Schrijfoefening: dat ene moment

Bijna iedereen heeft wel zo’n onwerkelijk moment gehad waarop iemand je leven heeft veranderd, of andersom. Of nog mooier: allebei.

Hoe schrijf je over ‘dat ene moment’?

Dat ene gesprek, die ene patiënt of medepassagier was als een mentor die uit de lucht kwam vallen en gaf een onverwachte levensles die je zo’n diep gevoel van (mede)menselijkheid liet voelen dat je er jaren later nog van volschiet als je eraan denkt, of dat die ervaring tot je levensmotto heeft geleid. 
Die momenten zijn vreselijk moeilijk om goed te beschrijven. Woorden schieten tekort om te vertellen waarom het niet zomaar een bijzondere ontmoeting was. Behalve dan misschien iets als: ‘de manier waarop wij elkaar aankeken..’. Hoezo cliché? En dan ook nog eens een van het romantische soort, terwijl je jouw levensechte held misschien net een hand hebt gegeven… Hoe schrijf je over dit soort ontmoetingen op zonder dat je lezer om een teiltje vraagt?

Onverwachte kwetsbaarheid

Of je mentor nu iemand is die je een enkele keer hebt ontmoet, of het je vader was die gedurende je hele jeugd een baken van wijsheid was, ‘dat ene moment’

  • zie je niet aankomen. Ook al zegt een van de twee dat er iets belangrijks gezegd moet worden, je kan niet voorzien dat het iets is dat je leven lang bij je blijft. We zien vaker inspirerende citaten in boeken staan, of we voeren vaker diepgaande gesprekken, maar dit gesprek steekt er voor altijd met kop en schouders bovenuit. En dat weet je van tevoren nooit.
  • maakt dat je niets voor de ander kan verbergen, alles ligt open. Denk aan zinnen als: ‘Je keek dwars door mijn ziel’ of ‘mijn masker viel af.’ Of je hebt het gevoel dat als de ander je in een glimp bloot zou zien, dat niets nieuws voor de ander zou zijn, of op een rare manier misschien ook niets geks of vervelends. Eerder zag de ander al iets van je dat vele malen naakter voelde dan jou zonder kleren te zien’. Anders gezegd: deze manier van zien gaat vergezeld van een extreme vorm van (emotionele) kwetsbaarheid. Achteraf zijn de momenten prachtig, maar op het moment zelf voelt het – door die kwetsbaarheid- waarschijnlijk als een van de engste momenten die je hebt meegemaakt.

Opschrijven en afpellen: emotionele kwetsbaarheid onderzoeken

Een moment dat je leven verandert is dus vrijwel altijd emotioneel extreem kwetsbaar, waarvoor alleen clichés beschikbaar lijken om het te beschrijven en die dan alsnog het gewicht van het moment niet dragen. Daarom moet je dat moment heel goed onderzoeken, wil je er een poging toe doen. ‘Het veranderde mijn leven.’ is een holle frase: het zegt technisch gezien veel, maar de voeling erbij ontbreekt nog.

Begin bij het begin. Waarom was dat moment zo onverwacht? Waarschijnlijk omdat de persoon met wie je was wel de laatste was van wie je zo’n gesprek verwachtte, of dat het gesprek deze wending zou nemen. Je ziet je stoïcijnse oom voor het eerst huilen, of de vreemdelinge in de trein vertelt plotseling haar duisterste geheim aan je, dat -jawel!- ook nog eens met jouw duistere geheim overheen komt. Observeer met terugwerkende kracht wat jij al voelde of zag aan jezelf of aan de ander zag dat eraan zat te komen. Denk aan dingen als:

  • Die ander keek me al aan met een blik die mijn nek deed prikken.
  • Ik was ontspannen waar de ander wanhopig leek: misschien was ik de veilige haven die de ander nodig had
  • Ik las een boek over huiselijk geweld. Vandaar dat die ander uiteindelijk vroeg of ik dat net als haar had meegemaakt.

Dan was daar het moment waarop die persoon door je heen keek, of jij door de ander of allebei. Wat zag je in die ogen, die spiegel van de ziel, of hoe werd er door jou harnas heen geprikt? Waarom was er vanaf dat moment geen weg meer terug? Schrijf alles op wat je je nog kan herinneren. Dat is waarschijnlijk heel veel. Het kan helpen om het grofweg zo onder te verdelen:

Wat was er aan de hand?Ik De ander
emotioneelleek uit elkaar te klappen, kon wel schreeuwenkeek doodsbang, begon te huilen
fysiekvoelde mijn benen in lood veranderenstond te trillen als een rietje
gedachtengangWat moet ik hierop zeggen? Hoe weet jij dit? Wat gebeurt hier?ik voel me betrapt (zei jij later/ vertelden je ogen)
specifieke gebeurtenis: de meest doodse stilte ooit, viel tussen ons probeerde een letterlijke uitgang te vinden: ik zocht naar een deurkeek me misschien wel een halve minuut niet meer aan.

Vergis je niet, met een simpel schemaatje ben je er nog lang niet. Dit is een kwestie van (namens je persona(ge)) heel intens doorvoelen wat er toen gebeurde. Keer op keer. Het schema is slechts een hulpmiddel bij een lang en intensief proces. Wees gewaarschuwd: ‘dat ene moment’ is snel verprutst in een verhaal Het is zo intens, zo rauw dat je héél goed moet kunnen schrijven om het te kunnen bedenken en nog authentiek te kunnen laten voelen. Daarom duikt het vaker op in autobiografische verhalen. Als de ander echt bestaat, waak er dan voor dat je veel waargebeurde elementen fictief of anoniem maakt, of flink aanpast: dit soort intieme informatie mag je niet zomaar namens anderen de wereld in sturen!

Geef het de ruimte

Zodra je in ‘dat ene moment’ zit met de ander, hoor je dingen die je nooit verwachtte te horen. Je beseft dan ten volle dat er een medemens naast je staat met angsten en dromen, een verleden en een toekomst. Dat besef kan je niet vangen in het beschrijven van ‘het moment’ alleen. Als je ‘het moment’ eer aan wil doen, zal je van jouw persona en het personage van de ander ook diepgaandere elementen van de personagebiografie moeten delen om het echt tot zijn recht te laten komen. Wil je niet dat dat een infodump wordt, dan besteedt je al snel vele scènes of hoofdstukken daaraan. Oftewel: ‘het moment’ wordt een groot deel van het verhaal als je echt wil duidelijke maken hoe belangrijk het echt is geweest. Geef dat moment de ruimte in je verhaal, net als je die voelde toen het zich voordeed.

Deze blogpost is opgedragen aan N.G. en S.T. Dank jullie voor ‘dat moment’ dat jullie met mij hebben gedeeld. Ik ben vele jaren later nog altijd diep onder de indruk en immens dankbaar dat ik jullie zo heb mogen zien. En jullie mij.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Joseph Frank verkregen via Unsplash.

Schrijfoefening: de sorteerhoed

Deze schrijfoefening is geïnspireerd door de sorteerhoed uit de Harry Potterserie. Want als je een personage sorteert aan de hand van een aantal karaktertrekken kan je de heldenreis daar goed op afstemmen.

Voor wie de details van Harry Potter niet kent: Harry gaat naar de toverschool Zweinstein. Daar zijn vier verschillende afdelingen: Griffoendor, Ravenklauw, Huffelpuf en Zwadderich. Als de leerlingen voor het eerst op school komen, moeten ze de sorteerhoed opzetten die ze in de passende afdeling plaatst. Iedere afdeling heeft zo zijn kenmerken en karaktereigenschappen die worden gewaardeerd:
Griffoendor: moed, lef en ridderlijkheid.
Ravenklauw: intelligentie, leren, wijsheid en gevatheid
Huffelpuf: hard werken, geduld, rechtvaardigheid en trouw
Zwadderich: sluwheid, ambitie, leiderschap en trots 

In de serie zijn de afdelingen en de personages die daartoe behoren, vaak van eenzelfde soort personen en ook wordt de heldenreis erdoor weerspiegelt. Zo zijn de leerlingen van Griffoendoor meer dan eens overmoedig en komen ze daardoor de nodige obstakels tegen. Een belangrijk personage uit Huffelpuf is bereid om van roem af te zien, omdat hij die vanwege omstandigheden – volgens hemzelf- niet verdient en het onrechtvaardig zou vinden om die roem te accepteren. Leerlingen van Zwadderich plaatsen zichzelf nogal eens boven anderen als dat betekent dat ze daarmee een belangrijk doel kunnen bereiken.

Het nut van sorteren

In de Harry Potterboeken hebben de verschillende afdelingen en hun karakteristieken een erg grote rol en geschiedenis. Soms hangen er complete grote verhaallijnen vanaf. Zo ver hoef je niet te gaan als je je personages sorteert, maar toch kan het handig zijn om ze in een van de afdelingen van Zweinstein te plaatsen. Of verzin zelf een paar afdelingen met karaktereigenschappen die jij samen een mooi geheel vindt vormen en waarbij jij als vanzelf een bepaald soort personen of personages voor je ziet.

Ook zal je misschien merken dat bepaalde afdelingen (als vanzelf) elkaars vijanden worden, omdat ze elkaars tegenpolen zijn, zoals Griffoendor en Zwadderich. Maar ook bij Huffelpuf is dit zichtbaar: omdat ze de trouwe en hardwerkende mensen zijn die doorgaans geen conflicten opzoeken, worden ze door de rest van de school af en toe weggezet als de watjes. Als je op deze manier in een vroege fase van de tekentafel je personages onderverdeeld, zal je makkelijker zien wie op papier (bijvoorbeeld) betere vrienden of geliefden zullen zijn.

Op papier heeft hier een dubbele betekenis: zowel de traditionele betekenis gaat hier op, alsook het principe dat op het papier van jouw gedrukte boek het beter gaat werken. Laten we eens kijken welke personages een beter koppeltje of vriendschapsband zouden vormen. Koppel 1 betreft een Zwadderaar en een Ravenklauw. Koppel 2 gaat over een Zwadderaar en een Huffelpuf.

Koppel 2 heeft hier een betere start. Een Zwadderaar is ambitieus en een Ravenklauw hecht waarde aan intellect. Als deze Zwadderaar toevallig ook de ambitie heeft om veel te leren of kennis te vergaren, is dat een goede match. Maar een Huffelpuf die trouw hoog in het vaandel heeft staan, zal het niet zo prettig vinden dat de Zwadderaar ook sluw kan zijn en mensen vanwege het eigenbelang soms kan laten vallen.
Meestal is het dan ook slim om voor het tweede koppel te kiezen als het gaat om mensen die op elkaar vallen of veel met elkaar op gaan trekken. Anders ga je teveel forceren. De personages kunnen later in het verhaal elkaar leren wat hun tekortkomingen zijn of helpen de obstakels te overwinnen, maar daarvoor moet er wel een geloofwaardige basis zijn.

De heldenreis en de vriend: sorteren laat vinden

Als je een held hebt waarvan je weet dat die moet leren om een beetje meer voor zichzelf op te komen ( een Huffelpuf in het voorbeeld) dan is het ook handig om te weten dat een Griffoendorvriend de beste kameraad zal zijn. Of liever gezegd, het beste medepersonage die je held altijd bijstaat. Een held kan nooit een heldenreis alleen doorstaan en heeft daarvoor een vriend nodig. Als je vooraf van je personages weet wat voor soort kwaliteiten ze hebben, kan je voor een heldenreis zorgen die je held aankan, met de ondersteuning die die ook nodig heeft. Natuurlijk gaan de personages door het verhaal heen groeien, dus je hoeft je niet al te streng te houden aan de karaktereigenschappen waarmee je personages ‘vertrekken’. Sterker nog, als je dat doet, dan loop je het risico om in clichés te verzanden.
Maar als je een algeheel beeld hebt van wat je personages voor karaktertrekken hebben en wat hen tegenstaat, kan je makkelijker overzicht houden als het gaat om wat ze tegen (moeten) komen, wat hen laat groeien en wat je verhaal spannend kan houden.

Fase van sorteren

Net als in de Harry Potterboeken moet je dit sorteren doen op het moment dat je met de personagebiografie van een personage aan de slag gaat. Het is een startput, geen uitgangspunt, in zoverre dat je daar altijd van uit moet gaan en het constant in je achterhoofd moet houden. Als mens en als personage ben je meer dan alleen de karaktertrekken van een Zwadderaar, Griffoendor of Bloemenvelder (afgeleid van jouw zelfbedachte afdeling Bloemenveld 😉 )
Als je al een personage in de steigers heb staan, kijk dan eerder wat je al van je personage weet en waar het van moet leren. De hokjes die je met afdelingen gebruikt zijn ter oriëntatie, niet ter bevestiging. Hokjesdenken is iets voor de tekentafel, voor als je personages nog vrij ‘zielloos’ zijn. Zodra ze echt beginnen te lijken, moet je dat loslaten. Hokjesdenken zou, zo moet je maar denken, ook niet netjes zijn bij echte mensen. Het is misschien handig om eerst te kaderen, want ergens moet je een startpunt hebben, maar zodra dat er is, mag je je personages leren kennen zoals ze van zichzelf zijn geworden, niet per se hoe jij ze hebt geschapen of geschreven.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Tayla Kohler via Unsplash

Zo schrijf je een tekst met een sprookjesachtige toon

“Dit verhaal leest als een sprookje.” Is dit ooit over jouw verhaal gezegd, of zou je dat wel willen? Laten we eens kijken wat een verhaal een sprookjesachtige toon kan geven.

De basis van een sprookje: magie

Een sprookje zou geen sprookje zijn als het niet aan bepaalde voorwaarden zou voldoen. Lees in deze blogpost terug waar je aan moet denken, zoals het getal drie en pratende dieren. En toch worden er ook vaak verhalen als sprookjesachtig bestempeld zonder dat er meteen iets magisch of fantastisch in gebeurt. Of je sprookje nu daadwerkelijk van fabelachtige zaken aan elkaar hangt of gewoon ‘als een sprookje leest’, het kernwoord wat ze delen is magie. Iets aan het verhaal bevat magie of voelt magisch aan. Zodra je dit toverwoord ( 😉 ) kan verwerken als thema, is de toon van een sprookje gezet.

Wat leest magisch?

Overduidelijke magie van toverspreuken en draken terzijde, iets kan ook magisch voelen door de combinatie van buitengewoon en – in het geval van de typisch sprookjesachtige toon- rust.

Iets buitengewoons moet je in dit geval lezen als buiten-gewoon: niet zozeer spectaculair, als wel: buiten het gewone om. Die toon houd je een tijdje vast, zodat de lezer kan laten bezinken dat dit moment niet alledaags is en een leven kan veranderen. In dat buiten-gewone moment houdt je het personage een spiegel voor. Daarin reflecteert het over hoe diens leven ervoor staat, of waar het naar streeft. Op een bepaalde manier -meestal door wat een medepersonage zegt, laat zien of het personage laat doen- krijgt je personage een levensveranderend inzicht of iets aangereikt wat het leven vanaf dat moment kan veranderen. Dit buiten-gewone moment wordt zo ook echt buitengewoon en daarmee magisch.

In tegenstelling tot de echte spookjes met heksen en draken zijn sprookjesachtige verhalen niet zo vaak echt spectaculair. Integendeel: ze zijn gebaat bij de eerder genoemde rust. In plaats van hele drakenkolonies te moeten verslaan, gaat het in deze verhalen erom dat de schoonheid van kleine dingen de aandacht krijgen. En die schoonheid kun je niet bewonderen als je op standje turbo door het verhaal gaat. Zie je het al voor je?

Zoals hij daar naar de zonsondergang keek, mijmerend over het ritme van de seizoenen en hoe het volgende jaar zijn potentieel tot volle bloei zou komen, zwiepte hij uit volle kracht met zijn zwaard om de draak te onthoofden.

Dat werkt niet echt hè? 😉 Als je het tempo van rust bij een sprookjesachtig verhaal wil testen, denk dan aan een poort waar je personage doorheen stapt en alles in slow-motion gebeurt. Dan heeft het alle tijd om na te denken en te zien hoe alles zich ontvouwt. Wie weet blijft ook bepaalde symboliek niet onopgemerkt. In deze rustige waakzaamheid kan je personage zich als het ware ook openstellen om die sprookjesachtige toon voor zich te laten ontvouwen, alles maar laten gebeuren.
Laat de wijsheid van die ene vreemdeling rustig op je personage inwerken in dat ene café waar ze elkaar ontmoeten. Of laat in een oorlogsgebied waar dood en verderf de norm zijn de liefde van die ene goede Samaritaan goed zien door er in detail en een rustig tempo bij stil te staan. Dat is de ‘magie’ die een verhaal sprookjesachtig kan maken.
Maar met alleen magie ben je er nog niet. Ook het ritme is erg bepalend.

Het ritme van een sprookjestekst

Zoals iedere goede tekst heeft ook een sprookje drie akten met een begin, midden en een eind. Maar waar een verhaal al snel moet uitbreiden en verdiepen met die drie akten met momenten als de clues, inciting incidents en de wrap-up, blijft een sprookjesachtige tekst bijna belachelijk banaal bij die basis van die drie akten
1) Iemand zit mentaal in de put.
2) Een ontmoeting met een tuinman in een prachtig park schijnt een ander licht op de zaak.
3) Je hoofdpersonage gaat met een voldaan gevoel en misschien wel nieuwe inzichten naar huis.

Natuurlijk kan je wel wat dingen uitdiepen over wat je personage(s) bezighoudt. Dat moet zelfs, want hoe mooi de omgeving en omstandigheden ook zijn: een stuk karton is hoe dan ook geen interessante held. Maar je hoeft er geen letterlijk en figuurlijk verhaal van te maken. Een sprookjesachtige tekst is wat dat betreft eerder een momentopname. Als een foto waar je een verhaal bij kan vertellen. Je ziet misschien enkel mensen op een picknick, maar je kan als je het verhaal kent, precies vertellen dat dat die ene picknick was op je personage later op de dag ten huwelijk werd gevraagd.
Dan hoef je echt niet in te gaan op hoe de aanstaande bruid op dat moment een studie ICT volgde, in haar vrije tijd aan judo deed en hoe haar relatie met haar technisch slimme lievelingstante ertoe heeft geleid dat je personage ook een exact beroep ambieert. Juist niet! Ga in op dat ene moment – dat dan ‘toevallig’ een dag lang duurt. Beschrijf het weer, de sfeer, het moment waarop Romeo op zijn knieën ging en de reactie van de omstanders.
Als je een bepaald moment in het verhaal niet de tijdelijke schijnwerpers geeft, maar het hele verhaal daarom drááit, met een gevoel dat het verhaal ‘na de laatste bladzijde’ een goede afloop heeft, of een prettig vervolg krijgt, is je verhaal al snel sprookjesachtig.

En ze leefden nog lang en…?

Nee, niet iedere sprookjesachtige tekst hoeft gelukkig te eindigen. Bitterzoet is zeker niet uitgesloten, soms kan een einde zelfs ronduit verdrietig zijn bij een verhaal dat toch als een sprookje leest. De crux zit hem dan niet in het einde, maar wat er in het grote middenstuk, die foto gebeurt of gebeurd is. Voor een sprookjesachtige tekst is het vooral essentieel dat even alles goed leek of goed leek te komen. Dat ‘even’ kan wat langer voortduren of bij dat magische blijven, maar zolang als er een magisch moment is geweest, zit je algauw goed met een sprookjesachtige sfeer in je verhaal.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Schrijfprompt: de identiteit van de dag

Wat ben jij? Denk niet te ingewikkeld en schrijf de eerste drie dingen die op die je kan bedenken. Nu ga ik je vertellen dat je veel meer bent dan dat met een schrijfprompt die een groot butterfly-effect teweeg kan brengen en je inzicht kan geven in het belang van een bepaalde scène, plotpunten of hoe je personage de wereld in kijkt.

Eindeloze identiteiten

Waarschijnlijk heb je dingen opgeschreven als je geslacht, nationaliteit, seksuele voorkeur, beroep, burgerlijke staat, of ‘dol op Parijs’. Maar vast niet:
* autobestuurder
* klant bij de supermarkt
* schoonmaker (tenzij je dat beroepsmatig bedoelt)

En toch heb je vandaag waarschijnlijk autogereden, boodschappen gedaan of iets schoongemaakt. Dus eigenlijk ben je dat ook. Je staat er alleen niet bij stil. Beantwoord met dat in het achterhoofd de vraag: “Wat ben je vandaag allemaal?”
Waarschijnlijk antwoord je nu met iets als: vader, automobilist, leraar, collega, opnieuw automobilist, bankhanger, kok, fietser, tennisser, weer fietser, bankhanger, echtgenoot; de doorloop van een doordeweekse dag.
Maar heb je er dan ook aan gedacht dat je óók nog steeds een zoon bent, ook al heb je je ouders vandaag niet gezien? Of heb je er ook bij nagedacht dat je ook ooit een toerist was, toen je op vakantie was?
Ongeacht je antwoord, merk je vast wel dat deze vraag onmogelijk ‘volledig’ te beantwoorden is. Je kan zoveel dingen zijn, je was ooit zoveel dingen en je doet zoveel dingen dat dat niet bij te houden is. Of had jij in je lijstje soms wél ‘koffiedrinker’ en ‘koekjesknabbelaar’ opgeschreven in je lijstje toen je bij de koffietijd aanbelandde ? 😉

Het principe dat deze ‘identiteiten’ allemaal kloppen, maar niet allemaal of altijd belangrijk zijn, vormt het uitgangspunt van deze schrijfprompt.

Wat ben ik vandaag?

Beantwoord nog één keer de vraag ‘Wat ben ik vandaag?’ en schrijf alles op wat je kan bedenken. Stop wanneer de ideeën ophouden: je hoeft echt niet te zoeken naar iets als koekjesknabbelaar. Sterker nog, het feit dat zoiets niet komt bovendrijven tenzij je antwoorden gaat forceren, leert je iets belangrijks over deze schrijfprompt: het doet er (nu) gewoon niet toe.
Zo zou ik vandaag absoluut ‘blogger’ opschrijven: ik ben vandaag bezig met deze blog. Maar over twee dagen, als ik met andere werkzaamheden aan de gang ga, de blog nog niet online staat en ook niemand vraagt wat ik iedere week doe, maakt dat niets uit. Ik ben/ voel me niet altijd een blogger, ik denk niet 24/7 aan mijn blog. Hoewel pietluttig, is het verschil tussen ‘Ik ben nu, op dit exacte moment een blogger’ en ‘ik schrijf blogs’ in dit geval belangrijk.

Kijk eens naar je lijstje en probeer te bedenken waarom wat je schreef belangrijk is en hoe belangrijk het op dit exacte moment is.

Waarom is het belangrijk?

Waarschijnlijk heb je iets opgeschreven en opgemerkt als belangrijk omdat er relevante acties en emoties bij komen kijken.
Je schrijft op dat je vader bent omdat je vanochtend je kind naar school hebt geholpen (actie) en er bovendien zielsveel van houdt (emotie).
Je bent fietser omdat je daarmee naar je werk ging en daarmee de dag startte (actie) en dat nu wel heel erg opviel, omdat je verdorie kletsnat van de regen aankwam (emotie) om vervolgens als leraar (‘actie van het lesgeven’) helemaal hebt dubbelgelegen om die goedgevonden grap van een leerling (emotie). enzovoorts.

Waarom is het nu belangrijk?

Op het moment dat je kletsnat in de regen fietst, is ‘fietser’ heel belangrijk, maar dat maakt al minder uit als je weer droog voor de klas staat en om die leuke leerling kan lachen. Vertaald naar de situatie in een boek: als je deze oefening zou doen voor ‘hoofdstuk onderweg’ schrijf je die regen waarschijnlijk bovenaan je lijst, waar dat in ‘hoofdstuk les aan HAVO 3a’ verder onderaan het lijstje staat, of misschien zelfs helemaal niet meer.

Kies een moment van de dag uit en probeer van je lijstje nu een ranglijstje te maken met de belangrijkste identiteit bovenaan. Stel dat je vijf dingen hebt opgeschreven, vraag je dan af of nummer 4 en 5 voor dit specifieke moment nog belangrijk zijn of niet en schrap ze zo nodig. Met het lijstje dat overblijft, vormt de rest van dit artikel een schrijfprompt of een schrijfoefening, al naargelang je het wil inzetten.

Schrijfprompt

Stel dat je in jouw lijstje hebt staan:

1) sollicitante
2) bouwvakster
3) vrouw
Dan heb je iemand die een nieuwe baan zoekt als bouwvakster terwijl ze gezellig met haar mannelijke collega’s kletst. Waarschijnlijk vertelt ze aan een van hen hoe hij het beste vlechtjes kan maken in het haar van zijn dochtertje. Ga je gang, schrijf er maar iets over 🙂
Maar als je schrijft
1) vrouw
2) bouwvakster
3) sollicitante

Dan impliceert dat iets dat meer in de richting gaat van: deze vrouw moet zich zien te redden in een mannenwereld en moet misschien wel iets ‘extra’s’ doen om de baan te krijgen… Schrijf maar raak!

Door zo met woorden en de volgorden te spelen, kan je eindeloze schrijfprompts maken

Schrijfoefening

De volgorde van je lijstje bestuderen kan je ook helpen als je moeite hebt om te bepalen wat er in de scène precies aandacht moet krijgen of met welke scène je verder moet gaan. Dan kan je het als schrijfoefening gebruiken.
Stel dat je hebt geschreven:
1) ontvoerd
2) moeder

Dan schrijf je hoe Moeder een manier zoekt om te ontsnappen om weer bij haar kind te zijn.

Maar als
1) moeder
2) ontvoerd
het geval is, dan moet die ontsnappingspoging even op de pauzestand. Duik in het hoofd van Moeder om te laten zien dat ze gek wordt van verdriet en zorgen omdat ze bij haar kind wil zijn. Misschien wel zodanig dat ze daardoor niet eens meer kan denken aan een ontsnappingspoging, omdat ze door die emoties wordt verlamd. Vergeet daarbij niet het eerder genoemde verschil tussen actie en emotie.

Je kan deze oefening dus veelvoudig gebruiken: probeer ook eens om emoties toe te voegen aan je lijstje voor extra verrijking: vandaag ben ik: blij, in de war, smoorverliefd hopeloos verloren…

Veel plezier en succes!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Vadim Bogulov via Unsplash.

Schrijfoefening: sollicitatie voor de heldenrol

Je kan een personage leren kennen gedurende het schrijven van je verhaal, maar je kan het ook anders aanpakken. Laat potentiële personages eens op sollicitatiegesprek komen voor een rol in je verhaal!

Waar moet een personage aan voldoen?

Er zijn eigenschappen waaraan ieder personage moet voldoen om interessant te zijn om over te lezen. Het moet kunnen en willen groeien en een centraal conflict aangaan, bijvoorbeeld. Maar ieder genre, ieder apart verhaal vraagt om een andere held. Waar held in het ene verhaal een onverschrokken bankier met een grote mond moet zijn om in de harde financiële wereld te overleven, dat personage zal het niet lang uithouden als die veel met zijn handen moet werken op een plaats waar warm stromend water al een luxe is. Vergeet dat vijfsterrenhotel dan maar. Deze bankier is niet de held die je voor dit verhaal zoekt. Kijk eens verder waar de boerenknechten rondhangen.

Het profiel van een personage

Op deze manier kan je een kort profiel maken van waar je personage aan moet voldoen om een goede held voor je verhaal te kunnen zijn. Beeld je vervolgens in dat al deze personages met dit ‘cv’ naar je toe komen en je een ronde sollicitatiegesprekken met ze houdt. Zo kom je erachter wat je held absoluut in zich moet hebben om het verhaal te kunnen dragen en in welk ‘gebrek aan werkervaring’ (lees: wat je nog niet over dit personage weet) je voor lief kan en durft te nemen om te zien waar dit personage het verhaal naartoe gaat brengen.

Verwar voor deze schrijfoefening dit korte profiel vooral niet met een uitgebreide personagebiografie! Net zoals je bij een gemiddelde sollicitatie echt niet hoeft te vermelden op wat voor basisschool je hebt gezeten, hoef je van deze sollicitant ook niet per se te weten hoe dit personage is opgegroeid, hoewel dat normaalgesproken wel belangrijke elementen zijn voor in een personagebiografie. Probeer juist aan de oppervlakte te blijven om te zien of dit personage een geschikte kandidaat is.

De voorbereiding op de sollicitatie

Een goede aankomende werkgever bereidt een sollicitatiegesprek voor, dus dat ga jij nu ook doen. Nog vóór je je gaat bekommeren om het personage, neem je je eigen associaties of eisen onder de loep.
Denk hierbij aan:
* Vind jij een genre de naam niet waard als er een bepaalde trope mist, zoals een fantasyverhaal zonder wijze tovenaar?
* Wat vind je leuk om te schrijven? Zou je zin hebben om met deze nieuwe collega samen te gaan werken als je zelf al op het punt staat ontslag te nemen bij deze rotbaan…?

Zo weet je grofweg wie je zoekt voor de baan van de held.

De sollicitanten

Nu gaan de sollicitaties echt beginnen. Kijk eens wat voor personages zich voor je geestesoog aandienen voor de rol van de held. Misschien zijn het wel zeer onverwachte figuren. Of vond jij het vanzelfsprekend dat de ministerpresident zich meldt als held van een survivalverhaal in de jungle? Denk eens een paar minuten na en schrijf iedereen op waar je aan denkt, hoe maf het in eerste instantie ook klinkt om diegene te overwegen. Als je de sollicitatie eerlijk wil laten verlopen, verdient iedereen een kans.
Mocht er een personage zijn waarvan je de gedachte ‘Wat doet die hier?’ maar niet van je afgeschud krijgt, is het verstandig om eens te kijken of je geen bepaalde bril ophebt. Vroeg of laat kom je tegen dat je een bril draagt, en in dit geval is het vroeg. Het is maar beter om dat probleem meteen even uit de weg te ruimen.

Het sollicitatiegesprek

Het is sterk afhankelijk van je verhaal wat je aan je personages kan vragen tijdens een sollicitatiegesprek. Je hebt er helemaal niets aan om van de mediterende kluizenaar te vragen wat zijn beste flirttactiek is, maar als je een bouquetroman schrijft, is dat waarschijnlijk vraag 1 die je aan de steenrijke Romeo zal moeten vragen. Deze vragen zijn echter altijd bruikbaar:

  • Als je je door een crisis moet slaan, naar wie wend je je dan als je een helpende hand nodig hebt?
  • Hoe pak je een crisis normaalgesproken aan? Vechten, charmeren, vluchten, of nog iets anders?
  • Wat is je levensmotto of het moraal waarnaar je het meeste leeft?
  • Waar ben je goed in?
  • Waar ben je slecht in?
  • Hoe leer je iets? Door te doen, door boeken, door je intuïtie te volgen….?
  • Van wie houd je?
  • Wat wil je nog bereiken in je leven?
  • Waar ben je bang voor?

De selectie van je held

Misschien heb je na de eerste sollicitatieronde een kandidaat voor ogen die overduidelijk het meest geschikt is om de heldenrol voor je verhaal te vervullen. Maar de kans is groot dat er een handjevol gegadigden overblijft. In dat geval doe je er goed aan om het stappenplan te volgen dat ik heb opgesteld in de post over dubbele standaarden. Dat geeft je nogmaals een controle betreft de eventuele brillen die je draagt, maar ook die van de lezer. Dan weet je niet alleen of jij het personage ziet zitten, maar of je aankomende held niet te ongeloofwaardig is voor de lezer om in het verhaal geïnteresseerd te raken.

Als je daarna nog een tweede sollicitatieronde nodig hebt, kan je de vragen wat meer verdiepend maken. Stel in deze fase echter niet al te veel of te specifieke vragen meer. Stop zodra de kogel door de kerk is. Je moet nog genoeg ruimte overhouden om je personage te leren kennen als je weet wie de held van je verhaal gaat worden.

Zo maak je een goede start met het kennismaken met je held!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Nik, verkregen via Unsplash.

Schrijfoefening: reacties spieken bij een filmkijker

Pak je opschrijfboekje en wat popcorn: voor deze schrijfoefening gaan we gebruik maken van het filmmedium. Hoewel een boek en een film in verschillende opzichten van elkaar verschillen, is een film bij uitstek geschikt voor schrijvers om te kunnen spieken bij een publiek. Als je dat goed doet, kan je je bewuster worden van wat je vindt of hoopt dat je moet opschrijven, omdat je iets voor je ziet wat betreft de beleving van je verhaal, terwijl een ander dat misschien helemaal niet zo beleeft.

“Huil je nu al?” “Huil je nu pas?”

Soms zijn de kijkers het er helemaal over eens dat een boek, film of scène een bepaalde emotie oproept, maar verschilt het per persoon wanneer die emotie wordt opgeroepen.
Dat betekent dat iedereen een ander tempo heeft om in het verhaal te komen. Het kan je een idee geven of iets überhaupt aankomt zoals een regisseur of schrijver het bedoelt. Misschien ziet de kijker wel iets op een manier waar je helemaal niet bij had stilgestaan dat het ook zo geïnterpreteerd kon worden. Dat kan handig zijn om op te merken: “als dat een bouwsteen is voor een plottwist, dan moet je misschien wel iets specifieker zijn…”

Als met een ander mee kan kijken, kan je zien wat (bijna) altijd werkt voor de beleving die je wil oproepen of wat nauwelijks wordt opgemerkt. Dat kan een goede les zijn voor schrijven in het algemeen.
Deze schrijfoefening werkt het beste bij een film die je al door en door kent, of op zijn minst een keer gezien hebt. Zoek op YouTube naar ‘First time watching’ en voer de titel van je film van voorkeur in. Als de film (enigszins) bekend is, levert dat al gauw handenvol aan voorbeelden op.

Casus: Percy Wetmore

Percy is een personage uit de film The Green mile en wordt vaak een van de meest verachtelijke personages in de filmgeschiedenis genoemd. Hij is een bewaker van de dodencellen en is ronduit sadistisch: hij heeft een woedebeheersingsprobleem, geniet van zijn machtsmisbruik en vindt het plezierig om anderen te zien lijden. Het leerzame van zijn personage is dat het van het begin af aan al duidelijk is dat het geen fijn mens is. De een wordt na letterlijk twintig seconden al misselijk van hem -zoals ik- , bij de andere duurt dat meerdere scènes. Maar als Percy uiteindelijk zijn verdiende loon krijgt, is iedereen het erover eens dat die straf meer dan passend is. In chronologische volgorde zie je Percy onder andere het volgende doen:
* Een nieuwe gevangene vernederen
* De vingers van een gevangene breken
* Een geliefde muis doodtrappen die een gevangene tam heeft gemaakt
* Een gevangene willens en wetens een uiterst gruwelijke en pijnlijke dood bezorgen.

De eerste twee punten kan je in deze clip bekijken. Goed om te weten: dit is de scène waarin de kijker kennismaakt met Percy. Het is voor de insteek van de schrijfoefening handig om op te merken dat duidelijk is dat zijn leidinglevende helemaal niets van hem moet hebben: hij wijst Percy onmiddellijk terecht en stuurt hem uiteindelijk weg. Dat is een aardige show don’t tell voor: Percy heeft niet zomaar een slechte dag, dit is waarschijnlijk zijn normale, lompe manier van doen. Als je een personage hebt dat van meet af aan lomp is en de andere personages zijn hem in zijn introductiescène al meer dan eens beu, dan zou het theoretisch gezien geen verrassing moeten zijn dat Percy uiteindelijk veel meer doet dan alleen arrogant rondstruinen. Toch zijn er mensen die pas als het ronduit sadistisch wordt de hoop opgeven dat er iets goeds in Percy schuilt en zijn ware aard als zodanig aannemen.

Wat kun je noteren bij het meekijken van reacties?

Zet de popcorn even aan de kant en pak je opschrijfboekje. Schrijf zaken op als:

  • De kijker is iets opgevallen dat ik nog niet had gezien
  • De kijker wordt door een detail afgeleid, terwijl ik zó in het verhaal was meegezogen dat ik op het puntje van mijn stoel zat
  • De kijker begint te huilen bij een scène waar ik eerder bezig was met puzzelstukjes in elkaar te passen
  • Ik zat bij deze scène te huilen, terwijl de kijker ontzettend boos wordt. (iedereen beleeft emoties anders!)
  • Waarom vind de kijker dit zo spannend? Ik zat echt te slapen bij deze scène…

Schrijf vooral op welke reactie een contrast vormt met jouw eigen ervaringen. Bijna alsof jij de scenarioschrijver van de film bent en zou kunnen zeggen: “Maar zó bedoelde ik het niet toen ik dat schreef!” of “Als ik had geweten dat het zo lang duurde voordat je de clou in de gaten had, had ik die een hoofstuk eerder opgeschreven.”

Wat doet de schrijver hier?

Als je je lijstje hebt gemaakt, ga je kijken waarom de scène opvallend is of zodanig goed geschreven dat die een reactie uitlokt bij jou of de kijker. Probeer hem vervolgens zo goed mogelijk te ontleden. De reden dat ik Percy na twintig seconden al kan wurgen is:
– Een gigantisch arrogante, zelfvoldane blik
– Een hanenloopje
– Vernedering van een nieuwe gevangene en daarmee misbruik maken van zijn machtspositie
– Oogcontact zoeken met de andere gevangenen: zie je dat ik de belangrijke bewaker ben hierzo? Kijk naar mij!
– En bijna letterlijk van de daken schreeuwen, acht keer, tot hem de mond wordt gesnoerd

Grrr…

De acteur doet ook goed zijn werk: ik weet niet of dit alles zo in het script stond. Maar als je schrijver van een boek bent, heb je geen acteurs tot je beschikking en mag je dus zelf beslissen hoe je een sfeer- of personageomschrijving invult.
Maar blijkbaar is dit niet voor iedereen voldoende om Percy al vanaf het prille begin te hekelen. Zou het een keuze zijn geweest om daarom zijn leidinglevende onmiddellijk die klare taal te laten gebruiken, om de kijker een zetje te geven? Probeer zo eens naar de dialogen, plotlijnen en misschien zelfs de invullingen die de acteurs aan de rol geven te kijken. En als je denkt dat jij het anders zou schrijven, bijvoorbeeld door Percy’s leidinggevende andere of geen tekst te geven, probeer dat dan gerust uit.
Kijk op eenzelfde manier hoe het in de schrijftechnische zin van het woord mogelijk is dat er iemand boos wordt waar jij huilt.
Veel plezier met het doorgronden van je favoriete film!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Corina Rainer, verkregen via Unsplash.

Schrijfprompts: omschrijf eens…

Omschrijven klinkt makkelijk, maar is een hele kunst. Als je iets omschrijft, moet je dat doen met voorbeelden die duidelijk genoeg zijn om een goed beeld bij te krijgen. Houd je de beschrijvingen echter te algemeen, dan komt er niets voor het geestesoog van je lezer. Specifieke details kunnen zowel dat ene zetje geven om iets algemeens tot iets unieks te maken, als wel details blijven.
Daarom kan omschrijven heel erg lastig zijn. Hoewel er geen formule bestaat voor succesvol omschrijven, kunnen een aantal uitgangspunten wel een opzetje vormen. Ik heb er een aantal schrijfprompts bij bedacht, waarbij ik gebruik van iets wat je moet gebruiken en moet vermijden. Zo hoop ik dat je je bewust wordt wat meer algemene beeldvormingen zijn en welke details een omschrijving meer kunnen verrijken. Schrijf zoveel meer als je wil, maar houd je aan de restricties en voorwaarden in de tabel. Veel plezier en succes!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Personageprompts

Omschrijf eens een personage.

Dit beeld moet duidelijk wordenDit mag je niet omschrijvenWaarom werkt dit meestal niet beeldend?Dit moet je omschrijvenWaarom werkt dit meestal  beeldend?
 het algemene uiterlijk haar en ogen Het is cliché, en zegt weinig: zelfs bij rood haar en blauwe ogen. Dat is vrij uniek, zeker, maar heb je nu echt een compleet beeld van het uiterlijk? Nee.  houding, in de brede zin van het woord.  het straalt een (gebrek aan) zelfvertrouwen uit. Dat zegt veel meer over de uitstraling en indruk van je personage als geheel dan (wanneer het al dan niet aantrekkelijk is door) bepaalde fysieke kenmerken.
 kledingstijl welke specifieke kledingstukken het personage draagtals je personage een rok draagt, is dat een minirok of een rok tot op de grond. Het is een te breed begrip.  kleur van de kledingstukken en de staat waarin ze verkeren.  gebruik van kleur kan een symboliek zijn van karaktertrekken of een show don’t tell van de mate waarin je personage expressief is.
De staat waarin de kleren verkeren, vertelt je hoe verzorgd je personage is, of (misschien) hoe vaak het nieuwe kleren kan kopen.
 het personage is aantrekkelijkalles wat met de ogen en mond te maken heeft: kleur, vorm, de uitstraling ervan. Alles aan een lichaam dat ‘traditioneel gezien’ aantrekkelijk gevonden wordt (van ogen tot lippen, van borsten en billen tot een mooi sixpack…) ‘De ogen zijn de spiegel van de ziel’. ‘De liefste lach die ik ooit zag. ‘Wat een mooi lijf!’ Dat hebben we nog nooit gehoord… Wat kan er er nog meer aantrekkelijk zijn aan iemand? unieke uiterlijkheden opvallendheden of maniertjes
en/of iets wat het personage doet, in plaats van hoe het er fysiek uitziet.
als je personage een (bijvoorbeeld) opvallend mooie neus heeft, is dat nog steeds mooi, maar komt die omschrijving oprechter over, omdat er normaalgesproken vaker over ogen, billen etc. worden geschreven als het over attractieve uiterlijkheden gaat.

Beschrijf je maniertjes of iets wat het personage doet als aantrekkelijk, dan is het logischer als een ander personage daadwerkelijk verliefd op de held wordt. Dan is het geen lust, maar echt liefde.
 het personage heeft macht  de kledingstijl en het taalgebruik dure kleren en formeel en/ of indrukwekkend lijken. Maar inhoudelijk leeg taalgebruik is redelijk cliché om te laten zien dat je met een hoge pief te maken hebt die gewend is anderen naar de mond te praten.hoe het omgaat met iemand die een lagere status heeft. Is het personage oprecht aardig, of overdreven amicaal? Keurt het de ander geen blik waardig, of is het zich nauwelijks tot niet bewust van het machtsverschil? je kan macht gebruiken en je kan macht misbruiken. Het hebben van macht op zichzelf is nietszeggend. Hoe je ermee omgaat zegt echter heel veel.

Omgevingprompts

Schrijf eens op hoe de omgeving eruit ziet

Dit beeld moet duidelijk wordenDit mag je niet omschrijvenWaarom werkt dit meestal niet beeldend?Dit moet je omschrijvenWaarom werkt dit meestal  beeldend?
Een toeristische attractiede (naam van de) eigenlijke attractie het omschrijft de attractie alleen  de sfeer eromheen: waarom de mensen de moeite nemen het te bezoeken dan snap je waarom de attractie de moeite waard is. Waarom zou je er anders heen gaan? Times Square is een plein met een reclamebord. De Notre Dame is een mooie kathedraal, maar is echt niet de enige op de wereld: dat idee.
een drukke markt  de hoeveelheid mensen die er zijn  dat kan ook een winkelcentrum, concertzaal, voetbalstadion… betreffen de geuren en kleuren, de gesprekken die worden gevoerd de ouderwetse markt is een feest voor de zintuigen! Ook heeft het vaak een sociale functie: mensen komen ernaartoe om te kletsen en de kooplui kennen hun vaste klanten.
Als je een omgeving omschrijft, bedenk dan ook wat die omgeving anders maakt dan iets soortgelijks (zoals bijvoorbeeld een markt versus een winkelcentrum)
 een huis de grootte als een gigantisch huis in verval is, is het niet zo luxe: dan is een kleine woning veel huiselijker en prettiger om in te wonen.
Bedenk goed of de algemene aanname bij een woord ook altijd opgaat (een groot huis is luxe, duur eten is lekkerder, enzovoort)
 de inrichting  dit geeft sfeer en persoonlijke smaak weer
  een natuurgebied de algemene bewoordingen ‘bergen’ ‘strand’ ‘bos’je doet het begrip ‘natuur’ tekort als je het breed omschrijft. Dan wordt het eerder een clichésetting voor de clichéhippie die een wil zijn met de natuur hoe je de natuurkrachten aan het werk ziet. Hoe voelt of klinkt de wind? Waar hoor je beekjes kabbelen? Waar zie je tekenen van leven? Op wat voor manier?de natuur heeft (meestal) aantrekkingskracht vanwege het feit dat het ‘leeft’, niet gemaakt of niet ‘zielloos’ is. Niet omdat mensen of dingen die door mensen is gemaakt afwezig zijn.

Sfeerprompts

Beschrijf een sfeer van een situatie

Dit beeld moet duidelijk wordenDit mag je niet omschrijvenWaarom werkt dit meestal niet beeldend?Dit moet je omschrijvenWaarom werkt dit meestal  beeldend?
er is hier iets niet pluisde eigenlijke angst voor het onbekende  het ligt er te dik bovenop wat er anders is dan het vertrouwde dan kan de lezer meepuzzelen en het is als vanzelf spannend
er is rust hoe stil het is rust is niet alleen stilte, het kan ook andere dingen betekenen de afwezigheid van stress of drukte zo leer je je personage beter kennen. Krijgt het rust door stilte? Door te gaan hardlopen? Koken? Dansen met het volume op tien?
 je personage is ongewenst prikkende blikken, geroddeldit is een show don’t tell met een tell effect hoe dat negeren voor het personage zelf voelt dat is een show, don’t tell met de waarheid van je personage
er gaat iets langverwachts gebeuren iedereen staat te kwebbelen en te stralen van opwinding het is oppervlakkig en het kan ook op iets anders wijzen: een gezellig feestje, bijvoorbeeld waarom is dit moment zo langverwacht? Wat staat er op het spel? Laat de personages het moment beleven.  dan krijgt de scene inhoud en blijft het niet alleen bij een sfeeromschrijving.

Foto door Sigmund op Unsplash.

Schrijfoefening: de ontmaskering van je personage

Ieder personage heeft vreselijke onzekerheden, die het zal proberen te verbergen. Als iemand daar doorheen prikt, zal je held waarschijnlijk eerst stekels op gaan zetten. Maar wat gebeurt er na die eerste primitieve reactie? Deze schrijfoefening gaat verder in op die vraag.

Je personage als bedrieger

Het gevoel hebben ieder moment door de mand te vallen, omdat je denkt dat je iets niet kan of goed genoeg doet, terwijl het tegendeel waar is. Je eigen prestaties niet kunnen erkennen of op waarde schatten. Dit is een beschrijving van het oplichterssyndroom. Hoewel de term anders doet vermoeden, is dit geen psychologische stoornis. Bovendien hebben veel meer mensen dan je wellicht denkt hier in meer of mindere mate wel eens last van.

In deze schrijfoefening zegt iemand iets wat de vinger op de zere plek legt, precies op het moment dat je personage dit soort kwetsbare gedachten heeft. Met andere woorden: het personage lijkt als bedrieger ontmaskerd te worden.
Let wel: ik heb het hier niet over het betrappen van iemand die daadwerkelijk iets op zijn kerfstok heeft. Er wordt dus geen moordenaar betrapt of een leugen ontkracht.

Wat gebeurt er als je personage betrapt wordt op een fout of gedachte die menselijk is, terwijl hij denkt dat ieder ander zoiets ‘idioots’ nooit zou overkomen?

Het akelige moeten

Als je erachter wil komen hoe je personage zich een bedrieger kan voelen, bedenk dan wat het kan of moet kunnen. Dat moeten is vooral belangrijk, want daar gaat het pijnpunt zitten. Van wie en waarom moet het eigenlijk iets kunnen?
* Moet de held iets kunnen (of hebben) vanwege een bepaalde sociale of culturele verwachting of druk?
* Moet het personage zichzelf bewijzen voordat het vindt dat het ‘erbij hoort’ en heeft het de lat veel te hoog gelegd?
*Moet er bepaalde kennis paraat zijn om een beroep goed uit te oefenen?

Het akelige moeten van het bedriegerssyndroom is dat het dit ‘moeten’ volledig opblaast, totdat je gelooft dat iedereen ter wereld (of al jouw vrienden of collega’s) een Mary Sue is die alles foutloos en moeiteloos doet, en jij als enige fouten makende sterveling op de aardkloot rondloopt. Dus áls je dan een keer door de mand valt of een fout(je) maakt, dan lijkt dat een bevestiging dat je de mislukkeling bent die je altijd al vreesde te zijn.
Dus een advocaat die de naam van een bepaalde wet nogal eens vergeet, terwijl de collega’s die altijd zonder problemen benoemen, kan ervoor zorgen dat hij denkt dat hij waardeloos is. Wat voor advocaat ben ik als ik niet eens de naam van een wet kan onthouden? Terwijl zijn summa cum laude diploma recht voor zijn neus ingelijst aan de muur hangt.

Kijk eens waar je personage (stiekem) trots op is, wat het goed kan en/of waar het hard voor heeft moeten werken. De kans dat daarover bedriegergedachten op de loer liggen, is groot.

De confrontatie

Ik schreef niet voor niks het woord ‘idioot’ in de beschrijving van de oefening. Het is niet fijn om jezelf als idioot te zien en als iemand het tegen je zegt, ervaar je dat als scheldwoord. Dus uit woede, schaamte, verdriet, wanhoop of… zal je personage de ander tegenspreken als hij ook maar denkt dat hij als idioot wordt gezien.
De advocaat uit het voorbeeld kan dus al stekelig worden als de collega zegt: “Ben je de naam van die wet vergeten?”
Ook al wilde ze haar zin voltooien met: “Jij ook al? Wat een rotnaam heeft die ook hè?” of “Heb jij even mazzel dat je alleen díe naam niet kan onthouden. Ik worstel soms wel eens met meerdere benamingen van belangrijke wetten.”

Maar zoiets rationeels als een uitspraak helemaal afwachten doet het bedriegerssyndroom niet. Dus als de collega halverwege haar opmerking is, zijn de stekels al opgezet. Nu is de grote vraag: en dan? Of liever: wat schuilt er achter die stekels? Welke onderliggende emotie wordt ‘ontmaskerd’ bij je personage?

Emoties, heldenreis en motief ineen

Als je weet welke emoties worden aangesproken de ervaring geven als een zogenaamde idioot ontmaskerd te zijn, kan dat heel veel zeggen over je personage: hoe dat moet groeien in het plot en hoe hij dat zelf voor elkaar denkt te krijgen.
Om te beginnen is het handig als je weet wat de kernemotie is van je personage op dat moment, zodat je je ook niet vergist in de ‘near enemy’ daarvan. Dan weet je zeker dat je de emotie goed identificeert en dus ook correct kan uitschrijven.

Stel dat je personage onmiddellijk ontploft als hij alleen al denkt dat hij een idioot wordt genoemd. Hij zegt niet eerst: “Pardon?!” of “Moet dat nou zo?” maar loopt meteen rood aan en begint meteen te schreeuwen en te schelden. Je komt erachter dat je personage niet gefrustreerd, maar boos is. Dan zou ik hem naar woedebeheersingstraining sturen. Blijkt er frustratie in het spel te zijn en er iets buiten de macht van het personage om zijn persoonlijke omstandigheden vervelender te maken (de advocaat wordt door zijn vrouw ook dagelijks een idioot genoemd) dan moet niet hijzelf, maar iemand anders veranderen. Je zal de advocaat eerder moeten helpen dan afstraffen, wil je hem in zijn heldenreis verder helpen.

Als je weet waar de ‘zwakke plek’ van je personage zit en hoe het reageert als je hem daarop pakt, kom je er dus achter wat het gaat doen om die aanval af te weren of te overleven. Dat kan ervoor zorgen dat je achter informatie komt die eerst nog verborgen voor je was. Schrijf die op in de personagebiografie! Zodra je al je (nieuwe) informatie op een rijtje hebt, kijk je naar het einde van de heldenreis – of je verhaal, zo je wilt-. Wat moet er vóór het einde nog gebeuren of veranderen, wil je personage daar uitkomen?
Bedenk dat je personage altijd vanuit een eigen motief handelt. Het weet niet dat het alleen op papier bestaat en trekt zich dus niets van jouw plan aan. De bevindingen uit deze schrijfoefening kunnen je wat meer trucjes geven om je te helpen jouw personage net iets meer jouw kant op te duwen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Afbeelding van Stefan Keller via Pixabay

Schrijfoefening: Wat zou je personage op het spel zetten?

“Voor jou zou ik een kogel vangen.” In zekere, hetzij lugubere zin is dat makkelijk gezegd. Als je eenmaal dood bent, heb je letterlijk en figuurlijk niks meer om voor te leven. Het is narratief gezien waardevoller als je je afvraagt wat je personage op het spel zou zetten. Dan kom je te weten wat iemand voorgoed zou willen opgeven of riskeren, om lange tijd of altijd met vreselijke gevolgen te moeten leven Dat levert een schat aan informatie over je personage op.

Iets op het spel zetten

Wat doe je eigenlijk als je iets op het spel zet?
In de hoop iets (goeds) te bereiken, riskeer je het verlies van iets. Dat kan grote, nare gevolgen hebben. Dat risico neem je in de wetenschap dat de gevreesde uitkomst uit kan blijven.

Je personagein de hoop datje hebt die garantie niet omdatMet het risico dat
vangt een kogel voor iemanddiegene blijft leveneen volgende schutter zomaar een tweede kogel kan hebben…iedereen alsnog sterft
vangt een kogel voor iemanddiegene verliefd op je wordt/ blijftliefde zich niet laat bepalen. De kans wordt misschien groter, maar een garantie is een ander verhaal.je sterft of invalide raakt vanwege een onbeantwoorde liefde
gaat als soldaat leger inhet bijdraagt aan het einde van de oorlog je misschien wel ernstig gewond raakt voor je goed en wel op missie wordt uitgezondenje sterft voor je iets hebt bijgedragen
gaat als soldaat het leger inhet diens vaderland wil beschermenAls de tegenstander de oorlog wint en jouw thuisland verovert, is dat allemaal vergeefs geweestje voor niets sterft en je kinderen zonder ouder opgroeien
liegt tegen een vriend door een zielig verhaal op te hangendie vriend meer aandacht aan diegene besteedtde vriend de leugen kan doorzien en alleen maar kwaad wordtde vriendschap eindigt
liegt tegen een vriend door een zielig verhaal op te hangendie hem geld geeft omdat het personage blut isDe vriend denkt “Ik ben je pixie niet, dus als je zielig doet, help ik je niet. Alleen als je zelf de schouders bereid bent de schouders eronder te zetten.”je personage onterecht de vriend gaat wantrouwen

Merk op dat:

  • Soms het lot aan zet is, niet de handelingen van je personage
  • Je personage niet in een bubbel leeft, acties of meningen van anderen kunnen de uitkomst veranderen
  • Een andere intentie achter een actie ook een andere reactie op kan leveren. (De vriend van het personage zou wel bereid kunnen zijn om even in medelijden mee te zwelgen, maar niet om geld te geven, bijvoorbeeld)

Houd dat in gedachten: met deze elementen kan je een mooi plot maken 🙂

De risico’s van een beslissing

Bedenk wat je personage op het spel zou zetten en meteen daarna of het zich bewust is van de risico’s en de bijbehorende mogelijke gevolgen. Dat is namelijk niet altijd zo. Je personage kan naïef zijn, over onvoldoende (voor)kennis beschikken, of worden verblind door liefde of grootsheidswaanzin. Die dingen zijn altijd nuttig om te weten.
Als je personage wel weet wat de mogelijke gevolgen zijn, kom je veel te weten over diens normen en waarden, karaktertrekken en manieren van denken.

  • Als jij geld aan een vriend in nood geeft dat anders naar je skivakantie zou gaan, dan zegt dat dat je trouw en gul bent. En dat vriendschap hoger in het vaandel staat dan persoonlijke ontspanning. En dat je het er ook voor over zou hebben dat je wederhelft even flink tegen je schreeuwt en je er een ruzie aan overhoudt. Met het risico dat die uit de hand loopt en het je relatie kost. Dit geeft blijk van roekeloosheid.
  • Je personage droomt om door te breken als actrice. Ze struint eindeloos audities af, waardoor haar sociale leven op een laag pitje komt te staan. Dan is ze ambitieus en doelgericht, maar ze loopt het risico dat ze straks geen sociaal leven meer over heeft. Trouw aan vrienden zal bij haar niet de hoogste norm zijn. Ze kan denken: “Als ik straks beroemd ben, dan zien mijn vrienden die ontrouw voor ambitie aan en dan komt het goed.” Of dat waar blijkt, is aan jou als schrijver, maar je ziet wel hoe zij denkt en dus ook handelt.

Voer voor conflict

Zie je dat je door te weten wat je personage op het spel zou zetten heel veel kan aanvullen of zelfs bepalen? Het kan narratieve conflicten opleveren, het centraal conflict bepalen, plotwendingen in gang zetten, de spanningsboog verhogen… Let er alleen wel op dat je niet vergeet dat deze vraag vrij heftig van aard is. De kans is groot dat zodra je het antwoord erop weet, je dieper gaat graven dan nodig is in de psychologie van je personage. Of dat je het gevoel krijgt, nu wel iets zwaars te ‘moeten’ schrijven. Een personage heeft immers principes nodig en die worden hiermee duidelijk op een manier die pageturner lijkt te schreeuwen. Het antwoord op deze vraag geeft voer voor conflict, maar dat voer hoeft dan niet meteen een caloriebom te zijn 😉
Bedenk daarom ook waar de limieten van je personage liggen als het om deze principes gaat.

Het limiet van de bereidwilligheid van je personage

Een limiet van bereidwilligheid is ook erg belangrijk om over je personage te weten. Die heeft namelijk ook iedereen.
De oppastiener wil dus wel helpen met huiswerk van het oppaskindje, maar niet eindeloos; De puber heeft ook een leven. Of wil betaald worden als het meer dan een uur extra werk per week oplevert.
Als je dit soort limieten duidelijk hebt, levert dat ook een aantal belangrijke voordelen op, naast de verdieping die je al hebt gekregen door het eerste deel van de oefening te doen.

  • Je zoekt en vindt de gezonde balans tussen goed en slecht van je personage, waardoor het geen schijnheilige engel wordt
  • Als je personage in een duivels dilemma komt, dan helpen deze bevindingen je makkelijker te beslissen

Laat je dus vooral inspireren door te kijken waar je personage offers voor zou brengen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Lance Reis op Unsplash.

Schrijfoefening: de doodnormale treinreis

Vorig jaar organiseerde ik de schrijfwedstrijd Portland Pen. Ik kreeg spectaculaire reisverhalen terug om te lezen, maar ik wil nu laten zien dat er verborgen informatie verstopt zit in een scène met een doodnormale treinreis

Uitgangspunt van de schrijfoefening

Deze schrijfoefening gaat in op het idee dat:
* iets voor de een alledaags is, en voor de ander een hele onderneming
* iets niet per definitie spectaculair hoeft te zijn, voordat je iets over je verhaal of personage kan leren
* je soms juist in de details of tussen de regels van het schijnbaar normale door iets te weten komt over je verhaal of personage. Iets wat je niet zou zien als het verhaalthema zelf al tot de verbeelding spreekt.

De alledaagse treinreis

In deze schrijfoefening gaat je personage
* een kaartje kopen voor de trein
* naar het station
* de trein instappen
* een keer overstappen: de dienstregeling is hierbij prima, er is geen vertraging in het spel
* de trein weer uit, op weg naar een vriend of familielid om een alledaags bakje koffie te drinken. (Lees: je personage is niet op weg naar een begrafenis, het vliegveld voor een belangrijke zakendeal, kraamvisite…) De reden voor dit treinritje is relatief saai.
Tijdens deze treinrit mag je personage geen getuige zijn van een vechtpartij, sjans hebben met de toekomstige partner… Bovendien reist je personage gewoon binnen Nederland. Er is geen taalbarrière, ingewikkeld gedoe met wisselen van vervoerders…Dit ritje is op zichzelf in elk opzicht alledaags.

Met andere woorden: op zichzelf is deze treinreis doodnormaal. De vraag is alleen of jouw personage dat ook zo beleeft, en waarom (niet). Ongeacht dat antwoord ga je kijken waaraan je dat ziet en wat er alsnog gebeurt waaraan je iets aan je personage of het plot opmerkt. Of wat deze ogenschijnlijk saaie scène alsnog interessant maakt of kan maken.

De extremen op een rijtje

Gegevendoorgewinterde treinreiziger reiziger die normaalgesproken altijd met de auto gaat
kaartje kopen doet dat niet: de ov-chipkaart wordt automatisch opgeladen bij een bepaald bedrag.moet nog een ov-chipkaart kopen en uitvinden hoe je die oplaadt en hoe de stationspoortjes werken
naar het stationhoeft maar op de klok te kijken om te weten wanneer hij moet vertrekken moet nog een website (weten te) vinden waarop de dienstregelingen vermeld staan
de trein instappenziet een trein aankomen en weet aan de hand van de lengte van de trein en de tijd van de dag waar hij de grootste kans op een zitplaats heeftweet misschien niet dat er ook stiltecoupés zijn en baseert de zitplaatskeuze daar dus ook niet op
overstappengaat in een coupe zitten die dicht bij de trap naar het andere perron stil gaat staanhoud de dienstregeling goed in de gaten of heeft de hele week al in het hoofd dat van spoor zeven de volgende trein gaat, met een overstap van zès minuten
het station verlatenheeft nauwelijks door dat de treinreis erop zit en vervolgt routineus de reiskijkt verwoed waar de bussen staan of belt meteen de vriend op: ‘Alles is goed gegaan, waar staat de P&R waar jij wacht?’

Alles in kleine stapjes…

Als je de tabel ziet, gaat de treinreiziger zowat emotieloos door het leven, waar de autobestuurder ’s werelds grootste stresskip lijkt. Dat is dus uitgesproken niet de bedoeling van deze scène. Idealiter ligt het resultaat ergens in het midden: bijna alles lijkt normaal, zoals bij de treinreiziger, maar ergens valt er iets kleins op of gebeurt er iets relatiefs eenvoudigs, waardoor er nog ergens over te schrijven valt.

Welke van deze elementen zou iets over je personage kunnen zeggen?
Is je personage vaak blut? Misschien werkt die automatische bijschrijving dan niet meer, of is het extra stressen als een kaartje uit de automaat een euro duurder blijkt te zijn dan die online een te kopen.
Of als je personage zich soms verslaapt…

In deze schrijfoefening gaat er niets mis, maar als je wil schrijven over iets alledaags, moet je wel – al is het maar in het achterhoofd- bedenken wat er mis zou kunnen gaan. Anders wordt je verhaal ècht eentonig en emotieloos. Je personage mag dan niet continu interessante dingen denken, het denkt en observeert wel degelijk. Wees niet bang om dat zo nu en dan uit te schrijven:
“Ik moet eens ophouden iedere dag koffie te halen op het station. Dan heb ik zo die ene citytrip bij elkaar gespaard.”
“Joepie, een dubbeldekker. Daar wilde ik als kind al in rijden. Ik hoop dat er boven nog een plaatsje vrij is!”

Kies het element wat voor je personage om wat voor reden dan ook het interessantst is en schrijf daar iets omheen wat het schrijven waard is. Zo kan de doorgewinterde reiziger genieten van de overstap omdat hij iets aan het station nog altijd mooi vindt om te bekijken. De nieuwe treinreiziger kan naar het station gaan het belangrijkst vinden, omdat die daar nog alles moet ontdekken.

Vervolgens laat je iets kleins gebeuren. Er schiet je personage plotseling iets te binnen (al dan niet door iets wat die ziet of wat er gebeurt), er komen gevoelens opzetten (fysiek of emotioneel) waardoor je personage de treinrit op een bepaalde manier beleeft. Laat de conducteur op een goede vriend lijken, de wc wel heel erg stinken…

… En actie!

Wat doet je personage met dit kleine gegeven? Soms zeggen de kleinste acties veel over hoe je personage in elkaar steekt!

Meldt je personage de stankoverlast? Groet die de conducteur? Heeft dat nog gevolgen voor het latere plot? (‘Laat ik die lang verloren gewaande vriend weer eens bellen..’) Is het voorval aan het eind van de rit weer vergeten of is dat de reden om vaker met de trein te gaan of juist een auto aan te schaffen?

Zenmomentje

In deze scène zal er niets gebeuren wat het complete plot op zijn kop zet, hoogstens vormt het een van de tientallen schakeltjes. Maar je kan van deze oefening wel iets over je personage leren. En het geeft een prettig narratief ‘zenmoment’, waar je sfeeromschrijving goed tot zijn recht kan laten komen.
Een paar honderd of soms tientallen woorden volstaan vaak al voor dit soort scènes, anders verliezen ze hun kracht. Maar ze zijn dan wel kort en krachtig!

Foto door Finn IJspeert op Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.