Een goede romance schrijven? Schakel de hersens uit!

Romantische verhalen zijn er in overvloed. Ze worden vaak gezien als oppervlakkig. Op zijn minst zijn ze daar in ieder geval vatbaar voor. Hoe komt dat en wat kan jij als schrijver doen om wel een diepgaande romance te schrijven? Als je een goede romance wil schrijven, moet je de hersens uitschakelen en emoties de overhand geven. Het verwarrende is dat de stereotype kleffe romance precies het tegenovergestelde doet.

Verliefdheid: hersens op tilt

Verliefdheid ervaren is heerlijk. Maar om nou te zeggen dat je dan normaal functioneert… Je bent continu afgeleid door je dagdromen, je kan je eetlust kwijtraken en het cliché ‘liefde maakt blind’ blijkt waar. Niet alleen dat: je raakt een bepaalde objectiviteit kwijt. Als je makker drie dagen niks van zich laat horen, is er waarschijnlijk een goede reden voor. Doet je vlam dat, dan ben je waarschijnlijk gedumpt én voelt dat als het einde van de wereld. Alleen vanwege dat ene leuke gesprek of dat uitzonderlijk knappe koppie. Evolutionair gezien zijn onze hersenen geprogrammeerd om verliefdheid zo extreem te beleven: het voortbestaan van onze soort hangt ervan af. Je kan dus stellen dat je niet zozeer vlinders vóelt, maar dat je hersens tijdelijk op tilt slaan.

Neem dan liefde: die latere fase waarin je de schaduwkanten van de ander ook erkent, maar alsnog van diegene houdt en ook samen het nodige hebt doorgemaakt. Daarvoor moet je elkaar meerdere keren door dik en dun gesteund hebben, conflicten hebben doorgemaakt en opgelost. Allemaal momenten waar emoties bij komen kijken, in de onschuldige, alledaagse zin van het woord. Natuurlijk zal het bij een crisis wel wat heftiger zijn, maar het is niet meer de dag-en-nacht-tilt-modus van de hersenen tijdens een verliefdheid.

De kleffe romance: hersens op de voorgrond

Als Romeo maar knap is en als Julia in de slaapkamer zich maar de liefste en mooiste op de wereld voelt, dan is het een verhaal zoals dat * ahum* maar eens in de eeuw voorkomt. Dertien- in-een dozijn-romances beweren dat ze helemaal op het gevoel ingaan, maar in feite blijven de op hol geslagen hersens aan het roer. Kijk daarvoor niet verder dan het cliché misverstand. Gaat dit fout, dan schrijf je een kleffe romance, doe je het goed, dan schrijf je over liefde. Julia gaat naar de personagepsycholoog…
“Wat gebeurde daar nou, Julia?”
“Wat daar gebeurde?! Dat zal ik vertellen. Ik kwam terug van boodschappen doen en daar stond die gluiperd. Je had zijn blik moeten zien. Vol met empathie, ze had zijn volle aandacht en toen omhélsde hij haar. Wel twee seconden! Serieus, vuile…”
Diagnose: verliefde hersenen op tilt. Deze vrouw is hopeloos: ze is niet voor reden vatbaar en wil haar emoties niet daadwerkelijk voelen. Ze wil slechts ratelen.
“Oké Julia, ga maar weg. Ik heb cliënten die wél aan hun relatie willen werken en die mij als schrijver en mijn lezers wél serieus nemen…”

Echte liefde en een goede romance: stilstaan bij emoties

Als je het goed wil doen, dan moeten jij en Julia deze situatie heel anders benaderen. Niet opblazen en afraffelen, maar echt stilstaan bij wat er nu in het hoofd van de betrokkenen omgaat. Julia krijgt een herkansing in de psychologenpraktijk.

“Ik schrok omdat ik niet snapte wat er gebeurde. Ik herkende de vrouw ook niet meteen als mijn buurvrouw, dus daarom leek het alsof Romeo Jan en alleman omhelsde. Dat hij gewoon losbandig is.”
“Ben je vaak door anderen in de steek gelaten?”
“Nee. Maar ik voel mezelf niet altijd mooi. Soms ben ik wel eens bang dat Romeo me zó heeft ingeruild voor een vrouw die mooier is dan ik.”
“Dan geef ik je als huiswerk mee dat je dat met Romeo moet bespreken. En dan gaan wij een plan opstellen voor de komende maand hoe wij daaraan kunnen werken voor jou persoonlijk.”

Om dit te vertalen naar wat je in concreet als schrijver kan of moet doen:

  • Verdiep je in de personagebiografie van beide geliefden en kijk wat er relevant is voor de situatie. Raffel dat proces niet af. Je moet de diepte in gaan om dit goed tot zijn recht te laten komen,
  • Bedenk wat er aan conflicten spelen en kunnen spelen. Het zijn er waarschijnlijk meer dan een. Overweeg goed wat het centrale conflict wordt en wat het subplot.
  • Erachter komen welke kernemoties centraal staan
  • Niets overhaasten. Besteed er de nodige woorden aan. Je schrijft Julia niet voor niets meerdere sessies voor. Dit gaat even duren.
  • Je moet samen met Julia de emoties volledig doorvoelen. En dat kan pijn doen. Voor Romeo en Julia, maar zeker ook voor jou als schrijver of voor je lezer. Rauw schrijven is hier nodig, ook al is dat niet leuk.
  • Dit probleem niet behandelen als een probleem dat ‘gewoon’ moet worden opgelost als onderdeel van een plotontwikkeling, zoals het cliché van het doodzieke kind wel doet.
  • Julia’s sessies niet overromantiseren als middel dat het perfecte stelletje dichter bij elkaar brengt.

Schrijven over liefde en emotie

Julia’s behandelplan is een flinke lijst. Maar dat is wel wat het zo moeilijk maakt om een écht mooie en unieke romance te schrijven. Niet alleen is het veel om over na te denken en om uit te werken. Het kan voor een schrijver ook behoorlijk moeilijk zijn omdat je via of samen met Julia veel over emoties na moet denken en die goed onder woorden moet brengen, wil je daadwerkelijk over echte liefde schrijven. En jezelf missschien ook wel de nodige spiegels voorhouden. De stereotype kleffe romances nemen daar de tijd niet voor, of hebben het lef niet.

Liefde, niet romance, is wel zo groot, allesomvattend, eng, belangrijk, krachtig en veelzeggend dat het onze pet soms te boven kan gaan. Daarom wordt het schrijven daarover erg lastig. Romance is dan de ‘korte, makkelijke weg’ om daar alsnog enigszins over te kunnen schrijven. Zonder je spreekwoordelijke teen te hoeven stoten. Gewoon lekker zwijmelen. Dus dan wordt het credo: hersens uit, of ze juist compleet op tilt laten slaan.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Kelly Sikkema verkregen via Unsplash.


Als je een ander verhaal schrijft dan je dacht – deel 1

Je start met een verhaalidee in je hoofd. Zo gaat de heldenreis verlopen, dit zijn de belangrijkste plottwists en de personages moeten door deze karaktertrekken de lezer aan gaan spreken. Maar dan ben je aan het schrijven en blijkt je boek door de aan- of afwezigheid een scène een compleet andere toon of ingang te krijgen. Wat doe je dan?

“Wat is er met mijn verhaal gebeurd?!”

“Ik wilde schrijven over de avonturen van een backpacker die wereld over reisde en zich nooit wil settelen, omdat de roep van het avontuur te groot is. Maar nu is de vlugge verliefdheid in Azië uit hoofdstuk 4 uitgegroeid tot een compleet gezinnetje met twee kinderen en een koophuis in hoofdstuk 20.’ Wat is er gebeurd met het verhaal dat ik wilde schrijven?”

Dit voorbeeld is wat extreem, maar het komt voor dat je op een bepaald moment een heel ander verhaal lijkt te schrijven dan je in gedachten had. Wat doe je dan?

Waarom ben je begonnen met schrijven?

Los van het inhoudelijke verhaal: waarom ben je überhaupt begonnen met schrijven? Om mensen over je eigen ervaringen te vertellen of als een uitlaatklep van creativiteit? In het eerste geval wil je dat de grote lijnen en bepaalde lijnen in het verhaal blijven kloppen met de waarheid. Als je een fictieve roman schrijft, kan je wat meer denken: ik kan een compleet nieuwe held bedenken, als het moraal maar hetzelfde blijft. Of je kan het verhaalthema helemaal omgooien, als je verhaal zich maar op Mars afspeelt…
Hoewel het bij een autobiografische roman lastig is om aan te passen, staat zowel bij fictie als eigen belevingen een vraag centraal:

Wat is de kern van mijn verhaal die al het andere in het boek moet dragen?

Is dat:

  • een held van wie je kan leren?
  • een waarschuwing over huiselijk geweld?
  • een verhaalthema dat verder bediscussieerd mag worden?
  • een boodschap die licht aan het eind van de tunnel biedt?
    Probeer te ontdekken wat de reden is voor jouw schrijven. Of was, in het geval van het moment waarop je verhaal anders loopt.

Wanneer is het misgelopen?

Op een bepaald moment ging je verhaal de ‘verkeerde’ kant op. Kun je achterhalen welk moment dat is? Omdat je zelden chronologisch elk hoofdstuk van je verhaal afwerkt kan dat lastig zijn. Spring je net zoals veel andere schrijvers van het ene hoofdstuk naar het andere, dan kan je op de zaken vooruit lopen.
De held moet in hoofdstuk 7 assertief zijn geworden. Dus je schrijft hoofstuk 7 en denkt dan: o, wat een mooie scène, daar wil ik wel naartoe werken. Dus schrijf je een week daarna in hoofdstuk 4 al over een minder verlegen held om het verschil niet al te groot te maken. En dan heeft je verhaal ineens vanaf de start een zelfverzekerde held.

Ga zo speuren naar het ‘verkeerde moment’.
* Klopt je tijdlijn nog? Zijn er geen dingen ingeslopen die elkaar tegenspreken, of cruciale momenten weggelaten?
* Pak je personagebiografie erbij. Heb je iets in een scène of plot geschreven dat daar niet mee overeenkomt?
Op een moment als dit laat een personagebiografie zijn nut zien: het is het overzicht dat je helpt consistent te blijven. Houd je zoveel mogelijk aan de zaken die je daarin hebt vastgelegd, om te voorkomen dat je steeds een ‘ander verhaal’ kan schrijven.
* Is je hoofddoel nog wel de rode draad van het verhaal?
Als je held de wereld rondreist om dorpje per dorpje een school op te zetten en zo analfabetisme de wereld uit te helpen, kan het zomaar gebeuren dat die iemand tegenkomt die zegt: “Nu Winnie naar school gaat, bloeit ze helemaal op.” Om je held vervolgens Winnies persoonlijke mentor te maken. Dat is prima voor hoofdstuk 29, maar te vroeg voor hoofdstuk 2…
Kijk in dat geval eens naar de kleine verhalen die alle losse hoofdstukken of scènes op zichzelf vertellen. Waarschijnlijk is er op kleinere schaal een ander idee of verhaal ingeslopen dat een eigen leven is gaan leiden. Lees alles nog eens chronologisch door, dan weet je waar de eerste ‘foute hints’ beginnen. Kom je erachter dat zowel in hoofdstuk 3 als in hoofdstuk 8 iets niet klopt, neem dan de tijd om even rustig na te denken.
Is ‘het verhaal van hoofdstuk 3’ om wat voor reden dan ook leuker of fijner om over te schrijven dan ‘het verhaal van hoofdstuk 8?’ Schrijf dan gerust een boek over ‘hoofdstuk 3 ook al had je ‘hoofdstuk 8’ in gedachten. Als je verhaal verandert, is aanpassen onvermijdelijk. Dan kan je maar beter verdergaan met het verhaal dat je het meest aanspreekt.

Onderwerpen in een autobiografie

Veel mensen schrijven om eigen ervaringen te delen. En het echte leven is veel wispelturiger dan de papieren wereld. Dat bakent zich niet zo makkelijk af als een fictieve roman. Als je wil schrijven over een gewelddadig huwelijk kunnen de gesprekken met de psycholoog over je vervelende kindertijd er makkelijker insluipen. Het is niet ongewoon dat er dan oorzaken en gevolgen naar boven komen. Dat kan afdwalen in de hand werken. Dit kan je enigszins voorkomen door een lijstje te maken van directe oorzaken en gevolgen. Zie je een directe oorzaak en gevolg ontbreken, wees dan voorzichtig om dat mee in je verhaal te nemen.
Denk aan: ik heb onveilige hechting gekend, dus ik kan mensen slechter vertrouwen: direct oorzaak en gevolg.
Ik was verlegen, dus een buitenbeentje, dus meer vatbaar voor pesterijen, dus uiteindelijk ook een prooi voor iemand die zich als mijn redder voordeed en me zag, dus werd ik verliefd op een gewelddadige partner… Verlegenheid en gewelddadige partner is geen direct oorzaak en gevolg. Hoe meer van dit soort ‘dussen’ je hebt, hoe eerder je een of meerdere daarvan kan of zelfs moet schrappen om je verhaal op de rit te houden.

Het is niet meteen slecht als je plotseling een ‘ander verhaal’ hebt. In deze post kijken we verder wat je kan doen als je verhaal eigenwijs aan het worden is, zonder dat je het hele boek opnieuw hoeft te schrijven.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Mick Haupt, verkregen via Unsplash

Een groeiproces voor je hoofdpersoon bedenken

Een hoofdpersonage in een boek moet groeien voor die zich een held kan noemen. Dat groeiproces sluit aan op wie de hoofdpersoon was en wie die worden moet. Maar zelfs met dat gegeven blijven er nog talloze invullingen voor de heldenreis over. Hoe kies je de optie die perfect aansluit op je held en het narratieve geheel van je verhaalthema?

Wat is een narratief groeiproces?

Een hoofdpersonage wordt bewonderenswaardig en daardoor een held als die aan het eind van het boek een beter mens is dan aan het begin. Beter kan van alles en nog wat betekenen: slimmer, guller, vriendelijker, dapperder, minder wraakzuchtig… Hieraan kan je meteen zien dat het bedenken voor een groeiproces voor je hoofdpersonage maatwerk is. Een brandweerman die iemand uit een vlammenzee redt, heeft moed niet als grootste leerschool. Dat is meer weggelegd voor de jongere die de moed moet hebben om te vertrekken uit een huis waarin huiselijk geweld heerst. Waar diegene eerst nog dagelijks met het geweld te maken krijgt en dat ondergaat, is die uiteindelijk sterk genoeg om de biezen te pakken.

Beweegredenen van je personage

Het kiezen van een groeiproces is vrij eenvoudig als je uitgaat van het idee dat het punt waarvan je personage nog het meest te leren heeft, het groeiproces vormt. Iemand die gierig is, moet leren wat meer weg te kunnen geven, bijvoorbeeld. Maar dan heb je slechts de hoofdlijn te pakken. Een goed personage is namelijk meer dan alleen maar die ene zwakke plek. Het moet er een paar meer hebben, wil het realistisch zijn. Anders heb je alsnog een Mary Sue, veel te perfect om waar te lijken.
Kijk dus verder dan dat ene zwakke punt en bedenk welke dat nog meer zijn. Je personagebiografie biedt hier niet alleen een goed overzicht voor, maar geeft waarschijnlijk ook je antwoord. Want waarom is je personage gierig, onzeker, perfectionistisch, laf, zelfzuchtig…? Als je dat weet, krijg je vrij letterlijk de beweegredenen van je personage in beeld. Wat beweegt jouw personage vanuit die gierigheid, onzekerheid…?
Op die manier kan je al wat grotere plotpunten bedenken.

Levensthema van je personage

Zodra je een aantal van die zwakheden hebt blootgelegd en de algehele verhaallijn hebt bepaald, kan je ze naast elkaar opschrijven. Als het goed is, zie je daar wat soortgelijke zaken terugkomen, of zelfs een terugkerend patroon. Wat je in ieder geval niet zal zien, zijn tegenstrijdigheden. Jouw uiterst vriendelijke moederfiguur zal egoïsme niet als zwakte hebben. Dat is een open deur, maar gebruik dat gegeven om de vraag ‘om te draaien’. Als ze niet egoïstisch is, wat staat dan in de personagebiografie – of kan je erin schrijven- wat dan wel zou passen? Pleasen, of geen grenzen aan kunnen geven. Leven voor een ander en het eigen leven daarvoor compleet wegcijferen.
Zo krijg je woordgroepen van eigenschappen die je kan samenvatten als het levensthema van je personage. Wegcijferen, bijvoorbeeld. Dat kan ook je verhaalthema vormen, al hoeft dat niet altijd. Levensthema en verhaalthema moeten echter wel raakvlakken hebben.

Thema van het algemene verhaal

Hoewel je hoofdpersonage het gereedschap is om de lezer in jouw fictieve wereld te laten rondlopen, is jouw fictieve wereld meer dan hoe je personage die beleeft. Wil je vertellen over een oorlog, dan kan jouw held een soldaat zijn, maar dan moet je ook de nodige scènes besteden aan de honger en ellende die de burgers, of familieleden van de soldaat die niet in het leger dienen. Anders wordt je verhaal uitgedund tot een verslag over een soldaat op een ‘gewone missie’.

Ook deze soldaat heeft het levensthema wegcijferen: hij moet zichzelf kunnen opofferen en hij is het leger ingegaan om zijn vader trots te maken, hoewel hij het in zijn broek doet bij de gedachte een geweer te moeten hanteren. Het verhaalthema is hetzelfde: de dictator cijfert het belang van mensenlevens weg, mensen verkopen dierbare bezittingen om eten te kunnen kopen en cijferen daarmee emotionele waarde weg ten behoeve van levensbehoud…

Dan ga je een groeiproces voor de soldaat bedenken. De optie dat hij zich verzoent met het vooruitzicht zich op te moeten offeren ligt voor de hand. Maar daarmee laat je veel andere mogelijkheden onbenut.

Maatwerk van narratief groeien: wegcijferen

Het maatwerk van narratief groeien begint met kijken wat je personage wegcijfert binnen dat verhaal- of levensthema. Wegcijferen heeft als woord een negatieve en radicale bijklank. Je hoort jezelf niet weg te cijferen voor ander, maar als je een ander wegcijfert, is dat evengoed verkeerd. Maar los van die emotionele koppeling: wat doe je nou eigenlijk als je iets wegcijfert? De offert iets op, ten koste van iets anders. En wel op zo’n manier dat je er niet bij stilstaat wat dat voor eventuele gevolgen heeft.

Dan is het begrip al iets neutraler. Toegegeven, wegcijferen klinkt nog steeds niet fijn. Maar je mag dat in deze ‘brainstormfase’ gerust iets meer loslaten als dat helpt om nog meer passende mogelijkheden te bedenken. Zoals:
* Je solovakantie in Thailand wegcijferen ten gunste van een (saaiere) familievakantie in Oostenrijk.
* Je gezondheid wegcijferen ten gunste van een keertje schaamteloos een zak chips eten tijdens een filmavondje.

Het helpt je namelijk om te bedenken wat je personage op dat moment belangrijker vindt, of over het algemeen meer drijft. Zo kom je erachter wat je personage makkelijk(er) laat liggen of niet doet. Als je op deze manier een aantal dingen opschrijft in de constructie: Kiest je personage voor optie A of B in deze situatie/ in het algemeen, dan zit in dat wat ‘verwaarloosd’ wordt, een goed aanknopingspunt om het groeiproces net iets persoonlijker te maken. Want iedere soldaat cijfert dan misschien het leven weg ten koste van het vaderland, de onzekere soldaat cijfert zijn eigenwaarde weg ten koste van goedkeuring , waar de egoïstische soldaat bescheidenheid wegcijfert ten opzichte van bravoure.

Zoek zo de samenhang tussen bepaalde elementen in de personagebiografie, het verhaal- en levensthema en hetgeen wat het moet ontgelden of juist overwint in de ‘wegcijferingsstrijd’. Dan krijg je een heel geloofwaardig groeiproces om over te vertellen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Kourosh Qaffari verkegen via Unsplash.

Vanuit welke inspiratie start je jouw verhaal?

Inspiratie kan uit allerlei hoeken komen: observaties, schrijfprompts, gesprekken…Maar een enkel woord of gegeven maakt nog geen verhaal. Daarvoor moet je meer informatie zoeken, in een personagebiografie, verhaalthema, een plot of zelfs een sfeer of emotie. Zoveel manieren van schrijven, zoveel mogelijkheden. Wat zijn de aandachtspunten voor de verschillende startblokken waarmee je een verhaal kan beginnen?

Algemene manieren van schrijven: plannen of ontdekken

Er zijn grofweg twee soorten schrijvers als het gaat om hoe die de structuur het schrijven aanpakken. De planners en de ontdekkers. De planners zijn degenen die Chekhov’s gun en het schrijfonderzoek zeer ter harte nemen in hun voorbereiding. Zij schrijven eerst (vrijwel) alles uit in hun losse documenten, opschrijfboekjes en bloknotes, zodat als ze dan gaan schrijven, alles uit het toetsenbord komt rollen. Al het werk is in zekere zin al gedaan, het moet alleen nog uitgewerkt worden. Deze schrijvers moeten vooral onthouden dat ze hier en daar nog een beetje ruimte overlaten voor als er toch nog iets belangrijks komt bovendrijven om mee te nemen. Als je door een extra scène je hele boek om moet gooien omdat je planning en uitwerking zo minutieus is, maak je het jezelf erg lastig.

De ontdekker kijkt al schrijvend waar het verhaal eindigt. Met als gevolg dat er zes hoofdstukken worden besteed aan de kennismaking van een personage. Of dat scène zes eerst wordt geschreven, omdat daar nu inspiratie voor is. Maar vervolgens klopt scène vier dan niet meer, of moet de schrijver zich in allerlei bochten wringen om alles nog kloppend te maken. De ontdekker moet genoeg discipline kunnen opbrengen om uiteindelijk de technische zaken aan de slag te gaan en die te dubbelchecken (Hoe staat het met de spanningsboog? Is dit subplot wel nodig?) in plaats van maar te schrijven, schrijven, schrijven…

Als je weet wat voor schrijver je bent, houd dan deze valkuilen in gedachten: ze kunnen al opduiken vanaf het moment dat je van een heel breed idee een echt verhaal wil schrijven, wat het dan ook is dat je inspiratie geeft.

Schrijven vanuit een plot

Soms is een enkele zin al het begin van een echt verhaal, met een plot dat zich al bijna kant-en-klaar aandient.
* De braaf ogende vrouw ontvoert haar minnaar naar een donker, verafgelegen oord
* Tijdens een storm op zee redt de knappe jongeman het leven van een kind, waar hij noodgedwongen de voogd van wordt.
* De arrogante rijkaard wordt gearresteerd voor corruptie.

Dat klinkt al als een potentiële bestseller, toch? Helaas, het zijn slechts tropes. De reden dat schrijven nog altijd een kunst is en niet een lijstje van acties om af te vinken, is omdat bij creatief schrijven de uitwerking ervan het moeilijk(st)e is. Om ervoor te zorgen dat deze trope zich daadwerkelijk zou kunnen ontpoppen tot een bestseller kijk je naar het schema van save the cat. Staar er niet willekeurig naar, maar probeer grofweg de volgende volgorde aan te houden:
* Bepaal eerst de drie akten en hou dat heel banaal.
1) Er is een arrogante rijkaard
2) Hij wordt opgepakt en er volgt een proces
3) Hij wordt veroordeeld en rot weg in de gevangenis
* Bepaal je hoofdpersoon en diens comfortzone, vervolgens het willen en nodig hebben.
* Kijk wat bijhorende interessante obstakels zijn.
(Deze laatste twee stappen kan je ook omdraaien)

Als je dat duidelijk hebt, heb je een goede basis en een goede kans dat de kop eraf is: nu zullen meer ideeën zich gaan aandienen.

Schrijven vanuit een personage

Als je vanuit een personage een verhaal wil bedenken, maak je natuurlijk eerst een personagegebiografie en begin je met de belangrijkste elementen daarvan. Zowel voor de planner als voor de ontdekker geldt: weet wanneer je moet stoppen met uitwerken. Je kan letterlijk honderden zaken opschrijven, maar slechts een handvol daar van is echt van nut voor het naslagwerk wat de biografie hoort te zijn.
Een personage is niets zonder zijn geliefden. Of het nu degene is waarop je held verliefd is, of de geliefde ‘sidekick’ je personage staat er nooit alleen voor. Het kan helpen ook een kleinschalige(!) biografie voor de belangrijkste medepersonages te maken als je vanuit een persoonlijke beleving met een verhaal wil beginnen. Als je meeleeft met de perceptie van anderen door hun waarheid serieus te nemen, ontvouwt zich al snel een heel mogelijk epos aan verhalen.

Schrijven vanuit observatie

Of het nu een mooie kleur is, een vreselijke ervaring of flard van een gesprek: soms merk je iets op waarbij je onmiddellijk denkt: daar zit een heel verhaal achter! Hier is je eerste stap: woordwebben maken tot je erbij neervalt. Schrijf ieder woord op dat in je opkomt als je aan deze observatie denkt. Doe dat tot je minstens twintig à dertig woorden hebt opgeschreven. Het is de bedoeling dat je tot de kern komt van je ‘inspiratiemoment’ komt, anders blijf je steken bij ‘interessant’ en dat is ontzettend nietszeggend als het daarbij blijft.
Vroeg of laat kom je bij woorden uit die ‘kriebelen’ of die van zichzelf al een bepaald gewicht hebben. Denk aan de titels van de veelbelovende blockbusters: de brave vrouw is hier een veelzeggend woord, want wie verwacht van haar dat ze iemand gaat ontvoeren, of überhaupt een minnaar heeft? Als je zo’n woord tegenkomt, geef die dan een kleurtje, zodat je ze eventueel in categorieën kan onderverdelen.
Deze manier van inspiratie uitwerken is in eerste instantie een zooitje, maar als de puzzelstukjes dan in elkaar vallen, voelt dat des te beter!

Sschrijven vanuit sfeer of toon

Als je een verhaal wil schrijven met een uitgesproken sfeer of toon, moet je je bovenal beseffen dat er emoties of sferen zijn die heel erg breed zijn. Een ‘nare’ sfeer, kan honderdduizend dingen betekenen. Probeer dat concept wat te vernauwen naar iets als gestrest, onuitgeproken woede, de sfeer bij een sterfbed…. Wat dan ook. Kortom: verdiep je vooral in de vele nuances van emoties die er zijn voordat je je om iets anders druk maakt. Anders bestaat de kans dat je boek vanaf het begin gedoemd is te mislukken, omdat je de opzet ervan zelf niet goed begrijpt. Zodra je in de emoties gedoken bent, komen er meestal wel herinneringen of verhaalelementen in je op die bruikbaar zijn voor het verder oriënteren voor je verhaal.

Volgende week volgen er nog meer potentiële startpunten voor je verhaal.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Mediamodifier via Unsplash.

Wanneer is een personagebiografie te uitgebreid?

Het schrijven van een personagebiografie is erg belangrijk. Het geeft je zowel inzicht als grip op het wel en wee van je personage. Alles staat netjes op een rijtje, zodat fouten in de continuïteit zeldzaam worden. Ook kunnen losse stukjes informatie een eureka-moment opleveren voor het plot, of bepaalde samenhang. Toch kan je personagebiografie ook te uitgebreid worden. Wanneer is dat punt bereikt?

Wat staat er altijd in een personagebiografie?

In een personagebiografie staat alles wat belangrijk is om te weten voor je personage. Dit kunnen zeer feitelijke dingen zijn, zoals leeftijd en geboorteplaats, maar ook dingen die je personage meer vorm geven. Denk hierbij aan karaktertrekken en wat voor archetype je personage is: de zaken waarop je kan voortborduren, zowel in de personagebiografie zelf als bij de verdere plotontwikkeling. Er zijn niet echt dingen die je mee móet nemen in de personagebiografie, elk verhaal is immers anders. Al zijn er wel elementen die je niet zo snel links moet laten liggen. De verdieping die deze elementen je geven, vormen de basis voor een personage dat daadwerkelijk een verhaal kan dragen.

Een personagebiografie samenstellen

Omdat ieder verhaal en ieder hoofdpersonage anders is, zal geen personagebiografie hetzelfde zijn. Waar het in het ene verhaal belangrijk is om het lievelingskostje van je personage mee te nemen, omdat het een chef is, maakt dat in een oorlogsverhaal niets uit. Lievelingseten? Wees blij als je eten hebt! Daarom kan het maken van een personagebiografie zowel makkelijk als moeilijk zijn. Het is makkelijk omdat je vrij bent er alles in op te schrijven wat je belangrijk lijkt, het kan moeilijk worden om daarin de grens te zoeken. Niet zozeer omdat je weet of een schoenmaat al dan niet belangrijk is, maar omdat er tijdens het op een rijtje zetten van alle informatie soms een eindeloze stroom aan inspiratie komt. Het is een soort butterfly-effect aan informatie die uiteindelijk een infodump tot gevolg heeft. Een infodump die heel moeilijk aan te passen is, omdat je zelf niet meer weet wat nu belangrijk is en wat toch een detail blijkt te zijn.

Hoe komt een infodump in een personagebiografie tot stand?

Stel dat jouw supersociale, vrolijk personage receptionist is bij een hotel. Dat zijn dingen die je puntsgewijs op kan schrijven in de biografie, zoals dat format van je vraagt.
* Beroep: receptionist
* karaktertrekken: sociaal, vrolijk.

Dan bedenk je je: omdat het personage goed met klanten overweg kan, gaan die waarschijnlijk altijd met een goed gevoel weer naar huis. Daar kan ik iets mee! Een goede beoordeling op Tripadvisor is het gevolg en de receptionist wordt werknemer van de maand. Je schrijft verder:
* Heimelijk geluksmomentje: als een klant tevreden naar huis gaat
* Trots moment: toen het werd benoemd tot werknemer van de maand

Maar dan komt dat echte butterfly effect ineens om de hoek kijken, want met deze informatie komen er plotseling niet zozeer feiten naar de oppervlakte, maar complete verhaalideeën. Toen hij werknemer van de maand werd, kreeg de receptionist ook een eenmalige bonus. Daarvan heeft het een mooi cadeau gekocht voor diens wederhelft. Precies dat cadeau wat al een tijd op de wensenlijst stond. Daar kwam de receptionist achter toen het toevallig van een vriend hoorde dat de wederhelft voor dat cadeau aan het sparen was. Hé, inspiratie!
* Karaktertrekken: sociaal, vrolijk, attent, onzelfzuchtig
* Laat waarderingen zien aan anderen door middel van: verrassingen
* Zwakke punt: kan af en toe wat stiekem zijn, gevoelig voor roddelen

Nu staan er een aantal dingen in de personagebiografie die best specifiek zijn. Dat is niet erg, zoals je al kon lezen bij het voorbeeld over het lievelingskostje. Ook hoeft deze informatie niet per se het hele verhaal te blokkeren. Het feit dat dit personage gevoelig is voor roddelen, kan je later ook gebruiken om een plottwist mee te starten, of het personage mee in de penarie te laten belanden. Het wordt een probleem zodra je de informatie die tot stand komt door een flits van inspiratie niet meer los kan zien van het verhaal dat met die informatie ‘meelift’. Merk je dat je de neiging hebt om telkens weer te schrijven over dat cadeau -de blijk van waardering middels verrassingen- omdat dat zo mooi aansluit bij de goede relatie tussen deze twee mensen? Als je daar een compleet hoofdstuk aan gaat wijden om alleen dat te bewijzen, terwijl je hun liefde ook met kort en krachtige show don’t tells door het verhaal heen kan schetsen, ga je te ver. Dan zet je het plot op slot omwille van een feitje dat jij persoonlijk leuk vindt en wordt dit ‘miniplot’ niet meer dan een infodump van vele woorden.

Laat het lot beslissen

Als je te veel informatie specifiek uitschrijft in een personagebiografie, leidt dat ertoe dat je net zoals in het voorbeeld hierboven op den duur veel miniplots krijgt die langzaam maar zeker het complete verhaal kunnen opslokken. Daarmee beslis je in feite het complete verhaalverloop en dat is niet de bedoeling van een personagebiografie.
Vergelijk het met een levensloop: die kan je in de brede zin (proberen te) bepalen, maar tot in detail alles plannen gaat niet. Vroeg of laat komt het lot ertussen. Beschouw jouw creatieve inspiratie in dit geval als het lot. Die moet ook af en toe de ruimte kunnen krijgen om te beslissen, zeker tijdens het schrijfproces. Als je je personagebiografie beschouwt als iets dat definitief is en als heilig moet worden beschouwd, zet je je creativiteit tijdens het schrijven op slot. Schrappen gaat dan vrijwel onmogelijk worden en als je nieuwe inspiratie krijgt, is het niet mogelijk om die nog toe te voegen aan een verhaallijn die al bijna rond was.
Onthoud: je personagebiografie blijft een naslagwerk, niet een complete verhaallijn waar alleen nog maar een omzet van statisch format naar een goede zinsbouw voor nodig is.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto gemaakt door Glenn Carstens-Peters verkregen via Unsplash.

Zo kan je schrappen op grote schaal: deel 2

Je bent begonnen met een grote revisieronde en weet al dat je soms heel radicaal moet schrappen. Soms moeten hele hoofdstukken worden geschrapt of tot enkele zinnen worden ingekort om de vaart in je verhaal te houden. Hoe kan je naar je hele boek kijken om te zien wat mag blijven in je schrapronde, zonder dat je alsnog vervalt in schrappen per scène, alinea of zelfs zin?

Korte terugblik: scènes schrappen

Zoals je al kon lezen in het voorbeeld van vorige week, kan het nodig zijn om je eerste inleidende hoofdstukken compleet te schrappen. Om het voorbeeld van Simon en Jonna nog maar eens te gebruiken. Stel dat je wil schrijven hoe deze kinderen hun eerste jaar in de brugklas gaan beleven. De verleiding kan dan groot zijn om de hoofdstukindeling – let op, hoofdstukindeling, niet scène-indeling!- ongeveer zo op te stellen:

Hoofdstuk 1: een normale dag in groep 8
Hoofdstuk 2: kermis
Hoofdstuk 3: afscheidsmusical
Hoofdstuk 4: de eerste dag van de brugklas

met het idee dat de lezers moet weten wat voor vlees ze in de kuip hebben voordat ze mee kunnen leven met de brugklasavonturen van Simon en Jonna. En als gevolg dat je daar ook vele honderden, zo niet duizenden woorden aan moet besteden. Maar dat is niet zo. Als je de kermisscène uit zou schrijven zoals het voorbeeld van vorige week, kan dat je introductiescène vormen, en kan je hoofdstuk 1 ‘de rest van hoofdstuk 2’ en hoofdstuk 3 helemaal schrappen. Afhankelijk van waar je het brugklasavontuur precies wil starten, kan zelfs hoofdstuk 4 misschien ook helemaal de laan uit worden gestuurd. Vraag jezelf bijvoorbeeld af: gaat het om de spanning van de eerste dag, of wil je vooral schetsen hoe het leven als brugklasser is voor deze kinderen?

Wat wil ik vertellen met een scène?

Hoeveel je uiteindelijk gaat schrappen, is afhankelijk van wat je met een scène of een hoofdstuk wil vertellen. Precies dat moet het uitgangspunt worden als je op grote schaal wil schrappen. Bedenk daarbij of je écht een complete scène of een compleet hoofdstuk nodig hebt om dat duidelijk te maken. Kan je een hoofdstuk vervangen door een enkele scène of een scène door (een) enkele zin(nen)? Je zal ervan schrikken hoe vaak dat het geval is.

Om te bedenken wat je precies wil vertellen met een scène of hoofdstuk, kan je kijken wat de functie ervan is:
* spanning oproepen
* hints geven naar een latere plottwist
* in het hoofd van een personage duiken
* iets introduceren (een idee, personage, omgeving…)
* sfeer omschrijven
* een ‘pauze’ van rust inlassen na een heftige scène
* een overgang naar een volgende akte

enzovoorts.

Selecteren van hoofdstukken en scènes bij het schrappen

Het is een flinke klus, maar het helpt wel om je hele boek kritisch onder de loep te nemen, zonder in details te verzanden. Noteer van ieder hoofdstuk (en later ook van iedere scène, als je echt fanatiek bent) welk van de bovenstaande functie(s) je hoofdstuk heeft, voordat je de tekst opnieuw gaat lezen. Dan ga je er nog blanco in en kun je je niet laten afleiden door wat er daadwerkelijk geschreven staat, maar hou je de aandacht bij wat er hoort te staan.
Lees vervolgens je hoofdstuk. Als je de functies niet op de checklistje staan, mag je ze zonder genade schrappen. Twijfel je nog, dan kan je wat meer gaan inzoomen. Van hoofdstuk ga je naar scène, of van scène naar alinea. Hebben die kleinere gedeelte de functie wel? Dan kan je overwegen om iets te verschuiven.

Schuiven met scènes

Het kan gebeuren dat je een briljante scène hebt geschreven, maar dat die niet in het hoofdstuk past, omdat de functie van de scène niet aansluit bij die van het hoofdstuk. Gooi die scène dan alsjeblieft niet zomaar weg! Ga in plaats daarvan andersom werken. Schrijf op wat voor functie(s) die scène heeft en kijk vervolgens waar die scène nog wel tot zijn recht kan komen. Hou daarbij wel rekening met zaken als:
* staat een eventuele hint naar een plottwist nog wel logisch?
* zijn alle personages op die nieuwe plek in het verhaal al bekend genoeg voor de lezer om met hen mee te leven?
* komt het doel van de scène niet in de knoop met de functie van de akte waarin je hem naartoe verhuist?

Aanpassen van scènes

Mocht je gaan schuiven met scènes, wees dan niet bang om (kleine) aanpassingen te maken. Stel dat de functie van de scène perfect past, maar hij ineens plaats vindt in het bos, waar het in eerste instantie het strand betrof. Ga eerst even na hoe belangrijk de eigenlijke locatie is. Misschien is daar wel een goede reden voor. Zo niet, pas het dan aan. Uiteindelijk is het zelden zo dat lezers iets zeer waarderen om een detail als locatie. Ja, dat zijn details, ook al lijkt het tijdens zo’n revisieronde niet zo. Een lezer keurt makkelijker iets af om iets wat niet logisch is of passend is. Natuurlijk kan je lezers aangenaam verrassen met een goede scène. Maar meestal zijn de scènes die een lezer ook nog na het dichtslaan van een boek nog bijblijven, geen resultaat van schuiven en reviseren. Die scènes zijn van zichzelf al pico bello.

De laatste controle bij het schrappen op grote schaal

Probeer het lezen van je boek als geheel, die allerlaatste controle, ook echt tot het laatst te bewaren, als je vrijwel zeker weet dat alles op zijn plek staat en alles wat geschrapt en verschoven is, op zijn plek staat. Als je na ieder hoofdstuk reviseren het hoofdstuk weer opnieuw gaat lezen ( afzonderlijk of het hele verhaal tot aan het betreffende hoofdstuk) dan zie je het grote plaatje niet meer. Het mogen dan de ‘details op grote schaal zijn’ maar iets talloze keren lezen zorgt er alsnog voor dat je een blinde vlek ontwikkelt voor dingen die je al zestien keer gelezen hebt. En dan kun je niet meer objectief reviseren, op welke schaal dan ook.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Kelly Sikkema verkregen via Unsplash.

Zo kan je schrappen op grote schaal: inleiding

Schrappen op scène-of zinsniveau is relatief makkelijk: daar zijn een aantal trucs voor. Maar je complete boek aan een revisieronde onderwerpen is toch wat anders. Niet het kijken naar de details, maar naar het grote geheel, vergt een andere aanpak. Hoe begin je daarmee?

De waarde van schrappen

Het is altijd waardevol om je tekst nog even goed te bekijken. Tijdens het schrijven van je eerste versie zie je niet (zo snel) waar spellingsfouten, infodumps, darlings, kromme zinnen of onnodige stukken verstopt zitten. In je enthousiasme of flits van inspiratie schrijf je vaak zo snel dat inconsistenties niet meer zo zichtbaar zijn. Daarom is het belangrijk om regelmatig te schrappen of te herlezen. Daar wordt je verhaal beter van en merk je gaten in het plot op, of kan je ze voorkomen.

Het beeld van je verhaal en het beeld van je boek

Als je het hele verhaal wil nakijken, dan kom je voor een moeilijke uitdaging te staan. Ten behoeve van de duidelijkheid maak in deze blogpost onderscheid maken tussen de term ‘je boek’ en ‘je verhaal’.
* Je verhaal: het verhaal zoals het zich in je hoofd afspeelt, en hoe je het grofweg in grote lijnen voor je ziet.
* Je boek: je boek is datgene wat je daadwerkelijk opschrijft, inclusief alle diepgang, thema’s, sfeeromschrijvingen, symboliek et cetera.

Zo je wil: je verhaal is de snelle verbale boekbespreking van de basisschool, waar je boek het uitgebreide, verdiepende boekverslag van de examenklas op de middelbare school betreft.

Het feit dat schrijvers enthousiast zijn over de eerste versie van hun werk, is in dit opzicht zowel een zegen als een vloek. Je kan niet goed schrijven zonder enthousiasme en creativiteit, maar het risico is dat je te veel met je verhaal bezig bent, en vergeet dat je een boek aan het schrijven bent.

Voor jou als bedenker van het verhaal is het kristalhelder: waar het verhaal naartoe gaat en wat de (impliciete) thema’s en symbolieken zijn, wat de achtergrond van je personages is… Maar uiteindelijk schrijf je een boek, en moet je dus ook met je boek bezig zijn, niet alleen met het verhaal. Anders gaat de lezer zich vroeg of laat vervelen of blijft die in verwarring achter. Wees je ervan bewust dat een schrijver die te veel met het verhaal bezig is, en niet met het boek, erg vatbaar is voor het gevaarlijke verschijnsel van een te aanwezige innerlijke voorlezer. En zolang als je op die ogenschijnlijk onschuldige manier alleen losse zinnen, enkele scènes of de premisse van je verhaal ziet, zal je je boek nooit een algemene revisie kunnen geven. Dan wordt schrappen op grote schaal onmogelijk.

De essentie van je verhaal vinden

Wat vaak gebeurt als je te veel met je verhaal en te weinig met je boek bezig bent, is dat je opstartproblemen krijgt. Je besteedt dan de eerste hoofdstukken of scènes aan de introducties en achtergronden van je personages.
Die valkuil is echt niet zo gek: “Het boek gaat over Simon, dus dan moet ik toch schrijven hoe zijn normale leven is, voordat het op zijn kop gezet kan worden? Dat is toch het hele idee van beat 1 en 2 van de drieaktenstructuur?” Zeker, maar dáár zit dat essentiële verschil tussen je verhaal en je boek.

Het verhaal zou lezen als:
Simon gaat met zijn vrienden naar de kermis. Als een achtstegroeper, de oudste van de basisschool, moet hij natuurlijk de stoerste zijn. Maar hij is vreselijk bang voor die ene attractie die hoog in de lucht alle kanten op slingert. Hij wordt al misselijk als hij ernaar kijkt. Daarom verzint hij een list. Zijn vriendin Jonna zit in het complot. Vlak voor Simon de gevreesde ‘Booster’ in gaat, zal zij hem uitnodigen om een oliebol mee te gaan eten, op de enige tijd en dag dat zij zogenaamd van haar ouders naar de kermis mag. Als dat niet lukt en Simon alsnog wordt uitgelachen, hebben de vrienden alsnog iets lekkers te delen…

Het boek zou lezen als:

Simons knieën beginnen te knikken als ziet hoe de gevaarlijkst ogende attractie van de kermis heen en weer raast. Hij ziet vanaf een afstandje hoe zijn vriend Lars Igor uit groep 7 staat uit te lachen. “Ukkie!” sneert hij. Igor is inderdaad niet de grootste, maar sinds Lars de hoofdrol toegewezen heeft gekregen in de afscheidsmusical, doet hij net alsof de hele school van hem is. Dat hoeft nou ook weer niet: Natuurlijk, de maffiabaas was een rol die iedereen wilde hebben, maar Simon is dik tevreden met de minder grote rol van gewiekste, extraverte autohandelaar. Hij houdt van overdreven acteren.
Lars draait zich om en loopt naar Simon. “Ha, Simon, klaar voor de Booster?”
“N-nou, ik wacht op Jonna.”
“Wil je nou zeggen dat je straks naar de brugklas wil gaan zonder ooit in de booster te zijn geweest?”
“Ik, eh…”
“Kom op, joh! Straks wordt je uitgelachen voor brugwup, dat wil je toch niet?”
“Simon, daar ben je!” Jonna komt aangelopen.
“Hoi Lars. Sorry, maar Simon en ik hebben afgesproken om een oliebol te gaan eten.”
“Oké, dan ga ik wel alleen, bangebroek!”
Lars loopt hanig naar de gevreesde attractie en Simon en Jonna lopen naar de oliebollenkraam. Jonna betaalt de oliebol voor hen allebei. Als ze Simons oliebol overhandigt, drukt ze snel en verlegen een kus op zijn wang. Simon wordt vuurrood, maar grijnst ook tevreden en geeft Jonna snel een kus terug. Voor zover Simon weet is Lars nog nooit gekust…
Met de oliebol in de hand gaan Simon en Jonna richting de Booster om Lars daar op te halen. Die komt wankelend de attractie uit. Met een blik op de oliebollen van Simon en Jonna, sprint hij weg. Even later klinkt er een vies gespetter en komt er een zure lucht hun kant op drijven.

In dit voorbeeld lijkt dat misschien niet zo, maar deze boekscène is veel korter en bondiger dan het voorbeeld van het verhaal. In slechts enkele zinnen wordt bijvoorbeeld duidelijk dat Jonna en Simon al langer een oogje op elkaar hebben. Als ik volgens een verhaal had geschreven, was de verleiding groot geweest om een compleet hoofdstuk te wijden aan (opbloeiende) vriendschap tussen de twee kinderen, die tot de kus gaat leiden. Het boek heeft nodige mate van show don’t tell, waardoor het verhaal implicieter en ook korter wordt.

Als je grote lappen tekst wil reviseren, moet je kunnen zien wat in je tekst volgens een verhaal moet schrijven – en waar het dus langer mag zijn- en wanneer het gebaat is bij het schrijven volgens een boek. Daarover volgende week meer.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Clem Onojeghuo verkregen via Unsplash.

Hoe begin je met reviseren aan je boek?

Als je dan eindelijk je boek klaar hebt, volgt er altijd nog een rondje revisie voor je het naar een uitgever stuurt, of het aan lezers geeft. Hoe pak je dat aan? Je kan natuurlijk je rode pen tevoorschijn halen en krabbelen waar je kan, maar er zijn ook een aantal trucjes die je kan gebruiken om het toch al rommelige proces van reviseren net iets makkelijker te maken.

Reviseren begint al vóór de start

Je boek echt nakijken kan natuurlijk pas als het geschreven is. Maar je maakt het jezelf een stuk makkelijker als je al bepaalde checklistjes maakt zodra je aan het schrijven begint. Geen zorgen: vaak zijn dit lijstjes die je al maakt om in de tekentafelfase alles duidelijk te krijgen. Je hoeft dus geen uren te besteden aan deze lijstjes. Hoewel deze checklistjes per genre kunnen verschillen -een uitwerking van een moord is niet nodig in een streekroman- doe je er goed aan om in ieder geval een handvol lijstjes voor te bereiden.

Checklistjes voor aanvang van reviseren

De checklistjes voor aanvang van het schrijven moet je heel breed houden: je hebt immers nog vrijwel tot geen inhoud. Deze lijstjes zijn dus om de absolute basis af te kunnen vinken. Daarom bestaan ze uit een concrete vraag. Voorbeelden
* Het centraal conflict: volgt dat de drie-aktenstructuur?
* Plottwist: Is die aanwezig? Zo ja: wordt de onthulling op een logische plaats in het verhaal gegeven?
* Tijdlijn: zitten er gaten in? (Lees: zijn er geen onlogische tijdssprongen, of wordt er een tijdsperiode onbedoeld overgeslagen?)
* Is mijn einde open of gesloten? Is dat nog steeds zoals ik in de eerste brainstormfase had bedacht?

Merk op dat je nog helemaal niet ingaat op het karakter van je personages, de kwaliteit van je schrijftechniek. Daar hoef je nog niet op te letten tijdens deze zeer globale revisieronde. Als je deze eerste punten nagaat (bijvoorbeeld door na te gaan of je ieder punt van de drie-aktenstructuur kan afvinken) zal je de grootste fouten in het verhaal ontdekken als die er nog zijn. Meestal zie je daardoor ook wat andere fouten, waardoor je een kettingreactie krijgt aan wat nodig is aan revisies.
“O, mijn heldin beleeft geen crisis. Dan is ze misschien óók meer Mary Sue dan me lief is…”Als dat zo is, moet er heel veel terug naar de tekentafel. Zoveel, dat het nog helemaal geen zin heeft om je om verdiepende details druk te maken…

Waarom schreef je? Wat staat centraal?

Als je de eerste revisieronde hebt doorstaan, kan je gaan bedenken waarom je nu eigenlijk schreef, en wat jouw boek zo uniek maakt. Ik heb het dan over de stijl, niet over het eigenlijke plot.
Iedere schrijver heeft zo zijn voorkeur of specialisatie als het een bepaalde stijl betreft.
Als ik als uitgever jou voor mij zou hebben en ik zou zeggen: “Er zijn hier drie schrijvers en die hebben exact dezelfde achterflaptekst geschreven. Wat mij betreft verschilt jouw verhaal dus niet van anderen. Vertel mij eens waarom ik jouw verhaal dan moet kiezen, en die twee andere niet?”

Wat is het nou echt dat jouw verhaal van de bladzijdes af laat spatten?

Je weet waarschijnlijk wel van jezelf wat jouw schrijversstem uniek maakt. Wilde je met dit boek de lezer meenemen naar een andere wereld en doe je dat met prachtige sfeeromschrijvingen? Of word je blij van het intensief uitwerken van personages? Bedenk: je schrijft niet alleen omdat je iets op papier wil zetten, maar waarschijnlijk ook omdat je een bepaald aspect van schrijven of jouw schrijfstijl graag op de voorgrond wil zetten.
Als je schrijft op een manier waar je blij van wordt, is dat vaak ook je sterke punt. Bij je sterke punt komen vaak ook schrijftechnieken kijken. Bedenk welke dat zijn en ga die nog eens goed na.
Als je heel gedetailleerd kan schrijven, ga dan eens na in hoeverre Chekhov’s gun je goed gelukt is. Of, als jouw medepersonages altijd erg sterk zijn, ze ook een goed uitgewerkte eigen heldenreis hebben.
Maak vervolgens van deze aspecten een lijstje met afvinkpunten en ga die in detail na. Let op je persoonlijke valkuilen, algemene aandachtspunten en ga eens na hoe ver je al bent.

Checklist van feedback

Je hebt misschien ook feedback van je proeflezers verwerkt. Kijk ten slotte nog eens in welk opzicht jouw verhaal in zijn geheel nu veranderd is en of dat op zijn punt weer gevolgen heeft voor personageontwikkelingen of plottwists, zoals je bij het eerste globale checklistje al deed. Maar doe dat nu wel in detail, zodat je alles wat loszit, weer kunt vastschroeven 😉

Ideale manier van reviseren?

Met bovenstaande tips moet je al een heel eind kunnen komen met een eerste revisieronde voor je boek. Kijk wat bij je past en ook vooral welk genre je schrijft. Hou er ook rekening mee dat na een eerste volledige revisieronde er bijna altijd een tweede volgt (en een derde en misschien zelfs een vierde…) Weet dan dat je op een bepaald moment revisie moet gaan uitbesteden om niet in de valkuil van de blinde vlek te vallen.
Als je dat al gedaan hebt, of daar geen behoefte aan hebt, is er altijd nog een laatste truc. Daar heb je echter wel wat tijd voor nodig.
Leg je boek minstens drie maanden helemaal weg. Je mag zelfs die ene mooie zin niet meer teruglezen. Leg het manuscript achter slot en grendel! Na die drie maanden lees je het nog eens helemaal van voor tot achter, als het even kan in een zitting of enkele dagen. Als je dan je eigen boek kan lezen zonder je aan foutjes ( groot of klein) te ergeren, mag je erop vertrouwen dat het goed is!

Maar net als bij schrijven geldt dat er geen waterdichte regels zijn. Probeer het uit en kijk waar je eindigt. Succes!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Een einde schrijven bij een open einde

De meeste verhalen hebben een duidelijk centraal conflict. Er zijn obstakels die overwonnen moeten worden. Dat geeft de held iets om voor te vechten. Maar er zijn ook verhalen waarin de held slechts onderhevig is aan een aantal omstandigheden en niet per se iets vaststaands of duidelijks wil of kan bereiken. Dan krijg je een open einde. Hoe schrijf je daarvoor het slot?

Spieken bij biografische verhalen voor een open einde

Het echte leven houdt zich niet aan zoiets theoretisch en door de mens bedachte schema’s. Zoals in de The Dutchess. Die film gaat over een Engelse hertogin in de achttiende eeuw. Georgiana zit vast in een liefdeloos huwelijk, terwijl haar man een affaire heeft met haar beste vriendin, die later nog bij hen in gaat wonen. Ook krijgt Georgiana nog een buitenechtelijk kind.
De film eindigt grofweg als Georgiana eindelijk een mannelijke erfgenaam krijgt, iets waar haar man haar jarenlang voor bespotte omdat ze die niet kon geven. Het zwarte scherm na afloop vatte in een paar zinnen samen dat de hertogin haar buitenechtelijke kind nog regelmatig opzocht en haar vriendin voor de rest van haar leven bij haar en haar man inwoonde. In theorie nog een uur aan drama en verhalen om te vullen. Maar toch moest de film daar stoppen, om een eindeloze afronding van ‘en toen, en toen, o ja, trouwens, dit gebeurde ook nog’ te voorkomen.
Je kan van deze film niet helemaal zeggen dat het krijgen van een mannelijke erfgenaam hét centrale conflict is voor Georgiana; daar gebeurt simpelweg te veel voor. Hoe schrijf je een einde als je geen duidelijk centraal conflict of schema hebt om van te ‘spieken’ wanneer het daarvoor tijd is?

Emotie centraal stellen

Als er zoveel op je personage afkomt, is het niet te doen om de eindjes aan elkaar te breien als je uitgaat van verhaallijnen. Kijk in plaats daarvan wat je personage emotioneel beweegt. Zoek daarvoor eerst naar de kernemotie van je verhaal. In deze blogpost kan je lezen wat ik daarmee bedoel en in deze blogpost vind je wat voorbeelden hoe je dat in de praktijk brengt. Als je uitgaat van het principe dat een personage met een ´verhaal zonder einde´ op zoek is naar een beleving (van een bepaalde emotie) dan is het einde al stukken makkelijker te bepalen. Ga maar na: als je moet schrijven over zowel een liefdeloos huwelijk als bedrog als verraad en het gescheiden zijn van je kind, dan is het veel handiger om uit te gaan van de emotie gemis dan van wat al die zaken afzonderlijk qua verhaallijn met zich meebrengen. Bij emoties speelt er de ene keer misschien woede, de andere keer verdriet, maar altijd is er sprake van gemis. Of dat nu trouw, liefde of zekerheid betreft.

Verhaalthema centraal stellen versus emotie centraal stellen

Je zou van bovenstaand voorbeeld kunnen zeggen dat gemis simpelweg het verhaalthema betreft. Toch helpt het thema in dit geval niet om te bepalen wanneer je verhaal af is. Een thema is namelijk een (terugkerend) gegeven, geen zuiver doel. Een thema is er, ongeacht of het een bepaald resultaat oplevert en hoe het personage dat beleeft. Dat geeft het ook geen duidelijk einde. Als een verslaving of de gevolgen daarvan voor de betrokkenen voort blijft duren, heb je een uitstekend terugkerend thema, maar is het een stuk lastiger om te bepalen wanneer die gevolgen (lees: je verhaal) ‘afgelopen zijn’. Als je personage een emotie moet bereiken, is daar veel duidelijker een vinger op te leggen. Een prettig gevolg is dat je aan het ‘behalen’ van die emotie vaak een concrete gebeurtenis kan koppelen. In de volgende tabel ga ik opnieuw uit van het thema verslaving. Het doel is daarbij dus uitgesproken niet om te bepalen of de verslaving al dan niet overwonnen wordt. Dat kan je ook zien: in deze voorbeelden blijft de verslaving bestaan. Maar als je kijkt naar hoe een personage bepaalde emoties ondergaat, kan dat wel een heel ander einde aan het verhaal geven.

Narratief na te streven ‘slotemotie’wordt ‘behaald’ doordat geeft de concrete scène/ het concrete einde
ultieme verslagenheidsteeds opnieuw dingen proberen die maar niet mogen baten en je mentale taks bereiken. Dochter wordt opgehaald door een gespecialiseerde hulpverlenersinstantie, omdat moeders pogingen om dochter clean te krijgen telkens op niets uitdraaien.
extreme machteloosheidhet idee: ik weet niet wat ik moet doen en daardoor bevries ik in mijn doen en laten.Een beeld waarin dochter zich nogmaals tegoed doet aan drugs, omdat niemand haar kan helpen, of in staat is haar een halt toe te roepen.
gelijkmoedigheidhet idee: ik kan niets meer aan de situatie doen en daar heb ik mee te leven. Moeder doet de deur van de kliniek achter haar dicht, nadat dochter voor de zoveelste keer is opgenomen, wetende dat er voor dochter wordt gezorgd.


Slotemoties en het willen en nodig hebben van je personage

Lees deze blogpost nog eens als je een zetje wil voor het bepalen van je einde. Die gaat wat meer uit van het centrale conflict, maar je zal merken dat er ook bepaalde emoties bij komen kijken. Lees in de blogpost goed na wat je vooraf al moet weten of bepalen als je je het einde in gaat zetten. Als je van het begin af aan weet welke kernemotie centraal moet staan om naar het open einde toe te werken, zal dat stukken makkelijker gaan. Dan weet je ook welke gebeurtenissen je in je verhaal moet verwerken. Ook zal het emotionele doen en laten van je personage logischer zijn. En dat helpt om je personage uniek en levendig te maken. Kijk ook eens goed naar de personagebiografie. Staat daar misschien iets in wat tussen de regels door verklapt waar je je personage emotioneel naartoe kan laten groeien?

Wees ook vooral niet bang om te experimenteren als je een open einde gaat schrijven. De term zegt het al: er is meer dan een optie en er is dus geen goed of fout. Probeer vooral uit wat er voor jou (w verhaal) werkt en wat juist niet.

Succes!

Foto door Patrick Tomasso op Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

‘Ik hou van jou’ schrijven in een verhaal

Veel romantische verhalen hebben uitgebreide beschrijvingen over de eerste vlinders in de buik. Maar als je personages als koppel moeten eindigen, moet er uiteindelijk een knoop worden doorgehakt. Hoe krijg je personages als koppel bij elkaar zonder dat dat geforceerd overkomt?

Schrijf nooit een koppel in je verhaal ‘omdat dat hoort’

Laten we beginnen met het allerbelangrijkste: laat twee personages nóóit met elkaar eindigen of hun gevoelens opbiechten ‘omdat het nou eenmaal zo hoort’ dat er in een verhaal een romantisch koppel voorkomt. Hier kan je uitgebreid lezen waarom dat enorme schade aan je verhaal kan aanrichten.
Deze blogpost gaat over het koppelen van personages die daadwerkelijk van elkaar (gaan) houden en wiens relatie ook meerwaarde heeft voor het verhaal.

De aanloop naar een relatie in een verhaal

Voordat je het hoge woord eruit gooit: weet je zeker dat het de lezer al duidelijk is waarom deze personages goed bij elkaar (zouden) passen? Nee, echt waar: zeker weten? Heb je al voldoende signalen afgegeven en zijn de persoonlijkheden van beide personages goed uitgewerkt? Kennen de personages elkaar überhaupt goed genoeg om echt verliefd te zijn of te worden? Als je te vroeg piekt, is de relatie die volgt niet geloofwaardig meer voor de rest van het verhaal. Lees hier hoe en waarom een relatie narratief gezien (vroegtijdig) strandt.

De hamvraag: hoe dan?

Zoals altijd met schrijven werkt iets pas goed op het moment dat een trope goed is afgestemd op de specifieke omstandigheden die bij jouw unieke verhaal passen. Maar het moment van ‘Ik hou van jou,’ blijft hoe dan ook lastig om te schrijven, ook al blijf je dicht bij je eigen verhaal. Omdat er eindeloos veel liefdesverhalen zijn, is de kans enorm dat jouw liefdesverklaring al tig keer in die vorm is verteld. Denk aan de echte clichés als tijdens een boottochtje bij volle maan, maar ook aan een aankomend koppel dat rondloopt in een heuvelig park, in een moment van onoplettendheid pardoes van een heuvel kukelt, niet bijkomt van het lachen en elkaar vervolgens veelbetekenend in de ogen kijkt.
Als een trope al -misschien wel letterlijk- honderden miljoenen keer is gebruikt, is de kans nu eenmaal groter dat een uniek lijkende trope toch óók al honderden keren is verteld…Clichés echt voor de volle honderd procent voorkomen is in dit geval dus zo goed als onmogelijk. Als je het ‘hoofdstuk opbiechten’ in drie delen splitst, kan je dit moment alsnog redelijk origineel maken. Die delen zijn: de manier, het moment en de plaats waarop.

De manier waarop

Op het moment dat een personage het welbekende ‘Ik hou van jou’ uitspreekt, doet zich negenennegentig procent van de tijd een van de volgende scenario’s voor:
* Het moment is spannend, omdat de opbiechter zenuwachtig is en zich ongemakkelijk voelt;
* Het moment is superromantisch omdat de opbiechter zelfverzekerd is. Dan maakt het niet meer uit of het gebaar traditioneel gezien romantisch, of objectief gezien eerder ‘nerdy’ is, dan is alles schattig of romantisch. Let daar maar eens op 😉 .

Is poolen normaalgesproken eerder iets voor oudere mannen? Maakt niet uit: als de vonk er is, is dit moment (tijdelijk) ontzettend romantisch of aandoenlijk.
Foto door Luana Azevedo op Unsplash

Omdat deze beide scenario’s op hun eigen manier weinig origineel zijn, is dit een goed moment om heel goed te kijken naar de unieke show don’t tells van je personage. Waarin scheelt jouw personage ten opzichte van miljoenen anderen in dezelfde situatie? Komt hij met koekjes aanzetten bij zijn geliefde in plaats van met bonbons? Is zijn peptalk in de aanloop naar dit moment: ‘Morgen ben ik niet langer vrijgezel!’ waar iemand anders affirmeert: ‘Ik kan dit!”? Een optelsom van dit soort persoonlijke trekjes zorgt ervoor dat een standaard moment alsnog erg speciaal kan lezen.

Het moment waarop

In ieder scenario is het opbiechten van je liefde spannend, hoe zelfverzekerd je ook bent. ‘Waarom nu?’ is meestal een retorische vraag. Maar jij moet er een daadwerkelijk antwoord op hebben: waarom verklaart het personage nú zijn liefde? Dat kan relatief simpel zijn -hij houdt de spanning niet langer uit-, of wat ingewikkelder: als hij nú niet zegt wat zijn gevoelens zijn komt de ander die nooit te weten, omdat er een emigratie aanstaande is en contact houden in het buitenland lastig wordt. Hoe dan ook, zorg ervoor dat het antwoord op die vraag duidelijk is. Laat er ook de nodige tijd en sfeeromschrijving aan vooraf gaan om het moment het nodige gewicht te geven.

De plaats waarop

Een eerste keer ‘Ik hou van jou’ zeggen of horen als je knus naast de ander in bed ligt, is héél anders dan wanneer je dat hoort als de ander je in het ziekenhuis komt opzoeken na een ongeluk. Onderschat het effect van de omgeving niet op dit belangrijke moment. Het lokt namelijk totaal andere reacties uit. In het eerste scenario volgt er een gesprek vol opluchting en liefde, in het tweede scenario kan het verwarring en misschien zelfs paniek teweeg brengen. Het is het verschil tussen een gezellig ‘zullen we dan samen op vakantie gaan?’ en ‘Allemachtig, waarom vertel je dat nu pas? Als ik dat eerder had geweten, had ik me niet geblesseerd tijdens het sporten, waardoor ik nu ik in het ziekenhuis lig. Ik was gaan sporten omdat ik meende dat ik nog moest afvallen voor je mij aantrekkelijk zou vinden…’

“Als ik geweten had dat je mij toen ook al aantrekkelijk vond…”
Oeps… Dat geeft wel even een andere twist aan de invulling van een begin van een relatie…
Foto door Madrona Rose op Unsplash

‘Waarom hier?’ hangt nauw samen met ‘waarom nu?’. Het verschil in plaats kan het verschil zijn tussen een fantastische en moeizame start van een relatie. En dat heeft als vanzelf effect op je algehele plotverloop.

In de startblokken voor de clue

In een goede fictieve relatie helpen de geliefden elkaar te groeien in hun persoonlijk centraal conflict. Daarom is het narratief gezien verstandig om een relatie te starten (vlak) vóór een clue in het schema van save the cat. Op dat moment wordt een personage uitgedaagd om iets moeilijks of engs te doen. Hij zal dan om hulp vragen bij iemand anders: een goed moment voor de geliefde om te bewijzen dat hun relatie stevig en ook de moeite van het benoemen waard is. Zodra de clue achter de rug is, zullen de geliefden bovendien dichter naar elkaar zijn toegegroeid, wat de relatie verstevigt. Een prettig pluspunt!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.