Zo schrijf je een heldenreis voor een naïef personage

Een personage dat naïef is, ziet niets gebeuren, niet aankomen en heeft dus ook meer moeite zich aan te passen aan de heldenreis. Er zijn meerdere manieren waarom je personage zich een bepaalde naïviteit veroorlooft, maar daar moet je als schrijver omheen zien te werken. We gaan in deze blogpost kijken hoe je dat kan doen.

Een proces als conflict: casus Phileine het personageprinsesje

Deze blogpost borduurt voort op het principe van het personageprinsesje, waar ook het voorwerk is gedaan dat we voor deze casus nodig hebben. Onze heldin heet Phileine. Een casus als de hare heeft niet zozeer een conflict waarbij het doel is dat de personages groeien, met een bepaalde uitkomst tot gevolg. Het gaat er meer om dat je als lezer kan observeren hoe zij met de veranderingen omgaan. Meer dan gewoonlijk staat de lezer aan de zijlijn om te kijken hoe iets zich ontvouwt. Dat is in een verhaal met een drie- aktenstructuur ook zo, maar dan kan je als het ware turven waar het personages in de heldenreis is. Heb je een personage zo naïef als Phileine, dan kan je haar de hoofdpersoon maken, maar het verhaal zelf laten gaan over de sociale verandering waar ze later de gevolgen van ondervindt. Bijna alsof ze een figurant is in het verhaal van een groter geheel. Dat is de enige manier waarop je de mate van naïviteit van personages als Phileine kan doorbreken.

Opzet voor de casus Phileine

Terug naar Phileine: ze heeft te veel in haar rijkeluibubbel geleefd om op te merken dat steeds meer mensen niet genoeg geld meer hadden voor de basisbehoeften als onderdak en eten. In die tijd was ze te veel bezig met meer status vergaren, dure spullen kopen en op liefdadigheidsbijeenkomsten haar eigen ego te strelen dat ze voor de minderbedeelden op te komen, terwijl ze erachteraan denkt: dat gebeurt mij dus nóóit. Ze heeft een te groot ego gekregen.

En dan is er het moment waarop iedereen weet hoeveel geld ze heeft en hoe wenig ze echt heeft gedaan om anderen te helpen. In een neergestorte economie is de belangrijkste valuta ineens mededogen en oprechte vrienden. ‘Geld koopt je toch niets meer, gezelschap houd je overeind’ is het credo van deze ‘nieuwe wereld’.
En omdat Phileine alleen voor de show liefdadig is geweest en haar vrienden in hetzelfde schuitje zit, is ze nergens meer. Hoe heeft dit zover kunnen komen? Phileine vraagt zich dit door haar naïviteit af, de lezer ziet dit wel degelijk aankomen. En zo krijg je dat voor elkaar.

Scheurtjes in de bubbel

Phileine leeft in een bubbel waar een bepaalde persoonlijke waarheid geldt. Maar dat geldt ook voor de mensen die nu op Phileine af komen. Daar zou je dus kunnen spreken van twee verschillende realiteiten. Wat werkt in de ene realiteit, werkt in de andere niet. Maar als Phileine vanwege geen aanpassingsvermogen heeft, gaat ze daar de gevolgen van ondervinden. Dat is de spanningsboog. Hoe Phileine op gaat merken dat ze dingen niet snapt, gemist heeft, en zich niet aan kan passen.

Stel dat ze potentiële problemen altijd heeft weggelachen door te zeggen: zó erg is het nou ook weer niet. Maar nu valt dat helemaal verkeerd: ‘Hoe weet jij dat nou, als je altijd in een ivoren toren hebt gewoond?’ ‘Jawel, ik heb al dagen geen eten kunnen kopen!’ Dan gaat Phileine zich daar kapot van schrikken.
Maar de lezer is daarover eerder geïnformeerd toen Phileine nog een luxe leven leidde. Tijdens een liefdadigheidsevenement dat geld inzamelde voor een schoolreisje naar het pretpark, sprak ze een ouder die blij was: ‘normaalgesproken kunnen we alleen naar de gratis kinderboerderij’. Phileinde glimlacht en zegt dat ze blij was om te kunnen helpen. Maar tegelijkertijd dacht ze ook: zó erg is het nu ook weer niet: deze vrouw is niet dakloos, dus die problemen stellen niet zoveel voor.

Anders gezegd: de lezer heeft informatie gekregen, waar Phileine die niet ziet, omdat het vastzit in een bepaalde persceptie. Als je op die manier meedere keren scheurtjes in de aankomende bubbel aan de lezer kan laten zien, voorkom je ermee dat je een deus ex machina schrijft en wordt het personage door het plot meegenomen, waar het recht van de sterkste geldt. Phileine beweegt zich door deze veranderingen op basis van actie-reactie. Daar zal ze niet per se van groeien, maar het houdt het verhaal wel gaande.

Om ervoor te zorgen dat de lezer op het punt van de ‘ommeslag’ Phileines gedrag kan begrijpen, moet je erop letten dat:

  • je voldoende van dit soort voorbeelden hebt gegeven: het is het principe van zaaien en oogsten. Ga je te snel over naar het punt van ommeslag, dan volgt de lezer het ook niet meer.
  • je het verhaalthema in deze fase van zaaien en oogsten ook meeneemt. Als de lezer de ‘buitenwereld’ niet ziet omdat Phileine daar nooit komt, helpt het om de lezer thematisch voor te bereiden op wat nog gaat komen zodra Phileine bevriest.
  • probeer te voorkomen dat Phileine dezelfde spreekwoordelijke teen meerdere keren stoot. Je kan haar dan beter in verwarring achterlaten. Wil je haar toch hardleers maken, dan is het verstandig om koppigheid of trots een karaktertrek van haar te maken.
  • Maak gebruik van alles wat Pheiline in haar oude wereldje heeft gered. Trek alle tactieken, karakertrekken en middelen uit de kast om vervolgens te laten zien dat ze niet werken.

Op dit punt wordt Phileinde waarschijnlijk door wanhoop gedreven. Als je haar nog steeds niet wil laten groeien of leren, dan ga je nu over op haar gedachten en gevoelens. Als handelen, niets meer uithalen voor een personage dat niet kan of wil groeien, dan eindigt het verhaal vaak met de manier waarop het personage gevangen zit in het eigen hoofd of de manier van denken. Dan gun je de lezer nog een blik in iemands hoofd om te laten zien hoe het letterlijke en figuurlijke verhaal eindigt zodra je niet naar veranderende omstandigheden kan handelen. Dat kan je ook een moraal maken.

Foto door Uday Mittal verkrengen via Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk ik mijn webshop voor mijn schrijfcoachdiensten.

Plaats een reactie