Schrijfwedstrijd verhaalentaal.blog: de sfeermaker

De sfeer zit er goed in bij jullie schrijvers, toch? Hebben jullie weer zin om te gaan schrijven? Verhaalentaal.blog organiseert weer een schrijfwedstrijd. Deze keer is de uitdaging om de sfeer en de plaats het belangrijkste element van het verhaal te maken.

Opzet van schrijfwedstrijd de sfeermaker

We lachen er met zijn allen wel eens om: wordt er een hart gebroken? Dan moet het onmiddelijk gaan regenen!
Of als je wil weten hoe rijk een personage is: zet het op een luxe yacht en voíla: een show don’t tell, we kunnen verder met het plot. En hoewel sfeermakers soms cliché kunnen lijken, of een snelle manier zijn om een situatie te schetsen, kun je er ook complete verhalen mee schrijven. Denk aan het verlaten huis: een perfect decor voor een spookverhaal. Tegelijkertijd is dat ook weer wat cliché.

Kortom: het is nog een hele kunst om een plek of een sfeer het belangrijkste element van het verhaal te maken. Laat maar eens zien dat jij dat wel kan! Je kan kan er een leesrapport mee winnen voor je winnende verhaal of voor een ander verhaal van 5000 woorden.

Denk aan het bekende beeld van het romantische boottochtje. Normaalgesproken gaat het over het romantische gebaar. Voor een goede inzending voor deze schrijfwedstrijd is een romantisch boottochtje iets als:

  • Een tripje op het water dat je personage ertoe doet besluiten om een carriere te starten in de zeevaart
  • De prachtige volle maan is niet per se een teken van romantiek, maar van een gevoel maar een stipje te zijn in het grote universum
  • het geluid van de roeispanen zorgt voor een herbeleving van een trauma, waardoor het helemaal misgaat.

enzovoorts.

Aandachtspunten en tips

  • Staar je niet blind op show don’t tell: bij sfeeromschrijving gaat het erom dat je de tijd neemt om iets uitgebreid te beleven, niet om meteen te begrijpen waar ‘het’ om gaat.
  • Show don’t speak is een goede start om te bedenken wat ‘het’ nu precies is.
  • Laat je personages ook een keer praten, of zorg voor actie-reactie. Ook met een goede setting moet er nog iets gebeuren met personages of plot, anders blijft je sfeeromschrijving een decorstuk. Een práchtdecor, maar met alleen voor decor heb je geen verhaal.
  • Probeer voorof te bepalen waar ‘het moment‘ precies om draait.
  • Denk goed na welke details het verschil gaan maken in het geheel van het verhaal.
  • Wees zorgvuldig met symboliek: te weinig kan de sfeer wat makkelijker ondermijnen, te veel maakt de tekst heel snel cliché.
  • De foto bij de blogpost heb ik gemaakt in Japan (Dogo onsen), ook al zou je dat op het eerste gezicht misschien niet denken, vanwege het meer westers ogend houten gebouw.
    Het kan een goede eerste stap zijn om je eigen associaties op te schrijven met de plaats waarover je schrijft. Denk jij bij een gebouw als dit aan Japan? Nee? Waar dan wel aan? Duidelijkheid met je eigen assocoaties is belangrijk als de sfeer van een tekst voorop staat.

Je kan ook veel observeren om je voor te bereiden op het omschrijven van sfeer: hier vind je een uitgebreide lijst met artikelen voor observeren in combinatie met symboliek of uitschrijven.

Wedstrijdvoorwaarden: sfeermaker

* Eén inzending per persoon.
* Je verhaal is maximaal 5000 woorden.
* Je verhaal is in het Nederlands geschreven.
* Gedichten mogen helaas niet ingezonden worden voor deze wedstrijd.
* Ieder genre is welkom
* Als je een kort verhaal instuurt dat je bij mij laat redigeren, dan is dat uitgesloten van deelname van de schrijfwedstrijd. Laat zien wat je zélf kan schrijven, daar mag je hoe dan ook trots op zijn. Je werk door anderen laten lezen is al meer dan sommige schrijvers durven!
* Of je de sfeer van het moment of het decor centraal stelt, mag je zelf weten, als het maar niet belangrijkste uit het verhaal maar niet het plot of het personage betreft.
* Inzenden van je verhaal kan vanaf 1 februari 2026 tot en met 1 mei 2026. Je hebt dus drie maanden de tijd om een verhaal te schrijven.
* Stuur je inzending naar nadinevandesande@outlook.com met de onderwerpregel: schrijfwedstrijd sfeermaker.
Je mag erop rekenen dat ik je mail goed ontvangen heb. Wil je toch een ontvangstbevestiging? Geef dat dan even aan.

De winnaar ontvangt een uitgebreid leesrapport voor een tekst van 5000 woorden. Dat mag het ingezonden verhaal voor de wedstrijd betreffen, maar ook een (deel van een) ander zelfgeschreven verhaal. Aan de winnaar de keuze!

Over de uitslag kan niet worden gecorrespondeerd. Ik neem persoonlijk contact op met de winnaar of winnares. Als diegene dat wil, zal ik het winnende verhaal op mijn blog publiceren.

Veel plezier en succes met schrijven! Ik ben benieuwd in wat voor sferen ik ga verkeren tijdens het jureren.
Dat is een laatste tip: deze drievoudige rijm kwam zomaar in me op, maar is wel erg dramatisch geschreven. Als er een tip is die het verschil maakt tussen sfeer en een vervelende tekst dan is het bloemig taalgebruik.

Het taboe van een trauma bij creatief schrijven

Veel mensen schrijven over een trauma. Als onderdeel van een autobiografie, of omdat een fictief personage omwille van de setting of het plot iets heftigs meemaakt. Trauma’s zijn er in allerlei soorten en maten, maar een ding hebben ze gemeen. Er rust een taboe op. Soms omdat het slachtoffer er niet over durft te praten, soms omdat de samenleving dat niet durft te doen of wil doen. Als je het waarom in kaart brengt aan de tekentafel, kan je plot, spanningsboog en de geloofwaardigheid van de beleving van het slachtoffer dat goed doen. Daar kijken we in deze blogpost naar.

Wat doet een trauma met een personage?

Wat een trauma met levende mensen doet, is erg verschillend. Maar wat trauma met personages doet, is vrij universeel. Narratief gezien zorgt het ervoor dat het personage door diens eerdere belevingen vast komt te zitten. Lees: het blijft vastzitten op een bepaald punt in de drieaktenstructuur van diens leven. Het durft bijvoorbeeld de comfortzone niet meer uit, kan een obstakel niet meer overwinnen, of heeft geen kracht meer om op te komen dagen voor een clue. Dat komt met een uitdaging voor het verhaal als geheel, want een verhaal moet altijd doorgaan. Niet per se met een sneltreinvaart, maar er moet altijd wel iets gebeuren. Echt stilstaan bij het ‘zware moment’ kan doorgaans alleen in de crisis. Dat betekent dat je moet bedenken waarom een personage zo vast kán zitten in een trauma. Dan kan je als een god van het verhaal de omstandigheden zo te buigen dat er weer wat beweegruimte in het leven van het personage komt.

Taboe en schaamte in een creatief verhaal

Een taboe, waarover dan ook, kan bestaan omdat er schaamte bij komt kijken. We praten ergens niet over, omdat het schaamte oproept. Wil je over een taboe schrijven of dat doorbreken, dan moet je weten waarom wij als maatschappij of je persona(ge) daar liever niet over praten. Dat moet je aan de tekentafel duidelijk hebben, omdat het effect heeft op andere belangrijke zaken. Denk bijvoorbeeld aan de personagebiografie. Een trauma vormt de manier waarop je persona(ge) naar de wereld kijkt. Maar vaak is een trauma ook een vorm van de grootste angst: “als er iets is wat ik nooit meer mee wil maken…” En de grootste angst houdt een verhaal aan de gang.

Wat maakt een taboe?

Of het nu persoonlijk of maatschappelijk bepaald is, er zijn een aantal dingen die ervoor zorgen dat iets taboe kan worden. Kijk eens naar deze tabel voor wat voorbeelden hoe je diverse taboes kan interpreteren. Deze lijst is natuurlijk niet uitputtend en de invulling ervan kan ook per persona(ge) of sociaalculturele setting verschillen.

Taboepersoonlijk beleving van het taboemaatschappelijk oordeel dat het taboe maaktBijbehorende schaamteTaboe kan verdwijnen wanneer
Verslaving Ik heb te veel pijn die ik niet aankan of onder ogen durf te zien‘val ons niet lastig met je problemen!
‘Slappeling’
Ik ben nutteloos voor de maatschappijde juiste hulp wordt geboden
Seks Ik ben niet goed genoeg in bed, volgens de checklist voor goede intimiteit uit een damesbladIntimiteit is persoonlijkIk ben niet aantrekkelijk genoegseks niet overgeromantiseerd wordt en de bijbehorende kwetsbaarheid meer wordt besproken
Schulden Ik heb niks, anderen hebben alles‘Je moet werken voor je geld, doe je dat soms niet?’
‘Je moet niet op grote voet leven!’
Ik kan het ideale ‘huisje boompje beestje’- plaatje (financieel) niet bijbenen. Ik ben mislukt. anders naar het begrip geld wordt gekeken, zowel door personage als maatschappij. Het personage zal praktische hulp nodig hebben, de maatschappij een andere blik op schuldproblematiek of de begrippen rijkdom en bezit *
ziekten (erfelijk, fysiek, mentaal…)Ik heb hinder en pijn die mensen zonder deze ziekte niet begrijpenZiekte confronteert met de eigen sterfelijkheid of (mogelijke) zwaktes. Niet iedereen kan ‘rauw luisteren‘.Ik ben anderen tot lastvoorlichting over een specifieke ziekte wordt gegeven, mensen meer moed hebben om ongemakkelijke emoties onder ogen te zien.

Creatief schrijven over een taboe

Als je personage een trauma heeft dat een volledige greep op het leven heeft, kijk dan als eerst naar de persoonlijke beleving van het personage over het bijbehorende taboe en welke emotie daarbij komt kijken. Vervolgens bedenk je waarom je persona(ge) zelf niet om hulp vraagt, of over het trauma vertelt. Het kan zijn dat het bang is voor het maatschappelijk oordeel, maar het kan ook zijn dat de schaamte zó groot is dat je held nog niet eens denkt aan wat anderen over hem of haar wordt gedacht. Als dat zo is, dan is dat een aanwijzing dat je centraal conflict vooral moet gaan over het overwinnen van die specifieke schaamte.

Houdt niet zozeer de persoonlijke schaamte, maar het maatschappelijke oordeel het taboe in stand, dan kijk je naar het onderliggende probleem waar de maatschappij mee worstelt. Dan is het trauma nog steeds onderdeel van de persoonlijke beleving van je personage en dus ook van de heldenreis. Maar dan komt het nog beter tot zijn recht als je van het maatschappelijke probleem een verhaalthema maakt. Van een individueel personage kan je nog aanwijzen met wat voor specifieke problemen die rondloopt. Dat is niet mogelijk voor een complete groep met allerlei verschillende soorten levens, meningen en achtergronden. Een verhaalthema biedt dan de ruimte om een enkel gegeven wat breder te trekken, zonder dat het rommelig wordt.

Over welk trauma of taboe je ook schrijft, en hoe je persona(ge) dat ook beleeft, let er in ieder geval op dat je goed in kaart brengt hoeveel ruimte – in woordenaantaal en in plotpunten- het trauma in mag nemen. Een trauma bespreken of een taboe proberen te breken kan overdramatisch worden als je er te veel aandacht aan geeft of als een gefoceerde tranentrekker overkomen als je het onterecht als een subplot behandeld, niet goed uitwerkt of er onvoldoende onderzoek naar doet. Onthoud dat een verhaal geen spannend taboe of trauma hoeft te hebben: alledaagse verhalen kunnen ook erg interessant zijn om te lezen als je weet hoe je dat moet doen.

* Stichting SchuldHulpMaatje helpt mensen in de schulden zitten om er weer uit te komen door een persoonlijk plan van aanpak te maken en een luisterend oor te bieden. Ik interviewde voor de stichting hulpvragers, hulpverleners en mensen uit het lokale bestuur.
Uit al die verhalen weet ik dat schulden veel meer voorkomen dan de meeste mensen denken en ook dat het iedereen kan overkomen, ongeacht je huidige financiële situatie of inkomen. Maar vooral: dat je je niet hoeft te schamen voor schuldproblematiek. Heb je hulp nodig bij schulden? Kijk dan of SchuldHulpMaatje bij jou in de gemeente actief is. De hulp van SchuldHulpMaatje is professioneel, oordeelvrij, persoonlijk en gratis.

Wil je jouw persoonlijke verhaal delen? Mijn cursus autobiografie schrijven kan je helpen je verhaal op papier te zetten, met de structuur en technieken die ook worden gebruikt bij het schrijven van een roman.

Foto door Sydney Latham on Unsplash.

De sterke scène: wanneer moet je een scène schrappen?

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en zorgt ervoor dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week kijken we wanneer je de scène in zijn geheel weg moet laten.

Aanpassen versus schrappen

Bij schrijven hoort schrappen. Omdat je tijd en moeite steekt in je boek en ook in je scènes, zal je eerst proberen om ze aan te passen door bepaalde woorden, zinnen of complete delen te verwijderen. Maar soms moeten ze er in hun geheel aan geloven.

Of je het eerst aanpast of meteen verwijdert, hangt van de situatie af. Je kan op je gevoel afgaan, of je kan het volgende in je overweging meenemen:

  • Je kan de eerste versie van je boek eerst afmaken, om te zien hoe die leest voor je aan schrappen denkt. Soms valt een slechte scène pas of beter op als je die in de context van het verhaal als geheel leest.
  •  Gaandeweg aanpassen kan helpen om al schrijvende te zien of je algemene zaken als verhaalthema of personageontwikkeling nog geschreven zijn zoals je ze in gedachten had.

Wanneer moet je een scène helemaal schrappen?

Er zijn grofweg twee soorten scènes die je altijd moet schrappen en waarbij je niet de moeite hoeft te doen om ze nog aan te passen. Dat zijn de nutteloze scène en de geforceerde scène. Soms is een scène zowel nutteloos als geforceerd.

Wat is een nutteloze scène?

Een nutteloze scène voegt niets toe aan het thema of het plot. De nutteloze scène kan je herkennen aan het feit dat die als het ware losstaat van het verhaal. Een van de randvoorwaarden van een goede scène is dat die verandering in zich heeft. Een andere is dat je iets nieuws leert. De slechte scène lijkt te zeggen: ‘wat hier staat, is gewoon zo’, zonder dat het een element in zich heeft dat aan het verhaal of het thema wordt gekoppeld.

Een goed voorbeeld is de cliché-droom in een proloog. Over twintig jaar staan de sterren op een rij en gaat een held die nog geboren gaat worden de huidige tiran verslaan. De lezer heeft nog totaal geen beeld van hoe de wereld eruitziet, of wie de hoofdpersonen zijn.  
Later in het verhaal leert de lezer een held kennen die de slechterik wil verslaan. Dat is het hele punt van het verhaal, met of zonder sterren op een rij. Als een scène draait om een simpel feit verkondigen, dan schrap je hem en verwerf je dat feit elders in de tekst.

Wat is een geforceerde scène?

Een geforceerde scène heeft iets of iemand in de scène zitten die je als schrijver geschreven hebt omdat dat zogenaamd ‘zo hoort’.  Ieder verhaal heeft dit toch ‘nodig?’ Denk aan:

Maar als die tropes enkel en alleen om die reden in je boek geschreven zijn, dan moet je niet twee keer nadenken en de hele scène naar de prullenbak verwijzen. Iets hoort pas in je boek als het ook past bij je algemene plot, schrijfstijl en je verhaalthema. Zo niet, dan gaat dat wat ‘hoort’ niet werken.

Het enige wat je nog mag doen voordat je de scène definitief verwijdert, is controleren of er in die scène met dat doodzieke kind plottechnisch nog iets belangrijks gebeurt. Dat verplaats je dan naar een andere scène.  Maar dat personage, subplot of anderszins geforceerde verhaalelement zelf en alles wat daaromheen gebeurt aan relaties en plot, heeft geen plaats in je boek.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop voor de mogelijkheden voor manuscriptredactie.

Foto door David Maier verkregen via Unsplash

Een personage dat blind is voor de eigen heldenreis

Een traditionele held in een verhaal is er een die iets meemaakt waarbij er groei komt kijken. Het personage ziet dat het bepaalde dingen fout heeft gedaan, dat bepaalde zaken niet voor de gewenste uitkomst zorgen, of het wordt door de omstandigheden gedwongen om te veranderen. Maar soms zijn personages zo naiëf, wereldvreemd of beschut geweest van ellende dat ze niet inzien dat ze moeten veranderen. Hen overkomt immers niets. Hoe schrijf je over een personage dat erop gebrand lijkt om ieder conflict te kunnen of willen ontwijken?

Het personageprinsesje

Er zijn talloze meisjes die opgroeien met het koosnaampje: papa’s prinsesje. In de kleuter- en kindertijd is dat vaak heilzaam en onschuldig en betekent vaak dat sterkte, stoere papa zijn dochter beschermt als ze bang is voor de spoken onder het bed.
Papa’s prinsesje voor een leeftijd vanaf ongeveer vijftien jaar, geeft vaak heel ander beeld. Dat van het verwende nest dat niet zelfredzaam is en ook nooit zal worden, omdat papa altijd alles voor haar heeft opgelost. Dit prinsesje heeft bovendien geen empathie voor anderen, omdat ze zich niet in andernams problemen kan verplaatsen. Zo’n beetje als Marie-Antoinette die gezegd zou hebben dat het volk maar taart moest eten als ze geen brood meer hadden.
Problemen? Wat zeuren die anderen nou? Bel gewoon je vader, betaal gewoon je assistent…

Het personageprinsesje is een personage (man of vrouw) dat deze manier van denken tot in het extreme door kan voeren. Het is zo beschut en/of beschermd geweest, of is zo machtig dat het idee van tegenslag alleen al belachelijk klinkt. Dit personage is níet het clichépersonage dat rijk en beschut opgroeit en dan uiteindelijk verliefd wordt op iemand uit een arm gezin, met het centraal conflict: ‘leren met minder gelukkig te zijn’.
Dit personage heeft zoveel middelen dat het zelfs jou als schrijver compleet ‘om kan kopen’. Het heeft overtuigingen of een persoonlijke wieg die het stukken moeilijker maken om een conflict te bedenken. Bijvoorbeeld:

* Onverwacht ontslag? Ik zou een oprotbonus van drie ton krijgen/ ik heb een half miljard op de bank/ ik ben de CEO van een van de machtigste bedrijven ter wereld. Ik heb zó een andere baan, want in ben in trek
* Dat is ‘niet toegestaan’. Voor het plebs, maar ik heb connecties waar je van zou schrikken.
* Dakloos, ik? Ik heb zes huizen…
* Tekort aan aandacht of complimenten? Ik heb tien miljoen fans over de hele wereld

Anders gezegd: als jij probeert een centraal conflict voor een personageprinsesje te bedenken, hangt ‘papa’ twee minuten later aan de lijn met de personagebiografie als bewijs: ‘ wil jij echt beweren dat zij een tekort aan mannelijke aandacht gaat krijgen als zij een supermodel is met een paar miljoen bewonderaars?’

Dat maakt personageprinsesjes heel moeilijk te schrijven. Laten we eens kijken waarom.

Papieren God versus Deus Ex machina

Er zijn natuurlijk dingen die niemand volledig kan bepalen of voorkomen, ook al ben je de meest welvarende of machtigste figuur op aarde. Als je ziek wordt, kan je een leger aan privé-artsen hebben, als die ziekte nog onbekend of ongeneeslijk is, ben je alsnog het haasje. En de duurste auto ter wereld die in een extreme crash terecht komt, voorkomt niet dat je daar zwaargewond uit komt. Daar ben jij nog altijd God van de papieren wereld voor. Maar misschien zie je wel dat dit voorbeelden van Deus ex machina zijn, niet zozeer van goede oplossingen van het probleem dat er geen echt conflict is.

Blind voor rode vlaggen: de hardnekkige bril

Wat er dan nog overblijft is om je personage door een conflict te laten gaan waarvan het niet weet dat het gaande is. Totdat het te laat is. Zo je wil: een personageprinsesje is een personage dat blind is voor de rode vlaggen van een situatie die verandert. In de wereld, in anderen, in zichzelf. Maar dat is erg lastig, omdat je personage degene is door wie de lezer een beeld krijgt van de papieren wereld. Het is het principe van: door welke bril kijk je naar de wereld? En als die bril lastig af te zetten is voor je personage, dan ga je daar een hele kluif aan hebben. Toch is dat niet onmogelijk. Je moet alleen met een loep naar bepaalde omstandigheden van je personage kijken en daar conclusies bij trekken of een verhaallijntje bij verzinnen. Dat doe je vervolgens nog een keer. En die conclusie verbindt je dan met de vorige, enzovoorts. Als het goed is, kom je dan ergens uit dat je kan gebruiken voor een conflict dat zelfs papa niet op kan lossen.

Starten met zoeken naar een conflict: een voorbeeld

Personageprinses heeft miljaren, met als gevolg de gedachte: ‘geld lost altijd alles op.’ Tot nu toe klopt dat ook: materieel en aan macht ontbreekt het aan niets, en ook diensten en zelfs vriendschappen kunnen desnoods worden afgekocht.
Mogelijke conclusie: Personageprinses denkt dat iedereen het altijd met haar eens is. Of iemand doet alsof, voor het (zelf)behoud van baan of status. Dat weet Personageprinses, maar dat boeit haar niet.
Conclusie: met geld kun je Prinses niet ‘pakken’. Zij hoeft misschien niet te vrezen voor een economische crisis, maar misschien wel voor sociaal oproer.

Volgend punt : Personageprinses hoeft vanwege haar economische status niet te veel na te denken, of heeft die illusie. Misschien heeft ze wel nooit echt geleerd voor zichzelf te denken. Wat betreft zelfredzaamheid, miscschien ook niet over meer diepgaande zaken van het leven, of gewoon hoe mensen in elkaar zitten. Oftewel: ze let op verschillende vlakken niet op. Volgende conclusie: als er mensen om haar heen zich anders gaan gedragen, is dat voor haar geen reden om daar iets achter te zoeken.

Mogelijk centraal conflict: op het moment dat er echt iets gaat veranderen, moet Personageprinses voor het eerst leren zich aan te passen, als ze niet weet hoe dat überhaupt moet, of wat er aan de hand is of hoe iets heeft kunnen veranderen.

Volgende week lees je een casusuitwerking van een Personageprinsesje.

Foto door Alev Takil verkregen via Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop voor mijn schrijfcoachdiensten.

De sterke scène: de wijsheid van de cliffhanger

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en zorgt ervoor dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week kijken we naar de cliffhanger. Want die leert je iets wat je op iedere scène toe moet passen.

Dat meen je niet!

De cliffhanger zie je vaak in soaps. Toevallig of niet: je kan een cliffhanger ook herkennen aan de afkorting S.O.A.P.:

  • Spectaculair;
  • Ongenuanceerd;
  • Aanwezige;
  • Plottwist.

Het gemiddelde boek is wat subtieler dan de dramatische cliffhanger uit een soap. Maar uit S.O.A.P. kan je wel iets halen dat iedere scène in meer of mindere mate moet hebben: een verandering die wezenlijke gevolgen heeft. Net als bij een cliffhanger moet de lezer of het personage de neiging hebben om te zuchten of te roepen: dat meen je niet!

Een cliffhanger, cliché of niet, laat het verhaal niet zozeer een andere kant op gaan, maar zet het compleet op zijn kop. Het plot gaat niet in stapjes naar een soortgelijke situatie. Het zoekt meteen de andere kant van de medaille op. Iemand die dood leek, blijkt levend, trouw verandert in ontrouw, kerngezond verandert in terminaal ziek, enzovoorts.

‘Dat meen je niet!’ moet impliceren dat iets verandert in een mate dat het verhaal nu een compleet andere wending krijgt. Bij zowel een cliffhanger als een minder dramatische scène.

Wat nu?

De verandering die ‘Dat meen je niet!’ uitlokt, hoeft in een scène niet altijd dramatisch te zijn. Soms is het zo subtiel dat het niet eens echt opvalt. Als het een simpele tegenstelling is, kan het ook al werken. Bijvoorbeeld:

Je personage gaat op bezoek en verwacht dat de vriend thuis zal zijn, om gezellig thee te kunnen drinken. Maar dat is niet zo. Het is niet per se een ramp, maar je personage zal nog wel zuchten: ‘Dat meen je niet’:

  • ik had van hem verwacht dat hij af zou bellen als er iets tussen zou komen
  • nu heb ik tijd verspild om hier te komen
  • hij zal toch niet met spoed naar zijn moeder zijn gegaan? Zij is al langer ziek…
  • dat is al de zoveelste keer: ik ben er klaar mee, ik hoef hem niet meer te zien

Hoe serieus of onschuldig de reden ook is dat Vriend niet thuis is, de ‘originele’ scène van het theedrinken kan niet langer doorgaan. En dus moet er iets anders gebeuren om het verhaal af te ronden of verder te laten gaan, anders werk je een anticlimax in de hand. En dus is de volgende vraag: wat nu? Hoe gaat het verhaal nu verder?

Verandering voor de spanningsboog

Als je op deze manier in iedere scène iets verandert, zorgt dat ervoor dat je spanningsboog intact kan blijven. Een van de randvoorwaarden van een verhaal is dat het niet stil mag staan. Op de een of andere manier moet het verdergaan. Als er steeds opnieuw iets verandert, is er dus steeds iets nieuws om over te vertellen, om over te schrijven. Het zorgt ook voor actie-reactie, wat ook nieuwe informatie geeft aan de lezer over personages, thema of het plot.

Een scène hoeft niet met een verandering te eindigen, die verandering kan overal plaatsvinden. Als je scène een verandering in zich heeft, zal die al snel slagen. Pas daarbij wel op dat je de goede intensiteit bepaalt voor de scène. Ga dus niet vol in de S.O.A.P. als iets alledaags verandert. Om de intensiteit van de verandering goed in te schatten, kan je de schaal van normaal gebruiken.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Leio McLaren via Unsplash

Heb je hulop nodig bij het schrijven van je boek? Kijk eens in mijn webshop voor mijn schrijfcoachdiensten.

Zo groeien obstakels met je verhaal mee

Een held groeit en overwint obstakels in een verhaal. Soms nemen die obstakels de vorm aan van tegenvallers, soms zijn het rivalen of regelrechte vijanden. Wat het ook is dat je held steeds opnieuw uitdaagt, het moet met het verhaal en je held meegroeien om de held uit te kunnen blijven dagen. Hoe doe je dat op een manier die ook bij die de soort tegenstand(er) past?

Tegenstand(er) versus slechterik

Voordat je kijkt hoe obstakels je held gaan tegenwerken is het belangrijk dat je weet waarmee je precies te maken hebt.
* Slechterik: een personage dat er uitgesproken op uit is om slechte dingen te doen. Soms is dat persoonlijk voor de held, zoals de pestkop, soms is het algemener, zoals bij een dicator, waarbij Held diens regime om wil werpen.
* Tegenstander: een personage dat het Held moeilijker maakt, maar dat niet als persoonlijk doel heeft. Denk aan de slimste leerling van de klas, die het jouw held lastig maakt om tegenop te boksen als diens ouders graag willen dat hun kind de slimste leerling van de klas is.
* Tegenstand: dingen zitten niet mee: tegenwind, lekke band, je huis vliegt in brand… Tegenstand kan groot of klein in schaal zijn, maar het kenmerkt zich door omstandigheden die de oorzaak van het probleem zijn, niet zozeer een ander personage.

Ongeacht waarmee je te maken hebt, moeten de obstakels voor je held steeds lastiger worden, anders kan die niet groeien volgens de drieaktenstructuur en kan je verhaal wankel, saai of ongeloofwaardig worden.

Schrijven met obstakels bij een slechterik

Obstakels zijn relatief makkelijk te schrijven als er een slechterik in het spel is. Dat komt omdat een slechterik symbolosch én in daden het tegenovergestelde is van de held. Held wil vrede, Slechterik wil oorlog. Als je dit gegeven clichebestendig wil maken, kijk je eerst naar de verhaalthema’s en de symboliek en zoek je daar een balans in.
Het belangrijkste is om daarna goed te kijken naar de personagebiografie. Niet alleen die van Held, maar ook die van Slechterik. Want een goede slechterik heeft ook een biografie en meer dan oppervlakkige en symbolische beweegredenen. Schrijf een drieaktenstructuur uit van het groeiproces zoals slechterik het idealiter zou zien. Dus:’eerst zet ik het volk naar mijn hand, als die er komt, druk ik opstand de kop in…’
Leg die structuur dan naast die van de held en kijk waar er sprake is van het grijze gebied. Waar willen Held en Slechterik eigenlijk hetzelfde, maar om een andere reden? De ander verslaan omwille van macht, danwel vrede, bijvoorbeeld. Je kan in hun biografieën kijken naar naar hun motieven, persoonlijke waarheid en geschiedenis om een obstakel te schrijven dat voor beide klopt en spannend is om over te lezen. Dan kunnen de obstakels als het ware aan elkaar optrekken, en kan het verhaal blijven groeien.

Schrijven met obstakels bij een tegenstander

Wat belangrijk is om te onthouden is dat de tegenstander onschuldig is. Tegenstander veroorzaakt de obstakels voor een held niet expres, of überhaupt niet. Het is eerder zo dat Held de problemen en obstakels op Tegenstander reflecteert. En dat is ook meteen je houvast als je met én over een tegenstander schrijft.
Tegenstanders zijn daarmee, zo je wil een wandelend symboliek van datgene waarmee je held worstelt.
Het heeft dus geen zin om de slimme klasgenoot daadwerkelijk door je held te laten pesten, of er ruzie mee te laten zoeken. Tenminste, niet meteen.
Als je goed schrijft, zorgt de reflectering van Held ervoor dat die zichzelf in de weg gaat zitten. Die gaat zichzelf leugens vertellen en krijgt valse overtuigingen. Dat is waar de meeste obstakels over zullen gaan als een tegenstander de voornaamste ‘oorzaker’ daarvan is. De strijd met de Held zelf met het feit dat het emotioneel of mentaal niet aankan dat het niet gaat zoals die het zou willen. En soms ook: dat die dat ook niet kan veranderen.
En uiteindelijk eindigt dat soms ook in een clue, obstakel of climax waarbij de Held Tegenstander aanvalt.
De aanloop daarnaar toe, de vraag ‘hoe heeft dat zover kunnen komen?’ vertelt je als schrijver wat de obstakels zijn in het grotere geheel van het verhaal en hoe je dat verder uit kan werken.
De obstakels waarin je held moet groeien zijn de momementen waarop die zichzelf tegenkomt. En dat wordt als vanzelf steeds groter, want dat is het groeiproces.

Schrijftechnisch gezien is het verstandig om veel in het hoofd van Held te gaan zitten als een tegenstander voor de meeste tegenstand moet zorgen.

Schrijven met obstakels bij tegenstand

Schrijf je vooral over tegenstand, dan is een omgekeerde deus ex machina een duidelijke valkuil. In plaats van dat je held oplossingen krijgt die uit de lucht lijken te vallen, is de tegenstand zo plotseling en willekeurig dat je de schrijver aan het werk ziet. Je kan niet zomaar tegenstand schrijven omdat dat voor het plot nodig is. Dat is lastiger dan schrijven over obstakels bij een tegenstander of een slechterik omdat je de gevoelens van je held niet direct kan reflecteren op de tegenstander, of op de beweegredenen van de slechterik.

Wanneer tegenstand een belangrijk obstakel vormt, is een eerste afvinkpunt om te zien in hoeverre het voor de rest van de wereld of de worldbuilding logisch is dat je held iets vervelends overkomt. Denk dan aan:

* Als je over een zomer aan de Franse kust schrijft, hoe groot is de kans dat dan het uit het niets gaat regenen, als het heel belangrijk is dat je personage droog op de plaats van bestemming aankomt?
* Als iedereen protesteert tegen een heersende politieke ideologie, in hoeverre is het dan logisch dat de dag waarop de held ook wil rebelleren er een gevaarlijke wet wordt aangenomen die tegenstanders kan opsluiten of martelen?

Op het moment dat je over grote tegenstand schrijft, is de kans groot dat het cliché wordt, of erger: dat je personage deze symboliek opmerkt. Daarom kan je tegenstand beter klein houden of mixen met obstakels die samengaan met de acties van tegenstanders of slechterikken.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop.

Foto door Christian Erfurt verkregen via Unsplash

De sterke scène: gevolgen van een handeling

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en zorgt ervoor dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week sluiten we een drieluik van een sterke scèneopbouw af en kijken we hoe je een sterk gevolg op een actie kan schrijven.

Tijd om af te ronden, maar wees niet te snel

In de eerste stappen van een goede scèneopbouw bepaal je de sfeer en daarna laat je een personage een handeling uitvoeren. In de laatste stap laat je zien wat de gevolgen van deze handeling zijn. Voor het plot, de relaties van de personages onderling, of voor een narratief conflict. In dat opzicht doe je niet veel meer dan schrijven volgens het principe van oorzaak en gevolg, waar je aandacht uitgaat naar een gevolg. Maar wees niet te haastig. Houd goed in je achterhoofd wat je met de voorgaande stappen in de grondverf hebt gezet. Als je daar niet op voortbouwt en de afronding als een op zichzelf staand deel beschouwt, zwakt de sterkte van je scène alsnog af.

Tijd voor de boodschap

Een scène is een verhaal in het klein. Dat betekent ook dat die een één of andere boodschap moet bevatten, anders kan je hem net zo goed weglaten. Het begrip boodschap mag je in dit geval heel breed zien. Je lezer mag iets leren over een plot, een personage beter leren kennen of een thema verder ontrafelen.
Denk hierbij aan voorbeelden als:

  • Een thema wordt duidelijk: de boodschap ‘ware liefde bestaat’ wordt duidelijk na een uitzonderlijk romantische scène. De handeling uit de vorige stap van de scèneopbouw is dan zoiets als het aanmaken van de open haard. Gevolg? Hierna volgen er nog wat zwijmelscènes.
  • Een plotpunt wordt verder uitgediept. Nadat het personage een ander heeft uitgescholden, komt er een ruzie. De boodschap: nu zijn de rapen gaar.  
  • De lezer komt meer te weten over een personage. Als de held heeft gelogen heeft, is de boodschap dat dit personage niet meer zomaar te vertrouwen is.

De lezer weet en de lezer voelt…

De ene scène is langer dan de andere en ook de invloed van de scène op het verhaal als geheel is de ene keer groter dan de andere. Ongeacht wat er in je scène gebeurt, wat je de lezer mee wil geven en hoe belangrijk de scène is, een scène is goed afgerond als je de volgende formule in kan vullen:

De lezer weet nu X, en voelt zich nu Y.

  • Doordat de personages nu verliefd zijn, weet de lezer dat ware liefde bestaat. De lezer voelt zich fijn.
  • Doordat er ruzie is, weet de lezer dat er spanning komt. De lezer voelt zich ongemakkelijk.
  • De lezer weet dat de held onbetrouwbaar is. De lezer voelt zich bedonderd.

Cliffhangers zijn niet altijd nodig

Een scène hoeft niet spectaculair of als een cliffhanger af te lopen. Het belangrijkste is dat een scène volgens deze bovenstaande regel een afronding heeft die de lezer iets leert. Deze formule kan je ook helpen om te bepalen wat belangrijk genoeg is om überhaupt in een scène uit te schrijven.
Je hoeft niet elke gezette stap of elke genomen hap in een scène te beschrijven. Als je niet weet wat je uit een scène kan schrappen, kijk dan eens wat er als vanzelf wegvalt bij het invullen van deze formule. Dan ben je al een eindje op weg met het bepalen van waar het in een scène echt om draait en wat maar opvulling is.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop.

Photo by Fairuz Naufal Zaki on Unsplash

Als reviseren bij creatief schrijven moeizaam gaat

Als je een boek gaat schrijven, ga je vroeg of laat je tekst nalezen en een opfrisbeurt geven. Maar soms zie je door de bomen het bos niet meer. Je bent al toe aan versie zes van hoofdstuk 1 of de feedback van je proeflezers loopt zo uiteen dat je niet meer weet waar je op kan vertrouwen. Het is als een writersblock, maar dan niet tijdens het schrijven. In deze blogpost hoop ik je wat meer op weg te helpen om die vervelende blokkade wat te verlichten.

Reviseren? Help, ik kan niet meer!

Een writersblock lost zichzelf vaak op door een pauze te nemen of je tekst even naast je neer te leggen. En een mentaal writersblock verdwijnt meestal ook wel weer als je even lief voor jezelf bent geweest of wat morele steun van een vriend hebt gekregen. Maar een reviseerblokkade is een heel andere, supervervelende blokkade. Want je wéét hoe je feedback van proeflezers meeneemt. En je ként je doelgroep. En de redacteur heeft ook al genoeg tips gegeven: “Let op de eerste pagina’s, die zijn zo belangrijk! Heb je al gecontroleerd of all je ‘As you know Bobs’ al geschrapt zijn? Oh, en in het inciting incident had je….”
Ja-ha, redacteur, even je mond dichthouden, alsjeblieft. Het is niet dat ik niet weet wat ik zou moeten doen, het ontbreekt me alleen aan het overzicht. Of het exacte antwoord over hoe ik dit precies aan moet pakken.

Dit soort gedachten zijn heel begrijpelijk. Ongeacht wat Chat GPT ons wijs probeert te maken, je kan niet zomaar een prompt invoeren en een goed boek verwachten. hrijven is nog altijd iets creatiefs, een vorm van persoonlijke expressie en een kunst op zich. En dat is nooit recht voor zijn raap of makkelijk. Dus voel je niet schuldig als je de ‘handleiding’ even kwijt lijkt te zijn. De Handleiding-met-een-hoofdletter-H is immers nooit geschreven!

Laten we kijken wat je zoal kan doen of tijdelijk helemaal los kan laten als je tegen een revisieblokkade aanloopt.

Vergeet even alles! Behalve…

Als je maar vaak of lang genoeg reviseert, gooi je je boek uiteindelijk tig keer ondersteboven. Of je dat nu heel gericht doet door met een afvinklijstje van schrijftechnieken te werken – werk ik met show don’t tell? Is mijn personagebiografie compleet? enzovoorts- of dat je heel intuitief schrijft, maar al wel tien keer hetzelfde hoofdstuk hebt gelezen… Reviseren is geen enkele schrijver vreemd. En dan kan het enorm lastig zijn om te bedenken of je goed bezig bent. Doe je het wel goed? Schrap je de juiste dingen? Pas je wel goed aan?

Als je van die vragen horendol wordt, probeer dan zo goed en kwaad als het kan het evenn helemaal los te laten of je het ‘goed’ doet. Stel jezelf in de plaats daarvan de vraag of je nog steeds het boek schrijft dat je wilde schrijven toen je ermee begon. Die vraag kan je op twee manieren stellen:
Is het verhaal inhoudelijk nog wel hetzelfde?
– Vind ik het nog wel leuk om dit verhaal te schrijven? Of zelfs überhaupt nog?

Is dat eerste het geval, dan moet je aandacht niet uitgaan naar het volgen van de schrijfregels of het verwerken van feedback. Negeer die lekker even en neem rustig de tijd om je boek opnieuw te leren kennen. Is het tweede het geval, overweeg dan een schrijfpauze of begin aan een ander verhaal en laat dit verhaal voor wat het is. Al ben je objectief gezien een van de beste schrijvers ter wereld, het gaat aan je boek te zien zijn als je het met tegenzin schrijft. En daar maak je jezelf én de lezers niet blij mee.
Anders gezegd: in deze eerste stap moet je vrede hebben met het idee dat je in theorie het slechtste boek ter wereld aan het schrijven bent, maar je hoe dan ook nog wel bezig bent met het verhaal dat je wil schrijven, waarin jouw persoonlijke expressie naar voren komt en waar je schrijfplezier aan overhoudt.

Alles andersom

Een verhaal chronologisch schrijven is bijna onmogelijk. Toch reviseren bijna alle schrijvers chronologisch. Dus pas als hoofdstuk 1 helemaal stevig staat, gaan we verder met de revisie van hoofdstuk 2. Als je op die manier geen meter opschiet of door de bomen het bos niet meer ziet, wat weerhoudt je er dan van om het helemaal anders te doen?
Vergeet niet dat scènes of hoofdstukken verhalen in het klein zijn. Idealiter staan ze dus op zichzelf stevig en bevatten ze altijd een een of andere vorm of mate van belangrijke informatie. Dat kan dus ook betekenen dat als je in hoofdstuk 8 gaat schrappen of aanpassen er in hoofdstuk 12, 3, of 23 óók iets verandert.

Kijk eens of het lukt om te reviseren met het idee dat je erachter moet komen wat nu eigenlijk de kern van je verhaal, hoofdstuk of verhaal vormt. En begin dan eens níet met hoofdstuk 1, of het laatste hoofdstuk, waar het makkelijk ‘controleren’ is of alles ‘nog wel klopt’. Maar op een moment in je boek waar je jezelf erop betrapt dat je het labelt als een ‘hoofdstuk tussendoor.’ Je zal ervan schrikken hoeveel het kan helpen met schrappen of reviseren als je op een andere manier naar je verhaal kijkt.
Niet op zins-of alineaniveau om te zien of ‘alles nog wel loopt’ volgens zaken als verhaalthema’s en vlotte dialogen, maar meer naar wat de kern van het verhaal nu eigenlijk hoort te vormen en of die overal in het verhaal stevig staat. Het is wel verstandig om dat in je opschrijfboekje te doen, zodat je er rustig op los kan experimenteren, zonder dat je je bezwaard hoeft te voelen.

Als je last hebt van een ‘reviseerblokkadde’, overhaast dan niets, doe alles op je eigen tempo en op jouw manier. Voel je ook zeker niet verplicht om een redacteur in te schakelen. Dat past niet altijd bij je of jouw schrijfdoel, of de tijd is er nog niet rijp voor. Heb je wel behoefte aan manuscriptredactie, dan help ik je graag. In mijn webshop staat een overzicht van mijn diensten.

Foto door Sujin c verkregen via Unsplash

De sterke scène: een handeling bepalen

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en zorgt ervoor dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week leer je waar je op kan letten als je scène over een handeling gaat.

Geen scène zonder handeling

Vorige week kon je lezen dat er in een scène voorafgaand aan een actie een zintuiglijk gevoel moet worden beschreven. Kort samengevat: je gaat niet iets doen als je niet eerst registreert dat je iets wil of zelfs kan doen. Pas daarna kom je in de actie. Of liever gezegd: dan komt er een handeling. Bij creatief schrijven betekent actie niet meteen dat er flink wordt gerend, gemoord, of beroofd. Zeker bij deze uitleg van een scèneopbouw is het belangrijk om dat verschil te zien. Noem het daarom liever een handeling, om misverstanden te voorkomen. Als iemand ‘in actie overgaat’  dóet die gewoon iets. Of dat nu spannend is, of stiekem zelfs wat saai.

Wat vind ik dat er gedaan moet worden?

Zodra een personage iets zintuigelijk heeft opgemerkt, volgt er een handeling. Deze handeling zet iets in gang: dat is een stap verder voor het artikel van volgende week. Wat er precies gebeurt, kan je bepalen aan de hand van de vraag: ‘Wat vind ik dat er gedaan moet worden?’ Het interessante is dat de ‘ik’ in dit geval zowel het personage als de schrijver kan zijn.

Wat vindt de schrijver dat er moet gebeuren?

Als het de schrijver betreft, dan kijk je vooral naar het grotere geheel. Denk bijvoorbeeld aan een thematische invulling, of hoe een personage een emotionele gids kan zijn voor de scène als geheel. Het personage doet iets, om ervoor te zorgen dat de lezer de toon van de tekst beter kan begrijpen. Kijk vervolgens welke actie daarbij past. Gaat het personage iets pakken, ergens anders heen, of misschien inderdaad in actie komt en de deur uitsprint om iemand in elkaar te slaan?

Wat vindt het personage dat er moet gebeuren?

Dan is er nog het personage dat in de papieren wereld uiteindelijk de handeling moet uitvoeren. Hoewel je als schrijver in theorie alles kan doen wat je wil,  gaat een personage niet zomaar in de sloot springen omdat jij dat zegt. Kijk goed naar hoe je personage in elkaar steekt. Past het bij diens karakter en de omstandigheden om de handeling uit te voeren die jij in gedachten hebt? Is er een manier om de handeling extra persoonlijk te maken? Annie grijpt bijvoorbeeld altijd naar haar telefoon om zich achter te verstoppen als ze stoer wil overkomen: “Ik ben te belangrijk voor dit gesprek. ” Sjannie daarentegen begint dan juist over zichzelf te praten.

Wat er ook voor het grotere geheel moet gebeuren, vergeet je personage en de unieke trekken niet bij het bepalen van de handeling. Dat is wat een verhaal kleur geeft.

De intensiteit van de handeling bepalen

Zodra je weet hoe en op wat voor manier je personage gaat handelen, kijk je hoe groots die handeling moet zijn. Daarbij is het belangrijk om al in gedachten te houden dat er op de handeling iets in gang  gaat zetten.  Wat past er op een tienpuntschaal? Kijk daarbij goed naar de schaal van normaal: welke mate van deze handeling past bij de omstandigheden? Moet er in het verhaal nog een ommezwaai komen? Dan kunnen subtielere handelingen de eerste voorzichtige hints vormen. Als de handelingen groter zijn, kan dit het moment zijn waarop alles verandert. De gevolgen die je hierna uitschrijft, laten zien wat het effect is van deze handelingen en de intensiteit ervan.

Volgende week lees je hoe je over hoe je een scène sterk afsluit met de gevolgen van de acties van de handeling zoals je ze deze week hebt geleerd.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Daniel J. Schwarz verkregen via Unsplash

Schrijfoefening: één conflict minder, graag…

De wil van een personage en een plotverloop kunnen nogal eens botsen. Je personage wil zo min mogelijk tegenslag en zo makkelijk mogelijk groeien. Maar als het alles in de schoot geworpen krijgt, is de lezer snel verveeld. Het kan dus lastig zijn om daar een middenweg voor te vinden. Daar helpt deze schrijfoefening je bij.

Probleem versus conflict bij creatief schrijven

Een korte opfrisser: om in een verhaal te kunnen spreken over een conflict, moet dat aan de volgende voorwaarden voldoen:

* Je personage wordt uit zijn comfortzone gehaald.
* De nieuwe situatie is voor je personage ongemakkelijk, gevaarlijk, naar of eng.
* Je personage heeft iets te verliezen.
* De omstandigheden dwingen je personage om het conflict zelf aan te gaan.

En ten behoeve van deze schrijfoefening voegen we daaraan toe: er moet nog een fatsoenlijke (drie-akten)structuur overblijven met een degelijke spanningsboog.

Casus: vliegveldproblemen en de vliegveldfee

In deze schrijfoefening is er het volgende aan de hand: Je personage is onderweg met het vliegtuig en tijdens een overstap wordt de volgende vlucht plotseling geannuleerd vanwege een vreselijke sneeuwstorm. Je personage kan erop rekenen dat het de komende 72 uur vastzit in het wettelijke niemandsland van het vliegveld. Dat brengt de nodige ongemakken met zich mee, zeker ook omdat meer mensen daar last van hebben. Want een veldbed is nog wel op te zetten, maar als een vliegveld vol mensen een slaapplaats nodig heeft, is dat wel een ander verhaal.
Uiteraard willen deze mensen niet vastzitten op het vliegveld, en bovendien hebben ze weinig tot geen toegang tot informatie over wanneer ze naar hun bestemming kunnen vliegen. Kortom: genoeg dingen die misgaan. Maar omdat je personage zich voorbereid heeft op een lange vlucht, zullen er ook nog wel wat kleine dingen zijn die het leed wat dragelijker zullen maken. Denk aan het boek wat is ingepakt en nog wel voor wat uurtjes vermaak kan zorgen. Maar niet voor 72 uur…

Schrijf eerst op welke grote en kleine ongemakken je personage kan verwachten bij deze situatie. Denk aan:
* Krijgt je personage een slaapplaats, genoeg eten en drinken en toegang tot sanitaire voorzieningen? Kan die daar zelf voor zorgen of is het een kwestie van geluk wat het krijgt toegewezen? Hoe zit dat met toegang tot opladers en wifi?
* Mist je personage nu een belangrijk moment? Een vergadering, een begrafenis?
* Het vliegveld is met alle goede bedoelingen nog steeds erg slecht met het communiceren van de informatie.
* De inhoud van de handbagage is kostbaar en kan niet 24/7 worden bewaakt: je personage moet ook slapen…

En schrijf daarna erachter in hoeverre jouw personage daar echt ongemak bij ervaart. Of dat het eigenlijk wel meevalt.
Denk aan:
* Je personage heeft een half koffer aan eetbare souvenirs
* Die vergadering was er een waar de baas waarschijnlijk toch alleen maar ging schreeuwen en kleineren. En er bestaat nog zoiets als notulen…

Er blijft altijd een lijstje over met een aantal dingen die nog steeds een irritatie, zo niet een serieus probleem vormen.

Gelukkig verschijnt daar plotseling de vliegveldfee! Die kan een van deze problemen laten verdwijnen met een zwaai van een toverstokje om te zorgen dat het vliegveldpersoneel je met een probleem een voorkeursbehandeling geeft. Maar omdat het hier over een personage gaat, is de voorwaarde wel dat deze scène van het gestrande vliegveld nog een fatsoenlijke spanningsboog en conflict oplevert. Anders kan je de scène net zo goed schrappen. De vraag van deze schrijfoefening: welk ongemak wil en mag je personage door de vliegveldfee laten wegtoveren?

Willen en nodig hebben 2.0

In wezen is het antwoord op deze vraag het vertrouwde principe van willen en nodig hebben bij creatief schrijven. Alleen ben jij hiermee niet meer als enige aan zet, maar krijgt je personage ook een vinger in de pap. Het daagt je uit om goed te kijken naar wat er in je verhaal en in deze scène nu echt grote conflicten zijn. En ongeacht hun grootte, in hoeverre het echt een conflict oplevert dat de lezer iets leert over het plot of je personage. Kijk eens naar de volgende tabel.

Wensleert je over het personageLeert je over het plotDat sluit bijna altijd uitdat maakt nog mogelijk
Ik wil geen zorgen meer hebben over de toegang tot genoeg en voedzaam etendat het praktisch is ingestelddat conflicten niet zozeer van praktische aard zijnDat je personage in paniek schiet als er iets onverwachts gebeurdDat iets emotioneels je personage gaat vloeren
Ik wil mijn spullen veiligstellen van diefstalDat het waarde hecht aan (een specifiek) bezitDat er iets met dit bezit gaat gebeuren dat dit personage laks is (lees: het werkt  hard of is altijd op diens hoede) Om meer met de schichtigheid van dit personage te doen
Ik wil geen problemen met internetDat het om wat voor reden dan ook (digitaal) verbonden  met anderen wil blijvenDat medepersonages en hun acties weerslag hebben op die van je hoofdpersonageDat je personage ergens niet van op de hoogte isOm de afhankelijkheid (van anderen of internettoegang) in te zetten voor een conflict
Ik wil geen ruzie met andere gestrande medepassagiers of vluchthavenpersoneelHet vermijdt conflict of vindt goed sociaal contact belangrijkDat conflicten vaak persoonlijk zullen zijnDat je personage macht of rijkdom nastreeftOm uit werken of en wanneer je personage voor zichzelf opkomt, of anderen of pleasen belangrijker vindt.
Ik wil een stil plekje zonder al te veel herriehet kan slecht tegen drukte of stress van anderendat conflicten relatief makkelijk ontstaan: deze omstandigheden spelen vrijwel altijd in zekere mate meeje personage een leidende rol heeftdat je personage een baken van rust weet te creeëren (voor anderen)

Als je op deze manier de wil en de karaktertrekken van je personage en de mogelijkheden van het (verdere) plot op een rijtje zet, weet je zeker dat je conflict ook het nodige gewicht heeft voor een scène, het verhaal als geheel en dat dat alles ook op een fijne manier samenvloeit.

Heb je hulp nodig om plot en personages samen te voegen? Ik kan je helpen: kijk in mijn webshop voor de mogelijkheden voor manuscriptredactie.

Foto door Tomek Baginski verkregen via Unsplash.

De sterke scène: scènes met een sfeer

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en zorgt ervoor dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week leer je waar je op kan letten als je scène vooral een sfeer op moet roepen.

Geen scène zonder personage

Ieder verhaal en elk deel daarvan kan een lezer beleven omdat er een personage is dat de papieren wereld voor de lezer vertolkt. Staat er een verlaten huis? Dat zegt op zichzelf niets. Pas als je held er de kriebels van krijgt of er iets te doen heeft, is dat aanleiding voor een thriller- of horrorverhaal. Op eenzelfde manier kan een goede sfeer pas werken omdat dat weerslag heeft op je hoofdpersoon en hoe die zich door de ruimte of het verdere plot beweegt. Dat is het uitgangspunt bij het schrijven van een scène waar de sfeer voorop staat: de held moet er iets bij voelen.

De zintuigen als instrument bij een sfeeromschrijving

‘Voelen’ is in dit geval niet zoiets als “Ik voel me vrolijk,” maar een zintuiglijke waarneming. Een personage voelt bijvoorbeeld de warmte van een zonnestraal, of proeft zout na het eten van een dropje. Als je een sfeer voorop wil stellen in een scène, dan is dit de basis die je absoluut niet mag missen. Het is de eerste stap van actie-reactie waar al het andere uit kan ontstaan. Neem een romantische scène waar een vrouw uitgesproken comfortabel op bed ligt. Eerst moet zij het zachte matras voelen, zodat ze zintuiglijk kan registeren dat ze lekker ligt. Daardoor voelt ze zich ontspannen, waardoor ze open staat voor de strelingen van haar geliefde. Had ze last van de prikken van een spijkerbed, dan zal er niet veel romantiek plaatsvinden…

De zintuiglijke waarneming komt altijd voorop

Een personage kan gedachten hebben over de sfeer en de sfeer kan veranderen. Maar vóór die verandering moet er wel een zintuiglijke registratie voorkomen. Neem het spijkerbed. Of je het eerst uitprobeert of meteen bij het zien al gruwelt van de aanstaande prikken, je personage ziet of voelt nog altijd eerst iets voor het denkt: Echt niet (meer)!

Voor de omschrijving van een scène waar de sfeer voorop staat, geldt hetzelfde principe. Je schept de sfeer vooral door in te gaan op de zintuiglijke ervaringen en door die ook als eerst te omschrijven.
De zon tintelde heerlijk warm op haar gezicht en Karin verheugde zich op de picknick van morgen, werkt daarom beter dan: Morgen stond de picknick op het programma, waar Karin zich op verheugde. Ze voelde de heerlijke tinteling van de zon op haar gezicht.
Het leest wat geknutseld omdat het oorzaak-gevolg effect wat meer leest als opgesomde feiten.
Zorg er dus voor dat je eerst de zintuiglijke waarnemingen hebt opgeschreven voor een goede sfeer in je scéne voordat je verder gaat met de conclusies die je personage trekt.

Overgang naar reactie

Er komt een moment dat je in de scéne over moet gaat van zintuiglijke waarnemingen naar de reactie die je personage daarbij heeft. Dat is het verschil tussen ‘Ik voel de warme zon’ naar ‘dat voelt lekker warm’.  De overgang naar een reactie werkt het beste als die subtiel verloopt. Als je de warme zon voelt en meteen je zwemtas gaat inpakken, mis je een schakeltje waarin je de invloed van de sfeer helemaal tot zijn recht laat komen. Wees er wel alert op dat je daar (vooral in woordenaantal niet te veel in doorslaat. Dan loop je het risico om bloemig taalgebruik te schrijven. Maar deze overgang naar reactie werkt ook uitstekend voor sfeeromschrijving in een scène. Volgende week lees je daar meer over.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van een scène? Ik kan helpen: kijk eens in mijn webshop.

Foto door by Hakim Menikh on Unsplash