Leer jezelf neutraal naar je tekst te kijken

Als je wil leren schrijven, moet je schrijftechnieken kunnen toepassen en met een ´schrijversoog´ naar je tekst kunnen kijken. Je bent al een heel eind op weg als je dat lukt, maar dan ben je er nog niet. Het risico ligt altijd op de loer dat je met bepaalde blinden vlekken naar je tekst kijkt. Hoewel een blinde vlek nooit helemaal te voorkomen is, zijn er wel bepaalde dingen waar je op kan letten. Als je dat consequent doet, groeit je schrijfinzicht er ook van.

Met een gekleurde bril kijken

Als je een tekst gaat schrijven, kijk je er altijd met een spreekwoordelijk gekleurde bril naar. Dat doe je als je de lezer van een tekst bent, maar ook als je de schrijver van de tekst bent. Je hebt nu eenmaal een bepaalde voorkeur, kennis, kader of ervaringen waarmee je naar de wereld kijkt. In het verlengde daarvan lees je ook bepaalde teksten zo. Dat is menselijk en het zou daarom ook gek zijn als je van jezelf verlangt dat je volledig neutraal naar een tekst kan kijken. Wees dus niet te streng voor jezelf. Maar de eerste stap in het neutraal leren kijken naar een tekst is beseffen dát je een bepaalde bril ophebt die je niet af kan zetten.

Welke kleur je persoonlijke bril ook is, door zijn unieke kleur kijk je anders naar de wereld dan dat iemand met een andere bril doet.

Wat maakt jouw persoonlijk gekleurde bril?

Als je weet dat je als schrijver en lezer een persoonlijke bril draagt, kan je een lijstje maken met de dingen die jouw bril vormen. Dit lijstje kan je zo uitgebreid maken als je zelf wil, maar het is verstandig om hem zo lang mogelijk te maken. Als iets je opvalt, schrijf het dan op. In je lijstje kunnen dingen komen te staan als:

* Ik ben opgeroeid in een rijk gezin, dus tweehonderd euro voor een nieuwe broek betalen vind ik normaal;
* Ik ben dol op wiskunde en de exacte vakken, dus taal vind ik minder interessant;
* Ik ben een man en zie een dure auto als belangrijk statussymbool voor mannen, dus heb ik een Porsche;
* Ik heb een handicap en zie daardoor de functies van mijn lichaam als minder vanzelfsprekend. Ik schat het waarschijnlijk meer waarde op dan mensen met een volledig functionerend en gezond lijf;
* Ik ben gematigd islamitisch; ik heb moeite me te verplaatsen in de denkwijze van een atheïst, omdat Allah een belangrijke steun en toeverlaat is in mijn leven.

Om dit lijstje te kunnen maken is het belangrijk dat je het niet als een psychologische of sociale ‘waardekeuring’ ziet. Als jij het normaal vindt om tweehonderd euro te betalen voor een nieuwe broek, dan is dat zo. Dat maakt je niet meteen een verwaand mens. En als jij het lastig vindt om je voor te stellen hoe iemand de liefde van Allah niet kan voelen in het dagelijkse leven, dan mag dat. Je zegt daarmee toch niet meteen dat die ander gestraft moet worden om zijn levenswijze?
Je moet in deze fase beseffen dat er met jouw ideeën of ervaringen an sich niets mis is. Zolang je je maar niet meteen druk gaat maken over wat anderen van jouw ideeën denken of denkt dat ideeën die anders zijn dan die van jou verkeerd zijn. Zo heb je meteen een goede eerste oefening in het neutraal leren kijken 😉

Jij bent een mooi mens met al je unieke ervaringen en ideeën. 🙂 Onthoud dat in deze fase van oefenen met je persoonlijke bril.

Je persoonlijke bril tijdens verhalen schrijven

Als je je persoonlijke bril als mens hebt bepaald, ga je verder met de bril verkennen die je draagt tijdens het lezen en/of schrijven. Dan doe je hetzelfde, maar dan met wat je leuk vindt (of juist niet) om te lezen of te schrijven, zoals:

* De trope over de backpacker in een tussenjaar? Die vind ik fantastisch!
* Ik ben dol op poëtisch taalgebruik;
* Streekromans vind ik ontzettend traag en suf;
* Mag het alsjeblieft eens afgelopen zijn met de verplichte aanwezigheid van een cheerleader in elk godvergeten highschoolverhaal….? (Vergeet niet: oordeel je eigen meningen niet 😉 ).

Het is erg handig als je weet waarom je ergens helemaal weg van bent of iets juist vreselijk vindt, want dat kan de radar versterken die je wil krijgen als het gaat om een persoonlijke bril dragen. Nee, horrorverhalen zijn niet per definitie slecht, maar jij hebt gewoon een hekel aan wapens en bloed omdat je ooit eens aangevallen bent. Bovendien vind je horror ook vreselijk omdat je bang bent voor het donker.
Maak je niet druk als je geen verbanden kan leggen, maar als dat wel lukt, schrijf het dan zeker op!

Neutraal kijken door een gekleurde bril

Als je deze lijstjes hebt gemaakt, kan je aan de slag om met een relatief neutrale blik te kijken naar een tekst die je leest of schrijft. Daarbij is het belangrijk dat je je kennis van schrijftechnieken niet vergeet. Zo kan je namelijk optelsommetjes gaan maken:
* Alleen omdat er een cheerleader in het verhaal ís, maakt dat het nog niet cliché of saai. Sterker nog, deze cheerleader is essentieel voor het verhaal. Bovendien heeft ze geen kant-en-klaar-succesverhaal omdat ze niet in de pikorde van de cheerleaders omhoog kan klimmen. Ze is echt niet zomaar het populaire blondje dat alles zomaar voor elkaar krijgt. Bovendien is ze nog niet aan seks toe, terwijl dat wel van haar als cheerleader wordt verwacht. Daar zit een goed centraal conflict in verborgen.
* Die backpacker… Zijn hele reis wordt beschreven door show in plaats van tell. Dat werkt niet goed voor de verbeelding. En trouwens: komt hij als herboren terug van zijn wereldreis? Jij mag er dan van smullen, maar de rest van de wereld heeft dat echt nog nóóit gelezen (kuch kuch). Dan zou je cliché-alarm af moeten gaan.

Als je zo naar een tekst leert kijken, groeit je schrijversinzicht, kan je makkelijker feedback verwerken en gaat kill your darlings ook een stuk makkelijker.






Deus ex machina

Zodra je personage in het nauw wordt gedreven, heeft hij dringend een oplossing nodig. Zoveel problemen, zoveel oplossingen. Maar het getuigt niet echt van creatief schrijven als je je toevlucht zoekt tot Deus ex Machina.

Wat is Deus ex Machina?

Letterlijk betekent Deus ex Machina ‘God der machines’. In fictie wordt de term gebruikt wanneer er een oplossing komt die uit de lucht lijkt te vallen. Een oplossing die zó onwaarschijnlijk dat is dat de enige logische verklaring is dat de hand van God aan het werk is. Als je wat voorbeelden ziet, herken je deze luie schrijftechniek ongetwijfeld.

Voorbeelden van Deus ex machina

* Een tel voor je personage wordt neergeschoten, schiet iemand anders de schutter neer, terwijl er twee tellen geleden nog niemand in de kamer was.
* Op het moment dat er een ingewikkelde wiskundige formule nodig is om een bijna ontploffende bom onklaar te maken, herinnert het personage dat welgeteld één keer een voldoende voor wiskunde heeft gehaald, zich een formule die blijkt te werken.
* Een computer is al drie kwartier bezig een wachtwoord te kraken. Je personage slaat in frustratie op zijn toetsenbord en tikt daarmee een reeks toetsen in die ‘toevallig’ dat onbreekbare wachtwoord vormen.

Kortom, het is een extreme vorm van toeval.

Van een Deus ex Machina is je lezer totaal niet onder de indruk… Kan het niveau soms nòg lager?

Als je als lezer een Deus ex Machina leest, denk je waarschijnlijk iets als Ja hoor, túúrlijk… Ja, zo kan ik óók een superheld zijn… Of, als iemand die graag schrijft: Mag ik alsjeblieft die scène herschrijven? Ik zou dit beter kunnen.

Deus ex machina als god van de clichés

De meest voor de hand liggende reden dat je een deus ex machina moet vermijden is omdat je lezer je anders als gemakzuchtig en lui gaat zien en je verhaal niet meer graag zal lezen. Daarnaast is een Deus ex machina een gigantisch cliché. Misschien is de manier waarop God zich plotseling in je verhaal laat zien best origineel. Maar het effect is hetzelfde als dat van een cliché: je lezer wordt uit het verhaal gehaald, omdat hij ziet dat er een schrijver aan het werk is.

Een beroving van de heldenreis

Stel je een epische heldenreis van een ridder voor, compleet met een lange en moeilijke training in zwaardvechten, vele botbreuken en nachten vol doodangst of hij zijn missie wel gaat overleven. Op het moment sûpreme staat de ridder oog in oog met de draak. De ridder wil de draak de genadeklap geven, maar plotseling slaat de bliksem in, brokkelt er een zwaar rotsblok van de berg af en valt dan op de kop van de draak. De vuurspuwende vijand is in een klap morsdood. Om te kunnen bewijzen dat de draak dood is, wrikt de ridder een van zijn tanden uit zijn bek en keert hij huiswaarts. Zodra hij thuiskomt wil iedereen weten hoe hij het vreselijke monster heeft gedood. Als de ridder zich aan de waarheid houdt, kun je je de reacties misschien well voorstellen. “Nou, dappere ridder ben jij. Je kan niet eens een draak doden: je bent gewoon afhankelijk van stom toeval. ” “Dus jij bent helemaal niet de dapperste ridder van het land. Je bent gewoon degene met het meeste geluk.” Dat is niet eerlijk voor de ridder. Hij wist vooraf niet hoe zijn avontuur ging eindigen en hij heeft in zijn trainingen meer dan genoeg moed laten zien, door zich niet te laten afschrikken door verwondingen. Om over de vele nachtmerries nog maar te zwijgen.

Een draak verslaan klinkt al heel wat minder eng als je de garantie hebt dat je in de allerlaatste seconde zal worden gereld door iets totaal willekeurigs.

Maar een moment sûpreme wordt niet voor niets zo genoemd. Het is een belangrijk moment, dus dat is iets dat de lezer bijblijft. Bij een centraal conflict zijn er meestal twee dingen die een lezer na een lange tijd nog onthoudt. Het conflict zelf en de oplossing. Ga maar na: als iemand zegt dat hij een spannend verhaal kent, zijn de meest gestelde vragen daarna vaak: Wat is het verhaal en hoe loopt het af? De eerste vraagt naar het conflict zelf, de tweede naar hoe het uiteindelijk wordt opgelost. Er wordt meestal niet gevraagd naar het vallen en opstaan, hoewel dat essentieel is voor een geslaagde heldenreis.
Daar zijn meerdere redenen voor:
* het vallen en opstaan is lastiger om kort en bondig samen te vatten, omdat het zowel divers is als het overgrote deel van het verhaal. Kijk maar in het schema van save the cat als je daar een visuele voorstelling bij wil hebben.
* het vallen en opstaan wordt pas interessant als je geïnvesteerd hebt in het verhaal en de personages. Zolang je niet langere tijd hebt kunnen meelezen met hoe de held obstakels overwint, zijn de obstakels net zulke droge feiten als in een saai geschreven (medisch) dossier.

Deus ex machina voorkomen

Mocht de oplossing van je conflict een potentiële Deus ex Machina zijn, dan kun je hem voorkomen door aan je hints te werken. In het geval van de draak en het dodelijke rotsblok kun je schrijven dat de draak in een gebied woont waar veel lawines voorkomen. Dan heeft de lezer als het ware een waarschuwing gekregen voor een Deus ex Machina of een cliché. Het is nog altijd beter als je held ook daadwerkelijk een laatste grote overwinning boekt. Past dat echter niet in je verhaal, dan kunnen kleine hints de Deus ex machina al een stuk minder onlogisch laten lijken.

Een meevaller?

Soms wordt een Deus ex Machina onterecht bestempeld met het idee: “Ach, soms heb je geluk hè?” Dan heb je veel mazzel met deze lezer, de meeste zullen dat niet denken. Mocht je personage een wel heel toevallige redding krijgen, laat het hem dan in ieder geval beseffen. Je slaat de plank mis als je personage denkt dat het doodgewoon is dat hij ter nauwe nood aan de dood ontsnapt.

Drie keer vals alarm: wanneer schrijf je géén clichè?

Een cliché is de nummer één reden om een schrijver te laten denken dat hij waardeloze rommel neerpent. Vaak probeert hij dan om clichés koste wat kost te vermijden. Het slechte nieuws is: dat gaat niet. Het goede nieuws is: je verwart een cliché waarschijnlijk met een zogenoemde trope. Er zijn drie redenen waarom je daar niet bang voor hoeft te zijn. Sterker nog: waarom je tropes moet gebruiken om een goed verhaal te kunnen schrijven.

1 De fundering van je verhaal

Het grootste misverstand van de trope is dat het precies hetzelfde is als een cliché. Maar dat is niet zo. Een trope is een bouwsteentje waar je het verhaal verder op kan en zelfs moet bouwen. Een trope verandert pas in een cliché als hij storend herkenbaar wordt. Een cliché is daarom zeer persoonlijk. Waar de ene lezer zich stoort aan een trope (en het dus een cliché wordt) merkt de andere lezer het standaard element niet eens op.
De trope is als de fundering van je verhaal. Als die niet stevig staat, kan je verhaal als huis nooit stevig staan. Zorg er dus voor dat je een trope niet te snel als cliché aan de kant schuift.
Neem een verliefd personage. Dat zal eerst de gevoelens van de ander peilen, voor de ware gevoelens worden gedeeld. Dat kan klinken als een cliché, maar bedenk eens: hoe moet het anders? Gaat iemand liefde van de daken schreeuwen voor ze weet wat de ander – of zijzelf!-  eigenlijk voelt?
Als je een trope koste wat kost wil vermijden, krijg je een verhaal dat erg verwarrend is, omdat je geen logisch kader hebt van waaruit je kan starten.

2 De wegwijzer in een doolhof

Een trope is vaak een rode draad van een verhaal of een subplot. Dat heeft je lezer nodig om het verhaal te kunnen blijven volgen. Als je schrijft over de moeder die alles voor haar kinderen overheeft, is dat een trope. Maar dat kan een houvast zijn om je personage of verhaal geloofwaardig te houden. In een oorlog weet je dat deze moeder niet zal rusten tot haar kinderen veilig zijn. Dan is de zorgzaamheid een ijkpunt te midden van bombardementen, honger en angst. Ondanks dat je lezer niet weet wat er nu weer gaat gebeuren, kan hij ervan op aan dat de moeder haar kinderen nooit in de steek laat. Je lezer moet iets hebben om hem wegwijs te maken in het doolhof van alle acties, emoties en gebeurtenissen. Als je de lezer constant vraagt om op scherp te staan, omdat er nu weer iets verrassends staat te gebeuren (lees: ik ontwijk clichés, dus je moet geen woord overslaan) wordt het lezen van je verhaal eerder een opgave dan een ontspannen bezigheid.

3 beloning van je artistieke creativiteit

Tropes kunnen uitgroeien tot clichés, omdat ze ontstaan vanuit tropes. Maar zie tropes niet als een gevaar voor clichés: zie ze als gelegenheid om je creativiteit de vrije loop te laten. Hoe kan jij een trope laten uitgroeien tot iets dat perfect aansluit bij je verhaal? Als je met tropes gaat knutselen, zal het resultaat uiteindelijk aanvoelen als een beloning: je hebt een lastige puzzel opgelost!
Als je tropes ontwijkt om maar geen clichès te hoeven schrijven, ga je die voldoening niet krijgen. Maak van schrijven een leuke puzzel, geen verplichte klus die volgens de regels moet verlopen. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Drie tonen die je verhaal levendig maken

Je verhaal wordt leesbaar en levendig door de toon die je gebruikt. De techniek die onmisbaar is voor levendig schrijven heet ‘show don’t tell.’ De techniek is in theorie redelijk makkelijk te begrijpen, maar hem daadwerkelijk schrijven kan lastig zijn. Hier volgen drie metaforen die je  kan onthouden om een show don’t tell-toon te herkennen.

Wat is show don’t tell?

Om te beginnen: wat is show don’t tell? In het kort is dat het principe dat je in plaats van beschrijft wat er gebeurt, in plaats van dat er iets gebeurt. Je kan schrijven: Ik huil maar als je schrijft: de tranen stromen over mijn wangen ziet de lezer meer voor zich, waardoor het verhaal levendiger wordt. Je kan hier een uitgebreidere toelichting lezen over show don’t tell.

1 De kundige reisgids

Stel je voor dat je een dure, verre en lange reis gaat maken. Dan is het een grote teleurstelling als je reisgids je alleen droge informatie voorschotelt. Als hij alleen feiten opsomt, zal je het gevoel krijgen opgelicht te zijn. Ik had net zo goed een papieren reisgids kunnen lenen bij de bibliotheek.
Dit is de gids met de ‘tell’ toon: “Deze tempel is zevenhonderdvijftig oud, en heel indrukwekkend.” Hij vertelt dat de tempel indrukwekkend is, dat moet je maar geloven. En dat kan een papieren reisgids je ook vertellen. Je hebt dan meer aan de ‘show-gids’: “In deze tempel staan duizenden Boeddhabeelden trapsgewijs opgesteld. Als je dáár gaat staan, zie je je ze vanuit een hoek waardoor het lijkt alsof ze allemaal op je af komen lopen.”  Deze gids ‘showt’ waarom dezelfde tempel indrukwekkend is. Als je de toon van de ‘show reisgids’ in je achterhoofd houdt kun je bedenken: Ik neem mijn lezer mee op een reis die indrukwekkend moet zijn en saaie feiten tot leven brengt.

2 De kampvuurverteller

Je kent het beeld wel van een mooi of eng verhaal dat rondom een kampvuur wordt verteld. De toon van een goede kampvuurverteller is levendig en neemt je in een verhaal mee. In plaats van: “Het meisje verstijfde van angst, maar rende even daarna alsnog doodsbang weg,” zal hij willen dat jij net zo goed bang wordt van deze enge scène. Dan komt de show om de hoek kijken: “Er ging een rilling over haar rug en ze draaide zich met een schok om toen ze een onverwacht geluid hoorde. Haar benen voelde aan als lood, maar met een enorme krachtinspanning dwong ze haar benen haar te gehoorzamen en sprintte ze met bonzend hart weg.”

3 De blindenbegeleider

Stel dat je een blinde op een wandeling begeleidt. Neem als uitgangspunt dat je de blinde voor even het gevoel wil geven dat hij kan zien. Als je dan in het park gaat wandelen en in de tell-stijl vertelt, schiet dat niet veel op: “De mensen zijn blij, het is heerlijk weer en de eendjes zijn in een goed humeur.” De show-stijl helpt dan wel: “Er komt een meisje voorbij gehuppeld en haar lichte lentejurkje wappert in het briesje dat jij waarschijnlijk ook langs je wangen voelt strijken. Ze heeft brood in haar hand. Ze zal misschien nog even geduld moeten hebben met de eendjes voeren, want er is een eend heel druk bezig met kopje onder gaan en in het rond spetteren.”

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Een tranentrekker als doel van je verhaal

Verhalen waardoor de lezer met tranen in de ogen eindigt, zijn de verhalen die onthouden worden. Dat zijn immers de boeken die de lezer diep raken. Maar moet het daarom je insteek zijn om de lezer aan het huilen te krijgen?

Wat maakt een tranentrekker?

Als je al langer schrijft, ben je vast bekend met Mary Sue. Dan weet je dat de belangrijkste regel is dat een lezer zich met een personage of verhaal moet kunnen identificeren. Dat begrijpen de schrijver van tranentrekkers erg goed. Ze spelen in op iets wat bijna iedereen van dichtbij heeft meegemaakt. Hun slimme trucje zit in het volgende: je hoeft dit niet exact meegemaakt te hebben, als het overkoepelende idee maar herkenbaar is.

Een clichévoorbeeld hiervan is het kind met kanker. Kanker is natuurlijk een verschrikkelijke ziekte en komt helaas nog veel voor. De kans is daardoor groot dat je iemand kent die aan kanker is gestorven, of in ieder geval ertegen heeft moeten vechten. Als dat niet zo is, dan is het vrijwel zeker dat een geliefde met een andere dodelijke ziekte te kampen heeft gehad. En als je een geluksvogel bent die zelfs dat niet heeft meegemaakt, kan een tranentrekkerschrijver nog altijd een herinneren aanboren waarin je je zorgen maakte om iemands welbevinden. Daarmee doet hij een beroep op je empathie. Uiteindelijk gaat het dus om die ‘diepere laag’ van empathie en heeft het weinig te maken met een (specifieke) ziekte of de leeftijd van een patiënt.

De tranentrekkerformule

Het is je waarschijnlijk wel opgevallen dat romantische drama’s vaak tranentrekkers zijn. Dat komt omdat de lezers of kijkers het min of meer van dat genre verwachten. Voor een uitgever of filmmaatschappij is dat dus makkelijk geld binnen halen. Om te garanderen dat het volgende project ook weer gaat slagen, kunnen ze van hun schrijvers eisen om volgens een bepaalde formule te schrijven. Onderstaande afbeelding is een weergave van de formule die altijd terugkomt in de boeken van Nicholas Sparks, een van ’s werelds meest succesvolle schrijvers van liefdesverhalen.

Deze toon is nogal sceptisch. Terecht, als je een origineel verhaal wil lezen.

Is een tranentrekker een slecht verhaal?

Een tranentrekker is niet per se een slecht verhaal. Om de logische reden dat ze anders niet als warme broodjes over de toonbank zouden gaan, maar ook omdat smaken verschillen. Daardoor blijft ook de kwaliteit van verhalen tot op zekere hoogte altijd subjectief. Maar een tranentrekker is echter regelmatig onorigineel. (Anders had ik bovenstaand plaatje over Nicolas Sparks’ films nooit kunnen vinden 😉 )

Moet je een tranentrekker willen schrijven?

Als je beginnend schrijver bent, moet je heel goed opletten wat je benadering is naar jouw tranentrekker in wording. Het lijkt misschien een eitje, nu je ziet hoe een tranentrekker in elkaar steekt. Maar dat is het niet. Zoals met alles betreft schrijven is het geen kwestie van een paar tips opvolgen en maar afwachten tot jouw pen die tranen uitlokt. Lees hier over realistische verwachtingen die je moet hebben als schrijver, zowel betreft je talent als je ambities betreft publicatie. Er zijn twee dingen waar je alert op moet zijn als je een tranentrekker wil schrijven, of volgens een bepaalde formule wil werken.

Een formule beperkt je schrijversflow

De schrijversflow is het verschijnsel dat schrijven heerlijk vlot, bijna als vanzelf gaat. Als je koste wat kost aan een bepaalde formule wilt voldoen, zal je nooit iets afkrijgen. Je bent immers continu bezig met de vraag of je iets wel goed genoeg doet, in plaats van dat je met het daadwerkelijke schrijfproces bezig bent. Dat is op zichzelf al niet prettig, maar als beginnend schrijver heb je meestal nog geen echt beeld van de kwaliteit van je tekst. Schrijven leer je door te oefenen en te doen. Niet door blindstaren op schrijftechnieken. De kans dat je dat doet is groter als je aan een formule vasthoudt. Als je twijfelt over je kennis en kunde betreft schrijftechnieken, kun je formules het best nog even links laten liggen.

Een formule biedt geen garantie op succes

Een formule kan heel goed werken, anders verdient die zijn naam niet. Maar een garantie op succes biedt hij niet. Je weet namelijk nooit hoe die ene/ jouw gemiddelde lezer ergens exact op gaat reageren, omdat je niet in zijn of haar individuele hoofd kan kijken. Je kan natuurlijk een ijkpersoon maken, waardoor de kans groter is dat je doel bereikt. Maar het feit blijft dat mensen uniek zijn en daardoor ook uniek denken en reageren.

Het lijstje afwerken en voilà. Nee, zo makkelijk is dat niet.


Je zou kunnen denken dat je kleine kankerpatiëntje heel hard binnenkomt bij een ouder die een kind aan een ziekte verloren heeft. Die kans er inderdaad. Misschien wil de moeder jouw verhaal wel lezen als onderdeel van het rouwproces, om te troost te vinden bij het gegeven dat er meer mensen zijn die deze pijn meemaken. Een andere moeder in exact dezelfde omstandigheden zal jouw boek misschien niet eens oppakken, omdat het te confronterend is.
Ben dus heel voorzichtig met aannames maken betreft het volgen van een formule.
Schrijf hoe dan ook in eerste instantie vanuit je creativiteit, niet met een (al te) specifieke lezer in gedachten. Dat kan met het schrijven van creatieve verhalen enorm tegenvallen. Als die ene lezer het niets vindt, heb je ontzettend veel werk voor niets verricht. Je kan dan beter vanuit je eigen drijfveer en vindingrijkheid schrijven en vervolgens kijken welk publiek je werk gaat waarderen. Besef dat je een doelgroep moet zoeken. Een groep, dus geen apart individu.
Als je je teveel op een (ijk)persoon richt, bestaat het risico dat je te veel gaat aannemen. “Hoezo? Jij bent een tiener die net een vriend heeft en dol is op de Californische stranden, dus vindt je een zwijmelroman aan het strand van Los Angeles erg interessant.”
“Uhm… Ik ben óók een tiener die bezig is met keihard blokken voor de entree-examens voor een vooraanstaande studie geschiedenis. Geef mij maar een historische roman…”

Tell: wanneer moet het wel?

Je hoort heel vaak over het belang van show don’t tell. Als je wil leren schrijven is dat een essentiële techniek. Maar het gebruik van show kan worden overschat. Daarom geef ik antwoord op de vraag: “Tell, wanneer moet het wel?”

Show don’t tell

Lees hier mijn introductie over show don’t tell en hier hoe je show optimaal benut. Ik schreef in die laatgenoemde post over het ‘tell-effect’. Dat is een goede eerste aanwijzing waarom je soms beter tell dan show kan gebruiken.

Gebruik tell bij een tell-effect

Als je show zodanig veel gebruikt dat de verbeelding van je lezer alsnog wordt uitgeschakeld, krijg je een tell-effect. Als je merkt dat je een tell-effect hebt geschreven, ga dan eens na of een tell eigenlijk gerust kan. Bekijk deze zinnen eens:
Toen ik haar het vreselijke nieuws vertelde, zag ik de tranen opwellen in haar ogen (show)
Toen ik haar het vreselijke nieuws vertelde, begon ze te huilen (tell).

Geen van beide opties is per definitie beter. Als je voor de tell kiest, kun je daarna nog met show verder. Schrijf later hoe het personage een dag naderhand nog steeds niet wil eten, nog altijd niet uit bed wil komen…
Deze voorbeeldzinnen moeten duidelijk maken dat je personage verdriet heeft. Beide zinnen slagen daarin. Als opzichzelfstaande zinnen geeft de ene zin niet meer informatie dan de andere. Uiteindelijk bepaalt de verdere context hoe het verdriet van het personage daadwerkelijk overkomt. De lezer weet een pagina later niet meer of je in die ene zin de tranen over de wangen liet rollen of het personage gewoon liet huilen.

Het is belangrijk om te weten dat je over het algemeen show moet verkiezen boven tell. Maar evengoed moet je ook beseffen dat (een enkele) tell niet onmiddellijk getuigt van slecht schrijven.

Tell bij onmiddellijke actie of het moment suprême

Als er sprake is van onmiddellijke actie (al dan niet in de ‘actiescène’ zin van het woord) of als er iets dringends aan de hand is, is tell vrijwel altijd de beste optie. Door kort, bondig en daarmee vlot te schrijven, komt de actie of de urgentie beter over.
Je personage is te laat voor zijn werk:
Martijn zag dat hij te laat was. Hij vloekte, greep zijn sleutels en rende de deur uit.
werkt in dit geval beter dan Martijn keek op de klok en voelde zijn hart sneller kloppen en zijn hoofd rood aanlopen, terwijl hij naar zijn sleutels graaide en met grote stappen richting de deur liep.

Zie je dat het tell voorbeeld nog steeds enige show in zich heeft? Dat komt door de regieaanwijzingen (vloeken, grijpen en rennen). Als je die wijselijk gebruikt, zal je niet snel een gortdroge tell schrijven, zoals: Martijn zag dat hij te laat was. Hij werd boos, pakte zijn sleutels en liep de deur uit. Als je al wat schrijfinzicht hebt, dan voel je waarschijnlijk wel aan dat deze zin de actie laat uitdoven en erg traag leest.

Tell is vaak ook fijn voor een zeer belangrijk moment. Neem een huwelijksaanzoek. De man zit al op zijn knieën en heeft de ring al laten zien. Beschrijf dan alsjeblieft niet hoe ze uit haar ogen kijkt én hoe ze haar handen voor haar mond slaat én op en neer begint te springen. Dan slaapt de knie van de arme man voordat hij eindelijk eens het verlossende antwoord krijgt… Bovendien denkt de lezer dan: dit duurt te lang, ik snap het idee wel hoor!
Uiteindelijk berooft de show de ‘ja!’ dan van zijn gouden randje.
Een van de blije uitingen van de vrouw mag je (nog) best showen, maar een tell is hier ook voldoende: ze sprong dolblij in zijn armen.

Denk alsjeblieft aan zijn knieën 😉

Tell bij snelle observaties

Een plattelandsjongen gaat solliciteren bij een groot bedrijf. Eén ding valt hem meteen op: Iedereen is in pak.
Dat is een snelle observatie van het principe dat hij hoge piefen ziet. Dan is tell ook op zijn plaats. Anders krijg je: iedereen droeg glimmende schoenen, zijde dassen en op maat gemaakte pakken. Tegen de tijd dat jij dat gelezen hebt, is onze held alweer een halve gang verder gelopen. Dan is het geen vluchtige observatie meer.
Gebruik hierbij alleen show wanneer de observatie ook iets teweegbrengt hij het personage: de dure pakken en glimmende schoenen van iedereen die passeerde, maakte dat Piet zich niet op zijn plaats voelde. Hij plukte onzeker aan de mouw van zijn keurige bloes, die een rib uit zijn lijf was geweest.

Ook tell in dit voorbeeld heeft enige show in zich. Sloebers dragen geen pakken, dus dit zullen wel hoge piefen zijn. Ben niet onnodig bang voor een korte, droog lijkende beschrijving. Er zit vaak al meer show in dan je denkt!

Dit is geen schoonmakersuniform…

Tell bij een cliffhanger

Ken je de afkorting S.O.A.P. voor bij een cliffhanger nog? Let hier nog eens op de S.O. Spectaculair en Ongenuanceerd. Als je spectaculair en ongenuanceerd wil zijn, is tell een ideaal middel. Let eens op deze voorbeelden, allemaal zonder enige vorm van show, maar met een duidelijke tell:

* Toen viel hij dood neer
* In een klap was het dorp verwoest door de vulkaanuitbarsting
* Hij viel zo hard op grond dat zijn been brak

Met show beschrijf je hoe het bloed uit de wond in de borst stroomt, de lava op het dorp afkwam of hoe het akelig krakende geluid de kamer vulde.
Deze shows kun je gerust gebruiken, maar ze zijn al minder spectaculair en niet langer ongenuanceerd. Ga dus na wat je beoogde effect is.

Show don’t tell balanceren

Er zijn geen waterdichte trucs voor het gebruik van tell. Hetzelfde geldt voor een show. Nogmaals: over het algemeen is een show beter dan een tell. Maar show don’t tell blijft een schrijftechniek, geen schrijfregel. Je zal zelf een balans moeten vinden.
Bij creatief schrijven moet je vooral op inzicht afgaan. Staar jezelf nooit blind op een schrijftechniek. Ook niet op de belangrijkste van allemaal. Lees daar hier meer over.


Zo wordt jouw expositie superspannend: drie aandachtspunten bij het schrijven van expositie

Soms wordt er informatie gegeven in een verhaal op een manier die niet natuurlijk voelt. Het laat de lezer denken: “Moet ik daar nou echt zó achter komen?” Hallo, slechte expositie! Op wat voor manieren komt informatie geven geforceerd over? En belangrijker nog: Hoe kun je dat voorkomen?

1 Gebruik een aanloop

Slechte expositie is vaak het omgekeerde van show don’t tell. In plaats van iets te laten beleven, wordt het gortdroog beschreven. Dan gaat het spannende en/of de lol eraf en wordt het moment bedorven.

Een goed voorbeeld van hoe je dat kunt voorkomen is een zwangerschapsaankondiging. Die heeft altijd wel een bepaalde inleiding: “Nee sorry, ik ben volgend jaar niet fit genoeg om mee te gaan rondtrekken in de wildernis. Mijn voeten zullen dan te gezwollen zijn om nog veel te kunnen lopen…” Of in een dramatischer scenario: “Pap, beloof me dat je Mario niet aan gaat vallen, maar…”
Dan gaat de lezer (en soms ook een ander personage) uiteindelijk vanzelf conclusies trekken. “Hoezo? O, wacht eens even… Ze is zwanger!”

Een vrouw zegt uit het niets: “Ik ben zwanger.” Letterlijker wordt show don’t tell niet. Je moet (zo)iets niet plompverloren zeggen. Bij een zwangerschapsaankondiging in het echte leven zal de vrouw het niet zo willekeurig zeggen. Ze zal hints geven, aarzelen, haar blijdschap proberen te verbergen… Belangrijke informatie heeft (sfeer)opbouw, uitleg en context nodig. Let daar dus op tijdens het schrijven.

Je hoeft niet elke keer dat je informatie bekend maakt grote aanlopen te nemen, want dat kan vermoeiend worden. De onthulling moet in verhouding staan met de informatie die je geeft. Maak de onthulling niet overdreven als dat niet nodig is.

Let ook op het gebruik van clichés: “Ik moet je iets vertellen…” “Wat ik nou toch heb gehoord…”
De deur stond op een kier en er sijpelde een plas bloed de gang op. Het is een gok, maar geen schok meer als dan blijkt dat er iemand is vermoord.

2 Vermijd ‘de verklaarder’

De verklaarder is een personage dat alles aan andere personages uitlegt, en de lezer daarmee berooft van de belevenis van het verhaal.
De verklaarder zegt tegen zijn toehoorder: “De oorlog wordt erger en de mensen worden bang. Ik sprak de buurman gisteren en hij zei dat hij overweegt het land uit te vluchten.” Nu zegt dat personage dat de oorlog heftig is, maar als lezer merk je dat niet. De verklaarder is dus eigenlijk een ‘tell’ met handen en voeten. 

In plaats daarvan kun je dezelfde scène zo schrijven: De buurman komt het personage haastig een laatste hand geven. Hij heeft zijn wereldse bezittingen in een koffertje gepropt en achter hem ontploft een bom… Dan wordt de lezer het verhaal pas echt ingezogen.   

3 Gebruik geen brief

De brief is zo’n standaard instrument uit de trukendoos van expositie dat hij zijn eigen kopje verdiend. Hij is uitzonderlijk clichégevoelig.  De nooit geopende en vergeelde liefdesbrief gaat de familiegeschiedenis veranderen, het gesealde document gaat een testuitslag bekend maken… Probeer waar je kan de brief te vermijden als expositievoorwerp, tenzij je er een creatieve draai aan kan geven. Een envelop waar een uitnodiging voor een bruiloft in zit? Misschien staat er in de binnenkant van de envelop wel een boodschap van een gijzelnemer in gekrabbeld…

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Moet je schrijftechnieken kennen om te kunnen schrijven?

Je wil je boek zo mooi mogelijk maken. Er bestaan talloze schrijftechnieken die je daarbij helpen. Je vindt ze op internet, in fora, boeken en als je kletst met medeschrijvers pik je er ook wat van mee. Maar waarom moet je de technieken kennen? Wanneer hou je je eraan en wanneer moet je vooral je eigen ding blijven doen?

Wat is het nut van schrijftechnieken?

Is advies over schrijftechnieken nuttig? Dat hoor ik graag, want dan weet ik of mijn andere blogposts een beetje aanslaan ;).

Maar zonder grapjes: als je wil leren schrijven, is het handig om de basisprincipes van het schrijven onder de knie te krijgen. Het zal je helpen om wat technieken te leren; zowel van naam als de toepassing ervan. Als je je manuscript naar een uitgever stuurt en je leest: ´infodump‘ als feedback in de kantlijn, dan is het handig om te weten waar het over gaat en ook hoe je dat kan verbeteren.
De uitgever gaat er namelijk van uit dat je dat je die kennis hebt. Het zou te veel tijd vergen om dat elke keer opnieuw uit te moeten leggen.

Wat leer je van onderzoek naar schrijftechnieken?

Zodra je van bepaalde schrijftechnieken weet en ze in verhalen herkent, weet je ook waarom een boek (niet) fijn leest. In plaats van dat je zegt: “Het personage kwam niet realistisch over,” kun je zeggen: “De hoofdpersoon was een Mary Sue“. En je krijgt misschien in de gaten dat een verhaal niet lekker loopt omdat er gaten zitten in het schema van save the cat.
Als je op dat soort dingen alert bent leer je van andermans fouten en hoef je ze zelf niet meer te maken. Handig, toch?

Schrijftechnieken toepassen

Dus als je maar alle schrijftechnieken oefent, kent en toepast, kun je goed schrijven?
Helaas is het niet zo simpel. Sterker nog: het kan je in de weg gaan staan:

“Hé verdorie, deze zin voldoet niet aan show don’t tell.”
“O help, ik schrijf volgens mij een magic pixie! Ik gooi het hele verhaal maar om…”
“Doe ik het wel goed met Chekhov’s gun? Als het misgaat, is mijn hele boek verpest.”

Om maar wat mogelijke scenario’s te noemen. Probeer niet al te veel waarde te hechten aan het schrijven volgens een bepaalde techniek of met vuistregels over plot of personage in je achterhoofd. Dat verstoort namelijk je schrijversflow en dan krijg je nooit iets af.

Geef die hele berg aan advies over schrijftechnieken niet te veel gewicht. Schrijven moet vooral leuk blijven.

Je kan beter goed onderzoek doen en je personagebiografie maken als voorbereiding en daarna lekker gaan schrijven. Zodra je een hoofdstuk of boekdeel klaar hebt, kun je er (nog eens) kritisch naar kijken.

Door de bril van een redacteur

Je hebt iets moois geschreven en je huurt een redacteur in. (Als mijn tips je bevallen, kijk dan eens in mijn webshop.) De spreekwoordelijke rode pen heeft zijn werk gedaan. En nu? Alles aanpassen? Nee! Je moet nooit klakkeloos iets van iemand aannemen. Ook niet van een redacteur. Die verleiding is er misschien wel: de redacteur heeft er toch verstand van? Die verdient nota bene zijn brood met redigeren!
Dat klopt, maar ook een redacteur heeft een bepaalde bril of persoonlijke voorkeuren. Goed schrijven is subjectief. Hoe professioneel iemand ook is, een persoonlijke mening kun je nooit volledig uitschakelen.

Als je schrijft over een huwelijksaanzoek na een boottochtje bij volle maan en met een bos bloedrode rozen, dan zegt de professionele blik van een redacteur: dit is te cliché, dat gaat niet werken.
Nu schrijf je over een speurtocht die met hartvormige post-its naar een gesloten kistje leidt. Met het sleuteltje dat ernaast ligt, maakt de jonge vrouw het open en ziet ze de sleutel van het huis waarin ze met haar vriend gaat samenwonen… De ene redacteur zal dat heel leuk en origineel vinden. De ander zal het als te zoetsappig zien, omdat hij sowieso meer is van de historische romans dan van de romantische verhalen en hij dit net een tikje te ver vindt gaan.
Waar clichés niet meer overduidelijk zijn, komt er op een bepaald moment een grijs gebied waarin twee redacteurs andere meningen hebben, zonder dat dat betekent dat ze al dan niet professioneel zijn.

Onthoud goed dat het ook jouw verhaal moet moet blijven. Het moet niet dat van de redacteur worden. Wat dat betreft zijn redacteurs niet anders dan lezers: ieder zo zijn eigen smaak en je zal het nooit iedereen naar de zin kunnen maken.

Redacteuren kunnen streng overkomen, maar laat je niet te snel intimideren door hun opmerkingen!

Als je twijfelt of de persoonlijke bril van de redacteur aanwezig is in zijn opmerkingen, kun je proeflezers vragen of zij het met de opmerking eens zijn. Zegt de meerderheid ja, dan zie je waarschijnlijk niet dat het hier om een darling ging. Zo niet, dan was de redacteur zelf misschien niet in een romantische bui ;).

Tips van een redacteur

Natuurlijk zegt een redacteur ook dingen waarvan je uit kan gaan dat hij iets ziet wat gewoon niet zo sterk is. Dat zijn de dingen die min of meer ‘vastliggen’. Dit zijn:

Verkeerde kenmerken

Als je personage zes van de zeven kenmerken van een sexy lamp heeft, zal je haar moeten herschrijven. Een sexy lamp is niet sterk als hoofdpersonage. En de kenmerken staan vast. (Zonder kenmerken kun je geen definitie maken).

Rode vlaggen

Er zijn rode vlaggen die laten zien dat iets niet gaat werken.
Bijvoorbeeld: infodump kan overal in het verhaal voorkomen, maar als je de eerste pagina’s van je verhaal daarmee vult, dan is niet een ‘toevallige fout’, maar een fout die veel schrijvers maken. Hier ziet een uitgever aan dat de schrijver nog moet leren. De redacteur zal deze fouten aanmerken om te voorkomen dat je niet uit de slushpile komt.

Ontbreken van belangrijke punten of technieken

Iets dat in elk goed geschreven verhaal (enigszins) moet terugkomen, mist. Een verhaal zonder enkele vorm van show don’t tell of centraal conflict heeft geen kans van slagen.

Save the cat – een prettig verhaaltempo

Save the cat is een vast patroon voor de opbouw van een verhaal. Het is een fijne houvast om te controleren of er nog vaart in je verhaal zit.

Save the cat: verhaalopbouw in drie akten

Save the cat gaat uit van drie delen van het verhaal. Het begin, midden en eind.
Elk deel heeft zijn elementen die gezamenlijk voor een prettige verhaalopbouw zorgen.

Het schema van save the cat volgens Blake Snyder

Het save the cat schema

Bekijk het schema van save the cat. Zie je dat:
* het verhaal een begin, midden en een eind heeft?
* het verhaal heeft meerdere ‘clues’ heeft?
* de verhaallijn in eenzelfde tempo verloopt en pas na de climax snel vertraagt?

Als je verhaal vaart verliest, pak het schema er dan eens bij. Mis je een tussenstap? Gaat een element zo lang door dat de lijn niet meer contant loopt, maar er een piek of een dal in het tempo komt?

De eerste akte in save the cat

De 5W1H in Save the cat

Hier introduceer je je personage en je verhaal. De 5W1H is hier een goede houvast voor.
* Wie? Over wie gaat het?
* Wat? Wat is er aan de hand?
* Waar speelt het zich af?
* Wanneer speelt het zich af?
* Waarom? Waarom doet een personage wat hij doet/ is de wereld zoals hij is?
* Hoe? Hoe zie je dat?

De feiten van je verhaal

De wie, waar en wanneer zijn droge feiten: Mientje de bakkersdochter, een plattelandsdorpje in de jaren dertig. Dat is de allereerste stap: de introductie.
De wat, hoe en waarom zijn de elementen die een verhaal beloven. Dit zijn de dingen waar je de lezer mee boeit. Daarom zijn ze bij het allereerste begin belangrijker dan de wie, waar en wanneer.
Het ‘inciting incident’ geeft aan dat er iets in het dagelijks leven niet klopt of prettig is.

Wat? Mientje moet trouwen met een boerenzoon
Waarom? Omdat de bakkerij failliet dreigt te gaan
Hoe? Vader zit met zijn handen in het haar en moet op de ingrediënten sparen/ de knecht ontslaan.

De actie van je verhaal

Dan komt ‘second thoughts’: is je personage tevreden met de gang van zaken? Kan dit altijd zo doorgaan? Dat antwoord is altijd nee, waardoor een centraal conflict ontstaat.
Nee: Mientje wil niet met de boerenzoon trouwen, maar met de slagerszoon.
Nee: Luilekkerland blijft niet hemels als er een plotselinge hongersnood dreigt.

De tweede akte in save the cat: de heldenreis

De tweede akte van save the cat is simpel gezegd de heldenreis van je hoofdpersonage, met het bijbehorende vallen en opstaan.
De tweede clue in het schema is een opvallende gebeurtenis, maar daarvóór moet je personage al uitdagingen krijgen.
Een soldaat die wordt opgeroepen gaat eerst naar een trainingskamp. Daar zal hij de nodige fouten maken voordat hij het slagveld betreedt. Een opvallende gebeurtenis tijdens de training bepaalt welke positie hij in het slagveld krijgt. Dat is de tweede clue. De derde clue is de start van de beslissende veldslag, waar de actie het spannendst is en er het meest op het spel staat.

De derde akte in save the cat: climax en afbouw

De derde akte start met het grootste conflict, de spannendste gebeurtenis waar het verhaal naar toewerkt. In de aanloop hiernaar mag je uitpakken met een extra scheutje drama of actie.

Zodra de climax is geweest, stopt het verhaal nog niet. Stel dat je schrijft:

* Mientje en de slagerszoon trouwden.
* Toen ontplofte de bom en waren alle soldaten dood.

Dat is erg abrupt. Stel dat je een kleuter Assepoester voorleest en stopt met: “En Assepoester en de prins trouwden.” Dan zegt het kind vast: “En toen?” Er kan immers nog van alles gebeuren: de stiefmoeder kan terugkomen, de goede fee tovert nog een koetsentuin, Assepoester wordt moeder…

Laten we het stapsgewijze einde toepassen:
Assepoester trouwde met de prins. ( Inzetten van het einde). Ze hoefde nooit meer vervelende klusjes te doen (obstakel) en de prins was lief voor haar (wrap up). En ze leefden nog lang en gelukkig (einde).

Bij sprookjes is dit redelijk duidelijk. Hoe zit het met andere verhalen?

Obstakel: laat je personage terugkijken op het centrale conflict/ de andere obstakels.
* Wat heeft hij moeten doorstaan?
* Wat heeft hij verloren?
* Wat heeft het opgeleverd?
* Hoe is hij gegroeid?

Hou het beknopt! Je lezer hoeft niet nog eens je hele boek te lezen.

Als je lezer dit al weet, is een samenvatting van een paar alinea’s makkelijker te behappen dan verschillende hoofdstukken…

Mientje keek naar de nu verlaten bakkerszaak en voelde een steek in haar hart toen ze besefte dat haar vader nooit meer de oven zou aansteken.

Wrap up: Na alles wat er gebeurt is, gaat het verhaal zus en zo verder.
Het boek eindigt niet waar je verhaal ook eindigt. Op een bepaald moment moet je boek stoppen, om het verhaal niet langdradig te maken.

“Ze leefden nog lang en gelukkig” is een samenvatting van tientallen jaren in een zin gestopt. Al die jaren van een gelukkig huwelijk heeft geen meerwaarde voor het eigenlijke verhaal. Maar het geeft wel aan in welke sfeer het verhaal verder gaat.

Mientje keek naar haar bolle buik. Als ze een zoon kreeg, zou hij naar zijn grootvader worden genoemd. (Mientje sticht haar gezin en houdt haar vaders nagedachtenis in ere.)
Het einde: een afsluitende gedachte. Hier komen je eigen schrijversinzicht en creativiteit aan te pas. Kijk wat voor jou goed voelt.

Save the cat: lees om toe te passen

Logischerwijs heeft een verhaal een begin, midden en een eind. Maar zie je ook wat er steevast in dat begin, midden of eind gebeurt? Wil je save the cat goed toepassen, dan moet je veel lezen. Dan merk je waarom bepaalde boeken minder vlot lezen.

Komt het verhaal niet op gang? Dan is de eerste akte waarschijnlijk te lang.
Is het einde te abrupt? Dan mist het misschien de ‘wrap-up’.

Expositie is ook belangrijk in save the cat. Lees hier mijn voorbeeld over de wolf van Roodkapje. Geef je genoeg duidelijke hints aan de lezer?

Chekhov’s gun: streven naar perfectie

Als je droomt van een perfect boek, dan is de schrijftechniek ‘Chekhov’s gun’ een ideale leidraad!

Wat is ‘Chekhov’s gun?’

Chekhov’s gun is een schrijftechniek die ervan uitgaat dat alles wat je opschrijft een doel heeft of in het verhaal terugkomt.

De techniek komt van de schrijver Anton Tsjechov. Hij zei: “Verwijder alles wat niet relevant is voor het verhaal. Als je in het eerste hoofdstuk zegt dat er een geweer aan de muur hangt, dan moet dat in het tweede of derde hoofdstuk beslist afgaan. Als het niet wordt afgevuurd, dan zou het daar niet moeten hangen.”

Chekhov’s gun is dus een soort streven naar perfectie. Wat heeft dat voor gevolgen?

Chekhov’s gun geeft kennis van je plot

Als je niet eens zomaar een decoratief geweer aan de muur mag hangen, ben je constant alert op je plot. Dat heeft voordelen.

* Je zal niet zo snel een subplot schrijven dat het overneemt van het hoofdplot.
* Omdat je op de kleinste details let, zal je het spoor van het plot nooit bijster raken.
* Gaten in het plot schrijven kan haast niet, omdat je zo minutieus te werk gaat.

Chekhov’s gun diept je personages uit

Dus je personage heeft een decoratief wapen aan de muur hangen. Waarom eigenlijk?

* Vindt hij dat een statussymbool?
* Voelt hij zich daar beschermd door, wetende dat het geladen is?
* Is hij een geschiedenisfanaat die weg is van historische wapens?

Het ene mogelijke antwoord verschilt enorm van het andere.

Dus het is een statussymbool? Komt je personage soms uit een adellijke familie? Wat betekent dat voor het karakter, de carrière en het wereldbeeld van het personage? Is dat ene geweer een erfstuk waar een familieruzie aan vooraf ging? Enzovoort, enzovoort.
Als je je bij elk klein gegeven moet afvragen waarom een personage iets doet of vindt, dan leidt dat tot een enorm uitgebreide en bruikbare personagebiografie.

Schrappen ging nog nooit zo simpel

Als Tjechovs geweer één kogel heeft, dan wordt die afgevuurd om een infodump mee van kant te maken. Je kan Chekhov’s gun gebruiken om het schrijven van infodumps af te leren. Niet elk detail is een infodump, maar als je je tekst nakijkt met het oog op Chekhov’s gun, is het makkelijker nagaan wat relevant is en wat niet.

Kom je bij de fase van revisie aan, of moet je schrappen omdat je tekst te lang is, dan is dit een goed hulpmiddel.

Nadeel van Chekhov’s gun: het is streng

Ben voorzichtig als je gaat schrappen met het dodelijke geweer van Tjechov. Voor je het weet, help je je hele tekst om zeep. Chekhov’s gun kan een goede schrijftechniek zijn, maar je moet zijn nadelen ook kennen.
Zoals het cliché wel eens zegt: niets of niemand is perfect. Is het dan wel realistisch daarnaar te streven?

Chekhov’s gun kan een heel gevaarlijk wapen zijn voor je bestaande tekst

Chekhov’s gun en clichés en tropes

Als we het toch over clichés en tropes hebben:

Als je perfect wil schrijven, kom je onherroepelijk een dilemma tegen: iets wat jij perfect vindt, kan de ander oninteressant of ingewikkeld vinden. Precies zoals bij clichés en tropes is perfect schrijven subjectief. Is het dan wel realistisch om dat bij elke zin na te streven?
Zelfs al hoeft niet elke zin niet per se perfect te zijn, maar wel nuttig, dan nog is succes niet gegarandeerd. Een lezer kan een hint niet snappen, een detail vergeten, de zin te lang vinden…

De lat van perfectie

Als je de uitdaging aandurft om elke zin relevant te maken, hou er dan rekening mee dat het schrijven een stuk moeizamer en trager gaat. Het kan zelfs minder leuk worden.
Het vergt een lange adem als je nooit in een schrijversflow mag raken of eindeloos moet herlezen en verbeteren. Zo’n lange adem, dat je misschien wel weken over een enkele zin gaat doen. Dat kan ertoe leiden dat je je verhaal nooit afkrijgt.

Wanneer je merkt dat je de lat van Chekhov’s gun zo’n beetje op het maanoppervlak hebt neergelegd, kun je beter een keer proeflezers inschakelen. Zo kan blijken dat het verhaal in zijn imperfecte vorm niet eens zo slecht is als je misschien denkt.

Als je de lat hier neerlegt is de kans dat het verhaal af komt, net zo groot als dat je de maan zelf bezoekt

De toon van je tekst

Volgens het principe van Chekhov’s gun moet elke zin dus ergens aan bijdragen. Dat doet show don’t tell vaak veel goed. Denk aan het beschrijven van een ruimte. Je moet hiervoor details beschrijven die afzonderlijk misschien onbenullig lijken; de kamer heeft luie stoelen en vangt veel natuurlijk zonlicht op. Samen geeft dit echter wel aan dat de kamer een ontspannen sfeer heeft.
Als je vanwege Chekhov’s gun de details voor jezelf te veel gewicht gaat geven, verzandt je verhaal in bloemig taalgebruik. Dan kan je geweer juist weer infodump in de hand werken. Bovendien zal de manier waarop jij moeizaam begint te schrijven ook vermoeiend lezen voor de lezer. Af en toe wat zinnen schrijven die op zichzelf niet meteen super belangrijk blijken, houdt de vaart in het verhaal.

Chekhov’s gun: geen makkelijke techniek

Maar als je af en toe een onbelangrijke zin laat staan, hoe weet je dan wat je moet schrappen en wat moet blijven? Wanneer is een zin gewoon minder belangrijk en wanneer is hij zodanig onnodig dat je hem toch echt moet schrappen?

Dit zijn lastige vragen waar geen kant en klaar antwoord op bestaat en waarvoor je een goed technisch schrijfinzicht moet hebben. Chekhov’s gun is dus geen schrijftechniek voor beginners. Ga goed na of je de techniek al kan gebruiken en in welke mate je dat wil doen.

De mate van Cekhov’s gun

Pas Chekhov’s gun met mate toe als de techniek nieuw voor je is. Zo val je niet in de eerder genoemde valkuilen.
Gebruik scènes, dialogen of voorwerpen die daadwerkelijk zeer belangrijk zijn voor het plotverloop of een plottwist in gang gaan zetten als eerste test met Chekhov’s gun.