Wat als je personage nieuwsgierig is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: Wat als je personage nieuwsgierig is?

Noodzaak van nieuwsgierigheid

Een verhaal mag niet stilstaan, wil het een beetje vlot lezen. Daarom is een nieuwsgierig personage erg handig, zo niet een noodzaak. Als het personage continu iets nieuws vindt om zich over te verwonderen, over na te denken of desnoods over te roddelen, dan heb je altijd materiaal om over te schrijven. Maar weet wel in wat voor mate en op wat voor manier je personage nieuwsgierig is. Er is een groot verschil- ook voor je plotverloop!- tussen iemand die graag nieuwe dingen ontdekt en iemand die altijd en overal zijn neus in andermans zaken meent te moeten steken.

De nieuwsgierige ontdekker

Dit personage is op een gezonde manier nieuwsgierig. Een kleuter is hier het schoolvoorbeeld van. Een vrolijk kindje is een aangename verschijning en raakt niet uitgepraat over wat het vandaag weer op school heeft geleerd. Dat geeft een eindeloze stroom aan onderwerpen waar je over kan schrijven. Pas bij dit personage op dat je de onderwerpen of gebeurtenissen in het plot (op tijd) afbakent. Je kan nu eenmaal niet over twintig verhaallijnen gaan schrijven in een boek.
Niet alleen kleuters zijn ontdekkers: je personage kan ook gewoon van alles en nog wat willen weten of meemaken.

De roddeltante

Hoewel moreel gezien niet het beste personage, is ook de stereotype roddeltante fijn om mee te werken. Door alle roddels die ze hoort, vraagt de lezer zich af wat er van waar is, wat er gaat gebeuren en hoe dat afloopt. Dé formule voor een pageturner!
Er is wel voorzichtigheid geboden bij dit personage. De informatie die ze vergaart kan:

  • * In hoeveelheid te veel zijn voor de lezer om nog een logisch geheel van te maken: de zogenoemde infodump.
  • * Verwarrend werken, als de lezer niet weet wat van de roddels waar is en wat niet. Dat kan narratief gezien uitstekend werken als je het goed uitwerkt. Heb je daar wat meer moeite mee, dan kan je verhaal een rommelig geheel vormen.
  • * Te veel weggeven. Probeer maar eens met een plottwist te komen als alle informatie al voorhanden is… Doseer je informatie dus goed.

MacGuffin

Of je personage nu op informatie uit is, of die toevallig hoort op een van de ontdekkingstochten, nieuwsgierige personages trekken relatief makkelijk een MacGuffin aan. Dat is een voorwerp of een stukje informatie dat het plot op gang kan houden of een zetje kan geven. Vergelijk het met een letterlijk, fysiek puzzelstukje dat je personage op de grond ziet liggen en het zó op kan rapen om de figuurlijke puzzel (van het plot) in één keer op te kunnen lossen of er mee verder kan gaan. Een goed voorbeeld is ‘toevallig’ iemand iets horen zeggen als je langsloopt en er een deur op een kier staat. Af en toe mag dat gebeuren, maar continu is niet de bedoeling. Laat het personage desnoods een keer een boek lezen in plaats van rondlopen, of het theekransje bij de damesrodddelclub missen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Schrijfoefening: de kinderdroom van je personage

Kinderdromen zijn optimistisch, groots en in een bepaald opzicht erg naïef. Maar ze kunnen je ook leren waar de diepste wensen van je personage liggen. Als kind leer je vroeg of laat dat de wereld niet zo mooi is als je hoopt. En toch houden we ook als volwassene een bepaalde hoop of idealen. En uit idealen worden waarden geboren. Oftewel: als je de kinderdroom van je personage weet, leer je zijn innerlijke verlangens en de beweegredenen beter kennen en kan je de personagebiografie verder uitwerken.

Inspiratie van de oefening

De documentairefilm Human inspireerde mij tot het maken van deze schrijfoefening. Met dank aan het interview met Argus. Als antwoord op de vraag: ‘wat is de betekenis van het leven’ zegt hij: “Dat je niet uit het oog verliest wat je als (onschuldig) kind in de wereld wilde zien, zoals een wereld zonder bedelaars, waarin iedereen gelukkig is.”

Toegegeven: ik moet het eerste (jonge) kind nog tegenkomen dat zegt dat hij later de politiek in wil vanwege de macht die je dan soms hebt. Hij zou ook niet meer rijk willen zijn als je zou zeggen dat je dan misschien – hoewel niet altijd- anderen daarvoor uit moet buiten. Jonge kinderen hebben simpelweg een incompleet -of naïef zo je wil- wereldbeeld.
Maar tegelijkertijd: zeg als volwassene activist wat je de wereld uit wil vechten -of dat nu armoede, kinderarbeid of oorlog is- wat wordt er dan wel eens gezegd? “Doe niet zo kinderachtig. Dat is niet mogelijk.” Noem me pietluttig, maar ik vind de woordkeuze voor ‘kinderachtig’ erg veelzeggend, zowel letterlijk als figuurlijk.

Casus Argus

Laten we Argus uit de clip ook als casus nemen. Zijn kinderdroom om armoede uit de wereld te helpen, kan een goede show don’t tell zijn. Vooral omdat hij zich afvraagt waar die kinderdroom -of boodschap zoals hij het noemt- toch is gebleven.
Als je het jongetje Argus had gevraagd wat hij nog meer zou willen zien in de wereld, zou hij omdat hij een kind is waarschijnlijk ook nog dingen hebben gezegd als geen oorlog, geen dierenleed en geen ziekte. En toch geeft de volwassen Argus het voorbeeld van de bedelaar. Hij zegt ook letterlijk: “Je ziet de bedelaar niet meer en je stopt erom te geven.” Dit geeft twee belangrijke dingen aan. Hij vindt het vreselijk dat mensen/volwassenen minder geven om de medemens en hij vindt waardigheid van een medemens een groot goed. Anders zou hij dit voorbeeld niet benoemen met deze bitterzoete toon.

Je zou dit kunnen vertalen naar twee kernwaarden:
* Leed moet worden erkend in plaats van genegeerd;
* Behandel iedereen met waardigheid, ongeacht afkomst of mogelijke problemen.

Dit zou je al kunnen vertalen naar een mogelijk beroep dat bij hem past: hospik.

Kinderen zullen minder snel terugdeinzen om te handelen als ze iets als noodzakelijk goed zien.
Foto: Bastogne Medic, door Jeroen Koppes via werkaandemuur.nl

Nuance in de schrijfoefening

Hospik is misschien iets te makkelijk als een ideaal beroep voor Argus. Ik moet het eerste jonge kind nog tegenkomen dat zijn schouders ophaalt als het ziet dat iemand pijn heeft. Maar de meeste kinderen willen ook graag piloot (de wereld ontdekken) onderwijzer (kennis opdoen en delen) hondentrainer (liefde voor dieren) en ouder (uit liefde voor hun eigen ouders) worden. De onderliggende redenen zijn ofwel een teken van gezonde ontwikkeling of inherent aan het onschuldige kind-zijn. Waarom wil dan zowel de jonge als de volwassen Argus eerder zorgen voor dan ontdekken? Omdat zorg dragen voor een ander dan net iets hoger in het vaandel staat dan honger naar kennis.
Bij het bedenken van de kinderdroom is nuance dus nodig, maar je kan ook bedenken wat de allerliefste wens of de diepste drijfveer van je is van je personage is of zou zijn als hij maar wist hoe hij dat doel daadwerkelijk kon bereiken. Net zoals een kind nog denkt dat die mogelijkheden er (zouden moeten) zijn. ‘Ja maar’ is iets wat een kind niet zo snel zou zeggen als je naar een doel of wens vraagt.

Waarden in de praktijk

Zodra je deze waarden uit de kindertijd in kaart hebt gebracht, kan je ze vaker gebruiken dan je misschien denkt. Iedere keer als je personage een belangrijke beslissing moet nemen, of twijfelt tussen twee waarden die erg belangrijk voor hem zijn, helpen de waarden uit de kindertijd een wellicht lastige beslissing te nemen. Zodra je de waarden in een versus-constructie naast elkaar moet zetten, geven de kinderdromen misschien net dat zetje dat je nodig hebt:

KinderdroomOptie 1 Optie 2
Geen armoedeEen bedelaar eten geven of geld (met het risico dat het niet aan eten opgaat)Niets aan de bedelaar geven: misschien koopt hij er wel drugs van
Gerechtigheid voor iedereenJe mond opendoen tegen discriminatie als je het ziet gebeurenJe mond houden als je : misschien loop ik gevaar of mis ik een deel van het verhaal
Iedereen is gelukkigIemand uitnodigen voor een feestje als je weet dat die eenzaam isEen eenzaam iemand niet uitnodigen voor een feestje: wat zal de rest van de genodigden zeggen als je deze persoon meeneemt?

Kinderen zouden doorgaans voor optie 1 kiezen, volwassenen voor versie 2.
Ter verdediging van volwassenen: je hebt ratio nodig in het leven, anders kan je evengoed schade aanrichten, roekeloos worden of verkeerde dingen teweegbrengen voor jezelf of voor andere betrokkenen.
Ter verdediging van kinderen: als je niet durft te dromen en daarna wil of kan handelen, verandert er nooit iets. Ook niet wanneer dat nodig is.

Een beslissing op basis van het al dan niet volgen van een kinderdroom kan je vertellen hoe makkelijk een personage weer opstaat na het vallen in een centraal conflict: dat doe je makkelijker met een duidelijk doel voor ogen. Het zegt ook veel over de moed van je personage: je zegt niet snel ‘ja maar’ als je een moedig besluit neemt. Als je personage de moed opgeeft, loopt het verhaal tijdelijk vast. De kinderdroom kan je zo een idee geven over de grootste angst van je personage of wat de crisis en de ramp kunnen vormen uit het save the cat schema.

Wat als jouw personage een belofte na moet komen?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: Wat als je personage een belofte na moet komen?

Een belofte dat je de volgende keer nìet te laat komt, is meestal niet zo spannend. Maar als je personage een belofte na moet komen die samenhangt met het centrale conflict of die persoonlijk erg belangrijk is, is er een aantal dingen die je in de gaten kan houden. Dat geeft je zicht op wat diepere aspecten van je personage.

Je kan onderstaande punten gebruiken als een controlelijstje voor een verhaal dat je al in de steigers hebt staan. Je kan ze ook als schrijfoefening gebruiken om je personage beter te leren kennen.

Wat is het belang van de belofte?

Zodra de belofte van groot belang is voor het centrale conflict of voor je personage, loont het om te kijken waarom de belofte zo belangrijk is. Waarschijnlijk staat er iets op het spel voor je personage. Iets waarbij veel valt of staat en wat de belangrijkste waarden van je personage weerspiegelt.
Een aantal voorbeelden:

  •  “Ik beloof dat je nooit iets tekortkomt.” à financieel en/of materieel overvloed;
  •  “Ik beloof dat ik je altijd zal helpen.” à klaarstaan voor een ander.

Als je personage alles op alles zet om een belofte na te komen, staat diens waardigheid (lees dat nog eens: waarden, waardigheid) op het spel. Als je erachter komt welke waarden hoog in het vaandel staan voor je personage, dan krijg je een beter zicht op je verhaalthema.

Aan wie is de belofte gedaan?

Je doet geen belofte die zwaar voor je weegt aan iemand die niet belangrijk voor je is. Zeker niet als je waardigheid voor je op het spel staat als je de belofte doet. Kijk eens aan wie je personage een belofte doet, heeft gedaan, of zelfs zou doen. Dat geeft je inzicht wie er belangrijk is voor je personage. Later in het verhaal of de uitwerking daarvan kan je dat gebruiken: is dat ook het medepersonage dat je hoofdpersonage kan helpen in een conflict? Als je weet wie belangrijk genoeg is voor je personage om een belofte aan te doen, weet je ook welke waarden of medepersonages belangrijk (genoeg) zijn om wat uitgebreider uit te werken.

Is je personage zich bewust van de gemaakte belofte?

Soms zijn gemaakte beloftes erg makkelijk te herinneren. Maar soms weet je personage niet waarom hij allergisch is voor een bepaald gedrag, waarom iets botst met zijn waarden, of waarom hij iets doet. Dan het zijn dat hij een belofte heeft gedaan die zijn karakter heeft gevormd. Dan linkt je personage die karaktertrek of waarde alleen niet aan de belofte.

Heeft hij op zijn zesde oma op het sterfbed beloofd goed voor zijn jongere zusje te zorgen? Dan onderwerpt hij twintig jaar later de verloofde van zijn zus aan een kruisverhoor, om te waarborgen dat zuslief met een goede man trouwt. Maar de kans bestaat dat je personage de link met de belofte niet meer of niet meteen legt.

Als je in het onderbewuste van je personage graaft door te kijken naar zijn beloften, kan je informatie over hem tegenkomen die anders geheim zou blijven.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Ghibli en liefde: een groot hart boven romance

Studio Ghibli zet in zijn films liefde voorop, ten opzichte van romance. Dat zorgt niet alleen voor een frisse verhaallijn, de personages worden er zowel levendiger als oprechter door.

Als liefde voorop komt te staan

De kijk van studio Ghibli op liefde is erg verfrissend, omdat die er een is zoals je die zelden tegenkomt. Lees hier een inleiding op hoe deze filmstudio onderscheid maakt tussen liefde en romance. In plaats van dat de film mikt om de hoofdpersonages romantisch met elkaar te laten eindigen, wil een Ghiblifilm duidelijk maken dat een koppel – of ‘koppel’ nu romance of vriendschap betreft- elkaars heldenreis moet versterken. Dat levert personages op die naar verhouding veel diepzinniger zijn.
Gemakshalve ga ik daarom De kleine zeemeermin van Disney vergelijken met Ghibli’s Ponyo: beide zijn filmadaptaties van het klassieke sprookje van Andersen. De Disneyversie zet romance voorop, Ghibli geeft voorrang aan liefde. Als je goed oplet, zie je hoe klein ogende verschillen een compleet andere draai aan de verhaalinvulling geven. Een overzicht van de rolverdelingen en verschillen in plotinvulling van beide films:

Gegeven DisneyfilmGhiblifilm
Zeemeerminprinses Ariël (16 jaar) Ponyo (5 jaar)
De prinsprins Erik (18 jaar)Sosuke (5 jaar)
Zeemeermin valt op prins omdathij knap en een mens ishij haar heeft gered
Prins valt op zeemeermin omdatze een mooie stem heeftzij hem genezen heeft van een wond
Interesses prins buiten prinses omgeende bewoners van een bejaardenhuis, vriendjes op school, morsecode, varen
Interesses zeemeermin buiten prins om voorwerpen van mensenHAM (ja, met hoofdletters! 😉 )
Als er geen koppel wordt gevormd, danverandert Ariël in zeewiervergaat de wereld

Andere verhaalbeleving

Het verschil in leeftijd tussen beide koppels is zodanig groot dat je er hoe dan ook een ander verhaal van krijgt. Kleuters kunnen elkaar lief vinden, maar een serieus begrip van aantrekkingskracht in de romantische of seksuele zin hebben ze niet. Bij tieners vliegen de hormonen in het rond. Dus het is logisch dat Ariël veel meer op Eriks uiterlijk afgaat, waar Ponyo Sosuke alleen maar lief hoeft te vinden.
Dat maakt een belangrijk verschil: Ponyo voelt iets voor Sosuke omdat hij dingen doet (voor haar). Ariël weegt haar kansen bij Erik af op basis van haar uiterlijk (subtiel is anders…) en Ariël denkt er niet verder bij na: natúúrlijk zal knappe Erik alleen vanwege haar uiterlijk al voor haar vallen. (Goede uitgangsbasis voor je relatie, lieverd…)

Of alles nu al dan niet aan de leeftijd of hormonen van deze hoofdpersonages te verwijten is, is een ander verhaal. Het feit blijft dat Ariël en Erik voor elkaar vallen omdat ze elkaar knap vinden. Ponyo en Sosuke sluiten vriendschap op basis van helpen en geholpen worden, gezamenlijk plezier en verwondering over de wereld om hen heen, óók buiten de ander om. Ponyo is verzot op ham en Sosuke geeft óók nog om de mensen in het verzorgingstehuis en heeft een goede band met zijn moeder.

Kortom: Ponyo is als filmbeleving uitgebreider, omdat er in de hoofden van de hoofdrolspelers meer speelt dan alleen de romance tussen hun beiden. Wat heeft dat voor breder gevolg voor de personages?

Ruimte voor authenticiteit

Ariël moet ervoor zorgen dat Erik haar op tijd kust, anders verandert ze in zeewier. Dat is een heftig vooruitzicht, dus vanzelfsprekend doet ze er alles aan om Erik verliefd op haar te laten worden. Maar daarmee wordt haar de ruimte ontnomen om als personage te groeien. Als ze groeit, is dat vanuit een zekere dwang, niet vanuit een organische en persoonlijke ontwikkeling die volgt op dingen die ze doet of meemaakt. Ariël heeft bovendien een overduidelijk doel: de liefdeskus van Erik. Als daar alle/haar aandacht naartoe moet gaan, schrap je als vanzelf scènes die daar los van staan en laten zien hoe zij als personage ook andere kenmerken dan schoonheid (verder) kan ontwikkelen.

Als je wel ziet waar het romantische schip strandt, heeft je personage meer tijd om kwaliteiten verder te ontwikkelen.
Ponyo is vaak verwonderd over alledaagse zaken en spullen. Dan maakt liefde plaats voor verwondering. Ariël heeft óók verwondering voor mensendingen, maar dat wordt indirect teruggekoppeld aan de belevingswereld van de mens Erik waar ze verliefd op is. Vroeg of laat (ver)wijst alles weer terug naar Erik.
Ponyo is gek op een warme handdoek omdat het zo lekker zacht en pluizig is en op elektriciteit omdat het mooi licht kan opwekken. Niet omdat dat haar dichterbij de affectie van Sosuke brengt, of omdat het indirect met zijn belevingswereld te maken heeft.
Dat maakt Ponyo als personage veel authentieker: haar emoties of belevingen zijn niet afhankelijk van die van Sousuke (lees: romance). Ze is óók nog zorgzaam als ze een huilende baby eten probeert te geven. Niet alleen op het moment dat Sosuke er (in)direct ook iets mee van doen of te winnen heeft.

Een groot hart kan ook liefde betekenen, niet alleen romantiek
Foto door Nicola Fioravanti op Unsplash

Als je authenticiteit van je personage voorop stelt, wordt je verhaal daar altijd beter van. Ongeacht hoe het verder (af)loopt. Zowel in de relaties met anderen als het centraal conflict in het algemeen.

Niets om te winnen is alles winnen

Het fragment van ‘kommer en kwel’ uit de kleine zeemeermin windt er geen doekjes om: Ariël zou voor Erik een trofee vormen: hij heeft de mooie meid weten te winnen. Nog buiten het feit wat voor boodschap dat afgeeft (ahum!) : er valt dus iets te winnen voor zowel Ariël als Erik.
Als je hele verhaal naar een bepaald eindresultaat toewerkt, dan hebben de personages – als alles goed gaat- een (welverdiend) happy end te vieren. Maar als je personages er niet op uit zijn om iets specifieks (wederom: lees: een romance) te winnen, dan verzamelen ze meerdere ‘trofeeën’ in de vorm van karaktergroei, authenticiteit, vaardigheden en ja, misschien ook wel een romance.

In plaats dat Ponyo alleen haar ‘Sosuke-troffee’ heeft, heeft ze er nog talloze andere verdiend. Omdat ze Sousuke niet ziet als iemand (of zelfs iets!) om te winnen, wint ze uiteindelijk alles wat er voor haar als personage te winnen valt.
Als dat geen happy end meer mag heten… 🙂

De autobiografie en je eigen beleving

In een autobiografie schrijf je je eigen levensverhaal. Daardoor kan het lijken alsof je alles over je leven op mag of op moet schrijven voordat het interessant is. Dat is niet zo: je moet een goed verhaal hebben. Hoe werkt dat met een autobiografie?

Het onderwerp van je autobiografie

Ik schreef in deze blogpost al eerder dat je bij een autobiografie je onderwerp moet kiezen. In zekere zin is iedereen namelijk meerdere mensen tegelijk. Je bent bijvoorbeeld niet alleen een leraar, maar ook een broer, echtgenoot en een immigrant. Zodra je over je leven als leraar gaat schrijven, geeft dat heel andere dingen om over te schrijven dan wanneer je schrijft over je ervaringen met migreren. Bepaal je hoofdonderwerp dus voordat je begint met schrijven.

Jouw waarheid of jouw beleving?

Als je autobiografisch schrijft, doe je dat vanuit jouw beleving. Je schrijft hoe jij iets hebt meegemaakt, of hoe het is om zijnde X in het leven te staan. Bedenk vooraf of jij voornamelijk je ervaringen wil delen met de wereld, of ook (subtiel) wil laten doorschemeren dat jij iets weet wat anderen niet weten. Dat hoeft niet meteen iets te zijn als: “Ik weet hoe ik een bedrijf moet runnen, in mijn levenswerk zet ik mijn werkwijze uiteen.” Soms kan het zo subtiel zijn dat je het zelf niet eens beseft. Je kan de proef op de som nemen door jezelf de volgende vraag te stellen:
Is de volgende stelling op mijn autobiografie van toepassing?


Ik heb X meegemaakt, dus ik weet hoe het is om….

Zo nodig kan je ‘meemaken’ vervangen door ‘zijn’ of ‘hebben’. Je krijgt dan voorbeelden als:

  • * Ik heb de oorlog meegemaakt, dus ik weet hoe het is om honger te leiden;
  • * Ik heb een universiteitsdiploma, dus ik weet wat hoe het is om hard te studeren;
    * Ik ben gehandicapt, dus ik weet hoe het is om lichamelijk zwak te zijn .

Als je deze stellingen afzonderlijk leest, dan neem je waarschijnlijk aan dat dat wel moet kloppen. Maar hoe zit het dan met:
* de hoge pief die vanuit zijn ivoren toren de oorlog gade kan slaan, zonder ooit op voedselbonnen over te hoeven gaan?
* een uitzonderlijke studiebol zoals Stephen Hawking, die zelfs een zeer ingewikkelde studie intellectueel gezien met twee vingers in de neus kon volgen?
* de gemiddelde paralympiër?

Ja, dit zijn eerder uitzonderingen dan de regel. Maar je moet wel beseffen dat je altijd van de waarheid van je personage uit moet gaan, en niet van een algemene aanname. Zeker niet bij autobiografie. Je kan beter deze stelling nastreven:

Ik heb X meegemaakt. Zo is dat voor mij (geweest)

Je staat niet onder ede, dus je hoeft ook niet dé waarheid te verkondigen.

De risico’s van waarheid als uitgangspunt

Als je je persoonlijke ervaringen als de zuivere waarheid beschouwt kan je arrogrant gevonden worden. Maar wat vanuit schrijversperspectief misschien nog wel belangrijker is: je verhaal wordt er vreselijk saai van, of beter gezegd: dan heb je geen verhaal. Tenzij je iemand als Elon Musk of Jeff Bezos bent, zullen je lezers je niet geloven als je beweert dat je dé waarheid in pacht hebt als je schrijft over het runnen van een succesvol bedrijf. Ze zullen je waarschijnlijk arrogant vinden. (En zelfs als je Musk of Bezos bent, is dat laatste niet uitgesloten…)

Ik heb geen boeken over deze mannen gelezen, ook al weet ik dat ze er zijn. Maar ik kan me voorstellen wat er in die boeken staat, om ze interessant te maken:

* een deel van de jeugd;
* hoe de liefde voor uitvinden / zakendoen is ontstaan;
* de eerste stappen van het bedrijf;
* de tegenslagen die zijn doorstaan (het centraal conflict).

Deze elementen moeten betrekking hebben op de persoonlijke omstandigheden of belevingen van Musk of Bezos.
Anders hou je het bij feiten en dan heb je geen boek, maar eerder een artikel met een titel als: ‘Met deze tien stappen bouwde Bezos zijn Amazon-imperium.’ of een zakelijk rapport.

Een boek wordt niet interessanter door de hoofdpersoon zelf, maar vanwege de belevenissen die de hoofdpersoon meemaakt. Dáárom wordt om het even welk boek waarin een persoon/personage centraal staat (met plezier) gelezen.

Je hoeft niet hier geen imperium van te hebben voordat je iets interessants te melden hebt.

Waarom lezen we?

Lezen over een ander persoon geeft een kijkje in een andere wereld. Je kan met een persoon meeleven, emoties voelen en in spanning zitten, zonder dat jou iets overkomt. Zo ga je met ridder mee op avontuur om een draak te verslaan. Je voelt dezelfde adrenaline vóór het gevecht en dezelfde trots als de draak is verslagen. Maar je loopt niet het risico om geroosterd te worden. Lezen is dus eigenlijk emoties beleven zonder fysieke of doorlopende risico’s. Maar om die emoties te voelen, moet je wel met een personage mee kunnen leven. En daarvoor moet je hem eerst leren kennen. En dat lees je altijd in een goede (auto)biografie. Want daarin zitten altijd:

enzovoorts.

Zo kan je met een persoon mee gaan leven en wordt iemand als Musk in plaats van een soort onsterfelijke God plotseling ook weer een gewoon mens. Dan gaan lezers zich meer identificeren met mensen die mijlenver van hen en hun manier van leven afstaan. Precies zoals je ook al voorkomt dat je hoofdpersonage een Mary Sue wordt. Zo wordt een biografie over Jeff Bezos veel meer en veel interessanter dan dat eerder genoemde korte artikel. En daarom worden dat soort (auto)biografiën ook daadwerkelijke bestsellers. Mensen weten diep vanbinnen best dat het lezen van zo’n (auto)biografie je niet meteen een handleiding voor absurd rijk worden geeft. Nee, ze willen de spanning en sensatie van een verháál.

Dat betekent dus ook dat je geen Bezos of Musk hoeft te zijn om genoeg materiaal te hebben voor een autobiografie. (Gelukkig maar 😉 ) Je moet er alleen voor zorgen dat je lezers met jouw persoonlijke beleving gaan meeleven.

Te veel van het goede: deel 2

Een verhaal kan door een verhaalthema te veel te benadrukken teveel van het goede worden. In deze blogpost schreef ik al een inleiding daarover. Tijd om het geobserveerde in de praktijk te brengen!

Wat kan te veel van het goede veroorzaken?

In de inleidende blogpost kon je al lezen dat er een aantal dingen is dat ‘te veel van het goede’ kan veroorzaken. Dit zijn:
* te veel nadruk en ondersneeuwen;
* veel lange voorbeelden;
* de waarde van de een is belangrijker dan die van de ander.

Laten we ze een voor een langsgaan.

Te veel nadruk en ondersneeuwen

Om te begrijpen hoeveel schade overdreven nadruk aan een verhaal kan geven: stel je dit onaangename scenario eens voor:
Een maand geleden heb je een blauwtje gelopen en nu is een week geleden een geliefd familielid verongelukt.
Als je naar een vriend toegaat om even gevoelens te luchten, heeft die het alleen maar over hoeveel liefde je nu wel niet in je leven moet missen. De liefde die je hoopte te krijgen van je Romeo of Julia, maar ook de liefde die je nu niet meer kan krijgen van je bloedverwant.
”Verlies van liefde” krijgt nu alle aandacht, maar jij komt bij je vriend vanwege rouw.
Je kan – met recht- zeggen dat liefdesverdriet ook een vorm van rouw is. In principe is daar dus weinig mis mee. Maar als de vriend op een bepaald punt blijft hangen in wanneer jij nou ein-de-lijk weer eens een romantische relatie krijgt en hopelijk ooit nog iemand tegenkomt die je soortgelijke liefde kan geven als je overleden familielid je gaf, dan krijgt (gebrek aan) liefde veel meer aandacht dan de pijn van rouw waar het jou op dat moment om gaat.

Als ieder subplot en ieder (sub)personage hetzelfde verhaalthema doormaken wat er duimendik bovenop ligt, wordt het eigenlijke thema ondergesneeuwd, of verliest een belangrijk thema zijn waarde, omdat het niet meer duidelijk genoeg terugkomt om nog een standpunt mee te kunnen maken.

“Een badeendje in bad is leuk” is niet meer zo’n handig standpunt als je bad er vervolgens zo uitziet 😉
Foto door Andrew Wulf op Unsplash

Geef dus genoeg – en niet méér dan – nodig is om je standpunt mee te maken om te voorkomen dat je boodschap ondergesneeuwd wordt.
Het is te veel van het goede als je iets herhaalt om te herhalen. Herhaling is niet altijd verkeerd, maar wordt onnodig zodra je eerdere standpunt(en) al stevig genoeg is/ zijn om een duidelijk punt mee te maken.

Te lange voorbeelden

Als je negen van de tien hoofdstukken gaat wijden aan een intense scène in de slaapkamer, heb je meer dan duidelijk gemaakt dat er een ‘vonk’ is. Maar als je dan in de overige twee hoofdstukken de personagebiografieën, plottwists, het centraal conflict en al die andere belangrijke verhaalelementen moet gaan verwerken, dan heb je daar te weinig ruimte voor en komen ze niet meer over.
Waarom is die vonk er? Omdat die twee mensen karaktertrekken gemeen hebben? Een gezamenlijke hobby? Dezelfde politieke overtuigingen? Dat weet de lezer niet. Dat weten de personages zelf niet eens, want het wordt bijna letterlijk tussen de regels door genoemd. Dan is niemand zich daar bewust van. Je hebt dan geen verhaalthema meer. Zelfs niet als dat in dit voorbeeld passie of lust zou zijn. Dan wordt het een feit, een gegeven, maar geen thema.
Een verhaalthema wordt (subtiel) in de tekst verweven en ligt er niet duimendik bovenop.
Een thema is onderdeel van de inhoud, niet de inhoud alleen. En om het goed te doseren, moet je het kort of duidelijk houden waar dat kan. Uiteindelijk kom je zo weer uit op de oude vertrouwde regel: schrijven is schrappen.
Als je te lang over iets uitweidt, gaat de diepliggendere laag of zelfs de boodschap van het verhaal helemaal verloren.
Het is te veel van het goede als je iets wat al duidelijk is gaat uitbreiden omwille van zogenoemde diepgang. Diepgang is fijn, maar daar kan je je ook in verliezen. Soms moet je ook ‘gewoon’ een duidelijk standpunt (kunnen) maken.

De waarde van de personages

In een verhaal heb je altijd een hoofdpersoon en wat personages die minder belangrijk zijn. Aan de hoofdpersoon besteed je als vanzelf meer tijd en aandacht. Maar als je hoofdpersoon en subpersonages qua thema precies hetzelfde doormaken en je daarbij duidelijk wil maken dat het een terugkerend iets is, moet je goed opletten of de verhoudingen kloppen. Als je dat niet doet komt hij niet goed over, of werkt hij zelfs averechts.

Het voorbeeld hiervan is de verboden liefde in Anna and the king.
Anna en de koning zijn verliefd, maar zij geven er niet aan toe. Dat levert verdriet op, waar de film heel veel aandacht aan besteedt. Terecht levert dat verdrietige momenten op, maar het zegt ook heel veel dat op het moment dat Tuptim en Ballat publiekelijk worden onthoofd (!!!) om diezelfde reden, dat naar verhouding -in dit geval letterlijk- minstens net zo verdrietig is. Terwijl dat -als je het neutraal- bekijkt tien keer schokkender zou moeten zijn.
Als het echt over het thema onbereikbare liefde moet gaan, moeten de hoofdrollen eerder aan Tuptim en Ballat worden gegeven, in plaats van aan Anna en de koning.
Nu komt het in de film over alsof het verdriet van Anna en de koning belangrijker is. Niet omdat zij ‘toevallig’ de hoofdrollen vervullen, maar omdat er te veel aandacht (lees: te veel van het goede) naar hun verboden liefde toegaat. Dat maakt zowel de personages Tuptim en Ballat als hun – ik zeg het nog maar eens- publieke onthoofding(!!) minderwaardig. Ze zijn inderdaad niet de hoofdpersonen, maar dat wil nog niet zeggen dat ze als personen als minderwaardig moeten worden behandeld. Maar dat gebeurt wel met deze invulling van het verhaal. Daardoor wordt hun tragische lot gereduceerd tot een middel om een thema onnodig aan te dikken.

Het is teveel van het goede als je personages, plotpunten of andere aspecten van het verhaal gaat reduceren tot een middel om iets anders te kunnen aandikken. Als een van deze elementen de intrinsieke waarde verliest, ga je te ver in je poging iets duidelijk te maken.

Schrijfoefening: achter de foto

Misschien ken je het wel van vakantie: je neemt een hoop foto’s, maar als je ze terugkijkt, doen ze teniet aan de ervaring. Ofwel omdat er buiten het zicht van de camera een hele sfeer was die je niet kon vangen, of er buiten beeld iets heel speciaals speelde dat aanleiding gaf tot de foto, of gewoon omdat je maar één berg op de foto kreeg, terwijl je was omringd door een complete bergketen.
Het uitgangspunt: ‘maar er was nog zoveel meer dan je hier ziet’ vormt de basis van deze schrijfoefening.

Wat is een foto waard?

Beeld je in dat je in de vorige eeuw leeft en foto’s maken nog speciaal is. Je maakt ze niet met een zwiep van je telefoon, maar per fotorolletje van zesendertig stuks, die je later nog moest laten ontwikkelen en het resultaat pas een week later te zien kreeg. Misschien moet je zelfs drie weken vooraf een afspraak maken bij een fotograaf om één enkel kiekje te mogen schieten. Dan ga je wel even nadenken wat de moeite van het gedoe en de kosten waard zijn. Zoek een scène of een moment uit in je boek uit die om wat voor reden dan ook speciaal is.
Probeer daar in je geestesoog ook echt een foto van te maken, zodat het beeld concreet wordt en je een duidelijk uitgangspunt hebt voor deze oefening. Onderstaande foto neem ik als voorbeeld.

Foto door Mason Dahl via Unsplash

Achtergrond van de foto

Op bovenstaande foto zie je een groep mensen picknicken. Het is lekker weer op de foto, dus het is waarschijnlijk een fijne dag geweest: lekker eten en fijn gezelschap. Maar dat is alles wat je ziet. Ook al ken je deze mensen persoonlijk, aan de foto zelf kun je niet veel méér afleiden.

Als een van deze mensen deze foto ziet en dit moment speciaal is, zullen ze gaan vertellen:

* “Die dag was vreselijk: vlak na die picknick kreeg ik te horen dat mijn vader ernstig ziek was…”
* “Die picknick was echt leuk. Het was een aanloop naar een huwelijksaanzoek.”
* “Tijdens die picknick kwam er een vrouw gillend naar ons toe omdat haar man een hartaanval kreeg. We hebben de ambulance gebeld en later bleek dat die man het door ons snelle handelen had overleefd.”

Naar de foto kijken

Als je de goede foto voor de oefening hebt gekozen, dan komen er bij je personage duidelijke emoties of sprekende herinneringen bovendrijven. Dit is waar deze oefening waardevolle informatie over je personage of zijn biografie kan geven. Een herinnering of een moment waarover je personage veel te vertellen heeft kan een schat aan informatie opleveren. Misschien is de foto zelf wel een schakeltje in een belangrijk butterfly-effect van je plot. De voorbeeldfoto ging vooraf aan de hartaanval van de omstander.
Dan kan je bijvoorbeeld van je personage, die de foto veertig jaar laten ziet, horen: “Ik was nog aan het oriënteren wat ik met mijn studie wilde doen. Ik had al een cursus EHBO gedaan, maar toen die man een hartaanval kreeg en ik hoorde dat ik zijn leven had gered, besloot ik dat ik een medische studie wilde doen. Nu ga ik over een jaar met pensioen na een carrière als succesvol en gerespecteerd cardioloog.”

Als het dat ene moment het leven van het personage verandert of heeft veranderd, dan moet er veel zijn losgemaakt op dat moment sûpreme. Wat ging er door hem heen? Wat was het moment dat er iets ‘klikte’ of wanneer gebeurde dat? Steeg het personage als het ware boven zichzelf uit en kon hij de situatie van bovenaf bekijken? Kreeg hij zo’n ongekend hoge dosis van een bepaalde emotie (blijdschap, schok, verdriet, verontwaardigdheid…) dat hij er daarna wel iets mee móest doen? In therapie gaan, een liefdadigheidsorganisatie opzetten, wat dan ook?
Kijk goed wat er met je personage gebeurt als je hem naar de foto laat kijken. Waarschijnlijk komen de belangrijkste elementen uit de biografie voorbij. Dat kunnen de vaststaande elementen zijn zoals in die post beschreven staan, maar je kan ook andere belangrijke zaken voor jouw personage tegenkomen. Schrijf het allemaal op!

Voorbeelduitwerking casus

Onze cardioloog kan verschillende dingen vertellen als hij zegt hoe heftig het was om de man die hartaanval te zien krijgen:
* “De paniek van de echtgenote ging door merg en been. Het deed fysiek pijn om het zelfs maar aan te moeten zien. Ik heb wekenlang nachtmerries gehad en ben doodsbang geweest zoiets weer mee te maken. Op dat moment besloot ik dat ik iets zou gaan doen wat mensen die paniek en angst zou kunnen besparen of verminderen.”
* “Ik had de week ervoor mijn moeder verloren: ze was aangereden door een dronken automobilist. Niemand had haar kunnen redden. Toen ik die hartaanval zag gebeuren, besefte ik dat de dood soms te voorkomen is. Als ode aan mijn moeder wilde ik zo’n levensreddend vak leren.”

Je kan hier al belangrijke zaken als een trauma of de grootste angst van je personage uit opmaken. Tussen de regels door kan je vaak ook iets van waarde vinden. Als de moeder van het personage is overleden door een ongeluk, is dat uiteraard heftig geweest. Maar wat voor gevolgen heeft dat precies gehad?
Misschien durft je personage nu geen auto meer te rijden, of is hij verder opgegroeid met een door de schok aan de alcohol geraakte vader. Dat zal ook geen pretje zijn geweest.
Of was je personage al volwassen? Dan heeft dat geen invloed op de jeugd gehad, maar misschien heeft moeder daardoor wel de aankomende bruiloft van je personage gemist. Allemaal bruikbare nieuwe informatie.

Wat is de gedachte erachter?

Bedenk dat je personage niet voor niets deze foto heeft gekozen. Reken erop dat alles wat hij zegt een dubbele laag of diepere betekenis heeft. Als je dan wat gaat graven, kan je veel extra informatie over je personage ontdekken.
Probeer – nog meer dan anders- in het hoofd van je personage te kruipen en uit te vinden wat zijn gedachten achter zijn woorden zijn.


De sterke vrouw volgens studio Ghibli

De Japanse filmstudio Ghibli maakt films die stuk voor stuk meesterwerken worden genoemd. Niet voor niets: er worden narratieve technieken gebruikt die de verhalen en personages zowel eigenzinnig als sterk maken.
Het bestuderen van het werk van regisseur en scenarioschrijver Hayao Miyazaki leerde me veel over goede verhaalstructuren. Daar heb je dus nog niet het laatste over gehoord 😉 We beginnen met een andere kijk op de ‘sterkte vrouw’- trope

Wat is een sterke vrouw?

Ik vind de standaard ‘sterke vrouw’- trope vreselijk. Dat kon je hier al lezen. Zogenaamd geen vent nodig hebben, maar wel mannen afblaffen omdat jij beter zou zijn of verder zou zijn in (je) sociaal maatschappelijke ontwikkeling. Mens, dan heb jij die vent nog steeds nodig: om jezelf op een onterecht voetstuk te plaatsen, welteverstaan…

Miyazaki (een man!) houdt bepaalde richtlijnen aan voor de vrouwen en meisjes die de hoofdrol spelen in zijn films. Als je die in het achterhoofd houdt, heb je een daadwerkelijk sterke vrouw. Er zijn zelfs twee bonuspunten: de jongens en mannen worden er automatisch óók betere personages door en je kan dezelfde uitgangspunten aanhouden voor een sterke man: één die sterk en stoer kan zijn zonder dat dat ten koste gaat van de vrouw.
Die uitgangspunten zijn:
* Ik doe wat ik moet doen;
* De man is mijn maatje, niet mijn redder of dienaar;
* Als ik val, vangt de man mij op en vice versa;
* Romance is een extraatje, liefde een voorwaarde.

Ik doe wat ik moet doen

Het overgrote deel van de helden in Ghiblifilms zijn vrouwelijk. Zij komen hun mannelijke tegenhangers vroeg in de film tegen, op het moment dat ze uit hun comfortzone komen. Hij komt dan wel in beeld, maar op dat moment heeft de heldin iets beters te doen dan verliefd te worden of hem proberen te verleiden, bijvoorbeeld:
* Een vloek verbreken (Het bewegende kasteel van Howl, De reis van Chihiro)
* Een thuis vinden of dat veiligstellen (Kiki’s vliegende koeriersdienst, Prinses Mononoke)
* Schrijven (:D) (Whisper of the heart)

Soms geeft de man het plot een zetje, soms is hij dan niet meer dan een voorbijganger. Dat is gunstig, omdat je zo waarborgt dat de heldin haar heldenreis ook daadwerkelijk behoudt. Ze is veel heldhaftiger als ze haar problemen ook daadwerkelijk op ‘blijft’ lossen. Ze heeft dan de intentie haar heldenreis te voltooien. Ze laat niet alles vallen als ze een man tegenkomt op wie ze wel eens verliefd zou kunnen worden ‘omdat dat in een film nou eenmaal hoort’. Daardoor blijft je verhaalthema stevig en je verhaal geloofwaardig. Als je single bent, is de eerste de beste voorbijganger van het geslacht waarop je valt ook niet meteen je toekomstige partner.

Je kan ook ‘gewoon’ vrienden zijn.

Man als maatje

De man en vrouw worden in Ghibli-films alsnog vrienden als ze elkaar later weer tegenkomen. Maar zelfs wanneer hun vriendschap al zeer stevig is, of de eerste vlinders beginnen te fladderen, is de man nog steeds een maatje, géén redder of dienaar. De heldin gaat nog steeds verder aan haar eigen heldenreis en verwacht niet dat de man (als magic pixie) ineens alles voor haar oplost. Tegelijkertijd gebruikt ze de man óók niet om iets voor haar eigen groei te laten doen, om hem vervolgens in de steek te laten of neer te halen. Ze staan echt als maatjes naast elkaar en zijn honderd procent gelijkwaardig aan elkaar.

Allebei vallen, allebei opvangen

De reden dat man en vrouw in deze films echt gelijkwaardig zijn, is omdat ze de ander opvangen als die valt tijdens een conflict. Ze vallen bovendien even vaak, dus de een lijkt niet zwakker dan de ander. En over zwak gesproken: ze zien het hebben van een conflict ook niet als een zwakte. De personages uit Ghibli films zouden iets zeggen als:
“Wordt het even te veel? Zit je vast? Ben je bang? Moet je huilen? Nou en!
* Het is ook gewoon allemaal veel;
* Dit ís gewoon doodeng;
* Alsof ik nooit verdrietig ben…
Ik ben er voor je en ik ga je helpen weer op te staan als je valt. De volgende keer doe jij hetzelfde voor mij.”

En dat gebeurt dan ook, met precies hetzelfde gedachtegoed. Er komt geen schaamte of schuldgevoel aan te pas, mannelijkheid wordt niet in twijfel getrokken…De vrienden weten dat ze mensen zijn met de bijbehorende worstelingen en in dat proces soms een maatje nodig hebben, klaar.
Zorg ervoor dat je lezer zich met personages kan identificeren: ze moeten dus vooral niet perfect zijn. Bij deze nog een formule daarvoor: maak van een conflict niets schandelijks.

Romance als extraatje

Laten we eerst wat definiëren:
Liefde: wederzijds gevoel van vriendschap, respect, vertrouwen en de bereidheid de ander te helpen omwille van de groei van de ander. Dit alles zonder de ander te (ver)oordelen. Die groei willen beide personages bij de ander zien, simpelweg omdat de ander daar gelukkig(er) van wordt.
Romance: liefde met als enige verschil dat er verliefdheid bovenop komt.

De helden in Ghiblifilms voelen altijd liefde voor elkaar, hoewel ze niet altijd verliefd worden. Die liefde is nodig voor een sterke heldenreis. Maar omdat ze uit liefde al zoveel goeds halen, zowel voor zichzelf als voor de ander, voelt dat niet als een gemis. Niet voor hen en niet voor de kijker. Ze worden er geen mindere helden of minder sterke personen van en kunnen ook zonder romance hun heldenreis voltooien.
Daarmee bereik je twee belangrijke twee dingen:
* Een romance komt nooit geforceerd of misplaatst over in een plot (* kuch* liefdesdriehoek in Pearl Harbor *kuch* )
* Als een romance er wel is, heeft die daadwerkelijke meerwaarde ten opzichte van liefde.

Kiki heeft geen romance nodig, alleen een maatje als ze naar een nieuwe stad verhuist. Dus wordt ze ook niet verliefd op Tombo. Sophie en Howl daarentegen hebben persoonlijke wonden, waar een romance helpt om die te helen. Alleen omwille van die heling krijgen ze een romance. Romantiek wordt zo nooit gewonnen: het wordt bereikt. Nog een manier om je personage (vrouw of man!) sterk te maken.

Werken met stereotype kenmerken: deel 2

Je ontkomt er niet aan dat je personage soms bepaalde stereotype kenmerken heeft. Je kan dan in paniek raken aan de tekentafel, of je gebruikt dat in je voordeel om je personage heel erg origineel te maken.

De beginselen van werken met stereotype kenmerken

Lees voorafgaand aan deze blogpost deze voor een goede inleiding en een beter begrip van alles wat volgt. Bedenk bovendien:
* alleen omdat jouw personage iets is of doet, oordeel je daar niet meteen mee;
* dat je nu in een tekentafelfase zit. Niemand krijgt je personage zo op papier te zien.

Als je schrijft over een slim personage wil dat nog niet zeggen dat jij of dat personage neerkijkt op personages die minder slim zijn of meteen denkt dat die dom en sullig zijn. Als dat toch zo voelt, bedenk dan dat je personage meer wordt dan alleen deze wat ongemakkelijke eigenschap.

Dit kan ongemakkelijk worden, maar dit is niet de tijd om weg te kijken.
Foto van Shoaib SR op Unsplash

Kijk naar je verhaalthema

Het is even schrikken als je personage ineens erg cliché (b)lijkt. Je verhaalthema helpt je weer de goede weg op. Bepaal dat nu als je dat nog niet gedaan had. Het is namelijk een goede manier om te ontdekken wat je personage als drijvende emotie, kracht, zwakte of drijfveer heeft. Denk aan rouw, doorzettingsvermogen, zelfzuchtigheid of romantiek. Het maakt een enorm verschil door welke van deze dingen je personage en/of plot gedreven wordt.
Vergelijk zelfzuchtigheid met romantiek. In het ene verhaal zal je personage makkelijker iemand geweld aandoen, terwijl een romanticus dat absoluut niet doet. Dat is zo, of je hoofdpersonage nou een (cliché) bankdirecteur, politicus, huisvrouw of influencer is.

Bestudeer de personagebiografie

Kijk in de personagebiografie wat je al weet over je personage. Schrijf alles op dat op wat voor manier dan ook met een storend cliché te maken heeft. Schrijf er ook bij waarom dit zo storend is en/of welke onderliggende (maatschappelijke associaties) dit cliché voeden of in stand houden.

Schrijf de kern van je personage op

Je hebt een personage in je hoofd. In een vroege fase van diens ontwikkeling zal je nog het een en ander aan hem kunnen veranderen. De kledingstijl bijvoorbeeld, dat maakt voor het algemene plot vaak niet zo veel uit. Andere dingen zijn onlosmakelijk verbonden met je personage. Als die zou schrappen of veranderen, zou je personage meteen een heel ander personage zijn. Denk aan de grootste angst. Dit vormt de kern van je personage. Schrijf deze kernelementen ook op en noteer waarom ze dat zijn.
Deze elementen ga je niet aan je personage veranderen. Pas wel op: wees waakzaam op het verschil tussen iets essentieels en een Darling in deze ‘fase’ van de tekentafel.

Vergelijk kernelementen en clichés

Met de twee lijstjes van kernelementen en clichés en het waarom, krijg je een idee wat je moet schrappen of aan moet passen. Kijk maar eens naar deze tabel:

Wat is het?Vormt het een kern van je personagebiografie, plot of thema?Behouden, aanscherpen of schrappen?
een algemeen clichégevoelig elementneeschrappen
een clichégevoelig element wat bij je personage of plot hoortneeschrappen
een clichégevoelig element wat bij je personage of plot hoortjaaanscherpen of schrappen
een clichégevoelig themajabehouden én aanscherpen

Hiermee schrap je al wat je verhaal niet dient of en/of het verhaal tot een (over)duidelijk storend cliché maakt. Dan begint het maatwerk om de laatste clichés weg te werken. Om je op weg te helpen, volgt hier een korte casusuitwerking van hoe het volledige proces van cliché naar levendig personage tot stand kan komen.

Casus: Ricky de verlegen tiener

Verhaalthema: eenzaamheid.
Ricky is een extreem verlegen tiener, waardoor hij geen vrienden heeft. Dat maakt hem eenzaam. Ricky heeft een goed stel hersens: daardoor zit hij veel met zijn neus in de boeken en haalt hij goede cijfers. Zo heeft hij nog het gevoel iets goed te doen. Bovendien leiden die vele uren studie hem af van het feit dat hij eenzaam is.

Dit is Ricky zoals hij is. De clichés die op de loer liggen zijn onder andere:
* Ricky is goed in exacte vakken;
* Ricky is gek op strips;
* Ricky heeft een bril, acne, een bloempotkapsel en een slungelig lijf;
* Ricky is een houten klaas en vreselijk in sport.

In dit geval kan je deze cliché-elementen kan samenvatten in het begrip ‘nerd’. In films, boeken -en helaas ook in het echte leven- worden dat soort mensen vaak afgeschilderd als watje of sufferd. De clichés worden vaak aangewezen als mogelijk onderliggende oorzaak van de eenzaamheid.

Van deze clichés kunnen twee dingen daadwerkelijk tot eenzaamheid leiden: het uiterlijk en mindere sportieve vaardigheden. Van ergens goed in zijn en een bepaalde hobby hebben, word je niet verlegen. Je kan er een zogenaamde nerd van worden, maar dat maakt je niet meteen verlegen. Je kan wél verlegen worden doordat je bang bent lelijk te zijn, of om niet genoeg als mens te zijn omdat je niet over een kwaliteit beschikt die over het algemeen zeer gewaard wordt.
Hierom schrap ik Ricky’s hobby en zijn talent voor de bètavakken uit zijn biografie.

Kies vervolgens wat de grootste oorzaak is van Ricky’s verlegenheid. Het beste is om geen van de clichés te kiezen, maar omwille van een duidelijke uitleg van de uitwerking doe ik dat nu wel: Ricky vindt zijn uiterlijke kenmerken zo vreselijk dat hij denkt geen vriendschap waard te zijn. Kan ik zijn uiterlijk anders maken dan dat van een cliché nerd? Zeker: Ricky’s gezicht is ernstig verbrand. Dat kan je later vast nog in je verhaal gebruiken: ongetwijfeld heeft Ricky daar een trauma aan overgehouden.

De verlegen clichénerd Ricky is nu een tiener die nog steeds eenzaam, verlegen en hongerig naar kennis is, maar dan vooral op het gebied van Frans, psychologie en muziektheorie. Hij kan goed sporten en heeft geen bril. Zie jij de clichématige nerd hier nog in terug? Het ronde personage Ricky is echter wel ontstaan door eerst goed stereotypen en clichés onder de loep te nemen die passen bij zijn omstandigheden en het verhaalthema.

Werken met stereotype kenmerken: deel 1

Schrijven met stereotypen werkt niet goed voor je verhaal. Maar soms heb je een personage dat een stereotype kenmerk heeft vanwege bijvoorbeeld zijn beroep of zijn rol in het verhaal. Hoe schrijf je dan over dat personage zonder er een karikatuur van te maken?

Wat maakt een stereotype?

Een stereotype is een karaktertrek of een omstandigheid die je zo vaak bij een personage met een bepaalde achtergrond ziet, dat het niet meer origineel of zelfs storend is. In dat opzicht verschilt een stereotype niet veel van een cliché. Ze worden allebei gebruikt om een lezer makkelijk en snel een kant en klaar beeld van een personage te scheppen.
Ik maak in dit artikel omwille van de leesbaarheid een onderscheid:

  • * Een cliché wordt ingezet om een makkelijker beeld te schetsen voor de lezer wat er speelt en wordt daardoor saai om te lezen, of zelfs aanstootgevend;
  • * Een stereotype maakt noodgedwongen gebruik van clichés om bepaalde vereiste eigenschappen logisch aan een personage te koppelen.

Verantwoording voor de woordkeuze

Ik definieer cliché al jarenlang als ‘iets storends wat een lezer uit het verhaal haalt’. Bovendien geeft de definitie van van Dale iets soortgelijks aan. De officiële definitie van stereotype heeft een net iets neutralere klank. Hij suggereert bovendien dat het van zichzelf óók een cliché is. Vandaar deze keuze en afweging. Ik ben me ervan bewust dat stereotype nog steeds niet het fijnste woord is om te gebruiken als gaat om mogelijke eerste stappen van het ontwikkelen van een personage.

Uitgangspunt van een cliché

Een cliché leest niet fijn, het is wel een effectieve manier om je verhaalomstandigheden snel duidelijk te maken:

Je schrijft over een alleenstaande bijstandsmoeder neemt een cliché als uitgangspunt: je wil je verhaal makkelijk te begrijpen maken en snel kunnen starten met het plot. Dan zeg je tegen je lezer indirect iets als:
“Je kent het wel: echtgenoot was een eikel die haar verliet voor een jongere vrouw, die sowieso al nooit naar zijn kinderen omkeek omdat hij te druk was met de zaak. Nu zit hij met zijn nieuwe vlam op een cruise naar Barbados en de moeder met een stapel aanmaningen, depressief en in continue stress.”

Klinkt het neerbuigend? Dat is het ook. Als je uitgaat van clichés, neem je zowel je verhaal als je personages niet serieus. Je zou alleen op op deze manier van werken over moeten gaan als je ooit twintig korte verhalen in een week moet schrijven voor een uitgever die meer geeft om kwantiteit dan kwaliteit.

Uitgangspunt van een stereotype

Als je de werkwijze van een stereotype aanhoudt, kijk je heel feitelijk naar wat je personage is en wat dat betekent of voor gevolgen moet hebben. Een bijstandsmoeder:
* heeft niet veel geld: er zit een maximumbedrag aan het vermogen dat je mag hebben voor een bijstandsuitkering;
* kan zich geen luxe gunnen bij een financiële meevaller: als ze haar uitkering aan luxe besteedt, wordt die stopgezet en heeft ze helemaal geen inkomen meer.

Dat is feitelijk gezien alles wat er letterlijk per definitie aan de hand is. Dat heeft ook weer een aantal gevolgen:
* De bijstandsmoeder heeft geen dure spullen;
* Ze woont niet in een duur huis.

Maar dat is ook echt alles, als je je puur aan de feiten houdt. Op deze feiten bouw je vervolgens verder om je unieke personage vorm te geven. Dan ga je je bedenken: als dit de feiten zijn, is het niet onlogisch dat moeder depressief of wanhopig wordt. Dit gaat al redelijk richting het bovenstaande clichébeeld van de bijstandsmoeder. Maar het verschil is dat je hier alert blijft op de vraag: geldt dat ook voor mijn bijstandsmoeder? Misschien is ze ontzettend goed in budgetteren en dol op haar eigen kleren maken. Dan zal ze echt nog wel haar moeilijke momenten hebben, maar dan ligt ze in ieder geval niet meer iedere dag depressief in bed, zoals het clichébeeld van haar schetst.

Aan haar lach kan je niet zien of deze moeder al dan niet in de bijstand zit.
Foto door Jhon David op Unsplash

Het onderzoeken van clichés en stereotypen

Met het onderscheid dat ik binnen deze blogpost maak tussen cliché en stereotype kan je het volgende als vuistregel onthouden:
Een cliché gaat uit van: ‘ieder personage is algemeen en dat is wenselijk voor mijn schrijversgemak.’
Een stereotype gaat uit van: mijn personage is in een bepaalde basis algemeen, puur omdat dat nodig is voor een goede fundering.’

Volgens mijn (tijdelijke) definitie van een stereotype, moét je wel van een stereotype uitgaan; je kan geen verhaal schrijven over een bijstandsmoeder als je ontkent dat ze arm is, of als je continu om de hete brij heen draait. Daar wordt je verhaal rommelig, verwarrend of ongeloofwaardig van, of allemaal.
Je kan met de beste bedoelingen de bijstandsmoeder in een positiever of ander daglicht willen zetten, het helpt niet om dan op valse voorwendselen te beginnen en een eigen draai te geven aan de feiten – feiten heten niet voor niets zo-. Interpretaties kun je loslaten op allerlei manieren waarop je je verhaal inhoudelijk invult.
Bovenstaande kan eng of verkeerd voelen: je wil je personage per slot van rekening niet verlagen tot een algemeen figuur. Maar dat doe je niet, want dan zou je volgens het principe van een cliché werken. Het lijkt misschien een paradox, maar om je personage niet tot een cliché te reduceren, moet je weten welke factoren daaraan bij kunnen dragen. Als je weet welke dat zijn, kan je die (storende) elementen later wegstrepen: dat gaat jouw personage niet doen! Dompel je eerst onder in de clichés en stereotypen zoals gedefinieerd door de van Dale, zodat je weet hoe je ze kan vermijden.

Help! Mijn personage een stereotype?

De hypocriete, moraalridder- en doorgeslagen trope heb je met bovenstaande kennis waarschijnlijk al een kopje kleiner gemaakt. Dat is al een goede start om storende clichés te vermijden. Maar dan heb je nog steeds een aantal stereotype kenmerken op je lijstje staan. Geen nood: volgende week schrijf ik hoe je met de stereotype funderingen een interessant en prettig personage maakt.