Wat als je personage doet wat hij wil?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage doet wat hij wil?

“Ik doe wat ik wil” is een uitspraak met vele gezichten. Hij past bij ‘Ik ben twee en ik zeg nee.” “Yolo, ik ga backpacken, ik zie later wel hoe ik een hypotheek kan betalen!” en “Ik ben te oud om nog bang te zijn om uitgelachen te worden. Straks krijg ik nog spijt als ik stervende ben.” Soms heeft het weinig met leeftijd of levensinstelling te maken en is je personage te arrogant of te onwetend om andere zaken in ogenschouw te nemen. Hoe dan ook zijn er dingen waar je altijd op moet letten als je personage egocentrisch handelt. 

Keuzes hebben gevolgen

Of je peuter nou moet spugen omdat ze net een hele snoepzak heeft opgegeten of je multimiljardair zijn werknemers niet fatsoenlijk betaalt en daarom wordt bekritiseerd: keuzes hebben altijd gevolgen. Klein of groot, meteen of veel later, ze zijn er vrijwel altijd. Dit gaat ook vaak op bij keuzes die niet alleen om het ego van het personage draaien. Maar als dat wel zo is, zijn de gevolgen vaak voor het plot of het verhaalthema wel groter. Als ‘ik doe wat ik wil’ geen gevolgen heeft, dan is dat een alarmbel voor een Mary Sue. 

Gevoel en verstand 

Doen waar je zin in hebt zonder over de gevolgen na te denken, duidt erop dat je je hart volgt, in plaats van je verstand. Dat is niet per se fout. Als jij meer zin hebt in chips dan in een appel, mag je best een keer voor je wil kiezen, ook al weet je dat je beter een appel kan eten. Verstand heeft ook zijn grenzen. Maar je moet wel nagaan wat de verhouding is tussen emotie en ratio. Zodra de emotie de flinke overhand heeft, wordt je personage niet alleen egocentrisch, maar ook egoïstisch: “Het kan mij niets schelen dat ik jouw gevoelens kwets, ik voel me slecht bij wat jij net zei, dus scheld ik je de huid vol.” “Ik wil die wereldreis maken en dat mijn kinderen me dan missen, of ik straks geen geld meer heb om ze te onderhouden, interesseert me niet.” In de ergste gevallen wordt je personage labiel en/of gevaarlijk van het zich steeds laten leiden door (extreme) emotie: “Ik hou zoveel van je dat ik je in elkaar trap.” Waar is het verstand gebleven?

Invloed op anderen en het thema 

Je personage leeft niet in een vacuüm. Zijn acties hebben invloed op anderen. Als hij zich door zijn emoties laat leiden, maar zijn verstand niet uit het oog verliest, kan hij inspirerend zijn en vrienden maken. Luistert hij echt alleen naar zijn emoties en wordt hij daardoor egoïstisch en/of labiel, dan stoot hij mensen af. Weeg goed af hoeveel en wanneer je personage zich door zijn eigen wil laat leiden. Het kan de toon van je verhaalthema veranderen. Hoe minder je personage naar rede luistert, hoe duisterder de toon van het verhaal wordt. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Wat als je jouw personage niet mag?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als jij jouw personage niet mag?
Schrijven over een personage dat je persoonlijk niet mag, kan het schrijfproces in de weg zitten. Daarom volgen hier wat nuttige tips. 

Waarom mag je je personage niet?

Misschien mag je je personage niet, omdat ze te veel op een Mary SueMagic pixie of een ander onrealistisch personage lijkt. Ga eerst na of je je personage niet onbedoeld perfect hebt gemaakt. Niet alleen lezers, ook schrijvers kunnen zich aan ‘perfecte’ helden ergeren. Het is belangrijk dat je balans toepast: zorg ervoor dat je je personage niet alleen goede eigenschappen en steeds opnieuw meevallers heeft. Af en toe moet er iets tegenvallen, of er iets minder dan ideaal aan je personage zijn.

Allergiezone

Mensen kunnen in je allergiezone zitten. Deze mensen mag je niet omdat hun karaktertrekken, overtuigingen of prioriteiten gewoon te verschillend zijn van die van jou. Zij kunnen objectief gezien niets fout doen, toch zal jij ze altijd zien als ‘dat irritante mens’. Denk aan een rijke zakenman die zich ergert aan de ongeschoolde klusjesman, die op zijn gemakje werkt, in plaats van zich in een burn-out te storten. Of aan de milieuactivist die iemand die drie keer per jaar het vliegtuig pakt om op zonvakantie te gaan, egoïstisch vindt. 

Zo kan een personage ook in je allergiezone zitten. Meestal -hoewel niet altijd- betreft dit je antagonist. Dat kan je in je voordeel gebruiken. Als je je echt niet over je afkeer van je vervelende personage heen kan zetten, bedenk dan: ‘Zonder tegenstander geen held.’
Als jouw superheld katten uit de boom redt, heb je wel iemand nodig die die arme beestjes steeds zo’n schrik aanjaagt dat ze de boom in vluchten. Misschien geef je je held daardoor op een kinderlijke manier onterechte schouderklopjes. ‘Kijk Superman, jij bent tenminste wel aardig. En die stomme Slechterik is echt een nare bullebak. Lekker pûh, Slechterik, Superman wint weer.’

Waak ervoor dat je Superman daarmee niet té goed voor het verhaal maakt: er moet een centraal conflict overblijven. Maar dat kinderlijke gesnauw werkt beter dan vechten tegen wat er nu eenmaal in je allergiezone zit, want dat is een gevecht dat je niet zal winnen. 

Goedpraten versus verklaren

Soms is de reden dat je je personage niet mag wat minder onschuldig. Als je over een gemene Nazi-soldaat schrijft, bijvoorbeeld. Besef dat er een groot (en minstens zo belangrijk!) verschil zit tussen iets goedpraten en iets verklaren. Alleen omdat je weet dat deze soldaat handelt vanuit indoctrinatie, wil dat echt niet zeggen dat jij het oké vindt hij mensen doodt en vergast. Toch zal het slikken zijn om over zo iemand te schrijven. Troost je met de gedachte dat je waarschijnlijk veel achtergrondonderzoek moet doen voordat je de daden of karaktertrekken die jij zo verafschuwt kan verklaren. Dat heeft een positief gevolg. Doorgaans is het zo dat hoe meer onderzoek je doet naar een personage, hoe realistischer en meeslepender je over diegene kan schrijven. Het kost je weliswaar gevoelens van afschuw om zo’n personage goed te kunnen portretteren, maar het kan een aanwijzing zijn dat je een steengoed verhaal aan het schrijven bent. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Wat als je personage pijn heeft?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage pijn heeft?

Je wil pijn liever vermijden, maar dat lukt niet altijd. Als het er dan toch is, wat kan je dan over je personage te weten komen?

Pijngrens en ruggengraat

Begint je personage al te piepen zodra hij zich aan papier heeft gesneden en houdt hij daar een week zijn mond niet over? Of loopt hij de marathon nog uit, ook al heeft hij drie blaren ter grootte van een ei op zijn voeten? De pijngrens zegt vaak veel over de ruggengraat van je personage. Als je je personage pijn moet doen, kijk dan eens goed of hij dat wel aankan. Voor je het weet zet je je plot op slot, omdat je personage geen pijn kan verdragen. Of maakt de pijn door de stevige ruggengraat zo weinig indruk dat je personage daardoor misschien net iets meer op Superman gaat lijken dan de Jan-met-de-pet die hij moet zijn. 

Fysieke pijngrens en mentale grens

Soms heeft je personage een enorme ruggengraat, al dan niet in combinatie met een hoge pijngrens. Dan maakt fysieke pijn vaak (te) weinig indruk. Kijk dan eens of je een mentale pijngrens aan kan spreken. Als je over een sporter schrijft die het gewend is om iets te breken, zal die daardoor heel wat gewend zijn en zal dat niet zo belangrijk zijn voor het plot. Kijk dan eens hoe je zijn mentale (pijn)grens kan overschrijden om pijn alsnog in je voordeel als plotwending te gebruiken. Een arm breken is niet erg voor een sporter. Maar als hij daardoor niet mee kan als begeleidende ouder op schoolreisje, waar vader en zoon al maanden naar uitkijken, kan je de sporter daarmee pijn doen. Of hem in ieder geval de nodige voorzichtigheid in acht laten nemen. 

Opoffering

Een personage kan vrijwillig helse pijn ondergaan. Dan is er vrijwel altijd opoffering in het spel. Denk aan het bekende voorbeeld van iemand die zichzelf in elkaar laat slaan zodat de ander kan vluchten. Of iemand die een zeer (mentaal of fysiek) pijnlijke (medische) behandeling ondergaat om maar weer te kunnen lopen, van de pleinvrees af te komen en zo weer een sociaal leven te ontwikkelen, te kunnen blijven leven en de kinderen zo geen vader te ontnemen. 
Dat soort opofferingen zeggen veel over de normen en waarden, veerkracht en moed van je personage. Neem dus de tijd om daar goed naar te kijken, want dat is waardevolle informatie.

Wegrennen

Het kan zijn dat je personage niet de mentale (veer)kracht heeft om mentale pijn aan te kunnen. Pas goed op met deze personages, want die zetten je plot erg makkelijk op slot, omdat ze hun narratieve comfortzone niet uit kunnen komen. Zorg er bij deze personages dus voor dat ze een vriend of familielid hebben dat ze op tijd een schop onder hun achterste geeft. Als je dat niet doet, dan is je enige optie om van de mentale strijd om iets in gang te zetten het thema van je plot te maken. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Wat als je personage eenzaam is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage eenzaam is? 

Iedereen heeft er wel eens mee te maken gehad: eenzaamheid. Dat is voor een enkele scène niet meteen interessant, maar als eenzaamheid een karaktertrek van je personage wordt, is het belangrijk om daar goed naar te kijken. Als je vreselijk eenzaam bent en dat ook nog eens lang duurt, komt je hele wereld op zijn kop te staan. Dat heeft grote gevolgen voor je personage, het centrale conflict en de toon van je verhaal. Let op de volgende dingen als je over eenzaamheid schrijft. 

Introvert of extravert?

Mensen zijn introvert of extravert. Simpel gezegd willen extraverte mensen vaak en veel mensen om zich heen, waar introverte mensen liever met een kleinere groep mensen zijn en zo nu en dan ook liever alleen zijn. Waar een extravert het al heel naar vindt om twee dagen niemand tegen te komen, vindt de introvert dat soms juist fijn. Een introvert daarentegen zal meer behoefte hebben aan diepgaande contacten met een enkeling, terwijl een extravert ook energie haalt uit koetjes en kalfjes met veel mensen. 
Als je weet aan wat voor contact je personage het meest behoefte heeft, weet je ook wat hem al dan niet (makkelijk) eenzaam maakt. Kijk dus eerst of je personage intro-of extravert is voor je verder gaat met schrijven over zijn eenzame gevoelens. 

Wie of wat is de oorzaak?

Eenzaamheid heeft altijd een oorzaak, maar die kan enorm verschillen: verlegenheid, niet populair zijn, de thuisblijver zijn als iedereen op vakantie is, geestelijke mishandeling waardoor je personage denkt geen vriendschap waardig te zijn… Kijk goed naar wie of wat de eenzaamheid in gang zet of in stand houdt. Anders kan je niet bepalen wat er moet veranderen om de eenzaamheid op te lossen of hoe je de eenzaamheid kan portretteren. 

Wat speelt er onder de eenzaamheid?

Enkele belevenissen van eenzaamheid zijn: “Ik voel me erg eenzaam als mijn geliefde niet bij me is” of “Ik voel me eenzaam op feestjes waar ik niemand ken.” Achter dit soort citaten schuilt vaak nog iets anders dan eenzaamheid: te veel waarde hechten aan een specifiek persoon of verlegenheid, bijvoorbeeld. 
Eenzaamheid kan je definiëren als: contact willen met een medemens, maar dat niet kunnen krijgen. 
Dat kan oorzaken hebben die vrij ‘eenvoudig’ zijn of juist heel ernstig. Een eenvoudige reden is iets als: je eenzaam voelen in de klas omdat je niet voluit en sociaal mag kletsen met de buurvrouw. Een ernstige reden is: ik heb het gevoel dat ik geen vriendschap of liefde waard ben en zoek daarom geen contact met anderen. 

Probeer erachter te komen of je personage ‘zuivere’ eenzaamheid ervaart, zoals in de klas, of dat er nog andere mentale ongemakken meespelen, zoals slechte sociale vaardigheden, een minderwaardigheidscomplex of het idee dat je personage om wat voor reden dan ook het recht niet heeft om contact te zoeken met iemand/ het gewenste andere personage. Mocht er méér meespelen dan ‘zuivere eenzaamheid’, neem dat dan ook mee in je uitwerking. 

Onderschat eenzaamheid niet! 

Als je erachter komt dat je personage met ernstige eenzaamheid (en eventuele onderliggende factoren) te kampen heeft, onderschat dat dan niet. Het kan je personage zodanig verlammen dat hij zelfs zijn bed niet meer uit kan, wil of durft te komen. Dat heeft natuurlijk gevolgen voor je personageontwikkeling, verhaalthema, plot en verhaallijn. Als je een personage hebt dat ernstig eenzaam is en dat realistisch wil portretteren, hou dan in de gaten dat dat veel met je verhaal als geheel kan doen. En besef dat ernstige eenzaamheid niet opgelost is als de vriend van je protagonist haar een enkele keer meeneemt naar de bioscoop…

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.