Zo wordt een ruzie een onderdeel van je verhaalthema

Een ruzie is in een verhaal een goede manier om vaart in het plot te houden, maar kan het ook helemaal stillegggen. Om voor een goed ploverloop te zorgen, moet de ruzie over iets wezenlijks gaan. Om het extra spannend te maken, laat je personages twisten over iets dat een verhaalthema verder uitdiept.

Wat is een goede narratieve ruzie?

In een boek moet een ruzie aan een aantal randvoorwaarden voldoen om interessant te zijn. Een ruzie moet het plot verder helpen. Schrijf dus geen welles-nietes discussie waarin de personages elkaar na afloop haten en er vervolgens niets in het verhaal verandert. Bovendien moet datgene waarover geruziet wordt, iets meer over de personges vertellen dan de lezer al weet. Bijvoorbeeld dat een personage meer geeft om vrije tijd dan om een schoon huis, als er het verweten wordt dat er meer in het huishouden gedaan moet worden. Dan kan je later over deze held onthullen dat het lastig is om prioriteiten te stellen.

Ruzie vanuit de beleving van een personage

Ruzie is in wezen heel simpel: de ene wil de ander overtuigen van diens eigen gelijk en wordt boos als de ander daartegenin gaat. Ruzies over de afwas zijn daarmee meestal niet zo interessant. Aan de oppervlakte tenminste. Als je laat zien aan de lezer dat het in feite meer gaat over hoe de personages zich niet gezien voelen in de relatie en dit niet kunnen communiceren, dan heb je een conflict, zowel in de tradidtionele als de narratieve zin.

Als er een ruzie ontstaat tussen personages, is dat een goed moment om je verhaalthema verder uit te diepen. Verhaalthema’s verkennen hoe een mens of personage een en hetzelfde principe op een andere manier beleven.
Zo betekent rijkdom voor de een een dikke bankrekening en voor de ander een simpel genoegen als regelmatig bezoek krijgen van vrienden. Laat je personages zo eens ruziemaken over een verhaalthema en hoe dat voor hen invulling heeft. Het wordt nog interssanter als er een probleem moet worden opgelost waar de neuzen dezelfde kant op staan, maar waar de uitvoering en het hoe en wat van de manier waarop voor het echte conflict zorgen.

Casus: ware liefde

“Je kan niet met hem trouwen.”
“Maar mama, hij is de ware!”
“Je zal in de goot belanden, hij heeft niet het geld om een gezin te onderhouden.”

Dit hebben we nog nóóit gelezen…

Je kan dit cliché vrij gemakkelijk omzetten naar een serieuze verdieping van het verhaalthema door de reden van de ruzie te maken en je personages daarnaar te laten handelen. Bedenk wat je met je verhaalthema precies wil onderzoeken. Probeer daar een zo concreet mogelijke vraag bij te bedenken als startpunt.
Vervolgens bepaal je de relatie tussen de personen die ruzie hebben. Zijn het moeder en dochter? Baas en werknemer? Vrienden? Als laatste kijk je wat ze allebei willen bereiken. Er is ergens een raakvlak: het is immers een gezamelijke ruzie, geen eenzijdige aanval.
Bij deze casus wordt de centrale vraag dan: wat is ware liefde nu precies? Moeder en dochter willen allebei dat dochter gelukkig is en dat zij ware liefde vindt. Moeder heeft echter het beeld dat ware liefde een zekere mate van stabiliteit vereist en dat liefde ook moet kunnen groeien. Dochter ziet ware liefde vooral als rozengeur en maneschijn: haar hersens staan nog op tilt. Anders gezegd: moeder is praktisch, dochter romantisch.
Als je bij een ruzie als deze het uitgangspunt neemt dat ‘het moet knallen’ tussen de twee vrouwen, dan krijg je de oppervlakkige welles-nietes ruzie, waar je niets mee bereikt in het grote geheel van het plot. Ga je uit van een verdiepend verhaalthema, dan krijg je argumenten en uitingen als:

“Ik hou van papa, dat weet je. Ook al heeft hij nog nooit bloemen voor me gekocht.”
“Nog nooit? En jij weet zeker dat jij nooit zijn tweede keuze bent geweest?!”
“Hoe kom je daar nou bij?”
“Hoe heeft hij jou ooit versierd?”
“Hij hielp me studeren bij mijn belangrijkste toelatingsexamen en liet daarvoor alles vallen. Daardoor heb ik nu mijn droomberoep.”
“Alsof mijn beste vriendin dat ook niet voor me zou doen… Was dat in je lelijke eendjes periode? Je zal wel hebben gedacht dat je na papa nooit meer een andere firt zou krijgen… “
“Prima, ga maar trouwen met deze perfecte Romeo. Maar als hij je dumpt omdat hij je na drie maanden te oppervlakkig vindt en toegeeft alleen maar op je leuke koppie is gevallen, is de voordeur van dit huis op slot!”

Zoals je ziet kan dit nog steeds narratief vuurwerk opleveren. Maar in plaats van meteen gelijk willen halen, begint deze discussie met een stelling die in beginsel neutraal begint en mogelijkheid biedt tot een redelijk debat: “Lieverd, bloemen zijn ook niet alles. Waarom is romantiek zo belangrijk voor je?”
Het gaat hier mis omdat dochter de themavraag ‘wat is ware liefde?’ vanwege haar emotionele kijk op liefde ook emotioneel op het gesprek reageert. Het pas dus perfect bij haar beleving van het verhaalthema.

Neem op deze manier karaktertrekken, overtuigingen en persoonlijke geschiedenis van je personage mee een ruzie in. Alleen een gelijk of ongelijk bewijzen is voor een verhaal heel saai. ‘Einde discussie, einde verhaal,’ wordt hier vrij letterlijk.
Zorg ervoor dat je in een ruzie aangeeft waar het echt om draait in het verhaal en wat je daarmee duidelijk wil maken. Geef een of meerdere personages aan het eind van de ruzie iets om over na te denken, naar te handelen of naartoe te groeien. Of de ruzie nu wordt gewonnen of niet.
Dochter zou kunnen leren dat ze haar emoties meer moet leren beheersen en dat liefde niet alleen over rozen gaat. Moeder moet misschien bedenken of zij uit angst voor eenzaamheid liefde als een luxe is gaan beschouwen en ware liefde nooit gevonden heeft. Dan krijgt het verhaalthema ‘ware liefde’ meerdere mogelijke gezichten en zijn je personages diepzinniger in plaats van oppervlakkiger.

Begin een ruzie niet met ‘gelijk willen halen’, maar stel een introductie van een verhaalthema subtiel centraal.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Vitaly Gariev, verkregen via Unsplash.

Hoe maak je een ruzie nuttig voor het plot van je verhaal?

Als je schrijft, vliegt de term centraal conflict je om de oren. Maar een conflict is in schrijversland niet altijd hetzelfde als een ruzie. Maar je moet wel proberen van een ruzie een goed conflict te maken, voor een vlot verhaalverloop. Hoe zit dat precies?

Ruzie en conflict in een verhaal

Zoals je waarschijnlijk weet, is een conflict essentieel voor een goed lopende verhaallijn. Tegelijkertijd betekent de term ‘conflict’ in de schrijverswereld niet meteen dat er ruzie is.
Een ruzie heeft geen speciale betekenis in de schrijverswereld. Dat is het principe dat mensen schelden, vechten, schreeuwen of het alles behalve met elkaar eens zijn. Maar een ruzie moet wel een conflict zijn: het moet in dienst staan van het verhaal en het plot verder helpen. Anders krijg je een eindeloze, saaie en nutteloze welles-nietes-discussie.

Ruzie in een verhaal

Een ruzie is iets dat een leven in meer of mindere mate in beslag kan nemen. Hoe groot of klein de ruzie ook is, het geeft een ongemakkelijk gevoel, dus daar wil je vanaf. En helaas is er voor dat gevoel geen simpel pilletje dat je even kan slikken. Dus als vanzelf ‘moet’ een ruzie worden opgelost.
Een ruzie moet altijd zodanig aflopen dat er iets in gang wordt gezet. Meestal is de ruzie een aanleiding en een aanloop naar een volgende clue. Dat betekent dus ook dat een verhaal niet mag stoppen met een ruzie.
Met een conflict gaat dat net iets anders: een conflict kan slecht aflopen en stoppen. Als je schrijft over een stel dat in relatietherapie gaat, maar uiteindelijk toch gaat scheiden, dan is het ‘verhaal’ van hun huwelijk voorbij en loopt het slecht af. Wat een conflict en een ruzie met elkaar gemeen hebben, is dat ze voor een groei van je personage of een verandering in het plot moeten zorgen.

Een ruzie uitwerken in je verhaal

Voordat je een ruzie op papier laat beginnen, moet je vooral je personages goed kennen. Niemand maakt voor de lol ruzie: het geeft een vervelend gevoel. Daarom moet je vooral weten wat je personage allemaal een naar gevoel kan geven. Lees daarvoor eens de personagebiografie. Daar kan je misschien al het een en ander in vinden. Wat ook kan helpen is de comfortzone te bepalen. Als je weet wat de comfortzone van je personage is en hoe hij daar uit moet komen om het centrale conflict daarmee te starten, ben je ook al een heel eind.

Ruzie en een comfortzone

Een comfortzone heeft als doel om je personage een conflict te laten aangaan. Niets blijft bij het oude; er moet iets gebeuren om een verhaal in gang te zetten. In het geval van een ruzie is deze comfortzone altijd ongemakkelijk; het is immers een ruzie. Bekijk dan eens van wat dichterbij wat er precies aan de comfortzone gaat veranderen en wat je personage daar niet prettig aan vindt. Enkele voorbeelden:
*Er is ruzie over geld. Je personage wil niet uit de comfortzone waarin geld niet zomaar voor handen is;
*Een kind maakt ruzie met haar vader als ze voor straf geen koekje mag. Ze wil niet uit de comfortzone van de belofte van een lekker snackje;
*Bij een vechtscheiding moet er worden beslist bij wie de kinderen voornamelijk gaan wonen. De moeder wil niet uit haar comfortzone als (archetype) rol van de verzorger.

Als je personage dit beeld al haar leven lang al doel heeft, zal zij bij een (v)echtscheiding er alles aan doen om de voogdij over haar kind te krijgen.

Kijk vervolgens hoe de comfortzone tot stand is gekomen. Ook nu kunnen de personagebiografie en de archetype rol van je personage daarover goede aanwijzingen geven. Wat zijn de normen en waarden van je personage? Wanneer en waarom schiet een personage precies uit zijn slof als iemand anders deze levenswijzen als raar of zelfs belachelijk bestempeld? Probeer daar eens met een vergrootglas naar te kijken. Zodra je dat weet, kan je de ruzie inhoudelijk levendiger maken: je weet nu wat er voor het gevoel van je personage daadwerkelijk op het spel staat.

Ruzie en een conflict

Een conflict is dat welbekende principe van vallen en opstaan en steeds dichter bij een oplossing of een einde komen. Als een ruzie dus een conflict is, moet je ervoor zorgen dat de ruzie meerdere ‘lagen’ heeft. Als eerst kijk je naar de oppervlakte: wat zijn de primaire reacties van je personages? Hoe reageren ze op elkaar? Door die reactie komt een volgende laag naar de oppervlakte: “Jij bent ook zo’n rommelkont!” is niet het echte verwijten. Het gaat erom dat de ander niet meedenkt hoeveel extra tijd in het huishouden het de partner kost om extra rommel op te ruimen. Het verwijt is dat de ander ondoordacht handelt. Dan is het dus niet opgelost als de afwas een keer wel is gedaan. Je personages zullen met vallen en opstaan moeten bedenken hoe ze dat dieperliggende conflict moeten aanpakken.

De oorzaak van een ruzie heeft vaak een dieperliggend probleem. Doe daar je voordeel mee: pak de gelegenheid aan om je personage erdoor te laten groeien.

Kijk daarvoor opnieuw naar de personagebiografie, normen en waarden en de comfortzone van je personages en leg ze naast elkaar. Als je ziet dat de irritaties van de echtgenoot hetzelfde zijn als die van de echtgenote, is dat de sleutel tot de oplossing. Werk daar dan naartoe. Maar niet voordat je ziet in wat voor opzicht ze nu van meningen of doelen verschillen. Zo ben je verzekerd van een vallen en opstaan proces. Kijk daarbij ook wat nuttig is voor het groeiproces van de personages. Wat is de heldenreis van de personages? Als een personage moet leren om wat meer naar anderen om te kijken, laat de partner in de ruzie dan gerust, zo niet vooral de praten over hoe in de steek gelaten hij zich voelt. Anders wordt het voor het andere personage ook lastig om de benodigde les te leren. Laat de ruzie dus vooral even -maar niet te lang!- duren.


Hulp nodig bij het uitschrijven van je narratieve conflict? Schakel me in voor manuscriptreactie.

Met deze vier stappen zorgt je personage voor een sterk conflict

Personage en conflict zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Haal een van beide uit de vergelijking en je hebt geen verhaal. Vaak heb je een conflict of een verhaalthema waar je een passend personage bij bedenkt. Maar het kan ook andersom. Waar moet je dan op letten?

1. Kijk naar de ‘slechte kant’ van je personage

Ieder personage heeft een slechte kant, maar die hoeft niet meteen schokkend te zijn. Je personage kan een moordenaar zijn, maar zo moet je ‘slecht’ in dit geval niet interpreten. Chaotisch, klungelig, ongeduldig, onhandig of een flapuit zijn is al genoeg. Zolang het maar iets is wat je als ‘niet handig’ of ‘liever niet’ zou kunnen bestempelen. Uiteindelijk moet die slechte kant iets in gang kunnen zetten. 

2. Wat wordt er precies in gang gezet?

Je klungelige personage stoot een dure vaas om. De chaoot is de code van de kluis vergeten. De flapuit verklapt dat de vrouw van haar gesprekspartner is vreemdgegaan… Daar volgt natuurlijk iets op. Krijg je een hernieuwde ruzie over de erfenis? Staat de familie nu ineens op straat? Loopt een vriendschap ten einde? Meestal is er wel een logisch gevolg te bedenken bij een bepaalde karaktereigenschap. 

3. Wie of wat kan dit oplossen?

Meestal krijgt je personage door zijn blunder op zijn kop: andere personages zijn boos op hem, of de omstandigheden gaan van kwaad tot erger. Dan is het zeer onwaarschijnlijk dat je personage het probleem zelf recht kan breien. De kans is groot dat hij daar de middelen niet voor heeft of dat de eerste schok van de gevolgen van zijn daden hem belemmert om tot actie over te gaan. Daarom is het verstandig om in de eerste fase van het verhaal/het conflict je protagonist een goede vriend te geven die de eerste rotzooi opruimt. Of je helpt de omstandigheden een (subtiel) handje zodat je held de gelegenheid krijgt weer op zijn benen te gaan staan. 

4. De comfortzone verlaten komt later 

Als je verhaalthema het uitgangspunt is om een conflict te bedenken, is het meestal zo dat het conflict begint zodra je personage uit de comfortzone wordt gehaald. Als je personage zelf de aanleiding voor het conflict is, moet je wat langer wachten met het uitdagen van je held. Als hij nog staat te trillen naast de scherven van oma’s oude, kostbare vaas, kan hij de grote uitdaging van de comfortzone verlaten nog niet aan.  

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Hulp nodig met het goed opschrijven van een conflict? Schakel mij in voor manuscriptredactie.

Hoe schrijf je de achterflaptekst voor je boek?

De achterflaptekst schrijven voor je boek is een belangrijke klus. Veel mensen bepalen of ze een boek gaan lezen door eerst de achterflap te lezen. Hoe krijg je het voor elkaar om van deze mensen jouw lezers te maken?

Functie van de achterflaptekst van een boek

De tekst van je achterflap is erg belangrijk: hij moet potentiële lezers over de streep trekken. Een titel en een mooi ontwerp op de voorkant zijn niet voldoende, want die geven vrijwel niets prijs over de inhoud. Neem de titel. Als een boek de naam van je personage als titel heeft, zegt dat vrijwel niets. Want wat is Emma voor iemand? Waar en wanneer leeft ze?
Getallen zijn de laatste tijd ook erg populair in titels: 23 seconden, 19 minuten, 24 dagen …Om Vijftig tinten grijs en allerlei variaties van aantal tinten en kleuren, zoals twee tinten blauw of duizend kleuren blauw niet te vergeten. (Dit zijn allemaal bestaande titels).
Maar op zichzelf weet je niet of die verhalen erotisch, misdadig of dramatisch zijn. Of kun jij wél raden waar mijn splinternieuwe verhaalidee voor Acht maanden paars over gaat? 😉

En het ontwerp van de voorkant… dat kan heel mooi zijn, maar zou jij uren van je tijd besteden aan lezen vanwege een afbeelding, terwijl het om het verhaal gaat?

Wat moet er in de achterflaptekst van een boek staan?

Een achterflaptekst is ontzettend kort. Het woordenaantal kan per uitgever schelen, maar ga uit van ongeveer 75 à 100 woorden. Toch moet je veel in deze korte samenvatting verwerken.

De rode draad en het centrale conflict

Schrijf in de achterflaptekst alleen over je hoofdpersonage en de direct betrokkenen. De direct betrokkenen zijn de personages of omstandigheden die het centrale conflict in gang zetten.

Als Shanti een spelshow wint, waant ze zich een heerlijke week miljonair. Maar dan krijgt ze een stel verdachte geluiden over de spelshow te horen. Opeens is ze haar nieuwe fortuin niet meer zeker.

Hier zet de spelshow het centrale conflict in: er komt geld in het spel waarvan de origine achterhaald moet worden.

De tweede akte in de achterflaptekst

De heldenreis/ het centrale conflict is niet alleen een uitdaging, maar ook een hindernis voor je protagonist die hij daadwerkelijk moet aangaan. Kijk voor een uitgebreide uitleg in het schema van save the cat: de tweede clue in de tweede akte is vaak handig om toe te voegen. Sprookjes geven duidelijke voorbeelden hiervan.

In het voorbeeld van Shanti:

…haar beste vriend lijkt meer over het voorval te weten. Shanti zal hun vriendschap moeten riskeren om te weten te komen of hij wel is wie hij altijd gezegd heeft te zijn.

Shanti zal moeten afwegen of ze voor het geld of voor haar vriendschap kiest. En niet alleen dat: ze vermoedt al dat haar vriend iets achterhoudt. Ze zal hoe dan ook opnieuw over de vriendschap na gaan denken. Dat belooft conflict, drama; een (boeiend) verhaal.

De cliffhanger op de achterflaptekst van een boek

De cliffhanger: “Wat gaat er hierna gebeuren? Spannend!”
“O nee! Nu gaat de drama pas echt beginnen.”
De DUM DUM DUMMM-jingle aan het einde van een soapaflevering.
Je kent het principe wel.

Moet er een cliffhanger op een achterflaptekst? Het korte antwoord is nee. Het uitgebreide antwoord is: nee, omdat je de achterflaptekst als één grote cliffhanger kan zien. Hij moet aanzetten tot het lezen van het boek. Hij heeft net genoeg informatie gegeven aan de lezer om hem nieuwsgierig te maken.

Een verhaal heeft, hoe uniek ook, raakvlakken met het gros van de verhalen van hetzelfde genre. Dat maakt je verhaal niet onmiddellijk cliché, maar wel tot op zekere hoogte voorspelbaar. Dat werkt (desondanks) in je voordeel: als je lezer een spannend verhaal zoekt, vindt hij je makkelijk tussen de andere thrillers. Als je het uitzonderlijk uniek en onvoorspelbaar maakt, past het nergens in een bepaalde kast van een boekhandel. Zo wordt het dus nooit gevonden.

Dit is een tafel met een bepaald onderwerp. Zo zullen horrorverhalen niet bij de streekromans liggen. Je boek zal altijd op een bepaalde tafel thuis of kast moeten horen en dus enigszins voorspelbaar moeten zijn.

Forceer geen cliffhanger op de achterflaptekst

Als je de verwachting rondom het genre of het centrale conflict gaat benadrukken, werkt een zin met een cliffhangertoon op de achterflaptekst averechts.
Zal dit romantische stel van arm en rijk de kloof van hun status kunnen overwinnen?
Phoe, goeie vraag! Het gebeurt misschien een op de duizend keer níet. En dat ene boek ligt dan waarschijnlijk bij de dramaboeken op tafel. Ik vond dit verhaal gewoon in de kast met zwijmelverhalen. Dus voor de grap gok ik erop dat dat wel lukt.

Hier komt over een paar tellen geen zoen, maar een krokodillenaanval! Logisch toch, in een romantisch verhaal? Daarmee fop je niemand. In plaats van die zoen kan je je beter concentreren op de manier waarop de relatie opbloeit of in gevaar komt. Iets wat binnen genres of verhalen wél het verschil uitmaakt tussen het ene verhaal en het andere.

De invulling van de cliffhanger open houden

Je kan wel een cliffhanger gebruiken voor de achterflap, maar dan kan je het beste:
*geen vraag stellen: Gaat het lukken om…? Hoe gaan ze…? Wat zal er gebeuren als…?
Dat ligt de cliffhangertoon er te dik bovenop.

*niet aansturen op iets dat op één van twee scenario’s uitloopt:
Nu moet het kersverse stel hun relatie zien te redden (De relatie strandt of houdt stand.) Je kan dan beter schrijven: zodra er een krokodillenaanval komt, moet de man bewijzen hoeveel hij voor zijn vriendin overheeft. Dat gaat de relatie het evengoed al dan niet overleven. Maar nu heb je er nog een extra vraagstuk bij: hoeveel heeft hij voor zijn wederhelft over? Niks? Een gebroken been? Zijn leven?

Maak ik nou een grapje met al die krokodillen of niet? Om daar achter te komen, moet je mijn fictieve boek lezen. Nieuwsgierigheid naar je verhaal is essentieel voor een goede achterflaptekst.

Je hebt maar weinig woorden voor de achterflaptekst. Het wordt dus puzzelen, maar met deze puzzelstukjes kom je daar wel uit. Zo niet: ik kan je helpen met de achterflaptekst en algemene manuscriptedactie. Kijk daarvoor in mijn webshop.