Schrijfoefening de digitale ridder: heb je een goed open einde?

Bij een open einde interpreteert de lezer de afloop van je einde. Daarvoor moet je wel vaste aanknopingspunten kunnen geven. Om te laten zien wat voor effect interpretaties van een lezer kunnen hebben op je verhaal, trekken we een ridder een pixelpak aan en plaatsen we hem in een videogame.

De controle(r) uit handen geven

Bij een videogame heeft de speler een controler in handen. Afhankelijk van diens wil of onkunde bepaalt dat of de ridder de draak kan verslaan of niet. Een videogame heeft ook opties die het plotverloop bepalen. Vaak vraagt een voorbijganger iets waar je bespeelbare personage antwoord op moet geven. Afhankelijk van dat antwoord gaat er een poort open, krijg je een extra wapen, ruzie met iemand…
Zo kan een gamer je het verhaal beïnvloeden. Dat vormt het uitgangspunt van deze schrijfoefening.

Gevolgen van keuzes

Onze ridder komt halverwege zijn missie op een kruispunt. Daar staat iemand die hem de weg verspert. Als hij linksaf gaat, zal hij een drankje vinden waardoor hij minder kwetsbaar is voor het vuur dat de draak spuwt. Gaat hij rechtsaf, dan kan hij een aantal gevangenen bevrijden. Aan de gamer de keuze. Dat maakt voor het karakter van de ridder een redelijk verschil, wat weer weerslag kan hebben op het plotverloop. Is de ridder eerder bezorgd om ieders welzijn (A), of is hij slechts gericht op het doden van de draak vanwege de roem? (B)

Komt hij bij een tweede kruispunt en krijgt hij de keuze tussen de prinses of rijkdom, dan geldt hetzelfde. Maar als je eerst optie A hebt gekozen en nu optie B kiest, dan stuit je op een paradox wat betreft het karakter van de ridder. Dat is dan niet logisch meer. Op den duur heeft dat gevolgen voor het plot. Maar omdat de gamer de touwtjes in handen houdt, blijft die optie wel mogelijk.
Lees: keuzes hebben gevolgen. En die keuzes en gevolgen moet je kennen om je verhaal en het open einde logisch te kunnen houden.

Waar gaat het verhaal hoe dan ook over?

Als je doet alsof je met een gamer in plaats van met een lezer te maken hebt, krijg je een duidelijker referentiepunt wat je in een open einde uit moet sluiten of moet verklaren en wat je open kan laten.

Neem het tweede kruispunt van de ridder. Bij het eerste kruispunt heeft de gamer besloten of hij voor een wapen of voor het bevrijden van gevangenen gaat. Dat zijn verschillende keuzes met andere bijbehorende moralen. Maar uiteindelijk hebben ze wel iets gemeen: beide opties maken van de ridder een held. En dáár draait de kern van je verhaal om; het gaat over een ridder, niet over een laffe bankhanger.

Zonder het gegeven dat je over een held/ ridder schrijft, kan je verhaal geen kant op en heeft het geen basis. Maar mèt die basis van het verhaal over een ridder kan je juist tientallen kanten uit. Je kan eindeloze kruispunten in het verhaal schrijven, zo je wil. Dat doe je met schrijven eigenlijk altijd. En net als de gamer die bij een kruispunt staat, komt dat vaak neer op een ja/nee antwoord:

* Verslaat de ridder de draak? ja/nee
* Wordt mijn personage ernstig ziek? ja/nee
* Breekt mijn held in dit gevecht een been? ja/nee
* Schrijf ik over een verhaal in de jungle? ja/nee
* Schrijf ik over een verhaal in de grote stad? ja/nee
* Schrijf ik over een meisje met rode krullen? ja/nee

Jij bepaalt uiteindelijk hoeveel je de controle(r) uit handen geeft.

Vaak ben je je alleen bewust van de vragen waarop je met ja antwoord geeft. Als je een horrorverhaal schrijft, denk je niet aan de vraag ‘Zal het stelletje lachend van de met bloemen begroeide helling afrollen en elkaar daarna zoenend in de armen nemen?’ Natuurlijk is dat antwoord nee. Maar in theorie kan het (wie weet hoe creatief je bent met plotten invullen ;))

Zoek de absolute ja-vragen

Als je bij de wrap-up van het verhaal aangekomen bent, moet je gaan bepalen wat je duidelijk wil afronden en wat je open laat. Om een goed open einde te waarborgen moet je zoeken naar de ‘absolute ja-vragen’. De vragen die laten zien dat je al die tijd over een ridder hebt geschreven, niet over een bankhanger, ongeacht wat een lezer verder ook met de eigen fantasie mag aanvullen. Vragen die, als ze ‘nee’ als antwoord zouden zijn, een totaal ander verhaal zouden vertellen.

* Wordt de draak verslagen? Ja
* Wordt de prinses gered? Ja
* Wordt de ridder als held onthaald? Ja

Bepaal de ‘vul uw voorkeur in’ vragen

Bij een open einde zijn er talloze vragen die een ja/nee antwoord hebben en houden.
* Trouwen de ridder en de prinses? (Let op: bij subpersonages hoort deze vraag altijd in deze categorie. Lees hier waarom.)
* Raakt de ridder later aan de drank door PTSS?
* Komt er ooit nog een andere draak in de grot wonen?
* Blijken de ridder en de prinses lang verloren gewaande broer en zus te zijn en ligt er incest op de loer?

Ho, dat laatste is wel erg luguber. Hoe kom je daar nou bij? Ik wil niet iemand zo over mijn verhaal gaat denken…
Blijkbaar heb ik als gamer van jouw videospel een kruispunt gehad met een optie die die incest suggereerde. Of in gewone boekentaal: tussen de regels door heb je een plotpunt, dialoog of een karaktertrek van een personage zodanig geschreven dat een lezer daar incest in zou kunnen zien.
Je hebt nu drie opties:
1 Maak van het familievraagstuk een absolute ja-vraag “De ridder keek de bakker nog eens goed aan. Hij bleek precies dezelfde ogen en neus te hebben.” Is de ridder de zoon van de bakker? Ja.
2 Laat je tekst zoals die is en neem er genoegen mee dat je tekst anders wordt geïnterpreteerd dan jij bedoelde. Je kan je afvragen of – duistere onderwerpen als incest of niet- je je verhaal wel een open einde wil geven als je je druk maakt om wat de lezer anders leest dan jij wilde overbrengen.
3 Lees je verhaal in zijn geheel nog door op dit soort ‘onregelmatigheden’. Zo’n dubbelcheck is altijd goed om te doen.

Foto door Nikita Kachanovsky op Unsplash.

Schrijfoefening: stilte in een dialoog

Als je mijn blog al wat langer leest, weet je dat ik fan ben van de documentaire Human van Yann Arthus Bertrand.
Ook bij deze schrijfoefening maak ik weer gebruik van deze diepgaande interviews.

De opzet van Human the movie

Human is eigenlijk niet veel meer dan een reeks interviews over allerlei aspecten van een mensenleven, afgewisseld door beelden van de wereld. (Maar het is wel meer dan prachtig!)
Soms aarzelen mensen voordat ze verder praten. Die aarzelingen zijn het uitgangspunt voor deze schrijfoefening.
Je gaat kijken hoe lang en wanneer de mensen aarzelen, kijken naar hun gezichtsuitdrukking op het moment dat ze dat doen en wat voor gedachte er achter die aarzeling lijkt te zitten.
Waarschuwing: er zitten interviews in deze selectie die heftige dingen erg specifiek omschrijven, waaronder beschrijvingen van mishandeling of (bijna-)moord (Sylver, Leonard, Zohar), en rouw (Aidan, Siobhan)

Voorbeelden van stiltes in een gesprek

Aarzeling lijkt te zeggenZoals te zien in het interview met
Ik moet mijn woorden zoekenJonathan Zohar Aidan Leonard Raul Milia
Laat wat ik zeg goed tot je doordringenZohar Zica Caleb
Ik kan (het gewicht van) wat ik wil zeggen niet in woorden uitdrukkenJonathan Caleb
Sylver
Zohar
Leonard
Ik word emotioneel en kan daardoor even niet pratenSiobhan Aidan Leonard Camille Robert
Ik besef nu pas hoeveel invloed dit onderwerp op me heeft (gehad). Er valt een kwartje, emoties die ik altijd heb vastgehouden komen nu los. Christian Caleb Katie
Siobhan Aidan Leonard Camille Milia Robert

Je ziet dat er meerdere dingen aan de hand kunnen zijn. Dat is interessant, want dat maakt een zin als ‘er viel een stilte’ plotseling erg riskant. Natuurlijk zal je met show don’t tell in de zinnen die volgen of eraan vooraf gaan wel wat meer duidelijk kunnen maken.
Ik heb dit overzicht concreet en kort proberen te houden. Misschien zie of hoor jij wel iets meer of iets anders in deze stiltes dan ik in de tabel schrijf. Dat brengt ons bij de hamvraag.

Hoe beschrijf je stilte in een gesprek?

Net zoals er verschillende manieren zijn om een stilte te interpreteren, zo zijn er ook verschillende manieren om stiltes te omschrijven. Waar je vooral op moet letten is:

* de eigenlijke woorden die je personage al dan niet uitspreekt
* wat bij je personage past
* het gebruik van regieaanwijzingen en beschrijvingen van expressie
* het moment waarop de stilte valt

Onuitgesproken woorden

Als er een stilte valt, worden er vaak bepaalde woorden niet uitgesproken. Dat kan je goed in deze interviews terugzien. Iedereen die woorden lijkt te zoeken of bij wie er een kwartje lijkt te vallen, laat blijken dat er nog een complete geschiedenis achter deze woorden zit. Een geschiedenis van relaties of emoties. Dan is het de kunst om die emoties of relaties in eerdere zinnen of scènes al duidelijk te hebben gemaakt. Oftewel: zorg dat duidelijk is (voor jou en je lezer!) waarom je personage even niets weet te zeggen, of waarom dat kwartje juist nu valt.
Zo zal Raul misschien nu pas beffen hoeveel hij van zijn vrouw houdt. Of hoort Robert zichzelf nu voor het eerst hardop zeggen dat hij niet de vader kan zijn voor zijn zoon die hij graag wil zijn.

Wat past er bij je personage? Wanneer valt de stilte?

Ieder personage reageert anders op situaties. Zowel in emoties als in de intensiteit ervan. Leonard en Aidan vormen een mooi contrast om te vergelijken. Beide mannen houden het uiteindelijk niet droog als ze het hebben over het gemis van liefde. Maar Leonard kan eerst nog heel beheerst spreken over het gemis en verkeerde begrip van liefde dat hij in zijn jeugd meekreeg. Hij begint ‘pas’ te huilen als hij omschrijft dat hij heeft geleerd wat liefde is, niet als hij spreekt over het het feit dat hij dat jarenlang niet gehad heeft. Die ‘inleiding’ kan hij nog relatief makkelijk vertellen. Aidan huilt ‘al’ zodra hij vertelt dat hij liefde van zijn vader mist.
Natuurlijk zijn hun situaties niet zomaar met elkaar te vergelijken. Leonard praat over levenslange mishandeling en de door hem gepleegde moorden, Aidan vertelt over een liefdevolle vader en nog verse rouw.
Maar het betekent wel dat beide mannen wel op een andere manier met hun emoties om (kunnen) gaan en om andere dingen stil vallen. Wat raakt jouw personage zo dat het erdoor stilvalt? Waarom is dat zo? Door diens geschiedenis, het karakter? De relatie met anderen? Deze geschiedenis van je personage is belangrijk om mee te nemen om de stiltes veelbetekenend te maken.

Expressie en regieaanwijzingen bij stilte

Op het moment dat je een spreekwoordelijke speld kan horen vallen, kijk dan vooral goed naar regieaanwijzingen en de expressie in het gezicht van je stilgevallen personage. Met name regieaanwijzingen (of sommige bijvoeglijke naamwoorden) moet je niet te groot inzetten. Dat zou zijn alsof je op een harde toeter zou blazen tijdens een plechtig moment. De intensiteit komt dan namelijk heel ‘snel’, waar een stilte juist een moment is wat je langzaam zou kunnen noemen. Het gesprek valt namelijk even stil. Je kan dan beter show don’t tell gebruiken of lichaamstaal of gezichtsexpressie beschrijven.

Kijk eens naar dit verschil:
“Ik ben gescheiden.” proest Milia beschaamt uit. Even later biedt ze herhaaldelijk haar excuses aan voor haar woorden, die ze brutaal lijkt te vinden.

“Ik ben gescheiden.” Milia begint te lachen, maar er wellen tranen in haar ogen op. Dan draait ze haar gezicht van me weg, terwijl ze haar tranen wegveegt. Ze blijft zenuwachtig giechelen en biedt haar herhaaldelijk excuses aan voor haar ongepaste woorden.

Als het langer duurt om te lezen, komt de stilte en daarmee de emotie erachter meer binnen bij de lezer. Zie stilte niet als iets wat koste wat kost (snel) doorbroken moet worden. Er zit vaak een schat aan informatie verborgen in een stilte die je durft te laten duren.

Voor je opschrijfboekje

Ik heb gebruik gemaakt van Human om concrete voorbeelden te kunnen geven. Maar deze oefening is ideaal voor in je opschrijfboekje. Details zoals gezichtsexpressie en stiltes in een gesprek vergeet je namelijk relatief snel. Wees alert op de wereld om je heen en houd pen en papier paraat 🙂

Foto door Ernie A. Stephens op Unsplash




Schrijfoefening: de communicatiemanieren en het karakter van je personage

Als schrijver weet je hoe belangrijk zelfexpressie en kunnen lezen zijn. Wat als dat allemaal ineens weg zou vallen? Je zal ervan schrikken hoeveel je dan over je personage te weten komt.

Uitgangspunt van de schrijfoefening

Je personage is in een land waar het zich niet verstaanbaar kan maken en geen wijs kan uit het plaatselijke schrift. Bovendien zijn er geen klanken uit te onderscheiden zijn waar het op terug kan vallen. Denk aan Japans, Arabisch en Thais (休日, العطل , วันหยุด). In deze oefening:
* is internet niet beschikbaar: dag, Google Translate, Google Maps en Google Images om te helpen…
* begrijpen je personage en diens gesprekspartner alleen ‘help’, ‘ja’, ‘nee’, ‘dank u’, ‘alstublieft’, ‘hallo’ en ‘tot ziens’ in een en dezelfde taal.
* mogen de gesprekspartners tekenen om een ander duidelijk te maken, maar dan beperken de tekenkunsten zich tot iets als dit:

“Ik zoek de sportschool, snapt u?” 😉
Afbeelding: https://www.deviantart.com/cold-hearted-world/art/stickman-contest-entry-147423216

Dat kan even spannend en grappig zijn, maar als dat te lang duurt, word je geconfronteerd met je (gebrek aan) vindingrijkheid, tolerantie, manieren, geduld, moed en ontdek je de comfortzone. Zo leer je een personage dus erg goed kennen! Je kan belangrijke informatie voor je personagebiografie ontdekken met deze oefening.

Wie wordt de gesprekspartner?

In mijn voorbeelden houd ik een personage aan dat op vakantie is. Dit personage verkeert dus niet in acuut gevaar. Maar omdat je personage wel aan rust toe is en die niet krijgt als de communicatie niet vlot verloopt, zal het wel even boos, verdrietig, paniekerig of chagrijnig worden…
Veel van de mogelijke gesprekspartners die volgen laten ook zien hoe hoog het Karengehalte van je personage is. Als jouw verhaal geen receptionist heeft omdat je personage niet in een hotel gaat slapen, kijk dan of de gesprekspartner in jouw verhaal een vergelijkbare rol vervult.

Kijk voor deze schrijfoefening wat er belangrijk is voor jouw verhaal. Wat gebeurt er in je plot? Hoe moet je personage groeien in zijn centrale conflict? Als je een dystopisch verhaal schrijft, is het interessant als de gesprekspartner iemand is die als enige de weg weet naar de laatste schuilkelder. In een verhaal over een belangrijke zakendeal is het handig om te kijken wat er gebeurt als je personage lastig met een concullega kan communiceren.

Receptionist

De persoon die makkelijk te misbruiken is door een lagere rang en een kwetsbare positie.

Een eventuele Karen ontpopt zich bij de receptionist in volle glorie. De receptionist verleent een dienst: een luxe dienst; vakantie vieren is een voorrecht, geen recht. De receptionist is de laagste in rang, of het ‘laagste schakeltje’ binnen zo’n luxe dienstverlening. En hij heeft een manager boven zich werken, dus een klacht indienen is zo gebeurd.
Als je personage zich een bepaalde luxe kan permitteren, heeft het dan de neiging om zich als belangrijker voor te doen dan de ander, of blijft het de receptionist als gelijkwaardige behandelen? Ook iets om over na te denken: beseft je personage dat het zichzelf niet kan inchecken en de receptionist de eerste in een schakeltje van het hotelverblijf is? Als het communiceren in het begin al moeizaam gaat, is dat niet het moment om (al) de degens te gaan kruisen. Daar wordt alles alleen maar vermoeiender van. Heeft jouw personage dat door?

Taxichauffeur

Hoe gedraagt je personage zich tegenover iemand die lager in rang is, maar wel een zekere macht over haar heeft?

De taxichauffeur heeft veel gemeen met de receptionist: hij is een relatief ‘lage’ dienstverlener. Karen, let op: er is een belangrijk verschil! Als je boos wordt op een taxichauffeur kan hij je ergens droppen, zonder dat je weet waar je bent en hoe je daar weer weg moet komen. Dan ben je nog verder van huis (of je hotel, zo je wil). En een klacht indienen kan je niet ter plekke doen…

De serveerster

Een persoon in lagere rang, maar die wel iets doet of heeft voor jou dat essentieel is om te overleven of in ieder geval de dag fatsoenlijk door te komen.

Net als de receptionist en de taxichauffeur is de serveerster wat lager in rang. Maar als ze jou geen eten kan of komt brengen en je daarmee niet in een van je eerste levensbehoeften wordt voorzien… Iets om over na te denken wat betreft hoe je personage daarop reageert. Een leuk extraatje: als je personage een serieuze allergie heeft, dan wordt het een stuk belangrijker om zowel duidelijk te kunnen communiceren als de serveerster te vriend te houden. Hoe doet je personage dat?

De receptionist, taxichauffeur en de serveerster verlenen een dienst waarvan je als vakantieganger weet dat je er gebruik van gaat maken. In hoeverre bereidt je personage zich daar extra op voor, of juist niet? Misschien vindt het het wel lachen om met handen en voeten met de receptionist te moeten praten, maar als er serieuze allergieën in het spel zijn, zal je toch iets meer moeten voorbereiden. Voor zover je personage zich kan voorbereiden op dit soort situaties, zegt het ook iets over hem in hoeverre het dat ook doet. Heeft het een controledwang of is het juist zo laks dat hij daardoor makkelijk(er) in de problemen komt?
Bovendien: probeert je personage mee te denken in de oplossing, of houdt hij zich aan het principe dat hij als betalende klant zich nergens mee hoef te bemoeien? Dat zegt iets over zijn trots, of bereidheid in het algemeen om in actie te komen.

Medevakantiegangers

Als het gaat om rang of status, is er bij deze mensen niets te halen of te verliezen: ze zijn gelijkwaardig aan je personage. Wil of durft je personage het aan om met handen en voeten vriendschappelijk contact te leggen? Of gaat hij van een mooi boek genieten? Dat zegt iets over zijn sociale behoeften (op dat moment). En wat als er de clichéruzie uitbreekt over de handdoeken bij het zwembad? Nu de gesprekspartner niet betaald wordt om een conflict op te lossen, zal dat anders verlopen en je personage zich ofwel anders gedragen of een andere aanvalstactiek moeten bedenken.

Het idool

Daar komt het idool van je personage onverwacht over straat aangelopen! Iemand van hoge(re) rang en bovendien is je personage even pen en papier kwijt, dus een blocnote en pen onder de neus schuiven in de hoop dat de extase in de ogen het wel doen… Dat gaat even niet op.
Durft je personage het risico zich voor schut te zetten om iets te bereiken bij iemand waar het ontzag voor heeft? Of wordt het door diegene en de situatie geïntimideerd en vraagt het daarom niet wat het wil of nodig heeft?

De hotelmanager

Iemand met een relatief hoge(re) rang, maar bij wie wel iets te halen valt.

Knik even veelbelovend in de richting van je drie Guccitassen en de hotelmanager biedt je misschien wel iets extra’s aan, in de hoop dat je een hogere fooi geeft. Probeert je personage zoiets omdat het vindt dat het recht heeft op een voorkeursbehandeling? Gaat het hielenlikken tot er kwijl op het tapijt ligt?
Doet het dat niet omdat het tevreden is met de hotelkamer die is geboekt? Vraagt het vriendelijk of er misschien nog (tegen betaling) bepaalde upgrades beschikbaar zijn? Of durft het de hotelmanager niet eens naar zoiets of zelfs überhaupt iets te vragen omdat het denkt zelf in veel lagere rang te zijn?
De omgang met de hotelmanager kan je veel vertellen over de mate van tevredenheid, eigenwaarde en zelfvertrouwen die je personage heeft. En hoe het zijn eigen status ziet.

De dokter

Je personage krijgt een ongeluk en wordt naar het ziekenhuis gebracht. Het ziet allerlei professionele zorgverleners aan het werk gaan, maar wat er mankeert, is onduidelijk. Het enige wat je personage weet, is dat het in pijn verkeert. Hoe bang is je personage in zo’n situatie? Vertrouwt het op de zorgprofessionals en laat het zich bijna vertroetelen in de zorg die het krijgt? Of kan hij het niet aan als onbekenden hem aanraken, zonder te weten wat ze precies doen of gaan doen? Dat laatste kan iets zeggen over de medische toestand van je personage: wat als het duidelijk moet maken dat het allergisch is voor bepaalde medicijnen? Het zegt ook iets over hoe goed je personage al dan niet in zijn lijf zit. Stel dat het zich schaamt voor zijn lijf en ook al niet weet wat die zusters allemaal aan hem zitten te sjorren, dan kan het zomaar zijn dat hij de behandeling bemoeilijkt door hen dwars te zitten.
En wie probeert jouw personage als eerste te contacteren om te laten weten dat hij in het ziekenhuis ligt? Waarom die persoon? Of licht hij niemand in, om pas later als alles – hopelijk- weer over is, te kunnen zeggen: “Ik heb een uurtje op de EHBO gelegen, maar ik wilde je niet ongerust maken, dus ik heb niets laten weten.”

Schrijfoefening: interview over een levensverhaal

Als schrijver kan je soms te enthousiast te raken over je eigen verhaal. Omdat je je personages goed leert kennen, maak je ze soms leuker dan ze moeten zijn voor het verhaal. Of heb je net iets meer medelijden met hen dan goed is voor het plotverloop. Dat kan ten koste gaan van je neutrale bril. Deze oefening helpt je om van een afstandje te kijken naar je personage.

Interview met een nabestaande

Als je mijn blog al wat langer leest, weet je dat ik de documentaire Human een fantastische inspiratiebron vind voor het ontwikkelen van personages. Deze schrijfoefening gaat ook uit van de opzet van deze documentairefilm. Een relatief simpele vraag: “Hoe is jouw leven en wat speelt daarin?” kan een namelijk een schat aan informatie opleveren.

In deze schrijfoefening is je hoofdpersoon overleden en ga je een nabestaande interviewen (echtgenoot, vriend, zus, tante et cetera). Dit personage hoeft geen grote rol in het verhaal te hebben, maar moet je hoofdpersonage wel goed kennen. Voor een ideale duur van het interview, spreek je de ‘tekst’ van de nabestaande hardop uit. Ga echt even in diens schoenen staan. Aarzel ook even om je woorden te vinden, bijvoorbeeld. Zet een timer van drie minuten. Dan blijf je bij de kern van het verhaal blijft zonder het tekort te doen.

Opzet van het interview

Jij vertelt de nabestaande over het interview:
“Ik maak een documentaire over de levens van verschillende mensen en wil die in een tijdcapsule stoppen. Jouw geliefde is helaas al overleden, maar hoe zou jij willen dat die in de spreekwoordelijke geschiedenisboeken komt te staan?”


Het interview met Donatella hierboven is een heel goed voorbeeld uit de documentaire. Ze vertelt over haar gesloten vader. Hij kreeg door Alzheimer een andere persoonlijkheid. Daardoor was hij in de laatste periode van zijn leven opener en zachter naar zijn dochter.

Donatella stond dicht genoeg bij haar vader om te kunnen vertellen over hoe hij was. Ze vindt en weet er ook wat van:
* Het was moeilijk een relatie met hem op te bouwen;
* Hij was diep vanbinnen liefhebbender dan hij liet blijken;
* Hij had het allerbeste voor met zijn gezin.

Maar wat je niet uit dit interview te weten komt, zijn dingen als:
* waar hij werkte;
* wat zijn grootste angst was;
* die ene keer dat hij een flinke ruzie had met zijn beste kameraad.

Ze geeft een algemene indruk van haar vader en vertelt over de dingen die zij als het belangrijkste acht om die algemene indruk te kunnen schetsen.

Het belang van de algemene indruk

De algemene indruk van je personage geeft je een belangrijke houvast. Zo vergeet je niet wie je hoofdpersonage in de kern is en dwaal je minder makkelijk af : “Ja, mijn personage is gesloten, maar hij is ook een harde werker, een postzegelverzamelaar, dol op gebakken eitjes en heel goed in Duits.” Als je moeite hebt met het bepalen wat al dan niet belangrijk is om in een subplot te verwerken, kan je dat met deze oefening makkelijker afbakenen.

Nog een belangrijk voordeel is dat je niet te snel op de zaken vooruitloopt. Dan kan je belangrijke karaktereigenschappen of gebeurtenissen minder belangrijk maken dan ze zijn. In het geval van Vader Donatella: “Ja, maar ik weet dat hij in wezen een lieve man is, dus ook al vóór zijn Alzheimer laat ik hem hier en daar al zacht zijn.”
Dat is dus niet de bedoeling: je weet van het interview met Donatella dat dat (nog) niet aan de orde was. Hoe beter je je personage leert kennen, hoe groter de kans dat hij (of iets van hem) een darling wordt. Als je met andere ogen/ van een afstandje naar je personage kijkt, verklein je die kans.

De meerwaarde van de geliefde

Een persoon of personage kan nooit volledig door een neutrale bril kijken. De nabestaande dus ook niet. Maar een personage heeft een heel groot voordeel wat jij als schrijver niet hebt: een nabestaande hoeft geen plot in de gaten te houden. Als Vader Donatella een gesloten man was gebleven, dan had Donatella dat gewoon gezegd. Ze was er misschien wat treuriger om geweest, maar ze zou niet zomaar verzinnen dat haar vader Alzheimer kreeg en een lievere man werd. Dat zou eerder iets zijn wat jij als schrijver graag zou zien voor een mooi verhaalthema.

Voorwaarde van de nabestaande

De nabestaande heeft een belangrijke voorwaarde om geïnterviewd te mogen worden: hij mag niet verblind zijn door emoties. Denk aan dus bijvoorbeeld:
* De man die zijn vrouw zodanig verafgoodde dat hij ook haar drankprobleem niet als iets negatiefs zag; alles, echt álles aan vrouwlief was positief;
* De zoon die is mishandeld door zijn vader en niet meer over hem kan zeggen of denken dat het een eersteklas ^*$&! was;
* De ex-vrouw die is bedrogen en nooit over die verbittering heen is gekomen.

Kies in dat geval een ander personage voor het interview.

Donatella is een heel mooi voorbeeld van de ideale persoon om te interviewen: ze zegt eerlijk dat de relatie met haar vader grofweg het langste deel van haar leven erg lastig voor haar is geweest. Ze vertelt ook dat dat zelfs uitmondde tot andere rare situaties en een ernstig gemis. Als ze eenmaal over de ziekteperiode van haar vader begint, verwoordt ze wat dat teweegbracht. Ze koppelt wel een bepaald oorzaak en gevolg, maar dat geeft een mooie samenhang, zonder dat het ene gegeven het andere kleurt of tenietdoet.

Dingen om op te letten

Deze schrijfoefening kan je onverwachte inzichten geven. Het scheelt per interview wat voor nieuwe informatie je krijgt of waar je in bevestigd wordt. Maar na het afnemen van het interview kan je jezelf in ieder geval deze vragen stellen:
* Is mijn personage inderdaad (nog) wie ik dacht dat hij was?
* Loop ik vooruit op bepaalde zaken in het plot?
* Heb ik darlings over mijn personage ontdekt? Welke zijn dat?
* Zijn eventuele subplotten inderdaad zo belangrijk voor het verhaal als ze lijken?

Schrijfoefening: achter de foto

Misschien ken je het wel van vakantie: je neemt een hoop foto’s, maar als je ze terugkijkt, doen ze teniet aan de ervaring. Ofwel omdat er buiten het zicht van de camera een hele sfeer was die je niet kon vangen, of er buiten beeld iets heel speciaals speelde dat aanleiding gaf tot de foto, of gewoon omdat je maar één berg op de foto kreeg, terwijl je was omringd door een complete bergketen.
Het uitgangspunt: ‘maar er was nog zoveel meer dan je hier ziet’ vormt de basis van deze schrijfoefening.

Wat is een foto waard?

Beeld je in dat je in de vorige eeuw leeft en foto’s maken nog speciaal is. Je maakt ze niet met een zwiep van je telefoon, maar per fotorolletje van zesendertig stuks, die je later nog moest laten ontwikkelen en het resultaat pas een week later te zien kreeg. Misschien moet je zelfs drie weken vooraf een afspraak maken bij een fotograaf om één enkel kiekje te mogen schieten. Dan ga je wel even nadenken wat de moeite van het gedoe en de kosten waard zijn. Zoek een scène of een moment uit in je boek uit die om wat voor reden dan ook speciaal is.
Probeer daar in je geestesoog ook echt een foto van te maken, zodat het beeld concreet wordt en je een duidelijk uitgangspunt hebt voor deze oefening. Onderstaande foto neem ik als voorbeeld.

Foto door Mason Dahl via Unsplash

Achtergrond van de foto

Op bovenstaande foto zie je een groep mensen picknicken. Het is lekker weer op de foto, dus het is waarschijnlijk een fijne dag geweest: lekker eten en fijn gezelschap. Maar dat is alles wat je ziet. Ook al ken je deze mensen persoonlijk, aan de foto zelf kun je niet veel méér afleiden.

Als een van deze mensen deze foto ziet en dit moment speciaal is, zullen ze gaan vertellen:

* “Die dag was vreselijk: vlak na die picknick kreeg ik te horen dat mijn vader ernstig ziek was…”
* “Die picknick was echt leuk. Het was een aanloop naar een huwelijksaanzoek.”
* “Tijdens die picknick kwam er een vrouw gillend naar ons toe omdat haar man een hartaanval kreeg. We hebben de ambulance gebeld en later bleek dat die man het door ons snelle handelen had overleefd.”

Naar de foto kijken

Als je de goede foto voor de oefening hebt gekozen, dan komen er bij je personage duidelijke emoties of sprekende herinneringen bovendrijven. Dit is waar deze oefening waardevolle informatie over je personage of zijn biografie kan geven. Een herinnering of een moment waarover je personage veel te vertellen heeft kan een schat aan informatie opleveren. Misschien is de foto zelf wel een schakeltje in een belangrijk butterfly-effect van je plot. De voorbeeldfoto ging vooraf aan de hartaanval van de omstander.
Dan kan je bijvoorbeeld van je personage, die de foto veertig jaar laten ziet, horen: “Ik was nog aan het oriënteren wat ik met mijn studie wilde doen. Ik had al een cursus EHBO gedaan, maar toen die man een hartaanval kreeg en ik hoorde dat ik zijn leven had gered, besloot ik dat ik een medische studie wilde doen. Nu ga ik over een jaar met pensioen na een carrière als succesvol en gerespecteerd cardioloog.”

Als het dat ene moment het leven van het personage verandert of heeft veranderd, dan moet er veel zijn losgemaakt op dat moment sûpreme. Wat ging er door hem heen? Wat was het moment dat er iets ‘klikte’ of wanneer gebeurde dat? Steeg het personage als het ware boven zichzelf uit en kon hij de situatie van bovenaf bekijken? Kreeg hij zo’n ongekend hoge dosis van een bepaalde emotie (blijdschap, schok, verdriet, verontwaardigdheid…) dat hij er daarna wel iets mee móest doen? In therapie gaan, een liefdadigheidsorganisatie opzetten, wat dan ook?
Kijk goed wat er met je personage gebeurt als je hem naar de foto laat kijken. Waarschijnlijk komen de belangrijkste elementen uit de biografie voorbij. Dat kunnen de vaststaande elementen zijn zoals in die post beschreven staan, maar je kan ook andere belangrijke zaken voor jouw personage tegenkomen. Schrijf het allemaal op!

Voorbeelduitwerking casus

Onze cardioloog kan verschillende dingen vertellen als hij zegt hoe heftig het was om de man die hartaanval te zien krijgen:
* “De paniek van de echtgenote ging door merg en been. Het deed fysiek pijn om het zelfs maar aan te moeten zien. Ik heb wekenlang nachtmerries gehad en ben doodsbang geweest zoiets weer mee te maken. Op dat moment besloot ik dat ik iets zou gaan doen wat mensen die paniek en angst zou kunnen besparen of verminderen.”
* “Ik had de week ervoor mijn moeder verloren: ze was aangereden door een dronken automobilist. Niemand had haar kunnen redden. Toen ik die hartaanval zag gebeuren, besefte ik dat de dood soms te voorkomen is. Als ode aan mijn moeder wilde ik zo’n levensreddend vak leren.”

Je kan hier al belangrijke zaken als een trauma of de grootste angst van je personage uit opmaken. Tussen de regels door kan je vaak ook iets van waarde vinden. Als de moeder van het personage is overleden door een ongeluk, is dat uiteraard heftig geweest. Maar wat voor gevolgen heeft dat precies gehad?
Misschien durft je personage nu geen auto meer te rijden, of is hij verder opgegroeid met een door de schok aan de alcohol geraakte vader. Dat zal ook geen pretje zijn geweest.
Of was je personage al volwassen? Dan heeft dat geen invloed op de jeugd gehad, maar misschien heeft moeder daardoor wel de aankomende bruiloft van je personage gemist. Allemaal bruikbare nieuwe informatie.

Wat is de gedachte erachter?

Bedenk dat je personage niet voor niets deze foto heeft gekozen. Reken erop dat alles wat hij zegt een dubbele laag of diepere betekenis heeft. Als je dan wat gaat graven, kan je veel extra informatie over je personage ontdekken.
Probeer – nog meer dan anders- in het hoofd van je personage te kruipen en uit te vinden wat zijn gedachten achter zijn woorden zijn.


Schrijfoefening: de tegenvallende vakantie

De meeste mensen houden van reizen. Tenminste, dat zeggen ze. Als je ze op vakantie stuurt die er heel anders uitziet dan hun ideale plaatje, dan wordt het een ander verhaal. Dit andere verhaal levert een hele goede schrijfoefening op. Je leert er je personage beter door kennen.

Wat kan een reisvoorkeur je over iemand vertellen?

Voordat we beginnen met de schrijfoefening, kijken we eerst naar waarom een reis en iemands voorkeuren daarin een hele goede show don’t tell van je personage vormt. In de volgende tabel staan een aantal voorbeelden:

Je personage is dol opdan is de ideale vakantieen gaat hij waarschijnlijk
luieren een zonvakantie naar Spanje of Zuid-Frankrijk
sporten en avontuuractiefsurvivallen in de Canadese wildernis
cultuurgevuld met musea of culturele festivalsnaar het Louvre en Versaille in Parijs, of naar Sri Lanka tijdens Perahera
Je kan deze tabel ook ‘omdraaien’. Probeer maar! Bedenk zelf wat de uitkomsten zijn als je schrijft wat niet in deze vakjes past voor jouw personage.

Niet alleen de bestemming, maar ook de invulling van de vakantie verklapt op een soortgelijke manier veel:

Je personage wil op zijn vakantie….…en zal daarom……en dit absoluut vermijden
luxeminstens in viersterrenhotels slapeneten van simpele eetstalletjes langs de weg
onvoorzien avontuur met alleen een rugzak bij zichniet veel bagage meenemenveel vooruit plannen
vooral uitrusten en gemak ervareneen reisbureau alles laten regelenzich veel verplaatsen tijdens de vakantie om hectiek te voorkomen

In deze schrijfoefening krijgt je personage vakantie ‘cadeau’ waarin hij beleeft wat hij in de kolom zou schrijven bij dit zou ik vermijden. De zonnebader gaat survivallen en de cultuurfanaat moet heel standaard en ‘cultuurloos’ in een resort blijven. Dan gaat de vakantie tegenvallen. Je kan niet meer lekker ontspannen, zoals je dat van een vakantie verwacht. Het wordt in ieder geval lastiger als je je ergens niet op je gemak voelt of alles je tegenwerkt of je ergernis opwekt…

Heet hangijzer: de wereldwijze backpacker

De wereldwijze backpacker is een heet hangijzer voor deze schrijfoefening. Dit is iemand die dingen zegt als:
* “Ik connect graag met de locals.” No way dat diegene zegt graag de plaatselijke bevolking te leren kennen. Da’s niet hip genoeg…
* “Als jij niet reist met enkel een rugzak, dan reis je niet authentiek en kun je het net zo goed niet doen. Reizen móet je horizon verbreden en een beter mens van je maken.”
* “Ik doe meer levenservaring op dan iemand die in een all-inclusive resort verblijft.”
* “Je mag absoluut geen gids inhuren om je te begeleiden bij een activiteit. Reizen is een avontúúr en gidsen maken alles alleen maar commercieel en steriel.”
* “Vergeet niet mijn reisavonturen te volgen op Instragram.”

“Kijk mij op een fantastische plek staan!” Je kent vast een Instagrammer of Youtuber die zich zo gedraagt.
Ugh…

Het probleem van deze backpacker is dat die over het algemeen inderdaad meer noemenswaardige avonturen beleeft voor een verhaal dan iemand die alleen ligt te zonnen op een strandstoel. De backpacker zegt zich in alle omstandigheden overal ter wereld thuis te voelen, maar dat is niet waar. Als die backpacker met een gerafelde broek en blaren op zijn zweterige voetzolen een vijfsterrenhotel binnenkomt, zal hij ook balen dat de gemiddelde gast daar geen zin heeft om over de zoveelste waterval te praten en meer interesse heeft in de meest recente economische ontwikkelingen. Je kan dus ook een ‘echte avonturier’ voor deze oefening gebruiken.

Wat vertelt een verkeerde vakantiebestemming je?

Schrijf deze tegenvallende vakantie als een kort verhaal uit. Wat gebeurt er? Waarin is dat anders dan wat je personage normaalgesproken wil of najaagt? Als het goed is kom je een hoop waardevolle informatie tegen tijdens deze reis met de nodige hobbels.

Flexibiliteit

Als dingen anders gaan dan gehoopt of gepland, kan je zien hoe flexibel je personage is. Het maakt een groot verschil voor het verlaten van de comfortzone of je personage makkelijk van het oorspronkelijke plan kan veranderen. Denk ook aan hulp vragen als hij in de problemen zit. Durft hij dat, of wil hij naar het advies van anderen luisteren als de werkelijkheid anders uitpakt dan het oorspronkelijke idee? Aan de hand daarvan kan je bepalen wat je moet doen om een passende manier te bedenken waarop je personage zijn comfortzone verlaat. Moet daar veel conflict voor plaatsvinden of hoef je maar met je vingers te knippen voordat je personage in paniek raakt?

Houding naar anderen of ondergeschikten

Er is niets zo makkelijk om tegen de receptionist te schreeuwen en te klagen en hem de schuld te geven omdat jouw kussen niet exact zo zacht was als jij wilde. Met uitzondering van Karen zijn de meeste mensen vaak niet zo extreem. Maar als je moe en geïrriteerd bent, kan het slechtste in je naar boven komen. Kijk eens hoe je personage omgaat met ondergeschikten of anderen in zo’n situatie. Het kan je vertellen dat zij onder de oppervlakte grote frustraties, kromme overtuigingen of vooroordelen heeft.

Blijft je personage beleefd en netjes, dan is zij gewoon een goed persoon. Maar kijk ook in hoeverre zij de kalmte kan bewaren. Wie weet heeft zij net iets te veel weg van een Mary Sue. Iedereen heeft een een limiet wat betreft geduld of vriendelijkheid. Je zal die van je personage vast vinden tijdens deze vakantie. Dat is fijn om op te schrijven in je personagebiografie.

Grootste ergernis en angst

Als de hele vakantie niet volgens plan verloopt, zullen de ergernissen zich opstapelen. Maar wat is de grootste van allemaal? Vaak kan je tussen de regels door ontdekken wat de grootste angst is van je personage. En dat is zeer waardevol, want een verhaal wordt draaiende gehouden door de angst van een personage.
Enkele voorbeelden:

Grootste ergernis Grootse onderliggende angst
moeten eten van straatstalletjesziek worden, er is sprake van ernstige smetvrees
er was niet overal wifibuitengesloten raken of worden (door de thuisblijvers)

Ongetwijfeld zal je nog meer dingen over je personage ontdekken tijdens deze reis. Veel plezier met de oefening!

Schrijfoefening: het verhaalthema als superkracht

Een personage is voorbestemd om de wereld te redden. Hij of zij is de enige die een speciale gave heeft of krijgt of de kracht heeft om dat ene speciale wapen te hanteren. Meestal is er nog wel een strijd om deze gave of kracht, maar meestal voel je de afloop wel aan: de hoofdpersoon wint. In deze schrijfoefening voor je opschrijfboekje bekijk je wat er gebeurt als het niet zo vanzelfsprekend is dat de hoofpersoon de uitverkorene is en blijft.

Wat maakt een uitverkorene?

Een uitverkorene is vaak:
* Iemand die de uitverkorene is en dat blijft, omdat een profetie dat zegt of de tegenstander zodanig handelt dat het onmogelijk is dat iemand die rol overneemt. Harry Potter is daar een mooi voorbeeld van; in theorie had Marcel Lubbermans ook de Uitverkorene kunnen zijn. Voldemort neemt de profetie echter zodanig serieus dat hij Harry de Uitverkorene maakt, nog voordat hij weet welke jongen een lastigere vijand zou worden.
* Het hoofpersonage in een verhaal met weinig subtiele symboliek. Er zijn twee mogelijke uitverkorene, de een is afgezant van het licht, de ander van het duister. Zo kunnen goed en kwaad met elkaar strijden om wie de ‘ware ‘ uitverkorene is. Wint de strijder van het licht, dan is de wereld gered, anders is iedereen de sigaar. Deze manier is effectief voor de basis van de trope van een uitverkorene, maar niet zo diepzinnig. Deze schrijfoefening houdt dit principe aan, maar gaat er wel dieper op in.

Wat is de superkracht van de uitverkorene?

Bedenk eerst wat de superkracht is wat je personage een potentiële uitverkorene maakt. Dat kan een daadwerkelijke super-of toverkracht zijn, maar ook een uitzonderlijke positie van macht, of een andere vaardigheid waardoor je personage belangrijk is voor de omgeving of de wereld die centraal staat in je verhaal.
Voor deze oefening is de superkracht: het kunnen sturen van andermans gedachten en acties. Fantastisch in goede handen; je kan er tirannen mee stoppen; vreselijk in verkeerde handen; je kan een genocide plegen zonder je handen vuil te maken…

Zoals je waarschijnlijk wel weet, is het voor het bedenken van een verhaal funest om een superkracht zomaar te geven. Je moet bedenken wat de limieten zijn:
* Kan deze kracht altijd worden gebruikt of alleen onder bepaalde omstandigheden?
* Hoe leert en/of beheerst de uitverkorene deze kracht?
* Heeft deze kracht een limiet (zoals een geweer ook maar een X aantal kogels kan houden?)

Denk goed na wat je met de ´algemene regels´ wil doen: ze vormen de basis van je verhaal.

Dit zijn dingen die je één keer bepaalt en daarna vastlegt. De superkracht van deze schrijfoefening is echter dynamischer: onze held kan hem ook verleren door zijn doen en laten en zo de vaardigheid van ultieme controle aan de tegenstander verliezen.

Wat zijn de voorwaarden van de superkracht?

Voor de kracht van ultieme controle moet de uitverkorene:
* Een zeer duidelijk doel hebben wat hij met die controle wil bereiken.
* Weten wat de opofferingen van zijn kant zijn en daarmee akkoord gaan.
* Zich niet laten leiden door zijn eigen ego.

Ter herinnering: er zijn sowieso maar twee kandidaten die in aanmerking komen voor de rol van uitverkorene. Sol vecht voor het goede, Lunar voor het kwade (Ja, duidelijke symboliek 😉 )

Sol en Lunar strijden voor het tegengestelde belang.

Sol versus Lunar

Sol heeft een vriend om te redden uit de klauwen van Lunar en wil hem met de gave zijn tirannie laten stoppen. Hij weet dat hij in de strijd tegen Lunar zou kunnen sterven, maar heeft daar vrede mee. En hij is niet op een heldenmissie gestuurd door de koning, dus hij heeft ook geen motief om voor een egostrelende titel als ‘Held des vaderlands’ ten strijde te trekken.

Als je dit gegeven (traditioneel) houdt, dan is en blijft Sol de Uitverkorene. Maar nu is Lunar tijdens de confrontatie zo slim om te zeggen: ”Weet je wel zeker dat je jouw vriend wil redden? Als je dat doet, vermoord ik tien anderen! (Dit is een variatie op het klassieke trolleyprobleem.). Sol kan de gave nu niet meer krijgen: hij zal niet meer kunnen beslissen zonder tussenkomst van zijn eigen ego: wat moet ik met mezelf aan na zo’n vreselijke keuze?
Lunar heeft nu de voorwaarden voor de kracht: hij wil met de controle nog steeds voor de duistere zaak vechten, is bereid daarvoor te sterven en wordt niet door persoonlijke zaken in twijfel gebracht.

Resultaat van een voorwaarderlijk uitverkorene

Als je de uitverkoren gave koppelt aan een aantal voorwaarden die kunnen veranderen, wordt het verhaal daar dynamischer van. Maar het heeft nog een voordeel: je kan er je verhaalthema mee verduidelijken voor jezelf. In het verhaal van Sol en Lunar heb je bijvoorbeeld de keuze uit: vriendschap, trouw, trots, of opoffering en zo nog meer. Met de superkracht en de voorwaarden daarvan in beeld, heb je duidelijk wat jij persoonlijk verstaat onder het verhaalthema en hoe je dat kan invullen. Immers: voldoe je niet aan de voorwaarden van de superkracht, dan krijg je hem niet. Lees: als je niet weet wat je thema unieke inhoud geeft, dan weet je niet hoe je daar de invulling aan kan geven en hoe je dat kan toepassen in een verhaal met een spanningsboog.

Verdieping van een verhaalthema

Als het thema van Sol en Lunar vriendschap is, heeft Sol als ‘Uitverkorene bewaker der vriendschap’ zijn superkracht makkelijk vergaard. Maar als hij vervolgens voor het trolleyplobleem komt te staan, wordt het interessanter: je geeft een intern conflict mee. Zijn (re)acties daarop hebben invloed op het ontstaan, het verloop en het resultaat van het centrale conflict. De superkracht hangt af van bepaalde bepaalde (vriendschaps)voorwaarden…
Koppel de superkracht (lees: je verhaalthema) aan bepaalde interpretaties. Het is makkelijk om te zeggen dat je voor altijd vrienden blijft, maar wat als je door omstandigheden niet meer aan de voorwaarde van een ‘superkracht’ voldoet? Als je meerdere kanten van een thema belicht, doet dat je centrale conflict en de diepgang van je verhaal veel goed.




Schrijfoefening: duivels dilemma

Als je personage gedwongen wordt om iets te doen wat hem in elk opzicht tegenstaat of angst aanjaagt, geeft dat je de gelegenheid om een aantal belangrijke dingen over zijn geloof te leren en hoe hij zeer belangrijke en soms onmogelijke beslissingen neemt.

Onderstaand citaat komt uit De vliegeraar van Khaled Hosseini:

Als ik hem één kind weiger, neemt hij er tien. Dus ik sta toe dat hij er één meeneemt en ik laat het oordeel aan Allah. Ik slik mijn trots in en neem dat smerige rotgeld van hem aan. Dan ga ik naar de bazaar en dan koop ik eten voor de kinderen.

De context is als volgt: de hoofdpersoon wil zijn neefje ophalen uit een weeshuis om hem een beter leven in zijn gezin te kunnen geven. Het weeshuis is verre van een fijne plek en er is nauwelijks eten voor de kinderen. De directeur vertelt dat hij ‘zakendoet’ met een talibanstrijder. Als hij hem eens per maand, wanneer hij langskomt een kind meegeeft, krijgt hij genoeg geld om voor de overige tweehonderd kinderen eten te kopen. De directeur wordt in elkaar geslagen door de metgezel van de hoofdpersoon: “Hoe durf je een onschuldig kind mee te geven om verkracht te worden door talibanstrijders?!” Het bovengenoemde citaat is de verklaring van de directeur voor zijn keuze.

Duivels dilemma

Kiezen tussen twee kwaden wordt soms door elkaar gebruikt met ‘door de zure appel heen bijten’. Maar wat als het écht kiezen is tussen twee kwaden? Kwaden die zodanig heftig zijn dat je niet met je keuze kan leven, ook al weet je dat je iets moest doen, ongeacht of je keuze de juiste was of niet?
Ik laat het oordeel aan Allah” is in het voorbeeld erg diepgaand. Hier zegt de directeur niet dat hij het oordeel aan Allah overlaat als hij een keer vergeet naar de moskee te gaan. Hij heeft iets vreselijks gedaan waarvan hij weet dat het volgens de islam onvergeeflijk is, terwijl hij het niet wilde doen en daarbij ook nog vanuit de goedheid van zijn hart handelde…
Hij moest kiezen tussen het ene onvergeeflijke of het andere onvergeeflijke. Hoe doe je dat?
Voor een antwoord voor een bestaand persoon: al sla je me dood…
Voor een antwoord voor een schrijver die zijn personages wil vormen: kijk naar de relatie met de hogere macht waar je personage in gelooft.

Hogere macht

Kijk eerst of je personage in een hogere macht gelooft. Zo ja, dan is dat hetgeen waar de kern van zijn doen en laten en vertrouwen wat betreft de ‘serieuze onderwerpen’ van het leven op gebaseerd zijn: leven en dood, wat je al dan niet mag doen in het leven en hoe je deze hogere macht voldoende dient, of dat jij doet waar je volgens deze macht voor op aarde bent. Je personage zal deze hogere macht in overweging nemen op het moment dat hij met een duivels dilemma te maken krijgt. Een belangrijke vervolgvraag is dan: is je personage bang dat zijn hogere macht negatief oordeelt? (omdat er bijvoorbeeld een van de Tien Geboden is gebroken) of vertrouwt hij erop dat zijn hogere macht weet dat het vreselijke overmacht betrof en dat hij alsnog liefdevol (in een hiernamaals) ontvangen wordt?

Het antwoord op die vraag kan op het moment van de beslissing doorslaggevend zijn. Als je personage bang is voor eeuwig hellevuur, kan hij daardoor in doodsangst bevriezen en alsnog niet doden, ook al voorkomt hij daarmee nog ergere ellende. Ook nadat de beslissing is genomen is dit antwoord van belang. Als hij bang is voor vergelding, zal het moeilijk zijn om na de traumaverwerking (ervan uitgaande dat die komt) verder te gaan met het leven. Hij denkt toch al dat hij alleen maar een last is voor de wereld en hij een belangrijke belofte heeft verbroken. Vertrouwt je personage erop dat hij ondanks alles vergeven wordt, dan kan hij nog uit een comfortzone komen en nog een ander pad inslaan met zijn leven.

Het maakt voor een onmogelijke beslissing enorm veel verschil als je denkt dat er een vriendelijk uitgestoken hand op je zal wachten, of wanneer je vreest dat die juist zal ontbreken…

Waarden en moralen

Als je personage niet in een hiernamaals, hogere macht, een hel (lees: een plaats om te vrezen vanwege de eeuwige verdoemenis) gelooft, of gelooft in een hogere macht die zich met de natuur, maar niet met mensen persoonlijk bemoeit, is hij in het geval van een duivels dilemma nóg meer dan bij mensen die dat wel doen op zijn normen en waarden aangewezen. Hij hoeft (of kan, zo je wil) geen verantwoording afleggen aan iets hogers, dus dat moet hij dan aan zichzelf doen. Dan moet je personage (en daarmee jij als schrijver) een heel goed beeld hebben van zijn waarden en moralen.
Met waarden bedoel ik: ‘als je het in een woord kan samenvatten’, zoals: trouw, liefde, aanzien, respect en moed. Moralen zijn voor deze uitleg bedoeld als: ‘iets waar je een volledige zin voor nodig hebt’: ‘Doe niemand kwaad.’ ‘Help eerst jezelf, dan een ander.’ ‘Verkies geld niet boven geluk.’

Noteer deze waarden en moralen eerst in aparte rijtjes, rankschik ze dan naar relevantie: Wat is voor mijn personage het allerbelangrijkst? Wat komt daarna, en daar weer na? Wat komt niet in dit lijstje voor?
Vervolgens kan je deze lijstjes combineren: als deze waarden bovenaan staan, welke moralen kunnen daar dan uit voortkomen? Bijvoorbeeld: ijver + wijsheid = doe je best met studeren. Of andersom: als de moraal is: ‘Help een ander voordat je jezelf helpt’, kan deze ontstaan zijn uit de waarden onbaatzuchtigheid en respect. Zo krijg je een goed beeld bij wat je personage vanuit zijn diepste kern beweegt.

Natuurlijk kan je deze lijstjes ook maken voor een personage dat óók in een hogere macht gelooft. Deze schrijfoefening kan je uit de brand helpen bij ernstige dillema’s, maar biedt ook een goede uitgangsbasis voor wat meer onschuldige conflicten als je twijfelt hoe je personage ergens naar zou handelen.

Schrijfoefening: de dag die later weer verdwijnt

Je personage heeft altijd wel een heimelijke wens of iets waarvan hij denkt: wat als dit zou gebeuren?
Als je dat uitwerkt met deze schrijfoefening, kom je veel over je personage te weten.

Uitgangspunt van de schrijfoefening

Je personage krijgt een bijzondere dag cadeau. Op deze dag mag je personage alles doen wat hij of zij wil. Na deze vierentwintig uur wordt elke herinnering en bewijslast aan deze dag volledig gewist. Niets of niemand weet nog van deze dag af. Behalve je personage zelf…

Je personage mag echt alles ongestraft doen:
* wraak nemen en iemand in elkaar slaan of vermoorden;
* zijn heimelijke geliefde de liefde verklaren en daarmee de klok rond vrijen zonder dat iemand daar ooit achter komt;
* inbreken in een villa van tien miljoen euro, doen alsof hij daar de baas is en zich laten bedienen door het personeel;
* zich voordoen als een rijke miljardair en in diens plaats met een ruimteschip meegaan.

Wat zou je personage doen met zo’n uniek cadeau?

Je kan deze oefening twee verschillende regels geven:
* Alles loopt zoals je personage hoopt of wil: ‘De ultieme wensvervulling’;
* Je personage heeft de wens als uitgangspunt, maar moet daarna maar zien wat er gebeurt: ‘Wat als?’

Hoe dan ook zegt het heel wat over je personage: waarom kiest hij uitgerekend voor deze ‘daginvulling’ uit alle mogelijke dingen die hij kan uitproberen? Je weet dan meteen iets van bepaalde prioriteiten.

Voorbeelduitwerking

Clichés zijn makkelijke voorbeelden, dus ik werk een heimelijke liefde uit.
Tom is heimelijk verliefd op Elise, een vriendin uit zijn studententijd. Tom is een jaar na het behalen van zijn diploma gaan backpacken en daardoor is het contact enigszins verwaterd. Al is er geen dag geweest waarop Tom niet aan Elise dacht. En niet alleen aan hun vriendschap. Zijn fantasie heeft regelmatig de overhand genomen…

In het geval van de ultieme wensvervulling gaat Tom bij Elise langs, slaat de vonk over en laten de voormalige vrienden elkaar iedere hoek van iedere kamer in het huis zien.
In het ‘wat als?’- scenario kan hetzelfde gebeuren. Maar Elise kan ook de deur opendoen met een dikke buik, blij zijn dat er eindelijk een vriend aanklopt bij wie ze kan smeken om geld te lenen omdat ze diep in de schulden zit, doen alsof ze Tom niet meer kent, omdat ze boos is dat hun contact verwaterd is…
In beide gevallen heb je opties te over. Alleen al het verkennen van al die opties kan erg interessant zijn.

Maar dat is slechts het begin. Vergeet het belangrijkste punt van de oefening niet. Tom weet de dag erna wat er gebeurd is, maar de rest van de wereld niet. (In dit geval betreft dat vooral Elise.) Wat doet of kan hij met die kennis? Laten we eens kijken naar wat mogelijke uitwerkingen.

Ultieme wensvervulling

De meer dan fantastische dag van Tom met Elise is voorbij. Na een tijdje nagenieten gaat Tom zich onherroepelijk een aantal dingen afvragen. Op zijn perfecte dag stond hij zomaar voor Elises huis, maar in werkelijkheid heeft hij de moed niet om haar op te bellen. Durft hij dat nu wel, nu hij weet wat de mogelijke beloning is? Of denkt hij:
* Ik heb genoeg aan deze fijne herinnering. Het ging me erom dat het (nog) ‘één keer kon;
* Dat was het best mogelijke scenario, als het slechter uitpakt dan dit, verpest ik mogelijk een herinnering die prachtig was.
Dat zegt iets over hoe snel Tom ergens tevreden mee is en hoeveel en wat voor risico’s hij durft te nemen om zijn ultieme droom na te jagen. En of hij emotioneel of wat meer rationeel is ingesteld. Dat zijn handige dingen om over je personage te weten, want dat kan de invulling van je centraal conflict en comfortzone bepalen.

‘Wat als?’-scenario

Bij het ‘wat als?’-scenario weet Tom wat er daadwerkelijk zou gebeuren. Die dag is op waarheid gebaseerd. Dan krijgt hij niet slechts voorgeschoteld wat hij hoopt te krijgen. Dat geeft Tom misschien nog wel meer om over na te denken:

* Elise wil hem ook! –> Yes! Welke stappen moet hij nu ondernemen? Tijdens de bijzondere dag werd hij naar Elises huis geteleporteerd. In werkelijkheid woont ze een oceaan verderop. Hoe kan en gaat Tom de middelen vinden om haar op te zoeken?
* Elise blijkt zwaar drugsverslaafd te zijn –> Durft Tom zich dan in haar leven te mengen om haar te helpen? Zo ja, hoe ver wil hij dan voor haar gaan? Zo nee, kan hij leven met de wetenschap dat zij eenzaam en alleen wegkwijnt?
* Elise blijkt hem alleen als goede vriend te zien –> Kan Tom dan vriendschappelijk met Elise verder of breekt hij alle banden en kwijnt hij weg omdat hij weet dat zijn grote liefde voor altijd onbeantwoord blijft?

Het ‘wat als’- scenario heeft evenveel mogelijkheden als er sterren aan de hemel staan.

In het ‘wat als?’- scenario zijn er eindeloos veel mogelijkheden te bedenken en kun je dus ook eindeloos veel over je personage leren. Je zal hoogstwaarschijnlijk tegenkomen hoeveel ruggengraat en verantwoordelijkheidsgevoel je personage heeft en hoe zelfverzekerd hij is.
Dat is handig om te weten om te zien wat voor jouw personage een daadwerkelijk conflict gaat vormen, in plaats van slechts een probleem. Dat is essentieel voor een goede spanningsboog en een goede opbouw het schema van save the cat.
In theorie kan je het ‘wat als?’-scenario talloze keren uitwerken. Zo vaak zelfs, dat je er een hele boekenreeks van zou kunnen schrijven. Met afzonderlijke (sub)titels als:
* Tom en Elise als gelukkig gezinnetje;
* De schuldencrisis van Tom en Elise;
* Tom breekt de platonische vriendschap vanwege onhoudbaar vleselijke verlangens.

Een hele boekenreeks bedenken is wat overdreven, maar het is wel erg interessant om in het achterhoofd te houden: Ongeacht wat hij meemaakt, wat zou Tom altijd blijven vinden of doen? Wat maakt Tom tot Tom? Die absolute basis van wat je personage maakt tot wie hij is, is altijd belangrijk om te weten.

Deze schrijfoefening is deels geïnspireerd door het boek De middernachtbibliotheek van Matt Haig.

Schrijfoefening: de schijnheilige engel

Schrijven over een personage waar je fan van bent, is natuurlijk leuk. Maar schrijven over een personage dat je niet mag, is niet altijd makkelijk. Deze oefening kan je daarbij helpen.

Kill your darlings, maar dan andersom

Kill your darlings is het principe dat je moet schrappen wat je graag schrijft en soms als verlengde, leuk vindt om te lezen. Maar het kan ook andersom. Denk aan:
* Je favoriete personage heeft zijn ten minutes of fame, die je moet schrappen omdat het niet in de scène past.
* Je moet je darling daadwerkelijk vermoorden;
* Je moet je slechterik zijn slechte dingen laten doen. Dingen waar je zelf niet goed van wordt zoals neerkijken op anderen, arrogant zijn, mensen afblaffen, moorden…

Ik gebruik hier bewust het woord moeten. Net zoals je er niet onderuit kan dat je soms iets moet schrappen wat je eigenlijk mooi vindt, moet je soms iets schrijven waar je eigenlijk liever niets mee te maken zou willen hebben. Maar het is nodig voor de broodnodige balans van goed en slecht in je verhaal, anders wordt je verhaal uiteindelijk oninteressant.

Speel voor de (schijnheilige) engel

Een manier die kan helpen om je over de ergernissen heen te zetten, is om een rol van een (schijn)heilige engel aan te nemen tijdens het schrijven. Daarvoor moet je je gevoel voor moraal wel tijdelijk kunnen uitschakelen.
Onze engel heeft als uitgangspunt dat alles wat er op deze aardkloot in een mensenleven gebeurt, helemaal niet zo belangrijk of spannend is. Uiteindelijk gaan we toch allemaal dood, belanden we met z’n allen in de hemel en mogen we voor eeuwig aan de melk en honing en is er alleen nog maar liefde, nooit meer haat.
Op zich verkondigt de engel een mooi verhaal, maar de clou van deze oefening is dat deze engel moet denken dat we ook op aarde ook allemaal engeltjes zijn, ongeacht wat we doen. Daardoor heeft deze engel overtuigingen als:
“Ach, wat maakt het uit dat Frenkie andere kinderen pest? Hij is net als iedereen een bron van licht, maar kan daar (met zijn hart en hoofd) nog niet bij.”
“Het is irrelevant dat Geertje haar eten steelt, want als ze straks in de hemel is, doet geld er niet meer toe.”

Mensen mogen engelen gerust aanbidden. Andersom lijkt mij een minder goed idee…

Met andere woorden: ga alle acties zó schijnheilig goedpraten dat je er onpasselijk van wordt. Het voorbeeld van de engel vertaalt zich waarschijnlijk wat moeilijker naar wat meer alledaagse, aardse situaties. Daarom volgen hier wat meer concrete voorbeelden:
* Ach, hij mag mensen in elkaar slaan. Hij had een slechte jeugd en het is zijn schuld niet dat hij niet fatsoenlijk is opgevoed.
* Zij heeft altijd zo hard gewerkt en nooit tijd voor zichzelf gehad. Laat haar dan gewoon eens voor haarzelf kiezen en laat haar nou eens een klein cadeautje voor zichzelf kopen. Dat haar kinderen dan vervolgens een dag niet te eten hebben… Daar gaan ze niet dood van. Als het nou een week zou zijn…
Het principe van de engel noem ik alsnog, omdat als je per se moet, je kan doorredenen tot je een ons weegt als het gaat om waarom iemand nog niet zo slecht is. Zoals de engel dat doet die het aardse leven sowieso als niet zo belangrijk beschouwt.

Deze stap kan lastig zijn, maar hij is nodig voor de volgende stap van:

Het interessante achtergrondverhaal

Zodra je het punt hebt bereikt waarop je schijnheilig naar je personage kan kijken, kan je de personagebiografie waarschijnlijk een enorm zetje geven. Het centraal conflict vanuit het oogpunt van jouw gehekelde personage en de comfortzone worden zo een stuk duidelijker. Kortom: je personage wordt als geheel een stuk begrijpelijker of duidelijker. Dan zie je een stuk beter wat zijn plaats in het verhaal is. Daar wordt je verhaal als geheel een stuk beter van.
Een leuke bijkomstigheid is dat je dan in de schrijversflow terecht zal komen. Uiteindelijk zal je je personage niet meer zo’n vervelend persoon vinden (om over te schrijven), omdat je inziet wat zijn plaats in het grotere geheel is en dat hij er moet zijn voor de broodnodige balans in je verhaal. Waak er wel voor dat je in deze stap alsnog niet doorslaat en de schijnheilige engel niet meer als schrijfoefening, maar als schrijfmethode gaat gebruiken. Je moet je antagonist begrijpen, maar er is een heel groot verschil tussen slechte daden, vervelende karaktertrekken en irritante gewoonten begrijpen en goedpraten. Hier lees je daar meer over.

Als voorbeeld:
Een steenrijke man logeert in een hotel. Bij de incheck loopt het systeem even vast, waardoor de receptionist de man pas na vijf minuten naar zijn kamer kan wijzen.
Je weet dat de rijke man zijn hele leven rijk is geweest en dus niet beter weet of alles wat hij wil wordt voor hem gedaan zodra hij maar met zijn vingers knipt. Eventuele tegenslagen duren daarom hoogstens twee minuten. Je kan je dan voorstellen dat vijf minuten vertraging een reden voor hem is om kwaad te worden.
Hij verliest dan ook zijn geduld. Zo erg zelfs, dat hij zo hard begint te schreeuwen dat de manager van het hotel meent dat de receptionist de rijkaard groot onrecht heeft aangedaan en de baliemedewerker daardoor zijn baan verliest.
Dat gaat ver, maar dat zou in theorie kunnen gebeuren. Maar als de hotelgast later nog zelfingenomen is ‘omdat die nietsnut dankzij hem ontslagen wordt’ en hij de receptionist bij het uitchecken nog even snel een klap verkoopt… Ergens moet dat begrip ook weer ophouden.

Als dit hotel het oké vindt dat de gaten hun personeel mishandelen en het personeel vervolgens ook nog eens de schuld daarvan krijgt, hoeven ze mij niet meer als gast te verwachten…

Zorg dus dat je de ‘voors-en tegens’ van je personage kent en er uiteindelijk met een neutrale bril naar kijkt. Dan hoef je je tijdens er het schrijven niet meer zo aan te ergeren.