Wat als je personage ergens mee worstelt?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage ergens mee worstelt?

Je personage heeft een bepaalde gedachtegang of worstelt ergens mee. Dat wordt nog ingewikkelder omdat de buitenwereld daar een mening over heeft. Dat zorgt ervoor dat je personage zich suf piekert of helemaal met zichzelf in de knoop zit. Dat kan een plot op slot zetten, dus wat doe je dan?

Het probleem in kaart brengen

Breng als eerst de oorzaak van deze worsteling in kaart. Je personage kan bang zijn om verstoten te worden uit zijn sociale kring om wat het vindt of wil: “Ik wil niet doorstuderen, terwijl ik uit een familie met dokters kom.” Of vanwege iets wat het is: “Ik moet uit de kast komen in een conservatief milieu.”
Geen van beide situaties is makkelijk, maar maak wel voor jezelf duidelijk welk van de twee het is. Het is een enorm verschil om te bedenken dat jij in je hele zijn verkeerd bent en er nooit ergens bij hoort of om te bedenken dat ‘ieder zo zijn mening heeft’. Ook al is dat laatste oorzaak van een knallende ruzie, in “Ik heb gelijk”, – terecht of niet- schuilt nog eigenwaarde. “Ik mag er niet zijn” toont een gebrek daaraan. Dat zijn compleet verschillende verhaalinvullingen.

De omgeving betrekken

Het maakt veel uit wat de omgeving van je personage is, hoe je personage die ziet en hoeveel zeggenschap die heeft. Het zou zomaar kunnen dat je personage een doemscenario voor de geest haalt, terwijl dat helemaal niet nodig is. Misschien komt er wat minder conflict dan verwacht, of zelfs helemaal geen. “Ach joh, dan word jij toch gewoon de eerste fietsenmaker in de familie?” Andere keren moet je personage de omgeving juist niet onderschatten. Als je homoseksueel bent in Saoedi-Arabië, kan je de omgeving beter het nadeel van de twijfel geven als het om het uit de kast komen gaat.
Kijk ook hier welke van de twee scenario’s aan de orde is. Een ander scenario betekent ook een andere verhaallijn en een andere persoonlijke personageontwikkeling.

In beweging komen

Wat er ook precies speelt, je personage moet op een bepaald moment ophouden met piekeren. Met piekeren kom je niet in beweging en dat is essentieel voor een verhaal. Dit kan je op verschillende manieren doen.

* Laat je personage door de zure appel heen bijten en een beslissing nemen (welke dan ook), ook al durft hij niet goed. Dat werkt goed om van hem een interessante held te maken.
* Geef hem een goede vriend om hem bij te staan en die waar nodig een schop onder het achterste geeft.
* Bied een uitweg: als je nu op vakantie gaat met je vrienden, heb je drie weken langer om te bedenken of je dat moeilijke gesprek aan wil gaan. Houd hierbij wel in de gaten dat dit slechts uitstel van executie betekent. Als die vakantie over is, moet hij toch weten of hij dat gesprek wel of niet wil voeren. Een belangrijke voorwaarde is dat hij tijdens de vakantie iets heeft gedaan, geleerd of beseft wat hem helpt een beslissing te nemen. Het piekeren mag niet weer van voren af aan beginnen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage vakantie heeft?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage vakantie heeft?

Je personage kan op vakantie gaan of een verre reis maken. Heerlijk even lekker ontspannen, niets hoeft. Maar als schrijver moet je het verhaal wel aan de gang houden. Hoe doe je dat als je je personage even rust wil gunnen?

Nieuwe plek

Op een nieuwe plek let je veel meer op je omgeving dan normaal. Omdat alles zo anders is, let je veel meer op details en dringt er meer tot je door. Dat geldt ook voor je personage. Een nieuwe omgeving is een goede aanleiding om zintuigelijke waarnemingen goed uit te werken. Dan wordt je tekst heel beeldend en levendig, ook al gebeurt er niet veel meer dan dat je personage lekker ontspant. Het geluid van zwemmende kinderen, het gevoel van zon op de huid, de geur van chloor in een zwembad. Zelfs in een simpele setting is er dan plotseling genoeg te ontdekken. 

Iemands ideale vakantiebestemming kan het een en ander verklappen over wat voor persoon het is. Vergelijk de actieve sporter die gaat bergbeklimmen in Nepal met de middelbare Bourgondiër die liever in Zuid-Frankrijk geniet van een wijntje bij de plaatselijke wijngaard. Dit kan een subtiele, maar duidelijke show don’t tell zijn over je personage. Of draai het om en zet de bergbeklimmer in een resort en de Bourgondiër in een oerwoud. Wat gebeurt er dan, of wat doen ze dan? Dat kan ook veel over je personage zeggen, of het plot een interessante wending geven. 

Wat als het fout gaat?

Heb je ooit een vakantie gehad waarin helemaal niks foutging? Geen verregende dagen, geen bloedblaren na het wandelen, geen jetlag, autopech, verloren opladers, urenlange wachtrij bij een culturele attractie, lekke opblaaskrokodil, zonverbrande huid, tegenvallend eten, geen…Precies. 

Er gaat hoe dan ook altijd iets (kleins) fout in de vakantie van je personage. Dat biedt een schat aan informatie. Hoe gaat je personage om met onvoorziene omstandigheden of tegenslagen? Je vakantie hoort een periode te zijn waarin alles fijn is. Als uitgerekend dan dingen in de soep lopen, kan je daar chagrijnig van worden. Terecht, maar er zit een verschil in even mokken en schreeuwen naar ondergeschikten en hen overal de schuld van geven. Zo kan je een onverwacht donkere kant van je personage leren kennen…

Moet de reis leerzaam zijn?

Ken je het beeld van de cliché wereldwijze backpacker die ‘helemaal verlicht’ terugkomt van zijn reis? Jammer voor hem: hij heeft ongelijk. Je personage hoeft niet meteen een hele andere levensweg in te slaan, als een ander persoon terug te komen van de reis of er iets van leren. 

De reis hoeft absoluut niet wereldschokkend te zijn. De enige voorwaarde die de vakantie van je personage moet hebben is dat de lézer er iets van moet leren: hoe je personage denkt, hoe het plot door deze vakantie anders verloopt of verdergaat, hoe je personage met conflicten omgaat…De vakantie moet een narratieve meerwaarde hebben. Hoe je dat invult, is aan jou. Als jij je werk als schrijver goed doet, dan kan je personage gerust lekker met een cocktail aan het strand luieren. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage het zwaar te verduren heeft?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage het zwaar te verduren heeft? 

Als je personage veel vervelende dingen meemaakt, houdt dat het verhaal gaande, want je held staat keer op keer weer op. Maar bij langdurige tegenslag kan jij als schrijver soms een weg bewandelen die niet veel meer met het verhaal van doen heeft. 

Het zit ons personage niet mee:

Zijn dochter is getalenteerd violiste en mag auditie doen bij een internationaal vooraanstaand jeugdorkest. Als ze daar wordt toegelaten, is haar muzikale carrière in kannen en kruiken. Maar het gezin kan het zich niet veroorloven om dochter naar de audities in Londen te sturen. 

Met deze reeks aan tegenslagen bestaat de kans dat je de heldenreis anders in gaat vullen om het conflict behapbaar voor je personage te houden. Dan wordt je held een slachtoffer of een romanticus. 

Slachtoffer

Je gunt deze held eigenlijk te veel: je krijgt medelijden met hem en dwaalt daardoor van het plot af. Omdat je personage niet van opgeven weet, start hij een bewustwordingscampagne op internet. “Het elitaire systeem vraagt veel geld voor audities en boort daarmee de kansen van jong talent met minder financiële kansen de grond in. Ik protesteer!” Hij krijgt de aandacht van de nationale media en daar gaat het verhaal over verder. Maar het ging over het muzikale talent van zijn dochter. 

Je personage blijft als een echte held vechten voor zijn zaak. Dat is prima, maar de aandacht verschuift naar een compleet ander onderwerp, alleen omdat jij medelijden hebt met hem. Dat is niet de bedoeling.

Romantische held

Net als het slachtoffer blijft de romantische held vechten voor de zaak. Maar als hij weer een keer valt, bagatelliseert hij dat. Het gezin heeft het geld niet kunnen ophoesten om dochter naar Londen te sturen en ze is nu in tranen. “Dat internationale orkest kan opdonderen met hun hautaine, dure audities in Londen. Maar ze heeft aan mij in ieder geval nog een liefhebbende vader. Ik ga verder zoeken naar andere audities.”

Ook hier verschuift de aandacht op een verkeerde manier: het ging niet om of hij een goede vader was: zijn dochter wilde naar de selectiedag. Dochter huilt bittere tranen omdat ze haar Londense droom in duigen ziet vallen. Vader overromantiseert het vaderschap om het verdriet van dochterlief niet te hoeven voelen. 

Pijn verzachten

Zowel het slachtoffer als de romanticus zoeken hier een andere insteek in hun omstandigheden zodat ze hun persoonlijke pijn kunnen verzachten. Een personage mag dat doen, jij als schrijver mag echter niet zo met het plot aan de haal gaan. Vraag jezelf af: dwaal je af van het probleem omdat het voor jou pijnlijk is om hierover te schrijven, of om de gevoelens van de lezer te sparen? 

Als je voor jezelf de pijn verzacht, geef je personage dan een tegenslag minder. Je personages zijn er niet voor jou, maar voor het verhaal. Voor de lezer hoef je niets te laten, want die leest juist om alles mee te kunnen voelen met je personage en wil niet gespaard worden. En als hij het onderwerp te zwaarbeladen vindt, pakt hij wel een ander boek uit de leeskast. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage koppig is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage koppig is? 

Vervelende karaktereigenschap

Koppigheid is een vervelende karaktereigenschap voor een personage. Een koppig personage wil niet veranderen, blijft bij zijn standpunt en je moet hem zowat aan zijn haren uit de comfortzone sleuren. Een personage dat weigert uit de comfortzone te komen, voorkomt dat het verhaal op gang komt of aan de gang blijft. Daarom moet je je personage niet al te koppig maken. Dit personage móet tot inkeer komen, wil je een verhaal overhouden. Als het even kan, laat je personage dan eerder vroeger dan later een beetje loskomen van die eigen heilige overtuigingen. Een koppig personage kan even amusant zijn, maar op de lange duur vindt de lezer hem bloedirritant. 

Plotselinge ingeving 

“Als het niet goedschiks gaat, dan maar kwaadschiks.” Dit gezegde gaat absoluut op voor je koppige personage. Je zal hem in die koppigheid subtielere signalen of suggesties moeten geven, die hij vervolgens straal negeert; hij weet het zelf toch wel beter. 

Een voorbeeld: uit principe wil je personage een bepaalde boete niet betalen, ook al kan dat gevolgen hebben: grote financiële problemen. Als eerst zal je personage denken dat het niet zo’n vaart zal lopen, na nog een waarschuwende omstandigheid vindt hij het probleem nog te overzien en na nog een rode vlag maakt hij zichzelf nogmaals wijs dat hij een man van principes is, die niemand hem (daardoor) iets kan maken. Maar een aantal maanden later is die boete zo hoog opgelopen dat hij andere rekeningen niet meer kan betalen. Zo komt er een kettingreactie op gang en wordt de man uit huis gezet. Dan maar kwaadschiks, je was meermaals gewaarschuwd, maar te koppig om te luisteren… 

Pas op het moment dat hij zijn huis voorgoed moet verlaten, denkt hij: wat ben ik dóm geweest…

Dat ene moment van de plotselinge ingeving is de eerste echte keer dat dit personage daadwerkelijke groei meemaakt. Daarom is dit personage over het algemeen niet interessant of fijn om over te lezen. De lezer moet veel geduld hebben om iets van een verhaal of ontwikkeling op gang te zien komen. 

Het begin van het einde

Je kan niet van het personage verwachten dat dat na tientallen of honderden pagina’s zonder personagegroei van het ene op het andere moment talloze persoonlijke groeispurten gaat maken. Dat komt ongeloofwaardig over, omdat al het hele verhaal blijkt dat dat niet in het karakter van het personage zit. Bovendien ben je er negen van de tien keer te laat mee. In een verhaal met honderd bladzijden waarin de ingeving op bladzijde tachtig komt, heb je geen ruimte meer om dit ‘nieuwe verhaal’ van het personage uit te werken. 

Hou het dan kort en krachtig en rond af met de conclusie dat je personage er door de schok nooit meer bovenop komt, of dat hij in zijn leven daarna – buiten de pagina’s van het eigenlijke boek om- gaat proberen een nieuwe weg in te slaan. Wat dat dan is, maakt minder uit. Een open einde past in dit geval prima. 

Zoals je kan zien is een koppig personage niet het makkelijkste. Weet waar je aan begint… 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Vijf vragen die je jezelf moet stellen als je personage superkrachten heeft

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage superkrachten heeft? 

Je kan je personage altijd superkrachten geven als je dat wil. Laat je creativiteit de vrije loop. Jij bent baas in eigen boek. Maar er is wel een aantal dingen waar je op moet letten als je je personage superkrachten geeft. 

1. Waarom deze superkracht?

Ga bij jezelf na waarom je juist deze superkracht aan je personage geeft. Ja, het is hartstikke gaaf om te kunnen vliegen. Maar heeft het wel een functie in je verhaal of voor het plotverloop? Ook als je een fantasy schrijft waarin superkrachten de norm zijn, moet je jezelf deze vraag stellen. Er is een aantal superkrachten die min of meer standaard zijn. Denk aan vliegen, onzichtbaar zijn of gedachtenlezen. Jeugdpuistjes kunnen wegtoveren zou evengoed een superkracht kunnen zijn. (Eentje waartegen de gemiddelde tiener geen nee zou zeggen.) 

Waarom kan jouw personage wel vliegen, gedachten lezen of voorwerpen besturen met zijn gedachten, maar géén puistjes wegtoveren en/of zichzelf onzichtbaar maken? Daar moet je een antwoord op hebben. Meestal heeft dat met belangrijke plotpunten te maken. 

2. Waarom je personage?

Kijk nogmaals goed naar je plot en bedenk waarom juist je (hoofd)personage een of deze superkracht heeft. Is hij een uitverkorene? Past dat bij zijn karakter? Helpt dat later de grootste slechterik te verslaan? Superkrachten zijn gaaf, maar alleen omdat het gaaf is, mag je het nog niet zomaar in je verhaal gebruiken. Het moet wel een functie hebben voor je verhaal. 

3. Is het nog wel een superkracht?

Bedenk ook of de superkracht in jouw fictieve wereld nog wel speciaal is. Als iedereen kan vliegen, is dat de normaalste zaak van de wereld en geen superkracht meer. Dat lijkt een open deur intrappen, maar dat kan weerslag hebben op de manier waarop je je personage portretteert. Een “kijk-mij-eens-kunnen-vliegen-houding” gaat niet meer op als iedereen dat kan. Dat kan het verschil maken tussen een arrogante kwal en een onzeker grijs muisje.

4. Hoe leert je personage de superkracht?

Bedenk vooraf of je personage de superkracht nog moet leren of hem vanaf de geboorte al onder controle heeft. Als de kracht nog aangeleerd moet worden, heb je al een mooi deel van een narratief conflict te pakken. Maar als je personage zijn kracht altijd al gehad heeft, zorg er dan zeker voor dat hij op een ander vlak (emotioneel, mentaal of intellectueel) nog wel zijn worstelingen heeft. Anders is het personage te perfect om nog interessant te zijn.

5. Wat zijn de limieten van de superkracht?

Zorg er hoe dan ook voor dat de superkracht zijn limieten heeft. Je personage mag niet alle ellende in de wereld kunnen wegtoveren. Of hij moet na een supersonische karatetrap altijd een uurtje slapen om weer op krachten te komen voordat hij weer een schop kan uitdelen. Als je personage echt alles kan oplossen, dan is er geen probleem of conflict meer over. En zonder een conflict heb je geen verhaal.
Je kan dit in de gaten houden door een lijstje in je opschrijfboekje te maken over de limieten en regels die aan de superkracht verbonden zijn. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage voor een onmogelijke keuze komt te staan?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage voor een onmogelijke keuze komt te staan?

Als je personage veel pech heeft, komt het soms voor een keuze te maken die je het best kan omschrijven als een levende hel. Wat het ook kiest, van elke keuze krijgt het personage spijt. Hoe maak je die beslissing dan voor je personage? 

Wat is een onmogelijke keuze?

“Je geld of je leven!” Die keuze is schrikken, maar niet moeilijk. Echt moeilijke keuzes zijn voorbeelden als:
* dakloos worden of je kind afstaan;
* meedoen aan een gevaarlijke drugssmokkel of de medicijnen voor je doodziekte partner niet meer kunnen betalen. Als de rillingen je over de rug lopen bij de gedachte alleen al dat je hierover de knoop moet doorhakken, dan spreek je over een onmogelijke keuze. 

De hogere macht

Bij een onmogelijke keuze is het fijn om te weten in wat voor hogere macht je personage gelooft, of wat zijn absolute heilige graal is als het gaat om normen en waarden. Als hij bang is in eeuwig hellevuur te branden, leidt dat tot een andere beslissing dan wanneer je personage erop vertrouwt dat zijn Schepper hem vergeeft. Op eenzelfde manier zal een personage een andere keuze maken wanneer naastenliefde hoger in het vaandel staat dan eigen veiligheid. Er is hierin geen goed of fout: kijk eerlijk naar je personage. Niet iedereen is altijd onzelfzuchtig, dapper of sterk. Vergeet bovendien niet dat personages ook zwaktes moeten hebben om realistisch te zijn. 

Het belang van het thema

De keuzes die je personages maakt, weerspiegelen vaak heel duidelijk een onderliggend thema. Als je personage zijn kind niet wil afstaan, zegt dat iets over het thema onvoorwaardelijke ouderliefde. Kiest hij voor zijn huis (wie weet wel omdat het kind nog bij moeder terecht kan) dan is je thema eerder iets als zekerheid of ratio. Kijk dus goed naar het thema van je verhaal. Het is goed mogelijk dat de keuze relatief makkelijk gemaakt is als je het thema als leidraad gebruikt. Je personage is er niet blij mee, maar iemand zal de knoop moeten doorhakken. De kans is groot dat je personage dat niet doet…

De keuze voor het plot 

Als de keuze is gemaakt, is dat nooit fijn voor je personage. Het zal er hoe dan ook een bepaald rotgevoel aan overhouden. Denk aan schuldgevoel, spijt, emotioneel trauma… Als de andere keuze andere bijkomende gevoelens betekent, kijk dan ook of er een van de twee kan voorkomen dat het plot op slot komt te zitten. Met schuldgevoel is een stuk makkelijker te leven dan een letterlijk allesverlammend trauma

Is een onmogelijke keuze nodig?

Een onmogelijke keuze heeft een groot gevolg voor je plot en de ontwikkeling van je personage. Het is ook niet eenvoudig om erover te schrijven. Bedenk dus goed of je het schrijft of niet. Maar een onmogelijke keuze is hoe dan ook zeer interessant. Je verhaal kan niet tot cliché worden gereduceerd en zal altijd spannend blijven. Want hoe komt je personage tot zijn beslissing en hoe zal hij daarmee leven? Die vragen laten de lezer gegarandeerd de volgende pagina omdraaien… 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage veel pech heeft?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage veel pech heeft?

Je verslapen op de dag dat je een belangrijk sollicitatiegesprek hebt, of net een dag te laat achter een aanbieding voor een droomvakantie komen. Pech overkomt iedereen wel eens, dus ook je personage. Dat houdt je verhaal dynamisch, dus zorg vooral dat het je personage niet altijd meezit. Maar zodra je personage veel pech gaat krijgen, moet je gaan oppassen.

Wat is veel pech?

In dit artikel wordt gesproken van veel pech op het moment dat er één van de twee dingen voorkomt:

*Er ontstaat een domino-effect aan pech: je verslapen voor dat ene examen en daardoor zakken betekent geen propedeuse meer en dus een verplichte studiestop en jarenlange studieschuld.
* Je personage overkomt pechsituatie na pechsituatie, zonder dat het ruimte krijgt om even adem te halen: Oma overlijdt, een maand later volgt ontslag, weer drie weken later is er knallende ruzie met de beste vriend en twee weken daarna wordt een vakantie afgeblazen.

Houd bij een domino-effect je verhaalthema goed in de gaten. Een domino-effect is soms heel logisch en realistisch. Andere keren is het onnodig dramatisch, wat de lezer enorm irriteert. Stel jezelf daarom de vraag: “Wat wil ik hier symbolisch gezien mee zeggen?” Als je van elk ‘dominosteentje’ een antwoord krijgt dat aansluit op het thema van je verhaal, zit je goed. Als het geen symbolische waarde heeft, schrijf dan een pechgeval minder.

Het tweede scenario slaat meestal terug op de veerkracht van je personage. Hier wil je laten zien hoeveel je personage mentaal aankan. In theorie kan je dit zo bont maken als je wil, want iedere tegenslag zegt iets over het karakter van je personage. Hoe reageert het op rouw? Heel anders of hetzelfde als teleurstelling? Dit soort zaken zijn een hele mooie show, don’t tell voor het leren kennen van je personage.

Is er ook iets als te veel pech?

Natuurlijk heeft pech ook zijn grenzen. Ga bij een domino-effect aan pech na wat nog logisch is. In theorie kan alles: er overlijden miljoenen mensen omdat één persoon is neergeschoten, zoals in de Eerste Wereldoorlog. In zo’n extreem geval moet je dit domino-effect aan pech je overkoepelende thema maken om je verhaal nog geloofwaardig te houden. De lezer mag niet denken dat de schrijver (onnodige) drama aan het verhaal toevoegt. Stop met dominosteentjes plaatsen zodra er een belangrijk plotpunt in gang is gezet.

Kijk bij het tweede scenario op welk vlak je personage precies veerkracht moet krijgen. Eindeloos kunnen opstaan levert een stoere held op. Maar als je personage moet leren om te kunnen opstaan na een periode van rouw, heeft het weinig zin om hem zijn huis uit te zetten. Kies de pechmomenten goed uit en selecteer ze op relevantie. Want hoe belangrijk veerkracht ook is voor een goed verhaal of personage, uiteindelijk wordt dat ook weer veel van hetzelfde en gaat dat ook vervelen. Tegenslag vormt (op zichzelf) geen plot, personageontwikkeling doet dat. Gun je personage na twee, maximaal drie flinke tegenslagen daarom ook een moment van rust. Een moegestreden personage kan het plot namelijk op slot zetten.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage nieuw is in een groep?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage nieuw is in een groep?

Als je personage nieuw is in een groep, biedt dat een schat aan mogelijkheden. Of het nu een vriendengroep, klas, familie of de werkvloer betreft, je kan deze gelegenheid gebruiken om je verhaal een enorme vaart te geven. 

De eerste indruk 

Een eerste indruk zegt heel veel. Gebruik dat in je voordeel in de breedste zin van het woord. Denk aan de omgeving. Is het huis van de schoonouders spic en span? Dan kan jouw minder opgeruimde personage zich misschien al een beetje ongemakkelijk voelen als hij binnenkomt. Eerste momenten of indrukken verlenen zich prima om een omgeving te omschrijven.

En wat dacht je van de manier waarop je personage in de groep komt? Is zij hartelijk uitgenodigd door haar nieuwe buren om gezellig mee met de buurt te gaan kamperen? Dat verschilt nogal met ontvoerd worden en als krijgsgevangene te worden opgesloten. Dan maak je op een heel andere manier kennis met je lotgenoten. 

Goed in de groep?

Extravert en introvert: je bent dol op gezelschap of juist iets meer op jezelf. Het geeft een indicatie hoe iemand in een groep ligt, maar waak ervoor dat je je daar niet blind op staart. Als je dat doet, wordt je personage eendimensionaal. Leg liever uit waarom dat zo is. De eerste indrukken die je personage opdoet, betekenen in dat opzicht veel meer. Je extraverte beurshandelaar kan zich alsnog niet op zijn gemak voelen bij een grote groep extraverte boeren: de interesses schelen te veel. Een bijkomend voordeel van dit waarom uitschrijven, is dat de lezer meteen wat meer diepgaande karaktereigenschappen van het hoofdpersonage te weten komt. 

Doel van de groep 

Als je de moeite doet om nieuwe personages te introduceren, verwacht de lezer min of meer vanzelf dat die een grote(re) rol in je verhaal gaan spelen. Bedenk dus waarom je personage (juist) in deze groep terecht komt. Vaak heeft dat iets met het verhaalthema te maken. Komt hij bij een fijne schoonfamilie, dan is dat bijvoorbeeld ‘erbij horen’. Zijn de nieuwe collega’s tirannen die erop uit zijn om hem te kleineren, dan is dat iets als ‘scheve machtsverhoudingen’. Gebruik dit moment om je thema een subtiele spotlight te geven. 

Startpunt duidelijk maken 

De mensen die je personage tegenkomt bevestigen een bepaald wereldbeeld, of trekken dat in twijfel. Ze zorgen voor een springplank van fijne mogelijkheden of blokkeren je personage in zijn groeiproces. Hoe dan ook, een nieuwe ontmoeting betekent een nieuwe inslag in je verhaal. Een groep heeft een bepaald doel of een bepaalde dynamiek die onherroepelijk iets in gang zet voor je personage. 

Komt je personage bij een groep fanatieke zwemmers, dan krijgt je personage waarschijnlijk ook de ambitie om sneller te leren zwemmen. Hij wordt ook somber van die groep neerslachtige mensen. Of hij doet er juist alles aan om weer wat optimisme in de groep te brengen. 

Hoe dan ook is de nieuwe groep een aanleiding om een nieuw spreekwoordelijk hoofdstuk in je verhaal te beginnen. Als je voor jezelf duidelijk hebt waar dat hoofdstuk naartoe moet leiden, kan je makkelijker over de groep(sdynamiek) schrijven. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage verslaafd is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage verslaafd is? 

Vooropgesteld bij dit artikel: verslaving is een serieus en complex onderwerp. Als je daarover wil schrijven, zou ik je aanraden een (ervarings)deskundige te vragen je informatie te geven of jouw eigen informatie op waarheid te controleren. 

Zoals altijd moet je als je schrijft onderzoek doen, maar bij verslaving is dat veel meer dan alleen weten dat iemand zich ongemakkelijk gaat voelen wanneer hij niet over zijn middel beschikt. Juist omdat het thema verslaving zo populair is in films en boeken, is het makkelijk om te denken dat je daar al voldoende over weet. Terwijl niets minder waar is. 

Verschil in verslaving

Verslavingen brengen altijd heftige gevolgen met zich mee, maar iedere verslaving heeft andere (bij)verschijnselen. Neem het verschil tussen een gameverslaving en een drankverslaving. Als je dronken bent, weet je nog nauwelijks wat je doet. Zeker als je een slechte dronk hebt, loop je het risico jezelf en anderen te verwonden. Dat zal bij een game-verslaving niet zo snel het geval zijn.

Zoek uit wat de betreffende verslaving precies voor gevolgen heeft voor je personage. 

Waarom kickt je personage niet af?

´Zoek hulp.´ ‘Stop gewoon.’ Makkelijker gezegd dan gedaan. Wat is de reden dat je personage niet afkickt? Wat voorbeelden:

* Je personage heeft het al vaak geprobeerd, maar het afkickprogramma wil maar niet baten.
* Je personage heeft de middelen niet om de hulp van een ontwenningskliniek te vragen.
* Je personage ontkent verslaafd te zijn.
* Je personage onderschat de ernst van de verslaving en denkt zelfstandig te kunnen afkicken. 

Ieder antwoord geeft een heel andere invulling van het plot. Bedenk wat mogelijke antwoorden over het karakter van je personage kunnen zeggen. Iemand die al talloze keren heeft geprobeerd te stoppen, zal niet door trots worden gehinderd. Een personage dat almaar in ontkenning blijft, kan trots juist als reden hebben om überhaupt niet proberen te stoppen. 

Je kan je vast voorstellen dat de heldenreis en het plot van de trotse ontkenner heel anders uitpakken dan die van de moegestreden verslaafde die van kliniek naar kliniek wordt gestuurd. 

Waarom blijft je personage verslaafd?

Heel zwartwit gezien heeft je personage twee keuzes. Een middel tot zich nemen of dat niet doen. Je personage weet meestal wel dat het beter is om te minderen of te stoppen. Waarom doet hij dit dan niet? Dit is waar specifieke informatie van een verslaving om de hoek komt kijken. Er kunnen talloze redenen zijn waarom het je personage niet lukt. Misschien speelt er wel een onderliggend psychologisch trauma dat je personage niet onder ogen wil zien. Of heeft de verslaving effect op het lijf of de hersens van het personage gekregen, waardoor het hem lichamelijk onmogelijk wordt gemaakt om zomaar te kunnen stoppen. 

Wat doet verslaving met de omgeving?

Je personage heeft altijd geliefden die ook geraakt worden door de verslaving. Vergeet niet om dat ook uit te werken. Laat ook medepersonages eens flink boos of verdrietig worden. Dat heeft weer weerslag op je verslaafde personage. Zo laat je goed zien wat voor invloed een verslaving echt heeft en hoe ver dat kan gaan. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage een kind is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage een kind is?

Als je in een verhaal voor volwassenen over een kind schrijft, houdt het dan realistisch en verfrissend. Dat is moeilijker dan het in eerste instantie lijkt. Dit artikel geeft wat tips voor schrijven over kinderen van nul tot twaalf jaar. 

Clichés om te vermijden als je over kinderen schrijft

In verhalen voor volwassenen worden kinderen vaak gebruikt voor snelle symboliek in plaats van dat er (realistisch) in hun belevingswereld wordt gedoken. Dat is niet per se erg, want als je hoofdpersoon een volwassene is, is het kind al snel een medepersonage. Dan werk je dat per definitie al minder uitgebreid uit. Maar waak ervoor dat je een kind niet reduceert tot iemand die:

* medelijden moet opwekken (“Ach, dat arme kind met kanker.” “Het is vreselijk dat die man dakloos is. Het is al helemáál erg dat hij ook nog een kind heeft in dezelfde situatie.”)
* onschuld moet portretteren (“Kijk Frenkie en Abdel eens lief spelen in de zandbak. De wereld is niet alleen maar slecht…”) 
* het verhaal ‘zoeter’ maakt door louter in het verhaal aanwezig te zijn (“Die strikjes in het haar van Lizzy zijn zó schattig! Zoiets vrolijks had ik nodig in mijn leven na net gedumpt te zijn…”)

Als je dit subtiel doet, kan dat prima. Maar bedenk dat kinderen óók volwaardige personages (kunnen) zijn, niet slechts een lopend uithangbord voor bepaalde verhaalthema’s. 

Wat een kind niet kan 

Kinderen zijn volop in ontwikkeling. Hier zijn een aantal mijlpalen in de mentale ontwikkeling. Zo krijg je een beter idee van hoe een kind de wereld inkijkt. 

  • Vanaf een jaar of twee herkent een kind emoties bij anderen (“Als mama huilt, is ze verdrietig.”)
  • Als een kind zo’n vijf jaar is, kan het zich daadwerkelijk in anderen verplaatsen (“Als ik iets doe of vindt, wil dat nog niet zeggen dat jij er ook zo over denkt.”) Tot die tijd is een kind egocentrisch in de taalkundige zin van het woord. 
  • Tot een jaar of vier, vijf, ziet een kind geen rassenverschil. Het herkent wel degelijk verschillen in huidskleur of de hoogte van jukbeenderen, maar ziet dat dan nog heel feitelijk. Een beetje zoals bij oogkleur. Iemand heeft nou eenmaal bruine of grijze ogen. Pas na die leeftijd gaan ze ook zien dat een andere huidskleur of hoogte van jukbeenderen iemand ook echt anders maakt van ras. 
  • Kinderen krijgen pas laat begrip van abstractie. Zowel bij beelden als bij begrip. Dat begint een beetje rond tien jaar en voltooit zich pas echt als de puberteit begint. 

Lezen over ontwikkelingspsychologie helpt om de wereld en de leeftijd van het kind goed te begrijpen.

Eigen persoontje

Een kind is altijd een eigen persoontje. Dat begint al van baby af aan. Het ene kind van één jaar is al hartstikke koppig, waar het leeftijdsgenootje (nog) aanhankelijk is. En het ene kind van zes is ontzettend behulpzaam, waar het ander een echte pestkop is. Wees héél alert op de valkuil: “Het kind is nog maar X jaar, dus over deze persoonlijkheidskenmerken kan het nog niet beschikken.” Dat is vaker niet dan wel waar. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.