Schrijfoefening: de belofte

Beloftes kunnen een leven veranderen en het helemaal op zijn kop zetten. Als je achter de drijfveren, comfortzone, zwaktes en sterke kanten van je personage wil komen, laat hem in je aantekeningenboekje dan eens een belofte doen.

De onbreekbare belofte van je personage

Beloftes heb je in allerlei soorten en maten. De kleinste zijn de beloftes waarbij er geen man overboord is als ze gebroken worden. “De volgende keer kom ik wèl op tijd in plaats van een minuut te laat.” De grootste beloftes zijn zo serieus dat de bekende metafoor ervoor de dood erbij betrekt. “Ik zweer op het graf van mijn moeder dat…/ ik ga nog liever dood dan…” Deze schrijfoefening neemt die ‘doodsbelofte’ vrij letterlijk. Je personage zal er alles aan doen om deze maar niet te hoeven verbreken. Zelfs als dat zover gaat dat hij er niet meer bij stilstaat of hij de belofte wel kan houden zonder zichzelf of anderen geweld aan te doen.

Deze schrijfoefening betreft een belofte die een torenhoge emotionele waarde heeft.

Wat is belangrijk voor je personage om te beloven?

De eerste vraag die je jezelf moet stellen is: “Wie of wat is zo belangrijk voor mijn personage dat hij er een onbreekbare belofte voor aan zou willen gaan?” Het kan een belofte aan een ander zijn, maar ook aan zichzelf. Ga na wie of wat onlosmakelijk met je personage verbonden is. Het principe van : “Zeg Stefano en je zegt X.” Dit kunnen geliefden zijn, overtuigingen, levensstijlen of een droom die je personage heeft. Is hij gelukkig als zijn kinderen gezond zijn? Dan doet hij er alles aan om te voorkomen dat zijn kinderen ziek worden. Hecht hij veel waarde aan zijn vaderland? Dan kan hij het leger in met de belofte dat hij voor zijn land zal sterven als dat nodig is. Wil Stefano hoe dan ook een wereldberoemd acteur worden en een Oscar binnenslepen? Dan zal hij alles op alles zetten om naar Los Angeles te kunnen vertrekken.

De gemaakte belofte en de benodigde middelen

Je hebt vastgesteld wat je personage voor belofte wil maken. Nu weet je wat belangrijk voor hem is en waar hij naar wil handelen. Bedenk vervolgens wat hij moet doen, leren, kopen… om dat doel te verwezenlijken.
Neem Stefano. Als hij wereldberoemd acteur in Hollywood wil worden, moet hij onder andere:
* Naar de toneelschool gaan om zichzelf te trainen en een realistische kans te maken bij audities in Amerika.
* Hard werken (om veel geld te verdienen). Een ticket naar Los Angeles loopt al in de honderden euro’s. Tel daarbij op dat je daar voor langere tijd moet wonen om meerdere audities te kunnen doen… Los Angeles is niet bepaald een goedkope stad. Stefano moet òf lange werkuren maken voor hij door kan breken òf een moddervet spaarvarkentje hebben.

De belofte uitgedaagd door het centrale conflict

We schrijven een verhaal, waardoor het onvermijdelijk is dat Stefano te maken krijgt met een tegenslag, in de vorm van het centrale conflict. Je kan makkelijk van de daken schreeuwen dat je Hollywoodacteur wilt worden, maar als het moment daar is, handel je er dan wel naar? Stefano wel: hij wil de belofte aan zichzelf namelijk absoluut niet breken. Dat kan twee scenario’s opleveren: de belofte faalt of overwint.

De belofte faalt

Stefano doet auditie na auditie, maar krijgt alleen een paar bijrolletjes die niet genoeg geld opleveren om van te kunnen leven. Maar hij moet en zal acteur worden, een ander beroep is niet voor hem weggelegd. Vroeg of laat levert zijn baan nog te weinig op voor de huur en belandt hij op straat. Vrienden heeft hij niet meer: om de huur te kunnen betalen, leende hij steeds geld wat hij nooit kon terugbetalen. Dat werden zijn vrienden beu, zeker omdat Stefano niet naar hen wilde luisteren door van acteren zijn hobby te maken en een andere baan te zoeken.

Als je personage tegenspoed heeft en dat niet wil erkennen of ernaar wil handelen, heeft dat meer effect dan alleen het feit dat zijn belofte niet wordt nagekomen. Banksaldo’s kunnen kelderen, kinderen raken vervreemd van hun ouders, of ouders willen hun kinderen niet meer zien omdat ze radicale ideeën hebben die ze een bedreiging vinden voor hun eigen leven. Of het personage raakt zo geobsedeerd dat hij opgenomen moet worden in een kliniek of de gevangenis. (Als je moet en zal trouwen met iemand die jou niet ziet zitten, wordt je òf een stalker, of iemand die aan waanbeelden lijdt.)

Je komt met dit griezelige worst-case-scenario veel te weten over de duisterste kant en de (verborgen) zwaktes van je personage. Voorbeelden kunnen zijn: overdreven trots, grootheidswaanzin en verslavingsgevoeligheid.

De belofte overwint

Ook als het lot je personage gunstig gezind blijkt te zijn, komen er nog conflicten om de hoek kijken. Wat zijn de factoren die bijdragen aan het succes van je personage?
Heeft hij inderdaad een belofte gedaan op het sterfbed van oma en is haar niet-aflatende moed een houvast voor je personage om toch vooral niet op te geven?
Is je personage in staat om tegenslagen naar zijn hand te zetten en een andere aanpak te verzinnen wanneer het geplande spoor doodloopt? Kan je personage om hulp vragen als het nodig is? Is je personage een aanpakker die overal een oplossing voor vindt of heeft hij een beschikking over een groot vangnet wat hij niet schuwt om aan te spreken?

Dit scenario is er een van vallen en opstaan en uiteindelijk je overwinning vieren. Je komt ermee te weten hoe vindingrijk je personage is, hoeveel kracht hij heeft (zowel fysiek, mentaal en emotioneel) en welke hulpbronnen hij aan kan spreken. Denk daarbij aan bijvoorbeeld een goed stel hersens, een goede talenknobbel, vaardigheden om in het wild te overleven, zuinig om kunnen gaan met geld, makkelijk vrienden kunnen maken, vriendjes hebben bij de maffia, zodat detentie niets is om je druk om te maken… Alles wat er maar in je opkomt is in deze oefening toegestaan als je daardoor meer over je personage te weten komt.

Drie kenmerken van de tragisch slechte slechterik

De laatste jaren is het populair geworden in films en boeken om de slechterik een achtergrondverhaal te geven. Zo begrijp je de slechterik beter en heeft het er schijn dat er aandacht aan het ontwikkelen van de slechterik is besteed. Maar schijn kan bedriegen. Wat zijn de kenmerken van een tragisch slechte slechterik?

1 Tragisch achtergrondverhaal

De achtergrond van een slechterik moet zijn slechte daden verklaren. Dat is logisch: je wordt niet van de een of andere dag wakker als crimineel. Daar zit altijd een geschiedenis achter. Als je die geschiedenis blootgeeft ligt er een valkuil op de loer: je kan de daden van de slechterik goedpraten. Het achtergrondverhaal van de slechterik is nooit prettig. Hij is opgegroeid met geweld, pesterijen of trauma. Zo kan het tragisch achtergrondverhaal ontstaan. Er is sprake van een tragisch achtergrondverhaal op het moment dat iets vreselijks in het verleden van je slechterik een excuus wordt voor zijn slechte gedrag, in plaats van een verklaring.
Een voorbeeld: een man is in zijn jeugd door zijn vader als jongetje dagelijks zwaar mishandeld. Dat is natuurlijk vreselijk. Nu slaat de man zijn zoon op dezelfde manier. Misschien omdat hij nooit een goed voorbeeld van zijn vader heeft gekregen. Dan is het misschien te begrijpen, tot op zekere hoogte. Het tragisch achtergrondverhaal heeft dan als standpunt: Wat erg dat je mishandeld bent. Je kon niet beter of anders handelen: daar heb je nooit een voorbeeld van gehad. Wie ben ik dan om te zeggen dat je slecht bent?

Als je wat langer nadenkt, is dat bizar. Geeft zijn verleden die man het recht om zijn zoon ook hardhandig en dagelijks te slaan? Nee. (Het spijt me van je verleden, maar hou in hemelsnaam je handen thuis!) Als je het tragische achtergrondverhaal wil voorkomen, moet je je lezer niet laten vergeten wat de slechterik gedaan heeft. Dat kun je doen door het standpunt in deze tip te laten uitspreken door een personage: je bent misschien niet door en door slecht, maar je hebt wel degelijk slechte dingen gedaan.

2 Tienpuntschaal op hol

Als je een slechterik goed wil uitwerken, kun je twee tienpuntschalen gebruiken. Eentje voor het trauma en eentje voor de misdaad.
De schaal van het trauma zou dan kunnen zijn: 1 gepest zijn 10 langdurig gemarteld in een concentratiekamp. Die van de misdaad: 1 iemand een klap in het gezicht geven, 10 een genocide in gang zetten. Een slecht uitgewerkte slechterik heeft een trauma van 1 en een misdaad van 8 of 9.“Ik ben vroeger twee maanden gepest op school, daarom sla ik nu voorbijgangers in elkaar.” Dan hoef je geen sympathie van de lezer te verwachten. Er zijn mensen die langer zijn gepest en nu als verpleegkundige pijn wegnemen in plaats van het te bezorgen.  

3 Oost-Indisch doof slachtoffer

Misschien wel de slechtst geschreven slechterik is degene die door het tragisch achtergrondverhaal als slachtoffer wordt neergezet. De mishandelende vader is niet alleen geen dader meer, hij is ook nog eens zielig. Zodra dit personage tot de orde wordt geroepen door een systeem of andere personages, valt hij in een slachtofferrol, of ontkent of bagatelliseert hij zijn daden.
In dat geval kun je beter over een gruwelijke sociopaat schrijven die echt door en door slecht is en geen verklaringen voor zijn daden of een achtergrondgeschiedenis geven. Dan is de verklaring: hij is gewoon compleet gestoord bevredigender dan storend gedrag goedkeuren met argumenten die aan alle kanten piepen en kraken.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Interpretaties van genres en thema´s

Je hebt een beeld bij het verhaal dat je wil schrijven. Daar maak je dan een thema of een rode draad bij. Het is niet ongewoon dat je op een bepaald moment bedekt: maar mag dit wel in dit genre? Natuurlijk moeten er bepaalde dingen in specifieke genres terugkomen. Geen romance zonder liefde, geen detective zonder moord. Maar zijn er buiten dit soort duidelijke richtlijnen nog andere dingen die per se in je verhaal terug moeten komen?

Persoonlijke invulling van een verhaal

Als je begint aan een verhaal, heb je altijd een bepaalde boodschap of een thema als insteek voor je verhaal. Dat is als het ware de fundering van je verhaal, waar de rest van het plot verder op moet worden gebouwd. In deze fundering ben je nog zo vrij als een vogeltje. Schrijf je een moordverhaal, dan zal je waarschijnlijk eerst denken wie wie vermoordt, waarom en hoe. Daarna wordt het pas interessant hoe de moordenaar probeert te vluchten en welk alibi hij verzint.

Stel dat een vrouw haar ex-man vermoordt. Die twee hebben ooit een romantische relatie gehad. Daardoor is het verhaal al anders dan wanneer het een bendelid het hoofd van de rivaliserende bende ombrengt. Als vanzelf krijg je ook een ander thema. In beide verhalen kan wraak het thema zijn. Maar jaloezie hoort toch eerder bij een vrouw die manlief met zijn minnares betrapt. ‘Leven in de onderwereld’ is dan weer passender voor de bendeleden. Dit voorbeeld laat zien dat je zelfs binnen min of meer afgebakende genres al voor je eigen persoonlijke invulling van een verhaal kiest. Die vrijheid heb je als schrijver en die mag (en moet!) je gebruiken

Artistieke vrijheid

Als je een verhaal schrijft zoals jij het graag zou zien, doe je daar eigenlijk een beroep mee op je artistieke vrijheid. Dat is niet altijd makkelijk of vanzelfsprekend, maar wel belangrijk.

Wie wil schrijven, moet lezen. Dat is een bekende spreuk in schrijversland. Maar daar zit een risico aan vast. Als je veel leest (van dezelfde auteur), maar nog niet veel ervaring hebt met schrijven, kan het zijn dat je de stijl van de/een auteur gaat kopiëren.
Je kan je natuurlijk laten inspireren, door te kijken hoe een schrijver bepaalde plotwendingen, zinstructuren en personages uitwerkt. Dat is wenselijk. Het verschil tussen inspireren en kopiëren is dat, als je je laat inspireren door een bepaalde stijl je eigen creatieve draai geeft aan je tekst. Kopiëren is koste wat kost doen wat een andere schrijver ook doet. Dat is gevaarlijk, omdat je zo niet aan het echte creatieve proces van schrijven toekomt. Je zal merken dat je niets op papier krijgt: “Want het is niet hetzelfde / net zo goed als het werk van auteur X.”

Leren schrijven is niet zomaar iets overschrijven. Je moet de formule van de schrijfkunst niet alleen noteren, maar ook kunnen toepassen. Een tien krijgen voor een proefwerk wat je volledig hebt gespiekt zegt ook niets over je kennis…

Als je (origineel) wil schrijven, moet je het lef hebben om je niet te stevig vast te klampen aan ‘wat hoort.’ Wees niet bang te schrijven wat jij persoonlijk belangrijk vindt.

Genreverplichtingen

Dat is allemaal makkelijk gezegd. Maar een fantasyverhaal moet toch een proloog bevatten? En een liefdesverhaal gaat toch altijd over een stelletje dat door omstandigheden niet bij elkaar kan zijn? Persoonlijk vind ik dit Onzin. Inderdaad, met een hoofdletter. Mijn mening is gebaseerd op het principe dat je altijd moet bedenken of welke in- of aanvulling in je verhaal dan ook, het verhaal of je boodschap als geheel blijft dienen. Zoals je een infodump moet voorkomen door onnodige informatie te vermijden, moet je in genres ook geen onnodige opvullingen gaan bedenken, omdat die zogezegd ‘nu eenmaal ergens bij horen.’

Verplichte opbouw van een verhaal

Bij sommige genres lijk je wel verplicht aan een bepaalde opbouw van het verhaal te moeten voldoen. Neem de proloog bij een fantasy. Waarom wil je die eigenlijk schrijven? Omdat je belangrijke informatie in het begin moet delen? Of gewoon omdat je een fantasy schrijft? Als je de mogelijkheden onderzoekt, in plaats van klakkeloos aan een proloog begint, krijg je van het begin af aan een beter beeld van je verhaal en zijn mogelijkheden.
Ga eens na of je de informatie misschien in de loop van de tekst kunt verspreiden. Door flashbacks, dialogen, show don’t tell… Als het niet lukt, schrijf dan gerust een proloog. Maar bedenk eerst waarom je hem in je verhaal wil verwerken.

Associaties bij genres

Sommige genres hebben niet zozeer vaststaande structuren, maar wel vaststaande associaties bij het thema. Neem liefde. Dat gaat over verliefde stelletjes, toch?
Maar dan vergeet je onder andere liefde tussen moeder en kind, kameraadschap, en de liefde voor een huisdier. Een boek met het thema liefde, gaat vaak eigenlijk niet over liefde, maar romantiek. Dat klinkt misschien als spelen met semantiek, maar dat is het niet. Want je kan moeilijk ontkennen dat liefde tussen moeder en kind het label liefde verdiend. En zou in je in een verhaal over moeder-dochterliefde nog een extra Romeo en Julia gaan verwerken, zodat het aan het aan het label liefdesverhaal kan voldoen? Waarschijnlijk niet. Als je merkt dat je niet weet of je verhaal aan een bepaalde associatie voldoet, ga dan eens na wat jij persoonlijk met dat begrip associeert.
Net zoals ik al schreef in deze post over de alfaman: als jij een duidelijk beeld hebt bij een bepaald thema, dan wordt je verhaal als geheel er beter door en hoef je je niet aan één afgebakend begrip te houden.

Kortom: denk goed na of je ècht verboden dan wel verplicht wordt om iets te schrijven binnen een genre. Zodat je, zodra de vraag: “Mag dit wel in dit genre?” in je opkomt, altijd kan beantwoorden met: “Waarom niet?” Als die vraag retorisch is bedoeld, heb je je antwoord. Als het antwoord letterlijk is, kun je gericht verder zoeken hoe je je verhaal vorm kan geven. Op een andere persoonlijke manier, of alsnog ‘volgens het boekje’.

Vier waarschuwingssignalen van een droge tekst

Als je nieuwe dingen introduceert in een tekst, moet je informatie geven. Maar als je dat verkeerd doet, wordt je verhaal ontzettend droog. De term voor een tekst die langzaam leest vanwege onnodige of een teveel aan informatie is infodump. Je kan infodumps relatief makkelijk voorkomen zodra je een aantal waarschuwingssignalen kent.

1 Alle informatie in een keer

De meest beruchte infodump zie je op de eerste bladzijde van een boek. In deze infodump komt je lezer in een keer alles over je hoofdpersonage te weten. De kleur ogen, kleur haar, beroep, leeftijd, beroep, salarisstrookje… alle basisinformatie. Deze infodump leest alsof een bejaarde, trage burgermeester een persoonlijk dossier voorleest. De introductie van je personage wordt er niet interessanter op. Bovendien zullen de meeste details door de droge opsomming niet allemaal worden onthouden. Bedenk welke informatie belangrijk is voor het verhaal. Spreid die dan uit over je gehele verhaal, in plaats van het in een keer allemaal aan de lezer te presenteren.

2 Verbeeldingskracht uitgeschakeld

Als je te veel informatie deelt, werkt dat averechts voor de verbeeldingskracht van je lezer. Dat klinkt misschien raar: als je iemands uiterlijk volledig deelt, of de inrichting van een ruimte tot in detail beschrijft, dan weet je toch precies hoe iets eruitziet? Maar dat is niet zo. 
Dit kun je zelf testen: vraag iemand zijn slaapkamer heel uitgebreid te beschrijven. Elk meubelstuk moet worden genoemd met minimaal drie uiterlijke kenmerken.
Je zal merken dat je snel alleen maar bedenkt: Wacht even. Waren de gordijnen nou rood, of was dat het dekbedovertrek? Had je een houten nachtkastje of een houten klerenkast? Je bent niet meer bezig met je iets voor te stellen, maar met alle feiten op een rijtje te houden. Verbeeldingskracht werkt het beste als je een beetje informatie geeft. Genoeg voor een ruwe schets van het idee, zodat je lezer de ruimte krijgt om de afbeelding zelf verder in te kleuren.

3 Overbodige informatie

Je deelt als schrijver soms te veel informatie, omdat je in je enthousiasme alles wilt delen wat je voor je ziet of wat je van je hoofdpersoon weet. Daarom deel je de lengte, gewicht, kleur ogen, verjaardag en het loonstrookje van je held. Maar niet alles daarvan is (even) belangrijk. Je lezer weet niet wat hij moet onthouden en wat gewoon leuke feitjes zijn. De ene keer is de woonplaats van je personage waardevol voor het verhaal, de andere keer is dat zijn gezinssamenstelling. Wanneer je een hele lijst aan informatie hebt, kan je lezer niet bepalen welk feit belangrijk is. Daardoor raakt hij de draad kwijt en loop je het risico dat hij vergeet wat hij wel degelijk moet onthouden.

4 Wikipedia in je boek

Niet alleen personages zijn gevoelig voor een infodump. Zoals je in de test van de tweede tip hebt ervaren, kunnen ook voorwerpen of plaatsen er ook de dupe van worden. Als je personage op wereldreis is en een van de zeven wereldwonderen bezoekt, kan de verleiding groot worden om alle informatie te delen die maar voor handen is. Zo kun je het magnifieke van het wereldwonder benadrukken. Maar dat werkt averechts. Als je een grote opsomming maakt, klinkt het alsof je een Wikipediapagina in je verhaal hebt geplakt. De vaart gaat uit je verhaal en wederom wordt niet alle informatie bewaard in het hoofd van je lezer. Net als bij het lezen van een echte Wikipediapagina blijft niet elk woord hangen, alleen de feiten die de lezer het meest interesseren. Bespaar je lezer overbodige tekst en schrap de irrelevante beschrijvingen en feiten.   

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Een tranentrekker als doel van je verhaal

Verhalen waardoor de lezer met tranen in de ogen eindigt, zijn de verhalen die onthouden worden. Dat zijn immers de boeken die de lezer diep raken. Maar moet het daarom je insteek zijn om de lezer aan het huilen te krijgen?

Wat maakt een tranentrekker?

Als je al langer schrijft, ben je vast bekend met Mary Sue. Dan weet je dat de belangrijkste regel is dat een lezer zich met een personage of verhaal moet kunnen identificeren. Dat begrijpen de schrijver van tranentrekkers erg goed. Ze spelen in op iets wat bijna iedereen van dichtbij heeft meegemaakt. Hun slimme trucje zit in het volgende: je hoeft dit niet exact meegemaakt te hebben, als het overkoepelende idee maar herkenbaar is.

Een clichévoorbeeld hiervan is het kind met kanker. Kanker is natuurlijk een verschrikkelijke ziekte en komt helaas nog veel voor. De kans is daardoor groot dat je iemand kent die aan kanker is gestorven, of in ieder geval ertegen heeft moeten vechten. Als dat niet zo is, dan is het vrijwel zeker dat een geliefde met een andere dodelijke ziekte te kampen heeft gehad. En als je een geluksvogel bent die zelfs dat niet heeft meegemaakt, kan een tranentrekkerschrijver nog altijd een herinneren aanboren waarin je je zorgen maakte om iemands welbevinden. Daarmee doet hij een beroep op je empathie. Uiteindelijk gaat het dus om die ‘diepere laag’ van empathie en heeft het weinig te maken met een (specifieke) ziekte of de leeftijd van een patiënt.

De tranentrekkerformule

Het is je waarschijnlijk wel opgevallen dat romantische drama’s vaak tranentrekkers zijn. Dat komt omdat de lezers of kijkers het min of meer van dat genre verwachten. Voor een uitgever of filmmaatschappij is dat dus makkelijk geld binnen halen. Om te garanderen dat het volgende project ook weer gaat slagen, kunnen ze van hun schrijvers eisen om volgens een bepaalde formule te schrijven. Onderstaande afbeelding is een weergave van de formule die altijd terugkomt in de boeken van Nicholas Sparks, een van ’s werelds meest succesvolle schrijvers van liefdesverhalen.

Deze toon is nogal sceptisch. Terecht, als je een origineel verhaal wil lezen.

Is een tranentrekker een slecht verhaal?

Een tranentrekker is niet per se een slecht verhaal. Om de logische reden dat ze anders niet als warme broodjes over de toonbank zouden gaan, maar ook omdat smaken verschillen. Daardoor blijft ook de kwaliteit van verhalen tot op zekere hoogte altijd subjectief. Maar een tranentrekker is echter regelmatig onorigineel. (Anders had ik bovenstaand plaatje over Nicolas Sparks’ films nooit kunnen vinden 😉 )

Moet je een tranentrekker willen schrijven?

Als je beginnend schrijver bent, moet je heel goed opletten wat je benadering is naar jouw tranentrekker in wording. Het lijkt misschien een eitje, nu je ziet hoe een tranentrekker in elkaar steekt. Maar dat is het niet. Zoals met alles betreft schrijven is het geen kwestie van een paar tips opvolgen en maar afwachten tot jouw pen die tranen uitlokt. Lees hier over realistische verwachtingen die je moet hebben als schrijver, zowel betreft je talent als je ambities betreft publicatie. Er zijn twee dingen waar je alert op moet zijn als je een tranentrekker wil schrijven, of volgens een bepaalde formule wil werken.

Een formule beperkt je schrijversflow

De schrijversflow is het verschijnsel dat schrijven heerlijk vlot, bijna als vanzelf gaat. Als je koste wat kost aan een bepaalde formule wilt voldoen, zal je nooit iets afkrijgen. Je bent immers continu bezig met de vraag of je iets wel goed genoeg doet, in plaats van dat je met het daadwerkelijke schrijfproces bezig bent. Dat is op zichzelf al niet prettig, maar als beginnend schrijver heb je meestal nog geen echt beeld van de kwaliteit van je tekst. Schrijven leer je door te oefenen en te doen. Niet door blindstaren op schrijftechnieken. De kans dat je dat doet is groter als je aan een formule vasthoudt. Als je twijfelt over je kennis en kunde betreft schrijftechnieken, kun je formules het best nog even links laten liggen.

Een formule biedt geen garantie op succes

Een formule kan heel goed werken, anders verdient die zijn naam niet. Maar een garantie op succes biedt hij niet. Je weet namelijk nooit hoe die ene/ jouw gemiddelde lezer ergens exact op gaat reageren, omdat je niet in zijn of haar individuele hoofd kan kijken. Je kan natuurlijk een ijkpersoon maken, waardoor de kans groter is dat je doel bereikt. Maar het feit blijft dat mensen uniek zijn en daardoor ook uniek denken en reageren.

Het lijstje afwerken en voilà. Nee, zo makkelijk is dat niet.


Je zou kunnen denken dat je kleine kankerpatiëntje heel hard binnenkomt bij een ouder die een kind aan een ziekte verloren heeft. Die kans er inderdaad. Misschien wil de moeder jouw verhaal wel lezen als onderdeel van het rouwproces, om te troost te vinden bij het gegeven dat er meer mensen zijn die deze pijn meemaken. Een andere moeder in exact dezelfde omstandigheden zal jouw boek misschien niet eens oppakken, omdat het te confronterend is.
Ben dus heel voorzichtig met aannames maken betreft het volgen van een formule.
Schrijf hoe dan ook in eerste instantie vanuit je creativiteit, niet met een (al te) specifieke lezer in gedachten. Dat kan met het schrijven van creatieve verhalen enorm tegenvallen. Als die ene lezer het niets vindt, heb je ontzettend veel werk voor niets verricht. Je kan dan beter vanuit je eigen drijfveer en vindingrijkheid schrijven en vervolgens kijken welk publiek je werk gaat waarderen. Besef dat je een doelgroep moet zoeken. Een groep, dus geen apart individu.
Als je je teveel op een (ijk)persoon richt, bestaat het risico dat je te veel gaat aannemen. “Hoezo? Jij bent een tiener die net een vriend heeft en dol is op de Californische stranden, dus vindt je een zwijmelroman aan het strand van Los Angeles erg interessant.”
“Uhm… Ik ben óók een tiener die bezig is met keihard blokken voor de entree-examens voor een vooraanstaande studie geschiedenis. Geef mij maar een historische roman…”

De drie gevaarlijke hoeken van een liefdesdriehoek

De liefdesdriehoek is dat bekende recept wanneer er twee mannen vechten om een vrouw, of twee vrouwen vechten om een man. Het komt zo vaak voor dat je het maar beter kan vermijden. Maar niet alleen vanwege het cliché. Hier volgen nog drie redenen waarom de liefdesdriehoek schadelijk is voor je verhaal.

1 Ruzie wordt het belangrijkste deel van het verhaal

Het principe van een liefdesdriehoek is dat (meestal) de vrouw niet kan kiezen tussen twee mannen. Ze geeft niet een van de twee de bons en gaat er met de ander vandoor. Dan heb je namelijk geen driehoek; eerder een lijn waar de derde persoon naast staat.
Een verhaal loopt niet als de twee mannen langs hun neus weg zo nu en dan even zeggen tegen de vrouw dat ze haar wel zien zitten. Dan valt er niet veel te vertellen. Ziedaar hoe de liefdesdriehoek normaalgesproken ontstaat. Het is de ruzie over wie met elkaar gaan eindigen. Maar een liefdesdriehoek is zelden subtiel. Meestal wordt deze ruzie het centrale conflict met op de achtergrond nog toevallig wat avonturen met weerwolven en vampiers. Het zou andersom moeten zijn, maar dat komt niet vaak voor.  

2 Uitwerkingen van personages komen nauwelijks tot hun recht

Als je personages continu bezig zijn met de affecties van een ander te winnen, kom je weinig over hun karaktertrekken en talenten te weten. Je kan in een boek maar een bepaald aantal woorden gebruiken. Dat woordenaantal ligt natuurlijk niet vast, maar hoe je het gebruikt maakt voor het verhaal en de verdieping van je personages wel uit. Gebruik je van de duizend woorden er zeshonderd om uit de doeken te doen hoe een personage sluw, attent en goed in administratie is? Of gebruik je diezelfde zeshonderd woorden om te omschrijven hoe de mannen voor de zoveelste keer elkaar de loef proberen af te steken?

3 De vrouw wordt vaak een beloning in plaats van een persoon

We zagen al dat het winnen van de affectie van de vrouw het hele verhaal kan overnemen en dat dat de uitwerking van personages vaak geen goed doet. Niet alleen voor de mannen, maar ook voor de vrouw. Een patroon dat je vaak ziet is dat de mannen verliefd op haar worden en dat de rol van de vrouw dan beperkt wordt tot de prijs die gewonnen kan worden. Net als in punt twee: tijd voor de uitwerking van een personage wordt vaak niet genomen. Dus ook niet voor de vrouw. Ze is mooi of lief, laat zo de mannen voor haar vallen en daar blijft het dan vaak bij. Het verhaal wordt zo in beslag genomen door de ruzie, dat er geen ruimte is voor de vrouw om zich om iets anders druk te maken dan deze vechtende mannen. Over haar hobby’s, carrièrewensen of vakantieplannen zal je niet veel te weten komen. Zo wordt de vrouw makkelijk een sexy lamp.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Archetypen en je personages

Elk personage heeft een rol in een verhaal. De held, de beste vriend, de vijand… Dit worden ook wel archetypen genoemd. Je kan je verhaal origineel maken door daarmee te spelen.

Wat zijn archetypen?

Archetypen zijn de belichaming van een bepaalde rol die mensen in iemands leven spelen. Of wat de relatie met die persoon is. Met iedereen in je leven heb je een ander soort relatie. Bij je vriend vindt je kameraadschap, in je leraar vindt je een mentor.

De psycholoog Carl Jung bepaalde archetypen aan de hand van welke rol mensen (in elkaars leven) spelen. Dit geldt voor zowel echte mensen als personages. Hier zie je een overzicht van deze archetypen en ook wat voor onderliggende rol ze hebben.

Deze archetypen vormen in de fictieve wereld de basis voor je personages. Je zou kunnen zeggen dat zij de tropes vormen waarop je verder moet bouwen. Maar omdat deze archetypen tropes zijn, kunnen het clichés in de dop zijn. Lees hier meer over tropes en clichés als je daar nog onbekend mee bent. In deze post gaan we kijken hoe je de meest standaard tropes – archetypen in dit geval – minder gevoelig voor clichès kan maken.

Het belang van archetypen

Van elk personage moet duidelijk zijn welke rol hij speelt. Anders is je verhaal niet meer te volgen. Stel: we nemen Romeo. Hij heeft natuurlijk de rol van de geliefde. In die rol kan hij van alles zijn: verlegen, heldhaftig, huiselijk… Maar hij belangrijkste is dat hij duidelijk de geliefde van Julia blijft. Als Romeo op het ene moment in de (archetype) rol van geliefde naar Julia hunkert en in het volgende de (archetype) rol van ontdekker naar vrijheid hunkert en Julia de bons geeft, weet de lezer niet meer waar hij met Romeo aan toe is, waardoor Romeo als personage nergens meer naar toe leidt. Zorg dus dat je van elk personage weet welk archetype hij (grofweg) is.

Het gevaar van archetypen

Archetypen zijn een uitgangspunt waar redelijk makkelijk een hapklaar personage uit kan voortvloeien. Een voorbeeld: de verzorger is de liefdevolle zachte opvoeder, met ‘service’ als onderschrift. De verzorger zal dus al de eigen verlangens opzij zetten voor de ander. Zacht en liefdevol zijn traditioneel meer vrouwelijke waarden. Dus dan is de verzorgende moeder de vrouw die alles voor haar gezin opzij wil zetten en het niet erg vindt een carrière te laten varen. Ze kan net zo goed meteen achter het aanrecht verdwij…Ho! Stop! Op de rem! Clichés, al dan niet storend, worden sneller geboren dan je misschien denkt.

Uitgangspunten voor archetypen

Je moet dus waakzaam blijven bij het gebruik van archetypen. Maar desondanks vormen ze een goed uitgangspunt om je personages verder te ontwikkelen. Je zal misschien al gezien hebben dat je niet bij één archetype hoeft of zelfs maar kan blijven. Nee, Romeo mag niet gaan backpacken. Maar de verzorgende moeder zal best een keer de rol van de wijze op zich nemen als haar kind in de problemen zit en om raad vragen.
Wat dat betreft schelen archetypen niet veel van karaktertrekken: ieder persoon heeft er meerdere en ze wisselen elkaar af, afhankelijk van de situatie. Iemand met een goede inborst is ook wel eens met het verkeerde been uit bed gestapt en een keer chagrijnig in plaats van volledig vredelievend. Ben dus niet bang om wat te experimenteren met de archetypen en/of hun bijbehorende waarden.

Spelen met de kernwaarden van archetypen

Uiteindelijk gaat het erom dat je trouw blijft aan de kernwaarde van een archetype.
De verzorger is er om structuur en service te bieden. De held moet via meesterschap ergens zijn stempel op drukken. Maar binnen die gegevens kun je allerlei kanten op en je fantasie en creativiteit de vrije loop geven.
In fantasyverhalen komt er heel vaak een (bebaarde) oude tovenaar voor in de rol van de wijze. Die vertellen hun leerlingen alles wat ze weten moeten om hun heldenreis tot een goed einde te kunnen brengen. Zodra ze sterven, beschikken de leerlingen over voldoende kennis om de vijand te kunnen verslaan. Die kennis is vergaard door vele uren van bijscholing of informatie-uitwisseling. Daarmee voldoet deze tovenaar aan zijn archetyperol: wijsheid overbrengen. Maar intussen ook aan een clichébeeld. Niet alleen omdat hij de bebaarde tovenaar is, maar ook omdat hij de wijze mentorrol vervult en door er maar op los te praten met zijn wijze levenslessen.

Nu is het tijd om de waarden van een archetype onder de loep te nemen. Want moet de wijze altijd zijn wijsheid verkondigen door informatie te vertellen bij een vaststaande afspraak? (Kom om drie uur maar naar mijn kantoor, therapeutpraktijk, of wacht tot ik rond middernacht plaatsneem bij het kampvuur.)

Gandalf, waar blijf je nou met je wijze levenslessen? 😉

Natuurlijk niet. Wijsheid overbrengen kan op veel meer manieren. Aan jou om dat creatief en kloppend bij jou verhaal in te passen. Kijk nog eens naar het archetype van de wijze. Het moet voor spirituele groei zorgen en empathie brengen. Dat kan op talloze manieren die niks met filosofische praatsessies te maken hoeven hebben. Om je op weg te helpen zal ik twee voorbeelden geven.

De wijze Florencia neemt de jonge en zelfzuchtige Catalina mee naar een klimaatdemonstratie. Florencia toont het jonge meisje dat haar acties invloed hebben op anderen: als ze haar ecologische voetafdruk niet verkleind, zal dat uiteindelijk de arme mensen benadelen (empathie) en kan ze door anderen te helpen, zingeving vinden (spiritualiteit).

Een gepest meisje gaat op bezoek bij een tuinman die een rozenstruik snoeit. Door naar haar verhaal te luisteren, biedt de tuinman empathie. Hij geeft haar (metaforische) spiritualiteit mee zodra hij haar erop wijst dat zelfs een mooie roos doorns heeft die ter zelfverdediging kunnen worden gebruikt als ze zich bedreigd voelt.

Kortom: gebruik een archetype als basis voor de rol van je personages en bekijk welke waarden en functies daarbij horen. Leg die vervolgens onder de loep en boetseer ze in de vorm die bij je verhaallijn en personages past.

4 tips voor een adembenemende cliffhanger: zo legt je lezer je boek nooit meer weg

De cliffhanger: dat moment waarop een lezer moét weten hoe het verhaal verder gaat. Hoe zorg je ervoor dat de lezer je boek niet meer weglegt?

1 De sfeer van de cliffhanger

Bij ‘cliffhanger’ denk je waarschijnlijk aan een soapserie. Daarin zijn de cliffhangers bijna altijd (overdreven) dramatisch: “Ik ben je echte vader!” De minnaars worden op heterdaad betrapt of er wordt iemand neergeschoten. Vaak zijn deze cliffhangers ook onthullingen of bekentenissen.
Maar een cliffhanger heeft niet altijd een hysterische sfeer. Een cliffhanger kan ook het gevoel benadrukken dat een personage heeft bij een belangrijk moment: Ze gooide haar afstudeerhoed in de lucht met het gevoel dat ze de hele wereld aankon.
Een cliffhanger kan ook een dreiging aankondigen: De leider van het reisgezelschap stierf in Samuels armen. In de verte hoorde hij het vijandige leger in zijn richting marcheren.

2 Het doel van de cliffhanger

Een cliffhanger heeft niet altijd als doel om een onthulling te geven. Hij kan ook: 

* het gevoel van een personage benadrukken (zie tip 1).
* je personage iets laten realiseren: Rachida voelde in haar lege zak en besefte dat ze haar boardingpass was vergeten. (Daar gaat de vliegvakantie…)
* een samenvatting van een stuk tekst geven: Nu de familieruzie was opgelost haalde Yassim opgelucht adem en ging hij naar bed. (Wat gebeurt er nu de ruzie is bijgelegd?)
* de lezer aansporen om net één zin verder te lezen. Heel toevallig -ahum!- staat die ene zin aan het begin van het volgende hoofdstuk. Zo wordt de lezer verleid om ook meteen het volgende hoofdstuk uit te lezen: Hij trad de gesloten deur tegemoet. Hij haalde zijn zwaard uit zijn schede, klaar om zich te verdedigen tegen een van zijn aartsvijanden die hem ongetwijfeld aan de andere kant stond op te wachten. (Maar welke aardsvijand is dat dan? Hoe gaat dat duel verlopen? Lees maar verder…)  

3 Plaats van de cliffhanger

Een cliffhanger komt niet per se aan het einde van een hoofdstuk. Hij kan ook voorkomen op het einde van een alinea (en daardoor soms ook op het einde van een bladzijde). Denk aan het begrip pageturner. Als je dat vrij letterlijk neemt, dan zal je zien dat een cliffhanger vaak de zin is die je de pagina doet omslaan. Of, in het geval van een alinea met een witregel ertussen, je aanspoort de pagina uit te lezen. Dat kan ook bijna niet anders. Als je elke keer dat er iets pageturner-waardigs gebeurt een nieuw hoofdstuk moest beginnen… Als je schrijft hoe een kleuter gaat slapen vóór haar eerste schooldag, kun je het moment dat ze in slaap valt als pageturner gebruiken en de volgende alinea beginnen met hoe ze de dag erna begint.  Het opstaan de volgende dag is niet noemenswaardig, dat is de schooldag zelf. Maar de overgang van de ene dag naar de andere is wel een verwachtingsvolle aanloop naar de schooldag zelf. Je hebt alsnog een ‘pageturnereffect’, ook al is de overgang zelf niet belangrijk genoeg om het slot van een hoofdstuk te rechtvaardigen.

4 Komt de cliffhanger zijn belofte na?

De ene cliffhanger is de andere niet. Maar welke vorm hij ook heeft, om te werken moet hij aan een van de volgende beloften voldoen:

* een bestaand interessant plotpunt wordt verder uitgediept
* het plot slaat een andere spannende weg in
* er wordt een veelbelovende climax aangekondigd

Daardoor zal een lezer zal blijven lezen. En hoe dramatisch of subtiel ook, dat is uiteindelijk het ultieme doel van een cliffhanger: zorgen dat je lezer blijft lezen totdat het verhaal uit is.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Schrijfoefening: namen en vooroordelen

De namen van je personages zijn belangrijk. Er bestaan complete handleidingen voor het bedenken van de juiste naam. Is de naam niet te eenvoudig? Zit er een (geschiedkundige) betekenis achter de naam die het karakter van het personage weergeeft? Dat is allemaal leuk en aardig, maar ook erg theoretisch. Je kan namen ook gebruiken om erachter te komen welke bril jij als schrijver onbewust draagt.

Namen en stereotypen

Mensen hebben allemaal vooroordelen. Ze zijn niet per definitie racistisch of gemeen. Soms ben je je niet bewust van sommige vooroordelen die je hebt. Maar als schrijver is het handig om weet te hebben van je vooroordelen. Vandaar deze schrijfoefening.

Namen kunnen een stereotype met zich meedragen. Een paar hiervan zijn:
* Roderick heeft veel geld
* Kees is een oude man
* Priscilla woont in de volksbuurt

Maar dat klopt uiteraard niet altijd. Denk maar aan het beeld dat de meeste mensen bij de naam Fatima hebben: dat van een donkerharige moslima.
Kijk eens naar deze Fatima:

Fatima Moreira de Melo voldoet niet aan de stereotype Fatima met donker haar een een islamitisch geloof. (Foto door McSmit – verkregen via Wikipedia)

Het principe dat een naam niet alles over een persoon of personage zegt, vormt de basis van deze schrijfoefening. Hij heeft als doel alles waarover jij betreft namen een vooroordeel hebt, in twijfel te trekken. Zo blijf je alert op je vooroordelen staar je je niet blind op bepaalde aspecten van personages. Daarmee wordt je creatieve denken uitgedaagd.

Namen en je eigen oordelen

Je ontwikkelt zelf ook oordelen over namen, die niet meteen naar een stereotype te herleiden zijn.
Dit is vast herkenbaar: je hoort een prachtige naam je die in je achterhoofd opslaat voor je toekomstige kind. Maar dan krijg je de ergst denkbare collega met die betreffende naam en opeens is die naam helemaal niet zo mooi meer… Of andersom: iemand wil je koppelen aan een blind date. Alleen al bij het horen van de naam denk je: laat maar zitten. Maar als je die persoon ontmoet en eenmaal hoteldebotel bent, klinkt dezelfde lelijke naam plotseling als een klokje.
Of heb je ooit meegemaakt dat iemand zich voorstelt en je denkt: die naam past niet bij je? Als je bij de naam Olga het (onverklaarbare) beeld hebt van een blonde, stevige en vrolijke middelbare dame, dan is het even schakelen als een jong, slank, donkerharig en hautain model zich voorstelt als Olga.

Kies voor deze oefening een naam uit waar jij een sterke associatie bij hebt. Als je deze oefening voor het eerst doet, is het makkelijker om te beginnen met een algemeen stereotype en daarna met je persoonlijke associaties. Voor een maximaal resultaat raad ik aan het allebei te proberen. Hier volgt een voorbeelduitwerking.

Stap 1: schrijf al je vooroordelen uit

Als je het weet, schrijf dan ook op waarom dit vooroordeel in dit lijstje staat.

KEES

* is een man van 65+ : ik hoor de naam Kees nooit bij jonge mannen en zeer regelmatig bij mannen op leeftijd.
* is niet zo avontuurlijk: Kees is een huis-tuin-en-keukennaam, dus zal hij niet zijn opgegroeid in een gezin dat buitensporige wereldreizen maakte. Simpele naam, saai leven.
* Heeft niet het mooiste uiterlijk: ik vind Kees een lelijke naam.

Stap 2: voeg ‘ja maar..’ toe

Plak achter elk vooroordeel uit stap 1 een ‘ja maar…’. Daarop volgt hoogstwaarschijnlijk:
* een onweerlegbaar feit dat je vindt door logisch na te denken
* het besef dat je verkeerd bent geïnformeerd
* een mening

* Ja maar: als Kees nu een oude man is, is hij ook ooit een jongetje geweest. Kees is dus niet alleen een naam voor oude mannen.
* Ja maar: huis-tuin-en keukennaam betekent niet saai, maar alledaags, niet bijzonder. Dus die naam wordt gewoon vaak gegeven. Dan zijn er waarschijnlijk wel tienduizenden “Kezen”, die ik hiermee allemaal over een kam scheer, zonder dat ik doorhad dat ik verkeerd was geïnformeerd. Hier schrik ik van! Wat ben ik toch een …

Zo’n schok is je neutraliteitsalarmbel. Die gaat af als je te sterk van iets overtuigt bent. Luister goed naar die alarmbel. Vooral in het ontwikkelingsstadium van een verhaal moet hij altijd aanstaan, of dat nu gaat om personages, plot, boodschap van je tekst… Het is essentieel dat je een open blik houdt. Anders wordt je slecht in feedback verwerken, beperk je je creativiteit of wordt je misschien positief discriminerend.

* Ja maar: dat vind ik. Dus dat is een mening en dus altijd subjectief. Een subjectieve blik is vijand nummer één van vooroordelen. (Wacht maar tot je Knappe Kees tegenkomt 😉 )

Wacht even, heet jij Kees? Ach, waarom ook niet hè? Foto door Rafael Barros op Pexels.com

In deze oefening is het kwalijk om een vaststaande onjuistheid als feit te beschouwen of iets subjectiefs als feit te zien. Een impopulaire of onaardige mening hebben is minder erg. Kees mag gerust lelijk zijn, zolang je maar niet beweert dat Kees’ lelijkheid een feit is. Je moet blijven beseffen dat een mening subjectief is.

Stap 3: ga werken met je alarmbel

Verander het vooroordeel waarbij je neutraliteitsalarmbel afging .
In het voorbeeld was dat het vooroordeel dat Kees een saai leven heeft.

Het beeld van Kees is nu veranderd. Hij is nog steeds oud en lelijk, maar maakt wel degelijk mooie reizen, ondanks zijn leeftijd.
Een oude man die avonturen beleeft verschilt al veel met een oude man die in zijn stoel zijn zoveelste saaie dag slijt.
Nu heb je ineens een totaal ander persoon, die je uitnodigt om een andere weg in te slaan. Je hebt nu geen stereotype beeld meer om aan vast te houden, dus moet je je creativiteit gaan aanspreken.
Je hoeft niet per se elk vooroordeel aan te passen. In de nieuwe ‘vorm’ van je personage kunnen ze in je voordeel werken. Als Kees oud blijft, voldoet hij bijvoorbeeld niet aan het clichébeeld van de jonge wereldreiziger die dagelijks bergen beklimt. Jouw ‘oude’ vooroordeel rondom de naam Kees en zijn uiterlijk en leeftijd is niet meer te herleiden: het meest belangrijke storende element is weg en heeft al tot een totaal ander persoon geleid.


Drie tips voor realistisch schrijven van zelfbedachte elementen

Soms ben je ontzettend creatief en ga je iets geheel nieuws verzinnen. Maar hoe kan je volledig voor God spelen in je nieuw geschapen wereld zonder onrealistisch over te komen?

 1 Knoei niet met de basis

Het allerbelangrijkste is dat je de basis van je nieuwe creatie logisch te verklaren blijft. Hierbij maakt het niet uit of je nieuwe wezens, planeten, planten, magische krachten of bestuurssystemen bedenkt.

Bedenk geen nieuwe vis die èn geen vinnen heeft, èn probleemloos op het land kan komen. Het hele idee van een vis is dat beestje met zijn handige zwemhandjes die op land niet kan overleven.
Als je te veel met een de basis van een definitie knoeit, heeft de lezer geen referentiekader meer om op terug te vallen en komt je nieuwe creatie ongeloofwaardig over. Laat dus geen plant midden in de lucht groeien. Hoe moet hij dan wortelschieten?
Bestuurssystemen zonder een regeringsplan (hoe corrupt of oneerlijk ook) gaan ook niet werken. Om te regeren moet je iets van een plan hebben om op terug te vallen.

2 Maak logische verbanden

Als je een nieuw volk of een nieuwe cultuur bedenkt, zorg er dan voor dat de manier waarop hun maatschappij is ingericht aansluit bij hun manier van denken en hun levenswijze. Als je schrijft over een vissersvolkje, laat ze dan dicht bij een meer of een zee wonen. Dat spreekt voor zich, maar zo kun je ook andere logische verbanden leggen. Als deze mensen geloven in een natuurgodsdienst, zullen ze eerder geloven in een oppergod die gebaseerd is op de krachten van de zee, in plaats van op de machten van een uitbarstende vulkaan.  Om nieuwe ideeën op te doen, kun je een mindmap maken.

3 Houd je tijdperk in de gaten

Als je je tijdperk hebt bepaald, hou dan rekening met de kennis die de personages in je wereld (kunnen) hebben. Dit geldt voor zowel historische verhalen als verhalen in een verre toekomst. Als je een wereld hebt die wat tijdperk betreft overeenkomt met de Middeleeuwen, kunnen de personages zich letterlijk niet voorstellen dat je kan praten met iemand aan de andere kant van de wereld. Wij kijken van een Skypegesprek naar Australië niet meer op…
Misschien lacht men ons over duizend jaar wel uit met onze ‘moderne’ superstraaljagers. Waarom teleporteer je jezelf niet gewoon?  Dan is het idee van een vliegtuig zo achterhaalt dat men het zich nog nauwelijks kan voorstellen, gewoon omdat het zo achterhaalt is. (Weet jij hoe je de was moet doen met een wringer?)

Als je een nieuwe wereld creëert is dit belangrijk om te weten, ook als er magie in het verhaal voorkomt. Want magie moet grenzen hebben. Als je alles op kan lossen met toverkracht, heb je geen problemen en geen conflict voor je verhaal. Dus wat kan de magie in jouw wereld oplossen? Dan is het handig om te weten hoe die wereld eruit ziet. Als je magische krachten hebt in de Middeleeuwen, wil je eerder magie gebruiken om het glas van de ramen van je huis onbreekbaar te maken. Het is dan nog volstrekt onnodig om een anti-firewall spreuk te bedenken voor je supercomputer.
De postmoderne tovenaar wordt waarschijnlijk niet meer ingehuurd om een toverdrankje te maken om een maagprobleem te verhelpen als we niet eens meer een maag hebben. We zijn inmiddels al  zo ver geëvalueerd dat een computerchip ons lichaam draaiende kan houden zonder voedsel…

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online