Sfeeromschrijvingen: van iets simpels iets moois schrijven

Waar denk je aan bij een interessante fictieve scène? Knallende actie? Heerlijk gezwijmel? Een ontroerende hereniging? Hoewel een verhaal deze interessante scènes nodig heeft om een narratief geheel te vormen, kan je scènes die narratief gezien relatief weinig voeten in de aarde hebben, ook heel interessant schrijven. Daar is een aantal trucjes voor, die ik in in deze blogpost samenvat onder het parapluutje sfeeromschrijving.

Zintuigen

Het belangrijkste om te onthouden is dat een mens – in het echte leven of op papier- de wereld om zich heen alleen kan ontdekken en registerteren door middel van zintuigen. Zelfs je gedachten hebben daar hun oorzaak. Je ziet een blauwe lucht en voelt zonneschijn op je huid waardoor je denkt: het is lekker weer vandaag. Daarom is een sfeeromschrijving zonder enige vorm van zintuigelijke waarneming vaak aan de magere kant. Zintuigelijk schrijven is daarom erg belangrijk. Bedenk: reuk en smaak zijn goudmijntjes, zien en voelen zeggen meestal relatief weinig.

Omgeving

Zet mij in een Japanse tuin en ik blijf daar met plezier de hele dag. Maar ik voel me niet op mijn gemak als mensen mij ‘overdreven netjes’ dienen te benaderen. Ik kan niet veel met situaties waarin statusverschillen tussen mensen opvallend groot zijn. Ook al vind ik het decor van sjieke hotels meestal wel erg indrukwekkend en mooi, ik verblijf dan liever in een hostel waar een receptionist zich niet bezwaard voelt om gezellig met mij te kletsen. Zo heeft je personage ook zijn eigen associaties bij bepaalde omgevingen. Kijk ook eens naar een/ zijn huis. Dat kan ook veelzeggend zijn.

Een omgeving als deze spreekt toch te veel tot de verbeelding om links te laten liggen?
Foto door Thor Alvis op Unsplash

Uiteraard zijn er ook plaatsen die ongeacht een persoonlijke voorkeur bepaalde associaties of gevoelens oproepen. Als je Auschwitz bezoekt, zal je niet het gevoel krijgen dat dat een gezellige plaats is voor een picknick. En als mensen op een plein zomaar bloemen uitdelen aan vreemden, zal je minder snel denken dat de wereld een en al verdorven is.

Laat je personage de omgeving ook eens opmerken: voelt je personage zich daar op zijn gemak? Kondigt een gebeurtenis in die ruimte misschien iets interessants aan? Zoals een plotseling juichende menigte de komst van een artiest aankondigt die je personage al jaren live wil zien optreden?

Interactie en gedachten

Dialoog of interactie kan ook veel doen voor de sfeer. Als de gesprekspartner plotseling op scherp staat, denkt je personage waarschijnlijk: hier klopt iets niet. Zo kan je ook met een relatief klein aantal woorden heel veel zeggen. Denk aan lichaamstaal, mimiek, verandering in stem…. Waar het eerst nog reuzegezellig was, is de sfeer nu om te snijden…
Op eenzelfde manier kan je personage dingen denken die de sfeer helemaal kunnen laten omslaan. Beschrijf een plotseling onaangenaam besef, laat het personage het zijne denken over een bekende die hij plotseling ziet passeren… De mogelijkheden met gedachten zijn eindeloos.
Ken je het principe dat alles en iedereen lief en leuk lijkt op het moment dat je vrolijk bent? Maar óók dat iedereen massaal op een citroen lijkt te zuigen op het moment dat jij je dag niet hebt?
Als je gedachten of iets dat je personage zegt of wat tegen hem gezegd wordt goed uitwerkt, kan je de sfeer van een verhaal goed onderstrepen of een plotselinge ommezwaai geven.

Symboliek

Symboliek is zowel een schatkist voor een schrijver als iets waarmee die zorgvuldig dient om te gaan. Maar je kan het gebruiken om de sfeer luister bij te zetten. Sterker nog, soms moet het. Denk aan een romantische setting. Hoe ga je die creëren als je moet afblijven van kaarsjes, lieve woorden, fijne muziek èn bloemen? Dat gaat hem niet worden. Je zal zeker moeten kiezen om het niet te veel van het goede te maken, maar als je symboliek helemaal laat liggen, kan de sfeer er saai en sloom van worden.
Gebruik de vertrouwde symboliek die je kent van bepaalde tropes, of gebruik persoonlijke symboliek. Een voorbeeld van persoonlijke symboliek zou kunnen zijn:
Iedereen denk bij het zien van een Christelijk kruis aan het Christelijk geloof. Niet zo gek, natuurlijk.
Maar nu heeft je agnostische personage een goede en gelovige vriendin die stervende is. Zij geeft haar kruisje aan haar vriendin in bewaring, als aandenken van hun levenslange vriendschap. Dan is het kruisje geen algemeen, maar een persoonlijk symbool (voor vriendschap) geworden.

Mix and match

Zoals altijd met schrijftechnieken moet je weten waarom je ze volgt en moet je ze soms ook negeren. Je hoeft dus ook niet al het bovenstaande sfeeromschrijvingen allemáál mee te nemen in een scène. Dan wordt het te veel van het goede. Maar als je een beetje mixt en matcht met deze sfeeromschrijvingen, heb je wel een belangrijk verschil in de uitwerking van je verhaal. Het is het verschil tussen ‘je moet de schrijver maar geloven als die zegt dat dat zo is’, en ‘de lezer ziet alles voor zich ontvouwen en hoeft dus niets meer verteld te worden.’ Zo je wil is het een verschil tussen tell en show, alleen dan over een hele scène of het gehele verhaal.

Een voorbeeldje voor jou om zelf mee aan de slag te gaan 🙂

Joshua draaide zenuwachtig met zijn voeten toen hij voor de deur stond. Het was zijn eerste stagedag. Hij dacht terug aan hoe hij uit schaamte deze stage bijna had laten lopen. Wie wilde anno 2022 nog bakker worden? Maar toen hij de geur van versgebakken brood opsnoof , stroopte hij zijn mouwen op, popelend om te beginnen.

Met deze scène kan je enigszins met de zenuwen en opwinding van Joshua meevoelen, maar er is veel meer uit te halen. Die schaamte waar hij aan denkt, bijvoorbeeld. Wat is die schaamte? Het met handen willen werken? Omdat hij ouderwets zou zijn?
En die geur van versgebakken brood: heerlijk natuurlijk, maar voor Joshua die zich over schaamte heen heeft gezet, moet die geur nog veel meer bij hem losmaken. Herinneringen, doelen, ambities… Stel je eens voor hoe gigantisch en prachtig de omgeving van de bakkerij er voor hem uit gaat zien…

Op deze drie momenten moet je omschrijvingen gebruiken

Zonder omschrijvingen komt je tekst niet tot leven. Maar te veel beschrijven is weer een manier om een tekst ontzettend droog te maken. Met deze drie vuistregels komt je nooit meer in de knoop met de vraag: wanneer moet je omschrijven en wanneer moet je de verbeeldingskracht van de lezer laten werken? Ze hebben één essentieel ding gemeen: de beschrijving moet meerwaarde hebben voor het verhaal. 

1 Omschrijven van het uiterlijk van een personage

Omschrijf personages niet te veel in detail. Kijk hoe je je hoofdpersonage voor je ziet en beschrijf datgene wat het belangrijkste is om een beeld van hem te vormen. Haarkleur en kleur ogen zijn hier een makkelijk voorbeeld van, maar misschien heeft je personage wel een opvallende haakneus. Dan is de neus een belangrijker detail om te delen. Deel uiterlijke kenmerken niet in je eerste pagina’s, maar verwerk ze in je lopende verhaal. Dan komt het minder geforceerd over.
Beschrijf geen figuranten, zoals voorbijgangers. Een voorbijganger is niet belangrijk voor het algehele verhaal. Daarom zijn diens omschrijvingen onnodige opvulling van papier. Je hoeft de groetenboer niet te omschrijven als je personage niet meer met hem te bespreken heeft dan het aantal kilo’s aardappels dat hij wil kopen. Ga maar na: zo levert een rondje markt al snel een pagina vol omschrijvingen op van de voorbijgangers en de kooplui. 

2 Omschrijven van een plaats

Als je een plaats omschrijft, doe je dat om een sfeer op te roepen. Kijk dus welke details aan dat doel bijdragen. Stel dat je een elitaire ruimte wil omschrijven. Dan helpt het om een diamanten kroonluchter te omschrijven en dat er honderd jaar oude wijn wordt geschonken door een bediende in een pak. Deze details voegen iets toe aan het rijkeluissfeertje. Dat de muren blauw zijn, doet er niet toe; er zijn ook gammele fietsschuurtjes die blauw zijn geschilderd.
Je kan ook details gebruiken om te laten zien dat iemand letterlijk of figuurlijk niet op zijn plaats is: wat doet een jongen met een effen zwart T-shirtje en een afgezakte spijkerbroek in diezelfde chique ruimte? Hij valt uit de toon, dus is er waarschijnlijk iets boeiends over te vertellen. 

3 Omschrijven van een plotuitwerking

Fieke staat op het punt om haar vliegtuig te missen. Ze staat al bij de deur en beseft dat ze iets is vergeten. Op de tafel liggen een aantal voorwerpen: de huissleutels, een Gucciportemonnee en onopvallend onder de fruitschaal ligt een zakje wiet verstopt. 
Elk voorwerp zegt iets nuttigs over Fieke: Je huissleutels en je portemonnee vergeet je niet zomaar als je weggaat. Dit geeft aan dat Fieke chaotisch is. De Gucciportemonnee vertelt dat ze rijk is. En als ze wiet in huis heeft, kun je er de donder op zeggen dat dat nog iets voor het plot gaat betekenen. Dealt ze drugs? Is ze recreatief gebruiker en gaan we meer van een ontspannen levensstijl zien? 
Iets als paperclips zeggen vrijwel niets, dus die hoeft Fieke (lees: jij als schrijver) niet op tafel te leggen. Zoiets kan je weglaten. 

Afsluitende gedachten

Schrijven draait vooral om goede puzzelstukjes geven die zo een verhaal vormen. Geef ze niet te veel, want dan wordt je puzzel onoplosbaar of onoverzichtelijk. Geef ze wanneer ze nuttig zijn. Je zit goed wanneer je omschrijvingen samen een algemeen beeld vormen.
Denk altijd eerst aan je verhaal, dan pas aan je omschrijvingen, niet andersom. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.