‘Ik hou van jou’ schrijven in een verhaal

Veel romantische verhalen hebben uitgebreide beschrijvingen over de eerste vlinders in de buik. Maar als je personages als koppel moeten eindigen, moet er uiteindelijk een knoop worden doorgehakt. Hoe krijg je personages als koppel bij elkaar zonder dat dat geforceerd overkomt?

Nooit omdat het hoort

Laten we beginnen bij het allerbelangrijkste: laat twee personages nóóit met elkaar eindigen of hun gevoelens opbiechten ‘omdat het nou eenmaal zo hoort’ dat er in een verhaal een romantisch koppel voorkomt. Hier kan je uitgebreid lezen waarom dat enorme schade aan je verhaal kan aanrichten.
Deze blogpost gaat over het koppelen van personages die daadwerkelijk van elkaar (gaan) houden en wiens relatie ook meerwaarde heeft voor het verhaal.

De aanloop

Voordat je het hoge woord eruit gooit: weet je zeker dat het de lezer al duidelijk is waarom deze personages goed bij elkaar (zouden) passen? Nee, echt waar: zeker weten? Heb je al voldoende signalen afgegeven en zijn de persoonlijkheden van beide personages goed uitgewerkt? Kennen de personages elkaar überhaupt goed genoeg om echt verliefd te zijn of te worden? Als je te vroeg piekt, is de relatie die volgt niet geloofwaardig meer voor de rest van het verhaal. Lees hier hoe en waarom een relatie narratief gezien (vroegtijdig) strandt.

De hamvraag: hoe dan?

Zoals altijd met schrijven werkt iets pas goed op het moment dat een trope goed is afgestemd op de specifieke omstandigheden die bij jouw unieke verhaal passen. Maar het moment van ‘Ik hou van jou,’ blijft hoe dan ook lastig om te schrijven, ook al blijf je dicht bij je eigen verhaal. Omdat er eindeloos veel liefdesverhalen zijn, is de kans enorm dat jouw liefdesverklaring al tig keer in die vorm is verteld. Denk aan de echte clichés als tijdens een boottochtje bij volle maan, maar ook aan een aankomend koppel dat rondloopt in een heuvelig park, in een moment van onoplettendheid pardoes van een heuvel kukelt, niet bijkomt van het lachen en elkaar vervolgens veelbetekenend in de ogen kijkt.
Als een trope al -misschien wel letterlijk- honderden miljoenen keer is gebruikt, is de kans nu eenmaal groter dat een uniek lijkende trope toch óók al honderden keren is verteld… Clichés echt voor de volle honderd procent voorkomen is in dit geval dus zo goed als onmogelijk. Als je het ‘hoofdstuk opbiechten’ in drie delen splitst, kan je dit moment alsnog redelijk origineel maken. Die delen zijn: de manier, het moment en de plaats waarop.

De manier waarop

Op het moment dat een personage het welbekende ‘Ik hou van jou’ uitspreekt, doet zich negenennegentig procent van de tijd een van de volgende scenario’s voor:
* Het moment is spannend, omdat de opbiechter zenuwachtig is en zich ongemakkelijk voelt;
* Het moment is superromantisch omdat de opbiechter zelfverzekerd is. Dan maakt het niet meer uit of het gebaar traditioneel gezien romantisch, of objectief gezien eerder ‘nerdy’ is, dan is alles schattig of romantisch. Let daar maar eens op 😉 .

Is poolen normaalgesproken eerder iets voor oudere mannen? Maakt niet uit: als de vonk er is, is dit moment (tijdelijk) ontzettend romantisch of aandoenlijk.
Foto door Luana Azevedo op Unsplash

Omdat deze beide scenario’s op hun eigen manier weinig origineel zijn, is dit een goed moment om heel goed te kijken naar de unieke show don’t tells van je personage. Waarin scheelt jouw personage ten opzichte van miljoenen anderen in dezelfde situatie? Komt hij met koekjes aanzetten bij zijn geliefde in plaats van met bonbons? Is zijn peptalk in de aanloop naar dit moment: ‘Morgen ben ik niet langer vrijgezel!’ waar iemand anders affirmeert: ‘Ik kan dit!”? Een optelsom van dit soort persoonlijke trekjes zorgt ervoor dat een standaard moment alsnog erg speciaal kan lezen.

Het moment waarop

In ieder scenario is het opbiechten van je liefde spannend, hoe zelfverzekerd je ook bent. ‘Waarom nu?’ is meestal een retorische vraag. Maar jij moet er een daadwerkelijk antwoord op hebben: waarom verklaart het personage nú zijn liefde? Dat kan relatief simpel zijn -hij houdt de spanning niet langer uit-, of wat ingewikkelder: als hij nú niet zegt wat zijn gevoelens zijn komt de ander die nooit te weten, omdat er een emigratie aanstaande is en contact houden in het buitenland lastig wordt. Hoe dan ook, zorg ervoor dat het antwoord op die vraag duidelijk is. Laat er ook de nodige tijd en sfeeromschrijving aan vooraf gaan om het moment het nodige gewicht te geven.

De plaats waarop

Een eerste keer ‘Ik hou van jou’ zeggen of horen als je knus naast de ander in bed ligt, is héél anders dan wanneer je dat hoort als de ander je in het ziekenhuis komt opzoeken na een ongeluk. Onderschat het effect van de omgeving niet op dit belangrijke moment. Het lokt namelijk totaal andere reacties uit. In het eerste scenario volgt er een gesprek vol opluchting en liefde, in het tweede scenario kan het verwarring en misschien zelfs paniek teweeg brengen. Het is het verschil tussen een gezellig ‘zullen we dan samen op vakantie gaan?’ en ‘Allemachtig, waarom vertel je dat nu pas? Als ik dat eerder had geweten, had ik me niet geblesseerd tijdens het sporten, waardoor ik nu ik in het ziekenhuis lig. Ik was gaan sporten omdat ik meende dat ik nog moest afvallen voor je mij aantrekkelijk zou vinden…’

“Als ik geweten had dat je mij toen ook al aantrekkelijk vond…”
Oeps… Dat geeft wel even een andere twist aan de invulling van een begin van een relatie…
Foto door Madrona Rose op Unsplash

‘Waarom hier?’ hangt nauw samen met ‘waarom nu?’. Het verschil in plaats kan het verschil zijn tussen een fantastische en moeizame start van een relatie. En dat heeft als vanzelf effect op je algehele plotverloop.

In de startblokken voor de clue

In een goede fictieve relatie helpen de geliefden elkaar te groeien in hun persoonlijk centraal conflict. Daarom is het narratief gezien verstandig om een relatie te starten (vlak) vóór een clue in het schema van save the cat. Op dat moment wordt een personage uitgedaagd om iets moeilijks of engs te doen. Hij zal dan om hulp vragen bij iemand anders: een goed moment voor de geliefde om te bewijzen dat hun relatie stevig en ook de moeite van het benoemen waard is. Zodra de clue achter de rug is, zullen de geliefden bovendien dichter naar elkaar zijn toegegroeid, wat de relatie verstevigt. Een prettig pluspunt!

Te veel van het goede: inleiding

Hoewel je een verhaal overal over mag laten gaan, is het soms belangrijk om te overwegen om iets uit je plot te halen. Dat kan voorkomen dat je verhaal te lang aan gaat voelen, zonder dat er veel aan je personages, schrijftechniek of je eigenlijke verhaallijn mankeert.

Aanleiding van de blogpost

Ik keek laatst uit nostalgie de film Anna en de King, sinds ik hem als tiener voor het laatst zag. Ik kijk er nu heel anders naar. Zo zit er een storende white saviour trope in, en dat zag ik als tiener niet in.
De white saviour trope bewaar ik voor een andere blogpost. Hij staat al heel lang op mijn lijstje, maar ik worstel ermee om daar iets over te schrijven. Ik ben zelf wit en vind daarom dat ik mezelf nog (veel) meer moet verdiepen in schrijven over rassen(voorrecht) voordat ik het recht heb om daar een blogpost aan te wijden.

Nu wil ik ingaan op de lengte van de film. Ik heb namelijk zelden een film gezien waarvan ik ‘achteraf’ bedacht: Wat duurt deze film overbodig lang. De oorzaak? Er zit iets in plot wat er niet in hoort. Niet alleen historisch gezien, maar ook als het gaat om het fictieve verhaal vlot te houden. En een plot onnodig opvullen kan – zo werd mij met deze film nog duidelijker- de kracht van een verhaal verminderen.

Samenvatting Anna and the king

Siam, 1862: Engelse lerares Anna wordt gesommeerd naar het paleis door de koning om zijn oudste zoon Engels te leren. Koning Mongkut wil zich internationaal beter op de kaart zetten en de horizon van de troonopvolger verbreden. Anna ziet vele gewoontes en wetten in Siam waar zij het absoluut niet mee eens is (zoals slavernij). In plaats van haar mond te houden, gaat ze met haar ongenoegen naar de koning. Dat zorgt voor bepaalde wrijving tussen hen beiden, maar ook dat Mongkut sneller politieke en sociale vooruitgang in zijn land doorzet.
Het subplot betreft Tuptim en Ballat. Tuptim is de dochter van een rijke handelaar. Zij wordt aan de koning geschonken als concubine, maar is verliefd op Ballat. Ze ontvlucht het paleis, en gaat vermomd als man naar het klooster waar Ballat inmiddels in is getrokken. Als hun relatie wordt ontdekt, worden ze beiden onthoofd.

Ballat en Tuptim zijn niet de enige die verliefd worden: dat geldt ook voor Anna en Mongkut. Het verhaal van Anna die les gaat geven is waargebeurd, maar die romance tussen lerares en koning is verzonnen: een typisch ‘Hollywoodsausje’. Hollywood’s got to hollywood, maar als het verhaal zodanig vertraagt dat de eigenlijke verhaallijn erdoor wordt ondergesneeuwd, wordt het storend. De romance tussen koning en lerares wordt bijna belangrijker gemaakt dan de politieke onrechtvaardigheid en/of veranderingen in Siam. Zowel verboden liefde als de politieke situatie in Siam wordt al geïllustreerd met Tuptim en Ballat. De 2.5 uur lange film zou minstens een halfuur korter kunnen door de onnodige romance tussen Anna en Mongkut te schrappen.
Waarom moet die romance eruit om de kwaliteit van het verhaal te waarborgen? Er zijn een hoop redenen.

Verhaalthema en de comfortzone verkeerd combineren

Het verhaalthema wil sociale en politieke verandering zijn, maar slaagt daar niet helemaal in. Dat komt omdat het verhaal zijn eigen comfortzone en centrale conflict vergeet. Anna wordt aangenomen als lerares om die verandering in gang te zetten. En omdat ze niet op haar mondje is gevallen, doet ze dat ook. Maar op een bepaald moment lijkt de koning meer te willen veranderen vanwege zijn worsteling met zijn gevoelens voor Anna dan dat hij het voor zijn volk doet. Dan wordt het thema verandering geforceerd, omdat dat nu ‘plotseling’ ook liefde betreft. Dat zijn te veel thema’s voor een verhaal. En te veel ineens willen vertellen betekent ook dat je publiek niet meer tussen de regels door kan lezen of kijken. Dat maakt een film kijken of een boek lezen minder interessant.

Te veel nadruk

De extra romance lijkt ingezet om te bewijzen dat de verandering echt nodig is: als zelfs de koning niet kan liefhebben wie hij wil, dan is het wel heel erg gesteld met bepaalde ‘vastgeroeste’ systemen.
Hebben we dat bewijs echt nog nodig, dan? Je ziet al hoe een koppel publiekelijk onthoofd wordt. Vóór de executie worden ze door het volk ook nog eens met rot fruit bekogeld.
De verboden romance van Anna en Mongkut is een belediging voor die van Tuptim en Ballat. “Het is niet genoeg dat een koppel van relatief lagere kringen wordt onthoofd, om écht te kunnen voelen hoe erg alles is, heb je óók nog de verboden romance van koning en lerares nodig,” lijkt de film te suggereren. (Misschien ook omdat Anna wit is?)
Als iets te veel van het goede wordt, wordt het niet alleen te veel omdat je veel van hetzelfde krijgt. Het risico bestaat bovendien dat je door overdaad iets (anders) minder indrukwekkend maakt dan het was geweest zonder die extra nadruk.

Overdaad schaadt. Het hoofd van je publiek kan erdoor exploderen en het richt schade aan je verhaal. Bovendien kan je vaak ook met een ‘knal’ de klus klaren. Meerdere, zoals hier, is vaak overbodig.
Photo van Luke Jernejcic op Unsplash

Te veel lange voorbeelden

Koning Munkut heeft 58 kinderen, maar een daarvan is zijn favoriet: dochtertje Fa Ying. Zij is onmiskenbaar een darling. Het is een schat van een meisje, dat het goed doet in de les van Anna en ook haar favoriete leerlinge wordt. Fa Ying heeft naast het portretteren van onschuld nog een belangrijk doel. Ze zet Anna weg als een lief moederfiguur en prettige, zachte vrouw. Oftewel: ze dient als springplank om vlinders in de buik van Mongkut te bezorgen.
Het meisje sterft ook nog aan cholera (geforceerde tranentrekker-alarm!). Je kan je dus voorstellen dat de schermtijd van het verhaal van dit -hoe schattig ook -overbodige kind niet gering is.
Fa Ying en haar dood vormen het zoveelste middel om onrechtvaardigheid te benadrukken. Ja, kindersterfte door cholera is onrechtvaardig, maar een ziekte die niet te genezen is, strookt niet met de onrechtvaardigheid van een onethisch politiek systeem:
* Het is overmacht versus iets wat wel degelijk te veranderen is.
* Het is pech versus de wil om al dan niet in actie te komen.
* Het is wederom een manier om een onderliggende romance te benadrukken en af te haken van de politieke problemen.

Is dit teveel van het goede aan uitleg? 😉 Hier geef ik concrete tips over hoe je al deze valkuilen kan voorkomen.

‘Schrijven is schrappen’ in de praktijk

Als je schrijft, is schrappen onontkoombaar. Maar daarmee starten kan lastig zijn als je dat nog niet gewend bent. Daarom volgt hier een aantal tips. Start met schrappen of help jezelf over de zenuwen heen die je misschien krijgt bij het idee te moeten schrijven als je niet weet waar het verhaal op uit loopt.

De kookwekker

Een vertrouwde techniek van veel schrijvers om een writersblock te voorkomen is om een kookwekker te zetten op tien à vijftien en gewoon te schrijven wat er in je opkomt. Kies vooraf een onderwerp, personage of een situatie en gaan! Nee, dat gaat niet je beste werk worden. Zelfs professionele schrijvers moeten hierna nog schrappen of aanpassen. Maar je kan wel een idee krijgen voor een nieuw verhaal, dus dat is mooi meegenomen. Hier is een opzetje:

Een piccolo is net in dienst. Hij is zonet door een gast uitgescholden en vernederd. De piccolo weet niet of hij dit moet melden aan zijn baas. Misschien is dat wel normaal in de hogere kringen waarin hij nu werkt...

Blank slate techniek

Ik schreef al eerder over wat ik de blank slate techniek noem. Je zet dan iets tussen haakjes en/of maakt het dikgedrukt op het moment dat je merkt dat je ergens in het verhaal vastloopt. Je hebt bijvoorbeeld nog geen idee hoe je iets in moet vullen. Of je hebt al wel een idee, maar het is nog onvolledig:

* Richard wilde iets moois kopen voor Vera: een [iets voor in de woonkamer, want die richt ze op dit moment opnieuw in]
* Toby en Mariska waren een naam voor de baby aan het bedenken. Ze kwamen uit op Todd [andere naam, maar wel iets wat Amerikaans klinkt, ze zijn gek op de U S of A].

Stoplichtmethode

De stoplichtmethode is een handige manier om de waarde van je schrijfsel te beoordelen. Lees het nog eens na. Alles wat er op wat voor manier dan ook uitspringt, geef je een rood, oranje of groene highlight met een markeerstift of in je tekstverwerker. Let op: doe dit alleen met dingen die je opvallen, anders word je gek 😉

KleurBetekenisWat doe je ermee?
Roodronduit slecht Bewaren. Als het je opvalt dat soortgelijke dingen rood worden, is dat een aanwijzing dat je bepaalde schrijftechnieken nog moet oefenen. Om dat in de gaten te krijgen, is het handig als je visueel veel ‘van hetzelfde rood’ kan zien.
OranjeredelijkSchaven. Probeer wat andere technieken uit deze blogpost uit om hem helemaal groen te krijgen.
GroenuitstekendNiks meer aan doen, en jezelf een schouderklopje geven 🙂

Hoewel de stoplichtmethode beter werkt voor een schrijfsprint kan hij -juist daardoor- handig zijn om zicht te krijgen op wat je in teksten moet schrappen waarmee je serieuzer bezig bent.

Wat en waarom kort en krachtig

Een verhaal kan om verschillende redenen spannend of interessant zijn. Maar twee vragen moet je altijd kunnen beantwoorden om je lezer niet te vervelen: ‘Wat is er aan de hand?’ en ‘Waarom dan?’. Ik schreef daar hier al uitgebreider over.
Maar er is een verschil tussen: Truus en Corrie hebben ruzie omdat Corrie Truus heeft uitgelachen toen ze uit de boom viel en Truus en Corrie zijn al dagen aan het bekvechten omdat Truus jaloers naar Corrie had gekeken toen ze zag hoe zij in een metershoge boom klom. Truus beweerde minstens net zo goed te kunnen klimmen, maar ze viel en beweerde dat dat kwam omdat ze nog overstuur was geweest van de dode muis die ze bij de boom op de grond had zien liggen. Ze probeerde het opnieuw, maar viel keer op keer weer uit de boom. Nu lacht Corrie Truus uit en scheldt Truus Corrie voor vuurtoren.

Bedenk hoeveel of hoe weinig woorden je aan een scène moet besteden. En waar gaat het eigenlijk om? De woedende Truus, of de ruzie tussen haar en Corrie?
Foto: https://counselling-matters.org.uk/

Soms werkt deze uitgebreide(re) beschrijving, soms juist niet. Om te voorkomen dat een beschrijving een infodump wordt, kan je deze punten nalopen:
* Is bepaalde informatie overbodig? –> Die muis, misschien? Dat ligt eraan of Truus iemand is die vaak smoesjes verzint. Zo ja, dan is het een show don’t tell, zo nee, dan is deze toevoeging inktverspilling;
* Zijn bepaalde bijvoeglijke naamwoorden overbodig? –> de metershoge boom: het gaat erom dat Truus niet kan klimmen;
* Kan je informatie spreiden over meerdere pagina’s of hoofdstukken? Dan kan je het hier beter schrappen om te voorkomen dat je tekst volgepropt overkomt;
* Kan je bepaalde bewoordingen schrappen/ inkorten? —> Truus beweerde minstens net zo goed te kunnen klimmen –> Truus beweerde te kunnen klimmen/ Truus beweerde wel degelijk te kunnen klimmen/ Truus beweerde een goede klimster te zijn. Al deze opties schelen een aantal woorden. Lees hier waarom een paar woorden meer of minder op de lange termijn een verschil kunnen maken.

Moeten de lezer dit zien?

Zowel bij het beschrijven van een personage of een ruimte als bij het vertellen van een gebeurtenis is het goed om te bedenken of de lezer dit daadwerkelijk van dichtbij moet zien of meemaken.
Als iemand pasta wil maken maar geen groenten heeft, voldoet Hij ging naar de groenteboer toen hij merkte dat er geen tomaten meer waren. Je kan het misschien zelfs helemaal weglaten. Het is dan niet nodig om te beschrijven hoe je personage door de straat sloft en uiteindelijk tomaten afrekent. Hetzelfde geldt voor meubels in een kamer: als de bank de blikvanger is, ga dan niet ook nog alle andere meubels met tien woorden omschrijven.

Als je wil testen of informatie het zien waard is, vergelijk het dan met een seksscène. Als je personage seks wil is het prima of soms zelfs nodig om te omschrijven wat er tussen de lakens gebeurt. Maar heeft de seks geen functie voor het verhaal, dan voelt die scène vaak ongemakkelijk of lijk jij als schrijver aandachtsgeil. Dat soort hitsigheid werkt nooit voor een verhaal, of het nou over seks gaat, over de inrichting van een ruimte of een tripje naar de groenteboer.

Woordgebruik in een boek voor jonge kinderen

Als je voor volwassenen schrijft, voel je meestal wel aan wat grofweg de moeilijke woorden zijn die niet iedereen meer begrijpt. Bij de woordenschat van jonge kinderen ligt dat toch wel anders. Hoe vertel je een verhaal zonder te veel moeilijke woorden? En wanneer is een woord of een tekst te moeilijk om te volgen?

Taalontwikkeling van kinderen

Woorden leer je in een bepaalde volgorde. Veelvoorkomende woorden leren je sneller dan woorden die je minder snel hoort: appel snap je eerder dan klokhuis. Concrete woorden of begrippen die duidelijk zichtbaar of tastbaar zijn komen eerder dan abstracte woorden: school wordt als woord eerder begrepen dan (de associatie van) plezier of verveling.
Daarnaast groeit de woordenschat explosief als woorden in eenzelfde ‘categorie’ of woordgroep voorkomen. Als je weet wat een boom is, leer je ook weer snel wat een blad is, want dat zit aan de boom. Dan leer je ook weet wat een tak is, omdat het blad daaraan groeit. Een tak is weer van hout… enzovoorts.

Zo groeit woordenschat (Afbeelding: jufmilou.nl)

De zinsontwikkeling is ook belangrijk bij taalontwikkeling. Houd de zinnen voor peuters en kleuters kort en bondig. Hoe langer een zin is, hoe moeilijker hij te begrijpen is. De kleuter loopt het risico minder woorden te snappen en moet bovendien ook al die woorden ‘onthouden’ om er een idee van te kunnen vormen. Hoe langer de zin wordt, hoe groter de kans is dat je voegwoorden (omdat, maar, want) moet gebruiken. Die begrijpen kinderen pas echt rond een jaar of zeven, acht. Voegwoorden maken de zinnen niet alleen langer, maar het zijn ook nog eens abstracte woorden die een verband tussen zinnen aangeven. Die verbanden moet je dus ook kunnen leggen: X heeft met Y te maken.
Het is niet zo dat een kleuter: ”Het is koud, want het sneeuwt” als idee niet begrijpt, maar taalkundig gezien vertaalt die het in zijn hoofd als: ”Sneeuw is koud.” Een kleuter weet dat sneeuw koud is, maar niet per se dat sneeuw en kou een soort oorzaak-gevolg met zich meebrengt. Dat verband is – taalkundig gezien- nog te hoog gegrepen.

Lastige woorden in een kinderboek

Je hoeft echt niet van elk woord te weten of een kind het begrijpt voordat je het in een kinderboek gebruikt. Wat uitwerkingen van woorden uit Rikki en Mia de Kip van Guido van Genechten.

”Haar lelletjes strijken zacht over zijn pels.”
Drie van deze zeven woorden zijn te moeilijk voor een kleuter. Maar vlak daarvóór laat Rikki zijn lievelingskip, (de enige witte kip en Rikki is zelf ook wit), zonnebloempitten uit zijn pootje eten. Door een paar korte zinnen weten kleuters dat Rikki en Mia de kip goede vriendjes zijn; ze hebben iets gemeen en ze vinden elkaar lief. Dan storen onbegrijpelijke woorden niet: het idee staat al. Bovendien is zacht een woord wat ze wel snappen. En zacht is (ironisch genoeg) een heel zacht, fijn woord. Die associatie krijgen ze dus wél mee. Bovendien staat een lachende Rikki die Mia eten geeft op de begeleidende tekening.

Verroeren:
Rikki is Mia kwijt en gaat haar zoeken. Uiteindelijk vindt hij haar. Rikki is dolblij en wil verstoppertje spelen, maar Mia is aan het broeden.
”Mia verroert geen veertje.”
Daar snapt een kleuter niks van. Maar: Mia wil niet spelen, terwijl ze lang verloren is geweest en nu haar vriendje weer ziet. Daar is iets geks mee… Meteen daarna wil Rikki Mia oppakken, maar dan pikt zij hem. O jee… Wat is er toch aan de hand? Het idee dat een vriendinnetje jou pikt is voor een kleuter ontzettend spannend. Of Mia dan in de praktijk met dat ”geen veertje verroeren” niet heeft bewogen, heeft zitten slapen, of desnoods heeft zitten eten, maakt dan niets (meer) uit.

Wat uitmaakt is of je een vriendje hebt om mee te spelen, of dat dat even alleen moet.

Antwoorden:
Rikki haalt zijn vader om te vragen wat er aan de hand is. Hij vertelt dat Mia aan het broeden is:
“Ik wil met Mia spelen,” zucht Rikki.
“Dat kan nu even niet,” antwoordt papa.
‘antwoordt’ is hier een regieaanwijzing. Een kleuter heeft daar geen concreet beeld of associatie bij (is antwoorden vriendelijk, neutraal, wordt Rikki getroost?) maar dat maakt in de grote context wederom niets uit.
Rikki zegt iets, vader antwoordt iets. Dat is belangrijk: Rikki krijgt antwoord. Daarna gaat de aandacht weer naar het grote probleem: Rikki mag niet met zijn vriendinnetje spelen. Een paar dagen niet mogen spelen met je vriendinnetje is oprecht erg in de belevingswereld van een kleuter. Dan maakt het echt niet uit of papa dat fluistert, zegt of zucht. In een kinderboek schreeuwt een vader niet. Dat past alleen in duistere boeken met een zwaar verhaalthema. Ergens weet een kind dat ook. Papa gaat hierom niet schreeuwen, dus dat uitsluitsel hoef je niet te geven door je concentreren op de perfecte regieaanwijzing. Laat dat ene moeilijkere woord vooral niet veel gewicht in de schaal leggen. Het is echt maar een detail voor de kleuter en voor jou schrijft het prettiger. Je wordt er horendol van als je steeds staccato ”begrijpelijk” moet gaan schrijven met alleen maar: zegt, zegt, zegt. Dat doet het tempo van je tekst ook geen goed.

Het toverwoord bij kinderboeken: inleven

Als je je aan de basisprincipes van taalontwikkeling houdt, kan er wat betreft woordgebruik niet zo snel iets misgaan. Een kleuter kan ‘literair ontleden’ niet eens uitspreken, laat staan dat hij dat doet ;). Het is bij kinderboeken belangrijk dat je je inleeft in de beleefwereld van het kind. Wat vindt een kleuter interessant of spannend? Bedenk dat kleuters de wereld nog volop aan het ontdekken zijn. Als je bedenkt wat een vijfjarige wereldontdekker bezighoudt, dan zit je al snel goed.
Kijktip: Ponyo. Sosuke en Ponyo zijn de vijfjarige helden. Je ziet dus hoe zij alles beleven, maar toch blijft de film genoeg ”uitgezoomd” om als volwassene het perspectief van een kind te kunnen zien, in plaats van dat de hele film kinderlijk eenvoudig of overdreven ‘zacht en pluizig’ wordt.

Dit kan je leren van jouw bijzondere fans

Als je serieuze schrijfambities hebt, droom je vast van een hele schare fans. Er zijn een aantal fans die extra speciaal zijn, omdat ze bepaalde lessen voor je in petto hebben. Kijk eens wat je van hen kan leren; het kunnen lessen zijn die je voor de rest van je schrijverscarrière kan gebruiken.

Wat is een fan?

In deze blogpost tellen geliefden die het bewonderenswaardig vinden dat je schrijft, niet mee als fans van een beginnende schrijver. Er is een verschil tussen je werk waarderen om de inhoud en het gaaf vinden dat je het werk doet. Met alle respect naar de familieleden, vrienden en buurvrouwen die zeggen: “Wat knap, ik zou nog geen scène op papier kunnen krijgen, laat staan een boek.”; zij tellen hier niet mee. Ze zorgen voor de broodnodige (en waardevolle!) complimenten, maar dat behoeft geen verdere toelichting. Je fans laten je groeien of doen je iets beseffen dat veel verder gaat dan: O, ik ben hier best goed in. Als je die toegevoegde waarde inziet, helpt je dat om uit een mentaal writersblock te komen of om je creativiteit verder aan te wakkeren.

De eerste persoon die zich fan noemt

Het is nogal wat als je voor het eerst hoort: ‘Ik ben fan van je.’ De kans is klein dat je die zin voor het eerst in de eerder genoemde menigte hoort; ook je schrijversreis begint bescheiden. Dat heeft een mooie keerzijde: omdat het kleinschalig is en vaak ook onverwacht komt, zal dat allereerste ‘ik ben fan van je,’ lekker veel aandacht krijgen. Geniet daarvan! Het woord fan heeft een redelijke lading. Er zijn tegenwoordig zoveel bloggers, Youtubers en Tiktokkers, dat je eerder zegt: ‘Ik volg hen, maar ik volg acht anderen ook.’ Als iemand zich je fan noemt, dan val je dus op een positieve manier op tussen alle anderen.
Probeer na te gaan wat jou zo onderscheidt van al die anderen, zodat je sterke punten nog meer kan verbeteren. Je kan je fan ook vragen of hij daar specifiek in kan zijn. Maar waak ervoor dat je van je eerste ‘echte’ fan geen proeflezer maakt. Hij is er vooral om een heel warm plekje in je herinnering te geven en je aan te sporen om je verder te ontwikkelen als schrijver. Er zijn veel mensen die willen schrijven, maar dat niet (meer) durven. Laat deze fan je dan de mentale oppepper geven die je nodig hebt om te blijven schrijven.

Onthoud het gezicht van deze fan en vergeet vooral niet dat ze de eerste was die de hele menigte van fans is begonnen. (Ik heb helaas geen foto van mijn persoonlijke eerste fan, anders had haar foto wat mij betreft hier een ereplaats gekregen!)

De eerste geraakte fan

Je schrijfsel was niet ‘alleen maar’ mooi of spannend voor deze persoon, maar heeft voor een openbaring gezorgd, geholpen bij traumaverwerking of op een andere manier ervoor gezorgd dat iets wat voorheen in zijn leven vastgelopen leek, nu weer kan stromen.
Als je dat nog niet gedaan hebt, schrijf deze ontmoeting dan op in een dagboek of opschrijfboekje. Zorg ervoor dat je de herinnering zodanig opschrijft dat hij net zo levendig leek als toen dat moment zich voordeed.
Een bekend cliché is: ‘Als ik ook maar één persoon raak met mijn verhaal, dan is dat voldoende.’. Je hebt die persoon gevonden in deze fan. Doe die persoon de eer aan die hem toekomt: houd die herinnering levend. Koop desnoods een klein attribuutje wat je aan hem doet herinneren. Als je de herinnering aan deze fan goed kan verankeren, heb je altijd een wapen paraat voor als de twijfel toeslaat of je de naam van schrijver wel waard bent.

De andere creatieveling

Deze (meestal bevriende) fan is geen medeschrijver, maar wel een fotograaf, tekenaar, muzikant, beeldhouwer of choreograaf: iemand die op een andere manier met het creatieve proces te maken heeft. Hij zal dus bij god niet weten hoe je een personagebiografie in moet vullen, maar weet op zijn manier wel hoe het is om te worstelen met het verbinden van creatieve puntjes. Dat maakt deze creatieveling een pareltje: je kan met hem sparren over het grote geheel van het creatieve proces, zonder daarbij in details te verzanden over zaken die uniek zijn voor het schrijfproces. Deze fan is niet zozeer vanwege je inhoudelijke werk fan van jou (hoewel dat zeker kan!), maar vooral omdat je iemand bent die net als hij valt en opstaat binnen een creatieproces. Dat kan wederzijds vertrouwen en bewondering scheppen. Je zou kunnen zeggen dat jullie elkaars creatieve heldenreis versterken. Soms zie je in het creatieve werk het karakter van de andere weerspiegeld. Dit betekent voor jou als schrijver dat deze creatieveling je kan helpen om je schrijversstem te vinden en te verfijnen.
Wat je van deze fan leert over het creatieve proces, kan een enorme inspiratiebron vormen voor nieuwe ideeën waar je anders niet zo snel op gekomen zou zijn, omdat je creativiteit vanuit een andere hoek leert bekijken.

De collegaschrijver

De bevriende collegaschrijver zal misschien niet zeggen dat hij fan van je is, maar als er iemand met de spreekwoordelijke cheerleaderpompoms staat te zwaaien, is hij dat wel. Jullie zitten namelijk in exact hetzelfde schuitje, zowel wat betreft het creatieve proces als het schrijven zelf. Samen kunnen jullie vloeken over hoe &_#*-irritant schrijven soms is, hoe doodmoe jullie worden van het steeds maar aanvullen van een personagebiografie en juichen bij de successen en plezieren die schrijven biedt en de vooruitgang die jullie persoonlijk boeken. Hou deze fan dichtbij: iemand die staat te juichen is één ding. Maar als jullie ook nog eens door hetzelfde creatieve proces heen gaan, kan je daar veel van leren.

Zoiets als dit is typisch voor een collegaschrijver-fan om door te sturen.

Deze blogpost is liefdevol opgedragen aan mijn eerste fans van de betreffende categorieën: N., S., E., en E. Dank jullie wel!

Mis ik nog een andere soort eerste fan? Laat het hieronder weten en vertel hoe ze jou verder helpen in je schrijversreis.

Blank slate: een slecht personage, maar een fijne schrijftechniek

Een blank slate is een slecht uitgewerkt personage. Je kent het misschien als een eendimensionaal personage. Maar als je blank slate vertaalt naar een schrijftechniek, kan je die wel degelijk gebruiken.

Wat is een blank slate?

Om zowel het personage als de techniek van blank slate (blanco lei) te begrijpen, moet je je een lei voor de geest halen. Merk op dat er niet veel ruimte is om te schrijven. Daarnaast moet je regelmatig je inhoud wissen, waardoor die als het ware vervangbaar wordt.

Een blank slate personage

Een blank slate personage kan je op twee manieren interpreteren. Het personage dat eendimensionaal is en het personage dat weinig tot geen eigen overtuigingen, meningen of doelen heeft.
Het eendimensionale personage is het personage dat zo weinig diepgang heeft dat je al zijn karaktertrekken of kenmerken op de kleine lei zou kunnen schrijven: Berkay is ijverig, stoer en muzikaal. Daar kan je niet zoveel mee. Je kan de optelsom maken dat hij een goede rapper zou zijn. Maar daar kun je hoogstens een verhaalidee van maken. Als je wil weten hoe hij dat voor elkaar gaat krijgen, moet je bijvoorbeeld ook weten of hij connecties heeft in de muziekwereld, geld om muziek te gaan studeren of desnoods zijn eigen hits helemaal uit eigen zak kan produceren en uitbrengen. Maar met een dik krijtje en een kleine lei gaan alle dingen die nodig zijn om over Berkay te weten, niet meer passen. Berkay blijft een eendimensionale muzikant.

Een blank slate is als een clichébeeld dat je niet verder uitwerkt.

Dat eerste blank slate-personage heeft een soort samenhang met de het tweede blank slate personage: die blijft zo aan de oppervlakte dat hij alles maar laat gebeuren. Door dat eendimensionale aspect heeft hij geen uitgesproken wil of mening heeft waar hij naar kan handelen.
Denk aan iemand die je uitnodigt op een feestje. Als je vraagt: ‘Wat kan ik voor drinken in huis halen voor je?’ zegt diegene: ‘Och, ik vind het allicht goed.’ (Ik ben ook zo iemand… oeps 😉 ) Het is lief bedoeld, maar handig is het niet. Want als jij straks voor het drankenrek in de supermarkt staat, neem je dan wijn, bier, of sterke drank mee, of moet je dan toch weer terug naar het frisdrankenschap?

Als je aan Berkay vraagt wat hij met (zijn) muziek wil, is het ergste wat hij kan zeggen: ‘Ach… ik zie wel.’ Mensen hebben dat voorrecht, maar personages niet. Deze houding is funest voor een verhaal, want het zorgt voor stilstand. Je verhaal mag (op sommige momenten) best wat traag zijn, maar het mag nooit stilstaan. Je moet als schrijver iets hebben om naar toe te schrijven/ over te schrijven. Je moet weten of je schrijft over de hobbyist of de ambitieuze jongeman die een platencontract wil krijgen. Anders heb je een verhaal zonder centraal conflict. Berkays verhaal hoeft niet bol van de glamour te staan, maar er moet wel beweging in zitten. En dat gebeurt niet als hij op de bank blijft zitten en zijn schouders steeds maar ophaalt.

Blank slate als schrijftechniek

Voor deze schrijftechniek bestaan vele namen. Ik noem hem expres de Blank slate-techniek, omdat je zo makkelijk het effect kan zien. Als je weet dat een blank slate-personage eendimensionaal en te gemakkelijk is, heeft de techniek een soortgelijk uitgangspunt: hou het simpel, lekker breed en maak vooral nog geen bindende beslissingen. De techniek is vooral handig om te gebruiken als je net aan een verhaal begint, of als je lang niet geschreven hebt en weer even in je verhaal moet komen. Zo kan je een mentaal writer’s block voorkomen.
Er kan niets zo ontmoedigend zijn als aan een verhaal beginnen met het idee dat je nog niet genoeg weet. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer je nog niet veel schrijfonderzoek hebt gedaan, de personagebiografie nog redelijk leeg is of het save the cat schema nog niet volledig is.
Maar je wil niet altijd wachten tot je al die zaken hebt uitgewerkt. Ofwel omdat dat niet jouw stijl is, dan wel omdat je nu al vier lange maanden aan het onderzoeken bent en ook ein-de-lijk wel eens echt wil gaan schrijven.
Sta jezelf toe om met denkbeeldige lege leien in je scène te gaan beginnen met schrijven. Begin gewoon met tikken en zodra je iets tegenkomt waarvan je denkt: hoezo moet ik dit nu al weten? Maak er dan een leitje van en ga gewoon weer verder. Geef de zaken die je op je denkbeeldige lei zet een andere kleur, zet ze tussen haakjes, maak ze vetgedrukt of typ in lettertype gigantisch, net wat jij fijn vindt. Zolang je leitje maar een duidelijk ‘gat’ of ‘werk in uitvoering’ is.
Een voorbeeld van leitjes op zinsniveau:
* Berkay ondertekende het contract van [naam]. Hij kon niet weten dat hij zojuist een wurgcontract had getekend, want meneer [achternaam zoeken die een subtiele symboliek/ betekenis rondom een gemenerik heeft] bleek een oplichter van het eerste uur te zijn.
Dan loop je in ieder geval niet vast op een detail en kun je de rest van de scène nog gewoon blijven schrijven.
Misschien kom je dan wel met het idee: Meneer van den Eijk. Want wat zijn de vruchten van een eikenboom? Precies… Dat is niet subtiel genoeg naar je smaak. Dan kan je je leitje een net iets andere opmaak geven, zodat je in een oogopslag kan zien dat het concept duidelijk is, maar de uitwerking nog niet klopt:
Hij kon niet weten dat hij zojuist een wurgcontract had getekend, want [Meneer van den Eijk] bleek een oplichter van het eerste uur te zijn.

Ook in een bredere context kunnen leitjes nuttig zijn:
Als Berkay tourt, komt hij een fan tegen die… (Tja… wat eigenlijk? Geen idee…) [iets met stalken, maar hoe precies? De politie moet in ieder geval worden ingeschakeld].
Dat komt later wel. Als je nu een leitje gebruikt, kan je in ieder geval over de optredens schrijven voorafgaand aan de stalkende fan.

Belangrijkste elementen uit de personagebiografie

Een personagebiografie maken is erg belangrijk. Je mag hem zo lang en zo kort maken als je zelf wil. Toch zijn bepaalde elementen van essentieel belang. Welke zijn dat en waarom?

Waar is een personagebiografie voor bedoeld?

Een personagebiografie maak je om te weten hoe je personage in elkaar steekt, zodat je een naslagwerk hebt dat je kan raadplegen. Hiermee voorkom je continuïteitsfoutjes -een dame met een prachtige bos natuurlijke krullen wil een krultang kopen-. Naarmate het verhaal vordert, kan het een reddingsboei zijn: als je personage een belangrijke beslissing moet maken, kan je in zijn biografie teruglezen wat bepaalde normen en waarden zijn, waardoor je niet alleen weet wát je personage zal doen, maar ook waarom hij dat doet. Kortom: de personagebiografie zorgt ervoor dat je personage altijd stevig kan staan in je verhaal.

Wat het schrijven van een personagebiografie lastig kan maken, is dat je bij aanvang niet altijd weet wanneer/ of iets nu belangrijk is om te weten of niet. Want hoe weet je nu of de kleur van de ogen een belangrijk detail blijkt of niet? Meestal kan je je personagebiografie zonder problemen aanvullen naarmate je vordert met schrijven, maar de onderstaande punten zijn zowel essentieel om te weten als handig: je kan door deze dingen in te vullen je personage ook beter leren kennen.

Grootste droom

De grootste droom van je personage vertelt je erg veel over de interesses van je personages en wat hij allemaal kan/ wil of moet doen om die droom te verwezenlijken.
Als je personage als grootste droom heeft om analfabetisme uit de wereld te helpen zegt dat:
* dat kunnen lezen en schrijven hoog in het vaandel staat bij je personage;
* als vanzelf ook dat je personage lezen en/of schrijven ook leuk vindt Anders had hij zich meer drukgemaakt om het regenwoud. Anders gezegd: er zijn zoveel problemen op de wereld waar je je druk om kan maken, dat je min of meer ‘selecteert’ met welke problemen je je ook echt bezig houdt. Dat probleem heeft logischerwijs dan ook vaak te maken met je eigen moralen of belevingswereld.
Met de grootste droom ontdek je ook de moralen, ambities en interesses van je personage. Veel meer dan bij simpelweg ‘grootste hobby’.

Wat zou je personage maar al te graag in een potje willen vangen bij een vallende sterrenregen?

Grootste angst

Je kan je verhaal niet beginnen als je niet weet wat je hoofdpersonage als grootste angst heeft. Die zorgt er namelijk voor dat de comfortzone kan worden verlaten en het centraal conflict kan beginnen. Je hoeft niet per se rechtstreeks met de grootste angst van je personage te dreigen, maar als hij denkt dat de kans bestaat dat hij ook maar een stapje dichter bij die allesverzengende angst in de buurt komt, is je personage vaak al bereid tot actie over te gaan. En zonder actie geen verhaal. Weet dus waar je mee kan dreigen.

Grootste geheim

Het grootste geheim en de grootste angst van je personage kunnen elkaar overlappen: “Wat als mijn geheim ontdekt wordt?” Maar dat hoeft niet altijd. Het belangrijkste verschil tussen de grootste angst en het het grootste geheim is dat de grootste angst vaak wat op de achtergrond speelt, of niet per se acute reden tot zorg is. Als je grootste angst is dat je kind komt te overlijden, slokt dat niet per se al je aandacht op als je kind gezond en in principe altijd veilig is.
Een geheim is per definitie iets waarvan je niet wil dat anderen het weten. En daarvoor zal je personage moeten liegen, dingen moeten verstoppen, bepaalde gesprekspartners vermijden… Kortom: een geheim staat veel meer op de voorgrond en zal dus ook in wat ‘losstaande’ scenes bepaalde acties of reacties van je personage vergen. Als je niet weet dat je personage arm is en dat voor zijn vrienden wil verbergen, zal je ook vergeten dat je personage een bankafschrift als een malle van de tafel zal halen als een vriend op bezoek komt.

Zou met een miljoen euro….

Hoewel geld zeker niet alle problemen uit de wereld helpt, kan een flinke smak ervan toch aardig wat teweeg brengen:
* Het kan bepaalde (financiële) problemen oplossen.
* Het kan bepaalde dromen mogelijk maken.
* Het kan je personage een gevoel van macht geven.

Als je personage bepaalde problemen vanwege rijkdom niet meer zou hebben, hoe zou hij dan in het leven staan, of wat zou hij dan doen? Dit geeft een idee waarin hij (alsnog) gehinderd wordt en wat hij wel degelijk kan als hij bepaalde middelen maar zou hebben. Dan weet je ook welke karaktertrekken of je personage heeft die bepaalde oplossingen onmogelijk maken, of de omstandigheden nu meezitten of niet:
* Als hij hebberig is, zal hij altijd meer willen en zorgt geld dus blijkbaar niet voor de tevredenheid waar hij naar zoekt.
* Als hij een lichamelijke beperking heeft, kan hij misschien wel een prothese betalen, maar als hij geen doorzettingsvermogen heeft om daar mee te oefenen, zal hij alsnog nooit leren lopen.

De grote vraag: en nu?

Als je personage dromen waar kan maken, wat gebeurt er dan met het centrale conflict? Dat zal ongetwijfeld anders worden. In een boek kan je niet om een conflict heen. Waar kan je je personage alsnog mee vervelen, ook al heeft hij in principe alles wat hij ooit gewenst heeft?

Als je personage macht heeft, wat doet hij er dan mee? Lees hier wat je mee kan nemen in je overwegingen.

Waar heeft de wieg gestaan?

Je wieg bepaalt met wat voor een bril je personage de wereld in kijkt. Dat bepaalt voor een groot deel zijn doen en laten. Vergeet dus niet zaken als:
* algemene levensloop;
* gezinssamenstelling (uit de jeugd en het eventueel zelf gestichte gezin);
* in wat voor milieu is hij opgegroeid?
uit te werken. Het maakt nogal uit of je in een sloppenwijk bent opgegroeid of in een villa. Als je als jongste door iedereen wordt vertroeteld, groei je anders op dan wanneer je voor zes jongere zusjes moest zorgen.

De heldenreis centraal bij inclusief schrijven

Als je personage een minderheid is, kan dat een reden zijn om heel voorzichtig over hem te schrijven. Diversiteit is nogal een discussiepunt in de schrijverswereld. Over diversiteit is namelijk veel te doen. Daarom volgt hier een overweging: wat als je niet diversiteit, maar de heldenreis centraal stelt bij inclusief schrijven?

Wat is je voornaamste reden om inclusief te schrijven?

Als je hoofdpersonage een bepaald minderheidskenmerk heeft, kan je je afvragen in hoeverre je van dat kenmerk iets speciaals moet maken omwille van inclusiviteit.
Als je inclusief wil schrijven, vraag jezelf dan eerst het volgende af:
* Schrijf je inclusief omdat je een punt wil maken? Lees: een bepaalde minderheid moet een podium krijgen?
* Schrijf je inclusief omdat je duidelijk wil maken dat iemand uit een minderheidsgroep net zo normaal is als iedereen? Lees: we zijn allemaal mensen, dus wat maken bepaalde kenmerken dan nog uit?

Hier is geen goed of fout: de keuze is aan jou. Die zal voornamelijk worden bepaald door de reden waarom jij een verhaal wil schrijven. Is de eerste overweging het geval, lees dan deze blogpost voor de belangrijkste overwegingen. Houd ook in de gaten dat je own voice niet al te serieus neemt en eerder naar een gemene deler zoekt dan naar verschillen tussen mensen. Deze blogpost gaat verder in op de tweede optie.

Wat bepaalt de heldenreis?

Als je een held wil hebben die tot een bepaalde minderheid behoort, maar dat kenmerk niet het thema of het centraal conflict van het verhaal wil maken, is de tekenfilm Mulan uit 1998 een goede casusstudie.
Mulan is een jonge vrouw in het oude China die zich vermomt als man om haar vaders plaats in te nemen in het leger, omdat hij al ernstig verzwakt is en zeker zou sterven als hij in het leger zou gaan. Maar een vrouw in het leger is een absoluut taboe. Als iemand achter Mulans ware aard komt, wacht haar de doodstraf. Mulan ondergaat net als iedere man een militaire training en gaat oorlog voeren. Midden in de film wordt ze ontmaskerd als vrouw, maar aan het einde verslaat ze de leider van de vijandelijke troepen, waardoor ze niet alleen geen doodstraf krijgt, maar juist met een hoge militaire eer huiswaarts kan gaan.

Er gaan video’s rond op het internet rond waarin wordt beweerd dat Mulan transgender is. Soms is die bewering met een knipoogje – al dan niet van transgenders-, soms is het een boze aanval op de film van mensen die transgenders niet accepteren en/of begrijpen. Hoe dan ook moet je jezelf bij het tweede uitgangspunt van inclusief schrijven de vraag stellen: ‘Wat maakt het eigenlijk uit als Mulan transgender is?’ Je antwoord moet dan zijn: ‘Eigenlijk niets.’ Niet vanwege een persoonlijke mening of een maatschappelijke standpunt, maar omdat je kijkt naar het verhaal zelf en niet naar iets daarbuiten; dat past meer bij ‘uitgangspunt 1’.
Stel dat Mulan inderdaad transgender is. Dan kan je daar alle (positieve) aandacht aan besteden, maar dan vergeet je waarom ze überhaupt het leger in is gegaan: om het leven van haar vader te redden. Dan doe je Mulan enorm tekort, want dan zeg je eigenlijk zoveel als:
* “Transgender zijn is ook risicovol om voor uit te komen, dus je leven riskeren uit liefde voor je vader, stelt dan (naar verhouding) niet veel voor…” Het ene hoeft het andere niet uit te sluiten. En je leven riskeren om een geliefde te redden verdient hoe dan ook een podium.
* “Ach, dat jouw volk in oorlog verkeert, daar hoef je je niet druk om te maken, jij bent transgender en dus al stoer/inspirerend/…. genoeg.” Zo ontneem je haar het recht om iets anders dan een transgender te zijn. Dus geen soldaat, vriendin, dochter, zus, kalligrafiestudente, iemand met dromen, angsten en doelen… Bovendien kan je je afvragen: wat heb je nog aan een centraal conflict over als het ‘je mag zijn wie je bent’-principe hetgeen is waar je steeds opnieuw en alleen maar op terugvalt?

‘Wie is de vijand?’ denk je misschien bij deze foto. ‘Zit hier een transgender tussen?’ is waarschijnlijk niet je eerste vraag.

Heldenreis en invulling van het verhaalthema bij inclusiviteit

De thema’s van Mulans verhaal zijn moed en eergevoel in een oorlogssetting. Je krijgt een heel ander verhaal als je andere dingen (onterecht) op de voorgrond zet. Het doel van Mulan is om het leven van haar vader (en daarmee, als verlengde, ook China) te redden door in het leger te gaan. Daar heeft de regenboogvlag op zichzelf niets mee te maken. Daar moet Mulan dus in een ander/ volgend verhaal mee gaan wapperen als ze zich daartoe geroepen voelt.

Bedenk: alles heeft zo zijn tijd en plaats.

Een minderheidskenmerk van een personage zodanig belichten dat het zijn voornaamste kernmerk wordt, zorgt er eerder voor dat je iemand tot een cliché reduceert, dan dat je diegene inspirerend maakt, hoe goedbedoeld het ook is.
Stel je voor dat je je personage een uur lang moet interviewen over zijn hele leven, niet alleen een bepaald aspect ervan. Mogelijk praat transgender-Mulan dan een kwartier over haar seksualiteit, maar dat hele uur krijgt ze er niet vol mee. Niemand is alleen maar zijn of haar ras, sekse, seksuele voorkeur, religie, nationaliteit, generatie of beperking. Op een bepaald moment in het interview zal Mulan ook vertellen over de schommel in de tuin die ze als kind geweldig vond, dat ze dol is op kersen, haar oma een schat vindt, maar een hekel heeft aan haar valse zangstem…
Als je uitgangspunt is: ‘we zijn allemaal mensen, dus wat maken bepaalde kenmerken dan nog uit?’ moet je er vooral voor zorgen dat jouw personage duidelijk ook een verzameling van (kleine), menselijke kenmerken en voorkeuren is die iedere persoon uniek maakt. Favoriete muziekartiest, lievelingseten, politieke voorkeur of iets mafs als favoriete zebra in de dierentuin, je kan van alles en nog wat gebruiken. Zolang je er maar op let dat je personage geen eendimensionale afspiegeling van een hele groep wordt. Een personagebiografie kan je hierbij helpen.

Je innerlijke voorlezer: hoe komt je tekst écht over?

Je herinnert je het misschien nog uit je jeugd, of je bent het door het luisterboek nooit vergeten, maar een goede voorlezer kan een verhaal nog mooier maken dan het al was. Tijdens het schrijven heb je ook een innerlijke voorlezer, die het je helaas erg lastig kan maken om objectief naar je eigen tekst te kijken. Hoe komt dat zo?

De innerlijke voorlezer en de toon van je tekst

Als je begint met schrijven, heb je meestal al het nodige onderzoek gedaan en ken je je personages ook al redelijk goed. Daardoor kan er al een denkbeeldige film van je verhaal in je hoofd gaan draaien. In die film zie en hoor je het nodige al haarscherp. Je verhaal -of beter gezegd je tekst- wordt zo voor jou al levendig voor die goed en wel geschreven is. Daardoor krijgt de tekst een bepaalde toon. Vaak is dit een vrij letterlijke toon: in je hoofd lees je je tekst al voor, om zo de cadans van je zinnen te proeven om te zien hoe of zelfs óf je tekst een beetje lekker loopt. Zo komt je innerlijke voorlezer tot stand.

Kun je je nog herinneren hoe een tekst tot leven kwam als je werd voorgelezen? Een goede voorlezer doet een verhaal veel goed.

Een fantastische voorlezer: de tekst zoals hij hoort te zijn

Een goede voorlezer merkt (subtiele) veranderingen in de tekst en past daar zijn toon op aan. Dit kan door elk personage een andere stem te geven en de bijbehorende emotie goed weer te geven. Ook kan een subtiele stembuiging de betekenis van een zin extra nadruk geven. Jan Meng is daar een meester in. Hij is een veelbekroond voorlezer. Luister maar eens naar dit fragment uit ‘Harry Potter en de geheime kamer’ dat door hem wordt voorgelezen. Soms zijn de voorbeelden overduidelijk, soms zijn ze wat subtieler. De onderstaande voorbeelden komen allemaal in de eerste minuut aan bod.

* “Als je niet zorgt dat die uit haar snavel houdt, vliegt ze eruit!”
Regieaanwijzingen
zijn hier overbodig, die hoor je in de stem.
* “Lijk ik soms achterlijk?” snauwde oom Herman, die stukjes gebakken ei in zijn borstelige snor had zitten.
Het is subtiel, maar hoor je de toon in dat tweede deel van de zin die tussen neus en lippen door lijkt te zeggen: “Ja, eigenlijk wel…” ? 😉
* Dirk, die zo dik was dat zijn achterwerk over de keukenstoel puilde
Hoor je de nadruk die het woord ‘puilde’ krijgt? Die vocale nadruk doet net zo veel als dat jij als schrijver nog een woord als ‘vreselijk’ of ‘ontzettend’ zou gebruiken om het achterste van Dirk te omschrijven: zijn vreselijk dikke achterste of zijn ontzettend grote achterwerk .

Jouw innerlijke voorlezer

Waarschijnlijk leest jouw innerlijke voorlezer het verhaal net zo levendig en divers voor als in bovenstaande voorbeelden. Dat is normaal, omdat jij als schrijver al helemaal in het verhaal gezogen bent. Misschien heeft je personage zelfs al een eigen stem, waardoor jouw innerlijke voorlezer nog interessanter klinkt. Maar helaas is het zelden zo dat de innerlijke voorlezer van jouw lezer net zo getalenteerd is als Jan Meng. Je kan je eigen tekst redelijk makkelijk overschatten of de manier waarop die overkomt verkeerd inschatten. Dan kan je tekst stukken minder indrukwekkend zijn dan hij voor jouw persoonlijk lijkt. Enkele voorbeelden:

Je innerlijke voorlezer lijkt te zeggen Dit staat daadwerkelijk op papier
De kus was zo zacht en zoet, dat zij nog nooit zoiets fijns had gevoeld.De kus was heerlijk zacht en zoet.
Hij was woest en kon hem wel wurgen. Hij bedacht al wat de beste manier daarvoor zou zijn. Hij was zo kwaad, dat hij hem wel kon wurgen.
De smerige vleespastei deed hem al kokhalzen bij de geur alleen. De vleespastei was vreselijk smerig.
Merk op hoe groot het verschil in beleving is tussen de interpretatie van de innerlijke voorlezer en de daadwerkelijke tekst.

In wezen is een fantastische voorlezer een extra aanvulling op het show don’t tell principe. Met slechts enkele woorden en een passende stembuiging zie je veel meer voor je dan daadwerkelijk wordt verteld. Als schrijftechniek is dat principe onmisbaar, maar niet als interpretatie van een daadwerkelijk geschreven tekst. Als je erop inzet dat een lezer met zijn innerlijke voorlezer de ‘extra interpretatie’ aan de tekst kan geven, sla je vroeg of laat de plank mis door te weinig te omschrijven. Onthoud dat niet iedereen gezegend is met een persoonlijke Jan Meng tijdens het lezen van een boek.

Kritisch kijken naar je innerlijke voorlezer

Je innerlijke voorlezer zal je tekst vrijwel altijd mooier laten klinken dan hij eigenlijk is. Dat is niet erg, maar je moet je er wel bewust van zijn. Er is een aantal dingen die je kan doen om ervoor te zorgen dat je wat neutraler naar de intonaties van je innerlijke voorlezer luistert:
* Proeflezers inschakelen: zij hebben geen innerlijke voorlezer die vooraf al een beeld bij het verhaal heeft. Die van hen is nog neutraal. Hierdoor lezen ze makkelijker wat er daadwerkelijk staat dan wat er ‘hoort te staan’.
* Hardop en neutraal voorlezen. Lees je eigen tekst daadwerkelijk voor en doe dat expres met een toon die saai aanvoelt. Je hoeft niet per se monotoon te gaan lezen, maar let er wel op dat je niet voorleest om leuk of ‘goed’ te klinken. Ga dus niet mee in de stembuiging die passen bij bepaalde woorden. Ga niet lager en somberder praten als iemand verdrietig is, bijvoorbeeld.
* Wees extra alert op betekenis van woorden op een tienpuntschaal. Stel dat je personage boos is. Het kan gebeuren dat je schrijft: Hij riep kwaad naar zijn moeder. Terwijl je innerlijke voorlezer het voorleest met een intensiteit die overkomt als: Hij schreeuwde kwaad naar zijn moeder. Schreeuwen is een tandje erger dan roepen. Als er woorden zijn die een bepaalde intensiteit met zich meebrengen, let dan goed op of je tekst en je innerlijke voorlezer wel overeenkomen met elkaar.

Zo verwerk je elementen uit je leven in je fictieve verhaal

Als je een verhaal gaat schrijven kom je vroeg of laat tegen dat je iets van je privéleven in je verhaal verwerkt. Dan staat er iets op papier waarvan je je beseft: dit is gebaseerd op persoon X of gebeurtenis Y in mijn leven. Dat is niet erg. Sterker nog: zonder je privéleven een beetje in je verhaal te verwerken, kom je nergens. Maar hoe zorg je ervoor dat je privéleven of je persoonlijke voorkeur niet de overhand krijgt?

De wereld als referentiekader voor fictie

Je kan alleen over de wereld schrijven als je weet hoe die er globaal uitziet of wat daarin gebeurt. Je hoeft niet per se iets meegemaakt te hebben om erover te kunnen schrijven, maar een basis van achterliggende gedachten moet je wel begrijpen. Je hoeft geen oorlog te hebben meegemaakt om te snappen hoe angst voelt. Je bent misschien nooit bang geweest dat er een bom op je huis valt, maar je bent vast wel eens bang geweest om een geliefde te verliezen (of dat nu door een dodelijke ziekte kwam, of omdat je bang was na een emigratie contact te verliezen).
Hierdoor is het onvermijdelijk dat er zo nu en dan ervaringen of echte personen uit jouw leven (incognito) in je boek verschijnen: ze vormen je broodnodige kader waardoor jij de echte wereld begrijpt en daardoor een andere wereld kan scheppen. Denk aan:
* Omdat jij verliefd bent geweest, kan je de vlinders in de buik van je personage adequaat beschrijven;
* Je hebt -tot je enorme spijt- iemand gepest. Daarom kan je nu beschrijven hoe jouw personage berouw voelt omdat hij iemand heeft opgelicht;
* Je hebt altijd in een voetbalteam gespeeld. Daarom kan je het groepsgevoel en de teamspirit van een vriendengroep extra goed beschrijven;
* Omdat je als kind van gescheiden ouders moest kiezen tussen wonen bij je vader of moeder, kan je sympathiseren met een personage dat niet tussen twee aanbidders kan kiezen. Hoe kies je tussen twee mensen van wie je houdt?

Opvallende vergelijkingen

Negen van de tien keer ben je je er niet van bewust waarom je iets ‘kan’ schrijven, omdat de meeste ervaringen die je opdoet, naadloos verweven raken met het dagelijks leven of hoe je tegen de wereld aankijkt. Maar er zijn gebeurtenissen of mensen die (ten goede of ten kwade) je wereld op zijn kop zetten. Dan kan je de behoefte krijgen om iets van je af te schrijven, iets of iemand te wreken, te straffen of te eren. Geef de betrokken personen een andere naam, geslacht, leeftijd, uiterlijk of een andere favoriete hoed en voilà! Voor je het weet heeft een bestaand persoon een persona in je verhaal gekregen. Zodra je dit doet, is het hoe dan ook verstandig om extra alert te zijn op de noodzaak van kill your darlings.

Pas op dat je persoonlijke voorkeuren niet in flinterdunne schrijfsels veranderen.

De schrijvers favoriet

Op een bepaald moment sluipt er een bestaande persoon(lijke herinnering) in je verhaal. Probeer dat niet koste wat kost te vermijden; dat gaat simpelweg niet. Je moet er alleen voor waken dat het andere uiterste niet gebeurt. Stel dat je je opa in het verhaal wil verwerken omdat hij jouw wijze mentor was. Bijna elk verhaal heeft een archetype mentor nodig om het hoofdpersonage op weg te helpen. Opa kan dus gerust (als mentor) in je verhaal komen. Maar als opa dol was op vissen, moet je ervoor waken dat opa in zijn mentorrol hoe dan ook als visser terugkomt.
Als zijn kleinzoon een veelbelovend advocaat is die een belangrijke beslissing moet nemen over zijn carrière, is het nogal riskant om opa de doorslaggevende raad te laten geven tijdens een middagje vissen:
* Opa is geen advocaat, dus waarschijnlijk weet hij te weinig van het inhoudelijke beroep om échte raad te kunnen geven.
* De onliner-raad die alles oplost (‘Ach lieverd, volg gewoon je hart, dan komt alles goed’) is een cliché.
* Als opa zo makkelijk alle problemen weet op te lossen, degradeer je hem van wijze mentor tot magic pixie. Dat doet het centraal conflict van de kleinzoon geen goed. Bovendien wordt opa als mentor een stuk minder indrukwekkend.

Hoe gekoesterd de herinnering ook zal worden, het is niet logisch dat Kleinzoon hierdoor ineens voorgoed beseft waarom hij beter naar het belang van zijn cliënten kan kijken dan een zak goud na te jagen.

Het vermommen van non-fictie in fictie

Zorg ervoor dat er een balans is tussen fictie en non-fictie. Om het non-fictieve element te kunnen behouden en je verhaal kloppend te houden, moet je ze gaan vermommen. En dat houdt niet op bij opa’s visserspak in te ruilen voor een stropdas van een advocaat. Dat kan, maar dan loop je het risico dat het alsnog geforceerd overkomt en de verwijzing er te dik bovenop ligt.
Als je iets uit het echte leven terug wil laten komen in je boek, kijk dan heel globaal wat die herinnering, ervaring of persoon bij je teweeg heeft gebracht. Kijk nog eens naar de voorbeelden uit de eerste alinea, naar je verhaalthema en naar je algemene verhaallijn en probeer dat vervolgens te combineren.

Macht is het thema van Kleinzoon Advocaats verhaal. Opa de Visser moet hem als mentor aansporen om humaniteit boven macht te verkiezen, door een gevoel van verantwoordelijkheid te geven. Grofweg kan je dan twee dingen doen:
* Je plaatst de levenslessen in context van Kleinzoons wereld: de mentor is een collega-advocaat, die een subtiel trekje van opa heeft -ze houden allebei buitengewoon veel van gerookte zalm-. Deze collega laat Kleinzoon veel pro deo zaken doen om zijn nederigheid te bewaken;
* Je plaatst de levenslessen in de context van Opa’s wereld, en laat Kleinzoon de inzichten als een aha-erlebnis de vertaalslag naar zijn advocatenbestaan maken: Opa en Kleinzoon gaan op gecombineerde vis-kampeervakantie, waar het aan alle luxe ontbreekt. Daardoor gaan Kleinzoon en Opa ‘back to basics’ gaat wat betreft menselijk contact. Als Kleinzoon deze herinnering veel gaat koesteren, kan hij makkelijker beseffen dat mensen gelijkwaardig behandelen belangrijker is dan geld en roem najagen.