten overleven: ze hebben een huis of een andere beschutting voor natuurgeweld nodig, ze moeten te eten en te drinken en kleren hebben om zich te beschermen tegen bepaalde weersomschandigheden
* Mensen moeten zich aan bepaalde regels houden. Of die nu van de burgermeester zijn, of van de stam die de rolverdeling van de leden bepaalt.

Hoe dat er precies uitziet, scheelt per verhaal. Let daarbij op dat in onze tijd daarbij het verschil tussen willen en nodig hebben soms sterker is vervaagd dan we zelf in de gaten hebben. We hebben ontspanning nodig na een lange periode hard werken, maar daarvoor hoeven we niet naar Thailand, of zelfs maar naar Frankrijk. Gewoon een dag of twee zonder takenlijst of zorgen in de zon zitten aan de andere kant van de stad is daarvoor in principe al genoeg. Net zoals we geen wasmachine nodig hebben om onze kleren te wassen. Wassen kan ook met de hand, ook al duurt dat een eeuwigheid langer.

Kortom: kijk eerst eens heel kritisch naar wat je personage nodig heeft en wat mensen in de meest basale manier van het woord doen om in leven te blijven, of aan een samenleving deel te nemen.

Wat zou Roodkapje daarvan denken?

Om te bepalen wat je personages echt nodig hebben, beeld je je in dat je Roodkapje vertelt over sommige voorzieningen die we hebben. Een wasmachine, bijvoorbeeld. Maar ook een magetron: ze zou denken dat je een soort persoonlijke kok hebt. Een maaltijd waarbij de groenten geschild en gewassen zijn? En die in enkele minnuten klaar is? Hoe dan? En ze zou zich de snelheid waarmee je je kan verplaatsen in een auto waarschijnlijk nauwelijks kunnen voorstellen. Maar anderszijds: als ze in het huidige Brabant woont, wat heeft zij dan als gewone sterveling in Amsterdam te zoeken? Zo ver reikt haar sociale kring waarschijnlijk niet en ze heeft geen familielid in de handel dat voor zaken wel de wereld over vaart.

Een ander voorbeeld: internet. Zonder gaan we niet meteen dood, maar als een internetstoring maar lang genoeg duurt, zijn we wel het haasje, omdat zoveel dingen eraan gelinkt zijn. Voor sommige beroepen ben je er volledig van afhankelijk, wat dus invloed heeft op je loonstrookje. En als je iets moet regelen via de overheid, gaat dat vaak ook digitaal. Roodkapje kan per post een brief naar de burgermeester sturen of naar het stadsloket lopen. Maar onze post wordt al niet meer dagelijks bezorgd en de gemeentemedewerkers kunnen je zonder je Digi-D ook niet verder helpen.

Kijk op deze manier eens wat er in jouw papieren wereld makkelijk voorhanden is, of moet zijn. Schrijf ook op waarom dat kan of niet kan. Misschien is er iets wel compleet overbodig. Houd hierbij een tijdperk bij in gedachten nemen om alles makkelijker af te kunnen bakenen.

Wat zou Roodkapje doen?

Als Roodkapje zich wil vermaken, speelt ze misschien met een bal, of plukt ze bloemen. Naar de speeltuin gaat ze niet. Misschien heeft ze zelfs geen tijd om te spelen en moet ze moeder in het huishouden helpen, omdat de was doen bij gebrek aan een wasmachine zo langt duurt. Daar staat tegenover dat Roodkapje zich absoluut geen zorgen hoeft te maken over het zoeken van een geschikte studentenkamer. (Ja, Roodkapje is in de orginele versie van het sprookje een tiener 😉 ) Studeren? Ze heeft als meisje uit haar tijdperk misschien niet eens een basisschoolopleiding afgerond.

Kijk op deze manier eens waarover jouw personages (niet) nadenken. Als vanzelf kom je ook tegen wat er in de wereld al dan niet voorhanden is, en welke dingen daardoor een probleem vormen. Of juist niet: als je er rekening mee moet houden dat je maanden bezig bent om een houtvoorraad voor de winter te leggen,zodat je niet doodvriest, is verveling geen probleem meer.

Een verhaalthema of conflict voor de worldbuilding

Schrijf op wat jouw ‘Roodkapje’ van bepaalde dingen zou denken. Wat vindt ze normaal en wat vindt ze abnormaal? Schrijf in een kolom daarnaast op wat ze zou doen. Waarschijnlijk gaat je als vanzelf iets opvallen. Zoals bijvoorbeeld: Als je dagelijkse leven zo in beslag genomen wordt door het doen van het huishouden, omdat de moderne voorzieningen onderbreken, is het logischer dat je over meer alledaagse dingen of hindernissen schrijft dan over iets complex als politieke systemen.
Daarom gaat de spanning van het verhaal van Roodkapje en de wolf over iets heel basaals: hoe overleef ik de weg van thuis naar oma? Blijf op het pad en praat niet met vreemden!

Maar als je schrijft over een personage dat opgroeit in oorlog, is gevaar aan de orde van de dag. Om te overleven, zal je held daar een einde aan willen maken, willen vluchten of zich aan moeten passen. Hoe kan dat, met de middelen die voorhanden zijn en het wereldbeeld waarnaar dit personage kijkt?

Op deze manier kan je de eerste regels van je worldbuilding bepalen of een opzetje zoeken voor het centrale conflict van je held, als je al een begin met de personagebiografie hebt gemaakt.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk eens in mijn webshop voor mijn mogelijkheden voor schrijfcoaching.

Foto door Michael Kroul verkregen via Unsplash.

Plaats een reactie