Wat als je personage iets te bekennen heeft?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage iets te bekennen heeft?

Als je personage een geheim heeft, kan dat op een bepaald moment te veel worden. Dan wil het iets opbiechten. Omdat dat narratief gezien smullen is, gebeurt er na een biecht veel met het plot en besteed je er ook de nodige aandacht aan om het uit te werken. Daarom is er een aantal dingen die je in de gaten moet houden als je personage iets moet bekennen.

Kijk goed naar je verhaalthema

Neem je verhaalthema nog eens goed onder de loep als je een bekentenis in je verhaal verwerkt. Een geheim kan namelijk je verhaalthema vormen. Maar als je personage opbiecht de hele familie voor bakken met geld te hebben opgelicht, dan is het thema eerder verraad.
Omdat het thema op verschillende manieren en op verschillende momenten in het verhaal terugkomt, hoor te je weten hoe je dat gaat invullen. Je zal er subplots en extra personages bij moeten bedenken. Ga dus goed na hoeveel gewicht (het opbiechten van) een geheim heeft of moet krijgen in je verhaal. Dat kan het volledige plot van je verhaal bepalen.

Wanneer komt het hoge woord eruit?

Als de biecht op het moment suprême van het verhaal komt, heb je een fikse aanloop nodig en dien je je personage mentaal klaar te stomen voor dat moment. Dat vormt dan het centrale conflict: met vallen en opstaan en twijfels en overwegingen verzamelt het de moed om zijn geheim op te biechten.

Als de biecht in het begin van je boek komt, zijn er twee opties:

  • Je laat de lezer merken dat je personage met deze biecht uit een comfortzone komt en dat hij in bepaalde aspecten van zijn leven bij nul moet beginnen. De heldenreis vormt dan: opnieuw zijn plaats in de wereld vinden.
  • Je gaat met flashbacks werken en laat de lezer er langzaam maar zeker achterkomen wat tot deze biecht geleid heeft. Op hetzelfde moment leert de lezer het plot en de personages kennen. Aan het einde van het boek kent de lezer het figuurlijke hele verhaal en heeft hij bewondering voor de held die de heldenreis op pagina 1 al voltooid heeft.

Deze verschillende opties vragen afzonderlijke manieren van uitwerken. Kijk goed welke informatie je achterhoudt voor een mogelijke plottwist of wat je überhaupt al dan niet vertelt aan de lezer om het verhaal altijd interessant te houden.

Waarom nu? Waarom aan deze persoon?

Vóór de biecht is er een geheim. Dat geheim wilde je personage niet voor niets in stand houden. Bedenk waarom je personage juist op dit moment besluit iets te bekennen. Vergeet ook niet aan wie je personage iets opbiecht. Vertrouwt je personage de ander? Is er sprake van een oneerlijke machtsverhouding en móet je personage nu wel gaan praten?
Aan wie je personage ook iets bekent en ongeacht de reden, neem de relatie met dat andere personage mee in je uitwerking. Omdat een biecht iets groots is voor het plot, is het onvermijdelijk dat de relatie tussen de twee personages dat ook is. Geef die daarom ook de nodige aandacht.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Grant Whitty op Unsplash.

Wat als je personage een belofte verbreekt?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage een belofte verbreekt?

Een belofte verbreken is iets vreselijk naars. Je zou het zelfs kunnen zien als een vorm van verraad.
Soms het weegt in zekere zin nog zwaarder. Bij verraad doe je doelbewust iets slechts. Bij het verbreken van een belofte doe je iets wat je niet wilde doen. Bovendien had je gezworen dat je iets (niet) zou doen. Nog meer dan bij verraad is de integriteit van je personage beschadigd. Wat heeft dat voor gevolgen voor de heldenreis?

Dit artikel gaat in op serieuze beloften die verbroken worden terwijl je personage dat niet wilde. Dus de belofte verbreken dat je de volgende keer wél op tijd komt, of beloften waaraan je personage zich überhaupt nooit wilde houden, tellen niet mee.

Vallen en even niet opstaan

Niemand vindt het fijn om te horen dat je niet te vertrouwen bent. Maar dat is goed mogelijk is als je ongewild een belofte breekt. Op zo’n moment valt de grond onder je voeten vandaan. Vallen en opstaan is een bekend credo in de schrijverswereld, maar op zo’n moment kan je personage alleen maar keihard op de grond neervallen. In de save the cat structuur is dit het moment van de crisis. Anders dan bij een clue is dit niet het moment waarop je personage zich even rot voelt en verschillende opties overweegt om verder te gaan. Je personage kan nu niet verder. Het zit even helemaal vast.
Dit is het moment om je personage helemaal in te laten storten. Laat de zelftwijfel, zelfverachting, woede en het verdriet duidelijk naar voren komen.

Beginnen bij nul

Je personage moet misschien weer bij nul beginnen als het gaat om het (terug)winnen van vertrouwen. Het maakt niet uit hoe goed het over zijn fouten heeft nagedacht. Dit gaat een eng en moeilijk moment zijn, ook voor degene aan wie iets beloofd was. Als de belofte echt veel voeten in de aarde had, schud dan niet te snel weer handjes. Laat zien hoe de relatie veranderd is, en wat er van beide personages wordt gevraagd om de relatie weer op te pakken. Misschien beginnen ze bij één of twee in plaats van nul, maar maak je geen illusie dat na een excuus alles vergeten en vergeven is. Als dat wel zo is, weegt je belofte waarschijnlijk niet zo zwaar voor je personage(s) als je dacht. Kijk in dat geval waar je het belang van de belofte eerder in het verhaal wat meer kan verduidelijken.

Weer verder

Het is aan jou om te bepalen of en hoe de personages met elkaar verder gaan nadat een belofte is verbroken. Houd er wel rekening mee dat beide personages het maken –en verbreken– van de belofte in hun spreekwoordelijke rugzakje meenemen in hun verdere leven. Dat kan zowel een voor-als een nadeel zijn. Het kan je personage vastberaden maken geen misstap meer te maken. Of het personage kan nooit meer iets durven beloven. Beide opties kan je gebruiken voor een verhaal. Maar zorg er wel voor dat je deze afloop weet voordat je de belofte laat verbreken. Dat is namelijk van grote invloed op de rest van je verhaal.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto: Ryan Franco op Unsplash

Schrijven over onrecht

Schrijven over onrecht is niet ongewoon in fictie. Een uitverkoren personage neemt het met regelmaat op tegen een allesoverheersende slechterik. Je schrijft altijd waarom je vindt dat iets onrecht is. Dat vormt de strijd van je hoofdpersonage. Lees hier over de verschillende rollen die je hoofdpersonage aan kan nemen als er onrecht in het spel is.

Welk gezicht geef je onrecht?

Je kan in grofweg drie manieren over onrecht schrijven in fictie. Je hoofdpersonage speelt daarin een belangrijke rol, omdat de lezer door diens ogen het verhaal beleeft. Deze uitwerkingen maken een verschil voor de toon van je verhaal als geheel. Ik maak in deze blogpost het volgende onderscheid:
* Het hoofdpersonage in een slachtofferrol
Dit personage kan daadwerkelijk slachtoffer zijn van onrecht of dat slechts vinden. Hoe dan ook komt hij niet in beweging om iets aan het onrecht te doen.
* De verzetsheld
Deze held is actief in het strijden tegen onrecht, maar niet zijn heldendaden, maar het onrecht zelf krijgt de meeste narratieve aandacht. Je ziet de held dus niet met een zwaard ten strijde trekken, maar vooral hoe de gediscrimineerde mensen die hij voedt, creperen van de honger.
* De vechtende held
Deze held vecht daadwerkelijk tegen een enkele leider of groep, zoals Heer Voldemort of de Nazi’s. Als je held erin slaagt om dit individu of deze groep te verslaan, is de wereld gered, de oorlog voorbij of worden inhumane wetten afgeschaft. Je held vecht direct tegen die- of datgene dat onrecht zaait of in stand houdt. Daardoor krijgt de heldenstatus van je hoofdpersonage de meeste narratieve aandacht en blijft het onrecht een relatief breed begrip.

De slachtofferrol

Het personage in een slachtofferrol vindt zichzelf zielig. Hij vindt het vreselijk wat hem is aangedaan of wat er gebeurt, maar doet niets om zelfs maar te proberen de situatie of zijn beleving daarvan te veranderen. Hij komt zijn comfortzone dus niet uit. De comfortzone van een slachtofferrol staat gelijk aan die van een huis van een paar miljoen, met een zwembad, bedienden en een zespersoonsbed. Het is veel te knus om te wíllen verlaten. Je kan daar immers steen en been klagen en afwachten tot een hogere macht of een ander personage de echte strijd gaat voeren. Jouw zielige personage hoeft (lees: doet) dat niet.
Een personage in een slachtofferrol kan als goede katalysator dienen voor de echte helden: niet zeuren, maar doen! Je kan een personage in een slachtofferrol dus gebruiken om de woede of verontwaardiging bij anderen op te roepen. Maar hij mag niet de held van het verhaal worden.

De verzetsheld

Een personage in een slachtofferrol helpt het verhaal niet verder en is vervelend om over te lezen, omdat het verhaal en de omstandigheden door die houding niet veranderen. Een verzetsheld weet dat ook. Sterker nog, hij weet dat een slachtofferrol aannemen de ellende alleen maar kan bagatelliseren. In zekere zin is een personage in een slachtofferrol een tell: De oorlog is zo eng! Ik ben bang, dus ik blijf op een afstandje erover klagen en/of er bang voor zijn.
Je loopt dan het risico om bij de lezer de reactie uit te lokken: waar ben je dan precies bang voor? Stel je niet zo aan!
Maar de verzetsheld laat dat duidelijk zien: De oorlog is eng, want als ik mensen na de avondklok opzoek om hen van broodnodig voedsel te voorzien, hoor ik in de verte bommen ontploffen, zie ik steeds opnieuw de uitgemergelde gezichten van jonge kinderen en ruik ik de stank van lijken op straat en van mensen die zich uit pure doodsangst bevuilen.

Een verzetsstrijder ziet dit, iemand in een slachtofferrol woont veilig in een villa, vijftig kilometer hiervandaan.
Foto door Mahmoud Sulaiman op Unsplash.

Bovenstaand voorbeeld van de show don’t tell van de verzetsheld laat zien waar je bij hem vooral over schrijft. Je laat van dichtbij zien hoe dat onrecht zich uit: buitensluiting, uithongering, ziekten, slavernij, geweld… De verzetsheld staat in verhouding tot de vechtende held dichter bij het gewone volk. Hij is degene die het allemaal van dichtbij ziet gebeuren en heeft een relatief grote kans om een – oprecht- slachtoffer te zijn, te zijn geweest of te worden van dit onrecht.
Als je geschiedkundig naar onrecht kijkt, zijn er veel meer verzetsstrijders dan vechtende helden die ertegen strijden. Een verzetsstrijder is een echte held, maar staat minder als zodanig op de voorgrond van je verhaal. Als je het onrecht zelf een gezicht wil geven, is de verzetsheld je ideale hoofdpersonage.
Een verzetsstrijder kan ook de vorm aannemen van een demonstrant of activist. Hij kan connecties hebben met de hogere kringen, maar dat hoeft niet. Hij is er in ieder geval nooit onderdeel van.
Een verzetsstrijder word je niet als je ook weg kan (blijven) kijken. Kijk daarom goed naar het motief van je personage om zich in de strijd te mengen. Laat het onrecht bovendien heel dicht bij zijn beleefwereld komen. Met andere woorden: bedreig zijn waarden of (het welzijn van) zijn geliefden:

* Als vrijheid van godsdienst het hoogste goed is voor je personage, dreig dan met het sluiten van alle moskeeën.
* Laat hem met de regenboogvlag wapperen. Zelf is je personage hetero, maar een week geleden is zijn transgender zoon mishandeld en justitie haalt de schouders op.

Wil je het onrecht uiteindelijk het onderspit laten delven, kijk dan naar de vechtende held.

De vechtende held

De vechtende held kan je vergelijken met een legergeneraal. Hij vecht daadwerkelijk voor de goede zaak, maar omdat hij voortdurend op het slagveld is, krijgt hij veel minder mee hoe het onrecht waartegen hij vecht er daadwerkelijk uitziet. Hij krijgt vooral de kans en/of probeert om Generaal Onrechtstichter te verslaan. Daarmee zet hij de schakel in gang die het onrecht daadwerkelijk kan eindigen. De vechtende held kan ook een hoge politicus of een uitverkorene zijn. Hij zal het onrecht minder in de praktijk zien dan de verzetsstrijder, maar zorg er wel voor dat hij het zo nu en dan onder ogen ziet. Laat hem een verwoest dorp bezoeken of spreken met demonstranten. Tegen een ‘onzichtbaar onrecht’ vechten is niet heldhaftig en de lezer kan zich gaan afvragen waar het verhaal nou eigenlijk over gaat. De vechtende held is een mix van show en tell als het gaat om het onrecht een gezicht geven.


Wat als je personage een verrader is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage een verrader is?

Het woord verrader roept allerlei duistere associaties op. En daarmee is het narratief gezien erg interessant. Want wat geeft aanleiding tot het verraad? Daar zit een verhaal achter…
Met iets waarbij zoveel vraagtekens en mogelijkheden zijn, kun je eindeloos veel kanten op. Maar er zijn wel twee soorten verraad te onderscheiden: vanuit goede of slechte bedoelingen.
Als je held verraad pleegt, komt het verraad hoogstwaarschijnlijk ook uit goede bedoelingen. De antagonist heeft iets kwaads in de zin. De opzet en de reden voor het verraad moet je goed voorbereiden om het ook te laten overkomen zoals je het bedoelt.

Het verraad van de held

Omdat verraad iets vervelends en heftig is, zal je held er niet blij mee zijn om daartoe zijn toevlucht te moeten zoeken. Laat hem daarom:

  • * duidelijk worstelen met het feit dat hij iets naars moet doen;
  • * zijn persoonlijke waarden duidelijk blijken, zodat je lezer weet waar hij precies mee worstelt;
  • * geen keuze: een held ‘verlaagt’ zich niet zomaar tot iets wat immoreel is;
  • * ook na zijn verraad het nodige doen om in het reine te komen met zichzelf en anderen.

Soms is verraad niet per se zwart wit. Iedereen zal het erover eens zijn dat het laf verraad is om een je beste vriend voor een fortuin op te lichten, alleen zodat jij een villa kan kopen. Maar wat als het gaat om iets waar je meningen over kunnen verschillen?
Is het verraad als je een verjaardag van een vriend overslaat om naar een belangrijke vergadering te gaan? Mag je je kind een keer extra naar de oppas brengen zodat jij een dagje kan opladen, of is dat verraad van goed ouderschap?

Kijk dan eens goed naar je verhaalthema. Welke boodschap wil je ermee overbrengen? Bedenk dat je held uitdraagt waar jij als schrijver het mee eens lijkt te zijn. Je maakt hem immers je held, niet de tegenstander. Een thema kan soms een zetje geven om –ook als schrijver-  te bedenken waar jouw waarden en daarmee die van je held precies liggen.

Het verraad van de tegenstander

Verraad is slecht en meestal – hoewel niet altijd- is de tegenstander ook een slechterik als het om morele waarden gaat. Dan lijkt het verraad van een tegenstander makkelijk uit te werken: maak hem gewoon door en door slecht. Maar dan wordt de situatie erg eendimensionaal. Een toevlucht die de laatste jaren populair is geworden: geef de slechterik een tragisch achtergrondverhaal. Zodra je weet dat hij als kind mishandeld is, is het logisch dat hij nu gemeen is en uiteindelijk mensen verraadt. Dat is een begin, maar pas op dat je het niet daarbij laat: zo beroof je het verraad van zijn duistere en zwarte karakter. Verklaar wat de aanzet heeft gegeven, maar benadruk – of vergroot desnoods een beetje- wat de vreselijke gevolgen van het verraad zijn. Zo voorkom je dat verraad iets wordt waar je je schouders voor op zou kunnen halen. En laat de slechterik niet al te veel berouw tonen. Een beetje mag, maar het echte worstelen met moralen is voor de held weggelegd.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Wat als je personage ergens voor strijdt?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage ergens voor strijdt?

Van koene ridders tot milieuactivisten en alles daartussenin: je personage kan allerlei redenen hebben om ergens voor te strijden. En hoewel het zich daardoor meestal als held ontpopt zijn er een aantal factoren waar je op moet letten. Voor je het weet is je personage eerder een schurk of wordt het overdreven heilig.

De beloning

Voor niets gaat de zon op. Nu is dat voor een verhaal niet erg, maar je moet wel weten welke beloning je personage in het vooruitzicht heeft. Soms is hij zich bewust van deze beloning, soms ook niet. Misschien moet je die abstract of juist duidelijk naar voren laten komen. Kijk goed naar deze beloning. Er is niets mis met een personage dat meedoet aan een demonstratie om zo te leren zichzelf wat meer te laten gelden. Dan is de beloning het verkrijgen van meer zelfvertrouwen en zelfontplooiing. Iets voor je verhaalthema, misschien?
Maar de middeleeuwse ridder die een sexy lamp als beloning in het vooruitzicht heeft, moet terug naar de tekentafel.

De boodschap

Wereldvrede willen we allemaal, maar het is makkelijk gezegd dat je daarvoor strijdt. Denk aan Miss America met haar mooie tiara. Als ze meent wat ze zegt, zou ze ook bereid moeten zijn naar oorlogsgebied te gaan en daar voedsel aan oorlogsslachtoffers moeten geven. Of een toespraak willen houden voor de Verenigde Naties, zonder kroontje, glitterjurk en make-up, desnoods in gerafelde kleren. Als het, met andere woorden niet om háár, maar om haar eigenlijke acties zou draaien.

Laat je personage niet alleen zeggen dat hij ergens voor strijdt, maar laat het dat ook daadwerkelijk doen. Let erop dat de acties van je personage ook op verschillende momenten en op verschillende manieren terugkomt, anders komt het nog steeds erg makkelijk over. Als je demonstreert voor mensenrechten, ben je nog geen strijder voor die rechten. Dan moet je meer doen dan eenmalig een uur met een spandoek rondlopen. Laat je personage dan ook vrijwilligerswerk doen, werken voor Amnesty International en langdurig bloggen over mensenrechten.

Het is niet erg als je personage het laat bij een enkele demonstratie. Maar bedenk je dan wel of het doel waar je personage zich voor inzet voldoende naar de voorgrond komt om hem een strijder te noemen. Als je die heldentitel te makkelijk weggeeft, wordt je personage een irritante moraalridder, in plaats van de held die je wil dat het is.

De middelen  

‘Alles is geoorloofd.’ Is dat zo? Mag je geweld gebruiken om je doel te bereiken? Mensen ontvoeren om zo aandacht te krijgen van de pers? Jouw antwoord heeft een groot effect op de manier waarop de lezer naar je personage kijkt. Je kan je held de nodige scherpe randjes geven door bepaalde middelen niet te schuwen en daarmee een ethisch vraagstuk meegeven aan je verhaalthema.
Bedenk wel dat hoe extremer je daar in bent, hoe moeilijker het wordt voor de lezer om je held nog als zodanig te respecteren. Bij sommige verhalen is dat exact de bedoeling, andere keren is het een doodsteek, omdat je lezer zich belazerd voelt en een sympathieke held in het verhaal verwacht.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Wat als je personage moet helpen?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage moet helpen?

Helpen kan riskant zijn in een verhaal. Voor je het weet heb je de vriend die alles oplost voor je held of bij-personage. Daar wordt je verhaal wankel van. Toch moet een personage af en toe geholpen worden. Waar let je dan op en hoe voorkom je dat de helper een oplosser wordt?

Heldenreis behouden

Als een personage vast zit, is het verleidelijk om een ander personage in te schakelen dat alle problemen oplost. Maar dat is het laatste wat je moet doen, want dan krijg je een held op sokken. Besef dat andere personages echt alleen mogen helpen, níet oplossen. Advies geven kan een riskant grijs gebied zijn. Een helper mag advies geven. Maar als je personage dat advies dan onmiddellijk aanneemt en zijn problemen zijn opgelost, zonder verdere worstelingen, dan gaat het een stapje te ver.
Bijvoorbeeld: je held staat stijf van de stress, op het randje van een burn-out. Als de helper dan zegt dat een dagje spa de held goed zou doen en daar alles mee is opgelost, gaat het te makkelijk. Het probleem is veel groter dan een gebrek aan één vrije dag met ontspanning. Je held zal zelf nog stappen moeten nemen, therapie moeten ondergaan… De helper mag niet in een keer alles kunnen oplossen.

Relaties van de personages onderling

Om te voorkomen dat je helper de oplosser wordt kan het helpen eens goed te kijken naar wat de relatie is tussen de helper en de held. Zijn het geliefden? Collega’s? Vrienden? Ouder en kind? Deze relatie kan een verschil maken tussen hoe en waarom iemand wil helpen. Een simpel voorbeeld: als je held hulp nodig heeft met huiswerk, zal de ouder helpen met overhoren omdat die graag wil dat het kind een hoog cijfer haalt. Een vriendje helpt met huiswerk zodat het snel af is en ze snel naar buiten kunnen om een balletje te trappen.
Als je weet wat de personages doorgaans aan elkaar hebben, is het makkelijker om te bepalen wanneer de held hulp vraagt en wanneer de helper hulp aanbiedt. Dan is het niet zo oppervlakkig meer als: dit probleem moet worden opgelost. Zo verdiep je de personages er ook mee.

Vanuit het gezichtspunt van de helper

Bedenk dat je personages niet weten dat het personages zijn. De helper weet dus ook niet wat de heldenreis van de held is en waar het verhaal naartoe gaat of moet gaan. Als jij als schrijver wil dat je held besluit pilote te worden en zij vraagt een vriendin om advies: “Moet ik voor pilote studeren of voor wetenschapper?” Laat de helper dan oprecht haar overwegingen uitspreken. Als het in haar karakter zit om voors- en tegens te geven, maar het niet fijn vindt om voor anderen de knoop door te hakken, doet ze dat nu ook niet. Anders wordt zij voor de rest van het verhaal als personage ongeloofwaardig, alleen voor deze scène. Je kan de held anderen óók nog om raad laten vragen, of een toevalligheid laten overkomen waardoor het ‘juiste kwartje’ alsnog valt.  

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Rémi Walle op Unsplash.

Wat als je personage verlegen is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage verlegen is?

Verlegen personages zijn niet ongewoon in een boek. Maar de hoofdpersoon heeft deze eigenschap relatief zelden. Met goede reden, want zo’n personage is lastiger te schrijven dan in eerste instantie misschien lijkt. Dit artikel gaat in op een personage dat altijd en bij iedereen verlegen is, dus niet op het schoolmeisje dat bloost als ze haar heimelijke vlam ziet lopen.

Er is een aantal factoren die bij verlegenheid horen die het schrijven over zo’n personage lastig maakt.

Geen vacuüm

Hoe verlegen je personage ook is, vroeg of laat leert het nieuwe mensen kennen. Dat is essentieel voor een verhaal. Een verhaal speelt zich niet in een vacuüm zonder medepersonages af. Negen van de tien keer kan een verhaal beginnen omdat het ontmoeten van of de omgang met een ander personage ervoor zorgt dat je hoofdpersonage de comfortzone verlaat. Maar als je personage dat (te) spannend vindt, kan het moeilijker zijn om ervoor te zorgen dat dat ook gebeurt.

Minder contacten

Omdat je personage verlegen is, legt het lastiger contact met nieuwe mensen. Dat is op zich niet meteen erg. Misschien heeft je personage wel een grote familie en/of zijn er al genoeg lieve, vertrouwde mensen in zijn leven. Maar het kan er wel voor zorgen dat het hoofdpersonage in een eigen bubbeltje blijft leven en zo minder makkelijk openstaat om iets nieuws te doen of te proberen. Dat maakt het verlaten van de comfortzone ook lastiger.

Kleiner vangnet

Hoeveel lieve mensen je verlegen personage ook kent, als het moeite heeft met nieuwe contacten maken, blijven dezelfde mensen onderdeel van zijn leven. En dat selecte groepje mensen kan niet alle problemen voor dat personage oplossen, anders heb je geen centraal conflict en dus ook geen verhaal. In de vertrouwde kring kan jouw personage misschien alle financiële steun krijgen die het maar wensen kan, maar kan niemand inhoudelijk helpen met die lastige rechtenstudie die je personage volgt. Daar heeft je personage toch echt een studiemaatje voor nodig.
Wederom kan dit ervoor zorgen dat je personage de comfortzone niet verlaat, of het kan eisen van anderen dat ze hemel en aarde bewegen om zijn problemen oplossen omdat hij iets niet durft. Dan is dat medepersonage een soort magic pixie en jouw hoofdpersoon niet langer de held van het verhaal.

Als je personage echt extreem verlegen is, onderschat bovenstaande factoren dan niet en houd ze in je achterhoofd: kan de verlegenheid misschien een tandje lager?

Veel in het hoofd

Een personage dat door verlegenheid niet veel mensen ontmoet of dingen onderneemt, kan nog steeds interessant zijn. Maar dan moet de lezer wel weten wat het personage zo verlegen en bang maakt of blokkeert. Daarvoor moet je dus veel en goed in het hoofd van je personage kunnen duiken. Als je het lastig vindt om de gedachtestromen van een personage goed op papier te zetten, kan je het dus beter niet al te verlegen maken. Bij een verlegen personage zit het verhaal hem namelijk vooral in het wereldbeeld van je personage, niet in de acties die hij uitvoert.
Zeer verlegen (hoofd)personages zijn daarom vooral geschikt voor een psychologische roman.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door JJ Jordan on Unsplash

Schrijfoefening: interview over een levensverhaal

Als schrijver kan je soms te enthousiast te raken over je eigen verhaal. Omdat je je personages goed leert kennen, maak je ze soms leuker dan ze moeten zijn voor het verhaal. Of heb je net iets meer medelijden met hen dan goed is voor het plotverloop. Dat kan ten koste gaan van je neutrale bril. Deze oefening helpt je om van een afstandje te kijken naar je personage.

Interview met een nabestaande

Als je mijn blog al wat langer leest, weet je dat ik de documentaire Human een fantastische inspiratiebron vind voor het ontwikkelen van personages. Deze schrijfoefening gaat ook uit van de opzet van deze documentairefilm. Een relatief simpele vraag: “Hoe is jouw leven en wat speelt daarin?” kan een namelijk een schat aan informatie opleveren.

In deze schrijfoefening is je hoofdpersoon overleden en ga je een nabestaande interviewen (echtgenoot, vriend, zus, tante et cetera). Dit personage hoeft geen grote rol in het verhaal te hebben, maar moet je hoofdpersonage wel goed kennen. Voor een ideale duur van het interview, spreek je de ‘tekst’ van de nabestaande hardop uit. Ga echt even in diens schoenen staan. Aarzel ook even om je woorden te vinden, bijvoorbeeld. Zet een timer van drie minuten. Dan blijf je bij de kern van het verhaal blijft zonder het tekort te doen.

Opzet van het interview

Jij vertelt de nabestaande over het interview:
“Ik maak een documentaire over de levens van verschillende mensen en wil die in een tijdcapsule stoppen. Jouw geliefde is helaas al overleden, maar hoe zou jij willen dat die in de spreekwoordelijke geschiedenisboeken komt te staan?”


Het interview met Donatella hierboven is een heel goed voorbeeld uit de documentaire. Ze vertelt over haar gesloten vader. Hij kreeg door Alzheimer een andere persoonlijkheid. Daardoor was hij in de laatste periode van zijn leven opener en zachter naar zijn dochter.

Donatella stond dicht genoeg bij haar vader om te kunnen vertellen over hoe hij was. Ze vindt en weet er ook wat van:
* Het was moeilijk een relatie met hem op te bouwen;
* Hij was diep vanbinnen liefhebbender dan hij liet blijken;
* Hij had het allerbeste voor met zijn gezin.

Maar wat je niet uit dit interview te weten komt, zijn dingen als:
* waar hij werkte;
* wat zijn grootste angst was;
* die ene keer dat hij een flinke ruzie had met zijn beste kameraad.

Ze geeft een algemene indruk van haar vader en vertelt over de dingen die zij als het belangrijkste acht om die algemene indruk te kunnen schetsen.

Het belang van de algemene indruk

De algemene indruk van je personage geeft je een belangrijke houvast. Zo vergeet je niet wie je hoofdpersonage in de kern is en dwaal je minder makkelijk af : “Ja, mijn personage is gesloten, maar hij is ook een harde werker, een postzegelverzamelaar, dol op gebakken eitjes en heel goed in Duits.” Als je moeite hebt met het bepalen wat al dan niet belangrijk is om in een subplot te verwerken, kan je dat met deze oefening makkelijker afbakenen.

Nog een belangrijk voordeel is dat je niet te snel op de zaken vooruitloopt. Dan kan je belangrijke karaktereigenschappen of gebeurtenissen minder belangrijk maken dan ze zijn. In het geval van Vader Donatella: “Ja, maar ik weet dat hij in wezen een lieve man is, dus ook al vóór zijn Alzheimer laat ik hem hier en daar al zacht zijn. “
Dat is dus niet de bedoeling: je weet van het interview met Donatella dat dat (nog) niet aan de orde was. Hoe beter je je personage leert kennen, hoe groter de kans dat hij (of iets van hem) een darling wordt. Als je met andere ogen/ van een afstandje naar je personage kijkt, verklein je die kans.

De meerwaarde van de geliefde

Een persoon of personage kan nooit volledig door een neutrale bril kijken. De nabestaande dus ook niet. Maar een personage heeft een heel groot voordeel wat jij als schrijver niet hebt: een nabestaande hoeft geen plot in de gaten te houden. Als Vader Donatella een gesloten man was gebleven, dan had Donatella dat gewoon gezegd. Ze was er misschien wat treuriger om geweest, maar ze zou niet zomaar verzinnen dat haar vader Alzheimer kreeg en een lievere man werd. Dat zou eerder iets zijn wat jij als schrijver graag zou zien voor een mooi verhaalthema.

Voorwaarde van de nabestaande

De nabestaande heeft een belangrijke voorwaarde om geïnterviewd te mogen worden: hij mag niet verblind zijn door emoties. Denk aan dus bijvoorbeeld:
* De man die zijn vrouw zodanig verafgoodde dat hij ook haar drankprobleem niet als iets negatiefs zag; alles, echt álles aan vrouwlief was positief;
* De zoon die is mishandeld door zijn vader en niet meer over hem kan zeggen of denken dat het een eersteklas ^*$&! was;
* De ex-vrouw die is bedrogen en nooit over die verbittering heen is gekomen.

Kies in dat geval een ander personage voor het interview.

Donatella is een heel mooi voorbeeld van de ideale persoon om te interviewen: ze zegt eerlijk dat de relatie met haar vader grofweg het langste deel van haar leven erg lastig voor haar is geweest. Ze vertelt ook dat dat zelfs uitmondde tot andere rare situaties en een ernstig gemis. Als ze eenmaal over de ziekteperiode van haar vader begint, verwoordt ze wat dat teweegbracht. Ze koppelt wel een bepaald oorzaak en gevolg, maar dat geeft een mooie samenhang, zonder dat het ene gegeven het andere kleurt of tenietdoet.

Dingen om op te letten

Deze schrijfoefening kan je onverwachte inzichten geven. Het scheelt per interview wat voor nieuwe informatie je krijgt of waar je in bevestigd wordt. Maar na het afnemen van het interview kan je jezelf in ieder geval deze vragen stellen:
* Is mijn personage inderdaad (nog) wie ik dacht dat hij was?
* Loop ik vooruit op bepaalde zaken in het plot?
* Heb ik darlings over mijn personage ontdekt? Welke zijn dat?
* Zijn eventuele subplotten inderdaad zo belangrijk voor het verhaal als ze lijken?

Wat als je personage liegt?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage liegt?

Liegen is moreel gezien niet oké, maar voor fictie is het een heel interessant gegeven. Voor je personage staat meestal veel op het spel en de afloop is onvoorspelbaar. Dat zijn twee ingrediënten voor een pageturner. Wat zijn de aandachtspunten en voordelen van een liegend personage?

Conflict blijft intact

Als je liegt, wil je niet dat iemand daar achter komt. Dat is al een conflict op zichzelf. In wat voor bochten moet je personage zich (blijven) wringen om de leugen in stand te houden? Dat is hoe dan ook ongemakkelijk en spannend. Dan zal de lezer de pagina blijven omdraaien om te weten wat die bochten gaan zijn en of die helpen om de leugen intact te houden.
Komt de leugen uit? Daar wordt je personage op aangesproken, zo niet afgerekend. De term conflict is dan niet alleen maar jargon voor creatief schrijven. Daar komt ruzie van. En ruzie kan zoveel gevolgen hebben of emoties losmaken dat je lezer genoeg heeft om zich wederom af te vragen hoe alles verder gaat.
Als je personage een web van leugens spint, schrijf ze dan vooraf uit. Je moet wel weten tegen wie je personage liegt op welk moment. Leugens zijn ingewikkeld. Of ze uitkomen of niet: ze hebben gevolg voor het verloop van je verhaal. Heb je de leugens niet op orde, dan wordt het verhaal wankel.

Het morele kompas van je personage

Liegen doe je niet voor je lol. Je personage wil iets geheimhouden als het liegt. Of dat nu relatief onschuldig is, zoals een geheime verliefdheid of iets serieus als criminele activiteiten. Dat geheim brengt iets interessants met zich mee. Dit geheim is belangrijker dan X. Wat is die X? Als je het antwoord daarop weet, dan weet je ook veel van de waarden of het morele kompas van je personage.
Stel dat een strenggelovige homoseksueel beweert dat hij heteroseksueel is. Dan is zijn geloof en/of wat zijn gemeenschap van hem denkt waarschijnlijk belangrijker voor hem dan zijn eigen persoonlijke identiteit.
Ook al blijft het bij een enkele leugen, je kan het antwoord op deze morele vraag ook gebruiken als basis voor de rest van je verhaal of de personageontwikkeling. Het personage in dit voorbeeld zal waarschijnlijk ook makkelijker groepsgerichte beslissingen maken die verder niets met zijn geaardheid of religie te maken hebben.

Interessant personage

Een personage is bereid om zijn integriteit en zijn gezin op het spel te zetten om wraak te nemen op degene die hem heeft opgelicht. En zijn vrijheid, als hij wordt opgepakt (of kan worden) voor moord.
Opoffering is een wat luguber begrip voor deze context, maar als je liegt, offer je iets op, of riskeer je dat. De leugen kan nu eenmaal uitkomen.
Of je personage nu sympathiek is en of je hem moreel gezien mag of niet, personages die liegen zijn narratief gezien vaak reuze interessant. Negen van de tien keer zijn ze moreel grijs in plaats van zwartwit.
Dat maakt dat je ze als schrijver (en uiteindelijk de lezer ook) goed leert kennen. Daarmee voorkom je ieder geval dat je personage eendimensionaal of een wandelend cliché wordt.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.  

Foto door Taras Chernus op Unsplash.

‘Ik hou van jou’ schrijven in een verhaal

Veel romantische verhalen hebben uitgebreide beschrijvingen over de eerste vlinders in de buik. Maar als je personages als koppel moeten eindigen, moet er uiteindelijk een knoop worden doorgehakt. Hoe krijg je personages als koppel bij elkaar zonder dat dat geforceerd overkomt?

Nooit omdat het hoort

Laten we beginnen bij het allerbelangrijkste: laat twee personages nóóit met elkaar eindigen of hun gevoelens opbiechten ‘omdat het nou eenmaal zo hoort’ dat er in een verhaal een romantisch koppel voorkomt. Hier kan je uitgebreid lezen waarom dat enorme schade aan je verhaal kan aanrichten.
Deze blogpost gaat over het koppelen van personages die daadwerkelijk van elkaar (gaan) houden en wiens relatie ook meerwaarde heeft voor het verhaal.

De aanloop

Voordat je het hoge woord eruit gooit: weet je zeker dat het de lezer al duidelijk is waarom deze personages goed bij elkaar (zouden) passen? Nee, echt waar: zeker weten? Heb je al voldoende signalen afgegeven en zijn de persoonlijkheden van beide personages goed uitgewerkt? Kennen de personages elkaar überhaupt goed genoeg om echt verliefd te zijn of te worden? Als je te vroeg piekt, is de relatie die volgt niet geloofwaardig meer voor de rest van het verhaal. Lees hier hoe en waarom een relatie narratief gezien (vroegtijdig) strandt.

De hamvraag: hoe dan?

Zoals altijd met schrijven werkt iets pas goed op het moment dat een trope goed is afgestemd op de specifieke omstandigheden die bij jouw unieke verhaal passen. Maar het moment van ‘Ik hou van jou,’ blijft hoe dan ook lastig om te schrijven, ook al blijf je dicht bij je eigen verhaal. Omdat er eindeloos veel liefdesverhalen zijn, is de kans enorm dat jouw liefdesverklaring al tig keer in die vorm is verteld. Denk aan de echte clichés als tijdens een boottochtje bij volle maan, maar ook aan een aankomend koppel dat rondloopt in een heuvelig park, in een moment van onoplettendheid pardoes van een heuvel kukelt, niet bijkomt van het lachen en elkaar vervolgens veelbetekenend in de ogen kijkt.
Als een trope al -misschien wel letterlijk- honderden miljoenen keer is gebruikt, is de kans nu eenmaal groter dat een uniek lijkende trope toch óók al honderden keren is verteld… Clichés echt voor de volle honderd procent voorkomen is in dit geval dus zo goed als onmogelijk. Als je het ‘hoofdstuk opbiechten’ in drie delen splitst, kan je dit moment alsnog redelijk origineel maken. Die delen zijn: de manier, het moment en de plaats waarop.

De manier waarop

Op het moment dat een personage het welbekende ‘Ik hou van jou’ uitspreekt, doet zich negenennegentig procent van de tijd een van de volgende scenario’s voor:
* Het moment is spannend, omdat de opbiechter zenuwachtig is en zich ongemakkelijk voelt;
* Het moment is superromantisch omdat de opbiechter zelfverzekerd is. Dan maakt het niet meer uit of het gebaar traditioneel gezien romantisch, of objectief gezien eerder ‘nerdy’ is, dan is alles schattig of romantisch. Let daar maar eens op 😉 .

Is poolen normaalgesproken eerder iets voor oudere mannen? Maakt niet uit: als de vonk er is, is dit moment (tijdelijk) ontzettend romantisch of aandoenlijk.
Foto door Luana Azevedo op Unsplash

Omdat deze beide scenario’s op hun eigen manier weinig origineel zijn, is dit een goed moment om heel goed te kijken naar de unieke show don’t tells van je personage. Waarin scheelt jouw personage ten opzichte van miljoenen anderen in dezelfde situatie? Komt hij met koekjes aanzetten bij zijn geliefde in plaats van met bonbons? Is zijn peptalk in de aanloop naar dit moment: ‘Morgen ben ik niet langer vrijgezel!’ waar iemand anders affirmeert: ‘Ik kan dit!”? Een optelsom van dit soort persoonlijke trekjes zorgt ervoor dat een standaard moment alsnog erg speciaal kan lezen.

Het moment waarop

In ieder scenario is het opbiechten van je liefde spannend, hoe zelfverzekerd je ook bent. ‘Waarom nu?’ is meestal een retorische vraag. Maar jij moet er een daadwerkelijk antwoord op hebben: waarom verklaart het personage nú zijn liefde? Dat kan relatief simpel zijn -hij houdt de spanning niet langer uit-, of wat ingewikkelder: als hij nú niet zegt wat zijn gevoelens zijn komt de ander die nooit te weten, omdat er een emigratie aanstaande is en contact houden in het buitenland lastig wordt. Hoe dan ook, zorg ervoor dat het antwoord op die vraag duidelijk is. Laat er ook de nodige tijd en sfeeromschrijving aan vooraf gaan om het moment het nodige gewicht te geven.

De plaats waarop

Een eerste keer ‘Ik hou van jou’ zeggen of horen als je knus naast de ander in bed ligt, is héél anders dan wanneer je dat hoort als de ander je in het ziekenhuis komt opzoeken na een ongeluk. Onderschat het effect van de omgeving niet op dit belangrijke moment. Het lokt namelijk totaal andere reacties uit. In het eerste scenario volgt er een gesprek vol opluchting en liefde, in het tweede scenario kan het verwarring en misschien zelfs paniek teweeg brengen. Het is het verschil tussen een gezellig ‘zullen we dan samen op vakantie gaan?’ en ‘Allemachtig, waarom vertel je dat nu pas? Als ik dat eerder had geweten, had ik me niet geblesseerd tijdens het sporten, waardoor ik nu ik in het ziekenhuis lig. Ik was gaan sporten omdat ik meende dat ik nog moest afvallen voor je mij aantrekkelijk zou vinden…’

“Als ik geweten had dat je mij toen ook al aantrekkelijk vond…”
Oeps… Dat geeft wel even een andere twist aan de invulling van een begin van een relatie…
Foto door Madrona Rose op Unsplash

‘Waarom hier?’ hangt nauw samen met ‘waarom nu?’. Het verschil in plaats kan het verschil zijn tussen een fantastische en moeizame start van een relatie. En dat heeft als vanzelf effect op je algehele plotverloop.

In de startblokken voor de clue

In een goede fictieve relatie helpen de geliefden elkaar te groeien in hun persoonlijk centraal conflict. Daarom is het narratief gezien verstandig om een relatie te starten (vlak) vóór een clue in het schema van save the cat. Op dat moment wordt een personage uitgedaagd om iets moeilijks of engs te doen. Hij zal dan om hulp vragen bij iemand anders: een goed moment voor de geliefde om te bewijzen dat hun relatie stevig en ook de moeite van het benoemen waard is. Zodra de clue achter de rug is, zullen de geliefden bovendien dichter naar elkaar zijn toegegroeid, wat de relatie verstevigt. Een prettig pluspunt!