Schrijfoefening: de ontmaskering van je personage

Ieder personage heeft vreselijke onzekerheden, die het zal proberen te verbergen. Als iemand daar doorheen prikt, zal je held waarschijnlijk eerst stekels op gaan zetten. Maar wat gebeurt er na die eerste primitieve reactie? Deze schrijfoefening gaat verder in op die vraag.

Je personage als bedrieger

Het gevoel hebben ieder moment door de mand te vallen, omdat je denkt dat je iets niet kan of goed genoeg doet, terwijl het tegendeel waar is. Je eigen prestaties niet kunnen erkennen of op waarde schatten. Dit is een beschrijving van het oplichterssyndroom. Hoewel de term anders doet vermoeden, is dit geen psychologische stoornis. Bovendien hebben veel meer mensen dan je wellicht denkt hier in meer of mindere mate wel eens last van.

In deze schrijfoefening zegt iemand iets wat de vinger op de zere plek legt, precies op het moment dat je personage dit soort kwetsbare gedachten heeft. Met andere woorden: het personage lijkt als bedrieger ontmaskerd te worden.
Let wel: ik heb het hier niet over het betrappen van iemand die daadwerkelijk iets op zijn kerfstok heeft. Er wordt dus geen moordenaar betrapt of een leugen ontkracht.

Wat gebeurt er als je personage betrapt wordt op een fout of gedachte die menselijk is, terwijl hij denkt dat ieder ander zoiets ‘idioots’ nooit zou overkomen?

Het akelige moeten

Als je erachter wil komen hoe je personage zich een bedrieger kan voelen, bedenk dan wat het kan of moet kunnen. Dat moeten is vooral belangrijk, want daar gaat het pijnpunt zitten. Van wie en waarom moet het eigenlijk iets kunnen?
* Moet de held iets kunnen (of hebben) vanwege een bepaalde sociale of culturele verwachting of druk?
* Moet het personage zichzelf bewijzen voordat het vindt dat het ‘erbij hoort’ en heeft het de lat veel te hoog gelegd?
*Moet er bepaalde kennis paraat zijn om een beroep goed uit te oefenen?

Het akelige moeten van het bedriegerssyndroom is dat het dit ‘moeten’ volledig opblaast, totdat je gelooft dat iedereen ter wereld (of al jouw vrienden of collega’s) een Mary Sue is die alles foutloos en moeiteloos doet, en jij als enige fouten makende sterveling op de aardkloot rondloopt. Dus áls je dan een keer door de mand valt of een fout(je) maakt, dan lijkt dat een bevestiging dat je de mislukkeling bent die je altijd al vreesde te zijn.
Dus een advocaat die de naam van een bepaalde wet nogal eens vergeet, terwijl de collega’s die altijd zonder problemen benoemen, kan ervoor zorgen dat hij denkt dat hij waardeloos is. Wat voor advocaat ben ik als ik niet eens de naam van een wet kan onthouden? Terwijl zijn summa cum laude diploma recht voor zijn neus ingelijst aan de muur hangt.

Kijk eens waar je personage (stiekem) trots op is, wat het goed kan en/of waar het hard voor heeft moeten werken. De kans dat daarover bedriegergedachten op de loer liggen, is groot.

De confrontatie

Ik schreef niet voor niks het woord ‘idioot’ in de beschrijving van de oefening. Het is niet fijn om jezelf als idioot te zien en als iemand het tegen je zegt, ervaar je dat als scheldwoord. Dus uit woede, schaamte, verdriet, wanhoop of… zal je personage de ander tegenspreken als hij ook maar denkt dat hij als idioot wordt gezien.
De advocaat uit het voorbeeld kan dus al stekelig worden als de collega zegt: “Ben je de naam van die wet vergeten?”
Ook al wilde ze haar zin voltooien met: “Jij ook al? Wat een rotnaam heeft die ook hè?” of “Heb jij even mazzel dat je alleen díe naam niet kan onthouden. Ik worstel soms wel eens met meerdere benamingen van belangrijke wetten.”

Maar zoiets rationeels als een uitspraak helemaal afwachten doet het bedriegerssyndroom niet. Dus als de collega halverwege haar opmerking is, zijn de stekels al opgezet. Nu is de grote vraag: en dan? Of liever: wat schuilt er achter die stekels? Welke onderliggende emotie wordt ‘ontmaskerd’ bij je personage?

Emoties, heldenreis en motief ineen

Als je weet welke emoties worden aangesproken de ervaring geven als een zogenaamde idioot ontmaskerd te zijn, kan dat heel veel zeggen over je personage: hoe dat moet groeien in het plot en hoe hij dat zelf voor elkaar denkt te krijgen.
Om te beginnen is het handig als je weet wat de kernemotie is van je personage op dat moment, zodat je je ook niet vergist in de ‘near enemy’ daarvan. Dan weet je zeker dat je de emotie goed identificeert en dus ook correct kan uitschrijven.

Stel dat je personage onmiddellijk ontploft als hij alleen al denkt dat hij een idioot wordt genoemd. Hij zegt niet eerst: “Pardon?!” of “Moet dat nou zo?” maar loopt meteen rood aan en begint meteen te schreeuwen en te schelden. Je komt erachter dat je personage niet gefrustreerd, maar boos is. Dan zou ik hem naar woedebeheersingstraining sturen. Blijkt er frustratie in het spel te zijn en er iets buiten de macht van het personage om zijn persoonlijke omstandigheden vervelender te maken (de advocaat wordt door zijn vrouw ook dagelijks een idioot genoemd) dan moet niet hijzelf, maar iemand anders veranderen. Je zal de advocaat eerder moeten helpen dan afstraffen, wil je hem in zijn heldenreis verder helpen.

Als je weet waar de ‘zwakke plek’ van je personage zit en hoe het reageert als je hem daarop pakt, kom je er dus achter wat het gaat doen om die aanval af te weren of te overleven. Dat kan ervoor zorgen dat je achter informatie komt die eerst nog verborgen voor je was. Schrijf die op in de personagebiografie! Zodra je al je (nieuwe) informatie op een rijtje hebt, kijk je naar het einde van de heldenreis – of je verhaal, zo je wilt-. Wat moet er vóór het einde nog gebeuren of veranderen, wil je personage daar uitkomen?
Bedenk dat je personage altijd vanuit een eigen motief handelt. Het weet niet dat het alleen op papier bestaat en trekt zich dus niets van jouw plan aan. De bevindingen uit deze schrijfoefening kunnen je wat meer trucjes geven om je te helpen jouw personage net iets meer jouw kant op te duwen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Afbeelding van Stefan Keller via Pixabay

Je personage: de eerste keer dat…

Als je een personage gaat schrijven, biedt een personagebiografie een handig overzicht van diens doen en laten en geschiedenis. Wat moet je in dat document toevoegen en wat is optioneel?
Deze week een toelichting over ‘De eerste keer dat…’

Deze aanvulling voor je personagebiografie kan je pas noteren als je in de fase bent dat je je personage zo goed kent, dat je het kan ‘interviewen’. Je personage is dan al zodanig realistisch voor je dat je er rechtstreeks dingen aan kan vragen. Het kan er net als een echt mens eigen, unieke antwoorden op geven.

De vraag die je je personage stelt is: “Wat was voor jou een belangrijke eerste keer?”

Wat kan je te weten komen?

Het onderwerp dat je personage benoemt zegt wat je personage meerdere keren heeft meegemaakt en wat erg belangrijk is geweest in diens hele leven. Of het laat zien dat die eerste keer heeft een keerpunt heeft ingeluid. Ik geef een voorbeeld om dit te verduidelijken:
Als je het personage specifiek vraagt naar de eerste keer, dan is dat iets wat je personage zich zal herinneren. Maar hoe vaak is het verliezen van je maagdelijkheid iets wat je leven bepaalt? Het is memorabel, maar vaak niet tekenend voor de rest van een leven. Die carte blanchevraag naar ‘de eerste keer dat…’ is iets waarvan je aan kan voelen dat er naar iets speciaals wordt gevraagd. Daarom zal je personage over iets vertellen wat ertoe doet of heeft gedaan voor hem of haar.  

Enkele voorbeelden:

  • De eerste keer dat de professionele pianist een kleinschalig concert hield.
  • De eerste keer dat een naaste overleed, bij iemand die (mede daardoor) doodsbang is om te sterven.
  • De eerste keer dat een alcoholist dronk(en werd).
  • De eerste keer dat iemand een blauwtje liep en diegene na nog talloze afwijzingen de hoop op romance heeft opgegeven.

Wanneer kan dit relevant zijn?

‘De eerste keer dat…’ kan handig zijn als je met veel flashbacks werkt. Dan kan je het gebruiken als verklarende scène en uitschrijven waar de angst, passie of het trauma vandaan komt. Of je nu met of zonder flashbacks schrijft: je hoeft dit moment niet per se expliciet te vermelden. Maar het is wel altijd handig om te weten welke eerste keer je personage aanhaalt om over te vertellen. Iets dat zo belangrijk voor het leven van je personage is (geweest) komt direct of indirect ergens je plot terug. Al is het maar omdat het je personage heeft gevormd en daar bepaalde drijfveren uit ontstaan.

Staat dit gegeven vast?

De eigenlijke gebeurtenis van een eerste keer is natuurlijk onveranderlijk. Maar je personage kan wel anders naar dit moment gaan kijken. Dat proces is vaak een groot onderdeel van de heldenreis. Het kan twee kanten op: iets wat klein leek, bleek erg groot en kreeg een vlindereffect, zoals het eerste drankje van een alcoholist. Of iets wat het leven bepaalde kan worden afgesloten door een ruzie uit te praten, in therapie te gaan, enzovoorts. Daardoor kan het weer wat meer op de achtergrond verdwijnen.

Wanneer is dit belangrijk genoeg om uit te schrijven?

Negen van de tien keer schrijf je ‘de eerste keer dat…’ niet expliciet uit. Maar het komt wel terug in belangrijke zaken die je personage vormen of bepalen. Denk aan zaken als grote angsten, doelen in het leven, redenen om (niet) op te geven en zelfbeeld. Je schrijft het indirect dus altijd uit, maar het is een kwestie van aftasten welke manier het beste bij je verhaal past.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door NoName_13 via Pixabay

Schrijven over de geschiedenis in je boek

Je verhaal begint natuurlijk bij een begin. Maar een verhaal is niet het begin van alles. Er is al een wereld met een bepaalde geschiedenis, een familiekroniek duurt al jaren voort, een talent zit in de genen van je personage… Er zijn talloze manieren waarop jouw fictieve wereld wordt gevormd tot wat die is of gaat zijn. Als je deze geschiedenis bestudeert, kan je heel wat informatie over je wereld, personage en het plot ontdekken.

De familiekroniek

De familie van je personage geeft een schat aan informatie weer. Bedenk wat je personage erft, in de brede zin van het woord:
* geld
* normen en waarden
* bepaalde genen en talenten of aanleg voor ziekten als gevolg daarvan
* eventuele lusten en lasten die horen bij de familienaam. Als je personage kind is van een belangrijk historisch figuur, zal de rest van de wereld ergens geloven dat het kind dezelfde of soortgelijke overtuigingen heeft. Dat kan je personage als voordeel gebruiken om de comfortzone extra knus te maken, maar het kan ook een reden zijn om zich van de familie te willen distantiëren. Of het kind krijg een torenhoge lat van verwachtingen mee waar het nooit aan kan voldoen, met alle gevolgen van dien.

De optelsom van alles dat je personage kan erven, kan een groot deel van de personagebiografie bepalen.

Vergeet ook de verhoudingen tussen je personage en specifieke familieleden niet. Als er een engel van een oom aan vaderskant is, maar een tirantante aan moederskant, raad eens bij welke kant van de familie je personage dan liever op bezoek gaat? Zorgt die afstand met de familie aan moederskant voor een verwijdering? Wat heeft dat voor gevolgen?

Algemene geschiedenis in je boek

Natuurlijk zijn er ook gebeurtenissen waarmee je personage persoonlijk op geen enkele manier een verband mee heeft. Desondanks zou je personage niet leven (zoals het gewend is) als iets in de geschiedenis anders was gelopen, door toedoen van een bepaald persoon of moment.

* Hoe zou de hedendaagse wereld eruit hebben gezien als Alan Turing er niet was geweest? Deze man wist in de Tweede Wereldoorlog Enigma te kraken door de eerste versie van een computer te bouwen. Had de baan die jij nu hebt dan bestaan? Kun je je een wereld voorstellen zonder smartphone?
* Of nog heftiger: als Stanislav Petrov er niet was geweest, was jij er waarschijnlijk ook niet (meer). Hij schatte tijdens de Koude Oorlog goed in dat een melding van een nucleaire aanval van de VS vals alarm was en besloot die melding stil te houden. Had hij zijn meerderen geïnformeerd, dan was de nucleaire oorlog een feit geworden.

Dit zijn grote voorbeelden, maar dit butterfly-effect kan je ook kleiner inzetten; een onbekende heeft ooit de jurk ontworpen waar jij zelfvertrouwen van krijgt.

Waarvoor kan je deze geschiedenis gebruiken?

Van algemene (fictieve) geschiedenis kan je veel leren als je die in de context van je verhaalthema plaatst. Je moet hiervoor wel een beetje ‘achteruit denken.’ De heren Petrov en Turing moesten onder tijdsdruk enorme beslissingen nemen en hebben de geschiedenis bepaald. Dit zijn helden in de meest zuivere zin van het woord. Heeft jouw personage iets met deze mannen gemeen dat je kan gebruiken voor diens heldenreis? Jouw personage moet immers ook een held worden en een geschiedenis bepalen of maken, zij het in iets bescheidener zin.
Als jouw personage ook met computercodes werkt, doe je schrijfonderzoek naar coderen. Zoals we zagen bij Turing en Petrov kan presteren onder druk daar een onderdeel van zijn. Dan zou stressbestendigheid zomaar het verhaalthema kunnen vormen.

Kijk eens of er in de geschiedenis (van jouw verhaal) iemand is die wat betreft thema, karaktertrekken, vaardigheden of belangrijke elementen uit de personagebiografie overeenkomsten heeft met je personage. Dat kan helpen om jouw personage realistisch te portretteren en kan het op eerdere gebeurtenissen en ervaringen van anderen voortbouwen. Zo vindt een historisch personage een/het wiel uit, waardoor je personage kan bedenken dat je met dat wiel een kar kan maken. En daarmee schrijft je personage geschiedenis. Of liever gezegd: kan jij diens heldenreis schrijven.

Alternatieve geschiedenis

Alternatieve geschiedenis is de ‘Wat als?-versie’ van geschiedenis. Om de heldenreis, plottwisten en verhaalthema nog verder te kunnen verduidelijken voor jezelf kan je bepaalde keerpunten in de geschiedenis (van je verhaal) in je opschrijfboekje een alternatieve versie geven. Net als bij de echte geschiedenis kan het butterfly-effect dat de gang van zaken in de alternatieve geschiedenis verandert zowel groot als klein zijn. Ga eens graven en speuren en verander alles wat van waarde lijkt: karaktertrekken van personages, plotpunten zoals beslissingen of het niet nemen van een vervoersmiddel, het vertellen van een geheim…
Je zal merken dat je van sommige dingen te weten komt dat ze het hele verhaal bepalen, terwijl jij dacht dat het een detail was.

Tante Marietje is de zure, verbitterde oudtante van de familie die op feestjes altijd moppert. Hoeveel verschil kan dat maken? Nichtje Gerda krijgt daardoor nooit een liefdevolle levenspartner. Marietje was het oudste en meest gezaghebbende lid van de familie en is teleurgesteld in de liefde. Het cynisme over de liefde dat Marietje had is een familiethema geworden, waardoor Gerda aanleerde de partner in een relatie altijd te wantrouwen. Geef Marietje een wat meer open en vertrouwend karakter en de heldin van het verhaal, haar nichtje Gerda, eindigt wél met een blijvende, liefhebbende partner.

Of andersom. Je dacht dat het bovenstaande het geval was: alles rondom liefde was Groot en Dramatisch met hoofdletters. Maar nu laat je Gerda in een alternatieve geschiedenis die ene, schijnbaar onbelangrijke liefdesbrief die ze zowat voor de lol schreef, wel naar Olivier sturen. Ze eindigen als gelukkig getrouwd stel. Oudtante Marietje bleek niet de schakel die het verhaal liet (spaak)lopen… Juist een detail blijkt allesbepalend.

Je kan van grote en kleine dingen in de (fictieve) geschiedenis ontzettend veel leren en verborgen informatie vinden, zeker als je ermee durft te spelen of de spreekwoordelijke radartjes van de grote machine gaat (onder)zoeken.

Veel plezier en succes daarmee!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Afbeelding van 3209107 via Pixabay

Je personage: waarvan raakt het van slag?

Als je een personage gaat schrijven, biedt een personagebiografie een handig overzicht van diens doen en laten en geschiedenis. Wat moet je in dat document toevoegen en wat is optioneel?
Deze week een toelichting over datgene waarvan je personage van slag raakt.

Wanneer kan dit relevant zijn?

Het is altijd handig om te weten waarvan je personage van slag raakt. Ga maar na wat er dan gebeurt: je personage raakt in paniek en weet even niet wat het moet doen. Of verdriet, angst of woede neemt het voortouw. Je leert hiermee niet alleen wat de zwakke plekken zijn van je personage, maar ook wat het doet als het door emoties geen controle meer heeft of kan nemen over de situatie. Dat gegeven kan je gebruiken om belangrijke keerpunten in je plot te bedenken.

Is dit altijd hetzelfde?

Je personage kan van slag raken om twee redenen. De eerste reden is in essentie simpel: je personage is op dit exacte moment bang (voor het onweer buiten, om te laat te komen, dat het inderdaad de slechte ouder is die het vreesde te zijn…)
Maar het kan ook zijn dat je personage niet in diens beste toestand verkeerd. Dat kan zo klein zijn als snibbig worden als je te lang niets gegeten hebt, of om het minste in tranen uitbarsten omdat je personage aan een mentale taks zit en het tijd wordt om een psycholoog op te zoeken. Kijk dus goed of dit een tijdelijke, kleine uitbarsting van verlies van geduld betreft, er een grotere angst in het spel is of dat er meer aan de hand is. Dan weet je zeker dat de mate van de uitbarsting ook aansluit bij de situatie en kan je er ook realistischer over schrijven.

Wat kan je te weten komen?

Een kenmerk van de narratieve held is dat die vrijwel altijd controle moet hebben over zijn eigen verhaal – al is het maar om een pixie-personage te voorkomen. Als de held van slag is, gaat dat niet. Je krijgt op zo’n moment te weten wie of wat het van je personage kan overnemen en wat moet gebeuren om je held weer op de rit te krijgen. Je leert zo wie de spreekwoordelijke echte vrienden zijn, en ook waar je personage nog mogelijkheden heeft om te groeien in zijn heldenrol.

Wanneer is dit belangrijk om uit te schrijven?

Vroeg of laat gaat je personage een keer van slag raken. Het ideale moment hiervoor is als ‘het harnas uit gaat’: dat moment waarop je personage zich niet groot kan of hoeft te houden en iets of iemand door datgene heen kan prikken dat die stoere titel van held heeft opgeleverd.
De succesvolle CEO heeft net een telefoontje gehad over een geliefde die ziek is geworden. Je kan al het geld van de wereld hebben, gezondheid koop je er niet mee af.
De docent vertelt dat hij weet dat de populairste jongen op school stoer doet omdat hij niet weet hoe hij om moet gaan met zijn vader die zijn moeder slaat.
Natuurlijk kan je personage ook op andere momenten van slag raken, maar als je personage gedwongen wordt het harnas uit te doen, kan dat een mooi keerpunt voor je plot zijn, in plaats van alleen maar (dramatische) opvulling. Je scène krijgt er in ieder geval wel meer diepgang van.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto by Ryan Snaadt on Unsplash.

Je personage: het lievelingskostje

Als je een personage gaat schrijven, biedt een personagebiografie een handig overzicht van diens doen en laten en geschiedenis. Wat moet je in dat document toevoegen en wat is optioneel?
Deze week een toelichting over het lievelingskostje. Als je wat met taal en associaties durft te spelen, kan dat een schat van informatie opleveren.

Wanneer kan dit relevant zijn?

Laten we eerst eens kijken wat een lievelingskostje over je personage kan zeggen. Het kan een show, don’t tell zijn van een bepaalde levenswijze. Neem kaviaar. Dat is niet het lievelingskostje van iemand die dat nooit geproefd heeft als diegene dat domweg niet kan betalen. Iemand die dol is op maaltijdshakes, zal met waarschijnlijk veel met (gezond) gewicht en beweging bezig zijn.
Je kan ook spelen met symboliek. Zo is het suikerzoete meisje dol op pannenkoeken met een lading stroop en schrikt de pittige tante niet van sterk gekruide curry, integendeel zelfs.

Soms kan iets tussen de regels door veel over je personage zeggen. Nu gaan we echt spelen met taal! ‘Wat de boer niet kent, dat vreet hij niet.’  Boer Piet is daarom niet alleen dol op aardappels met vlees en groenten, maar gaat ook van zijn lang zal ze leven Nederland niet verlaten. Dat ‘gekke buitenland’, met andere talen, gewoontes en – jawel – eten, dat hoeft van hem allemaal niet zo.

Je hoeft niet per se zaken over je personage te kennen die je tussen de regels door iets meer vertellen, maar als je dit soort dingen opmerkt, doe er dan vooral je voordeel mee. Wie weet waar je nog meer achter komt…

Staat dit gegeven vast?

Natuurlijk kan je lievelingskostje veranderen, anders waren we met zijn allen nog net zo dol op frietjes als toen we kleuters waren. Hoewel je favoriete eten an sich weinig zegt, kan het feit dat je smaak letterlijk verandert, wel een mooie manier zijn om de groei of verandering van je personage aan te duiden.
Ammenooitniet zou jouw personage in hoofdstuk 1 slijmerige, glibberige, zoute oesters eten. Maar in hoofdstuk 4 is er wel een overwinning als die bij het proeven best lekker blijken. Het personage is de comfortzone uitgegaan en daarmee gegroeid. Speel op zo’n zelfde manier ook met symbolieken. Het eten van de oesters kan dan een aanleiding zijn om symbolisch aan te geven dat ook de smaak van je personage vanaf nu ook in andere opzichten  gaat veranderen. Een paar hoofdstukken later is de kledingstijl van je personage veranderd. Misschien kan je ook wel te weten komen of daar – los van eten of de symboliek van smaak-  een expliciete reden voor is.
Gaat je personage zich bijvoorbeeld stijlvoller kleden nu het meer zelfvertrouwen heeft gekregen?

Wanneer is dit belangrijk genoeg om uit te schrijven?

Het lievelingskostje wordt pas belangrijk in de zuivere zin van dat woord wanneer je het gebruikt zoals in dit artikel: als symboliek, of een  waardevolle informatie die je tussen de regels door oppikt. Natuurlijk kan het lievelingskostje ook gewoon een grappig, onbelangrijk detail blijven wat grappig is voor jou als schrijver, maar om verder niets mee te doen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Je personage: de verborgen leugen

Als je een personage gaat schrijven biedt een personagebiografie een handig overzicht van diens doen en laten en geschiedenis. Wat moet je in dat document toevoegen en wat is optioneel?
Deze week een toelichting bij de essentiële kennis over de verborgen leugen.

Wat is de verborgen leugen?

In dit artikel wordt met de verborgen leugen bedoeld: datgene wat het personage zichzelf wijsmaakt, hoe het tegen zichzelf liegt. Dus niet: “Nee, schat, ik ben niet vreemdgegaan…” Maar: “Nu ik weet dat ik onvruchtbaar ben, kom ik daar wel overheen,” terwijl je personage diep vanbinnen weet dat het daar altijd groot verdriet om zal blijven houden.

Waarom is dit belangrijk om dit te weten?

Als je personage tegen zichzelf liegt, is dat vanuit mentale zelfbescherming. De pijn van de achterliggende waarheid is te groot om echt onder ogen te zien. Dat betekent ook dat er iets ongemakkelijks blijft sluimeren in het onderbuikgevoel of het hoofd van je personage. Bewust of onbewust gaat je personage dingen doen of uit de weg om dat rotgevoel niet naar de oppervlakte te laten komen. Met andere woorden: die weggestopte leugen kan invloed hebben op het complete doen en laten van je personage.

Staat dit gegeven vast?

Een verborgen leugen is in bepaalde opzichten net zo belangrijk als het centrale conflict. Soms is het er ook een onderdeel van, of vormt het dat zelfs. Daarom is de leugen zelf niet veranderlijk, maar wel dynamisch: je personage zal er gedurende het verhaal anders naar kijken of mee leren omgaan. Dat is allemaal afhankelijk van wat het leert met het vallen en opstaan binnen het centrale conflict.

Wat kan je te weten komen?

De verborgen leugen legt het grootste pijnpunt van je personage bloot. Het verschilt per verhaal hoe groot en belangrijk dat pijnpunt is. In het ene verhaal is de heldenreis het aangaan van de pijn die bij de leugen komt lijken. Andere keren beperkt het zich tot een enkele scène met veel gewicht.
Neem iemand met onvruchtbaarheid. Als het ene na het andere koppel in de vriendenkring kinderen krijgt, is het niet onlogisch dat je personage bij de volgende zwangerschapsaankondiging in plaats van dolenthousiast uiteindelijk een keer afgemat ‘proficiat’ zegt. Als de aanstaande ouders dat persoonlijk opvatten, kan dat voor een tijdelijke dip in de vriendschap zorgen. Dat maakt een pijnlijke, heftige en dynamische scène, maar het hoeft niet meteen de basis van het verhaal te vormen.
Hoe dan ook, je leert waar je personage geïrriteerd, moedeloos, kwaad of verdrietig van wordt. Dat is kennis die altijd bruikbaar is.

Moet je dit in je verhaal laten terugkomen?

Je kan zelf beslissen of je personage uiteindelijk deze leugen doorziet of niet. Als dat zo is, houd er dan rekening mee dat dat een heel verwerkingsproces met zich meebrengt. (Hoe heb ik mezelf al die tijd zo kunnen bedriegen?!) Dat is altijd een belangrijk deel van de heldenreis dat je niet over kan slaan. Als de leugen niet uitkomt, is het nog wel handig om hem voor jezelf duidelijk te hebben. Al is het maar omdat je dan subtiel kan spelen met zaken waar je personage mee worstelt, voor terugdeinst of voor wegloopt. Dat komt de spanningsboog altijd ten goede, omdat de lezer zich dan altijd af zal vragen: ‘Wat is er toch aan de hand?’ In die nieuwsgierigheid en afwachting zal de lezer de pagina’s blijven omslaan.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Annie Spratt op Unsplash.

Je personage: wat zou het doen met een miljoen?

Als je een personage gaat schrijven, biedt een personagebiografie een handig overzicht van diens doen en laten en geschiedenis. Wat moet je in dat document toevoegen en wat is optioneel?
Deze week een toelichting bij de essentiële kennis over wat het zou doen met een miljoen.


Waarom is dit belangrijk om dit te weten?

Toegegeven, het is een cliché, maar het is erg handig om te weten wat je personage met een miljoen zou doen. Een miljoen is namelijk een geldbedrag waarmee je heel wat hindernissen uit de weg kan halen. Je kan er studie volgen aan de universiteit zonder in geldnood of schulden te komen, hypotheken aflossen, een duur medicijn voor een zeldzame ziekte mee bekostigen, of zonder zorgen eerder stoppen met werken en pensioneren in een verafgelegen paradijs. Deze hindernissen gelden echter voor de meeste mensen. Er is ook een handjevol mensen voor wie een miljoen een schijntje is. Dan kan je je afvragen: wat zou je personage doen met wat voor diegene niets voorstelt, maar waar je in de praktijk wel een project mee op poten zou kunnen zetten?

Wat kan je te weten komen?

Geld maakt niet gelukkig, maar het kan wel verschillende dingen voor elkaar krijgen, zoals je al kon lezen. Als je personage ergens het geld niet voor heeft, dan wordt het dus ergens in gehinderd. Het kan niet doen wat het graag zou willen doen. Bedenk dus: wat zou mijn personage doen als geld geen bezwaar is? Dat kan een droom weerspiegelen, maar ook andere karaktertrekken van je personage blootleggen. Als het (plotseling) rijk is, is het dan gul met dat geld, of juist krenterig? Dat kan vrijgevigheid of egoïsme laten zien, of de angst controle (over het geld) te verliezen. Wat het antwoord daarop ook is, meestal is dat informatie die je ergens wel terug kan laten komen in je verhaal, of die zelfs broodnodig is om over je personage te weten.

Staat dit gegeven vast?

Net zoals een droom in de loop der tijd kan veranderen, kan het ook veranderen hoe en waaraan je personage geld besteedt. Denk aan verschillende levensfasen. Een dertiger zet waarschijnlijk geld opzij zodat de kinderen later kunnen studeren. Bij een pensionaris of hoogbejaarde is het waarschijnlijker dat die het in een keer aan iets uitgeeft om nog een laatste wens te vervullen.
Maar dit gegeven kan ook van de een op andere dag veranderen.  Als je huis van de een op de andere dag door natuurgeweld verwoest wordt, dan ga je het geld niet meer aan een luxe wereldreis besteden… Gebruik deze vraag dus gerust óók om na te denken over mogelijke, spannende, plottwists.

Moet dit gegeven in je verhaal terugkomen?

De welbekende miljoenvraag is een mooi voorbeeld van iets dat je bijna altijd in de personagebiografie laat staan en niet met de lezer deelt. Gebruik je bevindingen uit de bovenstaande alinea’s als show, don’t tell of om je personage verder uit te werken. Laat je het personage zomaar antwoord geven op de miljoenvraag, dan komt het vaak als een infodump over.
De miljoenvraag is vaak een ‘personage in ontwikkeling’- vraag. Een vraag die jij als schrijver jezelf stelt aan de tekentafel. En de tekentafel hoort niet in een uitgewerkt verhaal thuis.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Robert Anasch op Unsplash.

Je personage: het standbeeld

Als je een personage gaat schrijven, biedt een personagebiografie een handig overzicht van diens doen en laten en geschiedenis. Wat moet je in dat document toevoegen en wat is optioneel?
Als je er meerwaarde in ziet, bedenk dan eens voor wie je personage een standbeeld neer zou zetten.


Wanneer kan dit relevant zijn?

Iemand een standbeeld gunnen, vertelt wie de persoonlijke held van je personage is, of naar wie het zelfs opkijkt. Dat laatste is voer voor een thriller. Wanneer je personage iemand verafgood, is het belangrijk om te weten hoeveel macht die ‘inspirerende’ persoon over je personage heeft. Als je personage vanuit aanbidding naar iemand kijkt, wordt het een prooi voor mensen met slechte bedoelingen. Daar kan je vast een plot mee aanvullen of zelfs bedenken. Je personage hoeft daarvoor niet eens in persoonlijk contact te staan met diens ‘persoonlijke god’. Als je personage helemaal geobsedeerd is door Elon Musk, kan je het in de extreme ban van Twitter laten komen…

Staat dit gegeven vast?

Het klinkt wat zoetsappig, maar uiteindelijk is het in veel verhalen het doel dat je personage een standbeeld voor zichzelf neer zou zetten. Het kan dan immers met een goed en trots gevoel terugkijken op diens eigen persoonlijke groei en heldenreis. Maar gedurende die heldenreis zal je personage verschillende mensen bewonderen, omdat die al zijn waar je personage naartoe groeit.  Dit gegeven kan dus veranderlijk zijn.
Een bonustip voor de thrillerschrijvers onder jullie: je kan er een plot van maken dat iemand die zo trots is op persoonlijke groei inderdáád een standbeeld voor zichzelf neer wil zetten en grootsheidswaanzin krijgt…

Wat kan je te weten komen?

Je zou een standbeeld neerzetten voor iemand om grofweg twee redenen. Omdat je wil zijn zoals diegene in doen en laten, of omdat diegene het boegbeeld is van het uitdragen van waarden die je personage bewondert.
“Mijn vriendin verdient een standbeeld, omdat zij zo heldhaftig heeft gevochten tegen haar ziekte.”
“Nelson Mandela verzette zich tegen apartheid en aangezien ik racisme het grootste probleem op de wereld vindt, is het terecht dat die man standbeelden heeft gekregen.”
Dus zo kom je te weten wat je personage bewondert, belangrijk vindt, of uit wil dragen in het leven.

Wanneer is dit belangrijk genoeg om uit te schrijven?

Het is zelden tot nooit belangrijk voor de lezer om zo uitgesproken te weten wie bewondering oogst bij je personage. Liever ziet je lezer door show, don’t tell hoe het personage zelf in het leven staat. Maar de kennis over de ‘standbeeldheld’ van je personage helpt wel om dat middels diezelfde techniek uit te werken in je boek.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Je personage: de grootste droom

Als je een personage gaat schrijven, biedt een personagebiografie een handig overzicht van diens doen en laten en geschiedenis. In dat overzicht kan de grootste droom niet ontbreken.

Waarom is dit belangrijk om dit te weten?

Een droom is iets waar je je zinnen op zet, of waar je heimelijk van – inderdaad – droomt. Met goede moed of schoorvoetend, de droom is datgene waar je personage in een verhaal voor moet gaan om het verhaal lopende te houden. Een droom voor ogen houden kan ervoor zorgen dat je personage de hoop niet verliest als het valt, het nodige zelfvertrouwen geven, het kan het laatste lichtje in de duisternis zijn, of wanneer zelfs dat gedoofd is, het slot van een droevig verhaal betekenen. Kortom: de droom is de belichaming van een hoop narratieve voorwaarden.

Wat kan je te weten komen?

De grootste droom is van zo’n grote narratieve waarde omdat die ontzettend veel over je personage kan vertellen. Als de grootste droom is om de nieuwe Einstein te worden, geeft dat talent en interesse in exacte vakken aan. Als je personage zich volop de droom stort, kan dat getuigen van zelfvertrouwen, maar ook van roekeloosheid. Is je personage bang zich in het avontuur van dromenjagen te storen, dan is die berekenend of onzeker. Bedenk ook eens wat je personage ervoor over heeft om de droom te bereiken. Wat zou het ervoor opofferen? Dat kan ook een onverwachte en zelfs duistere kant laten zien. Karaktereigenschappen, talenten, persoonlijkheid en normen en waarden: de grootste droom geeft een ware schat aan informatie.  

Staat dit gegeven vast?

In de basis staat de droom vast in een verhaal. Je personage gaat niet dromen van een succesvolle carrière op Wall Street om even later naar een rustig huisje-boompje-beestje bestaan te verlangen. Dat zouden twee aparte verhalen zijn. Je personage kan – en gaat! – echter wel met de droom ‘meegroeien.’ Onze aandelenhandelaar zal bijvoorbeeld naar New York gaan emigreren, waar hij eerst zei dat in Amerika wonen niet zijn ding was. Of hij legt de lat wat lager en gaat eerst in Nederland in aandelen handelen. Dan wordt hij in New York niet in het diepe gegooid en kan hij met de werkervaring die hij heeft opgedaan, later in de Verenigde Staten indruk maken.
Het is mogelijk om de droom te laten veranderen, doordat het pesonage een groei heeft doorgemaakt, maar je moet dan genoeg tijd nemen voor deze groei om de grote verandering geloofwaardig te maken.
Je personage zal zichzelf of de droom kneden om de kans van slagen van de droom zo groot mogelijk te maken. Soms doet het lot dat voor hem: dan overkomen je personage dingen waardoor hij op plan B over moet gaan om de droom nog na te kunnen jagen.

Moet je dit in je verhaal laten terugkomen?

De grootste droom moet beslist in een bepaalde vorm terugkomen. Het hoeft niet altijd letterlijk – al komt dat wel vaak voor. Maar een afspiegeling ervan is wel een absolute voorwaarde. Stel dat je personage een wereldreis wil maken. Dan hoeft dat niet te gebeuren of zelfs maar een mogelijkheid te zijn. Als je personage blut is, houdt het gewoon op. Maar laat je personage dan wel fan zijn van reisprogramma’s, verschillende talen leren, of verschillende keukens leren koken. Met andere woorden: laat merken dat je met een globetrotter te maken hebt.
Een droom bepaalt zo veel van de (beleef)wereld van je personage dat je een compleet ander personage zou hebben als die droom er niet toe zou doen of iets anders zou zijn.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Wolf Zimmermann on Unsplash

Je personage: het uiterlijk

Als je een personage gaat schrijven, biedt een personagebiografie een handig overzicht van diens doen en laten en geschiedenis. Wat moet je in dat document toevoegen en wat is optioneel?
Deze week een toelichting over uiterlijk dat je kan toevoegen als je er meerwaarde in ziet.

Wanneer kan dit relevant zijn?

Om ervoor te zorgen dat je lezer zich enige voorstelling bij je personage kan maken, is het belangrijk om de uiterlijkheden van je personage te geven. De valkuil daarvan is de hoeveelheid. Deel je te weinig, dan is je personage te vaag om een beeld van te krijgen, deel je te veel, dan zet je paradoxaal genoeg de verbeelding van je lezer op slot.
Wat of hoeveel je ook deelt: beschrijf het uiterlijk van je personage niet in de eerste pagina’s: Dat is een cliché van de bovenste plank.

Staat dit gegeven vast?

Op een paar punten na kan je bijna alles aan je uiterlijk veranderen. Je haar kan je verven, je lippen kan je stiften of laten opvullen, je kan gekleurde lenzen indoen… En ook kledingstijl kan je onder uiterlijk scharen. Als je in je achterhoofd houdt dat je – met een beetje hulp of fantasie –  zó veel aan je uiterlijk kan veranderen, kan je gaan bedenken welke uiterlijkheden ook echt iets over jouw personage zeggen. Als je van nature een brunette bent, maar daar niet bij nadenkt, is dat anders voor iemand die haar haren bruin heeft geverfd en zich nu ein-de-lijk sexy voelt.
Als je op die manier over uiterlijkheden denkt, zet je al een eerste stap naar de beslissing van wat je over je personage deelt en wat niet.

Wat kan je te weten komen?

Zodra je weet welke uiterlijkheden belangrijk zijn voor je personage, weet je vaak ook wat en in welke mate uiterlijk iets betekent voor diegene. Kleding en make-up dragen en in welke stijl, kan een show, don’t tell zijn van sociaaleconomische status of een bepaalde culturele groep waartoe je personage behoort. Ook erfelijke zaken spelen een rol: ook al gaat je personage niet naar de plastisch chirurg: iedereen is wel in zekere mate tevreden of ontevreden over bepaalde lichaamsdelen. Doet dat (uiterlijke) zelfbeeld iets met je personage? Zo ja, dan is dat iets wat je kan – zo niet moet –  benoemen.

Wanneer is dit belangrijk genoeg om uit te schrijven?

Zelden is iemands haarkleur een belangrijk punt in het plot of een uit het oog springend detail wat betreft het uiterlijk. Toch vormt zoiets algemeens een basis voor de beeldvorming van een personage. Maar kies voor maar een of twee van deze standaarddingen over je personage om weg te geven. Haarkleur, kapsel, oogkleur, lengte… Dat maakt meestal niet zoveel uit. Leg liever de nadruk op een uniek kenmerk, zoals een opvallende moedervlek, wel heel erg stompe vingers of de twee gouden tanden. Zo onderscheidt jouw hoofdpersoon zich van alle duizenden zwartharige vrouwen die in alle andere boeken voorkomen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Михаил Секацкий op Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.