Het verschil tussen spannend en mysterieus schrijven

Als je een verhaal schrijft waarin plottwists of diepe thematiek voorkomt, is het belangrijk om redelijk mysterieus te schrijven. Maar dat betekent niet dat de lezer continu iets te raden moet hebben, wil het boek spannend zijn. In deze blogpost gaan we naar het verschil kijken en leer je hoe je de belans moet vinden.

Hoe schrijf je een mysterieus verhaal?

‘Mysterie’ als begrip mag je in deze blogpost ten behoeve van de uitleg zien als het idee dat de lezer in het duister tast, weet dat die informatie mist en er plezier uit haalt om uit die missende informatie een geheel te maken. Dat kan uiteindelijk een plottwist blijken te zijn, maar het kan ook een relatief simpel raadsel zijn, zoals: ‘Wat maakte in dat huis toch steeds zo’n raar geluid?’
Wil je je verhaal mysterieus maken, dan schrijf je dus met het idee dat er continu informatie mist die nog een conclusie krijgt. Bovendien moet de lezer alert blijven, om geen belangrijke hint te missen.

Hoe schrijf je een spannend verhaal?

Een spannend verhaal is niet per se mysterieus. In zekere opzichten is een spannende tekst een tegenpool van de mysterieuze tekst. Want bij een spannend verhaal zit de lezer op het puntje van de stoel. Gewoon omdat het verhaal zo gaaf is, er van alles gaande is en de actie-reactiewet goed wordt aangehouden. Het grote verschil met mysterie is dat het bij een spannend verhaal helemaal niet zo erg is als de lezer weet hoe het verhaal (grofweg) gaat verlopen. Sterker nog: soms kan een zekere mate van voorspelbaarheid de spanning verhogen.

Stel je voor dat je personage moet verhinderen dat dieven een bankoverval plegen. Je lezer weet inmiddels dat je held niet voor een gat te vangen is, en ook wijst de algemene toon van je verhaal er duidelijk op dat je bij dit verhaal een happy end kan verwachten. Het is dus niet echt de vraag of de bankovervallers worden gepakt. Maar dat is niet erg, want in dit geval haalt je lezer het leesplezier uit de ‘hoe’-vragen. Zoals:

  • Hoe probeert Held de dieven te vangen?
  • Hoe bereidt hij dat plan voor?
  • Hoe loopt dat plan in eerste instantie in de soep?
  • Hoe gaat hij zich herpakken?
  • Hoe lukt het alsnog om de bankovervallers alsnog gepakt?

Met andere woorden: een spannende tekst hoeft niet veel meer te doen dan een spanningsboog op peil houden. Om dat meer kleur te geven, sluit die goed aan op de heldenreis van je hoofdpersoon. Dat vormt de basis van ieder goed verhaal. Daar hoeft een verhaal niet mysterieus voor te zijn.

Wanneer moet je mysterieus schrijven?

Als je een verhaal hebt waar de lezer veel te ontrafelen heeft, schrijf je mysterieus. Zorg ervoor dat je continu iets geeft om te puzzelen en naar te raden. Denk aan personages wiens motieven niet altijd koosjer zijn: dan moet het duidelijk zijn dat er meer in het spel is, of dat deze gladjakker opeens van gedachten kan veranderen, als het hem beter uitkomt. Waak er wel voor dat je de lezer daarin niet te veel laat dwalen. Mysterie en kunnen raden is leuk, maar het is wel belangrijk dat je blijft weten wat je als lezer grofweg in de kuip hebt als het om personage of plot gaat. Een plot dat in eerste instantie gaat over een gelukkig gezin en dan dreigt te gaan over een verstoring van die orde en drie hoofdstukken daarna toch weer over het gelukkige gezinnetje werkt niet. Iemand ergens naar laten raden en op een ongefundeerd verkeerd been zetten zijn twee heel verschillende dingen.

Hoe zorg je ervoor de tekst spannend blijft?

In een tekst die spannend is, is er altijd iets gaande. Dat heeft niet zozeer met Formule 1 of superheldachtige actie te maken. Denk aan een actie-held die in plaats van als een figurant van diens eigen leven het plot ziet gebeuren, zelf dingen in gang zet om ervoor te zorgen dat het verhaal de gewenste kant op gaat. In dat opzicht kan actie soms haast saai zijn. Maar zolang je kan spreken van interessante vooruitgang, zit je over het algemeen goed als het om de spanningsboog gaat. Laten we die woorden iets genuanceerder opsplitsen:
Interessant: er is iets aan de hand dat leuk is om te blijven volgen.
Vooruitgang: het verhaal gaat verder, dóór: er is sprake van een personagegroei of een conflictontwikkeling, zoals een volgend obstakel.
En daarom is het mogelijk dat ook een ‘saai’ alledaags verhaal continu spannend blijft. Je hoeft verhalen niet met elkaar te vergelijken. Als voor joúw verhaal iets spannend is, dan hoef je dat niet uit te vergroten omdat er andere verhalen zijn die van zichzelf griezeliger, spectaculairder of spannender zijn.

Spannend en mysterieus schrijven combineren

Spanning en mysterie zijn goed te combineren en het een hoeft niet ten koste van het andere te gaan. Maar zoals je hebt kunnen lezen zijn het twee heel verschillende dingen. Het kan dus voorkomen dat je moet kiezen. Als je voor die keuze komt te staan, kies dan altijd voor spanning, niet voor mysterie. Lees: duidelijkheid en algemene structuur gaan altijd vóór het spelen met thema’s, symboliek of unieke plottwists of interessante narratieve conflicten.

Dat heeft te maken met mogelijke interpretatie en de vrijheid die je daar (niet) hebt. Iedereen moet de basis van een verhaal hetzelfde lezen. Bijvoorbeeld: als je hoofdpersonage lief moet zijn, mag niemand haar lezen als gemeen. Daar moet je als schrijver voor waken, maar dat kan je ook herschrijven.

Maar thema’s en symboliek kunnen per persoon heel anders worden geïnterpreteerd. Dat hebt je niet in de hand, maar dat is wel waar mysterie vaak op leunt. Ga je dus te veel uit van mysterie en te weinig van spanning, dan kan het gebeuren dat je lezer onbedoeld een heel ander boek lijkt te lezen dan jij denkt te schrijven. Wees niet te bang dat je boek niet spannend genoeg is: wees eerder te bang dat je boek iets te mysterieus is.

Wil je weten of je op de goede weg bent met je mysterieuze of spannende verhaal? Schakel mij dan in voor manuscriptredactie.

Foto door Sašo Tušar via Unsplash.

Holle frases in je voordeel gebruiken bij spannende scènes

We kennen ze allemaal, die zinnetjes waar je eigenlijk geen, of anders altijd hetzelfde antwoord op verwacht. In een verhaal werken deze vrijwel nooit. Dat wordt te pas en te onpas gezegd door schrijfcoaches. Deze week gaan we eens wat beter kijken naar waarom dat zo is en ook hoe je deze zinnen alsnog in je voordeel kan gebruiken. Dan worden deze zinnen niet langer doodsaai, maar juist superspannend!

Holle frasen als afdwingende clichés

We kennen allemaal de sociale regels die schuilen achter zinnen als:
* “Lekker weertje hè?”
* Hoe gaat het?
* Zo, lekker aan de wandel?
Laten we die eens vanuit een schrijversperspectief bekijken.
Kort door de bocht gezegd: het is een ‘ja (goed)’ waarna het gesprek ongemakkelijk doodvalt als iemand merkt dat je je niet aan die sociale norm houdt. In het echte leven valt er een ongemakkelijke stilte. Niet fijn, maar in een verhaal loopt dan de complete scène spaak. Dan ben je nog verder van huis.

Of het is een toestemming of startsein om uitgebreid te gaan roddelen of te klagen:
“Ja, ik moet wel wandelen, want anders word ik gek…”
“Hoezo?”
“Breek me de bek niet open, Sjaak.. Mijn vrouw heeft weer eens…”
Hupsakee, daar ga je. Drieduizend woorden en geen enkel echt plotpunt later… Het zijn van die dialogen waar geen enkele laag in zit, behalve de buitenkantlaag, en waar geen narratieve ruzie wordt gemaakt.

Beide gevallen van zo’n gesprek zijn ontzettend cliché omdat je weet op welke manier dit gesprek verder gaat. Dat zou op zich niet zo’n ramp zijn. Meestal kan je clichés kneden en naar je eigen hand zetten. Maar deze clichés zijn zo hardnekkig dat zodra je daarvan afwijkt, de lezer zodanig in verwarring raakt dat die zelf de draad van het verhaal ook meteen kwijt is. Waar je er nog wel mee weg komt dat Romeo en Julia niet meteen, maar pas na drie dagen vlinders voelen, is het bij holle frases zo dat je ze moet volgen volgens een bepaald stramien, wil je geen nutteloze een onnodige verwarring zaaien.

Wat als je dat nu eens niet zegt?

Je kan holle frases nog steeds in je voordeel gebruiken. Om het effect daarvan helemaal te doorgronden, kijken we eerst wat er kan gebeuren als je die holle frase een keer niet zegt.
In het echte leven word je waarschijnlijk asociaal worden gevonden als je “Hoe is het?” overslaat. Of veel te direct of dramatisch als je eerlijk antwoord dat het niet zo goed gaat. Of je lijkt aandachtsgeil of te overheersend als je “lekker aan de wandel?’ overslaat en iets anders zegt. Want dan bepaal jij onmiddellijk het gespreksonderwerp nog voor de toon goed en wel gezet is.
In een boek wordt die toon later in de scène gezet. Personages komen binnen, lezen elkaars lichaamstaal, dat wordt voor de lezer vertaald, met show don’t speak of sfeeromschrijvingen en dan pas wordt er daadwerkelijk gepraat. En omdat een lezer net ‘ze stond vrolijk een ei te bakken’ heeft gelezen, is het slechts een herhaling van het overduidelijke om dan nog eens: ‘Hoe gaat het?’ te vragen.

Met andere woorden: in een boek zijn deze simpele beleefdheidszinnetjes niet alleen storend omdat ze vrij letterlijk nietszeggend zijn. In zekere zin zorgen ze er paradoxaal genoeg voor dat ze met zo’n lege zin de informatie die er wél in verscholen zit, twee keer in korte tijd onthullen.

Holle frase als plotselinge en welgedoseerde ommezwaai

In een boek werkt een holle frase dus vaak niet omdat de scène daarmee veel op dezelfde voet doorgaat. Je kan de andere kant van dezelfde medaille gebruiken om de scène juist veel spanning te geven. Laat het gesprek niet op de voorspelbare manier verder gaan, maar gooi het roer juist helemaal om.
Je kent dat moment wel dat de stilte om te snijden is en je dan een wanhopige poging doet om die te verbreken door iets heel banaals te zeggen:
“Dus, dat betekent dat zij gaan scheiden…”
Na een akelige stilte zei Kimberly: “Zo, Ik moet Jurre maar eens op gaan halen van de opvang…”

Dit ligt er natuurlijk wel erg dik bovenop. Maar als je een holle frase gebruikt als verborgen laag, kan het de lezer op het puntje van de stoel laten belanden. Vooral als een slechterik het heft in handen krijgt met dit simpele zinnetje.

Denk aan iets als:
Er is een kind ontvoerd en de moeder weet dat de buurman dat gedaan heeft. Ze kan het echter tegen niemand zeggen. Buurman dreigt het kind te vermoorden als ze haar mond opentrekt. Moeder staat dus machteloos en Buurman weet dat. Dan komen ze elkaar tegen op straat, waar andere buren bij staan. Buurman groet Moeder:
“Hoe gaat het met je, Kimberly?” (Word je al paranoïde? Ben je al aan het nadenken of je bereid bent om mijn eisen in te willigen?)
“Lekker weertje, nietwaar Buurvouw?” (Ik weet dat dat het laatste is waar je je nu druk om maakt en daar geniet ik van.)
“Ga je een ommetje maken?” (Je weet dat ik je in de gaten houd. Als je ook maar in de buurt komt van het politiebureau, dan zal ik dat weten…)

Zoek je je toevlucht tot iets waarvan de buren zouden opmerken dat er iets geks aan is, zoals het voorbeeld waarbij Kimberly naar de opvang snelt na een ongemakkelijke mededeling, dan verander je de toon van de scène. Gebruik je een anders holle frase om iets gruwelijks of spannends in te verstoppen of verpakken, dan kan je daar eindeloos veel meer mee. Plottwists beginnen, uitwerkingen van personagebiografieën laten zien, relaties tussen personages op zijn kop zetten, nieuwe doelen mee introduceren, noem maar op.

Een holle frase heet zo omdat hij niets toevoegt aan een scène of een gesprek en daarom maar al te snel wordt vergeten. Maar als je ervoor zorgt dat deze zin juist het belangrijkste is dat er gezegd wordt op een manier die niet zomaar vergeten wordt, dan krijg je de lezer gegarandeerd aan het bibberen!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Daniel Lincoln verkregen via Unsplash.