Wat als je personage iets niet kan?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: Wat als je personage iets niet kan?

Het is voor je personage frustrerend als hij iets niet kan wat hij graag zou willen kunnen. Je eerste zorg als schrijver is echter niet om die frustratie weghalen en je personage kundig maken. Kijk in plaats daarvan wat het voor het verhaal betekent dat je personage iets niet kan. 

Waarom kan je personage iets niet?

Als je personage iets niet kan, moet je eerst nagaan waarom dat zo is. Is zes boeken lezen in een maand tijd ondoenlijk? Dat kan dyslexie zijn. Naar een feest gaan en sociaal doen is lastig als je zwaar depressief bent. En een tien halen voor Frans gaat ook niet al te makkelijk als je de taal vindt klinken als een wirwar van lelijke klanken en er daardoor geen interesse in hebt. Ongeacht wat de reden is en of die ‘diepgaand’ is of niet, probeer eerst duidelijk te krijgen wat de oorzaak is dat je personage iets niet kan. Dat helpt je om zowel de gevolgen van het probleem als de (mogelijke) oplossing ervan beter uit te werken. 

Wat heeft het voor gevolg?

Als Rien voor elk vak een 10 haalt en voor Frans een 4 omdat hij overhoopligt met meneer de Zwart van Frans… au revoir, monsieur Lenoir: Rien haalt zijn diploma en gaat gewoon lekker naar Duitsland op vakantie. Probleem opgelost. In zo’n geval kun je je personage even lekker laten mopperen en met een beetje humor over het probleem schrijven. Je verhaal valt of staat er immers niet mee. 
Maar als het probleem wel degelijk iets met het algemene plot of verhaalthema te maken heeft, moet je op gaan passen. Stel jezelf dan de volgende vragen:

•    Is deze onkunde een probleem of het conflict?
•    Is het belangrijk genoeg voor het verhaal(thema)? 
•    Lost het personage het probleem wel zelf op?

Probleem versus conflict

In dit geval moet je conflict zien als het centrale conflict: het conflict waar het hele verhaal en/of de heldenreis om draait. Dan is het doel om door vallen en opstaan iets te leren en daardoor alsnog iets te kunnen. Een probleem is iets dat makkelijk(er) kan worden opgelost. Waak ervoor dat je van een probleem geen conflict maakt. Het is ontzettend vervelend dat iemand door een depressie niet sociaal kan zijn op een feestje. Voor dat personage zal dat als een conflict aanvoelen. Maar als het verhaal verder draait om hoe hij zijn jeugd, die bol stond van mishandelingen, de oorzaak is van die depressie, is dat vervelende feestje slechts een probleem. Een probleem kan een onderdeel van een conflict zijn, maar niet andersom. 

Hoe belangrijk is de onkunde?

Als je verhaalthema ‘lichamelijke beperking’ is, is de bijbehorende fysieke onkunde iets dat elk personage mee mag en kan maken. Het hoort bij je thema, dus het mag in meerdere vormen terugkomen. Dan maakt het niet uit hoe groot de rol van de betreffende personages zijn die een bepaalde vaardigheid missen. Maar als een minder belangrijk personage iets niet kan, of als dat probleem niet zoveel met het algemene thema te maken heeft, werk het dan niet al te uitgebreid uit. Zo voorkom je een rommelig centraal conflict en/of verhaalthema. 

Zelf oplossen

Er is niets zo saai als een personage dat iets niet kan en vervolgens anderen alles voor hem op laat lossen. Je kan je personage beter laten leven met het feit dat er iets niet kan (worden opgelost) dan de oplossingen naar anderen door te schuiven, zonder dat hij zelf iets doet. De zogenoemde Magic pixie dream girl is een doodsteek voor iedere heldenreis. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Schrijfoefening: de dag die later weer verdwijnt

Je personage heeft altijd wel een heimelijke wens of iets waarvan hij denkt: wat als dit zou gebeuren?
Als je dat uitwerkt met deze schrijfoefening, kom je veel over je personage te weten.

Uitgangspunt van de schrijfoefening

Je personage krijgt een bijzondere dag cadeau. Op deze dag mag je personage alles doen wat hij of zij wil. Na deze vierentwintig uur wordt elke herinnering en bewijslast aan deze dag volledig gewist. Niets of niemand weet nog van deze dag af. Behalve je personage zelf…

Je personage mag echt alles ongestraft doen:
* Wraak nemen en iemand in elkaar slaan of vermoorden;
* Zijn heimelijke geliefde de liefde verklaren en daarmee de klok rond vrijen zonder dat iemand daar ooit achter komt;
* Inbreken in een villa van tien miljoen, doen alsof hij daar de baas is en zich laten bedienen door het personeel;
* Zich voordoen als een rijke miljardair en in diens plaats met een ruimteschip meegaan.

Wat zou je personage doen met zo’n uniek cadeau?

Je kan deze oefening twee verschillende regels geven:
* Alles loopt zoals je personage hoopt of wil: ‘De ultieme wensvervulling’;
* Je personage heeft de wens als uitgangspunt, maar moet daarna maar zien wat er gebeurt: ‘Wat als?’

Hoe dan ook zegt het heel wat over je personage: waarom kiest hij uitgerekend voor deze ‘daginvulling’ uit alle mogelijke dingen die hij kan uitproberen? Je weet dan meteen iets van bepaalde prioriteiten.

Voorbeelduitwerking

Clichés zijn makkelijke voorbeelden, dus ik werk een heimelijke liefde uit.
Tom is heimelijk verliefd op Elise, een vriendin uit zijn studententijd. Tom is een jaar na het behalen van zijn diploma gaan backpacken en daardoor is het contact enigszins verwaterd. Al is er geen dag geweest waarop Tom niet aan Elise dacht. En niet alleen aan hun vriendschap. Zijn fantasie heeft regelmatig de overhand genomen…

In het geval van de ultieme wensvervulling gaat Tom bij Elise langs, slaat de vonk over en laten de voormalige vrienden elkaar iedere hoek van iedere kamer in het huis zien.
In het ‘wat als?’- scenario kan hetzelfde gebeuren. Maar Elise kan ook de deur opendoen met een dikke buik, blij zijn dat er eindelijk een vriend aanklopt bij wie ze kan smeken om geld te lenen omdat ze diep in de schulden zit, doen alsof ze Tom niet meer kent, omdat ze boos is dat hun contact verwaterd is…
In beide gevallen heb je opties te over. Alleen al het verkennen van al die opties kan erg interessant zijn.

Maar dat is slechts het begin. Vergeet het belangrijkste punt van de oefening niet. Tom weet de dag erna wat er gebeurd is, maar de rest van de wereld niet. (In dit geval betreft dat vooral Elise.) Wat doet of kan hij met die kennis? Laten we eens kijken naar wat mogelijke uitwerkingen.

Ultieme wensvervulling

De meer dan fantastische dag van Tom met Elise is voorbij. Na een tijdje nagenieten gaat Tom zich onherroepelijk een aantal dingen afvragen. Op zijn perfecte dag stond hij zomaar voor Elises huis, maar in werkelijkheid heeft hij de moed niet om haar op te bellen. Durft hij dat nu wel, nu hij weet wat de mogelijke beloning is? Of denkt hij:
* Ik heb genoeg aan deze fijne herinnering. Het ging me erom dat het (nog) ‘één keer kon;
* Dat was het best mogelijke scenario, als het slechter uitpakt dan dit, verpest ik mogelijk een herinnering die prachtig was.

Dat zegt iets over hoe snel Tom ergens tevreden mee is en hoeveel en wat voor risico’s hij durft te nemen om zijn ultieme droom na te jagen. En of hij emotioneel of wat meer rationeel is ingesteld. Dat zijn handige dingen om over je personage te weten, want dat kan de invulling van je centraal conflict en comfortzone bepalen.

‘Wat als?’-scenario

Bij het ‘wat als?’-scenario weet Tom wat er daadwerkelijk zou gebeuren. Die dag is op waarheid gebaseerd. Dan krijgt hij niet slechts voorgeschoteld wat hij hoopt te krijgen. Dat geeft Tom misschien nog wel meer om over na te denken:

* Elise wil hem ook! –> Yes! Welke stappen moet hij nu ondernemen? Tijdens de bijzondere dag werd hij naar Elises huis geteleporteerd. In werkelijkheid woont ze een oceaan verderop. Hoe kan en gaat Tom de middelen vinden om haar op te zoeken?
* Elise blijkt zwaar drugsverslaafd te zijn –> Durft Tom zich dan in haar leven te mengen om haar te helpen? Zo ja, hoe ver wil hij dan voor haar gaan? Zo nee, kan hij leven met de wetenschap dat zij eenzaam en alleen wegkwijnt?
* Elise blijkt hem alleen als goede vriend te zien –> Kan Tom dan vriendschappelijk met Elise verder of breekt hij alle banden en kwijnt hij weg omdat hij weet dat zijn grote liefde voor altijd onbeantwoord blijft?

Het ‘wat als’- scenario heeft evenveel mogelijkheden als er sterren aan de hemel staan.

Enzovoorts, enzovoorts. In het ‘wat als?’- scenario zijn er eindeloos veel mogelijkheden te bedenken en kun je dus ook eindeloos veel over je personage leren. Je zal hoogstwaarschijnlijk tegenkomen hoeveel ruggengraat en verantwoordelijkheidsgevoel je personage heeft en hoe zelfverzekerd hij is.
Dat is handig om te weten om te zien wat voor jouw personage een daadwerkelijk conflict gaat vormen, in plaats van slechts een probleem. Dat is essentieel voor een goede spanningsboog en een goede opbouw het schema van save the cat.

In theorie kan je het ‘wat als?’-scenario talloze keren uitwerken. Zo vaak zelfs, dat je er een hele boekenreeks van zou kunnen schrijven. Met afzonderlijke (sub)titels als:
* Tom en Elise als gelukkig gezinnetje;
* De schuldencrisis van Tom en Elise;
* Tom breekt de platonische vriendschap vanwege onhoudbaar vleselijke verlangens.

Een hele boekenreeks bedenken is wat overdreven, maar het is wel erg interessant om in het achterhoofd te houden: Ongeacht wat hij meemaakt, wat zou Tom altijd blijven vinden of doen? Wat maakt Tom tot Tom? Die absolute basis van wat je personage maakt tot wie hij is, is altijd belangrijk om te weten.

Deze schrijfoefening is deels geïnspireerd door het boek De middernachtbibliotheek van Matt Haig.

Wat als je personage pijn heeft?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: Wat als je personage pijn heeft?

Je wil pijn liever vermijden, maar dat lukt niet altijd. Als het er dan toch is, wat kan je dan over je personage te weten komen?

Pijngrens en ruggengraat

Begint je personage al te piepen zodra hij zich aan papier heeft gesneden en houdt hij daar een week zijn mond niet over? Of loopt hij de marathon nog uit, ook al heeft hij drie blaren ter grootte van een ei op zijn voeten? De pijngrens zegt vaak veel over de ruggengraat van je personage. En ook over zijn pijngrens. Als je je personage pijn moet doen, kijk dan eens goed of hij dat wel aankan. Voor je het weet zet je je plot op slot, omdat je personage geen pijn kan verdragen. Of maakt de pijn door de stevige ruggengraat zo weinig indruk dat je personage daardoor misschien net iets meer op Superman gaat lijken dan de Jan met de pet die hij moet zijn. 

Fysieke pijngrens en mentale grens

Soms heeft je personage een enorme ruggengraat, al dan niet in combinatie met een hoge pijngrens. Dan maakt fysieke pijn vaak (te) weinig indruk. Kijk dan eens of je een mentale pijngrens aan kan spreken. Als je over een sporter schrijft die het gewend is om iets te breken, zal die daardoor heel wat gewend zijn en zal dat niet zo belangrijk zijn voor het plot. Kijk dan eens hoe je zijn mentale (pijn)grens kan overschrijden om pijn alsnog in je voordeel als plotwending te gebruiken. 

Een arm breken is niet erg voor een sporter. Maar als hij daardoor niet mee kan als begeleidende ouder op schoolreisje, waar vader en zoon al maanden naar uitkijken, kan je de sporter daarmee pijn doen. Of hem in ieder geval de nodige voorzichtigheid in acht laten nemen. 

Opoffering

Een personage kan vrijwillig helse pijn ondergaan. Dan is er vrijwel altijd opoffering in het spel. Denk aan het bekende voorbeeld van iemand die zichzelf in elkaar laat slaan zodat de ander kan vluchten. Of iemand die een zeer (mentaal of fysiek) pijnlijke (medische) behandeling ondergaat om maar weer te kunnen lopen, van de pleinvrees af te komen en zo weer een sociaal leven te ontwikkelen, te kunnen blijven leven en de kinderen zo geen vader te ontnemen. 
Dat soort opofferingen zeggen veel over de normen en waarden, veerkracht en moed van je personage. Neem dus de tijd om daar goed naar te kijken, want dat is waardevolle informatie.

Wegrennen

Het kan zijn dat je personage niet de mentale (veer)kracht heeft om mentale pijn aan te kunnen. Pas goed op met deze personages, want die zetten je plot erg makkelijk op slot, omdat ze hun narratieve comfortzone niet uit kunnen komen. Zorg er bij deze personages dus voor dat ze een vriend of familielid hebben dat ze op tijd een schop onder hun achterste geeft. Als je dat niet doet, dan is je enige optie om van de mentale strijd om iets in gang te zetten het thema van je plot te maken. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Own voice: schrijven over iets dat je kent

Own voice betekent: schrijven over iets dat je kent. Tegenwoordig wordt de term echter vaak gebruikt om aan te geven dat je niet mag schrijven waarmee je niet bekend bent. Denk aan: schrijven over het leven van zwarte mensen als je zelf wit bent, of schrijven over een homoseksuele relatie als je zelf hetero bent. Wat zijn de voordelen van own voice en wanneer slaan die voordelen om in nadelen?

‘Write what you know’

Write what you know, schrijf wat je kent, is misschien wel een van de bekendste schrijverscredo’s die er zijn. Dat is niet voor niets. Als je een personage realistisch wil portretteren, is het erg belangrijk om je in je personage in te kunnen leven. En het is nu eenmaal makkelijker om je in te leven en/of over iets te schrijven wat je zelf hebt meegemaakt. Je kan je misschien heel goed voorstellen hoe spannend het is om op het vliegveld te staan, minuten voordat je vliegtuig vertrekt en het startschot voor je wereldreis wordt gegeven. Maar als je het zelf hebt meegemaakt, is het stukken eenvoudiger om te beschrijven hoe bewust je je was van alle verschillende talen om je heen, wetend dat je veel ervan nog vaak zou horen. En ergens op de vluchthaven is misschien wel een Mexicaans restaurant, maar jij proefde op dat moment het échte Mexicaanse eten al op je tong. Over drie maanden zal je het ook kunnen kauwen…
Dat is het principe waar own voice om draait: je kan nooit écht goed over iets schrijven, tenzij je het zelf hebt meegemaakt.

Als het niet in je dagboek zou kunnen staan, kan je het niet schrijven. Zo kan je de redenering van own voice ongeveer samenvatten.

Voordelen van own voice als leidraad

Own voice heeft een enorm voordeel ten opzichte van ervaringen of verhalen die je niet uit de eerste hand schrijft. Omdat je alles zelf hebt meegemaakt, is het veel makkelijker om over bepaalde details te schrijven, die te ontwarren waar ze anders een onoverzichtelijk zooitje lijken en show don’t tell gaat eenvoudiger omdat jij het hebt zien gebeuren, niemand heeft het je moeten vertellen. (De gekozen naam voor show don’t tell als techniek klinkt nu opeens een stuk logischer, of niet? 😉 )

Ook als je niet vanuit eigen beleving kan schrijven (daarover later meer) is het handig om own voice als een soort techniek te beschouwen, met als uitgangspunt: ‘Ik moet proberen om zoveel mogelijk over dit personage te weten te komen, alsof ik hem of haar zou kunnen zijn geweest’. Dat geeft je namelijk veel meer inzicht in belangrijke zaken als:
* de personagebiografie;
* de comfortzone;
* het mogelijke centraal conflict;
* de eerste opzet voor het save the cat schema.

Ook helpt het je dingen in perspectief te zien. Stel dat je in een rolstoel zit en je weet niet beter. Als je dan own voice schrijft, hoef je je niet druk te maken over hoe je bepaalde clichés van mensen in een rolstoel ontwijkt. Je schrijft over je eigen ervaringen. Die zullen niet zo snel cliché zijn, want jij weet als ervaringsdeskundige maar al te goed wat je daadwerkelijk voor beperkingen hebt en wat door het grote (lezers)publiek vaak verkeerd wordt begrepen.
“Wat is normaal?” wordt zo, hoe dan ook – own voice of niet- een hele interessante vraag…

Doorslaan in own voice

Het is begrijpelijk waarom own voice een opmars heeft gehad aan populariteit. Zoals je al las, zijn er goede redenen voor. Maar je kan ook doorslaan in own voice. En daar moet je echt mee oppassen, want je loopt zo het risico om bekrompen of zelfs racistisch te worden. Bovendien kan je er je broodnodige neutrale bril (voorgoed!) mee verliezen…
Enkele voorbeelden van doorgeslagen own voice beweringen (met bijbehorende voorbeelden van verweer) zijn:

* “Jij bent geen man, dus jij kan niet weten hoe het is om je een slap watje te voelen als je daarvoor wordt uitgemaakt.”
(Ik was als meisje zo slecht in gym dat waar iedereen tot aan het plafond in de touwen kon klimmen, ik me nog niet eens aan die touwen vast kon houden of me van de grond af zetten. Ik ben voor slap watje uitgemaakt en nooit harder uitgelachen dan toen.)
* Jij bent geen zwart persoon in een voornamelijk witte maatschappij, dus je kan niet weten niet hoe het is om je de hele tijd aangekeken te worden als ‘die ander’. (Ik heb een tijd als enige niet-moslima op een islamitische school gewerkt. Ik was vrijwel de enige vrouw zonder hoofddoek.)
(Dat contrast heb ik daadwerkelijk meegemaakt. Daarom wil ik melden dat mijn oud-collega’s en de ouders van de kinderen me altijd zeer welkom hebben laten voelen en ik me nooit ‘die andere’ heb gevoeld. 🙂 )

Als je doorslaat in de own voice beredenering, vinden mensen je al snel een irritante betweter…

Het voorbeeld uit mijn privéleven deel ik vanwege het volgende: besef dat je er niet van uit kan gaan wat voor de een een nare ervaring is, voor de ander een soortgelijke situatie hetzelfde aanvoelt. (Er zijn meerdere factoren die de uitkomst bepalen). Bovendien is er nog iets anders erg belangrijk:

Zoek een gemene deler

Om niet door te slaan in own voice, is het verstandig om een gemene deler te zoeken.
Nee, ik zal als blanke vrouw nooit echt weten hoe het is om zwart te zijn (in Nederland). Maar ik kan nog steeds met de nek aangekeken worden, of door anderen worden gediscrimineerd (al dan niet vanwege mijn ras). Daar hoef ik niet zwart voor te zijn.
Een aantal onderliggende emoties die je kan voelen als je wordt gediscrimineerd zijn bijvoorbeeld verdriet, ongemak, of boosheid. En die emoties zijn bij iedereen bekend. Probeer dat vast te houden tijdens het schrijven (van own voice). Anders blijf je beperkt tot het schrijven van een autobiografie of kan je zelfs niet over andere personages schrijven dan je persona (want jij hebt hun leven niet meegemaakt…) Dat schiet niet echt op als je een roman wil schrijven… 😉

Wat als je personage tegenslagen te verduren krijgt?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: Wat als je personage tegenslagen te verduren krijgt?

Tegenslagen heb je in alle soorten en maten en er zijn evenveel manieren om je daarover te uiten. Boosheid komt dan vaak voor. Boosheid over tegenslag kan je grofweg in drie groepen onderverdelen. Zodra je weet in welke groep de boosheid thuishoort, kan je dat handig toepassen in je verhaal. 

Mokken

Dit is de meest ‘onschuldige’ manier van boosheid. Mokken gebeurt als je personage zijn dag niet heeft, of zich ergert aan kleine dingen. Denk aan dingen als:
“Hé verdorie, de koekjes zijn alweer op…”; 
“O, jippie, alweer regen vandaag… Ik heb al drie weken geen fatsoenlijke zon gezien.”; 
Naar de supermarkt gaan en je portemonnee vergeten;
Een lange rij voor de achtbaan in het pretpark.

Mokken kan goed werken voor je verhaal, of helemaal niet. 
Als je personage af en toe eens mokt, maak je een personage op een eenvoudige manier realistisch(er). Als je hoofdpersonage iemand is die te pas en te onpas loopt te mokken, maak je het jezelf onnodig moeilijk. Iemand die steeds mokt, zal niet snel in actie komen om iets te veranderen. Een held van een verhaal kan niet te passief zijn, want daarmee zet je geen centraal conflict in gang. 
Hoe dan ook, wees zuinig met ‘mokbuien’ van een personage. 

Terechte woede

Boosheid is een vervelende emotie, maar daarmee niet altijd onterecht. Als je personage door zijn wederhelft geslagen wordt – omdat zijn vrouw zijn salaris te laag vindt, bijvoorbeeld – dan is het juist goed dat je personage boos wordt: dat getuigt van een bepaalde eigenwaarde. (“Ik verdien misschien geen ton per jaar, maar dat geeft je niet het recht om me te mishandelen!”)
Gebruik die eigenwaarde in je voordeel om te laten zien wat voor ‘verborgen krachten’ je personage nog meer heeft: wat kan en durft hij in gang te zetten zodra er onrecht of onraad is?  Waarschijnlijk schuilt er iets in je personage dat verandering in gang wil zetten. En verandering is altijd goed, want het zet een verhaal in gang, of houdt een verhaal aan de gang. 

Woekerende woede/ verbittering

Woekerende woede of verbittering treedt op wanneer je personage iets vervelends is overkomen en hij zich er niet overheen kan zetten. Dat kan iets kleins zijn (een vriend die een verjaardag vergeet) of iets groots (je personage heeft in een Duits concentratiekamp gezeten en wordt nog steeds kwaad als hij een Duitser ziet.) Maar of het iets groots is of iets kleins, de woede terecht is of niet, doet eigenlijk niet ter zake. Dit soort woede is namelijk vooral handig om je personage beter te leren kennen. Wat zijn de karaktertrekken, omstandigheden en gebeurtenissen die op je personage van toepassing zijn die ervoor zorgen dat je personage in die verbittering blijft hangen en het verleden maar niet achter zich kan laten? De informatie die je krijgt als je naar deze antwoorden op zoek gaat, zijn waardevol gedurende het hele schrijfproces, niet alleen als deze verbittering boven komt drijven. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Schrijfoefening: de schijnheilige engel

Schrijven over een personage waar je fan van bent, is natuurlijk leuk. Maar schrijven over een personage dat je niet mag, is niet altijd makkelijk. Deze oefening kan je daarbij helpen.

Kill your darlings, maar dan andersom

Kill your darlings is het principe dat je moet schrappen wat je graag schrijft (en soms als verlengde, leuk vindt om te lezen). Maar het kan ook andersom. Denk aan:
* Je favoriete personage heeft zijn ten minutes of fame, die je moet schrappen omdat het niet in de scène past.
* Je moet je darling daadwerkelijk vermoorden;
* Je moet je slechterik zijn slechte dingen laten doen. Dingen waar je zelf niet goed van wordt (neerkijken op anderen, arrogant zijn, mensen afblaffen, moorden…)

Ik gebruik hier bewust het woord moeten. Net zoals je er niet onderuit kan dat je soms iets moet schrappen wat je eigenlijk mooi vindt, moet je soms iets schrijven waar je eigenlijk liever niets mee te maken zou willen hebben. Maar het is nodig voor de broodnodige balans van goed en slecht in je verhaal, anders wordt je verhaal uiteindelijk oninteressant.

Speel voor de (schijnheilige) engel

Een manier die kan helpen om je over de ergernissen heen te zetten, is om een rol van een (schijn)heilige engel aan te nemen tijdens het schrijven. Daarvoor moet je je gevoel voor moraal wel tijdelijk kunnen uitschakelen.
Onze engel heeft als uitgangspunt dat alles wat er op deze aardkloot in een mensenleven gebeurt, helemaal niet zo belangrijk of spannend is. Uiteindelijk gaan we toch allemaal dood, belanden we met z’n allen in de hemel en mogen we voor eeuwig aan de melk en honing en is er alleen nog maar liefde, nooit meer haat.
Op zich verkondigt de engel een mooi verhaal, maar de clou van deze oefening is dat deze engel moet denken dat we ook op aarde ook allemaal engeltjes zijn, ongeacht wat we doen. Daardoor heeft deze engel dus overtuigingen als:
“Ach, wat maakt het uit dat Frenkie andere kinderen pest? Hij is net als iedereen een bron van licht, maar kan daar (met zijn hart/hoofd) nog niet bij.”
“Het is irrelevant dat Geertje haar eten steelt, want als ze straks in de hemel is, doet geld er niet meer toe.”

Mensen mogen engelen gerust aanbidden. Andersom lijkt mij een minder goed idee…

Met andere woorden: ga alle acties zó schijnheilig goedpraten dat je er onpasselijk van wordt. Het voorbeeld van de engel vertaalt zich waarschijnlijk wat moeilijker naar wat meer alledaagse, aardse situaties. Daarom hier wat meer concrete voorbeelden:
* Ach, hij mag mensen in elkaar slaan. Hij had een slechte jeugd en het is zijn schuld niet dat hij niet fatsoenlijk is opgevoed.
* Zij heeft altijd zo hard gewerkt en nooit tijd voor zichzelf gehad. Laat haar dan gewoon eens voor haarzelf kiezen en laat haar nou eens een klein cadeautje voor zichzelf kopen. Dat haar kinderen dan vervolgens een dag niet te eten hebben… Daar gaan ze niet dood van. Als het nou een week zou zijn…

Het principe van de engel noem ik alsnog, omdat als je per se moet je kan doorredenen tot je een ons weegt als het gaat om waarom iemand nog niet zo slecht is. Zoals de engel dat doet die het aardse leven sowieso als niet zo belangrijk beschouwt.

Deze stap kan lastig zijn, maar hij is nodig om de volgende stap van :

Het interessante achtergrondverhaal

Zodra je het punt hebt bereikt waarop je schijnheilig naar je personage kan kijken, kan je de personagebiografie waarschijnlijk een enorm zetje geven, het centraal conflict (vanuit het oogpunt van jouw gehekelde personage) en de comfortzone worden een stuk duidelijker… Kortom: je personage wordt als geheel een stuk begrijpelijker of duidelijker. Dan zie je een stuk beter wat zijn plaats in het verhaal is. Daar wordt je verhaal als geheel een stuk beter van.
Een leuke bijkomstigheid is dat je dan in de schrijversflow terecht zal komen. Uiteindelijk zal je je personage niet meer zo’n vervelend persoon vinden (om over te schrijven), omdat je inziet wat zijn plaats in het grotere geheel is en dat hij er moet zijn voor de broodnodige balans in je verhaal.

Waak er wel voor dat je in deze stap alsnog niet doorslaat en de schijnheilige engel niet meer als schrijfoefening, maar als schrijfmethode gaat gebruiken. Je moet je antagonist begrijpen, maar er is een heel groot verschil tussen slechte daden, vervelende karaktertrekken en irritante gewoonten begrijpen en goedpraten. Hier lees je daar meer over.

Als voorbeeld:
Een steenrijke man logeert in een hotel. Bij de incheck loopt het systeem even vast, waardoor de receptionist de man pas na vijf minuten naar zijn kamer kan wijzen.
Je weet dat de rijke man zijn hele leven rijk is geweest en dus niet beter weet of alles wat hij wil wordt voor hem gedaan zodra hij maar met zijn vingers knipt. Eventuele tegenslagen duren daarom hoogstens twee minuten. Je kan je dan voorstellen dat vijf minuten vertraging een reden voor hem is om kwaad te worden.
Hij verliest dan ook zijn geduld. Zo erg zelfs, dat hij zo hard begint te schreeuwen dat de manager van het hotel meent dat de receptionist de rijkaard groot onrecht heeft aangedaan en de baliemedewerker daardoor zijn baan verliest.
Dat gaat ver, maar dat zou in theorie kunnen gebeuren. Maar als je de hotelgast later nog zelfingenomen is ‘omdat die nietsnut dankzij hem ontslagen wordt’ en hij de receptionist bij het uitchecken nog even snel een klap verkoopt… Ergens moet dat begrip ook weer ophouden.

Als dit hotel het oké vindt dat de gaten hun personeel mishandelen en het personeel vervolgens ook nog eens de schuld daarvan krijgt, hoeven ze mij niet meer als gast te verwachten…

Zorg dus dat je de ‘voors-en tegens’ van je personage kent en er uiteindelijk met een neutrale bril naar kijkt. Dan hoef je je tijdens er het schrijven niet meer zo aan te ergeren.



Wat als je personage macht heeft?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: Wat als je personage macht heeft? 

Macht heeft vele gezichten en je kan er talloze verhalen over bedenken. Maar om te beginnen moet er voor deze tips een ding duidelijk zijn: macht hebben is niet meteen slecht. Niet alleen dictators hebben macht: ook een verzorgende in de gehandicaptenzorg heeft dat, want die bepaalt wanneer de cliënt opstaat, eet en gewassen wordt. Bedenk eerst eens of je personage macht heeft over een ander, zonder dat je dat misschien beseft. 

Wil je personage macht?

Je personage kan dus macht – of misschien beter gezegd zeggenschap – over iemand hebben, zonder dat dat het doel is. De verzorger of ouder heeft zeggenschap over cliënt of een kind, maar is daar niet trots op, pocht daar niet over en heeft die taak ook niet op zich genomen om diegene vervolgens tot volgelingen of dienaren te beschouwen. Als je personage macht heeft, maar niet per se wil, zegt dat erg veel over je personage. Denk aan: hoe gevoelig hij is voor omkoperij of hoe sterk zijn ethisch kompas is.  

Wat zijn de middelen die je personage heeft?

Of het nu een diploma in de gehandicaptenzorg is, ouderlijk gezag of een heel leger compleet met nucleair arsenaal, je personage heeft middelen tot zijn beschikking die de macht in stand houden. Wat voor troef geeft je personage dat? Dwingt het angst of respect af? Geeft het bepaalde connecties?
Maakt je personage daar gebruik van om zelf beter van te worden door nog meer gebieden te veroveren of carrière te maken? Of vindt je personage, ondanks alle mogelijkheden alles wel goed zoals het is? 
Neem die middelen ook eens mee in je opschrijfboekje: wat gebeurt er als het volk in opstand komt, of je personage zijn baan verliest? Draait je personage dan door of blijft hij kalm? Zo weet je hoe vindingrijk en stressbestendig hij is. 

Waarom houdt je personage de macht?

Of je personage nu machtslustig is of het hebben van macht nu eenmaal bij de omstandigheden hoort: je personage heeft macht en wil die houden. Anders koos hij wel een andere baan, of wilde hij geen kinderen die hij op moest voeden waar hij verantwoordelijk over heeft.  Wat zit er achter de reden om die macht te krijgen of te behouden? Onzekerheid? Een diagnose ‘sociopaat’ of naasten- of moederliefde?  
Als je weet waarom je personage zich – plat gezegd – met het doen en laten van anderen bezig wil houden, heb je weer heel wat kennis over je personage die je kan gebruiken om hem verder uit te werken.  

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Wat als je personage eenzaam is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: Wat als je personage eenzaam is? 


Iedereen heeft er wel eens mee te maken gehad: eenzaamheid. Dat is voor een enkele scène niet meteen interessant, maar als eenzaamheid een karaktertrek van je personage wordt, is het belangrijk om daar goed naar te kijken. Als je vreselijk eenzaam bent en dat ook nog eens lang duurt, komt je hele wereld op zijn kop te staan. Dat heeft grote gevolgen voor je personage, het centrale conflict en de toon van je verhaal. Let op de volgende dingen als je over eenzaamheid schrijft. 

Introvert of extravert?

Mensen zijn introvert of extravert. Simpel gezegd willen extraverte mensen vaak en veel mensen om zich heen, waar introverte mensen liever met een kleinere groep mensen zijn en zo nu en dan ook liever alleen zijn. Waar een extravert het al heel naar vindt om twee dagen niemand tegen te komen, vindt de introvert dat soms juist fijn. Een introvert daarentegen zal meer behoefte hebben aan diepgaande contacten met een enkeling, terwijl een extravert ook energie haalt uit koetjes en kalfjes met veel mensen. 

Als je weet aan wat voor contact je personage het meest behoefte heeft, weet je ook wat hem al dan niet (makkelijk) eenzaam maakt. Kijk dus eerst of je personage intro-of extravert is voor je verder gaat met schrijven over zijn eenzame gevoelens. 

Wie of wat is de oorzaak?

Eenzaamheid heeft altijd een oorzaak, maar die kan enorm verschillen: verlegenheid, niet populair zijn, de thuisblijver zijn als iedereen op vakantie is, geestelijke mishandeling waardoor je personage denkt geen vriendschap waardig te zijn… Kijk goed naar wie of wat de eenzaamheid in gang zet of in stand houdt. Anders kan je niet bepalen wat er moet veranderen om de eenzaamheid op te lossen of hoe je de eenzaamheid kan portretteren. 

Wat speelt er onder de eenzaamheid?

Enkele belevenissen van eenzaamheid zijn: “Ik voel me erg eenzaam als mijn geliefde niet bij me is” of “Ik voel me eenzaam op feestjes waar ik niemand ken.” Achter dit soort citaten schuilt vaak nog iets anders dan eenzaamheid: te veel waarde hechten aan een specifiek persoon of verlegenheid, bijvoorbeeld. 
Eenzaamheid kan je definiëren als: contact willen met een medemens, maar dat niet kunnen krijgen. 
Dat kan oorzaken hebben die vrij ‘eenvoudig’ zijn of juist heel ernstig. Een eenvoudige reden is iets als: je eenzaam voelen in de klas omdat je niet voluit en sociaal mag kletsen met de buurvrouw. Een ernstige reden is: ik heb het gevoel dat ik geen vriendschap of liefde waard ben en zoek daarom geen contact met anderen. 

Probeer erachter te komen of je personage ‘zuivere’ eenzaamheid ervaart, zoals in de klas, of dat er nog andere mentale ongemakken meespelen, zoals slechte sociale vaardigheden, een minderwaardigheidscomplex of het idee dat je personage om wat voor reden dan ook het recht niet heeft om contact te zoeken met iemand/ het gewenste andere personage. Mocht er méér meespelen dan ‘zuivere eenzaamheid’, neem dat dan ook mee in je uitwerking. 

Onderschat eenzaamheid niet! 

Als je erachter komt dat je personage met ernstige eenzaamheid (en eventuele onderliggende factoren) te kampen heeft, onderschat dat dan niet. Het kan je personage zodanig verlammen dat hij zelfs zijn bed niet meer uit kan, wil of durft te komen. Dat heeft natuurlijk gevolgen voor je personage-ontwikkeling, verhaalthema, plot en verhaallijn. Als je een personage hebt dat ernstig eenzaam is en dat realistisch wil portretteren, hou dan in de gaten dat dat veel met je verhaal als geheel kan doen. En besef dat ernstige eenzaamheid niet opgelost is als de vriend van je protagonist haar een enkele keer meeneemt naar de bioscoop…

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Een goed begin van je boek schrijven

Als je begint met schrijven, moet je de lezer onmiddellijk weten te boeien, anders wordt je boek heel snel weggelegd en niet meer opgepakt. Dat is iets wat de meeste schrijvers wel weten. Maar waar moet je dan op letten? Hier volgt een aantal handige uitganspunten.

Kennismaking met het verhaal

Het schrijven van een eerste zin, alinea, pagina of hoofdstuk van een verhaal is erg tegenstrijdig. Aan de ene kant moet je duidelijk zijn: wat kan de lezer verwachten? Aan de andere kant heb je te weinig ruimte hebt om meteen alles wat je duidelijk zou willen maken te kunnen vermelden.
Het eerste deel van je verhaal moet in ieder geval :
* Een globaal idee geven van wat voor iemand je protagonist is; (een middelbare man of een jong meisje? Verlegen of agressief?)
* Een hint geven naar wat het centraal conflict vormt of gaat vormen;
* De stijl en toon van je tekst en je taalgebruik. (Schrijf je formeel, humoristisch of eenvoudig?)

Zo geef je je lezer een referentiekader om op terug te vallen voor de alinea’s, pagina’s of hoofdstukken die volgen.

Liefde of lust op het eerste gezicht van de eerste bladzijde?

Het eerste deel van je boek schrijven kan lastig zijn. Het helpt om het volgende te bedenken:
Je moet niet proberen om te streven naar liefde op het eerste gezicht, maar naar lust op het eerste gezicht.
Laat mij dat onderscheid eerst duidelijk maken.

Als jij iemand ziet lopen die je aantrekkelijk vindt, de vlinders in de buik rond gaan fladderen en je met die persoon wel een beschuitje zou willen eten, dan wordt dat vaak vertaald naar ‘liefde op het eerste gezicht.’ Maar dat is het niet: het is eerder lust op het eerste gezicht, omdat je valt voor iemands uitstraling of uiterlijk, niet voor hoe iemand als persoon is. Daar is niets mis mee, maar in deze vergelijking is het belangrijk dat je liefde en lust van elkaar kan onderscheiden.
Lust is de onmiddellijke (fysieke) aantrekkingskracht van de buitenkant, liefde is houden van die persoon om alles wat hem maakt tot wie hij/zij is wanneer je die beter leert kennen en je niet alleen meer op het uiterlijk valt. Liefde op het eerste gezicht is in dat opzicht niet mogelijk; door alleen naar iemand te kijken weet je niet wat voor persoon dat is.

Daar is Knappe Kees weer. (Lees zijn bijbehorende blogpost eens, dan wordt het punt: ‘Je weet nog niks van hem.’ nog duidelijker.) Ik wil best een kopje thee met hem gaan drinken, maar ik hou nog niet van hem. Wie weet wat voor rare hobby’s, gewoontes of ideeën hij heeft… Foto door Rafael Barros op Pexels.com

Zodra je aan een boek begint, moet je mikken op ‘lust op het eerste gezicht’. Je kan genoeg interessante dingen op de eerste pagina’s weergeven waarvan je lezer denkt: hé, dat zie ik wel zitten (om verder over te lezen). Zo kan de ‘liefde’ voor je verhaal uiteindelijk ontstaan of groeien. Vertaald naar concrete zaken waarover je kan schrijven zijn dat dingen als:
De lezer denkt:
* Wauw, een vervallen, verlaten huis: dat wordt lekker griezelen (lust). O, dat huis heeft een geschiedenis die ik langzaam maar zeker leer kennen: dat gaat me gedurende het hele verhaal boeien (liefde);
* O jee, een eenzaam personage… Ik wil weten hoe hij zo eenzaam is geworden (lust). O, dat komt omdat het een arrogante vent is die al zijn vrienden heeft opgelicht om er zelf beter van te worden (liefde);
* Hé, wat leuk: het personage begint aan een nieuwe baan (lust). Wat een rotbaan heeft ze, zeg! Ik hoop dat ze de assertiviteit vindt om haar mond open te trekken en die hooghartige baas eens goed de waarheid te vertellen… (liefde);
* Wat een mooi landschap! Wat zou daar allemaal kunnen gebeuren? (Lust.) O, je kan er wandelen, want dat doet het personage, die een professionele bergbeklimmer blijkt te zijn (Liefde).

Merk op dat je lezer dus niet per se iets leuk, mooi of fijn hoeft te vinden zodra de ‘liefdesfase’ aanbreekt. Een verhaal of personage hoeft namelijk niet altijd positief van karakter, houding of toon te zijn. (Anders zou je geen detective, thriller of horror meer mogen schrijven). Het gaat erom dat je een eerste lust aanwakkert voor je verhaal, dan komt de liefde ervoor (als je goed schrijft) later vanzelf.

Liefde op het eerste gezicht: Wat gebeurt er dan?

Zodra je lezer liefde voor je verhaal heeft, dan weet hij meerdere dingen die het grote geheel vormen. Zo weet hij bijvoorbeeld dat Kees niet alleen knap is, maar ook:
* Goed in hardlopen;
* Vreselijk in Frans; (Je wil niet dood gevonden worden in het romantische Parijs als Kees net heeft geprobeerd Frans te spreken…)
* Drie zusjes heeft;
* Appels met klokhuis en al opeet.
Dan weet de lezer genoeg van Kees om van hem te gaan houden.

“Vieveej la Franseej!” Wat zei je, Kees? Hou je mond maar dicht. Geen zorgen, ik hou nog steeds van je 😉

Als je naar liefde op het eerste gezicht streeft, zoals dat begrip in deze blogpost wordt gebruikt, gaat het mis. Misschien zie je al wat er dan gebeurt: dan krijg je een infodump.

Opening van een romantisch verhaal

Als jouw romantische verhaal wél moet beginnen met de traditionele liefde op het eerste gezicht, dan kan dat. Maar let er dan wel op dat je niet verzandt in overdreven veel gezwijmel. Hier lees je daar alles over. Net zoals in deze blogpost geschreven is, moet je erop blijven letten dat je geen tientallen dingen over de vlinders beschrijft. Dan kun je beter een ding uitwerken wat de vlinders veroorzaken. Zijn het de blauwe ogen? Die hebben wel meer mensen en je personage wordt niet op iedereen verliefd die blauwe ogen heeft. Waar doen deze specifieke ogen je personage aan denken? Wat ziet je personage in die blik dat zijn wereld op zijn kop zet? Spring niet van het een naar het ander. Je kan dan beter een gegeven uitgebreid en goed uitwerken.

Wat als je personage liefdesverdriet heeft?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: Wat als je personage liefdesverdriet krijgt?


Wat voor liefdesverdriet is het eigenlijk?

Het ene liefdesverdriet is het andere niet. De ene keer betreft het een blauwtje, de andere keer een scheiding, weer een andere keer is het een heimelijke liefde die nooit wordt uitgesproken en daarmee nooit beantwoord wordt. Bij elke soort liefdesverdriet hoort een andere ‘kernemotie’. Denk aan:
• Onbeantwoorde liefde zorgt voor een sluimerend verdriet;
• Liefdesverdriet naar aanleiding van een scheiding brengt rouw met zich mee: iets wat er was, is niet meer;
• Een blauwtje lopen geeft pijn vanwege afwijzing.
Stel eerst vast wat voor liefdesverdriet je personage precies onder de leden heeft. Dan wordt het een stuk makkelijker om zijn gedachtegang en verdere doen en laten te verklaren.

Karaktertrekken en externe factoren

Niet iedereen gaat hetzelfde om met de eerdergenoemde kernemoties. Kijk nu eens naar het karakter en externe factoren van je personage. Om te beginnen met karaktertrekken:
• Een trots personage zal naast eerdergenoemd verdriet ook nog een deuk in het ego te verduren krijgen;
• Een verlegen, teruggetrokken personage zal nog verder in zijn schulp kruipen;
• Een extravert personage zal aan het eind van de maand een hoge telefoonrekening krijgen: die belt al haar vrienden langdurig op om haar hart te luchten.
Dan komen externe factoren om de hoek kijken: wat maakt dat het verdriet makkelijker of juist moeilijker te verwerken is?
• Is je personage een affaire begonnen met de baas en zijn ze nu betrapt?
• Komt je personage door de scheiding in een lastige financiële situatie terecht waardoor er een geen mentale ruimte is om de rouw te verwerken? Misschien krijgt hij daar later psychologische problemen mee door van alles op te kroppen…
• Wordt een depressief persoon slachtoffer van de heimelijk onbeantwoorde liefde? Dat zal de depressie misschien wel verergeren. Of is er misschien een vriend(in) die je personage uit dat zwarte gat helpt?
De externe factoren en karaktertrekken vormen een prima uitgangspunt. Daarmee kan je waarheidsgetrouw schrijven over de periode van het liefdesverdriet en wat dat met je personage doet.

Liefdesverdriet verandert

Liefdesverdriet gaat uiteindelijk over of verandert van vorm. Kijk nogmaals naar het karakter en de externe factoren van je personage en bedenk hoe dat verdriet overgaat (in iets anders).
• Als jouw personage iemand is die zichzelf een goede schop onder zijn achterste kan geven, zal hij niet lang blijven piekeren, zeker als zijn vriendin ook nog eens zegt dat hij blij mag zijn dat hij van die sukkel af is;
• Als je personage goed is in het aannemen van een slachtofferrol, dan kan zij lang in het liefdesverdriet blijven hangen. Dat verdriet kan in de loop der jaren overgaan in verbittering, maar de achterliggende gedachte: “Het leven is een zware dobber en mij overkomen altijd alleen maar slechte dingen,” zal dan waarschijnlijk hetzelfde blijven.
Het is van belang voor de rest van je verhaal om de ‘uitkomst’ van het liefdesverdriet te weten. Als je personage pessimistisch wordt door het liefdesverdriet, zal het een stuk moeilijker worden om weer/nog vertrouwen in de mensheid te krijgen. Daardoor zal hij andere dingen misschien niet meer aan willen gaan. Iemand die zichzelf achter de broek zit, zal na verloop van tijd weer lol in het leven krijgen. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.