Als je dit hebt uitgedacht, ben je klaar om je boek te gaan schrijven

Een goede voorbereiding van je boek voorkomt dat je tijdens het schrijven onnodig veel moet verbeteren. Sommige mensen bereiden zich tot in de puntjes voor voordat ze beginnen met schrijven, anderen maken een globale planning. Er bestaat geen echte handleiding voor een goede voorbereiding, maar je doet er wel verstandig aan in ieder geval de volgende zaken uit te werken voor je begint met schrijven.

1. Doe globaal onderzoek naar je onderwerp

Als je ergens over gaat schrijven, moet je weten hoe het werkt. Anders komt je verhaal ongeloofwaardig over. Daarom moet je schrijfonderzoek doen en daar moet je meteen mee beginnen. Je kan je onderzoek voortzetten tijdens het schrijven, maar zorg wel dat je de basiskennis over je onderwerp hebt vergaard. Het schiet niet op om te beginnen te schrijven over een logopediste als je denkt dat die alleen maar weet hoe ze kinderen kan laten stoppen met lispelen. Je moet op zijn minst weten dat een logopedist ook deskundige therapie kan geven bij stotteren, slikproblemen, taalproblematiek, stemstoornissen en zelfs dyslexie.

2. Ken je personages

Je moet je personages meer dan alleen oppervlakkig kennen, anders kom je vast te zitten met je plot. Als je alleen nog maar weet dat je personage hard werkt en hartelijk is, kan je beter nog even wachten met je verhaal schrijven. Het is leuk dat je dat weet, maar het zegt maar weinig over hoe je personage op de oproep van zijn heldenreis gaat reageren. Doet hij dat gemakkelijk omdat hij ook trots is? Of juist niet omdat hij zijn gezin niet achter wil laten? Dat zijn allemaal factoren die een belangrijke bijdrage leveren aan hoe je personage zich door het verhaal heen beweegt. Zorg dat je zijn algemene levensgeschiedenis kent, zijn belangrijkste normen, waarden en zijn dromen en angsten.

3. Bepaal het centrale conflict

Je moet een zekere continuïteit kunnen bewaken in je verhaal. Tijdens het schrijven, maar zeker ook daarvóór. Als je niet weet wat het centrale conflict van je personage is en wat hij grofweg zal moeten of willen doen om dat aan te gaan, wordt het vrijwel onmogelijk om je verhaal logisch op papier te krijgen. Je kan het centrale conflict zien als houvast waar je steeds weer op terug kan vallen. Als je dat nog niet bepaald hebt, heb je dus te weinig om op voort te borduren.

4. Bepaal eventuele plottwists

Mocht je plottwists in je verhaal willen gaan gebruiken, bepaal die dan vóór je begint. Je moet gedurende het verhaal kleine aanwijzingen geven voor de lezer. Het maakt niet echt uit in welk hoofdstuk ze precies staan, maar je kan niet zomaar losse regels aan aanwijzingen in een bestaande scène plakken. Als je dat wel doet, loop je het risico dat je de toon, thema of het doel van een hele scène ineens verandert. Daarom moet je vooraf weten of er een plottwist komt, zodat je tijdens het schrijven kan bepalen wanneer je de aanwijzingen geeft.
 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Autobiografisch schrijven: vrijblijvend schrijven?

Als je autobiografisch schrijft, schrijf je over je eigen leven. Dan kan het lijken alsof je alles kan schrijven wat je maar wil. Het is jouw leven, dus je deelt wat je wil, en je schrijft over jezelf zoals je wil. Dus autobiografisch schrijven is vast een eitje, toch? Helaas is het niet zo simpel. Waar moet je op letten als je autobiografisch schrijft?

Autobiografisch schrijven: je wordt een personage

Als je autobiografisch gaat schrijven, is er één ding dat je goed moet onthouden. Als je autobiografisch schrijft, krijg je een persona(ge). Dat betekent ook dat je leven de vorm van een fictieverhaal moet krijgen om prettig leesbaar te zijn (tenzij je een soort encyclopedie over jezelf wil schrijven, maar dat is waarschijnlijk niet je bedoeling). Een autobiografie schrijven heeft daardoor veel gemeen met het schrijven van elk ander verhaal waarin de lezer met een personage mee gaat leven. Je wordt meegenomen in de leefwereld van een persoon op papier.
Daarom moet je voordat je aan je levensverhaal begint goed weten wat jij straks ‘als personage’ laat zien of doormaakt. Net zoals bij fictieve personages zal je onderzoek moeten doen.

Autobiografisch schrijven: ken jezelf

Onderzoek naar jezelf kan klinken als een spirituele reis of een afspraak bij de psycholoog. Geen zorgen, zo extreem hoeft het niet te worden. Maar bedenk wel dat als je autobiografisch schrijft je dus een persona(ge) krijgt. Zoals je waarschijnlijk al weet als je al een tijdje oefent met schrijven, betekent dat dat je hoe dan ook een personagebiografie moet maken om een personage realistisch en narratief kloppend verhaal te kunnen schrijven.
Daarom moet je dus heel goed gaan kijken welke dingen er in je leven gebeurd zijn of welke keuze je maakt(e). Alleen dan kun je van een afstandje naar je eigen leven kijken om het te zien als een verhaal, niet als een reeks dingen die je hebt meegemaakt.
Soms kan zoiets als je favoriete vakantieland al iets over je zeggen. Vergelijk:
Jij gaat graag naar een zonnig strand om daar lekker te kunnen luieren. Heb je wel eens bedacht dat dat ontspannen gevoel iets gemeen heeft jouw nonchalante manier van doen? Of dat je juist liever naar bergachtig gebied gaat omdat je dan veel en intensief kan wandelen een actieve vakantie hebt. Geen wonder voor een sportpersoon als jij.

Hou jezelf een spiegel voor als je autobiografisch gaat schrijven.


Een ander voorbeeld. Stel dat je dol bent op lekker eten en zo nu en dan in een Michelinsterrenrestaurant gaat eten.
Waarom ga je dan graag ook naar dat ene restaurant? Is de chique omgeving vertrouwd voor je en ken je de mensen daar goed? Of wil je aan de rest van de wereld laten zien dat je dat etentje kan betalen?
Dit soort vragen zijn voor jezelf om te beantwoorden en het is belangrijk dat je hier niet meteen een waardeoordeel aan hecht. Als je je leefwereld al aan begint te passen om maar ‘juist’ over te komen nog voordat je verhaal stevig staat, dan ga je vroeg of laat jezelf tegenkomen; het zal de continuïteit geen goed doen. Hoe jij als overkomt als persoon of personage is iets van latere zorg. Je moet er rekening mee houden, maar niet op het moment dat je complete verhaalidee nog op de tekentafel ligt.
Leg je eigen interesses en manier van doen en laten onder de loep. Je moet zodra je jezelf een persona(ge) geeft enige samenhang zien in je interesses of zelfs grotere levensgebeurtenissen, anders kan je geen logisch verhaal schrijven.

Autobiografisch schrijven: wie wil je aanspreken?

Je bent als persoon iemand met veel interesses, bezigheden en je hebt verschillende dingen meegemaakt Waar wil je over vertellen? Als je een personage schrijft, staat in diens verhaal altijd een centraal conflict of specifiek onderwerp centraal. Om een verhaal af te bakenen kun je niet vertellen over een leraar/bioloog die colleges geeft op de universiteit, een gezinsleven heeft, soms onderzoek doet in het Amazonegebied en doordeweeks met haar vrienden naar het café gaat om een wijntje te drinken.
Dat kunnen allemaal verhalen zijn:
* over het universiteitsleven;
* over het het onderzoekersleven in de Amazone;
* over het moederschap;
* over een groepje vriendinnen.
Dat zijn vier zulke verschillende verhalen dat de kans klein is dat je daar veel mensen mee aanspreekt. Iemand die geïnteresseerd is in biologisch onderzoek is niet per se ook geïnteresseerd in het gezinsleven. Probeer daarom je doelgroep te bepalen voor je begint met schrijven. Dat bespaart je een hoop gedoe als je eenmaal met schrijven begonnen bent.

Ethisch autobiografisch schrijven

Als je autobiografisch schrijft, moet je fictie en non-fictie balanceren. Je zal dingen moeten verzinnen die niet gebeurd zijn om het verhaal tot een mooi geheel te maken of om bepaalde dingen privé te kunnen houden. Maar lezers denken -al is het maar onbewust- vaak dat wat in een autobiografie is geschreven, precies zo is gebeurd. Dat kan gevolgen hebben. Een voorbeeld:
Ik ben in Hiroshima geweest en heb daar het vredespark bezocht. Dat is er in Nagasaki ook één. Om fictie en non-fictie te scheiden, bezoekt mijn persona in Nagasaki het vredespark. Als ik dan schrijf dat ze de stad helemaal fantastisch vindt, is het niet onlogisch als iemand me vraagt: “Zou je me aanraden om naar Nagasaki te gaan?” terwijl ik daar nooit ben geweest.

Het kindermonument in het atoombomherdenkingspark in Hiroshima (dus niet in Nagasaki).

Dit voorbeeld zou waarschijnlijk geen spannende gevolgen hebben. Maar je kan al snel iets schrijven wat belangrijke gevolgen kan hebben. Denk daar goed over na. Als je autobiografisch schrijft, moet je een bepaalde ethiek in acht nemen. Je zal privacy van jezelf en anderen in acht moeten nemen en bepaalde meningen moeten nuanceren om geen onnodige problemen te krijgen.

Power fantasy: hoe uitzonderlijk mag je personage zijn?

Power fantasy is het gegeven dat elk hoofdpersonage heeft iets extra speciaals heeft. Hij is net iets iets sterker, doortastender of slimmer dan de andere personages. Dat mag, dat maakt hem de held van het verhaal. Maar je kan er ook in doorslaan. Hoe weeg je af hoe uitzonderlijk je personage mag zijn?

Wat is power fantasy?

Power fantasy is het principe dat je held iets sneller leert dan gemiddeld. Soms gaat het zo makkelijk, dat het op het randje van geloofwaardig is. Waar iemand anders een jaar zou doen om een bepaalde vaardigheid te leren, doet je held daar een halfjaar of drie maanden over. Datgene wat je held extra snel leert, komt het grote geheel van het verhaal altijd ten goede: het is niet zomaar een willekeurig gekozen vaardigheid waar de held aanleg voor heeft. Denk aan dingen als:
* een held die later in het verhaal moet leren overleven in het wild, is uitzonderlijk goed in het hanteren van een boog en in knopen leggen;
* een kind dat later een raketgeleerde wordt, heeft een bovengemiddelde wiskundeknobbel;
* een kantoormedewerker die wordt gedwongen later in het verhaal spionagewerk te verrichten, heeft een goed concentratievermogen en oog voor detail;
* Een kind kan toveren, maar weet niet hoe hij zijn magie onder controle moet houden, of bewust kan gebruiken. Later komt dat van pas in de toverwereld/ op een toverschool.

Is power fantasy altijd nodig in een verhaal?

Tot op zekere hoogte is power fantasy altijd nodig in een verhaal. Als je (hoofd)personage niet de nodige vaardigheden heeft om zijn conflicten aan te kunnen, zal hij ofwel zijn comfortzone niet uit kunnen komen, of is zijn centrale conflict zodanig moeilijk dat er geen evenwichtig vallen en opstaan meer is. Kijk eens in het schema van save the cat. Daar zitten pieken en dalen in. Als iets te moeilijk is voor je personages, heb je geen pieken en daarmee geen goede dynamiek voor de rest van het verhaal.

De valkuil van power fantasy

Is het je al opgevallen dat een teveel aan power fantasy een Mary Sue in de hand kan werken? Bij een Mary Sue gaat alles perfect, zonder moeite of fouten en bovendien is het hoofdpersonage niet te evenaren in alles wat hij doet. Daarom moet je heel goed opletten wat je je personage aan power fantasy toebedeelt. Als het al op het randje van het realistische is dat je personage binnen drie maanden iets nieuws leert, ga het dan zeker niet inkorten tot zelfs maar twee maanden en drieënhalve week. Maak je personage niet beter/ sneller/ slimmer… dan absoluut noodzakelijk is om hem dat extra nodige zetje voor het plot te geven.

Power fantasy is als spierballen: als ze soms opvallen, blijf je onder de indruk. Zie je ze de hele tijd, dan zijn de spieren niets speciaals meer. Of dan wordt het personage onnodig een snoever.

De truc van power fantasy

Power fantasy heeft een enigszins geniepig kenmerk: je personage is ergens goed in, terwijl het voor hem relatief weinig voorstelt. Daarbij is het ook nog eens zo dat voor de omgeving van je personage zijn (nieuwe) vaardigheid ofwel niet zo veel opvalt, of in eerste instantie niet bruikbaar lijkt.
De detective in wording heeft weinig aan zijn uitzonderlijke oog voor detail als hij in zijn kantoorbaan daar geen oog voor hoeft te hebben. En de aankomende raketgeleerde heeft dan misschien wel steeds het hoogste cijfer van de klas bij de exacte vakken, maar hé, in elke klas zit wel een bolleboos. Daar wordt je niet meteen een potentiele superheld van. En als je kan toveren, maar die krachten niet bewust kan sturen, heb je er maar weinig aan.

Een goede power fantasy vindt de balans tussen het ongewone gewoon laten lijken en een talent laten opvallen in een plaats waar het (in eerste instantie) niet tot zijn recht of van pas komt. Daarin zit het verschil met een Mary Sue. Waar zij onmiddellijk gelauwerd wordt voor alles wat ze doet en alles wat ze aanraakt onmiddellijk in goud verandert, heeft een held met power fantasy krachten een gave die meer onder de oppervlakte lijkt te sluimeren en gedurende het verhaal tot bloei komt.

De truc van de power fantasy is dus gedeeltelijk dat je de superheld laat overkomen als een doodnormaal iemand. Bijna met een achterliggende gedachte als: iedereen heeft het in zich om tot een superheld uit te groeien. Power fantasy heeft dus een principe gemeen met het centrale conflict: als je mensen maar in een juiste positie of omstandigheden zet, heeft iedereen het in zich om interessant of indrukwekkend te zijn.

Power fantasy als begrip

De laatste tijd is power fantasy als begrip uitgegroeid tot iets negatiefs. Het wordt vaak geassocieerd met onrealistische superheldenkrachten, deus ex machina of Mary Sues. Maar het begrip power fantasy zelf is neutraal: het ligt volledig aan je uitwerking ervan of je power fantasy overdreven krachtig wordt of optimistisch genoeg om een mooi verhaal te schrijven, zonder dat het onrealistisch wordt.

Checklistje voor power fantasy

Als je power fantasy aan het schrijven bent, kun je onderstaande punten gebruiken om te controleren of je power fantasy nog realistisch genoeg is of dat je misschien toch een beetje doorslaat. Als je een punt uit de checklist herkent, is je held hoogstwaarschijnlijk een tikje te superieur aan anderen:

* Mijn personage leert zijn nieuwe vaardigheid twee keer zo snel of sneller dan anderen;
* Mijn personage is de enige die de betreffende specifieke vaardigheid heeft;
* De vaardigheid van mijn personage houdt hem onmiddellijk uit alle problemen;
* Mijn personage wordt om zijn vaardigheid bewonderd, nog voordat deze vaardigheid daadwerkelijk van nut is geweest;
* Mijn personage leert zijn nieuwe vaardigheid zonder te falen in zijn pogingen deze vaardigheid te leren beheersen;
* Het is onmiddellijk duidelijk dat de speciale vaardigheid van mijn personage later in het verhaal een belangrijke rol gaat spelen;
* De vaardigheid van mijn personage krijgt te pas en te onpas de aandacht, ook als die vaardigheid er op het moment helemaal niet toe doet.

Comfortzone: de tegenhanger van het conflict

De comfortzone: datgene waar je personage in zit en soms ook het liefst blijft zitten. Maar voor een verhaal is het nodig dat je je personage er uit probeert te lokken. Hoe en waarom doe je dat?

Wat is een comfortzone?

Een comfortzone roept waarschijnlijk een beeld op van iemand die lekker ontspannen in een luie stoel zit, met een lekker kopje koffie en een koekje. In de context van verhalen kun je het beter zien als: datgene waar je personage aan gewend is en niet wil (of zomaar kan) veranderen.

Waarom moet je personage zijn comfortzone uit?

Een comfortzone is dus iets dat onveranderlijk is, of zo blijft, tenzij er iets in gang wordt gezet. Als je een situatie hebt die niet verandert, heb je geen verhaal. Kijk maar eens naar deze voorbeelden:
* Als iemand verliefd is, maar nooit daarvoor uitkomt, heb je geen verhaal van een romance of een blauwtje.
* Als iemand zijn werk vreselijk doet, maar daarvoor niet op zijn kop krijgt, wordt diegene nooit ontslagen. Of worden de wanpraktijken van de slechte bedrijfsvoering nooit ontdekt. Zo kun je nooit lezen over een verhaal dat gaat over een publiekelijk schandaal.
* Als iemand nooit een onverwachte tegenvaller krijgt, kan hij elke avond blijven bankhangen. Een verhaal over iemand die alleen maar op de bank hangt, is niet bijster interessant.

Hoe haal je je personage uit de comfortzone?

Simpel gezegd, maar wat lastiger gedaan: je moet hem bang maken en bedreigen.
Die bedreiging moet ervoor zorgen dat je personage het gevoel krijgt dat hij niet anders kan dan de comfortzone verlaten. Maar pas op: je moet die bedreiging heel goed afwegen. Als je hem bedreigt met iets dat tè moeilijk of angstaanjagend is, zal hij in paniek raken en tot geen actie meer in staat zijn. Stel dat je tegen een bijstandsmoeder zegt dat ze binnen een week tienduizend euro moet verdienen, omdat ze anders uit haar huis wordt gezet. Dat zeg je in de hoop dat ze meer doet om een baan te vinden. Ze zal wel willen, maar als ze dat geld had, zat ze sowieso niet in de bijstand. Hoe gaat ze dat in hemelsnaam doen? Dit zal haar uit angst eerder laten bevriezen dan haar tot actie laten overgaan.
Maar bedreig je je personage met iets dat het niet dringend genoeg vindt of wat iemand anders voor hem op kan lossen (zoals bijvoorbeeld een magic pixie dream girl). Dan heb je nog steeds geen centraal conflict, en daarmee ook geen verhaal. Dreigen met het idee dat je drie werknemers zal moeten ontslaan, zal niet helpen bij iemand die wereldwijd honderdduizend mensen in dienst heeft: daar gaat het bedrijf niet van omvallen.

Wie of wat bedreigt je personage?

In de voorbeelden hierboven waren het altijd andere personages die bedreigden, maar het kunnen ook omstandigheden zijn. Dan hoeft het niet eens zo te lijken alsof er iemand erop uit is je personage bang te maken.
Je schrijft over een conservatief stel. De man wordt ziek, dus dat dwingt de vrouw om te gaan werken, terwijl zij en/of haar man zich daar eigenlijk niet op hun gemak bij voelen. Je hoeft je personage dus niet als crimineel te behandelen. Je moet er alleen voor zorgen dat er verandering in een situatie komt die anders zoals gewoonlijk door zou gaan.

De wereld van een personage moet tegenslag kennen

Zoals het vorige voorbeeld al laat zien, is een comfortzone niet altijd uitgesproken fijn of luxueus. Gelukkig getrouwd zijn is natuurlijk prettig, maar staat niet gelijk aan een jaarsalaris van ongekende hoogte, materiële luxe of uitzonderlijke macht.
Laten we nog een stapje verder gaan. Iemand die al jarenlang verslaafd is, zit met die verslaving óók in een comfortzone. Het is absoluut niet fijn om verslaafd te zijn, misschien wel het vervelendste wat er is. Maar als je gewend bent aan het verslaafd zijn en alle effecten die daarbij komen kijken, dan wordt dat je comfortzone, hoe vreselijk ook. In het echte leven mag je zoveel medelijden hebben met iemand die het slecht heeft als je wilt. Als schrijver moet je wat harder zijn naar je personages. Je kan ze niet van alle rampspoed en tegenslagen behoeden: verhalen gaan over tegenslagen die overwonnen worden, hoe mensen omgaan met veranderingen en hoe ze daar al dan niet bovenop komen. Je kan en mag ze niet aldoor met zachte handschoentjes aanpakken. Doe je dat wel, dan is het onvermijdelijk dat je een personage schrijft met een handvol Mary Suekenmerken.

De comfortzone in een vrolijk verhaal

Wat doe je als je een verhaal wil schrijven dat niet meteen faillissementen, ziektes, verslavingen of andere ellende bevat? Moet je dat dan gaan toevoegen? Geen zorgen, een personage uit de comfortzone halen kan soms ook relatief makkelijk worden opgelost. Neem een gezellige scène waarin een aanstaande bruid met een groepje vriendinnen trouwjurken gaat passen. Dan zou het wel erg buiten proporties zijn om ineens met een auto-ongeluk van een bruidsmeisje te komen om een conflict te veroorzaken of het bruidje uit een comfortzone te dwingen. Verpest haar mooie dag alsjeblieft niet…

Hou die dag mooi!

Stel dat je vanuit de personagebiografie weet dat deze vrouw zich wat bezwaard voelt vanwege haar figuur. Ze had zich voorgenomen om hoe dan ook geen bruidsjurk af te wijzen omdat ze zich daar te dik in voelt, als die gewoon past. Dan staat ze voor een spiegel met een jurk die wel eens de jurk zou kunnen zijn. Maar ondanks dat de jurk gewoon past, voelt die niet sexy genoeg, omdat de aankomende bruid in de spiegel nog steeds een net iets te zware vrouw ziet. Dan moet ze haar verlies erkennen, hoe mooi de jurk is. Dat is even uit de comfortzone: je wil geen belofte breken aan jezelf. Maar het grotere doel (sexy voelen in een trouwjurk) zorgt er wel voor dat ze die ene jurk laat hangen. Reken maar dat ze alsnog een mooie jurk vindt en dat met een drankje gaat vieren, samen met haar vriendinnen!

Ben ik een getalenteerde schrijver?

Als je graag en veel schrijft, komt vroeg of laat de vraag: “Ben ik getalenteerd genoeg om een schrijver te zijn?” Laten we die vraag zo goed en eerlijk mogelijk proberen te beantwoorden.

Bepaal je eigen definitie van getalenteerd

Als eerst moet je bij jezelf nagaan wat jouw persoonlijke definitie is van ‘getalenteerd genoeg’ en die van ‘schrijver zijn’. Je kan het al voldoende vinden om een verhaal af te maken en te kunnen uitgeven in eigen beheer. Dat is een heel ander doel dan te hoogwaardige literatuur te willen schrijven en over honderd jaar nog geciteerd te worden.

Schrijftalent en boeken: verschil in niveau

Niet elk boek dat wordt uitgegeven is even goed. Anders zou de Nobelprijs voor literatuur aan elk gepubliceerd boek worden gegeven en zijn waarde verliezen.
Maar het goede nieuws is dat niet elk boek even goed hoeft te zijn, en daarmee geldt hetzelfde voor schrijvers. Waar de ene lezer een boek pakt om heerlijk te ontspannen en nergens aan te hoeven denken, leest iemand anders om intellectueel uitgedaagd te worden. Zo kun je verhalen opdelen in ‘moeilijkheidsgraden’. Daar zijn grofweg drie ‘niveau’s’ van. Laten we boeken over of met erotiek erin als voorbeeld nemen.

De makkelijkste boeken zijn de bouquetromans. Een steenrijke Joe Sixpack valt voor een vrouw en ze vormen razendsnel een perfect koppel, omdat de seks fantastisch is. In deze verhalen komen geen echte conflicten in voor, eerder ruzies die snel opgelost worden. Even voor de afwisseling op de keukentafel in plaats van in bed en de ruzie is bijgelegd en de passie teruggekeerd. Iemand die de tortelduifjes dwarszit wordt zonder echte gevolgen uit hun leven gebonjourd. Alles bij elkaar spendeert het verhaal het overgrote deel aan geflirt, vleselijk verlangen en erotiek. De personages hebben vaak geen diepgaande personagebiografie. Als ze die al hebben, worden die eerder in een aantal zinnen verteld dan gedoseerd over het verhaal verspreid.
Deze boeken horen makkelijk leesbaar te zijn. Daardoor zijn ze ook relatief makkelijk te schrijven. (Verstand op nul en zoek de spannendste kamer uit 😉 ) Iedereen die denkt te kunnen schrijven, kan waarschijnlijk een makkelijk verhaal voltooien.

Bouquetromans: je hoeft ze niet gelezen te hebben om ze te (her)kennen. Het zijn, met andere woorden, makkelijke verhalen. Afbeelding: uitgeverij Harlequin

Het volgende niveau in het rijtje: de zwijmelroman, waarin er een echt conflict voorkomt. Je leert de personages wat beter kennen door hun opbloeiende romance. Ze duiken niet meteen (en alleen maar) in bed. Het koppel krijgt ook met een conflict te maken dat meer vergt om op te lossen dan alleen naar de vijand te schreeuwen dat hij moet opdonderen. Ze moeten hun relatie onder ogen zien en hun verwachtingen kunnen en willen bijstellen. Hun normen, waarden en levensgeschiedenis gaan een grotere rol spelen in hun beslissingen. En oké, uiteindelijk zullen ze samen douchen, maar dat is niet het belangrijkste punt in het verhaal.
Om deze verhalen goed te kunnen schrijven, moet je op zijn minst een aantal basistechnieken kennen. En meer oefenen met schrijven en tijd in je onderzoek steken.

Literatuur heeft een hoge lat. Hierin hersenspoelt het ene personage het andere door het seksueel te verleiden. Zo wordt het slachtoffer gedwongen om deel te nemen aan een massamoord.
Weet je hoe je iemand zodanig moet hersenspoelen dat diegene het oké vindt om in ruil voor seks meerdere moorden te plegen? (en hoe hersenspoeling sowieso werkt?) Veel onderzoek, heel stevige personagebiografieën, en subtiel maar ook duidelijk kunnen spelen met woorden, motieven, plottwists, en nog veel andere dingen zijn essentieel om zulke verhalen goed te kunnen schrijven.

Vertrouw eerst op je werk, kijk dan pas naar talent

Bedenk eerst op welk ‘niveau’ je kan en wil schrijven als het ‘vraagstuk talent’ in je opkomt. Als je al een maatstaf wil of zelfs kan hebben, dan moet het dáár beginnen. Meten met twee of verkeerde maten is niet goed voor je creatieve proces. Als je niet eens durft te schrijven omdat je teveel met het resultaat (lees: ‘ben ik goed genoeg?’) bezig bent… Veel mensen lopen daar vast. “Het lukt me toch niet een bestseller te schrijven, dus waarom zou ik het proberen?” Veel mensen willen schrijven, maar durven (en doen het daardoor!) niet. Voordat je getalenteerd in iets kan zijn, moet je het vertrouwen hebben dat je het überhaupt kan doen. Als je beginnende schrijver bent, komt schrijven zelf eerst, dan het resultaat.

Starten met schrijven is belangrijker dan het meteen geweldig doen.

Schrijven is subjectief

Als je serieuze schrijversambities hebt, moet je één ding onthouden: goed schrijven is subjectief. Wat één redacteur (zoals ik, kijk eens mijn webshop; ik redigeer graag voor je!) of uitgever geweldig vindt, vindt de ander oninteressant. Maar deze mensen kunnen wel inschatten hoe getalenteerd je bent: het is hun vak om professioneel naar een tekst te kijken. Laat ze dus wat van je schrijfstukken lezen. Of doe mee aan schrijfwedstrijden. Maar laat niet te veel afhangen van de uitslag. Verliezen maakt je geen mislukte schrijver en winnen maakt je niet automatisch een nieuwe Harry Mulisch.

De enige echte houvast: feedback verwerken

Je kan niet zeggen: Ik kan een verhaal afmaken/ ik beheers een tiental schrijftechnieken/ ik kan een origineel verhaal bedenken, dus ik ben een getalenteerde schrijver.
Als je een serieuze schrijfcarrière ambieert, is er één ding wat je per definitie kan maken of breken: het kunnen en willen verwerken van feedback. Want daaruit blijkt dat:
* je bereid bent mee te werken met (de wensen van) een uitgever;
* je weet hoe je verhaal in elkaar steekt. Wat kan je al dan niet veranderen zonder dat het verhaal in elkaar stort?
* je inzicht hebt in creatief schrijven; je kan bijvoorbeeld niet alleen een infodump identificeren, maar ook verbeteren;
* je jouw verhaal de wereld insturen belangrijker vindt dan het idee dat je jezelf schrijver kan noemen.

Vooral de laatste twee punten zijn belangrijk. Er zijn getalenteerde schrijvers die met een geweldig manuscript bij een uitgever binnenkomen. Maar halverwege valt alles alsnog stil omdat ze de feedback niet kunnen of willen verwerken.

De schrijversflow: als schrijven vanzelf gaat

Het is een fantastisch gevoel als je merkt dat het schrijven goed gaat. Als je in een ‘flow’ terechtkomt en je moeiteloos meters maakt, gaan er leuke dingen gebeuren. Waarop kun je je verheugen als het schrijven vlot gaat of je verhaal vordert?

Het plezier van schrijven

Als je een verhaal en een personage gaat bedenken, begin je met niets en heb je alles nog in de hand. Je schrijft een begin van een verhaallijn en maakt een personagebiografie: jij bepaalt waar het over gaat en wat voor karaktertrekken je personage heeft.
Wil je schrijven over een globetrotter? Als je geboeid bent door Latijns-Amerika, gaat jouw personage lekker daarheen. Laat de rest van alle (fictieve) backpackers maar naar Australië gaan. En als jij over drugskartels wil schrijven in plaats van over zoveelste langeafstandsrelatie: ga je gang!
Alleen al daarom is schrijven fantastisch: je kan op een leuke manier nieuwe dingen ontdekken en leren!

Je personage wordt levensecht

Er komt een moment dat je personage zo echt voor je wordt, dat hij net een echt mens wordt. En dan gaat hij ‘vertellen’ hoe hij ergens over denkt. Een voorbeeld: volgens mijn rode draad moet Job zich aansluiten bij een drugskartel. Ik heb een ontmoeting geregeld met een ronselaar, dus…

“Echt niet!” komt Job ineens tussenbeide.
Hij zal toch moeten, anders loopt het verhaal stuk… En trouwens: hij is het personage, ik ben de schrijver. Hij moet gewoon naar mij luisteren.
“Klets maar verder, ik doe dit gewoon niet. Die ronselaar verwacht dat ik met meteen met een geweer op zak ga lopen.”

Er volgt een welles-nietes discussie die even doorgaat. En je personage gaat die winnen. Hij is vanaf dat moment net als een echt mens met een bijbehorende wil. En mensen zijn niet naar believen te kneden… Je zal goed moeten nagaan waarom je personage protesteert en hoe je in kan schikken.
Waarom heeft Job zo’n schrik voor het idee van een geweer? Ik had in zijn personagebiografie geschreven dat hij als klein jongetje al soldaat wilde worden…
“Meteen met een geweer beginnen vind ik een te grote stap. Laat mij eerst leren hoe ik andere mensen moet ronselen. Dan kan ik mijn plaats in de groep vinden, meer over het kartel te weten komen en dan kan ik later alsnog een geweer meenemen.” Probleem opgelost.
Als je op het punt komt dat je personage gaat protesteren, kun je meestal ook goed met hem ´overleggen´ wat hij wel wil of kan. Zo worden zowel jij als je personage steeds meer het verhaal ingezogen. Het voelt alsof je de ontdekkingsreis van je verhaal niet langer alleen maakt!

Wat je onderzoekt, kom je tegen

Je bent voor Job schrijfonderzoek aan het doen naar drugskartels in Zuid-Amerika. Na een uurtje zoeken op internet ga je de benen strekken.
Bij de boekhandel valt je oog op een enorme kop op een voorpagina van een tijdschrift: Drugskartels in Zuid-Amerika: de geheimen blootgelegd De volgende dag kijk je het journaal. Je verwacht dat het over een populair sportevenement of een belangrijke politieke vergadering zal gaan en ineens volgt er een item: Belangrijke drugsbaas uit Colombia gearresteerd.

Hoe groot is de kans dat je hier net een kop ziet betreffende iets wat je aan het onderzoeken bent?
En toch gaat zo’n toevalligheid een keer gebeuren 🙂

Toeval? Wie zal het zeggen, maar hoe dan ook: het gevoel dat je goed bezig bent, kan je waarschijnlijk niet onderdrukken 😉

Van schrijver naar lezer

Inmiddels weet je zoveel van drugskartels af dat je het gevoel hebt dat je er een lezing over kan geven. Je kent Job door en door en je kan goed met hem ‘overleggen’ als dat nodig is. Dan ga je meters maken. Meters waarin Job niet meer protesteert en je je schrijfonderzoek niet meer naast je hoeft te leggen om steeds opnieuw feiten te controleren.

Dan kan je moeiteloos complete pagina’s vullen. Je denkt niet meer na over dingen als: klopt dit wel met de feiten? Of: zou Job dit doen? Dat wéét je gewoon. Je schrijft je verhaal terwijl je er zelf wordt ingezogen en het zich aan je ontvouwt, bijna alsof je de lezer bent.
Een lezer die de luxe heeft om het einde al te weten, of hier en daar naar het verhaal believen te kunnen aanpassen. Geweldig toch?

Je proeflezer vindt het verhaal logisch

Je hebt je schrijfonderzoek gedaan met als resultaat een document genaamd Latijns- Amerikaanse drugsbazen met het formaat en de uitstraling van een klein proefschrift.
Job beleeft ondertussen zijn eigen avontuur. Nu geef je de eerste hoofdstukken van het verhaal aan een proeflezer. Omdat je een roman schrijft en geen naslagwerk, kun je heel veel informatie uit jouw ‘proefschrift’ niet delen. Anders krijg je een infodump.
Maar… snapt de proeflezer dan wel hoe drugskartels werken? Heb jij die tientallen pagina’s aan onderzoek beknopt, logisch en boeiend kunnen samenvatten in je dialogen, in voldoende show don’t tell en blijft de lezer nieuwsgierig naar de vorderingen van Jobs avonturen?
Je bijt je nagels af in afwachting…
“Ik weet nog niet hoe dat kartel precies in elkaar zit, maar volgens mij is er sprake van een netwerk waar Job nog geen benul van heeft. Ik hoop echt dat hij zijn gezonde verstand niet kwijtraakt. Maar ik weet ondertussen dat Job niet zo dapper is als hij anderen wil laten geloven, dus ik vrees het ergste…”

Tijd om een gat in de lucht te springen!

Yes! Jobs karakter komt duidelijk over en de lezer is nog steeds geboeid. En inderdaad: er zit een heel netwerk achter een drugskartel. Dat heb je in driehonderd woorden duidelijk gemaakt, terwijl jij het honderdvoudige over het hoe en wat daarvan gelezen hebt. Goed bezig, schrijver! Misschien wordt het tijd om te overwegen om je manuscript naar een uitgever te sturen? 🙂

Schrijfoefening: het butterfly-effect creëren

Een butterfly-effect is interessant om te lezen en nog interessanter om te schrijven. Je leert er personages en omstandigheden door kennen. Voor je het weet, heb je uit het niets een compleet verhaal te pakken!

Wat is het butterfly-effect?

Simpel gezegd is het butterfly-effect een samenloop van kleine dingen die grote gevolgen hebben. Het voelt als een optelsom van een grote reeks van kleine toevalligheden, met grote uitkomsten. (‘Als X niet was gebeurd, was Y ook niet gebeurd. Idioot hè?’) Hier schreef ik daar al eerder over.

Voorbeeld van een butterfly-effect

Als Janine niet tegen Kai was gebotst, waren ze nooit getrouwd geweest.
Kai botst tegen Janine op, en zij laat haar tas vallen. Een dure vaas valt uit de tas en breekt. Als goedmaker biedt Kai Janine een koffie aan. De rest is geschiedenis.

Het butterfly-effect als schrijfonderzoek

Hoe cliché het voorbeeld ook van Kai en Janine ook is, je kan het niet zomaar gebruiken. Het moet kloppen bij je personages of de omstandigheden. Als je íets niet moet doen, is het iets schrijven ‘omdat ik wil dat het zo (af)loopt.’ Ik schreef er hier al over in theorie, we gaan het nu in de praktijk brengen.

Wil deze ‘vlinderromance’ kunnen ontstaan, dan moet er veel goed gaan. We kijken eerst wat er mis kan gaan. Waarom? Omdat het vlindereffect alleen kan plaatsvinden als er meerdere schakeltjes naadloos in elkaar overgaan. Valt er één schakel weg, dan doet het butterfly-effect dat ook.
Wat kan er zoal misgaan in eerdergenoemd voorbeeld?

De ‘verpestende vlinders’ van Janine

Janine heeft een aantal mogelijke omstandigheden die het butterfly-effect kunnen verstoren.

* Janine is zo geweldig rijk dat het niet erg is dat een vaas van driehonderd euro kapot gaat.
* De vaas heeft zo’n grote emotionele waarde dat Janine in plaats van Kai’s koffie te accepteren, ze Kai uit woede een klap verkoopt.
* Janine heeft een sollicitatiegesprek dat zo belangrijk is dat ze geen tijd heeft om zich druk te maken om de vaas.

De ‘verpestende vlinders’ van Kai

Maar ook Kai kan ervoor zorgen dat het hele feest niet doorgaat.

* Kai heeft een vriendin en biedt dus geen koffie, maar een financiële schadevergoeding aan.
* Kai vindt Janine niet knap (wat voor het romantische cliché veel verschil maakt…)
* Kai is verlegen en vindt Janine zó knap dat hij haar geen koffie aan durft te bieden.

Dit zijn eenvoudige voorbeelden. Als je even brainstormt kun je veel meer bedenken.
Hoe kan je hier een happy end van maken?

De vlinders op een rij krijgen

Als je weet welke omstandigheden tegenwerken, draai je ze om zodat ze meewerken. Kies wat je leuk vindt! Bijvoorbeeld:
Janine is qua uiterlijk heel gewoontjes, maar Kai heeft zijn Mary Sue-achtige vriendin net gedumpt. Zijn ex was meer dan prachtig, werd nooit boos, en vond zichzelf heel wat. Janine vloekt luid vanwege de vaas, maar biedt ook haar excuses aan; ze had zelf ook op kunnen letten. Dan weet ik wel wat Kai denkt: Een normale, imperfecte vrouw die fouten maakt en net als ieder mens -behalve mijn ex- een keer boos is als er iets tegenzit. Halleluja!
Nu komen we bij het belangrijke punt van de schrijfoefening. Deze opzet roept nieuwe en interessante vragen op:

* Hoe komt Kai aan zo’n superrijke, knappe en ‘perfecte’ ex?
– Heeft hij een rijke familie?
– Heeft hij een glansrijke carrière als modeontwerper waar supermodellen aan de lopende catwalk voorbij komen?
– Is zijn ex zo’n tut dat Kai het sowieso het maar twee weken met haar heeft uitgehouden? (hé, het is zijn ex hè? 😉 )

* Waarom heeft Janine überhaupt een dure vaas bij zich?
– Doet ze een heitje voor karweitje en brengt ze de vaas namens haar invalide buurman naar zijn familielid?
– Is ze een kunstenares op weg naar haar expositie en heeft ze die vaas zelf gemaakt?
– Werkt Janine bij het crematorium en lijkt het voorwerp op het eerste gezicht een vaas, maar blijkt het later een urn te zijn?

Je keuze maakt een groot verschil. Als Kai een verwend rijkeluiskindje is, is de kans groter dat hij arrogant is. Als hij Mary Sue net heeft gedumpt, zal hij eerder een hekel hebben aan zogenaamd perfecte rijkelui. Als Janine een klusje doet voor wat extra geld, is ze waarschijnlijk armer dan wanneer ze een bekende kunstenares is die haar eigen expositie heeft.
Ga na welke vragen je jezelf kunt stellen en hoe je die kan invullen. Als je dit vaak genoeg herhaalt, leer je uit het niets nieuwe personages en verhaallijnen kennen. Wie weet kun je zo een idee opdoen voor een compleet boek!

Blokjes bepalen voor de schrijfoefening ‘butterfly-effect’

Ik gebruikte een cliché om mijn oefening makkelijk uit te kunnen leggen. Hoe maak je zelf een unieker begin voor een ‘vlinderverhaal’?
Voor het begin van je verhaal (de ‘als’): gebruik je een alledaagse, bijna onopvallende gebeurtenis. Voor het eind van het verhaal (de ‘dan’): gebruik een gebeurtenis die een leven of de wereld verandert.
Voorbeelden om je op weg te helpen:
Als:
* ik de trein had gehaald;
* het niet had geregend;
* ik die euro niet op straat had zien liggen;
* ik dat sms’je had gelezen;
* het restaurant dicht was geweest;
* mijn vriend de vergadering had gemist;
* de zalm bij de vishandelaar niet was uitverkocht;
* de tuinman rozen had geplant in plaats van tulpen;

dan:
* had ik nu geen neefje;
* had ik een ander beroep gehad;
* had ik geen terminale ziekte gehad;
* was ik minister-president geweest;
* was de pandabeer nu uitgestorven;
* waren de banken omgevallen;
* was er nu nog oorlog;
* was er een nieuwe religie ontstaan.

Misschien heb je veel schakels nodig om bepaalde scenario’s te laten werken, maar deze oefening traint in ieder geval je creativiteit. Het dwingt je ook om na te gaan welke dingen aan iets ten grondslag (kunnen) liggen.

Tip: Wie is je ik-figuur?
Een scenario kan al logischer beginnen als je ik-figuur een koning is in plaats van een huisvrouw (of juist andersom, wie zal het zeggen?)

Leeft deze lieve jongen nog omdat in jouw scenario je vriend een vergadering heeft gehaald?


Veel plezier met puzzelen en de schrijfoefening!

Doel en boodschap van je verhaal

Zodra je een verhaalthema voor je verhaal hebt bepaald, moet je gaan nadenken over het doel van je verhaal. Het zet de toon voor je boek en bepaalt in grote mate hoe de lezer het zal interpreteren.

Verhaalthema

Het verhaalthema is een belangrijke bouwsteen voor je verhaal. Het bepaalt in hoge mate het verhaalverloop, de wereld van je personages en soms zelfs het centrale conflict. Het thema draagt een duidelijke boodschap uit. Dan is het niet meer nodig om over het doel van je tekst na te denken, toch? Nou… Nee.

Doel van je tekst

Zoals je op school hebt geleerd, kan een tekst meerdere doen hebben:
* vermaken;
* informeren;
* aanzetten tot handelen;
* overtuigen.

Het ligt voor de hand om te denken dat als je een verhaal schrijft, je wil vermaken. En dat zal bij een roman, in welk genre dan ook, ook het primaire doel blijven. Maar als je een verhaal schrijft, kun je er niet omheen dat je indirect vanwege je plot, thema, setting of personages ook de andere tekstdoelen ook meeneemt.

Informeren
Als je schrijft over slavernij, informeer je de lezer ook. Je moet schrijfonderzoek doen, als je wil dat je verhaal een beetje overeind blijft staan. Zo krijgt de lezer bijvoorbeeld te weten:
* hoe tot slaaf gemaakten werden behandeld;
* hoe een dag van een tot slaaf gemaakte eruit zag;
* hoe tot slaaf gemaakten werden verkocht en of ze zich al dan niet konden vrijkopen.

Als schrijver van een fictief verhaal is dit niet je doel, maar het zit toch in de tekst verweven. Hetzelfde geldt voor de andere overgebleven schrijfdoelen.

Aanzetten tot handelen
De film Avatar is hier een goed voorbeeld van. In de verre toekomst wordt er een nieuwe, prachtige planeet ontdekt. Er worden mensen naar de planeet gestuurd om contact te leggen met de inheemse bevolking, met het uiteindelijke doel bepaalde grondstoffen te delven. Als later blijkt dat daarvoor het complete ecosysteem verwoest moet worden, komen de hoofdpersonages in opstand.
De boodschap: ‘Ga zuinig om met onze prachtige planeet Aarde.’ (Stop met regenwouden omkappen enzovoorts).
Het is overduidelijk dat bij deze film vermaak op de eerste plaats staat, met de vele actiescènes en de uitgebreide ontdekkingsreis op de planeet Pandora. Maar alsnog is ´aanzetten tot handelen´ in deze film duidelijk zichtbaar.

Overtuigen
Je schrijft een dystopie met moord en doodslag als thema. In jouw fictieve rechtstaat is de doodstraf bij moord toegestaan. Dat op zichzelf zegt niet zo veel.
Als je personages ertegen in opstand komen, lijkt het erop dat je als schrijver het niet eens bent met de doodstraf.
In een andere versie wordt de doodstraf vaak en niet exclusief voor moord toepast. Je personages geven het oplossen van hongersnood voorrang, zonder over de doodstraf na te denken. Dan lijkt het er al meer op dat je de doodstraf niet per definitie afkeurt.

Je held en je slechterik zijn belangrijke aanwijzingen voor jouw mening.

‘Think what you write’ zou ik hier nog aan toevoegen 😉

Je personages als boodschappers

Je hoofdpersonage en zijn tegenstander (of dat nu een persoon, een systeem, geloof of omstandigheid is) zijn vaak de uitdragers van jouw waarden. Je hoofdpersonage zal datgene belichamen dat je oké vindt, de tegenstander wat je slecht vindt (of op zijn minst waar je vraagtekens bij zet). Zij krijgen allebei een uitgebreid podium om hun normen en waarden uit te dragen, want samen vormen ze het centrale conflict. Let er dus goed op wat je deze personages laat zeggen, doen of uitdragen.

Onderschat de onderliggende boodschap niet!

Het verhaal dat je nu schrijft, wordt een wereldwijde bestseller. Wat wil je dat de mensen ervan meekrijgen?
Een optimistisch scenario, maar dit is mijn punt: weet je zeker dat datgene wat je onder jouw naam de wereld in stuurt iets is waar je achter kan staan? Kan je dat nog steeds als miljoenen mensen het boek lezen en jouw boodschap als zeer waardevol wordt gezien? Persoonlijk vind ik het je verantwoordelijkheid als schrijver om altijd de grenzen van een onderliggende boodschap te bewaken. Zodat als iemand je boek leest leest, het geen nare gedachten in hoofden kan prenten. Bij horror is de lezer erop ingesteld dat er dingen gebeuren die niet door de beugel kunnen, maar bij andere genres ligt het er niet zo dik bovenop en kan het zeer schadelijk zijn.

De romantische engerd

Helaas is het romantische genre hier een voorbeeld van. Deze (Engelstalige) video legt dit op een sarcastische manier goed uit.
De alfaman is zo’n beetje hetzelfde als Joe Sixpack en die bijkomende problemen blijven. Merk ook op: extreem jaloers en dwingend gedrag wordt geromantiseerd.
Helaas is het niet zo dat mensen zwart-wit fictie en non-fictie van elkaar kunnen scheiden. Ze staan er niet altijd bij stil dat wat romantisch lijkt in een boek of film, zeer grote reden tot zorgen zou zijn in het echte leven. De romantische klassieker: ‘The notebook‘ heeft een paar duidelijke voorbeelden:

* Noah dreigt met zelfmoord als Allie niet met hem uit wil gaan;
* Noah stuurt Allie een jaar lang elke dag een brief en krijgt nooit antwoord. Dat zijn 365 brieven. Lees: dat is ronduit stalken. De kans is nihil dat dat gebrek aan antwoord komt doordat alle brieven onderschept worden, maar dat is precies wat er in de film gebeurt. Zo wordt het idee: ‘ze horen bij elkaar’ ten koste van alles goedgepraat. Ook al zouden die acties in het echte leven eng of gevaarlijk zijn.

En dames, willen jullie nog steeds met Noah uit? (Copyright: New Line Cinema)

Nog steeds zijn er miljoenen jonge meiden op de wereld die hun vriendjes verwijten niet als Noah te zijn. Ik heb medelijden met die jongens… Boeken en films als The notebook scheppen op grote schaal verkeerde verwachtingen van liefde bij tieners en soms ook nog bij volwassenen.

Je weet nooit wat voor draagvlak je boek gaat krijgen, of dat nu bij één persoon is of bij miljoenen mensen. Wees er dus zeker van dat je duidelijkste boodschap er een is waar je persoonlijk achter staat.

Het centraal conflict: de heldenreis

Elk verhaal heeft een hoofdpersonage, ook wel de held genoemd. Net als een echte superheld moet je protagonist een conflict oplossen. Maar hoe schrijf je een heldenreis als er geen supercape in je verhaal voorkomt?

Superman: de makkelijkste heldenreis ooit

Om te begrijpen wat een held een held maakt, gaan we eerst eens kijken naar wie dat eigenlijk niet zijn: traditionele superhelden. Zij vertonen namelijk veel gelijkenissen met een man die een magic pixie dream girl als partner heeft. Alleen hebben Superman en co geen vrouw, maar laserogen. De superkracht neemt alle èchte conflicten weg. Even een potje knokken, mensen redden en voilà, het conflict is opgelost. Maar… was er eigenlijk wel een conflict? Meestal is er bij een superheld eerder sprake van een probleem.

Superman vindt zichzelf eigenlijk veel te makkelijk de stoere held

Probleem versus conflict

Stel dat je de tafel wil dekken, maar er een grote doos met breekbaar goed op tafel staat. Nu kun je de borden niet op tafel zetten en heb je een probleem. De oplossing ligt echter voor de hand en kost geen tot weinig moeite: je tilt de doos gewoon van de tafel af.
Maar nu staat diezelfde doos op tafel en heb je beide armen in een mitella. Nu heb je een conflict, want dit is niet zo makkelijk op te lossen. Je moet je creativiteit aanspreken en ergens serieuze moeite voor doen. De oplossing en hoe die tot stand komt, is iets waar je later over kan vertellen (of schrijven… 😉 ). Vooral omdat een conflict nog iets anders met zich meebrengt: een onbehaaglijk gevoel. Je zal nu als stoere bodybuilder moeten toegeven dat jouw perfecte lijf nog steeds gebreken kan hebben. Ga er maar aanstaan, macho, nu moet je een deuk in je ego zien te herstellen.
Is er een overbezorgde moeder die haar kinderen alle zorgen uit handen wil nemen? Nu moet ze vragen of de kinderen een keer iets voor háár doen…

Als een overbezorgde moeder aan dit plaatje gewend is, ontstaat er een conflict als daar iets aan verandert.

Voorwaarden voor een interessant conflict

Als je een interessant conflict wil schrijven, moet het aan de volgende voorwaarden voldoen:

* Je personage wordt uit zijn comfortzone gehaald.
* De nieuwe situatie is voor je personage ongemakkelijk, gevaarlijk, naar of eng.
* Je personage heeft iets te verliezen.
* De omstandigheden dwingen je personage om het conflict zelf aan te gaan.

Nu zie je waarom superhelden zelden een conflict hebben: voor hen gaan niet alle punten op. Ja, Superman kan doodgaan, maar met zijn superkrachten wordt die kans wel erg verkleind. Zodanig zelfs dat de dreiging te klein is om nog bang voor te zijn. En gevaarlijke situaties zijn zo ongeveer de comfortzone van mensen met superkracht…

Van conflict naar heldenreis

Een conflict dat moet uitgroeien tot de heldenreis is sterk afhankelijk van je verhaalthema, maar nog meer van je personage zelf. Kijk nog eens naar de voorwaarden van een conflict. Steeds staat het personage centraal. Dat is ergens ook logisch.
Neem het voorbeeld van een toespraak houden: Malala Yousafzai doet dat zonder zenuwen en strooit de ene parel na de andere de zaal in. Maar voor veel mensen betekent publiekelijk spreken dat er plankenkoorts overwonnen moet worden. Het ligt dus helemaal aan je personage wat een conflict vormt en wat een probleem is. Om erachter te komen wat er speelt, moet je je personagebiografie raadplegen.

Voorwaarden van een heldenreis

Zodra je een conflict hebt bepaald, kan je de heldenreis in elkaar gaan zetten. Die heeft ook een aantal belangrijke voorwaarden:

* Allereerst en het belangrijkst: je personage moet het conflict zélf aangaan;
* Je personage doet meerdere pogingen doen om zijn doel te bereiken (lees: hij faalt minstens één keer);
* Het doel uiteindelijke doel is altijd: groeien als persoon. Soms weet het personage dat, soms niet.

Het groeiproces van je personage

Je personage moet dus groeien door zijn heldenreis. Maar wat betekent groeien precies? Je kan het samenvatten als: alles waarvan hij een beter mens wordt en/of iets van leert. Denk aan dingen als:
* minder egoïstisch worden;
* (betere) relaties aan kunnen gaan;
* uit een dal klimmen;
* inzichten krijgen;
* leren vergeven;
* zingeving vinden;
* zelfvertrouwen krijgen;
* een gezondere relatie hebben met geld of gezondheid;
* nieuwe vaardigheden leren.
enzovoort, enzovoort.

Dat groeien is geen finishlijn. Sterker nog: juist gedurende het verhaal zal je personage groeien. Maar op het einde van de heldenreis kan je personage (of kunnen andere betrokkenen) zien wat dat groeiproces teweeggebracht heeft.

Held of lafaard?

Het proces van de heldenreis is nu duidelijk, waarmee ik hoop dat het ook duidelijk is dat er maar een ding is dat de held onderscheidt van de lafaard. De held is niet degene die superkrachten heeft en de lafaard is niet Jan-met-de-pet met een saaie kantoorbaan. De held is degene die na het vallen weer opstaat en bereid is te groeien, ondanks alle worstelingen en risico’s. De lafaard is de persoon die zijn problemen niet aangaat, zijn problemen aan ander overlaat of na één keer vallen niet meer opstaat.
Malala roept onmiddellijk het woord ‘heldin’ op. Ze is daar het schoolvoorbeeld van omdat ze eindeloos vaak de ‘conflictvoorwaarden’ heeft doorstaan. Ze heeft dat wereldpodium dubbel en dwars verdiend (lees: ze heeft het niet zomaar gekregen).

Wie zijn echte helden?

Niet alleen uitzonderlijke mensen als Malala zijn helden. Je vindt ze verrassend vaak ook dichter bij huis. Kijk maar eens om je heen naar je vrienden, familie en geliefden. Wie bewonder je? Het antwoord op die vraag geeft je een voorbeeld van een echte held. Bewonderen is namelijk een groot woord en als iemand dat woord verdient, durf ik er gif op in te nemen dat de persoon waar je nu aan denkt hindernissen heeft overwonnen, iets heeft opgeofferd… na het vallen keer op keer weer is opgestaan.
Daarom zijn perfecte personages als Mary Sue en Joe Sixpack niet interessant: hun wereld is zo perfect dat er nooit een conflict op gang komt. Lezers willen zichzelf of hun helden uit het echte leven terug zien in verhalen. En in goede verhalen is het altijd knokken. Niet met een supercape en stalen spieren, maar net als in het echte leven om te groeien en een beter mens te worden.


Doelgroep: voor wie schrijf je?

Als je duidelijk hebt voor welke doelgroep je schrijft, zal je verhaal vaker met plezier worden gelezen. Hoe schrijf je op een manier die je doelgroep aanspreekt?

Ijkpersoon: wie is je doelgroep?

Een ijkpersoon is een fictief persona die jouw ideale ‘gemiddelde lezer’ voorstelt. Maak een ijkpersoon door net als voor je personages een biografie te schrijven. Verwerk daar dingen in als:
* Is het een man of vrouw?
* Hoe oud is hij of zij?
* Wat zijn zijn of haar interesses?
* In wat voor gezin woont hij of zijn?
* Heeft hij of zij een baan? Wat voor een en hoe druk is die?
* Wat is de sociaaleconomische achtergrond?
* Welke etniciteit heeft je ijkpersoon?
* Hoe goed kan deze persoon lezen (nog maar net omdat ze in groep 4 zit, of heel goed omdat ze hoogwaardige literatuur leest?)

Als je een ijkpersoon maakt, weet je voor wie je schrijft en zo blijft je schrijfstijl hetzelfde. Als je weet dat je doelgroep lager geschoold is, ga je niet met ellenlange zinnen of ingewikkelde woorden strooien.

Doelgroep: voor welke leeftijd schrijf je?

Hou goed in de gaten voor welke leeftijd je schrijft. Bedenk wat typerend is voor de leeftijdsfase van je ijkpersoon. Denk hierbij aan:
* Kleuters gaan voor het eerst naar school;
*Tieners gaan experimenteren met dingen als alcohol, roken, seks en grenzen verleggen;
*De twintiger wil meer van de wereld zien of een gezin stichten;
* De vijftiger zit in een mogelijke midlifecrisis en heeft behoefte aan spanning;
* De bejaarde kijkt terug op het leven en heeft meer behoefte aan rust.

Je weet niet wat dit meisje leest, maar het is waarschijnlijk geen Charles Dickens…

Natuurlijk zijn er grijze gebieden. Een tiener kan net zoveel van een goede detective genieten als een oude dame dat kan. Maar het is altijd handig om een algemeen beeld te hebben. Ook voor je personages! Het is geloofwaardiger om je bejaarde personage de wijze in het verhaal te maken dan de tiener…

Wat begrijpt je doelgroep?

Niet iedereen heeft hetzelfde leesniveau. Bij kinderen spreekt dat voor zich: een kind van zes hakt woorden nog in stukjes, een kind van twaalf leest een hele pagina in een paar minuten. Maar ook niet alle volwassenen begrijpen alles wat ze lezen, al naargelang hun opleiding.
Een hoogopgeleide zal de zin: ‘Het prachtig vervaardigde schilderij gaf een authentiek beeld van de betreffende tijdsperiode, hoewel het tevens een aantal irrelevante overdrijvingen leek te bevatten om de herkomst en levensomstandigheden te kunnen weerspiegelen,’ begrijpen. Maar iemand met een gemiddelde opleiding kan hier geen touw aan vastknopen. Waarom niet?

* De zin bevat moeilijke woorden;
* De zin is lang;
* De zin gaat indirect uit van een bepaalde voorkennis.

De voorbeeldzin wil duidelijk maken dat een kimono overdreven veel aandacht kreeg, zodat het duidelijk was dat het schilderij een scène voorstelde uit de hogere klassen in Japan. Maar is dat wel overdreven? Als jouw lezer niet weet of een kimono in Japan of China werd gedragen en wanneer, waarom en door wie, dan is het helemaal niet zo logisch.
Probeer duidelijk te krijgen waar jouw ijkpersoon (voor)kennis van heeft. Schakel daarom een proeflezer in die veel wegheeft van jouw ijkpersoon.

Schrijven voor een brede doelgroep

De website van Loo van Eck biedt een programma dat je tekst controleert op leesbaarheid. Als je je tekst invoert, komt er een cijfer uit. A1, A2 en B1 zijn teksten waarvan je uit kan gaan dat een gemiddelde volwassene hem begrijpt. Met een B2, C1 en C2 zijn de teksten niet meer te begrijpen voor de meeste mensen.

Zorg ervoor dat je lezer niet het gevoel krijgt dat hij een moeilijk examen aan het maken is.

Doelgroep van een genre

Sommige genres staan erom bekend dat ze een min of meer vaste doelgroep hebben. Het makkelijkste voorbeeld zijn de romantische verhalen: zij trekken voornamelijk vrouwen aan. Je kan het wiel opnieuw proberen uit te vinden, of je kan van andere boeken leren. Lees een aantal van de beste boeken van je genre en ga daar eens spieken. Let nu niet op plotontwikkelingen, maar op dingen als:
* Hoe lang zijn de zinnen?
* Hoe vaak worden er uitroeptekens gebruikt?
* Wat is het taalgebruik van de meeste personages (bijvoorbeeld hip of ouderwets?)
* Wat komen personages vaak tegen wat niets met het genre te maken heeft?

In het geval van het romantische verhaal moet je bij de laatste vraag niet denken aan een uitgedoofd liefdesleven en een sexy buurman, maar aan dingen als:
* Zijn de vrouwen alleenstaande moeders of hebben ze een gezin?
* Woont het hoofdpersonage in de stad of op het platteland?
* Wat is de sociaaleconomische status van het hoofdpersonage?
* Hoe oud is het hoofdpersonage?

Als je dit ontdekt, dan zul je merken dat je een idee van de doelgroep krijgt. Een hoofdpersonage moet herkenbaar zijn voor de lezer en elementen als hierboven kunnen daarop inspelen.
Let op: dit is geen waterdichte regel. Uiteraard kun je ook over iets schrijven zodat de lezer een kijkje in de keuken van iets onbekends krijgt (als je historische romans of verhalen over andere culturen schrijft, bijvoorbeeld).
Maar als je tussen de regels van een genre door leest, zal je merken dat bepaalde zaken vaak terug komen. Wees alert en noteer wat je opvalt, zodat je later je eigen conclusies kan trekken. Dat is ook een reden waarom je als schrijver veel moet lezen.