Zo voelt je lezer mee met je personages

Als schrijver wil je dat je lezer in het verhaal geïnteresseerd is en blijft. Daarvoor moet het die tenminste iets kunnen schelen wat er in het verhaal en met je helden gebeurt. Maar ook dan is er nog een een verschil. Er kan worden meegeleefd, op een afstand, of er kan worden meegevoeld, zodat de lezer alles heel intensief meekrijgt. Het is een nuanceverschil in woorden, maar in uitwerking en effect een verschil tussen dag en nacht.

‘Wat vreselijk voor je’

Je moet ervoor zorgen dat je lezer op zijn minst meeleeft met je personage. Als het gaat om verhalen betekent dat net iets anders dan in de echte wereld.
Het basisbeginsel van empathie in fictie is dat het je überhaupt iets kan schelen wat je personage overkomt en je weet over wie het gaat. Als de held waarvoor je hoort te juichen doodgaat, dan moet de lezer op zijn minst denken: o nee! In plaats van: ach, romantische Romeo nummer 68, nou en?
Als je lezer slechts meeleeft met je fictieve personage, staat dat ongeveer gelijk aan een kennis die vreselijk nieuws deelt. Je zal oprecht even schrikken en het kan je wel degelijk iets schelen. Je ligt er alleen niet wakker van. Dus je zegt: “Wat vreselijk voor je, ik leef met je mee.”

‘Wat vreselijk, ook voor mij’

Als je lezer, meevoelt met je personage, denkt die: ‘Wat vreselijk, ook voor mij,” zodra je personage iets naars overkomt. Het is iets wat die niet zomaar naast zich neer kan leggen. Het is niet meer van een afstandje meekijken, maar echt voor de volle honderd procent voelen wat het personage ook voelt, zonder dat daar een uitweg voor te vinden is.
Dat kan je op verschillende manieren bereiken, zodra aan de eerder genoemde voorwaarde van het opwekken van empathie is voldaan:

  • Zet op het goede moment een -korte!- flashback in
  • Maak je sfeeromschrijvingen zeer beeldend
  • Kom met een plottwist die niet alleen acuut, maar ook onherroepelijk is voor de wereld van je personage

Met andere woorden: zorg ervoor dat het hier en nu alle aandacht krijgt. Als je in het hier en nu schrijft, doe je dat beeldend. Gebruik je een flashback, zorg er dan voor dat het kortstondige ‘toen en daar’ waarnaar je terugblik inslaat als een bom.

Het hier en nu alle aandacht geven in een scène

Nieuws of een plotselinge verandering komt harder aan als je er niet aan kan ontsnappen. Alsof de grond je voeten wegvalt en je in een diepe kuil neerstort. Als je het hier en nu de juiste aandacht geeft in een scène, voelt dat niet alleen zo voor je personage, maar ook voor je lezer. Doe je dat iets minder goed, dan lijkt het voor de lezer eerder alsof die aan de rand van diezelfde kuil van bovenaf naar je personage kan kijken.

Een belangrijk uitgangspunt hiervoor is dat je het verschil weet tussen beeldend schrijven en gedetailleerd schrijven. Om twee schrijftermen te gebruiken: dat is het verschil tussen een infodump die te goed zijn best doet en een goede show don’t tell. Een voorbeeld: iemand wordt al maanden van het kastje naar de muur gestuurd en staat op het punt van knappen.

Gedetailleerd schrijven is dan zoiets als:
“Nee meneer, daarvoor moet u toch echt bij een andere afdeling zijn.”
Richard voelde zich bevriezen. Zijn oren suisden. Hij ging zitten om te voorkomen dat hij in zou storten. Wat had hij zonet gehoord? Snapte die ambtenaar wel wat hij had meegemaakt? Zijn herinneringen brachten hem terug naar het moment dat Femke gelogen had tegenover de politie.
“Agent, Yvonne zegt dat haar vader haar ongepast heeft aangeraakt.”
Net als toen stak er opnieuw een dolk in Richards hart. Plotseling was het hek van de dam. Hij dacht aan de manier waarop het zure braaksel in de keel was blijven steken toen hij voor het eerst een advocaat was gaan zoeken in de hoop zijn onschuld te bewijzen. Aan hoe iedere spier in zijn lijf zich had verkrampt toen zijn moeder voor het eerst naar het hoe en wat had gevraagd. En hoe zijn hart aan gruzelementen werd geslagen zodra hij de kleine Yvonne voor het eerst naar die beschuldigingen had gevraagd. Yvonne, zijn kleine meisje, dat hij nu misschien nooit meer zou zien.
“Klootzak!” schreeuwde hij naar de medewerker.

Merk op dat zintuiglijk schrijven goed werkt om het hier en nu te vangen. Maar als je dat zoals hier te gedetailleerd doet, het een overdaad wordt die schaadt.

Beeldend schrijven is bijvoorbeeld:
“Nee meneer, daarvoor moet u toch echt bij een andere afdeling zijn.”
Hij voelde het bloed door zijn aderen racen. Als in een flits zag hij een brief op de mat vallen: je mag je kind nu nooit meer zien. Het warme handje van Yvonne leek zich nog een laatste keer om zijn hand te sluiten.
“Klootzak!” schreeuwde hij naar de medewerker.

Dit voorbeeld lijkt misschien kort door de bocht, maar daar komt een belangrijk punt om de hoek kijken. Als je al empathie van de lezer hebt, houd je die doorgaans. Je hoeft dan niet te herhalen wat er exact op het spel staat. Dat weet de lezer als het goed is al. Dat allemaal nog eens opsommen haalt je lezer weg uit het hier en nu.

Kortom: bij gedetailleerd schrijven wil de schrijver de sfeer, gedachten en gevoelens zo graag meenemen, dat het hier en nu er alsnog door op de achtergrond raakt. Het lijkt een kern te raken, maar dwaalt er in feite steeds meer van af. Bij beeldend schrijven reduceer je het ‘nu’ eerder naar enkele seconden dan een tiental daarvan. Bovendien kijk je naar wat de kernemotie van je hoofdpersoon is, in plaats van de aandacht te geven aan de talloze emoties die je personage (allemaal) kan voelen.

Wil je dat je lezer daadwerkelijk met je personage meevoelt, zorg er dan dus voor dat de lezer niet om de gevoelens van je personage en die van zichzelf heen kan.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door mohamad azaam verkregen via Unsplash

Een kernemotie centraal stellen in je verhaal: de praktijk

In de vorige blogpost schreef ik een inleiding over het centraal stellen van een kernemotie. In deze blog kijken we hoe en welke emoties je kan onderverdelen, zoals in die blogpost beschreven.

Emoties onderverdelen: even opfrissen

Een korte opfrisser: emoties onderverdelen is het kijken naar welke emotie achter de emotie kan zitten die doorgaans als eerste wordt genoemd of geïdentificeerd. Achter boosheid kan bijvoorbeeld jaloezie schuilen. Ook heb je een persoonlijke belevenis bij emoties en kan je een andere associatie hebben bij de benaming van een emotie.

‘Near ememies’: hoe verschillende emoties hetzelfde kunnen lijken

Near enemies* zijn emoties die op het eerste gezicht hetzelfde lijken. Als je wat beter kijkt, zie je niet alleen dat ze verschillen, maar ook nog eens een totaal andere, vervelende uitwerking op je gevoelens hebben. Een near enemy geeft voorbeelden als:

  • Thijs zegt dat hij tegen Goedele dat hij van haar houdt, maar ondertussen voelt Goedele zich niet geliefd, maar geclaimd. Hier verwart Thijs liefde met overdadige hechting. In plaats van dat hij haar onvoorwaardelijk liefheeft, wil hij continu weten wat ze doet, of bij haar zijn omdat hij bang is haar te verliezen. Maar intussen zegt hij dat hij zoveel tijd met haar door wil brengen omdat hij liefde voor haar voelt.
  • Rani zegt altijd voor Amir klaar te staan, maar hij voelt zich eerder klein dan sterker worden wanneer ze een opbeurde peptalk geeft. Rani toont dan medelijden, waardoor ze -zonder het verkeerd te bedoelen- op Amir neerkijkt en hem zielig vindt. Als ze compassie zou tonen, zou ze inzien dat ze óók wel eens iets niet kan en in dat herkenbare stuk met Amir op mentaal gelijke voet blijven en hem oprecht kunnen aanmoedigen.

Als je een kernemotie centraal wil stellen in een verhaal, moet je het principe van de near ememy begrijpen. Anders kan het zomaar gebeuren dat je op een warme, fijne emotie inzet en je lezers in plaats daarvan met een onbehaaglijk, knagend gevoel je boek dichtslaan. Enkele voorbeelden om je op weg te helpen:

Emotie emotie voelt als/ lijkt te zeggenNear enemy Near enemy voelt als/ lijkt te zeggen
gelijkmoedigheidberusting: “het is goed zo.” / “Het is zoals het is, hoe pijnlijk ook”. onverschilligheidonterecht(!) het gevoel te hebben bestand te zijn tegen nare gevoelens: ´Het boeit/raakt me niet.´ “Wat maakt het uit, alles is toch vergankelijk.” (Zie ook de schrijfoefening: schijnheilige engel)
vriendelijkheidIk doe iets aardigs voor jou omdat ik dat wil en voel me daar goed bijonzelfzuchtigheid Ik doe iets aardigs voor jou omdat ik anders meen tekort te schieten in vrijgevigheid. Onzelfzuchtigheid kan zo opdringerig en uitputtend voelen.
benijdenIk wil wat jij ook wil, maar ik gun dat jij het wel hebt. jaloezieIk wil wat jij wil en ik ben boos dat jij hebt wat ik niet heb. Jaloezie voelt boos, verbitterd, waar bij iemand benijden berusting of zelfs uitgesproken vrolijkheid komt kijken.
Zoals je ziet, gaan near enemies niet alleen op voor emoties, maar ook voor zaken die je misschien eerder als karaktereigenschappen zou omschrijven. Probeer ruim te blijven denken: zolang je met een emotie of karaktereigenschap een emotie ( bij de ander) ontlokt, kan het bruikbaar zijn. Je brengt immers een emotie teweeg bij de lezer, wat de emotionele toon van je verhaal kan bepalen.

Zie je hoe belangrijk het kan zijn om near enemies te herkennen voor het gevoel waarmee je lezer het boek dichtslaat? Je zal maar denken dat je een vriendelijk hoofdpersonage hebt, dat al driehonderd pagina’s onzelfzuchtig blijkt te zijn. In plaats van vrolijk wordt de lezer er misschien eerder moe of zelfs ongeduldig en chagrijnig van…

Persoonlijke beleving bij emoties

Het kan natuurlijk ook dat jij een uniek beeld hebt bij een bepaalde emotie. Als je dan weet wat de near enemy is, kan je veel makkelijker schrijven wat je ècht bedoelt met die emotie, niet wat je (misschien) lijkt te bedoelen. Je krijgt een paar persoonlijke voorbeelden van mij, daarna mag je zelf aan de slag 🙂

Een voorbeeld hoe een ander begrip van een emotie zich vertaalt naar de boekenwereld:
Ik zei eens tegen een vriendin dat ik eens een keer liefdesverhaal zou willen lezen, maar dat nog niet had gevonden. Ze keek me aan alsof ik gek was: de bieb heeft er kasten vol van! Zij dacht dat ik romantische verhalen bedoelde, maar het ging mij om een verhaal waarin liefde aanwezig was – een wederzijds gevoel van vriendschap, respect, vertrouwen en de bereidheid de ander te helpen omwille van de groei van de ander. Dit alles zonder de ander te (ver)oordelen-, maar dan uitgesproken zónder de nadrukkelijke aanwezigheid van verliefdheid, romantische gebaren of seks. (Voor de verandering.)
Toen snapte ze dat die zoektocht ineens een stuk moeilijker was 😉 Wij hadden een andere beleving bij het begrip ‘liefdesverhaal’.

Zo heb ik ook een beeld bij het woord heilzaam en daarbij heeft dat woord ook bijbehorende near enemies, of woorden die qua invulling hetzelfde zouden kunnen lijken, maar dat niet zijn.

Woordassociatie/ persoonlijke definitievoorbeeld
heilzaamhartverwarmend, hoopgevend, soms ook pijnlijk: mensen groeien door liefde dichter tot elkaar, in goede en/ of slechte tijdenEen mantelzorger die het werk vanuit vriendelijkheid en liefde verricht.
geborgengenegenheid en hoop: mensen tonen elkaar liefde, alles is goed (en soms ook onschuldig). Deze geborgenheid komt per -persoonlijke- definitie niet voor in slechte tijden en wordt nooit vergezeld door nare of moeilijke emoties.Een peuter geeft haar laatste stukje taart aan haar huilende jongere broertje.
pluizigiets is lief, zacht, pluizig, onschuldig en allerlei andere soortgelijke dingen die hartverwarmend zouden moeten zijn. Ze liggen er echter zodanig dik en onoprecht bovenop liggen dat ik er onpasselijk van word of met mijn ogen ga rollen. De ‘kawaii-subcultuur‘ in Japan. Vooral als de jonge meiden kawaii met een hoge stem uitspreken en het rekken: kawaiiiiiii
klefklef doet een poging tot heilzaamheid in een liefdevolle situatie, maar voegt daarbij onnodig of een overdosis romance toe aan het verhaal. Daardoor zwakt de oprechte liefde af tot een goedkope, nietszeggende, dertien-in-een-dozijn romance.Heel veel romantische clichés

* Het principe van ‘near enemies’ ken ik van Atlas of the Heart, geschreven door Brene Brown. Daar heb ik ook de voorbeelden uit gehaald. Ik raad je dat boek ten zeerste aan als je het principe van emoties onderverdelen grondiger wil bestuderen.

Foto: Nguyen Thu Hoai op Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Een kernemotie centraal stellen in je verhaal — een theoretische inleiding

Er zijn verschillende manieren om de beleving van je verhaal en een goed plotverloop te waarborgen. Een bekende daarvan is het afbakenen van het verhaalthema. Een andere, minder gebruikte manier is om jezelf af te vragen welke kernemotie je verhaal moet oproepen.

Emoties oproepen bij je verhaal

Ieder verhaal heeft momenten van spanning, relatieve rust en belonende onthullingen. Daarbij komen ook verschillende emoties los: verdriet als de held iemand verliest en blijdschap en opluchting als de missie is geslaagd. In dat opzicht is het niet mogelijk om je tot één emotie te beperken die je bij de lezer op wil roepen. Tegelijkertijd heeft ieder verhaal ook een overkoepelende emotie. Zo is het verhaal over een terminale patiënt vooral verdrietig, waar de feelgood vooral blijdschap oplevert.
Als je zo naar emoties kijkt en ze ook preciezer gaat ontleden of onderverdelen, kan je een centrale emotie vinden die de leidraad voor je verhaal vormt, zonder dat je het algemeen houdt of cliché maakt.
Van de tien boeken die je leest en je vrolijk maken, zijn er misschien drie die je hoopvol stemmen. Als je op die manier je boek het specifiekere emotionele label van ‘hoopvol’ mee kan geven in plaats van het meer algemene ‘vrolijk’, dan val je (met je boek) al meer op en zullen meer lezers nieuwsgierig worden naar je verhaal.

De emoties op de gezichten van deze lollige eitjes op de eerste rij zijn ‘basisemoties’. Je ziet echter niet wat er getekend staat op de eitjes op de achterste rij (lees: welke emoties ‘erachter’ zitten.) Als je de moeite doet om dat wel proberen te ontdekken, dan kom je misschien wel iets heel verrassends tegen. Iets wat meer diepgang geeft dan afgaan op wat je op het eerste gezicht ziet. (In dit geval ook letterlijk in het geval van de eitjes op de eerste rij.) Bij het schrijven van je boek kan dat een enorme verrijking zijn voor de invulling van je verhaal.

Foto door Tengyart op Unsplash.

Emoties onderverdelen: psychologisch graven

Je kent het beeld vast wel van de psycholoog die vraagt: “En wat zit er achter de boosheid die je nu voelt en benoemt?”
Je kan inderdaad alleen maar boosheid voelen, maar het is vaak zo dat je denkt dat het boosheid is, maar dat dat slechts het eerste woord is wat in je opkomt. Iets ‘boosheid’ noemen is makkelijker, omdat het moeilijker is om bijvoorbeeld jaloezie emotioneel als zodanig te identificeren. Daarmee wordt het als zodanig benoemen daarvan ook moeilijker. Dat is ook niet zo gek. Het is het verschil tussen: “Ik kan boos worden op mensen die op anderen neerkijken,” waarbij de kous af is en: “Ik ben jaloers op mensen die meer hebben dan ik, want dan voel ik me een mislukkeling, twijfel ik aan mezelf en kan ik boos worden over het onrecht en de machteloosheid die ik voel.” Dat is nu eenmaal veel (meer) om te voelen.
Maar laat dat psychologisch graven niet zomaar links liggen, hoe verleidelijk dat misschien ook is. Sommige nuances of onderliggende emoties lijken nauwelijks anders te zijn, maar hebben belangrijke verschillen.
Neem boosheid en frustratie. Boosheid is heel ‘zuiver’: “Ik word boos als mensen bij oranje licht stoppen, in plaats van doorrijden.” Bij frustratie speelt mee dat jij door omstandigheden die buiten jezelf liggen je iets niet kan bereiken. En inderdaad, je als gevolg daarvan boos wordt: “Doordat die eikel stopt bij het oranje licht, kan ik niet doorrijden en mis ik de start van een belangrijke vergadering.”
In een verhaal is dat op de langere duur een belangrijke verschil: een boos personage klaagt altijd en heeft woede-uitbarstingen. Een gefrustreerd personage geeft altijd anderen de schuld geeft en vindt zichzelf belangrijker dan hij is.

Persoonlijke narratieve beleving bij emoties

Uiteraard wordt niemand blij van verdriet. Maar dat betekent niet dat iedereen op dezelfde manier met iedere emotie omgaat. De een heeft woedebeheersingstraining nodig, waar de ander dat helemaal zen bijna moeiteloos kan wegademen. Bovendien heeft iedereen ook nog eens een ander beeld bij emoties, zeker in de context van verhalen hebt. Zeg ‘liefde’ en het is zeer waarschijnlijk dat dat met een romantisch drama wordt geassocieerd. De een zal juichen: “Yes, lekker zwijmelen,” waar de ander zal zuchten: “O God, daar gaan we weer… Kan diealfaman nou niet eens een keer opkrassen?”
Maar jij bedoelde met liefde die tussen moeder en kind. Je kan dus stellen dat ook jij als schrijver een persoonlijke interpretatie hebt van bepaalde emoties en daarmee ook bij diens nuances. Het is dus des te belangrijker dat je die interpretaties en verschillen goed in kaart brengt. Anders kan je kernemotie als leidraad van je verhaal falen of heel anders uitpakken dan je bedoelde.

Het kiezen van een kernemotie voor de toon van je verhaal is dus niet een klus die één, twee, drie geklaard is. Daarom gaat deze blogpost er verder op in.
Je kan alvast proberen zelfstandig te beginnen. Schrijf op welke emoties je kan benoemen en denk na over welke emoties en bijbehorende nuances daarachter kunnen liggen. Zie je dan een verschil met wat dat met een personage of desfeeromschrijving of de verhaalbeleving doet of kan doen? Heb jij net als in het voorbeeld persoonlijke beelden bij emoties? Waar denk je dan op te moeten letten om dat universeel te kunnen vertalen naar de beleving die je met je boek op wil roepen?

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.