De sterke scène: zo gaat het mis

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en zorgt ervoor dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Van fouten leer je, dus gaan we kijken wat een scène vooral niet moet doen. In een woord samengevat: beledigen. Deze week kijken we naar hoe je de lezer in het harnas kan jagen.    

Hoe kan je een boek beledigen? 

Een boek of een verhaal is geen levend wezen, dus in de gebruikelijke definitie kan je het niet beledigen. Maar een verhaal is wel met een reden geschreven. Of dat nu is om te informeren, te vermaken, het is er niet zomaar. En ook degene die het verhaal leest, is niet zomaar iemand: je kiest een doelgroep voor je boek uit. Zodra je de lezer niet serieus neemt, zal die zich beledigd voelen en je boek wegleggen.  

Zo beledig je de lezer

Of het doel van de lezer nu is om vermaakt of geïnformeerd te worden, de lezer besteedt kostbare tijd aan het lezen van je boek. Ongeacht of je lezer met het verstand op nul een heerlijk zwijmelverhaal wil lezen of zich juist wil verdiepen in een van de grotere levensvragen met een literair werk, een lezer moet zich tijdens en na het lezen beloond voelen. 

De beloning kan zijn dat het de lezer is gelukt om zichzelf intellectueel uit te dagen, maar ook door ‘tijd voor mezelf’ eindelijk serieus te nemen en inderdáád een halfuurtje te lezen zonder afleiding of verplichtingen. Je beledigt de lezer op het moment dat je dat gevoel van belonen omzet in een gevoel van straf. En dat straffen kan je op twee manieren doen. 

Een grote tijdverspilling 

Als je de lezer wil beledigen door het boek als een grote tijdsverspilling te laten voelen, schrijf met een vreselijke schrijfstijl, zoals:

  • Eindeloze koetjes en kalfjes die nergens toe leiden
  • Een stuk tekst dat 1000 woorden heeft, en in 100 woorden geschreven had kunnen worden
  • Met een taalgebruik dat ‘elitair’ overkomt. Het soort schrijfstijl met vijf komma’s in één zin met minstens zes woorden waarvoor een gemiddeld persoon een woordenboek erbij moet pakken. 

Dat mag natuurlijk, maar als je dat alleen maar doet om te zeggen: ‘kijk mij eens uiterst geraffineerd, en eloquent schrijven’, is dat alleen maar irritant. Zekér als taalgebruik ook nog voor zorgt dat je lezer de rode draad van het verhaal niet eens begrijpt. 

Alles precies voorschotelen

Het tegenovergestelde van elitair schrijven jaagt een lezer ook in het harnas. Als je de lezer wil beledigen, behandel je die alsof die maar drie werkende hersencellen heeft. Vertaald naar schrijftechnieken betekent dat:

  • leg de meest logische dingen eindeloos uit: overdrijf met tell, schrijf een ‘weet-je nog’-achtige zin als je ergens op terugblikt. 
  • Vergeet ook niet de volwassen lezer uit te leggen hoe die zich moet voelen. ‘Natuurlijk voelde Leentje zich heel verdrietig toen oma stierf, want het is verdrietig als er iemand doodgaat.’ Dit wordt nog erger als je sturende woorden als ‘natuurlijk’ ‘uiteraard’ gebruikt. Wees gewaarschuwd: dat doe je sneller dan je misschien denkt. Het ligt er vaak niet zo duimendik bovenop als in dit voorbeeld. 
  • Behandel je verhaalthema niet als iets waar je lezer zelf een filosofie uit kan halen, of als een verkenning van verschillende perspectieven. Bepaal wat je lezer er van moet vinden en hang de moraalridder uit. Dus niet: is de schuld van een scheiding nog steeds volledig de schuld van degene die is vreemdgegaan als de ander al jaren emotioneel en romantisch in de steek gelaten is door de ander? Nee, jij stelt gewoon: iedereen die vreemdgaat is een zielig figuur. 

Daarmee respecteer je niet dat de lezer een vrije wil heeft en zelf na kan denken en conclusies kan trekken.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Richard Dykes verkregen via Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk in mijn webshop voor mijn redactiediensten.

De sterke scène: de goede scèneovergang

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en zorgt ervoor dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week kijken we hoe je vlot van de ene scène naar de andere schrijft.  

Een scène geeft een reset

Een scène heeft een heel duidelijk begin, midden en een eind en een eigen boodschap. Dat betekent dus dat de scène die volgt, ook opnieuw moet beginnen met iets anders. Later lees je daar meer over. Je kan een nieuwe scène dus als een reset beschouwen. Dat zorgt er niet alleen voor dat je huidige scène een goede afronding krijgt, het geeft de volgende ook een fijne start. 

Het conflict bepalen

Iedere scène heeft een conflict nodig om de spanningsboog te behouden. De lengte van de scène en het conflict gaan daarbij hand in hand. Als je een scène hebt van meerdere pagina’s, kun je de plotopbouw redelijk uitgebreid omschrijven. Dat lukt niet met een scène van enkele zinnen; daarbij moet het conflict vrijwel onmiddellijk duidelijk worden. 

Vaak weet je wat het conflict is voor je precies weet wat je in een scène wil verwerken. Doe daar je voordeel mee en zorg ervoor dat het conflict en de lengte van een scène op elkaar zijn afgestemd. Weet hoeveel woorden  je nodig hebt om het conflict goed tot zijn recht te laten komen. 

Humeur, toon en vaart

Je start een nieuwe scène en hebt het conflict bepaald. Kijk nu wat jouw nieuwe scène nodig heeft om zich van de vorige scène te onderscheiden. Daarvoor kijk je naar het humeur van de held, de toon van de scène en het algemene verteltempo. Wat past er bij het conflict dat je zonet hebt bepaald? 
Als de vorige scène langzaam eindigde met een geschokte held, omdat die hoorde dat een familielid was opgelicht, kan het tempo van de tekst in de volgende een stuk omhoog, omdat de held door woede wordt gedreven. 

Als je scènes op deze manier duidelijk van elkaar kan onderscheiden, heeft dat nog een voordeel. Je loopt minder risico dat de spanning uit het algehele plot verdwijnt als je regelmatig kan wisselen van emotionele toon en vaart. Maar overdrijf niet, anders kan je verhaal onstabiel aan gaan voelen. 

De beleving van de held 

Als de scène flink verandert, gaat de held daar iets van opmerken en van vinden. De ene keer is dat subtiel, de andere keer is het overduidelijk. Maar je volgende scène start sterk als je de beleving van de held over de nieuwe situatie in de beschrijving van de nieuwe scène mee kan nemen. 

In het voorbeeld van het familielid dat is opgelicht, voelt dat als een conflict voor de held. Dat is een emotie, in dit geval woede of verontwaardiging. Als je daar nog een actie aan koppelt, kan je dat combineren met een mogelijke uitkomst van het conflict. Of,  anders gezegd: de actie die aanzet tot het verdere conflictverloop. Schrijf dus hoe je held kwaad achter de computer gaat zitten om een wraakplan uit te schrijven. Dan combineer je een actie met een emotie waar de rest van de scène verder op in kan gaan. 

Waar en wanneer voor de stevigste basis

Om deze eerste zin(nen) van een nieuwe scène nog levendiger te maken, schrijf je ook nog waar en wanneer die eerste actie plaatsvindt. Het geeft ongeveer hetzelfde effect als de welbekende ‘Er was eens, lang geleden in een land hier ver vandaan…’ bij sprookjes. Je weet meteen over het wie, wat en waar, zodat het verhaal meteen sterk kan beginnen. Vergeet dus ook in de nieuwe scène de waar en wanneer uit te schrijven voor een nog betere start. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop.

Foto door Aleksandr Barsukov verkregen via Unsplash.

De sterke scène: informatie delen in een scene

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en zorgt ervoor dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week kijken we hoe je informatie in een scène kan delen zonder dat die saai wordt.

Zo moet het niet: infodump en vertellers

Ten eerste: informatie mag de lezer niet overweldigen. Dat heet een infodump. Wat ook niet helpt, is om een personage iets tegen een ander te laten zeggen wat er aan de hand is. “Het is oorlog! Ik zag de mensen gewond en in paniek door de straten rennen.”
Schrijf dan liever over wat dat personage gezien heeft. Beschrijf de beklemmende geur van bommenrook, laat het geschreeuw de trommelvliezen van je personage teisteren als die zelf door die straat loopt.

Maar soms is een zekere mate van infodump of een verteller onvermijdelijk. Af en toe moet je informatie uitschrijven om de worldbuilding of omstandigheden duidelijk te krijgen. Maar kijk altijd eerst of infodump en vertellers te vermijden zijn door actie te beschrijven, in plaats van feiten over te dragen.

Moeiteloze informatieoverdracht

In verhalen die wat ingewikkelder zijn, komen er een of meerdere momenten waarop er dingen worden verklaard. Zo zorgt een schrijver ervoor dat de lezer even wat rust kan nemen en hoort wat de motieven van de daders zijn, of wat de detective ook al weer allemaal op een rijtje heeft. Dat is ook nodig. Puzzelen naar hints van een plottwist houd je ook niet eeuwig vol. Iedere lezer heeft zo nu en dan een adempauze en een duidelijk overzicht nodig.

Maar puzzelen naar informatie en informatie terloops ontvangen, is een verschil. Precies dat verschil tussen infodump en informatieoverdracht en puzzelen naar informatie en op een moeiteloze manier nieuwe informatie vergaren. Het werkt het beste als je je nieuwe informatie in een lopende tekst kan schrijven op een manier die het verhaal gaande houdt, zodat het niet lijkt alsof je iets nieuws leert, omdat het daar ‘tijd’ voor is.

Heb ik zonet iets nieuws geleerd?

Een uitverkorene hoort van de wijze waarom de slechterik hem koste wat kost wil doden. Dan krijg je onvermijdelijk een halve personagebiografie aan achtergrondinformatie en motieven in een langere monoloog. Dat wordt een infodump als je antwoord geeft op die ene overkoepelende vraag, in dit geval het waarom. ‘Waarom wil hij mij zo graag doden?’ Daar kan je vervolgens uitgebreid op ingaan. Maar als je vervolgens nog iets compleet anders introduceert, verbreek je daarmee het staccato ritme van informatieoverdracht. Dan vraagt je lezer zich niet af: ‘Hoe zit dat nou?’ maar ook iets veel dringenders als: ‘Hoe kan dat?’ of ‘Dat druist tegen alles in dat ik ooit heb begrepen.’ Deze informatie is duidelijk, maar niet storend. Het is geen willekeurig stukje informatie, maar een nieuwe plotwending die de lezer niet had verwacht toen die zich klaarmaakte voor een feitelijk geschiedenislesje over een eenzijdig onderwerp.

Zet nieuwe personages of voorwerpen in

Nieuwe personages of voorwerpen introduceren helpt uitstekend om een lange informatieoverdracht fris te houden. Denk aan:
“Tiran wilde je doden omdat je naam voordat je geboren werd in verband werd gebracht met deze magische kelk. Hij dacht dat dat betekende dat jij sterker zou worden dan hij.”
“Wat maakt die kelk magisch?”
“Iemand die eruit drinkt tijdens volle maan kan de tijd een uur compleet stilzetten, maar zelf vrij blijven bewegen.”
Wat een hoop nieuwe plotmogelijkheden biedt dat, nu de geliefde van Uitverkorende in een kerker gevangen zit!

Let op: je kan ook hiermee in de valkuil van de infodump of de verteller trappen. De truc van een goede informatieoverdracht gaat niet om de hoeveelheid informatie die wordt overgebracht, maar dat de nieuwe informatie onverwacht en verfrissend is. Op zo’n manier dat die niet alleen nieuwe feiten, maar compleet nieuwe verhaalmogelijkheden belooft.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk eens in mijn webshop.

Foto door Wim van ’t Einde verkregen via Unsplash.