Schrijfoefening: was het maar een droom?

‘Het was maar een droom’. Het is zowel een cliché als een einde dat je hele verhaal teniet kan doen. Want als het maar een droom was, waarom moest de lezer dan alle moeite doen om tijd en emoties in je boek te investeren? Je kan dat einde dus beter mijden. Maar als schrijfoefing kan je dit uitgangspunt gebruiken om je verhaal op de tekentafel een goede basis te geven.

Het was maar een droom… Dus het lezen niet waard

Laten we eerst eens kijken naar dit cliché en wat het zo cliche maakt. Er is een opbouw van een compleet verhaal, en uiteindelijk wordt het afgekapt. Net voor een spannend moment, waar het personage wakker schrikt. Dat werkt een anticlimax in de hand. Maar ook als je personage het hele verhaal in diens droom doorlopen heeft, blijft er met ‘het was maar een droom’ een gevoel van onbehagen achter bij de lezer.

Bij het lezen van een boek neemt de lezer als symboliek van een droom of nachtmerrie aan dat daarin precies en alleen maar gebeurt wat het personage hoopt of vreest. Maak je van alles dus een droom, dan kan dat voor de lezer aanvoelen dat de held van het verhaal ook de God is van diens verhaal en dat het dus alles zelf mocht bepalen. Zoveel macht mag je een personage niet geven. Een schrijver is de God van de papieren wereld van een personage en zelfs die heeft zich aan bepaalde regels te houden. De het-was-maar-een-droom, is daardoor dus niet genuanceerd genoeg. Het is niet af. Of zo voelt het. Voor de lezer als het om het personage gaat (Wat doet de held met diens leven nu die alles maar gedroomd heeft?) en voor de schrijver als het om het schrijfwerk gaat: hoe eindig ik een verhaal met opgedane kennis die in zekere zin niet echt is opgedaan, slechts vanaf een soort afstandje bekeken? – De droom-persona van de held heeft obstakels overwonnen, dus de held zelf deed dat niet.

Verder kijken dan dromen

Met een gedroomd plot zijn een paar van de belangrijkste zaken al uitgewerkt: de grootste angst en de grootste droom van je personage. Alleen moet je dus nog iets doen aan dat knagende gevoel dat je held zijn eigen conflict dus niet echt aangaat.
Kijk eerst eens wat je personage door zijn verhaal te dromen niet hoeft te ondergaan en schrijf dat op. Maak gebruik van het cliché dat je dromen je altijd iets willen vertellen, of dat je misschien zelfs nog een onverwerkt trauma hebt. Dus Jan met de Pet droomt dat zijn vrouw vreemdgaat en dat hij vervolgens op allerlei manieren wraak neemt? Voelt hij zich dan:
– makkelijk bedrogen?
– beroofd van mannelijke trots omdat hij de broek niet aanheeft in de relatie?
– onzeker over zijn relatie?
– onderdrukt door gevoelens van onkunde of verboden gevoelens die in deze droom alle ruimte krijgen?

Zeg het maar, waarom droomt Jan dit? En net zo belangrijk: waarom is Jan teleurgesteld, of opgelucht als hij uiteindelijk beseft dat alles maar een droom was?

Van slechts een droom naar een beter verhaal

Zet nog eens op een rij wat je al weet: de grootste droom, angst en waarom je held zich teleurgesteld of opgelucht voelt dat het verhaal niet echt is gebeurd. Daar kan je ook weer een aantal belangrijke zaken uit opmerken.
Waar ligt bijvoorbeeld de comfortzone, en wat zijn de mogelijkheden om daar weer uit te komen?
Ook is de kans groot dat je een verhaalthema kan ontdekken.

Jan droomt van zijn vrouw die vreemdgaat, omdat dat voor hem een verboden verlangen is om zelf vreemd te gaan. Hij voelt zich al jaren (seksueel) ontevreden in zijn huwelijk, zo niet compleet onzichtbaar. Zijn vrouw handelt steeds meer naar haar eigen wil. Hoewel zij geen minnaar heeft, zou zij als ze die een zou willen, brutaal genoeg zijn om die een te zoeken.

Verhaalthema’s zoeken

Verhaalthema’s die hierbij zouden passen zijn: worstelen met je onzichtbaar voelen en onderdrukte gevoelens. Dat kan op nog veel meer manieren in een verhaal worden verwerkt dan in Jans dromen gebeurt. Zo kan Jan een baan hebben die door de maatschappij onbelangrijk wordt geacht, of die vooral achter de schermen plaatsvindt. Of Jan heeft eenzijdige vriendschappen; hij wordt er moe van dat hij steeds degene is die vraagt hoe het met zijn vrienden gaat, andersom gebeurt dat niet. De onderdrukte seksuele gevoelens zou je in combinatie hiermee ook thematisch kunnen vertalen naar bijvoorbeeld een verslaving, van welke soort dan ook, omdat Jan er in ieder geval op kan rekenen dat zijn middel er in ieder geval wel altijd voor hem is en waar de onderdrukking in een verslaving wordt gekanaliseerd.

De comfortzone bepalen

Kijk dan nog eens naar de comfortzone. Jan was in zijn droom erg opgelucht dat hij zijn vrouw geen klap had verkocht omdat ze vreemd was gegaan. Normaalgesproken hoeft Jan daar niets meer mee: de droom is voorbij. Maar jij spaart Jan niet: het verhaal gaat verder en moet een heel boek kunnen dragen. Dus, Jan, jij moet er iets mee doen dat je de neiging had om tegen je vrouw uit te varen. Wat dan? In woedebeheerstingstherapie gaan? Een scheiding overwegen? Die onderdrukte wilde kant eens loslaten en brave Jantje eindelijk eens aan de kant schuiven?
Wat dat precies moet zijn, kan je afwegen aan de hand van de verhaalthema’s die je al verduidelijkt hebt. Of je kijkt in de personagebiografie wat daar (tussen de regels door) nog voor bruikbaars staat geschreven.

“Het was maar een droom.” Als je dat overweegt voor een deel van je plot, dan is dat een aanwijzing dat je je personage ergens te makkelijk mee weg laat komen. Juist op het moment dat er veel spannends of interessants te halen valt. Je hoeft je personages niet altijd te sparen. Sterker nog: van de nodige uitdaging worden ze er meestal een die je lezer ook nog na het dichtslaan van het boek onthoudt.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door A. C. verkregen via Unsplash.

Schrijfoefening: schrijf wat je zegt te schrijven

Hoe duidelijk een verhaal en de rode draad ook in je hoofd zit, het kan altijd gebeuren dat je een beetje afdwaalt als je gaat schrijven. Dat is niet erg. Maar soms gaat dat zo ver dat je een verhaal schrijft dat leunt op een bepaald geggeven wat er helemaal niet meer in terugkomt. In deze schrijfoefening kijken we hoe dat kan en wat je kan doen om dat te voorkomen.

Klaar voor de start? Preek!

Verhalen die aan de oppervlakte een heel stevig verhaalthema lijken te hebben, maar eigenlijk alleen maar hol zijn, hebben vaak als valkuil dat wat het thema of het moraal ook hoort te zijn, niet zozeer in het verhaal verweven wordt, maar het verhaal is. Dan slurpt het al het andere, zoals de logica van een personagebiografie uiteindelijk op. Vanaf het moment dat het verhaal begint, wordt de lezer aan een personagepreek van een moraal, thema of zelfs een gegeven onderworpen.

Voorbeeld: wie heeft jou dit aangedaan?!

Een makkelijk voorbeeld van dit verschijnsel zie je in het cliché van een alfaman die zogenaamd heel zorgzaam en romantisch is naar zijn vriendin. Ze komt thuis met een schrammetje en meteen snuift meneer als een aangeschoten stier: ‘Wie heeft jou dit aangedaan? Zeg het me, dan maak ik gehakt van hem!’
Het probleem hiermee is dat ze misschien gewoon gevallen is, in plaats van dat haar vader dat gedaan heeft. Zelfs al zou dat zo zijn en zit Vriendin in een serieus benarde situatie, dan kun je je nog steeds afvragen in hoeverre je wil dat Alfa steeds met iemand op de vuist gaat.

Maar het belangrijkste voor deze schrijfoefening is: dit zou een romantisch verhaal zijn, volgens de achterflaptekst. Hoezo, in vredesnaam? Omdat iemand gewelddadig(!) voor je in de bres springt?
Zie je deze dialoog al voor je?
“Hebben jullie laast nog iets romatisch gedaan met jullie man?”
“Ja, we dronken een wijntje bij de haard.”
“Wij hebben een avondwandeling onder de sterren op het strand gemaakt.”
“Ja, hij dreigde mijn vader in elkaar te slaan.”

Iets daadwerkelijk romantisch doet Alfa in het hele verhaal niet. Hij is er alleen maar op uit om ‘te beschermen’. En dat slokt dan het hele verhaal op. Zodanig dat aan het einde van het verhaal nog geen bloemetje is gegeven.

Stap 1: neem je boodschap of rode draad onder de loep

Als je een verhaal schrijft dat het risico loopt om op eenzelfde manier een moraal, thema of personage de overhand te krijgen, kijk dan goed naar wat je daarmee wil zeggen. Denk daarbij aan iets als:
– in een relatie moet je voor elkaar opkomen
– als je spullen boven mensen verkiest, verlies je daar mogelijk vrienden mee.
– een goede moeder zet haar kinderen altijd op de eerste plaats.

Pak je opschrijfboekje: we gaan aan de slag.

Schrijf op wat iemand volgens jou moet doen om dat te verwezenlijken of te voorkomen. Dus wat opkomen voor een ander betekent, welke handelingen en opvoedstijlen optellen tot goed moederschap waarbij de kinderen bovenaan staan en waarom het afstand doen van materie iets is om na te streven.

Stap 2: blaas het op en schrap moeilijke scènes

Kijk wat je in stap 1 hebt opgeschreven en overdrijf het tot de macht tien. Zo wordt de ‘goede moeder’ iemand die als enige voor haar kinderen mag zorgen, omdat ze meent dat ze dat altijd moet kunnen en willen, omdat haar kinderen op een staan. Oók wanneer Moeder zo ziek op bed ligt dat ze niet voor haar kroost kan zorgen. Als goede moeder dient ze dat zelf op te lossen. Ondertussen hebben de kinderen twee dagen geen goede verzorger…

Dat extreme scenario wil je niet, dus verbied je moeder om nog in een scène te komen waarin er iets gebeurt waarvan je weet dat moeder het niet aankan of anders in het extreme gaat vallen wat je wil vermijden. Vanaf nu is ze in iedere scène dus inderdaad de perfecte moeder.

Stap 3 moeilijke scène

Schrijf vervolgens een scène waarin wat je voor personage verboden is, een ander overkomt. Laat je held als de beste stuurlui aan wal commentaar geven hoe het beter kan. Maar daar prikt de ander doorheen: “Een maand geleden heeft je schoonmoeder haar kleinkinderen opgehaald omdat jij na lange werkweek en slecht nieuws van je vriendin de ‘krijsers’ niet wilde verzorgen en tijd voor jezelf wilde, ook al hadden ze lichte koorts. Tot zover de kinderen die altijd voor jouw welzijn gingen…

Stap 4: personagebiogragie controleren

Kijk nog eens goed in de personagebiografie. Als het goed is, heb je daarin opgeschreven wat je personage wil en naar streeft. Maar ook waar die bang voor is en wat dus ook niet zomaar lukt. Lees tussen de regels door hoe dat op kan tellen tot wat je personage voor limiten heeft en hoe het daar tegenaan loopt. Breng die in de praktijk in de scènes waar je held het moraal uit moet dragen. Je zou je held nu moeten kunnen schrijven zonder te overdrijven of om je personage te laten preken zonder dat het doet wat het graag in de wereld zou willen zien.
Dus de goede moeder is nog steeds de goede moeder als ze zegt het even niet aan te kunnen, en deelt dat ook, zonder er alleen over te preken.

Stap 5: controleer de scènes wanneer je ze schrijft

Als je bij een scène aankomt waarin het moraal of het thema waar je personage naar verwijst wordt uitgedragen, controleer dan of je personage ook op het niveau van stap 4 ook echt iets doet, in plaats van ergens alleen maar voor te staan of naar te streven. Kijk ook nog even terug naar stap 2: overdrijf je misschien nog, of is een tandje lager voldoende om je personage een oprechte belichaming van een moraal of persoonlijkheid uit te dragen?

Als je graag een moraal wil delen, kan het gebeuren dat je een heel verhaal schrijft op basis van een onzichtbare trope. Deze schrijfoefening zou je moeten helpen dat te voorkomen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Aedrian Salazar verkregen via Unsplash.

Schrijfoefening: zo test je wat je echt wil schrijven

We kennen allemaal het idee dat je iets van je af wil schrijven of delen met een autobiografie. Maar ook als je fictie schrijft, is er iets dat je aanzet om te schrijven. Van interesse in een bepaalde geschiedenis tot een nieuwsgierigheid naar hoe iets in elkaar zit of tot stand komt en nog talloze zaken daartussenin. Je kan een verhaal nog voor je er echt mee begint al beter maken door te kijken naar wat je echt wil schrijven. Dan kan je afstemmen hoe je het beste met schrijven kan beginnen om jouw eigen nieuwsgierigheid en creativiteit helemaal tot zijn recht te laten komen.

Creatief schrijven is altijd geweldig! Toch?

Als je deze blog leest, reken ik erop dat je van schrijven houdt. Dus ja, ‘ik houd van schrijven’ is een van jouw redenen om dat ook te doen. Maar daar kom je niet al te ver mee. Want zo kan ik je ook achter een bureau zetten om zakelijke brieven uit te tikken. Of, als we het binnen het creatief schrijven blijven, je een roman laten schrijven over de Romeinse tijd, terwijl jij al in slaap valt zodra je ook maar een stap in een geschiedenislokaal zet.

Schrijven is dus leuk, maar creatief schrijven heet niet voor niets zo. Je wil met het schrijven van verhalen een bepaalde creativiteit kwijt, of zelf een heel nieuw verhaal of nieuwe wereld creëren. Maar ook dan kan de vergelijking met het slaapverwekkende geschiedenislokaal nog op gaan. Waar de ene verhalenschrijver enthousiast wordt van het idee een personage van voor tot achter te gaan ontwerpen, wil de ander dat juist liever zo lang mogelijk uitstellen om eerst een compleet fantastische wereld te gaan bedenken, met alle worldbuilding die daarbij hoort.

Wat prikkelt je echt om te gaan schrijven?

Wil je een vliegende start met je verhaal maken, dan moet je dus gaan kijken naar welk aspect van het creatief schrijven je nieuwsgierigheid heeft opgewekt. Wat is dat element dat zegt: ja, dáár wil ik over schrijven? Dat al ‘schrijversflow!’ lijkt te schreeuwen voor de tekstverwerker goed en wel is geopend?

Deze elementen zijn concreet genoeg voor eerste idee om een verhaal mee te starten

  • Een personage met een heldenreis
  • een verhaalthema
  • een moraal of levensmotto
  • een herinnering
  • een gevoel en de bijbehorende ‘sfeeromschrijvingen‘ van een bepaald moment
  • een titel (Lees: een simpel idee wat meteen explodeert in een mindmap vol ideeën)

Op hun eigen manier zijn deze elementen allemaal concreet. Maar een complete heldenreis is toch wel wat anders dan een ‘mooi gevoel’dat smeekt om vertaald te worden naar een verhaal’.

Mate van abstractie bepalen

Om goed en duidelijk te kunnen schrijven over dat element wat jou ertoe aanzet om te gaan schrijven, is het handig om eerst te kijken hoe abstract jouw startpunt eigenlijk is. Daarmee wordt je belangrijkste start- en aandachtspunt ook duidelijk.
Relatief duidelijke startpunten zijn thema’s en motto’s
nog redelijk abstracte elementen is een personage met een heldenreis
zeer abstracte elementen zijn: herinneringen, gevoelens en titels

Het volgende schema helpt om wat meer duidelijkheid in al dat abstracte te krijgen voor een goede start

element maak dit eerst duidelijk waaromvalkuil wat is er zoal te ontdekken
personagewat de ultieme leerschool is van de heldenreiseen aantal van de belangrijkste beats in een heldenreis zoals de comfortzone, crisis en de wrap-up zijn meteen duidelijk een oppervlakkige invulling van de heldenreis. Voorkom dit door ook de zwakheden van je held meteen op te schrijvenhoe iemand – in dit geval je held- met een veranderende situatie omgaat. Wat de mogelijkheden zijn om met die situatie om te gaan
themawat de twee kanten van dezelfde medaille van dit thema zijneen verhaalthma blijft erg aan de oppervlakte als je dat maar vanaf een kant belichtaan de oppervlakte blijven met een thema: je kan dit realtief makkelijk voorkomen door breder over een thema na te denkenwaarom mensen anders over hetzelfde thema denken en hoe dat (anders) denken tot stand komt
motto of moraalwat jouw persoonlijke invulling of overtuiging bij dit motto isals je een les mee wil geven, moet die overtuigend zijneen onderwerp van te veel kanten belichtenwat dit moraal kan opleveren of wat er mist als dat niet wordt nageleefd
herinneringwat je persoonlijke waarheid is rondom deze herinneringtijd en persoonlijke emoties kunnen herinneringen verkleuren. Verander je daar steeds opnieuw mee, zonder vast ankerpunt, dan wordt het verhaal rommeligte weinig achtergrond van het verhaal rondom de herinnering of de personagebiografie meegeven. Empathie is niet zomaar verdiend!Hoe een personagebiografie of een butterfly-effect vorm krijgen
gevoelwat je zintuiglijke ervaringen zijngevoelens omschrijven kan erg abstract overkomen als belevingerop rekenen dat iedereen eenzelfde (emotionele) beleving heeft in een soortgelijke situatiede rijkheid van diverse emoties
titelwat in een zin je ‘hoofdidee’ iste snel doorgaan met brainstormen zorgt voor een rommelig beginsubplots gaan uitwerken voor de rode draad goed en wel stevig staateen compleet verhaal 😉

Kijk eens naar jouw inspiratie-element en de bijbehorende factoren. Schrijf nu concreet op wat jou inspiratie is geweest, bijvoorbeeld ‘die mooie zonsondergang op vakantie.’ Met een korte scène van ongeveer 200 à 300 woorden kan je de proef op de som nemen. Neem de aandachtspunten uit de tabel mee en zet de zonsondergang centraal in de scène. Hoewel de scène ietsje langer is dan de gemiddelde achterflaptekst, zou die genoeg inspiatie en houvast noemen geven om te weten waar je over gaat schrijven, maar vooral ook waar je over wil schrijven op een zodanige manier dat de lezer die intentie van het begin af aan meekrijgt en je verhaal er altijd een stevige basis van blijft houden.

Nu weet je wat je echt heeft aangezet om te willen schrijven. Onthoud dat gedurende je schrijfproces, dan houd je de inspiratie en motivatie makkelijker vast. Laat het me weten als ik een van deze elementen in een andere blogpost meer aandacht moet geven voor een goede start!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Art Lasovsky verkregen via Unsplash.

Schrijfoefening: show, don’t speak

Show don’t tell is zo’n beetje dé basisregel van creatief schrijven. Zonder deze regel wordt een verhaal erg langdradig, of komt de tekst niet tot leven. Er zijn verschillende manieren om show don’t tell toe te passen, waarvan een er vaak wordt vergeten.

De basis van show don’t tell: terecht tegenprotest?

‘Schrijf ‘de tranen lopen over mijn wangen’ in plaats van ‘ik huil’.’ Voilà: show don’t tell in een notendop. Iedere schrijfcoach hamert erop hoe belangrijk die regel is en geeft verschillende manieren en redenen om show don’t tell toe te passen. Maar theoretische regels zijn nooit heilig, al wordt show don’t tell soms wel zo gezien. Zodanig zelfs dat er ook een tegenbeweging voor deze schrijftechniek is ontstaan. Onterecht, maar daar moet wel een kanttekening bij geplaatst worden. Show don’t tell wordt alleen onterecht heilig als je die notendopregel als enige interpretatie van de regel ziet.

Nu gaan we praten…

Beginnende schrijvers schrijven vaak dat de tranen over de wangen rollen, om vervolgens alsnog in een overdaad aan tell te belanden, vaak in de vorm van een as you know Bob. Zo raken sfeeromschrijvingen en dialogen met elkaar verweven op een manier die het allebei die schrijfvormen alleen maar teniet doet. Daarom kijken we tijdens deze schrijfoefening naar een nieuwe regel/ term: show, don’t speak. Je beschrijft iets zonder een dialoog. Als je van lichaamstaal uitgaat, kan je namelijk show don’t tell toepassen zonder alsnog in een dialoog of ergens anders compleet de mist in te gaan met een overdaad aan ‘tell’.

Show don’t speak: start met een voorspelbare trope

Voor deze schrijfoefening ga je observeren. In het openbaar of een wat meer vertrouwde setting, dat is aan jou. Zorg er wel voor dat je weet wat je grofweg kan verwachten of wat er gaat gebeuren: je moet gaan werken met een enigszins voorspelbare of vertrouwde trope. Denk daarbij aan:
* Een treinreiziger
* Een verliefd stel
* Een verjaardag
Kortom: iets wat je al zo vaak hebt gezien dat je kunt wachten op het moment dat de reiziger ongeduldig op zijn horloge gaat kijken, de conducteur langskomt, het stelletje koosnaampjes gaat gebruiken of gaat kussen, of er iemand lang-zal-ze-leven gaat zingen. Tante Sjaan natuurlijk, want tante Bep is een minuut daarvóór de taart gaan halen.

Bepaalde dingen lopen volgens een bepaald stramien dat je ziet aankomen als je grofweg tien jaar of meer aan levenservaring hebt. Probeer nu eens te bepalen waarom je dat nu precies aan ziet komen. Want die treinreiziger gaat echt niet zeggen: ‘ik word hier altijd zo ongeduldig van, als de trein weer eens drie minuten te laat komt en ik moet hollen voor mijn overstap.’ Nou vooruit, sommige mensen zijn levende as you know Betty’s ( ;)) maar die zijn zeldzaam. We zijn meestal bang dat mensen denken dat we gek zijn als we hardop in onszelf praten. Daar kan je je voordeel mee doen.

Schrijf om te beginnen op waaraan je de ‘start van de trope’ ziet:
* Die twee mensen houden handen vast, dat is een verliefd stel
* Die man in pak in de trein is een zakenman op weg naar een vergadering
* Een groep tienermeiden steekt de koppen bij elkaar: er komt een roddel aan

Wat gebéurt er nu?

Omdat we er zo gericht zijn om naar inhoudelijke spraak te luisteren, vergeten we te kijken naar wat er gebéurt. Dat is de volgende fase: goed opletten. Houd je ogen en oren open en probeer als er sprake is van gesproken taal, die weg te filteren. Dat kan aanvoelen als een focus op detail. Het kan zo uitpakken, maar dat hoeft niet zo te zijn.
Kijk eens naar deze tabel. Je zal zien dat er non-verbale, maar duidelijke dingen zijn die geen extra verbale uitleg meer nodig hebben, en details zijn die al zo veelzeggend zijn dat het geforceerd over zou komen als je personage nog zou zeggen: ‘dus ik voel me…’ of ‘dus ik bedoel maar:…’

Opvallende zakenDetails
iemand loopt met open armen op de ander af iemand speelt met de haren, terwijl die de geliefde aankijkt
diepe zucht en fronsend voorhoofdiemand schuift subtiel een eindje weg van de ander op een stoel, of keert de rug wat meer naar de ander toe
rennen in plaats van lopenEen stem breekt wanneer iemand start met praten
een stel dat je naar een hotelkamer wil stureniemand blijft een paar tellen voor een deur staan vóór het binnenlopen

Kijk vooral naar de kolom met details. Waarschijnlijk lijken dat geen details meer op het moment dat je ze zo afzonderlijk ziet staan. Want als dat verliefde meisje dat met de haren speelt geen (heimelijke) kus wenst of probeert te stelen… En als de stem op het punt staat te breken, volgt er geen leuk nieuws. Dan hóef je niet te weten wat er inhoudelijk gezegd gaat worden om het beeld te snappen. Dat vormt het uitgangspunt van deze schrijfoefening: probeer een (niet zo subtiel) detail of iets opvallends te vinden en schrijf dat uit in een korte sfeeromschrijving, zonder dat je terugvalt op dialoog. Je zal zien dat deze ‘show don’t speak’- scène heel interessant kan zijn zonder gesproken tekst.

Iemand wil opbiechten hoeveel de ander voor hen betekent, maar dat mislukt.

‘Show and speak’ wordt:
Het bloed racete door haar aderen toen ze hem aankeek. Ze slikte. Precies die blik deed haar geloven dat ze meerwaarde had.
“Je moest eens weten hoeveel…”
“Ja?” vroeg hij geduldig.
Maar haar stem wilde niet meer.

‘Show don’t speak’ wordt:
Haar handen trilden terwijl ze hem aankeek. Haar blik hield de zijne vast. Ze deed haar mond open en weer dicht. Ze merkte dat haar hand ongemerkt naar de zijne was opgeschoven, alsof die die van hem had willen pakken. Ze schudde verwoed haar hoofd en draaide van hem weg, hopend dat hij de opkomende tranen niet had gezien.

Zoals altijd zijn toepassingen van schrijftechnieken slechts richtlijnen. Maar voeg ‘show don’t speak’ zeker toe aan je arsenaal van schrijftechnieken als een mogelijke vervaging van ‘show dont tell’.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door 青 晨 verkregen via Unsplash

Schrijfoefening: de ijkpersoon van iedereen

Als je een rijtje van de ‘juiste’ reclames kijkt, lijkt het wel alsof de kijkers volgens de bedrijven allemaal hetzelfde zijn, en heeft iedereen dezelfde zorgen en wensen. Natuurlijk herkennen veel mensen zich in een vrij algemeen beeld, maar dat neemt niet weg dat de ‘gemiddelde kijker’ alsnog niet meteen in dat hokje past. In deze schrijfoefening gaan we kijken wat je daar als schrijver mee kan en moet doen.

Ik stel u voor: iedereen

Als je de meest alledaagse reclames bekijkt, dan heeft de gemiddelde persoon die iedereen zou moeten voorstellen:

  • Een saaie kantoorbaan ‘(‘Stop met werken van 9 tot 5 op kantoor voor een baas en verdien geld met X’)
    • Een veel te druk leven (‘ Ook zo toe aan vakantie?’ ‘Waarom nog koken, als je je eten kan laten bezorgen met X?’)
    • Een gezin (‘Voor het hele gezin!’ ‘Drie keer per week een wasje draaien gaat makkelijk en snel met X’)
    • Een auto (autoreclames zie je regelmatig. En in de politiek hoor je relatief meer over de autobezitter dan over de treinreiziger)
    • Maatje slank, zie de modellen in de meeste reclames

En gemiddeld gezien kunnen de meeste mensen zich wel identificeren met een of meerdere kenmerken van deze zeer globale ijkpersoon. Maar zodra je per punt gaat kijken, dan vergeet je bijvoorbeeld de miljoenen mensen die:
* werken in de zorg, het onderwijs, de horeca, op een boerderij of in de culturele sector
* Wel werk en privé kunnen balanceren, of het juist heerlijk vinden om zelf te koken
* Single zijn, geen kinderen hebben of de pensionado’s wiens kinderen al het huis uit zijn
* fietsen, wandelen, met het openbaar vervoer gaan of een auto huren in plaats van hebben
* een maatje meer hebben

Zo heb jij als schrijver waarschijnlijk ook een beeld bij Jan met de pet. Misschien heeft hij een van deze kenmerken, misschien andere, of nog meer. Schrijf voor we verdergaan eerst eens alles op wat jij meteen associeert met Jan met de pet. Wat komt daar allemaal uit? Alles wat je bedenkt is nuttig voor de oefening: van hobby tot beroep, van leeftijd tot ras en zelfs of deze man (of vrouw) haar heeft of niet en zo ja, welk kapsel of gezichtsbeharing die dan heeft.

Jan met de pet en Sjan met de muts

Je hebt nu je ultieme gemiddelde ijkpersoon opgeschreven met deze Jan met de pet. Maar nu moeten we gaan kijken waar je lezer misschien wel Sjan met de muts is. Oftewel: iemand die misschien in zekere zin ‘gemiddeld genoeg’ is om binnen bepaalde kaders of je doelgroep te vallen, maar die op enkele punten daar toch buiten valt. En dan wel op een manier waar je niet meteen bij stilstaat.

Als Jan, de man jouw boek leest, leest die het waarschijnlijk anders als de vrouw Sjan zodra je over een man schrijft die vreemdgaat terwijl zijn vrouw zwanger is. Een rotstreek, daar zullen ze het allebei over eens zijn. Maar de kans is groter dat Jan ervaring heeft met moeite hebben met zwangerschapsperikelen van zijn/ een vrouw en daar moeite mee heeft. Sjan zal als vrouw eerder het argument hebben: draag jij maar eens verschillende kilo’s aan extra gewicht mee onder het ‘genot’ van een hormonenstorm…

Uiteindelijk zal dit plot van de vreemdganger vallen of staan bij hoe goed het plot, de personagebiografieën en de verhaalthtema’s zijn uitgewerkt. Als de zwangere vrouw niet alleen maar zwanger is, maar haar echtgenoot ook nog eens mishandelt en hij snakt naar wat genegenheid, dan zal ook Sjan niet zo snel haar oordeel klaar hebben.
Maar als je uitgaat van het oppervlakkige clichéscenario dat de vreemdganger gewoon pleziertjes buiten de deur zoekt, terwijl zijn vrouw zwanger is, dan kan je er gif op innemen dat hoe goed het verhaal verder ook is uitgewerkt, Jan en Sjan er andere interpretaties bij hebben door hun eigen persoonlijke bril.

En zo kan jouw ijkpersoon- van-iedereen soms dingen hebben, zijn of denken waarvan je niet beseft dat die helemaal niet zo vanzelfsprekend of gemiddeld zijn.

Jan met de pet onder de loep

Pak je beschrijving van Jan met de Pet er nog eens bij. Kijk nog eens goed naar wat je hebt opgeschreven en vraag je eens af waarom jouw Jan juist dertig jaar oud is in plaats van zestig. Of waarom hij inderdaad (of juist niet) een saaie kantoorbaan heeft. Je zal niet bij alles een ‘reden’ kunnen vinden; Jan kan ook gewoon ‘toevallig’ bruine haren hebben.
Maar zodra je denkt: tja, waarom eigenlijk? Is het de moeite om daar wat langer bij stil te staan. Dan kan je jezelf vragen gaan stellen.

Als Jan een saaie kantoorbaan heeft, reken je er dus in meer of mindere mate op dat iedereen weet hoe het is om ontevreden te zijn met diens baan. Nog los van het feit of dat zo is: wat wil je daarmee zeggen, of hoe kan je daarmee werken?
– Is dat een verhaalthema van ‘ongenoegen met een sleur?’ of juist ‘minderwaardigheidscomplex’? (“meer dan dit stomme baantje kan ik niet”)
– Als je lezer wel dolgelukkig is met diens (kantoor)baan, hoe kan je dan alsnog empathie kweken voor Jan? Worstelt Kantoor Katrien misschien wel met een bepaalde ontevredenheid van een gang van zaken op de school van haar kinderen? Dan zou een scène waarin op kantoor niet naar Jan geluisterd wordt, ook bij haar aan moeten slaan.
– Is Jan ongelukkig met zijn baan omdat hij denkt dat hij er te goed voor is? Het hoeft natuurlijk niet zo te zijn, maar als je doelgroep ook mensen omvat die überhaupt al blij zouden zijn met een baan, komt dat niet goed aan. Dan moet je iets meer aandacht besteden aan een gemene deler die ‘menselijker’ is dan alleen wat je aan de oppervlakte ziet.

Kijk op deze manier nog eens goed naar jouw aannamen van ze zeer algemene, dit-is-iedereen- ijkpersoon van Jan met de pet of Sjan met de muts. Dan zorg je ervoor dat je verhaal interessanter is opgebouwd en nog meer lezer aanspreekt.

Foto door Jonas Kakaroto verkregen via Unsplash.

Schrijfoefening: het subplot van het butterfly-effect

Het butterfly-effect is dat verhaal dat gewoonweg belachelijk klinkt als je alleen het begin en het einde ervan benoemt. Als het drie jaar geleden op 5 september niet geregend had, had ik nu geen prijs gewonnen. Er zitten talloze schakels tussen dat begin- en eindpunt in die dat ongelooflijke verhaal alsnog aannemelijk of zelfs realistisch maakt. Maar dan heb je het nog steeds over de rode draad in het verhaal. Zelfs op de achtergrond kunnen er details van groot belang zijn die niet zozeer in het butterfly-effect terugkomen, maar die er wel mee te maken hebben. En dat kan handig zijn om in je opschrijfboekje eens uit te proberen.

Startcasus voor een butterfly-effect

Laten we voor het overzicht eens beginnen met een casus van een butterfly-effect, anders wordt deze oefening een groot zooitje.

Marian gaat naar een sportwedstrijd en ontmoet daar iemand. Na een praatje met de vreemdeling wordt ze geïntroduceerd aan Jonathan, die geschiedenis studeert, omdat de vreemdeling denkt dat ze we iets gemeen hebben. Marian en Jonathan kijken samen een documentaire de zonnekoning en dat inspireert Marian om Frans te leren. Drie jaar later gaat Marian op vakantie naar Zuid-Amerika, krijgt een kamergenoot uit Wallonië in het hostel, ze is verrast daar iemand te ontmoeten die Frans spreekt, een gesprek wordt aangeknoopt de vonk slaat over en voilà: Marian en Guillaume trouwen zes jaar later.

Als Marian als tiener niet naar de sportwedstrijd was gegaan, was ze een klein decennium later niet getrouwd.

Wat zie niet meteen terug?

Het is logisch dat je in dit verhaal bijvoorbeeld niet terugziet hoe Marianne als ze Frans gaat leren, ook een leraar Frans heeft. Of ze die nou mag of niet, maakt niet veel uit, maar in het ‘subplot’ van het butterfly-effect kan het ook weer uitmaken voor het grote effect. Of niet. Kijk maar:

Franse leraarleert Mariandus Marian ‘openingszin’ Marian reactie Guillaume
is goedvlot en goed Frans spreekt makkelijk en vertrouwd Frans een vlot gesprek over de reis in Zuid-AmerikaHé, we gaan gezellig kletsen
is grof in de mondeen arsenaal aan scheldwoordenvloekt voortaan in het Frans‘Merde!’ als ze haar teen tegen haar koffer in de slaapzaal stootHé, spreek jij Frans?
is een romanticusliterair, chic en romantisch Franskomt intellectueel en chic over Lees jij ook Victor Hugo? Ben je al ver?Heb je Franse literatuur gestudeerd?

Maakt dit een verschil voor de hoofdlijnen van het grotere butterfly-effect? Nee. Kan het gevolgen hebben voor het latere plot? Nee. Misschien wordt een enkele dialoog er anders door, of je krijgt een eerste date in een chique restaurant of juist een simpele sportwedstrijd. Maar de grote lijnen van het plot zullen niet zo snel veranderen.

Een kennismaking die je niet dacht nodig te hebben

Wat maken deze details zoals die van het karakter van de Franse leraar dan nog uit? Als je nog een plot in de steigers moet krijgen, schiet je er niet veel mee op. Je kan er waarschijnlijk geen subplot mee maken. Maar deze informatie die achter de schermen duidelijk wordt kan wel degelijk van toegevoegde waarde zijn. Denk aan belangrijke karaktereigenschappen die een personage kan of zelfs moet hebben. Marian heef bijvoorbeeld een bepaalde assertiviteit nodig als ze Frans spreekt, wil ze Guillaume ooit aanspreken. Maar als ze vloekend haar teen stoot, is dat geen show don’t tell die je daarvoor nodig hebt. Dan zou Guillaume evengoed degene kunnen zijn van de twee die het gesprek begint en gaande houdt, terwijl Marian met een hoofd als een biet antwoorden op zijn vragen geeft. Staat er in de personagebiografie dat Marian assertief is van zichzelf, dan is deze scène niet nodig.

Zo kan je het van een subplot butterfly-effect gebruiken om verder te onderzoeken wat je personage kan, moet doen, hoe het zich moet ontwikkelen wat daarbij past. Natuurlijk geldt dat ook voor bepaalde plotpunten. Het kan een diepere duik geven in de vraag: ‘Waarom is iets zoals het is?’

Het is, zo je wil: een omgekeerde infodump 2.0. waar je in de val kan trappen om de overvloed aan informatie uit een personagebiografie allemaal te delen, omdat je wil dat de lezer het weet. Je moet die informatie zeker tot op zekere hoogte delen, maar dan moet die informatie er wel zijn. En soms heb je een bepaalde kennis nodig, zonder dat je ooit verwachte die informatie nodig te hebben. Het kan dan een hele kluif zijn om in het al goed uitgewerkte en soms ingewikkelde plot nog even gauw een karaktereigenschap of een scène te verzinnen.

Kijk dan of je een subplot in een bepaalde schakel van het butterfly-effect in je plot kan vinden. Probeer eens wat opties uit en schrijf ze ook uit, hoe ver je ook afwijken van het originele plot, of hoe nutteloos ze misschien ook lijken, zo niet zijn. Zodra je vastloopt in het schrijven van je plot, of het verkennen van je personage, is het belangrijk om te zoeken naar de oorzaak zonder dat het het doek moet zijn om dat probleem ook meteen op te lossen: je wil geen mentaal writersblock.

De kern van het plot

Deze oefening kan je ook helpen de kern van het plot te bepalen. Er is altijd een rode draad in het plot, net zoals er subplots zijn. Maar soms zijn personages of plots zo verweven of complex dat het lastig kan zijn om te bepalen wat er nu echt de drijvende kracht achter het verhaal is. Hou de regel van actie-reactie dan eens naast je plot en bekijk het eens als een butterfly-effect. Ze je een aantal ‘subbutterfly- effecten?’ Kijk dan eens of je die weg kan laten of de details die je opmerkt kan gebruiken om een scène te verrijken. Achter de schermen of ervoor.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Alfred Schrock on Unsplash

Schrijfoefening: dat doe je toch gewoon (niet)?

Er zijn dingen waarvan we het er allemaal over eens zijn dat die veel voeten in de aarde hebben of aan de extreme kant zijn. Naar de andere kant van de wereld vliegen voor een bruiloft, veel geld lenen aan een vriend… Zo’n situatie uit zich vaak in een van twee uiterste overtuigingen. ‘Geen denken aan!’ of juist: ‘Dat doe ik zonder erbij na te denken!’ Dat contrast vormt een goede schrijfoefening om je personage beter te leren kennen en je verhaal beter vorm te geven. Zo zal je ontdekken dat er achter een enkele acties soms complete drijfveren, subplots, verhaalthema’s en karaktertrekken te vinden zijn. En je zal zien: met een beetje morrelen aan de elementen die meespelen zou je personage zomaar eens van ‘Ammenooitniet!’ naar ‘Al is het het laatste wat ik doe’ kunnen gaan. Met deze schrijfoefening kan je veel ontdekken over je held en je verhaal.

Wat is belangrijk voor je?

Er zijn van die dingen die sommige mensen absoluut niet doen, maar waar anderen juist alles voor over hebben. Honderden euro’s voor een concertkaartje betalen bijvoorbeeld. Als superfan van de artiest die maar eens per drie jaar naar Nederland komt, doe je dat, natúúrlijk! De sporter reageert: “wie gaat er nou in hemelsnaam honderden euro’s neertellen voor een concert? Weet je wel dat je daar een jaarabonnement voor de sportschool kan betalen?”
Waarop de concertganger dan zegt: “Honderden euro’s voor de sportschool? Een blokje om wandelen is gratis, dan heb je je beweging ook gehad…” Het is maar net waar je waarde aan hecht.

Het wordt iets anders als je naar voorbeelden kijkt die niet zozeer met een afgebakende voorkeur of hobby te maken hebben. Bijvoorbeeld: zou jij naar de andere kant van de wereld vliegen, voor anderhalve week om zo een keer met je goede vriend die daar woont uit te kunnen gaan eten?
“Ben je gek of zo? Nee!” versus: “Dat zou ik absoluut doen! Ik waardeer onze vriendschap enorm, ik word horendol van steeds dat scherm tussen ons in tijdens het videobellen. En als ik op bezoek ga, plak ik er een korte vakantie aan vast. Kan ik meteen een nieuwe stad ontdekken. Kort maar superkrachtig.”

De reiziger die de vriend wel op zou zoeken ziet waar die het voor doet en hoe die denkt er méér uit te halen dan in het eerste, eigenlijke doel. Het is interessant om te kijken wat je personage zou doen, als die ‘extremere acties’ aan bod komen. Die staan namelijk nooit op zichzelf: er is altijd wel een subplot, thema, karaktertrek of zelfs een misschien zelfs een achterliggende angst te bespeuren. Anders is er ook voor deze held te ‘weinig’ uit te halen.

Waarom zou je het niet doen?

Vergeet ook niet als je zo’n extreem scenario bedenkt waarom je personage iets niet zou doen. Je kan aan simpele dingen denken als: heeft het geld niet voor zo’n stunt, of vliegangst. Sorry, vriend in Verweggistan… Maar je kan ook bedenken wat er zou moeten of kunnen veranderen om je personage over de streep te trekken. Is het een nee als het Vera betreft, maar een ja als het om Sasha gaat, bijvoorbeeld? Schrijf dat op: dat is op zichzelf al waardevolle informatie. In de rest van de post gaan we echter uit van een personage dat wel bereid is tot een extremere ‘Dat doe ik zonder aarzeling’ actie. We houden het voorbeeld aan van het bezoek aan de verre vriend.

Wie zijn hier de spelers?

Als je wil kijken waarom je personage door iets wordt aangezet, kijk dan eerst eens wie de spelers zijn. In dit geval je held en de vriend. Schrijf afzonderlijk op wat zij doen of betekenen in je verhaal. Mix and match naar hartenlust! Bijvoorbeeld:

HeldVriend
leeft uit een koffer en is sowieso altijd op pad heeft net diens wederhelft verloren
is eenzaamwoont in de droombestemming van Held
staat bij Vriend in het krijtkan een (vrijwel) gratis vliegticket voor Held ritselen

Wat zijn andere factoren?

Kijk daarna/ook eens naar de factoren die er meespelen om dit extreme voorval (relatief) normaal te laten lijken. Dat vertaalt zich vaak naar iets dat je breed of concreet kan vertalen naar een groter element van je verhaal.

Dit speelt er (nog meer) dat uit zich in…en dat vertaalt zich naar…
Held wil het leven van Vriend reddengaat naar het ziekenhuis in thuisstad van Vriend om als nierdonor op te tredenverhaalthema: ziekte en gezondheid/ onvoorwaardelijke vriendschap
Held is op de vlucht en veilig bij Vriend: emotioneel gezien en vanwege de afstand met Achtervolgereen hoofdstuk over vluchten en plannen maken voor de nabije toekomsteen (sub)plot waarin Achtervolger Held en Vriend de stuipen op het lijf jaagt
Held is depressief en wanhopig op zoek naar troost en een fysieke knuffel van de anders altijd ‘digitale vriend’. Vriend biedt een luisterend oorverdere blootlegging van de personagebiografie van Held: wat schuilt er achter die depressie?
Onuitgesproken romantische gevoelens tussen Held en Vriendhet dilemma tussen die twee: zal ik het zeggen, of niet? Ik wil onze vriendschap niet riskeren, maar ik ben wel verliefd…het vinden van de juiste puzzelstukjes om de spanningsboog in balans te houden, of om er een plottwist van te kunnen maken

Extra prompts

Wil je nog wat meer oefenen met dit idee? Hier zijn wat meer prompts. Waarom zou je…

  • Twee jaar een studie volgen naast een fulltime baan?
  • Een uur per dag toewijden aan het leren van een nieuwe vaardigheid die je niet meteen zal kunnen gebruiken?
  • Al je verjaardagsgeld weggeven (als vervolgvraag: aan wie of wat?)
  • Veel geld uitgeven aan iets dat status uit moet stralen?
  • De spreekwoordelijke dag plukken en helemaal uit je dak gaan als een relatief rustig leven je er langer van laat genieten (of andersom: waarom een lang willen leven als dat betekent dat het relatief saai zou zijn?) Kijk eens welke van de twee overtuigingen het beste bij je held past en waarom: een leuk onderzoekje naar de personagebiografie!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Kamil Pietrzak verkregen via Unsplash.

Observatieoefening: tijden van de dag

Als je schrijft, is de wereld een grote bron van inspiratie. Je kan dus veel observeren. Maar observeren is iets wat je meestal doet op het moment dat je iets opvallends ziet. In het bos zie je ineens een erg mooie paddenstoel. En in het restaurant heb je laatst nog opgeschreven hoe lekker het daar rook. Restaurants en het bos kan je afvinken van je lijstje van plekken waar je naar inspiratie kan zoeken. Maar de meeste plekken veranderen sterk als de tijd van de dag ook anders is. Dan kan je veel meer observeren dan je misschien in eerste instantie dacht.

Hoe is de wereld als…?

Op de meeste momenten van de dag zou je als je geen mogelijkheid had om op een klok te kijken, geen idee hebben hoe laat het is, omdat iedereen zich hetzelfde gedraagt. Dan ‘tikt’ de dag in eenzelfde ritme. Denk aan een winkelcentrum of de stad tijdens kantooruren. Tijdens lunch-of koffietijd zal je meer mensen in een café of restaurantje zien zitten. Maar afgezien daarvan zie je een continue stroom van mensen die gewoon aan het slenteren of winkelen zijn en kan het tien uur of half drie zijn.
Maar er zijn tijdstippen op bepaalde momenten van de dag, of op bepaalde dagen van de week die op een de een of andere manier anders is dan ‘het gemiddelde’ tijdstip. Denk aan de erg vroege ochtend, wanneer de meeste mensen nog slapen en de wereld uitgestorven lijkt. Of het begin van de stapavond en het einde daarvan. Dat is het verschil tussen een avond die veel belooft en een avond die uitdooft. En een uitgestorven trein is anders dan die in de spits. Maar een lege trein in de ochtend is ook weer heel anders dan een lege trein in de avond.

Deze observaties vormen de basis van deze schrijfoefening.

Zet de klok uit

De eerstvolgende keer dat je naar een omgeving gaat waar je voldoende inspiratie uit denkt te kunnen halen en waar je een volledige dag blijft, kijk dan eens of je de klok ‘uit kan zetten’. Oftewel: kijk eens of je dat grootste moment van de dag kan opmerken waarop het wat betreft sfeer en wat er gebeurt, niet veel opmerkelijks aan de hand is. Schrijf eerst in grote lijnen op wat de normale gang van zaken is. Ga niet in op de details van afzonderlijke mensen, gebouwen of wat dan ook. Dit gaat om een sfeeromschrijving van het gebied waar je bent. Je moet eerst weten wat normaal is voor je over het afwijkende, of bijzondere kan schrijven.

Die speciale tijd

Op het nu de heel vroege ochtend is waarop de hele wereld nog lijkt te slapen, of de tijd waarop iedereen afscheid neemt om naar huis te gaan, iets aan een tijdspanne van een uurtje of een halfuurtje zorgt ervoor dat iets heel erg anders lijkt, zonder dat er daar meteen iets van buitenaf moet gebeuren. Hier gebruik je de observaties van de periode waarin de klok ‘uit’ stond. Deze speciale tijd is zodanig uniek dat je het waarschijnlijk alleen onder woorden kan brengen door te kijken en vergelijken. Het kan ook bepaalde emoties bij die observaties komen kijken. Een uniek soort gevoel van rust, bijvoorbeeld. Of een gevoel van weemoed, wat dan ook. Probeer hierin goed stil te staan bij wat je voelt. Je kan het hoogstwaarschijnlijk niet meteen in een verhaal gebruiken, maar deze observaties zijn zodanig subtiel dat het handig is om ze te op te merken bij jezelf. Als je een personage hebt dat ook complexe emotionele gevoelens heeft, kan je daar makkelijker op inhaken.

Ritme van de zaak

Neem je laptop eens mee naar een restaurant of café en blijf daar de hele dag zitten, van openings- tot sluitingstijd. Neem desnoods een boek of een breiwerkje mee: je hoeft niet zozeer de hele dag voor je uit te staren met je pen en opschrijfboekje paraat. Het gaat erom dat je de overgang van de ‘klok uit-uren’ naar de speciale momenten mee kan maken. Waar ’s ochtends heel vroeg de mensen komen, halen doordeweeks waarschijnlijk hun opstartkoffie to go en is de sfeer gehaaster. Op een zaterdag is datzelfde tijdstip veel meer ontspannen. Dan komen er weer ‘klok uit’ uren en slaat de sfeer om. Bij het personeel dat zichzelf klaarmaakt voor een spitsuur en komen er mensen die – meestal- gezellig uit gaan eten, of koffie gaan drinken. Nu krijgt de sfeer een wat meer sociale setting, anders dan bij freelancers die door de middag een plek zoeken om te werken.

Probeer dit eens uit: verfijnde sfeeromschrijving is het verschil tussen: ‘Ik kan het verschil schrijven tussen een vrolijke en een sombere ruimte.’ en ‘Ik kan een sfeeromschrijving schrijven over wat er tussen de regels speelt’.

Als je een voorbeeld wil, kijk deze mini-documentaire dan eens. De maker stapt op de eerste trein van de dag op en gaat met de laatste trein weer naar huis en ziet zo Tokio door de dag heen. Het is een perfect voorbeeld hoe het vangen van het ritme van de dag eruit kan zien. Kijk vooral goed naar het verschil tussen de treinen in de vroege ochtend, nog vóór de spits en de laatste treinen.

Als je een ‘favoriete observatieplaats’ hebt, zoals een specifiek terras voor mensenkijken, ga er dan ook eens op een ander moment van de dag heen. Niet alleen zie je de mensen zich anders bewegen, misschien kom je er ook wel achter wat het nou écht is dat dit terrasje je favoriet is, omdat je de sfeer beter leert kennen en specificeren.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Amogh Manjunath verkregen via Unsplash.

Schrijfoefening: wanneer leest iets geforceerd?

Schrijven is altijd maatwerk. Dat wordt zelden duidelijker dan bij een geforceerde tekst. Iets wat op de tekentafel eruit ziet als iets wat goed werkt, werkt de tekst in gedrukte vorm alleen maar tegen. Hoe herken je geforceerd geschreven teksten en hoe kan je die voorkomen? Dit kan je oefenen door reclames te observeren, om later uit te zoomen naar schrijftechnieken in boeken met behulp van de vraag: wanneer is iets té…?

Geforceerd: té graag, té snel, té…

Een tekst leest geforceerd zodra het er duimendik bovenop ligt dat de schrijver wil dat de lezer absoluut merkt dat er moeite wordt gedaan om iets op te laten vallen. Je móet als lezer dit plotpunt, deze woordgrap of deze… meekrijgen. Het is een innerlijke voorlezer die met nadruk leest, zonder dat de schrijver moeite doet om dat te verbergen. Onhandige nadruk is een ding, maar nadruk die willens en wetens wordt gebruikt en daarbij maling heeft aan de beleving van de lezer, dat wekt altijd irritatie op.
Het woordje ‘te’ vormt het onderscheid tussen onhandige en geforceerde nadruk. Bij een onhandige nadruk wil de schrijver graag dat een lezer iets meekrijgt, bij forcering wil die dat te graag. Zowel lezer als schrijver is zich in dit geval bewust van het woord ‘te’. In het geval van de schrijver zelfs twee keer: het is te veel van het goede én hij besluit desondanks er niets mee te doen. Het is echt gewoon té, in elk opzicht. Of het dan over ‘snel’ ‘graag’ ‘schokkend’ of wat dan ook gaat, doet er niet meer toe.

Irritante reclames? Nee, geforceerde reclames!

Laten we reclames als voorbeeld nemen om dit punt te verduidelijken.
Iedereen ergert zich aan reclamepauzes tijdens het televisiekijken. Zelden zien we iets voorbijkomen waar we om moeten lachen. Maar niet iedere reclame is meteen echt vervelend. Denk aan de gemiddelde autoreclame waar je gewoon even naar een rijdende auto moet kijken, onderbroken door een korte jingle. Nee, de echte ergernis komt pas als de reclames te geforceerd zijn. Laten we eens kijken waar ze zoal ‘te’ zijn:
* Een voice-over schreeuwt te hard
* Een achtergrondmuziekje is te aanwezig
* De humor is te flauw of overdreven
* De acteurs spelen te slecht
* Dat lingerie-of parfummodel kijkt te hitsig om nog comfortabel mee te zijn
* De verkoopboodschap in de tekst is te opdringerig (gesproken door acteurs, in de voice-over of geschreven in de reclametekst of het bedrijfsmotto)
enzovoorts.

Vooral op geschreven tekstniveau komt het nogal eens voor dat wat ‘pakkend’ (of op zijn minst ietwat origineel) lijkt op papier in de praktijk ronduit tenenkrommend wordt. Een goed recent voorbeeld vind ik de reclame van een supermarkt die het plantaardige assortiment aan de man moet brengen. De vrouw is boodschappen aan het uitpakken en haar echtgenoot biedt aan om te helpen: “Da’s plantaardig van je!” Niet de allerbeste woordspeling, maar in de context past hij wel: op papier kan hij er nog enigszins mee door. Maar in de reclame zelf gaat die woordspeling van enigszins aanvaardbaar naar ronduit ongemakkelijk en irritant.
De reclame slaagt in zijn opzet: ik praat er nu over en het is duidelijk blijven hangen… Maar een reclame heeft doorgaans enkele (tientallen) seconden om de boodschap over te brengen én moet de kijker overhalen iets te kopen. Dat scheelt nogal met een lezer die uit vrije wil fictieve avonturen wil beleven en veel meer tijd heeft.

Toch is het wel handig om reclames eens te observeren met het idee ‘Wat maakt het precies té?’ Zo train je jezelf met zoeken naar ergernis die werkelijk overal vandaan kan komen. Want helaas sluipt té soms ook in een boek, al is het vaak subtieler. Observeren om te leren gaat makkelijker met overduidelijke voorbeelden dan naar meer subtiele voorbeelden zoeken.

Forcering in boeken: ontleed clichés en slechte teksten

Een cliché is er vaak pas een als je dat zelf ook zo ervaart. Het haalt je uit een verhaal, wanneer wat dan ook té wordt om nog in het verhaal geïnvesteerd te kunnen blijven. Een element dat geforceerd is, heeft dat met een cliché gemeen, al is iets geforceerds soms iets wat je voor de eerste keer leest. Probeer de eerstvolgende keer dat je een cliché leest te achterhalen wat er ‘té’ is om zo te zien de tekst als geheel zo geforceerd doet overkomen. Als je weet waar je zoeken moet, dan zitten geforceerde verhaalelementen werkelijk overal en nergens. Ook in de ‘foute schrijftechnieken en schrijftrucs’ die je misschien al wat bekender zijn. Kijk maar eens.

SchrijfelementStoort omdat het element zelf is té
infodumpde verbeelding op slot wordt gezet, het tempo van de tekst vertraagtdetailgericht
slechte dialooghet onnatuurlijk klinktbraaf (of nietszeggend, zo je wil), er wordt geen ‘narratieve ruzie‘ gemaakt
bloemig taalgebruikhet te lang duurt voor verhaal verder gaat ten behoeve van sfeeromschrijvingbeeldend: soms geldt: less is more
Een overdreven klef stelde romance het verhaal wordt, in plaats van het verhaalelement of het thema dat het hoort te zijngericht op romantiek, niet zozeer op liefde
een slechterik met een tragisch achtergrondverhaalhet iets goedpraat in plaats van verklaartbang voor de rauwe waarheid
te grote regieaanwijzingende tekst er schreeuwerig van wordtbang dat de lezer een nadruk mist
een slechte plottwisthij niet te herleiden valt gericht op het verrassingselement, in plaats van de logica van het verhaal als geheel

Kijk eens of deze tabel zelf nog verder aan zou kunnen vullen. Vergeet niet dat je als schrijver wel met je neus bovenop je tekst zit. Je leest hem dus anders dan een lezer waarschijnlijk doet. Schakel altijd een of meerdere proeflezers in als je denkt dat je iets geforceerds hebt geschreven. Alleen zij kunnen zien of er iets zo duimendik bovenop ligt als jij denkt of vreest. Maar voorkomen is beter dan genezen. Hopelijk helpt deze oefening je vooruit om het aantal geforceerde elementen in je verhaal te verminderen. Als iets geforceerds eenmaal opmerkt is het vaak een kwestie van een hyperbool wat minder ‘opblazen’.

Succes!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Schrijfoefening: het succes van een archetype

Er zijn boeken, films en series die generaties meegaan en de tand des tijds bijzonder goed doorstaan. Decennia na hun verschijning wordt er nog over gepraat of heeft het nog een trouwe schare fans. Zou het niet fantastisch zijn als jouw boek ook zo geliefd zou worden? Daarvoor moet je de kern van het succes kunnen ontrafelen. Een manier daarvoor is om de archetypen die in het verhaal spelen, eens goed onder de loep te nemen.

Wat is de functie van archetypen?

Archetypen zijn de gezichten en rollen die mensen en personages kunnen aannemen. In een verhaal als geheel, of in een bepaalde scène. Lees daar hier een inleiding over. Archetypen zijn een makkelijker manier om personen te kaderen in hun manier van doen, maar ze hebben nog een andere handige functie. Je kan ze namelijk ook zien als zien als tropes, die twee kanten van de spreekwoordelijke medaille in zich dragen. Zo zal een archetype zorger graag iemand helpen, maar de keerzijde daarvan is dat diegene misschien te veel waarde hecht aan het idee de helper te zijn, of doorslaat in het helpen en daarbij macht wil over de ander: niet langer helpen, maar controle uitoefenen.
Zo kan je archetypen niet alleen als losstaande trope zien, maar ook als bouwsteen om een complete en diepgaande heldenreis mee op poten te zetten. De zorgzame zuster krijgt bijvoorbeeld als centraal conflict mee dat ze moet leren dat ze óók nog (eigen)waarde heeft als ze niet kan helpen.

De ene kant maakt de andere

Het handige van archetypen bekijken als een gegeven met twee kanten, is dat die meestal niet zo vergezocht zijn en je dus relatief makkelijk kan raden wat de kanten (grofweg) zijn. Je intuïtie weet meestal wel waar je het antwoord moet zoeken. Als de ‘onschuldige’ altijd maar het veilige opzoekt, dan zal die in paniek raken bij gebrek aan controle (het bekende is immers veilig). En de Schepper zal wegkwijnen als die de creativiteit niet kwijt kan, of liever: geen veilige plek heeft voor expressie. Dan heb je een (centraal) conflict als die door iemand steevast de mond wordt gesnoerd wordt. Dat hoeft dan niet per se kritiek op de schilderkunst van je personage te zijn. Met die ene én andere kant kun je zo spelen om een sterk plot voor je verhaal te bedenken met genoeg balans tussen ‘goed’ en ‘slecht’ .

De kracht van archetypen

Archetypen zijn ontzettend bruikbaar omdat ze zo universeel zijn. Personages in een boek moeten een (of een klein aantal) archetypen wel extra sterk benadrukken, maar het zijn geen zaken die je als geheel onbekend zijn. Zelfs als je doorgaans braaf bent, en dus zeker niet het archetype Boef, dan heb je ongetwijfeld alsnog ooit het gevoel gehad dat je ergens in beperkt werd, en joeg je een gevoel van vrijheid na.
In dat opzicht zit ieder archetype in ieder mens. Het is dus zoeken naar die eigen ervaringen om ze volgens een soort uitgezoomd ‘own voice‘- principe een universeel verhaal te schrijven. Universele verhalen die zo herkenbaar en dus ook mooi zijn omdat we allemaal het schuitje kennen waar we met zijn allen wel eens in gezeten hebben of zitten. Dat is de kracht van op deze manier kijken naar of werken met archetypen: je schrijft altijd wel iets herkenbaars. Niet omdat je hoopt dat iemand een specifieke gebeurtenis heeft meegemaakt, maar omdat je erop rekent dat iemand zich ooit zo gevoelt heeft (in een bepaalde rol).

Oefening voor het opschrijfboekje

Nu je dit weet, is het een leerzame schrijfoefening om eens te kijken wat dan een ‘echte klassieker’ maakt. Hoogstwaarschijnlijk zitten er in het verhaal een aantal archetypen verstopt die niet alleen universeel zijn, zoals ‘gebruikelijk’, maar omdat daarmee ook grotere levensvragen worden verkend. Het is niet langer alleen een onbeantwoorde liefde, maar het verhaal vertelt ook erg rauw wat het betekent om die liefde te verliezen, of zonder liefde door het leven te gaan. Kijk eens of jij de diepgang van je favoriete klassieker kan ontrafelen aan de hand van de prominente archetypen in het verhaal.
Waarom is dit verhaal of personage zo diepzinnig? Of juist geen dertien in een dozijn, terwijl het dat op het eerste oog wel zo lijkt? Is dat omdat de zorger uit liefde denkt te handelen, terwijl het dat doet met het uitvoeren van controle?

Om je op weg te helpen, zijn hier wat vragen waarop je het antwoord kan zoeken:

  • Waarom worstelt juist de Wijze met zich niet genoeg voelen voor iemand, of een hoger doel?
  • Wat zou er gebeuren als de Held zijn (spreekwoordelijke) superkracht verliest? Hoe kan die dan nog groeien?
  • Waar zoekt de Minnaar écht naar? Lust of connectie? Ziet die dat verschil überhaupt en hoe handelt die ernaar?
  • Waarom wil de Magiër zo graag een stempel op iets drukken met behulp van macht? Wat voor gevolgen heeft dat? (Perkamentus uit Harry Potter is hier een goed voorbeeld van, zie daarvoor: ‘Harry potter en de relieken van de dood’, het laatste deel van de boekenreeks.)
  • Als de Boef naar vrijheid zoekt, breekt hij regels om dat te bereiken. Welke regels en codes zijn hem nog wel heilig? Is dat uit naam van iets niet opgelegd willen krijgen, of schuilt er nog iets achter? Wat dan?
  • Romeo in film X is oppervlakkig omdat hij alleen op uiterlijk valt. Romeo uit film Y doet dat ook, maar krijgt als conflict dat hij op intieme momenten ( nog) steeds aan zichzelf twijfelt. Wat zegt dat over hoe deze Romeo (zelf)liefde ervaart?
  • De Heerser wil diep vanbinnen ergens bij horen. Daarom is hij in boek X zo doodsbang om iemand te verliezen. Hoe compenseert hij dat en hoe prikt een ander personage daar misschien doorheen? En op welk moment?
  • Waarom is deze Held zo heldhaftig? Wat heeft hij voor spreekwoordelijke schaduwen moeten doorstaan om nu zo stevig in de schoenen te staan?

Als je die observaties meeneemt in je eigen verhaal, is de kans groot dat je een echte pageturner neer kan pennen!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Дмитрий Хрусталев-Григорьев via Unsplash