Schrijfcursus dialogen schrijven: de perfect afgestemde dialoog

Ik heb iets te vertellen, dus ik trek mijn mond open. Zo beginnen gesprekken en dialogen. Maar dan moet het hoge woord er nog uit…

“Dus uhm, ja, hoe zeg ik dat…”
“Gaat alles wel goed?”
“Nu je het vraagt, eigenlijk niet echt. Uhm, mijn vrouw is ziek.”
“Ach jee, is het bij jou ook al raak? Mijn zoontje heeft vorige week…”
“Dus ja…”
“O wacht, mijn telefoon gaat”
“En nu is het afwachten…”
“Sorry, hoor. Hoe is het met je broer, zei je?”

Deze personages zijn niet goed op het gesprek afgestemd. Wil je leren hoe je een dialoog beter op papier krijgt? Dan kan je mijn schrijfcursus volgen: De perfect afgestemde dialoog.

Daarin leer je hoe je een vlotte dialoog schrijft. Niet alleen dat: je leert ook over de menselijke stem, waarom mensen en personages willen praten en hoe dat van elkaar verschilt. En hoe je met behulp van een dialoog je plot kan versterken en je personages onvergetelijk kan maken. Ik combineer daarbij mijn ervaringen als logopediste en schrijfcoach zodat spreken, communiceren en dialogen schrijven geen geheimen meer hebben voor je.
Kortom: je gaat het begrip ‘dialoog’ uitgebreid (her)ontdekken en er alles over leren, zodat je dialogen van de bladzijden af gaan spatten.

Les 1 van de cursus: het verschil tussen gesprek en dialoog

Lekker weertje, hè?”
“Vind je? Ik ga echt dood van de hitte…”
In een gesprek tussen mensen kan dit gesprek nog rustig  een paar minuten doorgaan, maar in een geschreven dialoog gaat het eerder verder als:“O. Nou, ik niet hoor.”
Punt. Einde verhaal. Soms vrij letterlijk. Tenzij je de dialoog uitschrijft alsof het een gesprek is tussen mensen, maar dan legt je lezer het boek alsnog weg. En is er nog steeds geen echt verhaal. Want een gesprek over koetjes heeft geen conflict, geen spanningsboog.

In de eerste les van de cursus ‘De perfect afgestemde dialoog’ leer je waarom gesprekken tussen echte mensen niet hetzelfde is als een dialoog tussen twee personages en hoe een dialoog soms heel anders lijkt te klinken dan hoe hij op papier staat. Ook leer je welke rol de menselijke stem daar in kan spelen. Je gaat dus ook kennismaken met de stem.
En wist je al een dialoog meer moet zijn dan alleen twee personages die gezellig babbelen? In deze eerste les leer je ook wat de functie is van een dialoog en hoe je die voor het plot en de spanningsboog in kan zetten. Met vijf opdrachten om te maken, zet deze les je meteen flink aan het werk.

Les 2: ‘Ik heb iets te vertellen’ waarom praat je personage?

Waarom praat je personage eigenlijk?

Die vraag staat centraal in les 2 van de schrijfcursus: ‘de perfect afgestemde dialoog’. Je personage  heeft iets te zeggen, zoveel is duidelijk. Maar is het boos, of blij en wil het daarom een woordenstroom op papier loslaten? En waarom heeft het juist deze gesprekspartner uitgezocht? Is de geliefde alweer het slachtoffer van geklaag over een lange werkdag, of is er juist iets te halen bij een klasgenoot?
Dit zijn zaken die aan bod komen in een dialoog, maar ze hebben effect op je algehele plot en de spanningsopbouw daarvan. Daar ga je in deze tweede les van de cursus naar kijken.
Ken je een spraakwaterval van wie je wel eens zou willen dat er een timer op de spreektijd zat? Verrassing: een personage heeft die een, want als een personage op ieder moment en eindeloos zou mogen praten, is er niets meer van een plot over. Het moet zijn ‘two minutes of fame’ goed uitkiezen: spreken is voor een personage een voorrecht. Hoe dat zit, leer je ook in deze tweede les.  

Les 3: komt dat uit jouw mond? Uniek taalgebruik van een personage

“Aju paraplu, Harry!”  Je zou er wel even van staan te kijken als dat uit de mond van Perkamentus zou komen. Terwijl het juist perfect past bij je jolige buurman Cor.
Ieder personage heeft dus een eigen figuurlijke stem. Aan het taalgebruik kan je vaak al merken wat voor type het is. Maar je kan daarmee veel meer dan alleen een type neerzetten. Je kan met het taalgebruik zelfs duidelijk maken aan de lezer hoe je personage door anderen gezien wil worden.

En dan is daar de letterlijke stem nog: de reden dat deze cursus aan zijn naam komt.
In les 3 krijg je ook een handjevol logopedische inzichten mee, zodat je op een realistische manier een spreekstem voor je personage kan kiezen.
Kan je daar iets mee, dan? Jazeker! Bij bepaalde stemmen hebben mensen associaties. Zo kun je een symboliek versterken zonder dat het er duimendik bovenop ligt. Bovendien een unieke stem kan ervoor zorgen dat je personage opvalt tussen alle andere inwoners van de papieren wereld die allemaal hetzelfde praten, omdat de meeste schrijvers weinig tot geen aandacht aan besteden.  Een stem van een personage kan dus helpen je hele verhaal memorabel te maken. In deze les  kan je met vier opdrachten ook weer lekker aan de slag.

Les 4: de drie mogelijke lagen van een dialoog: haal het beste uit je plot en je personages

Zeg jij altijd precies wat je denkt? Dan zou je het als personage in een boek niet zo goed doen…
Personages verschillen in meerdere opzichten van mensen. Een van de belangrijkste verschillen is dat ze altijd een agenda hebben. Nee, ze werken niet allemaal voor de geheime dienst. Maar waar jij en ik gewoon ons leven kunnen leiden, moeten personages er altijd voor zorgen dat het plot draaiende wordt gehouden en spannend blijft. En dat bepaalt hun manier van praten volledig.
Personages praten op drie mogelijke manieren. Een enkele keer recht voor zijn raap, meestal houden ze informatie achter of bedoelen ze meer dan ze zeggen. En soms praten ze op een manier die lijkt alsof ze inderdaad voor de geheime dienst werken.
In deze laatste les van de cursus leer je met behulp van vijf opdrachten wanneer je personage op een bepaalde manier praat en hoe je dat goed uitwerkt in een dialoog. En ook wat voor invloed dat heeft op de rest van je verhaal. Want zoals je op dit punt van de cursus al zal weten: een dialoog staat nooit helemaal los van de rest van je boek. Ben je klaar met deze les? Dan wacht er  nog een eindopdracht waarin je je schrijverskunsten kan bewijzen.

Cursus bestellen

Je kan je hieronder inschrijven voor de cursus.

Lees hier ook de inzendingen van de schrijfwedstrijd ‘Het geheime gesprek’, waarmee de winnares de cursus won.

Goed om te weten over de cursus ‘de perfect afgestemde dialoog’

  • De cursus kost 199 euro, inclusief btw.
  • Je krijgt de eerste les opgestuurd zodra aan de betaling is voldaan. Voor een vlotte afhandeling van de administratie is het fijn als je samen met je aanmelding je naam en (factuur)adres doorstuurt. In overleg is betalen in termijnen mogelijk.
  • Om je niet te overweldigen en de feedback ook ten volle te kunnen benutten, krijg je een volgende les toegestuurd zodra je met de huidige les klaar bent.
  • Feedback op de inleveropdrachten krijg je binnen maximaal 10 dagen opgestuurd.
  • Je kan de cursus op ieder moment starten en helemaal op eigen tempo volgen. Je bent aan geen enkele deadline gebonden.
  • Je krijgt geen (erkend) diploma met deze cursus: in plaats daarvan ontvang je een leesrapport van je eindopdracht.

Mocht je na het volgen van de cursus een boek in de maak hebben en nog behoefte hebben aan een redacteur, dan wil ik je natuurlijk graag helpen. Rond de cursus succesvol af en je krijgt 20% korting op je eerste bestelling uit de webshop. Proost op je schrijverschap!

Dit zeggen cursisten over de cursus: de perfect afgestemde dialoog

Ik vond het ontzettend leuk om te doen. De cursus heeft een mooie opbouw over een brede vorm van communiceren. Hoe we dit in het dagelijks leven doen en hoe je hier een interessante lopende tekst van kan maken. Want daar kan een enorm verschil tussen zitten. Er zit zelfs een stukje logopedische achtergrond van Nadine in de cursus verweven. Na het inleveren kreeg ik snelle en heldere feedback waar ik goed mee verder kon. Ik ben echt blij verrast en trots op een aantal stukken die ik zelf, mede dankzij deze cursus, heb neergezet.
 – Jennifer

Afbeelding van Belinda Fewings, verkregen via Unsplash.

Creatief schrijven in het AI-tijdperk: een experiment

Er zijn eindeloze discussies gaande over het gebruik van AI. Op kantoor, op school en ook binnen de schrijverskringen. Gaat AI creatieve schrijvers ooit vervangen? Mag je AI gebruiken en zo ja, waarvoor en hoeveel? Maar ook: waar blijft het menselijke (nog) als AI het straks ‘overneemt’ of zonder pardon wordt ingezet? Op dat laatste ga ik in deze en de volgende blogpost verder in. Om schrijvers te helpen en een hart onder de riem te steken als ze in een dip zitten en denken dat hun creativiteit er (straks) niet meer toe doet.

Startpunt: mijn visie over AI

Ik heb een bloedhekel aan AI bij creatief schrijven. Naar mijn mening rammelt dat aan alles wat het schrijver zijn inhoudt. De creativiteit, het uitdenken van personages, plots en thema’s, zoeken naar dat ene woord wat de perfecte nuance uitdrukt. Schrijven is een kunst: het cliché is echt waar. Ik vind het niet oké dat de waarheid achter dat cliché steeds meer onder druk komt te staan. Er is op zoveel manieren al een gebrek aan menselijkheid in de wereld, laten we dan iets als creativiteit en kunst dan alsjeblíeft niet (ook al) aan machines uitbesteden…

Maar goed, dat is en blijft mijn mening. En of er nu tachtig of tachtig miljoen mensen diezelfde mening delen, het feit blijft dat AI steeds meer in gebruik wordt genomen en steeds geavanceerder wordt.
Toch kan AI mij en jouw niet zomaar iets afnemen en dat is het vermogen om alsnog zelf te schrijven. En daarom gaan we nu een experiment uitvoeren, voor als je het gevoel hebt dat AI creatiever is dan jij. Want dat zal het nooit worden. Kop op! Je bent een schrijver en een mens, en daar mag je trots op zijn.

AI, vertel eens:

… een verhaal van 450 woorden over een stel dertigers die elkaar tegenkomen op een fietstocht aan de andere kant van de wereld en de rest van hun leven vrienden blijven door elkaar fysieke post te sturen? Ze ontmoeten elkaar na de fietstocht nooit meer.
Dit schreef de AI-bot van Ecosia *

De zon stond laag boven de Andes, toen Lisa en Thomas elkaar kruisten op de laatste etappe van de Pan-American Highway. Ze waren beiden dertig, op dat moment diep verzonken in de eenzaamheid van een reis die ze hadden genomen om ontsnapping te vinden. Lisa uit Berlijn, net uit een relatie gestapt; Thomas uit Sydney, op de vlucht voor een carrière die hem verstikte. Hun fietsen, zwaar beladen met tenten en blikjes bonen, raakten elkaar bijna toen ze een bocht namen. Een glimlach, een knik, geen woorden nodig. Die avond deelden ze een kampvuur met twee andere fietsers, lachten om de mislukte probeersels om te koken op lage temperaturen, en luisterden naar het kraken van de aarde.

Het was een vluchtig moment, typisch voor de weg: intens, echt, maar vergankelijk. De volgende ochtend scheidden hun wegen. Thomas ging noordwaarts, Lisa zuidwaarts. Ze wisselden e-mailadressen uit, niet wetend dat het internet hun verbinding snel zou vergeten. Terug in hun respectieve werkelijkheden, waar de tijd niet stilstaat voor reflectie, dreigde de magie van die bergpas te vervagen. De dagelijkse strijd van het leven nam weer steken. E-mails werden zeldzamer, dan stopten ze helemaal.

Twee jaar later, op een willekeurige dinsdag, ontving Lisa een pakje. Geen e-mail, geen bericht, gewoon een zwaar enveloppe van karton, met een postzegel uit Australië. Er zat een ansichtkaart in, met een foto van de Great Barrier Reef. Op de achterkant stond: “Deze vis zag eruit alsof hij jou kende. Groet, Thomas.” Geen lange brief, geen verklaring van vriendschap. Gewoon een teken dat hij nog bestond, en dat hij aan haar dacht.

Lisa voelde iets in haar borstkas loskomen, een knoop die ze niet wist dat ze droeg. Ze pakte haar pen, schreef geen verontschuldiging voor het stilzwijgen, maar een korte reactie op de kaart, en stuurde hem terug. Zo begon het spel.

Het werd een ritueel. Eens per maand, soms twee, stuurden ze iets. Geen digitale berichten, geen likes, geen snelle reacties. Fysieke post. Thomas stuurde een steen uit de woestijn van Utah, een gedroogd blad uit het bos van Kyoto, een briefje opgewikkeld in een rol wc-papier uit een camping in Peru. Lisa stuurde een theezakje uit Marokko, een foto van een kat uit Barcelona, een schets van een gebouw uit Rome.

Het was geen intensieve vriendschap. Ze deelden geen diepe geheimen, geen trauma’s, geen toekomstplannen. Het was iets anders, iets zachters. Een bevestiging dat de ander doorging met leven, doorging met reizen, doorging met bestaan. In een wereld van verdwijnende berichten en vergankelijke social media-posts, was hun verbinding tastbaar. Je kon het vasthouden, ruiken, bewaren.

Ze ontmoetten elkaar nooit meer. Geen video-calls, geen afspraken om elkaar te bezoeken. Het was een bewuste keuze. Door de afstand en de stilte tussen de brieven in, behielden ze de essentie van hun ontmoeting intact. Het was een vriendschap die leefde in de ruimte tussen hen, niet in de drukte van het dagelijks contact.

Vijftien jaar later ligt Lisa’s kast vol met dozen, gevuld met de post van Thomas. Steentjes, kaartjes, briefjes. Ze leest ze niet meer, maar ze weet dat ze er zijn. Een anker in een wereld die te snel draait. En soms, als de wind door het raam slaat, denkt ze aan die bergpas, aan het kampvuur, en aan de vreemde, prachtige manier waarop twee mensen elkaar kunnen vinden, en dan, voor altijd, kunnen missen.

Gatver, wat zit ik hier als schrijfcoach te gruwelen. Er wordt veel te letterlijk verteld wat de situatie is “Het was geen intensieve vriendschap” (ooit van show don’t tell gehoord?) en de dramatische komma’s van nadruk zijn er ook genoeg ( bijvoorbeeld: Een glimlach, een knik, geen woorden nodig.) En zo kan ik nog wel even doorgaan.

Ga eens voor zover je dat kan op mijn redacteursstoel zitten. Schrijf alles op waarvan je objectief weet dat het slecht geschreven is, creatief of taalkundig. Maar zeker ook waar je je inhoudelijk aan stoort. Zint een bepaalde trope je niet, of vindt je het verhaal te veel over de brieven gaan en te weinig over de fietstocht? Noteer álles. Dan gaan we volgende week verder met onze experiment. Ik beloof je: ook als AI snel of straks beter wordt, zal je met dit experiment nog steeds het gevoel krijgen dat jij als menselijke schrijver onmisbaar of of zijn minst nog hartstikke creatief bent.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van manuscriptredactie. Daarbij gebruik ik – zoals je vast al kon raden- Ab-so-luut- geen AI.

* Nog een andere reden waarom ik AI zo naar vindt, is de enorme schade die het aan het milieu aanricht. Daarom gebruik ik Ecosia voor mijn zoekopdrachten, een zoekmachine die bij elke zoekopdracht een boom plant. Nee, dit is niet gesponsord, maar gewoon mijn eigen extra tegenaanval op AI als ik het van opdrachtgevers moet gebruiken. Voor degene die dan ook liever iets goeds met hun AI willen doen als het gebruik ervan onvermijdelijk is. 🙂

Foto door BoliviaInteligente verkregen via Unsplash.

De fantastische feelgood: de geruststellende handen

Een feelgood is vrolijk, niet al te ingewikkeld en heeft voor de spanningsboog nog een beetje drama. Maar dat betekent niet dat het verhaal weinig inhoud heeft of eenvoudig is om te schrijven. In deze serie leer je hoe je het meeste haalt uit een ‘simpel’ genre en hoe je dat het nodige gewicht geeft. Deze week: de geruststellende handen. 

‘Er gaat liefde in’

Iedereen weet het: oma’s koekjes zijn de lekkerste van de hele wereld. Oma kan het eenvoudig verklaren: “Mijn geheime ingrediënt is liefde.”
Of dat alles verklaart, zullen we nooit weten. Maar één ding is zeker: oma maakt de koekjes met de hand, dus gaat er tijd en aandacht in zitten. Hoe vaak ze al koekjes gebakken heeft, hoe routineus het ook voor haar lijkt, het is ambachtelijk. De koekjes zijn niet door een zielloze machine, maar met de hand door een mens gemaakt.

Op een soortgelijke manier zie je in feelgood vaak dat dingen die met de hand worden gedaan als iets geruststellends worden neergezet. Bakker, bloemist, kaarsenmaker of pottenbakker: als een personage dit beroep uitoefent, heeft het ieders vertrouwen. Als er met de handen wordt gewerkt, lijkt alles ineens te vertragen, op een prettige en fijne manier.

De kracht van handen

Het is niet zo gek dat het ambachtelijke werk zo’n aantrekkingskracht heeft voor een feelgood. Denk eens aan de woorden ‘zacht’ en ‘handen’. Combineer de woorden en bedenk wat handen kunnen doen. Dan denk je aan woorden als: strelen, omhelzen, omarmen, tranen wegvegen of aaien. Handen kunnen zelfs verbinden, verbanden of spalken als je gewond bent.

In meer of mindere mate is het feelgoodgenre een resultaat van deze ‘symboliek’ van handen. Je personages bieden of zijn op zoek naar deze geruststelling van wat handen letterlijk of figuurlijk kunnen doen. Bovendien verschaffen handen een vrij exclusieve toegang.

Omdat oma niet zoals een machine koekjes kan bakken, kunnen er op een goede dag een flink aantal dozijn worden gebakken, geen tienduizenden. En omdat iedereen hoogstens twee handen heeft en maar op één plaats tegelijk aanwezig kan zijn, is de aanrijking, de aanraking, de dienst van de handen ook niet altijd op afroep of ten alle tijden beschikbaar.

Zoek de handen in je feelgood

De (symbolische) kracht van handgemaakte dingen of de zachtheid van dingen die handen laten gebeuren, ligt aan de basis van iedere feelgood. Zonder deze handen, mist je verhaal een rode draad en een belangrijk thema.

Zorg er in een feelgood voor dat de symboliek van handen, zoals in dit artikel besproken, in je verhaal terugkomt. Dat hoeft niet letterlijk met personages die ambachtelijke beroepen hebben, of waar de altijd aanwezige kat kan worden geaaid. Maar zoek wel naar iets dat je personages kan raken.

Wat zijn de handen van mijn feelgood?

Om erachter te komen wat de ‘handen’ van je verhaal zijn, stel je jezelf de volgende vragen:

  • Wat is de heldenreis van mijn personage?
  • Wat moet daarvoor veranderen?
  • Op wat voor manier heeft mijn personage daar hulp of ondersteuning voor nodig?
  • Hoe kan dat gebeuren op een geruststellende, zo niet gezellige manier?
  • Hoe zorg ik ervoor dat dat niet te zoetsappig wordt?

Dan kan je allerlei kanten op. Zo kan de geruststelling de vorm aannemen van bijvoorbeeld:

  • Wandelingen (verder gaan)
  • Een avondje gamen (je in nieuwe werelden verplaatsen)
  • een middagje shoppen (nieuwe dingen waarderen)
  • een bezoekje aan een eenzame oudere brengen ( je nuttig maken voor anderen)

Misschien kan je hier nog een mooie volgende symboliek bij bedenken. Die staan hier tussen haakjes, ter inspiratie.

Veel plezier met puzzelen!

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.
Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop voor de mogelijkheden voor manuscriptredactie.

Foto door Courtney Cook verkregen via Unsplash.

Hoe geef je je woldbuilding een goede start?

Als je een verhaal hebt waarin de wereld heel anders is dan de vertrouwde omgeving, moet je die aan je lezer verduidelijken. Denk aan werelden waarin fantasiewezens wonen of aan utopieën of dystopieën. Maar als je daarop te prat gaat, verandert je verhaal al snel in een infodump voor het goed en wel begonnen is. Verplaats je echter in je personages en worldbuilding om schrijven gaat als een stuk natuurlijker.

Waarin verschillen onze werelden?

In een verhaal met een bijzondere setting bepaal je wat er voor de personages in de papieren wereld vanzelfsprekend is en wat niet. Je personages zijn er niet om de lezer alles uit te leggen: as you know, Bob is een doodsteek voor een goedlopende tekst. Breng dat eerst goed in kaart. Dat is de eerste stap naar een goede uitleg voor de lezer. Als je weet wat normaal is voor je personages, moet je dat alleen nog duidelijk maken aan de lezer.

Wat is er normaal aan de andere wereld?

Bij ieder verhaal moet je in de eerste pagina’s schetsen wat normaal is. Dat is onderdeel van de verhaalopbouw, de beginsituatie. Maar wat normaal is voor de personages kan abnormaal zijn voor de lezer. De truc is om dan te kijken welke beleving op het moment speelt. Dat kan een universele beleving zijn, zoals iemand die verliefd is, of wat anders in grote lijnen voor te stellen valt. Je hoeft bijvoorbeeld geen oorlog meegemaakt te hebben om te begrijpen dat daar angst bij komt kijken.

Waar je ook voor kiest, zorg ervoor dat die eerste kennismaking met de vreemde wereld niet te veel gaat over alle ellende en de uitgebreide bijbehorende geschiedenis of de onvoorstelbare technische snufjes. Concentreer je vooral op hoe de personages zich voelen in de wereld die voor hen zo normaal is. Dan gaat de overgang naar de actie van het verhaal ook makkelijker. Dat concluderen de laatste regels van deze blogpost.

De doodnormale mens van elders

Zelfs als de wereld van je personages lastig is voor te stellen voor je lezers, kan je die wereld vrij makkelijk introduceren. Als uitgangspunt bedenk je wat je personage in diens relatief kleine individuele leventje beweegt.
Denk aan zaken als:

* een toekomst plannen (de juiste studie kiezen, sparen voor een bruiloft…)
* bedenken hoe je de rekening betaalt in economisch zware tijden
* worstelen met eenzaamheid
* balans vinden tussen werk en privé

Denk hierbij aan een vakantiebestemming. Hoe mooi de tempels, musea, of stranden ook zijn, op weg daarheen kom je altijd nog de lokale bevolking tegen die onderweg is naar het werk of boodschappen doet in de supermarkt. Een voorbeeld is een Amsterdammer die zó voorbij het Anne Frankhuis loopt, zonder foto’s te maken of naar binnen te willen gaan. Het ligt gewoon op de weg naar huis. Dat is een heel andere blik dan die van de vele toeristen die jaren hebben gespaard om het beroemde gebouw van dichtbij te kunnen zien en er misschien ook een selfie bij te maken.

Als je met een worldbuilding begint, probeer dat dan zo veel mogelijk de setting en de regels van de wereld duidelijk te maken vanuit het oogpunt van de Amsterdammer, niet van die van de hippe influencer uit New York, die we Casey zullen noemen. Laten we haar beleving vergelijken met die van de Amsterdamse Johnny en kijken hoe dat effect heeft op de uitwerking van de rest van de worldbuilding.
Johnny wordt geschreven vanuit het perspectief van het personage, Casey is het personage dat voorstelt hoe een lezer net iets te veel expliciet wordt geïntroduceert in je fictieve wereld.

Casus: Casey versus Johnny

In jouw verhaal is er in Amsterdam een heel speciaal congres waar mensen vanuit de hele wereld naar toe komen om het bij te wonen. Een baas van de Big tech kondigt dan een nieuw product aan dat ‘zowel de online wereld als de offline wereld compleet op zijn kop gaat zetten.’

Casey

Na een lange reis heb ik het dan eindelijk gered. Wat heb ik een geluk dat ik een kaartje voor het congres heb gekregen. Duizenden mensen benijden mij erom. En dat is te merken. Amsterdam gonst van de verwachtingen en het enthousiasme. Hoe kan het ook anders? Het gerucht gaat dat vanaf volgend jaar iedereen met behulp van hun sociale media met het nieuwe geheimzinnige product met iedere share-of like automatisch een bijdrage levert aan het bestrijden van kindersterfte, zonder er ook maar moeite voor te hoeven doen. Dat is ook hard nodig: sinds het nieuwe supervirus halen wereldwijd nog maar een op de drie kinderen de vijf jaar, ook in landen met een goede gezondheidszorg. Waar ik ook loop, overal hoor ik het grote woord echoeën congres, congres, congres… Als het ergens kan, is het hier wel, in dit meest moderne gebouw van het land, zo niet van Europa.

Kortom: Casey zorgt voor een infodump

Johnny

De hele stad zit potdicht. Iedereen wil naar dat verdomde congres. Je hoort het woord overal en bovendien wordt Amsterdam nog een extra heldenrol toebedeeld. De stad gebouwd op palen zou voorbestemd zijn om dit probleem uit de wereld te helpen. Ik moet het nog zien. Ondertussen probeer ik me kalm te houden. Het infarct in de metro lijkt alleen maar erger te worden en ik kan maar niet naar het ziekenhuis komen om daar Anita en Leentje op te zoeken. De artsen geven mijn kleine meisje weinig kans. Misschien is er nog hoop als ik me op tijd aanmeld voor het sociale platform waarop onze Big TechGod de grote oplossing voor kindersterfte biedt. Dat Big Tech bedrijf dat nu dat moderne, glazen kasteel iedereen kan hersenspoelen.

In de beleving van Johnny mis je wat meer aan eigenlijke informatie over de wereld, maar weet je wel wat er komen gaat wat betreft het plot, thema of centraal conflict. Dan is het niet mer zo moeilijk om tot de actie van het verhaal over te gaan. En dan komt de verdere uitwerking van je worldbuilding als vanzelf daar weer tusssendoor.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan in mijn webshop voor de mogelijkheden van manuscriptredactie.

Foto door Red Morley Hewitt verkregen via Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan in mijn webshop voor de mogelijkheden voor manuscriptredactie.

De fantastische feelgood: het onverwacht geërfde huis

Een feelgood is vrolijk, niet al te ingewikkeld en heeft voor de spanningsboog nog een beetje drama. Maar dat betekent niet dat het verhaal weinig inhoud heeft of eenvoudig is om te schrijven. In deze serie leer je hoe je het meest haalt uit een ‘simpel’ genre en hoe je dat het nodige gewicht geeft. Deze week: het onverwacht geërfde huis.

Onbekend familielid, onbekend avontuur

In een feelgood duikt er met regelmaat een familielid op dat de held een huis nalaat. Een huis dat alleen onder voorwaarden verbouwd mag worden. Of er wordt een stapel brieven op zolder gevonden die een hele nieuwe familiegeschiedenis ontvouwt. Dat zorgt voor een dubbel avontuur met twee welbekende tropes. Daar kan je een mooi geheel van maken, maar ook in twee valkuilen tegelijk trappen.

Wie is oudtante eigenlijk?

Als de onbekende oudtante een huis nalaat, weet die tante van het bestaan van de held af, maar niet andersom. Kijk aan de tekentafel eens goed wat dat in de praktijk kan betekenen. Je kan dit als feit aannemen, maar als je al bedenkt hoe deze situatie kan ontstaan, heb je meteen een goede basis voor de rest van je verhaal. Probeer antwoord te vinden op vragen als:

  • Hoe komt het dat juist de held wordt uitverkoren voor de erfenis?
  • Waarom kent de held de oudtante niet?
  • Wat wil oudtante dat er met het huis gebeurt?
  • Waarom denkt oudtante dat de held goed voor het huis kan zorgen?
  • Voldoet de held ook aan het beeld dat deze onbekende tante heeft van de held?

Schrijf in een regel of vijf een lopende tekst of samenvatting aan de hand van deze antwoorden. Dat geeft je niet alleen een basis voor in het opschrijfboekje, maar ook voor het centrale conflict en de spanningsboog. Als je bijvoorbeeld tussen de regels door leest dat je held geacht wordt financieel verstandig te zijn terwijl dat niet zo is, kan dat probleem later in het verhaal terugkomen.

Familiegeheim

Met mysterieuze familieleden komen er nieuwe familiegeheimen. Kijk hoe dat past bij de andere gegevens die je al hebt opgeschreven. Hier let je vooral op de aanwezigheid van het verhaalthema. Het is verleidelijk om financiële onverantwoordelijkheid een familiekwaal te maken, maar dan loop je het risico dat het verhaal daarin verzuipt. Vergeet om dat te voorkomen niet dat je ook over een nieuw begin of een nieuwe setting schrijft met het geërfde huis.

Om te veel overduidelijke clichés te vermijden, is het veiliger om aan de tekentafel te schrijven over ‘iets anders doen dan eerst’ dan ‘het roer omgooien’ of ‘een nieuw begin.’  Lees: het hoeft niet groots, of overduidelijk te zijn om interessant te zijn. De heldenreis van je personage hoeft niet van het leven van een verwend miljonairskindje naar dat van een arme, tevreden minimalist te gaan. Een heldenreis gaat erom dat je held verandert. Het is wat riskanter om dat thematisch te weerspiegelen als  je twee belangrijkste tropes in het verhaal een welbekende basis voor je verhaal vormen. Dat kan je ook in het karakter van je personage zichtbaar maken.

Op deze manier kan je een familiegeheim of een familiegewoonte subthema’s maken van de heldenreis van een held die dingen anders gaat doen. Zorg ervoor dat de familieleden geen personificaties van deze thema’s worden, maar personages met hun eigen willetjes en dromen zijn. Af en toe mogen ze raakvlakken met een thema hebben, maar ze zijn meer clichébestendig als ze hun bestaansrecht niet ontlenen aan een ruzie om de erfenis of een familietrauma.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Tierra Mallorca verkregen via Unsplash.

Personage-ontwikkeling in een mysterieus verhaal

In een verhaal dat van A tot Z verloopt, is het vrij duidelijk hoe een held zicht ontwikkeld. Maar een verhaal waarin het een en het ander geheim moet blijven, is dat iets minder zichtbaar. Hoe zorg je er als schrijver voor dat je ontwikkeling van je held overzichtelijk blijft?

De basis van personage-ontwikkeling

Normaalgesproken gaat het begrip personage-ontwikkeling uit van het idee dat je personage groeit. Door de omstandigheden die in het verhaal gebeuren, meestal via een bepaalde structuur. Je kan daarbij denken aan de vraag: ‘wat is de moraal van dit verhaal?’ Een personage wordt minder hebberig, leert de controle meer los te laten, groeit in een heldenrol vanwege een groei in zelfvertrouwen, enzovoorts.

Bij mysterieuze verhalen gaat het niet altijd om groei in de traditionele zin. Als je te maken hebt met moordenaars, of personages die wraak willen, kun je daar niet van spreken. Dan wordt de hamvraag hoe een personage naar iets toe groeit. Of soms zelfs van iets af groeit.

Een verhaal op basis van angst en zwakten

Een personage beslist niet van het een op het andere moment om iets te doen dat gevaarlijk, immoreel of eng is. Daar moet al een bepaalde basis voor zijn. Soms zijn dat zwakten, zoals hebzucht of een te sterke bewijsdrang. Andere keren wordt een personage door angst gedreven. Zoals een moeder die in een poging om haar kind te beschermen doorslaat en anderen bedriegt of pijn doet. Alleen uit de vrees dat haar kind anders iets ernstigs overkomt.

Als je een verhaal hebt waarin je personage iets spannends of vervelends gaat doen, schrijf dan eerst eens op wat je personage drijft of gaat drijven om zoiets te doen. Dat kan je lezen in de personagebiografie. Je kan ook inspiratie halen uit je verhaalthema.

Kies de angst of karaktereigenschap die voor de spanning zorgt

De angst van je personage is een heel krachtig gereedschap, omdat het laat zien wat je personage drijft en kan blijven drijven. Bij een spannend of mystieus verhaal is het meestal je sterkste troef, omdat het ook laat zien hoe je personage verandert. Van iemand die geen zorg in de wereld heeft en een alledaags leven leidt tot iemand die in de gevangenis belandt na een reeks bedreigingen, angsten die bewaarheid worden en een doodenge onzekerheid die het uitsterste van de zelfbeheersing, het geduld, vertrouwen en de vindingrijkheid van je personage vragen. En wil je het verhaal spannend maken, dan moeten enkele van die nare zaken natuurlijk wel dreigen of uitkomen.

Begin de basis van je spannende of mysterieuze verhaal met de volgende vragen:

  • Waar is mijn personage echt het allerbangst voor?
  • Waar is mijn personage vatbaar voor? Chantage? Emotioneel instorten? Beloftes van macht en aanzien?
  • Hoe kunnen deze zaken samengaan in een verhaallijn die een achteruitgang belooft?

Achteruitgang betekent hier: het drama en de spanning die een spannend boek eigen is. Dus hoe een normaal mens als spion gaat werken, een doodnormale huisvader in een moordcomplot terechtkomt, hoe een lieve vriendin wordt ontvoerd, een lieve tiener een huis in brand steekt…

De angst als verhaalstructuur

Schrijf alles op wat je al genoteerd hebt, en pak daar vervolgens een verhaalstructuur bij, zoals bijvoorbeeld de drie-aktenstructuur. Kijk nu hoe deze samenhang van angst, karaktereigenschappen een daadwerkelijk plot kunnen vormen.
Bijvoorbeeld: een rebels buitenbeentje is bang om verstikt te raken in een keurige wijk waar je wordt gedwongen in de pas te lopen. Die gaat dus tegen een systeem schoppen, en daarbij ook een zekere woede op de hals halen van anderen, met bepaalde gevolgen van dien. Het begint dus met en gevoel van verstikking, en mondt uit in een brandstichting.
Het begin van het verhaal is het ongemak. Het inciting incident is het moment waarop de held beslist niet meer stil te blijven zitten. Wat doet je held vervolgens om een eerste clue te veroorzaken, enzovoorts. Werk zo eerst je hele verhaallijn in grote lijnen uit.

Subplots en flashbacks

Als je deze structuur hebt uitgewerkt, komen er bijna altijd subplots en flashbacks tussendoor om de spanningsboog op peil te houden. Die hebben van zichzelf ook de ruimte nodig om te ademen en tot hun recht te komen. Daardoor loop je het risico dat je aan de eerder opgeschreven verhaalstructuur gaat rommelen. Maar deze structuur is de rode draad, dus knoei daar niet te veel mee. Als je informatie moet achterhouden omwille van de spanningsboog, of als andere personages door hun omstandigheden de rode draad van het verhaal even op pauze zetten. Schrijf dan op waar je in de verhaalstructuur bent gebleven kan je die na het einde van een scène altijd weer oppakken en weer verdergaan waar je bent gebleven.

Je kan de subplots en flashbacks ook naast de algemene verhalenstructuur leggen. Als er op een moment van een subplots iets thematisch naar boven komt drijven, kan je dat dan ook koppelen aan de rode draad?
Bijvoorbeeld: als de beste vriendin van je held in een subplot ineens een miskraam krijgt, kan dat een zetje zijn naar een volgend obstakel als je held als grootste angst heeft om ook op de een of andere manier iets of iemand te verliezen. Dan kan die des te meer besloten zijn om iemand die ruimte nodig heeft te overladen met verstikkende liefde? Dat is dan weer de volgende stap op weg naar een controledwang die de geliefde later de das om doet.

Bij spannende en mysterieuze verhalen is het de valkuil om te denken dat het plot hetgene is dat het verhaal spannend houdt. Natuurlijk zal je het moeilijker krijgen als je alledaagse conflicten als een kapotte grasmaaier als basis voor een uitgangspunt voor het verhaal kiest. Maar uiteindelijk gaat het erom hoe de personages het verhaal beleven. En het wordt spannend als je personage in angst en beven zit. En blijft. Als je angst als basis gebruikt voor de spanning van het verhaal en die opbouwt zoals je dat doet voor een normale personagegroei, dan kan je daar al gauw een heel verhaal mee vooruit.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop voor de mogelijkheden voor manuscriptredactie.

Foto door Lai Man Nung verkregen via Unsplash.

De fantastische feelgood: het opgeknapte huis

Een feelgood is vrolijk, niet al te ingewikkeld en heeft voor de spanningsboog nog een beetje drama. Maar dat betekent niet dat het verhaal weinig inhoud heeft of eenvoudig is om te schrijven. In deze serie leer je hoe je het meest haalt uit een ‘simpel’ genre en hoe je dat het nodige gewicht geeft. Deze week: het opgeknapte huis.

Een bouwvallig begin?

In deze versie van de feelgood gaat je hoofdpersonage in een mooi land een vervallen huis opknappen om daar een nieuw leven te beginnen of een bedrijf te starten met de meest idyllische B&B van Europa in wording. Vaak is je personage nog vol goede moed of zijn de vlinders er die van de leuke zenuwen. Het gebouw mag dan vervallen zijn, je personage is dat niet. In de loop van het verhaal zie je dat steeds meer verschuift: er komt te weinig schot in de zaak, waardoor er een moment van instorting dreigt voor je personage.
Dat is niet ongewoon. Ieder verhaal heeft een moment van crisis, als onderdeel van de algemene verhaalopbouw. Ook is er het moment van een nieuw begin.
Maar bij verhalen over een opgeknapt huis in het feelgoodgenre zijn deze punten in het verhaal vaak niet zozeer onderdelen van het verhaal, als wel datgene waar het hele verhaal symbolisch gezien over gaat. En dan kan de fundering van zowel het huis als je verhaal gaan wankelen.

Thema en symboliek in feelgood

Feelgood is bij uitstek het genre waar je niet te veel van de lezer vraagt. Die moet gewoon ontspannen kunnen lezen. De symboliek en het verhaalthema zijn als gevolg ook niet te ingewikkeld. Je hoeft er geen literaire analyse op los te laten om erachter te komen wat die zijn. Maar er is een verschil tussen niet ingewikkeld en er duimendik bovenop liggen. De trope van het opgeknapte huis is daar een goed voorbeeld van. Het is heel duidelijk dat het huis de transformatie van je hoofdpersoon weerspiegelt, al is het in omgekeerde volgorde. Dat is niet  erg. Dat wordt het pas als je het leeuwendeel van je verhaal daarop laat draaien. Het is sowieso al riskant één duidelijke symboliek of thema je hele verhaalinhoud te laten weerspiegelen. Bij een feelgood is dat nog riskanter, vanwege de relatief eenvoudige aard die de feelgood heeft en moet houden.

Kijk verder dan je personage

Je beleeft een verhaal altijd vanuit het standpunt van een personage. Als je personage iets eng vindt, vindt de lezer dat ook. Als de held zich ergens anders vestigt en hoopt dat de bouwvallige B&B goed gaat lopen als die is opgeknapt, doet de lezer dat als je goed schrijft ook.
Het is dus een goed startpunt om te kijken naar hoe je held iets beleeft, maar je kan er meer uit halen als je verder kijkt dan dat, zeker in het geval van thematiek en symboliek.

In het geval van de trope van het opgeknapte huis betekent dat: kijk symbolisch niet alleen naar van oud naar nieuw, dat een levensfase van je held weerspiegelt. Kijk ook eens echt naar het huis. We weten dat het idyllisch moet worden, maar wat (is) er nog meer?
Ligt het afgelegen in de bergen, of juist bij een heel open meer? Dat kan het symbolische verschil zijn tussen een hechte gemeenschap of een open gemeenschap waar mensen af- en aan komen waaien.
Zijn de meubels ouderwets en handgemaakt, dan is dit een huis waar je terug in de tijd kan gaan, naar een periode waar niet alles zo ingewikkeld was. Als de inrichting van het huis fris en hip is, dan hebben eigenaar en gasten er een prima uitvalsbasis voor leuke avonturen die een Instagrampagina met mooie foto’s kunnen vullen.

Schrijf in je opschrijfboekje nog wat meer over het belangrijke decor van het verhaal en je zal zien dat zich er complete thema’s en verhaallijnen ontvouwen.

Dit artikel verscheen eerder in Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop voor de mogelijkheden voor manuscriptredactie.

Schrijfoefening bij een writersblock: móet dat nou?

Een writersblock is helaas een bekend verschijnsel voor veel schrijvers. Het kan verschillende oorzaken hebben. Daarom is er ook geen zaligmakende remedie voor. Maar als je vastloopt omdat je iets in je verhaal wil schrijven dat in het verhaal hóórt, maar je het niet op papier krijgt, kan deze schrijfoefening je helpen.

Wat wil je zelf in je verhaal terugzien?

Ga eerst eens na waarom je begonnen bent met het schrijven van dit verhaal. Je wil er vast en zeker iets mee zeggen. Je vindt bepaalde tropes interessant of je wil een familiegeschiedenis delen. Schrijf alle redenen die je hebt eerst op, het komt later in de oefening terug. Kijk zowel naar wat je voor het boek zelf wil – ik wil graag dat er een ontvoering in komt- en wat je voor jezelf als schrijver wil: iets spannends om over te schrijven. Dat kan met elkaar te maken hebben, maar kan ook los van elkaar staan. Waarom schrijf je over eenhoorns en niet over zeemeerminnen? En waarom schrijf je een feelgood in plaats van een bloederig moordverhaal? Noteer het allemaal.

Wat volgt als vanzelf?

De volgende vraag die je jezelf stelt is wat er bijna als vanzelf gebeurt. Denk hierbij aan zowel clichés als tropes. Denk aan een feelgood waar vroeg of laat een kat een rol gaat spelen. Dat kan een cliché worden als dat een groot deel van het verhaal wordt. Maar het blijft een trope als het dier kleine symbolische figurantenrol heeft. Hoe dan ook, dát die kat in een feelgood gaat verschijnen is vrijwel zeker. Schrijf op wat je kan verwachten van jouw genre, verhaalthema, een held met een bepaald archetype… Alles wat maar in zekere mate te voorspellen is.

Moet dat echt?

Dan komen we op het punt waar je writersblock misschien de oorzaak heeft. Ook al verwacht iedere lezer dat er in jouw genre, thema of type held iets voorkomt, jij vindt niet dat dat in je boek thuishoort. Daarom wil je het ontwijken. Maar als je aankomende lezers er zo op gebrand zijn dat dat wel in je boek voorkomt, zit je klem. Dan is daar de vraag: moet dat echt? Datgene wat jij niet in je verhaal wil hebben: moet dat in een verhaal? Heel vaak is dat antwoord nee. Maar je moet wel weten waarom dat zo is, voordat je dat verwachtte element zonder pardon uit je verhaal schrapt.

Een goed voorbeeld van wat in theorie niet hoeft, maar wat wel in heel veel boeken voorkomt is een romance. Helaas heeft dat ook vaak shipping tot gevolg: onbelangrijke personages worden op het allerlaatste moment nog aan elkaar gekoppeld. En hemeltjelief, dat laat de kwaliteit van je verhaal een vrije val maken. Toch zie je het vaak. Waarom? Het eenvoudige antwoord is: omdat romance nou eenmaal in verhalen voorkomt. Maar daar kom je niet ver mee. De hamvraag is waarom het grote lezerspubliek altijd een romance wil of verwacht, ook al is dat in een horrorverhaal. Wat maakt liefde of romance zodanig populair dat het boek aan die populariteit ervan ten onder kan gaan?

Het antwoord op die vraag is diepgaander en dat soort antwoorden zijn degene die je zoekt. Denk aan:

  • Het is herkenbaar voor veel mensen. En herkenbaarheid leest fijn.
  • Romance wordt geassocieerd met liefde, acceptatie, gezien worden en allerlei andere zaken wat ieder mens in meer of mindere mate zowel wil als nodig heeft.
  • Omdat het een creatief verhaal betreft, gaat ook een papieren romance niet van een leien dakje. Dat heeft dus een spanningsboog en een conflict: twee belangrijke basisvoorwaarden voor ieder verhaal of subplot.

Voilá: als je het zo leest, zou je wel gek zijn om geen romance te schrijven. En toch wil je dat niet.

De antwoorden op je vraag

Je kan nog steeds dat vervelende verhaalelement omzeilen. Daarvoor kijk je naar de antwoorden op de vraag van wat dat element ogenschijnlijk onmisbaar maakt. Want die antwoorden zeggen: niet de romance is onmisbaar, maar de elementen van:

  • herkenbaarheid
  • universele menselijke beleving of behoefte
  • de randvoorwaarden waar een goed verhaal ( in dit genre of met deze tropes) aan moet voldoen

Dan ben je er bijna. Nog even en het wordt een eitje om dit probleem op te lossen! De bovenstaande voorwaarden van de romance gelden toevallig inderdáád voor ieder verhaal, maar zo zijn er nog een heleboel voor specifieke genres of tropes. Denk aan: bij een griezelverhaal moet je kunnen gruwelen en de held staat voor alles wat goed is. Schrijf alles op waarvan je het gevoel hebt dat het onoverkomelijk is dat het in een/jouw verhaal voorkomt.

Kan een verhaal zonder?

Je hebt nu een lijstje van zaken die in een verhaal voor zouden moeten komen. Sommige van deze dingen zul je inderdaad in je verhaal mee moeten nemen. Zoals een griezelelement in een eng verhaal. Andere zaken zoals shipping zijn in feite onzin. Hetzij als schrijftechniek, hetzij als element om specifiek in jouw verhaal te hoeven komen. Maar ongeacht welke van deze twee uitkomsten aan de orde is, de oplossing is hetzelfde. Kijk naar de eerdere diepgaandere waarom-vraag en je antwoorden en gebruik die vervolgens als uitgangspunt om iets anders te schrijven dat wél past, wél origineel is of jou zelf wat meer inspiratie geeft. Zodat jij alsnog kan schrijven wat jíj wil. Want als dat niet lukt, is je boek alsnog niet fijn om te lezen.

Dus ieder verhaal heeft herkenbaarheid, een universele menselijke behoefte en een spanningsboog nodig onder het mom liefde. Schrijf dan bijvoorbeeld over een pleegkind dat in een liefdevol gezin wordt opgenomen en uiteindelijk wordt geadopteerd. Op de oppervlakte is dat niet hetzelfde, maar als je een beetje creatief bent, kom je daar wel uit. De meeste mensen zijn niet geadopteerd, maar vrijwel iedereen kan zich herkennen in het gevoel ergens bij te (willen) horen. Kijk ook hier verder dan je neus lang is en dan hoef je niet verrassend ver meer te zoeken. Een bijkomend voordeel is dat je de kans op flinterdunne clichés als shipping hiermee ook meteen verkleind!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop voor de mogelijkheden voor manuscriptredactie.

Foto door Ryan Snaadt verkregen via Unsplash.

De fantastische feelgood: de geboorteplaats

Een feelgood is vrolijk, niet al te ingewikkeld en heeft voor de spanningsboog nog een beetje drama. Maar dat betekent niet dat het verhaal weinig inhoud heeft of eenvoudig is om te schrijven. In deze serie leer je hoe je het meest haalt uit een ‘simpel’ genre en hoe je dat het nodige gewicht geeft. Deze week: de geboorteplaats.

Terug bij af

Vaak gaan personages na een scheiding of ontslag terug naar hun geboorteplaats om zaken weer goed op een rijtje te zetten. Vaak blijven ze daar ook, omdat die nieuwe manier van leven beter bij hen past. Ze zijn dus terug waar ze ooit begonnen zijn, maar dan in de positieve zin; op een manier die hun leven verrijkt. Dit is op zichzelf een prettige insteek voor een boek. Zo heb je het spreekwoordelijke cirkeltje mooi rond. De vraag die je jezelf daarbij moet stellen is: wat is onder de oppervlakte de betekenis van dat cirkeltje?

Wat is het cirkeltje?

Stel dat je hoofdpersonage is ontslagen. Het gaat van een leven met tijdstuk en status in de stad naar het rustige, anonieme platteland en komt erachter dat kleinschalig werken veel beter aansluit bij diens ideale leven. Die kantoorbaan was er alleen maar om de ouders na de middelbare school niet teleur te stellen met een ‘eenvoudige’ baan of opleiding.
Dat is de eerder genoemde oppervlakte. Wil je meer uit je verhaal halen, vraag je dan af of er iets is dat ervoor zorgde dat je personage zélf ook naar de stad wilde vertrekken.

  • Was het vroeger een pleaser en eigenlijk nu nog steeds?
  • Moet het zich nuttig kunnen voelen (in een belangrijke baan)?
  • Was er toch een hang naar avontuur, ondanks de betrouwbaarheid van het leven op het platteland?

Kortom: tussen het begin van het leven op een andere plaats en de terugkeer naar de geboorteplaats is er iets dat niet veranderd is en niets te maken heeft met de eigenlijke plaats, voormalige ex-partner of baan. Dat heeft vaak met karakter of een bepaalde, meer diepgaande levenservaring of -overtuiging te maken. Het cirkeltje dat je rond wil maken met de terugkeer naar de geboorteplaats is dat iets wat eerst niet opgelost kon worden, of waar op een andere manier de tijd niet rijp voor was. Maar op het eind van het verhaal in de geboorteplaats, komt dat alsnog goed.

Ik ken je nog van vroeger!

Of het hele dorp je personage nog van vroeger kent, of je personage als Wim Sonneveld in een compleet veranderde omgeving terechtkomt: waak voor het cliché dat je vrijwel alles aanwijsbaar vergelijkt met de situatie zoals die vroeger was.

Als je de terugkeer naar de geboorteplaats aanneemt als het begin van de drie-aktenstructuur, probeer dan na het inciting incident niet of nauwelijks meer terug te blikken. Zowel je personage als je verhaal moeten verder. Hier en daar een flashback of een gesprek met een oude bekende kan geen kwaad. En natuurlijk mogen oude vrienden als medepersonage worden ingezet.

Maar probeer ervoor te waken dat alles een directe vergelijking wordt tussen vroeger en nu.

Als je toch wil dat de situaties van vroeger en nu als een contrast of vergelijking lezen, kan je dat alsnog uitwerken door middel van een sterke uitwerking van of een verdieping op je verhaalthema. Of zet beeldende symboliek of sfeeromschrijvingen in.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online ..

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop voor de mogelijkheden voor manuscriptredactie.

Foto door Chad Greiter verkregen via Unsplash.

Schrijven met medelijden voor de personages: let hierop

Er zijn verhalen en personages die zoveel naars meemaken, dat het vanzelfsprekend is dat je lezer hoopt dat er betere tijden wachten. Als vanzelf wekt dat ook een zekere mate van medelijden op. Maar in hoeverre moet je dat medelijden nastreven en kan dat eigenlijk wel zonder de structuur van je boek te schaden?

De lezer aan het huilen maken door medelijden

Er zijn genoeg voorbeelden van verhalen die erop mikken om de lezer vroeg of laat te laten huilen. Denk aan de tranentrekker romance of het cliché doodzieke kind. Die mikken op medelijden, maar dat soort is er een die je boek niet per se memorabel maakt. Je lezer aan het huilen maken vanwege een overvloed aan ellende of medelijden zijn twee verschillende dingen.

Voordat je begint met schrijven en een meelijwekkend onderwerp aansnijdt, moet je een antwoord hebben op de volgende vraag:

Wat moet dit droevige verhaal nog meer opwekken dan alleen medelijden en verdriet?

Als je daar geen echt antwoord op hebt, dan is de kans heel groot dat je boek eerder gefoceerd dan mooi gevonden wordt.

Een kijk naar het woord medelijden

Medelijden is mede-lijden. Met ander mee lijden. Als je die emotie wil opwekken, moet je er dus voor zorgen dat je lezer grofweg net zo veel pijn heeft als de personages die de nare omstandigheden ondergaan. En daar liggen je grote uitdagingen:

  • Je kan nooit écht afdwingen hoe iemand zich voelt, vanwege persoonlijke geschiedenis en karakter
  • Als medelijden je hoofddoel is, gaat dat vaak ten koste van het plot
  • Een kernemotie is iets wat een lezer kan voelen, maar het past niet in een drie-aktenstuctuur.

Emoties afdwingen werkt niet

Als je iets afschuwelijks overkomt, zoals het overlijden van een kind, is dat natuurlijk iets dat je heel diep raakt. Maar drie mensen die een kind verliezen, kunnen daar op drie manieren op reageren. Jouw personage zou gerust iets kunnen vinden of doen dat de lezer in kwestie vreselijk vindt. Denk aan de gedachte: hoe kun je nu al verder gaan met je leven versus: ik ben het aan de nagedachtenis van mijn kind verschuldigd om niet weg te kwijnen. Beide beredeneringen zijn op hun eigen manier oprecht en redelijk. Als jij het een zou doen, zal het andere niet met de lezer resoneren.

Medelijden als plot

Een plot heeft een rode draad, maar ook een spanningsboog en subplots. Dat betekent dat de momenten waarop de lezer medelijden voor het personage kan voelen, moet afzwakken op of op de achtergrond moet verdwijnen om een plot, met bijbehorende spanningsboog en subplots over te houden. Als je continu bezig bent met medelijden op te wekken, dan gaat het meer over een feitelijke situatie die maar door blijft gaan, dan dat het een verhaal met ontwikkeling is.

Medelijden ontwikkelt zich niet

Een goed verhaal ontwikkelt zich aan de hand van een bepaald patroon. De drie-aktenstructuur is daar een voorbeeld van. Er moeten bepaalde obstakels komen en dingen veranderen. Een emotie kan die ontwikkeling niet zelfstandig doorlopen. Je kan niet beslissen je van medelijden los te weken zoals je dat doet bij het verlaten van de comfortzone. Dat moeten eigenlijke gebeurtenissen zijn. Maar hiermee zijn we al wel wat dichterbij de uitgangspunten die je wel kan gebruiken als je wil dat de lezer medelijden voelt voor de situatie van je personages.

Medelijden als een tegenstander

Wat wel helpt om medelijden te schetsen is om het te beschouwen als een soort combinatie van een belangrijk verhaalthema als een slechterik of tegenstander in vlees en bloed.

Wat het thema betreft, is dat uitwerken niet veel anders dan anders: belicht er meerdere kanten van, laat meerdere personages het ervaren en er op verschillende manieren mee omgaan. Om dat niet alsnog heel geforceerd op te schrijven, maak je gebruik van sfeeromschrijvingen. Vergeet ook zeker de zintuigelijke omschrijvingen niet. Als een emotie op een moment alles overheersend is, doet dat veel goed. Als het gesprek tussen personges vanwege een emotie lastig wordt, of dat nu medelijden of iets anders is, kan show don’t speak ook de nodige spanning geven aan de dialogen.

Wat betreft de tegenstander in vlees en bloed:

Schrijf momenten op waarop medelijden in het boek kan verschijnen. Probeer het een gezicht te geven, net als een personage met een eigen personagebiografie. Op welke momenten zoekt dit ‘personage’ ruzie met je held, welke wapens zet het dan in? Welk doel heeft dit medelijden? Wil het de held emotioneel vloeren? Wil het je personage (tastbare) zaken afpakken? Als je dit duidelijk op papier krijgt, is de emotie waartegen je personage vecht concreet genoeg om een drie-aktenstructuur rondom op te bouwen. Enkele voorbeelden:

  • In het inciting incident duikt het medelijden voor het eerst op: de veroorzaker van het medelijden komt in beeld
  • als de bedenking probeert het personage te ontkennen dat die er verdriet van heeft
  • Als eerste clue moet je personage ertegen vechten.

Enzovoorts. Wees erop alert dat je de drie-aktenstructuur niet invult met medelijden als basis. Dat moet nog altijd het algemene verhaal of de heldenreis betreffen. Maar je kan het schema wel gebruiken om te kijken of welk moment in het verhaal, of welke beat in het schema het overweldigende lijden van het personage goed tot zijn recht komt door het dan even centraal te stellen of zichtbaar te maken.

De theorie van deze blogpost kan je op meerdere emoties toepassen, maar bij medelijden is er een extra voorzichtigheid geboden. Als personages in zelfmedelijden vast komen te zitten, geldt dat ook voor je plot. Onthoud dat je personage altijd wil groeien. En dat is lastig voor een personage die het voor zichzelf goedpraat dat het geen kant op kan. Dan krijg je een koppig personage of een valse held. En dan krijg je iets dat misschien nog wel erger is dan geforceerd medelijden: een verhaal dat het einde niet haalt omdat compleet vastloopt. Medelijden is niet alleen een emotie om bij te huilen, maar ook een die wrok op kan roepen bij degene die erbij betrokken is. Vergeet dat niet.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Schakel mij dan in voor manuscriptredactie.

Foto door OLHA ZAIKA via Unsplash.

De fantastische feelgood: de geheimzinnige brief

Een feelgood is vrolijk, niet al te ingewikkeld en heeft voor de spanningsboog nog een beetje drama. Maar dat betekent niet dat het verhaal weinig inhoud heeft of eenvoudig is om te schrijven. In deze serie leer je hoe je het meeste haalt uit een ‘simpel’ genre en hoe je dat het nodige gewicht geeft. Deze week: de geheimzinnige brief.

Een spannende onthulling

Je personage vindt een brief of een doos op zolder nadat een familielid overlijdt. Plotseling staat de wereld op zijn kop. Familieleden zijn niet degene die je held dacht dat ze waren, of er blijkt een compleet hoofdstuk uit hun leven compleet verzwegen te zijn. Een hoofdstuk dat aanleiding geeft tot een avontuur of mysterie in de breedste zin van het woord. Deze spannende onthulling is vrij bekend als trope en daarmee clichégevoelig. Wees daar alert op en voorkom zo een aantal veelgemaakte fouten en haal er het meeste uit wat erin zit.

Het is maar een flashback

Of nu blijkt dat opa vreemdging en je held op zoek gaat naar een hele schare aan halfbroers, of dat blijkt dat oudtante een rijke kennis had in een tropisch land waar nog iets moois te halen valt, deze trope gaat uit van een flashback als basis voor het verhaal. Vroeg of laat kom je mensen of feiten tegen die iets vertellen over het leven van opa of oudtante. Hoogstwaarschijnlijk komt daardoor de nodige flashback voorbij. Onthoud dat een flashback een slechte schrijftechniek is om iets duidelijk te maken. Het is geen middel om een compleet plot mee te bouwen. Met te veel flashbacks wordt de verhaalstructuur rommelig.

Weet wie de hoofdpersoon is

Opa of oudtante mogen dan de aanleiding hebben gegeven voor een interessant verhaal, je held is nog altijd de hoofdpersoon van het verhaal en wiens groei de lezer mee gaat maken. Zorg ervoor dat je vooral blijft schrijven over hoe je held alles beleeft en dat die emotionele beleving datgene is waar je boek zijn overtuigingskracht vandaan haalt. Een verhaal kan niet draaien op een opsomming van feiten over een avontuur, of dat nu een nieuwe familiekroniek is of nieuw vergaarde rijkdom. De lezer heeft als houvast de beleving van de hóófdpersoon nodig. Ook als je de belevingen van opa of oudtante centraal stelt. Je schrijft niet voor niets met flashbacks. Als het verhaal om opa of oudtante gaat, had je net zo goed in het hier en nu van hun leven kunnen schrijven. Bedenk waarom je voor de trope van de verloren brief hebt gekozen, dat is niet voor niets. Wat wil je over je held vertellen?

Parallelle verhaalthema’s

Het voordeel van een verhaal dat terugblikt op een persoon in het verleden, is dat het veel ruimte geeft om een verhaalthema op verschillende manieren te belichten en op een persoonlijke manier uit te werken. Daarvoor hoeven de betrokken personages geen familie te zijn. Neem het thema relaties. Zowel de persoon uit het verleden als jouw held in het heden kunnen daar op hun eigen manier mee worstelen. Leert je held door de lessen van de ander, of kan die ervoor zorgen dat er een cirkel rond is, of een hoofdstuk wordt afgesloten? Als je op meerdere manieren van dichtbij naar een verhaalthema kan bekijken, doet dat een verhaal altijd goed.
Zeker in feelgood; als er een cirkel rond is of een spreekwoordelijk hoofdstuk op een fijne en heilzame manier wordt afgesloten, slaat je lezer met een goed gevoel je boek dicht.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop voor de mogelijkheden voor manuscriptredactie.

Foto door Olha Vilkha 🇺🇦 verkregen via Unsplash