Willen en nodig hebben deel 2: de toon van je einde

Er is veel te schrijven over willen en nodig hebben. Daarom volgt hier deel 2 van willen en nodig hebben, over hoe je na de climax de toon van je verhaal bepaalt. Lees hier deel 1.

Willen en nodig hebben: een opfrisser

Je personage streeft ernaar te bereiken wat hij wil, maar meestal is het iets anders dat hij eigenlijk nodig heeft. Dat kan je zien in deze tabel:

Je personage wil Je personage heeft nodig
een stroopwafelvoedsel
een flink aantal likes op zijn facebookberichtde bevestiging dat mensen geïnteresseerd zijn in haar doen en laten
een zonvakantie op een tropisch eilandtijd om even bij te komen van maandenlang hard werken

Jij kan als schrijver zelf bepalen wat je personage krijgt of niet krijgt. Je hebt daarbij vier mogelijkheden:
* je personage krijgt wat hij wil, maar niet wat hij nodig heeft. Dat geeft het einde een onbehaaglijk gevoel van iets onvoltooids.
* je personage krijgt wat hij wil en wat hij nodig heeft. Dat is het traditionele ‘en hij leefde nog lang en gelukkig’;
* je personage krijgt wat hij nodig heeft, maar niet wat hij wil. Dan is het einde bitterzoet of gevoelvol;
* je personage krijgt niet wat hij nodig heeft en ook niet wat hij wil: Dat geeft het verhaal een zeer somber einde.

Het begin van het einde

Zoals je in deel 1 van deze blogpost hebt kunnen lezen, wordt het einde van het verhaal in gang gezet na de climax. Dat is ook het moment waarop je het personage (niet) gegeven hebt wat hij wil of nodig heeft. Daarna rest in het schema van save the cat nog een laatste obstakel, de wrap up en het eigenlijke einde. In de context van ‘willen en geven’ kun je die fases als volgt zien:
* laatste obstakel: een terugblik op wat het personage nu eigenlijk wilde en nodig had;
* wrap up: hoe ziet het leven van het personage er nu uit, nu willen en nodig hebben zijn ‘uitgedeeld’?
* het einde: hoe voelt het personage/ mijn lezer zich daarbij?
Geen twee verhalen zijn hetzelfde. Toch zal je in deze verschillende einden een bepaald patroon terug kunnen zien. Binnen deze patronen blijft er een vergelijkbaar gevoel hangen bij verhalen met eenzelfde soort einde.

Het onvoltooide einde

* laatste obstakel: als het personage anders had gehandeld was hij gelukkiger geweest;
* wrap up: je personage heeft ergens spijt van, of voelt zich bedonderd door een hogere macht;
* het einde: een knagend gevoel van pijn of onbehagen.

Bij een onvoltooid einde moet je er gedurende je verhaal vooral op letten dat je je personage voldoende kansen geeft om te krijgen wat hij nodig heeft. Vervolgens mag je personage die kansen níet grijpen.
Let op: een onvoltooid einde is niet hetzelfde als een open einde!

Het gelukkige einde

* laatste obstakel: het personage heeft gehandeld zoals hij dat moest doen en is gegroeid als persoon;
* wrap up: het beste leven mogelijk;
* het einde: tevreden, voldaan, gelukkig.

Zorg er bij een gelukkig einde vooral voor dat je personage duidelijk en vaak beloond wordt voor het feit dat hij vaak is gevallen en weer is opgestaan.

Het gelukkige einde geeft een algemeen gevoel van terechte overwinning.

Het bitterzoete einde

* laatste obstakel: het had anders gekund, maar het is goed zo, want er is toch nog iets moois uitgekomen voor het personage;
* wrap up: je personage zal als motto hebben: Dat is het leven in al zijn facetten, met eb en vloed;
* het einde: verdrietig, maar tevreden. Een bitterzoet einde kan het verhaal als diepzinnig labelen.

Let bij een bitterzoet einde extra goed op of je een balans hebt tussen fijne en vervelende gebeurtenissen. Uiteindelijk moet het goede net wat meer overheersen, maar dat mag het vervelende niet naar de achtergrond drijven.

Het gevoelvolle einde

* laatste obstakel: het had anders gekund, maar het is goed zo, want er is toch nog iets moois uitgekomen voor het personage
* wrap up: je personage zal op haar leven terugkijken alsof zij de schrijver van haar eigen verhaal is. Zij ziet alles wat er in is gebeurd en observeert simpelweg. Als je personage nog iets zou kunnen zeggen over haar leven, zal zij waarschijnlijk zeggen: ‘Als ik mijn jongere zelf iets zou kunnen vertellen dan…’ ze zou die zin dan afmaken met een bepaalde opgedane wijsheid.
* het einde: een bepaalde berusting of verwondering over de manieren waarop een leven kan lopen.

Oude, wijze oma in de schommelstoel die terugkijkt op haar leven is een goed beeld bij een gevoelvol einde.

Let bij het gevoelvolle einde vooral op de uitwerkingen van de relaties tussen je personages en overweeg om op belangrijke punten een butterfly-effect toe te voegen om je personage makkelijker te kunnen laten terugkijken op ‘de wonderlijke samenhang van het leven’.

Het sombere einde

* laatste obstakel: je personage krijgt nog een laatste klap;
* wrap up: alles is nog steeds even slecht, nog slechter of je personage gaat dood;
* het einde: een flink rotgevoel.

Bereid je gedurende je hele verhaal voor op verdriet en een algemeen rotgevoel. Misgun je personage gedurende het verhaal al van alles en nog wat, anders werk je een anticlimax in de hand. Wees gewaarschuwd: een verhaal waarin je personage niet krijgt wat hij wil en ook niet wat nodig heeft, is extreem moeilijk om te schrijven. Het morrelt namelijk aan de basisstructuur van elke andere verhaalvorm. Vallen en opstaan zoals in het centrale conflict? Vergeet het maar; als je je personage niet eens de kans geeft om op te staan en hem blijft trappen als hij nog op de grond ligt…
Een zuiver somber verhaal/einde is niet per se slecht, zoals de film Grave of the fireflies bewijst.
Maar je lezer zal uiteindelijk wel denken: Wat een vreselijk naar boek is dit, zeg. Dit ga ik dus echt niet herlezen…
Ook als is het een kwalitatief meesterwerk, je lezer zal dit verhaal nooit tot zijn favorieten rekenen.
Als je net begint met schrijven, raad ik je aan om nog even te wachten met dit soort verhalen.

Willen en nodig hebben deel 1: de heldenreis inhoud geven

In een centraal conflict -ook wel de heldenreis genoemd- beleeft je personage een bepaald groeiproces. Dat proces bestaat uit twee belangrijke elementen. Wat je personage wil, en wat je personage nodig heeft. Wat is het verschil en wat betekent de uitwerking ervan voor je verhaal in het algemeen?

De heldenreis als groeiproces

Het centrale conflict of de heldenreis is wat je verhaal inhoud geeft. Het proces van vallen en opstaan is een belangrijk onderdeel daarvan. Maar wat is dan precies waar je personage steeds over struikelt? Vaak heeft dat te maken met wat je personage wil en wat hij daadwerkelijk nodig heeft. Enkele duidelijke voorbeelden hiervan zijn:

Je personage wil Je personage heeft nodig
een stroopwafelvoedsel
een flink aantal likes op zijn facebookberichtde bevestiging dat mensen geïnteresseerd zijn in haar doen en laten
een zonvakantie op een tropisch eilandtijd om even bij te komen van maandenlang hard werken
Probeer zo zwartwit mogelijk te denken in wat je personage wil versus wat hij nodig heeft. Dat maakt het uitwerken van de heldenreis een stuk makkelijker.

Je personage mag in het begin van het verhaal niet in de gaten hebben wat hij nodig heeft. Die ontdekking is deel van de heldenreis. Maar hij heeft vrijwel altijd heel goed in de gaten wat hij wil. Dat is namelijk waarvoor hij zijn comfortzone verlaat.

Zie het verschil tussen willen en nodig hebben als de volgende dialoog:
”Hé personage, waar kan ik je voor wakker maken? Eten?”
”Alsjeblieft niet, zeg, laat me dan maar lekker slapen…”
”En als ik warme stroopwafels met vanille-ijs heb?”
‘Dan kom ik metéén mijn bed uit!”

Een stroopwafel is ook iets te eten, maar je personage wíl iets heel specifieks. De achterliggende, algemene gedachte van voedsel is voor hem nog niet zo interessant als hij (spreekwoordelijk) nog niet wakker is geschud.

God van je personage

Ik scheef al eerder dat je als schrijver een soort god bent voor je personage: jij kan veel over zijn leven bepalen en jij weet waar het naartoe moet gaan. Voor deze blogpost kan je Bruce Almighty in gedachten houden. In deze film mag Bruce tijdelijk Gods ‘baan’ overnemen. Een van de twee voorwaarden is dat hij niet met vrije wil mag sollen. Oftewel: je personage moet nog steeds zelf dingen kunnen willen, vinden, bedenken en zijn eigen kijk op de wereld houden.
Jij mag als schrijver bepalen hoe je bepaalde wensen al dan niet vervult, maar je personage moet een eigen mening/ intrinsieke motivatie houden. Dat is het principe van de eerdergenoemde tabel. Jij mag weten of vinden dat je personage bevestiging nodig heeft, dat neemt niet weg dat je personage nog steeds verlangt naar veel facebooklikes, hoe slecht -of beter gezegd oppervlakkig- dat in eerste instantie ook lijkt van je personage.

De wil van je personage in het centrale conflict

Je personage heeft een doel voor ogen: iets wat hij wil. Een baan, een relatie, een goedlopende carrière, meer rijkdom… Daarvoor heeft hij bepaalde middelen tot zijn beschikking. Dit kunnen dingen zijn die buiten hemzelf liggen zoals een bepaalde opleiding, connecties of geld op de bank. Andere keren is het iets dat uit hemzelf komt zoals karaktertrekken of vaardigheden. Als je personage iets wil, zal hij alles aanspreken wat hij heeft, of dat nu iets is wat binnen of buiten hemzelf ligt. Experimenteer met alles wat er voorhanden is, dat maakt het makkelijker om tijdens het vallen en opstaan-proces niet in herhaling te vallen over de manier van aanpak. Als je personage wat dat betreft vindingrijk is, zal je lezer harder voor hem juichen.

Wat je personage nodig heeft

Als je duidelijk wil maken wat je personage nodig heeft, is het belangrijk om vooral uit te lichten wat uit hemzelf komt. Dat is de daadwerkelijke wil, waar de buitenkant eerder het middel is om iets voor elkaar te krijgen.
Bovendien helpt de ‘binnenkant’ om duidelijk te krijgen hoe een eventuele vervulling van datgene wat je personage nodig heeft kan gebeuren.
Als je personage beseft dat zijn willen en nodig hebben niet hetzelfde zijn, dan zal hij een moment van bezinning hebben. Meestal zit hier deels een uitwerking van een gewenste nachtmerrie in, hoewel het ook goedschiks kan gaan. In beide gevallen krijgt je personage een spiegel voorgehouden.

Het aha-moment voor je personage

Het moment waarop je personage beseft dat wat hij nodig heeft verschilt van wat hij wil, is het grote aha-moment voor je personage en de climax in het save the cat schema voor je verhaal of hoofdstuk. Als het een climax van een hoofdstuk of een scène betreft, kan de spiegel die dan wordt voorgehouden redelijk onschuldig van aard zijn. Een voorbeeld daarvan is als je personage beseft dat hij helemaal niet naar Thailand hoeft te vliegen om er even tussenuit te zijn. Een weekje wadlopen is net zo goed een andere omgeving als je in de drukke Randstad woont.
Dit kan een giechelbui bij de personage oproepen, waarna hij zijn schouders ophaalt, en eens gaat kijken hoeveel een weekje Texel kost. Aan het eind van de dag, als de reis is omgeboekt, ziet hij dat de hele vakantie ineens vijfduizend euro goedkoper uitvalt. Hé, de nieuwe auto is nu plotseling stukken dichterbij… Ha!
Als het aha-moment relatief kleine gevolgen heeft, geeft dat je personage meestal een voldaan en trots gevoel.

Kom maar hier met die nieuwe wagen! 🙂

Maar als er meer op het spel staat of het probleem groter is, knapt er meestal iets in je personage. Neem de likes-obsessieve persoon. Als die plotseling beseft dat de likes waardevol voor haar zijn omdat het haar aan eigenwaarde ontbreekt, dan kan je een mentale instorting verwachten die grote gevolgen gaat hebben in de trant van: ”Waar ben ik al die tijd in godsnaam mee bezig geweest?”
Als dat moment is geweest, wordt het verhaal verder afgerond. Dan ga je verder met een laatste obstakel, de ‘wrap-up’ en het einde. In deze laatste fases wordt ook de toon van het einde van je boek bepaald. Daarover hier meer.

Wat als je personage iemand mist?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: Wat als je personage gemis ervaart? 

Als je personage gemis ervaart, moet je goed kijken wat het verschil is tussen hoe jouw personage zich daarbij voelt en wat jij als schrijver met het plot of het verhaalthema van plan bent. 

Waarom wordt er gemis ervaren?

Als je deze vraag aan de schrijver stelt, zal die iets zeggen als: “Mijn personage moet leren zelfstandig te worden. Daarom moet de verzorger overlijden.” Of: “Hij moet emotioneel volwassener worden. Daarom moet zijn trouwe schouder om tegenaan te huilen even uit beeld verdwijnen. Dan kan hij zijn emotionele welzijn eens goed peilen.” Zo kunnen er nog talloze andere redenen zijn. 

Het personage zal iets zeggen als “We zijn getrouwd, natuurlijk mis ik hem!” of “Zonder mijn beste vriend verveel ik me dood.” 

Je personage ziet het grote plaatje niet, jij als schrijver ziet dat wel. Gebruik dat in je voordeel: besef dat je personage vast kan lopen en werk de worsteling die daarbij komt kijken goed uit. Maar je personage mag niet eeuwig in gemis blijven hangen. Ten goede of ten kwade moet het gemis gevolgen hebben. 

Een gat opvullen

Als je personage gemis ervaart, valt hij eerst in het spreekwoordelijke gat waar hij zich tijdelijk ellendig voelt. Dat mag: als er iets naars gebeurt, moet je personage de gevolgen emotioneel incasseren. Maar er komt een moment waarop het leven van je personage weer verder gaat. Ook al is manlief maar liefst drie maanden op zakenreis, de vriend geëmigreerd, of de financiële vrijheid plotseling afgenomen.

Zodra het leven weer opgepakt moet worden, gaat je personage een manier zoeken om het gemis een plaats te geven. Dat kan op een productieve of een destructieve manier gebeuren. Kijk dan eens wat het beste past bij waarom je personage een persoon mist en wat jij als schrijver wil bereiken. Dat kan je meestal redelijk logisch combineren. 

Is de wijze oma overleden? Dan zal je personage gemotiveerd zijn om een opleiding te gaan volgen om op een andere manier de dorst naar kennis te lessen. Dan kan je personage de wetenschapper worden die jij in gedachten hebt. 

Is de suikeroom uit beeld? De verwende jonge vrouw heeft nooit geleerd om te werken en papt dan maar met allerlei mannen aan, met alle gevolgen van dien. Twee jaar later leert ze als bijstandsmoeder hoe ze elk dubbeltje op waarde moet schatten. 

Het gemis is de zaak van je personage

Als je personage gemis ervaart, kan hij aan iedereen hulp vragen om het eerdergenoemde gat op te vullen en het bijbehorende probleem op te lossen.   

Dat mag, maar op een harde voorwaarde: dat plan mislukt. Vergeet nooit dat je hoofdpersoon de held van het verhaal is en dat hij dus voor zijn problemen verantwoordelijk is. Hij hoeft ze niet op te kunnen lossen, maar moet dat wel proberen. Mocht hij als eerste uitvlucht toch ‘knechtjes’ inschakelen, dan moet zijn plan mislukken en moet hij van voren af aan beginnen om toch nog met dat gemis om te kunnen gaan. Weeg deze optie zorgvuldig af: soms maakt een extra keer falen je verhaal geloofwaardiger, andere keren werkt het onnodig vertragend. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Karen: de vrouw met voorrecht

Karen is de laatste jaren enorm populair geworden in memes. Het is een witte vrouw die om zeer kleine dingen enorme stennis schopt. Maar Karen is ook de naam van een trope voor een bevoorrechte en vaak ook racistische vrouw. Wat is een Karen en hoe kan je haar slechte kanten ook in andere personages naar voren laten komen?

Drie kenmerken van een Karen

Laten we eerst naar de meme-Karen kijken. Je kan haar binnen een paar tellen herkennen aan drie basiskenmerken. Die gaan we verderop uitwerken om van haar geen karikatuur, maar een stevige personagetrope te maken.
* Ze heeft een typerend kapsel;
* Ze wil de manager spreken als de klantenservice haar niet 101% zint;
* Ze belt de politie als ze zich niet veilig voelt. Dat ‘veilig voelen’ is vaak zeer racistisch: Ze kan al het alarmnummer bellen omdat er een zwart persoon naast haar op een parkbankje zit. (Terwijl die persoon alleen maar naar de vogels kijkt of een boek zit te lezen.)

Dit plaatje kwam tientallen keren bovendrijven (waaronder op quora.com, mijn bron). Dat zegt genoeg, toch? 😉

Karens kapsel: teken van voorrecht

Dit kapsel zou je kunnen zien als een symbool van voorrecht. Voor dit kapsel moet je naar de kapper, deze laagjes knip je niet zelf en de highlights zet je ook niet zelf. Een kappersbeurt kost geen honderden euro’s, maar je houdt je haar, je uiterlijk en daarmee je voorkomen wel op orde. En als je daar de (financiële) middelen voor hebt, sta je al hoger op de sociaaleconomische ladder dan iemand die naar de voedselbank moet of dat ‘kappersgeld’ eerder besteedt aan nieuwe schoenen omdat het enige paar dat diegene heeft al gaten in de zolen heeft. Een arm iemand zal waarschijnlijk eerder een paardenstaart als kapsel nemen, omdat de bijbehorende punten relatief makkelijk zelf te knippen zijn en je zo kapperskosten besparen.
Hoewel deze beredenering zeer kort door de bocht is, hoop ik dat je zo makkelijker kan onthouden: Karen laat duidelijk merken dat ze iemand is die bepaalde voorrechten tot haar beschikking heeft. Wat typerend is voor Karen is dat ze voorrechten met rechten verwart. Een kappersbeurt blijft hoe dan ook een voorrecht, geen recht. Maar Karen verwart die dingen altijd met elkaar.

De manager spreken

Karens credo? Als je iets doet wat mij niet zint, heb ik het recht om je aan te klagen, want ik heb recht op alles wat mij een zorgeloos leventje bezorgd of dat iedereen mij onvoorwaardelijk bediend. En daarom doet of probeert Karen idiote dingen als:
* obers laten ontslaan als het eten haar niet smaakt;
* een winkelketen aanklagen als ze geen korting meer krijgt als de kortingsperiode al is verstreken.

Het alarmnummer bellen

Karen wil altijd dat alles naar haar zin gaat, kent geen onderscheid tussen recht en voorrecht en staat op een bepaalde hogere trede op de sociaalmaatschappelijke ladder. Het is dus misschien geen verrassing dat ze de neiging heeft om racistisch te zijn: ze belt meteen het alarmnummer als een zwart persoon of een andere minderheid letterlijk of figuurlijk een verkeerde beweging maakt, in plaats van dat ze eerst die persoon aanspreekt of zich überhaupt met haar eigen zaken bemoeit. Iedereen die zich onder haar op de sociaalmaatschappelijke ladder bevindt, kan zich maar beter voor haar bergen.

Karen is zo’n personage dat bij iedereen frustraties oproept.

De angst achter het voorrecht

Karen of andere personages die voorrecht en recht door elkaar halen, zijn vaak bang dat hun uw-wens-is-mijn-bevel-leventje vroeg of laat in duigen valt. De extreme behoefte aan controle en gehoorzaamheid van anderen van Karen is vaak te herleiden naar het feit dat ze ergens diep vanbinnen weet dat ze niet zelfredzaam zou zijn als haar privileges zouden wegvallen.
Je zou kunnen zeggen dat ze haar hele leven magic pixies om haar heen heeft gehad en dus nooit echt een centraal conflict heeft gehad wat ze zelf aan heeft moeten gaan. Ze is te veel gewend aan haar comfortzone om die te durven of zelfs maar te kunnen verlaten. -In Karens geval is de comfortzone wel degelijk altijd comfortabel-.
Het is voor haar veiliger om kritiek te hebben op anderen vanuit een hogere positie dan iets te veranderen aan het haar leven waar ze iets moet doen dat meer vergt dan alleen maar commentaar hebben vanaf een zijlijn.
Dat maakt een Karen(-achtig personage) een ideale slechterik. De randvoorwaarden van een goede held zijn: laat hem groeien, laat hem vallen en opstaan en een conflict om te overwinnen. Dit weigert een Karen steevast. Ze zet alles naar haar hand om dat maar niet te hoeven. Tel haar gemene karakter bij die onwrikbaarheid op en je lezer zit gegarandeerd met knarsende tanden over haar te lezen.

Karen als een slechterik

Karen is dus een ideale slechterik. Iedereen heeft een hekel aan haar. Een aantal goede voorbeelden van Karens zijn: * Caroline Burnham uit de film American Beauty; (Let ook eens op haar kapsel )
* Dorothea Omber uit de Harry Potter-serie.
(Als je iemand vindt die deze personages kent en geen hekel aan ze heeft, laat het me weten…)

Karen is onwrikbaar in haar manier van doen. Omdat ze weigert als persoon te groeien en haar comfortzone te verlaten, kan ze niet echt veranderen. Ze is dus niet geschikt voor een heldenrol, maar ze kan wel degelijk een belangrijk moment beleven: als haar de wereld die zij ‘onder controle’ heeft in elkaar stort, beleeft Karen een fikse inzinking. Daardoor kan het lijken alsof Karen een oppervlakkig personage is, maar schijn bedriegt.
Als je Karen schrijft, hou er dan rekening mee dat ze niet als een Karen is begonnen. Ze heeft door de jaren heen waarschijnlijk veel muren rondom zichzelf gebouwd. Dat betekent dat ze vaak een interessante geschiedenis heeft, al komt die in je verhaal niet naar voren. Als je die geschiedenis serieus neemt, heb je een goed personage, geen karikatuur. Ook al blijft Karen een vreselijk mens.

Wat als je personage overgehaald moet worden?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: Wat als je personage overgehaald moet worden?

Je held moet altijd worden overgehaald om iets te doen waar hij geen zin in heeft. Deze comfortzone uitkomen is een essentieel onderdeel van de heldenreis. Waar moet je rekening mee houden?

Wie of wat motiveert?

Bedenk eerst wat je personage motiveert. Meestal heb je daar wel een idee van; je personage wil ergens naartoe groeien of iets kunnen doen. Is dat intrinsieke motivatie (ik wil dit zelf) of excentrieke motivatie? (als ik dit doe, word ik beloond of voorkom ik dat iets wordt afgepakt).
Als het een excentrieke motivatie betreft, besteed dan tijd aan het uitdenken van het personage of doel wat voor die excentrieke motivatie zorgt. Dit personage of doel is óók belangrijk in het verhaal. Je moet er rekening mee houden dat je personage meer dan eens gemotiveerd moet worden als de motivatie excentriek is.  

Wie zegt het? Wie helpt er?

Het is belangrijk om te weten wie je personage wil overhalen. Als het iemand is aan wie je personage een hekel heeft, zal hij zich nog meer verzetten. Als hij diegene aardig vindt, is het al een stuk makkelijker om in actie te komen.   
Als iets of iemand die je personage ongemak bezorgd probeert hem over te halen, is het fijn als je personage een maatje heeft om hem gerust te stellen of te helpen. Anders kan hij blijven weigeren om in actie te komen, terwijl dat voor het verhaal broodnodig kan zijn.   

Wat staat er op het spel?

Je kan je personage pas overhalen als hij een bepaalde urgentie voelt bij datgene wat hij eigenlijk niet wil doen. Als hij het gevoel heeft dat er nog uitstel mogelijk is, dan zal hij de neiging hebben om alles bij het oude te houden. Je zal je personage eraan moeten herinneren dat er iets op het spel staat. De beste methode is om je personage (een beetje) bang te maken:
“Als je nú niet gaat studeren, zak je voor je examen en kun je geen medicijnen gaan studeren.”
“Als je nú niet gaat zoeken, is er geen hotel meer over als je met kerstmis naar Berlijn wil gaan.”
Soms is het genoeg om je personage wat kriebels te bezorgen, soms moet je regelrecht gaan dreigen met zijn ergste angst. Dat ligt er maar net aan hoe koppig je personage is en hoe erg de situatie is.
Hoe dan ook moet je personage beseffen dat niet in actie komen bepaalde gevolgen gaat hebben.

Kan je personage het wel aan?

Je kan motiveren wat je wil, als je personage iets echt niet kan of durft, zal hij in de comfortzone blijven zitten. Geef je personage dus niet te veel om ineens te moeten doen, durven of klaarspelen. Ga goed na of datgene waartoe je je personage wil overhalen wel haalbaar is. Misschien moet het een stapje terug of moet je je personage later in het verhaal nog eens proberen over te halen, als hij al wat meer heeft gedaan, geleerd of meegemaakt. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

De sigaret van je personage

Ieder personage moet een tekortkoming hebben. Op die manier kan je lezer zich makkelijker met hem identificeren. Maar soms is het lastig om een passende slechte gewoonte of eigenschap te vinden. In deze blogpost weeg je af wat je de sigaret van je personage kan maken.

Wat is de sigaret van je personage?

Zie de sigaret als het gebrek of de tekortkoming van je personage die hij moet hebben. Objectief gezien is zijn sigaret wel degelijk iets negatiefs, of in ieder iets wat je liever niet zou zien. Tegelijkertijd is de sigaret ook iets waarvan je kan zeggen: het is nou ook weer niet meteen crimineel slecht.
Ik heb niet voor niets de sigaret als voorbeeld genomen voor dit principe. Iedereen kent de nadelen van roken en iedereen zal het erover eens zijn dat roken niet goed is voor jou, voor anderen of in het algemeen. Tegelijkertijd: zou jij beweren dat iemand die rookt een crimineel is? Waarschijnlijk niet. Zou jij acuut de kinderbescherming bellen als je weet dat de ouders van een kind roken? Dat lijkt me wat overbezorgd.
De sigaret kan je dus zien als een karaktertrek, gewoonte of overtuiging die niet meteen wenselijk is, maar die je personage wel iets geeft om geen Mary Sue te worden.

Een sigaret is soms minder erg dan de eerste associatie die hij tegenwoordig heeft.

Meer dan een roker

De sigaret en de roker zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Wie een sigaret opsteekt, is een roker. De roker doet op dat moment iets waar steeds meer mensen zich aan storen. Maar dat maakt de roker niet meteen een racist, mishandelaar of een anderszins kwaadaardig mens. Een roker zal je waarschijnlijk wel de weg wijzen als je verdwaald bent, zonder dat je bang hoeft te zijn dat hij intussen je zakken rolt. En als je last hebt van de sigaret, zijn de meeste rokers zonder mopperen bereid om buiten te gaan staan.
Kortom: de roker doet iets slechts, maar het is niet meteen een slecht persoon voor wie je moet oppassen, of die je op basis van die ene gewoonte een ingemene slechterik kan noemen. Het voordeel van een sigaret is dat je een tekortkoming hebt die ook echt als zodanig overkomt. Ja, nagelbijten is ook een tekortkoming, maar zoiets vergeet je al snel als daar vier goede eigenschappen tegenover staan. Een sigaretje opsteken daarentegen schuif je als slechte eigenschap minder snel aan de kant.

Voorbeelden van mogelijke sigaretten

De sigaret is één voorbeeld. Als je personage niet rookt, kan je ook aan dingen denken als:
* iemand die (zonder grote of gewelddadige gevolgen) vaak drinkt/ dronken wordt;
* iemand met een zeer grote ecologische voetafdruk;
* iemand die vaker of liever neemt dan geeft;
* een vrek. Let op: er is een verschil tussen geen geld willen uitgeven of mensen die bij je komen voor hulp omdat ze in financiële nood zitten willens en wetens in de kou laten staan omdat je geld wil besparen. Daar zit een aantal ‘gradaties van slechtheid’ tussen die je niet zomaar mag overslaan in je beredenering wat iemand slecht maakt.
Hou die gradaties in je achterhoofd als je gaat bedenken wat de mogelijke sigaret van je personage kan zijn.

De noodzaak van een personage met een sigaret

Zoals je misschien al weet, is het noodzakelijk dat je een bepaalde balans hebt van goed en slecht in je verhaal. Als je een personage met een sigaret hebt, kan dat personage je protagonist de broodnodige spiegeling geven die je held nodig heeft om te groeien. Spiegelen kan twee dingen inhouden: zorgen voor een evenwicht tussen goed en slecht of reflectie.
Met spiegelen doel ik nu vooral op wat de lezer kan opmerken aan symbolieken en het verhaalthema. Ziet de lezer bijvoorbeeld dat je personage dol is op pasteltinten en dat dat haar zachte karakter weerspiegelt? Of (heel cliché) dat de held blond is met blauwe ogen en de slechterik in het zwart gekleed gaat?
Met reflectie bedoel ik iets wat je personage aan dit soort dingen op kan vallen. Deze hele blogpost over de metaforische sigaret is een trucje voor jou als schrijver, maar dat is iets wat je personage zelf óók zou kunnen merken.

Vroeg of laat moet je held beseffen dat hij (nog) iets moet leren of dat hij zo zijn tekortkomingen heeft. Dat is belangrijk voor het centrale conflict: leren hoort bij vallen en opstaan. Zelfreflectie kan moeilijk zijn en dan is het makkelijk als je een zetje krijgt. Het is niet zo moeilijk meer om te zeggen dat je nog iets moet leren, iets niet kan doen of iets gewoon niet bij je past als er iemand in je naaste omgeving een metaforische sigaret heeft. Dan kan je hoofdpersonage iets denken als: Ik ben niet slim genoeg om te studeren. Maar mijn vriend, die hoogleraar is, heeft schulden omdat hij koopziek is. Ik heb mijn financiën op orde, dus dat doe ik nog wel goed. En trouwens, ook al is mijn vriend koopziek, het is nog steeds een beste vent: ik wil nog gewoon vrienden met hem zijn, want hij is meer dan alleen koopziek. Waarom zou ik dan niet méér dan alleen laagopgeleid zijn? Dat maakt mij toch niet meteen slecht?

Misschien ben ik wel niet zo slecht (bezig)… Deze afweging kan je personage een prettige schop uit de comfortzone geven. Zo komt er weer vaart in het verhaal.

Er komt dus een zekere mate van vergelijking bij kijken. Deze vergelijkingen zijn niet per se oordelend. Het gaat erom dat je personage een bepaalde ´ademruimte´ krijgt. Met deze ademruimte durft hij meer aan, een comfortzone te verlaten en dus verder met het verhaal kan gaan, omdat hij minder bang is om te vallen. Dit soort reflectie is niet iets dat ineens komt dagen bij je personage. Het zal een proces zijn dat een groot deel van het verhaal in beslag neemt als je personage beschamende gedachte over zichzelf heeft of weinig eigenwaarde heeft.

Wat als je personage in de rouw is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: Wat als je personage in de rouw is? 

Het verliezen van een dierbare is een van de moeilijkste momenten in een mensenleven. Hoe vertaal je dat naar fictieve personages? Je kan rouw heel uitgebreid uitwerken of wat beknopter, maar je kan er niet helemaal omheen. 

Vijf fases van rouw

Elisabeth Kübler Ross tekende vijf fases van rouw op: ontkenning, woede, onderhandelen, depressie en acceptatie. Als je rouw wil omschrijven, bestudeer deze fases dan (kort). Zo weet je waarin rouw verschilt van normaal verdriet. Dan schrijf je al realistischer over rouw dan wanneer je zou beweren dat je personage zich slechts terugtrekt en lusteloos en verdrietig is. 

Complexiteit van rouw

Als je rouw uitgebreid onder de aandacht wil brengen, zorg er dan voor dat elke fase duidelijk naar de rouw te herleiden is. Je lezer heeft er behoefte aan dat je personage zich tot op zekere hoogte voorspelbaar (lees: volgens zijn normale manier van doen) gedraagt. Rouw maakt dat lastig, omdat je dan op z’n zachtst gezegd niet op je best bent. Daardoor kan je ongewone, of schijnbaar onlogische dingen doen of zeggen. Je hoeft niet over de vijf fases te gaan preken. Andere personages kunnen opmerken dat je personage waarschijnlijk nog rouwt. Of je brengt een emotioneel beladen voorwerp van de overledene vaker in beeld. Zo kan je irrationele acties of gedachten van je personage makkelijk aan rouw koppelen en kan je lezer je personage nog begrijpen. 

Depressie

Depressie is waarschijnlijk de lastigste rouwfase om over te schrijven. Als je personage zich alleen nog maar huilend kan oprollen tot een balletje en zijn bed niet meer uit kan komen, staat je scène (of zelfs een groot deel van het verhaal) stil. Kort (door de bocht) gezegd: stilstand is geen veranderende spanningsboog, en geen veranderende spanningsboog is geen verhaal. Dat kan de neiging geven om het verdriet/deze fase van rouw over te slaan. 

Bagatelliseer rouw nooit

Je kan rouw wat minder uitgebreid uitwerken, maar je móet het serieus nemen en ergers laten terugkomen. Anders schaadt je je hele verhaal. Als de mentor van je personage sterft en je personage drie tellen later fluitend verderloopt, dan heeft dat gevaarlijke gevolgen:
* Je personage wordt onrealistisch: “Ik heb nooit verdriet, want dan ben je zwak.” Dat is allemaal leuk en aardig, maar ten eerste kan je niet áltijd onder verdriet uitkomen. Bovendien: als jij zo stoer bent dat je zelfs niet eens verdriet hebt als er een geliefde sterft, heb je dan wel van hem gehouden? Wil je dat je held overkomt als een ijskoud, liefdeloos persoon?
*  Rouw is een mooi voorbeeld van ‘vallen’, horend bij het principe van vallen en opstaan in een centraal conflict. Dat is een essentieel onderdeel van je verhaal, dus dat kan je niet zomaar weglaten. 
*  Als de mentor zo inwisselbaar is dat het niet uitmaakt of hij leeft of niet, wat zegt dat dan over zijn lessen en daarmee de groei van je hoofdpersonage?  Als je rouw niet serieus neemt, zeg je in feite dat het allemaal niet zo veel voorstelt. Dan neem je eigenlijk je hele verhaal indirect minder serieus. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Blank slate: een slecht personage, maar een fijne schrijftechniek

Een blank slate is een slecht uitgewerkt personage. Je kent het misschien als een eendimensionaal personage. Maar als je blank slate vertaalt naar een schrijftechniek, kan je die wel degelijk gebruiken.

Wat is een blank slate?

Om zowel het personage als de techniek van blank slate (blanco lei) te begrijpen, moet je je even een lei voor de geest halen. Merk op dat er niet veel ruimte is om te schrijven. Daarnaast moet je regelmatig je inhoud wissen, waardoor die als het ware vervangbaar wordt.

Een blank slate personage

Een blank slate personage kan je op twee manieren interpreteren. Het personage dat eendimensionaal is en het personage dat weinig tot geen eigen overtuigingen, meningen of doelen heeft.
Het eendimensionale personage is het personage dat zo weinig diepgang heeft dat je al zijn karaktertrekken of kenmerken op de kleine lei zou kunnen schrijven: Berkay is ijverig, stoer en muzikaal. Daar kan je niet zoveel mee. Je kan de optelsom maken dat hij een goede rapper zou zijn. Maar daar kun je hoogstens een verhaalidee van maken. Als je wil weten hoe hij dat voor elkaar gaat krijgen, moet je bijvoorbeeld ook weten of hij connecties heeft in de muziekwereld, geld om muziek te gaan studeren of zijn desnoods zijn eigen hits helemaal uit eigen zak kan produceren en uitbrengen. Maar met een dik krijtje en een kleine lei gaan alle dingen die nodig zijn om over Berkay te weten, niet meer passen. Berkay blijft een eendimensionale muzikant.

Een blank slate is als een clichébeeld dat je niet verder uitwerkt.

Dat eerste blank slate-personage heeft een soort samenhang met de het tweede blank slate personage: die blijft zo aan de oppervlakte dat hij alles maar laat gebeuren. Door dat eendimensionale aspect heeft hij geen uitgesproken wil of mening heeft waar hij naar kan handelen.
Denk aan iemand die je uitnodigt op een feestje. Als je vraagt: ‘Wat kan ik voor drinken in huis halen voor je?’ zegt diegene : ‘Och, ik vind het allicht goed.’ (Ik ben ook zo iemand… oeps 😉 ) Het is lief bedoeld, maar handig is het niet. Want als jij straks voor het drankenrek in de supermarkt staat, neem je dan wijn, bier, of sterke drank mee, of moet je dan toch weer terug naar het frisdrankenschap?
Als je aan Berkay vraagt wat hij met (zijn) muziek wil, is het ergste wat hij kan zeggen: ‘Ach… ik zie wel.’ Mensen hebben dat voorrecht, maar personages niet. Deze houding is funest voor een verhaal, want het zorgt voor stilstand. Je verhaal mag (op sommige momenten) best wat traag zijn, maar het mag nooit stilstaan. Je moet als schrijver iets hebben om naar toe te schrijven/ over te schrijven. Je moet weten of je schrijft over de hobbyist of de ambitieuze jongeman die een platencontract wil krijgen. Anders heb je een verhaal zonder centraal conflict. Berkays verhaal hoeft niet bol van de glamour te staan, maar er moet wel beweging in zitten. En dat gebeurt niet als hij op de bank blijft zitten en zijn schouders steeds maar ophaalt.

Blank slate als schrijftechniek

Voor deze schrijftechniek bestaan vele namen. Ik noem hem expres de Blank slate-techniek, omdat je zo makkelijk het effect kan zien. Als je weet dat een blank slate-personage eendimensionaal en te gemakkelijk is, heeft de techniek een soortgelijk uitgangspunt: hou het simpel, lekker breed en maak vooral nog geen bindende beslissingen. De techniek is vooral handig om te gebruiken als je net aan een verhaal begint, of als je lang niet geschreven hebt en weer even in je verhaal moet komen. Zo kan je een mentaal writer’s block voorkomen.
Er kan niets zo ontmoedigend zijn als aan een verhaal beginnen met het idee dat je nog niet genoeg weet. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer je nog niet veel schrijfonderzoek hebt gedaan, de personagebiografie nog redelijk leeg is of het save the cat schema nog niet volledig is.
Maar je wil niet altijd wachten tot je al die zaken hebt uitgewerkt. Ofwel omdat dat niet jouw stijl is, dan wel omdat je nu al vier lange maanden aan het onderzoeken bent en ook ein-de-lijk wel eens echt wil gaan schrijven.
Sta jezelf toe om met denkbeeldige lege leien in je scène te gaan beginnen met schrijven. Begin gewoon met tikken en zodra je iets tegenkomt waarvan je denkt: hoezo moet ik dit nu al weten? Maak er dan een leitje van en ga gewoon weer verder. Geef de zaken die je op je denkbeeldige lei zet een andere kleur, zet ze tussen haakjes, maak ze vetgedrukt of type in lettertype gigantisch, net wat jij fijn vindt. Zolang je leitje maar een duidelijk ‘gat’ of ‘werk in uitvoering’ is.
Een voorbeeld van leitjes op zinsniveau:
* Berkay ondertekende het contract van [naam]. Hij kon niet weten dat hij zojuist een wurgcontract had getekend, want meneer [achternaam zoeken die een subtiele symboliek/ betekenis rondom een gemenerik heeft]. bleek een oplichter van het eerste uur te zijn.
Dan loop je in ieder geval niet vast op een detail en kun je de rest van de scène nog gewoon blijven schrijven.
Misschien kom je dan wel met het idee: Meneer van den Eijk. Want wat zijn de vruchten van een eikenboom? Precies… Dat is niet subtiel genoeg naar je smaak. Dan kan je je leitje een net iets andere opmaak geven, zodat je in een oogopslag kan zien dat het concept duidelijk is, maar de uitwerking nog niet klopt:
Hij kon niet weten dat hij zojuist een wurgcontract had getekend, want [Meneer van den Eijk] bleek een oplichter van het eerste uur te zijn.

Ook in een bredere context kunnen leitjes nuttig zijn:
Als Berkay tourt, komt hij een fan tegen die… (Tja… wat eigenlijk? Geen idee…) [iets met stalken, maar hoe precies? De politie moet in ieder geval worden ingeschakeld]. Dat komt later wel. Als je nu een leitje gebruikt, kan je in ieder geval over de optredens schrijven voorafgaand aan de stalkende fan.

Wat als je personage in actie moet komen?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: Wat als je personage in actie moet komen?

Er komt een moment in je verhaal waarop je personage in actie moet komen. Maar als je dat goed in het verhaal wil verwerken, moet je eerst nog een aantal dingen nagaan. 

Is de start duidelijk?

Voordat je personage in actie moet komen, moet je eerst een duidelijk startpunt hebben. Actie is pas interessant als dat avonturen (lees: veranderingen) belooft. Oftewel: de aanleiding tot actie moet een verandering in de situatie teweegbrengen. En je kan pas iets veranderen als het startpunt van de situatie duidelijk is en stevig staat. Ga dus goed na of het duidelijk is wat er speelt vóór er iets verandert. 

Overleven of beginnen?

Je kan ‘in actie komen’ op twee manieren interpreteren: beginnen of overleven. 
Denk bij beginnen aan dingen waar de omstandigheden van je personage veranderen, maar niet per definitie bloedstollend zijn (een nieuwe baan beginnen, verhuizen, enzovoorts).
Als hij moet overleven, is dat het moment van erop of eronder. Soms is dat letterlijk een gevecht van leven en dood, andere keren is dat het moment waar het hele verhaal naartoe gewerkt heeft: het moment suprême. Na eindeloze oefening is het nu tijd voor de topsportfinale, na een verlovingsperiode komt de bruiloft… Omdat dit moment zo belangrijk is, zal er altijd nog iets spannends gebeuren, of een aarzeling naar boven komen drijven. 
Bedenk in welke fase van het verhaal je je bevindt. Denk bij ‘in actie komen’ niet te snel in hyperactieve of dramatische scènes. De mate van drama of actie is afhankelijk van het moment van het verhaal.

Wat moet je personage leren? 

In een heldenreis ‘leert’ je personage altijd iets. Dat kan een nieuwe vaardigheid zijn, maar hij kan ook groeien als persoon voordat hij zijn doel bereikt. Je weet waarschijnlijk wel wat dit is voor jouw personage. Zodra je personage in actie moet komen, is het verstandig om dat nog eens na te gaan. Je kan dan overwegen om hem nog een (laatste) keer een leermomentje te geven, zodat de actie waartoe hij moet overgaan extra gewicht krijgt in je verhaal. 

Wat zijn de middelen van je personage?

Iets leren is heel makkelijk als je alles wat je maar kan bedenken tot je beschikking hebt. Eindeloos veel hersens, geld, spierkracht, overtuigingsvermogen… Maar als het goed is, heeft jouw personage dat niet allemaal. Hij moet door het verhaal heen groeien en dat gaat met vallen en opstaan. En je zal niet vallen als alles perfect gaat. Kijk daarom eens wat hij wel kan gebruiken of heeft. Wat sluit er op het moment van de actie logisch aan bij je verhaal? 
Je personage dreigt te laat te komen voor een vlucht, omdat zijn auto stuk is gegaan. Je personage is rijk, maar ook paniekerig aangelegd. Er is een perfecte aansluiting van bus en treinen. Over vijf minuten vertrekt de bus bij de bushalte voor zijn huis. Hij zou het nog gewoon halen, maar door zijn paniek denkt hij daar niet bij na. Maar hij is wel rijk, dus honderd euro betalen voor een taxi is voor hem geen ramp. En daar denkt hij waarschijnlijk dan wel weer aan. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Schrijfoefening: de spijt van je personage

Probeer er eens achter te komen waar je personage spijt van zou krijgen. Je leert meer over je verhaalthema, plotontwikkeling en je personage!

Spijt in je verhaal

Als je personage zou weten waar hij vlak voor het eind van zijn leven spijt van zou krijgen, dan zou hij willen weten hoe hij dat zou moeten voorkomen. Soms lukt dat, soms niet. Ieder persoon/ personage heeft zijn beperkingen. Je gaat met deze schrijfoefening onderhandelen met je personage over hoe die spijt voorkomen kan worden.

Randvoorwaarden voor de onderhandeling

Als jouw personage gokverslaafd is, zal hij spijt krijgen dat hij al zijn geld heeft vergokt, maar als jouw verhaalthema verslaving of financiële problemen is, dan kun je hem niet tegemoetkomen. Omdat je personage imperfect is, is spijt niet altijd te voorkomen. Er zijn altijd omstandigheden die het geluk van je personage onmogelijk kunnen maken of vertragen. Denk aan:
* het verhaalthema kan niet stroken me de wensen van je personage;
* bepaalde zaken uit de personagebiografie (angsten die je personage beperken, een wieg die op een ongunstige plaats heeft gestaan…) of de boodschap van je verhaal komen niet overeenkomen met het persoonlijke belang van je personage.

Voor deze schrijfoefening is het fijn als je al met je personage kan ‘praten‘.

Start van de onderhandeling

Harm heeft ruzie met zijn beste vriend, Walter. Hij komt mopperend naar jou toe:
”Walter is echt een eikel! Hoe durft hij mij verantwoordelijk te houden voor het feit dat hij ontslagen is? Ik heb uren met hem gebeld over hoe hij de nare situatie op zijn werk op zou kunnen lossen! Ik gaf hem raad, die volgde hij niet eens op en nu is het mijn schuld dat hij geen baan meer heeft! Ik hoef hem nooit meer te zien.”
Je geeft Harm gelijk: dit is een oneerlijke situatie. Maar als God van zijn leven en de bepaler van de verhaallijn waarschuw je Harm: ”Als jij die ruzie met Walter niet oplost -ook al is dat niet meteen-, krijg je daar ‘sterfbedspijt’ van.”
“O nee,” schrikt Harm. ”Dat wil ik echt niet!”
Nu kunnen jij en Harm onderhandelen.

Tijd voor een goede onderhandeling tussen jou en je personage.

Uitwerking van de onderhandeling

Harm speelt de hoofdrol in een verhaal met het thema: eigenwaarde behouden. Hij is trouw, maar ook onzeker. Hij kan zich een leven zonder Walter als vriend niet meer herinneren. Vanwege zijn trouw heeft Harm veel voor Walter over. Maar Walter is ambitieus en heeft veel andere vrienden: Harm is een goede vriend, maar niet meer zo belangrijk voor Walter als vijfentwintig jaar geleden. Bart kan hem óók uit de brand helpen. Harm heeft hem teleurgesteld, dus gaat hij andere vrienden bezoeken. Dat is misschien niet eerlijk, maar dat hoeft ook niet. (Lees hier waarom niet). Het feit blijft dat Harm boos is op Walter. En Harm moet daar iets aan veranderen, want híj is de held in het verhaal.
Vanwege zijn trouwe aard begint Harm aan zichzelf te twijfelen. Is hij misschien niet trouw genoeg geweest? Had hij meer moeten slikken?
“Nee,” zeg jij dan. ”Dit is helaas voor jou een onontkoombaar moment. Vanwege het verhaalthema moet jij leren dat je waarde hebt. En die eigenwaarde moet onvoorwaardelijk worden en losstaan van wat Walter van jou vindt. Walter doet jou nu pijn doordat jij iets van waarde aan hem hebt gegeven en hij dat niet op waarde schat. Dat is jouw centraal conflict, en daar kom je niet onderuit.” (Zie je dat ‘waarde’ in twee zinnen vier keer voorkomt? Dat geeft aan dat het een thema is, waar je dus serieuze aandacht aan moet besteden.)
“Maar,” weerlegt Harm “Walter is zo belangrijk voor me. Als hij wegvalt, durf ik mijn comfortzone niet uit om dat conflict aan te gaan.”
Daar heeft Harm een goed punt. Kijk eens hoe je Walter (of de aspecten die Harm van hem mist, zoals vriendschap, de behoefte een steun voor anderen te kunnen zijn) tijdelijk kan vervangen.

Vervangen van de voorwaarden

Harm is dol is op voetbal en ongewenst kinderloos. Daarom wordt hij buurtvader, waar hij met kansarme kinderen gaat voetballen en hen zo helpt op het goede pad te blijven of ontspanning te bieden. Dan kom je hem tegemoet in zijn behoefte om anderen te steunen en een verschil te maken. Eens in de zoveel tijd krijgt Harm te maken met een boze ouder, die onterecht veel van Harm verwacht als buurtvader: ”Nee, mevrouw Koopmans, ik kan van uw kleine Ricky geen nieuwe Messi maken.” Harm leert om mevrouw Koopmans naast zich neer te leggen. Hij is wel degelijk een goede buurtvader; tiener Abdel is door het voetbal van de straat gebleven. Zo behoudt Harm de buurtvader met vallen en opstaan zijn eigenwaarde.

Hup, team Harm!

Spijt voorkomen

Na een paar jaar buurtvaderschap leert Harm de vader van zijn cliëntje Louis kennen. Hij heeft griezelig veel gemeen met Walter. Deze man wordt ook door zijn ambities verblind en reageert zijn frustraties af op de kleine Louis. Op een bepaald moment beseft Harm: Die man wordt opgevreten door zijn overdreven ambitie en kan dat ook niet helpen. Goh, misschien gold dat ook wel voor Walter.
Het is geen pijnpunt meer voor Harm, dus kan hij er makkelijker op een afstandje naar kijken.

Met meer eigenwaarde dan een aantal jaar geleden, probeert Harm de ruzie met Walter weer bij te leggen. Of dat lukt, is niet meer belangrijk. Je hebt voldaan aan je thema, want Harm zal zijn eigenwaarde zal behouden; hij heeft een conflict met vallen en opstaan gehad. Spijt is ook niet nodig; hij heeft gedaan wat hij kon om te voorkomen dat hij op zijn sterfbed spijt zou hebben dat hij Walter voorgoed had afgeschreven.
Harms heldenreis is hoe dan ook geslaagd: je lezer wil de held risico’s zien nemen. Of die zich dan ook uitbetalen is dan bijzaak.

Kijk zo naar potententiele spijt en je leert meer over je personage, je verhaalopbouw en je krijgt een stevig conflict dat goed aansluit op je verhaalthema.