Zo schrijf je een heldenreis voor een naïef personage

Een personage dat naïef is, ziet niets gebeuren, niet aankomen en heeft dus ook meer moeite zich aan te passen aan de heldenreis. Er zijn meerdere manieren waarom je personage zich een bepaalde naïviteit veroorlooft, maar daar moet je als schrijver omheen zien te werken. We gaan in deze blogpost kijken hoe je dat kan doen.

Een proces als conflict: casus Phileine het personageprinsesje

Deze blogpost borduurt voort op het principe van het personageprinsesje, waar ook het voorwerk is gedaan dat we voor deze casus nodig hebben. Onze heldin heet Phileine. Een casus als de hare heeft niet zozeer een conflict waarbij het doel is dat de personages groeien, met een bepaalde uitkomst tot gevolg. Het gaat er meer om dat je als lezer kan observeren hoe zij met de veranderingen omgaan. Meer dan gewoonlijk staat de lezer aan de zijlijn om te kijken hoe iets zich ontvouwt. Dat is in een verhaal met een drie- aktenstructuur ook zo, maar dan kan je als het ware turven waar het personages in de heldenreis is. Heb je een personage zo naïef als Phileine, dan kan je haar de hoofdpersoon maken, maar het verhaal zelf laten gaan over de sociale verandering waar ze later de gevolgen van ondervindt. Bijna alsof ze een figurant is in het verhaal van een groter geheel. Dat is de enige manier waarop je de mate van naïviteit van personages als Phileine kan doorbreken.

Opzet voor de casus Phileine

Terug naar Phileine: ze heeft te veel in haar rijkeluibubbel geleefd om op te merken dat steeds meer mensen niet genoeg geld meer hadden voor de basisbehoeften als onderdak en eten. In die tijd was ze te veel bezig met meer status vergaren, dure spullen kopen en op liefdadigheidsbijeenkomsten haar eigen ego te strelen dat ze voor de minderbedeelden op te komen, terwijl ze erachteraan denkt: dat gebeurt mij dus nóóit. Ze heeft een te groot ego gekregen.

En dan is er het moment waarop iedereen weet hoeveel geld ze heeft en hoe wenig ze echt heeft gedaan om anderen te helpen. In een neergestorte economie is de belangrijkste valuta ineens mededogen en oprechte vrienden. ‘Geld koopt je toch niets meer, gezelschap houd je overeind’ is het credo van deze ‘nieuwe wereld’.
En omdat Phileine alleen voor de show liefdadig is geweest en haar vrienden in hetzelfde schuitje zitten, is ze nergens meer. Hoe heeft dit zover kunnen komen? Phileine vraagt zich dit door haar naïviteit af, de lezer ziet dit wel degelijk aankomen. En zo krijg je dat voor elkaar.

Scheurtjes in de bubbel

Phileine leeft in een bubbel waar een bepaalde persoonlijke waarheid geldt. Maar dat geldt ook voor de mensen die nu op Phileine af komen. Daar zou je dus kunnen spreken van twee verschillende realiteiten. Wat werkt in de ene realiteit, werkt in de andere niet. Maar als Phileine vanwege haar bubbel geen aanpassingsvermogen heeft, gaat ze daar de gevolgen van ondervinden. Dat is de spanningsboog. Hoe Phileine op gaat merken dat ze dingen niet snapt, gemist heeft, en zich niet aan kan passen.

Stel dat ze potentiële problemen altijd heeft weggelachen door te zeggen: zó erg is het nou ook weer niet. Maar nu valt dat helemaal verkeerd: ‘Hoe weet jij dat nou, als je altijd in een ivoren toren hebt gewoond?’ ‘Jawel, ik heb al dagen geen eten kunnen kopen!’ Dan gaat Phileine zich daar kapot van schrikken.
Maar de lezer is daarover eerder geïnformeerd toen Phileine nog een luxe leven leidde. Tijdens een liefdadigheidsevenement dat geld inzamelde voor een schoolreisje naar het pretpark, sprak ze een ouder die blij was: ‘normaalgesproken kunnen we alleen naar de gratis kinderboerderij’. Phileinde glimlacht en zegt dat ze blij was om te kunnen helpen. Maar tegelijkertijd dacht ze ook: zó erg is het nu ook weer niet: deze vrouw is niet dakloos, dus die problemen stellen niet zoveel voor.

Anders gezegd: de lezer heeft informatie gekregen, waar Phileine die niet ziet, omdat ze vastzit in een bepaalde persceptie. Als je op die manier meedere keren scheurtjes in de aankomende bubbel aan de lezer kan laten zien, voorkom je ermee dat je een deus ex machina schrijft en wordt het personage door het plot meegenomen, waar het recht van de sterkste geldt. Phileine beweegt zich door deze veranderingen op basis van actie-reactie. Daar zal ze niet per se van groeien, maar het houdt het verhaal wel gaande.

Om ervoor te zorgen dat de lezer op het punt van de ‘ommeslag’ Phileines gedrag kan begrijpen, moet je erop letten dat:

  • je voldoende van dit soort voorbeelden hebt gegeven: het is het principe van zaaien en oogsten. Ga je te snel over naar het punt van ommeslag, dan volgt de lezer het ook niet meer.
  • je het verhaalthema in deze fase van zaaien en oogsten ook meeneemt. Als de lezer de ‘buitenwereld’ niet ziet omdat Phileine daar nooit komt, helpt het om de lezer thematisch voor te bereiden op wat nog gaat komen zodra Phileine bevriest.
  • probeer te voorkomen dat Phileine dezelfde spreekwoordelijke teen meerdere keren stoot. Je kan haar dan beter in verwarring achterlaten. Wil je haar toch hardleers maken, dan is het verstandig om koppigheid of trots een karaktertrek van haar te maken.
  • Maak gebruik van alles wat Pheiline in haar oude wereldje heeft gered. Trek alle tactieken, karakertrekken en middelen uit de kast om vervolgens te laten zien dat ze niet werken.

Op dit punt wordt Phileinde waarschijnlijk door wanhoop gedreven. Als je haar nog steeds niet wil laten groeien of leren, dan ga je nu over op haar gedachten en gevoelens. Als handelen, niets meer uithaalt voor een personage dat niet kan of wil groeien, dan eindigt het verhaal vaak met de manier waarop het personage gevangen zit in het eigen hoofd of de manier van denken. Dan gun je de lezer nog een blik in iemands hoofd om te laten zien hoe het letterlijke en figuurlijke verhaal eindigt zodra je niet naar veranderende omstandigheden kan handelen. Dat kan je ook een moraal maken.

Foto door Uday Mittal verkrengen via Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk ik mijn webshop voor mijn schrijfcoachdiensten.

Het taboe van een trauma bij creatief schrijven

Veel mensen schrijven over een trauma. Als onderdeel van een autobiografie, of omdat een fictief personage omwille van de setting of het plot iets heftigs meemaakt. Trauma’s zijn er in allerlei soorten en maten, maar een ding hebben ze gemeen. Er rust een taboe op. Soms omdat het slachtoffer er niet over durft te praten, soms omdat de samenleving dat niet durft te doen of wil doen. Als je het waarom in kaart brengt aan de tekentafel, kan je plot, spanningsboog en de geloofwaardigheid van de beleving van het slachtoffer dat goed doen. Daar kijken we in deze blogpost naar.

Wat doet een trauma met een personage?

Wat een trauma met levende mensen doet, is erg verschillend. Maar wat trauma met personages doet, is vrij universeel. Narratief gezien zorgt het ervoor dat het personage door diens eerdere belevingen vast komt te zitten. Lees: het blijft vastzitten op een bepaald punt in de drieaktenstructuur van diens leven. Het durft bijvoorbeeld de comfortzone niet meer uit, kan een obstakel niet meer overwinnen, of heeft geen kracht meer om op te komen dagen voor een clue. Dat komt met een uitdaging voor het verhaal als geheel, want een verhaal moet altijd doorgaan. Niet per se met een sneltreinvaart, maar er moet altijd wel iets gebeuren. Echt stilstaan bij het ‘zware moment’ kan doorgaans alleen in de crisis. Dat betekent dat je moet bedenken waarom een personage zo vast kán zitten in een trauma. Dan kan je als een god van het verhaal de omstandigheden zo te buigen dat er weer wat beweegruimte in het leven van het personage komt.

Taboe en schaamte in een creatief verhaal

Een taboe, waarover dan ook, kan bestaan omdat er schaamte bij komt kijken. We praten ergens niet over, omdat het schaamte oproept. Wil je over een taboe schrijven of dat doorbreken, dan moet je weten waarom wij als maatschappij of je persona(ge) daar liever niet over praten. Dat moet je aan de tekentafel duidelijk hebben, omdat het effect heeft op andere belangrijke zaken. Denk bijvoorbeeld aan de personagebiografie. Een trauma vormt de manier waarop je persona(ge) naar de wereld kijkt. Maar vaak is een trauma ook een vorm van de grootste angst: “als er iets is wat ik nooit meer mee wil maken…” En de grootste angst houdt een verhaal aan de gang.

Wat maakt een taboe?

Of het nu persoonlijk of maatschappelijk bepaald is, er zijn een aantal dingen die ervoor zorgen dat iets taboe kan worden. Kijk eens naar deze tabel voor wat voorbeelden hoe je diverse taboes kan interpreteren. Deze lijst is natuurlijk niet uitputtend en de invulling ervan kan ook per persona(ge) of sociaalculturele setting verschillen.

Taboepersoonlijk beleving van het taboemaatschappelijk oordeel dat het taboe maaktBijbehorende schaamteTaboe kan verdwijnen wanneer
Verslaving Ik heb te veel pijn die ik niet aankan of onder ogen durf te zien‘val ons niet lastig met je problemen!
‘Slappeling’
Ik ben nutteloos voor de maatschappijde juiste hulp wordt geboden
Seks Ik ben niet goed genoeg in bed, volgens de checklist voor goede intimiteit uit een damesbladIntimiteit is persoonlijkIk ben niet aantrekkelijk genoegseks niet overgeromantiseerd wordt en de bijbehorende kwetsbaarheid meer wordt besproken
Schulden Ik heb niks, anderen hebben alles‘Je moet werken voor je geld, doe je dat soms niet?’
‘Je moet niet op grote voet leven!’
Ik kan het ideale ‘huisje boompje beestje’- plaatje (financieel) niet bijbenen. Ik ben mislukt. anders naar het begrip geld wordt gekeken, zowel door personage als maatschappij. Het personage zal praktische hulp nodig hebben, de maatschappij een andere blik op schuldproblematiek of de begrippen rijkdom en bezit *
ziekten (erfelijk, fysiek, mentaal…)Ik heb hinder en pijn die mensen zonder deze ziekte niet begrijpenZiekte confronteert met de eigen sterfelijkheid of (mogelijke) zwaktes. Niet iedereen kan ‘rauw luisteren‘.Ik ben anderen tot lastvoorlichting over een specifieke ziekte wordt gegeven, mensen meer moed hebben om ongemakkelijke emoties onder ogen te zien.

Creatief schrijven over een taboe

Als je personage een trauma heeft dat een volledige greep op het leven heeft, kijk dan als eerst naar de persoonlijke beleving van het personage over het bijbehorende taboe en welke emotie daarbij komt kijken. Vervolgens bedenk je waarom je persona(ge) zelf niet om hulp vraagt, of over het trauma vertelt. Het kan zijn dat het bang is voor het maatschappelijk oordeel, maar het kan ook zijn dat de schaamte zó groot is dat je held nog niet eens denkt aan wat anderen over hem of haar wordt gedacht. Als dat zo is, dan is dat een aanwijzing dat je centraal conflict vooral moet gaan over het overwinnen van die specifieke schaamte.

Houdt niet zozeer de persoonlijke schaamte, maar het maatschappelijke oordeel het taboe in stand, dan kijk je naar het onderliggende probleem waar de maatschappij mee worstelt. Dan is het trauma nog steeds onderdeel van de persoonlijke beleving van je personage en dus ook van de heldenreis. Maar dan komt het nog beter tot zijn recht als je van het maatschappelijke probleem een verhaalthema maakt. Van een individueel personage kan je nog aanwijzen met wat voor specifieke problemen die rondloopt. Dat is niet mogelijk voor een complete groep met allerlei verschillende soorten levens, meningen en achtergronden. Een verhaalthema biedt dan de ruimte om een enkel gegeven wat breder te trekken, zonder dat het rommelig wordt.

Over welk trauma of taboe je ook schrijft, en hoe je persona(ge) dat ook beleeft, let er in ieder geval op dat je goed in kaart brengt hoeveel ruimte – in woordenaantaal en in plotpunten- het trauma in mag nemen. Een trauma bespreken of een taboe proberen te breken kan overdramatisch worden als je er te veel aandacht aan geeft of als een gefoceerde tranentrekker overkomen als je het onterecht als een subplot behandeld, niet goed uitwerkt of er onvoldoende onderzoek naar doet. Onthoud dat een verhaal geen spannend taboe of trauma hoeft te hebben: alledaagse verhalen kunnen ook erg interessant zijn om te lezen als je weet hoe je dat moet doen.

* Stichting SchuldHulpMaatje helpt mensen in de schulden zitten om er weer uit te komen door een persoonlijk plan van aanpak te maken en een luisterend oor te bieden. Ik interviewde voor de stichting hulpvragers, hulpverleners en mensen uit het lokale bestuur.
Uit al die verhalen weet ik dat schulden veel meer voorkomen dan de meeste mensen denken en ook dat het iedereen kan overkomen, ongeacht je huidige financiële situatie of inkomen. Maar vooral: dat je je niet hoeft te schamen voor schuldproblematiek. Heb je hulp nodig bij schulden? Kijk dan of SchuldHulpMaatje bij jou in de gemeente actief is. De hulp van SchuldHulpMaatje is professioneel, oordeelvrij, persoonlijk en gratis.

Wil je jouw persoonlijke verhaal delen? Mijn cursus autobiografie schrijven kan je helpen je verhaal op papier te zetten, met de structuur en technieken die ook worden gebruikt bij het schrijven van een roman.

Foto door Sydney Latham on Unsplash.

Dit is de kracht van framen bij creatief schrijven- inleiding

Er zijn meerdere manieren om met perspectieven te spelen in een boek. Je kan verschillende personages aan het woord laten, maar als je de kracht van taal goed in kan zetten, is framing ook een manier om verschillende kanten van een verhaal te laten zien. En het werkt zeker ook om de spanningsboog te verhogen. Thrillerschrijvers: opgelet! Dit is een goede schrijftechniek voorplottwists en rode haringen. Volgende week gaan we echt oefenen, deze week zorg ik ervoor dat je begrijpt wat framen is en hoe je dat als creatief schrijven in het algemeen gebruikt.

Wat is framing en hoe zie je dat in een tekst?

Framing betekent dat je iets vertelt door de informatie op een specifieke manier op te schrijven. Daardoor verandert de manier waarop de lezer deze informatie opslaat. De informatie die je geeft is onvolledig, of benadrukt juist een bepaald deel van die informatie veel meer dan een ander deel.

Stel dat je schrijft over het principe van therapeutisch schrijven: ‘iets van je af schrijven om iets te verwerken.’Je kan schrijven dat het effect is dat je dingen uit je hoofd daarmee op een overzichtelijk rijtje te krijgen. Dat is een neutrale manier van opschrijven. Nu gaan we het wat meer framen.

De psycholoog die er is om jou te helpen iets te verwerken zal zeggen dat framen goed voor je is om zo dingen te verwerken.
Iemand die je verhaal kent en er graag een commercieel own voice verhaal in ziet, zou kunnen zeggen:
Therapeutisch schrijven is een goede eerste stap naar de verwerking van je trauma, maar het kan helpen om het later ook met anderen te delen.

De psycholoog framet hier door het woord ‘goed’ te gebruiken. Het is niet langer neutraal. De louche boekenscout gebruikt het woord ‘kan’ om ernaar te hinten dat je later óók nog een ander boek moet schrijven. Of zelfs niet zozeer therapeutisch, maar autobiografisch gaat schrijven. Technisch gezien staat er dat je het kán doen, niet dat je het moét doen. Maar toch kan het aanvoelen alsof je dat volgens deze boekscout moet doen.
Dat is het framen: door een stukje informatie op een bepaalde manier aan te passen of te gebruiken, stuur je de lezer een bepaalde richting in als het gaat om wat die van die informatie moet vinden of denken. En, niet onbelangrijk: terwijl het lijkt alsof de informatie nog steeds neutraal is. Hoewel framing zeker een techniek kan zijn om desinformatie te verspreiden, kan het ook onbedoeld voorkomen, zoals je kan zien hij het voorbeeld van de psycholoog. Soms zit het al in een enkel woordje zitten.

Kan je wel neutraal schrijven als creatief schrijver?

Als je bovenstaande uitleg leest, kan het lijken alsof je niet meer neutraal kan schrijven als creatief schrijven. En dat is ook zo. Je hebt in fictie te maken met personages die hun eigen doelen enwaarheid hebben, waardoor je bepaalde dingen doen of laten. Je zou kunnen stellen dat ze te maken hebben met hun eigen framing. Als zij gezonde voeding en sporten hoog in het vaandel hebben staan, zullen ze zich niet positief opstellen tegenover snacks: “Ze zijn slecht voor je.” Alleen dat al zou je als framing kunnen zien. Want betekent slecht dat je metéén gezondsheidsproblemen krijgt als je een keer twee kroketten eet? Misschien is: “dat is ongezond” neutraler om te schrijven. Maar als je iedere zin zo benadert, krijg je een Chekov’s gun waarmee je jezelf nog eens mee neer gaat schieten. En je personages worden er volledig steriel van. Het zijn niet eens personges meer met wat voor karakter dan ook: ze lezen daadwerkelijk als een encyclopedie.

Het verhaalthema en het plot: daarom moét je framen

Hoewel het dus niet mogelijk is om helemaal neutraal te schrijven in een boek, is dat de bedoeling ook niet. Je wil met je verhaal – plot, personages, thema en moralen- ook altijd iets vertellen. En dan ontkom je er niet aan dat je gaat framen om de ‘neutrale’ informatie aan te bieden op een manier die vertaalt naar een van die elementen.
Het principe werkt ongeveer hetzelfde als de afweging die je maakt bij de keuze tussen symboliek en plot. Laten we de casus uit die post ook als voorbeeld nemen.

Deze zwangere vrouw wordt door de vader van haar kind slecht behandeld. Ze wil dus van hem af. Maar voor het lukt, is er nog een periode van daten. Als de man eropuit is om de vrouw te verleiden, maar niet echt verliefd is, krijg je een heel ander beeld bij die date dan de vrouw die nog altijd hoteldebotel is. Bovendien is er nog je gekozen thema van persoonlijke groei en giftigre behandeling. Zo kan dan een en hetzelfde gegeven anders worden geschreven omwille van een thema, personageperspectief of plotverloop, symboliek.

neutrale zin thematischplotverloop 1plotverloop 2zwangere vrouwverkeerde verleidersymboliek
Ze dronken zwarte koffie. De koffie had een bittere nasmaak.De date duurde lang, omdat de koffie te heet was om meteen te kunnen drinken. De koffie smaakte haar extra goed, omdat ze onder de indruk was van zijn kennis van koffie. De simpele zwarte koffie leek een verwennerij voor me, net zoals ik me speciaal voelde door de manier waarop hij naar me keek. De koffie was veel te heet. Ik wilde het liefst zo snel mogelijk weg, nadat ik haar al om mijn vinger gewonden leek te hebben.De hete koffie was een voorbode van de eerste nacht vol lust die ze samen zouden delen.

Zie je hoe de koffie altijd zwart blijft, maar er per situatie al dan niet genoemd wordt hoe heet die is? Of dat die anders smaakt afhankelijk van wie hem proeft en onder welke omstandigheden? Dat is de kracht van framen in creatief schrijven. Door iets wat in wezen neutraal is om te toveren in iets wat bij je personage, plot of symboliek past, kan je het gebruiken om in een andere setting de spanning te verhogen, zonder er complete hoofdstukken aan te wijden.

Heb je hulp nodig bij het redigeren van je manuscript? Kijk dan eens in mijn webshop.

Foto door Jaredd Craig verkregen via Unsplash.

Je personage als emotionele gids in je verhaal

Als een scène op wat voor manier dan ook heel intens wordt, kan het verstandig zijn om je personage in te zetten om de lezer wat meer bij de hand te nemen en zo als emotionele gids te dienen. Bij emotioneel heftige scènes zit je lezer op het puntje van de stoel en wordt die helemaal in het verhaal gezogen. Die kunnen net zo intenstief overkomen als de meest knallende actiescènes. Als je lezer door de ogen van je personage naar het ontluikende verhaal kan kijken, wordt het eenvoudiger om de intensiteit van heftigere scènes te behappen.

Wat zijn heftige scènes in een verhaal?

Heftige scènes zijn in wezen delen van het verhaal waarin er van alles gebeurt. Dat kan betekenen dat er veel dingen in een keer samenkomen. Of dat wat er gebeurt emotioneel veel van de lezer of de personages vraagt. Het is belangrijk om dat niet te verwarren met spektakel. Laat me dat voor dit artikel definieren:

Een mate van drama of actie die op papier vrijwel automatisch empathie op hoort te roepen, maar dat niet per se doet

Denk aan dingen als:

  • Iemand raakt zwaargewond als er auto’s op elkaar botsen
  • Twee weken na de bruiloft krijgt de moeder van de bruidegom een terminale ziekte
  • Een overstroming maakt tientallen mensen plotseling dakloos

Natuurlijk is dat vreselijk voor de betrokkenen, maar als je de personages niet genoeg kent of de ellende niet genoeg aandacht geeft in de uitwerking van je scènes, kan je als schrijver te hysterisch overkomen. Een soortgelijk effect zie je bij het cliché doodzieke kind.

Heftige scènes hebben genoeg aan het feit dat er iets aan de hand is dat het personage of het plot een flinke (emotionele) lading geeft. En dat kán een auto-ongeluk of een dodelijke diagnose betreffen. Maar een heftige scène wordt niet aangevuld met nog een andere heftige gebeurtenis omwille van de drama. Bovendien wordt er in de scène ook de nodige aandacht besteed aan hoe het personage met deze gebeurtenis omgaat, op een tempo dat de lezer kan bijhouden en ook daarmee met de personages mee kan voelen.

Hoewel deze vergelijking redelijk zwartwit is, kan je het verschil als volgt zien: in een spectaluaire scène lees je in 600 woorden over een auto-ongeluk, de verwonding en de bijbehorende diagonose die erop volgt dat het leven nooit meer hetzelfde wordt, terwijl de familie daarbij in fiks gehuil uitbarst.
Een heftige scène schrijft over datzelfde auto ongeluk, maar concentreert zich op de pijn en de verwarring die de gewonde voelt, en de enkele voorbijganger die de ambulance belt. De gewonde krijgt kriebels bij het zien van de schok op het gezicht van deze behulpzame voorbijganger, terwijl de pijn maar niet stopt.

Anders gezegd: de heftige scene neemt de tijd om empathie op te roepen, een spectaculaire scène rekent zich wat empathie betreft te vroeg rijk.

Emotionele last delen met het personage

Een scène in een verhaal wordt heftig wanner de emotionele beveling voor een personage en lezer intens is. Dat kan je bereiken met verschillende schrijftechnieken. Denk aan sfeeromschrijvers, of show don’t speak, maar ook aan goede dialogen, of goed gebruikte symboliek of thematiek. Wat je methode ook is, als je het goed doet, komt daar het moment dat je lezer de emoties echt gaat voelen. En dat kan beklemmend zijn. Zodanig zelfs, dat het overweldigend wordt. Dan is de lezer zó met het ‘Jeetje,-dit-voelt-heftig’- gevoel aan het stoeien, dat het handig kan zijn om je personage iets soortgelijks te laten voelen of observeren. Dan krijg je als het ware het effect van ‘gedeelde smart is halve smart’.
Stel dat je personage door een omgeving loopt waar het dood en verderf is. Nadat je die gruwelen dan (gedetailleerd) hebt beschreven, kan het personage bibberen, zweten, overgeven of huilen van angst.

Het effect van het personage als emotionele gids

Een personsage kan even bij een gevoel stilstaan, maar moet meestal wel verder met de heldenreis. Het plot moet dus verder. Met uitzondering van de crisis sta je idealiter dus niet altijd te lang stil bij de emoties die komen bovendrijven in een heftige scène. Dat kan je soms vrij letterlijk zien. Je kan het ook in je voordeel gebruiken. Omdat je personage niet uit diens papieren wereld kan ontsnappen, moet die daarin ook doorgaan.
Je personage is niet zomaar op de plaats van dood en verderf. Het zoekt naar een vriend, hopend dat die nog leeft. Of naar een handelaar op de zwarte markt die misschien nog eten op voorraad heeft. Als je je personage op die manier doende houdt, zorg je ervoor dat je lezer het grotere plaatje van de scène of zelfs het plot niet verliest.

Houd je je personage bezig, dan komt alles op een mooie manier samen. De omgeving, de emotie, het plot en de beleving daarvan. Sta je alleen stil bij wat er wordt gevoeld of opgemerkt, dan kan het voor de lezen aanvoelen alsof je de scène schrijft voor het choquerende effect. Daarbij loop je ook het risico dat het verhaal van de scène verloren gaat in de sfeer of het gevoel dat je op probeert te roepen.

Hoe schrijf je een personage als emotionele gids?

Het is niet al te moeilijk om een personage de emotionele gids te maken. Hoe spectualair het ook klinkt, zo moet je het niet schrijven. Het is eerder subtiel dan opvallend. Een personage als emotionele gids observeert, voelt, trekt zekere conclusies en gaat dan verder. Dat kan zoals in het eerste voorbeeld iets fyieks zijn, zoals doorlopen, verder gaan met zoeken of iemand opbellen. Of het denkt al vooruit wat het betekent om zich in deze situatie te bevinden en hoe vandaaruit verder te plannen of te handelen. Denk dan aan iets als: als ik in een steegje ben waar zakkenrollers kunnen zijn, dan moet ik zodra ik hier weg ben, een tas kopen waar mijn beurs veiliger in weg te stoppen is, want ik moet straks door dezelfde steeg weer terug. Maak het dus niet groter dan nodig is.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk in mijn webshop voor mijn redactiediensten.

Foto door Daniil Silantev, verkregen via Unsplash.



Hoe schrijf je een scène waarin sfeer voorop staat?

Een scène moet alltijd verandering brengen en in beweging zijn. Omdat scènes de aaneenrijgende elementen zijn die een verhaal tot een geheel maken, is dat niet zo gek. Een verhaal is geen vaststaand feit, het gaat alsmaar verder, van het begin tot aan het einde. Maar hoe zit het dan met een scène waar een sfeer voorop staat? Een moment waarop lezer of personage om zich heen mag kijken om de situatie voor zichzelf te schetsen? Laten we eens kijken waarom een goede sfeeromschrijving in een boek zo ontzettend krachtig kan zijn.

Waarom zijn sfeeromschrijvingen nodig in een boek?

Sfeeromschrijvingen maken het decor van je scène. In plaats van dat je personage in een geluidsdichte witte ruimte staat, zijn er bloeiende bloemen om van te genieten tijdens een mooie lentedag, helpt de regen om te klagen dat alles altijd tegenzit en zal je ietwat verlegen personage op een ontspannen feestje alsnog makkelijk contact leggen met anderen. Als je niet voldoende woorden aan je sfeeromschrijving besteedt, zijn je plot en personages misschien wel interessant, maar zal je lezer zich er alsnog weinig voor interesseren omdat het alsnog erg droog overkomt.
Alsof je een lekker gerecht hebt dat zodanig weinig is gekruid dat het alsnog erg flauw en daardoor nog steeds niet echt goed smaakt.

Sfeeromschrijvers zijn snel vertragend voor een scène

Een goede scène is in wezen altijd in beweging. Omdat het een verhaal in het klein is, gebeurt er altijd iets noemenswaardigs in. Of je nu een personage beter leert kennen, of er een plotpunt in gang wordt gezet, de scène moet de lezer iets nieuws vertellen. En daarom kan het lijken alsof sfeeromschrijvers als decorstuk van een verhaal niet teveel ruimte in een scène mogen innemen, of zelfs een hele scène kunnen dragen. En dat is zeker waar: een sfeeromschrijving loopt een groot risico om te eindigen als een stuk tekst met bloemig taalgebruik. Als er een huwelijksaanzoek wordt gedaan, kan je wel eindeloos schrijven hoe mooi het zonlicht op het water van het prachtige vijvertje valt en hoe de hemel roze kleurt terwijl hij met bibberende knieeën controleert of de ring nog veilig in zijn zak zit terwijl er een schattig vogeltje… Dat effect: de romance, hét moment van het aanzoek zelf, wordt dan helemaal ondergesneeuwd.

Van sfeeromschrijvers naar sfeerbelevers

Wil je een scène schrijven waarin de sfeer toch op de voorgrond komt, om de omgeving of de emotie helemaal in te laten werken op de lezer of het personage, dan is het de truc om de details die je meeneemt niet te zien als sfeeromschrijvers, maar als sfeerbelevers. Dan gaat het niet meer zozeer om hoe alles eruit ziet, maar hoe het personage die zaken beleeft. En als verlengde daarvan: hoe het personage daardoor een verandering doormaakt als het gaat om gemoedstoestand, levensinzicht, of een besef van het verschil tussen willen en nodig hebben. In dat opzicht zijn scènes waarin de sfeer voorop staat uitstekend voor aha-momentjes voor een personage.

Zie sfeeromschrijvers als een foto, waarop je de dingen die het decor maken aan kan wijzen. ‘Wat dit huwelijksaanzoek het perfecte decor gaf, was de treurwilg in de hoek lijnksonder en de gouden rand van de zonsondergang die je rechtsboven in de foto ziet.’ Sfeerbelevers zijn de gedachten die door het hoofd van je personage gaan, hoe het lichaam trilt, hoe de laatste zonnestraal de warmte geeft die ervoor zorgt dat de zenuwen wat minder worden. Alles wat optelt tot het moment, maar wat niet zozeer aanwijsbaar is. Dit kan je relatief klein houden en bij het personage houden.
Maar je kan het ook vanuit een groter perspectief bekijken.

Om het huwelijksaanzoek als voorbeeld te houden: loop als een figurant door de ‘filmset’ van dit huwelijksaanzoek. Wat zie, hoor, voel of ruik of merk je als relatieve buitenstaander van de actie van dit moment? Let wel: als figurant op afstand speel je niet in het verhaal mee. Je observeert slechts wat dit decor ideaal maakt voor wat er gaande is.
Een zacht briesje door het gras, een fijn tintelende verwachting… Dadelijk wordt er ‘ja’ gezegd, op een zachte, persoonlijke manier. Deze aanstaande bruid gaat niet de hele buurt bij elkaar schreeuwen.
Zorg ervoor dat je lezer het gevoel krijgt óók op die filmset te willen rondlopen om datzelfde gevoel ook mee te maken. Ga er niet van uit dat dat gebeurt, maar streef er eerder naar dat je die ingrediënten daarvoor aan de lezer geeft. Dit is ook het moment waar subtiele symboliek goed tot zijn recht komt. Je geeft een sfeerbeleving de meeste ruimte als je beschrijvende taal gebruikt die ondergeschikt is aan de algemene beleving. Zo voorkom je bloemig taalgebruik.

Kijk maar eens naar het cliché dat de een in de mooie ogen van een ander verdrinkt. Dan werkt het veel beeldender om te zeggen hoe fijn het moment is om bij de ander te zijn, en je geliefd en veilig te voelen dan wanneer je twintig verschillende woorden voor ‘schitteren’, ‘hemels’ probeert in je tekst te passen of maar blijft bedenken welke van de vier tinten groen die je kent het meest mooi lijken voor dit moment van Cupido’s voltreffer.

Wat maakt het moment?

Om een sfeeromschrijving te transformeren naar een sfeerbeleving , ga je dus vooral uit van wat het moment tot het moment maakt wat je wil schetsen. En daar heb je soms meer dan een paar tientallen woorden voor nodig. Net zoals er momenten in het leven zijn die ook langer lijken te duren mag je daar in je boek ook de tijd voor nemen. Als de sfeerbeleving het ‘verhaal van de scène’ wordt, laat dat verhaal dan zijn dat een bepaalde gemoedstoestand, een bepaalde sfeer of een bepaalde ingeving het startpunt wordt voor de volgende scène. Zo wordt een scene niet alleen meer een beeldvorming van een specifiek moment, maar de aanzet van iets wat de rest van je boek nog bij kan blijven.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Mark Harpur verkregen via Unsplash

Zo maak je een cliché origineel: omdat de schrijver het zegt

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en je zelfs nog de goede weg in te slaan als het die kant op gaat. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: omdat de schrijver het zegt. 

Het cliché

Of het nu een koppeltje is dat met elkaar moet eindigen, of de lezer medelijden zou moeten hebben met een ziek personage, of het landschap prachtig moet vinden: zodra de schrijver iets vindt, moet de lezer het met de schrijver eens zijn. Zelfs als daar helemaal geen inleiding, reden of tekst en uitleg aan te pas komt. 

Waarom stoort dit cliché zo?

Een verhaal heeft in meer of mindere mate altijd een oorzaak en gevolg. Personages worden vrienden omdat ze samen een avontuur zijn aangegaan, een verhaal is spannend omdat er iets op het spel staat, of een landschap is mooi omdat de sfeeromschrijving goed is neergepend. 

Zonder serieuze inspanning van de schrijver wordt een verhaal alleen maar dertien in een dozijn, hoe spectaculair of uniek je verhaal in theorie ook is. ‘Omdat ik het als schrijver zeg’ is een uitgangspunt dat nooit werkt. Net als een kleuter dat vaak doet, zou de lezer zich altijd moeten afvragen: ‘waarom?’

De oorzaak van het cliché: slechte of startende schrijver

Een schrijver die denkt een lezer zomaar mee te krijgen, is slecht bezig. Waarom een schrijver dat denkt, dan verschillende oorzaken hebben:

  • De schrijver heeft een te groot ego of te weinig zelfreflectie
  • De schrijver is te lui
  • De schrijver heeft nog te weinig uitgewerkt aan de tekentafel. De schrijver weet: mijn romantische verhaal speelt zich af in de renaissance. Meer nog niet. Dus ook niet wie de Romeo en Julia zijn en wat de aantrekkingskrachttussen hen gaat vormen. 

Het cliché fiksen: er werk van maken 

Een schrijver met een te groot ego denkt dat die per definitie perfect schrijft, wat de uitwerking alleen maar slechter maakt. Als je te snel denkt dat je goed schrijft, schrijf je vaak volgens het ‘omdat ik het zeg’-principe. Feedback verwerken vind je dan vaak ook irritant, terwijl dat essentieel is om jezelf als schrijver te ontwikkelen. 

Een zekere mate van arrogantie is ook bij de luie schrijver het grootste probleem. Er worden duizenden boeken per jaar geschreven. Dan is het nogal een aanname dat lezers jouw boek als vanzelf leuk vinden alleen omdat je een keer schrijft dat het triest is dat bij tante Bep een ernstige ziekte is geconstateerd. En dat nog voordat de lezer weet wie Bep is of van wie ze überhaupt de tante is. 

Een schrijver aan de tekentafel is nog met die vragen bezig en loopt de kantjes er niet van af, maar heeft juist zin in dit ‘kennismakingsproces’ met het eigen verhaal. Dat voorkomt vrijwel altijd ‘omdat ik het zeg’ in de uitwerkingsfase.

Of je verhaal maar 300 woorden is, of een hele boekenreeks van honderdduizenden woorden omvat, als schrijver moet je weten waarom je verhaal uniek is. En hoe je dat bewerkstelligt. 

Tips voor het verminderen van het cliché

  • Ben je geen arrogante of luie schrijver, maar gewoon nog bezig aan de tekentafel? Enkele vragen om jezelf te stellen: 
  • Bij onderlinge relaties tussen personages: heb je een aanwijsbare reden waarom zij elkaar liefhebben, hekelen of raar vinden?
  • Bij sfeeromschrijvingen: heb je zintuigrijk schrijven al onder de knie?
  • Wat betreft het plot: Heb je duidelijke clues? Gebeurt er genoeg ‘tussendoor’ om van een vroege oorzaak een later gevolg te maken? 
  • Bij worldbuilding: zijn je wetten logisch en niet via infodump bekendgemaakt? 
  • Weet je hoe je dialogen kan schrijven zonder een ‘As you know Bob?
  • Ken je de intrinsieke motivatie van de personages waarover je schrijft? 

Hiermee zou je al een heel eind moeten komen. Succes! 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Sivani Bandaru verkregen via Unsplash.

Zo schrijf je een boek met een gebalanceerd woordenaantal

Het woordenaantal van een boek is een belangrijkere houvast dan je misschien zou denken. Het kan je behoeden voor allerlei valkuilen van creatief schrijven en als je weet hoe je de houvasten moet lezen, kan je je hele boek en schrijftechniek er inhoudelijk mee verbeteren.

Wat is een goed woordenaantal voor een boek?

In absolute aantallen geldt het volgende voor diverse soorten boeken:

* 20.000 tot 55.000 woorden voor een kinderboek.
* 70.000 tot 80.000 woorden is klein maar fijn voor een roman.
* 80.000 tot 100.000 woorden voor een gemiddelde roman.
* meer dan 100.000 is veel voor een roman, maar normaal voor een genre waar worldbuilding noodzakelijk is, zoals bij fantasy en science fiction.

Maar het draait er tijdens het schrijven vooral om dat je weet hoe je een woordenaantal kan inzetten of moet bewaken. Daarvoor moet je weten hoe een redacteur naar een verhaal kijkt en wat een lezer wil beleven. Die combinatie levert een verhaal op waar iedereen van gaat smullen.

Een redacteur wil een ‘nuttige’ tekst

Denk als schrijver tijdens aan de tekentafel al aan de slush pile. Niet alleen omdat je die straks moet overleven als je naar een uitgever stapt, maar ook omdat je in je eerste 1500-2000 woorden ook een vlotte introductie wil hebben om je verhaal mee te starten dat zaaien en oogsten belooft. Schrijf dus:

  • liever een situatieschets dan een personageschets
  • geen routineschets, maar een eerste aanzet voor latere actie
  • liever over een mogelijk ‘waarom?’ of ‘hoe?’ dan een feitelijk ‘wat?’
  • meteen wat er op het spel staat, expliciet of tussen de regels door.

Kortom: mik op liefde op het eerste gezicht, niet op lust op het eerste gezicht.

Doe je het bovenstaande allemaal goed, dan is een redacteur daar erg blij mee. Die kijkt namelijk niet naar een tekst zoals een lezer dat doet. Om het heerlijk duidelijke cliché van de ridder en de draak maar weer eens te gebruiken: zo kijkt een lezer en een redacteur naar dat verhaal..

Dit schrijf je dit vind de lezer leuk hier let een redacteur opdit interesseert een redacteur
de boerenknecht gaat in riddertrainingals hij knap, klungelig of grappig is.of duidelijk is of wordt waarom juist deze knul in training gaat. Wat maakt hem in het grote geheel van het verhaal daar geschikt voor?of de training laat zien wat het groeiproces gaat worden
Vrouwe Catharina kijkt geïnteresseerd toe als hier een koppel van komt.of vrouwe Catharina geen sexy lamp is.waarom vrouwe Catharina, en niet vrouwe Agatha?
Help, drakenvuur!als Ridder stoer isof Ridder zijn getrainde technieken toepast. waarom dit gevecht ondanks de training nog steeds een uitdaging is voor Ridder
Nog een draak!als er Ridder het gevecht even dreigt te verliezenwaarom het mogelijk is dat Ridder dit gevecht inderdaad kan verliezenwaarom deze draak überhaupt nog tevoorschijn komt
Ridder wordt als held onthaaldals Ridder wordt beloondof zijn heldenreis een logisch geheel vormt. of je wrap-up en einde een passende conclusie vormen.

Kortom: zorg dat je schrijft voor verdieping (van de personagebiografie, bijvoorbeeld) of antwoord kan geven op de vraag: komt dit later ergens terug op een manier die zich vertaalt naar een element in de drie-aktenstructuur of een subplot? Lees: is het belangrijk voor het verháál, of werk je alleen naar een oneliner of geforceerd moraal toe?

Zo kan je een woordenaantal in een boek afkaderen

Als je naar je verhaal kijkt zoals een redacteur dat doet, heeft dat een aantal positieve effecten voor je woordenaantal. Dat komt omdat je bij het toepassen van dezelfde blik, bijna als vanzelf gaat merken dat iets héél lang in woorden, scènes of hoofdstukken voortsleept. En als alles even belangrijk is (lees: het woordenaantal past in verhouding bij dat wat je wil zeggen), heeft dat een aantal bijkomende pluspunten:

  • Je verspilt in dialogen geen honderden woorden aan koetjes en kalfjes.
  • Die dialogen hebben het nodige conflict.
  • Als je weet wat het nut of doel van een scene is, weet je ook of deze scène naar verhouding wat langer mag zijn in je verhaal.
  • Wat je kort en krachtig schrijft, komt ook echt binnen
  • Je weet wanneer sfeeromschrijving eerder 100 dan 25 woorden nodig heeft, of juist andersom. Anders gezegd: je weet hoe je effectief een toon kan zetten.

Een redacteur kijkt bijna, soms zelfs helemaal volledig naar de tekst volgens de methode van Chekhov’s gun. Die kan voor een schrijver heel erg vermoeiend zijn om continu aan te houden. Dat hoeft ook niet, want dat kan de schrijversflow verstoren. Maar als je tijdens het schrijven of bij een eerste revisieronde merkt dat je bij de eerste van je twintig hoofdstukken al op 8000 woorden zit, kan het handig zijn om toch op deze manier naar je tekst proberen te kijken. Al is het maar omdat zeker het begin en de comfortzone naar verhouding rapper moeten worden afgewerkt.
Spijker desnoods je kennis bij van de losse elementen van de drie-aktenstructuur om zo wat meer fingerspitzengefühl te krijgen bij waar je kort en krachtig moet zijn en waar je juist langer bij zaken stil mag staan, ook wat betreft woordenaantal.

Blijf schrijven voor de lezer

Uiteraard moet je ook nog schrijven op zo’n manier dat het verhaal voor de lezer aantrekkelijk blijft. Een redacteur pakt een verhaal in verhouding veel te systematisch aan, waar een lezer een boek eerder gevoelsmatig beoordeeld. Daarover hoef je niet te veel na te denken. Dat is schrijven zoals je het intuïtief aan zou pakken. Daarvoor stel je jezelf vragen als:
is het verhaal nog spannend? Is er een reden om voor de personages te juichen? Een beetje zoals de lijst met vragen voor proeflezers. Maak je wat dat betreft niet te druk om het woordenaantal. Je kan later nog woorden verwijderen of toevoegen als het nodig is.

Negen van de tien keer is een ongebalanceerd woordenaantal de oorzaak van een mindere beheersing van bepaalde schrijftechnieken, of onbegrip van een goede verhaalstructuur. Maak je wat woordenaantal betreft dus niet te druk om wat de lezer daar inhoudelijk van gaat merken.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Aedrian Salazar, verkregen via Unsplash.

Zo schrijf je een personage dat je nare kriebels geeft

Personages zijn interessant als ze op de oppervlakte heel leuk en lief lijken, er toch iets achter zit waar je die kriebels van krijgt. En waar je je als lezer en schrijver dan af kan vragen hoe zo’n personage toch die ergernis veroorzaakt.

Schrijven over personages die je nare kriebels geven

Personages waar je de kriebels van krijgt, zonder dat je eerlijk kan zeggen waarom, zonder zelf arrogant of aanstellerig te lijken noem ik  kriebelpersonage. Bedoeld of onbedoeld spelen deze personages slachtoffer, willen ze macht, of hebben ze een persoonlijke geschiedenis of karaktertrekken die haast griezelig is. Ze geven je erg onbehaaglijke kriebels, zowel als schrijver als lezer.
Neem een moeder die denkt dat ze een goede moeder is, maar ondertussen haar kind zodanig klein houdt, in het gareel wil houden en vertroeteld dat het verstikkend is voor het kind. Je kan niet zeggen dat het oneerlijk is van deze moeder dat ze haar tienerzoon lieve briefjes in de lunchtrommel toestopt, maar als Moeder dat doet om maar niet onder ogen te zien dat zoonlief in de puberteit raakt en zo wil voorkomen dat hij haar van zich losmaakt en geïnteresseerd raakt in meisjes, is dat iets heel anders.

Een goed voorbeeld van een kriebelpersonage is de fotoboekenvrouw van Brigitte Kaandorp. Je kan niet zeggen dat het fout is van een moeder om haar kinderen fotoboeken te willen geven, maar als het echt zo’n mens is als Brigitte schetst, dan is het wel iemand waar van alles mis mee is.  

Wat moet er een ongemakkelijk gevoel geven?

De fotoboekenvrouw van Brigitte heeft van alles verkeerd gedaan. Aandacht getrokken, zich opgedrongen, de wensen van de kinderen jarenlang genegeerd… Kijk eerst eens wat voor iemand ‘zo’n mens’ precies is. Het is een verschil of je aandacht trekt, of jezelf op de eerste plaats zet. Dat kan hetzelfde lijken, maar wees alert: dat kan een nuanceverschil zijn dat een enorm verschil kan maken, zoals de near enemies bij emoties.
Op zo’n zelfde manier moet je ook duidelijk krijgen waar jij precies de lezer of andere personages ongemakkelijk mee wil laten voelen. Haalt de moeder altijd alle aandacht naar zich toe, dan kan het kind later uit zijn op wraak, verstikt ze het kind in haar liefde, dan kan dat misschien wel alle contact willen verbreken. Kortom: het kan een heel verschil maken voor je verhaalthema.

Naar de tekentafel

Als je duidelijk hebt wat voor ergernis dit personage precies op moet roepen, kan je het verder gaan ontwerpen. Een paar uitgangspunten die je daarbij aan kan houden zijn:

Wat doet het personage fout?Op het moment dat je denkt alleen maar lief, aardig en attent bent, maar mensen je alsnog irritant vinden, dan gaat er iets fout. Probeer zo goed mogelijk in kaart te brengen wat je personage precies fout doet. Is het uit op aandacht, of juist op controle? Is een bepaald kind het slachtoffer of juist iedereen die te goedhartig is om iets slechts achter anderen te zoeken?

Meestal schrijf je geen personage dat met opzet deze mensen ergert of pijn doet. Schrijf daarom op wat die blinde vlek veroorzaakt waardoor je personage denkt dat het foute juist het goede is om te doen.

Waarom verandert het personage niet?

Deze zin alleen al is interessant bij het ontwikkelen van het personage; dit antwoord is ook de comfortzone. Het kan een combinatie zijn van een blinde vlek en het verlaten van de comfortzone. Dan kan je gaan kijken wat er nog moet gebeuren voordat de eerste stapjes richting het verlaten van de comfortzone worden gezet, hoe de blinde vlek in een klap kan worden weggehaald. Daar kan je dan het verdere plot mee aanvullen.

De blinde vlek en de comfortzone zijn  nog vrij onschuldig: dit personage weet niet beter en bedoelt het goed. Maar het kan nog wat erger: dit personage heeft echt slechte bedoelingen, of op zijn minst weet van het ongemak van anderen die het veroorzaakt, maar weigert daar iets aan te doen. Dan draagt het een masker of een schild.

Hoe belangrijk is het masker of het schild?Een personage draagt een masker als het bang is door de mand te vallen als anderen diens ware aard zien: ik ben niet zo’n goede moeder als ik aan de buitenkant lijk. Hier is het personage zich bewust van.
Een schild is als er iets voorgevallen, zoals een trauma of wanneer het personage weigert om aan zelfreflectie te doen en zo niet meer vatbaar is wat anderen van je denken. Je personage doet dan alles om maar niet onder ogen te zien dat er iets moet gebeuren. Dit gaat zo ver dat je personage zich er niet meer bewust van is.

Probeer vast te stellen wat de schilden en maskers van je personage zijn en in hoeverre die het dagelijks leven van je kriebelpersonage hebben overgenomen.

Wil je het schild of het masker afnemen?

Als er sprake is van een masker of een schild, vraag jezelf dan af of je deze afpakt van je kriebelpersonage of niet. Het levert twee heel andere verhalen op. Bij het een ontdek je grofweg hoe mensen nog met begrip naar elkaar toe kunnen groeien als verdedigingsmechanismen worden afgenomen. Bij het andere laat je zien hoezeer diezelfde middelen ervoor kunnen zorgen dat mensen compleet uit elkaar groeien, of kunnen uitgroeien van kriebelpersonages tot echt verdorven slechteriken.

Pas op voor de valse held

Een kriebelpersonage is er een die makkelijk kan uitgroeien tot een valse held. Wees erop alert dat die het plot op slot zetten. Je personage mag gerust irritant of zeurderig zijn. Maar dat zijn eigenschappen die een plot heel snel op slot kunnen zetten. Een plot is in een verhaal bijna  synoniem voor beweging. Iemand die alle aandacht op zichzelf vestigt om de nadruk te leggen op hoe alles zo zwaar is, niet beweegt, of alle schuld bij anderen legt en het principe van ‘het verlaten van de comfortzone ontwijken’ bijna tot een kunst verheft, kan je hele verhaal uit balans brengen en verstoren.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Anastasiya D, verkregen viaUnsplash.

Zo laat je een schurk opbloeien in zijn slechtheid

Het is een ding om slechte dingen te willen of om een slecht karakter te hebben. Een schurk in een verhaal heeft ook de mogelijkheid om het slechte naar boven te laten komen. Om dat extra angstaanjagend te manaar ken, kan je kijken naar de wereld en omgeving waarin je verhaal zich afspeelt om zo alles nog spannender en erger te maken.

Wat maakt je schurk slecht?

Begin met vaststellen wat je schurk vooral slecht maakt. Kijk daarvoor vooral naar de persoonlijke eigenschappen, niet zozeer wat het ‘einddoel’ is wat daarmee behaald moet worden. Denk aan: iemand wil ultieme macht. Dan is de kans groot dat die persoon zichzelf heel belangrijk vindt, of een grote controledwang heeft.
En iemand die anderen oplicht is niet eerlijk. Bedenk dan eens waarom, of wat die misschien te verbergen heeft?

Kijk dus niet zozeer naar ‘wereldoverheersing’ als je wil vertalen naar wat je schurk slecht maakt, maar naar ‘woedeaanvallen wanneer iets niet naar de zin gebeurt.’

Hoe zit de wereld in elkaar waar je slechterik in leeft?

Je slechterik wordt een stuk enger als die in meer of mindere mate zijn gang kan gaan. Je kan dat aanpakken door iedereen doodsbang te maken voor de gevolgen als je deze heerser tegenspreekt. Maar het wordt spannender als de schurk niet tegengesproken wordt omdat die zich kan verstoppen achter ‘zo werkt het nu eenmaal in de wereld.’ En dat niemand daar vraagtekens bij zet. Of zelfs verwacht dat iemand zich zo gedraagt binnen een bepaalde hiërarchie of situatie.

Denk aan de middeleeuwen waarin een koning de absolute macht heeft en de troon van vader op zoon doorgaat. Als de koning een goede man is, maar de kroonprins een ware tiran, wat doe je daar als boerenkinkel dan tegen?
Of juist andersom: als de middeleeuwse koning zijn volk al zeven generaties lang onderdrukt, dan zal de zevende of achtste generatie denken dat dat gewoon is zoals het is. Het systeem, koninklijke genen, wat de oorzaak ook mag zijn: het valt te verwachten en daarom wordt er niets meer van gezegd, durft niemand zich ertegen uit te spreken of komt het gewoon niet meer in mensen op om in opstand te komen.

Zoek naar symbolische of thematische overeenkomsten

Als je weet wat je schurk slecht maakt en in wat voor een wereld deze de ruimte krijgt om de gruweldaden uit te voeren, kijk dan hoe je dit thematisch of symbolisch kan aanvullen en combineren. Anders gezegd: maak deze wereld groter.
Geen enkele wereld of maatschappij kan functioneren als er een koning de absolute macht heeft, zonder dat deze koning enigszins weet wat hij wil, tot zijn beschikking heeft aan militaire troepen of hoeveel geld er in de schatkist zit, of desnoods nog bij de bevolking te stelen valt.
Hoe immoreel ook, deze slechte koning moet iets van een plan of doel hebben. ‘Konings wil is wet’ is voor de uitwerking van een verhaal meestal te oppervlakkig.

Kijk daarvoor goed naar je plot en de personagebiografie. Daar zal je de nodige zaken vinden die als vanzelf op elkaar aansluiten. Je begint aan de tekentafel vast niet met een verhaal dat zowel over een bloeddorstig heerser gaat als over een stel kikkertjes dat een vreedzaam leven tussen het riet leidt.

Probeer daarvoor de volgende tabel zo goed mogelijk aan te houden en in te vullen: karakter- wereld- gevolg. ‘Karakter’ mag je op dit punt wat breder interpreteren en vervangen door ‘symboliek’ ‘thema’ ‘of plan’, net wat past.

Kijk eens naar een aantal voorbeelden:

Karakter wereld gevolg
hebzuchtWall streetkeihard zakendoen is normaal
symbolisch: iedereen leeft in de digitale wereld in plaats van de offline wereld en heeft daardoor de waarde van persoonlijke vriendschap uit het oog verloren. iedereen is eenzaam en zoekt heil in allerlei vormen van (digitale) afleiding. je schurk kan zich voordoen als de ‘echte’vriend die iedereen mist en zo iedereen voor het karretje spannen.
thematisch: je held is een tuinier die ergens vruchtbaarheid aan geeft. Schurk is juist een verwoester“Ieder voor zich.”Je schurk zet de tuinier en soortgelijke personages neer als een egoïst, zodat een vicieuze cirkel ontstaat en niemand elkaar nog helpt of vertrouwt, in het voordeel van de slechterik.

Woordenweb als controle of aanvulling

Je kan deze tabel zo ver uitbreiden als je wil. Wat ook kan helpen is op een soortgelijke manier een woordenweb te maken. Kijk eens waar je op uit komt met het ‘karakter’ als uitgangspunt. Is dat hebzucht, dan is de kans groot dat ‘geld’ ook in dat web staat. Kijk dan eens wat voor invloed geld kan hebben in de wereld. Goedschiks, kwaadschiks, of hoe het belastingsysteem van je wereld in elkaar zit.
Misschien is je held wel iemand die onderzoek doet naar grootschalige fraude en is je schurk iemand die dat kan tegenhouden, omdat die een invloedrijke baan heeft bij een grote bank. Maak deze woordenwebben niet te groot. Maak in plaats daarvan liever een paar hele beperkte en kijk welke van de woord er per woordenweb uitspringt. Daarmee kan je ook weer een nieuw thema, symboliek of aanknopingspunt vinden.

Laat je verhaal ook opbloeien

Een schurk die met deze opzet helemaal tot bloei komt, is een uitstekend uitgangspunt om je verhaal een interessant moraal of kijkje in de keuken van een bepaalde (historische) wereld mee te geven. Omdat deze slechterik zowel een speler in als een decorstuk van deze wereld is, wordt die niet zo snel een moraalridder die het lezerspubliek dat het vertelt dat het slecht is om naar macht, hebzucht of… te streven. Een situatie die zichzelf laat zien brengt een boodschap veel makkelijker over dan wanneer je door een overdaad aan conflicten iets koste wat kost duidelijk probeert te maken. Doe er je voordeel mee dat deze schurk die in zijn wereld past zonder veel extra moeite te doen, al laat zien hoe duister de situatie is. Maak het extra eng door te benadrukken hoe weinig ervoor nodig is om iets de verkeerde kant op te laten slaan, of hoe makkelijk enge systemen standhouden.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Daniel Sealey verkregen via Unsplash.

Doel van een scène: verandering brengen

Een scène is een verhaal in het klein en kan een paar doelen hebben. De twee belangrijkste zijn: informatie geven en verandering in het verrhaal brengen. In deze blogpost kijken we naar hoe een scène verandering in het verhaal brengt om ervoor te zorgen dat er vaart in het algeme plot blijft.

Wat betekent verandering in het verhaal?

Wat betekent het precies als je zegt dat het verhaal verandering nodig heeft? Op grote schaal betekent dat iets als een held die moet groeien, of relaties die moeten veranderen, omwille van een plot dat interessant blijft en niet bij hetzelfde blijft. Anders heb je geen verhaal, maar een gegeven. In plaats van ‘De ridder gaat de draak verslaan’ blijft het dan bij ‘het dorpje huivert bij de constante dreiging van de draak.’
Omdat een scène een verhaal in het klein is, moet die er dus ook voor zorgen dat er iets lopend blijft. Maar omdat je het grote plaatje van het verhaal niet in een scène kan proppen, werkt dat net iets anders. In het geval van een scène betekent het dat je moet voorkomen dat opeenvolgende scènes aanvoelen als een opeenvolgend rijtje van en toen en toen en toen. En daarvoor kan je je jezelf je vragen stellen:
Wat?
Waarom?
Wanneer?

Wat en waarom in een scène

De vragen ‘Wat is er aan de hand?’ en ‘Waarom gebeurt dit?’ zijn twee belangrijke vragen om een verhaal interessant te houden. Die zorgen samen voor een pageturnereffect. Houd het ‘Wat’ zo concreet mogelijk om te voorkomen dat je binnen een scène allerlei kanten op gaat. Een scène heeft soms wel wat grotere bedoelingen, zoals een puzzelstukje van een plottwist geven, maar hij is te klein om zich bezig te houden met alle plotlijnen die in je verhaal spelen.
Je kan wel een verhaalthema (symbolisch) wat meer uitdiepen bij deze vraag.

‘Waarom gebeurt dit?’ -of, als er iets aan vooraf gaat: waarom is dit gebeurd?- is een vraag die zowel op de kleinere schaal van de scène als op de grotere schaal van het plot kan worden gesteld. Waarom hebben deze personages dit gesprek? Waarom is er iemand vermoord en waarom wordt er nú een scène besteed door de schrijver aan het bespreken ervan? Of, vanuit het andere perspectief: waarom worden de personges ertoe gedreven om die moord nu te bespreken? Antwoorden op die vragen kan je vervolgens weer gebruiken om de vraag te beantwoorden die je helpt om ervoor te zorgen dat je scène de nodige verandering met zich meebrengt: Wanneer?

Wanneer heeft iets een Gevolg voor een verhaal?

Een scène kan soms een verandering teweeg brengen, maar kan alsnog stokken als die verandering te weinig voorstelt. Ahmed stootte zijn teen, dus was hij die dag chagrijnig en had hij een slechte dag op school. Waardoor het avondeten een gespannen sfeer met zich meebrengt en zijn ouders de dag erna hopen dat het beter gaat en…
Je scène kan hier dienen om te weer te geven dat Ahmed snel op zijn teentjes is getrapt. Maar in dit geval neem je dat voorbeeld wel heel letterlijk. Gaat het later in het verhaal belangrijk zijn dat Ahmed een keer een teen gestoten heeft? Waarschijnlijk blijft dat een detail.
Als je wil dat een scène verandering in het verhaal brengt, kijk dan verder dan de oppervlakkige actie-reactie.
Stel jezelf na de waaromvraag voor een scène ook de vraag wanneer dit element terugkomt en een Gevolg met een hoofdletter heeft. Je voorkomt ermee dat je scènes die op de tekentafel belangrijk lijken alsnog afdwalen naar een focus op onbelangrijke details.

Soms is er wel een belangrijk detail dat grote veranderingen en gevolgen heeft, dat binnen die scène duidelijk moet worden. Ook dan is ‘wanneer?’ een handige vraag.
Dus het is belangrijk dat Ahmed zijn teen stoot, omdat dat een butterflyeffect krijgt?
Vraag jezelf dan af wanneer dat detail in de scène plaatsvindt en hoe je dat met de juiste sfeeromschrijving voldoende aandacht geeft. Vervolgens kijk je naar wanneer (en hoe) je dat detail in andere (eerdere) scènes terug laat komen. Hier moet je dus paradoxaal genoeg uitzoomen naar je verhaal als geheel om op een meerdere keren op een detail te kunnen inzoomen. Want het leest geforceerd als Achmed zijn teen stoot als hij op een bootje dobbert en de sfeer helemaal ontspannen is. Dan kan je hem beter ongemakkelijk met voeten laten bewegen onder tafel tijdens een vergadering waar hij zich niet op zijn gemak voelt.
Wanneer past dit detail en wanneer gaat dit optellen tot een verandering (later) in het verhaal?

Een goede scene is een belofte van verandering

Soms is je scène zodanig gericht op informeren of sfeeromschrijving in het algemeen dat er niet iets concreets in het plot gebeurt dat het verhaal verandert op het pageturnerniveau van het ‘wat en waarom?’ dat de lezer op het puntje van de stoel houdt. In dat geval moet je ervoor zorgen dat je scène een verandering belooft. Dit is de subtiele verwijzing tussen de regels door dat niet alles bij het oude blijft. Als de vuurspuwende draak het dorp bedreigt, dan moet er wel een ridder komen om iedereen te redden, wil je een lopend verhaal hebben en houden. En als er net een strijd is gewonnen, dan móet er een nieuwe leider worden gekozen.

Dit zijn vaak specifieke momenten in het plot: op het punt dat de comfortzone verlaten moet worden, of dat de crisis in aantocht is. De momenten waarop het erop of eronder is voor je personages. Die voelen dan de zwaarte van wat gaande is of komen gaat. Gebruik dan hun beleving om verandering in het plot te beloven.
Je kan dan misschien niet gaan hinten wat er gaat gebeuren: dat kan op zulke momenten te veel verklappen of geforceerd overkomen. Maar als je de lezer laat zien hoe je personages bibberen, of staan te trappelen om datgene wat gaat komen, houd je de spanningsboog vast en beloof je de lezer ook dat het verhaal niet stil blijft staan. Ook al heb je dat in deze scène even moeten doen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Brandi Redd verkregen via Unsplash