Wat als je personage zich ergens op verheugt?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: Wat als je personage zich ergens op verheugt? 

Verheugen is een erg interessant gegeven wat betreft de verhaalopbouw. Je personage weet namelijk dat er iets te gebeuren staat. Je geeft je personage dus een kleine kijk in het verloop van het verhaal. Dat breng noodzakelijkerwijs kennis van je personage en je plot met zich mee. 


Kennis van het personage

Als je personage zich ergens op verheugt, moet je twee dingen weten om dat verheugende moment goed tot zijn recht te laten komen. 
Als eerste moet je weten waarom je personage zich ergens zo op verheugt. Waarom is dit het oprecht verheugen waard? Waarom wacht je personage niet rustig dat fijne moment af? 
Het antwoord is in theorie simpel: omdat er iets heel fijns staat te gebeuren. Maar fijne gebeurtenissen zijn niet uniek. Als je je ergens op verheugt, verlang je eigenlijk naar iets. Weer samen zijn met die geliefde, eindelijk weer eens ontspannen… Met andere woorden: verheugen laat op een bepaalde manier zien wat je personage nodig heeft. Kijk eens wat dat is. Als je dat goed kan uitwerken, gaat je lezer met het personage mee verlangen. 
Daarnaast is het verstandig om je af te vragen hoe je personage omgaat met de teleurstelling als dit heuglijke moment toch niet doorgaat. Dat kan een mooi kijkje in de keuken geven van de minder fijne of zwakkere kant van je personage. Als je op een natuurlijke manier wil schetsen dat jouw personage niet perfect is, laat hem dan eens een fikse teleurstelling meemaken. Dan gaat hij als vanzelf ook even bij de pakken neerzitten, mokken of huilen. 


Kennis van het plotverloop

Als je personage zich verheugt op een dagje strand, dan moet jij als schrijver meer weten dan dat je personage zondag in de trein op weg naar Scheveningen zit. Als je personage zich ergens op verheugt, doet hij dat niet voor niets. Je zou kunnen stellen dat hij intuïtief weet dat er iets staat te gebeuren dat belangrijk is voor het plot. Gaat het over een eerste date die het begin van een relatie inluidt? Ziet hij een verre vriend die hem vervolgens vraagt hem ook op te zoeken, waarna een wereldreis start? Of vormt dit dagje met vrienden de basis van een herinnering die later zeer belangrijk blijkt? Als er later oorlog uitbreekt en je personage als soldaat mensen neer moet schieten, kan dit dagje strand belangrijk zijn om nog een bepaalde menselijkheid of gevoel van vrede kunnen te herinneren. 
Het punt is dat je met verheugen iets al een bepaald gewicht geeft voordat het goed en wel gebeurd is. Als dat dan geen verder gevolg of betekenis krijgt, kan dat als een anticlimax voelen. 
Kijk ook nog eens naar de eerdere voorbeelden. Wat als de ‘stranddate’ plotseling niet doorgaat? Dan krijgt je personage geen relatie. Wel of geen relatie is een groot verschil in een leven en in een verhaalverloop. Wees je ervan bewust dat de ‘verheugmomenten’ vaak essentiële schakels in een plot zijn. Zet die momenten dus zeer weldoordacht in. 
 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Overromantiseren: zo wordt een verhaal schadelijk

Veel verhalen hebben liefde als belangrijk thema. Dat kan een prachtig verhaal opleveren, maar ook gevaarlijk worden als je liefde vanuit een verkeerde invalshoek bekijkt.

Teken van liefde: de roos en doorns

Een bekend symbool van liefde is de roos. Het is me opgevallen dat die vaak wordt afgebeeld zonder doorns, of dat die er -symbolisch!- afsneden zijn als het bosje bloemen aan de geliefde wordt overhandigd. Niets aan liefde kan nog pijn doen: het is slechts rozengeur en maneschijn. Anders is het toch niet meer romantisch? Wat moet er dan met de boottochtjes bij volle maan en de passievolle vrijscènes?
Deze versimpelde insteek gebruik ik voor de rest van deze blogpost: de doorns van de roos worden te vaak afgesneden om de aandacht maar bij de rozengeur en maneschijn te houden. Zo hoeft de lezer ten behoeve van vermaak er niet aan dat liefde ook vreselijk pijn kan doen. De ander kan verdriet hebben dat je niet op kan lossen, bijvoorbeeld.
Als je iets eerlijk wil schetsen, dan ontkom je er niet aan om de doorns gewoon aan de roos te laten zitten.
Dit betekent niet dat je geen oude vertrouwde zwijmelroman mag schrijven. Vooral doen, want het is heerlijk om op zijn tijd lekker te kunnen wegdromen. Deze blogpost is er vooral voor bedoeld om je bewust te maken van bepaalde blinde vlekken die rondgaan in de schrijverswereld. Dan kan je altijd nog je eigen afwegingen maken. Bovendien gaat het principe van de roos zonder doorns helaas niet enkel op voor het romantische genre…

‘Tenminste’ en ‘alles-is-mooi’

Als je iets onterecht gaat romantiseren, zijn er twee pijlers in het spel. Het begrip tenminste wordt op een gevaarlijke manier gebruikt. En iets onprettigs wordt gezien als iets moois, of wat dat uiteindelijk oplevert. Deze pijlers kunnen worden gecombineerd, of afzonderlijk een nare boodschap met zich meebrengen. Uiteindelijk wordt er iets wat gevaarlijk of gemeen is op die manier als iets onschuldigs of gewensts neergezet.

Tenminste

In het geval van ‘tenminste’ wordt de huidige situatie met een andere vergeleken. Vervolgens wordt er geconcludeerd dat het allemaal niet zo erg is. Relativeren kan goed zijn, maar niet als je daardoor een dringend probleem niet oplost of een hachelijke situatie niet uit de weg gaat of -nog erger- wenselijk gaat vinden.
* Ja, mijn kind groeit op in armoede en heeft daardoor soms geen eten, maar ik zie het tenminste nog. Dat is beter dan het kind zijn van een rijk gezin dat geen aandacht krijgt omdat pa en ma te druk zijn met de zaak. Ik geef mijn kind nog liefde. (Maar dat verandert niets aan het feit dat je kind niet altijd te eten heeft. Vind je dat oké dan….?)
* Ja, ik word af en toe hard geslagen door mijn vriend. Maar wij hebben tenminste nog wekelijks famtastische seks. Ik hoor van jou dat jullie het hoogstens nog maar eens per maand doen. (Ik zou liever wat minder seks hebben dan continu rondlopen met pijnlijke blauwen plekken, schat…)
‘Tenminste’ is als blind zijn voor de doorns terwijl je erdoor wordt geprikt.

Niet zo erg hè? Tuurlijk…

Alles-is-mooi

Alles-is-mooi is de pijler die iets naars vanuit een hele enge invalshoek benadert: dat het eigenlijk iets moois is. Vanuit het principe van ”Wat romantisch!” of ”Zo is het toch nog mooi” worden er dingen verheerlijkt of zelfs aangemoedigd terwijl er in werkelijkheid talloze -luide- alarmbellen zouden moeten afgaan en er onmiddellijke actie vereist zou zijn.
* Hij verlangt zo naar me dat hij zelfmoord zou plegen als ik op iemand anders zou vallen. Dan zou zijn leven geen nut meer hebben, zei hij! (waarschijnlijk zware depressie, chantage en iemand dreigt een (zelf)móórd te plegen. Iemand moet 113 bellen!)
* Hij belt me zes keer per dag om te vragen waar ik ben als hij niet bij me is, hij kan niet zonder mij (stalkeralarm!)
* Oh, ik heb ooit een zware burn-out gehad. Maar nu heb ik het licht gezien en ben ik een ander mens en geniet ik van het leven. (Maar je bent niet voor jezelf opgekomen en hebt waarschijnlijk geen grenzen aangegeven. Als je dat wel had gedaan, had je niet maandenlang een hoopje ellende hoeven zijn. Een burn-out krijgen is geen schande, doen alsof dat een welverdiende medaille is, is dat wel. Een burn-out is iets vreselijks, dus doe niet alsof dat een laatste en noodzakelijke stap is naar een gelukkig leven. Zo moedig je een bepaalde vorm van passiviteit aan bij een serieuze en ernstige situatie.)

Alles-is-mooi is alsof je doet alsof de doorns van de roos zijn gemaakt van donzige veren die iedereen zou moeten willen aanraken, ook al haal je daarmee je vingers open.

Echte doorns

Om een verhaal een stevige basis te geven en spannend te houden, moet je de doorns niet voor iets anders aan gaan zien, of ze helemaal afknippen, zodat je niet gewond kan raken. Je moet ze zien als een mogelijke manier om je te verwonden om vervolgens een manier te vinden om die doorns af te snijden. Met andere woorden: laat je personage zoeken naar oplossingen, laat hem een paar keer falen en vervolgens groeien: ziedaar het centraal conflict, een randvoorwaarde voor een goed verhaal.

Dit is een echte roos: met doorns en al!


”Zonder jouw liefde zie ik geen andere uitweg dan zelfmoord plegen…”
”Goeie genade, ik bel onmiddellijk een psycholoog!”
Bedenk wat er vervolgens allemaal gebeurt: een intensief therapeutisch traject, waarbij trauma’s uit het verleden moeten worden verwerkt. Dat levert de nodige spanning binnen de relatie op. Ongetwijfeld sneuvelt er eens een vaas in alle emoties en vraagt het stel zich af of ze wel samen verder moeten. Als ze dat uiteindelijk lukt, is dat einde veel meer belonend en het verhaal veel spannender dan wanneer iemand geen actie onderneemt en ‘romantisch’ toekijkt hoe een van de twee naar de verdoemenis wordt geholpen.
Iets overromantiseren komt erop neer dat je personages laat toekijken vanaf de zijlijn (bij iets ernstigs), terwijl die juist middenin het verhaal horen te staan.













Wat als je personage klem zit?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: Wat als je personage klem zit? 

Schrijfadvies gaat vanwege het principe van het centraal conflict vaak over hoe je je personage laat vallen en weer opstaan. Maar soms kan je personage niet meer opstaan en zit hij klem. Wat dan?

Wanneer zit je personage klem?

Je personage zit – voor de definitie van dit tipartikel- klem als hij al tig keer is gevallen en is opgestaan, maar dat gewoon niet mag baten om zijn doel te bereiken. Hij heeft alle beschikbare middelen al aangesproken, alle vaardigheden geleerd, of hij kan om een andere reden (letterlijk) geen kant meer op.  Je personage is het slachtoffer van omstandigheden of domme pech. Enkele voorbeelden:
•    het lukt maar niet om nuchter te worden, ook niet na talloze pogingen, professionele behandeling en alle financiële, emotionele en elk andere mogelijke steun van geliefden.
•    je personage is geslaagd voor een hele specifieke opleiding met prachtige cijfers, maar kan zijn werkveld niet in, omdat net de laatste banen zijn vergeven. 
•    Er is iemand die hem in de houdgreep heeft en een pistool tegen de slaap drukt. 

Wie mag er klem zitten?

Hoofdpersonages komen meestal niet klem te zitten, omdat zij het verhaal dragen. Stopt hun verhaallijn, dan eindigt het boek. Daarom zijn meestal archetypen als de wijze mentor, de beste vriend of geliefden de klos. Maar dat wil niet zeggen dat de protagonist niet klem mag komen te zitten. Er zijn ook verhalen die eindigen met een verslagen held of waarin de held wordt vermoord. Deze verhalen zijn lastiger om te schrijven, maar in theorie kan iedereen klem komen te zitten, ongeacht hun rol.  

Wanneer mag je personage klem zitten?

Wie er ook gevangen komt te zitten in omstandigheden, zorg ervoor dat diegene er al een hele heldenreis op heeft zitten. In dit geval heeft de heldenreis gefaald, maar de reis op zich is er wel geweest.  Faalt je personage in het begin, dan is je lezer nog niet betrokken genoeg om het echt iets te kunnen schelen wat er met hem gebeurt. Zet je een personage in het midden klem, dan zal de lezer de held een watje vinden, zonder dat hij dat is. De lezer denkt dan dat je personage gerust nog eens een keer een poging tot slagen had kunnen doen. 

Het laatste moment: controleer je verhaalthema

Op het moment van: dit is het en beter wordt het niet, is het tijd om je verhaalthema nog eens te bestuderen. Hoe zie je dat terug in de heldenreis van je personage? Als het thema vruchtbaarheid is en de allerlaatste ivf-poging mislukt, kan je je personage laten terugblikken op alle manieren waarop ze toch een poging heeft gedaan. Als je thema wat abstracter is en je personage er niet per se op kan reflecteren, laat dan in dat allesbeslissende moment wat symboliek naar voren komen die het verhaalthema benadrukt. Als je het verhaalthema nogmaals verduidelijkt, is het einde misschien droevig, maar nog wel logisch. Zodra je op het beklemmende moment geen terugkoppeling geeft naar het thema, geeft dat reacties als: “Waar was dat nou goed voor?” of “Dat komt ook uit de lucht vallen…” 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Schrijfoefening: het verhaalthema als superkracht

Een personage is voorbestemd om de wereld te redden. Hij of zij is de enige die een speciale gave heeft of krijgt of de kracht heeft om dat ene speciale wapen te hanteren. Meestal is er nog wel een strijd om deze gave of kracht, maar meestal voel je de afloop wel aan: de hoofdpersoon wint. In deze schrijfoefening voor je opschrijfboekje bekijk je wat er gebeurt als het niet zo vanzelfsprekend is dat de hoofpersoon de uitverkorene is en blijft.

Wat maakt een uitverkorene?

Een uitverkorene is vaak:
* iemand die de uitverkorene is en dat blijft, omdat een profetie dat zegt of de tegenstander zodanig handelt dat het onmogelijk is dat iemand die rol overneemt. Harry Potter is daar een mooi voorbeeld van; in theorie had Marcel Lubbermans ook de Uitverkorene kunnen zijn. Voldemort neemt de profetie echter zodanig serieus dat hij Harry de Uitverkorene maakt, nog voordat hij weet welke jongen een lastigere vijand zou worden.
* het hoofpersonage in een verhaal met weinig subtiele symboliek. Er zijn twee mogelijke uitverkorene, de een is afgezant van het licht, de ander van het duister. Zo kunnen goed en kwaad met elkaar strijden om wie de ‘ware ‘ uitverkorene is. Wint de strijder van het licht, dan is de wereld gered, anders is iedereen de sigaar. Deze manier is effectief voor de basis van de trope van een uitverkorene, maar niet zo diepzinnig. Deze schrijfoefening houdt dit principe aan, maar gaat er wel dieper op in.

Wat is de superkracht van de uitverkorene?

Bedenk eerst wat de superkracht is wat je personage een potentiële uitverkorene maakt. Dat kan een daadwerkelijke super-of toverkracht zijn, ook een uitzonderlijke positie van macht, of een andere vaardigheid waardoor je personage belangrijk is voor de omgeving of de wereld die centraal staat in je verhaal.
Voor deze oefening is de superkracht: het kunnen sturen van andermans gedachten en acties. Fantastisch in goede handen; je kan er tirannen mee stoppen, vreselijk in verkeerde handen; je kan een genocide plegen zonder je handen vuil te maken…

Zoals je waarschijnlijk wel weet, is het voor het bedenken van een verhaal funest om een superkracht zomaar te geven. Je moet bedenken wat de limieten zijn:
* kan deze kracht altijd worden gebruikt of alleen onder bepaalde omstandigheden?
* hoe leert en/of beheerst de uitverkorene deze kracht?
* heeft deze kracht een limiet (zoals een geweer ook maar een X aantal kogels kan houden?)

Denk goed na wat je met de ´algemene regels´ wil doen: ze vormen de basis van je verhaal.

Dit zijn dingen die je één keer bepaalt en daarna vastlegt. De superkracht van deze schrijfoefening is echter dynamischer: onze held kan hem ook verleren door zijn doen en laten en zo de vaardigheid van ultieme controle aan de tegenstander verliezen.

Wat zijn de voorwaarden van de superkracht?

Voor de kracht van ultieme controle moet de uitverkorene:
* een zeer duidelijk doel hebben wat hij met die controle wil bereiken;
* weten wat de opofferingen van zijn kant zijn en daarmee akkoord gaan;
* zich niet laten leiden door zijn eigen ego.

Ter herinnering: er zijn sowieso maar twee kandidaten die in aanmerking komen voor de rol van uitverkorene. Sol vecht voor het goede, Lunar voor het kwade (Ja, duidelijke symboliek 😉 )

Sol en Lunar strijden voor het tegengestelde belang.

Sol versus Lunar

Sol heeft een vriend om te redden uit de klauwen van Lunar en wil hem met de gave zijn tirannie laten stoppen. Hij weet dat hij in de strijd tegen Lunar zou kunnen sterven, maar heeft daar vrede mee. En hij is niet op een heldenmissie gestuurd door de koning, dus hij heeft ook geen motief om voor een egostrelende titel als ‘Held des vaderlands’ ten strijde te trekken.

Als je dit gegeven (traditioneel) houdt, dan is en blijft Sol de Uitverkorene. Maar nu is Lunar tijdens de confrontatie zo slim om te zeggen: ”Weet je wel zeker dat je jouw vriend wil redden? Als je dat doet, vermoord ik tien anderen! (Dit is een variatie op het klassieke trolleyprobleem.). Sol kan de gave nu niet meer krijgen: hij zal niet meer kunnen beslissen zonder tussenkomst van zijn eigen ego: wat moet ik met mezelf aan na zo’n vreselijke keuze?
Lunar heeft nu de voorwaarden voor de kracht: hij wil met de controle nog steeds voor de duistere zaak vechten, is bereid daarvoor te sterven en wordt niet door persoonlijke zaken in twijfel gebracht.

Resultaat van een voorwaarderlijk uitverkorene

Als je de uitverkoren gave koppelt aan een aantal voorwaarden die kunnen veranderen, wordt het verhaal daar dynamischer van. Maar het heeft nog een voordeel: je kan er je verhaalthema mee verduidelijken voor jezelf. In het verhaal van Sol en Lunar heb je bijvoorbeeld de keuze uit: vriendschap, trouw, trots, of opoffering en zo nog meer. Met de superkracht en de voorwaarden daarvan in beeld, heb je duidelijk wat jij persoonlijk verstaat onder het verhaalthema en hoe je dat kan invullen. Immers: voldoe je niet aan de voorwaarden van de superkracht, dan krijg je hem niet. Lees: als je niet weet wat je thema unieke inhoud geeft, dan weet je niet hoe je daar de invulling aan kan geven en hoe je dat kan toepassen in een verhaal met een spanningsboog.

Verdieping van een verhaalthema

Als het thema van Sol en Lunar vriendschap is, heeft Sol als ‘Uitverkorene bewaker der vriendschap’ zijn superkracht makkelijk vergaard. Maar als hij vervolgens voor het trolleyplobleem komt te staan, wordt het interessanter: je geeft een intern conflict mee. Zijn (re)acties daarop hebben invloed op het ontstaan, het verloop en het resultaat van het centrale conflict. De superkracht hangt af van bepaalde bepaalde (vriendschaps)voorwaarden…
Koppel de superkracht (lees: je verhaalthema) aan bepaalde interpretaties. Het is makkelijk om te zeggen dat je voor altijd vrienden blijft, maar wat als je door omstandigheden niet meer aan de voorwaarde van een ‘superkracht’ voldoet? Als je meerdere kanten van een thema belicht, doet dat je centrale conflict en de diepgang van je verhaal veel goed.




Wat als je personage iets nodig heeft?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: Wat als je personage iets nodig heeft?

Een plot wordt in gang gezet omdat je personage najaagt wat hij wil. Maar wat het verhaal diepgang geeft, is wat hij nodig heeft.

Willen of nodig hebben

Een simpel voorbeeld van het verschil tussen willen en nodig hebben is: als je trek hebt, wil je iets lekkers, zoals een stroopwafel. Wat je nodig hebt, is voedsel om je lichaam draaiende te houden.
Ergens weet je dat wel: als jij echt vergaat van de honger, neem je ook met minder dan een stroopwafel genoegen als je daarmee kan voorkomen dat je van je stokje gaat.
In een verhaal is het verschil tussen willen en nodig hebben soms lastiger op te merken, maar het vormt de basis voor een stevige spanningsboog.

Wat wil je personage?

Je kan je personage vragen wat hij wil. Dan krijg je een duidelijk, kort antwoord. Negen van de tien keer is dat antwoord niet zo diepzinnig:

  • ik wil rijk zijn;
    ik wil leuk gevonden worden door de populairste jongen in de klas;
    ik wil op een verre zonvakantie.

Het fijne van deze relatief ‘simpele’ antwoorden is dat je er ook kant- en klare oplossingen voor hebt:

  • ga maar hard werken of een loterijlot kopen als je rijk wil worden;
  • ga met die leuke jongen flirten;
  • boek een retourtje Thailand.

Je personage zal voor deze kant-en-klare, simpele oplossingen gaan, omdat het logische stappen zijn. Het begin van je plot is gemaakt.

Het addertje van het nodig hebben

Je voelt ‘m waarschijnlijk al aankomen: er zit een addertje onder het gras. De methoden die je personage gebruikt om zijn ‘willen’ na te jagen werken niet, of gaan op zijn minst niet vlekkeloos.
Je personage heeft nog geluk als hij zijn ‘willen’ krijgt door bepaalde obstakels te overwinnen. Soms kan hij proberen – of zelfs krijgen! –  wat hij wil, maar is hij alsnog ongelukkig of voelt hij dat er iets niet klopt, onvolledig of anders dan verwacht is, omdat hij heeft wat hij wíl, maar niet wat hij daadwerkelijk nodig heeft.

De diepere noodzaak

Waar je met ‘willen’ aan de oppervlakte van een verlangen blijft, ga je met het ‘nodig hebben’ de diepte in:

  • je wil niet per se rijker worden, je hebt een les nodig: laat je trots varen en vraag om hulp als je in financiële problemen zit;
  • je vindt die ene populaire jongen niet eens leuk, maar je hebt gewoon nodig dat iemand je ziet staan voor wie je bent als persoon;
  • je hebt geen (zon)vakantie nodig, maar een baan die niet van je eist dat je jezelf een burn-out in werkt.

Je personage mag zich pas van zijn ‘nodig hebben’ bewust worden als het verhaal vergevorderd is, zo rond de climax van de derde akte. Anders gaat het ten koste van de heldenreis. Zodra je personage zijn noodzaak erkent, krijgt hij een ander plan van aanpak. Hierdoor kan hij alsnog krijgen wat hij daadwerkelijk nodig heeft. Dan krijgt hij een happy end. Krijgt hij zijn noodzaak niet, dan is het einde verdrietig, of op zijn minst wat ongemakkelijk.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Save the car: wat maakt een kort verhaal interessant?

Het schema van save the cat is erg nuttig, maar soms heb je korte verhalen waarin geen uitgebreide akten aan bod komen. In dat geval biedt save the car uitkomst

Save the car: even bellen…

Deze blogpost is een casusstudie van de reclames waar Nederland al jarenlang om kan lachen: die van Centraal Beheer. Vandaar save the car: er gaat met enige regelmaat is mis met een auto, of een auto is de boosdoener van het probleem. En het lijkt ook nog eens op save the cat. Want geloof het of niet, in de verzekeringsreclames van Apeldoorn komen een aantal dingen steevast terug die het verhaal interessant houden. Het gaat alleen anders dan bij save the cat, omdat je in een spotje van een minuut nu eenmaal geen comfortzones kan verlaten en drie grote clues kan verwerken.
De humor van de Apeldoorn reclames is eigenlijk erg simpel, zo niet flauw. In theorie kan je de hele grap in een zin samenvatten. En toch voelen de spotjes als verhalen met een echte opbouw.
Hoe kan iets dat zo tegenstijdig lijkt toch kloppen en wat je daar van kan leren als het gaat om de opbouw van een kort verhaal?

Welke auto’s worden gered?

Ter referentie : de auto’s die ”gered” moeten worden en waar de desbetreffende reclame over gaat.
Birdie: twee mannen parkeren hun auto op het terrein waar een monstertruck over een stel auto’s gaat rijden.
Picknick: Doordat hij de handrem is vergeten, rijdt de auto van een man van een heuvel af. Als hij in de auto weet te springen, zitten zijn sleutels nog op de kofferbak, waardoor de auto alsnog onbestuurbaar is.
Rapper: door personal voice control verliest een rapper zijn auto en richt zijn auto ook nog eens schade aan.

Als je de clous van deze reclames ziet, zijn ze helemaal niet zo grappig. Integendeel zelfs, het zijn droge feiten, met weinig (grappige) context. Dus of Nederlanders hebben een raar gevoel voor humor, -mensen gaan echt voor deze reclames zitten- of er zit meer achter…

De onhandige held

De held van al deze reclames is in verschillende opzichten nogal onhandig. De picknickvader is van middelbare leeftijd, kalend en niet bepaald gespierd. De mannen in de Birdie-auto zijn echte helden op sokken. Ze durven zich wel aan te stellen voor een mooie dame, maar als ze maar een keer vuil worden aangekeken door een gespierde man, druipen ze meteen af. En de rapper is stoer als alles goed gaat, maar als het misgaat, weet hij ook niet wat hij moet doen.

De Centraal Beheer helden zijn minder stoer dan ze soms lijken 😉


Geef je personage een aantal zwaktes of onhandigheden (overmoed is dat zeker ook!) mee, zodat je lezer weet dat er óf iets mis kan gaan, of zodat hij harder juicht voor de heldenreis op zich. Dan je personage sowieso Mary Sue af. Zoals je in deze commercials kan zien, heb je daar maar enkele regieaanwijzingen of typerende gezichtsuitdrukkingen voor nodig, dat hoeft niet altijd hele pagina’s te kosten.

De aanloop

Bij een kort verhaal ben je voor je het weet bij de clou. In het geval van de rapper- en birdie-reclame zou je de reclame zelfs met vrijwel een minuut in kunnen korten: parkeer de auto’s, laat de monstertruck en de voice-control hun gang gaan en het grapje is nog steeds hetzelfde. Maar dan is het verhaal een stuk minder grappig, omdat je geen context of sfeer hebt.
De birdie-mannen zijn nogal onhandige sufferds. Om dat duidelijk te maken, zie je ze eerst gênant flirten, bang worden van een spierbonk en tussen mensen zitten die de oncharmante vogeltjesdans doen. Dan past het dat ze de uiterst domme zet maken om hun auto in de vuurlinie te parkeren.

Lachen, die vogeltjesdans maar intelligent en charmant is anders… Laat de vogeltjesdans nu symbool staan voor het karakter van de Birdie-mannen… Je kan van alles combineren en bedenken om een verhaal levendig te maken zonder dat dat veel tekst kost. (Bron:costumepub.com)


De rapper kan supergrote velgen hebben die goud waard zijn, dat stopt de auto niet van schade aanrichten. Dan had hij misschien toch liever milkshake op de bekleding gekregen…

Bij een kort verhaal is het belangrijk om juist relatief veel aandacht aan je personageopbouw en de aanloop van het verhaal te besteden. Dat maakt het verschil kunnen een feitelijk (flauw) grapje en iets dat als een compleet verhaal aanvoelt.

Sfeermakers

De picknickreclame is een goed voorbeeld van een aantal dingen die nog wat extra kan onderstrepen om je lezer met kleine dingen nog verder mee in je verhaal te nemen. In dit geval de muziek: onze kalende papa -eerder een anti-held- wordt een echte superheld door de ondersteunende muziek ‘Daddy cool’, ook al klunst hij nog steeds door -zijn manier van rennen doet niet meteen aan een olympische sprinter denken- en hij ‘struikelt’ eerder de auto in dan dat hij er (alsnog) als echte superheld in springt. (Het moet gezegd worden, deze acteur is echt fantastisch gecast!)
Kijk ook eens naar jouw ‘casting’: wat voor kleine uiterlijkheden of maniertjes kan je je personage geven zodat hij de algemene sfeer van je verhaal nog beter benadrukt?
Als je maar weinig ruimte hebt om iets uit te werken, zit het hem in de kleine dingen!

Je kan de rol van muziek vervangen door een aantal korte, rake dialogen of een uitgesproken sfeeromschrijving. Beschrijf de omgeving met een aantal opvallende zaken, gebruik subtiele symboliek of kleed de omgeving aan met een aantal opvallende attributen of kleuren. Je kan ook een enkel voorwerp een onderdeel van een plottwist maken. Er zijn opties genoeg. Over plottwists gesproken: de gouden regel: eerst investeren en dan omkeren is duidelijk in de Centraal Beheer reclames. Er komt altijd een plottwist. En die werkt vervolgens, omdat je in het verhaal geïnvesteerd bent.

Deze casusstudie is een resultaat van mijn opschrijfboekje. Onderschat dat middel niet als het gaat om het opdoen en combineren van en voor inspiratie 😉

Wat als je personage niet te vertrouwen is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: Wat als je personage niet te vertrouwen is?

De macht van je personage

Als er vertrouwen in het spel is, is er ook sprake van een bepaalde machtsverhouding. Als ik je vraag om even op mijn tas te letten terwijl ik naar de wc ga in de trein, vertrouw ik erop dat je dat doet. In theorie geef ik je alle gelegenheid (lees: macht) om mijn telefoon en portemonnee uit de tas te pikken. Vervolgens kan jij mij machteloos maken, zonder geld en telefoon, om nog maar te zwijgen dat je ‘losgeld’ voor mijn telefoon kan vragen. 

Als ik je een geheim toevertrouw, kan je dat aan iedereen doorspelen. Wie weet wat voor schade je daarmee aanricht. Ga eerst na wat voor en hoeveel macht je personage heeft zodra er een vertrouwensband in het spel is. 

Bepaal de schaal van verraad

Een vertrouwensbreuk voelt als verraad. Leg dat gevoel eens op een schaal. Als het gevolg maar één is op een schaal van een tot tien, zal het vertrouwen geschaad zijn, maar dan gaat het leven weer verder. Is het een tien, dan zal je personage op wraak zinnen, of de ander uit zijn leven bannen. Als je de schaal van verraad bepaalt, bewaak je een logische gang van zaken voor het verdere centrale conflict. 

Wat is het gewin voor je personage?

Vertrouwen is een hoog goed. Als je hoort dat je te vertrouwen bent, voelt dat als een compliment, misschien zelfs egostrelend. Als iemand zegt dat je niet te vertrouwen bent, voelt dat als een aanval op je integriteit, waardoor je boos kan worden. Of je schaamt je vreselijk; ook niet echt een fijn gevoel… 
Anders gezegd: dat wat je personage doet wat hem onbetrouwbaar maakt, is voor hem het risico om zijn integriteit te verliezen waard. Ga na wat dat risico is en waarom je personage dat alsnog neemt. 
Dat kan van alles zijn:
•    hij denkt niet betrapt te kunnen worden;
•    hij onderschat de eventuele gevolgen;
•    hij begrijpt niet hoe belangrijk (dit) vertrouwen is;
•    hij wordt gedwongen: drugs dealen of je kind laten verhongeren? Dan maar onbetrouwbaar handelen…

Werk dat goed uit in je opschrijfboekje. Het kan het verschil zijn tussen een personage dat continu zonder blikken of blozen vertrouwen schaadt, een die uit angst voor de gevolgen niets riskeert wat de vertrouwensband in gevaar kan brengen, of een die helemaal bevriest omdat overmacht hem dwingt een bepaald vertrouwen te schaden. 

Vertrouwen terugwinnen

Als je personage vertrouwen heeft geschaad, moet hij dat terugwinnen. Kijk opnieuw naar de schaal van verraad. Hoe groter het cijfer, hoe vaker je personage zal moeten bewijzen dat hij (weer) te vertrouwen is. Bedenk daarbij wat de relatie tussen de personages onderling is. Om vertrouwen te herstellen, moet je door het stof: je moet beseffen dat je nare dingen hebt gedaan en de schaamte van een vertrouwensbreuk onder ogen zien. Heeft je personage dat voor deze situatie of het ander personage over of is het eenvoudiger om zichzelf geen spiegel voor te houden en een bepaalde schijn op te houden? 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Dit kan je leren van jouw bijzondere fans

Als je serieuze schrijfambities hebt, droom je vast van een hele schare fans. Er zijn een aantal fans die extra speciaal zijn, omdat ze bepaalde lessen voor je in petto hebben. Kijk eens wat je van hen kan leren; het kunnen lessen zijn die je voor de rest van je schrijverscarrière kan gebruiken.

Wat is een fan?

In deze blogpost tellen geliefden die het bewonderenswaardig vinden dat je schrijft, niet mee als fans van een beginnende schrijver. Er is een verschil tussen je werk waarderen om de inhoud en het gaaf vinden dat je het werk doet. Met alle respect naar de familieleden, vrienden en buurvrouwen die zeggen: ‘Wat knap, ik zou nog geen scène op papier kunnen krijgen, laat staan een boek.”; zij tellen hier niet mee. Ze zorgen voor de broodnodige (en waardevolle!) complimenten, maar dat behoeft geen verdere toelichting. Je fans laten je groeien of doen je iets beseffen dat veel verder gaat dan: O, ik ben hier best goed in. Als je die toegevoegde waarde inziet, helpt je dat om uit een mentaal writersblock te komen of om je creativiteit verder aan te wakkeren.

De eerste persoon die zich fan noemt

Het is nogal wat als je voor het eerst hoort: ‘Ik ben fan van je.’ De kans is klein dat je die zin voor het eerst in de eerder genoemde menigte hoort; ook je schrijversreis begint bescheiden. Dat heeft een mooie keerzijde: omdat het kleinschalig is en vaak ook onverwacht komt, zal dat allereerste ‘ik ben fan van je,’ lekker veel aandacht krijgen. Geniet daarvan! Het woord fan heeft een redelijke lading. Er zijn tegenwoordig zoveel bloggers, Youtubers en Tiktokkers, dat je eerder zegt: ‘Ik volg hen, maar ik volg acht anderen ook.’ Als iemand zich je fan noemt, dan val je dus op een positieve manier op tussen alle anderen.
Probeer na te gaan wat jou zo onderscheid van al die anderen, zodat je sterke punten nog meer kan verbeteren. Je kan je fan ook vragen of hij daar specifiek in kan zijn. Maar waak ervoor dat je van je eerste ‘echte’ fan geen proeflezer maakt. Hij is er vooral om een heel warm plekje in je herinnering te geven en je aan te sporen om je verder te ontwikkelen als schrijver. Er zijn veel mensen die willen schrijven, maar dat niet (meer) durven. Laat deze fan je dan de mentale oppepper geven die je nodig hebt om te blijven schrijven.

Onthoud het gezicht van deze fan en vergeet vooral niet dat ze de eerste was die de hele menigte van fans is begonnen. (Ik heb helaas geen foto van mijn persoonlijke eerste fan, anders had haar foto wat mij betreft hier een ereplaats gekregen!)

De eerste geraakte fan

Je schrijfsel was niet ‘alleen maar’ mooi of spannend voor deze persoon, maar heeft voor een openbaring gezorgd, geholpen bij traumaverwerking of op een andere manier ervoor gezorgd dat iets wat voorheen in zijn leven vastgelopen leek, nu weer kan stromen.
Als je dat nog niet gedaan hebt, schrijf deze ontmoeting dan op in een dagboek of opschrijfboekje. Zorg ervoor dat je de herinnering zodanig opschrijft dat hij net zo levendig leek als toen dat moment zich voordeed.
Een bekend cliché is: ‘Als ik ook maar één persoon raak met mijn verhaal, dan is dat voldoende.’. Je hebt die persoon gevonden in deze fan. Doe die persoon de eer aan die hem toekomt: houd die herinnering levend. Koop desnoods een klein attribuutje wat je aan hem doet herinneren. Als je de herinnering aan deze fan goed kan verankeren, heb je altijd een wapen paraat voor als de twijfel toeslaat of je de naam van schrijver wel waard bent.

De andere creatieveling

Deze (meestal bevriende) fan is geen medeschrijver, maar wel een fotograaf, tekenaar, muzikant, beeldhouwer of choreograaf: iemand die op een andere manier met het creatieve proces te maken heeft. Hij zal dus bij god niet weten hoe je een personagebiografie in moet vullen, maar weet op zijn manier wel hoe het is om te worstelen met het verbinden van creatieve puntjes. Dat maakt deze creatieveling een pareltje: je kan met hem sparren over het grote geheel van het creatieve proces, zonder daarbij in details te verzanden over zaken die uniek zijn voor het schrijfproces. Deze fan is niet zozeer vanwege je inhoudelijke werk fan van jou (hoewel dat zeker kan!), maar vooral omdat je iemand bent die net als hij valt en opstaat binnen een creatieproces. Dat kan wederzijds vertrouwen en bewondering scheppen. Je zou kunnen zeggen dat jullie elkaars creatieve heldenreis versterken. Soms zie je in het creatieve werk het karakter van de andere weerspiegeld. Dit betekent voor jou als schrijver dat deze creatieveling je kan helpen om je schrijversstem te vinden en te verfijnen.
Wat je van deze fan leert over het creatieve proces, kan een enorme inspiratiebron vormen voor nieuwe ideeën waar je anders niet zo snel op gekomen zou zijn, omdat je creativiteit vanuit een andere hoek leert bekijken.

De collegaschrijver

De bevriende collegaschrijver zal misschien niet zeggen dat hij fan van je is, maar als er iemand met de spreekwoordelijke cheerleaderpompoms staat te zwaaien, is hij dat wel. Jullie zitten namelijk in exact hetzelfde schuitje, zowel wat betreft het creatieve proces als het schrijven zelf. Samen kunnen jullie vloeken over hoe &_#*-irritant schrijven soms is, hoe doodmoe jullie worden van het steeds maar aanvullen van een personagebiografie en juichen bij de successen en plezieren die schrijven biedt en jullie persoonlijk boeken. Hou deze fan dichtbij: iemand die staat te juichen is één ding. Maar als jullie ook nog eens door hetzelfde creatieve proces heen gaan, kan je daar veel van leren.

Zoiets als dit is typisch voor een collegaschrijver-fan om door te sturen.

Deze blogpost is liefdevol opgedragen aan mijn eerste fans van de betreffende categorieën: N., S., E., en E. Dank jullie wel!
Mis ik nog een andere soort eerste fan? Laat het hieronder weten en vertel hoe ze jou verder helpen in je schrijversreis.

Wat als je personage uitverkoren is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage uitverkoren is?

In menig fantasyverhaal komt een uitverkorene voor. Maar ook in een minder fantastisch verhaal komt een personage voor dat voorbestemd is om een bepaalde rol te vervullen. Waar moet je dan op letten?

De regels van tijdreizen en voorspellingen

Je doet aan worldbuilding bij fantasyverhalen. Tijdens dat proces moet je ook bedenken wat de regels voor effect hebben op de voorspelling waarin jouw personage als uitverkorene wordt aangemerkt. Dat is essentieel voor de continuïteit en geloofwaardigheid van je verhaal. 

Komt de voorspelling hoe dan ook uit als hij gedaan is? Is de voorspelling minder bindend en kan er actie worden ondernomen waardoor de voorspelling niet uitkomt of zelfs niet gedaan wordt? 
Kan er door de tijd worden gereisd? Wat heeft dat voor invloed op de voorspelling? 

Karaktertrekken

Ook als je niet over draken en tovenaars schrijft, kan je personage uitverkoren zijn. Dat hoeft dan niet meteen invloed op het lot van de wereld te hebben. Toch zal het een groot deel van het wereldbeeld van je personage bepalen. Denk hierbij aan mensen die hun hele leven te horen hebben gekregen dat ze voorbestemd zijn om dokter te worden. Of ze denken dat ze getalenteerd genoeg zijn om als muzikant, topsporter of openbaar spreker complete voetbalstadions af te kunnen huren voor signeersessies. 
Als je personage op deze manier voorbestemd is om iets te zijn, kijk dan eens goed naar zijn karaktertrekken. Wordt hij arrogant van al die aandacht? Kan hij de druk die bij zo’n sterrenbestaan past helemaal niet aan? Continu in de spotlights staan heeft gevolgen. Je hebt weinig privacy, er wordt van alles van je verwacht en je zal waarschijnlijk je vrienden goed moeten uitkiezen. Wat voor een weerslag heeft de uitverkoren status op je personage? 

Klaar om het lot te omarmen?

Als je personage leert dat hij uitverkoren is, moet je hem daar in eerste instantie niet meteen blij mee maken. Laat hem eerst in verwarring achter, of laat hem tegenstribbelen. Dat heeft twee belangrijke voordelen. Je lezer en de uitverkorene leren zo tegelijkertijd de wereld en het verhaal kennen: het verhaal en de eventuele worldbuilding ontvouwen zich zo op een prettig tempo. Je gooit je lezer in het diepe als je plotseling zegt: “Het leven van het personage en/of de wereld gaat drastisch veranderen, het is maar dat je het weet. Hup, aan de slag nu.”

Ten tweede voorkom je ermee dat je personage een Mary Sue wordt. Als je personage zonder aarzelen zo’n grote rol op zich neemt, zonder dat hij ooit bedenkt of hij dat wel kan, er bang van wordt of fouten maakt, maakt dat je personage onrealistisch perfect.  

Wat als de uitverkorene doodgaat? 

Noteer ook eens in je opschrijfboekje wat er gebeurt als je held zou overlijden. Is het dan letterlijk het einde van de wereld of is dat ‘slechts’ het verlies van een getalenteerde advocaat? Als je duidelijk voor ogen hebt wat voor rol je personage daadwerkelijk heeft, maak je hem niet belangrijker dan hij is. Zo is het risico op een Mary Sue ook kleiner.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Willen en nodig hebben deel 2: de toon van je einde

Er is veel te schrijven over willen en nodig hebben. Daarom volgt hier deel 2 van willen en nodig hebben, over hoe je na de climax de toon van je verhaal bepaalt. Lees hier deel 1.

Willen en nodig hebben: een opfrisser

Je personage streeft ernaar te bereiken wat hij wil, maar meestal is het iets anders dat hij eigenlijk nodig heeft. Dat kan je zien in deze tabel:

Je personage wil Je personage heeft nodig
een stroopwafelvoedsel
een flink aantal likes op zijn facebookberichtde bevestiging dat mensen geïnteresseerd zijn in haar doen en laten
een zonvakantie op een tropisch eilandtijd om even bij te komen van maandenlang hard werken

Jij kan als schrijver zelf bepalen wat je personage krijgt of niet krijgt. Je hebt daarbij vier mogelijkheden:
* je personage krijgt wat hij wil, maar niet wat hij nodig heeft. Dat geeft het einde een onbehaaglijk gevoel van iets onvoltooids.
* je personage krijgt wat hij wil en wat hij nodig heeft. Dat is het traditionele ‘en hij leefde nog lang en gelukkig’;
* je personage krijgt wat hij nodig heeft, maar niet wat hij wil. Dan is het einde bitterzoet of gevoelvol;
* je personage krijgt niet wat hij nodig heeft en ook niet wat hij wil: Dat geeft het verhaal een zeer somber einde.

Het begin van het einde

Zoals je in deel 1 van deze blogpost hebt kunnen lezen, wordt het einde van het verhaal in gang gezet na de climax. Dat is ook het moment waarop je het personage (niet) gegeven hebt wat hij wil of nodig heeft. Daarna rest in het schema van save the cat nog een laatste obstakel, de wrap up en het eigenlijke einde. In de context van ‘willen en geven’ kun je die fases als volgt zien:
* laatste obstakel: een terugblik op wat het personage nu eigenlijk wilde en nodig had;
* wrap up: hoe ziet het leven van het personage er nu uit, nu willen en nodig hebben zijn ‘uitgedeeld’?
* het einde: hoe voelt het personage/ mijn lezer zich daarbij?
Geen twee verhalen zijn hetzelfde. Toch zal je in deze verschillende einden een bepaald patroon terug kunnen zien. Binnen deze patronen blijft er een vergelijkbaar gevoel hangen bij verhalen met eenzelfde soort einde.

Het onvoltooide einde

* laatste obstakel: als het personage anders had gehandeld was hij gelukkiger geweest;
* wrap up: je personage heeft ergens spijt van, of voelt zich bedonderd door een hogere macht;
* het einde: een knagend gevoel van pijn of onbehagen.

Bij een onvoltooid einde moet je er gedurende je verhaal vooral op letten dat je je personage voldoende kansen geeft om te krijgen wat hij nodig heeft. Vervolgens mag je personage die kansen níet grijpen.
Let op: een onvoltooid einde is niet hetzelfde als een open einde!

Het gelukkige einde

* laatste obstakel: het personage heeft gehandeld zoals hij dat moest doen en is gegroeid als persoon;
* wrap up: het beste leven mogelijk;
* het einde: tevreden, voldaan, gelukkig.

Zorg er bij een gelukkig einde vooral voor dat je personage duidelijk en vaak beloond wordt voor het feit dat hij vaak is gevallen en weer is opgestaan.

Het gelukkige einde geeft een algemeen gevoel van terechte overwinning.

Het bitterzoete einde

* laatste obstakel: het had anders gekund, maar het is goed zo, want er is toch nog iets moois uitgekomen voor het personage;
* wrap up: je personage zal als motto hebben: Dat is het leven in al zijn facetten, met eb en vloed;
* het einde: verdrietig, maar tevreden. Een bitterzoet einde kan het verhaal als diepzinnig labelen.

Let bij een bitterzoet einde extra goed op of je een balans hebt tussen fijne en vervelende gebeurtenissen. Uiteindelijk moet het goede net wat meer overheersen, maar dat mag het vervelende niet naar de achtergrond drijven.

Het gevoelvolle einde

* laatste obstakel: het had anders gekund, maar het is goed zo, want er is toch nog iets moois uitgekomen voor het personage
* wrap up: je personage zal op haar leven terugkijken alsof zij de schrijver van haar eigen verhaal is. Zij ziet alles wat er in is gebeurd en observeert simpelweg. Als je personage nog iets zou kunnen zeggen over haar leven, zal zij waarschijnlijk zeggen: ‘Als ik mijn jongere zelf iets zou kunnen vertellen dan…’ ze zou die zin dan afmaken met een bepaalde opgedane wijsheid.
* het einde: een bepaalde berusting of verwondering over de manieren waarop een leven kan lopen.

Oude, wijze oma in de schommelstoel die terugkijkt op haar leven is een goed beeld bij een gevoelvol einde.

Let bij het gevoelvolle einde vooral op de uitwerkingen van de relaties tussen je personages en overweeg om op belangrijke punten een butterfly-effect toe te voegen om je personage makkelijker te kunnen laten terugkijken op ‘de wonderlijke samenhang van het leven’.

Het sombere einde

* laatste obstakel: je personage krijgt nog een laatste klap;
* wrap up: alles is nog steeds even slecht, nog slechter of je personage gaat dood;
* het einde: een flink rotgevoel.

Bereid je gedurende je hele verhaal voor op verdriet en een algemeen rotgevoel. Misgun je personage gedurende het verhaal al van alles en nog wat, anders werk je een anticlimax in de hand. Wees gewaarschuwd: een verhaal waarin je personage niet krijgt wat hij wil en ook niet wat nodig heeft, is extreem moeilijk om te schrijven. Het morrelt namelijk aan de basisstructuur van elke andere verhaalvorm. Vallen en opstaan zoals in het centrale conflict? Vergeet het maar; als je je personage niet eens de kans geeft om op te staan en hem blijft trappen als hij nog op de grond ligt…
Een zuiver somber verhaal/einde is niet per se slecht, zoals de film Grave of the fireflies bewijst. Maar je lezer zal uiteindelijk wel denken: Wat een vreselijk naar boek is dit, zeg. Dit ga ik dus echt niet herlezen…
Ook als is het een kwalitatief meesterwerk, je lezer zal dit verhaal nooit tot zijn favorieten rekenen.
Als je net begint met schrijven, raad ik je aan om nog even te wachten met dit soort verhalen.