Je innerlijke voorlezer: hoe komt je tekst écht over?

Je herinnert je het misschien nog uit je jeugd, of je bent het door het luisterboek nooit vergeten, maar een goede voorlezer kan een verhaal nog mooier maken dan het al was. Tijdens het schrijven heb je ook een innerlijke voorlezer, die het je helaas erg lastig kan maken om objectief naar je eigen tekst te kijken. Hoe komt dat zo?

De innerlijke voorlezer en de toon van je tekst

Als je begint met schrijven, heb je meestal al het nodige onderzoek gedaan en ken je je personages ook al redelijk goed. Daardoor kan er al een denkbeeldige film van je verhaal in je hoofd gaan draaien. In die film zie en hoor je het nodige al haarscherp. Je verhaal -of beter gezegd je tekst- wordt zo voor jou al levendig voor die goed en wel geschreven is. Daardoor krijgt de tekst een bepaalde toon. Vaak is dit een vrij letterlijke toon: in je hoofd lees je je tekst al voor, om zo de cadans van je zinnen te proeven om te zien hoe of zelfs óf je tekst een beetje lekker loopt. Zo komt je innerlijke voorlezer tot stand.

Kun je je nog herinneren hoe een tekst tot leven kwam als je werd voorgelezen? Een goede voorlezer doet een verhaal veel goed.

Een fantastische voorlezer: de tekst zoals hij hoort te zijn

Een goede voorlezer merkt (subtiele) veranderingen in de tekst en past daar zijn toon op aan. Dit kan door elk personage een andere stem te geven en de bijbehorende emotie goed weer te geven. Ook kan een subtiele stembuiging de betekenis van een zin extra nadruk geven. Jan Meng is daar een meester in. Hij is een veelbekroond voorlezer. Luister maar eens naar dit fragment uit ‘Harry Potter en de geheime kamer’ dat door hem wordt voorgelezen. Soms zijn de voorbeelden overduidelijk, soms zijn ze wat subtieler. De onderstaande voorbeelden komen allemaal in de eerste minuut aan bod.

* “Als je niet zorgt dat die uit haar snavel houdt, vliegt ze eruit!”
Regieaanwijzingen
zijn hier overbodig, die hoor je in de stem.
* “Lijk ik soms achterlijk?” snauwde oom Herman, die stukjes gebakken ei in zijn borstelige snor had zitten.
Het is subtiel, maar hoor je de toon in dat tweede deel van de zin die tussen neus en lippen door lijkt te zeggen: “Ja, eigenlijk wel…” ? 😉
* Dirk, die zo dik was dat zijn achterwerk over de keukenstoel puilde
Hoor je de nadruk die het woord ‘puilde’ krijgt? Die vocale nadruk doet net zo veel als dat jij als schrijver nog een woord als ‘vreselijk’ of ‘ontzettend’ zou gebruiken om het achterste van Dirk te omschrijven: zijn vreselijk dikke achterste of zijn ontzettend grote achterwerk .

Jouw innerlijke voorlezer

Waarschijnlijk leest jouw innerlijke voorlezer het verhaal net zo levendig en divers voor als in bovenstaande voorbeelden. Dat is normaal, omdat jij als schrijver al helemaal in het verhaal gezogen bent. Misschien heeft je personage zelfs al een eigen stem, waardoor jouw innerlijke voorlezer nog interessanter klinkt. Maar helaas is het zelden zo dat de innerlijke voorlezer van jouw lezer net zo getalenteerd is als Jan Meng. Je kan je eigen tekst redelijk makkelijk overschatten of de manier waarop die overkomt verkeerd inschatten. Dan kan je tekst stukken minder indrukwekkend zijn dan hij voor jouw persoonlijk lijkt. Enkele voorbeelden:

Je innerlijke voorlezer lijkt te zeggen Dit staat daadwerkelijk op papier
De kus was zo zacht en zoet, dat zij nog nooit zoiets fijns had gevoeld.De kus was heerlijk zacht en zoet.
Hij was woest en kon hem wel wurgen. Hij bedacht al wat de beste manier daarvoor zou zijn. Hij was zo kwaad, dat hij hem wel kon wurgen.
De smerige vleespastei deed hem al kokhalzen bij de geur alleen. De vleespastei was vreselijk smerig.
Merk op hoe groot het verschil in beleving is tussen de interpretatie van de innerlijke voorlezer en de daadwerkelijke tekst.

In wezen is een fantastische voorlezer een extra aanvulling op het show don’t tell principe. Met slechts enkele woorden en een passende stembuiging zie je veel meer voor je dan daadwerkelijk wordt verteld. Als schrijftechniek is dat principe onmisbaar, maar niet als interpretatie van een daadwerkelijk geschreven tekst. Als je erop inzet dat een lezer met zijn innerlijke voorlezer de ‘extra interpretatie’ aan de tekst kan geven, sla je vroeg of laat de plank mis door te weinig te omschrijven. Onthoud dat niet iedereen gezegend is met een persoonlijke Jan Meng tijdens het lezen van een boek.

Kritisch kijken naar je innerlijke voorlezer

Je innerlijke voorlezer zal je tekst vrijwel altijd mooier laten klinken dan hij eigenlijk is. Dat is niet erg, maar je moet je er wel bewust van zijn. Er is een aantal dingen die je kan doen om ervoor te zorgen dat je wat neutraler naar de intonaties van je innerlijke voorlezer luistert:
* Proeflezers inschakelen: zij hebben geen innerlijke voorlezer die vooraf al een beeld bij het verhaal heeft. Die van hen is nog neutraal. Hierdoor lezen ze makkelijker wat er daadwerkelijk staat dan wat er ‘hoort te staan’.
* Hardop en neutraal voorlezen. Lees je eigen tekst daadwerkelijk voor en doe dat expres met een toon die saai aanvoelt. Je hoeft niet per se monotoon te gaan lezen, maar let er wel op dat je niet voorleest om leuk of ‘goed’ te klinken. Ga dus niet mee in de stembuiging die passen bij bepaalde woorden. Ga niet lager en somberder praten als iemand verdrietig is, bijvoorbeeld.
* Wees extra alert op betekenis van woorden op een tienpuntschaal. Stel dat je personage boos is. Het kan gebeuren dat je schrijft: Hij riep kwaad naar zijn moeder. Terwijl je innerlijke voorlezer het voorleest met een intensiteit die overkomt als: Hij schreeuwde kwaad naar zijn moeder. Schreeuwen is een tandje erger dan roepen. Als er woorden zijn die een bepaalde intensiteit met zich meebrengen, let dan goed op of je tekst en je innerlijke voorlezer wel overeenkomen met elkaar.

Schrijversgroepen

Als je schrijft, is het fijn om feedback te krijgen. Je kan daarvoor proeflezers inschakelen, maar soms is het niet je inhoudelijke tekst, maar het schrijversinzicht waar je hulp mee wil krijgen. Voor beide manieren van feedback kan je terecht in schrijversgroepen.

Feedback van schrijversgroepen

In schrijversgroepen wordt er van alles en nog wat besproken. Meestal wordt er vooral feedback gevraagd en gegeven. Het fijne van een schrijversgroep is dat je de feedback die je krijgt wordt gegeven door mensen die zelf met schrijven bezig zijn. Dat wil niet altijd zeggen dat de mensen ook professionele feedback kunnen geven, maar het heeft hoe dan ook voordelen:
* je vindt altijd wel iemand die op hetzelfde ‘niveau’ zit als jij. Begint je net met schrijven? Dan kan je vast iemand vinden die ook nog worstelt met een personagebiografie, omdat het de eerste keer is dat ze die schrijft.
Ben je al jaren bezig met creatief schrijven? Dan kun je over de combinatie van talloze schrijftechnieken praten met iemand die literaire werken schrijft. Als je de juiste schrijversgroep vindt, kan je altijd wel iemand vinden met wie je kan sparren over schrijven op een manier waar jij iets aan hebt.
* Wie schrijft, moet lezen. Dat betekent dus ook dat de mensen in een schrijversgroep een meer geoefende blik hebben op wat prettig leest dan mensen die nauwelijks lezen en die jij vraagt voor een keer proeflezer te zijn.

Schrijversgroepen: een nieuwe kijk op tekst

Tenzij je een schrijversgroep vindt die gericht is op een specifiek genre, zal je medeschrijvers tegenkomen die een ander genre schrijven dan jij. Doe daar je voordeel mee. Je kan veel leren door veel te lezen van hetzelfde genre als je zelf schrijft. Zo kom je erachter welke elementen gevoelig zijn voor clichés. (Had de rijke Joe Sixpack geen vaderfiguur en weet hij daarom niet hoe een ‘echte man’ zich hoort te gedragen?) Maar je doet er goed aan om ook te lezen buiten het genre wat je zelf graag leest en/of schrijft. Dan zal je zien dat er ook als je geen genre-specifiek cliché hebt om op te letten, er in elk genre een aantal technieken of personageontwikkelingen terugkomen. Dat valt soms meer op als je een tekst ziet die betreft verhaalthema weinig met die van jou gemeen heeft.

Leren schrijven van verschillende teksten is soms net als het welbekende spelletje bij een tweeling: zoek de verschillen en overeenkomsten.

Jij bent je Joe Sixpack aan het schrijven, maar wil dat wel goed doen. Je wil dus weten hoe je schrijft over bepaalde aspecten van mannelijkheid. Maar mannelijkheid komt niet alleen in de context van romanceboeken voor. Het ziet er vaak alleen (een beetje) anders uit. In een verhaal over een conservatieve familie zal pa met een kantoorbaan echt geen wasbordje hebben. Maar als kostwinner van het gezin draagt hij wel degelijk mannelijke waarden uit. Op deze manier krijg je te zien hoe je mannelijkheid ook of nog meer kan portretteren. Dat gaat makkelijker als je toegang hebt tot voorbeelden uit andere genres. Dat voorkomt dat je schrijft ‘omdat het zo hoort’ in plaats van dat je je eigen creativiteit zijn gang laat gaan.

Korte feedback in schrijversgroepen

Het is fijn om in een schrijversgroep te zitten, omdat je antwoord kan krijgen op een simpele vraag. Als je twijfelt of je goede symboliek in je verhaal hebt toegepast kan je een blogpost daarover lezen en je voor de zesde keer afvragen of je de theorie wel goed begrepen hebt. Of je stelt een simpele vraag in de schrijversgroep:
Hoi allemaal,
Ik schrijf een fantasy en heb een gemeen trol-achtig wezen ontworpen dat ondergronds leeft en niet het meest op de hoogte is van de ontwikkelingen van de wereld in zijn geheel. Dit heb ik gedaan vanwege de symboliek van ‘onder een steen leven’ of ‘ondergronds leven is duister en gemeen.’ Vinden jullie dat cliché of goed gebruik van symboliek?

Als je creatief wil schrijven, moet je schrijfinzicht vergaren. Dat kan je leren door je in technieken te verdiepen, maar ook door naar de meningen van andere schrijvers te luisteren. Zo leer je dat er verschillende smaken zijn. Met een beetje oefening kan je jezelf aanleren om daar zodanig tussen te schipperen dat je het beste van beide werelden samenvoegt tot een uniek geheel:
Welk element van een Mary Sue vinden jullie het meest storend?
“Dat ze de lat voor ‘een goede vrouw zijn’ veel te hoog legt voor mij,” zegt de een.
“Dat ze altijd een perfect leven lijkt te hebben”, zegt de ander.
Dus bedenk jij: misschien kan ik dan het beste over een vrouw schrijven met een minder dan perfect leven die bovendien niet aan alle traditionele vrouwelijke waarden voldoet. Dan is mijn personage waarschijnlijk snel Mary Sue af.

Deze korte antwoorden van anderen kunnen soms ineens een aha-momentje geven dat je niet krijgt als je alleen maar leest over tips om een Mary Sue vermijden. Soms ligt het antwoord in een simpele, snelle observatie (van anderen), niet in het minutieus ontleden van alles dat je hebt geschreven.

Soms moet je schrijven zo simpel mogelijk houden. Niet alleen wat betreft je uitwerking, maar ook betreft je uitgangspunt.

Zelf feedback geven in een schrijversgroep

Als je oefent met feedback geven door naar de teksten van anderen te kijken, wordt uiteindelijk jouw eigen tekst ook beter. Als je een aantal keren hebt geschreven over de tekst van een ander: pas op dat je zinnen niet te lang worden, ik zie soms drie komma’s in een enkele zin staan. Dan word je alerter op kommagebruik. En dan bedenk je opeens: Verdorie, dat doe ik zelf ook! Zo zie je een zwakke plek van jezelf die je anders misschien niet had kunnen ontdekken. Als je ergens geen (specifieke) aandacht aan besteedt, gaat het sneller aan je voorbij. Besteed daarom zo nu en dan ook eens wat tijd aan de teksten van anderen, niet alleen aan die van jezelf.

Proeflezer zijn

Een schrijver vraagt je of je proeflezer wil zijn. Waar let je dan op, wat zeg je en hoe kun je de tekst lezen?

Randvoorwaarden voor een proeflezer

Een schrijver moet zelf goed nagaan wie hij als proeflezer wil.
Hij moet erop kunnen vertrouwen dat:
* je hem niet persoonlijk aanvalt;
* je hem niet met fluwelen handschoenen aanpakt/ alleen maar vol lof bent;
* je het verhaal niet wilt overnemen.

Lees deze punten hier uitgebreider terug.

Welke proeflezer ben jij?

Er zijn verschillende soorten proeflezers. Sommigen controleren alleen op grammatica, anderen zijn er voor het inhoudelijke gedeelte. Zorg dat je vooraf duidelijk hebt wat van jou als proeflezer wordt verwacht. Als er iets niet duidelijk is, vraag het dan gewoon. De schrijver zal je dankbaar zijn. Iedereen is erbij gebaat als alles vlot verloopt. In deze blogpost ga ik verder in op de proefpersoon die vanwege de inhoud wordt ingeschakeld.

Standaard vragenlijstje voor de inhoud

Een schrijver zal een vragenlijstje maken met dingen waar je specifiek op moet letten.
Zorg ervoor dat die vragen duidelijk voor je zijn vóór je begint met lezen. Let er ook op dat het vragenlijstje niet te lang is. Als je twintig vragen krijgt over een hoofdstuk van één A4, kun je je niet meer op het verhaal concentreren.

Vragen die een schrijver waarschijnlijk zal stellen zijn:
* Kun je het verhaal nog volgen?
* Wat denk je dat er na de cliffhanger gebeurt?
* Zijn de personages en het verhaal nog interessant?

Antwoord met ‘want’ waar je kan. “Het verhaal is nog spannend, want…” “Ik snap niks van de cliffhanger, want…”
Soms moet de schrijver informatie achterhouden om de spanningsboog op te bouwen. Dan zal de schrijver waarschijnlijk ook iets over specifieke scènes willen weten.
Verwacht daarom ook enkele inhoudelijke vragen.

“Geen flauw idee!” Wat nu?

Je leest over een personage dat bont en blauw geslagen is. De schrijver vraagt je:
“Wie heeft Joost zo toegetakeld, denk je?”
“Geen flauw idee!”
Je mag dat gewoon zeggen. Je hoeft de schrijver niet te sparen. Sterker nog, dit is precies de reden dat je proeflezer bent! Laten we twee mogelijke redenen voor jouw antwoord doorlopen.

Het is de bedoeling dat je het antwoord nog niet weet

Stel dat Joost homoseksueel is, maar je daar later in het verhaal pas achterkomt. Dan is het heel logisch dat je niet kan raden dat hij in elkaar geslagen is door een homohater. In zo’n geval is dit een eerste puzzelstukje van een grotere puzzel die later in het verhaal pas echt opgelost kan worden.

De schrijver is slordig

“Wacht even… Wàs Joost in elkaar geslagen dan?”
Wat blijkt nu? De zin: kreunend van de pijn en met blauwe plekken over zijn hele lijf kwam Joost drie uur later thuis is nooit opgeschreven, omdat de schrijver al met zijn hoofd bij de volgende scène zat!
Schrijvers zijn ook maar mensen en mensen maken fouten. Als proeflezer mag je ook onnozele fouten opmerken en doorgeven.

Als de tekst zo’n zooitje is dat je er niets meer uit kan halen, zeg het dan gewoon!

De proeflezer als detective: puzzelstukjes zoeken

“Ik heb geen idee waarom Joost geschopt is en heb geen enkele aanwijzing. En toch vraag je me waarom ik dat denk?”
We hadden het er al over dat een schrijver met bepaalde puzzelstukjes werkt. Als een schrijver een vraag stelt die je niet direct kan plaatsen, is de vraag eigenlijk: “Ik heb een puzzelstukje gegeven. Heb je dat in de gaten, kun je raden wat dat puzzelstukje is en in welke eindpuzzel dat gaat passen?”

Lees de scène nog eens. Kun je, nu je vermoedt dat er ergens een puzzelstukje verstopt zit, raden wat dat zou kunnen zijn? Joost kan bijvoorbeeld:
* met een diepe zucht en wat vertwijfeld naar een regenboog in de lucht kijken;
* vliegensvlug zijn telefoon op een feestje uitzetten als Bart belt.

Merk op dat dat hier alleen gehint wordt naar dingen die op Joosts geaardheid kunnen wijzen. Het geeft dus geen antwoord op de vraag wie Joost heeft mishandeld, maar dat zijn dus wel kleinere puzzelstukjes.
Als je denkt dat je een puzzelstukje gevonden, zeg dat dan ook.
“Ik heb geen idee wie Joost heeft mishandeld, maar ik heb wel het idee dat hij homo is. Hij wordt namelijk ontzettend zenuwachtig als hij wordt gebeld door een jongen wanneer zijn moeder in de kamer is.”

Het maakt niet uit of je gelijk hebt met je gevonden puzzelstukje. Misschien is Joost wel hetero, vindt hij regenbogen gewoon een prachtig natuurverschijnsel en is Bart zijn woedende drugsbaas…
Welk puzzelstukje je ook denkt te vinden, de schrijver kan altijd iets met je vermoeden. Zo weet hij of hij goed zit, of juist helemaal fout en meer of andere hints moet geven.

Ga ervan uit dat jouw ‘aha-momentje’ er ook een voor de schrijver is.

Maak je niet te druk of je het juiste puzzelstukje hebt, of dat je dat überhaupt hebt kunnen vinden.
* Misschien is het puzzelstukje te klein om op te vallen en vraagt de schrijver je ernaar om te kijken wat voor sfeer de scène in zijn geheel bij de lezer oproept.
* De schrijver kan je op het verkeerde been zetten en je een ‘vals puzzelstukje’ geven.
* Zoals gezegd: de schrijver kan ook iets fout hebben gedaan.

Lees de scène nog maximaal één keer terug, als je naar dat puzzelstukje gaat zoeken. Als je eindeloos ontleedt, gaat je spontane interpretatie verloren, terwijl dat juist zo belangrijk is voor de schrijver. Het is aan de schrijver om zijn eigen werk kritisch te bekijken en eventueel te veranderen naar aanleiding van jouw bevindingen. Je kan weinig tot niets fout doen als je eerlijk en objectief blijft.

Als je antwoord: “Ik heb geen idee” blijft, ben je niet dom! Wie weet heb jij de grootste zwakte van de schrijver blootgelegd, waardoor hij zichzelf kan verbeteren. Of denk je dat je helemaal naast zit, maar ben je juist de eerste die een hint van een goed in elkaar gezette plottwist meteen heeft ontdekt!

Feedback van proeflezers verwerken

Wanneer je proeflezers inschakelt, moet je feedback verwerken. Dat is nog een hele klus. Als je het goed doet, wordt het verhaal net zo goed als je gehoopt had toen je begon met schrijven. Doe je het fout, dan wordt het zo slecht als je ooit vreesde.

Bekende valkuilen van feedback verwerken

Feedback verwerken kan lastig zijn, zeker als je in bepaalde valkuilen trapt. De meest voorkomende zijn:
* Je hebt de verkeerde proeflezers uitgekozen.
* Je weigert iets te veranderen omdat je te dol bent op je eigen tekst.
* Je wilt het iedereen naar de zin maken.

Ik schreef daar hier uitgebreider over.

Hints en verwachtingen controleren

Je hebt een proeflezer gevonden die jouw genre leuk vindt en neutraal genoeg is om jou niet richting het einde te sturen dat hij zelf graag ziet. Top!
Dan zegt hij: “Ik snap niet waarom je personage duizend euro krijgt.”

Oorzaak 1: Je hebt te weinig hints gegeven.
Je personage heeft schulden en je hebt gehint dat hij een rijke vriend heeft. Dan is het handig als je middels show don’t tell al hebt laten merken dat die vriend de laatste tijd al veel aan goede doelen heeft geschonken of je personage heeft geholpen een financieel plan te te maken.
Een rijke vriend die iemand in geldnood helpt, is op zichzelf niet zo gek. Maar als je meer hints geeft, dan is de kans kleiner dat je proeflezer iets zegt als:
* dit is niet logisch;
* dit komt uit de lucht vallen;
* het komt geforceerd over.
Let erop dat zodra je hints gaat geven, je niet verzandt in expositie.

Oorzaak 2: Je hebt verkeerde verwachtingen geschept
Je personage heeft tienduizend euro schuld en de hele tijd roept zijn rijke vriend dat hij ervoor zorgt dat je personage van alle zorgen zal worden verlost.
Dan lijkt duizend euro ineens (hoe gul ook) erg karig. Je lezer voelt zich in het ootje genomen, omdat de verwachting niet strijkt met de belofte.

Als je verkeerde verwachtingen schept, is je lezer daar niet blij mee…

Misschien wil onze gulle gever ineens proberen de vrouw van zijn dromen te versieren. Hij wil van de overige negenduizend euro dure juwelen kopen. Is die vriend wel zo trouw als we denken? Dat hoeft niet, maar nu lijkt het er eerder op dat je in een val van een verkeerde plottwist bent gelopen. Lees daar hier meer over.

Zou mijn personage dit doen?

Zorg ervoor dat je personagebiografie in orde is. Dat helpt om je personage realistisch en duidelijk te houden wanneer iemand hem liever iets anders ziet doen.
Je schrijft over een verpleegster die in een ziekenhuis werkt en je proeflezer oppert dat ze in een verzorgingstehuis kan gaan werken.
Die wisseling van baan vergt afwegingen als:
* Wil ik een nieuwe uitdaging of ben ik tevreden waar ik nu ben in mijn carrière?
* Vind ik het leuker om met bejaarden te werken dan met de baby’s die ik nu verpleeg?
* Wil ik mijn hogere salaris inleveren om te kunnen werken met een leukere doelgroep?
Het uiteindelijke resultaat van die afwegingen bepaalt of je een suggestie kan doorvoeren of niet.

Je moet ook afwegingen maken als een suggestie een andere denkwijze van het personage vraagt: is het bereid (of zelfs in staat!) om na een jaar van werkloosheid een laaggeschoold baantje aan te nemen als het altijd gewend is om een belangrijke, hoge functies te bekleden?
“Nood breekt wet, want een schoorsteen moet roken” is niet per definitie een aanvaardbaar uitgangspunt. Als je personage uitzonderlijk trots is, zal hij liever zijn spaargeld tot op de laatste cent besteden. Als hij zo nog langer kan zoeken naar werk in zijn normale functie en dat verhindert dat niemand hem laaggeschoold werk ziet doen…

Blijft het centraal conflict hetzelfde?

Je schrijft over een eenzaam personage dat verliefd wordt en die liefde blijkt wederzijds. Als het moment daar is dat de vonk overslaat, dan komt die belangrijke vraag: kussen ze meteen?

Optie 1: Ja.
Die eerste kus is zo’n opluchting voor je personage dat hij eindelijk weer iemand heeft, dat het niet bij zoenen blijft: een zwangerschap volgt. Dit schrijf je vanwege het verhaalthema ‘onvoorwaardelijke liefde’. Is een ongeplande zwangerschap daartegen bestand? Daarvoor zal je het boek moeten uitlezen…

Optie 2: Nee
Vanwege de eenzaamheid is de eigenwaarde van je personage gekelderd en durft hij zich niet aan de liefde over te geven. Het verhaal gaat verder over hoe het personage zijn eigenwaarde terugvindt voordat er uiteindelijk gekust wordt.

Optie 1 heeft als centraal conflict ‘ongeplande zwangerschap’, optie 2 ‘zelfontplooiing’. Niet bepaald hetzelfde… En dat alles vanwege een beslissing over een kus.
Als je proeflezer zegt dat hij bepaalde gebeurtenis anders wil zien, bedenk dan of die aanpassing het centrale conflict zou veranderen. Welke verandering je ook aanbrengt, (uit eigen initiatief of vanwege een proeflezer): zorg ervoor dat de vraag: “Waarom gebeurt dit?” nooit wordt beantwoord met: “Omdat iemand dat graag wilde.”

Feedback als avontuur

Feedback krijgen kan eng zijn: het kan blootleggen dat je een schrijftechniek die je dacht te beheersen nog meer moet oefenen. Je zal ‘Kill your darlings‘ niet kunnen negeren. Maar bekijk het zo: de afwegingen die je maakt kunnen een fantastische ontdekkingsreis zijn voor jou (en je proeflezers). Je kan de afwegingen of alternatieve scenario’s van een scene in je opschrijfboekje uitwerken.

Als je feedback verwerkt, kan je balen van een verdwaald gevoel, of het als avontuur zien.

Als je de zuster toch met bejaarden laat werken, kom je er plotseling achter dat ze heel sterk is, omdat ze met gemak een zware rolstoel optilt. Dat had je niet geweten als je haar nooit van de couveuseafdeling had gehaald.
Ook al blijft onze zuster in het boek bij de baby’s, je kan nu wel een interessante scène toevoegen waar haar fysieke kracht goed van pas komt.

Feedback verwerken vergt moed, maar als je het aandurft, zal je beloning groot zijn!

Proeflezers inschakelen

Je schrijft een perfect boek, toch? Proeflezers zullen dat tegenspreken, maar juist als je hen inschakelt, kan je ervoor zorgen dat je boek inderdaad vrijwel perfect wordt.

Waarom heb je proeflezers nodig?

Als je schrijft, heb je altijd blinde vlekken: fouten of zwakke plekken die je zelf niet ziet. Dit kunnen grammaticale fouten zijn die je na eindeloze revisies niet meer ziet, maar ook darlings zijn voor schrijvers vaak onzichtbaar.
Daarnaast ga je er als schrijver vanuit dat lezers bepaalde verwijzingen, plotwendingen of motieven begrijpen. Een proeflezer kan nagaan of dat klopt en zeggen of je verhaal prettig leest.

Proeflezers om hulp vragen

Neem niet meer dan vijf proeflezers, anders verdrink je in veel verschillende visies en meningen.
De ideale proefpersoon:
* kan op grammatica en spelling controleren;
* behoort tot je doelgroep;
* weet hoe een goed boek in elkaar steekt: waarom werkt iets (niet)?
* is zakelijk: houdt geen kritiek voor zich om je gevoelens te sparen, maar maakt die kritiek ook niet persoonlijk.

Misschien ken je iemand die aan al deze criteria voldoet, maar je kan ook voor elk punt een ander persoon inschakelen. Alleen het laatste punt is essentieel voor iedere proeflezer.

Pas op met het kiezen van proeflezers!

Je kan niet zomaar iedereen je proeflezer maken. Daar is een aantal redenen voor.

* Vaak voldoet je partner, moeder of beste vriend niet aan dat laatste essentiële punt. Ze zeggen zelden dat je nog iets moet verbeteren en vinden alles aan je boek fantastisch. Omdat jij de auteur bent, hebben ze een roze bril op en/of zijn ze bang je te kwetsen. Als je geluk hebt, heb je naasten die dat niet doen. Je kunt de proef op de som nemen door jezelf de volgende vraag te stellen: Als deze persoon moet kiezen, gaat hij mijn gevoelens dan sparen/ mijn ego strelen of gaat hij of zij mij vooruit helpen?
* Als je een genre schrijft dat die persoon niet ligt, kan diegene niet volledig neutraal naar je tekst kijken. Het is prima om de proeflezer een uitstapje te laten maken naar een ander genre dan hij meestal leest; je kan een liefhebber van bouquet een futuristische utopie laten lezen. Maar als jij vervolgens een horror schrijft, kan het verhaal om verkeerde redenen worden afgekeurd. Iedereen heeft zo zijn bril die hij nooit volledig af kan zetten.

Proeflezers inschakelen: beter vroeg dan ooit

Schakel je proeflezers zo vroeg mogelijk in. Als je ‘ooit eens’ met proeflezers begint, moet je misschien je halve plot omgooien als je de opmerkingen van de proeflezers er nog in wilt verwerken. “Ik kan de motieven van je personage niet volgen,” wil je niet horen als je al op driekwart bent met schrijven, want zoiets als een motief moet niet verwarrend zijn. En als je dan al ver bent met je verhaal, moet je heel veel wijzigen aanbrengen om het uiteindelijk weer een kloppend geheel te maken.

Vragen voor je proeflezers

Als je bepaalde dingen wilt controleren, kun je bepaalde vragen meegeven die je bij elke nieuwe tekst die je laat proeflezen terug laat komen. Dit kunnen vragen zijn als:
* Is het verhaal nog interessant?
* Kun je de beweegredenen van de personages nog volgen?
* Wat verwacht je dat er gaat gebeuren?

Proeflezers geven je een kwalitatief uitstekende checklist!

Pas op dat je deze lijst niet te lang maakt, want dan kan proeflezen als een zware opgave voelen. Zorg er ook voor dat je proeflezers zelf met vragen of opmerkingen kunnen komen. Dus vraag ook (zo niet als eerst!) “Heb je zelf iets opgemerkt?” of “Wat is je eerste indruk?”. Juist de dingen waar je niet (meteen) aan denkt, heb je het hardst nodig, want dat zijn jouw persoonlijke blinde vlekken. Een voordeel dat proeflezers naast feedback geven nog meer hebben, is dat ze je op dingen kunnen wijzen die je zelf niet ziet.

De hamvraag voor je proeflezers: Waarom?

Met welke vraag jij ook komt of wat je proeflezer ook aandraagt, de belangrijkste vervolgvraag is altijd: waarom?
Waarom kan de lezer zich nog steeds inleven? Waarom is de spanning verdwenen? Waarom irriteert dit personage opeens? Zorg ervoor dat je dat antwoord helder hebt, zodat je waar nodig kan aanpassen en ook weet hoe je dat effectief doet.

Feedback van de proeflezer meenemen

Onthoud bij zowel feedback ontvangen als verwerken: niemands mening is hier heilig. De jouwe niet, maar ook niet die van je proeflezers. Houd je niet koste wat kost vast aan je eigen ideeën, want uiteindelijk moet je verhaal bij (proef)lezers die je boek gaan kopen in de smaak vallen. Als je vaak te horen krijgt dat iets niet fijn leest, moet je aanpassingen durven maken.
Maar waak er ook voor dat je jouw verhaal in handen legt van je proeflezers: ga ze niet onnodig en eindeloos lopen plezieren. Zij blijven een handvol individuen en jij blijft de schrijver.
Als je van een proeflezer te horen krijgt dat hij Fatima liever ziet eindigen met Hakkim dan met Abdul, kun je dat veranderen. Maar dat kan gevolgen hebben, want:
* andere lezers zien Fatima en Abdul misschien wèl als het ideale stel;
* plotwendingen hebben dan misschien geen bestaansrecht meer of verliezen hun kracht;
* het kan je thema of moraal schaden. Het maakt een groot verschil of Fatima eindigt met de maffiabaas Abdul of de bankdirecteur Hakkim.

Zowel jij als je proeflezer moet niet te veel worden verwend.

Zeker als aanpassingen maken betekent dat je je verhaalthema of moraal moet veranderen, moet je je goed afvragen of je proeflezer niet teveel in de watten legt. Je kiest je verhaalthema en moraal niet zomaar. Als je proeflezer dat liever anders ziet, dan moet hij voor zijn favoriete thema maar een ander boek gaan lezen. Let dus goed op de balans van aanpassen en behouden als je proeflezers inschakelt.