Schrijven voor kinderen: onderschat ze niet

Als je voor kinderen schrijft, gaat je verhaal vanzelfsprekend over dingen die hun leefwereld weerspiegelt. Of je schrijft over een onderwerp waar ze over kunnen fantaseren en dromen. Van het leven tussen eenhoorns of dino’s, tot het worden van een astronaut. Maar afgezien daarvan kun je onder de oppervlakte kinderverhalen gerust wat zwaardere of volwassen thema’s meegeven. Sterker nog: daar krijg je de beste verhalen van, en dat heeft meerdere redenen.

Aanleiding van de blogpost

Heb je als kind Annie M.G Schmidt gelezen? Herinner je ze ook vooral als kinderavonturen waarin de hoofdpersoon met dieren kunnen praten? En dan besef je als volwasene dat er heel volwassen en ingewikkelde thema’s in verwerkt zitten. Zo kwam ik dit videoessay tegen waarin ‘Otje’ filofosisch/ thematisch wordt bekeken door een volwassene. En dan blijkt Otje, voor kinderen van een jaar of acht over bureaucratie te gaan.
Als kind had ik dat uiteraard geen idee van. En toch was Otje erg leuk om te lezen. Hoezo niet? Omdat Annie M.G. Schmidt kinderen als lezers serieus neemt. Ik houd een geparafraseerd citaat aan uit ‘de kleine prins’ van Antoine de Saint Exupéry om drie misverstanden onder de aandacht te brengen. Dat moet duidelijk maken: neem kinderen alsjeblieft serieus als je kinderboeken schrijft!

‘Kinderen moeten het de domme volwassenen maar niet kwalijk nemen. Zo zijn ze nu eenmaal. Kinderen moeten veel geduld hebben met grote mensen.’

Kun je je voorstellen – of weet je nog- hoe vervelend het is als je als kind continu wordt verteld dat je als kind iets nog niet snapt, of het fout hebt, alléén omdat je een kind bent? Draai een aantal van die argument eens en je kan er schrijftips uit halen voor kinderboeken

‘Daar ben je nog te klein voor’

Natuurlijk moet je kinderen van een aantal onderwerpen weghouden. Expliciete seks- of horrorscènes vragen om problemen of nachtmerries. Maar kinderen zijn emtioneel heel intuïtief. Ze kunnen dan misschien hun emoties nog niet benoemen of reguleren zoals volwassenen, maar dat wil niet zeggen dat ze niet emoties niet voelen.
Kinderen zíjn bekend met verdriet, blijdschap woede, jaloezie, verwarring, hebzucht, liefde, trots, nieuwsgierigheid… Het uit zich alleen in minder complexe dingen.
Een volwassene wordt jaloers op de dikke auto van de buurman, een kind op de aandacht die de ouders voor het jongere broertje hebben. Een volwassene maakt zich zorgen om niet betaalde rekeningen, een kind of het morgen wel buiten kan spelen als regent.
Dus je mag, zo niet moet in je verhaal ook die diversiteit aan emoties in je boek aanboren. Misschien niet met een handvol, dat kan te veel zijn om te behappen. Maar denk niet dat de emotionele beleving van een kinderboek beperkt moet blijven tot blijdschap, verdriet of ets als zorgen en jaloezie te ingewikkeld is voor een kind. Zeker niet als het de leeftijd van prentenboeken is ontgroeid en het toe is aan de eerste leesboekjes.
Kinderen die taal begrijpen zijn niet te klein voor emotionele beleving in een verhaal.

‘Dat snap je nog niet’

Terug naar ‘Otje’, dat gaat over bureaucratie. En dat snapt een kind van 7 niet, dus dat kan geen thema van het boek zijn. Maar wat Otje, en dus ook lezers van haar leeftijd wél snappen:
– Is dat je zonder papieren in de problemen komt
– Dat als je iets doet wat niet mag, je op een vervelende manier met de wet te maken krijgt
– Als je situatie verandert, jouw routine of prioriteiten ook veranderen

En dat kan je vervolgens vertalen naar allerlei dingen die een kind tegenkomt in de eigen beleefwereld. Doe het net iets slimmer en gebruik wat een kind écht niet snapt, in je voordeel. Annie M.G. Schmidt doet dat uitstekend.
‘Zonder papieren kun je niet leven.’ Een kind begrijpt niet dat dat zaken als diploma’s, paspoorten of contracten betreft. ‘Papieren’ wordt dan letterlijk: Otjes vogelvriendjes gaan papieren voor haar en Tos zoeken en komen terug met wc-rollen, treinkaartjes, bladmuziek en schoolrapporten.

Anders gezegd: in dit geval wordt het ingewikkelde thema van bureaucratie gesymboliseerd door papieren (lees: officiële documenten). Maar die nuance van documenten naar papieren is snel om te zetten. En dan krijg je iets wat een kind wel kan bevatten. Dan maar zoeken naar A4’tjes, enveloppen en post-its. Het geeft het boek wel een duidelijk centraal conflict, met een bijbehorende spanningsboog: zijn de papieren die worden gevonden de juiste? Zo niet, hoe komen ze daar dan aan? Verder zoeken, iets geregelen, iemand iets vragen? De ‘hoe-vraag blijft daarmee open: een uitstekende manier om het verhaal

‘Je bent nog maar een kind’

Het uitgangspunt van ‘je bent nog maar een kind’ is erg link. Je moet wel degelijk bedenken of het kind de inhoud van je boek wel aankan. Je kan een kleuter beter vertellen over de ooievaar voor je over seks begint. Maar als je dat uitgangspunt te serieus neemt, dan neem je het kind niet serieus. Om een overdreven voorbeeld te geven: dan zou je een tienjarige nog naar een babypgramma laten kijken.

Als je wil weten of je tekst geschikt is voor de leeftijdsgroep van je kind, kijk dan niet naar je verhaalthema of je inhoudelijke verhaal. We zagen bij ‘Otje’ al dat dat geen goede vuistregel is. Want de uitwerking van dat thema bepaalt of een kind het bij kan houden.
In plaats daarvan kijk je naar de mijlpalen van kinderen in hun psychologische ontwikkeling. Als je die weet, begrijp je ook wat je kan verwachten van een kind als het gaat om empathie en inlevingsvermogen, zoals je ook bij boeken voor volwassenen empathie voor je personage hoort te kweken.
Bijvoorbeeld: kinderen van een jaar of twee herkennen verdriet bij een ander wel, maar kunnen zich nog niet in een ander verplaatsen. Een kind van twee moet je dus uitleggen dat en waarom een personage verdrietig is, terwijl een kleuter dat al begrijpt.
Stem je boek af op de beleefwereld van kinderen en behandel ze als volwaardige lezers en je kan met een kinderverhaal heel veel kanten op.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van een kinderboek? Schakel mij in voor manuscriptredactie.

Foto door Catherine Hammond verkregen via Unsplash.