Hoeveel gewicht heeft een oneliner in je boek?

Als je een goed boek of een goede film kent die je is bijgebleven, is de kans groot dat die ook een heel bekend citaat heeft. Zeg dat ene zinnetje en iedereen weet over welk boek of welke film je het hebt. Als je zo’n onliner kan schrijven, is dat fantastisch. Dat laat zien dat je geschapen wereld meer dan genoeg leeft bij de lezer om ook te blijven hangen. Maar als je een fantastische onliner als doel stelt, zijn er aardig wat valkuilen waar je in kan trappen.

Wat laat een oneliner écht zien?

“Life is like a box of chocolares, you never know what you’re gonna get. ” “Always.” “I see dead people.” “I’m flying!”
Oneliners kunnen een plot(twist) samenvatten, motieven van personages onthullen, mooie levensfiliosofieën zijn of aan een iconische scène herinneren en nog veel meer. Wat het ook is dat een specifieke oneliner reflecteert, een ding hebben ze allemaal gemeen. Er zit een (soms enorme) opbouw achter. Om echt tot zijn recht te komen moet de lezer of kijker al helemaal meeleven met het plot of de personages.
Het voorbeeld van Titanic is daarvan een heel duidelijke. Wie heeft die pose ondertussen níet voor de grap nagespeeld gedaan op de punt van een schip? En voelt dat zo magisch als in de film? Nee.
Dat komt omdat dat moment in de film véél meer is dan de haast verplichte eerste kus van Rose en Jack. Het staat symbool voor de vrijheid waar Rose naar snakt. En dat is al duidelijk voor ze zelfs maar aan boord gaat.

Een oneliner als Chekov’s gun

De schrijftechniek Chekov’s gun houdt in dat je streeft naar een boek waarin werkelijk alles in je boek een hoger doel of een diepere laag dient. ‘Als je een geweer aan de muur ziet hangen, moet dat later worden gebruikt om mee te schieten, anders kan je net zo goed een ander decorstuk kiezen,’ vat de hoofdgedachte goed samen.

Wil een oneliner effect hebben, dan moet je aanloop daarnaartoe of de duidelijke verwijzing waar het voor staat. En dat zit niet in een moment. Dat moet overal zijn. Soms verstopt als belangrijk detail, soms als duidelijke symboliek. Nog een voorbeeld van Titanic: Rose draagt altijd jurken die strak zitten en ook wordt ze verstikt door een korset. Op het moment dat ze uitgesproken ervoor kiest om weg te lopen met Jack als de Titanic aanmeert, draagt ze geen korset en bovendien ook een jurk die vrijuit kan wapperen en Rose symbolisch meer laat ademen. De symboliek van het korset komt vrij duidelijk naar voren in de film, ook met de bijbehorende dialoog in de betreffende scène. Het detail van de losse jurk moet je maar net opvallen.

Die balans moet je zien te vinden als je naar één oneliner of uitgesproken belangrijk moment toe wil werken. Leg je er het te dik bovenop, dan wek je alleen ergernis op. Net zoals ook gebeurt wanneer je een tranentrekker als doel stelt. Ben je te subtiel, dan zal zelfs het onderbewustzijn van het publiek niets oppikken.

Kun je echt naar een oneliner toe schrijven?

Je kan absoluut naar een een zin of een moment toeschrijven dat heel goed werkt in je boek en ook memorabel is. Als je goed schrijft, weet waar in het plot of in de spanningsboog dat ene moment goed tot zijn recht komt, dan is de kans groot dat het flink wat indruk achterlaat.
Maar als het je erom gaat dat je lezer die speciefieke zin ook als ‘de grote oneliner’ leest, dan ga je je op glad ijs begeven.
Denk aan ‘Always’ van Harry Potter. Waarom is juist ‘always’ dat ene woord, dat ene moment dat alles draagt? Waarom is het niet “anything” (‘wat dan ook’) wanneer aan Sneep wordt gevraagd wat hij wil doen om Harry veilig te houden? Gezien het verhaal heeft dat ook heel veel gewicht. Waarom zou ‘always’ dan dé oneliner móeten zijn?

Een goede oneliner heeft gewicht, maar die wordt als puntje bij paaltje komt door de lezer toegekend. Je kan er de omstandigheden voor scheppen, maar het uiteindelijke oordeel of resultaat is niet aan jou. Vergelijk je oneliner het met de Oscars. Als filmmaker kan je er alles aan doen om ervoor te zorgen dat je film kwalitatief goed genoeg is voor de beroemde prijs. Ook zal je enigszins kunnen inspelen op dingen waarvan je weet dat die het goed doen bij de jury. Maar uiteindelijk zijn het nog altijd zij die bepalen of je dat felbegeerde beeldje krijgt.

En als je te veel je best doet om bij de lezer in de smaak te vallen, of die een bepaalde mening aan te praten, val je in dezelfde valkuilen die je ook bij creatief schrijven in het algemeen gelden. Bedenk:

Mag je nog wel een oneliner proberen te schrijven?

Het is nog steeds geen verkeerd idee om een oneliner te schrijven. Maar doe dat dan in je opschrijfboekje, zodat je er uitgebreide aantekeningen bij kan maken. Schrijf hem niet enkel op als ‘eindpunt’ om naartoe te schrijven. Werk uitgebreid uit welke details of duidelijke symboliek je kan gebruiken en waar dat past in de plaats van het verhaal. Welk personage moet het gaan zeggen? Welke sfeeromschrijving kan het moment nog sprekender maken en op welk moment in de scène zou het het beste passen? Schrijf op hoe je dat ene moment onelinerwaardig kan maken en hoe je dat nog verder aan kan kleden.En misschien zelfs ook wanneer je daar te ver in gaat. Met zo’n goede voorbereiding wordt de kans dat je oneliner aanslaat bij je publiek al een stuk groter.

Zie een oneliner als een uitdaging voor jou als schrijver als een extra puzzelstukje waarin zomaar ineens alles bij elkaar komt en past. Lukt het? Top! Zo niet: je bent een schrijver, geen puzzelaar 😉

Foto door Flavio verkregen via Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop voor de mogelijkheden voor manuscriptredactie.

Waarom AI creatief schrijven nooit helemaal gaat vervangen

Vorige week had ik een opzet geschreven voor een experiment met AI. In deze blogpost gaan we die uitwerken. Dan wordt duidelijk waarom AI de echte creativiteit van schrijvers (voorlopig) niet zal evenaren.

Casus voor het AI experiment

De tekst die de basis vormt voor ons experiment en mijn bewering waarom AI nooit of op zijn minst nog lang niet kan vervangen is heel slecht. Dat ziet iedereen die een beetje met creatief schrijven bezig is. Je ‘huiswerk’ van vorige week was om op te schrijven waar je dat aan kan zien.

Het slechte nieuws is: dat zijn waarschijnlijk de elementen waarop AI ons (relatief) snel zal kunnen bijhouden. Het zal leren wat show don’t tell is en dat leren toepassen, het wordt misschien gevoed met een schrijfstijl die wel leesbaar is. Vast en zeker wordt de verhaalopbouw en de uitwerking daarvan ook stukken beter.

Het goede nieuws is: AI voorspelt, maar denkt niet na, of dóór over iets. En dat is precies wat een schrijver moet doen om een stevig verhaal op poten te zetten. Daarom zal een verhaal dat door een mens met talent en toewijding geschreven is, alsnog altijd beter blijven dan een verhaal dat is gegenereerd.

Wat gaat AI binnenkort of ooit kunnen?

Dit is een aantal zinnen met erg bloemig taalgebruik in combinatie met onnodige nadruk:

Ze ontmoetten elkaar nooit meer. Geen video-calls, geen afspraken om elkaar te bezoeken. Het was een bewuste keuze.

Als AI maar leert dit leert herkennen, dan is het niet al te moeilijk dat te verbeteren: maak er grammaticaal volledige zinnen van en een groot deel van het probleem is al opgelost: Ze ontmoetten elkaar nooit meer. Ze spraken af elkaar niet te videobellen of op te zoeken. Dus dat gaat AI kunnen oplossen.

AI kan (gedeeltelijk) terechte conclusies trekken, ook in de creatieve zin. Dat zie je in een van de dingen die Lisa van Thomas heeft gekregen: een gedroogd blad uit het bos van Kyoto. In de herfst is Japan een populaire en prachtige bestemming om de gekleurde herfstbladen te bekijken. Kyoto is een van de polulairste steden van het land. Waarschijnlijk is AI op die manier tot deze souvenir gekomen: willekeurige populaire vakantiebestemming + bekende periode + passend souvenir dat in een envelop past.

Zinnen als: Deze vis zag eruit alsof hij jou kende. Groet, Thomas.” zullen ook niet meer door de keuring komen. Hoe kan een vís zo kijken? En trouwens: welke vis? Het is een kaart van het rif, nergens wordt een melding van welke vis dan ook gemaakt.


Wat AI niet doet: echte samenhang

In dit verhaal zie je dat AI iets absoluut niet doet of kan wat iedere (goede) schrijver wel moet kunnen: iets écht uitwerken. Kijk eens goed naar deze zinnen:

Ze waren beiden dertig, op dat moment diep verzonken in de eenzaamheid van een reis die ze hadden genomen om ontsnapping te vinden. Lisa uit Berlijn, net uit een relatie gestapt; Thomas uit Sydney, op de vlucht voor een carrière die hem verstikte. Hun fietsen, zwaar beladen met tenten en blikjes bonen, raakten elkaar bijna toen ze een bocht namen. Een glimlach, een knik, geen woorden nodig.

Dit stuk is slecht geschreven omdat de AI hier rekent op een bepaalde voorkennis of aanname van de lezer:
Je kent het wel, lezer: het hartzeer na een relatiebreuk, een verstikkende carrière. We hebben hier met twee eenzame zielen te maken en als die elkaar tegenkomen, herkennen ze elkaar meteen in elkaar. We weten hoe het cliché gaat…

Dat is heel duidelijk te zien in wat er volgt: op het moment dat ze elkaar bijna raken op de fiets, springt de AI meteen naar Een glimlach, een knik, geen woorden nodig. Niet alleen worden de directe seconden na de bijna botsing overgeslaten en mist daarmee belangrijke sfeeromschrijving. Het gaat er zó sterk van uit dat de lezer weet wat er met het idéé’ Een glimlach, een knik, geen woorden nodig wordt bedoeld, dat het niet eens meer wordt uitgewerkt. De context én de zin worden daardoor niet meer voldoende aangevuld. Geen woorden nodig waarvóór? Excuses maken? Een welkome pauze? Waren er geen woorden nodig omdat er sprake was van Cupido’s voltreffer? Gezien de toon zou je het denken, maar later in de tekst wordt er geschreven dat alles vriendschappelijk blijft.

Kortom: AI gaat uit van aannames en doet of kan geen moeite doen om (daardoor) een fatsoenlijke samenhang te schrijven. En een verhaal zonder samenhang is gedoemd om te mislukken.

De schrijverssamenhang

En precies die samenhang is wat AI waarschijnlijk nog heel lang niet en misschien ook wel nooit zal kunnen. Het is makkelijk zat om Lisa een gedroogd blad uit Kyoto te sturen, maar waarom juist dat en niet een handje van Fatima uit Marokko? Heeft Lisa ooit Kyoto bezocht en is ze er helemaal verliefd op? Is ze een natuurtype? Heeft Thomas haar ooit een iets uit Azië willen sturen waarin hij persoonlijk ook iets heel universeels zag?

De antwoorden op deze vragen geven personages diepgang, het verhaal samenhang en het geheel een echt verhaal, niet zomaar een samenraapsel van teksten of gebeurtenissen die ergens volgens een bepaalde berekening wel met elkaar te maken kunnen hebben. Dat is iets waar menselijk werk achter zit. Daar moet je personagebiografieën voor schrijven, centrale conflicten voor uitdenken die zich op een bepaalde manier gaan ontvouwen in combinatie met uitwerkingen van thema’s en moralen, enzovoorts. Die samenhang zal AI niet (makkelijk) gaan bereiken. Dat komt veel te precies en is niet te voorspellen. Vergeet niet dat AI niet schrijft, maar voorspelt welke woorden logischerwijs elkaar opvolgen volgens een bepaalde prompt of vraag.

Denk aan beroemde oneliners van je favoriete boek of film. Die zijn zonder kennis niet of maar half zo indrukwekkend. Die spreken omdat een verhaal dat doet. En een schrijver is degene een verhaal laat spreken. AI zal altijd blijven genereren, hoeveel promps je er ook op los laat of hoe vaak je de prompts ook aanpast.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan in mijn webshop voor de mogelijkheden van manuscriptredactie.

Foto door Thought Catalog verkregen via Unsplash

Hoe geef je je worldbuilding een goede start?

Als je een verhaal hebt waarin de wereld heel anders is dan de vertrouwde omgeving, moet je die aan je lezer verduidelijken. Denk aan werelden waarin fantasiewezens wonen of aan utopieën of dystopieën. Maar als je daarop te prat gaat, verandert je verhaal al snel in een infodump voor het goed en wel begonnen is. Verplaats je echter in je personages en worldbuilding om schrijven gaat als een stuk natuurlijker.

Waarin verschillen onze werelden?

In een verhaal met een bijzondere setting bepaal je wat er voor de personages in de papieren wereld vanzelfsprekend is en wat niet. Je personages zijn er niet om de lezer alles uit te leggen: as you know, Bob is een doodsteek voor een goedlopende tekst. Breng dat eerst goed in kaart. Dat is de eerste stap naar een goede uitleg voor de lezer. Als je weet wat normaal is voor je personages, moet je dat alleen nog duidelijk maken aan de lezer.

Wat is er normaal aan de andere wereld?

Bij ieder verhaal moet je in de eerste pagina’s schetsen wat normaal is. Dat is onderdeel van de verhaalopbouw, de beginsituatie. Maar wat normaal is voor de personages kan abnormaal zijn voor de lezer. De truc is om dan te kijken welke beleving op het moment speelt. Dat kan een universele beleving zijn, zoals iemand die verliefd is, of wat anders in grote lijnen voor te stellen valt. Je hoeft bijvoorbeeld geen oorlog meegemaakt te hebben om te begrijpen dat daar angst bij komt kijken.

Waar je ook voor kiest, zorg ervoor dat die eerste kennismaking met de vreemde wereld niet te veel gaat over alle ellende en de uitgebreide bijbehorende geschiedenis of de onvoorstelbare technische snufjes. Concentreer je vooral op hoe de personages zich voelen in de wereld die voor hen zo normaal is. Dan gaat de overgang naar de actie van het verhaal ook makkelijker. Dat concluderen de laatste regels van deze blogpost.

De doodnormale mens van elders

Zelfs als de wereld van je personages lastig is voor te stellen voor je lezers, kan je die wereld vrij makkelijk introduceren. Als uitgangspunt bedenk je wat je personage in diens relatief kleine individuele leventje beweegt.
Denk aan zaken als:

* een toekomst plannen (de juiste studie kiezen, sparen voor een bruiloft…)
* bedenken hoe je de rekening betaalt in economisch zware tijden
* worstelen met eenzaamheid
* balans vinden tussen werk en privé

Denk hierbij aan een vakantiebestemming. Hoe mooi de tempels, musea, of stranden ook zijn, op weg daarheen kom je altijd nog de lokale bevolking tegen die onderweg is naar het werk of boodschappen doet in de supermarkt. Een voorbeeld is een Amsterdammer die zó voorbij het Anne Frankhuis loopt, zonder foto’s te maken of naar binnen te willen gaan. Het ligt gewoon op de weg naar huis. Dat is een heel andere blik dan die van de vele toeristen die jaren hebben gespaard om het beroemde gebouw van dichtbij te kunnen zien en er misschien ook een selfie bij te maken.

Als je met een worldbuilding begint, probeer dat dan zo veel mogelijk de setting en de regels van de wereld duidelijk te maken vanuit het oogpunt van de Amsterdammer, niet van die van de hippe influencer uit New York, die we Casey zullen noemen. Laten we haar beleving vergelijken met die van de Amsterdamse Johnny en kijken hoe dat effect heeft op de uitwerking van de rest van de worldbuilding.
Johnny wordt geschreven vanuit het perspectief van het personage, Casey is het personage dat voorstelt hoe een lezer net iets te veel expliciet wordt geïntroduceert in je fictieve wereld.

Casus: Casey versus Johnny

In jouw verhaal is er in Amsterdam een heel speciaal congres waar mensen vanuit de hele wereld naar toe komen om het bij te wonen. Een baas van de Big tech kondigt dan een nieuw product aan dat ‘zowel de online wereld als de offline wereld compleet op zijn kop gaat zetten.’

Casey

Na een lange reis heb ik het dan eindelijk gered. Wat heb ik een geluk dat ik een kaartje voor het congres heb gekregen. Duizenden mensen benijden mij erom. En dat is te merken. Amsterdam gonst van de verwachtingen en het enthousiasme. Hoe kan het ook anders? Het gerucht gaat dat vanaf volgend jaar iedereen met behulp van hun sociale media met het nieuwe geheimzinnige product met iedere share-of like automatisch een bijdrage levert aan het bestrijden van kindersterfte, zonder er ook maar moeite voor te hoeven doen. Dat is ook hard nodig: sinds het nieuwe supervirus halen wereldwijd nog maar een op de drie kinderen de vijf jaar, ook in landen met een goede gezondheidszorg. Waar ik ook loop, overal hoor ik het grote woord echoeën congres, congres, congres… Als het ergens kan, is het hier wel, in dit meest moderne gebouw van het land, zo niet van Europa.

Kortom: Casey zorgt voor een infodump

Johnny

De hele stad zit potdicht. Iedereen wil naar dat verdomde congres. Je hoort het woord overal en bovendien wordt Amsterdam nog een extra heldenrol toebedeeld. De stad gebouwd op palen zou voorbestemd zijn om dit probleem uit de wereld te helpen. Ik moet het nog zien. Ondertussen probeer ik me kalm te houden. Het infarct in de metro lijkt alleen maar erger te worden en ik kan maar niet naar het ziekenhuis komen om daar Anita en Leentje op te zoeken. De artsen geven mijn kleine meisje weinig kans. Misschien is er nog hoop als ik me op tijd aanmeld voor het sociale platform waarop onze Big TechGod de grote oplossing voor kindersterfte biedt. Dat Big Tech bedrijf dat nu dat moderne, glazen kasteel iedereen kan hersenspoelen.

In de beleving van Johnny mis je wat meer aan eigenlijke informatie over de wereld, maar weet je wel wat er komen gaat wat betreft het plot, thema of centraal conflict. Dan is het niet mer zo moeilijk om tot de actie van het verhaal over te gaan. En dan komt de verdere uitwerking van je worldbuilding als vanzelf daar weer tusssendoor.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan in mijn webshop voor de mogelijkheden van manuscriptredactie.

Foto door Red Morley Hewitt verkregen via Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan in mijn webshop voor de mogelijkheden voor manuscriptredactie.

Een tekst van de innerlijke voorlezer herschrijven

De innerlijke voorlezer is een uitdaging in vermomming. Je moet als eerst realiseren dat die in je tekst geslopen is, dan moet je opmerken dat die je tekst schaadt en dan moet je je tekst nog zonder die voorlezer gaan herschrijven. Dat is een moeilijke klus. Deze blogpost helpt je op weg naar een goede tekst als de innerlijke voorlezer die verprutst heeft.

Wat is de innerlijke voorlezer?

De innerlijke voorlezer is de ‘stem’ die je in je hoofd hoort als je een tekst leest. Als je schrijft, heeft deze voorlezer er soms een handje van om bij je eigen tekst:

De innerlijke voorlezer is zo geniepig omdat het jou als schrijver vaak niet (meer) opvalt dat deze voorlezer in het spel is. Sterker nog: het kan lijken op een vlotte schrijfstijl. En als je tekst vlot is, waarom zou je hem dan nog aanpassen?

Waarom schaadt de innerlijke voorlezer zo veel?

Iedereen, schrijver en lezer, heeft een innerlijke voorlezer. Maar je weet nooit zeker of die wel met elkaar overeenkomen. Daarom kan een innerlijke voorlezer voor heel veel misverstanden zorgen:

* Je lezer kan de context (van een woord) anders interpreteren dan jij, waardoor het verhaalthema niet van de grond komt.
* Je kan grammaticaal incorrecte zinnen schrijven, omwille van bepaalde nadruk. Dan kan je verhaal lastig lezen, omdat het taalkundig te veel rammelt.
* Een innerlijke voorlezer kan ongemerkt willen sturen wat de lezer van iets vindt of hoe je over iets denkt. Dat is niet de bedoeling. Een goed verhaal of verhaalthema laat de lezer besluiten aan welke kant van het ‘debat’ het staat. Door middel van goede framing kan je de lezer ergens van proberen te overtuigen. Maar je mag de lezer nooit een letterlijke interpretatie opleggen.
Schrijf dus in plaats van Dat kon geen toeval zijn, liever iets als Dat kwam Gerrie heel toevallig over. waar dat kan. Merk op dat het eerste voorbeeld iets vaststelt, waar het tweede voorbeeld nog de optie openhoudt dat Gerrie iets over het hoofd ziet, of dat iemand anders dit helemaal niet toevallig vindt.

De innerlijke voorlezer in geschreven tekst

Zowel de val als de oplossing van de innerlijke voorlezer zit in de naam verborgen. Het is een voorlezer. Lees: jij schrijft, deze voorlezer leest voor. Dat lijkt een open deur, maar om de innerlijke voorlezer te kunnen wegjagen, moet je eerst beseffen dat voorlezen iets heel anders is dan schrijven, ook al schrijf je met (vrijwel) precies dezelfde tekstuele inhoud.

De valkuil van dit verschil is dat je je tekst niet kunt teruglezen door hem hardop voor te lezen. Want dan lijkt wat er fout is, prima te kloppen. Stel dat je Roodkapje voorleest aan een stel kleuters die helemaal in het verhaal zitten en je het extra spannend wil maken. Als je die extra spannende toon uitschrijft, ziet dat er ongeveer zo uit:
En toen zag Roodkapje, iets groots… Harigs. Dat was… de wólf!
Terwijl er geschreven moet staan:
En toen zag Roodkapje iets groots en harigs. Dat was de wolf.
Anders wordt je tekst op de lange duur of zelfs na enkele zinnen al doodvermoeiend om te lezen.

De oplossing is dat je dus niet moet ‘voorlezen’, maar schrijven. Als het lukt om dat te onthouden, kom je al een heel eind met (her)schrijven. Want waarschijnlijk ziet En toen zag Roodkapje iets groots, iets harigs. Dat was de wolf. Er in geschreven vorm niet zo raar uit als je dat na een herschrijf eenmaal ziet staan.
En als je niemand meer hebt aan wie je moet ‘voorlezen’ of die je moet overtuigen dat je tekst spannend is, waarom zou je dan nog al die extra interpunctie en korte, foutieve zinnen schrijven als een correcte en compacte zin volstaat?

Van voorlezer terug naar schrijver

Het is een ding om te weten dat je weer terug moet van ‘voorleestaal’ naar grammaticaal goed geschreven taal. Maar die voorlezer is er niet voor niets ingeslopen, dus aan ‘schrijf grammaticaal correct’ heb je misschien niet genoeg om de taal van de innerlijke voorlezer recht te trekken. Hier zijn nog wat aanvullende tips:

* Een voorlezer heeft mensen die actief luisteren. Denk aan de kleuter bij het voorlezen:
“En wie stond daar achter de boom?”
“De wolf,” maakt de jongen de voorlezers zin af.

Je hebt als schrijver geen (luisterend) publiek. Schrijven is eenrichtingsverkeer. Je kan daarom niemand iets vragen en je hoeft ook geen antwoord te verwachten. Iets als: ‘Zou dat niet fantastisch zijn?’ wijst buiten een dialoog op een innerlijke voorlezer.

Verwacht geen (inter)actie of weerwoord van je lezer en schrijf er niet naar.

* Wees alert op twee zinnen of woorden achter elkaar die in wezen hetzelfde zeggen, zoals de verlaten, lege kamer.’ Dat is een innerlijke voorlezer, omdat die het belang van de kale kamer wil benadrukken.
Met goede sfeerbeschrijvingen kan je alsnog duidelijk maken waarom het belangrijk is of de sfeer bepaalt. Onderschat je lezer ook niet: die kan met verbeelding of logisch denken al heel wat zelf aanvullen.

* Kijk goed naar verwijzingen. Waar een luisteraar van een voorlezer nog met het hoofd bij een bepaalde scène kan zitten, is een lezer onbewust taalkundig veel meer bezig met wat die in de visuele zin voor het laatst gelezen heeft.
Begin dus niet zomaar een nieuwe alinea of een hoofdstuk met iets algemeens als ‘hij’. Zorg er in ieder geval voor dat er een overgang is tussen de (wit) regels of pagina als je op deze manier over iets of iemand anders schrijft dan voorheen. Vuisregel: na vier regels noem je het personage opnieuw bij de naam om verwarring met algemene verwijzingen te voorkomen.

Het is even werken, maar je kan de innerlijke voorlezer wegjagen. Succes!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan in mijn webshop voor mijn redactiediensten.

Foto door Adam Winger verkregen via Unsplash.


Als reviseren bij creatief schrijven moeizaam gaat

Als je een boek gaat schrijven, ga je vroeg of laat je tekst nalezen en een opfrisbeurt geven. Maar soms zie je door de bomen het bos niet meer. Je bent al toe aan versie zes van hoofdstuk 1 of de feedback van je proeflezers loopt zo uiteen dat je niet meer weet waar je op kan vertrouwen. Het is als een writersblock, maar dan niet tijdens het schrijven. In deze blogpost hoop ik je wat meer op weg te helpen om die vervelende blokkade wat te verlichten.

Reviseren? Help, ik kan niet meer!

Een writersblock lost zichzelf vaak op door een pauze te nemen of je tekst even naast je neer te leggen. En een mentaal writersblock verdwijnt meestal ook wel weer als je even lief voor jezelf bent geweest of wat morele steun van een vriend hebt gekregen. Maar een reviseerblokkade is een heel andere, supervervelende blokkade. Want je wéét hoe je feedback van proeflezers meeneemt. En je ként je doelgroep. En de redacteur heeft ook al genoeg tips gegeven: “Let op de eerste pagina’s, die zijn zo belangrijk! Heb je al gecontroleerd of all je ‘As you know Bobs’ al geschrapt zijn? Oh, en in het inciting incident had je….”
Ja-ha, redacteur, even je mond dichthouden, alsjeblieft. Het is niet dat ik niet weet wat ik zou moeten doen, het ontbreekt me alleen aan het overzicht. Of het exacte antwoord over hoe ik dit precies aan moet pakken.

Dit soort gedachten zijn heel begrijpelijk. Ongeacht wat Chat GPT ons wijs probeert te maken, je kan niet zomaar een prompt invoeren en een goed boek verwachten. Schrijven is nog altijd iets creatiefs, een vorm van persoonlijke expressie en een kunst op zich. En dat is nooit recht voor zijn raap of makkelijk. Dus voel je niet schuldig als je de ‘handleiding’ even kwijt lijkt te zijn. De Handleiding-met-een-hoofdletter-H is immers nooit geschreven!

Laten we kijken wat je zoal kan doen of tijdelijk helemaal los kan laten als je tegen een revisieblokkade aanloopt.

Vergeet even alles! Behalve…

Als je maar vaak of lang genoeg reviseert, gooi je je boek uiteindelijk tig keer ondersteboven. Of je dat nu heel gericht doet door met een afvinklijstje van schrijftechnieken te werken – werk ik met show don’t tell? Is mijn personagebiografie compleet? enzovoorts- of dat je heel intuitief schrijft, maar al wel tien keer hetzelfde hoofdstuk hebt gelezen… Reviseren is geen enkele schrijver vreemd. En dan kan het enorm lastig zijn om te bedenken of je goed bezig bent. Doe je het wel goed? Schrap je de juiste dingen? Pas je wel goed aan?

Als je van die vragen horendol wordt, probeer dan zo goed en kwaad als het kan het even helemaal los te laten of je het ‘goed’ doet. Stel jezelf in de plaats daarvan de vraag of je nog steeds het boek schrijft dat je wilde schrijven toen je ermee begon. Die vraag kan je op twee manieren stellen:
– Is het verhaal inhoudelijk nog wel hetzelfde?
– Vind ik het nog wel leuk om dit verhaal te schrijven? Of zelfs überhaupt nog?

Is dat eerste het geval, dan moet je aandacht niet uitgaan naar het volgen van de schrijfregels of het verwerken van feedback. Negeer die lekker even en neem rustig de tijd om je boek opnieuw te leren kennen. Is het tweede het geval, overweeg dan een schrijfpauze of begin aan een ander verhaal en laat dit verhaal voor wat het is. Al ben je objectief gezien een van de beste schrijvers ter wereld, het gaat aan je boek te zien zijn als je het met tegenzin schrijft. En daar maak je jezelf én de lezers niet blij mee.
Anders gezegd: in deze eerste stap moet je vrede hebben met het idee dat je in theorie het slechtste boek ter wereld aan het schrijven bent, maar je hoe dan ook nog wel bezig bent met het verhaal dat je wil schrijven, waarin jouw persoonlijke expressie naar voren komt en waar je schrijfplezier aan overhoudt.

Alles andersom

Een verhaal chronologisch schrijven is bijna onmogelijk. Toch reviseren bijna alle schrijvers chronologisch. Dus pas als hoofdstuk 1 helemaal stevig staat, gaan we verder met de revisie van hoofdstuk 2. Als je op die manier geen meter opschiet of door de bomen het bos niet meer ziet, wat weerhoudt je er dan van om het helemaal anders te doen?
Vergeet niet dat scènes of hoofdstukken verhalen in het klein zijn. Idealiter staan ze dus op zichzelf stevig en bevatten ze altijd een een of andere vorm of mate van belangrijke informatie. Dat kan dus ook betekenen dat als je in hoofdstuk 8 gaat schrappen of aanpassen er in hoofdstuk 12, 3, of 23 óók iets verandert.

Kijk eens of het lukt om te reviseren met het idee dat je erachter moet komen wat nu eigenlijk de kern van je verhaal, hoofdstuk of verhaal vormt. En begin dan eens níet met hoofdstuk 1, of het laatste hoofdstuk, waar het makkelijk ‘controleren’ is of alles ‘nog wel klopt’. Maar op een moment in je boek waar je jezelf erop betrapt dat je het labelt als een ‘hoofdstuk tussendoor.’ Je zal ervan schrikken hoeveel het kan helpen met schrappen of reviseren als je op een andere manier naar je verhaal kijkt.
Niet op zins-of alineaniveau om te zien of ‘alles nog wel loopt’ volgens zaken als verhaalthema’s en vlotte dialogen, maar meer naar wat de kern van het verhaal nu eigenlijk hoort te vormen en of die overal in het verhaal stevig staat. Het is wel verstandig om dat in je opschrijfboekje te doen, zodat je er rustig op los kan experimenteren, zonder dat je je bezwaard hoeft te voelen.

Als je last hebt van een ‘reviseerblokkadde’, overhaast dan niets, doe alles op je eigen tempo en op jouw manier. Voel je ook zeker niet verplicht om een redacteur in te schakelen. Dat past niet altijd bij je of jouw schrijfdoel, of de tijd is er nog niet rijp voor. Heb je wel behoefte aan manuscriptredactie, dan help ik je graag. In mijn webshop staat een overzicht van mijn diensten.

Foto door Sujin c verkregen via Unsplash

De sterke scène: schrappen in een scène

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en ervoor zorgen dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week leer je hoe je je scène kan nakijken en hoe en wat je moet schrappen.

Wanneer stopt de scène?

Een scène is meestal niet zo duidelijk afgebakend als een hoofdstuk. Daardoor kan je zonder het te weten ‘een deel’ van je boek reviseren zonder in de gaten te hebben dat het om anderhalve scène gaat. Let extra goed op scèneovergangen en kijk goed wanneer de scène stopt.

De buren staan gezellig over de heg heen met elkaar te kletsen. Dan komt de buurman naar buiten en vertelt hij over een vervelend telefoontje dat hij zonet heeft gekregen. De scène kan dan zomaar halverwege de alinea stoppen.

Rens kwam lijkbleek naar buiten. Toen Inge zijn blik zag, wist ze onmiddellijk dat er iets loos was. Met een haastige blik op de buurvrouw keerde ze zich om en liep met Rens terug het huis in.
“Het zal toch niet…?”
“Jawel, we moeten Fikkie laten inslapen.”

De nieuwe scène begint met de dialoog over de stervende hond. De babbelscène met de buurvrouw eindigt op het moment dat Inge tussen de regels door de deur achter zich sluit. Een scène eindigt niet altijd met een witregel, hoofdstukeinde of zelfs een cliffhanger.

Een scène heeft één schrijfelement als uitgangspunt

Je kan er een scène niet mee afbakenen, maar voor een goed verloop van een scène is het handig om te kijken wat je in een scène vooral (be)schrijft. Een dialoog is heel anders dan het omschrijven van een omgeving. Meestal is er in een enkele scène wel iets dat de overhand heeft. Niet per se in woordenaantal, maar wat de scène het meest gewicht geeft.
In een dialoog waar een misverstand wordt rechtgezet, zal er heus wel het een en ander aan omschrijving van sfeer zijn, maar wat er daadwerkelijk gezegd wordt is het belangrijkste.
Als je merkt dat je scène lang(dradig) wordt, kijk dan eens welk schrijfelement de boventoon voert. De overige schrijfelementen zijn dan vaak de delen waar je het makkelijkst kan schrappen.

Woorden tellen in een scène

Het is riskant om een woordenaantal te gebruiken als uitgangspunt voor een schrapronde. Het aantal woorden op zichzelf zegt immers vrijwel nooit iets over de kwaliteit van een tekst.
Zo kan je schrijven: “Verdwijn!” of “Ik wíl je niet meer zien!”
In het tweede voorbeeld kan de nadruk op het woord wil de intentie van een personage beter overbrengen. Maar soms is die nadruk niet nodig. En de meeste schrijvers schrijven eerder te veel woorden dan te weinig. Als je het gevoel hebt dat je scène te lang is, kan je het woordenaantal opschrijven en ernaar streven om twintig procent te schrappen. Zorg er wel voor dat je originele tekst ergens opgeslagen blijft, voor het geval het eindresultaat van een schrapronde toch niet zo best is. Enkele manieren om op scèneniveau te schrappen zijn:
 

* Wees alert op kleine gebaartjes en acties. Strijken personages bijvoorbeeld door hun haren, zonder dat dat een show don’t tell van verlegenheid is? Schrap dan niet alleen dat ene zinnetje, maar ook de drie zinnen erna die omschrijven hoe datzelfde personage gaat zitten en iets uit de tas haalt.
* Je kan de omschrijving van ruimten vaak inkorten of schrappen als die alleen in deze scène wordt betreden of bezocht.
* Sfeeromschrijvingen kan je stoppen zodra het (symbolische) punt is gemaakt. Wil je duidelijk maken dat er romantiek in de lucht hangt? De open haard en wijn samen met een gefluisterd woordje zijn voldoende. Beland dan niet in eindeloze zwijmeltaal. Op dat punt moet de eventuele romantische taal die volgt het verdere plot dienen of je iets over de personages vertellen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Wil je hulp bij het schrijven van je boek? Kijk eens in mijn webshop wat ik voor je kan betekenen.
Foto door Lawrence Aritao verkregen via Unsplash

De thematische slechterik

De held en de slechterik: elkaars tegenpolen gedurende het hele verhaal. Dat levert de nodige spanning op. Maar het kan ook interessant zijn om een slechterik in je verhaal te schrijven die in een enkele scéne alles op zijn kop zet door een weerspiegeling te zijn van een duister verhaalthema.

Held en slechterik: elkaars tegenpolen

Een goede basis voor een held en een slechterik in een verhaal is niet alleen dat de held voor het goede strijd en de slechterik voor het slechte of het goede dwars wil zitten. Ze zijn vaak ook elkaars tegenpolen. Dus de een is een gezondheidsfreak, en de ander eet wat lekker is. De een stemt links, de ander rechts, enzovoorts. Dat is de eerste stap, maar als je het daarbij laat dan loop je het risico op clichés. Een goed verhaal is niet zo zwartwit als het gaat om wie ‘goed’ is en wie ‘slecht’. Voor je verdere uitwerking is het verstandiger om naar een verhaalthema te kijken wat je uit wil schrijven.

Thematisch een held en slechterik schrijven

Als je held en slechterik elkaars tegenpolen zijn, dan heb je het over twee zijden van dezelfde medaille. Als je held rijk opgroeit en de slechterik arm, gaat dat in wezen in beide gevallen over geld. De een heeft het veel, de ander heeft het te weinig. Daar kan je heel veel over schrijven, maar dan blijf je aan de oppervlakte. Kijk eens wat je thematisch over deze medaille kan schrijven. Staat geld bijvoorbeeld voor macht en hebzucht, of juist voor vrijgevigheid en overvloed? Als je op deze manier een verhaalthema kiest, zijn je held en slechterik misschien nog steeds tegenpolen, maar dan is je verhaallijn al wat meer dan alleen een oppervlakkig gegeven.

Kies een themamoment in je verhaallijn

Als je een verhaalthema kiest, doe je dat niet zomaar. Waarschijnlijk wil je daar iets mee zeggen. Veel geld hebben leidt tot macht, en macht is gevaarlijk, bijvoorbeeld. Kortom: je geeft in meer of mindere mate een moraal aan je thema. Je hoeft dit moraal niet uitgebreid uit te werken, dat kan verkeerd uitpakken. Want je wil niet op de preekstoel zitten. Maar dat moraal wat je kiest is vaak wel een deel van de heldenreis van je held. Of het komt in ieder geval terug in een obstakel of een clue.
En die clues, obstakels of climax zijn vaak ook momenten waarop de held moet stilstaan bij dit moraal of thema. Er gebeurt iets anders dan het dan het alledaagse, wat om zelfreflectie vraagt. Er is een ruzie, waardoor een relatie verandert of eindigt… Dat moment, die scène kan dienen als een moment om een ‘slechterik’ te introduceren die een thema weerspiegelt en de vinger op de zere plek legt. Voor het personage of voor het plot. Dat is dan niet een slechterik die het hele verhaal meedraait, maar iemand die simpelweg laat zien waar het in je boek thematisch nou eigenlijk om draait. Deze slechterik kan een kleine rol hebben, of bijna een figurant zijn.

Voorbeeldcasus: voorrechtsvlogger

Wil je het thema echt een moment geven? Dan kan daar de thematische slechterik om de hoek komen. Die figurant die in een enkel moment je thema uit kan lichten op zo’n manier dat je personage niet anders kan dan erdoor veranderen, en het plot daardoor ook een andere wending en meer diepgang van krijgt.

Yannick en Luca zijn tieners. Luca kijkt op tegen Yannick, die veel geld en een grote schare volgers heeft op zijn vlogkannaal. Yannick draagt alle dure en populaire kleren. Luca is niet zo populair en is meer de gemiddelde tiener. Hij heeft het zeker niet slecht, maar moet wel in de supermarkt werken om die dure kleren te kunnen betalen die Yannick gewoon zo van zijn ouders krijgt. Puber Luca is stikjaloers en probeert te zijn zoals Yannick. Maar, belangrijk voor deze casus: ze trekken niet vaak met elkaar op. Het zijn klasgenoten die elkaar af en toe spreken.

Op het eerste gezicht kan Yannick de ideale tegenstander lijken. Hij is de andere kant van de medaille van Luca en Luca zal heus ook wel eens jaloers zijn. Tadaa. Niks meer aan doen. Laat Luca maar op een afstandje verlangend kwijlen naar het voorrecht dat Yannick heeft zomaar om te kopen wat hij wil.
Maar deze relatie en de dynamiek daarvan is als gegeven voor het verhaal redelijk vaststaand en feitelijk. Tenzij een van de twee jongens door een speling van het lot met een heel andere financiële situatie te maken krijgt, gebeurt er niet veel. Je kan die verandering wel inzetten, maar dat wordt dan wel meteen een groot deel van je hele verhaal.

Yannick is aan het vloggen in het winkelcentrum over zijn nieuwste ‘haul’ van dure kleding en Luca is een geinteresseerde toehoorder die hem voor een keer vergezeld. Gedurende je verhaal heb je al het thema ‘voorrecht’ in het plot verwerkt. Dus Luca is daar al over na aan het denken. Bewust of nog iets meer op de achtergrond.
In de vlog staat Yannick op het punt om een dure sneakerwinkel binnen te gaan. Vlak voor de winkel zit een bedelaar en Luca merkt op dat die geen schoenen of sokken aan heeft. Hij blijft een momentje staan om te kijken, waarna Yannick vraagt waarom hij zich drukmaakt om een simpele bedelaar. “Kom, we gaan de sneakers halen.”
Maar Luca knoopt een kort gesprek aan met de bedelaar en geeft wat geld. Vanaf dat moment ziet hij de ontzettend grote kloof in inkomen tussen niet alleen Yannick en hemzelf, maar ook tussen hem en de bedelaar. Vanaf dat moment heeft hij een heel ander begrip bij het woord ‘voorrecht’.

Die ene scène tussen Luca en de bedelaar kan als het gaat om groei en duidelijk maken van thematiek soms beter werken en meer indruk achter laten dan een ‘traditionele’ verhouding tussen de held en de slechterik die het hele verhaal tegen elkaar ‘op moeten knokken’ om verschillen of een thema maar verder uit te diepen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door David Guliciuc verkregen via Unsplash.

Tijd voor proeflezers: na de eerste schrijfsprint

Proeflezers inschakelen doe je liever te vroeg dan te laat. Het is zelfs waardevol om ze al in te schakelen als je de allereerste versie van je eerste hoofdstuk hebt geschreven en net uit de schrijversflow komt. Want in je eerste enthousiasme en de tekentafelfase is je blinde vlek voor een aantal belangrijke zaken vaak het grootst.

De schrijversflow en de tekentafel

De allereerste fase van het schrijven is fantastisch. Je bent nog vol van dat moment waarop je wist: ‘ik ga schrijven!’ en dan volgt de tekentafelfase waarin je in een schrijversflow talloze ideeën neerkrabbelt die nog op elkaar aansluiten ook! Uiteindelijk staat de basis van je personages, de drieaktenstructuur en je verhaalthema. Voordat je verder snelt met nog meer uitwerkingen is het verstandig om hoofdstuk 1 te schrijven en dat op te sturen naar een aantal proeflezers.

Het belang van hoofdstuk 1 voor schrijver en proeflezers

Niet iedere schrijver begint het schrijven van hoofdstuk 1, maar het is wel verstandig om een eerste versie daarvan naar proeflezers op te sturen. Net zoals een redacteur in de eerste regels of alinea’s een indruk krijgt of je verhaal het verder lezen waard is, doet de lezer dat ook. Gelukkig is die doorgaans wat geduldiger, maar evengoed wil die ook van begin af aan het idee krijgen dat het verhaal fatsoenlijk van start gaat. Anders gezegd: dat het geen drie hoofdstukken of dertig pagina’s gaat duren voordat het überhaupt duidelijk is wat er in het het verhaal gaat gebeuren.
En omdat jij als schrijver het complete plaatje al voor je ziet, is de kans aanwezig dat je de lezer niet de context, hints of kennis geeft die nodig zijn om een goede eerste indruk achter te laten.
Het is heel leuk als je in hoofdstuk 1 al een puzzelstukje voor plottwist kan geven dat in hoofdstuk 7 terugkomt. Maar als je lezer nog geen idee kan hebben van het algemene verhaal, laat staan van de plottwist, dan gaat dat zijn doel voorbij. Maar de kans is groot dat jij met je gedachten al bij die plottwist bent, omdat je zo druk bent met alles nog verder uitwerken. En dan krijg je een blinde vlek die alleen proeflezers kunnen opmerken.

Overweeg dus om je proeflezers al na dit eerste hoofdstuk op te sturen: het voorkomt onnodig veel schrappen later in het schrijfproces.

Hoe lang moet je eerste hoofdstuk voor de proeflezer zijn?

Zeker als je net gaat beginnen met schrijven, heb je nog geen realistisch idee van het woordenaantal van je boek of je hoofstukken. Dus hoe lang is dit ‘hoofdstuk 1’ dat je aan je proeflezers doorstuurt? Dat ligt er vooral aan wat je genre en je schrijfstijl zijn.

Bij een genre met veel worldbuilding, heb je de eerste pagina’s nodig voor een goede situatieschets van de papieren wereld. Dan is 1000 woorden helemaal niet zo veel: je personage moet immers ook nog aan bod komen. Schrijf je echter een roman, romantisch verhaal of feelgood, dan is 1000 woorden véél te lang om slechts je personages te introduceren.
Voor de schrijfstijl geldt hetzelfde idee. Schrijf je recht voor zijn raap, dan kun je in 1000 woorden een heel eind komen voor het eerste hoofdstuk, ben je van het meer poetische waarbij sfeeromschrijvingen voorop staan, dan ben je met een paar honderd woorden misschien net begonnen.

Maar ongeacht hoe veel of hoe weinig woorden je nodig hebt voor een goede introductie, hier is een vuistregel:

Binnen 1000 woorden moet je een globale introductie van je verhaal en personages hebben. Binnen 3000 woorden moet je lezer het gevoel hebben dat het verhaal al van start is gegaan.

Een introductie van je verhaal en personage is zoveel als: dit is er aan de hand in deze fictieve wereld en de personages gaan zich daar op deze manier in bewegen.
Het verhaal is van start betekent: je leest niet meer alleen maar over het hoe en wat van de wereld en je personage. Er gebeurt al iets dat om actie-reactie vraagt. Het voorstelrondje is voorbij, nu moeten je personages aan het werk.

Wat moet de proeflezer na het eerste hoofdstuk kunnen terugkoppelen?

Je hebt een lijstje met standaard vragen voor proeflezers. Als je feedback vraagt over hoofdstuk 1, dan komen daar nog de volgende vragen bij:
– Kun je je een voorstelling maken van de aankomende heldenreis van de personages?
– Is eventuele worldbuilding voor nu(!) genoeg om je een voorstelling van de wereld te maken (want infodump ligt op de loer!)
– Wat denk je dat het (mogelijke) verhaalthema is?
– Is het duidelijk wat er op het spel staat of kan gaan staan?
– Is het personage al iets meer dan een stuk karton? Lees: heb je op zijn minst een idee welk archetype dit personage is? Of heb je desnoods een lichtelijk(!) cliché beeld wat voor iemand dit is? (Ja, een lichtelijk cliché beeld. Als je personage van begin af aan super cliché is, is het evengoed weer net een stuk karton.)

Je hebt in hoofdstuk 1 niet voldoende ruimte om alles al te ‘verklappen’. Dat hoeft ook niet, anders wordt je boek inhoudelijk te magertjes. Maar je moet al wel iets waardevols kunnen beloven. Deze vragen geven je daarbij een houvast.

Het lezerscontract: zou je hiervoor tekenen?

Als laatste controle leg je de proeflezer na hoofdstuk 1 de volgende vraag voor:
Stel: ik leg je een contract voor waarin je belooft dat je het straks voltooide verhaal gaat lezen. Ben jij op basis van hoofdstuk 1 bereid om bij voorbaat al een X aantal kostbare uren van je tijd op te offeren als dit boek straks helemaal af is?
Belooft hoofdstuk 1 nog te weinig waardevols, dan zal je proeflezer niet willen tekenen. Dan moet je dat ‘contract’ dus aan moeten passen. Maar als je hoofdstuk 1 goed uitwerkt, dan zal je proeflezer staan de popelen om te tekenen. Natúúrlijk offert die straks wat uren voor op voor je boek. Sterker nog, kan jij als schrijver niet wat vaart maken?
Dan is het goede begin gemaakt.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Ben White verkregen via Unsplash.

Een gedachtenstroom ordenen als je begint met schrijven

Yes, een idee voor een nieuw boek! Alles dringt zich tegelijkertijd aan je op. Personages, thema’s scènes, symboliek… Je denk meteen in de schrijversflow te komen, maar in plaats daarvan is je hoofd een onoverzichtelijke brei van ideeën geworden. In deze blogpost krijg je wat tips om orde in de enthousiaste chaos te scheppen en tegelijkertijd je ideeën te kunnen laten stromen.

Wat is de schrijversflow en waar gaat het soms mis?

Als je in de schrijversflow zit, gaat het schrijven als vanzelf. Je hoeft niet na te denken over hoe je de scène invulling gaat geven, want die lijkt zichzelf te schrijven. En nadenken over wat een personage zou doen of zeggen is ook niet nodig: je zit in de fase dat je je personage zo duidelijk voor je ziet, dat het bijna een echt persoon lijkt die het je gewoon vertelt: maar dat zou ik dus echt nooit doen, schrap die actie maar!

Als je al wat verder in je verhaal gevorderd bent, kan je meestal wel een manier vinden om die afwegingen en gedachtestromen te reguleren: je hebt immers al wat zaken uitgewerkt of in de grondverf staan. Dat wordt stukken moeilijk als je een ware explosie aan ideeën voor een verhaal hebt, waar je nog geen samenhang in hebt (gevonden). Dan gaat de schrijversflow te hard om bij te houden.

Waar moet je beginnen met uitwerken?

De ene schrijver krijgt een idee bij het bedenken van een thema, de ander ziet iets aparts op straat en weer een ander werkt graag vanuit een personage dat een bepaalde ontwikkeling doormaakt, waarna het verhaal zich daarna eromheen vormt. Wat het ook is, ze hebben gemeen dat het allemaal met dat ene aha- of yesmoment begint: die eerste vonk. Dáár moet je beginnen, zo niet alles omheen gaan bouwen, zoals bij het centrale woord in een woordenweb. Want dat ene idee, dat is waar voor jou als schrijver de kracht van het verhaal zit. Al dat andere: hoe het in elkaar gaat passen, of het lezerspubliek dit wel interesseert, dat komt later wel. Niet alleen omdat je die vonk even vast mag houden, maar ook omdat dat een uitwerkfase is. Als je niet duidelijk hebt en houdt waar je boek in wezen om draait, heb je ook geen broodnodige houvast voor het bepalen van al die andere zaken. Dan is het alsof je een puzzel wil maken, zonder te weten wat de foto op de puzzel is.

Rangschikken van de vonk

Je allereerste flits van inspiratie wordt de bouwsteen van alles wat je uitwerkt. Schrijf al het andere op wat je al aan ideeën of globale uitwerkingen hebt en kijk of je die kan rangschikken ten opzichte van die vonk.

Stel: jouw vonk is een beeld van een zinkend schip. Uit jouw gedachtestroom komen ook nog de volgende elementen:

  • De kapitein geeft de stuurman de schuld. Van iets: al dan niet dat het schip zinkt
  • mensen die verhongeren op het schip
  • een scène waarin een vrouw een rijke man probeert te verleiden om daar een voordeel uit te halen. Of dit op het schip is, weet je nog niet.

Voordat je je zorgen gaat maken of de kapitein de hoofdpersoon is, de arme passagiers of de vrouw, ga je kijken wat de kern van die losse elementen (symbolisch) met een zinkend schip te maken (kunnen) hebben. Of waarom juist deze beelden jou niet loslaten.

  • Iets lijkt te zeggen dat de kapitein niet koosjer is, zoveel als hij schreeuwt. Wat is daar toch gaande?
  • Een leven in armoede lijkt te vergaan met man en muis’
  • De vrouw probeert te verleiden om zo niet aan lager wal te raken: haar rijkdom en faam zijn als een lek schip langzaam aan het vergaan.

Het ene beeld, of de vertaalslag die je maakt, komt sterker over of spreekt je meer aan dan het andere. Probeer zo je losse puzzelstukjes te ordenen en kijk welke er als sterkste uit de bus komen. Kies die stukjes uit waarbij je het gevoel hebt dat die samen iets kunnen vertellen. Als het goed is, komt daar al een soort samenhang uit. Die mag gerust nog vaag zijn, maar in plaats van alleen een zinkend schip heb je al iets als:

Op een zinkend schip houdt iedereen de schijn op en wordt iedereen bedrogen. Alles wat onder de oppervlakte wordt gehouden komt bovendrijven en zorgt ervoor dat iedereen ten onder gaat.

Beginnen met aanvullen en schrappen

Als je de vonken hebt gerangschikt, heb je het basisbeginsel waar je altijd naar terug kan, zo niet moet gaan om je verder niet te stoppen gedachtestroom te kunnen reguleren. Van daar uit kun je vragen gaan stellen en zaken gaan aanvullen. Je hebt dus mensen nodig die de schijn ophouden. Dan zou de rijke vrouw je hoofdpersoon kunnen zijn. Maar hoe ziet het schip er uit waar zij op zou varen? Dat is vast geen simpel sloepje. Zo kan je weer aan een nieuwe ideeënstroom komen. Het het verschil met het allereerste begin is dat je nu een goed basiskader hebt.

Want die arme familie, wat doet die in een verhaal van de schijn ophouden? Hebben zij de belangrijke functie om de tegenpool van de rijken te spelen? Je kan ze op sollicitatiegesprek vragen. Maar misschien heb je toch het gevoel gekregen dat je het anders aan gaat pakken en geen arme mensen nodig hebt voor bepaalde symboliek. Dan moet je ze uit je aantekeningen gaan schrappen. Daarmee voorkom je meteen aan de tekentafel al dat je gaat verzinken in de subplots of een overvloed aan symboliek.

Keer altijd terug naar de vonk

Als je de vonk goed hebt gekaderd, kan je inspiratie blijven stromen, zonder dat je tekentafel een groot zooitje wordt. Ook later in het schrijfproces kan je naar de vonk terugkeren om te zien of je iets aan het verhaal kan toevoegen of dat beter kan laten. Een goed afgestemde vonk geeft niet alleen houvast en schrijfplezier, maar ook leesplezier voor je toekomstige publiek.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Tobias Rademacher verkregen via Unsplash.

Een redacteur inschakelen: dit moet je weten

Je hebt een groot deel van je boek geschreven en hebt serieuze ambities om het te publiceren. Dan kan je een redacteur inschakelen. Om teleurstelling te voorkomen en ook effectief met een redacteur samen te werken, is het handig om vooraf al een aantal dingen te weten.

De redacteur kent jou en je verhaal niet

Je geliefden zijn vaak enthousiast over je schrijfambities omdat ze jou en je verhaal kennen. Ze hebben jouw autobiografie al ‘gelezen’ voordat die is geschreven omdat ze jou hebben zien opgroeien. Of ze kennen de plot van je fantasy omdat je daar iedere verjaardag over vertelt. Voor de redacteur ben je in het begin een vreemde. Die mist dus enthousiasme dat voorkomt uit de kennis dat jij een fijn en ambitieus mens bent. Wees erop voorbereid dat je niet automatisch enthousiasme van een redacteur krijgt.

Check: heb je één verhaal?

Sommige verhalen hebben ‘veel verhalen in een.’ Niet alleen is sprake van verraad in de tienertijd, maar ook een alcoholistische vader, een bedrijf dat op de fles ging en….
Een boek heeft altijd een verhaal één hoofdthema, of één rode draad. Natuurlijk zijn subthema’s en subplots mogelijk, maar een aaneenrijging van ‘en dit en dat en zus en zo speelde ook nog mee’ maakt geen leesbaar verhaal. Kom je met zo’n verhaal naar een redacteur, dan kun je heel veel correcties verwachten. Redacteuren, maar ook je toekomstige lezers, zien bij zo’n verhaal door de bomen het bos niet meer. Denk aan het vorige punt: als mensen je niet persoonlijk kennen, interesseert jouw verhaal hen niet automatisch. Goed schrijven is veel meer dan alleen je gedachten, gevoelens of een tijdlijn chronologisch uitschrijven.
Bespaar jezelf veel tijd, moeite, geld en teleurstelling door ook het nodige voorwerk te doen voor je naar een redacteur stapt. Vooral schrijvers van autobiografieën en familiekronieken moeten hiervoor waakzaam zijn.

‘Herschrijf dit eens’ is niet hetzelfde als: ‘dit is slecht’

Een redacteur moet kritisch en soms zelfs streng zijn. Maar zeker bij een eerste samenwerking weet een redacteur niet wat ‘toevallige’ fouten zijn in schrijfstijl en waarbij een schrijver echt nog wat tips of aansturing nodig heeft. Als een redacteur aangeeft dat je iets moet herschrijven, betekent dat niet meteen dat je bagger schrijft. Een goede redacteur probeert dingen aan te stippen waar je niet alleen in de specifieke tekst iets te verbeteren is, maar ook om met de feedback je schrijfinzicht te vergroten. En daarvoor moet iedereen, zelfs de allerbeste schrijver, op een bepaald moment voor gaan herschrijven. Wees niet te bang voor het woord ‘herschrijf’ en onthoud: een redacteur wil je helpen, niet afkraken!

Herzien is betaald werk

Een redacteur is vaak niet te beroerd om enkele vragen te beantwoorden. Maar die gaat niet (vaker) je werk lezen of zelfs redigeren zonder daar een vergoeding voor te vragen. Vraag je expliciet om een tekst na te kijken, dan ziet de redacteur daar een betaalde opdracht in. Of jij iets inhoudelijk met die feedback kan of niet, is een risico dat je moet incalculeren. Je betaalt een redacteur voor het geven van begeleiding en feedback met fatsoenlijke onderbouwing, niet om het met je (schrijfstijl) eens te zijn. Opmerkingen als: ‘Ik bedoelde iets anders tussen de regels door’ of ‘Maar in hoofdstuk 3 komt dit terug, vandaar dat hier informatie mist,’ laten een gebrek aan werk of kunde van de schrijver zien, niet van de redacteur. Die zal je in zo’n geval nog steeds een rekening sturen als je geld terug zou vragen.

Overleggen en vragen stellen mag

Redacteuren hebben net als jij een grote liefde voor schrijven en verhalen en willen daarom ook graag ‘samen’ aan jouw mooie verhaal werken. Daarom kan een redacteur je maatwerk bieden. Vraag naar de mogelijkheden voor een specifieke begeleiding of aandachtspunten en wees niet bang om vragen te stellen als je vragen hebt over de ontvangen feedback of een bepaalde schrijftechniek. Een redacteur sluit de werkdag met een glimlach af als het inzicht of de kunde van een schrijver die dag weer wat is gegroeid!

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Wil je mij inschakelen als redacteur? Kijk in mijn webshop.

Foto door Kelly Sikkema verkregen via Unsplash.