Cursus autobiografie schrijven

In opdracht van de ondernemersschool ben ik een cursus autobiografisch aan het schrijven. De cursus is in de laatste ontwikkelingsfase. Je kan je alvast inschrijven. Dan krijg je een bericht wanneer de cursus beschikbaar is.

In de cursus leer je een (auto)biografie schrijven op basis van de kernprincipes van creatief schrijven. Je schrijft dus geen verhaal dat leest als een saaie opsommingen van gebeurtenissen. Jouw verhaal gaat lezen als een prettige roman!

Dit biedt de cursus autobiografie schrijven

De cursus autobiografie schrijven leert je een goede (auto)biografie te schrijven. Je kan er het volgende van verwachten:
* Theoretische uitleg over verschillende schrijftechnieken die je ook voor creatief schrijven kan gebruiken.
* Studietips die er niet slechts op gericht zijn een techniek te leren begrijpen, maar ook je schrijfinzicht vergroten.
* Inleveropdrachten waar je feedback op krijgt.
* Een elektronische leeromgeving met extra casussen, oefenmateriaal en de mogelijkheid jezelf te overhoren.
* Een diploma na afronding van de cursus.

De cursus autobiografie schrijven inhoudelijk

De cursus autobiografie schrijven bestaat uit acht hoofdstukken, met in totaal zesentwintig paragrafen.
Dit is de lijst met hoofdstukken:
1 Voor je begint met schrijven
2 Over personages schrijven
3 Informatie bekend maken
4 Perspectieven
5 Plotverloop
6 Schrijftechnieken
7 Spelling en grammatica
8 Je boek publiceren

Korting op redactiewerk voor cursisten

Mocht je na het volgen van de cursus autobiografie schrijven een (auto)biografie in de maak hebben en nog behoefte hebben aan een redacteur, dan wil ik je natuurlijk graag helpen.
Als je een foto doorstuurt van je diploma, bied ik je bij wijze van felicitatie 25% korting aan op je eerste product uit mijn webshop. Proost op je schrijverschap!



Autobiografisch schrijven: hoe schrijf je over jezelf?

Als je autobiografisch schrijft, kan het lijken alsof je alleen maar hoeft op te schrijven wat er is gebeurd. Met deze drie tips maak je je eigen verhaal prettig leesbaar door juist een beetje met de waarheid te spelen.


1. Mix fictie en waarheid

Niemand heeft een leven dat continu bol staat van actie. Ook al sta je voor je werk in uitverkochte stadions, af en toe heb jij ook een avondje bankhangen. Je moet je dus niet te veel aan de zuivere waarheid houden, want dat gaat ten koste van een spanningsboog, of überhaupt van een interessant verhaal. Als je in werkelijkheid een ingeving kreeg bij een kopje koffie dat je alleen dronk, mag die ingeving in je verhaal gerust laten komen op moment dat je net een heftige discussie had met je werkgever. Overdrijf de actie echter niet. Je moet wel onthouden dat je autobiografisch schrijft, geen fictieve actiethriller.


2. Kijk terug naar je verleden met je kennis van nu

Als je een levensverhaal schrijft, kijk je ergens op terug. Het is vaak zo dat je later op iets terugkijkt en dan iets beseft wat je eerder niet kon begrijpen. Als kleuter vond je je moeder stom omdat je ze nooit een hele zak snoepjes gaf als je daar zin in had. Als volwassene weet je wel beter: ze was niet stom, maar gaf om je gezondheid. Zo kun je ook anders kijken naar het verloop van je leven, invulling van relaties en hoe je je mening vormde. Ben niet bang om jezelf (in vele opzichten) eens goed onder de loep te nemen. Je kan er kennis mee opdoen die goed te gebruiken is om een stevige verhaallijn mee op te bouwen.


3. Wie speelt er nog meer mee in je verhaal? 

Je bent niet alleen op de wereld. Als je schrijft over jezelf, ga je uiteindelijk ook over andere mensen schrijven. Bedenk goed wie een plaats in je verhaal krijgt en waarom. Vergelijk het met een klas op school. Je zat met dertig kinderen in de klas, maar je kan niet over al die klasgenoten schrijven, want dan wordt je verhaal rommelig. Bedenk wie er daadwerkelijk een rol in je leven heeft gespeeld, voordat je diegene een rol in je verhaal geeft. Bedenk vervolgens goed wat je over die persoon schrijft. Schrijf niet zomaar privégevoelige informatie van iemand anders in je boek. Pas het desnoods een beetje aan, zodat je niemand onnodig voor het blok zet.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Zo maak je een ruzie nuttig voor je verhaal

Als je schrijft, vliegt de term centraal conflict je om de oren. Maar een conflict is in schrijversland niet altijd hetzelfde als een ruzie. Maar je moet wel proberen van een ruzie een goed conflict te maken, voor een vlot verhaalverloop. Hoe zit dat precies?

Ruzie en conflict in een verhaal

Zoals je waarschijnlijk weet, is een conflict essentieel voor een goed lopende verhaallijn. Tegelijkertijd betekent de term ‘conflict’ in de schrijverswereld niet meteen dat er ruzie is.
Een ruzie heeft geen speciale betekenis in de schrijverswereld. Dat is het principe dat mensen schelden, vechten, schreeuwen of het alles behalve met elkaar eens zijn. Maar een ruzie moet wel een conflict zijn: het moet in dienst staan van het verhaal en het plot verder helpen. Anders krijg je een eindeloze, saaie en nutteloze welles-nietes-discussie.

Ruzie in een verhaal

Een ruzie is iets dat een leven in meer of mindere mate in beslag kan nemen. Hoe groot of klein de ruzie ook is, het geeft een ongemakkelijk gevoel, dus daar wil je vanaf. En helaas is er voor dat gevoel geen simpel pilletje dat je even kan slikken. Dus als vanzelf ‘moet’ een ruzie worden opgelost.
Een ruzie moet altijd zodanig aflopen dat er iets in gang wordt gezet. Meestal is de ruzie een aanleiding en een aanloop naar een volgende clue. Dat betekent dus ook dat een verhaal niet mag stoppen met een ruzie.
Met een conflict gaat dat net iets anders: een conflict kan slecht aflopen en stoppen. Als je schrijft over een stel dat in relatietherapie gaat, maar uiteindelijk toch gaat scheiden, dan is het ‘verhaal’ van hun huwelijk voorbij en loopt het slecht af. Wat een conflict en een ruzie met elkaar gemeen hebben is dat ze voor een groei van je personage of een verandering in het plot moeten zorgen.

Een ruzie uitwerken in je verhaal

Voordat je een ruzie op papier laat beginnen, moet je vooral je personages goed kennen. Niemand maakt voor de lol ruzie, omdat het een vervelend gevoel geeft. Daarom moet je vooral weten wat je personage allemaal een naar gevoel kan geven. Lees daarvoor eens de personagebiografie. Daar kan je misschien al het een en ander in vinden. Wat ook kan helpen is de comfortzone te bepalen. Als je weet wat de comfortzone van je personage is en hoe hij daar uit moet komen om het centrale conflict daarmee te starten, ben je ook al een heel eind.

Ruzie en een comfortzone

Een comfortzone heeft als doel om je personage een conflict te laten aangaan. Niets blijft bij het oude; er moet iets gebeuren om een verhaal in gang te zetten. In het geval van een ruzie is deze comfortzone altijd ongemakkelijk; het is immers een ruzie. Bekijk dan eens van wat dichterbij wat er precies aan de comfortzone gaat veranderen en wat je personage daar niet prettig aan vindt. Enkele voorbeelden:

  • Er is ruzie over geld. Je personage wil niet uit de comfortzone waarin niet geld niet zomaar voor handen is.
  • Een kind maakt ruzie met haar vader als ze voor straf geen koekje mag. Ze wil niet uit de comfortzone van de belofte van een lekker snackje.
  • Bij een vechtscheiding moet er worden beslist bij wie de kinderen voornamelijk gaan wonen. De moeder wil niet uit haar comfortzone als (archetype) rol van de verzorger.
Als je personage dit beeld al haar leven lang al doel heeft, zal zij bij een (v)echtscheiding er alles aan doen om de voogdij over haar kind te krijgen.

  • Kijk vervolgens hoe de comfortzone tot stand is gekomen. Ook nu kunnen de personagebiografie en de archetype rol van je personage daarover goede aanwijzingen geven. Wat zijn de normen en waarden van je personage? Wanneer en waarom schiet een personage precies uit zijn slof als iemand anders deze levenswijzen als raar of zelfs belachelijk bestempeld? Probeer daar eens met een vergrootglas naar te kijken. Zodra je dat weet, kan je de ruzie inhoudelijk levendiger maken: je weet nu wat er voor het gevoel van je personage daadwerkelijk op het spel staat.

Ruzie en een conflict

Een conflict is dat welbekende principe van vallen en opstaan en steeds dichter bij een oplossing (of een einde) komen. Als een ruzie dus een conflict is, moet je ervoor zorgen dat de ruzie meerdere ‘lagen’ heeft. Als eerst kijk je naar de oppervlakte: wat zijn de primaire reacties van je personages? Hoe reageren ze op elkaar? Door die reactie komt een volgende laag naar de oppervlakte: “Jij bent ook zo’n rommelkont!” is niet het echte verwijten. Het gaat erom dat de ander niet meedenkt hoeveel extra tijd in het huishouden het de partner kost om extra rommel op te ruimen. Het verwijt is dat de ander ondoordacht handelt. Dan is het dus niet opgelost als de afwas keer wel is gedaan. Je personages zullen met vallen en opstaan moeten bedenken hoe ze dat dieperliggende conflict moeten aanpakken.

De oorzaak van een ruzie heeft vaak een dieperliggend probleem. Doe daar je voordeel mee: pak de gelegenheid aan om je personage erdoor te laten groeien.

Kijk daarvoor opnieuw naar de personagebiografie, normen en waarden en de comfortzone van je personages en leg ze naast elkaar. Als je ziet dat de irritaties van de echtgenoot hetzelfde zijn als die van de echtgenote, is dat de sleutel tot de oplossing. Werk daar dan naartoe. Maar niet voordat je ziet in wat voor opzicht ze nu van meningen of doelen verschillen. Zo ben je verzekerd van een vallen en opstaan proces. Kijk daarbij ook wat nuttig is voor het groeiproces van de personages. Wat is de heldenreis van de personages? Als een personage moet leren om wat meer naar anderen om te kijken, laat de partner in de ruzie dan gerust, zo niet vooral de praten over hoe in de steek gelaten hij zich voelt. Anders wordt het voor het andere personage ook lastig om de benodigde les te leren. Laat de ruzie dus vooral even (maar niet te lang!) duren.


Hoe ga je om met een mentaal writer’s block?

Het writer’s block dat je overkomt wanneer je vastloopt met je verhaal is niets nieuws. Maar het mentale writer’s block wordt niet zoveel benoemd. Wat bedoel ik met een mentaal writer’s block en wat doe je eraan?

Een mentaal writer’s block

Een writer’s block: je loopt vast met je personages of met je plot. Maar soms wordt schrijven lastig doordat je aan jezelf gaat twijfelen. Bedenk of je voor jezelf duidelijk hebt of je een getalenteerde schrijver bent volgens je eigen definitie. Maar soms twijfel je nog steeds aan jezelf, ook al zijn je verwachtingen duidelijk. Dan wil het schrijven alsnog niet vlotten. Dan heb je een mentaal writer’s block.

Een mentaal writer’s blok: vergelijken en ambities

Vaak is een mentaal writer´s blok het resultaat van jezelf vergelijken met anderen en de ambities die je zelf als schrijver hebt: “Een vriendin van mij heeft net haar debuut gemaakt, en ik zit hier al jaren mijn hoofdstuk één te schrijven en herschrijven. Trouwens, zij schrijft sowieso indrukwekkender dan ik. Wat doe ik hier met mijn verhaal waar misschien niet eens een passend uitgeverfond voor te vinden is?”
Dit soort gedachten kunnen een mentaal writer’s block veroorzaken. Het idee dat jij als schrijver niets bij te dragen hebt, omdat je denkt dat:

  • jij als schrijver misschien niets bij te dragen hebt;
  • er iemand (in je naaste omgeving) beter kan schrijven dan jij;
  • het maar niet snel genoeg gaat met schrijven;
  • Het schrijven je niet makkelijk afgaat.

Je zou deze argumenten de kop in kunnen drukken door te zeggen dat je moet ophouden met jezelf te vergelijken met anderen, omdat je daar niet verder mee komt. Was het maar zo simpel… Daarom gaan eerlijk naar deze nare gedachten kijken. Hopelijk heb je na het lezen van deze blogpost een blokkade minder.

Als je een mentale oppepper nodig hebt, hoop ik die met deze post te geven.

Jouw bijdrage als schrijver

Nee, je zal misschien geen Nobelprijs ontvangen omdat jouw personages een realistische manier vinden om wereldvrede te ontketenen. Maar bedenk:
– Is het wel jouw doel om maatschappelijke veranderingen te ontketenen met je boek? Als je mensen vermaak wil bieden, dan is daar niets minderwaardigs aan. Als er iemand depressief is en weer eens lekker wil lachen, dan is jouw komische boek veel meer welkom dan een dikke psychologische pil waarin de helden na een hoop zware gebeurtenissen eindelijk armoede oplossen.
– Waarom schrijf je eigenlijk? Misschien is schrijven voor jou wel een manier van zelfontplooiing en krijg je er zelfvertrouwen door. Later kan jouw zelfvertrouwen dan een voorbeeld voor anderen worden. Succes als schrijver is niet alleen te vinden in verkoopcijfers.

Betere schrijvers

Goed schrijven is subjectief. Knoop dat goed in je oren, voordat je jezelf gaat vergelijken met andere schrijvers. Ja, er zijn mensen die beter kunnen schrijven dan anderen, maar bedenk daarbij ook: wat maakt dat een andere schrijver beter is? Twee veelvoorkomende punten waarmee je jezelf makkelijk onderuit kan halen als schrijver door jezelf met anderen de vergelijken zijn:

  • Mijn fantasie is niet zo groot.
    Nee, je zou de toverwereld van Harry Potter niet bedacht kunnen hebben. J.K. Rowling geeft je daarin het nakijken. Maar vraag je af of zij op haar beurt had kunnen bedenken hoe de onschuld van een kind een doorslaggevende factor wordt voor de start van een maatschappelijk debat betreft werkdruk. De ene fantasie is de andere niet.
  • Ik kan niet poëtisch/boeiend/beeldend schrijven
    Goed schrijven lijkt synoniem te zijn geworden met moeilijke woorden, lange zinnen, diepgaande thema’s of prachtige symboliek. Maar past dat wel bij jouw verhaal? Als je schrijft over het eenvoudige leven van je oma, dan hoeft dat helemaal niet. Ze hoeft daarvoor niet eens het cliché van wijze oude dame te belichamen. Als jouw oma niet uitgesproken wijs was, maar wel een schat van een mens, dan schrijf je gewoon over die lieve vrouw. Het is vreemd om te zeggen dat oma fantastisch was als mens, maar als personage niets voorstelt. Oma is nog steeds lief, ook al is zij niet de bedenkster van een citaat als : ik zie het leven niet als een halfvol of halfleeg glas. Ik denk gewoon dat het leven van prachtig glas is gemaakt.

De vaart van het schrijfproces

Je vriendin heeft inmiddels deel vijf van haar supersuccesvolle serie uitgegeven en jij bent inmiddels bij (hoera!) hoofdstuk twee van je manuscript aangeland. Je kan er vast niks van, anders zou het wel vlotter gaan. Kijk eens of je de lat lager kan leggen. Waarom is het zo belangrijk voor je dat je boek in een jaar af is? Gaat het er niet om dat je boek in zijn best mogelijke vorm komt en dat je plezier aan het schrijven blijft beleven?
Een opkikkertje: het kostte de schrijfster van het boek Pachinko dertig jaar om haar roman te schrijven. Uiteindelijk werd de schrijfster in recensies vergeleken met grote namen als Charles Dickens. De tijd nemen voor je verhaal is dus niet altijd verkeerd.

Je kan je relatie met tijd zo moeilijk maken als je zelf wil.

Moeite met schrijven

Waarom kom je maar niet verder dan hoofdstuk drie? (De oplettende lezer ziet de voortuitgang ten opzichte van de vorige alinea’s 😉 ) Steeds vindt je weer iets om aan te passen of te veranderen. Het lijkt maar niet te lukken met schrijven…
Maak voor de motivatie een lijstje van wat wel is gelukt. Ja, jouw personage is al zesentwintig keer van gedachte veranderd (Hallo, versie zevenentwintig van hoofdstuk drie…). Maar dat is wel zo omdat je het personage beter hebt leren kennen. Of leerde hoe je een betere spanningsboog maakt.
Kijk eens wat je al wel hebt bereikt :

Ik mag dan wel aan versie zevenentwintig van hoofdstuk drie toe zijn, maar:

  • Ik heb inmiddels wel een uitgebreidere personagebiografie kunnen maken
  • Ik moest veel herschrijven door de dingen die duidelijk werden uit mijn onderzoek
  • Ten tijde van versie dertien wist ik nog niets van save the cat. Nu kan ik dat schema perfect toepassen!

Geef de moed niet te snel op. Succes!

Autobiografisch schrijven: vrijblijvend schrijven?

Als je autobiografisch schrijft, schrijf je over je eigen leven. Dan kan het lijken alsof je alles kan schrijven wat je maar wil. Het is jouw leven, dus je deelt wat je wil, en je schrijft over jezelf zoals je wil. Dus autobiografisch schrijven is vast een eitje, toch? Helaas is het niet zo simpel. Waar moet je op letten als je autobiografisch schrijft?

Autobiografisch schrijven: je wordt een personage

Als je autobiografisch gaat schrijven, is er één ding dat je goed moet onthouden. Als je autobiografisch schrijft, krijg je een persona(ge). Dat betekent ook dat je leven de vorm van een fictieverhaal moet krijgen om prettig leesbaar te zijn (tenzij je een soort encyclopedie over jezelf wil schrijven, maar dat is waarschijnlijk niet je bedoeling). Een autobiografie schrijven heeft daardoor veel gemeen met het schrijven van elk ander verhaal waarin de lezer met een personage mee gaat leven. Je wordt meegenomen in de leefwereld van een persoon op papier.
Daarom moet je voordat je aan je levensverhaal begint goed weten wat jij straks ‘als personage’ laat zien of doormaakt. Net zoals bij fictieve personages zal je onderzoek moeten doen.

Autobiografisch schrijven: ken jezelf

Onderzoek naar jezelf kan klinken als een spirituele reis of een afspraak bij de psycholoog. Geen zorgen, zo extreem hoeft het niet te worden. Maar bedenk wel dat als je autobiografisch schrijft je dus een persona(ge) krijgt. Zoals je waarschijnlijk al weet als je al een tijdje oefent met schrijven, betekent dat dat je hoe dan ook een personagebiografie moet maken om een personage realistisch en narratief kloppend verhaal te kunnen schrijven.

Daarom moet je dus heel goed gaan kijken welke dingen er in je leven gebeurt zijn of welke keuze je maakt(e). Alleen dan kun je van een afstandje naar je eigen leven kijken om het te zien als een verhaal, niet als een reeks dingen die je hebt meegemaakt.
Soms kan zoiets als je favoriete vakantieland al iets over je zeggen. Vergelijk:
Jij gaat graag naar een zonnig strand om daar lekker te kunnen luieren. Heb je wel eens bedacht dat dat ontspannen gevoel iets gemeen heeft jouw nonchalante manier van doen? Of dat je juist liever naar bergachtig gebied gaat omdat je dan veel en intensief kan wandelen een actieve vakantie hebt. Geen wonder voor een sportpersoon als jij.

Hou jezelf een spiegel voor als je autobiografisch gaat schrijven.


Een ander voorbeeld. Stel dat je dol bent op lekker eten en zo nu en dan in Michelinsterrenrestaurant gaat eten.
Waarom ga je dan graag ook naar dat ene restaurant? Is de chique omgeving vertrouwd voor je en ken je de mensen daar goed? Of wil je aan de rest van de wereld laten zien dat je dat etentje kan betalen?
Dit soort vragen zijn voor jezelf om te beantwoorden en het is belangrijk dat je hier niet meteen een waardeoordeel aan hecht.
Als je je leefwereld al aan begint te passen om maar ‘juist’ over te komen nog voordat je verhaal stevig staat, dan ga je vroeg of laat jezelf tegenkomen; het zal de continuïteit geen goed doen. Hoe jij als overkomt als persoon of personage is iets van latere zorg. Je moet er rekening mee houden, maar niet op het moment dat je complete verhaalidee nog op de tekentafel ligt.

Leg je eigen interesses en manier van doen en laten onder de loep. Je moet zodra je jezelf een persona(ge) geeft enige samenhang zien in je interesses of zelfs grotere levensgebeurtenissen, anders kan je geen logisch verhaal schrijven.

Autobiografisch schrijven: wie wil je aanspreken?

Je bent als persoon iemand met veel interesses, bezigheden en je hebt verschillende dingen meegemaakt Waar wil je over vertellen? Als je een personage schrijft, staat in diens verhaal altijd een centraal conflict of specifiek onderwerp centraal. Om een verhaal af te bakenen kun je niet vertellen over een leraar bioloog die colleges geeft op de universiteit, een gezinsleven heeft, soms onderzoek doet in het Amazonegebied en doordeweeks met haar vrienden naar het café gaat om een wijntje te drinken.

Dat kunnen allemaal verhalen zijn:
* over het universiteitsleven
* over het het onderzoekersleven in de Amazone
* over het moederschap
* over een groepje vriendinnen.

Dat zijn vier zulke verschillende verhalen dat de kans klein is dat je daar veel mensen mee aanspreekt. Iemand die geïnteresseerd is in biologisch onderzoek is niet per se ook geïnteresseerd in het gezinsleven. Probeer daarom je doelgroep te bepalen voor je begint met schrijven. Dat bespaart je een hoop gedoe als je eenmaal met schrijven begonnen bent.

Ethisch autobiografisch schrijven

Als je autobiografisch schrijft, moet je fictie en non-fictie balanceren. Je zal dingen moeten verzinnen die niet gebeurd zijn om het verhaal tot een mooi geheel te maken of bepaalde dingen privé te kunnen houden. Maar lezers denken (al is het maar onbewust) vaak dat wat in een autobiografie is geschreven, precies zo is gebeurt. Dat kan gevolgen hebben. Bijvoorbeeld:
Ik ben in Hiroshima geweest en heb daar het vredespark bezocht. Dat is er in Nagasaki ook één. Om fictie en non-fictie te scheiden, bezoekt mijn persona in Nagasaki het vredespark. Als ik dan schrijf dat ze de stad helemaal fantastisch vindt, is het niet onlogisch als iemand me vraagt: “Zou je me aanraden om naar Nagasaki te gaan?” terwijl ik daar nooit ben geweest.

Het kindermonument in het atoombomherdenkingspark in Hiroshima (dus niet in Nagasaki…)

Dit voorbeeld zou waarschijnlijk geen spannende gevolgen hebben. Maar je kan al snel iets schrijven wat belangrijke gevolgen kan hebben. Denk daar goed over na. Als je autobiografisch schrijft, moet je een bepaalde ethiek in acht nemen. Je zal privacy van jezelf en anderen in acht moeten nemen en bepaalde meningen moeten nuanceren om geen onnodige problemen te krijgen.

Drie tips voor een fantastische spanningsboog

Een verhaal is en blijft spannend als je spanningsboog goed in elkaar zit. Daarvoor kan je de three act structure gebruiken. Dit schema leert je over een goede opbouw van begin, midden en eind en waar je een conflict moet schrijven. Er is een aantal dingen die het schema niet duidelijk meldt, maar toch is het een goed uitgangspunt voor de opbouw van je verhaal. 


Wat is de three act structure?

De three act structure is een schema waarin je kan zien wat het begin, midden en eind van een verhaal vormt. Die delen van het verhaal zijn weer onderverdeeld in fragmenten. Elk fragment laat zien wat je wanneer moet schrijven. 

three act strucure

Dit geeft antwoord op vragen als: 

  • Wanneer en hoe rond je de inleiding van een verhaal af?
  • Is het al tijd voor een confrontatie of moet er nog een obstakel komen?
  • Kan het verhaal al stoppen of is er nog een afronding nodig?  

 Enzovoorts. 
Zo helpt de three act structure een goede spanningsboog te waarborgen. Maar je kan er nog meer mee. 

1.    Balans van medepersonages

Kijk eens naar de vorm van de grafiek van de three act structure en merk op dat er om de zoveel tijd confrontaties zijn in de vorm van ‘explosietekens’. Dit kan een goede visuele herinnering zijn voor het feit dat niet alleen je plot, maar ook je personages dynamisch en divers moeten zijn. Met andere woorden: als je personages te veel van hetzelfde zijn (qua karakter, overtuigingen, of achtergrond) dan krijg je geen conflict. Als je personages over alles hetzelfde denken, kunnen ze heel gezellig koffiedrinken, maar daar krijg je geen verhaal van. Je hoofdpersonage kan een autocoureur zijn, zijn beste vriend een milieuactivist die het niet oké vindt dat er voor de lol zoveel benzine wordt gebruikt in een autorace. Dan zijn ze het ergens niet over eens. Zo volgt er een discussie en uiteindelijk een conflict (niet per se een ruzie!) waardoor je hoofdpersonage anders over iets gaat denken. Zo wordt er een verhaal of een centraal conflict gestart. Conflicten moeten worden uitgelokt en daar zijn personages voor nodig die van elkaar verschillen. 

2.    In medias res 

Als je in medias res schrijft (je start je verhaal bij het chronologische midden) dan kan de three act structure houvast bieden. Zo zie je duidelijk welke elementen van het begin je later nog in verhaal moet verwerken. 

3.   Three act structure per hoofdstuk

Three act structure gaat als schema uit van het volledige verhaal. Toch zul je merken dat ook binnen een verhaal soms meerdere verhalen schuilen. Dit zijn de spreekwoordelijke (en soms letterlijke) hoofdstukken. Neem een mensenleven. Als je dat volledig zou uitschrijven, dan heb je ‘hoofdstukken’ als bijvoorbeeld: 

  • De kindertijd
  • De studententijd
  • De huwelijksperiode
  • Het werkbare leven

Laten we kijken naar de studententijd. Die heeft ook een begin, midden en een eind. Je begint een studie, daar krijg je te maken met conflicten (je zakt voor toetsen, je kan geen stage vinden, je weet niet hoe je na een kroegentocht zonder kater colleges bij kan wonen…)  en uiteindelijk krijg je je diploma. 
Als je merkt dat je met je verhaal als geheel in de knoop raakt, kijk dan eens of het schema van de three act structure nog klopt per ‘hoofdstuk’. Meestal kun je aardig wat rechtbreien als je je tekst van net iets dichterbij bekijkt. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Op verhaalentaal.blog werd eerder over the three act structure geschreven onder de term save the cat.

Wat kan reizen je leren over schrijven?

Reizen kan een onverwachte manier zijn om beter te leren schrijven. Als je je oren en ogen goed openhoudt, kan een andere omgeving je leren om een beter verhaal te schrijven, of het nu gaat om een verre reis een weekendje weg relatief dicht bij huis.

Een opsteker voor je opschrijfboekje

Als je op reis gaat (of dat nu een half jaar naar de andere kant van de wereld is, of van de Randstad een dagje naar het platteland) zie je dingen die anders zijn dan je gewend bent. Dingen die anders zijn, moet je als schrijver noteren in je opschrijfboekje om je observatievermogen scherp te houden. Nergens merk je zoveel op als als in een nieuwe omgeving, dus dat maakt reizen al een goede schrijversoefening op zichzelf.

De fotoavond na een vakantie

Vakanties lopen zelden volledig in de soep en vrienden zijn meestal niet de mensen die het leuk vinden om te zeggen dat zij lekker naar Australië kunnen vliegen, terwijl jij alleen een weekendje Schiermonnikoog kan betalen. (Zeg tegen hen dat Aussies lekker niet kunnen wadlopen….)
Dus volgt op een vakantie van jou of je dierbaren een gezellige ‘foto-avond’ om foto’s te laten zien en bij te kletsen.
Omdat ik graag reis, het voorrecht heb dat elk jaar te kunnen doen en dat ook geldt voor veel mensen om me heen, heb ik deze ‘foto-avonden’ vaak meegemaakt. Het is me opgevallen dat een aantal uitspraken vaak terugkomen, bijna als clichés. En als een schrijfster/tekstredactrice cliché hoort, is het wachten op nieuwe observaties en bijbehorende mini-schrijfoefeningen ;). Ik hoop dat ze je helpen om meer schrijfinzicht te krijgen!

“Wat hebben we het in Nederland toch goed.”

Als je naar landen op reis gaat waar je niet om de armoede heen kan, is dit na thuiskomst een veel gehoorde uitspraak. Armoede is voor de meeste Nederlanders gelukkig niet aan de orde van de dag. Maar zodra we het van dichtbij zien is het altijd slikken. Maar we weten dat armoede er is. Waarom zeggen we bovenstaande uitspraak pas zodra we armoede zien? Dan krijgt armoede letterlijk een gezicht. Je hebt mensen gezien die moeten bedelen, een huis hebben dat uit weinig meer dan wat houten palen en golfplaten bestaat. Het raakt je meer omdat je in deze mensen hebt ‘geïnvesteerd’. Hoe oppervlakkig ook, je kent ze nu een beetje, dus nu wil je dat het goed met ze gaat. Ditzelfde gaat op voor een gouden regel bij het gebruik van plottwists: eerst investeren, dan omkeren. Je kan pas verrassen met een verhaal zodra de lezer bij een (persoonlijk) verhaal betrokken is geraakt.

“Rare jongens die….”

Romeinen, Randstedelingen, Amerikanen, Groningers of toch de Japanners?
In welke andere, vreemde omgeving je ook komt, mensen zullen dingen waarschijnlijk anders doen dan jij gewend bent. Dat kan vreemd op je overkomen: dan ervaar je een cultuurschok. Maar wat voor jou normaal is, is voor de ander juist weer vreemd. Hier zie je hoe een personagebiografie een persoon en diens overtuigingen of kijk op de wereld kan vormen. De Amsterdammer pakt een trammetje naar het werk. Dat komt niet in de plattelandsbewoner op: in die omgeving rijdt geen tram. Het doodnormale voor de Amsterdammer is vreemd voor de plattelandsbewoner.

Eten Japanners rijst bij het ontbijt? Wat apart, dat eet je toch ’s avonds?
Wat denkt diezelfde Japanner misschien over Nederlanders?
Hoezo strooien zij kleine stukjes chocola op brood en eten ze dat ’s ochtends? Hoe komen ze daar nou bij? Chocoladestrooisel is toch taartdecoratie? Hagelslag, zeg je? Oké dan…

Wees even eerlijk, mensen… 😉
Door Amin – Eigen werk, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=70552546

“Maar die persoon maakte de reis echt onvergetelijk!”

Het lijkt wel het lijfmotto van elke backpacker: “Het mooiste van de reis was niet de bestemming, maar de toffe mensen die ik heb ontmoet.” Hier zie je hoe mensen elkaar beïnvloeden en hoe dat een reis (of een verhaal, zo je wil) en daarmee een mens kan veranderen. Als je Katie niet had ontmoet, had niemand jou overgehaald om te gaan abseilen en zo heb je geleerd je grenzen wat te verleggen. Zo maak je van meerdere verhaallijnen een mooi geheel als je een verhaal gaat schrijven. Je kan er ook alert op zijn wat voor archetypen je medereizigers zijn en hoe jij vervolgens na de reis (anders) in het leven staat.

“Je gelooft toch niet dat mensen dat kunnen maken?”

Of het nu eeuwenoude gebedshuizen of piramides zijn of moderne (veel te hoge) gebouwen, soms kijk je naar bouwsels en denk je alleen maar: hoe dan? Kijk voor een mogelijk antwoord eens naar het schema van save the cat. Tijdens de bouw zijn er misschien hindernissen, vertragingen of problemen geweest. Kun je (met een beetje fantasie) het schema helemaal invullen? Hoe dan ook is er een begin, midden en een eind (de bouwplannen, de bouw en de voltooiing) anders stond je nu niet met open mond ergens naar te koekeloeren.

“Toch ben ik blij dat ik weer thuis ben…”

De foto-avond heeft deze uitspraak vaak als slotconclusie. Dat geeft aan dat mensen vaak gehecht zijn aan hun comfortzone, hoe avontuurlijk ze ook zijn, of hoe gaaf ze de vakantie ook vonden. Wat zegt die comfortzone over de dingen die je personage op reis heeft gezien of meegemaakt? Is er ergens stiekem een gevoelige snaar geraakt en wil ze dat niet toegeven? Is het verhaal nu afgerond nu er nieuwe ervaringen zijn opgedaan? Of is dit juist aanleiding voor weer een nieuw verhaal of een nieuwe reis? (Bedenk: elke nieuwe situatie kan naar verloop van tijd een nieuwe comfortzone worden.) Misschien is het tijd om een doos hagelslag in je koffer te stoppen, een vlucht naar Japan te boeken en daar aan de eerder genoemde Japanner uit te leggen waarom hagelslag toch echt niet zo raar is…
Wie weet kom jij dan op jouw beurt wel terug met het idee dat een okonomiyaki de meest normale pannenkoek op de wereld is. Zo kan reizen een eindeloze inspiratie voor verhalen vormen!

Een nieuwe definitie van de doodnormale pannenkoek: okonomiyaki

Drie tips om beter te leren observeren

Zeg schrijver en je zegt pen. Maar een schrijver kan ook niet zonder opschrijfboekje om allerlei verhaalideeën in te noteren. Ideeën voor een plot bijvoorbeeld, maar je kan er zelfs kleine voorwerpen inplakken. Er zijn wat dat betreft geen regels. Als het je maar inspiratie geeft. Deze tips voor je opschrijfboekje kunnen je niet alleen inspiratie geven, maar ook beter leren schrijven. 

1. Kies een kleur om op te speuren

In je dagelijkse leven zie je bepaalde dingen steeds opnieuw terugkomen. Dezelfde auto voor de deur, dezelfde meubels in je huis. Daardoor raak je in een soort ‘sleur van observatie’. Je let niet meer op bepaalde details of kenmerken en daardoor let je niet meer op wat je nu eigenlijk ziet. Het is belangrijk dat je je observatievermogen scherp houdt: hoe wil je anders een fictieve wereld boeiend omschrijven? Deze oefening kan je helpen om goed te blijven observeren: 

Kies een kleur uit en schrijf gedurende de dag alles op wat je ziet met die kleur. Dit kun je het beste doen op een dag dat je thuis bent. Omdat je in de vertrouwde omgeving bent, zie er je niets speciaals meer aan. Totdat je ineens beseft hoeveel rode dingen je in huis hebt. Je had toch niets roods in huis? Jawel: er liggen rode appels in de fruitschaal en de chipszak in de kast is ook rood. 
Je kan deze oefening natuurlijk ook doen met vormen of materialen.


2. Noteer details van gezichtsuitdrukkingen

Bij de schrijftechniek show, don’t tell omschrijf je dingen en emoties. Zo schrijf je: de tranen lopen over mijn wangen in plaats van: ik ben verdrietig. Zodra je met emoties te maken krijgt die minder makkelijk te omschrijven zijn, kan dit soms leiden tot een kleine writersblock. Hoe kijkt iemand die teleurgesteld is eigenlijk? De mondhoeken gaan wat naar beneden of de ogen worden groot. Train jezelf in het opschrijven van de kleine details en veranderingen die je ziet in verschillende gezichtsuitdrukkingen. Op de lange termijn scheelt dat een writersblock als je emoties gaat omschrijven. 

3. Schrijf kleine, lieve gebaren op

Een verhaal gaat over je hoofdpersoon, ook wel de held genoemd. Soms kan het lijken alsof je held veel gemeen moet hebben met een superheld: hij moet superkrachten hebben, overal de beste in zijn en alleen grootse gebaren en acties uitvoeren. Dat is niet zo: dan krijg je een Mary Sue-personage. Maar als je de goedheid of vrolijkheid van een personage beter niet kan portretteren door die dertig uur per week vrijwilligerswerk te doen, hoe doe je dat dan subtieler? 

Schrijf kleine, lieve gebaren op die je elke dag ziet. Die zijn er meer dan genoeg. Net als dat het geval is bij de kleuren in de eerste tip, zijn ze zo vanzelfsprekend dat ze niet meer opvallen. Heb je een opzetje nodig? Denk eens aan: 

•    Iemand verrassen met een klein cadeautje of een kaartje
•    Een kind een high-five geven
•    Een complimentje geven
•    Boodschappen doen voor een zieke vriend
•    Iemand opbellen als je weet dat diegene eenzaam is

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Anticlimax: zo verpest je een verhaal

Je kent een anticlimax vast wel. Het is dat moment waarop er een onthulling komt waarvan je denkt: is dat alles? Of erger nog: je verwacht het hele boek om een onthulling te krijgen, zonder dat die er überhaupt komt.
De anticlimax kan al het goede van je verhaal tenietdoen. Dat is vreselijk jammer. Hoe kun je een anticlimax voorkomen?

Waar schrijf je een climax in het verhaal?

Een climax komt vrijwel aan het einde van een verhaal. Dat kun je zien in het schema van save the cat.

Er zit een stijgende lijn in het schema. Dat is als het ware de aanloop naar de climax. Vanaf dat punt wordt alles wat ‘rustiger’ en schrijf je langzaam naar het einde toe. Je kan zien dat de climax in het schema een explosief tekentje heeft. Dat betekent dat er iets belangrijks of spectaculairs moet gebeuren.

Wat is een anticlimax?

Een anticlimax is een climax waarin het bovenstaande save the cat schema op twee mogelijke manieren anders uitpakt:

  • In plaats van een lijn naar beneden in te zetten stopt de lijn vrij abrupt.
  • De verhaallijn zet door, maar is slechts vlak: er zit geen dynamiek meer in.

De verhaallijn stopt abrupt

Laten we voor deze voorbeelden een sprookje gebruiken om het simpel te houden.

Assepoester past het glazen muiltje en…
* Het muiltje past plotseling niet meer.
* De prins dacht dat een andere mysterieuze vrouw bij het muiltje hoorde. “Sorry Assepoes, maar ik trouw niet met jou, want jij bent mijn droomvrouw niet.”

De verhaallijn verliest aan dynamiek

Het muiltje past Assepoester! Maar dan:
“Ik dacht al dat jij degene was die bij het schoentje paste,” zei de prins.
“Ja, dat was ik,” glimlachte Assepoester.
“Nu ik er eens goed over nadenk… Is het wel slim om te trouwen met een vrouw waar ik precies drie uur mee gedanst heb?” De prins keek Assepoester aarzelend aan.
“Tja, daar heeft u een punt, majesteit…” zei Assepoester zacht.
“Zullen we dan eerst een paar maanden daten voordat we de knoop doorhakken?”

Als Assepoesters verhaal hierop uitdraait, ben je ver afgedwaald van het oorspronkelijke plan…

Vervolgens volgt een verslaglegging van het datingleven van Assepoes en Prins, die niet veel spectaculairder is dan dan de gewone sterveling. Daar is letterlijk en figuurlijk niets sprookjesachtigs meer aan.

Het abrupte einde van een verhaal

Een abrupt einde werkt meestal niet omdat er vragen onbeantwoord blijven. Meestal is dat een van de volgende vragen: ‘En toen?’ of ‘Hoezo?’

En toen?

Het muiltje past Assepoester niet meer. Daar kan het verhaal niet zomaar stoppen. Assepoester gaat waarschijnlijk nog proberen te bewijzen dat er iets van oplichting of een misverstand in het spel is. Dat kan je in theorie doen, maar dat zwakt je verhaal af. Je verandert er namelijk het centraal conflict mee. Het verhaal gaat niet langer (alleen maar) over het grote bal waar het hele verhaal naartoe werkt. Het gaat nu ook nog om het zoeken van bewijslast. Als je op het allerlaatste het verhaal nog een nieuw conflict geeft, wordt de structuur rommelig. Daarover later meer.

Hoezo?

Assepoester is toch niet de droomvrouw van de prins. Hoezo niet? Ze hebben elkaar steeds zwijmelend in de ogen gekeken, en belangrijk nog: daar draaide uiteindelijk het hele verhaal om… Plottwist, daarom! Je kan in mijn desbetreffende blog lezen dat een van de belangrijkste regels van een plottwist is: de reden voor een plottwist mag nooit choqueren zijn.

Een andere regel is: investeren en dan omkeren. Je hebt het hele verhaal in de heldenreis van Assepoester geïnvesteerd en vervolgens gebeurt er iets wat daar totaal niet binnen past. Alles wat ze heeft geleerd en gedaan als heldin van het verhaal wordt uit het raam gegooid. De emotionele mishandeling waar ze jarenlang aan is blootgesteld? Het feit dat werd beloond voor het bal en aan zichzelf kon bewijzen dat ze wel degelijk iets waard of mooi was? Vergeet dat maar, want de prins is plotseling kieskeurig…. Op deze manier pak je de heldenreis van Assepoester af.

Niet elk verhaal hoeft goed af te lopen, maar de afloop moet wel aansluiten op de heldenreis: de groei die je personage heeft meegemaakt. Stel dat je de prins inderdaad niet voor Assepoester kiest. Dan moet ze op zijn minst:
* met zijn broer kunnen trouwen en zo alsnog een prinses worden;
* verbitterd als huisslaaf voor haar gestoorde familie blijven werken in de wetenschap dat zij meer waard is, omdat de prins haar die ene avond hoe dan ook wel degelijk respecteerde.

Dat laatste voorbeeld is vrij extreem, maar zo zie je dat hoe slecht het verhaal ook afloopt, het groeiproces van de heldenreis niet zomaar genegeerd mag worden.

Een saaie dynamiek

Als je anticlimax een vlakke dynamiek in de hand werkt, komt de volledige verhaalopbouw op zijn kop te staan. Een climax is ervoor om het verhaal na een spannend slotstuk langzaam maar zeker af te ronden. Als je dan een heel nieuw conflict (lees: verhaallijn) in dat verhaal verwerkt, wordt alles wat je vooraf hebt geschreven, nogal snel ontkracht of leest het minder vlot.

Als je Assepoester en Prins inderdaad eerst maandenlang laat daten, dan heb je er zo weer een heel verhaal bij. Bedenk: zodra dat verhaal af is, heb je nog steeds één verhaal (het is alleen langer geworden). Wat is in dat langere verhaal het centrale conflict? Assepoester die het hart van de prins moet winnen op het bal, of de prins die uiteindelijk het hart van Assepoester moet winnen in een aantal dates?

Allebei de opties zijn mogelijk. Maar als je op het laatste moment in je verhaal van centraal conflict wisselt, dan is de basis waarop de rest van het verhaal staat niet stevig meer.
Als je over koninklijk datingleven wil schrijven, begint het verhaal eerder bij het schoentje passen dan dat het daar eindigt. Zo krijg je een heel ander save the cat schema.
Zorg ervoor dat je weet hebt van je centrale conflict, pak goed uit bij de climax en rond het verhaal daarna af.

Vier tips voor het omschrijven van reuk en smaak

Als je gaat omschrijven met de show don’t tell-techniek is het relatief eenvoudig om dat te doen door te omschrijven wat een personage ziet (de tranen stroomden over haar wangen) of voelt (hij voelde zijn maag samentrekken). Maar reuk en smaak omschrijven is een stuk lastiger en wordt daarom minder vaak gedaan. Dat is jammer, want als het goed doet, heb je een goudmijn gevonden. 


Smaak: op een schaal van één tot mierzoet…

Als je een smaak omschrijft met specifieke woorden, heb je er maar vijf tot je beschikking: zoet, zuur, zout, bitter en umami.  Maar binnen die vijf woorden kun je allerlei kanten op met een soort schaalverdeling. Een appel is zoet, maar dat is een frisdrankje dat is volgestopt met suiker en sterke smaakstoffen ook. Bedenk waar op de schaal van één tot tien de smaak zich bevindt.  

Smaak: meer dan alleen proeven

Als je iets eet, ervaar je meer dan alleen de smaak. Je ruikt iets als het voedsel geprikt aan een vork richting je mond komt, in je mond kauw je op iets knapperigs, of voel je juist iets zachts… Op deze manier omschrijf je ook met behulp van de zintuigen tast en reuk, wat de verbeeldingskracht van je lezer maximaal prikkelt. 

Geur: ruiken met je mond

Een zoete bloemengeur, de zure lucht van braaksel en de zilte zeelucht: vaak zijn geuren te herleiden naar een bepaalde smaak. Omdat geuren op zichzelf erg lastig te omschrijven zijn, kan het helpen om een van de smaken te gebruiken om de associatie bij een geur te versterken.

Geur: de lucht van….

Zweetsokken, benzine, een frituurpan, verbrand plastic…  Er zijn geuren die heel uitgesproken zijn. Dit zijn meestal niet de fijnste geuren. Maar dat werkt alleen maar in je voordeel. Uitgesproken geuren zijn namelijk heel makkelijk in de verbeelding op te roepen. Voeg daar nog een goed gekozen extra woord aan toe en je hebt een maximaal effect.
* De bijtende geur van verbrand plastic
* Een muffe schimmellucht
Je lezer zal met een beetje geluk de neiging krijgen om de neus ter plekke dicht te knijpen!

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online