Schrijfwedstrijd verhaalentaal.blog: de sfeermaker

De sfeer zit er goed in bij jullie schrijvers, toch? Hebben jullie weer zin om te gaan schrijven? Verhaalentaal.blog organiseert weer een schrijfwedstrijd. Deze keer is de uitdaging om de sfeer en de plaats het belangrijkste element van het verhaal te maken.

Opzet van schrijfwedstrijd de sfeermaker

We lachen er met zijn allen wel eens om: wordt er een hart gebroken? Dan moet het onmiddelijk gaan regenen!
Of als je wil weten hoe rijk een personage is: zet het op een luxe yacht en voíla: een show don’t tell, we kunnen verder met het plot. En hoewel sfeermakers soms cliché kunnen lijken, of een snelle manier zijn om een situatie te schetsen, kun je er ook complete verhalen mee schrijven. Denk aan het verlaten huis: een perfect decor voor een spookverhaal. Tegelijkertijd is dat ook weer wat cliché.

Kortom: het is nog een hele kunst om een plek of een sfeer het belangrijkste element van het verhaal te maken. Laat maar eens zien dat jij dat wel kan! Je kan kan er een leesrapport mee winnen voor je winnende verhaal of voor een ander verhaal van 5000 woorden.

Denk aan het bekende beeld van het romantische boottochtje. Normaalgesproken gaat het over het romantische gebaar. Voor een goede inzending voor deze schrijfwedstrijd is een romantisch boottochtje iets als:

  • Een tripje op het water dat je personage ertoe doet besluiten om een carriere te starten in de zeevaart
  • De prachtige volle maan is niet per se een teken van romantiek, maar van een gevoel maar een stipje te zijn in het grote universum
  • het geluid van de roeispanen zorgt voor een herbeleving van een trauma, waardoor het helemaal misgaat.

enzovoorts.

Aandachtspunten en tips

  • Staar je niet blind op show don’t tell: bij sfeeromschrijving gaat het erom dat je de tijd neemt om iets uitgebreid te beleven, niet om meteen te begrijpen waar ‘het’ om gaat.
  • Show don’t speak is een goede start om te bedenken wat ‘het’ nu precies is.
  • Laat je personages ook een keer praten, of zorg voor actie-reactie. Ook met een goede setting moet er nog iets gebeuren met personages of plot, anders blijft je sfeeromschrijving een decorstuk. Een práchtdecor, maar met alleen voor decor heb je geen verhaal.
  • Probeer voorof te bepalen waar ‘het moment‘ precies om draait.
  • Denk goed na welke details het verschil gaan maken in het geheel van het verhaal.
  • Wees zorgvuldig met symboliek: te weinig kan de sfeer wat makkelijker ondermijnen, te veel maakt de tekst heel snel cliché.
  • De foto bij de blogpost heb ik gemaakt in Japan (Dogo onsen), ook al zou je dat op het eerste gezicht misschien niet denken, vanwege het meer westers ogend houten gebouw.
    Het kan een goede eerste stap zijn om je eigen associaties op te schrijven met de plaats waarover je schrijft. Denk jij bij een gebouw als dit aan Japan? Nee? Waar dan wel aan? Duidelijkheid met je eigen assocoaties is belangrijk als de sfeer van een tekst voorop staat.

Je kan ook veel observeren om je voor te bereiden op het omschrijven van sfeer: hier vind je een uitgebreide lijst met artikelen voor observeren in combinatie met symboliek of uitschrijven.

Wedstrijdvoorwaarden: sfeermaker

* Eén inzending per persoon.
* Je verhaal is maximaal 5000 woorden.
* Je verhaal is in het Nederlands geschreven.
* Gedichten mogen helaas niet ingezonden worden voor deze wedstrijd.
* Ieder genre is welkom
* Als je een kort verhaal instuurt dat je bij mij laat redigeren, dan is dat uitgesloten van deelname van de schrijfwedstrijd. Laat zien wat je zélf kan schrijven, daar mag je hoe dan ook trots op zijn. Je werk door anderen laten lezen is al meer dan sommige schrijvers durven!
* Of je de sfeer van het moment of het decor centraal stelt, mag je zelf weten, als het maar niet belangrijkste uit het verhaal maar niet het plot of het personage betreft.
* Inzenden van je verhaal kan vanaf 1 februari 2026 tot en met 1 mei 2026. Je hebt dus drie maanden de tijd om een verhaal te schrijven.
* Stuur je inzending naar nadinevandesande@outlook.com met de onderwerpregel: schrijfwedstrijd sfeermaker.
Je mag erop rekenen dat ik je mail goed ontvangen heb. Wil je toch een ontvangstbevestiging? Geef dat dan even aan.

De winnaar ontvangt een uitgebreid leesrapport voor een tekst van 5000 woorden. Dat mag het ingezonden verhaal voor de wedstrijd betreffen, maar ook een (deel van een) ander zelfgeschreven verhaal. Aan de winnaar de keuze!

Over de uitslag kan niet worden gecorrespondeerd. Ik neem persoonlijk contact op met de winnaar of winnares. Als diegene dat wil, zal ik het winnende verhaal op mijn blog publiceren.

Veel plezier en succes met schrijven! Ik ben benieuwd in wat voor sferen ik ga verkeren tijdens het jureren.
Dat is een laatste tip: deze drievoudige rijm kwam zomaar in me op, maar is wel erg dramatisch geschreven. Als er een tip is die het verschil maakt tussen sfeer en een vervelende tekst dan is het bloemig taalgebruik.

Schrijfcursus dialogen schrijven: de perfect afgestemde dialoog

Ik heb iets te vertellen, dus ik trek mijn mond open. Zo beginnen gesprekken en dialogen. Maar dan moet het hoge woord er nog uit…

“Dus uhm, ja, hoe zeg ik dat…”
“Gaat alles wel goed?”
“Nu je het vraagt, eigenlijk niet echt. Uhm, mijn vrouw is ziek.”
“Ach jee, is het bij jou ook al raak? Mijn zoontje heeft vorige week…”
“Dus ja…”
“O wacht, mijn telefoon gaat”
“En nu is het afwachten…”
“Sorry, hoor. Hoe is het met je broer, zei je?”

Deze personages zijn niet goed op het gesprek afgestemd. Wil je leren hoe je een dialoog beter op papier krijgt? Dan kan je mijn nieuwe schrijfcursus volgen: De perfect afgestemde dialoog.

Daarin leer je hoe je een vlotte dialoog schrijft. Niet alleen dat: je leert ook over de menselijke stem, waarom mensen en personages willen praten en hoe dat van elkaar verschilt. En hoe je met behulp van een dialoog je plot kan versterken en je personages onvergetelijk kan maken. Ik combineer daarbij mijn ervaringen als logopediste en schrijfcoach zodat spreken, communiceren en dialogen schrijven geen geheimen meer hebben voor je.
Kortom: je gaat het begrip ‘dialoog’ uitgebreid (her)ontdekken en er alles over leren, zodat je dialogen van de bladzijden af gaan spatten.

Les 1 van de cursus: het verschil tussen gesprek en dialoog

Lekker weertje, hè?”
“Vind je? Ik ga echt dood van de hitte…”
In een gesprek tussen mensen kan dit gesprek nog rustig  een paar minuten doorgaan, maar in een geschreven dialoog gaat het eerder verder als:“O. Nou, ik niet hoor.”
Punt. Einde verhaal. Soms vrij letterlijk. Tenzij je de dialoog uitschrijft alsof het een gesprek is tussen mensen, maar dan legt je lezer het boek alsnog weg. En is er nog steeds geen echt verhaal. Want een gesprek over koetjes heeft geen conflict, geen spanningsboog.

In de eerste les van de cursus ‘De perfect afgestemde dialoog’ leer je waarom gesprekken tussen echte mensen niet hetzelfde is als een dialoog tussen twee personages en hoe een dialoog soms heel anders lijkt te klinken dan hoe hij op papier staat. Ook leer je welke rol de menselijke stem daar in kan spelen. Je gaat dus ook kennismaken met de stem.
En wist je al een dialoog meer moet zijn dan alleen twee personages die gezellig babbelen? In deze eerste les leer je ook wat de functie is van een dialoog en hoe je die voor het plot en de spanningsboog in kan zetten. Met vijf opdrachten om te maken, zet deze les je meteen flink aan het werk.

Les 2: ‘Ik heb iets te vertellen’ waarom praat je personage?

Waarom praat je personage eigenlijk?

Die vraag staat centraal in les 2 van de schrijfcursus: ‘de perfect afgestemde dialoog’. Je personage  heeft iets te zeggen, zoveel is duidelijk. Maar is het boos, of blij en wil het daarom een woordenstroom op papier loslaten? En waarom heeft het juist deze gesprekspartner uitgezocht? Is de geliefde alweer het slachtoffer van geklaag over een lange werkdag, of is er juist iets te halen bij een klasgenoot?
Dit zijn zaken die aan bod komen in een dialoog, maar ze hebben effect op je algehele plot en de spanningsopbouw daarvan. Daar ga je in deze tweede les van de cursus naar kijken.
Ken je een spraakwaterval van wie je wel eens zou willen dat er een timer op de spreektijd zat? Verrassing: een personage heeft die een, want als een personage op ieder moment en eindeloos zou mogen praten, is er niets meer van een plot over. Het moet zijn ‘two minutes of fame’ goed uitkiezen: spreken is voor een personage een voorrecht. Hoe dat zit, leer je ook in deze tweede les.  

Les 3: komt dat uit jouw mond? Uniek taalgebruik van een personage

“Aju paraplu, Harry!”  Je zou er wel even van staan te kijken als dat uit de mond van Perkamentus zou komen. Terwijl het juist perfect past bij je jolige buurman Cor.
Ieder personage heeft dus een eigen figuurlijke stem. Aan het taalgebruik kan je vaak al merken wat voor type het is. Maar je kan daarmee veel meer dan alleen een type neerzetten. Je kan met het taalgebruik zelfs duidelijk maken aan de lezer hoe je personage door anderen gezien wil worden.

En dan is daar de letterlijke stem nog: de reden dat deze cursus aan zijn naam komt.
In les 3 krijg je ook een handjevol logopedische inzichten mee, zodat je op een realistische manier een spreekstem voor je personage kan kiezen.
Kan je daar iets mee, dan? Jazeker! Bij bepaalde stemmen hebben mensen associaties. Zo kun je een symboliek versterken zonder dat het er duimendik bovenop ligt. Bovendien een unieke stem kan ervoor zorgen dat je personage opvalt tussen alle andere inwoners van de papieren wereld die allemaal hetzelfde praten, omdat de meeste schrijvers weinig tot geen aandacht aan besteden.  Een stem van een personage kan dus helpen je hele verhaal memorabel te maken. In deze les  kan je met vier opdrachten ook weer lekker aan de slag.

Les 4: de drie mogelijke lagen van een dialoog: haal het beste uit je plot en je personages

Zeg jij altijd precies wat je denkt? Dan zou je het als personage in een boek niet zo goed doen…
Personages verschillen in meerdere opzichten van mensen. Een van de belangrijkste verschillen is dat ze altijd een agenda hebben. Nee, ze werken niet allemaal voor de geheime dienst. Maar waar jij en ik gewoon ons leven kunnen leiden, moeten personages er altijd voor zorgen dat het plot draaiende wordt gehouden en spannend blijft. En dat bepaalt hun manier van praten volledig.
Personages praten op drie mogelijke manieren. Een enkele keer recht voor zijn raap, meestal houden ze informatie achter of bedoelen ze meer dan ze zeggen. En soms praten ze op een manier die lijkt alsof ze inderdaad voor de geheime dienst werken.
In deze laatste les van de cursus leer je met behulp van vijf opdrachten wanneer je personage op een bepaalde manier praat en hoe je dat goed uitwerkt in een dialoog. En ook wat voor invloed dat heeft op de rest van je verhaal. Want zoals je op dit punt van de cursus al zal weten: een dialoog staat nooit helemaal los van de rest van je boek. Ben je klaar met deze les? Dan wacht er  nog een eindopdracht waarin je je schrijverskunsten kan bewijzen.

Cursus bestellen

Je kan je hieronder inschrijven voor de cursus.

Lees hier ook de inzendingen van de schrijfwedstrijd ‘Het geheime gesprek’, waarmee de winnares de cursus won.

Goed om te weten over de cursus ‘de perfect afgestemde dialoog’

  • De cursus kost 199 euro, inclusief btw.
  • Je krijgt de eerste les opgestuurd zodra aan de betaling is voldaan. Voor een vlotte afhandeling van de administratie is het fijn als je samen met je aanmelding je naam en (factuur)adres doorstuurt. In overleg is betalen in termijnen mogelijk.
  • Om je niet te overweldigen en de feedback ook ten volle te kunnen benutten, krijg je een volgende les toegestuurd zodra je met de huidige les klaar bent.
  • Feedback op de inleveropdrachten krijg je binnen maximaal 10 dagen opgestuurd.
  • Je kan de cursus op ieder moment starten en helemaal op eigen tempo volgen. Je bent aan geen enkele deadline gebonden.
  • Je krijgt geen (erkend) diploma met deze cursus: in plaats daarvan ontvang je een leesrapport van je eindopdracht.

Mocht je na het volgen van de cursus een boek in de maak hebben en nog behoefte hebben aan een redacteur, dan wil ik je natuurlijk graag helpen. Rond de cursus succesvol af en je krijgt 20% korting op je eerste bestelling uit de webshop. Proost op je schrijverschap.

Afbeelding van Belinda Fewings, verkregen via Unsplash.

Het verschil tussen spannend en mysterieus schrijven

Als je een verhaal schrijft waarin plottwists of diepe thematiek voorkomt, is het belangrijk om redelijk mysterieus te schrijven. Maar dat betekent niet dat de lezer continu iets te raden moet hebben, wil het boek spannend zijn. In deze blogpost gaan we naar het verschil kijken en leer je hoe je de belans moet vinden.

Hoe schrijf je een mysterieus verhaal?

‘Mysterie’ als begrip mag je in deze blogpost ten behoeve van de uitleg zien als het idee dat de lezer in het duister tast, weet dat die informatie mist en er plezier uit haalt om uit die missende informatie een geheel te maken. Dat kan uiteindelijk een plottwist blijken te zijn, maar het kan ook een relatief simpel raadsel zijn, zoals: ‘Wat maakte in dat huis toch steeds zo’n raar geluid?’
Wil je je verhaal mysterieus maken, dan schrijf je dus met het idee dat er continu informatie mist die nog een conclusie krijgt. Bovendien moet de lezer alert blijven, om geen belangrijke hint te missen.

Hoe schrijf je een spannend verhaal?

Een spannend verhaal is niet per se mysterieus. In zekere opzichten is een spannende tekst een tegenpool van de mysterieuze tekst. Want bij een spannend verhaal zit de lezer op het puntje van de stoel. Gewoon omdat het verhaal zo gaaf is, er van alles gaande is en de actie-reactiewet goed wordt aangehouden. Het grote verschil met mysterie is dat het bij een spannend verhaal helemaal niet zo erg is als de lezer weet hoe het verhaal (grofweg) gaat verlopen. Sterker nog: soms kan een zekere mate van voorspelbaarheid de spanning verhogen.

Stel je voor dat je personage moet verhinderen dat dieven een bankoverval plegen. Je lezer weet inmiddels dat je held niet voor een gat te vangen is, en ook wijst de algemene toon van je verhaal er duidelijk op dat je bij dit verhaal een happy end kan verwachten. Het is dus niet echt de vraag of de bankovervallers worden gepakt. Maar dat is niet erg, want in dit geval haalt je lezer het leesplezier uit de ‘hoe’-vragen. Zoals:

  • Hoe probeert Held de dieven te vangen?
  • Hoe bereidt hij dat plan voor?
  • Hoe loopt dat plan in eerste instantie in de soep?
  • Hoe gaat hij zich herpakken?
  • Hoe lukt het alsnog om de bankovervallers alsnog gepakt?

Met andere woorden: een spannende tekst hoeft niet veel meer te doen dan een spanningsboog op peil houden. Om dat meer kleur te geven, sluit die goed aan op de heldenreis van je hoofdpersoon. Dat vormt de basis van ieder goed verhaal. Daar hoeft een verhaal niet mysterieus voor te zijn.

Wanneer moet je mysterieus schrijven?

Als je een verhaal hebt waar de lezer veel te ontrafelen heeft, schrijf je mysterieus. Zorg ervoor dat je continu iets geeft om te puzzelen en naar te raden. Denk aan personages wiens motieven niet altijd koosjer zijn: dan moet het duidelijk zijn dat er meer in het spel is, of dat deze gladjakker opeens van gedachten kan veranderen, als het hem beter uitkomt. Waak er wel voor dat je de lezer daarin niet te veel laat dwalen. Mysterie en kunnen raden is leuk, maar het is wel belangrijk dat je blijft weten wat je als lezer grofweg in de kuip hebt als het om personage of plot gaat. Een plot dat in eerste instantie gaat over een gelukkig gezin en dan dreigt te gaan over een verstoring van die orde en drie hoofdstukken daarna toch weer over het gelukkige gezinnetje werkt niet. Iemand ergens naar laten raden en op een ongefundeerd verkeerd been zetten zijn twee heel verschillende dingen.

Hoe zorg je ervoor de tekst spannend blijft?

In een tekst die spannend is, is er altijd iets gaande. Dat heeft niet zozeer met Formule 1 of superheldachtige actie te maken. Denk aan een actie-held die in plaats van als een figurant van diens eigen leven het plot ziet gebeuren, zelf dingen in gang zet om ervoor te zorgen dat het verhaal de gewenste kant op gaat. In dat opzicht kan actie soms haast saai zijn. Maar zolang je kan spreken van interessante vooruitgang, zit je over het algemeen goed als het om de spanningsboog gaat. Laten we die woorden iets genuanceerder opsplitsen:
Interessant: er is iets aan de hand dat leuk is om te blijven volgen.
Vooruitgang: het verhaal gaat verder, dóór: er is sprake van een personagegroei of een conflictontwikkeling, zoals een volgend obstakel.
En daarom is het mogelijk dat ook een ‘saai’ alledaags verhaal continu spannend blijft. Je hoeft verhalen niet met elkaar te vergelijken. Als voor joúw verhaal iets spannend is, dan hoef je dat niet uit te vergroten omdat er andere verhalen zijn die van zichzelf griezeliger, spectaculairder of spannender zijn.

Spannend en mysterieus schrijven combineren

Spanning en mysterie zijn goed te combineren en het een hoeft niet ten koste van het andere te gaan. Maar zoals je hebt kunnen lezen zijn het twee heel verschillende dingen. Het kan dus voorkomen dat je moet kiezen. Als je voor die keuze komt te staan, kies dan altijd voor spanning, niet voor mysterie. Lees: duidelijkheid en algemene structuur gaan altijd vóór het spelen met thema’s, symboliek of unieke plottwists of interessante narratieve conflicten.

Dat heeft te maken met mogelijke interpretatie en de vrijheid die je daar (niet) hebt. Iedereen moet de basis van een verhaal hetzelfde lezen. Bijvoorbeeld: als je hoofdpersonage lief moet zijn, mag niemand haar lezen als gemeen. Daar moet je als schrijver voor waken, maar dat kan je ook herschrijven.

Maar thema’s en symboliek kunnen per persoon heel anders worden geïnterpreteerd. Dat hebt je niet in de hand, maar dat is wel waar mysterie vaak op leunt. Ga je dus te veel uit van mysterie en te weinig van spanning, dan kan het gebeuren dat je lezer onbedoeld een heel ander boek lijkt te lezen dan jij denkt te schrijven. Wees niet te bang dat je boek niet spannend genoeg is: wees eerder te bang dat je boek iets te mysterieus is.

Wil je weten of je op de goede weg bent met je mysterieuze of spannende verhaal? Schakel mij dan in voor manuscriptredactie.

Foto door Sašo Tušar via Unsplash.

De perfecte plottwist: puzzelstukjes speuren

‘En dan gebeurt er plotseling iets compleet anders! Dat had je niet gedacht, hè?’
Wat je misschien ook niet had gedacht, is dat je voor een goede plottwist ook eerst goed moet nadenken voor je hem schrijft. Deze week kijken we naar wat het voor de lezer leuk en mogelijk maakt om puzzelstukjes te speuren.

Puzzelstukjes van een plottwist moeten ademruimte hebben

De randvoorwaarden voor een puzzelstukje voor een plottwist beginnen bij de schrijver. Een puzzelstukje moet ademruimte krijgen. Dat betekent dat je het zodanig moet schrijven dat het op meerdere manieren geïnterpreteerd kan worden. Anders is het geen puzzelstukje, maar gewoon een bouwsteen voor je verhaal. Daarin komt de beslissing om een plottwist te schrijven met een andere belangrijke voorwaarde: je mag je verhaal niet willen dichttimmeren. Als je te graag wil dat je lezer een bepaalde hint op een bepaalde manier oppikt, of je personage op een bepaalde manier ziet, is je plottwist gedoemd om te mislukken. Bereid je dus voor om niet alleen puzzelstukjes te maken die passen, maar ook om een verhaal te schrijven waarbij de lezer en jij het niet per se op dezelfde manier lezen.

Puzzelstukjes van een plottwist moeten dubbelzinnig zijn

Interessante puzzelstukjes laten doorschemeren dat er iets meer aan de hand is dan in eerste instantie lijkt. Als het personage A zegt, bedoelt het dan ook A, of misschien ook B, of zelfs C? Houdt het iets achter voor het ene personage, en is het eerlijk tegen de ander?
Als er in het enge, verlaten huis iets plaatsvindt, is dat gebruik van alleen symboliek die de schrijver inzet voor een sfeeromschrijving, of een trucje van een personage om te waarborgen dat er niemand komt en die daar plannen kan smeden?

Zorg ervoor dat je het algemene plot duidelijk houdt, zodat je lezer niet tot oprechte verwarring aan toe op het verkeerde been wordt gezet. Maar zodra je aan een puzzelstukje gaat werken, zorg er dan voor dat je zoveel mogelijk schrijftechnieken inzet om ervoor te zorgen dat je lezer aan de slag gaat met het raadsel dat je hier doet om de lezer de code te laten kraken. Schrijf je een rode haring? Is je dialoog iets aan het verbergen of is die daadwerkelijk zo simpel als die lijkt? Is dit symbolisch of een sfeermaker? Dan heeft de lezer iets om constant waakzaam over te zijn.

Puzzelstukjes van een plottwist moeten overal te vinden zijn

Aan het begin van het boek, in het midden, of vlak voor de onthulling. In dialogen, de omgeving, symbolieken… puzzelstukjes moeten op ieder moment en op elke manier in je verhaal terug kúnnen komen. Maak het niet te voorspelbaar dat je alleen puzzelstukjes verstopt op een specifieke plaats, of ze op eenzelfde manier naar voren laat komen. Zet ze niet per se overal in het verhaal in: het verhaal zelf heeft voorrang op de plottwist. Maar zorg er wel voor dat het speuren naar een puzzelstukje achteraf gezien relatief meteen begint en werkelijk door het hele boek heen een gegeven is.

De puzzelstukjes van een plottwist moeten duidelijk lijken

In puzzelstukjes van een plottwist zit altijd een paradox: ze moeten verstopt zitten, maar wel te vinden zijn. Een goede plottwist is er eentje waar de puzzelstukjes duidelijk zijn te identificeren als zodanig, maar wat het echte raadsel moet zijn, is wat het puzzelstukje precies probeert te zeggen. Hier en daar mag een puzzelstukje echt verstopt zijn, maar over het algemeen moet je eerder uitgaan van het ontcijferen van het puzzelstukje, dan van het verstoppen van het puzzelstukje zelf. Speuren is pas leuk als je iets hebt om mee te speuren.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Wil je hulp met het schrijven van een plottwist? Kijk eens in mijn webshop voor mijn redactiediensten.

Foto door Evgeni Tcherkasski, verkregen via Unsplash.

Het personage dat zich te graag met mensen wil identificeren

Personages zijn interessante wezens. Net als mensen komen ze in allerlei soorten en maten en hebben ze een heel eigen karakter. Maar personages zullen nooit echte mensen zijn. Toch is er een type personage dat zó hardnekkig probeert als een (bepaald) mens over te komen dat vervolgens geen enkele lezer zich daarmee kan identificeren. Laten we eens kijken waar dat zo mis gaat.

Een personage is een vertaler van de menselijke beleving

Of ze nu helden of slechterikken zijn, verlegen of heldhaftig, personage zijn voor de lezer altijd een vertaling voor de menselijke beleving. Omdat een personage menselijke belevingen en emoties meemaakt, kan de lezer die met de personages meevoelen. Ook al is de lezer niet per se iemand die eropuit is om de wereld te veroveren, als de slechterik in het boek dat wil vanwege wraak, is dat iets waarbij lezers zich wél een voorstelling kunnen maken. Daarom kan een goed geschreven personages aanvoelen als een echt mens, wat het ook meemaakt of doet. Zelfs wanneer mensen iets niet kunnen wat zij wel kunnen, zoals teleporteren of toveren.

De val van de goed geschreven menselijke beleving

Een goed geschreven menselijke beleving is dus vooral dat je schrijft wat een personage drijft en waarom op een manier die voor hen logisch is. Waar het mis gaat, is dat er personages zijn die zich te graag met de menselijke beleving willen identiciferen. Het lijkt een beetje op Mary Sue of Joe Sixpack, behalve dan dat de karaktereigenschappen meer genderneutraal zijn. En dat dit ‘goed geschreven’ personage vooral heel gehóórd wil worden. Het lijkt continu een T- shirt te dragen waar met koeienletters op staat: zie mij, ik tel mee! Anders gezegd: dit personage speelt in op de menselijke behoefte om gezien en gehoord te worden, vertaalt dat naar een aantal karaktereigenschappen of gewoonten. Vervolgens worden die állemaal gebruikt en uitvergroot. En dan blijft een menselijke beleving over die alleen maar storend overkomt. Het sommetje dat dit personage in het hoofd maakt lijkt wel:
dit is wat de meeste mensen willen, of zelfs hóren te willen, dus doe ik dat allemaal.

Het personage dat altijd moet praten

Als je als mens mee wil doen, wil je gehoord worden. Dat begint met praten, zodat je iets te zeggen hebt. Vergeet de inhoud nog even: we kijken eerst naar het eigenlijke praten. Dit ‘goed geschreven’ personage praat continu op een manier die zogenaamd herkenbaar is, maar alleen maar vervelend wordt om dat constant te moeten lezen:

  • Het heeft stopwoordjes, of ‘hippe’ zinsbouw, zoals het gebruik van het woordje ‘letterlijk’ waar het helemaal niet zo is, of een nadruk geeft die helemaal niet nodig is.
    “Dus toen ik hem zag, weet je, toen dacht ik letterlijk: ‘Als hij maar niet begint over dat feest'”.
  • Het personage praat altijd mee in het gesprek, ook al weet het niet wat het moet zeggen, als het mee kan doen in het gesprek
  • Het personage praat vaak ook hard

Het personage dat altijd iets te zeggen moet hebben

Laten we nu eens kijken naar waarom en waarover dit personage altijd iets te zeggen wil hebben

  • Het personage is vaak iemand die humor heeft. Dat hoopt het zelf, in ieder geval. Want grappige mensen worden vaak belangrijk gevonden, denkt het personage. Voor de lezer komt die vaak over als de cliché grappenmaker. Misschien niet als de standaard irritante clown, maar wel een personage dat een gat opvult met (slechte) humor.
  • Het personage doet aan elke discussie mee, zodat het iets te zeggen heeft. Maar daar stopt het niet mee: het moet zich meteen inzetten voor iets, altijd iets te zeggen hebben over de laatste interessante politieke discussie en de hoogleraar die bij talkshows aanschuift onder te tafel kunnen praten met de zogenaamde kennis die het heeft. Daardoor wordt je personage een soort halfbakken moraalridder: als het maar líjkt dat het zich voor van alles inzet, is dat voeldoende.

Dit personage doet dit in de hoop dat het opgemerkt wordt, wordt gezien en gerespecteert: het is dat ‘Zie mij!” waar het eerder in de blogpost over ging.

Diepgaand aan de oppervlakte, zwartwit in werkelijkheid

Dit personage probeert dus mee te liften met de menselijke beleving, door steeds opnieuw aan te sluiten bij de mening van de massa. Maar op het moment dat andere personages door die facade heen prikken, of de wereld om hen heen verandert, hebben ze niets meer te vertellen. Letterlijk: in de groep, maar ook omdat ze niet echt een eigen mening hebben. Ken je het clichébeeld van mensen die te veel online zijn en overal ergens iets van vinden, maar ondertussen letterlijk of figuurlijk niet buiten komen geen echt centraal conflict hun leven lijken te hebben?
Zo beweegt dit personage zich door een heel boek heen: ‘ik wil gehoord worden, belangrijk zijn, maar ik doe er niets effectiefs voor’. Het doet zich diepgaand voor, terwijl het in werkelijkheid erg zwartwit is.

Is dit personage besluiteloos?

Er zijn mensen en dus ook personages die besluiteloos zijn. Bij besluiteloosheid komen emoties en strubbelingen kijken. Dit personage is geschreven en is er zelf op uit om een illusie van worstelingen en besluiteloosheid te geven, maar laat niet zien wat dat echt inhoudt. Het is alsof dit personage een script van een robot heeft gekregen: dit is wat mensen in het leven allemaal zoeken en zo voelt dat. Dit zijn een aantal manieren waarop ze dat proberen te bereiken. Ga dat maar uitbeelden.
Maar als je die menselijke ervaring zelf niet hebt, is dat onmogelijk te vertalen. Dit is een personage met een masker van menselijke emoties waar het zich achter schuilt, namens beter uitgeschreven personages en echte mensen.
En dat maakt het personage omnogelijk om mee te identiciferen: het laat zien wat de emoties zijn die mensen voelen, maar voelt die niet door. Voor dit personage is een centraal conflict of de scherpe kantjes van het alledaagse leven iets om te observeren, maar niet om te doorleven. En daarom kan niemand zich nog met dit personage identificeren.

Wil je weten of je met jouw personage in deze val trapt? Schakel me in voor mansuscriptredactie.

Foto door ThisisEngineering verkregen via Unsplash.



De perfecte plottwist: puzzelstukjes maken

En dan gebeurt er plotseling iets compleet anders! Dat had je niet gedacht hè?’
Wat je misschien ook niet had gedacht, is dat er voor een goede plottwist ook eerst goed moet nadenken voor je hem schrijft. Deze week kijken we hoe je de puzzelstukjes van een plottwist maakt.

Een goede voorbereiding is het hele werk

Als je besluit dat eenplottwist in je verhaal past, moet je hard aan het werk. Je kan geen goede plottwist maken als je aantekeningen en uitwerkingen aan de tekentafel niet kloppen. Daar moet je dus ook beginnen. Tot op zekere hoogte kan je stellen dat je pas aan je boek mag beginnen zodra de plottwist net zo duidelijk is als de belangrijkste beats van je plot. Afhankelijk van de exacte uitwerking van de plottwist moet je aan verschillende dingen denken. Maar schrijf sowieso alle punten en details die een plottwist maken chronologisch uit. Als je veel details te verwerken hebt, kan je ook met exacte data werken. Zijn er details die van zichzelf niet aan een tijd gebonden zijn, zoals een tijd van een moord. Schrijf dan op wanneer dat enebelangrijke voorwerp voor het eerst werd opgemerkt.

Zo maak je van details puzzelstukjes voor een plottwist

Puzzelstukjes van een plottwist zijn vaak details. Per definitie vallen die niet zo op. Dat komt goed uit: dat maakt de onthulling van een plottwist sterker. Maar ze moeten niet onzichtbaar zijn, want dan valt er niets meer te puzzelen. Je kan van een detail een puzzelstukje maken. Een vuistregel daarvoor is: laat het detail een detail, maar maak de context eromheen opvallend.

Stel dat een teddybeer een rol gaat spelen in de plottwist. Laat de teddybeer dan subtiel in de scène voorkomen: een personage ziet hem op het bed liggen. Schrijf dan niet zozeer over Teddy, maar bijvoorbeeld over de kamer. Laat daar een sfeer hangen die de lezer niet vergeet. Of laat Teddy een keer achter op de kinderopvang, waarna de scène verdergaat met een dialoog over kinderlijke onschuld. Latere plottwist: Teddy is getuige geweest van iets gruwelijks… Dat staat dan later in groot contrast. En dan is de kans heel groot dat Teddy ineens terug in het geheugen komt. Als die eerdere sfeeromschrijving goed is gelukt, is Teddy ook bij de eerste keer lezen niet zo’n grote figurant in de scène als je zou denken.

De zichtbaarheid en plaats van puzzelstukjes van een plottwist

Je verspreidt puzzelstukjes van een plottwist door het hele verhaal. Het risico van een plottwist is dat je verschillende lezers hebt. Degene die je heel makkelijk kan foppen, maar ook degene die bij de eerste van de twintig hints alles al lijken te doorzien. Dat maakt dat je heel goed na moet denken wanneer je een puzzelstukje plaatst. Houd deze beide lezers in gedachten en bedenk vervolgens:

  • Als ik hier (nog steeds) geen puzzelstukje plaats, dan snapt de ‘slapende’ lezer straks helemaal niets meer van de onthulling.
  • Als ik hier al een/ dit puzzelstukje plaats, is de slimme lezer dan de rest van het verhaal al verveeld omdat die vanaf nu dan alles aan ziet komen?

Probeer daar vervolgens een middenweg in te vinden. Dat is niet altijd eenvoudig, maar je kan je opschrijfboekje gebruiken om verschillende scenario’s uit te testen om te zien hoe duidelijk sommige hints al dan niet naar voren komen.

Puzzelstukje of plot?

Een plottwist slaagt pas als de lezer uiteindelijk terug kan bladeren en de puzzelstukjes ziet waar die eerst nog verstopt leken. Maar dat betekent niet meteen dat je van het begin af aan met hints moet gaan strooien. Het is verstandig om snel mogelijk plotpuntente zaaien, maar die moeten vooral het verhaal dragen. Een goede plottwist zet het verhaal op zijn kop. Dat betekent verwarring en is de bedoeling. Maar zodra je omwille van die spectaculaire verwarring een onstabiel plot schrijft, gaat er iets mis. Controleer voor het toevoegen van een puzzelstukje of het verhaal als geheel nog wel te volgen is.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.
Foto door Vardan Papikyan verkregen via Unsplash.

Heb je iemand nodig die je helpt je plottwist na te kijken? Kijk eens in mijn webshop.

Zo wordt een tekst prekerig: bang voor het probleem

Vraag jij je wel eens af of je met je verhaal net iets te prekerig is? Er zijn verschillende oorzaken die jou als schrijver een moraalridder kunnen laten lijken. Eentje die veel voorkomt, is het probleem waarover je schrijft liever besproken dan opgelost ziet. Dat valt je als schrijver niet zo snel op. Daarom gaan we kijken hoe je in die val kan trappen en hoe je die kan vermijden.

Een moraal aan je verhaal meegeven

Vaak zijn verhalen een manier van de schrijver om een bepaald moraal aan de kaak te stellen. En terecht: verhalen waarin je personages schrijft die net als mensen ontwikkelingen en problemen doormaken, zijn fijner om naar te luisteren dan simpele leuzen die we vaak horen en maar al te snel beu worden, vanwege de herhaling. “Wees mileuvriendelijk!” “Stop overcomsumptie!” “Wees aardiger voor elkaar.” Mensen houden niet van continue wijzende vingertjes. En dus staan ze meer open om te lezen over een boodschap die als verhaalthema in een verhaal is verweven.

Het moraal van het verhaal aan de tekentafel

Als je een verhaal een moraal meegeeft, dan zijn je personages uitdragers daarvan. Zij gaan dingen tegenkomen in hun leven die het belang van dat moraal duidelijk maakt. Maar omdat het een verhaal is, waarin meerdere aktes en personagegroei en conflicten in voorkomen, moet dat niet vanzelf gaan. Anders heb je geen verhaal, maar een gegeven. Bedenk maar eens hoe saai een boek zou zijn:
“Stop overconsumptie!”
In hoofdstuk 1 kijken de personages naar hun overvolle huis, in hoofdstuk 2 maken ze een lijstje van alles wat ze kunnen missen. Dat verkopen ze in hoofdstuk 3 en vanaf hoofdstuk 4 zijn ze schoolvoorbeelden van minimalisme. Dat is supersaai. Bovendien zou het boek na hoofdstuk 4 ook eindigen.

Daarom maak je van het probleem wat je met het moraal duidelijk wil maken ook iets waarbij het personage moet vallen en opstaan. Let op: zodra je op dit punt bent belandt aan de tekentafel, sta je op een kruispunt. Het belangrijkste verschil is de boodschap die je daarmee als schrijver meegeeft in het verhaal dat je uit gaat werken.
Zeg je: ‘proberen is goed genoeg’? Of: ‘voeg daad bij het woord’? Doe je dat eerste, dan wordt je verhaal gevoelig voor een vervelende preektoon.

Zo werk je een preektoon in de hand met je moraal

Je werkt een prekerig moraal in de hand als je personages ergens voor gaan. Maar dan wel zo dat ze nét genoeg doen om beter te zijn dan iemand die op de bank blijft zitten en niet protesteert, maar ook zodanig weinig dat een echt verschil uitblijft.

Een voorbeeld: ‘Help de armen!’. Dus geeft je personage daklozen steeds 2 euro als die er een ziet. Maar het personage verdient een half miljoen en vindt het na die ‘mooie daad’ van 2 euro niet meer nodig om vrijwilligerswerk te doen voor de voedselbank, een bewustzijnscampagne op te zetten of een mooi bedrag aan de daklozenopvang te doneren. Het probleem is niet zozeer een zekere mate van hypocrisie. Het maakt het vervelend om over te lezen, maar de echte valkuil zit hem in de onbereidheid om rauw te schrijven.

Schrijven over een moraal zonder echte gevolgen

Als je wil dat een moraal goed overkomt, moet je duidelijk maken dat het doel waarnaar je personages streven niet makkelijk te bereiken is. Anders hadden we met z’n allen armoede, oorlog, honger en mileuproblemen allang ‘opgelost’. Dat betekent dus dat je personages gedurende het plot mee moeten maken hoe schrijnend dat probleem echt is. Waarom die actie die zij willen zien zo hard nodig is. Maar dat betekent dus dat ze dat ook onder ogen moeten zien. De bedelaar is beter af met die 2 euro dan zonder. Dat is zeker zo. Maar het stelt je personages ook in staat om weg te kijken, omdat ze hun portie al hebben gedaan. Met andere woorden: ze blijven in een comfortzone zitten. De letterlijke, niet-narratieve comfortzone in dit geval. En dan is het cirkeltje van met het vingertje wijzen weer rond. Want dan kunnen de personages zeggen: “Och, die arme armen. We moeten er álles aan doen om dit probleem aan te pakken.

Een moraal schrijven in een verhaal wat echte gevolgen heeft

Wil je een moraal wel laten slagen, dan moeten de personages een oprechte groei doormaken terwijl ze zich inzetten voor het goede doel of voor een bepaald recht. In het voorbeeld van armoede willen bestrijden kan je denken aan voorbeelden als:

  • Je held, een vader, gaat vrijwilligerswerk bij de voedselbank doen. Daar ziet hij kinderen die niet zomaar gevoed kunnen worden.
  • In de Sinterklaastijd geeft deze vader zijn kinderen elk zo’n 300 euro aan cadeaus met pakjesavond en zo’n 50 euro aan schoencadeautjes. Bij de voedselbank hoort hij dat een andere vader al trots is als die zelfstandig de kosten voor een enkele chocoladeletter voor de hele Sinterklaasperiode kan betalen.
  • Vader sluit zichzelf buiten tijdens een ijskoude nacht. Het duurt meerdere uren voordat hij weer warm binnen zit. De dag erna ziet hij een dakloze en beseft Vader dat die elke dag met kou te maken hebben en niet eens een huis hebben om naar (terug) te gaan.

Met andere woorden: zorg ervoor dat je personage dat ergens over wil preken, of oproept tot actie, ook echt onder ogen krijgt waar die zich voor inzet. Hoe je dat ook doet: zorg ervoor dat wegkijken niet mogelijk is. Niet voor je held, maar ook niet voor je lezer.

Hoe zorg je ervoor dat je personage niet wegkijkt van een probleem?

Je kan je personage nog altijd laten wegkijken als het met nare dingen te maken krijgt. Zoals iemand de deur achter zich dicht kan trekken op het werk en daar tot aan de volgende dag niet meer aan denkt. Je kan meerdere dingen doen om dat te voorkomen, maar als er één regel voor is: besteed er voldoende woorden aan. Geef de lezer de tijd om het op zich te laten inwerken. De techniek show don’t speak kan hier ook bij helpen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Thibaut Santy verkregen via Unsplash

De perfecte plottwist: inzetten of niet?

‘En dan gebeurt er plotseling iets compleet anders! Dat had je niet gedacht hè?’
Wat je misschien ook niet had gedacht, is dat je voor een goede plottwist ook eerst goed moet nadenken voor je hem schrijft. Deze week kijken we of een plottwist in je verhaal past.

Wat moet een plottwist doen?

Na een plottwist gaat een verhaal een andere kant op, of wordt er een andere kant belicht van een thema of een motief van personages. Als een personage een dubbelspion blijkt te zijn, denkt de lezer wel even na over alles wat die dacht te weten over diens motieven. Waar er eerst nog werd geoordeeld, vraagt de lezer zich nu af of  die misschien wel dezelfde keuzes had gemaakt in een soortgelijke situatie. Een plottwist daagt de lezer dus uit om ergens vraagtekens bij te zetten. Bij het verhaalverloop, of over de thematiek van een verhaal.

Wat wil je zeggen met je plottwist?

De vraagtekens van een plottwist zijn een manier van de schrijver om te zeggen: “Heb je wel eens gedacht aan de mogelijkheid dat…?” Of het nu gaat om de uitvoering van de modus operandi van een moordenaar of de gedachtegang van een dubbelspion, als het antwoord bij lezers onderling een debat zou kunnen opleveren, kan je daar vaak een goede plottwist van maken. Is het waarschijnlijker dat het antwoord op de vraag: ‘hoe zou jij, lezer, in deze situatie denken of handelen?’ met één of twee zinnen beantwoord kan worden, dan is je plottwist waarschijnlijk te makkelijk om te ontcijferen, of thematisch te eenvoudig om de bijbehorende spanning achteraf te kunnen dragen.  

Niet moeilijk doen als het makkelijk kan

De plottwist wil vraagtekens zetten bij een bepaald gegeven. Maar soms zijn vraagtekens helemaal niet van meerwaarde, of niet waar het echt om gaat bij datgene waarover je schrijft. Om te bekijken of een plottwist passend is, kijk je goed naar de vraag die je plottwist moet oproepen.

Je schrijft over een vrouw die twijfelt met welke van twee goede mannen ze haar leven wil delen. De een geeft haar vooral zekerheid, de ander vooral avontuur. Als ze het hele verhaal de indruk geeft vooral avontuur te willen, dan is het geen goede plottwist om haar plotseling voor zekerheid te laten kiezen. ‘Wat zou jij kiezen, avontuur of zekerheid?’ is niet de vraag die centraal staat in het grotere geheel van het verhaal. ‘Hoe kies je voor/ in de liefde?’ past beter, omdat het meer thematisch is. Zo je wil: het is een diepere vraag en dat leent zich beter voor een plottwist.

Dan is het om het even welke van de mannen de gelukkige wordt. Het gaat immers om het om het hóe, niet om de wíe in dit liefdesverhaal. Een plottwist is hier dus niet op zijn plaats. De verkeerde vraag mist het doel en het wordt onnodig ingewikkeld om een spannende onthulling in elkaar te knutselen waarbij het gewenste verrassingseffect bovendien ook nog eens uit zal blijven.

Als  een ‘plottwist’  kan worden vervangen door een kortere  en simpele uitwerking in het plot (‘Ik ga met Rick verder, want ik wil nu eenmaal avontuur in mijn leven’), is die niet op zijn plaats.

Kijk naar de omstandigheden die een plottwist maken

De puzzelstukjes die optellen tot een plottwist moeten kloppen als een lezer in het boek gaat terugbladeren om te kijken welke hints er allemaal waren gegeven. Die hints zijn allemaal een samenloop van omstandigheden die uiteindelijk op een spannende manier samenkomen. Verandert er iets aan deze omstandigheden, dan is het geen (valse) hint meer, maar een detail in het verhaal.
  Denk bij omstandigheden aan dingen als:

  • De karaktertrekken of normen van een betrokken personage. Kun je die op meerdere manieren interpreteren? Komen die verschillende interpretaties ook allemaal aan bod? Als een personage zorgzaam is, is dat dan oprecht, of wordt het ook als een dekmantel gebruikt als het zo uitkomt?
  • Welke personages waren in de buurt toen er iets werd gestolen? Een personage was inderdaad in de buurt. Een ander personage zegt van niet, maar diegene is niet altijd even betrouwbaar.

Als je voldoende omstandigheden hebt die raadsels of vraagtekens oproepen, dan is een plottwist erg spannend.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door bruce mars verkregen via Unsplash.

Hoe schrijf je goede samenhang in een boek?

Een verhaal houdt vaart als er een samenhang in het verloop van de gebeurtenissen zit. Als je het hebt over het algemene plot, dan is actie-reactie daar een goed handvat voor. Maar soms leent een scène zich niet voor iets met een uitgesproken actie, omdat er meer subtiliteit nodig is. Of moet een bepaalde actie pas veel later in het boek een duidelijk gevolg of betekenis krijgen. Dan kan je voorwerpen en symboliek gebruiken om ervoor te zorgen dat je scènes ook op grotere schaal een samenhang houden.

Wat is het verschil tussen oorzaak en gevolg en samenhang in een boek?

Een verhaal blijft vlot lezen als de gebeurtenissen in het plot met elkaar te maken hebben. Er zijn veel schrijftechnieken die je kan inzetten om ervoor te zorgen dat het verhaal een mooi geheel krijgt. Je kan zaaien en oogsten, uitgaan van actie-reactie, verhaalthema’s uitlichten, de grootste angst van je personage als drijfveer gebruiken, het plot invullen aan de hand van het willen en nodig hebben van je held… De lijst gaat maar door. Al deze manieren kan je grofweg opdelen in oorzaak en gevolg en samenhang.

Oorzaak en gevolg heeft voorbeelden zoals je die verwacht bij dit begrip. Er gebeurt iets en het heeft een zichtbaar, concreet en onmiddelijk gevolg. Samenhang is naar verhouding abstracter en kan verschillende zaken aan elkaar verbinden, zonder dat het directe gevolgen heeft of hoeft te hebben voor het plot. Het is meer een schakel dan een gebeurtenis. Kijk eens naar de tabel voor enkele voorbeelden.

Oorzaak en gevolgSamenhang
Een huwelijksaanzoek start voorbereidingen voor een bruiloft.Een en dezelfde pen wordt door drie generaties schrijvers in een familie gebruikt.
Een schets van een personage wordt voor veel geld verkocht, en een nieuwe tekencarriére is een feit.Iemand die graag tekent, wordt door verschillende mensen aangemoedigd om ermee verder te gaan.
Iemand wil wraak nemen en het slachtoffer breekt een been door de wraakactie. Twee personages mogen elkaar niet en daardoor is de sfeer in de groep om te snijden.

De voorbeelden van de tekenaar en de groepssfeer zijn belangrijk om naar te kijken om het verschil tussen de twee categorieën goed te begrijpen. Hoewel de tekenaar vanwege de aanmoediging uiteindelijk die kostbare schets kán maken, is dat niet wat er per se gebeurt. De aanmoediging kan ook een manier zijn om het zelfvertrouwen van het personage te laten groeien, zonder dat er een doorbraak in de tekenwereld bij komt kijken. En de nare groepssfeer komt telkens weer terug, bij iedere bijeenkomst. De ene keer is er misschien een uitbarsting, de andere keer is er vrij weinig aan de hand. Maar die algemene gespannen sfeer kan er wel voor zorgen dat personages buiten de bijeenkomsten om menen geheimen te moeten bewaren. Je schrijft dan niet letterlijk op: de gespannen sfeer zorgde ervoor dat Shauwn niets vertelde aan anderen, maar met show don’t tells verspreid over meerdere scènes of hoofdstukken schrijf je wel over zijn ongemakkelijke gevoel. Er is geen directe oorzaak en gevolg die je zou kunnen aanwijzen als een plotpunt, maar het zorgt er wel voor dat er een verhaalthema kan ontstaan. Het is als een deus ex sceana op grotere schaal.

Wat gaat er fout in een boek zonder samenhang?

Samenhang is heel belangrijk in een verhaal. Als je alleen schrijft met (zichtbare) actie reactie, loop je het risico dat het verhaal gaat lezen als een opsomming van ‘en toen en toen en toen’. Een goede scène is een verhaal in het klein, maar met dat in het achterhoofd kan je in de val trappen dat die verhalen net iets te veel opzichzelf staan. Daarom zijn elementen van samenhang niet alleen handig, maar ook belangrijk om in je verhaal te verwerken.
Je kan deze samenhang zoeken in voorwerpen, of symboliek en thematiek. Zolang het maar iets is dat scènes een element geeft dat terug te vinden is in meerdere scènes.

Samenhang als een symbolische Mac Guffin

Een Mac Guffin is een voorwerp dat je personages zoeken om een hoger doel te bereiken. Vind het superdrankje en je kan de draak in een klap verslaan, zonder bang te hoeven zijn dat het misgaat. Op pad! Dit cliché is niet zo’n slimme techniek: de aandacht van het verhaal verplaatst algauw te veel naar het drankje, niet naar het doel om de draak te verslaan, of de heldenreis van de held.
Maar een MacGuffin kan als middel voor samenhang wel aardig werken. Kijk daarvoor nog eens naar het superdrankje. Wat voor superkracht krijg je er precies van? Waarom vinden personages het om hun persoonlijke redenen een aantrekkelijk idee om hun leven te wagen voor deze superkracht? Het kan macht, aanzien of rijkdom zijn. Je kan het drankje, een afbeelding ervan of het recept ervoor, of de superkracht die je ervan krijgt dan vervolgens terug laat komen in een scène. Letterlijk, thematisch of symbolisch. Waak ervoor dat je daar dan geen vele regels of complete scènes aan wijdt. Schrijf het liever zoals je dat zou doen bij een belangrijk detail dat steeds weer opduikt. Geef het tot ongeveer vijf regels een duidelijk schijnwerpermoment.

Schrijf over deze ‘Mac Guffin’ in belangrijke beats in het plot. Momenten die aan te wijzen zijn als: op dít moment gebreurt er iets waardoor het plot veranderd. Denk aan een verhaal waarin je door flashbacks leert hoe de relatie van een paar personages tot stand is gekomen. Stel dat zij vrienden zijn die elkaar schrijven en een mooie vulpen afwisselen. Die vulpen symbool staat voor de kern van hun vriendschap. Op momenten dat het thematisch, symbolisch of in een dialoog tot zijn recht komt, kan je die vulpen, of zelfs schrijfpapier, inkt, of postzegels dan het middel van samenhang maken. Laat dat even aan bod komen, zodat de lezer het opmerkt en er betekenis aan toekent in de verschillende momenten dat wordt genoemd in het verhaal. De vulpen krijgt zo nooit een ‘hoofdrol’ in een scène, maar voegt wel een mooie (symbolische) rode draad toe aan je verhaal.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door amirali mirhashemian verkregen via Unsplash.

De perfecte plottwist: aandachtspunten en valkuilen

´En dan gebeurt er plotseling iets compleet anders! Dat had je niet gedacht hè?’ Wat je misschien ook niet had gedacht, is dat er voor een goede plottwist ook eerst goed moet nadenken voor je hem schrijft. Deze week kijken we naar de algemene aandachtspunten en valkuilen van een plottwist.

Een plottwist is geen schokmiddel

De allerbelangrijkste regel van een plottwist is dat een plottwist nooit werkt als je die gebruikt als middel om de lezer te laten schrikken: ‘Dat meen je niet!’. Een plottwist dient vooral als een extra laag in je verhaal of verhaalthema. Eentje die op een onverwacht moment zijn gezicht laat zien. Als de plottwist draait om dat ene schokmoment, is dat niet alleen toondoof, je berooft de lezer daarmee ook het plezier van (achteraf) speuren naar de puzzelstukjes die een plottwist vormen.

Kijk naar je plot en je verhaalthema

Een plottwist werkt of werkt niet, maar daarvoor moet je meer doen dan alleen kijken of de lezer het ziet aankomen. De plottwist moet ook passen bij je plot en je verhaalthema, idealiter met allebei. Kijk daarvoor goed naar je plot: waar gaat het verhaal over en waar gaat dat uiteindelijk naartoe? Wat is de moraal of de climax van het verhaal?

Kijk op eenzelfde manier naar je verhaalthema. Met een verhaalthema kan je over verschillende onderwerpen vertellen en daar diverse kanten van belichten. Doe daar je voordeel mee in je plottwist. Als je iets kan ‘omdraaien’, waarom dan niet een compleet andere kant op?
Denk aan een zorgzame moeder die haar kind nóóit iets aan zou doen. De andere kant van de medaille is dat ze in haar zorgzaamheid verstikkend controlerend wordt. Zo kan je het thema ‘zorgzaamheid’ in je boek verder verdiepen. De plottwist is zo een handig middel om een extreem (ander) uiterste op een passende manier in je plot en boek te verwerken.

Past de plottwist bij je personage?

Kijk ook naar je personage zoals je naar je verhaalthema kijkt. Goed uitgewerkte personages veranderen gedurende het verhaal, maar die groei is wel afgestemd op die persoonlijke heldenreis. Ook heeft je personage bepaalde karaktertrekken en normen en waarden. Die kan je niet omwille van de plottwist uit het raam gooien. Er zijn nu eenmaal dingen die je personage nooit zou willen of kunnen doen. Maak een personage dus niet zomaar de aanstichter van een plottwist. Een goed uitgewerkt personage heeft altijd voorrang op een plottwist.

Je kan ook het stokje overdragen aan een ander personage. Dat kan de puzzel van de plottwist spannender maken. Moest de lezer dát personage ook in de gaten houden? Jazeker! Pas wel op dat je geen personage in het verhaal schrijft omdat die aanstichter van een plottwist gaat zijn. Zorg ervoor dat ook dit personage een goed uitgewerkte personagebiografie heeft.

De puzzelstukjes van een plottwist zijn door het verhaal verspreid

Het is een stuk makkelijk om een plottwist aan te zien komen als je weet dat die altijd in specifieke scènes voorkomen. Op het spreekuur van de detective of op het moment dat de plaatselijke roddeltantes de koppen bij elkaar steken, bijvoorbeeld. Verspreid je puzzelstukjes voor de plottwist door het boek heen om ze minder te laten opvallen. En maak die momenten niet zo voorspelbaar als deze bovengenoemde voorbeelden. Anders gezegd: zorg dat er geen vaste ‘setting’ is voor het moment waarop een plottwist zich voordoet.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Nachristos on Unsplash.

Hoe schrijf je over saamhorigheid in je boek?

In een boek gebeuren vaak veel dramatische dingen. Dat is nodig voor een goede spanningsboog. Maar natuurlijk moeten er ook mooie momenten worden geschreven. Liefde, doorzettingsvermogen: fijne emoties zijn een boek niet vreemd. Maar saamhorigheid is lastig om over te schrijven. Want het is fictie eigen om een nodige dosis drama en ellende aan een verhaal toe te voegen. En saamhorigheid, dat is de émotie waar iedereen het met elkaar eens is en elkaar lief vindt of steunt. Dat is dus moeilijker schrijven dan je misschien denkt. We gaan kijken hoe je dat doet.

De lastige punten van schrijven over saamhorigheid

Laten we eerst eens kijken waarom saamhorigheid van zichzelf een beetje botst met een aantal belangrijke narratieve voorwaarden voor een boek.

En nog buiten deze narratieve voorwaarden kan saamhorigheid van zichzelf zoesappig overkomen. Saamhorigheid is wat dat betreft een grappig verschijnsel. Het voélen is heerlijk, van een afstandje zien maakt dat het soms klef aanvoelt. En als je erover leest, is dat dus niet uit de eerste hand. Oppassen geblazen dus. Maar deze zelfde punten kan je omdraaien om in je voordeel te gebruiken. En dan komt saamhorigheid ook in je boek over alsof de lezer het uit de eerste hand beleeft.

Een narratieve ruzie bij saamhorigheid

Een narratieve ruzie gaat uit van het principe ”Ja en…’ en ‘nee want…’. Het is een manier waarop personages op elkaar aanhaken om de actie-reactie van een scène of een plot gaande te houden.

Als verschillende personages samen een doel willen bereiken, hebben ze alsnog hun eigen persoonlijkheid, normen en waarden en zelfs kwaliteiten. Ook al staan alle neuzen dezelfde kant op, over het precieze plan van aanpak kan er alsnog een meningsverschil ontstaan.
“Laten we een actie op touw zetten om geld in te zamelen voor Serious Request.”
“Prima, we gaan koekjes bakken!”
“Net als de rest van Den Bosch. Origininaliteit is belangrijk, anders vallen we niet op en dan halen we ook minder geld op. Kwestie van marketing,” zegt een personage dat in sales werkt.
“Maar koekjes verkopen is toegankelijker en persoonlijker dan iets groots en ludieks. Is dat minstens niet net zo belangrijk?” vraagt de meer gemoedelijke inzamelaar zich af.

Uiteindelijk hebben deze twee hetzelfde doel voor ogen, dus daar komen ze wel uit. Misschien zelfs een beetje te makkelijk voor een fatsoenlijke spanningsboog. Dus dan komt de volgende stap.

Willen en nodig hebben bij saamhorigheid

Wat deze personages willen is een hoog bedrag voor het Glazen Huis, wat ze nodig is hebben is een akkoord over de manier waarop ze dat gaan doen. Kijk eens naar je personages. Is er iets in hun persoonlijkheid, overtuigingen of geschiedenis dat verhindert dat ze het samen eens worden. Misschien speelt er zelfs wel een grote angst mee. Wie weet is het personage dat koekjes wil bakken wel doodsbang voor zichtbare optredens in het openbaar. In dit voorbeeld is er een verschil te zien tussen een introvert en een extrovert personage.

Een conflict bij saamhorigheid

Als je personages eensgezind zijn over hun doel en ook een plan van aanpak hebben, moet er nog iets gebeuren, wil je zoetsappigheid uit de weg gaan. En dat is een conflict: waar het met vallen en opstaan gaat. Wil je hier niets alsnog in de zoetsappigheidsvalkuil vallen, laat dit dan een extern conflict zijn, dus iets waar de personages onderling geen ruzie hebben, en dat ze ook niet kunnen sturen. Zorg er ook voor dat het vallen en opstaan ook echt momenten hebben waar de irriraties over en weer gaan. Het is niet alleen maar een kwestie van opnieuw proberen, er moet ook echt uitdaging op de loer liggen. Niks dus, ‘schouders eronder en doorgaan, en niet zeuren.’ Laat hier zien dat personages hun emoties niet altijd de baas zijn, niet de God van hun papieren wereld zijn en dus ook een vindingrijkheid en doorzettingsvermogen moeten kunnen tonen.

Afsluitende zinnen bij een scène van saamhorigheid

Als alles is geregeld, gedaan en afgelopen is, kom je misschien wel bij het moeilijkste gedeelte. Want schrijf je hier een wrap-up en een einde dat schreeuwt ‘en ze leefden nog lang en gelukkig’, dan doe je al je harde werk van de stappen hiervoor bijna teniet. Vooral bij het einde moet je oppassen dat je niet schrijft hoe de personages elkaar tevreden aankijken of letterlijk uitspreken hoe fantastisch alles is (verlopen). Ook sfeeromschrijvers zijn hier best riskant. Het kan een mooi slot zijn om nog een laatste ‘blik’ te werpen op de saamhorigheid van de scène te werpen’, maar die het dan gevoelsmatig nog een stapje subtieler dan je normaalgesproken zou doen.

Je kan ook kiezen voor een open einde: laat je personages dan het einddoel halen, maar wek de indruk dat ze hierna nog met elkaar nog iets anders gaan doen dat niet per se iets met het saamhorigheidsdoel te maken heeft. Dan geef je het goede doel de nodige aandacht, maar vergeet je ook niet dat er personages in het spel zijn die meer zijn en doen dan goed zijn voor de wereld. Dat zij ook nog een eigen karakter hebben, is op het laatste moment niet verkeerd om nogmaals te vermelden.

Ik schrijf deze post terwijl Serious Request 2025 nog gaande is: de teller staat momenteel op een recordtussenstand van ruim 10,1 miljoen. Ongelooflijk, wat ben ik als inwoner van Den Bosch trots! Heb jij het Glazen Huis dit jaar of andere jaren ook gevolgd? Je kan van een (soortgelijke) mooie beleving van saamhorigheid een schrijfoefening maken: schrijf een kort verhaal over het Glazen Huis en test deze tips over schrijven over saamhorigheid eens uit!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.