Zo maak je een cliché origineel: de nieuwe start

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en je zelfs nog de goede weg in te slaan als het die kant op gaat. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: de nieuwe start.

Het cliché

Een vrouw betrapt haar man met een andere vrouw in bed. Na de nodige tranen besluit Heldin om het roer helemaal om te gooien en naar het buitenland te vertrekken om daar een eigen zaak te starten. En daar krijgt ze uiteindelijk haar droombaan, maar ook een nieuwe, véél betere partner.

Waarom stoort dit cliché zo?

Dit cliché kan je samenvatten als ‘suikerzoet medelijden’. Suikerzoet zie je terug in:

  • De nieuwe bestemming is altijd een zonnig droomland zoals Thailand of Italië.
  • Het nieuwe bedrijf of reisdoel valt in de categorie: ‘meisjesdroom’: het is een bloemenwinkel, tweedehandsboekenzaak of cafeetje, of het gaat om een schrijfretraite.
  • De nieuwe partner wachtte in Verweggistan altijd al op Heldin, zonder dat hij van haar bestaan afwist: híj is de ware, waar de eerdere partner alleen maar een hork was.

Kortom: zodra Heldin eenmaal het roer heeft omgegooid, zit alles haar mee. Behalve in die ene scène waarin afwachten is of haar bod op het pand voor de nieuwe bloemenwinkel wordt geaccepteerd.

Medelijden betreft:

Het is vreselijk als iemand vreemdgaat, maar dit cliché:

  • begint daarmee, dus je leert de personages niet eerst kennen, waardoor het verhaal oppervlakkig start
  •  melkt dat enorm uit: omdat de heldin in paragraaf 1 van hoofdstuk 1 is bedrogen, moet de lezer haar in hoofdstuk 9 nog steeds alles gunnen.
  • draagt het hele verhaal. Hoezeer de Heldin door al het suikerzoete honderd procent meezit, in dit cliché heeft ze dat allemaal verdiend, omdat haar een keer iets naars overkomen is. Dit cliché krijgt medelijden met Heldin. Ze hoeft zich nu niet meer te bewijzen, of een groeiproces door te maken. Dat maakt zowel Heldin als het verhaal flinterdun.  

De aanloop naar het cliché: de boodschap

Dit cliché heeft nauwelijks een aanloop. De relatie met de Nederlandse partner wordt kort geschetst, zodat het vreemdgaan pijnlijk is. Maar een schok, huilbui en een peptalk later zijn de koffers naar Thailand al gepakt.
De echte aanloop naar dit cliché is te vinden aan de tekentafel, in de boodschap van het verhaal. Dit verhaal gaat over ‘girlpower’.

Maar wat is nog ‘power’ als het verhaal besluit dat de hoofdpersoon van obstakels en conflicten is vrijgepleit zodra het die ene dappere stap heeft genomen om in het diepe te springen?

Het cliché fiksen: blijven groeien

Zorg er bij dit cliché voor dat Heldin tegenslagen blijft krijgen die haar echt iets leren. Geen tegenslagen die zich als vanzelf oplossen of die in het grote geheel slechts een tijdelijk probleem opleveren. Iedere held moet zichzelf gedurende een verhaal blijven bewijzen: een nare gebeurtenis overleven maakt je nog geen held in fictieland.

Nu jij!

Schrijf een scène van maximaal 100 woorden. Heldin is in Thailand en heeft een nieuwe vlam, maar nu krijgen zij ruzie. Romeo verwijt haar een gebrek aan ruggengraat en dat hij haar maar op haar wenken bedient. Laat zien hoe Heldin daarop reageert. Is ze nog in staat tot gezonde zelfreflectie of heeft ze inderdaad geen ruggengraat meer sinds Het Lot van Zonneschijn aan haar kant staat?

Tips voor het verminderen van het cliché

  • Geef Heldin een droom(bestemming) die minder zoet is, zoals een hondenwasserij starten in Drenthe.
  • Geef Heldin een gezonde dosis zelfreflectie en maak niet alles achteraf erger dan het was of hoeft te zijn. Dus de Nederlandse partner was echt ’s wereld grootste idioot, ook al voordat ze hem betrapte? Waarom is zij dan zo lang bij hem gebleven? Laat de ‘punten van medelijden’ geen troefkaart zijn voor Heldin om overal maar mee weg te komen. Ze mag als slachtoffer van onrecht niet meteen een zegenregen ontvangen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Muhammadh Saamy verkregen via Unsplash.

Zo wordt een ruzie een onderdeel van je verhaalthema

Een ruzie is in een verhaal een goede manier om vaart in het plot te houden, maar kan het ook helemaal stillegggen. Om voor een goed ploverloop te zorgen, moet de ruzie over iets wezenlijks gaan. Om het extra spannend te maken, laat je personages twisten over iets dat een verhaalthema verder uitdiept.

Wat is een goede narratieve ruzie?

In een boek moet een ruzie aan een aantal randvoorwaarden voldoen om interessant te zijn. Een ruzie moet het plot verder helpen. Schrijf dus geen welles-nietes discussie waarin de personages elkaar na afloop haten en er vervolgens niets in het verhaal verandert. Bovendien moet datgene waarover geruziet wordt, iets meer over de personges vertellen dan de lezer al weet. Bijvoorbeeld dat een personage meer geeft om vrije tijd dan om een schoon huis, als er het verweten wordt dat er meer in het huishouden gedaan moet worden. Dan kan je later over deze held onthullen dat het lastig is om prioriteiten te stellen.

Ruzie vanuit de beleving van een personage

Ruzie is in wezen heel simpel: de ene wil de ander overtuigen van diens eigen gelijk en wordt boos als de ander daartegenin gaat. Ruzies over de afwas zijn daarmee meestal niet zo interessant. Aan de oppervlakte tenminste. Als je laat zien aan de lezer dat het in feite meer gaat over hoe de personages zich niet gezien voelen in de relatie en dit niet kunnen communiceren, dan heb je een conflict, zowel in de tradidtionele als de narratieve zin.

Als er een ruzie ontstaat tussen personages, is dat een goed moment om je verhaalthema verder uit te diepen. Verhaalthema’s verkennen hoe een mens of personage een en hetzelfde principe op een andere manier beleven.
Zo betekent rijkdom voor de een een dikke bankrekening en voor de ander een simpel genoegen als regelmatig bezoek krijgen van vrienden. Laat je personages zo eens ruziemaken over een verhaalthema en hoe dat voor hen invulling heeft. Het wordt nog interssanter als er een probleem moet worden opgelost waar de neuzen dezelfde kant op staan, maar waar de uitvoering en het hoe en wat van de manier waarop voor het echte conflict zorgen.

Casus: ware liefde

“Je kan niet met hem trouwen.”
“Maar mama, hij is de ware!”
“Je zal in de goot belanden, hij heeft niet het geld om een gezin te onderhouden.”

Dit hebben we nog nóóit gelezen…

Je kan dit cliché vrij gemakkelijk omzetten naar een serieuze verdieping van het verhaalthema door de reden van de ruzie te maken en je personages daarnaar te laten handelen. Bedenk wat je met je verhaalthema precies wil onderzoeken. Probeer daar een zo concreet mogelijke vraag bij te bedenken als startpunt.
Vervolgens bepaal je de relatie tussen de personen die ruzie hebben. Zijn het moeder en dochter? Baas en werknemer? Vrienden? Als laatste kijk je wat ze allebei willen bereiken. Er is ergens een raakvlak: het is immers een gezamelijke ruzie, geen eenzijdige aanval.
Bij deze casus wordt de centrale vraag dan: wat is ware liefde nu precies? Moeder en dochter willen allebei dat dochter gelukkig is en dat zij ware liefde vindt. Moeder heeft echter het beeld dat ware liefde een zekere mate van stabiliteit vereist en dat liefde ook moet kunnen groeien. Dochter ziet ware liefde vooral als rozengeur en maneschijn: haar hersens staan nog op tilt. Anders gezegd: moeder is praktisch, dochter romantisch.
Als je bij een ruzie als deze het uitgangspunt neemt dat ‘het moet knallen’ tussen de twee vrouwen, dan krijg je de oppervlakkige welles-nietes ruzie, waar je niets mee bereikt in het grote geheel van het plot. Ga je uit van een verdiepend verhaalthema, dan krijg je argumenten en uitingen als:

“Ik hou van papa, dat weet je. Ook al heeft hij nog nooit bloemen voor me gekocht.”
“Nog nooit? En jij weet zeker dat jij nooit zijn tweede keuze bent geweest?!”
“Hoe kom je daar nou bij?”
“Hoe heeft hij jou ooit versierd?”
“Hij hielp me studeren bij mijn belangrijkste toelatingsexamen en liet daarvoor alles vallen. Daardoor heb ik nu mijn droomberoep.”
“Alsof mijn beste vriendin dat ook niet voor me zou doen… Was dat in je lelijke eendjes periode? Je zal wel hebben gedacht dat je na papa nooit meer een andere firt zou krijgen… “
“Prima, ga maar trouwen met deze perfecte Romeo. Maar als hij je dumpt omdat hij je na drie maanden te oppervlakkig vindt en toegeeft alleen maar op je leuke koppie is gevallen, is de voordeur van dit huis op slot!”

Zoals je ziet kan dit nog steeds narratief vuurwerk opleveren. Maar in plaats van meteen gelijk willen halen, begint deze discussie met een stelling die in beginsel neutraal begint en mogelijkheid biedt tot een redelijk debat: “Lieverd, bloemen zijn ook niet alles. Waarom is romantiek zo belangrijk voor je?”
Het gaat hier mis omdat dochter de themavraag ‘wat is ware liefde?’ vanwege haar emotionele kijk op liefde ook emotioneel op het gesprek reageert. Het pas dus perfect bij haar beleving van het verhaalthema.

Neem op deze manier karaktertrekken, overtuigingen en persoonlijke geschiedenis van je personage mee een ruzie in. Alleen een gelijk of ongelijk bewijzen is voor een verhaal heel saai. ‘Einde discussie, einde verhaal,’ wordt hier vrij letterlijk.
Zorg ervoor dat je in een ruzie aangeeft waar het echt om draait in het verhaal en wat je daarmee duidelijk wil maken. Geef een of meerdere personages aan het eind van de ruzie iets om over na te denken, naar te handelen of naartoe te groeien. Of de ruzie nu wordt gewonnen of niet.
Dochter zou kunnen leren dat ze haar emoties meer moet leren beheersen en dat liefde niet alleen over rozen gaat. Moeder moet misschien bedenken of zij uit angst voor eenzaamheid liefde als een luxe is gaan beschouwen en ware liefde nooit gevonden heeft. Dan krijgt het verhaalthema ‘ware liefde’ meerdere mogelijke gezichten en zijn je personages diepzinniger in plaats van oppervlakkiger.

Begin een ruzie niet met ‘gelijk willen halen’, maar stel een introductie van een verhaalthema subtiel centraal.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Vitaly Gariev, verkregen via Unsplash.

Zo maak je een cliché origineel: de nieuwe moeder

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en je zelfs nog de goede weg in te slaan als het die kant op gaat. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: de nieuwe moeder.

Het cliché

Of het nu de traditionele boze stiefmoeder is of de moderne en lieve bonusmoeder: er komt een nieuwe vrouw in het leven van Vader. En zij is niet alleen maar zijn nieuwe partner. Het is ook meteen de nieuwe moeder van het hoofdpersonage. Tegen wil en dank, want deze trope wordt cliché zodra dat wordt afgedwongen.

Waarom stoort dit cliché zo?

Ieder cliché stoort omdat de schrijver iets wil afdwingen. Maar bij dit cliché is dat dubbelop. Niet alleen de schrijver wil een bepaalde relatie tussen moeder en kind forceren, vader en nieuwe moeder zijn daar óók schuldig aan.
Bovendien willen zowel schrijver als personages dat de nieuwe band zo snel mogelijk wordt gevormd. Een relatie forceren werkt vaak alleen maar averechts, en als er dan ook nog eens tempo moet worden gemaakt… In schrijftechnisch opzicht raffel je in zo’n geval een stevige verhaalbasis af om maar snel naar het vrijwel onvermijdelijke en vaak spectaculaire conflict te kunnen gaan. Daarmee doe je je verhaal ook tekort.

De aanloop naar het cliché: hopen op ruzie

Soms is de nieuwe partner van Vader niet alleen de nieuwe moeder, maar moet de echte moeder ook nog eens vergeten worden. Of deze kers op de clichétaart nu aanwezig is of niet, de nieuwe moeder bokst zichzelf naar de voorgrond in het gezin. Door tirannie of door overdreven lief of hip te willen zijn.
Je lezer juicht normaal gesproken mee met je hoofdpersonage, dus als die de nieuwe moeder niet mag, mag de lezer haar ook niet. De kans bestaat dat de lezer daarom gaat hopen dat er ruzie komt en Vader de kant van Kind kiest, om maar van deze vreselijk schijnheilige, gewelddadige of suikerzoete vrouw af te komen.

In feite wil je dus dat de lezer je personage het allerbeste gunt, maar tegelijkertijd ook hoopt dat die een fikse ruzie krijgt.  In verhalen is het nodig dat een personage een conflict meemaakt om te groeien in de heldenreis of om het plot vooruit te helpen. Op dat groeiproces mag een lezer hopen. Maar als die in de directe zin op een ruzie hoopt die een groot deel van het verhaal moet dragen, dan wankelt er iets aan de basis van je verhaalstructuur.

Het cliché fiksen: waarom is er een nieuwe moeder?

Vader had vrijgezel kunnen blijven, maar daar koos je niet voor vanwege je verhaalthema’s of moralen. Je wil dus waarschijnlijk dat je hoofdpersoon iets leert door de omgang met deze nieuwe vrouw. Schrijf op wat dat is en welke plaats dat heeft in het verhaal en de persoonlijke geschiedenis van je held. Zorg ervoor dat dat leerproces ook op andere manieren en momenten terugkomt, anders krijgt de nieuwe moeder te veel overwicht.

Kijk vervolgens hoe je dat langzaam en zonder al te veel drama of extreme gebaren uit kan schrijven. Wil je hippe bonusmoeder dus razendsnel met de kinderen op een ‘mamaweekend’ naar Disneyland, laat haar dan liever iedere week mee naar de speeltuin gaan terwijl de kinderen aangeven dat ze liever willen dat Vader hen daarheen brengt. Dan wordt ofwel banden smeden of een beginnend conflict een stuk geloofwaardiger en daarmee beter leesbaar.

Nu jij!

Schrijf een scène zonder te veel drama van maximaal 100 woorden waarin een kind aangeeft dat het de bonusmoeder niet ziet zitten, omdat ze zich teveel opdringt.

Tip voor het vermijden van het cliché

  • Vermijd een ruzie tussen Vader en Bonusmoeder waarbij zij in snikken uitbarst omdat ze zo haar best doet, maar de kinderen haar alsnog niet mogen. Dat leest als een conflict omwille van een nieuw conflict.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.


Foto door Xavier Mouton Photographie verkregen via Unsplash

Zo blijf je alert op het verteleffect

Hoewel het bij sommige schrijfstijlen uitgesproken de bedoeling is dat de schrijver een verhaal letterlijk lijkt te vertellen aan de lezer, is dat niet effectief als dat slechts in enkele zinnen gebeurt. Dan gaat dat ten koste van de innerlijke film die voor de ogen van de lezer draait. Toch kan je soms de noodzaak voelen om de lezer net iets meer te sturen. In deze blogpost kijken we hoe je dat kan doen zonder in het vertelleffect te belanden.

Wat is het verteleffect?

Een korte opfrisser van het verteleffect: door enkele ongelukkige woordkeuzes wordt de schrijver zichtbaar door net iets te letterlijk te verklaren wat er gebeurt of wat het personage beweegt. Dat niet alleen, de schrijver trekt daarmee ook bepaalde conclusies die ofwel vanzelfsprekend zijn, of die helemaal niet aan de schrijver zijn om te trekken. In dat laatste geval neem je de lezer de vrijheid af om zelf een beeld of een mening bij je tekst te vormen.

Verteleffect in de dop: de boodschap

Als je een verhaal schrijft, heb je een moraal of een verhaalthema dat je aan de lezer duidelijk wil maken. Die heb je als het goed is aan de tekentafel al duidelijk. Kijk nog eens naar je woordenweb, lijst aan leuzen of al die andere dingen uit je opschrijfboekje die je hebben geholpen die af te bakenen. In deze blogpost houd ik het voorbeeld aan van Felicia Feminist: een doorgeslagen casus van een vrouw die het glazen plafond tegenkomt.
Haar verhaal is erg gevoelig voor een verteleffect. Niet zozeer vanwege het thema zelf, maar omdat de uitwerking ongenuanceerd en extreem is. En dan sluipt een verteleffect er erg makkelijk in. In Felicia’s verhaal is Co CEO de personificatie van het glazen plafond. Hij is de oorzaak en het gevolg van alle problemen. Dus als Co maar op zou donderen, wordt Felicia zomaar ineens en wonderbaarlijk genoeg de CEO van het bedrijf en hebben ook ineens alle vrouwen van de hele wereld een eerlijke positie in het bedrijfsleven. De boodschap is kortom: mannen moeten plaatsmaken voor vrouwen in het bedrijfsleven.
Ook kan het verteleffect ontstaan door Felicia tot boodschapper te degraderen. In plaats van een veelzijdig personage, is zij slechts iemand die moet laten zien hoe belangrijk het feminisme is.

Verteleffect aan de tekentafel

Kijk ook eens hoe je bepaalde boodschappen of overtuigingen van je personage in je personagebiografie hebt genoteerd. Let daarbij ook op hoe vaak die terugkomen. Bijvoorbeeld:
Felicia’s motto: Girlpower is the best power
Felicia’s seksuele oriëntatie: lesbisch (zelfs in de seksuele zin mag ze niets aan mannen hebben of ze interessant vinden)
Felicia’s trauma: heftige aanranding door een man in haar tienertijd

Felicia is hiermee vrij extreem vrouwgericht of anti-man. Een trauma is een belangrijke drijfveer voor zowel een verhaal als een personage persoonlijk. Maak Felicia dan niet ook nog eens expliciet lesbisch om de boodschap te versterken dat ze ‘beter is’ dan mannen of geen mannen nodig heeft. Dan wordt ze slechts een doorgeslagen trope.

Merk je op dat je een vertelleffect in je tekst heb staan, zoek dan in je aantekeningen naar dit soort overdaad van een en dezelfde overtuiging, of oppervlakkige schets van je personage. Stel jezelf vragen als:
* Wat is de verhouding tussen de boodschap van mijn verhaal en het aantal punten in de personagebiografie die daarop aansluiten?
* Heeft je personage nog een ander doel dan de boodschap uitdragen?
* Waarvan moet je personage precies groeien? Wat is precies het centrale conflict?

Als je nog in een vroeg statium van het schrijven zit, kan je teruggaan naar de tekentafel en het een en ander aanvullen of aanpassen. Als je verhaal meer diepgang krijgt, val je niet zo snel in de vertelstijl. Ben je al verder in het verhaal, kijk dan uit naar vertellwoorden in de lopende tekst.

Vertellwoorden vermijden

Vertellwoorden zijn woorden als namelijk, want, daarom, blijkbaar als ze worden gebruikt om acties en gedachten van personages te verklaren die een zin of wat eerder rij letterlijk zijn uitgeschreven en regelrecht uit de personagebiografie lijken te komen. Felicia was helemaal klaar met mannen, daarom gaf ze Co een grote mond. Felicia voelde zich niet zo haar gemak: deze man deed haar namelijk denken aan de man die haar had aangerand.

Probeer in plaats daarvan het hier en nu vanuit het perspectief van je personage toe te lichten. Dat gaat meestal prima met een combinatie van goede sfeeromschrijving en show don’t tell. Ook kan show don’t speak een goede aanvulling zijn. Dan krijg je voorbeelden als:

“Felicia, ik praat tegen je!”
Co’s stem echode door de ruimte en meerdere collega’s keken verschrikt op. Carmen dook ineen en zag plotseling iets heel interessants op haar computerscherm staan.
Felicia trok een vragende wenkbrauw op.
“Staar me niet zo onnozel aan, vrouw!”
Felicia’s bloed begon te koken. Inwendig begon ze tot tien te tellen. Ze was nog niet bij de vier of ze zag Co’s blik afdwalen naar haar boezem.
“Kun jij nou echt niks? Geef eens antwoord!”
Hou op met in mijn bloes kijken, vuile… Bewijs ik pas mijn waarde aan jou als ik die uit zou trekken? Dacht Felicia. Haar gedachten gingen razendsnel: ze zou Co niet meer aanleiding geven om haar nog verder te vernederen.
“I-ik dat was mijn fout. Ik zal het meteen rechtzetten.”
Co liep met een tevreden knikje en een hanenloopje het kantoor uit. Felicia ging terug naar haar bureau en stopte Carmen even later een briefje toe: Ben je er al klaar voor om samen met mij een klacht in te dienen of wachten we nog even?
Dan vermijd je zinnen als: Felicia wist dat Carmen ook regelmatig onheus bejegend werd. Het was tijd om actie te ondernemen: ze was er nu namelijk wel klaar mee. Als Co zelfs al in haar bloes ging staren…

Het is niet altijd nodig om altijd langere scènes te schrijven om vertellwoorden te vermijden. Maar onthoud wel dat de lezer liever met het personage meekijkt dat iets beleeft dan luistert naar een schrijver die iets wil benadrukken.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Fa Barboza verkregen via Unsplash.

Zo maak je een cliché origineel: er is maar een bed

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en je zelfs nog de goede weg in te slaan als het die kant op gaat. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: er is maar een bed.

Het cliché

Twee personages vinden elkaar wel oké, maar verliefd worden ze niet. Totdat ze in de situatie belanden waar ze ergens moeten overnachten en er maar een bed blijkt te zijn. Je kan alleen in dat bed slápen, maar bij dit cliché moeten en zullen de personages seks hebben.

Waarom stoort dit zo?

‘Ze moeten en zullen seks hebben.’ Aldus de schrijver die besloten heeft een romantisch verhaal te schrijven. Of de personages elkaar romantisch zien zitten of elkaar misschien zelfs niet konden uitstaan voor dit bed in beeld kwam, doet er plotseling niet meer toe. Hierdoor is alles wat de lezer hiervoor over de personages en hun relatie of hun persoonlijke drijfveren heeft gelezen in feite onbelangrijk geworden. De lezer kan bovendien wantrouwig worden naar het personage. Want als dat plotseling seks heeft met iemand die het tien tellen eerder nog vreselijk vond, hoe kan je er dan nog op rekenen dat je personage A zegt en ook A doet bij belangrijke keerpunten zoals een obstakel?

De oorzaak van het cliché: overslaan wat aandacht vraagt

Dit cliché slaat de initiële romantiek over. Het onzekere geflirt, de grote vraag of de ander ook interesse heeft en het uiteindelijk naar elkaar toegroeien. Dat is een fatsoenlijke opbouw van verliefd worden en de start van een relatie. Als dat opgelost kan worden door geforceerd het bed te delen, gaat er iets mis. Hier is ‘het bed delen’ zowel letterlijk als figuurlijk, terwijl in beide gevallen de personages daar niet op uit waren. Dat zou genoeg moeten zeggen.

Overigens is het overslaan van romantiek niet alleen aanwezig bij dit cliché. Bijna ieder romantisch verhaal dat het romantische genre zijn beruchte naam van ‘flinderdun en voorspelbaar’ geeft, is hier in zekere mate schuldig aan. Het lijkt interessanter of spannender om meteen over te gaan op seks, of grote romantische gebaren of uitingen, maar dat maakt het juist cliché.

Maar het gebeurt toch omdat het veel makkelijker is dan daadwerkelijk over romantiek en liefde te schrijven. Want in werkelijkheid slaat de vonk zelden zomaar over: daar moet iets voor gebeuren. Bovendien gaat dat gepaard met ups en downs. Subtiele ups en downs welteverstaan. Om daarover te schrijven vergt een kwetsbaarheid van zowel lezer als schrijver waarbij langzaam en zorgvuldig het moet winnen van snel en makkelijk. Van dat laatste is het ene bed het perfecte voorbeeld. Even een nachtje samen in bed en alles wat er aan verdieping nodig zou zijn, verdwijnt en blijft tussen de lakens.

Het cliché fiksen: geef een reden voor de omschakeling

Bij een scène waarin de omschakeling komt van vrienden naar geliefde plaatsvindt, moet er iets concreets gebeuren dat aanleiding geeft voor het ene personage op het andere verliefd te worden. Waak voor oppervlakkigheid, anders gaat het alsnog mis.

Nu jij!

Schrijf een scène waarin het zichtbaar ongemakkelijk is voor je personages dat ze  plotseling en onbedoeld een bed moet delen. Laat ze tot een oplossing komen. Ze mogen uiteindelijk seks hebben of niet. Maar als het daarop uitdraait, schuw het ongemak van het moeten toegeven van de romantische gevoelens niet. Als het vrienden zijn waarbij seks nog niet eens in ze opkomt, laat dan blijken hoe dit alsnog even voor een ongemakkelijk moment zorgt.

Tip voor het verminderen van het cliché

Vervang het ene bed in gedachten voor één stoel om op te zitten. Wat doen of zeggen de personages dan om tot een compromis te komen? Wat maakt kunnen zitten überhaupt belangrijk?  Als de scène met deze stoel iets aan het verhaal toevoegt, kan je het weer ‘terugvertalen’ naar een bed, zonder in dit cliché te belanden.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Priscilla Du Preez 🇨🇦 verkregen via Unsplash.

Het ‘verteleffect’: zo wordt de schrijver te zichtbaar

Een van de manieren om de lezer uit het verhaal te halen is door te veel gebruik te maken van de telltechniek. En die heeft een broertje; het verteleffect. Daarin wordt het net iets te duidelijk dat de schrijver de lezer een bepaalde kant op wil sturen met conclusies trekken of door net iets te veel te willen helpen het verhaal aan elkaar te breien.

De interpretatievrijheid van een lezer

Het is de taak van de schrijver taak om empathie te kweken voor een personage: de lezer moet snappen wat een personage beweegt. Maar empathie is niet hetzelfde als het met iemand eens zijn. Het betekent dat je ziet welke waarheid geldt voor de persoon in kwestie.
Een van de pluspunten van verhalen is dat je empathie kan ‘oefenen‘ of hebben voor iemand die objectief gezien vreselijk is. Denk aan iemand die mishandelt. Hoewel het niet goed te praten is, leer je wel wat mensen tot vreselijke dingen aanzet om te denken of te doen. Andersom mag een lezer ook een personage vreselijk vinden dat op handen wordt gedragen. Denk bijvoorbeeld aan een influencer die een bepaalde kledingstijl aanprijst die helemaal niet de jouwe is. De hele wereld loopt met deze influencer weg, maar de lezer mag nog steeds denken dat die kledingstijl raar is.

Verhalen zijn in dat opzicht een veilige haven voor een lezer om over bijna levensechte mensen te kunnen oordelen of hen zelfs te veroordelen zonder dat dat directe consequenties heeft. Waar de lezer een hele schare fans over zich heen zou krijgen als die een echte influencer zou bekritiseren, komen de fans in de papieren wereld niet meteen met een ‘verban Lezer van het internet! – campagne aanzetten: die weten immers niet eens dat de lezer bestaat.

Het verteleffect: de schrijver maakt zich aan de lezer bekend

Dan is daar het verteleffect. Het ontstaat met de goede bedoelingen van de schrijver om de lezer aan de hand mee te nemen en zo het verhaal verder te kunnen volgen. Maar een ongewenste bijwerking ervan is dat je daarmee ook de interpretatievrijheid van de lezer af kan pakken. Het gemene van dit vertelleffect dat het zich (ook) kan vermommen als een woordje of een zin dat een onschuldige oorzaak en gevolg aan wil duiden, of gewoon enkele zinnen aan elkaar wil breien. Dit zijn een aantal van de grootste boosdoeners van het vertelleffect:

* Blijkbaar –> Blijkbaar was het niet genoeg voor Annabel dat Linda haar een dienst had bewezen
* Namelijk –> Dat vond Frenk niet fijn. Hij had namelijk al vaker uitgelegd dat hij dit niet wilde.
* (ook /best) wel –> Het was wel lastig voor hem om daar alweer mee gecontronteerd te worden.

Of, verstopt in sommige zinsconstructies:
* want –> dat was eng, want hij was bang in het donker
* dus –> Dat vond hij leuk, dus hij wilde meedoen
* daarom –> Daarom was hij dolgelukkig
* daardoor –> Daardoor voelde hij zich verraden

Deze voorbeelden zijn zou je vertellwoorden en -zinnen – met een dubbele l- kunnen noemen. Hiermee vertelt de schrijver heel letterlijk wat die wil dat de lezer concludeert of voelt. In de laatst genoemde zinsconstructies is het cirkeltje van de tell techniek weer rond en krijg je hetzelfde effecct als bij de tradionele ‘tell‘. Voor woorden als namelijk en blijkbaar is het vertelleffect relatief makkelijk op te sporen met de vuistregel:

Vertellwoorden- en zinnen worden vaak meteen opgevolgd door of gecombineerd met iets wat het personage doet of vindt

Bijvoorbeeld:

* Blijkbaar was William op iets slechts uit, dus ging James uitzoeken wat er aan de hand was.
* Ze ging bij Eva verhaal halen: zoiets pikte Natalia namelijk niet van een vriendin.
* Omdat het wel fijn was om met iemand te praten, besloot zij haar moeder te bellen.
* Ze werd beschouwd als een oplichtster. Daarom schreef ze een mail om het tegendeel te bewijzen.

Wat hier zo misgaat, is dat de schrijver hiermee op de pauzeknop van de lopende film in het hoofd van de lezer drukt. Alleen maar om te zeggen: snap je dat? In de basale zin van begrip, of in de trant van: ‘weet je waarom? Ben je het met mij en mijn symboliek eens?’ Het is onnodige en storende nadruk, maar dan nog een tandje erger. Niet alleen legt de schrijver nadruk op het ritme van de zinnen en woorden, maar ook nog eens hoe de lezer die vervolgens interpreteert. Daarmee pak je die belangrijke vrijheid van de lezer af om zelf een beeld bij je verhaal te vormen en daar de eigen conclusies bij te trekken.
Wat ook kan gebeuren is dat de lezer zich als dom bestempeld voelt bij deze manier van schrijven. En dat is ook niet zo gek. Kijk nog eens naar een aantal van deze voorbeelden. De schrijver zegt hier bijna letterlijk dingen als:
“Weet je nog? Dat stond in hoofdstuk 2.”
“Heb je dat al door, of moet ik dat nu nog een keer zeggen als laatste bewijs daarvan?”

Daar doe je de intelligentie van je lezer en ook je eigen kunde die je als schrijver hebt enorm mee tekort: je trekt beide ermee onnodig in twijfel.

Uiteindelijk is de lezer nooit helemaal te sturen

Als schrijver wil je tot op zekere hoogte dat de lezer het met je eens is. Al is het maar omdat je daardoor een verhaalthema duidelijker naar voren kan laten komen. Maar je kan er niet omheen dat een lezer een tekst altijd op diens eigen manier zal interpreteren, hoeveel je dat ook stuurt. Waar de ene overlevende van kanker juist ieder verhaal daarover leest om het eigen verdriet beter te kunnen verwerken, laat de andere juist al die verhalen liggen om niet meer achterom te hoeven kijken naar dat vreselijke hoofdstuk in het eigen leven.
Je hebt dus nooit de garantie dat je je lezer op die manier voor je wint. En voor zover dat wel kan, komt jouw algehele beheersing van schrijftechnieken daarbij kijken. Met enkele woorden of zinnen behaal je dat doel nooit.

Volgende week post ik tips voor het vermijden van het verteleffect.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Priscilla Du Preez 🇨🇦 verkregen via Unsplash

Een redacteur inschakelen: dit moet je weten

Je hebt een groot deel van je boek geschreven en hebt serieuze ambities om het te publiceren. Dan kan je een redacteur inschakelen. Om teleurstelling te voorkomen en ook effectief met een redacteur samen te werken, is het handig om vooraf al een aantal dingen te weten.

De redacteur kent jou en je verhaal niet

Je geliefden zijn vaak enthousiast over je schrijfambities omdat ze jou en je verhaal kennen. Ze hebben jouw autobiografie al ‘gelezen’ voordat die is geschreven omdat ze jou hebben zien opgroeien. Of ze kennen de plot van je fantasy omdat je daar iedere verjaardag over vertelt. Voor de redacteur ben je in het begin een vreemde. Die mist dus enthousiasme dat voorkomt uit de kennis dat jij een fijn en ambitieus mens bent. Wees erop voorbereid dat je niet automatisch enthousiasme van een redacteur krijgt.

Check: heb je één verhaal?

Sommige verhalen hebben ‘veel verhalen in een.’ Niet alleen is sprake van verraad in de tienertijd, maar ook een alcoholistische vader, een bedrijf dat op de fles ging en….
Een boek heeft altijd een verhaal één hoofdthema, of één rode draad. Natuurlijk zijn subthema’s en subplots mogelijk, maar een aaneenrijging van ‘en dit en dat en zus en zo speelde ook nog mee’ maakt geen leesbaar verhaal. Kom je met zo’n verhaal naar een redacteur, dan kun je heel veel correcties verwachten. Redacteuren, maar ook je toekomstige lezers, zien bij zo’n verhaal door de bomen het bos niet meer. Denk aan het vorige punt: als mensen je niet persoonlijk kennen, interesseert jouw verhaal hen niet automatisch. Goed schrijven is veel meer dan alleen je gedachten, gevoelens of een tijdlijn chronologisch uitschrijven.
Bespaar jezelf veel tijd, moeite, geld en teleurstelling door ook het nodige voorwerk te doen voor je naar een redacteur stapt. Vooral schrijvers van autobiografieën en familiekronieken moeten hiervoor waakzaam zijn.

‘Herschrijf dit eens’ is niet hetzelfde als: ‘dit is slecht’

Een redacteur moet kritisch en soms zelfs streng zijn. Maar zeker bij een eerste samenwerking weet een redacteur niet wat ‘toevallige’ fouten zijn in schrijfstijl en waarbij een schrijver echt nog wat tips of aansturing nodig heeft. Als een redacteur aangeeft dat je iets moet herschrijven, betekent dat niet meteen dat je bagger schrijft. Een goede redacteur probeert dingen aan te stippen waar je niet alleen in de specifieke tekst iets te verbeteren is, maar ook om met de feedback je schrijfinzicht te vergroten. En daarvoor moet iedereen, zelfs de allerbeste schrijver, op een bepaald moment voor gaan herschrijven. Wees niet te bang voor het woord ‘herschrijf’ en onthoud: een redacteur wil je helpen, niet afkraken!

Herzien is betaald werk

Een redacteur is vaak niet te beroerd om enkele vragen te beantwoorden. Maar die gaat niet (vaker) je werk lezen of zelfs redigeren zonder daar een vergoeding voor te vragen. Vraag je expliciet om een tekst na te kijken, dan ziet de redacteur daar een betaalde opdracht in. Of jij iets inhoudelijk met die feedback kan of niet, is een risico dat je moet incalculeren. Je betaalt een redacteur voor het geven van begeleiding en feedback met fatsoenlijke onderbouwing, niet om het met je (schrijfstijl) eens te zijn. Opmerkingen als: ‘Ik bedoelde iets anders tussen de regels door’ of ‘Maar in hoofdstuk 3 komt dit terug, vandaar dat hier informatie mist,’ laten een gebrek aan werk of kunde van de schrijver zien, niet van de redacteur. Die zal je in zo’n geval nog steeds een rekening sturen als je geld terug zou vragen.

Overleggen en vragen stellen mag

Redacteuren hebben net als jij een grote liefde voor schrijven en verhalen en willen daarom ook graag ‘samen’ aan jouw mooie verhaal werken. Daarom kan een redacteur je maatwerk bieden. Vraag naar de mogelijkheden voor een specifieke begeleiding of aandachtspunten en wees niet bang om vragen te stellen als je vragen hebt over de ontvangen feedback of een bepaalde schrijftechniek. Een redacteur sluit de werkdag met een glimlach af als het inzicht of de kunde van een schrijver die dag weer wat is gegroeid!

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Wil je mij inschakelen als redacteur? Kijk in mijn webshop.

Foto door Kelly Sikkema verkregen via Unsplash.

Een infodump herkennen als tijdverspiller

Een van de manieren waarop je als schrijver informatie kunt schrappen, is door te kijken naar hoeveel tijd je ermee bespaard als je bepaalde infodumops weg zou halen. Om dat idee contreter te maken, kan je ieder woord zien als een bepaalde tijd die je lezer en je personage aan je tekst besteden.

Infodump en ‘As you know Bob’

Hier kan je meer lezen over de basis van infodump. Pas goed op zodra je informatie met je lezer gaat delen. Voor je het weet, vertel je over zo veel details of geef je zoveel onbelangrijke informatie, dat het plot op slot komt te staan.

In een dialoog is het soortgelijke verschijnsel, ‘As you know Bob‘ daarbij een welbekende valkuil. Dat worden er dingen gezegd die totaal niet nodig zijn, omdat de personages die tegen elkaar praten dat allang weten. Denk aan: levenslange vrienden die elkaar wekelijks spreken: “Zoals je weet, is mijn broer al maanden ziek. Dus ik moet nu naar het ziekenhuis om hem bij te staan voor een controle.”

Als je As you know Bob in je achterhoofd houdt om vooral niet te schrijven, dan kan je daarmee makkelijker ontdekken hoe je infodumps kan sorteren. Om vervolgens de nodige informatie te behouden en alle andere aankleding te schrappen.

Je reinste tijdverspilling

As you know Bob komt in ieder genre voor. Van romantische verhalen waarin het tienermeisje haar beste vriendin voor de zoveelste keer vertelt waarom haar vlam toch zó knáp is tot in de actiethriller waarin de IT-deskundige die halsoverkop door de overheid wordt ingehuurd om een code te kraken en zo een oorlog te voorkomen, nog even geïnstrueerd wordt over de werking van het codeersysteem waar hij al een deccenium mee werkt: “zoals je weet, is dit beveiligingssysteem erg gevoelig: een keer een verkeerd wachtwoord en je ligt er een halfuur uit.”

Er kan dus weinig op het spel staan, zoals bij de giechelende meisjes. Maar het kan ook een kwestie zijn van leven of dood, zoals bij de IT-er. Hoe dan ook is een as you know Bob tijdverspilling van de bovenstente plank. Voor zowel je lezer, als voor je personages.

Vanuit het perspectief van de lezer is dit makkelijk te begrijpen. Als je op een boek van 400 pagina’s een paar duizend van dit soort dumps kan schrappen, heeft die het boek een halfuur eerder uit. En dus meer tijd voor een volgend boek. Of gewoon weer tijd om te stofzuigen. Als je niet op de leesbeleving inlevert, is je lezer je altijd dankbaar voor die tijdwinst.
Bij een personage is die tijdwinst te halen in eerder tijd voor actie. Of, zo je wil, tijd weer om verder te gaan van informatie delen naar het eigenlijke plotverloop. Stel je daarbij voor dat voor elk woord dat jij als lezer leest, er afhankelijk van de mate van urgentie er een seconde of een minuut verstrijkt in de papieren wereld van je personage. Dan laat je het tienermeisje:
“Waarom hij zo’n hunk is? Dat weet je toch, Tess? Omdat hij een sexy stem heeft en gewoon zo lief is! Hij kan ook nog eens onverwacht grappig uit de hoek kan komen. En heb je al gezien hoe gaaf zijn haar altijd zit?!”
dus drie kwartier wachten. In die tijd hadden de bezoemvriendinnen een versierplan kunnen bedenken, daar de eerste schets van kunnen maken en al een eerste berichtje naar Romeo kunnen sturen. Lees: als het om het plot gaat, had je al een compleet hoofdstuk verder kunnen zijn.
Wat betreft de IT-er:
“Zoals je weet, is dit beveiligingssysteem erg gevoelig: een keer een verkeerd wachtwoord en je ligt er een halfuur uit. Dat kan het einde van ons land betekenen.”
Wil je als lezer lezen over saaie uitleg of wil je in die metaforische kleine halve minuut meemaken waarin onze held met een torenhoge bloeddruk hoopt dat hij het niet gaat verknallen?

Het plot gaat voor

Als je meerdere details moet delen, zie dan ieder woord als een tijdeenheid die voor je personage of je lezer erg kostbaar is. Je las al hoe dat in een dialoog werkt, maar hetzelfde idee gaat op voor sfeeromschrijvingen. Stel je in dat geval voor dat jij als beginnende enthouiaste stadsgids de lezer een rondleiding geeft. In dit geval door de betreffende tuin, museum of kamer. Maar het plot is in dat geval jouw strenge leidinggevende. “Deze mensen hebben betaald voor de korte, goedkopere versie van de rondleiding. Hadden ze de uitgebreide rondleiding gewild, dan hadden ze daarvoor moeten dokken. Geen gratis extraatjes, hè? Als je de grote lijnen hebt uitgelegd, is dat voldoende. Hup, hup, opschieten. De volgende groep komt er weer aan. Ik heb meer werk te doen.”
Die laatste zin mag je letterlijk nemen. Het plot heeft werk te doen, het moet het verhaal aan de gang blijven houden.
Is het voor de lezer (voor nu) voldoende om te weten dat de tuin heerlijk ruikt en prachtige kleuren heeft, ga dan niet van iedere bloem en iedere plant hun latijnse naam en hun belang voor het algehele ecosysteem van deze tuin beschrijven.

Het verhaal van tante Bep

Cliché tante Bep doet haar naam eer aan. 1000 woorden -meer dan zestien uur! Over tijdverspilling gesproken 😉 – later denk je: waar ging het nou over? Als je vermoedt dat je tante Bep aan het woord hebt gelaten, schrijf dan eerst eens die aantal zinnen uit.
Bep is blij met de geboorte van haar eerste kleinkind, maar met haar oudste kind botert het al even niet meer.
In plaats van eindeloos vertellen hoe schattig baby’s en hoe verwend de jeugd is, vat je dat liever samen in enkele rake uitingen, waarna Bep iets anders gaat doen, concrete hulp vraagt, of aan serieuze zielenroerselen gaat doen. Kortom: verbreek de cirkel van het beppen en kijk hoe het plot weer aan het roer kan staan. Dat scheelt een hoop tijd. En daar zullen zowel je papieren personages als je lezer je dankbaar voor zijn.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Jon Tyson verkregen via Unsplash




Zo maak je een cliché origineel: opa ging vreemd

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en je zelfs nog de goede weg in te slaan als het die kant op gaat. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: opa ging vreemd.

Het cliché

Opa of oma overlijdt en nu moet het ouderlijk huis van je volwassen personage worden opgeruimd. En daar, op zolder, verscholen tussen allerlei rommel, is daar een onbekend, gesloten kistje. Met liefdesbrieven die niet aan oma zijn gericht en ook niet geschreven zijn vóór hun huwelijk begon. Opa had een ander, soms zelfs een buitenechtelijk kind. Een hele nieuwe familiegeschiedenis ontvouwt zich.

Waarom stoort dit zo?

Dit cliché stoort om twee redenen. De ergste is dat een buitenechtelijke relatie of kind niet zozeer een plotpunt is, maar soms de hele reden dat het verhaal is geschreven. Was dit een hechte, lieve familie? Dat dacht je maar, lezer! Niets is wat het lijkt, bereid je maar voor op spanning en sensatie.
Dat is geen uitgangspunt voor een plot, maar een slechte plottwist. Alleen maar willen choqueren helpt niet om je lezer in je boek te interesseren, zeker niet als je echte plot en personages nog niet geïntroduceerd zijn. Start met de cliché ontrouwe grootvader en beide punten zijn aan de orde.
Ook is er in dit cliché een gebrek aan spanningsopbouw. Piek niet te vroeg met spannende aanwijsbare plotpunten. Als je dat doet, herkent de lezer het cliché vast dat in hoofdstuk 1 of 2 al een wereld op zijn kop komt te staan. Dan wordt je boek dertien in een dozijn en legt de lezer het na vijftien bladzijdes – of eerder- al weg.

De aanloop naar het cliché: deus ex machina

Vergeet de magie van fictie en je ziet waarom dit cliché gewoon dom is. Waarom zou opa deze liefdesbrieven niet hebben verbrand, of op zijn allerminst niet ergens bij een vriend bewaren? Nee, ze liggen in zijn eigen huis, waar iedereen, inclusief zijn poetsgrage echtgenote het -oeps!- tegen kan komen…
Dit cliché is een Deus ex machina in een iets betere vermomming dan normaal. Maar het feit blijft dat als de lezer merkt dat iets gebeurt omdat de schrijver dat wil, dat niet in je voordeel werkt. Zeker niet in het begin van een boek. Je loopt dan het risico dat de lezer het al weglegt vanwege de overduidelijke zichtbaarheid van de auteur of gebrek aan originaliteit nog voordat je personage in schok de andere familieleden op de hoogte heeft gebracht.

Het cliché fiksen: stel het verhaalthema of moraal centraal

Ieder minder sympathiek personage heeft ouders, tantes, broers… Anders gezegd: de schok van ‘dit gebeurt in een liefdevolle familie!’ is niet geloofwaardig of groots genoeg om een heel verhaal mee te kunnen dragen. Kijk in plaats daarvan wat opa ertoe heeft aangezet om vreemd te gaan. Misschien was oma wel een tiran, of stond opa in het krijt bij een vrouw met macht over hem die alleen seks als compensatie duldde.
Je hoeft die reden niet meteen superorigineel of overdramatisch te maken. Een reden is een reden. En daarmee waarschijnlijk ook je verhaalthema. Denk aan: ontrouw, misbruik van macht, wanhoop… Als je dat op de voorgrond zet, in plaats van de schok die door de familie gaat, zwak je dit cliché al heel wat af.

Nu jij!

Schrijf de redenen en omstandigheden op die opa aanzetten tot vreemdgaan. Koppel er een verhaalthema aan en vat dit samen in een korte (liefdes)brief. Laat duidelijk zien dat er iets niet pluis is, maar blijf tussen de regels door schrijven. Neem daarin ook karaktertrekken of beweegredenen van opa mee.

Tip voor het verminderen van het cliché

Werk met flashbacks van opa’s leven en introduceer de brief op zolder pas later in je verhaal. Dan kent de lezer de omstandigheden en personages beter en heb je geen misplaatste plottwist.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Peter Herrmann verkregen via Unsplash.

Zo voelt je lezer mee met je personages

Als schrijver wil je dat je lezer in het verhaal geïnteresseerd is en blijft. Daarvoor moet het die tenminste iets kunnen schelen wat er in het verhaal en met je helden gebeurt. Maar ook dan is er nog een een verschil. Er kan worden meegeleefd, op een afstand, of er kan worden meegevoeld, zodat de lezer alles heel intensief meekrijgt. Het is een nuanceverschil in woorden, maar in uitwerking en effect een verschil tussen dag en nacht.

‘Wat vreselijk voor je’

Je moet ervoor zorgen dat je lezer op zijn minst meeleeft met je personage. Als het gaat om verhalen betekent dat net iets anders dan in de echte wereld.
Het basisbeginsel van empathie in fictie is dat het je überhaupt iets kan schelen wat je personage overkomt en je weet over wie het gaat. Als de held waarvoor je hoort te juichen doodgaat, dan moet de lezer op zijn minst denken: o nee! In plaats van: ach, romantische Romeo nummer 68, nou en?
Als je lezer slechts meeleeft met je fictieve personage, staat dat ongeveer gelijk aan een kennis die vreselijk nieuws deelt. Je zal oprecht even schrikken en het kan je wel degelijk iets schelen. Je ligt er alleen niet wakker van. Dus je zegt: “Wat vreselijk voor je, ik leef met je mee.”

‘Wat vreselijk, ook voor mij’

Als je lezer, meevoelt met je personage, denkt die: ‘Wat vreselijk, ook voor mij,” zodra je personage iets naars overkomt. Het is iets wat die niet zomaar naast zich neer kan leggen. Het is niet meer van een afstandje meekijken, maar echt voor de volle honderd procent voelen wat het personage ook voelt, zonder dat daar een uitweg voor te vinden is.
Dat kan je op verschillende manieren bereiken, zodra aan de eerder genoemde voorwaarde van het opwekken van empathie is voldaan:

  • Zet op het goede moment een -korte!- flashback in
  • Maak je sfeeromschrijvingen zeer beeldend
  • Kom met een plottwist die niet alleen acuut, maar ook onherroepelijk is voor de wereld van je personage

Met andere woorden: zorg ervoor dat het hier en nu alle aandacht krijgt. Als je in het hier en nu schrijft, doe je dat beeldend. Gebruik je een flashback, zorg er dan voor dat het kortstondige ‘toen en daar’ waarnaar je terugblik inslaat als een bom.

Het hier en nu alle aandacht geven in een scène

Nieuws of een plotselinge verandering komt harder aan als je er niet aan kan ontsnappen. Alsof de grond je voeten wegvalt en je in een diepe kuil neerstort. Als je het hier en nu de juiste aandacht geeft in een scène, voelt dat niet alleen zo voor je personage, maar ook voor je lezer. Doe je dat iets minder goed, dan lijkt het voor de lezer eerder alsof die aan de rand van diezelfde kuil van bovenaf naar je personage kan kijken.

Een belangrijk uitgangspunt hiervoor is dat je het verschil weet tussen beeldend schrijven en gedetailleerd schrijven. Om twee schrijftermen te gebruiken: dat is het verschil tussen een infodump die te goed zijn best doet en een goede show don’t tell. Een voorbeeld: iemand wordt al maanden van het kastje naar de muur gestuurd en staat op het punt van knappen.

Gedetailleerd schrijven is dan zoiets als:
“Nee meneer, daarvoor moet u toch echt bij een andere afdeling zijn.”
Richard voelde zich bevriezen. Zijn oren suisden. Hij ging zitten om te voorkomen dat hij in zou storten. Wat had hij zonet gehoord? Snapte die ambtenaar wel wat hij had meegemaakt? Zijn herinneringen brachten hem terug naar het moment dat Femke gelogen had tegenover de politie.
“Agent, Yvonne zegt dat haar vader haar ongepast heeft aangeraakt.”
Net als toen stak er opnieuw een dolk in Richards hart. Plotseling was het hek van de dam. Hij dacht aan de manier waarop het zure braaksel in de keel was blijven steken toen hij voor het eerst een advocaat was gaan zoeken in de hoop zijn onschuld te bewijzen. Aan hoe iedere spier in zijn lijf zich had verkrampt toen zijn moeder voor het eerst naar het hoe en wat had gevraagd. En hoe zijn hart aan gruzelementen werd geslagen zodra hij de kleine Yvonne voor het eerst naar die beschuldigingen had gevraagd. Yvonne, zijn kleine meisje, dat hij nu misschien nooit meer zou zien.
“Klootzak!” schreeuwde hij naar de medewerker.

Merk op dat zintuiglijk schrijven goed werkt om het hier en nu te vangen. Maar als je dat zoals hier te gedetailleerd doet, het een overdaad wordt die schaadt.

Beeldend schrijven is bijvoorbeeld:
“Nee meneer, daarvoor moet u toch echt bij een andere afdeling zijn.”
Hij voelde het bloed door zijn aderen racen. Als in een flits zag hij een brief op de mat vallen: je mag je kind nu nooit meer zien. Het warme handje van Yvonne leek zich nog een laatste keer om zijn hand te sluiten.
“Klootzak!” schreeuwde hij naar de medewerker.

Dit voorbeeld lijkt misschien kort door de bocht, maar daar komt een belangrijk punt om de hoek kijken. Als je al empathie van de lezer hebt, houd je die doorgaans. Je hoeft dan niet te herhalen wat er exact op het spel staat. Dat weet de lezer als het goed is al. Dat allemaal nog eens opsommen haalt je lezer weg uit het hier en nu.

Kortom: bij gedetailleerd schrijven wil de schrijver de sfeer, gedachten en gevoelens zo graag meenemen, dat het hier en nu er alsnog door op de achtergrond raakt. Het lijkt een kern te raken, maar dwaalt er in feite steeds meer van af. Bij beeldend schrijven reduceer je het ‘nu’ eerder naar enkele seconden dan een tiental daarvan. Bovendien kijk je naar wat de kernemotie van je hoofdpersoon is, in plaats van de aandacht te geven aan de talloze emoties die je personage (allemaal) kan voelen.

Wil je dat je lezer daadwerkelijk met je personage meevoelt, zorg er dan dus voor dat de lezer niet om de gevoelens van je personage en die van zichzelf heen kan.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door mohamad azaam verkregen via Unsplash