Manieren waarop schrijfoefeningen jouw schrijftalent aanwakkeren

Schrijfoefeningen kun je je tegenwoordig overal vinden. Er zijn websites die ze aanbieden, ze staan in tijdschriften over schrijven en er zijn websites die lezers gelegenheid geven om elkaar feedback te geven op de schrijfoefeningen. Waarom zijn schrijfoefeningen zo populair, of beter gezegd belangrijk?

Schrijfoefeningen geven creatieve inspiratie

Schrijfoefeningen zijn er in allerlei soorten en maten. Net zoals er talloze verhalen en genres zijn. Schrijfoefeningen kunnen gezinspeeld zijn op een bepaald genre of scenario.
Bijvoorbeeld: Hoe zou je detective dit mysterie oplossen? Hoe gaat deze man een baan bemachtigen?
Dat dwingt je om je comfortzone als schrijver te verlaten. Jij schrijft niet over Jan met de pet. Jouw personages zijn aliens uit een dystopische setting. Maar de schrijfoefening zorgt ervoor dat je ook na moet denken over alledaagse dingen en hoe je die interessant beschrijft. Dit kan je creatieve inspiratie geven voor de teksten die je wel schrijft.

Het doodnormale wordt boeiend

De meeste schrijfoefeningen die je op het internet vindt zijn niet de simpelste in concept. De opdracht is niet om te schrijven over een detective, verliefd stelletje of een ander onderwerp wat voor sommige schrijvers dagelijkse kost is. Dan zou het immers geen schrijfoefening meer zijn. Daarom moet je vaak over dingen schrijven die redelijk willekeurig lijken: Schrijf over een kapotte radio. Een kapotte radio? Nou en?
Er gaan toch wel eens vaker dingen kapot? En trouwens, wie heeft er tegenwoordig nog een radio? Je streamt toch via allerlei kanalen?

Als je gedwongen wordt over iets doodnormaals te schrijven, kan het niet meer normaal of saai zijn: het doel van een creatieve tekst is dat je iets (normaals) interessant(s) opschrijft. Dus dan moet je je af gaan vragen wat het verhaal achter iets heel simpels kan zijn. Verdiep je in symboliek, in de historische context.
Neem de kapotte radio. Die kan symbool staan voor gezelligheid in de huiskamer, informatieoverdracht, muziek…. Wat gebeurt er als dat wegvalt?
Bovendien is er een groot verschil tussen de ene radio en de andere. Het is geen probleem als de radio in de huiskamer kapot gaat. Je koopt dezelfde dag een nieuwe en luistert weer naar je favoriete muziek. Maar wat als een radio in de Tweede Wereldoorlog kapot ging? Dat kon het verschil zijn tussen leven en dood, vanwege de belangrijke informatieoverdracht. En die radio kon je toentertijd echt niet zomaar even vervangen.
Schrijfoefeningen dwingen je om naar doodgewone dingen te kijken en daar iets speciaals van te maken. Zodra het je lukt om van allerlei gewone dingen iets bijzonders te maken, is dat de beste creativiteitsoefening die je je maar kan wensen.
En creatief schrijven zonder creativiteit… dat houdt je niet lang vol.

Hoe zorg jij ervoor dat iets normaals interessant wordt? Maak de radio bijvoorbeeld antiek! Dat alleen al spreekt meer tot de verbeelding dan eentje waarvan er miljoenen op de wereld zijn.

Schrijfoefeningen en een andere invalshoek

Als je anders schrijft dan je normaalgesproken doet, ga je dingen vanuit een ander perspectief of invalshoek bekijken. Soms vrij letterlijk. Want hoe schrijf je als je vanuit de schrijfoefening iets moet schrijven vanuit een ander perspectief? Laat nu eens iemand anders dan je hoofdpersonage aan het woord. Wat doet dat met je verhaal? Hoe ga je schrijven als je verhaal in de tegenwoordige tijd moet worden geschreven in plaats van de verleden tijd? Als je een autobiografie in de derde persoon gaat schrijven, hoe komt je verhaal dan over? Schrijfoefeningen houden je op scherp wat betreft je eigen schrijfstijl en zo opent het deuren voor nieuwe schrijftechnieken die je je eigen kan maken. Zowel vanuit de taalkundig als de creatieve kant.

Met schrijfoefeningen leer je je personages beter kennen

Als een schrijfoefening je personages betreft, kun je een heel andere kant van ze leren kennen. Als je verhaal zich afspeelt in een klein Zeeuws dorpje – en het daar zich ook altijd blijft afspelen) kan het heel interessant zijn om via een schrijfoefening erachter te komen wat je personage zou doen als hij plotseling in de gevaarlijke rimboe terecht komt. Hoe gaat je personage om met dit soort onverwachte omstandigheden? Zo kun je erachter komen dat ze een paniekzaaier kan zijn, of juist een koele kikker is. Alles wat je via deze schrijfoefeningen te weten komt, kun je in je aantekeningenboekje opschrijven. Om later te weten dat als er een westerstorm komt, je personage al dan niet bang wordt.

Schrijfoefeningen als kettingreactie aan associaties

De volgende schrijfoefening die je tegenkomt is: schrijf over een warme deken.
Denk je al aan koude winteravonden in je knusse bed? Of vergeet je ook niet te denken aan een hartelijke geestelijke? Soms hebben woorden die op papier er hetzelfde uitzien een totaal andere betekenis. Als je dit opmerkt, kan dit een kettingreactie aan ideeën of assocaties opleveren: Welke deken kies ik? Ik doe het gewoon allebei. Mijn geestelijke deelt warme dekens uit tijdens een hongersnood. Hé, Een hongersnood… hoe komen geestelijken in zulke tijden aan hun eten? Hoe verdelen ze dat dan onder hun gemeenschap? enzovoorts.

Als je dit soort kettingreacties aan ideeën krijgt, schrijf je ze dan vooral op. Wees niet bang om even flink met je gedachten af te dwalen. Je kan ze misschien niet meteen gebruiken voor het verhaal waar je nu mee bezig bent, maar later kan je met deze associaties misschien een volgend verhaal maken. Of leer je nieuwe personages kennen die je wel in je huidige verhaal kan plaatsen.

Aan de slag met schrijfoefeningen

Zoals je kan zien hebben schrijfoefeningen meer dan genoeg voordelen om ermee aan de slag te gaan. Probeer het eens. Ik heb nog drie tips om op te letten bij het maken van schrijfoefeningen. Als je aan de slag wil gaan vindt je hier alvast wat schrijfoefeningen:


* bufferfly-effect creëren
* oefenen met fanfictie
* human the movie schrijfoefening
* sprookjes schrijven
* namen en vooroordelen
* De belofte

Nog een voordeel van schrijfoefeningen: je kan kiezen waar je zin in hebt en niets is verplicht. Echt maatwerk, zou je kunnen zeggen.

Veel plezier en succes!

Zo verlaat je personage in 5 stappen een comfortzone

Je hoofdpersonage maakt allerlei actie, drama of intriges mee. Maar die starten niet zomaar. Eerst moet hij de noodzaak voelen om iets in beweging te zetten. Dat is het moment waarop hij uit zijn comfortzone komt. Met dit stappenplan is je personage al de held van het verhaal voordat het goed en wel is begonnen. 


1. Bepaal waar je personage aan gewend is

Het woord comfortzone kan de indruk geven dat iemand het in zijn eigen persoonlijke bubbeltje prima naar zijn zin heeft, maar dat is niet altijd zo. Een gelukkig huwelijk is een comfortzone, maar in narratieve termen is in een gewelddadige relatie blijven dat ook. Je personage doet wat hij gewend is omdat een andere optie om welke reden dan ook niet speelt. Bepaal eerst wat de comfortzone van je personage is. Met andere woorden: aan welke gang van zaken is hij gewend?

2. Maak je personage bang

Mensen en daarmee personages zijn gewoontedieren en willen grofweg weten wat ze kunnen verwachten. Ongeacht hoe (on)comfortabel de comfortzone van je personage is, hij wil er het liefst in blijven, omdat hij zo de gevolgen kan overzien. Je kan je personage bang maken door iets aan de kaak te stellen dat hij kan voorkomen door uit zijn comfortzone te stappen. 

3. Bedreig je personage

Je personage zal zich tegen het onbekende en de bijbehorende angst gaan verzetten. Daarom moet je hem gaan bedreigen. Niet per se met een mes, het hoeft geen bloederige boel te worden. Je moet er alleen voor zorgen dat in de comfortzone blijven erger is voor je personage dan wanneer ze eruit stappen. Daarom moet je weten wat de waarden van je personage zijn. Als een huwelijk op de klippen dreigt te lopen, maar je personage niet in scheiding gelooft, zal het stel in relatietherapie moeten. Niet ideaal en niet prettig, maar de enige ander optie is het huwelijk laten stranden en dat wil je personage absoluut niet. Uiteindelijk moet je personage kiezen of delen zodra je hem hebt bedreigd en bang gemaakt: je blijft in je comfortzone zitten en je ergste angst wordt bewaarheid, of je komt eruit, bijt door de zure appel heen en begint aan je heldenreis. Misschien loopt het goed voor je af, misschien niet. Maar als je in je comfortzone blijft, heb je in ieder geval de garantie dat het niet fijn voor je afloopt. (Daar moet jij als schrijver voor zorgen, want zonder een (aankomend) conflict heb je geen verhaal.) 

4. Laat het ongemak van je personage zien

Je personage verlaat zijn comfortzone. Laat zien dat hij dat met gezonde tegenzin doet, blunders maakt, niet weet wat hij moet doen… Dat hij echt een heldenreis heeft met het bijbehorende vallen en opstaan, waarbij niet alles meteen lukt. Zo wordt het spannender, want je weet niet of het verlaten van de comfortzone uiteindelijk in het voordeel van het personage werkt.    

5. Laat je personage in actie komen

Nu komt je personage in de (ongemakkelijke) actie. En daarmee heb je een held van hem gemaakt. Hij laat zien dat hij bereid is om ergens de schouders onder te zetten, fouten te maken en ongeacht de uitkomst ergens voor te gaan. Vanaf nu zal je lezer gaan duimen voor een goede afloop. Je personage heeft immers bewezen geen watje te zijn dat zekerheid boven ongemak verkiest. Dat is in fictie een gedeelde eigenschap van helden, ongeacht de invulling van de heldenreis. 

Dit bericht verscheen eerder op Schrijven Online

Vijf nadelen van een Deus Ex Machina

Als er een probleem is, moet er een oplossing komen. Deus ex machina is zo’n oplossing. Hij wordt vaak gebruikt, maar is een van de meest luie schrijftechnieken die er zijn. Wat ontneem je een verhaal met een Deus ex machina?

1. Je oplossing is niet realistisch

Een Deus ex machina is een moment waarop de oplossing van een probleem uit de lucht lijkt te vallen. Soms gebeurt dat zelfs letterlijk. Wat de Deus ex machina ook is, de algemene indruk is dat God zich persoonlijk met de personages bemoeit. Als je rationeel en logisch zou nadenken, zou deze oplossing niet in je opkomen. Een bekend voorbeeld van een Deus ex machina: je personage staat met zijn rug tegen de muur gedrukt, in een hoek gedreven door een moordenaar die over een tel gaat schieten. Maar dan wordt de moordenaar plotseling door iemand anders neergeschoten. Iemand die twee tellen geleden beslist nog niet in dezelfde kamer stond. 

2. Je oplossing is cliché

Begin je al met je ogen te rollen bij het voorbeeld hierboven? Precies, Deus ex machina is een cliché. De exacte invulling van een Deus kan misschien origineel zijn, maar de uitwerking blijft hetzelfde: de oplossing komt uit de lucht vallen. En dat gegeven is al zo vaak als oplossing gebruikt dat je te maken hebt met een cliché

3. De schrijver is zichtbaar

Er wordt wel eens gezegd dat een schrijver een god is van zijn eigen geschapen wereld. Dat is ook zo: jij hebt als schrijver alles over je verhaal en het verloop ervan in de hand. Dat is niet erg, behalve als een lezer dat in de gaten krijgt. Als jij je als schrijver krachten toebedeelt die niet voor normale stervelingen zijn weggelegd, gaat de lezer dat merken: “Dit is zo vreselijk onwaarschijnlijk, dit zou nooit gebeuren. Dit is gewoon de schrijver die het plot vooruit drijft…”. Zo haal je de lezer uit het verhaal en zal hij niet meer verder willen lezen. 

4. Je held verliest zijn spierballen

Je schrijft over een topsporter die naar de Olympische Spelen gaat. Hij staat in de finale, tegenover zijn laatste tegenstander. Maar dan krijgt de tegenstander plotseling een hartaanval en overlijdt hij. Er zit nu niets anders op dan de held de Olympische titel te geven. Maar heeft hij die titel wel echt verdiend? Hij had moeten bewijzen de beste te zijn door een tegenstander te verslaan. Dat heeft hij niet kunnen doen. Kun je jezelf met recht de beste noemen als dat per toeval zo uitkomt? Natuurlijk, de held heeft echt wel iets voor elkaar gekregen: hij heeft de top van de Olympische Spelen gehaald. Maar zijn kampioenschap zou een mooier randje hebben gekregen als hij de titel eerlijk had verdiend in de wedstrijd. Met een Deus worden de prestaties van je held een stuk minder indrukwekkend.

5. Hard werk blijft onbeloond

Deus ex machina kan aanvoelen als een anticlimax, of de lezer kan zich bedrogen voelen. Hij is met de held mee gaan leven en kent hem als een goede vriend. Het is daarom veel bevredigender om te lezen hoe het harde werk van je personage vruchten afwerpt dan dat er zomaar iets lukt. Zo kan je lezer voor je personage juichen. Bedenk dat een lezer hoopt dat een personage wordt beloond voor zijn inzet, niet dat hij simpelweg een goede afloop krijgt. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Je boek uitgeven bij een uitgever

Als je je boek wil uitgeven kun je zelfstandig uitgeven of je kan bij een grote uitgever terecht. Het is allebei een aparte manier van werken, met bijbehorende voor-en nadelen.
Welke manier van uitgeven past het beste bij jou? In dit artikel: de gang van zaken bij een reguliere uitgeverij.

Traditioneel uitgeven bij een uitgeverij

Als je ervan droomt om schrijver te worden, is de kans groot dat je het proces van uitgeven voor je ziet zoals dat gaat bij een traditionele uitgeverij. Je stuurt je manuscript in dat geaccepteerd wordt en de uitgever zorgt ervoor dat je boek in de boekhandel komt te liggen. Dat is de het gedroomde pad, maar zo eenvoudig is het niet. Er komt veel meer bij kijken.

Je manuscript opsturen is op veel dingen letten en veel afwachten…

Je manuscript aanleveren bij een uitgever

Het lijkt een open deur intrappen, maar er zijn veel aspirant schrijvers die het vergeten: hun manuscript goed aanleveren bij de uitgever. Meestal heeft de uitgever de richtlijnen daarvoor wel op de website staan, maar in ieder geval moet je ervoor zorgen dat je regelafstand 1.5 aanhoudt. Zo kan een redacteur je manuscript uitprinten en tussen de regels aantekeningen maken met een pen. Meestal vraagt de uitgever ook om een synopsis mee te sturen. In het begeleidend schrijven van je mail kun je een samenvatting van een paar regels meesturen en jezelf kort voorstellen. Om teleurstelling te voorkomen, moet je eerst goed uitknobbelen of je manuscript past bij het fond van de uitgever.

Wachten op antwoord: de slush pile

Na het opsturen van je manuscript volgt de slush pile. Dat is verreweg het moeilijkste van het uitgeefproces bij een reguliere uitgever: je komt er namelijk lastig doorheen. De slush pile is het postvak in van een uitgever. En die zit altijd boordevol. Daarom moet je op twee dingen rekenen:
* Je krijgt niet altijd (persoonlijk) antwoord als je manuscript wordt afgewezen: er is simpelweg te veel aanwas om iedereen een bericht te sturen.
* Als je al antwoord krijgt, duurt dat maanden: ga uit van ongeveer een half jaar.

Dat wachten is vervelend: op een bepaald moment weet je niet of de uitgever op het punt staat contact met je op te nemen met goed nieuws, of dat je bent afgewezen. Dat is je eerste proef.

Aan de slag met de redacteur

Als je goed nieuws hebt gekregen, is het nog steeds niet zover. Je uitgever zal met je om de tafel willen gaan zitten, omdat niet alles is geschreven zoals de uitgever het graag ziet. Omdat de uitgever aan jouw boek moet gaan verdienen, kan het zijn dat bepaalde plottwists, personages andere zaken niet optimaal verkoopbaar lijken voor de uitgever. Het zou zomaar kunnen dat je nog relatief veel aan je verhaal zal moeten veranderen. Wees voorbereid op een kritische redacteur: ook al is je verhaal in principe in jouw ogen af, je zal nog een en ander moeten schrappen of herschrijven. De redacteur heeft het beste met je voor: samen met jou wil hij of zij kijken hoe je eruit kan halen wat erin zit. Maar deze fase van uitgeven gaat vooral om feedback verwerken.

Het is belangrijk dat je open staat voor feedback, maar je moet ook beseffen dat een redacteur dingen niet weet die jij wel weet. Denk aan de details uit een personagebiografie. Ken je verhaal goed. Weet wat je aan je verhaal kan veranderen zonder dat het in elkaar zakt, en ook wat je uit je verhaal kan verwijderen zonder dat het gevolgen heeft. Ken je belangrijkste oorzaken en gevolgen, wat een butterfly-effect in de hand kan werken. Deel dat eventueel samen met een redacteur, zodat jullie samen tot het beste resultaat kunnen komen.

Je kan overwegen om voordat je naar de uitgever gaat, een redacteur in te huren, zodat je weet of je kans maakt bij een uitgever, om te zien hoe je met feedback omgaat en hoe het werken met een redacteur in zijn werk gaat. Ik kan je daar ook bij helpen. Kijk eens in de verhaal en taal webshop voor mijn werkwijze en tarieven.

Schreeuw het van de (digitale) daken

Een traditionele uitgever zal de promotie van je boek op zich nemen. Je hoeft dus niet bang te zijn dat je het risico loopt om een roepende in de woestijn te worden met je gedrukte boek, dat is een risico dat je wel loopt met zelfstandig publiceren. Desondanks zal de uitgever wel van je verlangen dat je naar voren treedt met je verhaal. Als je de kans krijgt om te worden geïnterviewd, zal je die moeten pakken. En in het digitale tijdperk is het belangrijk dat je ook een online aanwezigheid hebt. Maak de mensen vast warm voor je boek. Kondig aan dat je boek wordt uitgegeven, deel de stappen van het uitgeefproces en laat vooral weten hoe goed de verkoop gaat, waar je signeersessies houdt…

Het is je gelukt om je spreekwoordelijke kindje op de wereld te zetten. Nu is het tijd om er schaamteloos mee te pronken! Wees gewaarschuwd: als je het er niet zo op hebt om de (online) publiciteit op te zoeken of moeite voor de promotie te doen, zal je dat waarschijnlijk wel te horen krijgen van je uitgever…

Je moet hard durven schreeuwen in het grote oerwoud van schrijvers en boeken 😉


Het werkt enorm in je voordeel als je veel volgers hebt op sociale media. Dan ziet de uitgever dat je een groot aantal potentiële lezers (kopers, dus) hebt zonder er al te veel voor te doen. Zodra je het goede nieuws hebt gehoord dat je bij een reguliere uitgever binnen bent, is het dus verstandig om je sociale media actiever bij te gaan houden of om ermee te starten als je dat nog niet gedaan hebt.

Als je je boek wel gedrukt wil zien, maar niet per se veel tijd en moeite in de verkoop wil steken (bijvoorbeeld omdat je het verhaal alleen aan bekenden wil laten lezen) is zelfstandig publiceren waarschijnlijk geschikter voor je.

Een tijdlijn maken voor je verhaal

Een tijdlijn maken is ontzettend belangrijk als je een verhaal gaat schrijven. In je verhaal gebeurt niet alles chronologisch en dan is het fijn als je een overzicht maakt van wanneer wat gebeurt. Zelfs als alles netjes van A naar B gaat, kan je een fijne houvast hebben aan een tijdlijn.

Waarom schrijf je een tijdlijn?

Als je een verhaal schrijft, maak je meestal een ruwe schets van gebeurtenissen. Daarin heb je de rode draad van het verhaal, maar ook nog wat andere gebeurtenissen om het verhaal wat meer inhoud te geven. In die andere kortere verhaallijnen kunnen dingen voorkomen die de rode draad beïnvloeden en daarmee invloed hebben op de tijdlijn.

Neem een huisje-boompje-beestje verhaal. Het stel wordt verliefd, gaat trouwen en krijgt een kindje. Als je deze volgorde aanhoudt in het verhaal, lijkt het in eerste instantie moeilijk om de (chronologische) draad kwijt te raken.

Voorbeeld: makkelijk de chronologische draad kwijt

Het stel trouwt in december 2018 en jij hebt bedacht dat het na de huwelijksnacht meteen raak is. Het kindje zou dus in september geboren moeten worden. Zo heb je je rode draad bepaald. Maar later in je uitwerking bedenk je dat een vriendin tegen de bruid zegt: “Zou je wel meteen beginnen met proberen zwanger te raken? Jullie hebben een superavontuurlijke en lange huwelijksreis gepland! Als het meteen raak is, zit je daar in aan de andere kant van de wereld met ochtendmisselijkheid…”
“Daar zit iets in…”
Je schuift de geboorte van het kind op en het kindje wordt niet in 2019, maar in 2020 geboren. Dat geeft al meteen een hele andere kraamtijd voor moeder, met een lockdown: moeilijkere regels voor bij de echo, minder bezoek in de kraamtijd…

Personagebiografie als houvast

Qua jaartal is 2020 een redelijk extreem voorbeeld, maar je ziet waarschijnlijk wel dat iets opschuiven een groot gevolg kan hebben. Om niet in de knoop te raken met jaartallen, leeftijd en levensloop, is het verstandig om je personagebiografie als houvast te gebruiken. Geef je personages allemaal een exacte geboortedatum, dus : dd-mm-jjjj. Niet: “ergens in de jaren tachtig”. Dan weet je bijvoorbeeld ook: Dochter is in 2000 25 jaar oud, Vader is dan 65. Als dochter dan in 2003 bevalt, is Vader net een jaartje met pensioen.
Dat is best handig om te weten. Opa zal een stuk makkelijker kunnen oppassen als hij niet aan het werk is.

Tijdlijn en het butterfly effect

Als je een tijdlijn hebt die je goed bijhoudt, voorkom je een verkeerd butterfly-effect.
Het butterfly-effect komt in elk verhaal in meer of mindere mate voor. Als je zomaar iets opschrijft betreffende de verstreken tijd of het jaartal, is het onvermijdelijk dat je vroeg of laat iets opschrijft wat in je tijdlijn niet meer klopt. Bijna alles heeft een samenhang of een oorzaak en gevolg. Zeker wat betreft de rode draad in je verhaal of belangrijke subplots, moet je er alert op zijn dat je weet waar je eventuele dingen verandert.

Als je bewijs wil hebben hoe een kleine verandering in de tijd grote gevolgen kan hebben voor de toekomst, moet je de filmklassieker ‘Back to the future‘ maar eens kijken.

Tijdlijn en de algemene geschiedenis

Als je schrijft over een ‘hoofdstuk in de geschiedenis’ dat al voorbij is, kun je daar je voordeel mee doen. De Tweede Wereldoorlog is daar een goed voorbeeld van. Je kan de geschiedenisboeken gebruiken om bepaalde historische gebeurtenissen als ijkpunt te nemen en aan de hand daarvan een personagebiografie aan te passen of zelfs te maken.

In Nederland duurde de oorlog van 1940 tot en met 1945. Dat is een tijdsbestek van vijf jaar. Kinderen en jongeren uit die tijd hebben dus een groot deel van hun leven of tijdens een belangrijk moment van hun ontwikkeling de oorlog meegemaakt. Daarin kan hun geboortejaar een belangrijk verschil uitmaken voor de invulling van het verhaal. Bijvoorbeeld:

1875: Je bent 65, in die tijd hoogbejaard. De kans is heel klein dat je het eind van de oorlog meemaakt. Wat doet dat met je mentale toestand als je je daar bewust van bent?

1925: je wordt negentien in 1944. In het heetst van de strijd wordt je opgeroepen voor het leger, waardoor je in levensgevaar kan gaan verkeren.

1927: je wordt negentien in 1946. Hoewel je slechts twee jaar jonger bent dan het personage hierboven, is de oorlog over zodra de dienstplicht zou gelden en hoef je dus niet naar het front, met alle bijkomende mogelijke gevolgen.

1933: Je bent zeven tot en met twaalf jaar als het oorlog is. Je bent inmiddels oud genoeg om de hele oorlog bewust mee te krijgen.

1944: je wordt geboren in de hongerwinter. Je herinnert je later niets van de oorlog, maar door de hongersnood kan je wel een groeiachterstand hebben gekregen. Dat kan van invloed zijn op de manier waarop je (lijf) verder ontwikkelt.

Voor het verhaalthema kan je tijdlijn dus ook van groot belang zijn. Het maakt voor je personage veel uit of hij drie of drieëntwintig jaar is in 1943. Dat is het verschil tussen ‘oorlogsgeheimen in een familie waar je hoofdpersonage later pas achter komt’ of ‘traumaverwerking’.

Tijdlijn en plottwists

Vanwege het eerder genoemde butterfly-effect is het ook belangrijk dat je weet welke gebeurtenissen een samenhangende oorzaak en gevolg hebben. Zeker bij een plottwist. Een plottwist gaat erom dat er ‘opeens’ iets anders gebeurt dan de lezer verwacht. Maar dat opeens komt wel op een bepaald/ specifiek moment. Omdat je moet weten welke puzzelstukjes je aan de lezer geeft, moet je ook weten wat je al voor informatie hebt weggeven en welke niet. Een tijdlijn kan hier ook houvast voor bieden. Een onverwachte zwangerschap met de uitgerekende datum in september betekent dat je tijdens oud en nieuw nog niets van de zwangerschap weet. Dus dan gaat de vriend van de aanstaande ouders geen nieuwjaarswensen geven: “Dat het maar een mooi jaar mag worden met het uitgebreide gezin.” Dan weet je dat je ergens in maart je personage hints kan laten geven.

3 dingen om op te letten bij het maken van schrijfoefeningen

Schrijfoefeningen. Het zijn goudmijntjes, want ze leren je beter schrijven en je kan zonder groot risico dingen uitproberen met een verhaal.  Wat moet je onthouden tijdens een schrijfoefening?


Laten we voor de duidelijkheid van dit artikel een schrijfoefening verzinnen. “Je personage strandt in het legale niemandsland van een vliegveld. Ze kan niet met een vliegtuig mee, maar zij mag ook terug door de douane. Hoe gaat zij daarmee om?” Ons personage is een verpleegster op de spoedeisende hulp.

1. Het is een oefening

Als eerste – en fijnste -: De schrijfoefening is een oefening, dus alles is geoorloofd. Alles kan, alles mag. Het is een uitwerking die je in een aantekeningenschriftje maakt, dus hij komt niet in je boek terecht, soms krijgt zelfs niemand het te lezen… Tenzij het doel van de oefening zelf is om een schrijftechniek te verbeteren, hoef je zelfs daar niet per se op te letten. (Je mag dus schrijftechnisch gezien het slechtste verhaal ooit schrijven over de gestrande verpleegster.) Dat wil niet zeggen dat je expres slechter moet gaan schrijven. Maar als je van jezelf weet dat je moeilijker tot schrijven komt omdat je je zorgen maakt om de schrijftechnieken, dan is dit het moment om die tijdelijk uit het raam te gooien. Een schrijfoefening heeft als doel dat je je creativiteit de vrije loop laat en out of the box denkt. Wees dus niet te streng voor jezelf.

2. Het biedt mogelijkheden tot ontdekking

Als je een personage in een situatie zet die ze niet gewend is, moet zij anders dan gebruikelijk gaan handelen. Welke eigenschappen van je personage weet je al en kom je nog meer te weten? 
Een verpleegster op de spoedeisende hulp moet stressbestendig zijn. Dus kan je ervan uitgaan dat ze eerst even schrikt, maar dan rustig afwacht wat er gebeurt of op kalme toon om informatie vraagt. We weten wat haar werk is, maar wat weten we over haar dagelijks leven? De vraag: ‘Hoe gaat ze met geld om?’ is voor het verhaal nog niet belangrijk geweest. Maar nu is dat wel degelijk van belang. Als ze misschien nog twee weken vastzit, hoe gaat ze de driehonderd euro die ze nog heeft dan besteden? Lukt het haar dat verstandig te doen? Stel dat het haar dat niet lukt en ze binnen twee dagen blut is. Dan is het waarschijnlijk dat langetermijndenken niet haar sterkste kant is. Dat gegeven kan later erg handig blijken.


De verpleegster krijgt in het verhaal de vraag: wil je een jaar lang een vreselijke baan gaan doen als je er onmiddellijk een flinke smak geld voor krijgt? Haar antwoord is waarschijnlijk ja. Ze kan niet met geld omgaan, dus een financiële meevaller zal aantrekkelijk klinken. En met haar kortetermijndenken? ‘Ach… het is maar een jaar. En als ik nu flink kan vangen… Wat kan mij het dan schelen dat ik over negen maanden waarschijnlijk mijn werk niet meer leuk vindt?’ 

Op deze manier ga je op ontdekkingsreis met je personages. 

3. Blijf trouw aan je verhaal

Als je nieuwe informatie over je personage te weten krijgt, zorg er dan voor dat je bij je originele verhaal blijft en je niet door je nieuwe kennis mee laat slepen. Ga niet ineens over de financiën van de verpleegster schrijven als het verhaal nog steeds over het werk op de spoedeisende hulp gaat. Gebruik de extra informatie die je ontdekt alleen als het iets aan het verhaal toevoegt. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Power fantasy: hoe uitzonderlijk mag je personage zijn?

Power fantasy is het gegeven dat elk hoofdpersonage heeft iets extra speciaals heeft. Hij is net iets iets sterker, doortastender of slimmer dan de andere personages. Dat mag, dat maakt hem de held van het verhaal. Maar je kan er ook in doorslaan. Hoe weeg je af hoe uitzonderlijk je personage mag zijn?

Wat is power fantasy?

Power fantasy is het principe dat je held iets sneller leert dan gemiddeld. Soms gaat het zo makkelijk, dat het op het randje van geloofwaardig is. Waar iemand anders een jaar zou doen om een bepaalde vaardigheid te leren, doet je held daar een halfjaar of drie maanden over. Datgene wat je held extra snel leert, komt het grote geheel van het verhaal altijd ten goede: het is niet zomaar een willekeurig gekozen vaardigheid waar de held aanleg voor heeft. Denk aan dingen als:

* Een held die later in het verhaal moet leren overleven in het wild, is uitzonderlijk goed in het hanteren van een boog en in knopen leggen.
* Een kind dat later een raketgeleerde wordt, heeft een bovengemiddelde wiskundeknobbel
* Een kantoormedewerker die wordt gedwongen later in het verhaal spionagewerk te verrichten, heeft een goed concentratievermogen en oog voor detail.
* Een kind kan toveren, maar weet niet hoe hij zijn magie onder controle moet houden, of bewust kan gebruiken. Later komt dat van pas in de toverwereld/ op een toverschool.

Is power fantasy altijd nodig in een verhaal?

Tot op zekere hoogte is power fantasy altijd nodig in een verhaal. Als je (hoofd)personage niet de nodige vaardigheden heeft om zijn conflicten aan te kunnen, zal hij ofwel zijn comfortzone niet uit kunnen komen, of is zijn centrale conflict zodanig moeilijk dat er geen evenwichtig vallen en opstaan meer is. Kijk nog maar eens in het schema van save the cat. Daar zitten pieken en dalen in. Als iets te moeilijk is voor je personages, heb je geen pieken en daarmee geen goede dynamiek voor de rest van het verhaal.

De valkuil van power fantasy

Is het je al opgevallen dat een teveel aan power fantasy een Mary Sue in de hand kan werken? Bij een Mary Sue gaat alles perfect, zonder moeite of fouten en bovendien is het hoofdpersonage niet te evenaren in alles wat hij doet. Daarom moet je heel goed opletten wat je je personage aan power fantasy toebedeelt. Als het al op het randje van het realistische is dat je personage binnen drie maanden iets nieuws leert, ga het dan zeker niet inkorten tot zelfs maar twee maanden en drieënhalve week. Maak je personage niet beter/ sneller/ slimmer… dan absoluut noodzakelijk is om hem dat extra nodige zetje voor het plot te geven.

Power fantasy is als spierballen: als ze soms opvallen, blijf je onder de indruk. Zie je ze de hele tijd, dan zijn de spieren niets speciaals meer. Of dan wordt het personage onnodig een snoever.

De truc van power fantasy

Power fantasy heeft een enigszins geniepig kenmerk: je personage is ergens goed in, terwijl het voor hem relatief weinig voorstelt. Daarbij is het ook nog eens zo dat voor de omgeving van je personage zijn (nieuwe) vaardigheid ofwel niet zo veel opvalt, of in eerste instantie niet bruikbaar lijkt.
De detective in wording heeft weinig aan zijn uitzonderlijke oog voor detail als hij in zijn kantoorbaan daar geen oog voor hoeft te hebben. En de aankomende raketgeleerde heeft dan misschien wel steeds het hoogste cijfer van de klas bij de exacte vakken, maar hé, in elke klas zit wel een bolleboos. Daar wordt je niet meteen een potentiele superheld van. En als je kan toveren, maar dat niet bewust kan sturen, heb je er maar weinig aan.

Een goede power fantasy vindt de balans tussen het ongewone gewoon laten lijken en een talent laten opvallen in een plaats waar het (in eerste instantie) niet tot zijn recht of van pas komt. Daarin zit het verschil met een Mary Sue: waar zij onmiddellijk gelauwerd wordt voor alles wat ze doet en alles wat ze aanraakt onmiddellijk in goud verandert, heeft een held met power fantasy krachten een gave die meer onder de oppervlakte lijkt te sluimeren en gedurende het verhaal tot bloei komt.

De truc van de power fantasy is dus gedeeltelijk dat je de superheld laat overkomen als een doodnormaal iemand. Bijna met een achterliggende gedachte als: iedereen heeft het in zich om tot een superheld uit te groeien. Power fantasy heeft dus een principe gemeen met het centrale conflict: als je mensen maar in een juiste positie of omstandigheden zet, heeft iedereen het in zich om interessant of indrukwekkend te zijn.

Power fantasy als begrip

De laatste tijd is power fantasy als begrip uitgegroeid tot iets negatiefs. Het wordt vaak geassocieerd met onrealistische superheldenkrachten, deus ex machina of Mary Sues. Maar het begrip power fantasy zelf is neutraal: het ligt volledig aan je uitwerking ervan of je power fantasy overdreven krachtig wordt of optimistisch genoeg om een mooi verhaal te schrijven, zonder dat het onrealistisch wordt.

Checklistje voor power fantasy

Als je power fantasy aan het schrijven bent, kun je onderstaande punten gebruiken om te controleren of je power fantasy nog realistisch genoeg is of dat je misschien toch een beetje doorslaat. Als je een punt uit de checklist herkent, is je held hoogstwaarschijnlijk een tikje te superieur aan anderen.

* Mijn personage leert zijn nieuwe vaardigheid twee keer zo snel of sneller dan anderen.
* Mijn personage is de enige die de betreffende specifieke vaardigheid heeft.
* De vaardigheid van mijn personage houdt hem onmiddellijk uit alle problemen.
* Mijn personage wordt om zijn vaardigheid bewonderd, nog voordat deze vaardigheid daadwerkelijk van nut is geweest.
* Mijn personage leert zijn nieuwe vaardigheid zonder te falen in zijn pogingen deze vaardigheid te leren beheersen.
* Het is onmiddellijk duidelijk dat de speciale vaardigheid van mijn personage later in het verhaal een belangrijke rol gaat spelen.
* De vaardigheid van mijn personage krijgt te pas en te onpas de aandacht, ook als die vaardigheid er op het moment helemaal niet toe doet.

Drie tips voor genadeloos goed schrappen

Schrijven is schrappen” is een veelgehoord mantra in de schrijverswereld. Het houdt in dat de eerste versie van je verhaal vrijwel nooit de beste is. Je moet herschrijven en delen schrappen. Maar schrappen moet je goed doen, anders blijft er niets van je verhaal over. Met deze tips schrap je talloze woorden en wordt je tekst als vanzelf makkelijker leesbaar. 


1. Kijk naar je beschrijvingen

Een van de makkelijkste manieren om een bladzijde te vullen is door te omschrijven. Veelvoudig of in detail, in beide gevallen kan het zomaar meerdere regels aan tekst opvullen. Als je schrijft over blauwe ogen in detail: ‘Hij had ogen die zo blauw waren als een lapis lazuli edelsteen. De diepdonkerblauwe kleur deed denken aan een oceaan met eindeloos veel diepte, zeedieren en avonturen. Ze waren om in weg te dromen.’ Als je dat schrapt en ‘Hij had diepblauwe ogen om in weg te dromen’ laat staan, scheelt dat vijventwintig woorden. 

Je kan ook te veel omschrijven: ‘Hij had een groene, versleten muts op, er zaten scheuren in de mouwen van zijn jas, zijn schoenen kraakten en zijn nagels waren vies.’ Dan kun slechts een aantal dingen opschrijven: ‘Hij had scheuren in zijn jas en zijn groene muts was versleten.’ Dat scheelt twaalf woorden. 
Als veel uitgebreide omschrijvingen hebt, schrap je zo makkelijk duizenden woorden op je volledige manuscript!

2. Deel niet alles wat je weet

Als je personages gaat ontwikkelen, leer je ze kennen als je beste vrienden. Daardoor kom je bijvoorbeeld te weten wat kun lievelingskostje is. In je enthousiasme wil je dat ook graag met je lezer delen. Maar soms zijn dit soort leuke feitjes eerder onnodige opvulling van papier. Het vertraagt je verhaal onnodig. Als je twijfelt of iets nuttig of interessant is, vraag je dan af: “Kan de lezer het verhaal nog volgen als hij dit niet weet?” Is het antwoord ja, kijk dan of je (een gedeelte) van de gegeven informatie kan schrappen.


3. Maak een dialoog wat minder waarheidsgetrouw

Personages praten niet zoals echte mensen dat doen. Let er voor de grap eens op hoe vaak iemand in een gesprek stopwoordjes en tussenwerpsels als ‘uhm’, ‘uhh’ of ‘nou’ in een zin zegt, ook als diegene niet aarzelt of verlegen is. In een boek geven deze woordjes al zo’n soort betekenis aan. Houd dit in gedachten en neem je dialogen nog eens goed onder de loep. Heb je je personages misschien iets te realistisch geportretteerd?

Een moeder die haar kind vraagt om boodschappen te doen zal realistisch gezien zeggen: “Schat, neem je uh, melk en kaas enne.. brood, is er nog…? Ja, maar uh doe toch.. o nee, er ligt nog in de vriezer, dus ja, uh.. nee. Melk en kaas is uh genoeg, dus tot straks, lieverd.”

In een tekst zegt diezelfde moeder met dezelfde gemoedstoestand: “Neem je brood en kaas mee, schat? O wacht even, er ligt nog brood in de vriezer. Melk en kaas is genoeg. Tot straks, lieverd!” Voilà, dat scheelt veertien woorden en je zin is beter leesbaar.

Dit voorbeeld is extreem, maar het idee blijft hetzelfde. Zijn je personages misschien langdradig in hun woordkeuze, of herhalen ze elkaar om te bevestigen dat ze naar elkaar luisteren? Soms is een ‘realistische’ dialoog te realistisch voor een boek. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Comfortzone: de tegenstander van het conflict

De comfortzone: datgene waar je personage in zit en soms ook het liefst blijft zitten. Maar voor een verhaal is het nodig dat je je personage er uit probeert te lokken. Hoe en waarom doe je dat?

Wat is een comfortzone?

Een comfortzone roept waarschijnlijk een beeld op van iemand die lekker ontspannen in een luie stoel zit, met een lekker kopje koffie en een koekje. In de context van verhalen kun je het beter zien als: datgene waar je personage aan gewend is en niet wil (of zomaar kan) veranderen.

Waarom moet je personage zijn comfortzone uit?

Een comfortzone is dus iets dat onveranderlijk is, of zo blijft, tenzij er iets in gang wordt gezet. Als je een situatie hebt die niet verandert, heb je geen verhaal. Kijk maar eens naar deze voorbeelden:
* Als iemand verliefd is, maar nooit daarvoor uitkomt heb je geen verhaal van een romance of een blauwtje
* Als iemand zijn werk vreselijk doet, maar daarvoor niet op zijn kop krijgt, wordt diegene nooit ontslagen. Of worden de wanpraktijken van de slechte bedrijfsvoering nooit ontdekt. Zo kun je nooit lezen over een verhaal dat gaat over een publiekelijk schandaal.
* Als iemand nooit een onverwachte tegenvaller krijgt, kan hij elke avond blijven bankhangen. Een verhaal over iemand die alleen maar op de bank hangt, is niet bijster interessant.

Hoe haal je je personage uit de comfortzone?

Simpel gezegd, maar wat lastiger gedaan: je moet hem bang maken en bedreigen.
Die bedreiging moet ervoor zorgen dat je personage het gevoel krijgt dat hij niet anders kan dan de comfortzone verlaten. Maar pas op: Je moet die bedreiging heel goed afwegen. Als je hem bedreigd met iets dat tè moeilijk of angstaanjagend is, zal hij in paniek raken en tot geen actie meer in staat zijn. Stel dat je tegen een bijstandsmoeder zegt dat ze binnen een week tienduizend euro moet verdienen, omdat ze anders uit haar huis wordt gezet. Dat zeg je in de hoop dat ze meer doet om een baan te vinden. Ze zal wel willen, maar als ze dat geld had, zat ze sowieso niet in de bijstand. Hoe gaat ze dat in hemelsnaam doen? Dit zal haar uit angst eerder laten bevriezen dan in de actie brengen.
Maar bedreig je je personage met iets dat hij niet dringend genoeg vindt of wat iemand anders voor hem op kan lossen (zoals bijvoorbeeld een magic pixie dream girl) heb je nog steeds geen centraal conflict, en daarmee ook geen verhaal. Dreigen met het idee dat je drie werknemers zal moeten ontslaan, zal niet helpen bij iemand die wereldwijd 100.000 mensen in dienst heeft: daar gaat het bedrijf niet van omvallen.

Wie of wat bedreigt je personage?

In de voorbeelden hierboven waren het altijd andere personages die de bedreigden, maar het kunnen ook omstandigheden zijn. Dan hoeft het niet eens zo te lijken alsof er iemand erop uit is je personage bang te maken. Je schrijft over een conservatief stel. De man wordt ziek, dus dat dwingt de vrouw om te gaan werken, terwijl zij en/of haar man zich daar eigenlijk niet op hun gemak bij voelen. Je hoeft je personage dus niet als crimineel te behandelen. Je moet er alleen voor zorgen dat er verandering in een situatie komt die anders zoals gewoonlijk door zou gaan.

De wereld van een personage moet tegenslag kennen

Zoals het vorige voorbeeld al laat zien, is een comfortzone niet altijd uitgesproken fijn of luxueus. Gelukkig getrouwd zijn is natuurlijk prettig, maar staat niet gelijk aan een jaarsalaris van ongekende hoogte, materiële luxe of uitzonderlijke macht.
Laten we nog een stapje verder gaan. Iemand die al jarenlang verslaafd is, zit met die verslaving óók in een comfortzone. Het is absoluut niet fijn om verslaafd te zijn, misschien wel het vervelendste wat er is. Maar als je gewend bent aan het verslaafd zijn en alle effecten die daarbij komen kijken, dan wordt dat je comfortzone, hoe vreselijk ook. In het echte leven mag je zoveel medelijden hebben met iemand die het slecht heeft als je wilt. Als schrijver moet je wat harder zijn naar je personage. Je kan ze niet van alle rampspoed en tegenslagen behoeden: verhalen gaan over tegenslagen die overwonnen worden, hoe mensen omgaan met veranderingen en hoe ze daar al dan niet bovenop komen. Je kan en mag ze niet aldoor met zachte handschoentjes aanpakken. Doe je dat wel, dan is het onvermijdelijk dat je een personage schrijft met een handvol Mary Sue kenmerken.

De comfortzone in een vrolijk verhaal

Wat doe je als je een verhaal wil schrijven dat niet meteen faillissementen, ziektes, verslavingen of andere ellende bevat? Moet je dat dan gaan toevoegen? Geen zorgen, een personage uit de comfortzone halen kan soms ook relatief makkelijk worden opgelost. Neem een gezellige scène waarin een aanstaande bruid met een groepje vriendinnen trouwjurken gaat passen. Dan zou het wel erg buiten proporties zijn om ineens met een auto-ongeluk van een bruidsmeisje te komen om een conflict te veroorzaken of het bruidje uit een comfortzone te dwingen. Verpest haar mooie dag alsjeblieft niet…

Hou die dag mooi!

Stel dat je vanuit de personagebiografie weet dat deze vrouw zich wat bezwaard voelt vanwege haar figuur. Ze had zich voorgenomen om hoe dan ook geen bruidsjurk af te wijzen omdat ze zich daar te dik in voelt, als hij gewoon past. Dan staat ze voor een spiegel met een jurk die wel eens de jurk zou kunnen zijn. Maar ondanks dat de jurk gewoon past, voelt hij niet sexy genoeg, omdat de aankomende bruid in de spiegel nog steeds een net iets te zware vrouw ziet. Dan moet ze haar verlies erkennen, hoe mooi de jurk is. Dat is even uit de comfortzone: je wil geen belofte breken aan jezelf. Maar het grotere doel (sexy voelen in een trouwjurk) zorgt er wel voor dat ze die ene jurk laat hangen. Reken maar dat ze alsnog een mooie jurk vindt en dat met een drankje gaat vieren, samen met haar vriendinnen!

Drie tips voor een tranentrekker: schrijf een tekst die ráákt

Als je een dramatisch verhaal schrijft, is “Ik moest er gewoon van huilen!” misschien wel het mooiste compliment dat je kan ontvangen. Dat kan jij ook voor elkaar krijgen. Let daarbij op de volgende dingen.

1 Doe een beroep op de empathie van de lezer

Als je een lezer wil laten huilen, moet je hem natuurlijk eerst verdrietig maken. Het is makkelijk om dan met het meest verdrietige voorbeeld te komen dat je kan bedenken. Een kind met kanker, bijvoorbeeld. Maar hoewel niemand graag een kind ziet lijden, hoef je het niet meteen over iets heel heftigs te schrijven. Je hoeft er alleen voor te zorgen dat je lezer iets voelt dat hij ongeveer heeft meegemaakt. Dat ‘ongeveer’ kun je heel breed opvatten. Een lezer hoeft geen kind met kanker hebben gekend om dit triest te vinden. Ongetwijfeld heeft je lezer een andere geliefde ooit ziek zien worden, of verloren, al dan niet aan kanker.  Dan kun je een beroep doen op het verdriet dat je lezer toentertijd heeft gevoeld. Op die manier kan je empathie bij de lezer opwekken. Iedereen kan empathie voelen voor iets ergs of vervelends. Niet alleen voor extreem dramatische gebeurtenissen.

2 Zorg dat je lezer de personages kent

Het wordt echter wel lastiger om empathie te voelen als de personages in je verhaal aanvoelen als vreemden. Natuurlijk: je gunt het niemand om ellende of pijn te voelen. Maar je kan ook niet verwachten dat een lezer in tranen is als een vreemde iets vervelends meemaakt. Zorg er daarom voor dat de lezer je personages net zo goed kent als zijn eigen vrienden. Als je dan met een verdrietig moment komt, dan zullen de tranen waarschijnlijk wel komen.

3 Denk niet te makkelijk over gedeelde omstandigheden

Als je in je verhaal over iets schrijft dat veel mensen hebben meegemaakt, reken jezelf dan niet te snel rijk. Schrijf je over een scheiding? Denk dan niet dat als vanzelf iedereen die ooit gescheiden is, geraakt is door je tekst. Mocht je schrijven vanuit je eigen ervaringen, dan ga je misschien uit van het idee dat er veel gehuild werd toen het besluit tot scheiden definitief werd uitgesproken. Daar is op zichzelf niets mis mee. Veel mensen zullen het zelf ook zo hebben ervaren. Maar houd er ook rekening mee dat er ook mensen kunnen zijn die de uiteindelijke beslissing als opluchting hebben ervaren. Na eindeloze, weinig vruchtbare relatietherapie, werd de knoop dan eindelijk doorgehakt. Die mensen zullen zich kunnen verplaatsen in een scheiding, maar niet in dat hele specifieke verdriet. 

Het is beter om ervan uit te gaan dat je lezer meeleeft vanwege de emoties, niet vanwege de omstandigheden, zoals je al kon zien in de eerste tip.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online