Compleet overzicht van de ‘Wat als’- artikelen: zo werk je je personages uit

Twijfel je hoe je personage om zou gaan met bepaalde tegenslagen of dingen die het meemaakt tijdens het verhaal? In de ‘Wat als’-serie zijn al deze onderwerpen onder de loep genomen, van een gebroken hart, tot wanneer je personage anders is dan jij, de schrijver. Hier staan ze allemaal nog eens op rijtje, onderverdeeld in verschillende categorieën.

Personage en plot

Als je personage macht heeft
Als je personage tegenslagen te verduren krijgt
Als het personage moegestreden is
Als je personage een geheim heeft
Als je personage in actie moet komen
Als je personage overgehaald moet worden
Als je personage klem zit
Als je personage stervende is
Een personage dat lastig te schrijven is
Als je personage nieuw is in een groep
Als je personage veel pech heeft
Als je personage voor een onmogelijke keuze komt te staan
Als je personage het zwaar te verduren heeft
Als je personage vakantie heeft
Als je personage ergens mee worstelt
Als je personage een belofte na moet komen
Als het personage geholpen moet worden
Als je personage een strijder is
Als je personage een belofte verbreekt
Als je personage iets te bekennen heeft  
Het einde van een boek- als je personage de eindstreep haalt

Karakter en vaardigheden van je personage

Onkunde
Als de schrijver het personage niet mag
Uitverkoren is
Een onbetrouwbaar personage
Als je personage moet groeien
Als het personage anders is dan de schrijver
Excuses moet aanbieden
Als je personage iets fout doet
Incorrect zelfbeeld heeft
Schrijven over een kind
Superkrachten bezit
Een koppig personage
Een nieuwsgierig personage
De goedzak
Een verdorven personage
De leugenaar
Het verlegen personage
(Bij)geloof
De verrader
Een heilige overtuiging
Het onredelijke personage – de Karen
Een laf personage

Personage en persoonlijke omstandigheden

Liefdesverdriet
Eenzaamheid
Pijn
Rijkdom
Als er iets te vieren is
Minderheden
Rouw
Als je personage iemand mist
Als je personage zich ergens op verheugt
Trauma
Verliefdheid
Verslaving
Ziekte
Armoede

Als je personage iets (niet) wil

Seks
Aan verwachtingen voldoen
Als je personage iets nodig heeft
Als je personage doet wat het wil
Als je personage de macht wil grijpen
Als je personage in staking gaat

Al deze artikelen en dit exacte overzicht verschenen eerder op Schrijven Online.
Foto door Kyle Smith op Unsplash

Wat als je personage de eindstreep haalt?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage de eindstreep haalt?

Als je boek bijna ten einde is, gaat je personage een bepaalde eindstreep halen. Hoe schrijf je die op zo’n manier dat die een goede laatste indruk achterlaat?

Wrap-up

‘De eindstreep in zicht’ is het moment dat het drie-aktenstructuurschema de wrap-up noemt. Het einde is er bíjna, maar nog niet helemaal. Het duidelijkste voorbeeld van hoe een wrap-up eruitziet, vind je in sprookjes. Het is dat gedeelte net vóór ‘En ze leefden nog lang en gelukkig’.
Nu Assepoester met de prins was getrouwd, hoefde ze nooit meer vervelende klusjes te doen.

Het geeft een indruk hoe het verhaal verdergaat nadat het boek zelf is geëindigd. Want meestal gaat een verhaal nog verder na het einde van het boek: je personage is immers nog niet dood. Maar omdat al het interessante –narratief gezien– al is verteld, ga je niet eindeloos meer doorschrijven over hoe personages door blijven leven.

De toon van je verhaal

Om te zorgen dat je wrap-up aansluit bij de rest van je boek, moet je al over de wrap-up nadenken zodra je begint met het schrijven van je verhaal. De wrap-up bepaalt namelijk voor een groot deel de toon van je verhaal.

Om Assepoester nog maar eens als voorbeeld te nemen:
Stel dat je wrap-up is: voor het altaar werd Assepoester alsnog door haar boze stiefmoeder ontvoerd en was ze gedoemd om een huisslaaf te blijven.
Dat is een hele gure toon. Eentje die helemaal niet aansluit bij een groot deel van het verhaal, waarin hoop hoogtij viert. Het mooie bal, de dans met de prins en de wetenschap dat Assepoester als enige het glazen muiltje zal passen.
Bepaal dus grofweg het einde van je verhaal voor je met schrijven van het verhaal om te voorkomen dat je een anticlimax schrijft of de lezer zich bedonderd voelt.

Zorg voor voldoende en logische afsluiting

Je kan ervoor kiezen om een open einde te schrijven, maar je moet er wel voor zorgen dat je de belangrijkste vragen over de heldenreis van je personage beantwoordt. Als er nog een aantal belangrijke vragen openstaan, is de wrap-up het moment om ze te dichten.
Wees gewaarschuwd: in de loop van je verhaal moet je al wel duidelijke feiten of hints kunnen geven om iets af te sluiten, anders komt de afronding zeer geforceerd over. Dan krijg je een ‘o ja, trouwens’-effect:

  • O ja, trouwens, deze personages waren altijd al verliefd op elkaar;
  • O ja, trouwens, dit deed het personage met oma’s gigantische erfenis;
  • O ja, trouwens, het kwam nog goed met de zieke hond waar mijn personage het hele boek lang voor gezorgd heeft.

Een wrap-up komt dan misschien laat in het verhaal, maar je moet de aanzet ervoor al gedurende het hele verhaal geven.

Dit is het laatste artikel van de ‘Wat als?’-serie. Hopelijk heeft hij veel nieuwe inzichten gegeven!
Volgende week komen alle artikelen nog eens in een overzicht te staan. Daarna start een nieuwe serie. In dit artikel viel de naam drie-aktenstructuurschema al. In de nieuwe serie ‘drie-aktenstructuur’ wordt ieder verhaalelement van dit schema uitgebreid toegelicht!

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Joshua Hoehne op Unsplash.

De grootste leugen van je hoofdpersonage

Je plot blijft interessant zolang je personage een conflict heeft. Er is een aantal drijfveren voor een conflict en een daarvan is de leugen die je personage zichzelf vertelt.

Je personage in beweging houden

Het is belangrijk dat je elementen in het verhaal hebt én houdt waardoor je personage in beweging blijft. Je lezer kijkt immers naar je fictieve wereld door de ogen van je hoofdpersonage. Als die dan vervolgens niets doet of alleen maar achterover hoeft te leunen, gebeurt er niets in je plot. Om dat te voorkomen kan je verschillende dingen doen. Je kan gaan puzzelen met het willen en nodig hebben van je personage, of dreigen met de grootste angst van je personage. Maar er is nog een andere manier: je duikt in de grootste leugen die je personage zichzelf vertelt. Het werkt net zo effectief, maar voor deze methode moet je nog meer dan anders in het hoofd van je personage duiken.

Voorbeelden van een leugen van een personage

Als je personage tegen zichzelf liegt, probeert het zichzelf iets wijs te maken. Dat ‘iets’ kan je samenvatten als: iets wat je personage erg graag wil of nodig heeft, wordt door hem of haar afgedaan als iets onbelangrijks, of iets dat helemaal niet nodig is. Dat doet je personage in een poging te pijn te ontlopen die het ontbreken van dat ‘object van verlangen’ met zich meebrengt.
Zodra je personage zegt: “Ach, dat is allemaal zo belangrijk niet.”, “Het interesseerde me toch al nooit.” of vliegensvlug de schouders eronder zet na een traumatische gebeurtenis “omdat het leven nou eenmaal doorgaat”, zonder te treuren of te rouwen, kan je er de donder op zeggen dat dit een zelfvertelde leugen is of gaat worden.
Enkele voorbeelden:

SituatieLeugen Deze pijn wil het personage niet onder ogen zien
Max wilde als kind al dokter worden en is nu uitgeloot voor medicijnen. “Maakt niet uit. Ik kan als advocaat ook geld verdienen. daar hoef ik geen dokter voor te zijn.” Een levenslange droom is in duigen gevallen.
Moeder krijgt een derde achtereenvolgende miskraam.“Dan is het moederschap blijkbaar niet aan mij besteedt. Daar kan ik mee leven.”Ze moet ergens mee leren leven, dit is geen vrijwillige keuze. Het zal nog altijd pijn doen wanneer vriendinnen wel zwanger raken en zij niet. Het verlangen naar het moederschap is niet zomaar verdwenen omdat ze een feit accepteert.
Het onpopulaire meisje is net afgewezen door de stoerste jongen van de school.“Nou en? Ik hoef niet populair te zijn!”Het ging er niet om dat ze populair zou worden, slechts dat ze als eenzame eenling eindelijk eens gezien zou worden.
Het onpopulaire meisje is net afgewezen door de stoerste jongen van de school.“Ik heb hem niet nodig, ik heb mijn familie ook nog.”Ze is afgewezen, en wilde wel degelijk het gevoel hebben romantisch interessant te zijn, terwijl het tegendeel waar lijkt te zijn.

Je ziet bij het onpopulaire meisje dat een personage zich meerdere leugens over dezelfde situatie kan vertellen. Of dat een zelfde situatie bij twee soortgelijke personages (in dit geval twee verschillende onpopulaire meisjes) eenzelfde leugen heel anders uit kan pakken.

Wat vertelt de grootste leugen van het hoofdpersonage jou?

De grootste leugen van je personage betekent niet zozeer dat je personage liegt, maar eerder dat het zichzelf voor de gek houdt. Het is een leugen die hij zichzelf vertelt. Dat onderscheid is belangrijk vanwege twee redenen:

* Het personage liegt tegen zichzelf, dus niet tegen iemand anders. De leugen komt dus niet per se naar buiten.
* Omdat het personage liegt tegen zichzelf omdat hij zichzelf iets wijs wil maken, is hij er niet op uit om anderen te bedriegen. Het is echter niet uitgesloten dat anderen gekwetst worden van door interne leugen van een personage.
Zo kan de eerdergenoemde moeder zich wijsmaken dat ze ‘alleen maar’ blij is voor de vriendin die wel zwanger is. Maar als ze door dat onverwerkte verdriet daardoor onbedoeld afstandelijk wordt naar de aanstaande moeder, is dat voor haar óók niet fijn.

Wat is het nut van de grootste leugen van je personage?

De leugen van je personage is een ideale aanleiding voor een moment van serieuze drama of actie. Het heeft iets belangrijks gemeen met de grootste angst: je personage moet iets onder ogen zien. Het belangrijkste verschil is dat bij de leugen je personage nog in ontkenning kan gaan. De grootste angst is eerder de knagende waarheid die je personage -hetzij schoorvoetend- eerder accepteert. Dat maakt het verwerkingsproces van de grootste leugen groter: jawel, personage, je hebt wel degelijk bevestiging nodig, de behoefte nodig om een vaderrol te vervullen…Wat dan ook.
Meestal schrikt een personage zich een ongeluk zodra dit besef tot hem of haar doordringt. Het heeft niet voor niets tegen zichzelf gelogen: dat was zelfbescherming. Dus zodra de waarheid of deze pij zich dan opdringt, komt er een hoop dat je personage moet verwerken. Dat past goed bij de belangrijke en spannende momenten in het verhaal. Denk aan de obstakels, ramp en crisis in het schema van save the cat.

Je personage zal van schrik weg willen kruipen. Misschien ook wel van schaamte…
Foto door Aləx Buchan op Unsplash.

Zorg er wel voor dat je goed afweegt waar de leugen precies ter sprake komt. Als de grond onder de voeten van je personage vandaan valt, de leugen belangrijk is voor het plot èn er nog tijd moet zijn om alles te verwerken, mag je niet alles zomaar afraffelen. Geef het verwerken van de leugen de nodige tijd en zorg ervoor dat het niet minder belangrijk wordt gemaakt dan het is. Vaak is het ontdekken van de leugen een van de moeilijkste dingen die je personage moet doormaken.

Komt de leugen altijd uit?

Je personage hoeft niet altijd met zijn eigen leugen geconfronteerd te worden. Soms is het iets wat alleen in de personagebiografie mag blijven staan. Maar je moet hem als schrijver wel weten, want hij vertelt over belangrijke gedachten en drijfveren van je personage die anders -ook voor jou!- geheim blijven.


Wat als je personage arm is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage arm is?

Als een personage arm is, kan dat verlammend zijn. Je personage kan zich ook arm voelen terwijl hij dat niet is. Let dus ook goed op het verschil tussen armoede en ‘je arm voelen’.

Je arm voelen

Als je je arm voelt, heb je niet genoeg geld om iets specifieks te kopen of te kunnen doen. Dan moet je iets opgeven wat je heel graag wil doen of graag wil hebben. Deze definitie kan in de praktijk heel breed zijn. Dat ligt er maar net aan wat je personage gewend is.
“Ik ben arm, want ik kan geen vijftig euro besteden aan een dagje Efteling,” zegt de tiener.
“Ik ben arm, want ik kan niet meer bij Gucci winkelen,” zegt de verwende miljonairsdochter.  
“Ik ben arm, want ik kan geen studie betalen,” zegt de zoon uit een gezin met een laag inkomen.

Je hoeft het als schrijver niet eens te zijn met de persoonlijke definitie van arm die je personage heeft. Maar je moet je beseffen dat dit wel de waarheid van je personage is. En dat het zich dus rot gaat voelen omdat het vanwege geld dingen moet laten. En dat vervelende gevoel of het afzeggen van bepaalde dingen heeft vaak gevolgen voor het plot.  

In armoede leven

Als je in armoede leeft, heb je niet genoeg om iets te betalen dat tot de absolute basisbehoeften behoort. Denk aan eten, medische kosten, de huur, gas, water, licht en een dikke jas voor de winter.
Waar iemand die zich arm voelt geen geld heeft voor iets wat diegene wil hebben, heeft de persoon in armoede geen geld wat hij moet hebben. Een personage in armoede voelt zich rot, moet dingen afzeggen en zit daarbij ook in een extra lastig parket: hij zit vast.

Vast in armoede

Als je personage in armoede leeft, zit die vaak ergens in vast. Als je door een te laag inkomen steeds aan het eind van de maand in de min zit, wordt dat een spiraal. Voor een maand is dat misschien niet zo’n ramp: even rood staan kan meestal wel. Maar als dat steevast het geval is, moet je personage door achterstallige rekeningen ooit gaan kiezen wat het deze maand doet: voldoende eten of toch echt een keer naar de tandarts omdat de kiespijn ondraaglijk wordt? Al snel krijg je een domino-effect van ellende. Let erop dat dat het plot op slot kan zetten, want vroeg of laat is raakt je personage moegestreden. Als het uit zijn huis is gezet omdat hij van de honger het werk niet kon volhouden of door onbehandelde ziekte niet kan werken, is het niet zo simpel om een cirkel van armoede te doorbreken. Onderschat de invloed van armoede niet. Armoede is eerder een thema van een verhaal dan een centraal conflict waar je personage weer bovenop komt.  

Wil je toch dat je personage uit de armoede ontsnapt, dan kan dat natuurlijk. Maar zorg dan dat je personage voldoende helpers en vaardigheden heeft die hem uit de armoede helpen. Anders wordt je verhaal ongeloofwaardig.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Nick Fewings op Unsplash.

Schrijfoefening: de communicatiemanieren en het karakter van je personage

Als schrijver weet je hoe belangrijk zelfexpressie en kunnen lezen zijn. Wat als dat allemaal ineens weg zou vallen? Je zal ervan schrikken hoeveel je dan over je personage te weten komt.

Uitgangspunt van de schrijfoefening

Je personage is in een land waar het zich niet verstaanbaar kan maken en geen wijs kan uit het plaatselijke schrift. Bovendien zijn er geen klanken uit te onderscheiden zijn waar het op terug kan vallen. Denk aan Japans, Arabisch en Thais (休日, العطل , วันหยุด). In deze oefening:
* is internet niet beschikbaar: dag, Google Translate, Google Maps en Google Images om te helpen…
* begrijpen je personage en diens gesprekspartner alleen ‘help’, ‘ja’, ‘nee’, ‘dank u’, ‘alstublieft’, ‘hallo’ en ‘tot ziens’ in een en dezelfde taal.
* mogen de gesprekspartners tekenen om een ander duidelijk te maken, maar dan beperken de tekenkunsten zich tot iets als dit:

“Ik zoek de sportschool, snapt u?” 😉
Afbeelding: https://www.deviantart.com/cold-hearted-world/art/stickman-contest-entry-147423216

Dat kan even spannend en grappig zijn, maar als dat te lang duurt, word je geconfronteerd met je (gebrek aan) vindingrijkheid, tolerantie, manieren, geduld, moed en ontdek je de comfortzone. Zo leer je een personage dus erg goed kennen! Je kan belangrijke informatie voor je personagebiografie ontdekken met deze oefening.

Wie wordt de gesprekspartner?

In mijn voorbeelden houd ik een personage aan dat op vakantie is. Dit personage verkeert dus niet in acuut gevaar. Maar omdat je personage wel aan rust toe is en die niet krijgt als de communicatie niet vlot verloopt, zal het wel even boos, verdrietig, paniekerig of chagrijnig worden…
Veel van de mogelijke gesprekspartners die volgen laten ook zien hoe hoog het Karengehalte van je personage is. Als jouw verhaal geen receptionist heeft omdat je personage niet in een hotel gaat slapen, kijk dan of de gesprekspartner in jouw verhaal een vergelijkbare rol vervult.

Kijk voor deze schrijfoefening wat er belangrijk is voor jouw verhaal. Wat gebeurt er in je plot? Hoe moet je personage groeien in zijn centrale conflict? Als je een dystopisch verhaal schrijft, is het interessant als de gesprekspartner iemand is die als enige de weg weet naar de laatste schuilkelder. In een verhaal over een belangrijke zakendeal is het handig om te kijken wat er gebeurt als je personage lastig met een concullega kan communiceren.

Receptionist

De persoon die makkelijk te misbruiken is door een lagere rang en een kwetsbare positie.

Een eventuele Karen ontpopt zich bij de receptionist in volle glorie. De receptionist verleent een dienst: een luxe dienst; vakantie vieren is een voorrecht, geen recht. De receptionist is de laagste in rang, of het ‘laagste schakeltje’ binnen zo’n luxe dienstverlening. En hij heeft een manager boven zich werken, dus een klacht indienen is zo gebeurd.
Als je personage zich een bepaalde luxe kan permitteren, heeft het dan de neiging om zich als belangrijker voor te doen dan de ander, of blijft het de receptionist als gelijkwaardige behandelen? Ook iets om over na te denken: beseft je personage dat het zichzelf niet kan inchecken en de receptionist de eerste in een schakeltje van het hotelverblijf is? Als het communiceren in het begin al moeizaam gaat, is dat niet het moment om (al) de degens te gaan kruisen. Daar wordt alles alleen maar vermoeiender van. Heeft jouw personage dat door?

Taxichauffeur

Hoe gedraagt je personage zich tegenover iemand die lager in rang is, maar wel een zekere macht over haar heeft?

De taxichauffeur heeft veel gemeen met de receptionist: hij is een relatief ‘lage’ dienstverlener. Karen, let op: er is een belangrijk verschil! Als je boos wordt op een taxichauffeur kan hij je ergens droppen, zonder dat je weet waar je bent en hoe je daar weer weg moet komen. Dan ben je nog verder van huis (of je hotel, zo je wil). En een klacht indienen kan je niet ter plekke doen…

De serveerster

Een persoon in lagere rang, maar die wel iets doet of heeft voor jou dat essentieel is om te overleven of in ieder geval de dag fatsoenlijk door te komen.

Net als de receptionist en de taxichauffeur is de serveerster wat lager in rang. Maar als ze jou geen eten kan of komt brengen en je daarmee niet in een van je eerste levensbehoeften wordt voorzien… Iets om over na te denken wat betreft hoe je personage daarop reageert. Een leuk extraatje: als je personage een serieuze allergie heeft, dan wordt het een stuk belangrijker om zowel duidelijk te kunnen communiceren als de serveerster te vriend te houden. Hoe doet je personage dat?

De receptionist, taxichauffeur en de serveerster verlenen een dienst waarvan je als vakantieganger weet dat je er gebruik van gaat maken. In hoeverre bereidt je personage zich daar extra op voor, of juist niet? Misschien vindt het het wel lachen om met handen en voeten met de receptionist te moeten praten, maar als er serieuze allergieën in het spel zijn, zal je toch iets meer moeten voorbereiden. Voor zover je personage zich kan voorbereiden op dit soort situaties, zegt het ook iets over hem in hoeverre het dat ook doet. Heeft het een controledwang of is het juist zo laks dat hij daardoor makkelijk(er) in de problemen komt?
Bovendien: probeert je personage mee te denken in de oplossing, of houdt hij zich aan het principe dat hij als betalende klant zich nergens mee hoef te bemoeien? Dat zegt iets over zijn trots, of bereidheid in het algemeen om in actie te komen.

Medevakantiegangers

Als het gaat om rang of status, is er bij deze mensen niets te halen of te verliezen: ze zijn gelijkwaardig aan je personage. Wil of durft je personage het aan om met handen en voeten vriendschappelijk contact te leggen? Of gaat hij van een mooi boek genieten? Dat zegt iets over zijn sociale behoeften (op dat moment). En wat als er de clichéruzie uitbreekt over de handdoeken bij het zwembad? Nu de gesprekspartner niet betaald wordt om een conflict op te lossen, zal dat anders verlopen en je personage zich ofwel anders gedragen of een andere aanvalstactiek moeten bedenken.

Het idool

Daar komt het idool van je personage onverwacht over straat aangelopen! Iemand van hoge(re) rang en bovendien is je personage even pen en papier kwijt, dus een blocnote en pen onder de neus schuiven in de hoop dat de extase in de ogen het wel doen… Dat gaat even niet op.
Durft je personage het risico zich voor schut te zetten om iets te bereiken bij iemand waar het ontzag voor heeft? Of wordt het door diegene en de situatie geïntimideerd en vraagt het daarom niet wat het wil of nodig heeft?

De hotelmanager

Iemand met een relatief hoge(re) rang, maar bij wie wel iets te halen valt.

Knik even veelbelovend in de richting van je drie Guccitassen en de hotelmanager biedt je misschien wel iets extra’s aan, in de hoop dat je een hogere fooi geeft. Probeert je personage zoiets omdat het vindt dat het recht heeft op een voorkeursbehandeling? Gaat het hielenlikken tot er kwijl op het tapijt ligt?
Doet het dat niet omdat het tevreden is met de hotelkamer die is geboekt? Vraagt het vriendelijk of er misschien nog (tegen betaling) bepaalde upgrades beschikbaar zijn? Of durft het de hotelmanager niet eens naar zoiets of zelfs überhaupt iets te vragen omdat het denkt zelf in veel lagere rang te zijn?
De omgang met de hotelmanager kan je veel vertellen over de mate van tevredenheid, eigenwaarde en zelfvertrouwen die je personage heeft. En hoe het zijn eigen status ziet.

De dokter

Je personage krijgt een ongeluk en wordt naar het ziekenhuis gebracht. Het ziet allerlei professionele zorgverleners aan het werk gaan, maar wat er mankeert, is onduidelijk. Het enige wat je personage weet, is dat het in pijn verkeert. Hoe bang is je personage in zo’n situatie? Vertrouwt het op de zorgprofessionals en laat het zich bijna vertroetelen in de zorg die het krijgt? Of kan hij het niet aan als onbekenden hem aanraken, zonder te weten wat ze precies doen of gaan doen? Dat laatste kan iets zeggen over de medische toestand van je personage: wat als het duidelijk moet maken dat het allergisch is voor bepaalde medicijnen? Het zegt ook iets over hoe goed je personage al dan niet in zijn lijf zit. Stel dat het zich schaamt voor zijn lijf en ook al niet weet wat die zusters allemaal aan hem zitten te sjorren, dan kan het zomaar zijn dat hij de behandeling bemoeilijkt door hen dwars te zitten.
En wie probeert jouw personage als eerste te contacteren om te laten weten dat hij in het ziekenhuis ligt? Waarom die persoon? Of licht hij niemand in, om pas later als alles – hopelijk- weer over is, te kunnen zeggen: “Ik heb een uurtje op de EHBO gelegen, maar ik wilde je niet ongerust maken, dus ik heb niets laten weten.”

Wat als je personage laf is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage laf is?

Een laf personage is ingewikkeld om te schrijven. Niet zozeer omdat angst lastig is om te omschrijven, maar omdat een personage altijd dapper moet zijn. Hij hoeft niet meteen het leger in te durven, maar een totaal gebrek aan moed zet het plot op slot. Iets nieuws proberen of iets tegemoet gaan waarvan je de uitslag niet weet, vergt ook moed. En dat zijn elementen die een verhaal gaande houden. Wat doe je als je personage dat ook eng vindt?

Wanneer is je personage laf?

De een vindt het laf als je geen hond durft te aaien, een ander vindt je een aansteller als je geen motor durft te rijden. Laf is een redelijk subjectief begrip. Maar als het om een personage gaat, kan je het zien als: wanneer je personage iets niet durft te doen wat voor het plot essentieel is en wanneer het antwoord op de bekende vraag: ‘Wat is het ergste wat er kan gebeuren?’ zo goed als ‘niks’ is, en je personage nog steeds voet bij stuk houdt.

De laffe vriend

Ken je die fictieve vriend in een vriendengroep die echt overal de kriebels van krijgt? Zodra die kriebels zo erg worden dat de hoofdpersoon zijn heldenreis ervoor opzij moet zetten om te troosten, schrap je dit personage, of moet je in ieder geval zijn karaktereigenschappen veranderen. Anders schrijf je een subplot wat nergens toe leidt. Een subplot – of een scène – mag per definitie wat meer op de achtergrond spelen dan het hoofdplot. Maar het moet wel iets toevoegen. Iets wat alleen maar vertraagt, vastloopt of vastzet, hoort hoe dan ook niet in een verhaal.

De laffe held

Je hoofdpersonage kan ook laf zijn. Dan moet de lezer weten waarom hij om iets schijnbaar kleins bang wordt. Je ontkomt er niet aan om zijn achtergrondverhaal uit te werken. Van je held verwacht je lezer dat hij dapper is en dat hij hem goed leert kennen. Als hij dan door een relatief onbenullige angst verlamd raakt, kan dat nog steeds interessant zijn. Als je de reden of de uitkomst maar uitschrijft. Dan kan de angst om een schattig katje te aaien ineens logisch lijken. De gewelddadige stiefmoeder bij wie je personage opgroeide, had ook een kitten. Ook nog eens met precies hetzelfde vachtpatroon. Bij de herinneringen aan de stiefmoeder en haar geliefde kitten, rent je personage het liefst weg bij dit andere katje.

Moed als thema

Zodra je hoofdpersonage laf is – of liever gezegd laf lijkt –, ga je dus verklaren waar die angst vandaan komt. Net als bij de laffe vriend moet je opletten dat deze angst niet slechts een opvulling is van papier. Het moet ergens toe dienen. Daarom moet je die angst goed uitwerken en dat kost de nodige woorden. Zo wordt moed al gauw het verhaalthema van een verhaal als dit. Maar dat kan in de voordeel werken: je lezer gaat je held begrijpen en met hem meeleven. Dat hij dan alsnog zijn doel niet altijd kan bereiken, is niet erg. Hij probeert het en dat maakt hem dapper, zoals een held hoort te zijn.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Alexander Krivitskiy op Unsplash.

Maak ik mijn hoofdpersonage een man of een vrouw?

Je held is een belangrijk personage, dus die moet je realistisch maken. Er is een aantal eigenschappen die iedere held moet hebben. Maar vanwege sociaalmaatschappelijke normen en waarden komt het ene personage anders uit de verf dan het andere. Dat zie je heel goed terug in het verschil tussen mannen en vrouwen. Daarom is het verstandig om goed af te wegen of je hoofdpersonage een man of een vrouw wordt.

Wat heeft iedere held nodig?

Een held heeft altijd twee karaktertrekken nodig om die naam waardig te zijn: moed en zachtheid. Moed is nodig om een centraal conflict aan te durven gaan. Zachtheid laat zien dat je personage geliefden heeft en om mensen geeft. Het zal een verdrietige vriend aan het lachen te maken, langsgaan bij de zieke buurvrouw gaan om voor een dagje het huishouden te doen. Of gaan voetballen met het jongere broertje, gewoon omdat het leuk is. Dit heeft je personage nodig omdat het:
* nooit alleen op de wereld is;
* deze zachtheid (of liefde voor/ omgang met anderen, zo je wil) voor een groot deel de wil van je personage kan bepalen. Dat kan bijvoorbeeld moederliefde zijn, of een zoon die het leger in gaat om zo vaders goedkeuring te krijgen.

Zonder moed kan je personage het avontuur niet aangaan. Zonder zachtheid leeft het in complete (sociale) isolatie en is er geen avontuur om aan te gaan, omdat het personage zo nooit zal groeien. Laat moed nou een eigenschap zijn die traditioneel met mannelijkheid wordt geassocieerd en zachtheid met vrouwelijkheid. Toevallig hè? 😉

Het sekselabel

Om een goede held te zijn, moet je personage dus zowel een ‘vrouwelijke kant’ als een ‘mannelijke kant’ hebben. Geen probleem, toch? Nou…

Niemand vindt het raar als een vrouw naar een schoonheidssalon gaat om haar nagels te laten lakken. Doet een man dat, dan doet hij mee aan de nagellakactie van Tijn of omdat hij homo is. Geen heteroman doet dat omdat hij dat gewoon leuk vindt, toch? En een vrouw met wijde kleren die geen make-up draagt en automonteur is, is vast niet zacht of mooi genoeg ‘om een vent aan de haak te slaan’ of ‘wil graag een van de mannen wil zijn.’, toch…?
Nee, maar tegelijkertijd trekt een lezer zo’n personage (onbewust) in twijfel. Die associaties betreffen bepaalde verwachtingspatronen die er heel diep ingebakken zitten. Als je personage dan de ‘andere kant’ moet laten zien, botst dat al snel met het verwachtingspatroon.

Het maakt voor de invulling en de interpretatie van je verhaal soms uit of je over hem of haar schrijft.
Foto door DISRUPTIVO op Unsplash.

Zoeken naar grijs in verwachtingspatronen

Er wordt nog vaker dan je zou denken kritiek geuit als er van deze verwachtingspatronen afgeweken. Denk aan:
* een man die huilt (wees ’n vent!);
* een man die thuisblijft om voor de kinderen te zorgen (jij hoort voor de kost te zorgen!);
* een vrouw die geen kinderen wil en voor haar carrière kiest (zodra je in de overgang komt, krijg je spijt van deze beslissing…);
* een vrouw die verliefd wordt op een man die minder rijk of minder knap is (als je je sexier zou kleden, kan je beter krijgen…).

Maar nu komt de paradox: zeg dat jouw mannelijke personage niet van zijn kinderen houdt -en dus zijn zachte kant laat zien- dan is hij ongeloofwaardig en onnodig hard. Net zoals jouw vrouwelijke personage plotseling te passief of ongeloofwaardig is wanneer ze niet de moed heeft om haar mond open te trekken.
Dat wordt dus zoeken naar grijs: niets is zwartwit, maar de ideale oplossing zit ergens tussenin.

Verwachtingspatronen voor mannen en vrouwen

Om het breed en overzichtelijk te houden: dit zijn de verwachtingspatronen waar je rekening mee moet houden.

Een man is:
* sterk
* moedig
* prestigieus
Een vrouw is:
* zacht
* mooi
* bescheiden

Zodra je een ‘traditionele’ eigenschap van de andere sekse als voornaamste karaktertrek op de voorgrond laat komen, is de kans op een botsend verwachtingspatroon groot. Denk aan de vrouw in een hoge positie (“Ze heeft die rol alleen vanwege een feministische boodschap.” of “Maar hoe zorgt ze dan voor haar kinderen? Kan haar man niet de voornaamste kostwinner zijn?”) of een lieve man (“Is dat er zo een die óók overal om moet huilen?” of “Dadelijk is hij ook nog goed in breien…”).

Schrijven over iets dat bijna per definitie paradoxaal is, heeft geen klip-en-klare oplossing. Maar ik denk dat ik een redelijke vuistregel heb gevonden: zet de traditionele voorwaarde voorop, en laat op het moment suprême de niet-traditionele waarde de doorslag geven.
* De prestigieuze carrièretijger krijgt zijn langverwachte promotie niet omdat hij ‘sterk’ mensen afblaft. Zijn meerdere heeft gehoord dat hij (zacht) een nieuwe buitenlandse medewerker in zijn eigen tijd heeft geholpen om Nederlands te leren.
* Een Miss-Universe finaliste trekt (moedig) haar mond open en stapt uit de wedstrijd als ze merkt dat er racisme in het spel is.

Jouw invulling van mannelijk of vrouwelijk

Als je verwachtingspatronen van vrouwen uitwerken zoals ik hierboven beschrijf, pas dan op voor de populaire invulling van de sterke vrouw-trope. Dan gaat het al snel mis. In deze blogpost staat mijn interpretatie van een sterke vrouw. Deze interpretaties en alles wat ik hierboven schrijf zijn goede richtlijnen voor een sterke held en heldenreis. Maar uiteindelijk bepaal jij wat jij (te) mannelijk/ vrouwelijk vindt voor jouw personage. Natuurlijk is er ergens een grens. Die grens maakt het cirkeltje van het ‘labeltje’ rondom sekse weer rond. Als je een personage hebt dat fysiek sterk, moedig en stoer is, is het logischer om een man van hem te maken. Dat voorkomt dat je eindeloos moet verklaren waarom je personage géén man is.

Of je nu een mannelijke of vrouwelijke bodybuilder als hoofdpersonage kiest, maakt in beginsel niet uit. Maar bij een vrouwelijke bodybuilder verwacht men vaker een verklaring waarom ze deze ‘mannelijke weg’ gekozen heeft, waar een mannelijke bodybuilder meer ´logisch´ klinkt. Een vrouwelijke bodybuilder is niet goed of fout, maar het maakt wel dat je verhaal anders wordt gelezen. Het kan het verschil zijn tussen een trope en een compleet uitgewerkt verhaal. Dat verschil moet je inzien als je je hoofdpersonage gaat uitwerken.

Neem de verwachtingspatronen niet te letterlijk

Het bepalen van de grens van het ‘sekselabelcirkeltje’ wordt makkelijker als je de verwachtingspatronen van de tegenovergestelde sekse niet te letterlijk overneemt.
Een sterke vrouw die fysiek sterker is dan de mannen in het verhaal, is ongeloofwaardiger. Mannen zijn vanwege hun genen gemiddeld nu eenmaal sterker dan vrouwen.
Een man die zacht is kan je beter niet opvallend veel fan maken van zachte kleuren, pluizige dieren of schattige theeserviesjes.

Wat vind jij (te) mannelijk of vrouwelijk en hoe laat jij dat zien in jouw personages? Wat weeg je af? Hoe bepaal je of je van je held een man of een vrouw maakt? Laat het weten in de reacties!

Wat als je personage onredelijk is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage onredelijk is?

Je kent haar misschien als Karen: een koppig personage met een zeer kromme beredenering. Een onredelijk personage heeft in diens eigen ogen altijd gelijk, terwijl dat objectief gezien helemaal niet zo is. Hoe schrijf je een personage dat het bloed onder de nagels van zowel de schrijver als de lezer vandaan haalt?

Appels en peren

Een personage als Karen heeft iets geks met de spreekwoordelijke appels en peren. Het vergelijkt ze met elkaar alsof ze hetzelfde zijn, waardoor je een uitspraak krijgt als: “Ik heb het financieel niet slecht, dus mijn familie ook niet.” Zelf is zij getrouwd met een bankdirecteur en zit zus in de bijstand, maar verder…
Of het máákt van de peren appels. Zo kan dit personage doen alsof iets wat heel anders is, niet eens van elkaar verschilt:
“Hoezo krijg ik geen entreekorting en die oudere dame voor mij wel?”
“Omdat zij seniorenkorting krijgt en u halverwege de twintig bent, mevrouw…”
“Maakt niet uit: ik ben ook een betalende bezoeker en die hoor je gelijkwaardig te behandelen. Ik wil ook korting.”

Hoe dan ook kan je stellen dat dit personage een behoorlijk rot fruitmandje heeft.

Wat is het probleem?

Heb jij ook al zin om met dit personage een welles-nietes-discussie aan te gaan? Dat geldt zeker ook voor de medepersonages, maar laat dat niet gebeuren. Het zet je plot namelijk compleet stil. Je moet bij dit personage ervoor zorgen dat de nietes (‘jij hebt ongelijk’) overheerst als onderdeel van een scène of van in het plot als geheel, niet als een afzonderlijke discussie.
Als eerst moet je daarvoor weten in wat voor ‘categorie’ de onredelijkheid valt. Zegt dit personage rare dingen omdat het:

  • * racistisch is?
  • * geen idee heeft wat voorrechten zijn of welke voorrechten het personage zelf geniet?
  • * altijd emoties opkropt en die soms erg onhandig uit?

Je gaat als vanzelf heel anders schrijven als je personage iemand met psychologische problemen blijkt te zijn. Dat is een heel ander verhaal dan dat van een verdorven racist.

Tactische tegenaanval

Iemand die niet voor rede vatbaar is, laat zich niet bewegen. Daarom moeten de medepersonages of het plotverloop een tactische tegenaanval uitvoeren. Zorg ervoor dat het onredelijke personage tegen de lamp loopt. Dat kan in één losse scène, maar ook gedurende de gehele verhaallijn.
Denk aan:

  • * De racist wordt gefilmd als hij op zijn slechtst is. Dan kan een medepersonage aangifte doen en de politie regelt de rest.
  • * Iemand kropt zijn emoties zo vaak op dat de uitbarstingen die volgen ervoor zorgen dat zijn geliefden van hem weglopen. Dan gaat diegene misschien toch naar de psycholoog om hulp te zoeken.

Kortom: wie niet horen wil, moet maar voelen. Daarin kan je hard naar het onredelijke personage zijn door hem in de cel te laten belanden. Of je zorgt voor een lieve buurvrouw die langzaam maar zeker de zwakke plek van je personage blootlegt en het daarmee een spiegel voorhoudt.
Let op: een personage dat zeer sterk overtuigd is van zijn eigen gelijk is niet gevoelig voor die spreekwoordelijke spiegel op het moment dat het ‘op dreef’ is. Houd die dus voor op een zwak moment, bijvoorbeeld wanneer je personage net iets vervelends te horen heeft gekregen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door freestocks op Unsplash.

Wat als je personage een heilige overtuiging heeft?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage een heilige overtuiging heeft?

Schrijven over iemand met een heilige overtuiging is niet makkelijk. Maar het begrijpen van een heilige overtuiging kan je wel veel informatie over je personage geven.

Wat is een heilige overtuiging?

Een personage met een heilige overtuiging zegt een van deze twee dingen:
* Jij moet doen wat ik ook doe, anders zijn de rapen gaar.
* Als jij niet vindt wat ik ook vind, ben je een slecht mens.

Bij het eerste voorbeeld moet je denken aan:
* “Als je je niet bekeerd, is je ziel verloren,” zegt de gelovige.
* “Als je niet klimaatbewust handelt, vergaat de wereld straks,” zegt de klimaatactivist.

Dit kunnen nette discussies opleveren, maar dat is niet altijd zo.

Het tweede voorbeeld verloopt nooit fijn. Heftige politieke uitspattingen zijn daar het schoolvoorbeeld van:
“Stem jij links? Luie, waardeloze uitkeringstrekker!”
“Nee jij dan, rechtse stemmer. Laat de armen maar creperen, zodat jij met je economische groei je derde Tesla kan kopen. Narcist!”      

Beide overtuigingen hebben gemeen dat ze trekken en duwen op een manier die een discussie (lees: een verhaal) laat vastlopen. Dus daar moet je iets mee.

Waarom is deze overtuiging er?

Je kan iets vinden, ergens in geloven, of ergens naar handelen. Maar een heilige overtuiging zoals hierboven omschreven, is redelijk heftig. “Ik heb gelijk en de rest van de wereld niet.” Daar zitten onprettige emoties achter. Denk aan: angst, verdriet, boosheid of wanhoop.

Tijd om voor personagepsycholoog te spelen! Wat speelt hier? Het kan van alles en nog wat zijn. Angst voor een hel, wanhoop vanwege een vroegtijdige dood door klimaatverandering, woede dat het personage heeft opgekropt omdat het ooit in de steek is gelaten…
Je moet weten wat hier speelt: een heilige overtuiging heet niet voor niets zo. Als iets heilig is, dan richt je personage zijn hele leven daarop in. Dat heeft gevolgen voor zijn doen en laten in het dagelijks leven. Soms is dat onschuldig, zoals op zondagen altijd naar de kerk gaan. Maar je personage kan uit angst voor de duivel ook nooit risico’s durven nemen. Een heilige overtuiging kan ook leiden tot extremisme (religieus, politiek, of in welke vorm dan ook waar de heilige overtuiging over gaat).

Voor het blok

Als personagepsycholoog van dit personage kan je het voor het blok zetten. Voor deze oefening moet je waarheid en wetenschap even loslaten. Je moet namelijk dingen kunnen zeggen als:
* Er is zojuist wetenschappelijk bewezen dat er geen duivel bestaat.
* Gisteren is een uitvinding gedaan waardoor klimaatverandering binnen een jaar is opgelost.

Dan valt de grond onder de voeten van je personage vandaan. Luister goed naar wat het dan zegt:
“Als dat zo is, dan:
– hoef ik nooit meer bang te zijn;
– moet ik iemand vergeven die ik haat;
– moet ik inzien dat ik me heb gedragen als iemand die ik niet wil zijn.”

Als je personage heeft gesproken, merk je waarschijnlijk op dat je personage:
* uit angst dingen doet of laat;
* vol wrok is en tegen iemand schreeuwt;
* A zegt en B doet.

Je verhindert hiermee niet dat een heilige overtuiging een verhaal of discussie op slot zet kan zetten. Probeer die overtuiging dus minder heilig te maken. Maar als dat (even) niet kan, helpt het begrijpen van de achterliggende oorzaak om je personage wat minder eendimensionaal te maken. Al is het maar alleen voor jou als de schrijver van het verhaal.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Thought Catalog op Unsplash.

Wat als je personage iets te bekennen heeft?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage iets te bekennen heeft?

Als je personage een geheim heeft, kan dat op een bepaald moment te veel worden. Dan wil het iets opbiechten. Omdat dat narratief gezien smullen is, gebeurt er na een biecht veel met het plot en besteed je er ook de nodige aandacht aan om het uit te werken. Daarom is er een aantal dingen die je in de gaten moet houden als je personage iets moet bekennen.

Kijk goed naar je verhaalthema

Neem je verhaalthema nog eens goed onder de loep als je een bekentenis in je verhaal verwerkt. Een geheim kan namelijk je verhaalthema vormen. Maar als je personage opbiecht de hele familie voor bakken met geld te hebben opgelicht, dan is het thema eerder verraad.
Omdat het thema op verschillende manieren en op verschillende momenten in het verhaal terugkomt, hoor te je weten hoe je dat gaat invullen. Je zal er subplots en extra personages bij moeten bedenken. Ga dus goed na hoeveel gewicht (het opbiechten van) een geheim heeft of moet krijgen in je verhaal. Dat kan het volledige plot van je verhaal bepalen.

Wanneer komt het hoge woord eruit?

Als de biecht op het moment suprême van het verhaal komt, heb je een fikse aanloop nodig en dien je je personage mentaal klaar te stomen voor dat moment. Dat vormt dan het centrale conflict: met vallen en opstaan en twijfels en overwegingen verzamelt het de moed om zijn geheim op te biechten.

Als de biecht in het begin van je boek komt, zijn er twee opties:

  • Je laat de lezer merken dat je personage met deze biecht uit een comfortzone komt en dat hij in bepaalde aspecten van zijn leven bij nul moet beginnen. De heldenreis vormt dan: opnieuw zijn plaats in de wereld vinden.
  • Je gaat met flashbacks werken en laat de lezer er langzaam maar zeker achterkomen wat tot deze biecht geleid heeft. Op hetzelfde moment leert de lezer het plot en de personages kennen. Aan het einde van het boek kent de lezer het figuurlijke hele verhaal en heeft hij bewondering voor de held die de heldenreis op pagina 1 al voltooid heeft.

Deze verschillende opties vragen afzonderlijke manieren van uitwerken. Kijk goed welke informatie je achterhoudt voor een mogelijke plottwist of wat je überhaupt al dan niet vertelt aan de lezer om het verhaal altijd interessant te houden.

Waarom nu? Waarom aan deze persoon?

Vóór de biecht is er een geheim. Dat geheim wilde je personage niet voor niets in stand houden. Bedenk waarom je personage juist op dit moment besluit iets te bekennen. Vergeet ook niet aan wie je personage iets opbiecht. Vertrouwt je personage de ander? Is er sprake van een oneerlijke machtsverhouding en móet je personage nu wel gaan praten?
Aan wie je personage ook iets bekent en ongeacht de reden, neem de relatie met dat andere personage mee in je uitwerking. Omdat een biecht iets groots is voor het plot, is het onvermijdelijk dat de relatie tussen de twee personages dat ook is. Geef die daarom ook de nodige aandacht.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Grant Whitty op Unsplash.