Als reviseren bij creatief schrijven moeizaam gaat

Als je een boek gaat schrijven, ga je vroeg of laat je tekst nalezen en een opfrisbeurt geven. Maar soms zie je door de bomen het bos niet meer. Je bent al toe aan versie zes van hoofdstuk 1 of de feedback van je proeflezers loopt zo uiteen dat je niet meer weet waar je op kan vertrouwen. Het is als een writersblock, maar dan niet tijdens het schrijven. In deze blogpost hoop ik je wat meer op weg te helpen om die vervelende blokkade wat te verlichten.

Reviseren? Help, ik kan niet meer!

Een writersblock lost zichzelf vaak op door een pauze te nemen of je tekst even naast je neer te leggen. En een mentaal writersblock verdwijnt meestal ook wel weer als je even lief voor jezelf bent geweest of wat morele steun van een vriend hebt gekregen. Maar een reviseerblokkade is een heel andere, supervervelende blokkade. Want je wéét hoe je feedback van proeflezers meeneemt. En je ként je doelgroep. En de redacteur heeft ook al genoeg tips gegeven: “Let op de eerste pagina’s, die zijn zo belangrijk! Heb je al gecontroleerd of all je ‘As you know Bobs’ al geschrapt zijn? Oh, en in het inciting incident had je….”
Ja-ha, redacteur, even je mond dichthouden, alsjeblieft. Het is niet dat ik niet weet wat ik zou moeten doen, het ontbreekt me alleen aan het overzicht. Of het exacte antwoord over hoe ik dit precies aan moet pakken.

Dit soort gedachten zijn heel begrijpelijk. Ongeacht wat Chat GPT ons wijs probeert te maken, je kan niet zomaar een prompt invoeren en een goed boek verwachten. hrijven is nog altijd iets creatiefs, een vorm van persoonlijke expressie en een kunst op zich. En dat is nooit recht voor zijn raap of makkelijk. Dus voel je niet schuldig als je de ‘handleiding’ even kwijt lijkt te zijn. De Handleiding-met-een-hoofdletter-H is immers nooit geschreven!

Laten we kijken wat je zoal kan doen of tijdelijk helemaal los kan laten als je tegen een revisieblokkade aanloopt.

Vergeet even alles! Behalve…

Als je maar vaak of lang genoeg reviseert, gooi je je boek uiteindelijk tig keer ondersteboven. Of je dat nu heel gericht doet door met een afvinklijstje van schrijftechnieken te werken – werk ik met show don’t tell? Is mijn personagebiografie compleet? enzovoorts- of dat je heel intuitief schrijft, maar al wel tien keer hetzelfde hoofdstuk hebt gelezen… Reviseren is geen enkele schrijver vreemd. En dan kan het enorm lastig zijn om te bedenken of je goed bezig bent. Doe je het wel goed? Schrap je de juiste dingen? Pas je wel goed aan?

Als je van die vragen horendol wordt, probeer dan zo goed en kwaad als het kan het evenn helemaal los te laten of je het ‘goed’ doet. Stel jezelf in de plaats daarvan de vraag of je nog steeds het boek schrijft dat je wilde schrijven toen je ermee begon. Die vraag kan je op twee manieren stellen:
Is het verhaal inhoudelijk nog wel hetzelfde?
– Vind ik het nog wel leuk om dit verhaal te schrijven? Of zelfs überhaupt nog?

Is dat eerste het geval, dan moet je aandacht niet uitgaan naar het volgen van de schrijfregels of het verwerken van feedback. Negeer die lekker even en neem rustig de tijd om je boek opnieuw te leren kennen. Is het tweede het geval, overweeg dan een schrijfpauze of begin aan een ander verhaal en laat dit verhaal voor wat het is. Al ben je objectief gezien een van de beste schrijvers ter wereld, het gaat aan je boek te zien zijn als je het met tegenzin schrijft. En daar maak je jezelf én de lezers niet blij mee.
Anders gezegd: in deze eerste stap moet je vrede hebben met het idee dat je in theorie het slechtste boek ter wereld aan het schrijven bent, maar je hoe dan ook nog wel bezig bent met het verhaal dat je wil schrijven, waarin jouw persoonlijke expressie naar voren komt en waar je schrijfplezier aan overhoudt.

Alles andersom

Een verhaal chronologisch schrijven is bijna onmogelijk. Toch reviseren bijna alle schrijvers chronologisch. Dus pas als hoofdstuk 1 helemaal stevig staat, gaan we verder met de revisie van hoofdstuk 2. Als je op die manier geen meter opschiet of door de bomen het bos niet meer ziet, wat weerhoudt je er dan van om het helemaal anders te doen?
Vergeet niet dat scènes of hoofdstukken verhalen in het klein zijn. Idealiter staan ze dus op zichzelf stevig en bevatten ze altijd een een of andere vorm of mate van belangrijke informatie. Dat kan dus ook betekenen dat als je in hoofdstuk 8 gaat schrappen of aanpassen er in hoofdstuk 12, 3, of 23 óók iets verandert.

Kijk eens of het lukt om te reviseren met het idee dat je erachter moet komen wat nu eigenlijk de kern van je verhaal, hoofdstuk of verhaal vormt. En begin dan eens níet met hoofdstuk 1, of het laatste hoofdstuk, waar het makkelijk ‘controleren’ is of alles ‘nog wel klopt’. Maar op een moment in je boek waar je jezelf erop betrapt dat je het labelt als een ‘hoofdstuk tussendoor.’ Je zal ervan schrikken hoeveel het kan helpen met schrappen of reviseren als je op een andere manier naar je verhaal kijkt.
Niet op zins-of alineaniveau om te zien of ‘alles nog wel loopt’ volgens zaken als verhaalthema’s en vlotte dialogen, maar meer naar wat de kern van het verhaal nu eigenlijk hoort te vormen en of die overal in het verhaal stevig staat. Het is wel verstandig om dat in je opschrijfboekje te doen, zodat je er rustig op los kan experimenteren, zonder dat je je bezwaard hoeft te voelen.

Als je last hebt van een ‘reviseerblokkadde’, overhaast dan niets, doe alles op je eigen tempo en op jouw manier. Voel je ook zeker niet verplicht om een redacteur in te schakelen. Dat past niet altijd bij je of jouw schrijfdoel, of de tijd is er nog niet rijp voor. Heb je wel behoefte aan manuscriptredactie, dan help ik je graag. In mijn webshop staat een overzicht van mijn diensten.

Foto door Sujin c verkregen via Unsplash

De sterke scène: schrappen in een scène

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en ervoor zorgen dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week leer je hoe je je scène kan nakijken en hoe en wat je moet schrappen.

Wanneer stopt de scène?

Een scène is meestal niet zo duidelijk afgebakend als een hoofdstuk. Daardoor kan je zonder het te weten ‘een deel’ van je boek reviseren zonder in de gaten te hebben dat het om anderhalve scène gaat. Let extra goed op scèneovergangen en kijk goed wanneer de scène stopt.

De buren staan gezellig over de heg heen met elkaar te kletsen. Dan komt de buurman naar buiten en vertelt hij over een vervelend telefoontje dat hij zonet heeft gekregen. De scène kan dan zomaar halverwege de alinea stoppen.

Rens kwam lijkbleek naar buiten. Toen Inge zijn blik zag, wist ze onmiddellijk dat er iets loos was. Met een haastige blik op de buurvrouw keerde ze zich om en liep met Rens terug het huis in.
“Het zal toch niet…?”
“Jawel, we moeten Fikkie laten inslapen.”

De nieuwe scène begint met de dialoog over de stervende hond. De babbelscène met de buurvrouw eindigt op het moment dat Inge tussen de regels door de deur achter zich sluit. Een scène eindigt niet altijd met een witregel, hoofdstukeinde of zelfs een cliffhanger.

Een scène heeft één schrijfelement als uitgangspunt

Je kan er een scène niet mee afbakenen, maar voor een goed verloop van een scène is het handig om te kijken wat je in een scène vooral (be)schrijft. Een dialoog is heel anders dan het omschrijven van een omgeving. Meestal is er in een enkele scène wel iets dat de overhand heeft. Niet per se in woordenaantal, maar wat de scène het meest gewicht geeft.
In een dialoog waar een misverstand wordt rechtgezet, zal er heus wel het een en ander aan omschrijving van sfeer zijn, maar wat er daadwerkelijk gezegd wordt is het belangrijkste.
Als je merkt dat je scène lang(dradig) wordt, kijk dan eens welk schrijfelement de boventoon voert. De overige schrijfelementen zijn dan vaak de delen waar je het makkelijkst kan schrappen.

Woorden tellen in een scène

Het is riskant om een woordenaantal te gebruiken als uitgangspunt voor een schrapronde. Het aantal woorden op zichzelf zegt immers vrijwel nooit iets over de kwaliteit van een tekst.
Zo kan je schrijven: “Verdwijn!” of “Ik wíl je niet meer zien!”
In het tweede voorbeeld kan de nadruk op het woord wil de intentie van een personage beter overbrengen. Maar soms is die nadruk niet nodig. En de meeste schrijvers schrijven eerder te veel woorden dan te weinig. Als je het gevoel hebt dat je scène te lang is, kan je het woordenaantal opschrijven en ernaar streven om twintig procent te schrappen. Zorg er wel voor dat je originele tekst ergens opgeslagen blijft, voor het geval het eindresultaat van een schrapronde toch niet zo best is. Enkele manieren om op scèneniveau te schrappen zijn:
 

* Wees alert op kleine gebaartjes en acties. Strijken personages bijvoorbeeld door hun haren, zonder dat dat een show don’t tell van verlegenheid is? Schrap dan niet alleen dat ene zinnetje, maar ook de drie zinnen erna die omschrijven hoe datzelfde personage gaat zitten en iets uit de tas haalt.
* Je kan de omschrijving van ruimten vaak inkorten of schrappen als die alleen in deze scène wordt betreden of bezocht.
* Sfeeromschrijvingen kan je stoppen zodra het (symbolische) punt is gemaakt. Wil je duidelijk maken dat er romantiek in de lucht hangt? De open haard en wijn samen met een gefluisterd woordje zijn voldoende. Beland dan niet in eindeloze zwijmeltaal. Op dat punt moet de eventuele romantische taal die volgt het verdere plot dienen of je iets over de personages vertellen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Wil je hulp bij het schrijven van je boek? Kijk eens in mijn webshop wat ik voor je kan betekenen.
Foto door Lawrence Aritao verkregen via Unsplash

Zo kan je schrappen op grote schaal: deel 2

Je bent begonnen met een grote revisieronde en weet al dat je soms heel radicaal moet schrappen. Soms moeten hele hoofdstukken worden geschrapt of tot enkele zinnen worden ingekort om de vaart in je verhaal te houden. Hoe kan je naar je hele boek kijken om te zien wat mag blijven in je schrapronde, zonder dat je alsnog vervalt in schrappen per scène, alinea of zelfs zin?

Korte terugblik: scènes schrappen

Zoals je al kon lezen in het voorbeeld van vorige week, kan het nodig zijn om je eerste inleidende hoofdstukken compleet te schrappen. Om het voorbeeld van Simon en Jonna nog maar eens te gebruiken. Stel dat je wil schrijven hoe deze kinderen hun eerste jaar in de brugklas gaan beleven. De verleiding kan dan groot zijn om de hoofdstukindeling – let op, hoofdstukindeling, niet scène-indeling!- ongeveer zo op te stellen:

Hoofdstuk 1: een normale dag in groep 8
Hoofdstuk 2: kermis
Hoofdstuk 3: afscheidsmusical
Hoofdstuk 4: de eerste dag van de brugklas

met het idee dat de lezers moet weten wat voor vlees ze in de kuip hebben voordat ze mee kunnen leven met de brugklasavonturen van Simon en Jonna. En als gevolg dat je daar ook vele honderden, zo niet duizenden woorden aan moet besteden. Maar dat is niet zo. Als je de kermisscène uit zou schrijven zoals het voorbeeld van vorige week, kan dat je introductiescène vormen, en kan je hoofdstuk 1 ‘de rest van hoofdstuk 2’ en hoofdstuk 3 helemaal schrappen. Afhankelijk van waar je het brugklasavontuur precies wil starten, kan zelfs hoofdstuk 4 misschien ook helemaal de laan uit worden gestuurd. Vraag jezelf bijvoorbeeld af: gaat het om de spanning van de eerste dag, of wil je vooral schetsen hoe het leven als brugklasser is voor deze kinderen?

Wat wil ik vertellen met een scène?

Hoeveel je uiteindelijk gaat schrappen, is afhankelijk van wat je met een scène of een hoofdstuk wil vertellen. Precies dat moet het uitgangspunt worden als je op grote schaal wil schrappen. Bedenk daarbij of je écht een complete scène of een compleet hoofdstuk nodig hebt om dat duidelijk te maken. Kan je een hoofdstuk vervangen door een enkele scène of een scène door (een) enkele zin(nen)? Je zal ervan schrikken hoe vaak dat het geval is.

Om te bedenken wat je precies wil vertellen met een scène of hoofdstuk, kan je kijken wat de functie ervan is:
* spanning oproepen
* hints geven naar een latere plottwist
* in het hoofd van een personage duiken
* iets introduceren (een idee, personage, omgeving…)
* sfeer omschrijven
* een ‘pauze’ van rust inlassen na een heftige scène
* een overgang naar een volgende akte

enzovoorts.

Selecteren van hoofdstukken en scènes bij het schrappen

Het is een flinke klus, maar het helpt wel om je hele boek kritisch onder de loep te nemen, zonder in details te verzanden. Noteer van ieder hoofdstuk (en later ook van iedere scène, als je echt fanatiek bent) welk van de bovenstaande functie(s) je hoofdstuk heeft, voordat je de tekst opnieuw gaat lezen. Dan ga je er nog blanco in en kun je je niet laten afleiden door wat er daadwerkelijk geschreven staat, maar hou je de aandacht bij wat er hoort te staan.
Lees vervolgens je hoofdstuk. Als je de functies niet op de checklistje staan, mag je ze zonder genade schrappen. Twijfel je nog, dan kan je wat meer gaan inzoomen. Van hoofdstuk ga je naar scène, of van scène naar alinea. Hebben die kleinere gedeelte de functie wel? Dan kan je overwegen om iets te verschuiven.

Schuiven met scènes

Het kan gebeuren dat je een briljante scène hebt geschreven, maar dat die niet in het hoofdstuk past, omdat de functie van de scène niet aansluit bij die van het hoofdstuk. Gooi die scène dan alsjeblieft niet zomaar weg! Ga in plaats daarvan andersom werken. Schrijf op wat voor functie(s) die scène heeft en kijk vervolgens waar die scène nog wel tot zijn recht kan komen. Hou daarbij wel rekening met zaken als:
* staat een eventuele hint naar een plottwist nog wel logisch?
* zijn alle personages op die nieuwe plek in het verhaal al bekend genoeg voor de lezer om met hen mee te leven?
* komt het doel van de scène niet in de knoop met de functie van de akte waarin je hem naartoe verhuist?

Aanpassen van scènes

Mocht je gaan schuiven met scènes, wees dan niet bang om (kleine) aanpassingen te maken. Stel dat de functie van de scène perfect past, maar hij ineens plaats vindt in het bos, waar het in eerste instantie het strand betrof. Ga eerst even na hoe belangrijk de eigenlijke locatie is. Misschien is daar wel een goede reden voor. Zo niet, pas het dan aan. Uiteindelijk is het zelden zo dat lezers iets zeer waarderen om een detail als locatie. Ja, dat zijn details, ook al lijkt het tijdens zo’n revisieronde niet zo. Een lezer keurt makkelijker iets af om iets wat niet logisch is of passend is. Natuurlijk kan je lezers aangenaam verrassen met een goede scène. Maar meestal zijn de scènes die een lezer ook nog na het dichtslaan van een boek nog bijblijven, geen resultaat van schuiven en reviseren. Die scènes zijn van zichzelf al pico bello.

De laatste controle bij het schrappen op grote schaal

Probeer het lezen van je boek als geheel, die allerlaatste controle, ook echt tot het laatst te bewaren, als je vrijwel zeker weet dat alles op zijn plek staat en alles wat geschrapt en verschoven is, op zijn plek staat. Als je na ieder hoofdstuk reviseren het hoofdstuk weer opnieuw gaat lezen ( afzonderlijk of het hele verhaal tot aan het betreffende hoofdstuk) dan zie je het grote plaatje niet meer. Het mogen dan de ‘details op grote schaal zijn’ maar iets talloze keren lezen zorgt er alsnog voor dat je een blinde vlek ontwikkelt voor dingen die je al zestien keer gelezen hebt. En dan kun je niet meer objectief reviseren, op welke schaal dan ook.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Kelly Sikkema verkregen via Unsplash.

Drie tips voor genadeloos goed schrappen

Schrijven is schrappen” is een veelgehoord mantra in de schrijverswereld. Het houdt in dat de eerste versie van je verhaal vrijwel nooit de beste is. Je moet herschrijven en delen schrappen. Maar schrappen moet je goed doen, anders blijft er niets van je verhaal over. Met deze tips schrap je talloze woorden en wordt je tekst als vanzelf makkelijker leesbaar. 

1. Kijk naar je beschrijvingen

Een van de makkelijkste manieren om een bladzijde te vullen is door te omschrijven. Veelvoudig of in detail, in beide gevallen kan het zomaar meerdere regels aan tekst opvullen. Als je schrijft over blauwe ogen in detail: ‘Hij had ogen die zo blauw waren als een lapis lazuli edelsteen. De diepdonkerblauwe kleur deed denken aan een oceaan met eindeloos veel diepte, zeedieren en avonturen. Ze waren om in weg te dromen.’ Als je dat schrapt en ‘Hij had diepblauwe ogen om in weg te dromen’ laat staan, scheelt dat vijventwintig woorden. 
Je kan ook te veel omschrijven: ‘Hij had een groene, versleten muts op, er zaten scheuren in de mouwen van zijn jas, zijn schoenen kraakten en zijn nagels waren vies.’ Dan kun slechts een aantal dingen opschrijven: ‘Hij had scheuren in zijn jas en zijn groene muts was versleten.’ Dat scheelt twaalf woorden. 
Als veel uitgebreide omschrijvingen hebt, schrap je zo makkelijk duizenden woorden op je volledige manuscript!

2. Deel niet alles wat je weet

Als je personages gaat ontwikkelen, leer je ze kennen als je beste vrienden. Daardoor kom je bijvoorbeeld te weten wat hun lievelingskostje is. In je enthousiasme wil je dat ook graag met je lezer delen. Maar soms zijn dit soort leuke feitjes eerder onnodige opvulling van papier. Het vertraagt je verhaal onnodig. Als je twijfelt of iets nuttig of interessant is, vraag je dan af: “Kan de lezer het verhaal nog volgen als hij dit niet weet?” Is het antwoord ja, kijk dan of je (een gedeelte) van de gegeven informatie kan schrappen.


3. Maak een dialoog wat minder waarheidsgetrouw

Personages praten niet zoals echte mensen dat doen. Let er voor de grap eens op hoe vaak iemand in een gesprek stopwoordjes en tussenwerpsels als ‘uhm’, ‘uhh’ of ‘nou’ in een zin zegt, ook als diegene niet aarzelt of verlegen is. In een boek geven deze woordjes al zo’n soort betekenis aan. Houd dit in gedachten en neem je dialogen nog eens goed onder de loep. Heb je je personages misschien iets te realistisch laten praten?

Een moeder die haar kind vraagt om boodschappen te doen zal realistisch gezien zeggen: “Schat, neem je uh, melk en kaas enne.. brood, is er nog…? Ja, maar uh doe toch.. o nee, er ligt nog in de vriezer, dus ja, uh.. nee. Melk en kaas is uh genoeg, dus tot straks, lieverd.”
In een tekst zegt diezelfde moeder met dezelfde gemoedstoestand: “Neem je brood en kaas mee, schat? O wacht even, er ligt nog brood in de vriezer. Melk en kaas is genoeg. Tot straks, lieverd!” Voilà, dat scheelt veertien woorden en je zin is beter leesbaar.

Dit voorbeeld is extreem, maar het idee blijft hetzelfde. Zijn je personages misschien langdradig in hun woordkeuze, of herhalen ze elkaar om te bevestigen dat ze naar elkaar luisteren? Soms is een ‘realistische’ dialoog te realistisch voor een boek. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Hulp nodig met schrappen? Schakel mij in voor redactie!