Schrijfoefening bij een writersblock: móet dat nou?

Een writersblock is helaas een bekend verschijnsel voor veel schrijvers. Het kan verschillende oorzaken hebben. Daarom is er ook geen zaligmakende remedie voor. Maar als je vastloopt omdat je iets in je verhaal wil schrijven dat in het verhaal hóórt, maar je het niet op papier krijgt, kan deze schrijfoefening je helpen.

Wat wil je zelf in je verhaal terugzien?

Ga eerst eens na waarom je begonnen bent met het schrijven van dit verhaal. Je wil er vast en zeker iets mee zeggen. Je vindt bepaalde tropes interessant of je wil een familiegeschiedenis delen. Schrijf alle redenen die je hebt eerst op, het komt later in de oefening terug. Kijk zowel naar wat je voor het boek zelf wil – ik wil graag dat er een ontvoering in komt- en wat je voor jezelf als schrijver wil: iets spannends om over te schrijven. Dat kan met elkaar te maken hebben, maar kan ook los van elkaar staan. Waarom schrijf je over eenhoorns en niet over zeemeerminnen? En waarom schrijf je een feelgood in plaats van een bloederig moordverhaal? Noteer het allemaal.

Wat volgt als vanzelf?

De volgende vraag die je jezelf stelt is wat er bijna als vanzelf gebeurt. Denk hierbij aan zowel clichés als tropes. Denk aan een feelgood waar vroeg of laat een kat een rol gaat spelen. Dat kan een cliché worden als dat een groot deel van het verhaal wordt. Maar het blijft een trope als het dier kleine symbolische figurantenrol heeft. Hoe dan ook, dát die kat in een feelgood gaat verschijnen is vrijwel zeker. Schrijf op wat je kan verwachten van jouw genre, verhaalthema, een held met een bepaald archetype… Alles wat maar in zekere mate te voorspellen is.

Moet dat echt?

Dan komen we op het punt waar je writersblock misschien de oorzaak heeft. Ook al verwacht iedere lezer dat er in jouw genre, thema of type held iets voorkomt, jij vindt niet dat dat in je boek thuishoort. Daarom wil je het ontwijken. Maar als je aankomende lezers er zo op gebrand zijn dat dat wel in je boek voorkomt, zit je klem. Dan is daar de vraag: moet dat echt? Datgene wat jij niet in je verhaal wil hebben: moet dat in een verhaal? Heel vaak is dat antwoord nee. Maar je moet wel weten waarom dat zo is, voordat je dat verwachtte element zonder pardon uit je verhaal schrapt.

Een goed voorbeeld van wat in theorie niet hoeft, maar wat wel in heel veel boeken voorkomt is een romance. Helaas heeft dat ook vaak shipping tot gevolg: onbelangrijke personages worden op het allerlaatste moment nog aan elkaar gekoppeld. En hemeltjelief, dat laat de kwaliteit van je verhaal een vrije val maken. Toch zie je het vaak. Waarom? Het eenvoudige antwoord is: omdat romance nou eenmaal in verhalen voorkomt. Maar daar kom je niet ver mee. De hamvraag is waarom het grote lezerspubliek altijd een romance wil of verwacht, ook al is dat in een horrorverhaal. Wat maakt liefde of romance zodanig populair dat het boek aan die populariteit ervan ten onder kan gaan?

Het antwoord op die vraag is diepgaander en dat soort antwoorden zijn degene die je zoekt. Denk aan:

  • Het is herkenbaar voor veel mensen. En herkenbaarheid leest fijn.
  • Romance wordt geassocieerd met liefde, acceptatie, gezien worden en allerlei andere zaken wat ieder mens in meer of mindere mate zowel wil als nodig heeft.
  • Omdat het een creatief verhaal betreft, gaat ook een papieren romance niet van een leien dakje. Dat heeft dus een spanningsboog en een conflict: twee belangrijke basisvoorwaarden voor ieder verhaal of subplot.

Voilá: als je het zo leest, zou je wel gek zijn om geen romance te schrijven. En toch wil je dat niet.

De antwoorden op je vraag

Je kan nog steeds dat vervelende verhaalelement omzeilen. Daarvoor kijk je naar de antwoorden op de vraag van wat dat element ogenschijnlijk onmisbaar maakt. Want die antwoorden zeggen: niet de romance is onmisbaar, maar de elementen van:

  • herkenbaarheid
  • universele menselijke beleving of behoefte
  • de randvoorwaarden waar een goed verhaal ( in dit genre of met deze tropes) aan moet voldoen

Dan ben je er bijna. Nog even en het wordt een eitje om dit probleem op te lossen! De bovenstaande voorwaarden van de romance gelden toevallig inderdáád voor ieder verhaal, maar zo zijn er nog een heleboel voor specifieke genres of tropes. Denk aan: bij een griezelverhaal moet je kunnen gruwelen en de held staat voor alles wat goed is. Schrijf alles op waarvan je het gevoel hebt dat het onoverkomelijk is dat het in een/jouw verhaal voorkomt.

Kan een verhaal zonder?

Je hebt nu een lijstje van zaken die in een verhaal voor zouden moeten komen. Sommige van deze dingen zul je inderdaad in je verhaal mee moeten nemen. Zoals een griezelelement in een eng verhaal. Andere zaken zoals shipping zijn in feite onzin. Hetzij als schrijftechniek, hetzij als element om specifiek in jouw verhaal te hoeven komen. Maar ongeacht welke van deze twee uitkomsten aan de orde is, de oplossing is hetzelfde. Kijk naar de eerdere diepgaandere waarom-vraag en je antwoorden en gebruik die vervolgens als uitgangspunt om iets anders te schrijven dat wél past, wél origineel is of jou zelf wat meer inspiratie geeft. Zodat jij alsnog kan schrijven wat jíj wil. Want als dat niet lukt, is je boek alsnog niet fijn om te lezen.

Dus ieder verhaal heeft herkenbaarheid, een universele menselijke behoefte en een spanningsboog nodig onder het mom liefde. Schrijf dan bijvoorbeeld over een pleegkind dat in een liefdevol gezin wordt opgenomen en uiteindelijk wordt geadopteerd. Op de oppervlakte is dat niet hetzelfde, maar als je een beetje creatief bent, kom je daar wel uit. De meeste mensen zijn niet geadopteerd, maar vrijwel iedereen kan zich herkennen in het gevoel ergens bij te (willen) horen. Kijk ook hier verder dan je neus lang is en dan hoef je niet verrassend ver meer te zoeken. Een bijkomend voordeel is dat je de kans op flinterdunne clichés als shipping hiermee ook meteen verkleind!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop voor de mogelijkheden voor manuscriptredactie.

Foto door Ryan Snaadt verkregen via Unsplash.

De fantastische feelgood: de geboorteplaats

Een feelgood is vrolijk, niet al te ingewikkeld en heeft voor de spanningsboog nog een beetje drama. Maar dat betekent niet dat het verhaal weinig inhoud heeft of eenvoudig is om te schrijven. In deze serie leer je hoe je het meest haalt uit een ‘simpel’ genre en hoe je dat het nodige gewicht geeft. Deze week: de geboorteplaats.

Terug bij af

Vaak gaan personages na een scheiding of ontslag terug naar hun geboorteplaats om zaken weer goed op een rijtje te zetten. Vaak blijven ze daar ook, omdat die nieuwe manier van leven beter bij hen past. Ze zijn dus terug waar ze ooit begonnen zijn, maar dan in de positieve zin; op een manier die hun leven verrijkt. Dit is op zichzelf een prettige insteek voor een boek. Zo heb je het spreekwoordelijke cirkeltje mooi rond. De vraag die je jezelf daarbij moet stellen is: wat is onder de oppervlakte de betekenis van dat cirkeltje?

Wat is het cirkeltje?

Stel dat je hoofdpersonage is ontslagen. Het gaat van een leven met tijdstuk en status in de stad naar het rustige, anonieme platteland en komt erachter dat kleinschalig werken veel beter aansluit bij diens ideale leven. Die kantoorbaan was er alleen maar om de ouders na de middelbare school niet teleur te stellen met een ‘eenvoudige’ baan of opleiding.
Dat is de eerder genoemde oppervlakte. Wil je meer uit je verhaal halen, vraag je dan af of er iets is dat ervoor zorgde dat je personage zélf ook naar de stad wilde vertrekken.

  • Was het vroeger een pleaser en eigenlijk nu nog steeds?
  • Moet het zich nuttig kunnen voelen (in een belangrijke baan)?
  • Was er toch een hang naar avontuur, ondanks de betrouwbaarheid van het leven op het platteland?

Kortom: tussen het begin van het leven op een andere plaats en de terugkeer naar de geboorteplaats is er iets dat niet veranderd is en niets te maken heeft met de eigenlijke plaats, voormalige ex-partner of baan. Dat heeft vaak met karakter of een bepaalde, meer diepgaande levenservaring of -overtuiging te maken. Het cirkeltje dat je rond wil maken met de terugkeer naar de geboorteplaats is dat iets wat eerst niet opgelost kon worden, of waar op een andere manier de tijd niet rijp voor was. Maar op het eind van het verhaal in de geboorteplaats, komt dat alsnog goed.

Ik ken je nog van vroeger!

Of het hele dorp je personage nog van vroeger kent, of je personage als Wim Sonneveld in een compleet veranderde omgeving terechtkomt: waak voor het cliché dat je vrijwel alles aanwijsbaar vergelijkt met de situatie zoals die vroeger was.

Als je de terugkeer naar de geboorteplaats aanneemt als het begin van de drie-aktenstructuur, probeer dan na het inciting incident niet of nauwelijks meer terug te blikken. Zowel je personage als je verhaal moeten verder. Hier en daar een flashback of een gesprek met een oude bekende kan geen kwaad. En natuurlijk mogen oude vrienden als medepersonage worden ingezet.

Maar probeer ervoor te waken dat alles een directe vergelijking wordt tussen vroeger en nu.

Als je toch wil dat de situaties van vroeger en nu als een contrast of vergelijking lezen, kan je dat alsnog uitwerken door middel van een sterke uitwerking van of een verdieping op je verhaalthema. Of zet beeldende symboliek of sfeeromschrijvingen in.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online ..

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop voor de mogelijkheden voor manuscriptredactie.

Foto door Chad Greiter verkregen via Unsplash.

Schrijven met medelijden voor de personages: let hierop

Er zijn verhalen en personages die zoveel naars meemaken, dat het vanzelfsprekend is dat je lezer hoopt dat er betere tijden wachten. Als vanzelf wekt dat ook een zekere mate van medelijden op. Maar in hoeverre moet je dat medelijden nastreven en kan dat eigenlijk wel zonder de structuur van je boek te schaden?

De lezer aan het huilen maken door medelijden

Er zijn genoeg voorbeelden van verhalen die erop mikken om de lezer vroeg of laat te laten huilen. Denk aan de tranentrekker romance of het cliché doodzieke kind. Die mikken op medelijden, maar dat soort is er een die je boek niet per se memorabel maakt. Je lezer aan het huilen maken vanwege een overvloed aan ellende of medelijden zijn twee verschillende dingen.

Voordat je begint met schrijven en een meelijwekkend onderwerp aansnijdt, moet je een antwoord hebben op de volgende vraag:

Wat moet dit droevige verhaal nog meer opwekken dan alleen medelijden en verdriet?

Als je daar geen echt antwoord op hebt, dan is de kans heel groot dat je boek eerder gefoceerd dan mooi gevonden wordt.

Een kijk naar het woord medelijden

Medelijden is mede-lijden. Met ander mee lijden. Als je die emotie wil opwekken, moet je er dus voor zorgen dat je lezer grofweg net zo veel pijn heeft als de personages die de nare omstandigheden ondergaan. En daar liggen je grote uitdagingen:

  • Je kan nooit écht afdwingen hoe iemand zich voelt, vanwege persoonlijke geschiedenis en karakter
  • Als medelijden je hoofddoel is, gaat dat vaak ten koste van het plot
  • Een kernemotie is iets wat een lezer kan voelen, maar het past niet in een drie-aktenstuctuur.

Emoties afdwingen werkt niet

Als je iets afschuwelijks overkomt, zoals het overlijden van een kind, is dat natuurlijk iets dat je heel diep raakt. Maar drie mensen die een kind verliezen, kunnen daar op drie manieren op reageren. Jouw personage zou gerust iets kunnen vinden of doen dat de lezer in kwestie vreselijk vindt. Denk aan de gedachte: hoe kun je nu al verder gaan met je leven versus: ik ben het aan de nagedachtenis van mijn kind verschuldigd om niet weg te kwijnen. Beide beredeneringen zijn op hun eigen manier oprecht en redelijk. Als jij het een zou doen, zal het andere niet met de lezer resoneren.

Medelijden als plot

Een plot heeft een rode draad, maar ook een spanningsboog en subplots. Dat betekent dat de momenten waarop de lezer medelijden voor het personage kan voelen, moet afzwakken op of op de achtergrond moet verdwijnen om een plot, met bijbehorende spanningsboog en subplots over te houden. Als je continu bezig bent met medelijden op te wekken, dan gaat het meer over een feitelijke situatie die maar door blijft gaan, dan dat het een verhaal met ontwikkeling is.

Medelijden ontwikkelt zich niet

Een goed verhaal ontwikkelt zich aan de hand van een bepaald patroon. De drie-aktenstructuur is daar een voorbeeld van. Er moeten bepaalde obstakels komen en dingen veranderen. Een emotie kan die ontwikkeling niet zelfstandig doorlopen. Je kan niet beslissen je van medelijden los te weken zoals je dat doet bij het verlaten van de comfortzone. Dat moeten eigenlijke gebeurtenissen zijn. Maar hiermee zijn we al wel wat dichterbij de uitgangspunten die je wel kan gebruiken als je wil dat de lezer medelijden voelt voor de situatie van je personages.

Medelijden als een tegenstander

Wat wel helpt om medelijden te schetsen is om het te beschouwen als een soort combinatie van een belangrijk verhaalthema als een slechterik of tegenstander in vlees en bloed.

Wat het thema betreft, is dat uitwerken niet veel anders dan anders: belicht er meerdere kanten van, laat meerdere personages het ervaren en er op verschillende manieren mee omgaan. Om dat niet alsnog heel geforceerd op te schrijven, maak je gebruik van sfeeromschrijvingen. Vergeet ook zeker de zintuigelijke omschrijvingen niet. Als een emotie op een moment alles overheersend is, doet dat veel goed. Als het gesprek tussen personges vanwege een emotie lastig wordt, of dat nu medelijden of iets anders is, kan show don’t speak ook de nodige spanning geven aan de dialogen.

Wat betreft de tegenstander in vlees en bloed:

Schrijf momenten op waarop medelijden in het boek kan verschijnen. Probeer het een gezicht te geven, net als een personage met een eigen personagebiografie. Op welke momenten zoekt dit ‘personage’ ruzie met je held, welke wapens zet het dan in? Welk doel heeft dit medelijden? Wil het de held emotioneel vloeren? Wil het je personage (tastbare) zaken afpakken? Als je dit duidelijk op papier krijgt, is de emotie waartegen je personage vecht concreet genoeg om een drie-aktenstructuur rondom op te bouwen. Enkele voorbeelden:

  • In het inciting incident duikt het medelijden voor het eerst op: de veroorzaker van het medelijden komt in beeld
  • als de bedenking probeert het personage te ontkennen dat die er verdriet van heeft
  • Als eerste clue moet je personage ertegen vechten.

Enzovoorts. Wees erop alert dat je de drie-aktenstructuur niet invult met medelijden als basis. Dat moet nog altijd het algemene verhaal of de heldenreis betreffen. Maar je kan het schema wel gebruiken om te kijken of welk moment in het verhaal, of welke beat in het schema het overweldigende lijden van het personage goed tot zijn recht komt door het dan even centraal te stellen of zichtbaar te maken.

De theorie van deze blogpost kan je op meerdere emoties toepassen, maar bij medelijden is er een extra voorzichtigheid geboden. Als personages in zelfmedelijden vast komen te zitten, geldt dat ook voor je plot. Onthoud dat je personage altijd wil groeien. En dat is lastig voor een personage die het voor zichzelf goedpraat dat het geen kant op kan. Dan krijg je een koppig personage of een valse held. En dan krijg je iets dat misschien nog wel erger is dan geforceerd medelijden: een verhaal dat het einde niet haalt omdat compleet vastloopt. Medelijden is niet alleen een emotie om bij te huilen, maar ook een die wrok op kan roepen bij degene die erbij betrokken is. Vergeet dat niet.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Schakel mij dan in voor manuscriptredactie.

Foto door OLHA ZAIKA via Unsplash.

De fantastische feelgood: de geheimzinnige brief

Een feelgood is vrolijk, niet al te ingewikkeld en heeft voor de spanningsboog nog een beetje drama. Maar dat betekent niet dat het verhaal weinig inhoud heeft of eenvoudig is om te schrijven. In deze serie leer je hoe je het meeste haalt uit een ‘simpel’ genre en hoe je dat het nodige gewicht geeft. Deze week: de geheimzinnige brief.

Een spannende onthulling

Je personage vindt een brief of een doos op zolder nadat een familielid overlijdt. Plotseling staat de wereld op zijn kop. Familieleden zijn niet degene die je held dacht dat ze waren, of er blijkt een compleet hoofdstuk uit hun leven compleet verzwegen te zijn. Een hoofdstuk dat aanleiding geeft tot een avontuur of mysterie in de breedste zin van het woord. Deze spannende onthulling is vrij bekend als trope en daarmee clichégevoelig. Wees daar alert op en voorkom zo een aantal veelgemaakte fouten en haal er het meeste uit wat erin zit.

Het is maar een flashback

Of nu blijkt dat opa vreemdging en je held op zoek gaat naar een hele schare aan halfbroers, of dat blijkt dat oudtante een rijke kennis had in een tropisch land waar nog iets moois te halen valt, deze trope gaat uit van een flashback als basis voor het verhaal. Vroeg of laat kom je mensen of feiten tegen die iets vertellen over het leven van opa of oudtante. Hoogstwaarschijnlijk komt daardoor de nodige flashback voorbij. Onthoud dat een flashback een slechte schrijftechniek is om iets duidelijk te maken. Het is geen middel om een compleet plot mee te bouwen. Met te veel flashbacks wordt de verhaalstructuur rommelig.

Weet wie de hoofdpersoon is

Opa of oudtante mogen dan de aanleiding hebben gegeven voor een interessant verhaal, je held is nog altijd de hoofdpersoon van het verhaal en wiens groei de lezer mee gaat maken. Zorg ervoor dat je vooral blijft schrijven over hoe je held alles beleeft en dat die emotionele beleving datgene is waar je boek zijn overtuigingskracht vandaan haalt. Een verhaal kan niet draaien op een opsomming van feiten over een avontuur, of dat nu een nieuwe familiekroniek is of nieuw vergaarde rijkdom. De lezer heeft als houvast de beleving van de hóófdpersoon nodig. Ook als je de belevingen van opa of oudtante centraal stelt. Je schrijft niet voor niets met flashbacks. Als het verhaal om opa of oudtante gaat, had je net zo goed in het hier en nu van hun leven kunnen schrijven. Bedenk waarom je voor de trope van de verloren brief hebt gekozen, dat is niet voor niets. Wat wil je over je held vertellen?

Parallelle verhaalthema’s

Het voordeel van een verhaal dat terugblikt op een persoon in het verleden, is dat het veel ruimte geeft om een verhaalthema op verschillende manieren te belichten en op een persoonlijke manier uit te werken. Daarvoor hoeven de betrokken personages geen familie te zijn. Neem het thema relaties. Zowel de persoon uit het verleden als jouw held in het heden kunnen daar op hun eigen manier mee worstelen. Leert je held door de lessen van de ander, of kan die ervoor zorgen dat er een cirkel rond is, of een hoofdstuk wordt afgesloten? Als je op meerdere manieren van dichtbij naar een verhaalthema kan bekijken, doet dat een verhaal altijd goed.
Zeker in feelgood; als er een cirkel rond is of een spreekwoordelijk hoofdstuk op een fijne en heilzame manier wordt afgesloten, slaat je lezer met een goed gevoel je boek dicht.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop voor de mogelijkheden voor manuscriptredactie.

Foto door Olha Vilkha 🇺🇦 verkregen via Unsplash

Werken aan de opbouw van een verhaal met een slechte heerser

Je kent het type slechterik wel: hij wil de wereld domineren, terwijl de held er alles aan doet om hem te stoppen. Maar meestal laat ontmoet de held deze slechterik pas later in het verhaal, als het allesbeslissende gevecht daar is. Dat maakt deze slechterik er eentje die zowel heel zichtbaar als heel onzichtbaar is in het verhaal. Hoe pak je de opbouw van zo’n verhaal aan?

Van vrede naar het eerste grote probleem

Een slechterik wint niet van de ene op de andere dag terrein. Als alles pais en vree is, kan je iemand niet zomaar overhalen iets engs of naars te doen, zoals mensen vervolgen of zelfs doden. Want waarom zou iemand dat willen? Het leven is goed, niets wordt je afgepakt en niemand doet je echt kwaad. Voordat je slechterik dus maar een kans krijgt om de macht te grijpen, moet er dus iets mis gaan in het gebied waar die macht over wil krijgen. Baken voor jezelf goed af wat dat is, dat voorkomt later een hoop problemen met het uitwerken van de worldbuilding.
Denk aan dingen als:
– bijna niemand heeft eten
– Er zijn niet voldoende huizen
– Als mensen zich direct bedreigd voelen

Kortom: als de eerste levensbehoeften onzeker worden. Maak het niet ingewikkelder dan dat, dat komt later. Niemand ligt wakker van de politiek zélf. Als mensen dat wel doen, is omdat de politiek hun basale bestaanszekerheid bedreigt. Je kan dit gedeelte van je worldbuilding uitwerken als een scène of hoofdstuk uitwerken, maar je kan die informatie ook door het verhaal heen verweven. Zorg er wel voor dat je het op de tekentafel duidelijk afbakent.

Wie of wat is schuldig?

Wil een slechterik volgelingen krijgen, dan heeft die altijd een zondebok nodig. Dat kan een andere politieke partij, een bevolkingsgroep, een religie of een gedachtegoed. De slechterik mag niet meteen zeggen dat deze aanstichter de oorzaak is van alle ellende in de wereld. Eerst moet hij bewijzen dat hij het probleem beter aan kan pakken dan de andere betrokkenen. Simpelweg beter. Hij hoeft nog niet eens altijd meteen met een gemene sneer over de anderen te praten. Eerst moet de slechterik een charisma en overtuigingskracht uitstralen om volgers te krijgen. Om dan vervolgens uit te halen naar de ‘schuldige’. Schrijf in je aantekeningen op hoe je slechterik het volk daarvan weet te overtuigen. Gebruik hij een zij versus ons tactiek? Probeert hij mensen bang te maken voor vernieuwing of juist voor de manier van doen? Vergeet daarbij niet om grootschalig te kijken naar waarom mensen daarvoor vallen. Is het volk er een van traditie, dan kun je angstzaaien met vernieuwing. Enzovoorts. Vervolgens barst de bom.

Algemene ellende

Je kan je boek hiermee beginnen of het kan verder in het verhaal zijn, maar op dit punt schrijf je over algemene ellende die onder de duim van de slechterik is ontstaan. Die zou de honger oplossen, maar nu leeft niet de helft, maar acht op de tien mensen in voedselonzekerheid. Probeer erop te letten dat je de naam van de slechte heerser wel noemt, maar niet continu benadrukt dat onder zijn regime iedereen te lijden heeft. Gebruik show don’t tell en pas op voor as you know Bob. Als de lezer eenmaal weet dat Graaf Gewelddadig aan de macht is, dan is dat voldoende. Niet zijn naam, maar de ellende die zijn regime veroorzaakt is waar het om draait.

Uit naam van Graaf Geweldadig….

Je foceert je verhaal snel als je alles en iedereen uit naam van het regime laat doen, ofwel een slachtoffer van het regime maakt. Dan wordt het geheel al snel te zwartwit. Wat je beter kan doen is kijken hoe de mensen veranderd zijn. De gewone burger is slachtoffer. Hoe verandert diens leven? Probeer hier verder te kijken dan de oppervlakte. Natuurlijk wordt je moe en bang als je langdurig geen eten hebt. Maar wat doet dat met je levensovertuiging als geheel? Zoeken mensen elkaar op en gaan ze samenwerken? Of verandert de buurman van een hartelijk mens in een verbitterde pessimist? Een enkele burger kan zich bij Graaf Geweldadig aansluiten. Dat zal die ook niet zomaar doen. Was er bij die persoon altijd al een drang naar macht, of anderen pijn doen? Of is diegene niet dapper genoeg en kiest die voor de duistere zijde omwille van zelfbehoud?

In deze fase doorloopt je held het grooste deel van de drie-aktenstructuur. Het bovenstaande moet als de absolute basis dienen waarin de heldenreis van je hoofpersoon tot bloei kan komen. Zonder deze rode draad blijft je spannende verhaal anders alsnog saai. Een held die de wereld redt zonder dat het duidelijk is wat die wereld inhoudt, is op een erg holle missie.

Graaf Gewelddadig verslaan

Als held en slechterik elkaar uiteindelijk treffen voor dat allesbepalende en spannende duel hoef je niet per se meer te schetsen waarom Graaf Geweldadig als individu zo eng is. Denk aan dingen als een bepaalde krankzinnigheid in de ogen, de manier waarop hij trots is op zijn macht, de onverschilligheid over het lijden van anderen of hoe hij nog steeds denkt dat onschuldigen als de duivel zelf zijn. Er even bij stilstaan is uitstekend voor de sfeeromschrijving, maar doe dat niet te lang. Wederom is hier de naam, in dit geval het individu zelf van Grraag Geweldadig ondergeschikt aan het lijden dat hij veroorzaakt. Stop je hem, dan stop je uiteraard de ellende. Maar als hij niet zo slecht was geweest, had hij niet gestopt hoeven worden… Houd dat in je achterhoofd en hopelijk wordt je daardoor ook minder in de verleiding gebracht om nog een tragisch achtergrondverhaal over de graaf te schrijven.

Houd het volgende in gedachten: als je lezer empathie heeft gekregen voor het verhaal en het volk, is het fijner om te lezen dat het volk wordt gered dan dat de slechterik wordt verslagen. Een slecht heerser die maar kort daadwerkelijk in beeld verschijnt, is voor de lezersbeleving vaak minder belangrijk dan het meeleven met de personages over wie je steeds opnieuw schrijft.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van manuscriptredactie.

Foto door Timon Studler verkregen via Unsplash

De fantastische feelgood: de nieuw gevonden familie

Een feelgood is vrolijk, niet al te ingewikkeld en heeft voor de spanningsboog nog een beetje drama. Maar dat betekent niet dat het verhaal weinig inhoud heeft of eenvoudig is om te schrijven. In deze serie leer je hoe je het meeste haalt uit een ‘simpel’ genre en hoe je dat het nodige gewicht geeft. Deze week: de nieuw gevonden familie.

Een eenzaam begin

Een feelgood zorgt ervoor dat de lezer en de personages zich goed voelen en niet te veel stress meemaken. De problemen die er zijn, zijn relatief makkelijk op te lossen. Even door de zure appel heen bijten en het is vaak wel opgelost. Maar soms beginnen die problemen al vóór hoofdstuk 1. De hoofdpersoon verhuist of is eenzaam, omdat er iets vreselijks is gebeurd. Maar snel genoeg zorgen nieuwe mensen voor een gevoel van erbij horen en zingeving. Er is dus wel een probleem dat moet worden opgelost: vertrouwen of een gelukkig gevoel moet weer de normale gang van zaken worden. Maar het acute probleem is vaak vrijwel voorbij.

Continue uitleg of eindeloze flashback

Als er een scheiding is geweest vóór hoofdstuk 1 en de verwerking ervan in hoofdstuk 1 en verder gebeurt, liggen er twee valkuilen op de loer. Je hoofdpersonage vertelt alleen maar hoe zus en zo gebeurde en hoe het zich daarbij voelt: een overdaad aan tell. Of je verhaal hangt van flashbacks aan elkaar, waardoor het hier en nu net zo goed geschrapt kan worden.  

Probeer in een feelgood deze geschiedenis van je personage zoveel mogelijk te beperken. Anders blijf je te veel in het ‘toen en daar’. Dat is sowieso al niet fijn, maar zeker niet voor een genre dat niet te zwaarmoedig van toon moet worden. Je kan dan beter tot grofweg het inciting incident duidelijk maken wat je personage aan emotionele bagage meebrengt en het daar de zwaarste aandacht mee geven.  

Van conflict naar verhaalthema

Een personage dat in het spreekwoordelijke vorige leven verloren is gelopen op het gebied van sociale contacten, heeft daar dus al een conflict achter de rug. Om een feelgood luchtig te houden, kan je het hier en nu van het verhaal op de nieuwe plek vertalen in plaats van een centraal conflict te vertalen naar een verhaalthema. Dat voorkomt dat je omwille van drama een onnodig zware nieuwe verhaallijn aan je verhaal toevoegt. De scheiding, de eenzaamheid, het gevoel een zwart schaap te zijn, het komt als vanzelf nog wel een keer in het verhaal aan bod.

Bekijk liever wat je personage op die nieuwe plaats voor nieuwe mensen ontmoet en wat dat nieuwe begin met zich meebrengt. Zijn het spannende vlinders, een gevoel van ongemak of het loslaten van stress? Als andere personages soortgelijke emoties beleven, kan dat een gemene deler zijn om dieper op in te gaan, als een verhaalthema.

Op die manier kunnen je personages dichter tot elkaar groeien en kan je verhaal het typische feelgoodkarakter behouden. Besef dat conflict niet altijd spectaculair hoeft te zijn. Het kan op een heel eigen manier al spannend genoeg zijn en genoeg stof tot verhaal bieden, hoe het is om ergens opnieuw te beginnen en daarbij je leven opnieuw vorm te geven.

Conflict uitwerken in een sfeer van gezelligheid

Als je personage in een setting komt waarin het als een nieuwe vriend of familielid wordt ontvangen en een saamhorigheid heerst, kan er nog steeds een noemenswaardig conflict spelen. Denk daarbij niet aan ruzies tussen mensen onderling of waarvan individuen de veroorzakers zijn. Problemen die je overkomen, of waar je niets tegen kan doen, zijn er ook nog. Dan heb je geen wie-vijand, maar een wat-vijand. Denk aan een tegenvallende oogst of gezondheidsproblemen. Dat zijn uitstekende onderwerpen voor een conflict waar personages als een grote, saamhorige groep zich doorheen kunnen worstelen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.
Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop voor de mogelijkheden voor manuscriptredactie.

Foto door Brooke Balentine verkregen via Unsplash

Hoe balanceer je spanning en een duidelijk plot in een verhaal?

Je wil je verhaal spannend houden, maar je wil ook niet dat je lezer te veel in het duister tast, zonder houvast. Maar als je je lezer te veel aan de hand meeneemt en daarmee veel informatie weggeeft, kan je ook niets verrassends meer onthullen. Zo kan het lastig zijn om een balans te vinden voor je boek. Daarom is het fijn om voor jezelf duidelijk te krijgen wanneer spanning en uitleg aan de orde moeten zijn in je verhaal.

De lezer alles voorkauwen

Je lezer moet voldoende verbeeldingskracht overhouden om het verhaal voor zich te zien. Dat lukt niet als de schrijver alles voorkauwt. Duidelijke voorbeelden hiervan zijn een infodump en As you know Bob. Deze riskante schrijftechnieken zijn zo link omdat ze (te veel) uitgaan van het idee dat de lezer vóór alles moet snappen waar het verhaal over gaat, of wat voor vlees de lezer in de kuip heeft wat betreft het karakter of de rollen van de personages. Maar dat werkt niet altijd. De geheime spion is een uitstekend voorbeeld hiervan. Vertel je meteen wat zijjn geheim is, dan valt de spanningsboog uit elkaar.

De lezer in het donker houden

De tegenhanger van de lezer alles voorkauwen is door de lezer te veel in het donker te houden. Dan geef je te weinig informatie, zodat de lezer de draad van je verhaal volledig kwijtraakt. Vaak is het idee erachter dat je met een plottwist naar spanning toe kan werken, die het feit dat de lezer even in verwarring is geweest, helemaal goedmaakt. Het probleem daarmee is dat een plottwist die wordt ingezet om te choqueren altijd zijn doel voorbij gaat. Of het nu een plottwist is of een algemene spanningsboog, het is altijd belangrijk om te zaaien en oogsten, of genoeg puzzelstukjes te geven. Je weet immers nooit of je lezer wel het geduld heeft om tot het moment sûpreme door te lezen. Ga er liever van uit dat de lezer zijn geduld tegen die tijd verloren is.

Afwegingen om te maken: spanning of duidelijkheid

Het is belangrijk om de balans te vinden tussen die spanning en de duidelijkheid, wil je niet in de eerder genoemde valkuilen trappen. Daarvoor weeg je af en moet je weten hoe lang je de lezer in spanning houdt. Daarbij zijn er verschillen tussen in spanning willen, kunnen,moeten en hoeven te houden. Kijk daar eerst eens naar.

Willen: je wil je lezer in spanning houden omdat er op dat moment geen ander verhaalelement is dat de spanningsboog kan overnemen én je wil de spanning opbouwen met dit element. Dit specifieke element is waarvan jij wil dat het de pageturner van het verhaal maakt.
Kunnen: als je de lezer nog iets langer in spanning kan houden door bepaalde informatie uit te stellen, zonder dat de lezer meteen in de war raakt. Je moet daarvoor wel weten hoe je die informatie niet veel later geeft.
Moeten: als je hier (te snel) informatie weggeeft, verpest je daar de rest van het verhaal mee. Zoals bij de spion. Je kan ook spanning aan moeten houden om te voorkomen dat je de algemene verhaalstructuur een zooitje maakt.
Hoeven: hier gaat hetzelfde op als bij kunnen, alleen maakt het niet of nauwelijks verschil welke keuze je uiteindelijk maakt en is het niet per se nodig voor het verhaal dat het op dat moment uitgesproken spannend is.

Keuze: spanning of duidelijkheid?

Als je weet welk werkwoord bij je overweging voor de spaninngsboog past, kan je verder kijken.

Willen: zorg ervoor dat je enkele elementen hebt waar de lezer naar kan raden om de spanningsboog intact te houden, maar schrijf de basisbeginselen daarvan ook uit om onnodige verwarring te voorkomen. Wil je weten of er een misverstand is en de echtgenoot vreemdgaat of niet? Zorg dan voor dat er genoeg is om naar te raden, maar houd de feiten ook redelijk genoeg om (onterecht of niet) een conclusie uit te trekken. Glimlachen naar de buurvrouw is veel te veel spectulatie. Maar als echtgenoot hem er meerdere malen op betrapt dat hij naar haar boezem kijkt, is dat wel reden tot spanning.
Kunnen: vraag je af hoe lang je het moment van de onthulling uit kan stellen, maar doe dat niet te lang en bedenk vooral hoe je dat wil doen. Het werkt vaak goed om verwachtingen om te draaien. Als Dries met Pieter in een kamer staat en openlijk over Helga praat, ga je er niet van uit dat zij daar ook bij is. Maar als je dan even later onthult dat ze niet alleen alles heeft gehoord, maar de mannen ook niet de moeite deden om dat gepraat in te perken, kan je dat in je voordeel gebruiken. Het roept vragen op: waarom praat Helga niet mee? Wat is er aan de hand? Hoe zet dit de onderlinge relaties op het spel? Welke machtsverhouding is dit precies? Maak de lezer nieuwsgierig als je de spanning kan rekken.
Moeten: houd er rekening mee dat er ooit in het boek een onthulling moet komen. Moet je nog iets geheim houden, doe dat dan zeker, maar vergeet niet dat je de lezer wel puzzelstukjes moet blijven geven. De nodige duidelijkheid bij een onthulling blijft uit als de lezer alsnog niet weet wat er tussen de regels door gebeurde.
Hoeven: hier is niet echt een goed of fout: hoeven wijst op gelijke opties. Om de knoop door te hakken kan je kijken naar de personages, in plaats van het plot. Wat is er volgens hun waarheid en manier van denken het meest logisch om te doen? Houvast of mysterie zit hem niet alleen in plotpunten. Zodra je lezer de personages goed kent, kunnen die ook een goed middel zijn om je lezer te gidsen door het verhaal. Bovendien gaat spanning niet altijd over wat er gebeurt. Het kan ook gaan over hoe je lezer iets beleeft. En ook daarbij is een balans tussen begeleiden en vrijuit beleven erg belangrijk om de lezer geïnteresseerd te houden in je verhaal.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop voor de mogelijkheden voor manuscriptredactie.

Foto dpor jaikishan patel verkregen via Unsplash

De fantastische feelgood: de vreemde eend in het dorp

Een feelgood is vrolijk, niet al te ingewikkeld en heeft voor de spanningsboog nog een beetje drama. Maar dat betekent niet dat het verhaal weinig inhoud heeft of eenvoudig is om te schrijven. In deze serie leer je hoe je het meeste haalt uit een ‘simpel’ genre en hoe je dat het nodige gewicht geeft. Deze week: de ‘rare’ van het dorp. 

Het dorpje van een feelgood 

Feelgood speelt zich vaak af in een klein dorp, waar iedereen elkaar kent. Dat dorp is soms ook van het soort waar roddel een manier is om mensen uit te sluiten. Want in een kleine, overzichtelijke gemeenschap is geen ruimte voor iets nieuws, of iets anders. En toch is er dan die ene inwoner. De kluizenaar, kunstenaar of een kruidenvrouw die in dat dorp woont en diens eigen ding doet, terwijl de rest van het dorp daar met een bepaalde minachting naar kijkt. 

De vreemde eend in het dorp als trope

Zelden of nooit is de vreemde eend in het dorp de held van het verhaal. De held is degene die deze buitenstaander geaccepteerd laat worden in het dorp. Maar de held kijkt de buitenstaander eerst ook als ‘rare’ aan. Vanwege wantrouwen – kunnen kruiden echt iemand genezen? – of angst – dat uiterlijk of die ideeën lijken vreemd of zelfs gevaarlijk. Pas als je held zelf ergens tegenaan loopt en in het dorp ook geen steun vindt, of iemand die met hetzelfde worstelt. Tot de buitenstaander in beeld komt. Dat maakt het risico groot dat je felegood te veel leunt op het cliché dat de held als reddende engel opkomt voor deze vreemdeling. Dan krijgt je hoofdpersonage te veel de rol van de reddende held en de vreemdeling die gered moet worden. 

Wat zegt dit over je dorp? 

Je verhaal wordt interessanter om over te lezen als je deze trope benadert vanuit het perspectief van het dorp als geheel. Wat zegt het als je dorp zó hecht is dat iemand die er niet is geboren, er nooit thuis kan horen? Waarom is het zo aanstootgevend dat er een kunstenaar in het dorp woont die zich ‘te goed voelt’ voor een kantoorbaan? Betekent dat dat de negentig procent van de dorpsbewoners met een kantoorbaan eigenlijk doodongelukkig is?

Met de antwoorden op die vragen kun je je meerdere verhaalthema’s uitwerken. Zo staat je feelgood altijd steviger in de schoenen, dan wanneer het grootste deel van het boek uitgaat van het idee dat ‘mensen elkaar vinden’ of er iemand gered moet worden. 

Feelgood met een zwaar onderwerp?

Je hoeft in een feelgood niet te beschrijven hoe de meeste dorpsbewoners eigenlijk ongelukkig zijn. Dan gaat het verhaal zijn genre voorbij. Maar ergens dieper op ingaan staat niet gelijk aan zwaarmoedig schrijven. Kijk of je daar een grijs gebied in kan vinden. Benoem het genoeg om er een verhaal mee te schrijven, maar maak het niet te zwaar. Is het thema van het dorp ‘je ergens thuis voelen’? Dan hoeft het niet over heftige immigratieverhalen te gaan. Je kan je ook (niet) thuis voelen in de klas, je kan een andere rol willen in je vriendengroep, niemand hebben om mee te praten… Omdat deze problemen niet zo ingewikkeld zijn, is het ook makkelijker om te schrijven over de tegenpool: momenten waarop mensen elkaar vinden in een gezellig café, met een kat op schoot om even te kunnen huilen en lachen. De week kan weer beginnen. 
Die momenten waarop mensen elkaar vinden en zo naar elkaar toe groeien, kunnen samen een uitstekende feelgood vormen. Eentje die bovendien op meer dan een simpele trope leunt. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Zie mijn webshop voor de mogelijkheden voor manuscriptredactie.

Foto door Andrea Lightfoot verkregen via Unsplash.

Hoe schrijf je een verhaal zonder drama, maar met worstelingen?

Soms lijkt het wel alsof alles en iedereen in je fictieve wereld op ontploffen moet staan, wil het interessant zijn om te lezen. “Ieder verhaal heeft een beetje drama nodig.” Maar als je niet omwille van drama conflicten aan je verhaal toe wil voegen, welke worstelingen zijn er dan nog over om een verhaal mee te kunnen vullen?

“Ieder verhaal heeft drama nodig”

Het is een bekend credo in schrijversland dat ieder verhaal een zekere vorm van drama nodig heeft. Dat is evengoed waar als dat het complete onzin is. Voordat je dit kan beweren, moet je ‘drama’ kunnen defineren.
Als je dat doet op de manier waar soaps om bekend staan, dan is het antwoord aboluut nee. Drama is in verhalen niet hetzelfde als bombarie. Zie het liever als een worsteling. Als je dat doet, kan je met een schaal spelen. Want worstelingen kunnen zowel groot als klein zijn. Als deze definitie je doet denken aan drama, dan is dat wat ieder boek wel nodig heeft.

Drama versus worsteling

Een manier om drama en worsteling van elkaar te onderscheiden is door je een perfect leventje voor te stellen. Lees: een zo perfect als mogelijk leventje. Dus een waarin:

* je oprecht gelukkig bent, niet de schone schijn daarvan ophoudt
* je niet per se aan de wereld hoeft te laten zien dat je een miljoen op de bank hebt staan, maar je rijk voelt, ongeacht of je inderdaad miljonair bent, of je gewoon rond kan komen (of iets soortgelijks betreft socialemedia-aandacht of macht)
* jij en al je geliefden gelukkig en gezond zijn en niet in gevaar verkeren
* er geen aanwijzing is dat iets een van deze bovenstaande dingen gaat verstoren

Drama gaat uit van het idee: wat moet er gebeuren om dit geluk te verstoren? Daarvan zijn er voorbeelden te over. Je kind wordt doodziek, iemand gaat – toch niet- vreemd, je vakantie loopt in het water…

Worsteling gaat uit van het idee: wat blijft er dan nog altijd aan ongemak of vervelends over?

Eerlijk kijken naar worstelingen

Om goed naar worstelingen te kunnen kijken moet je eerlijk kijken naar wat het perfecte leven van je personage is. Maar misschien nog belangrijker: wat het vooral niét is. Je mag je niet verliezen in power fanatsy of het overromantiseren. Heb je een perfect gezinnetje? Dan betekent dat dat je een aantal hele lieve kinderen hebt, maar je wordt niet gespaard van het midden in de nacht worden wakker geroepen omdar Junior een nachtmerrie heeft gehad. En je kinderen komen dus echt niet schoon thuis als ze konden spelen in een modderpoel.

Wat zijn worstelingen dan in zo’n scenario? Je kind wordt niet ziek. Maar je wordt er bijvoorbeeld wel moe van dat je voor de zoveelste keer de wasmachine aan moet zetten. Toch is het aanzetten van een wasmachine niet vervelend genoeg om een oprecht conflict van te maken. Dat zou de definitie van een eerste wereldprobleem zijn, als dat je grootste zorg is. Moet je het dan maar opvoeren naar zés keer de was doen, en extra boodschappen, en een extra koorrepetitie? Nee. “Ik heb het te druk” is om meerdere redenen te vaag. Want als de extra boodschappen worden gedaan, kan het zonder te veel ommehaal weer tijd zijn om te dweilen. Wanneer is er wel weer tijd? En wat kan een personage in de tussentijd doen om te groeien? Niks, want daar gaat je personage (hoogstwaarschijnlijk) geen tijd voor hebben.

Anders gezegd: de worstelingen van je personage moeten het wel op de een op andere manieren vervelen, dwarszitten of remmen. Maar dan wel op zo’n manier dat zowel jij als de lezer duidelijk een vinger erop kunnen leggen wat er concreet en consequent gedaan moet worden om te groeien. De heldenreis moet ook echt als figuurlijke reis met aanwijsbare momenten en mijlpalen duidelijk zijn.

Worstelingen als manier om net iets dieper na te denken

Kijk bij het schrijven over worstelingen verder dan je neus lang is. Stel dat je schrijft over dat veel te drukke leven als voornaamste worsteling. Dat kan nog steeds, maar dan moet het nog wat concreter.
Een kernemotie centraal stellen kan je hierbij helpen. Waarom is je personage toch steeds zo druk? Wat schuilt daaronder? Een gevoel niet goed genoeg te zijn? Angst? Overdreven prestatie- of geldingsdrang?

Als je dat hebt vastgesteld, is het stukken makkelijker om dat vage begrip te vertalen naar een concrete heldenreis. Neem een prestatie- of geldingsdrang. Dan kan je het verhaal beginnen met ambities die telkens weer stranden, het vallen en opstaan daarvan beschrijven, om je held vervolgens te laten beseffen dat die ook met minder genoegen kan nemen of al genoeg liefde krijgt van anderen om zich heen om het nog bij anderen te hoeven zoeken.

Let daarbij wel op dat de valkuil is dat je alsnog uitwijkt naar drama. Hoewel je personage gerust hoge ambities kan hebben, betekent dat niet dat die nodig zijn om het verhaal interessant te maken. Als je uitgaat van worstelingen, houdt je de belevingen van het personage zo dichtbij dat het voor de lezer geen verschil maakt of iets kleinschaligs wil bereiken of de hele wereld wil veranderen.

Een goed verhaal valt of staat niet vanwege de hoeveelheid drama. Het gaat erom dat
– De held en diens worstelingen de lezer kunnen aanspreken: is er empathie?
– De lezer kan begrijpen waarom de personges voelen wat die voelen
– Er een groei in het verhaal zit, of dat het ten minste dynanmisch bljift
– De worstelingen van de held herkenbaar zijn. Niet in de gebeurtenissen, maar in de emotionele beleving.

Dat laatste betekent: hoe groot of klein je worsteling ook is, uiteindelijk is die pas interessant omdat de lezer de bijbehorende gevoelens van een personage herkent. Blijdschap, angst, jaloezie, wat het dan ook mag zijn.
En je voelt niet pas angst als de apocalyps staat te gebeuren. En niet alleen jaloezie op het moment dat je vriend rijk is en jij straatarm. De emotie komt in de vehaalbeleving voorop, niet de intensiteit ervan.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Schakel mij dan in voor manuscriptredactie.

Foto door VENUS MAJOR verkregen via Unsplash.

Hoe schrijf je een originele feelgood?

Een feelgood is vrolijk, niet al te ingewikkeld en heeft voor de spanningsboog nog een beetje drama. Die formule zorgt ervoor dat uitzonderlijke diepgang niet mogelijk is. Daardoor lijken veel feelgoodverhalen in eerste instantie veel op elkaar. Hoe zorg je ervoor dat jouw verhaal dan origineel en verfrissend leest?

De hamvraag: wat is interessant?

Als veel verhalen dezelfde tropes hebben en de afloop prettig en zelfs enigszins voorspelbaar moeten zijn, dan levert originaliteit daar vroeg of laat op in. Maar omdat lezers van feelgood niet per se een origineel verhaal verwachten, is originaliteit niet waar je bij je verhaal voornamelijk op moet letten.

Houd je bezig met hoe je je personages interessant houdt. Anders gezegd: hoe zorg je ervoor dat jouw Jane niet de dertiende feelgooddame in het dozijn wordt? Kijk wat zij gemeen heeft met andere dames uit haar genre. De kans is groot dat ze soortgelijke dromen en interesses heeft. Maar wat maakt haar uniek? De truc is om dat unieke aspect verder uit te diepen, maar niet te overdrijven.

Zoek de verschillen

Dames uit het feelgoodgenre hebben veel met elkaar gemeen. Ze zoeken vaak naar de Ware, willen de carrièreladder beklimmen of het roer omgooien en hun meisjesdroom verwezenlijken. Daar moet jouw heldin het dus niet van hebben. Kijk in plaats daarvan naar details uit haar personagebiografie. Wat zeggen dingen als haar persoonlijke geschiedenis, trekjes en grootste angsten over haar? Als je daar een beetje mee gaat experimenteren, komt er altijd wel iets naar boven wat je voor het verhaalverloop kan gebruiken dat je Heldin en je verhaal anders dan anders maakt.

Bijvoorbeeld:
De cliché feelgoodvrouw is dol op katten. Dus Jane is dol op geitjes, die ze verzorgt op de kinderboerderij. Die setting kan snel cliché worden, omdat die een overdaad aan onschuld en ontspanning uitstraalt. Precies datgene waardoor een feelgood al snel ‘te veel van het goede’ wordt. Dus maak je de kinderboerderij geen fijne oplaadplek voor Jane, maar na jaren werk juist de plek van sleur en verveling. Hoewel Janes favoriete geitje natuurlijk wel voor het broodnodige lichtpuntje mag zorgen.

Vergelijk het met ‘zoek de verschillen’- kinderpuzzels. Ze zijn handig om te testen of je de juiste balans hebt gevonden tussen uniek genoeg en passend bij de voorspelbaarheid die feelgood als genre nodig heeft. Om alles nog overzichtelijk en leuk te houden moet het zoeken van de verschillen en overeenkomsten een beetje speurwerk zijn, maar mag het niet te veel energie en aandacht kosten.

Schrijf conflicten en plotlijnen met je bevindingen

Met de juiste balans tussen uniek en passend leest een verhaal niet als dertien-in-een-dozijn. Zodra je een aantal interessante bevindingen hebt, kijk je hoe je dit op grotere schaal kan toepassen je verhaal. Meestal bedenk je intuïtief wat goed samengaat.
Als Jane van geitjes houdt, maar ook van punkkleren, kan je van haar een buitenbeentje maken dat andere personages leert dat je niet op uiterlijk mag afgaan. Dat moraal is voor een feelgood eenvoudig genoeg, maar je hebt nog genoeg opties om daar een creatieve draai aan te geven.
Als je nog geen aha-momentje hebt, zoek dan maar meer opvallende details die in je aantekeningen verstopt zitten. Zo kom je langzaam maar zeker vanzelf uit bij interessante conflicten en plotlijnen voor je verhaal.

Je hoeft overigens niet alleen in de persoonlijke geschiedenis of karaktertrekken van je hoofdpersoon naar interessante bevindingen te zoeken. Denk ook aan dingen als plaats, tijdsperiode, maatschappelijk gedachtegoed, generatiekloven en verschillen in moraal. Daar kan je na even puzzelen ook voldoende unieke draaien aan geven met de informatie die je in je aantekeningen hebt staan.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop.

Foto door Bob Jenkin verkregen Unsplash