De sterke scène: de eerste scène

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en zorgt ervoor dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week kijken we naar de eerste scène. Want die heeft een andere opbouw dan de scènes in het midden. 

Veranderen en leren tussen de regels door

In een goede scène, waar dan ook in het boek, verandert er iets. Ook leert de scène je iets over een element in het verhaal. Maar de eerste scène heeft een aparte opbouw. Want als je nog geen introductie hebt gehad, hoe kan het verhaal dan veranderen en wat moet de lezer dan leren? In zekere zin is de eerste scène de scène die de belangrijkste zaken uit je boek al gaat verklappen. Tussen de regels door, welteverstaan.

De slechte eerste scène: afwachten, niet ontdekken

Om een goede eerste scène te schrijven, is het handig om te kijken wat een eerste scène laat mislukken. Dat maakt het makkelijker om te kaderen wat je wel en niet mag doen voor een goede scène.  Een slechte openingsscène staat bol van de infodump. Of is het de beruchte ochtendroutine. Vaak worden die statisch en feitelijk geschreven:

Door een generatieslange spanning tussen de twee belangrijkste families, ging er in Trollenland het gerucht rond dat er snel oorlog zou komen.

Of:

Met haar ogen nog halfdicht maakte ze haar ochtendkoffie klaar. Ze haatte dat ze cafeïne nodig had om op te starten, maar als haar gemene baas haar vermoeid zou aantreffen, riskeerde ze een verbale aanval. Dat was de afgelopen maand al vijf keer voorgekomen.

Zie je dat deze teksten tussen de regels door niets duidelijk maken? Ze vertellen ook niet wat er in het gehele verdere verhaal gaat gebeuren. Wat ze hoogstens doen, is een enkele gebeurtenis of scène verklappen.  Zo valt er niets te ontdekken, hoogstens iets om af te wachten: komt die ruzie of niet? Zo wacht je een specifieke scène af, in plaats van dat je een verhaal introduceert.

Dit blijft niet hetzelfde… 

Een goede eerste scène laat de lezer achter met het besef dat wat er ook gebeurt, het langdurige gevolgen gaat hebben. Je schrijft nog beter als je hint naar hoe het personage met die verandering om zal gaan. Daarmee kan de lezer (onbewust) enigszins voorspellen hoe het verhaal gaat verlopen wat betreft centraal conflict, of wat het verhaalthema gaat zijn. Dat zorgt voor nieuwsgierigheid en dan wil de lezer verder lezen dan alleen het eerste hoofdstuk.

Denk hierbij aan iets als:

De deurbel deed Franka verstijven. Haar blik schoot naar de kalender.  Ze was nu drie maanden te laat. Toen ze met trillende handen de deurwaarder binnenliet en ze hem voorging naar de keuken, zag ze hoe zijn blik naar de halfopen, lege koelkast en naar Franka’s versleten kleren en ongewassen haren ging.
“Heeft u uw moeder niet meer kunnen bereiken?”
“Ze hing op zodra ze hoorde ik het was die belde…”

Je weet dat deze vrouw in de schulden en andere armoede gerelateerde problemen zit en daar een oplossing voor moet zoeken. Zonder hulp gaat dat lastig zijn.   Tel daar de ruzie met haar moeder bij op en Franka heeft meerdere conflicten die je niet in een enkele scène kan stoppen. Dit belooft een verhaal met alle complexe vertelaspecten die daarbij komen kijken.

Belangrijk om te weten: een verhaal mag voorspelbaar zijn. Het is iets anders als het uitgroeit tot een cliché. Maar een verhaal is het lezen waard zodra niet de eigenlijke uitkomst – Wat gaat er gebeuren? –, maar het ‘hoe’ centraal staat. Hoe komt het verhaal uiteindelijk tot deze uitkomst gedurende meerdere scènes  en hoofdstukken? Hoe zorgt het personage ervoor dat de ramp voorkomen wordt? ‘Hoe?’ zorgt voor een verhaal, ‘Wat?’ geeft slechts een feit aan. Als je eerste scène meer stilstaat bij het ‘hoe’ en dan bij het ‘wat’, zorgt die voor een goede start.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Prateek Katyal verkregen via Unsplash

Heb je help nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop.

De sterke scène: gevolgen van een handeling

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en zorgt ervoor dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week sluiten we een drieluik van een sterke scèneopbouw af en kijken we hoe je een sterk gevolg op een actie kan schrijven.

Tijd om af te ronden, maar wees niet te snel

In de eerste stappen van een goede scèneopbouw bepaal je de sfeer en daarna laat je een personage een handeling uitvoeren. In de laatste stap laat je zien wat de gevolgen van deze handeling zijn. Voor het plot, de relaties van de personages onderling, of voor een narratief conflict. In dat opzicht doe je niet veel meer dan schrijven volgens het principe van oorzaak en gevolg, waar je aandacht uitgaat naar een gevolg. Maar wees niet te haastig. Houd goed in je achterhoofd wat je met de voorgaande stappen in de grondverf hebt gezet. Als je daar niet op voortbouwt en de afronding als een op zichzelf staand deel beschouwt, zwakt de sterkte van je scène alsnog af.

Tijd voor de boodschap

Een scène is een verhaal in het klein. Dat betekent ook dat die een één of andere boodschap moet bevatten, anders kan je hem net zo goed weglaten. Het begrip boodschap mag je in dit geval heel breed zien. Je lezer mag iets leren over een plot, een personage beter leren kennen of een thema verder ontrafelen.
Denk hierbij aan voorbeelden als:

  • Een thema wordt duidelijk: de boodschap ‘ware liefde bestaat’ wordt duidelijk na een uitzonderlijk romantische scène. De handeling uit de vorige stap van de scèneopbouw is dan zoiets als het aanmaken van de open haard. Gevolg? Hierna volgen er nog wat zwijmelscènes.
  • Een plotpunt wordt verder uitgediept. Nadat het personage een ander heeft uitgescholden, komt er een ruzie. De boodschap: nu zijn de rapen gaar.  
  • De lezer komt meer te weten over een personage. Als de held heeft gelogen heeft, is de boodschap dat dit personage niet meer zomaar te vertrouwen is.

De lezer weet en de lezer voelt…

De ene scène is langer dan de andere en ook de invloed van de scène op het verhaal als geheel is de ene keer groter dan de andere. Ongeacht wat er in je scène gebeurt, wat je de lezer mee wil geven en hoe belangrijk de scène is, een scène is goed afgerond als je de volgende formule in kan vullen:

De lezer weet nu X, en voelt zich nu Y.

  • Doordat de personages nu verliefd zijn, weet de lezer dat ware liefde bestaat. De lezer voelt zich fijn.
  • Doordat er ruzie is, weet de lezer dat er spanning komt. De lezer voelt zich ongemakkelijk.
  • De lezer weet dat de held onbetrouwbaar is. De lezer voelt zich bedonderd.

Cliffhangers zijn niet altijd nodig

Een scène hoeft niet spectaculair of als een cliffhanger af te lopen. Het belangrijkste is dat een scène volgens deze bovenstaande regel een afronding heeft die de lezer iets leert. Deze formule kan je ook helpen om te bepalen wat belangrijk genoeg is om überhaupt in een scène uit te schrijven.
Je hoeft niet elke gezette stap of elke genomen hap in een scène te beschrijven. Als je niet weet wat je uit een scène kan schrappen, kijk dan eens wat er als vanzelf wegvalt bij het invullen van deze formule. Dan ben je al een eindje op weg met het bepalen van waar het in een scène echt om draait en wat maar opvulling is.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop.

Photo by Fairuz Naufal Zaki on Unsplash