De waarheid van je personage

Als je over personages schrijft, is het onvermijdelijk dat je op een bepaald moment iets moet schrijven wat in jouw beleving niet klopt, maar wel in die van je personage. Het is dan belangrijk om dat onderscheid te kunnen maken. Waarom is dat en wat levert dat op voor je verhaal?

Kijk naar de wereld

Als schrijver moet je goed kunnen observeren. Daarom kan je niet zonder een opschrijfboekje. Maar je moet niet alleen goed letten op verschillen in landschappen en kledij van mensen. Het is voor een schrijver ook essentieel om op te merken en ook te erkennen dat mensen een verschillende kijk op de wereld hebben.

Stelling Gaat op voor Gaat niet op voor
Ik moet hard werken om eten op de tafel te krijgen een alleenstaande vader met een laag inkomen en vier kindereneen miljonair
ik voel me prettig in mijn lijfeen topsporter die het heerlijk vindt om te traineneen anorexiapatiënt
Mijn land is veiligNederlandersmensen uit Jemen
Frietjes zijn een traktatiede gemiddelde kleuter iemand die geen friet lust

Kijk eerst altijd wat onomstotelijk waar is, voordat je jouw mening of die van je personage gaat vaststellen en/of uitschrijven. Van biefstuk naar gehakt moeten overgaan is geen voedselonzekerheid. Dit klinkt misschien als een open deur, maar je zal ervan schrikken hoe vaak een overtuiging al bepaalde feiten kan verkleuren.

De overtuiging van je personage

Onze miljonair heeft met het artikel meegelezen en is op zijn teentjes getrapt: ”Ik voel me ontzettend onzeker en gestresst als ik niet weet of ik de biefstuk kan eten die ik gewend ben te eten. Nu moet ik ineens overstappen op simpel gehakt!”
Dan mag je met je ogen rollen en denken dat dit verwende nest zijn mond moet houden. Desondanks moet je als schrijver erkennen dat dit voor de beleving van de miljonair wel de zuivere waarheid is. Dan kan hij objectief iets fout definiëren of zich volgens veel andere mensen aanstellen, voor hem is deze zorg echt echt en oprecht. Als hij gewend is om biefstuk te eten en gehakt ziet als voedsel voor de mislukte armoedzaaier, is het niet gek dat gehakt eten hem onzeker maakt. Dat staat voor hem gelijk aan een mislukt leven leiden.

Op deze manier moet je de overtuigingen van je personages als een soort heilige waarheid aannemen. Een waarheid die door anderen geaccepteerd, betwist of bekritiseerd mag worden, maar toch waar is. Je zou het filosofisch kunnen maken: ”Je personage mag dan misschien niet altijd de zuivere waarheid spreken, hij liegt in ieder geval nooit tegen zichzelf.” Dat laatste woord is het toverwoord. Je personage heeft een bepaalde bril waardoor hij de wereld inkijkt en die kan hij niet zomaar afzetten.

Belang van persoonlijke waarheid

Als je je personages waarheid in het midden laat, wordt het daardoor ongrijpbaar en je verhaal ook.
Neem het eenvoudige voorbeeld van de friet nog eens. Als je personage friet lekker vindt, maar ook constant dingen zegt als: “Maar ik kan ook begrijpen dat mensen het niet zo lekker vinden, hoor! Het is vet en zonder een sausje is het ook maar een beetje saai van smaak,” dan is je hoofdpersoon niet meer veel waard in een epos getiteld: De frietfan.
Dit voorbeeld ligt er duimendik bovenop, maar de essentie is hetzelfde als het gaat over de archetype rol die een personage heeft. En zijn meningen, overtuigingen en zienswijzen zijn daar ook onderdeel van. Die moet je dus ook min of meer constant houden voor een goed verhaalverloop.

Frietjes. Je personage kan ervan vinden wat hij wil, maar…. Niks maar. Als jouw personage frietjes (niet) lekker vindt, dan is dat gewoon zo.

Waarheid onderzoeken is een oorzaak vinden

Het wordt het meestal pas lastig om goed over een persoonlijke waarheid te schrijven op het moment dat die tegen jouw persoonlijke morele kompas indruist of als die verschrikkelijk is. Denk aan:
* een moeder mishandelt haar kinderen;
* iemand drinkt stevig door tijdens een familiebijeenkomst;
* je personage stemt op een politieke partij waarvan jij de ideeën ronduit eng vindt.

Als je personage een nazi is, zal je dat personage het liefst eendimensionaal laten om zijn gedachtegang maar niet goed te keuren en liever nog meteen uit je verhaal schrijven. Zo simpel werkt het niet, maar gelukkig is er een pluspunt: je hoeft niets goed te keuren. Je moet alleen snappen waarom je personage idiote of enge dingen doet. Een nazi is daar een goed voorbeeld van. Die is duidelijk geïndoctrineerd door propaganda. Als je uitzoekt hoe propaganda werkt en uiteindelijk ook inwerkt op je personage, dan heb je de oorzaak, is het duidelijk wat de (hetzij verknipte) waarheid van je personage is en is je personage niet eendimensionaal meer. Dan zeg jij (direct of indirect) als schrijver echt niet zomaar dat jij het oké vindt wat de nazi’s allemaal deden (tenzij je de rest van je verhaal erg slecht uitwerkt, maar dat is een ander verhaal).
Als je wil oefenen met dit idee, kijk dan eens naar mijn schrijfoefening de schijnheilige engel.

Niet alle oorzaken van verschrikkelijke waarheden zijn zo heftig als indoctrinatie. Denk ook aan bijvoorbeeld financiële problemen, een gebrek aan opvoeding of mentale problemen of stoornissen. Wat het ook is, zorg ervoor dat je de oorzaak vind en goed naar voren laat komen om je personage geloofwaardig te houden.
Vergeet ook niet dat je medepersonages in kan zetten om het nodige tegengas te geven als een persoonlijke waarheid van een personage erg ver gaat. Dan neutraliseer je de toon van je verhaal ook wat meer.

Wat als je personage getraumatiseerd is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage getraumatiseerd is?

Als je personage getraumatiseerd is, moet je heel goed weten hoe je personage in elkaar steekt en waar je met je verhaal naartoe wil. Een trauma is iets heel complex en serieus. Als je dat afraffelt, wordt het lastig, zo niet onmogelijk om het verhaal nog serieus te nemen. Je hoeft je personage niet naar een psycholoog te laten gaan (al kan een echte psycholoog je wel goed over trauma’s informeren) maar neem dit echter wel mee:

Niet alleen

Een bekend credo in schrijversland: laat je held zijn eigen heldenreis beleven. Andere personages mogen zijn problemen niet voor hem oplossen. In het geval van een trauma moet je die regel wat meer loslaten. Een trauma verlamt en zaait ernstige angst bij een personage. Zodanig veel dat het verhaal niet verder kan gaan zonder hulp van buitenaf. Een schop onder het achterste is niet voldoende om je getraumatiseerde personage iets te laten doen wat hem zoveel angst inboezemt. Daar is een trauma simpelweg te heftig voor. Geef je personage dus een beste vriend die bepaalde dingen over kan nemen.  

Schrik of trauma?

Een trauma is iets heel anders dan ergens schrik van hebben: het is vele malen heftiger. Als je personage ergens schrik van heeft, kan hij dat makkelijk(er) naast zich neerleggen. Bij een trauma wordt je personage door zijn trauma (nog steeds) verlamd of raakt hij in totale paniek. Dan weet hij niet meer wat hij doet of wat hij moet doen om kalm te blijven. 

Dat betekent dat je personage in de heldenreis vastloopt of heel vaak valt. Niet de traditionele twee keer, maar misschien wel vijf of tien keer. Als je personage na twee keer vallen alweer verder kan, is er geen sprake van een trauma, maar van (wat heftigere) schrik. 
Dat maakt het schrijven over een personage met een trauma zo lastig. Om een verhaal interessant te houden mag je niet in herhaling vallen, maar dat is wel wat een trauma doet. Door verlamming of extreme angst maakt je personage steeds opnieuw soortgelijke ‘fouten’. 

Verduidelijk de oorzaak van het trauma

Een trauma is erg heftig, maar houdt een personage niet dag en nacht bezig. Er is altijd een katalysator die het trauma doet oplaaien. Zorg dat die aanleiding duidelijk is en ook dat het een trauma en geen schrik betreft. Als je niet laat merken dat het om trauma gaat, zal je lezer je personage nooit voldoende begrijpen om echt met hem mee te kunnen leven. 

Je personage is ooit bijna levend verbrand. Als hij ook maar een lucifer ziet branden, komt het trauma naar boven. Als je nooit schrijft dat je personage getraumatiseerd is door vuur, zal de lezer denken dat hij een watje is dat doordraait bij het zien van vuur. Je hoeft niet meteen te verklappen dat het om een trauma gaat, maar laat in ieder geval wel tekenen van trauma zien, zoals volledige verlamming of totale paniek. Op een schaal van een tot tien moet je niet lager gaan dan een acht. Zo voorkom je dat trauma en schrik met elkaar worden verward. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Schrijfregels negeren: wanneer en waarom?

Als je een verhaal schrijft kan je talloze kanten op. Van horror tot romantische verhalen en alles daartussenin. Welk genre, verhaalthema of inhoudelijke invulling je ook aan een verhaal geeft, ieder verhaal moet aan bepaalde randwaarden voldoen. Dat maakt het schrijven van een verhaal soms erg lastig. Als je in je hoofd alleen maar af aan het vinken bent of je verhaal aan eisen voldoet, kom je volledig vast te zitten. Daarom moet je schrijfregels soms helemaal laten voor wat ze zijn.

Ken de schrijfregels

Ik schreef al eerder over welke regels handig zijn om te kennen, waarom en hoe een redacteur vervolgens naar jouw manuscript kan kijken. Het is hoe dan ook verstandig om de basisregels van het schrijven te kennen. Al is het maar om te begrijpen wat je precies doet. Als je dan beseft dat je ergens vastloopt, kan je gericht kijken naar wat je moet behouden of juist los moet laten om verder te kunnen schrijven. Zomaar iets doen is nooit echt verstandig.

De schrijfregels loslaten

Je moet schrijfregels los durven laten zodra je ergens (steevast) tegenaan botst. Dat is namelijk een teken dat jouw idee niet past in de traditionele manier van vertellen en het een andere aanpak nodig heeft. Neem het eenvoudige, maar duidelijke voorbeeld van een sprookje. Dat loopt volgens een zeer vast stramien of heeft zeer kenmerkende elementen, waaronder:
* een centraal conflict waarin de derde poging slaagt;
* een fantastisch element;
* een moraal.

Ik besluit dat mijn sprookje gaat over een beer die moet leren jagen, maar door de andere beren wordt uitgelachen omdat hem dat niet lukt. Beer probeert een zelfbedachte jaagtactiek uit, maar die mislukt. Hij wordt door iedereen uitgelachen en kruipt daardoor in zijn schulp. Maar dan komt zijn vriend Wolf hem oppeppen en probeert Beer het nog eens. Nu kan hij wel als de beste jagen.

Uiteindelijk wordt Beer alsnog stoer 🙂

Volgens de traditionele schrijfregels is dit geen sterk verhaal/ sprookje, want die stellen dat Beer twee keer zou moeten falen voordat hij uiteindelijk een goede jager wordt. Maar als ik ervoor zorg dat Wolf niet alleen Beer kan motiveren, maar de lezer ook kan inspireren met een heel interessante levenswijze of filosofie, dan leest de tekst nog steeds fijn. Beer moet nog steeds zijn comfortzone verlaten en er is nog steeds een moraal over. Een bepaald standaardelement mist dus wel, maar als je op andere fronten goed en doordacht blijft schrijven, compenseert dat meestal wel.

Waarom zou je schrijfregels overtreden?

Soms breek je met de schrijfregels omdat je met je verhaal vastloopt. Maar je kan de regels ook aan je laars lappen omdat die jouw verhaal niet dienen en/of omdat je een uniek verhaal wil schrijven. Denk aan het verschil tussen clichés en tropes. Tropes zijn bouwstenen voor een verhaal, en worden cliché op het moment dat die zo vaak gebruikt worden dat ze de lezer uit het verhaal halen omdat ze zo algemeen bekend zijn.
Een verhaalthema of genre kan zich ook in een grijs gebied daartussen bevinden. Neem de verboden liefde. Die is zo cliché als wat, maar als je goed of origineel kan schrijven, kan je de trope zodanig invullen dat die niet storend is, of nog wel een verrassend randje heeft. Dat maakt het geen cliché meer (het is niet meer storend), maar ergens weet of verwacht de lezer nog steeds dat het stel met elkaar eindigt, of dat dat niet lukt met als gevolg dat de personages de rest van hun leven miserabel zijn omdat er toch een stokje voor de relatie werd gestoken. Dat is een ongeschreven regel: een verboden liefde heeft een gelukkig of een somber einde.

Maar nu zeg jij: ik laat die liefde volledig opbloeien, tot een moment waarop de personages beseffen dat de kloof gewoon te groot is. Ze trouwen uiteindelijk met iemand anders, zijn gelukkig in dat huwelijk, maar hun oude vlam blijft wel voor de rest van hun leven hun beste vriend(in). In welk romantisch zwijmelverhaal blijft de ex de beste vriend en werkt dat ook nog eens voor alle zes betrokkenen? Nou, in het jouwe dus. Breek lekker met de regel van hoe dit verhaal moet verlopen!
Als je niet met (ongeschreven) schrijfregels durft te breken, laat je je soms onnodig veel beperken. Daardoor kan je pareltjes van verhaalideeën negeren of je unieke schrijversstem ongehoord laten.

Laat je niet te snel het zwijgen opleggen door schrijfregels.

Welke schrijfregel moet je breken?

Er is geen vuistregel die zegt welke schrijfregel je wanneer moet breken voor een bepaald effect. Er is echter wel een aantal afwegingen die je helpen bepalen met welke regel je moet breken of wat je kan meenemen in je beslissing. Bijvoorbeeld:

  • * Wie is mijn doelgroep?
  • Als je schrijft voor een doorgewinterd leespubliek dat al eindeloos veel boeken heeft gelezen, kan je makkelijker bepaalde ongeschreven regels of verwachtingen doorbreken, om de lezer op scherp te houden. Schrijf je voor nieuwkomers binnen een genre, dan is wat meer houvast aan de thematische structuur geboden.
  • * Wat is mijn doel?
    Als je een lezer uit wil dagen, kun je met het breken van schrijfregels je lezer geïnteresseerd houden. Als je slechts wil vermaken, kunnen schrijfregels de houvast bieden die een verhaal lekker weg laten lezen. Of laat ze juist los: schrijf je een kort verhaal of gedicht als aardigheidje, laat je dan vooral leiden door je creativiteit. Wil je oefenen met schrijftechnieken, hou je er dan vooral aan.
  • * Wat is mijn boodschap?
    Boodschap en context vaak gaan hand in hand. Je kan tieners beter geen bouquetroman geven als je ze wil leren dat seks fijn is. Ja, daarin is de seks fantastisch, maar ook onrealistisch en het schept verkeerde verwachtingen. Breek dan vooral met de ongeschreven regels van romantische verhalen als je een realistisch beeld wil schetsen.
  • * Hoe kan ik mijn creativiteit kwijt?
    Deze vraag kan jij alleen beantwoorden. Kijk zelf goed naar wat je wil uitproberen wat betreft schrijfregels en je merkt vanzelf welke je aan moet houden of juist los moet laten.

Wat als je personage anders is dan jij?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: Wat als je personage anders is dan jij?

Het is verleidelijk om slechts own voice te schrijven: het verhaal blijft dan realistisch. Maar vroeg of laat moet je schrijven over iemand die anders is dan jij. Wat doe je dan?


Wat is own voice?

Own voice is niet veel meer dan het bekende credo: schrijf wat je kent. Alleen gaat het principe net iets verder en zegt het eigenlijk: schrijf wat je bént. Daar kan je immers een duidelijk beeld van schetsen, omdat jij het zelf hebt meegemaakt of bent. Schrijf over het plattelandsleven als je op een boerderij bent opgegroeid: niemand hoeft jou nog te vertellen hoe je vee moet verzorgen. Maar own voice stelt óók: als plattelandsbewoner mag je niet over het stadsleven schrijven. Dat heb je alleen maar van horen zeggen, dus dan kan je het nooit realistisch (genoeg) portretteren in een boek.


Schrijven over iemand anders

Own voice is in de kern niet verkeerd. Het is inderdaad zo dat je beter en makkelijker schrijft over iets dat dichter bij je staat. Maar het is onvermijdelijk dat je vroeg of laat schrijft over iets of iemand dat je niet begrijpt of bent. Dat verschil kan van alles zijn: ras, geaardheid, leeftijd, beroepskeuze, politieke overtuiging…
Een tegenstander is onmisbaar voor je verhaal en die verschilt altijd van je held. Een tegenstander is niet altijd slecht. Het is wel slecht om te doen alsof die verschillen er niet zijn, want dan krijgt je een pot nat aan oppervlakkige personages. 


Praat met en niet over anderen

Als je gaat schrijven, ga je onderzoek doen. Daarmee kom je meestal al een heel eind. Stel dat je als huismus over een wereldreiziger schrijft. Dan helpt het al om op te zoeken hoe een globetrotter zich op het avontuur voorbereidt. Maar met alleen een lijstje met: “Ik ga op reis en ik neem mee…” en video’s van een reisvlogger bingewatchen ben je er nog niet. Dan heb je nog steeds slechts een eenzijdig en oppervlakkig beeld. Probeer iemand te vinden die je kan vertellen hoe het is om daadwerkelijk anders te zijn of te doen dan jij en daarmee in gesprek te gaan. Praat dus niet over, maar mét iemand. Uiteindelijk kan dat het verschil maken tussen: “Mijn personage is net echt, want dat zegt het internet,” en “Mijn personage is net echt, want iemand die op hem lijkt, zegt dat dit waarheidsgetrouw is.”


Vind een gemene deler

Hoe verschillend mensen ook zijn, in de kern delen we vaak grofweg eenzelfde verlangen of emoties in vergelijkbare situaties. Gebruik dat als je over iets onbekends schrijft. 
Jij weet misschien niet hoe het is om uit de kast te komen, maar als vervend sporter die professioneel wilde gaan spelen, herinner je je nog bang je was om te vertellen dat je van sporten je carrière wilde maken. Sporten is je lust en je leven, maar je was bang om uitgelachen te worden om iets wat onlosmakelijk met jouw identiteit verbonden is. Het zijn totaal verschillende redenen, maar de kern is hetzelfde: de angst om niet geaccepteerd te worden om wat je bent. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Een gemene deler als stevige verhaalbasis

Er zijn verhalen die zo absurd zijn in hun plot of in hun personages dat ze alleen in hun opzet al gedoemd lijken om te falen. En toch werken ze soms nog steeds en leveren ze juist fantastisch vermaak op. Hoe kan dat en wat is de basis waar het verhaal stevig van blijft?

Gemene deler van de personages

Je kan allerlei kanten op met je plot of je centraal conflict: laat olifanten rondvliegen, een oude dame karatekampioen zijn… Iedereen weet dat verhalen in de meeste gevallen fictief zijn. Als vanzelf krijg je ook een bepaalde artistieke vrijheid mee: ‘ Ach, het is maar een boek. ‘ Dat gebeurt alleen in een film.’ Bij fantasyverhalen moet je worldbuilding goed op orde zijn, maar voor elk (ander) verhaal waarin gekke dingen gebeuren is het belangrijk om je personages een gemene deler te geven. Dat geeft de lezer een houvast. En het fijne is: meestal is die voor de gemiddelde lezer onzichtbaar. Je hoeft dus niet moeilijk te gaan doen met symboliek.

De onzichtbare houvast van een verhaal

De onzichtbare houvast is een combinatie van het verhaalthema en het willen en nodig hebben van je personages. De basis van je verhaal wordt enorm versterkt als je personages allemaal binnen eenzelfde thema iets willen, maar elk een andere manier vorm geven aan die zoektocht, of spreekwoordelijk op een ander punt in diezelfde zoektocht zitten. Stel dat het verhaalthema moed is. Dan zou je de volgende personages kunnen schrijven:
* Degene die zegt nergens bang voor te zijn, terwijl hij later met een grote angst wordt geconfronteerd;
* Het kind dat nog moet leren wat moed betekent en dat nog alleen aan superhelden kan koppelen;
* Iemand die voor een zeer moeilijke keuze staat en de moed moet opbrengen om de knoop door te hakken, ook al weet hij dat de beste beslissing niet de makkelijkste is en anderen hem niet zullen begrijpen.

Moed is niet alleen maar extreme dingen durven.

Personage 1 heeft een verkeerd beeld van moed, (moed betekent niet dat je geen angsten hebt: iedereen heeft angsten en het vergt moed om dat onder ogen te zien) personage 2 moet zijn beeld ervan nog vormen, en personage 3 weet wat moed is, maar moet het nog in de praktijk brengen.
Zo op het eerste gezicht is dat misschien overduidelijk, maar verwerf dat in een plot en het is al een stuk subtieler:

Vader is directeur van een miljardenbedrijf en zo machtig dat hij denkt dat hij een soort god is en hem niets meer kan overkomen. Hij koopt mensen wel om, regelt wel een dealtje… Hij hoeft nergens meer bang voor te zijn. Zijn oudste zoon van twintig moet later het bedrijf overnemen. Zijn jongste zoon is acht, dol op Spiderman en ziet papa als superheld. Maar de oudste zoon wil het bedrijf helemaal niet overnemen. Hij besluit het uiteindelijk aan vader te vertellen, die daardoor woedend op hem wordt. Die woede is een masker om niet te laten zien dat hij bang is wat er met de familienaam en het bedrijf kan gebeuren.

Als je de gemene deler van de personages, hun willen en nodig hebben en het verhaalthema in het achterhoofd blijft houden en die bij elkaar houdt, dan kan je een verhaal zo absurd maken als je wil.

Little miss sunshine

Little miss sunshine is een perfect voorbeeld van een film die van absurde en extreme situaties aan elkaar hangt, zonder dat hij zijn eigen draad kwijtraakt of overdreven wordt.

Olive is een mollig en muizig meisje. Ze doet mee aan Little miss sunshine, een schoonheidswedstrijd voor meisjes van zeven. Olive lijkt in de verste verte niet op haar concurrenten, hieronder op de foto.

Beeld uit de film. (Ik weet het… Ieuw!) Bron: shemazing.net.

De reis naar de wedstrijd is het plot van de film. Er gaat tijdens die reis van alles en nog wat mis. En sowieso is Olives familie ook niet de meest normale: haar vader is geobsedeerd met zijn werk, moeder is gestrest, oom is suïcidaal, haar tienerbroer weigert te spreken en opa is uit een ontwenningskliniek weggestuurd omdat hij stal en zich misdroeg tegenover het personeel. Hij snuift nu nog steeds. Enkele voorbeelden die niet te veel verklappen voor als je de film nog wil kijken (zeker doen!) die de absurditeit van de film onderstrepen.
* De auto krijgt panne en ze kunnen hem weer aan de gang krijgen door met zijn allen keer op keer te duwen als ze wegrijden;
* Pa rijdt midden in de nacht nog 40 kilometer met een scooter in de hoop een zakendeal te redden;
* opa adviseert zijn kleinzoon om toch vooral seksueel actief te worden voordat hij 18 wordt: zolang jullie allebei nog minderjarig zijn kan er niemand jullie iets maken en onder de 18 zijn jullie nog jong en fris. (Ik zeg dat nog netjes, geloof me, opa doet dat niet ;))
* Als de familie staande wordt gehouden door een agent worden ze gered door de aanwezigheid van een stel seksblaadjes.
Laat het duidelijk zijn: deze film is bizar, maar op een leuke manier. Maar als je bovenstaande voorbeelden afzonderlijk leest, denk je misschien: hoe krijg je dit ooit in één logisch, kloppend plot, narratief gezien?

Het thema in de film is een mix van ‘winnaar zijn’ en ‘goed genoeg zijn’. Alle personages willen winnaars zijn. Dat is bij iedereen het ‘willen’. Hun ‘nodig’ is ook hetzelfde: ze moeten weten ze goed genoeg zijn om geaccepteerd te worden, dan wel door henzelf dan wel door hun familie. Het enige echte verschil zit in hun eigen persoontjes en bijbehorende karaktertrekken en heldenreizen.
Vergelijk vader maar eens met opa:
Vader is zo bang om te falen dat hij niet van opgeven weet, zelfs als er geen hoop meer is. Hij vertikt het om een verliezer te zijn. Opa zegt daarentegen: ‘Een verliezer is iemand die zo bang is om niet te winnen dat hij het niet eens probeert.’ Vader worstelt nog met zijn heldenreis rondom winnen, waar opa die al geaccepteerd heeft.

Wat als je personage doet wat hij wil?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: Wat als je personage doet wat hij wil?

“Ik doe wat ik wil” is een uitspraak met vele gezichten. Hij past bij ‘Ik ben twee en ik zeg nee.” “Yolo, ik ga backpacken, ik zie later wel hoe ik een hypotheek kan betalen!” en “Ik ben te oud om nog bang te zijn om uitgelachen te worden. Straks krijg ik nog spijt als ik stervende ben.” Soms heeft het weinig met leeftijd of levensinstelling te maken en is je personage te arrogant of te onwetend om andere zaken in ogenschouw te nemen. Hoe dan ook zijn er dingen waar je altijd op moet letten als je personage egocentrisch handelt. 


Keuzes hebben gevolgen

Of je peuter nou moet spugen omdat ze net een hele snoepzak heeft opgegeten of je multimiljardair zijn werknemers niet fatsoenlijk betaalt en daarom wordt bekritiseerd: keuzes hebben altijd gevolgen. Klein of groot, meteen of veel later, ze zijn er vrijwel altijd. Dit gaat ook vaak op bij keuzes die niet alleen om het ego van het personage draaien. Maar als dat wel zo is, zijn de gevolgen vaak voor het plot of het verhaalthema wel groter. Als ‘ik doe wat ik wil’ geen gevolgen heeft, dan is dat een alarmbel voor een Mary Sue. 


Gevoel en verstand 

Doen waar je zin in hebt zonder over de gevolgen na te denken, duidt erop dat je je volgt, in plaats van je verstand. Dat is niet per se fout. Als jij meer zin hebt in chips dan in een appel, mag je best een keer voor je wil kiezen, ook al weet je dat je beter een appel kan eten. Verstand heeft ook zijn grenzen. Maar je moet wel nagaan wat de verhouding is tussen emotie en ratio. Zodra de emotie de flinke overhand heeft, wordt je personage niet alleen egocentrisch, maar ook egoïstisch: “Het kan mij niets schelen dat ik jouw gevoelens kwets, ik voel me slecht bij wat jij net zei, dus scheld ik je de huid vol.” “Ik wil die wereldreis maken en dat mijn kinderen me dan missen, of ik straks geen geld meer heb om ze te onderhouden, interesseert me niet.” In de ergste gevallen wordt je personage labiel en/of gevaarlijk van het zich steeds laten leiden door (extreme) emotie: “Ik hou zoveel van je dat ik je in elkaar trap.” Waar is het verstand gebleven?


Invloed op anderen en het thema 

Je personage leeft niet in een vacuüm. Zijn acties hebben invloed op anderen. Als hij zich door zijn emoties laat leiden, maar zijn verstand niet uit het oog verliest, kan hij inspirerend zijn en vrienden maken. Luistert hij echt alleen naar zijn emoties en wordt hij daardoor egoïstisch en/of labiel, dan stoot hij mensen af. Weeg goed af hoeveel en wanneer je personage zich door zijn eigen wil laat leiden. Het kan de toon van je verhaalthema veranderen. Hoe minder je personage naar rede luistert, hoe duisterder de toon van het verhaal wordt. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Dialogen in een filmscript

Omdat je in een film niet in het hoofd van een personage kan kijken, moet je personage zijn gedachten verwoorden. Daar zijn dialogen geschikt voor. Maar hoe voorkom je dat er ontzettend saai en te veel of juist te weinig duidelijk wordt uitgesproken?

Een film is visueel

Omdat je in een film alles moet kunnen zien en er relatief weinig aan de verbeeldingskracht kan worden overgelaten, moet je voor een film duidelijk kunnen schrijven. Lees hier mijn inleiding over het schrijven van een filmscenario.
Buiten het gegeven dat je in een film van alles kan zien, kan je ook dingen horen, door geluidseffecten en muziek. Goede acteurs kunnen ook al een hoop vertalen. Je hoeft dus niet bang te zijn dat je alles moet ‘tellen’; show don’t tell kan ook via andere middelen dan schrijven worden verwezenlijkt. Toch blijft is het belangrijk om te bedenken dat de tekst die je schrijft juist méér moet doen dan alleen iets zeggen (lees: hapklaar vertellen wat er speelt, door het ronduit zo op te schrijven.) Probeer zoveel mogelijk tussen de regels door iets te vertellen over je personages of de omstandigheden. Dialogen zijn daar uitermate geschikt voor.

Filmdialoog en het personagekarakter

ronisch genoeg kan het show don’t tell principe in zijn letterlijke zin helemaal omgekeerd uitpakken als je een goede dialoog schrijft in een film. Door iets te zeggen, laat je zien hoe iets in elkaar steekt. Dat kan je met bijna iedere situatie doen, maar juist als het om het beschrijven van karakter gaat, is een goede dialoog belangrijk. Als je een personage hebt dat altijd chagrijnig is, kun je dat niet altijd met een boos gezicht laten rondlopen. Mimiek is in verhouding tot gesproken woorden relatief subtiel. Je moet het vaker of meer uitvergroot laten terugkomen om het echt op te laten vallen. En als je personage echt de hele tijd met een boos hoofd rondloopt, wordt dat ook weer ongeloofwaardig. Al is het maar dat je niet weet waarom hij steeds zo boos is: je kan niet in zijn hoofd kijken. Je kan een ander personage natuurlijk naar het waarom laten vragen, maar dan neem je tell overdreven letterlijk.
Wat dan helpt, is om te kijken naar welke karaktertrekken of omstandigheden je personage nog meer heeft. Kijk daarvoor in je personagebiografie en ga het een en ander combineren.

Voorbeelden van karakteruitwerkingen in dialoog

Om duidelijk te maken hoe dat in de praktijk werkt, is hier een aantal personages met verschillende karaktertrekken en omstandigheden.

PersonageKenmerken van het personage
Lydia rijkeluiskindje, niet zo goed op school, dol op oude culturen
Boazuit op macht, slecht in zelfreflectie, eenzaam
Akramsociaal, gek op techniek, had een strenge moeder

Deze personages hebben liefdesverdriet en kloppen aan bij Sjors de psycholoog om erover te praten. Lydia komt eerst.

SJORS
Waarom is het uitgegaan?

LYDIA
Ik kon steeds minder met hem afspreken, want ik had heel veel bijles. Hij vond dat we elkaar te weinig zagen.

SJORS
Denk je dat je iets had kunnen doen om hem dichtbij je te houden?

LYDIA
Ik had hem een duur cadeau kunnen geven. Zo maakt mijn vader het ook altijd goed als hij lang weg is geweest. Wist je dat ze in oudere volkeren ook altijd dure cadeaus gaven als teken van liefde?

Nu is Boaz aan de beurt.

SJORS
Weet je wat er mis is gegaan in de relatie?

BOAZ
Geen idee. Die vrouw zei gewoon ineens dat ze genoeg van me had.

SJORS
Is er vaker een relatie zo geëindigd?

BOAZ
Al mijn zeven relaties zijn zo geëindigd.

SJORS
Dat is best vaak, voor datzelfde einde. Had je een goede relatie met je ouders?

BOAZ
Ik betaal je niet om over mijn jeugd te zitten ouwehoeren. Ik wilde het over mijn relaties hebben, dus dat gaan we hier bespreken en niets anders!

SJORS
Klopt, je kwam voor je relatie. Maar misschien kan ik je helpen een pijnpunt te ontdekken waar het steeds misloopt.

BOAZ
(met tranen van woede in de ogen)
Ik heb verdomme geen pijnpunten, zielenknijper! En ik zit heus niet weg te kwijnen in mijn eentje. Ik heb niemand nodig!

Als je niet eenzaam bent en geen pijnpunten hebt, waarom schrééuw je dan dat je niemand nodig hebt en wordt je boos als iemand oppert dat je zwaktes hebt, Boaz?

Akram is de hekkensluiter.

SJORS
Denk je te weten waar het mis is gegaan?
AKRAM
Ik vond haar aanwezigheid te vanzelfsprekend; ik deed te weinig moeite voor haar. Ik was vaak ook bij andere vrienden. Daar heb ik wel spijt van… Ik schaam mezelf. Ik zou het liefst nu gewoon een week in de garage zijn niets anders doen dan aan auto’s sleutelen. .
SJORS
Je mag best afleiding zoeken, hoor. Daar is niks mis mee.
AKRAM
(lachend)
Dus ik hoef niet meteen mijn hele jeugd naar boven te halen?

Sjors grinnikt.

SJORS
Nee hoor! Al zou ik je wel aanraden om veel groente en fruit te eten. Dat geeft je extra weerstand en dat kan je goed gebruiken als je liefdesverdriet hebt.

AKRAM
Verdorie nog aan toe Sjors! dacht ik dat je niet als mijn strenge moeder zou klinken en dan herinner je me nog aan haar door te benadrukken extra groente te eten. Man, dat heeft ze er mij als kind geprobeerd in te rammen. Zo erg dat ik nu nog steeds misselijk wordt als ik alleen al naar broccoli kijk.

Sjors en Akram lachen.

Je ziet dat het belangrijk is om tussen de regels door iets duidelijk te maken. Soms kan dat relatief duidelijk, andere keren mag je het overlaten aan context en andere dingen als mimiek en regieaanwijzingen binnen de gesproken tekst. Je mag een personage langer of korter laten praten. Wat dat betreft is er geen goed of fout. Maar nog meer dan in een boek is het in een film zeer vermoeiend als je personages ellenlang of inhoudsloos praten. Zorg er daarom voor dat de woorden die wel worden uitgesproken zowel letterlijk als figuurlijk veelzeggend zijn.

Wat als je personage moet groeien?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: Wat als je personage moet groeien?

Een personage ontkomt er niet aan: het moet groeien. Soms gaat dat nogal hardhandig. Hij wordt geconfronteerd met zijn eigen persoonlijkheid of is er om een andere reden nog niet klaar voor. Hoe los je dat op? 


Controleer je personage en je thema

Het is makkelijk om te zeggen: “Hup, personage: het plot moet verder, gaan met die banaan.” Maar als je personage met iets heftigs geconfronteerd wordt, gaat dat niet. Dan kan je vastlopen met schrijven. Kijk eens naar de uitwerking die je van je personage hebt gemaakt. Wat heeft hij aan persoonlijkheden, vaardigheden en achtergronden die hij kan gebruiken om zichzelf die nodige schop onder zijn achterste te geven? Hij hoeft niet meteen alles op te kunnen lossen, maar het plot mag ook niet helemaal tot stilstand komen. Je thema kan je ook helpen als je het even niet meer weet. Waarin moet je personage grofweg groeien? Is het thema liefde, dan zal hij moeten leren een goede relatie aan te gaan. Is het wraak, dan zal je personage eindelijk moeten gaan vechten of moorden. Groeien is in boeken niet altijd iets fijns! 


Waarom eigenlijk? 

Je personage groeit niet omdat jij als schrijver dat wil, of omdat dat uitkomt voor je plot; dat getuigt niet van goed schrijven. Hij groeit omdat hij iets wil. Hoewel je personage dat niet weet, is er ook iets wat hij nodig heeft. Als je kijkt naar het willen en nodig hebben van je personage, vind je meestal wel een logisch oorzaak en gevolg van hoe je personage op dat moment verder kan of moet groeien. 


Laat je personage even worstelen

Laat ook vooral even zien hoe je personage met zichzelf in de knoop zit. Soms is dat echt maar even, andere keren is dat jaren. Maar laat die worsteling wel merken. Hoe klef en cliché het ook klinkt: groeien is een proces. Je personage is als held niets waard als de grootste worsteling in het verhaal eenvoudig wordt opgelost. Nog zo’n cliché: groeien is ontdekken. Laat je personage maar uitproberen wat wel of niet werkt. Vallen en opstaan is essentieel voor een held van het verhaal. Juist op het moment dat hij gedwongen wordt om te groeien. “Ben je bereid nog één keer te groeien, ook al ben je banger dan ooit tevoren of nog nooit zo onzeker over jezelf geweest?”
Die vraag – waarop het antwoord altijd ja moet zijn voor een prettige verhaallijn- is heel eng voor een personage. Als je die angst laat zien en vervolgens het personage laat zegenvieren, werkt dat beter dan wanneer je personage onmiddellijk de schouders eronder zet. 


De beste vriend

De beste vriend kan een goudmijntje of een ramp zijn in het groeiproces van je personage. Als de vriend je personage laat zien wat hij in huis heeft en hem motiveert ervoor te gaan, is dat prima. Soms moet iemand je iets aanreiken als je zelf geen mogelijkheden meer ziet. Maar als de vriend alles voor je held op gaat lossen of eerst nog alle obstakels wegneemt, dan ben je niet helemaal goed bezig. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Een filmscript schrijven

Als je een filmscript gaat schrijven, schrijf je een tekst die naar beeld vertaalt moet worden. Dan moet je met een aantal dingen rekening houden waar je niet meteen bij stilstaat als je het gewend bent om een boek te schrijven.

Boek versus film

Het belangrijkste verschil tussen een boek en een filmscript is dat een film een visueel medium is. Alles moet uiteindelijk zichtbaar zijn. Dat betekent dat je niet in het hoofd van een personage kan kijken. Stel je een romantische scène voor waarin de eerste ‘Ik hou van jou’ uitgesproken wordt. In het boek ligt de nadruk waarschijnlijk op wat er in het hoofd van het personage omgaat:
Het was alsof Kristens maag opzwol van verwachting, terwijl ze het bloed razendsnel door haar lijf voelde gaan. Haar lippen waren plotseling kurkdroog. Ze raapte haar moed bijeen, telde inwendig tot tien en zei: ‘Ik hou van je.’
Als je deze scène zou kopiëren en plakken naar het beeld, blijft er niets spannends over, want niets hiervan is visueel zichtbaar. Bij een filmscript ben je aangewezen op lichaamstaal, stemvolume, mimiek, en al het andere waarmee een acteur een persoonlijkheid kan neerzetten. Natuurlijk helpt tekst daar ook bij, maar show don’t tell is in de letterlijke zin belangrijker in een filmscript dan in een boek.
Andersom is wat visueel goed werkt in een film, soms nauwelijks of niet te vertalen naar een boek.
Juist omdat je in een boek vaak naar de gedachten van een personage uitwijkt, kan juist de afwezigheid van die gedachten en een gegeven soms gewoon aanschouwen, zeer lastig zijn om in een boek (compact) uit te werken .

Kijk eens naar deze scène uit de film Up. Carl en Ellie kennen elkaar sinds ze een jaar of zeven zijn. Ze raakten bevriend vanwege hun gezamenlijke interesse voor zeppelins, ballonnen en hun bewondering voor het regenwoud in Venezuela. Daar beloofden ze elkaar ooit een zelfgebouwd, veelkleurig huis neer te zetten. In slechts vier minuten, zonder dat er een woord wordt gezegd, komt er zo’n beetje vijftig jaar gelukkig huwelijk voorbij. De scène werkt perfect (houd tissues paraat!), maar hem op deze manier uitwerken in een boek zou vrijwel ondoenlijk zijn.

Schrijf recht voor zijn raap

Een script vormt natuurlijk een basis voor een film, maar dat is niet wat een kijker uiteindelijk te zien krijgt. In vergelijking met een roman moet je voor je gevoel erg staccato schrijven, heel erg tell, voor weinig vrije interpretatie vatbaar. Schrijf bijvoorbeeld niet in een scèneomschrijving: Vader en zoon zitten aan een rommelige tafel, maar: Vader en zoon zitten aan een tafel waar slordige stapels papier op liggen en de ontbijtborden van die ochtend nog opstaan. Een filmscript moet vooral functioneel zijn, niet mooi geschreven. De filmcrew moet er direct mee aan de slag kunnen. Het is niet de bedoeling dat ze nog moeten overleggen hoe rommelig de tafel nog moet zijn. Dat bepaal jij als schrijver, en daarmee geef je meteen een sfeeromschrijving, of een show don’t tell: rommel zoals hierboven is een andere rommel dan de rommel waar de tafel nog vol ligt met knutselspullen van gisteren. Het een duidt al meer naar chaos, waar het andere nog naar bepaalde gezelligheid zou kunnen verwijzen.

Geen tijd meer interpretatie: na het lezen van je tekst moet men meteen kunnen overgaan op: “Lights, camera, action!

Schrijven voor de acteur

Een acteur verstaat zijn vak, dus als je zegt dat hij blij moet zijn, of in tranen uit moet barsten, weet hij wel hoe dat moet. Toch is het ook fijn als je in je schrijven duidelijk bent wat je al dan niet verwacht. Hoe groot is een emotie van je personage op een tienpuntschaal? Hoe uit zich dat (ongeveer)? Je kan acteurs een zetje in de goede richting geven door te bedenken welke acties er bij welke emoties en de bijbehorende tienpuntschaal horen. En zoals gezegd: schrijf als het even kan niet iets waarbij een kijker zou moeten zien wat er in het hoofd van het personage omgaat of welke sfeer jij als schrijver over wil brengen. Enkele voorbeelden:

Dit werkt (beter)Dit werkt niet (zo goed)
Ze opent haar mond en doet hem weer dichtZe wil iets zeggen, maar bedenkt zich
Ze springt op van haar stoel en loopt stampvoetend de kamer uit Ze wordt woedend
Ze haalt diep adem en wacht een paar tellen voor ze begint te pratenZe zet zich schrap: dit wordt het moment van de waarheid.
Ze kucht een paar keerHaar keel wordt droog
Er is een lange stilte waarin niemand praat, of elkaar aankijkt. Zodra Els begint te praten, is dat met een onnatuurlijk hoge stem.De sfeer is om te snijden.

Dialoog als karakterspiegel

Natuurlijk is ook in film dialoog een middel om bepaalde expositie te geven. Maar nog meer dan bij een boek is het in een script makkelijker om in een tell te belanden. Je kan namelijk niet beschrijven wat er in het hoofd van personages omgaat. Dus op de een of andere manier moeten ze dat verwoorden. En al ben je nog zo’n expert in lichaamstaal, van een gefronst voorhoofd of tandenknarsen kan je niet aflezen wat een personage precies denkt of waarom hij een emotie voelt. Dan ligt een dialoog als deze op de loer:

ELS:
Ik ben er zó klaar mee dat Joop nooit meehelpt in het huishouden!
CLARA:
Doet hij echt niks?
ELS:
Eén keer per week ruimt hij de vaatwasser uit. En dan krijg ik de rest van de week te horen: ‘Ik heb de vaatwasser toch al uitgeruimd gisteren? Hoezo moet ik dan nu nog de tafel dekken?’
CLARA:
Pfff… Je hebt gelijk, meid. Wat een luie man heb jij.

Els is boos en Joop is lui. Hoe droog en tell wil je het hebben? Daarom worden dialogen in scripts vooral gebruikt om de karaktertrekken van je personage te beschrijven. Wat zeggen ze precies? Wanneer, waarom, hoe, tegen wie? Of waarom juist al dat voorgaande niet? Daar ga ik volgende week over schrijven.


Wat als een personage stervende is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: Wat als een personage stervende is?

Hoewel de held van het verhaal natuurlijk kan sterven, gebeurt dat relatief weinig. Daarom gaat dit artikel over het sterfbed van medepersonages: degene die om wat voor manier dan ook iets te maken hebben met de heldenreis van je hoofdpersoon. 

Pas op voor wraak en ‘sterfbedbeloften’

Als het einde nabij is, liggen twee clichés op de loer: beloften op het sterfbed en wraak. Iemand op het sterfbed iets beloven is niet ongewoon in het echte leven. Wraak is meer iets voor fictie, maar komt daarin wel relatief vaak voor. Pas hiermee op. Niet alleen omdat het clichés zijn, maar ook omdat veel gewicht in de schaal kan leggen voor het (hoofd)personage dat blijft leven. 

Je kan je hoofdpersoon wel iets op een sterfbed laten beloven, maar als hem dat niet lukt, kan dat gevolgen hebben voor de rest van je verhaal die misschien helemaal niet bij je verhaalthema of centrale conflict passen. Als wraak geen thema van je verhaal is, heroverweeg dan of iemand zodanig verbitterd is om zijn laatste krachten daaraan te besteden. Anders komt dat soort wraak al snel overdreven over. 

De erfenis

Zodra een personage is gestorven, volgt er meestal een erfenis. Soms in de vorm van voorwerpen, of als emotionele nalatenschap of bepaalde kennis. Met deze erfenis komt er vrijwel altijd een bekende trope om de hoek kijken:

  • * nu vader is gestorven, moet zijn zoon het stokje van het familiebedrijf overnemen;
  • * er wordt een doosje verstopte liefdesbrieven gevonden op de zolder van opa, wanneer de spullen worden verdeeld;
  • * er volgt een ruzie over de erfenis, waardoor familiebanden op scherp komen te staan;
  • * om de overledene te eren, gooit je hoofdpersonage het roer om en verlaat hij zijn kantoorbaan om de wereldreis te maken die al jaren op zijn verlanglijstje staat. 

Deze voorbeelden lijken misschien erg cliché, maar dat zijn ze niet; dit zijn tropes. De dood is zo’n wezenlijke gebeurtenis dat je er niet omheen kan dat het bepaalde gevolgen heeft. Realistisch gezien zijn bovengenoemde voorbeelden zeer mogelijk wanneer er iemand sterft. Daarom moet je ze niet te snel als cliché aan de kant schuiven. 

De kunst is om de desbetreffende trope goed te onderzoeken en die op een originele manier in te vullen zodat er geen cliché ontstaat. Lees hier over het verschil tussen clichés en tropes

De laatste relatietoets

Als je hoofdpersonage hoort dat een medepersonage op sterven ligt, dan kan je daarin een hele mooie, ongedwongen show, don’t tell in verwerken over wat voor een relatie zij hebben of hadden. Wordt hemel en aarde bewogen om nog afscheid te kunnen nemen of om nog een experimentele behandeling voor de terminale ziekte te vinden? Dan betekent het medepersonage erg veel voor je hoofdpersoon. Als je personage geen afscheid durft te nemen, dan kan hij bang zijn voor de dood of kan het erop wijzen dat hij bij de stervende persoon niet over zijn gevoelens kan praten. Doet hij de moeite niet om nog afscheid te nemen, dan is hun relatie of niet belangrijk of erg slecht geweest. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online