Show don´t tell en jouw unieke personage

Als je al even schrijft, weet je dat show don’t tell een belangrijke schrijftechniek is. Maar als je het te eenvoudig toepast, is de techniek alsnog niet al te effectief. Probeer daarom de techniek zo toe te passen dat je je personages er beter door leert kennen.

Show don’t tell in het kort: matigheid op de loer

In het kort betekent show don’t tell dat je iets laat zien in plaats van dat je ronduit schrijft wat er gaande is. Tell is: ‘hij huilt.’ Show is: ‘er biggelen tranen over zijn wangen.’ Over het algemeen is show een vlottere schrijftechniek dan tell. Maar je kan ook show schrijven zonder dat het echt tot de verbeelding spreekt. Neem bovenstaand voorbeeld. Als je tranen over wangen ziet lopen, spreekt dat meer tot de verbeelding dan wanneer je schrijft dat er iemand huilt. Maar zijn die tranen over de wangen nou echt zo bijzonder? Niet echt: het is de meest standaard manier van huilen beschrijven die je zo ongeveer kan bedenken. Als je dus te standaard bent met je shows, kan er alsnog een matige tekst ontstaan.

Verboden woord: voelen

Als je over gevoelens schrijft, is het woord ‘voelen’ een taboe, omdat het een tell in de hand werkt:
* Ik voel me verdrietig versus: de tranen prikken achter mijn ogen.
* Ik voel me duizelig versus: de wereld om me heen begint te tollen.

Maar ook bij een show ligt ‘voelen’ eerder op de loer dan je misschien denkt.
* Ik voel het bloed in mijn oren bonken.
* Ik voelde mijn hart als een razende tekeer gaan.

Herschrijf de zin zonder ‘voelen’ of probeer een ‘als(of)-zin’ te schrijven:
* Het bloed bonkte in mijn oren.
* Mijn hart ging tekeer als een op hol geslagen pauk.
* Door de spanning was het alsof er een kolonie mieren door mijn bloedbaan racete.

Leer het karakter van je personage kennen

Je hebt nu een aantal manieren gelezen om een standaard manier van show te voorkomen. Als je een show ook echt levendig wil maken, kijk dan ook eens naar wie jouw personage als persoon is. Bij de onderstaande tabel met mogelijke shows horen bepaalde emoties:

Vrolijkheid VerdrietWoede
In de handen klappen van plezierTranen flink de loop laten Een schop tegen de tafelpoot geven
Een vreugdedansje doenNiets (meer) zeggen en in een hoekje kruipenEen woedende kreet slaken
GlimlachenWeglopen van gezelschapMet een rood hoofd zwijgend voor je uit staren
Mogelijke shows bij een aantal basisemoties

Geen van deze voorbeelden is goed of fout. Maar zodra je beter naar je personage kijkt, zou je daar wel van kunnen spreken. Een makkelijk voorbeeld is om een extravert en een introvert personage met elkaar te vergelijken.
Het extraverte personage zal waarschijnlijk een vreugdedansje doen, flink huilen en een schop tegen de tafelpoot geven. De introverte tegenhanger glimlacht, kruipt in een hoekje en staart zwijgend voor zich uit terwijl de woede vanbinnen als een malle door het lijf gaat.
Natuurlijk kan een introvert ook ooit schreeuwen en de extravert rustig glimlachen. Maar als je deze afwegingen maakt in het schrijven van je shows, zal je niet makkelijk meer middelmatig schrijven. Ook al wijk je dan een keer uit naar iets standaards als tranen die over de wangen lopen.

Omstandigheden en medepersonages

Je personage zal net als echte mensen ook anders zal reageren naarmate er andere medepersonages of omstandigheden aan de orde zijn.
Uma heeft liefdesverdriet en huilt de ogen uit haar hoofd. Ze belt haar vriendin Sarah op om te vragen of het aan haar lag dat ze is gedumpt. Had ze zich misschien toch wat vaker sexyer moeten kleden voor deze mooie man, of schatte Hans haar gewoon niet op waarde? Sarah is nog niet zo lang geleden zelf afgewezen en kan zich dus goed in Uma verplaatsten: “Nee, meid, Hans was gewoon een botterik.” Een ideale vriendin, toch?
Maar dan overlijdt Uma’s favoriete tante in een auto-ongeluk. Nu hoeft ze niet te twijfelen of zij wel aantrekkelijk genoeg was om dit verdriet te voorkomen. Dit is domme pech en ze krijgt haar tante nooit meer terug. Uma kan niet terecht bij Sarah, want zij is doodsbang om te praten over alles wat met overlijden en rouw te maken heeft.
In plaats van tranen met tuiten te huilen bij een vriendin, kruipt Uma nu een aantal dagen in een hoekje. Ze durft niet te huilen, uit angst dat ze er nooit meer mee kan stoppen als ze daarmee begint.
Je kan erachter komen wat (op welk moment) goed bij je personage past door de personagebiografie nog eens goed te lezen en daaruit bepaalde conclusies te trekken.

Schreeuwt ze van verdriet achter haar handen of snikt ze zachtjes? Ze is in ieder geval verdrietig, maar welke van de twee opties je kiest, zal afhangen van haar karakter en de omstandigheden.

Spreid de show

Een valkuil van show don’t tell is dat je te veel op zinsniveau gaat denken. Mag je wel ronduit zeggen dat iemand verdrietig kijkt? Natuurlijk: soms is tell nodig voor een fijne tekst. Het gaat er vooral om dat jouw shows in het geheel van het verhaal de overhand hebben.
Als Uma verdriet heeft, kan je een prachtige show-oneliner over haar verdriet bedenken, maar als je het daarbij laat, schiet dat alsnog weinig op. Het kan net zo goed, zo niet beter werken om een heel hoofdstuk aan dat verdriet te wijden. Daarin kan je dan beschrijven hoe ze haar bed niet uitkomt, hoe haar ogen droevig staan als ze tegen iemand praat en haar stem door het verdriet een half octaaf lager lijkt te klinken. Voeg bijvoorbeeld een eetscène toe waarin je laat zien dat Uma niet eet, met haar eten speelt of minder praat dan anders. Zo’n scène schrijf je niet in de enkele zin: Uma had geen eetlust.
Wees niet bang om een show wat langer uit te smeren. Daardoor leer je een personage beter kennen en hoef je ook niet krampachtig op zinsniveau de meest beeldende shows te gaan verzinnen.


Schrijversgroepen

Als je schrijft, is het fijn om feedback te krijgen. Je kan daarvoor proeflezers inschakelen, maar soms is het niet je inhoudelijke tekst, maar het schrijversinzicht waar je hulp mee wil krijgen. Voor beide manieren van feedback kan je terecht in schrijversgroepen.

Feedback van schrijversgroepen

In schrijversgroepen wordt er van alles en nog wat besproken. Meestal wordt er vooral feedback gevraagd en gegeven. Het fijne van een schrijversgroep is dat je de feedback die je krijgt wordt gegeven door mensen die zelf met schrijven bezig zijn. Dat wil niet altijd zeggen dat de mensen ook professionele feedback kunnen geven, maar het heeft hoe dan ook voordelen:
* je vindt altijd wel iemand die op hetzelfde ‘niveau’ zit als jij. Begint je net met schrijven? Dan kan je vast iemand vinden die ook nog worstelt met een personagebiografie, omdat het de eerste keer is dat ze die schrijft.
Ben je al jaren bezig met creatief schrijven? Dan kun je over de combinatie van talloze schrijftechnieken praten met iemand die literaire werken schrijft. Als je de juiste schrijversgroep vindt, kan je altijd wel iemand vinden met wie je kan sparren over schrijven op een manier waar jij iets aan hebt.
* Wie schrijft, moet lezen. Dat betekent dus ook dat de mensen in een schrijversgroep een meer geoefende blik hebben op wat prettig leest dan mensen die nauwelijks lezen en die jij vraagt voor een keer proeflezer te zijn.

Schrijversgroepen: een nieuwe kijk op tekst

Tenzij je een schrijversgroep vindt die gericht is op een specifiek genre, zal je medeschrijvers tegenkomen die een ander genre schrijven dan jij. Doe daar je voordeel mee. Je kan veel leren door veel te lezen van hetzelfde genre als je zelf schrijft. Zo kom je erachter welke elementen gevoelig zijn voor clichés. (Had de rijke Joe Sixpack geen vaderfiguur en weet hij daarom niet hoe een ‘echte man’ zich hoort te gedragen?) Maar je doet er goed aan om ook te lezen buiten het genre wat je zelf graag leest en/of schrijft. Dan zal je zien dat er ook als je geen genre-specifiek cliché hebt om op te letten, er in elk genre een aantal technieken of personageontwikkelingen terugkomen. Dat valt soms meer op als je een tekst ziet die betreft verhaalthema weinig met die van jou gemeen heeft.

Leren schrijven van verschillende teksten is soms net als het welbekende spelletje bij een tweeling: zoek de verschillen en overeenkomsten.

Jij bent je Joe Sixpack aan het schrijven, maar wil dat wel goed doen. Je wil dus weten hoe je schrijft over bepaalde aspecten van mannelijkheid. Maar mannelijkheid komt niet alleen in de context van romanceboeken voor. Het ziet er vaak alleen (een beetje) anders uit. In een verhaal over een conservatieve familie zal pa met een kantoorbaan echt geen wasbordje hebben. Maar als kostwinner van het gezin draagt hij wel degelijk mannelijke waarden uit. Op deze manier krijg je te zien hoe je mannelijkheid ook of nog meer kan portretteren. Dat gaat makkelijker als je toegang hebt tot voorbeelden uit andere genres. Dat voorkomt dat je schrijft ‘omdat het zo hoort’ in plaats van dat je je eigen creativiteit zijn gang laat gaan.

Korte feedback in schrijversgroepen

Het is fijn om in een schrijversgroep te zitten, omdat je antwoord kan krijgen op een simpele vraag. Als je twijfelt of je goede symboliek in je verhaal hebt toegepast kan je een blogpost daarover lezen en je voor de zesde keer afvragen of je de theorie wel goed begrepen hebt. Of je stelt een simpele vraag in de schrijversgroep:
Hoi allemaal,
Ik schrijf een fantasy en heb een gemeen trol-achtig wezen ontworpen dat ondergronds leeft en niet het meest op de hoogte is van de ontwikkelingen van de wereld in zijn geheel. Dit heb ik gedaan vanwege de symboliek van ‘onder een steen leven’ of ‘ondergronds leven is duister en gemeen.’ Vinden jullie dat cliché of goed gebruik van symboliek?

Als je creatief wil schrijven, moet je schrijfinzicht vergaren. Dat kan je leren door je in technieken te verdiepen, maar ook door naar de meningen van andere schrijvers te luisteren. Zo leer je dat er verschillende smaken zijn. Met een beetje oefening kan je jezelf aanleren om daar zodanig tussen te schipperen dat je het beste van beide werelden samenvoegt tot een uniek geheel:
Welk element van een Mary Sue vinden jullie het meest storend?
“Dat ze de lat voor ‘een goede vrouw zijn’ veel te hoog legt voor mij,” zegt de een.
“Dat ze altijd een perfect leven lijkt te hebben”, zegt de ander.
Dus bedenk jij: misschien kan ik dan het beste over een vrouw schrijven met een minder dan perfect leven die bovendien niet aan alle traditionele vrouwelijke waarden voldoet. Dan is mijn personage waarschijnlijk snel Mary Sue af.

Deze korte antwoorden van anderen kunnen soms ineens een aha-momentje geven dat je niet krijgt als je alleen maar leest over tips om een Mary Sue vermijden. Soms ligt het antwoord in een simpele, snelle observatie (van anderen), niet in het minutieus ontleden van alles dat je hebt geschreven.

Soms moet je schrijven zo simpel mogelijk houden. Niet alleen wat betreft je uitwerking, maar ook betreft je uitgangspunt.

Zelf feedback geven in een schrijversgroep

Als je oefent met feedback geven door naar de teksten van anderen te kijken, wordt uiteindelijk jouw eigen tekst ook beter. Als je een aantal keren hebt geschreven over de tekst van een ander: pas op dat je zinnen niet te lang worden, ik zie soms drie komma’s in een enkele zin staan. Dan word je alerter op kommagebruik. En dan bedenk je opeens: Verdorie, dat doe ik zelf ook! Zo zie je een zwakke plek van jezelf die je anders misschien niet had kunnen ontdekken. Als je ergens geen (specifieke) aandacht aan besteedt, gaat het sneller aan je voorbij. Besteed daarom zo nu en dan ook eens wat tijd aan de teksten van anderen, niet alleen aan die van jezelf.

Zo leest een tekst heel natuurlijk

Als schrijver ben je een god van je eigen geschapen wereld. Je kan dus schrijven wat je wil, totdat je je plot en je lezer in de gaten moet gaan houden.

Je hebt geen eindeloze ruimte voor speling

Als schrijver ben je de baas over hoe het verhaal verloopt. Daarin lijk je dus alles over het verhaal te kunnen bepalen. Hoe het verhaal loopt, hoe de personages zich ontwikkelen… Maar dat heeft zijn grenzen. Je moet denken aan wat past binnen de resultaten van je schrijfonderzoek en je personagebiografieën. Daarbij moet je ook rekening houden met wat natuurlijk overkomt. Een van de dingen waar een verhaal op stuk kan lopen, is dat de gebeurtenissen uit de lucht komen vallen: ineens zijn mensen vrienden, verliefd of woedend op elkaar.

Als dit in een tekst gebeurt, ligt de oorzaak vaak bij de schrijver. Die is al zo in het verhaal verdiept, dat hij vergeet om dingen uit te werken: ‘Leon en Jos moeten verliefd worden.’ Prima, maar hoe komt die verliefdheid tot stand? Je kan niet schrijven: Jos viel in katzwijm, Leon glimlachte een keer terug en nu hebben we de romance van de eeuw. Die kerels hebben elkaar net één keer aangekeken.
Stel je voor dat je een potentiële liefdesrelatie hebt met iedere voorbijganger die je in het voorbijgaan vriendelijk groet. Dat is niet vol te houden! Je zal ofwel voortaan steevast met een chagrijnig hoofd rond moeten rondlopen om je potentiële vrijers op afstand te houden, of je bent de rest van je leven bezig om al je liefjes (lees: voorbijgangers) te versieren.
‘Dit is zo omdat ik als schrijver wil dat het zo is,’ is een uitgangspunt waardoor de logica uit je tekst verdwijnt. Je moet erop kunnen vertrouwen dat de lezer bepaalde signalen kan oppikken, anders resulteert dat in een infodump. Tegelijkertijd moet je ervoor zorgen dat die signalen wel genoeg opvallen.

Unieke en terugkerende details

Hoe zorg je ervoor dat belangrijke details in een verhaal opvallen, bijblijven en vlot leesbaar zijn? Zorg voor een combinatie van uniekheid en herhaling.

  • *herhaling: zorg ervoor dat de details zich herhalen. Laat Leon vaker dan eens naar Jos teruglachen, of andere subtiele seintjes van flirten vertonen.
  • * uniekheid: de details moeten uniek zijn. Dat kun je op twee manieren opvatten:
    – Varieer in de details, zodat niet steeds hetzelfde gebeurt. Als Leon tien keer flirt, laat hem dan geen tien keer glimlachen. Zorg ervoor dat hij ook een keer knipoogt, Jos een complimentje maakt, bloost als hij hem ziet…
    – Maak de details zo min mogelijk clichégevoelig. Kijk of er een mogelijkheid is om een detail passend te maken bij je unieke personages of je specifieke plot. Iedereen kan de hand van de ander pakken als gebaar van affectie. Maar als Jos weet dat Leon dol is op een bepaald kledingmerk, laat hem dan een trui van dat merk dragen als ze op date gaan. Dat maakt het gebaar extra speciaal, en zo voelen Jos en Leon aan als een passend koppel.

Suus gaat reizen en is doodsbang om iets te vergeten. Herhaal dat Suus iedere keer opnieuw haar koffer op de inhoud controleert. Iedere keer ziet zij dat een ander voorwerp is ingepakt. De ene keer ziet zij dat haar gelukssokken gelukkig op de kofferbodem liggen, de volgende keer is ze in de stress omdat haar paspoort misschien wel is verlopen -o nee, toch niet- en weer een andere keer is ze haar reisgids misschien vergeten. Hoe weet Suus dan wat ze op vakantie kan eten? Kortom: gebruik show don’t tell.

“Hoe weet je zonder je reisgidsje of dit spul veilig is om te eten?” Als Suus inktvisjes op een stokje ziet, heeft ze haar bedenkingen…

Show don’t tell bij het schrijven van details

Show don’t tell is belangrijk om relevante details op te laten vallen. Als je ze herhaalt, blijft datgene wat je als geheel duidelijk wil maken in het achterhoofd van je lezer. Varieer je ook nog in de details, dan kan je meer informatie duidelijk maken met een en hetzelfde voorbeeld. Zo komt alle informatie nog duidelijker, én minder geforceerd over.
Neem die inktvisjes op een stokje. Suus controleert eindeloos de inhoud van haar koffer, omdat ze bang is dat ze iets vergeet. Dat geeft aan dat ze zenuwachtig is. Maar als ze uitgerekend bang is haar reisgids te vergeten omdat ze bang is voedselvergiftiging op te lopen, kan dat ook een (eerste) aanwijzing zijn dat ze niet zo avontuurlijk is ingesteld. Iemand die dat wel is, stopt die inktvis gewoon in de mond. Diegene kan zich vervolgens kapot lachen bij de nieuwe ontdekking dat er een kwartelei in het hoofd van zo’n inktvis zit. (Echt waar! 😉 ) Suus zou dat misschien al gelezen hebben in haar reisgids, waarna ze denkt: “Ieuw! Ammenooitniet eet ik een inktvis met een ei in zijn kop!” Een avonturier ziet daar juist de lol van in of wordt nieuwsgierig: “Avontuur zit in het onbekende.” of “Avontuur betekent proberen.”

Stel dat hoofdstuk 1 van Suus’ verhaal het inpakken van haar koffer betreft. Dan duurt het waarschijnlijk nog een aantal hoofdstukken voordat Suus aankomt bij de markt waar ze deze lekkernij ziet liggen. Maar als deze scène zes hoofdstukken later komt, wordt er relatief subtiel verwezen naar Suus’ behoefte aan controle. Dat leest over het geheel al minder geforceerd dan dat Suus in hoofdstuk 1 of 2 ook nog eens vijf uur voor vertrek op het vliegveld aankomt.

Hé Suus, dit is jouw vertrekkende vliegtuig… Over drie-en-een-half uur. Waarom ben je nu al bij je boarding gate?

Dan ligt alles er te dik bovenop en kan de karaktertrek cartoonesk overkomen. Kom je daar in hoofdstuk 7 weer (subtiel) op terug, dan is de lezer hoofdstuk 1 alweer enigszins vergeten. Dan denkt de lezer waarschijnlijk iets als : “O ja, Suus wil graag controle houden. Maar dat past bij haar. De een is nu eenmaal relaxed, de ander wat meer zenuwachtig.’

Kortom: als je details herhaalt, ermee varieert en ze showt komt je tekst al gauw natuurlijk over.

Deus ex machina

Zodra je personage in het nauw wordt gedreven, heeft hij dringend een oplossing nodig. Zoveel problemen, zoveel oplossingen. Maar het getuigt niet echt van creatief schrijven als je je toevlucht zoekt tot Deus ex Machina.

Wat is Deus ex Machina?

Letterlijk betekent Deus ex Machina ‘God der machines’. In fictie wordt de term gebruikt wanneer er een oplossing komt die uit de lucht lijkt te vallen. Een oplossing die zó onwaarschijnlijk dat is dat de enige logische verklaring is dat de hand van God aan het werk is. Als je wat voorbeelden ziet, herken je deze luie schrijftechniek ongetwijfeld.

Voorbeelden van Deus ex machina

Dit zijn wat voorbeelden van een Deux ex machina:
* Een tel voor je personage wordt neergeschoten, schiet iemand anders de schutter neer, terwijl er twee tellen geleden nog niemand in de kamer was;
* Op het moment dat er een ingewikkelde wiskundige formule nodig is om een bijna ontploffende bom onklaar te maken, herinnert het personage dat welgeteld één keer een voldoende voor wiskunde heeft gehaald, zich een formule die blijkt te werken om de ontploffing te voorkomen;
* Een computer is al drie kwartier bezig een wachtwoord te kraken. Je personage slaat in frustratie op zijn toetsenbord en tikt daarmee een reeks toetsen in die ‘toevallig’ dat onbreekbare wachtwoord vormen.

Kortom, het is een extreme vorm van toeval.

Van een Deus ex Machina is je lezer totaal niet onder de indruk… Kan het niveau soms nóg lager?

Als je als lezer een Deus ex Machina leest, denkt die waarschijnlijk iets als: Ja hoor, túúrlijk… Ja, zo kan ik óók een superheld zijn… Of, als iemand graag schrijft: Mag ik alsjeblieft die scène herschrijven? Ik zou dit beter kunnen.

Deus ex machina als god van de clichés

De meest voor de hand liggende reden dat je een deus ex machina moet vermijden, is omdat je lezer je anders als gemakzuchtig en lui gaat zien en je verhaal niet meer graag zal lezen. Daarnaast is een Deus ex machina een gigantisch cliché. Misschien is de manier waarop God zich plotseling in je verhaal laat zien best origineel. Maar het effect is hetzelfde als dat van een cliché: je lezer wordt uit het verhaal gehaald, omdat hij ziet dat er een schrijver aan het werk is.

Een beroving van de heldenreis

Stel je een epische heldenreis van een ridder voor, compleet met een lange en moeilijke training in zwaardvechten, vele botbreuken en nachten vol doodangst of hij zijn missie wel gaat overleven. Op het moment sûpreme staat de ridder oog in oog met de draak. De ridder wil de draak de genadeklap geven, maar plotseling slaat de bliksem in, brokkelt er een zwaar rotsblok van de berg af en valt dan op de kop van de draak. De vuurspuwende vijand is in een klap morsdood. Om te kunnen bewijzen dat de draak dood is, wrikt de ridder een van zijn tanden uit zijn bek en keert hij huiswaarts. Zodra hij thuiskomt wil iedereen weten hoe hij het vreselijke monster heeft gedood. Als de ridder zich aan de waarheid houdt, kun je je de reacties misschien well voorstellen. “Nou, dappere ridder ben jij. Je kan niet eens een draak doden: je bent gewoon afhankelijk van stom toeval.” “Dus jij bent helemaal niet de dapperste ridder van het land. Je bent gewoon degene met het meeste geluk.” Dat is niet eerlijk voor de ridder. Hij wist vooraf niet hoe zijn avontuur ging eindigen en hij heeft in zijn trainingen meer dan genoeg moed laten zien, door zich niet te laten afschrikken door verwondingen. Om over de vele nachtmerries nog maar te zwijgen.

Een draak verslaan klinkt al heel wat minder eng als je de garantie hebt dat je in de allerlaatste seconde zal worden gered door iets totaal willekeurigs.

Een moment sûpreme wordt niet voor niets zo genoemd. Het is een belangrijk moment, dus dat is iets dat de lezer bijblijft. Bij een centraal conflict zijn er meestal twee dingen die een lezer na een lange tijd nog onthoudt. Het conflict zelf en de oplossing. Ga maar na: als iemand zegt dat hij een spannend verhaal kent, zijn de meest gestelde vragen daarna vaak: Wat is het verhaal en hoe loopt het af? De eerste vraagt gaat over het conflict zelf, de tweede naar hoe dat uiteindelijk wordt opgelost. Er wordt meestal niet gevraagd naar het vallen en opstaan, hoewel dat essentieel is voor een geslaagde heldenreis.
Er zijn meerdere redenen waarom iemand minder snel over het vallen-en-opstaanproces:
* het vallen en opstaan is lastiger om kort en bondig samen te vatten, omdat het zowel divers is als het overgrote deel van het verhaal. Kijk maar in het schema van save the cat als je daar een visuele voorstelling bij wil hebben.
* het vallen en opstaan wordt pas interessant als je geïnvesteerd hebt in het verhaal en de personages. Zolang je niet langere tijd hebt kunnen meelezen met hoe de held obstakels overwint, zijn de obstakels net zulke droge feiten als in een saai geschreven (medisch) dossier.

Deus ex machina voorkomen

Mocht de oplossing van je conflict een potentiële Deus ex Machina zijn, dan kun je hem voorkomen door aan je hints te werken. In het geval van de draak en het dodelijke rotsblok kun je schrijven dat de draak in een gebied woont waar veel lawines voorkomen. Dan heeft de lezer als het ware een waarschuwing gekregen voor een Deus ex Machina of een cliché. Het is nog altijd beter als je held ook daadwerkelijk een laatste grote overwinning boekt. Past dat echter niet in je verhaal, dan kunnen kleine hints de Deus ex machina al een stuk minder onlogisch laten lijken.

Een meevaller?

Soms wordt een Deus ex Machina onterecht bestempeld met het idee: “Ach, soms heb je geluk hè?” Dan heb je veel mazzel met deze lezer, de meeste zullen dat niet denken. Mocht je personage een wel heel toevallige redding krijgen, laat het hem dan in ieder geval beseffen. Je slaat de plank mis als je personage denkt dat het doodgewoon is dat hij ter nauwe nood aan de dood ontsnapt.

Met deze vier tips vind je balans in het toepassen van schrijftechnieken

Als je schrijft is het handig en zelfs nodig dat je bepaalde technieken kent en ze kan toepassen. Maar als je te star aan schrijftechnieken vasthoudt, kom je in de problemen. Waar ligt de balans in schrijftechnieken toepassen en ze loslaten? Met deze vuistregels heb je een houvast om de overweging te maken.

1 Zorg dat je de basistechnieken kent

In een horrorverhaal staat een opbloeiende romance zelden op de voorgrond. En jouw chicklit heeft vast geen moordmysterie dat opgelost moet worden. Toch komen er in elk genre bepaalde schrijftechnieken terug die je sowieso moet kennen, begrijpen en kunnen toepassen. Zo snap je wat de vaart in een verhaal houdt, of wat het er juist uithaalt.
Drie van deze technieken zijn:
* show don’t tell;
* infodump;
* regieaanwijzingen.

Als je die technieken begrijpt, maak je minder beginnersfouten. Daarna kun je je verder verdiepen in technieken die ingaan op het verstreken van je plot, personages of je centrale conflict. Je kan dan zelf kijken waar je nog tegenaan loopt of wat specifiek voor jouw genre belangrijk is om rekening mee te houden. 

2 Oefen schrijftechnieken om feedback te kunnen verwerken

Schrijftechnieken zijn ook handig om (bij naam) te kennen voor als je feedback van een redacteur krijgt. Oefen schrijftechnieken eerst in simpele (korte) verhalen waarmee je geen ambities hebt. Als je dan met een serieus boek naar een redacteur gaat, heb je al een hoop gewonnen. Zie je ‘infodump’ in de kantlijn staan? Omdat je al geoefend hebt met de basistechnieken, weet je wat je moet doen en hoef je geen complete teksten om te gooien. Je hoeft niet op goed geluk een fout te verbeteren als je je vinger erop kan leggen.

3 Balans vinden tussen schrijftechnieken en spontaan schrijven

Als uit een feedbackronde de suggestie komt om een bepaalde schrijftechniek te gaan gebruiken, let dan goed op of je verhaal niet wezenlijk zou veranderen als je die aanpassing maakt.
Stel dat er wordt geopperd om in in medias res te schrijven. Als je je verhaal plotseling in het chronologische midden start, verandert dat de verhaalopbouw en spanningsboog compleet. Past die nieuwe manier van schrijven wel bij je verhaal? Zoiets moet je heel goed nagaan. Je mag gerust schrijftechnieken volgen, maar werken met schrijftechnieken mag nooit betekenen dat je er zodanig aan vasthoudt dat je verhaal eronder lijdt.
Schrijftechnieken zelf kunnen nooit de kwaliteit van je verhaal bepalen. Het gebruik van schrijftechnieken biedt dan ook geen garantie voor succes.

4 Tijdens het schrijven met schrijftechnieken werken

Zodra je schrijftechnieken onder de knie hebt, ga je vlotter schrijven. Je hoeft dan niet meer na te denken of een bepaalde zin wel show don’t tell is.
Maar soms gaat schrijven na een feedbackronde wat moeizamer: “O jee, mijn proeflezer vindt dit hoofdstuk traag verlopen. Waar zit het probleem?”
Het is handig als je kan zien dat je schrijfsels niet aan bepaalde technieken voldoen. Dan is het makkelijk verbeteren. Maar tegelijkertijd kan dat ook een valkuil worden: “Ik ga deze scène herschrijven: ik schrap drie regieaanwijzingen, verander zes ‘tells’ in ‘shows’ en als ik de informatie halveer, heb ik sowieso geen infodump meer.”
Als dit vermoeiend klinkt, dan heb ik mijn toon duidelijk overgebracht. Als je geforceerd gaat schrijven, komt er niets goeds meer uit je pen. Misschien krijg je zelfs helemaal niets meer op papier.
Soms moet je je kennis van schrijftechnieken juist durven los te laten om weer spontaan (en daarmee goed) te kunnen schrijven.

Blijf de schrijver van je verhaal

Als je de basistechnieken van schrijven leert, groei je daar als schrijver van. Maar als je welke schrijftechniek dan ook gebruikt, waak er dan voor dat jij de schrijver van het verhaal blijft en niet alles van een schrijftechniek laat afhangen.

Dit artikel is eerder verschenen op Schrijven Online

Save the cat – een prettig verhaaltempo

Save the cat is een vast patroon voor de opbouw van een verhaal. Het is een fijne houvast om te controleren of er nog vaart in je verhaal zit.

Save the cat: verhaalopbouw in drie akten

Save the cat gaat uit van drie delen van het verhaal. Het begin, midden en eind.
Elk deel heeft zijn elementen die gezamenlijk voor een prettige verhaalopbouw zorgen.

Het schema van save the cat volgens Blake Snyder.

Het save the cat schema

Bekijk het schema van save the cat. Zie je dat:
* het verhaal een begin, midden en een eind heeft?
* het verhaal heeft meerdere ‘clues’ heeft?
* de verhaallijn in eenzelfde tempo verloopt en pas na de climax snel vertraagt?

Als je verhaal vaart verliest, pak het schema er dan eens bij. Mis je een tussenstap? Gaat een element zo lang door dat de lijn niet meer contant loopt, maar er een piek of een dal in het tempo komt?

De eerste akte in save the cat

De 5W1H in Save the cat

Hier introduceer je je personage en je verhaal. De 5W1H is hier een goede houvast voor.
* Wie? Over wie gaat het?
* Wat? Wat is er aan de hand?
* Waar speelt het zich af?
* Wanneer speelt het zich af?
* Waarom? Waarom doet een personage wat het doet/ is de wereld zoals hij is?
* Hoe? Hoe zie je dat?

De feiten van je verhaal

De wie, waar en wanneer zijn droge feiten: Mientje de bakkersdochter, een plattelandsdorpje in de jaren dertig. Dat is de allereerste stap: de introductie.
De wat, hoe en waarom zijn de elementen die een verhaal beloven. Dit zijn de dingen waar je de lezer mee boeit. Daarom zijn ze bij het allereerste begin belangrijker dan de wie, waar en wanneer.
Het ‘inciting incident’ geeft aan dat er iets in het dagelijks leven niet klopt of prettig is.

Wat? Mientje moet trouwen met een boerenzoon;
Waarom? Omdat de bakkerij failliet dreigt te gaan;
Hoe? Vader zit met zijn handen in het haar en moet op de ingrediënten sparen of de knecht ontslaan.

De actie van je verhaal

Dan komt ‘second thoughts’: is je personage tevreden met de gang van zaken? Kan dit altijd zo doorgaan? Dat antwoord is altijd nee, waardoor een centraal conflict ontstaat.
Nee: Mientje wil niet met de boerenzoon trouwen, maar met de slagerszoon;
Nee: Luilekkerland blijft niet hemels als er een plotselinge hongersnood dreigt.

De tweede akte in save the cat: de heldenreis

De tweede akte van save the cat is simpel gezegd de heldenreis van je hoofdpersonage, met het bijbehorende vallen en opstaan. De tweede clue in het schema is een opvallende gebeurtenis, maar daarvóór moet je personage al uitdagingen krijgen.
Een soldaat die wordt opgeroepen gaat eerst naar een trainingskamp. Daar zal hij de nodige fouten maken voordat hij het slagveld betreedt. Een opvallende gebeurtenis tijdens de training bepaalt welke positie hij in het slagveld krijgt. Dat is de tweede clue. De derde clue is de start van de beslissende veldslag, waar de actie het spannendst is en er het meest op het spel staat.

De derde akte in save the cat: climax en afbouw

De derde akte start met het grootste conflict, de spannendste gebeurtenis waar het verhaal naar toewerkt. In de aanloop hiernaar mag je uitpakken met een extra scheutje drama of actie.

Zodra de climax is geweest, stopt het verhaal nog niet. Stel dat je schrijft:
* Mientje en de slagerszoon trouwden;
* Toen ontplofte de bom en waren alle soldaten dood.
Dat is erg abrupt. Stel dat je een kleuter Assepoester voorleest en stopt met: “En Assepoester en de prins trouwden.” Dan zegt het kind vast: “En toen?” Er kan immers nog van alles gebeuren: de stiefmoeder kan terugkomen, de goede fee tovert nog een koetsentuin, Assepoester wordt moeder…

Laten we het stapsgewijze einde toepassen:
Assepoester trouwde met de prins. Dat is het inzetten van het einde. Ze hoefde nooit meer vervelende klusjes te doen (obstakel) en de prins was lief voor haar (wrap up). En ze leefden nog lang en gelukkig (einde). Bij sprookjes is dit redelijk duidelijk. Hoe zit het met andere verhalen?

Obstakel: laat je personage terugkijken op het centrale conflict/ de andere obstakels.
* Wat heeft het moeten doorstaan?
* Wat heeft het verloren?
* Wat heeft het opgeleverd?
* Hoe is het gegroeid?

Hou het beknopt! Je lezer hoeft niet nog eens je hele boek te lezen.

Als je lezer dit al weet, is een samenvatting van een paar alinea’s voldoende. Start dan geen compleet nieuwe hoofdstukken…

Mientje keek naar de nu verlaten bakkerszaak en voelde een steek in haar hart toen ze besefte dat haar vader nooit meer de oven zou aansteken.

Wrap up: Na alles wat er gebeurd is, gaat het verhaal zus en zo verder.
Het boek eindigt niet waar je verhaal ook eindigt. Ooit moet je boek stoppen, om het verhaal niet langdradig te maken. “Ze leefden nog lang en gelukkig” is een samenvatting van tientallen jaren in een zin gestopt. Al die jaren van een gelukkig huwelijk heeft geen meerwaarde voor het eigenlijke verhaal. Maar het geeft wel aan in welke sfeer het verhaal verder gaat.
Mientje keek naar haar bolle buik. Als ze een zoon kreeg, zou hij naar zijn grootvader worden genoemd. (Mientje sticht haar gezin en houdt haar vaders nagedachtenis in ere.)
Het einde: een afsluitende gedachte. Hier komen je eigen schrijversinzicht en creativiteit aan te pas. Kijk wat voor jou goed voelt.

Save the cat: lees om toe te passen

Logischerwijs heeft een verhaal een begin, midden en een eind. Maar zie je ook wat er steevast in dat begin, midden of eind gebeurt? Wil je save the cat goed toepassen, dan moet je veel lezen. Dan merk je waarom bepaalde boeken minder vlot lezen. Komt het verhaal niet op gang? Dan is de eerste akte waarschijnlijk te lang. Is het einde te abrupt? Dan mist het misschien de wrap-up.
Expositie is ook belangrijk in save the cat. Lees hier mijn voorbeeld over de wolf van Roodkapje. Geef je genoeg duidelijke hints aan de lezer?

In medias res: onmiddellijke actie

De opening van een verhaal is ontzettend belangrijk. Het kan de lezer onmiddellijk het verhaal inzuigen. In medias res gaat meteen tot actie over.

Hoe begin je een verhaal?

Onderschat het belang van een goed begin van een verhaal niet! In de eerste regels of alinea’s van een verhaal kun je onder andere duidelijk maken:
* wie je hoofdpersoon is:
* wat zijn karaktertrekken zijn;
* wat zijn leefomstandigheden zijn.

  • Wat het verhaalthema is:
  • * in welk tijdperk het zich afspeelt;
  • * wat deze maatschappij bezighoudt.

Dit komt ook in een infodump voor, maar dat is geen fijne manier van schrijven.
In medias res helpt om onbelangrijke details over te slaan en de lezer meteen – vrij letterlijk- midden in de actie te plaatsen.

In medias res schrijven

In medias res is niet veel meer dan niet bij het begin beginnen. Je start het verhaal in het midden, of op het einde. Zo beloof je de lezer stukje bij beetje achter de details van het personage of verhaal te komen en blijft de lezer nieuwsgierig.

Bij in medias res begint je het verhaal chronologisch gezien bij een van de opengeslagen bladzijden.

Een voorbeeld van in medias res

Omdat je met in medias res start op een moment waarop het verhaal al gaande is, kom je meteen in actie:
Soeraya zat puffend in de taxi, terwijl haar weeën steeds heftiger werden. Imran hield haar hand vast, maar wist niet wat hij met zichzelf aan moest.
Zodra het kind was geboren zou Soeraya heel wat uit te leggen hebben aan haar moeder. Ze had gekozen uit het beste van twee kwaden. Maar nu begon ze haar keuze te betwijfelen.

Missende informatie na in medias res

De lezer mist hier informatie. Soeraya zit in de problemen, maar wat zijn die en hoe is dat zo gekomen?
Stel: Imran en Farid zijn tweelingbroers, die Soeraya allebei een warm hart toedragen. Soeraya en Farid kregen een geheime relatie, waar alleen Imran van wist. Soeraya raakte zwanger en Farid sneuvelde enkele weken later in het leger. Imran is daarna halsoverkop met Soerya getrouwd, zodat hij kon doen alsof hij de vader van het kind was. Zo behouden zijn broer en schoonzus een goede naam binnen de familie. Als ooit bekend zou worden dat Soeraya een buitenechtelijk kind had, zou Soeraya uit de familie worden verstoten. De vriendschappelijke band tussen Imran en Soeraya is te sterk voor Imran om met die mogelijkheid te kunnen leven.

Vragen na in medias res

Dit dramatische voorbeeld maakt de voordelen van in medias res duidelijk. Je hebt veel dat je nog kan onthullen (lees: je kan het verhaal nog lang interessant houden). Denk aan:
* Hoe is de relatie tussen Soeraya en de tweelingbroers ontstaan? Als Imran zoveel voor Soraya overheeft, is er vast meer aan de hand. Is hij heimelijk verliefd op haar? Heeft zij ooit zijn leven gered en staat hij bij haar in het krijt?
* Hoe gaan ze de leugen in stand houden in het dagelijks leven? Houden ze dat vol? Wat doet dat met hun vriendschap? Je kan een heel boek bezig zijn om antwoord te geven op die vragen. Laat dat nou net de bedoeling zijn! 😉

Interesseer de lezer meteen

Als je dit verhaal vanaf de aanvang zou beschrijven, begin je waarschijnlijk bij een eerste ontmoeting. Die is doorgaans alledaags of nietszeggend. Als je de lezer alinea’s lang verveelt met een onbenullige bezigheid, zal die snel zijn geduld verliezen en het boek wegleggen. In de eerste pagina’s of zelfs alinea’s is het geduld van de lezer het kortst. Zorg dus dat je de lezer meteen boeiend verhaal kan voorschotelen.

In medias res: in gang zetten van een gevolg

Soeraya in de taxi is spetterende actie. Maar in medias res is niet per se spectaculair. Je hoeft alleen maar in het midden of op het eind te beginnen. Denk aan de structuur van een verhaal: begin-midden-eind. Bij in medias res begin je niet bij het begin. Dat is alles. Maar omdat het centrale conflict pas in het chronologische midden wordt opgelost/ zich aandient, komt de actie daar vóór. Chronologisch gezien kun je geen actie hebben voor de inleiding: er moet eerst iets aan de hand zijn, voordat iets kan veranderen. Het is dus belangrijk dat je bij in medias res ergens een gevolg aan geeft.

Voorwaarden van in medias res

Dylan gluurde vanachter de boom of de buutplaats nog werd bewaakt.
Hoewel niet bloedstollend, is dit nog wel een in medias res:
* het begint in het midden van het verhaal (over een potje verstoppertje);
* het geeft een gevolg aan (Dylan heeft zich verstopt, omdat eerder iemand aftelde);
* het belooft een onthulling (wie het spelletje wint, wie de medespelers zijn).

Geen spetterende actie, wel een mogelijke in medias res.

Valkuilen van in medias res

Word niet meteen te enthousiast en mijd deze valkuilen:
* Je wil het te graag spannend maken, waardoor je alsnog in een infodump verzeilt:
“Denk je echt dat ik haar het huis uit wilde zetten? Ik had geen keus! Anders zou de maffia mijn hele familie vermoorden. Ze weten dat ik hier een miljoen aan contanten heb verstopt en willen me dat maar al te graag afnemen..”
Dit roept vragen op, maar de lezer weet nu ook waarom de maffia je hoofdpersoon op de hielen zit. Als je dat geheim houdt, blijft het spannend en duw je de lezer niet door de strot dat het om een rijke familie gaat. Hier zou je dan een gehaaste vluchtscène kunnen starten.
* Je maakt het uitwerken van je verhaal lastig voor jezelf:
Als je met in medias res begint, moet je op een bepaald moment het begin uitwerken. Het kan lastig zijn om dat logisch in je verhaallijn te verweven. Zeker als je verhaallijn veel plottwists heeft of de relaties tussen personages ingewikkeld zijn, moet je weten waar je aan begint. Bedenk of in medias res wel bij jou en je verhaal past.

Expositie: hoe maak je informatie bekend?

Expositie is de manier waarop je informatie uitlegt of gebeurtenissen onthult aan je lezer. Doe je dat goed, dan loopt je verhaal met een sneltreinvaart. Doe je het fout, dan gaat het faliekant mis.

Kenmerken van een slechte expositie

Als jouw personages alles uit hun wereld verklaren zodat de lezer weet hoe die in elkaar steekt, is er sprake van slechte expositie. Of als hij weet: over drie tellen komt er een onthulling waarvan de uitkomst voorspelbaar en saai gaat zijn. Kortom: slechte expositie is zo’n moment waarop de lezer denkt: moet ik daar nou echt op déze manier achter komen?
Je vindt een roman met een uniek en super interessant onderwerp en verheugt je op een geweldig verhaal. Het enige wat je krijgt is personages in de beloofde wereld die niets anders doen dan zeggen in wat voor wereld ze leven. Wat een domper, waar is het verhaal gebleven?

Iets vertellen of een verhaal lezen?

Let eens op het verschil tussen deze voorbeelden. In het eerste wordt het verhaal voorgekauwd, bij het tweede krijg je als lezer de kans om een verhaal ook echt te beleven.

Ik heb het vermoeden dat er iets mis is met de buurman, ik heb hem al zo lang niet meer gezien,” zei Mariska tegen Annabelle.

Na die laatste groet liep de lijkbleke buurman zijn huis weer in. Een week later hadden de kranten in de brievenbus van de buurman zich opgestapeld en had Mariska hem nog steeds niet gezien.
Wat is spannender? Dat laatste natuurlijk.

Expositie versus infodump

Zie je in het eerste voorbeeld overeenkomsten met een infodump? Slechte expositie en infodump lijken op elkaar, want ze vertellen allebei iets dat onnodige of te veel informatie betreft. Het verschil is dat infodump over feiten van het verhaal gaat en expositie over gebeurtenissen in het verhaal.

Expositie: personage op de preekstoel

Bij slechte expositie vertelt je personage wat er gaande is. Show don’t tell wordt zelden zo letterlijk. Hou eens op met praten, personage! Ik ben hier niet om een preek aan te horen, ik wil een verhaal lezen. Practice what you preach!
Dat praten is niet storend omdat het personage praat, het is vervelend omdat een personage ergens over praat: “Ik las gisteren in de krant over de vliegtuigcrash” versus: Frans zette de televisie en zag een reportage over een vreselijke explosie, die van een vliegtuigcrash afkomstig leek te zijn.

Dit soort preek is de enige die interessant kan zijn. Tenzij je personage een geestelijke is, hoeft hij er dus geen te houden.

Slechte expositie is als je saaiste geschiedenisleraar

Als slechte expositie de boventoon van je boek voert, is het net je saaiste geschiedenisleraar: “Oké. Mensen, Tweede Wereldoorlog. 10 mei 1940. Duitsland valt Nederland binnen. 6 juni 1944, D-day. 5 mei 1945. Nederland wordt bevrijd. 9 augustus 1945. Amerika bombardeert Nagasaki, wat het einde van de oorlog inluidde.” Oké. Zal wel. Als jij het zegt.
‘Als jij het zegt,’ zijn hier de toverwoorden. De geschiedkundige feiten kloppen allemaal. Maar als de leraar zegt het, moet jij het maar geloven. Prikkelt deze informatie je verbeelding? Niet echt. Ik zou er niks van onthouden. Deze informatie is slaapverwekkend droog en laat vragen als deze onbeantwoord:
* Hoe werd Nederland binnengevallen en weer bevrijd?
* Wat hield D-day in?
* Er zijn talloze steden gebombardeerd tijdens de oorlog. Waarom eindigde de oorlog dan met de bom van Nagasaki?

Uit de verhalende hand: de beste geschiedenisleraar

Dan is er de geschiedenisleraar die zijn vak verstaat:
“Stel je voor dat je met een parachute uit een vliegtuig in zee wordt gedropt. Op je rug heb je kilo’s aan wapenuitrusting. Als je op het strand aankomt, vallen je makkers dood naast je neer omdat de vijand de verrassingsaanval heeft opgemerkt. Jij kan ook elk moment sterven. Dat was de realiteit van een geallieerde soldaat tijdens D-Day.”
En deze geschiedenisleraar was er zelf niet eens bij! Zie je wat voor een kans je laat liggen als je een personage over zijn leefwereld laat vertellen als de opdreunende docent? Iemand die erbij is, beleeft de actie uit de eerste hand en dat heeft in een verhaal meerwaarde.

Expositie door voorwerpen

Voorwerpen kunnen zowel een handig als een clichématig middel voor expositie zijn. Houd als vuistregel aan: Hoe meer (emotionele) waarde het voorwerp heeft, hoe dramatischer en geforceerder de expositie overkomt.
Als iemand een trouwring heeft, is diegene bezet. Dat kan een handige, korte omweg zijn om informatie te geven, maar ook aanzet voor enorme drama.
Als Karin haar goede vriend Job tien jaar na de middelbare school terugziet, kan ze denken: Wat leuk, hij is getrouwd en daarna gezellig met haar oude vriend gaan kletsen. Maar ze kan ook diezelfde avond huilend in slaap vallen omdat ze in haar romantische hart nog altijd stiekeme hoop koesterde.

Als het over expositie gaat, heeft ‘waarde van een voorwerp’ vele gezichten: de prijs in euro’s, de emotionele waarde, of het belang van het voorwerp in het verhaal. Ook hier kun je een vuistregel aanhouden: hoe vaker een voorwerp voorkomt in het verhaal, hoe groter zijn waarde is.

Expositietrope: de brief

De brief is een bekende trope van voorwerpexpositie: er wordt een brief overhandigd met de eindresultaten van een forensisch onderzoek. Nu ontmaskert de lezer de moordenaar. Een document met de resultaten van een dna-test zegt dadelijk dat Harold toch niet de vader was.

Tot slot is er nog de verloren gegane liefdesbrief waaruit zal blijken dat Nezire toch voor Hassan had moeten kiezen. Hij is altijd van haar blijven houden! Dat ondertussen allang versleten strikje om die vergeelde brief schreeuwt: ER KOMT EEN ONVERWACHTE ONTHULLING AAN! (Je weet toch wel dat subtiliteit een voorwaarde is voor iets onverwachts, lief strikje?)

Een envelop waar zoveel liefde en aandacht aan is besteed, bevat geen boodschappenlijstje, maar een belangrijke onthulling.

Niet zo onverwacht meer dus… Als het zicht van het voorwerp alleen al denkbeeldig tromgeroffel aanwakkert, doe je iets niet helemaal goed. Tenzij je de trope creatief weet te verbuigen. Het lijkt een liefdesbrief, maar het is een vermomde bombrief!

Expositie herkennen door veel lezen

Zoals zoveel aspecten van het schrijven is expositie een kwestie van oefenen en uitproberen. Maar als je veel leest, zal je makkelijker structuren kunnen ontdekken. Succes!

Schrijven is schrappen

Schrijven is schrappen. Maar wat schrap je dan? Een aantal woorden, dialogen, complete hoofdstukken, of zelfs personages? Schrappen kan soms net zo lastig zijn als schrijven. Maar goed schrappen heeft ironisch genoeg goed schrijven tot gevolg. Je moet namelijk bepaalde schrijftechnieken begrijpen om te weten wat je weg kan laten.

Schrap langdradige teksten

Eindeloos vertellen of omschrijven is onnodig. Langdradige teksten zie je vaak in een infodump of bloemig taalgebruik. Vergelijk: ‘De kamer met donkergekleurde meubels, versleten tapijt, haakleedjes, koekoeksklok, asbak, houtkachel en droogbloemen had een nostalgische sfeer.’ met ‘De kamer deed met zijn houtkachel en haakkleedjes ouderwets aan.’ Omschrijven moet natuurlijk wel, maar je zal ervan schrikken hoeveel pagina’s (!) je in totaal kan besparen door hier en daar omschrijvingen te schrappen.
Als je mijn blogpost over bloemig taalgebruik hebt gelezen, dan weet je dat overdadig beschrijven show don’t tell in de weg staat. Wil je tekst schrappen, kijk dan of je misschien iets minder beschrijvingen kan gebruiken.

Schrappen in dialogen

Een meisje dat verkering vraagt, zegt in het echt iets als: “Ik vroeg me… nou, ik bedoel, uuh ik wilde uuh vragen… man, wat is dit lastig! We kennen, ik uuh, ik vind je uh heel… al… lang aardig en nu wil uuh.. Nou ja… wil je verkering?” Dit leest voor geen meter. Dus dan zou je eerder opschrijven:
“Ik uhh.. we kennen elkaar al zo lang, en.. ik mag je. Wil je verkering?” De aarzeling is nog duidelijk, maar de tekst verzandt niet in eindeloos gebrabbel, terwijl dat in wezen wel realistischer zou zijn.
Ik las laatst een boek waarin een personage een sigaret aanbood. Hij rookte Malboro, zij Camel. “Ik hoop dat u niet vies bent van Malboro.” werd beantwoord met: “Nee, daar ben ik niet vies van, graag zelfs, dank u.” Dat zijn elf woorden. Eentje (“Graag!”) had volstaan. Als de schrijver de beleefde omgangsnorm wilde benadrukken was “Dank u” erachteraan ook genoeg geweest. Dat scheelt nog steeds acht woorden.
Dat hele boek had deze schrijfstijl, dus ik legde het uiteindelijk weg. Ik deed langer over de eerste vijftig bladzijdes van dat boek dan over de eerste 125 van een vlot geschreven boek dat ik later die week las!
In dit voorbeeld komt ook nog iets belangrijks naar voren. De ‘Cameldame’ herhaalt vrijwel letterlijk de vraag van de ‘Malboroman’:
“Bent u vies van Malboro?’
‘Nee, daar ben ik niet vies van…”

Je lezer is niet dom! Ken je die belangrijke regel nog? Lees hem anders hier terug. Als je binnen twaalf woorden er acht vrijwel letterlijk herhaalt, dan voelt de lezer zich als dom bestempeld.

Te veel praten kan overweldigend worden voor je lezer: “Ja, ja, het punt is al duidelijk, hoor!”

Je kan hier aan show don’t tell een andere betekenis geven: Don’t tell: laat je personages niet onnodig praten. Als we praten tellen we onze seconden en woorden niet. Het boeit niemand of een bedankje één of drie woorden of seconden lang is. Maar dat is het ‘m net: je praat niet, je schrijft.

Wat is belangrijk bij schrijven en schrappen?

Het antwoord zit al in de vraag. Schrijf wat belangrijk is en schrap het andere. Ga ervan uit dat je eerder te weinig schrapt dan te veel. Je begint sowieso met veel tekst, dus dan kun je er ook (veel) uit verwijderen.
Als je bovenstaande stappen volgt, kom je al ver. (Tel voor de grap eens hoeveel woorden je zo schrapt uit vijf pagina’s tekst. Waarschijnlijk meer dan duizend!)

Schrijf op wat je zeker niet wil vergeten, als je de schrapmodus ingaat.

Wees niet bang om te schrappen. Je merkt het als je te veel hebt weggelaten. Je bent schrijver, dus voel je aan of weet je wat nog leesbaar is en wat niet. Als je ingekorte tekst niet meer fijn leest, kun je het altijd weer aanvullen. Bewaar eventuele persoonlijke pareltjes in je opschrijfboekje zodat je die niet definitief kwijt bent en je ze ergens anders in je verhaal kunt schrijven.

Schrappen en je personagebiografie

Een personagebiografie is meestal uitgebreid, omdat je er een schat aan informatie over je personages in kwijt moet. Bepaalde dingen moet je uitwerken, omdat je lezer anders geen beeld van je personage geeft en het verhaal onstabiel wordt. Maar waak ervoor dat je teveel uit die biografie met de lezer deelt. Infodumps liggen dan op de loer. Een infodump 2.0, zou je zelfs kunnen zeggen. In een personagebiografie schrijf je ook dingen op die jij als schrijver moet weten, maar die de magie van het verhaal voor de lezer onnodig kunnen verpesten.
Stel dat je schrijft over een loodgieter met een heldhaftig karakter. Hij is tot zijn beroepskeuze gekomen vanwege de doodgewone reden dat zijn vader ook loodgieter was. Maar als je dat gegeven openlaat en het heldhaftige karakter van de man alle aandacht geeft, kan het zijn dat je lezer denkt dat hij loodgieter wilde worden om verloren trouwringen uit de leiding te halen. Het kan in je voordeel werken om bepaalde informatie achter te houden.  

Infodump 2.0 in de praktijk

J.K. Rowling geeft al jaren veel informatie prijs uit de Harry Potter-serie die de boeken of films niet haalden, van details tot hele pagina’s uit personagebiografieën. De meningen daarover zijn zeer verdeeld. Vaak zeggen minder toegewijde fans dat al die aanvullende informatie het grote plaatje verpest: “We waren verliefd op de serie vanwege de toverkunst en de universele verhaalthema’s. Niet omdat we wilden weten of een onbelangrijk personage later ging trouwen.”
Daar zit een wijze les in: Als Rowling die details wel zo massaal had gedeeld in de boeken, had ze misschien nooit fans gehad. Die krijg je niet met een infodumphel. Rowling komt er enigszins mee weg omdat ze al een gigantische schare fans heeft, die niet genoeg van Harry Potter kunnen krijgen. Letterlijk niet.
Dus deel niet te veel personage-informatie. Behalve als je miljoenen fans over de hele wereld hebt, dan mag het misschien. Maar waarom heb je de schrijftips op mijn blog dan nog nodig? 😉

Show don’t tell: hoe maak je een verhaal levendig?

Show don´t tell vormt de basis van goed schrijven. Als je een verhaal levendig wil maken, kom je vrijwel altijd op deze techniek uit. Stel je verhaal voor als een reis die je met je lezers maakt en waarbij jij de reisgids bent.
Dat ga ik meteen in praktijk brengen. Ik vertel over een dagtrip in Japan. Ik ga op stap met een ‘tell’-gids en een ‘show’-gids.

Show versus tell

Gerard, de ‘tell’-reisgids
“Welkom bij Fushimi Inari Taisha, Tripadvisors nummer één toeristische plaats van Japan. Dat maakt het sowieso de moeite om te bezoeken, nietwaar? Het is een schoolvoorbeeld van het oude Japan en is al meer dan 1100 jaar oud. We lopen dadelijk een aantal kilometer lang onder honderden oranje poorten door, helemaal tot aan de top van de berg. Maar je zal er geen spijt van krijgen, want het pad is heerlijk rustig.”

Hiro, de ‘show’- reisgids
“Welkom bij Fushimi Inari Taisha. Deze route bestaat uit oranje poorten die je misschien al vaker hebt gezien in Japan, maar nergens zijn er zoveel bij elkaar als hier. Als ik onder de poorten loop, voel ik altijd een heerlijk warme sluimering in mijn buik. Er hangt ook een sfeer die me prettige kriebels geeft. Ik denk daardoor dat de eeuwenoude geesten van mijn voorouders in de nabijheid van de poorten schuilen. We gaan twee uur wandelen, maar het gefluit van de vogels in de omringende bossen die we gaan doorkruisen en het geluid van het kabbelende water in de beekjes maken dat vast goed.”

We zijn het er vast over eens dat Hiro de betere gids is. Hoe komt dat?

‘Tell’: de schrijftechniek die je laat lezen

Gerard dreunt zijn feiten zo droog op dat hij net zo goed een papieren versie van een Lonely Planet had kunnen zijn. Dat wakkert geen interesse voor Japan aan. Zou jij na Gerards plaatje overtuigd zijn om deze trekpleister te bezoeken? Tripadvisor zegt wel dat dit een geweldige plaats is, maar waarom dan? Bouwwerken óuder dan elfhonderd jaar zijn wereldwijd gezien niet uniek. Gerard zegt dat het geweldig is, maar je moet hem maar op zijn woord geloven. Fijn voor Gerard en zijn oude Japan, maar jij gaat geen achtduizend kilometer vliegen voor een stel feitjes van Wikipedia. Gerard leest eigenlijk alleen een reisgids voor.

Gerard zit dit.

‘Show’: de schrijftechniek die je laat beleven

Hiro daarentegen kauwt niets voor. Hij laat je ervaren en merken waarom deze plaats al eeuwenlang mensen blijft aantrekken: mensen voelen zich rustig en soms ook beschermd door hun voorouders. Hiro vertelt wat hij met zijn zintuigen ervaart, dus hoeft hij niet letterlijk te zeggen: “Ik voel me rustig en het is stil”. Als hij zegt dat hij een prettige sluimering in zijn buik heeft, de vogels hoort fluiten en de beekjes ziet kabbelen, snap je wat hij bedoelt.

Hiro ziet dit.

Door te laten zien of ervaren in plaats van te vertellen (show don’t tell) wordt Hiro’s verhaal veel levendiger. Je ziet dingen voor je en je wordt ook daadwerkelijk mee op reis genomen. Dat is beter dan een Lonely Planetreisgids die uit het papier opstijgt om zichzelf voor te lezen.

‘Show don’t tell’ vergeleken

Laten we de praatjes van beide heren tegenover elkaar zetten. Wat maakt het verhaal interessanter en levendiger en waaraan zie je dat?
* Het is de moeite hier te komen. — Nergens in Japan zijn er zoveel opeenvolgende poorten als hier.
* Dit is het oude Japan. — Ik voel de aanwezigheid van mijn voorouders.
* Het is heerlijk rustig. — Ik hoor vogels fluiten en beekjes kabbelen.

Ik gebruik het voorbeeld ‘Nummer 1 op Tripadvisor’ om het verschil verder uit te leggen.

Waarom gebruik je ‘show don’t tell´?

Je moet je afvragen hoe die bezienswaardigheid die eerste plaats op Tripadvisor gehaald heeft. Het antwoord is: omdat je daar bepaalde dingen kunt ervaren en voelen. Als ik je zou uitnodigen voor een reis naar Japan, ga je dan mee als ik vraag: “Ga je mee naar de best bezochte plek in Japan?” Of zou je eerder meegaan als ik zou beschrijven wat daar te beleven valt, zoals Hiro dat deed?
Als een bezienswaardigheid bovenaan de landelijke lijst van Tripadvisor staat, zal het de moeite zeker waard zijn om te bezoeken. Maar: ‘Het staat er, dus dat is zo,’ is een verkeerd uitgangspunt. Stel dat je geen flauw idee hebt of Fushimi Inari Taisha een tempel, pretpark, natuurgebied, restaurant, entertainmentwijk of wat dan ook is. Wil je het dan nog steeds per se bezoeken, ook al staat het dan bovenaan de lijst van Tripadvisor? Waarschijnlijk niet. Stel dat je alleen geïnteresseerd bent in het hightech Japan. Dan sta je daar straks bij die oeroude poorten tussen de toeristen geperst…

Hebben de gebruikers van Tripadvisor dit gelezen toen ze stemden over de mooiste bezienswaardigheid van Japan…
..of hebben ze dit beleefd?

Denk aan reisverhalen uit het echte leven. Dat verhaal over die waterval wordt spectaculair omdat je vriend hem heeft zien spetteren en horen bulderen, niet omdat die waterval toevallig hoog was.

Een reisgids moet mensen dingen laten zien en ervaren (show) niet alleen vertellen (tell). Een papieren reisgids is honderden keren goedkoper dan een verre reis. Als je tijdens je reis dan alleen maar dingen te horen krijgt die je ook had kunnen lezen… Neem je lezers als schrijver daadwerkelijk mee op reis, in plaats van alleen je Lonely planet op te dreunen.

Show don’t tell op zinsniveau

Dit zijn een aantal voorbeelden van show don’t tell op zinsniveau.

  • * “Ik heb honger,” wordt: “Mijn maag knort.”
    * “Zij is verdrietig,” wordt: “De tranen stromen over haar wangen.”
    * ‘”Ik schrok,” wordt : “Ik schoot overeind met bonzend hart.”
    * “Het stormt,” wordt “De wind giert en de takken kraken.”

Vuistregels voor show don’t tell

Show don’t tell vergt oefening. Je zal uiteindelijk leren hoe een show echt goed tot zijn recht komt. Hier zijn een aantal vuistregels om je op weg te helpen.

* Beschrijf hoe emoties zich laten zien en gebruik zintuiglijke waarnemingen in plaats van simpelweg te zeggen wat er aan de hand is;
* Zorg ervoor dat de lezer zelf dingen kan opmerken, zodat hij geen kant en klare toelichting meer nodig heeft; *Beschrijf wat er gebeurt, schrijf niet dat er iets gebeurt.