Schrijfoefening: de communicatiemanieren en het karakter van je personage

Als schrijver weet je hoe belangrijk zelfexpressie en kunnen lezen zijn. Wat als dat allemaal ineens weg zou vallen? Je zal ervan schrikken hoeveel je dan over je personage te weten komt.

Uitgangspunt van de schrijfoefening

Je personage is in een land waar het zich niet verstaanbaar kan maken en geen wijs kan uit het plaatselijke schrift. Bovendien zijn er geen klanken uit te onderscheiden zijn waar het op terug kan vallen. Denk aan Japans, Arabisch en Thais (休日, العطل , วันหยุด). In deze oefening:
* is internet niet beschikbaar: dag, Google Translate, Google Maps en Google Images om te helpen…
* begrijpen je personage en diens gesprekspartner alleen ‘help’, ‘ja’, ‘nee’, ‘dank u’, ‘alstublieft’, ‘hallo’ en ‘tot ziens’ in een en dezelfde taal.
* mogen de gesprekspartners tekenen om een ander duidelijk te maken, maar dan beperken de tekenkunsten zich tot iets als dit:

“Ik zoek de sportschool, snapt u?” 😉
Afbeelding: https://www.deviantart.com/cold-hearted-world/art/stickman-contest-entry-147423216

Dat kan even spannend en grappig zijn, maar als dat te lang duurt, word je geconfronteerd met je (gebrek aan) vindingrijkheid, tolerantie, manieren, geduld, moed en ontdek je de comfortzone. Zo leer je een personage dus erg goed kennen! Je kan belangrijke informatie voor je personagebiografie ontdekken met deze oefening.

Wie wordt de gesprekspartner?

In mijn voorbeelden houd ik een personage aan dat op vakantie is. Dit personage verkeert dus niet in acuut gevaar. Maar omdat je personage wel aan rust toe is en die niet krijgt als de communicatie niet vlot verloopt, zal het wel even boos, verdrietig, paniekerig of chagrijnig worden…
Veel van de mogelijke gesprekspartners die volgen laten ook zien hoe hoog het Karengehalte van je personage is. Als jouw verhaal geen receptionist heeft omdat je personage niet in een hotel gaat slapen, kijk dan of de gesprekspartner in jouw verhaal een vergelijkbare rol vervult.

Kijk voor deze schrijfoefening wat er belangrijk is voor jouw verhaal. Wat gebeurt er in je plot? Hoe moet je personage groeien in zijn centrale conflict? Als je een dystopisch verhaal schrijft, is het interessant als de gesprekspartner iemand is die als enige de weg weet naar de laatste schuilkelder. In een verhaal over een belangrijke zakendeal is het handig om te kijken wat er gebeurt als je personage lastig met een concullega kan communiceren.

Receptionist

De persoon die makkelijk te misbruiken is door een lagere rang en een kwetsbare positie.

Een eventuele Karen ontpopt zich bij de receptionist in volle glorie. De receptionist verleent een dienst: een luxe dienst; vakantie vieren is een voorrecht, geen recht. De receptionist is de laagste in rang, of het ‘laagste schakeltje’ binnen zo’n luxe dienstverlening. En hij heeft een manager boven zich werken, dus een klacht indienen is zo gebeurd.
Als je personage zich een bepaalde luxe kan permitteren, heeft het dan de neiging om zich als belangrijker voor te doen dan de ander, of blijft het de receptionist als gelijkwaardige behandelen? Ook iets om over na te denken: beseft je personage dat het zichzelf niet kan inchecken en de receptionist de eerste in een schakeltje van het hotelverblijf is? Als het communiceren in het begin al moeizaam gaat, is dat niet het moment om (al) de degens te gaan kruisen. Daar wordt alles alleen maar vermoeiender van. Heeft jouw personage dat door?

Taxichauffeur

Hoe gedraagt je personage zich tegenover iemand die lager in rang is, maar wel een zekere macht over haar heeft?

De taxichauffeur heeft veel gemeen met de receptionist: hij is een relatief ‘lage’ dienstverlener. Karen, let op: er is een belangrijk verschil! Als je boos wordt op een taxichauffeur kan hij je ergens droppen, zonder dat je weet waar je bent en hoe je daar weer weg moet komen. Dan ben je nog verder van huis (of je hotel, zo je wil). En een klacht indienen kan je niet ter plekke doen…

De serveerster

Een persoon in lagere rang, maar die wel iets doet of heeft voor jou dat essentieel is om te overleven of in ieder geval de dag fatsoenlijk door te komen.

Net als de receptionist en de taxichauffeur is de serveerster wat lager in rang. Maar als ze jou geen eten kan of komt brengen en je daarmee niet in een van je eerste levensbehoeften wordt voorzien… Iets om over na te denken wat betreft hoe je personage daarop reageert. Een leuk extraatje: als je personage een serieuze allergie heeft, dan wordt het een stuk belangrijker om zowel duidelijk te kunnen communiceren als de serveerster te vriend te houden. Hoe doet je personage dat?

De receptionist, taxichauffeur en de serveerster verlenen een dienst waarvan je als vakantieganger weet dat je er gebruik van gaat maken. In hoeverre bereidt je personage zich daar extra op voor, of juist niet? Misschien vindt het het wel lachen om met handen en voeten met de receptionist te moeten praten, maar als er serieuze allergieën in het spel zijn, zal je toch iets meer moeten voorbereiden. Voor zover je personage zich kan voorbereiden op dit soort situaties, zegt het ook iets over hem in hoeverre het dat ook doet. Heeft het een controledwang of is het juist zo laks dat hij daardoor makkelijk(er) in de problemen komt?
Bovendien: probeert je personage mee te denken in de oplossing, of houdt hij zich aan het principe dat hij als betalende klant zich nergens mee hoef te bemoeien? Dat zegt iets over zijn trots, of bereidheid in het algemeen om in actie te komen.

Medevakantiegangers

Als het gaat om rang of status, is er bij deze mensen niets te halen of te verliezen: ze zijn gelijkwaardig aan je personage. Wil of durft je personage het aan om met handen en voeten vriendschappelijk contact te leggen? Of gaat hij van een mooi boek genieten? Dat zegt iets over zijn sociale behoeften (op dat moment). En wat als er de clichéruzie uitbreekt over de handdoeken bij het zwembad? Nu de gesprekspartner niet betaald wordt om een conflict op te lossen, zal dat anders verlopen en je personage zich ofwel anders gedragen of een andere aanvalstactiek moeten bedenken.

Het idool

Daar komt het idool van je personage onverwacht over straat aangelopen! Iemand van hoge(re) rang en bovendien is je personage even pen en papier kwijt, dus een blocnote en pen onder de neus schuiven in de hoop dat de extase in de ogen het wel doen… Dat gaat even niet op.
Durft je personage het risico zich voor schut te zetten om iets te bereiken bij iemand waar het ontzag voor heeft? Of wordt het door diegene en de situatie geïntimideerd en vraagt het daarom niet wat het wil of nodig heeft?

De hotelmanager

Iemand met een relatief hoge(re) rang, maar bij wie wel iets te halen valt.

Knik even veelbelovend in de richting van je drie Guccitassen en de hotelmanager biedt je misschien wel iets extra’s aan, in de hoop dat je een hogere fooi geeft. Probeert je personage zoiets omdat het vindt dat het recht heeft op een voorkeursbehandeling? Gaat het hielenlikken tot er kwijl op het tapijt ligt?
Doet het dat niet omdat het tevreden is met de hotelkamer die is geboekt? Vraagt het vriendelijk of er misschien nog (tegen betaling) bepaalde upgrades beschikbaar zijn? Of durft het de hotelmanager niet eens naar zoiets of zelfs überhaupt iets te vragen omdat het denkt zelf in veel lagere rang te zijn?
De omgang met de hotelmanager kan je veel vertellen over de mate van tevredenheid, eigenwaarde en zelfvertrouwen die je personage heeft. En hoe het zijn eigen status ziet.

De dokter

Je personage krijgt een ongeluk en wordt naar het ziekenhuis gebracht. Het ziet allerlei professionele zorgverleners aan het werk gaan, maar wat er mankeert, is onduidelijk. Het enige wat je personage weet, is dat het in pijn verkeert. Hoe bang is je personage in zo’n situatie? Vertrouwt het op de zorgprofessionals en laat het zich bijna vertroetelen in de zorg die het krijgt? Of kan hij het niet aan als onbekenden hem aanraken, zonder te weten wat ze precies doen of gaan doen? Dat laatste kan iets zeggen over de medische toestand van je personage: wat als het duidelijk moet maken dat het allergisch is voor bepaalde medicijnen? Het zegt ook iets over hoe goed je personage al dan niet in zijn lijf zit. Stel dat het zich schaamt voor zijn lijf en ook al niet weet wat die zusters allemaal aan hem zitten te sjorren, dan kan het zomaar zijn dat hij de behandeling bemoeilijkt door hen dwars te zitten.
En wie probeert jouw personage als eerste te contacteren om te laten weten dat hij in het ziekenhuis ligt? Waarom die persoon? Of licht hij niemand in, om pas later als alles – hopelijk- weer over is, te kunnen zeggen: “Ik heb een uurtje op de EHBO gelegen, maar ik wilde je niet ongerust maken, dus ik heb niets laten weten.”

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage laf is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage laf is?

Een laf personage is ingewikkeld om te schrijven. Niet zozeer omdat angst lastig is om te omschrijven, maar omdat een personage altijd dapper moet zijn. Hij hoeft niet meteen het leger in te durven, maar een totaal gebrek aan moed zet het plot op slot. Iets nieuws proberen of iets tegemoet gaan waarvan je de uitslag niet weet, vergt ook moed. En dat zijn elementen die een verhaal gaande houden. Wat doe je als je personage dat ook eng vindt?

Wanneer is je personage laf?

De een vindt het laf als je geen hond durft te aaien, een ander vindt je een aansteller als je geen motor durft te rijden. Laf is een redelijk subjectief begrip. Maar als het om een personage gaat, kan je het zien als: wanneer je personage iets niet durft te doen wat voor het plot essentieel is en wanneer het antwoord op de bekende vraag: ‘Wat is het ergste wat er kan gebeuren?’ zo goed als ‘niks’ is, en je personage nog steeds voet bij stuk houdt.

De laffe vriend

Ken je die fictieve vriend in een vriendengroep die echt overal de kriebels van krijgt? Zodra die kriebels zo erg worden dat de hoofdpersoon zijn heldenreis ervoor opzij moet zetten om te troosten, schrap je dit personage, of moet je in ieder geval zijn karaktereigenschappen veranderen. Anders schrijf je een subplot wat nergens toe leidt. Een subplot – of een scène – mag per definitie wat meer op de achtergrond spelen dan het hoofdplot. Maar het moet wel iets toevoegen. Iets wat alleen maar vertraagt, vastloopt of vastzet, hoort hoe dan ook niet in een verhaal.

De laffe held

Je hoofdpersonage kan ook laf zijn. Dan moet de lezer weten waarom hij om iets schijnbaar kleins bang wordt. Je ontkomt er niet aan om zijn achtergrondverhaal uit te werken. Van je held verwacht je lezer dat hij dapper is en dat hij hem goed leert kennen. Als hij dan door een relatief onbenullige angst verlamd raakt, kan dat nog steeds interessant zijn. Als je de reden of de uitkomst maar uitschrijft. Dan kan de angst om een schattig katje te aaien ineens logisch lijken. De gewelddadige stiefmoeder bij wie je personage opgroeide, had ook een kitten. Ook nog eens met precies hetzelfde vachtpatroon. Bij de herinneringen aan de stiefmoeder en haar geliefde kitten, rent je personage het liefst weg bij dit andere katje.

Moed als thema

Zodra je hoofdpersonage laf is – of liever gezegd laf lijkt –, ga je dus verklaren waar die angst vandaan komt. Net als bij de laffe vriend moet je opletten dat deze angst niet slechts een opvulling is van papier. Het moet ergens toe dienen. Daarom moet je die angst goed uitwerken en dat kost de nodige woorden. Zo wordt moed al gauw het verhaalthema van een verhaal als dit. Maar dat kan in de voordeel werken: je lezer gaat je held begrijpen en met hem meeleven. Dat hij dan alsnog zijn doel niet altijd kan bereiken, is niet erg. Hij probeert het en dat maakt hem dapper, zoals een held hoort te zijn.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Alexander Krivitskiy op Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Maak ik mijn hoofdpersonage een man of een vrouw?

Je held is een belangrijk personage, dus die moet je realistisch maken. Er is een aantal eigenschappen die iedere held moet hebben. Maar vanwege sociaalmaatschappelijke normen en waarden komt het ene personage anders uit de verf dan het andere. Dat zie je heel goed terug in het verschil tussen mannen en vrouwen. Daarom is het verstandig om goed af te wegen of je hoofdpersonage een man of een vrouw wordt.

Wat heeft iedere held nodig?

Een held heeft altijd twee karaktertrekken nodig om die naam waardig te zijn: moed en zachtheid. Moed is nodig om een centraal conflict aan te durven gaan. Zachtheid laat zien dat je personage geliefden heeft en om mensen geeft. Het zal een verdrietige vriend aan het lachen te maken, langsgaan bij de zieke buurvrouw gaan om voor een dagje het huishouden te doen. Of gaan voetballen met het jongere broertje, gewoon omdat het leuk is. Dit heeft je personage nodig omdat:
* het nooit alleen op de wereld is;
* deze zachtheid (of liefde voor/ omgang met anderen, zo je wil) voor een groot deel de wil van je personage kan bepalen. Dat kan bijvoorbeeld moederliefde zijn, of een zoon die het leger in gaat om zo vaders goedkeuring te krijgen.

Zonder moed kan je personage het avontuur niet aangaan. Zonder zachtheid leeft het in complete (sociale) isolatie en is er geen avontuur om aan te gaan, omdat het personage zo nooit zal groeien. Laat moed nou een eigenschap zijn die traditioneel met mannelijkheid wordt geassocieerd en zachtheid met vrouwelijkheid. Toevallig hè? 😉

Het sekselabel

Om een goede held te zijn, moet je personage dus zowel een ‘vrouwelijke kant’ als een ‘mannelijke kant’ hebben. Geen probleem, toch? Nou…

Niemand vindt het raar als een vrouw naar een schoonheidssalon gaat om haar nagels te laten lakken. Doet een man dat, dan doet hij mee aan de nagellakactie van Tijn of omdat hij homo is. Geen heteroman doet dat omdat hij dat gewoon leuk vindt, toch? En een vrouw met wijde kleren die geen make-up draagt en automonteur is, is vast niet zacht of mooi genoeg ‘om een vent aan de haak te slaan’ of ‘wil graag een van de mannen wil zijn.’, toch…?
Nee, maar tegelijkertijd trekt een lezer zo’n personage (onbewust) in twijfel. Die associaties betreffen bepaalde verwachtingspatronen die er heel diep ingebakken zitten. Als je personage dan de ‘andere kant’ moet laten zien, botst dat al snel met het verwachtingspatroon.

Het maakt voor de invulling en de interpretatie van je verhaal soms uit of je over hem of haar schrijft.
Foto door DISRUPTIVO op Unsplash.

Zoeken naar grijs in verwachtingspatronen

Er wordt nog vaker dan je zou denken kritiek geuit als er van deze verwachtingspatronen afgeweken. Denk aan:
* een man die huilt (wees ’n vent!);
* een man die thuisblijft om voor de kinderen te zorgen (jij hoort voor de kost te zorgen!);
* een vrouw die geen kinderen wil en voor haar carrière kiest (zodra je in de overgang komt, krijg je spijt van deze beslissing…);
* een vrouw die verliefd wordt op een man die minder rijk of minder knap is (als je je sexier zou kleden, kan je beter krijgen…).

Maar nu komt de paradox: zeg dat jouw mannelijke personage niet van zijn kinderen houdt -en dus zijn zachte kant laat zien- dan is hij ongeloofwaardig en onnodig hard. Net zoals jouw vrouwelijke personage plotseling te passief of ongeloofwaardig is wanneer ze niet de moed heeft om haar mond open te trekken.
Dat wordt dus zoeken naar grijs: niets is zwartwit, maar de ideale oplossing zit ergens tussenin.

Verwachtingspatronen voor mannen en vrouwen

Om het breed en overzichtelijk te houden: dit zijn de verwachtingspatronen waar je rekening mee moet houden.

Een man is:
* sterk
* moedig
* prestigieus
Een vrouw is:
* zacht
* mooi
* bescheiden

Zodra je een ‘traditionele’ eigenschap van de andere sekse als voornaamste karaktertrek op de voorgrond laat komen, is de kans op een botsend verwachtingspatroon groot. Denk aan de vrouw in een hoge positie (“Ze heeft die rol alleen vanwege een feministische boodschap.” of “Maar hoe zorgt ze dan voor haar kinderen? Kan haar man niet de voornaamste kostwinner zijn?”) of een lieve man (“Is dat er zo een die óók overal om moet huilen?” of “Dadelijk is hij ook nog goed in breien…”).

Schrijven over iets dat bijna per definitie paradoxaal is, heeft geen klip-en-klare oplossing. Maar ik denk dat ik een redelijke vuistregel heb gevonden: zet de traditionele voorwaarde voorop, en laat op het moment suprême de niet-traditionele waarde de doorslag geven.
* De prestigieuze carrièretijger krijgt zijn langverwachte promotie niet omdat hij ‘sterk’ mensen afblaft. Zijn meerdere heeft gehoord dat hij (zacht) een nieuwe buitenlandse medewerker in zijn eigen tijd heeft geholpen om Nederlands te leren.
* Een Miss-Universe finaliste trekt (moedig) haar mond open en stapt uit de wedstrijd als ze merkt dat er racisme in het spel is.

Jouw invulling van mannelijk of vrouwelijk

Als je verwachtingspatronen van vrouwen wil uitwerken zoals ik hierboven beschrijf, pas dan op voor de populaire invulling van de sterke vrouw-trope. Dan gaat het al snel mis. In deze blogpost staat mijn interpretatie van een sterke vrouw. Deze interpretaties en alles wat ik hierboven schrijf zijn goede richtlijnen voor een sterke held en heldenreis. Maar uiteindelijk bepaal jij wat jij (te) mannelijk/ vrouwelijk vindt voor jouw personage. Natuurlijk is er ergens een grens. Die grens maakt het cirkeltje van het ‘labeltje’ rondom sekse weer rond. Als je een personage hebt dat fysiek sterk, moedig en stoer is, is het logischer om een man van hem te maken. Dat voorkomt dat je eindeloos moet verklaren waarom je personage géén man is.

Of je nu een mannelijke of vrouwelijke bodybuilder als hoofdpersonage kiest, maakt in beginsel niet uit. Maar bij een vrouwelijke bodybuilder verwacht men vaker een verklaring waarom ze deze ‘mannelijke weg’ gekozen heeft, waar een mannelijke bodybuilder meer ´logisch´ klinkt. Een vrouwelijke bodybuilder is niet goed of fout, maar het maakt wel dat je verhaal anders wordt gelezen. Het kan het verschil zijn tussen een trope en een compleet uitgewerkt verhaal. Dat verschil moet je inzien als je je hoofdpersonage gaat uitwerken.

Neem de verwachtingspatronen niet te letterlijk

Het bepalen van de grens van het ‘sekselabelcirkeltje’ wordt makkelijker als je de verwachtingspatronen van de tegenovergestelde sekse niet te letterlijk overneemt.
Een sterke vrouw die fysiek sterker is dan de mannen in het verhaal, is ongeloofwaardiger. Mannen zijn vanwege hun genen gemiddeld nu eenmaal sterker dan vrouwen.
Een man die zacht is kan je beter niet opvallend veel fan maken van zachte kleuren, pluizige dieren of schattige theeserviesjes.

Wat vind jij (te) mannelijk of vrouwelijk en hoe laat jij dat zien in jouw personages? Wat weeg je af? Hoe bepaal je of je van je held een man of een vrouw maakt? Laat het weten in de reacties!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage onredelijk is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage onredelijk is?

Je kent haar misschien als Karen: een koppig personage met een zeer kromme beredenering. Een onredelijk personage heeft in diens eigen ogen altijd gelijk, terwijl dat objectief gezien helemaal niet zo is. Hoe schrijf je een personage dat het bloed onder de nagels van zowel de schrijver als de lezer vandaan haalt?

Appels en peren

Een personage als Karen heeft iets geks met de spreekwoordelijke appels en peren. Het vergelijkt ze met elkaar alsof ze hetzelfde zijn, waardoor je een uitspraak krijgt als: “Ik heb het financieel niet slecht, dus mijn familie ook niet.” Zelf is zij getrouwd met een bankdirecteur en zit zus in de bijstand, maar verder…
Of het máákt van de peren appels. Zo kan dit personage doen alsof iets wat heel anders is, niet eens van elkaar verschilt:
“Hoezo krijg ik geen entreekorting en die oudere dame voor mij wel?”
“Omdat zij seniorenkorting krijgt en u halverwege de twintig bent, mevrouw…”
“Maakt niet uit: ik ben ook een betalende bezoeker en die hoor je gelijkwaardig te behandelen. Ik wil ook korting.”

Hoe dan ook kan je stellen dat dit personage een behoorlijk rot fruitmandje heeft.

Wat is het probleem?

Heb jij ook al zin om met dit personage een welles-nietes-discussie aan te gaan? Dat geldt zeker ook voor de medepersonages, maar laat dat niet gebeuren. Het zet je plot namelijk compleet stil. Je moet bij dit personage ervoor zorgen dat de nietes (‘jij hebt ongelijk’) overheerst als onderdeel van een scène of van in het plot als geheel, niet als een afzonderlijke discussie.
Als eerst moet je daarvoor weten in wat voor ‘categorie’ de onredelijkheid valt. Zegt dit personage rare dingen omdat het:

  • racistisch is?
  • geen idee heeft wat voorrechten zijn of welke voorrechten het personage zelf geniet?
  • altijd emoties opkropt en die soms erg onhandig uit?

Je gaat als vanzelf heel anders schrijven als je personage iemand met psychologische problemen blijkt te zijn. Dat is een heel ander verhaal dan dat van een verdorven racist.

Tactische tegenaanval

Iemand die niet voor rede vatbaar is, laat zich niet bewegen. Daarom moeten de medepersonages of het plotverloop een tactische tegenaanval uitvoeren. Zorg ervoor dat het onredelijke personage tegen de lamp loopt. Dat kan in één losse scène, maar ook gedurende de gehele verhaallijn.
Denk aan:

  • De racist wordt gefilmd als hij op zijn slechtst is. Dan kan een medepersonage aangifte doen en de politie regelt de rest.
  • Iemand kropt zijn emoties zo vaak op dat de uitbarstingen die volgen ervoor zorgen dat zijn geliefden van hem weglopen. Dan gaat diegene misschien toch naar de psycholoog om hulp te zoeken.

Kortom: wie niet horen wil, moet maar voelen. Daarin kan je hard naar het onredelijke personage zijn door hem in de cel te laten belanden. Of je zorgt voor een lieve buurvrouw die langzaam maar zeker de zwakke plek van je personage blootlegt en het daarmee een spiegel voorhoudt.
Let op: een personage dat zeer sterk overtuigd is van zijn eigen gelijk is niet gevoelig voor die spreekwoordelijke spiegel op het moment dat het ‘op dreef’ is. Houd die dus voor op een zwak moment, bijvoorbeeld wanneer je personage net iets vervelends te horen heeft gekregen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door freestocks op Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Hoe mislukt een heldenreis in een boek?

Als je al wat langer schrijft, weet je al dat het centraal conflict erg belangrijk is. Zoals je misschien ook al weet, hoeft deze heldenreis niet altijd te slagen. Een personage dat de wereldkampioenschappen wedstrijdzwemmen wil winnen, kan al in de voorrondes afvallen. Als het verhaal goed uitwerkt, mislukt de heldenreis daar niet door.
Om te weten wat een heldenreis stevig maakt, kan het handig zijn om in je opschrijfboekje de heldenreis wel te laten mislukken.

Een goede heldenreis: hoe zat het ook alweer?

Lees hier een inleiding over de heldenreis als je een opfrisser nodig hebt. Waar het in deze blogpost om gaat, is dat het bij een goede heldenreis gaat om het vallen en opstaan proces. Dan maakt het niet meer uit of je personage zijn doel bereikt of niet. Als je weet dat het personage naar zijn beste kunnen heeft gehandeld, en met hem mee hebt kunnen leven, dan is het doel van een goede heldenreis vrijwel altijd behaald.

In deze blogpost gaan we kijken hoe een heldenreis kan falen. Of, zo je wil: waarom het verhaal vroegtijdig afloopt omdat je personage simpelweg niet meer verder kan.

Waar kan het misgaan?

Om te weten hoe en wanneer een heldenreis vroegtijdig kan stranden, moet je kijken naar het schema van save the cat. Het bekendste moment waar het verhaal kan mislopen is het moment van de comfortzone. In save the cat staat dat omschreven als ‘second thoughts’. Maar ergens telt dat niet helemaal, omdat de heldenreis dan nog niet begonnen is. Waar het wel fout kan gaan zodra de heldenreis eenmaal begonnen is, is het moment vóór iedere clue. Met name de crisis en de ramp zijn hier uitgesproken momenten voor, omdat dat de allerengste momenten voor je personage zijn.
Maar in feite is ieder moment vóór een clue dat. Kijk nog maar eens goed naar het schema. Zie je dat de clues het symbooltje hebben van een explosie? Dat is niet voor niets. Een clue geeft aan dat er een grote verandering aankomt; iets wat kan of gaat exploderen. Lees: iets wat de wereld op zijn kop zet en niet altijd fijn is voor je personage. Voor het verhaal betekent het dat het een andere weg in slaat.
En hoewel je personage geen inkijk in het script van zijn leven heeft, voelt het ergens meestal wel aan dat er iets belangrijks te gebeuren staat, ook al weet het de uitkomst niet. Denk aan:
* Er staat een belangrijk examen op het programma.
* Politieke spanningen staan op springen, waardoor een oorlog niet ver weg meer is.
* Er is ruzie die uitgepraat moet worden.

Gebruik anticipatie die je personage voelt, altijd in je voordeel.

Hoe dan ook staat er iets te gebeuren. In het geval van een mislukte heldenreis komt je personage niet voor dat moment opdagen. Let op: het komt überhaupt niet opdagen. Dat is iets anders dan de situatie onhandig, gemeen of verkeerd aanpakken. De oorzaak ligt dan in de comfortzone, de grootste angst of de ambitie van je personage.

De comfortzone is te fijn

De comfortzone uitgaan is essentieel voor een goed lopend centraal conflict. Omdat we nu alles omdraaien, moet je gaan kijken wat de comfortzone van je personage maakt. Stel jezelf daarbij de volgende vragen:
* Wat is daadwerkelijk comfortabel voor mijn personage? Hoe kan ik het nog comfortabeler maken?
* Wat hoort mijn personage in het centraal conflict te leren? Geef hem dat nu op een presteerblaadje.
* Wat wil mijn personage? Geef hem dat in overvloed.

Zodra je dit op een rijtje hebt kan je makkelijker zien wat en in welke mate je hiervan iets moet afpakken. Dat maakt duidelijk welke schop onder het achterste je personage nodig heeft om de comfortzone uit te komen.

De grootste angst is te eng

De grootste angst van je personage is een schat aan informatie, maar ook vaak de reden dat je personage blijft vallen en opstaan, ook al is hij uitgeput. Als je een heldenreis wil laten mislukken, doe je het volgende:
* Schakel een magic pixie of Deus ex Machina in, zodat iets of iemand anders de problemen op kan lossen en je personage de angst niet onder ogen hoeft te zien.
Vraag je personage: als jij een Pixie of Deus zou krijgen, hoe zou die er dan uitzien? Dan weet je wat je vooral moet vermijden in je verhaal.
* Je geeft je personage geen ‘angsttraining’. Niemand durft een draak te verslaan als diegene al bang is voor een salamander. Je personage moet in stapjes worden voorbereid de volgende uitdaging aan te kunnen. Zorg ervoor dat je een logisch stappenplan maakt voor de uitdagingen die je personage te wachten staan.
* Je personage kan ook van zichzelf onvermurwbaar of extreem koppig zijn. Het maakt zichzelf wijs dat hij geen fouten maakt of geen angsten heeft. Dat is nooit waar. In dat geval probeert hij iets wanhopig te verbergen en is hij ergens juist doods-en doodsbang voor. Ga in dat geval flink graven in de personagebiografie om erachter te komen wat dat is.

Je personage heeft onvoldoende ambitie

Dit is misschien een open deur, maar je personage moet ergens voor willen vallen en opstaan, anders blijft de comfortzone lonken. Zorg er daarom voor dat het duidelijk is waar je personage zich voor wil inzetten, welk resultaat hij graag wil bereiken. Het is belangrijk dat die ambitie meerdere ‘lagen’ heeft. Als met één actie een ambitie wordt verwezenlijkt, is de heldenreis te simpel. Om niet in de herhaling te vallen (‘Mijn personage moet slagen voor zes verschillende examens om een droomstudie te kunnen doen.’) kan je nog eens goed kijken naar je verhaalthema of gebruik van symboliek. Voor de student is het verhaalthema bijvoorbeeld wijsheid. Dat kan boekenwijsheid zijn, maar zo kan je ook een lastige levenservaring in het spel brengen om wijzer van te worden. Dat helpt dan vervolgens weer om te vallen en op te staan en om je verhaal meer inhoud te geven.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage een heilige overtuiging heeft?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage een heilige overtuiging heeft?

Schrijven over iemand met een heilige overtuiging is niet makkelijk. Maar het begrijpen van een heilige overtuiging kan je wel veel informatie over je personage geven.

Wat is een heilige overtuiging?

Een personage met een heilige overtuiging zegt een van deze twee dingen:
* Jij moet doen wat ik ook doe, anders zijn de rapen gaar.
* Als jij niet vindt wat ik ook vind, ben je een slecht mens.

Bij het eerste voorbeeld moet je denken aan:
* “Als je je niet bekeert, is je ziel verloren,” zegt de gelovige.
* “Als je niet klimaatbewust handelt, vergaat de wereld straks,” zegt de klimaatactivist.

Dit kunnen nette discussies opleveren, maar dat is niet altijd zo.

Het tweede voorbeeld verloopt nooit fijn. Heftige politieke uitspattingen zijn daar het schoolvoorbeeld van:
“Stem jij links? Luie, waardeloze uitkeringstrekker!”
“Nee jij dan, rechtse stemmer. Laat de armen maar creperen, zodat jij met je economische groei je derde Tesla kan kopen. Narcist!”      

Beide overtuigingen hebben gemeen dat ze trekken en duwen op een manier die een discussie (lees: een verhaal) laat vastlopen. Dus daar moet je iets mee.

Waarom is deze overtuiging er?

Je kan iets vinden, ergens in geloven, of ergens naar handelen. Maar een heilige overtuiging zoals hierboven omschreven, is redelijk heftig. “Ik heb gelijk en de rest van de wereld niet.” Daar zitten onprettige emoties achter. Denk aan: angst, verdriet, boosheid of wanhoop.

Tijd om voor personagepsycholoog te spelen! Wat speelt hier? Het kan van alles en nog wat zijn. Angst voor een hel, wanhoop vanwege een vroegtijdige dood door klimaatverandering, woede dat het personage heeft opgekropt omdat het ooit in de steek is gelaten…
Je moet weten wat hier speelt: een heilige overtuiging heet niet voor niets zo. Als iets heilig is, dan richt je personage zijn hele leven daarop in. Dat heeft gevolgen voor zijn doen en laten in het dagelijks leven. Soms is dat onschuldig, zoals op zondagen altijd naar de kerk gaan. Maar je personage kan uit angst voor de duivel ook nooit risico’s durven nemen. Een heilige overtuiging kan ook leiden tot extremisme (religieus, politiek, of in welke vorm dan ook waar de heilige overtuiging over gaat).

Voor het blok

Als personagepsycholoog van dit personage kan je het voor het blok zetten. Voor deze oefening moet je waarheid en wetenschap even loslaten. Je moet namelijk dingen kunnen zeggen als:
* Er is zojuist wetenschappelijk bewezen dat er geen duivel bestaat.
* Gisteren is een uitvinding gedaan waardoor klimaatverandering binnen een jaar is opgelost.

Dan valt de grond onder de voeten van je personage vandaan. Luister goed naar wat het dan zegt:
“Als dat zo is, dan:
– hoef ik nooit meer bang te zijn;
– moet ik iemand vergeven die ik haat;
– moet ik inzien dat ik me heb gedragen als iemand die ik niet wil zijn.”

Als je personage heeft gesproken, merk je waarschijnlijk op dat je personage:
* uit angst dingen doet of laat;
* vol wrok is en tegen iemand schreeuwt;
* A zegt en B doet.

Je verhindert hiermee niet dat een heilige overtuiging een verhaal of discussie op slot zet kan zetten. Probeer die overtuiging dus minder heilig te maken. Maar als dat (even) niet kan, helpt het begrijpen van de achterliggende oorzaak om je personage wat minder eendimensionaal te maken. Al is het maar alleen voor jou als de schrijver van het verhaal.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Thought Catalog op Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

De gouden wet voor een vlot plot: actie-reactie

Er zijn verschillende manieren om je plot interessant te houden. Je kan plottwists of subplots introduceren, of gewoon aan een scène verder schrijven. Wat je ook kiest om je scène uit te werken, er is een gouden regel, zo niet een gouden wet die bij al deze opties toe te passen is. Houd je aan actie-reactie.

De derde wet van Isaac Newton

De naam van Isaac Newton laat vast wel een belletje rinkelen als ‘Een van de belangrijke wetenschappers ooit’. Zo kan jij zijn derde wet als een van de belangrijkste in de wetenschap van plot- of scèneontwikkeling beschouwen. Geen zorgen, ik ga niet verder in op de wetenschappelijke wet. Ik begin al peentjes te zweten bij het zien van het symbool voor worteltrekken ;). Maar de derde wet van Newton houdt in:

Op iedere actie volgt een reactie.

Zo simpel is het in beginsel. Kijk maar eens naar wat hele simpele voorbeelden:

ActieReactie
Ik stoot mijn teen.Ik begin te vloeken van de pijn.
Ik krijg honger.Ik ga wat eten maken
Ik krijg een extra zakcentje.Ik ga lekker uit eten.

Ik ga bij deze regel een kanttekening plaatsen, als het verhaalontwikkeling betreft. Je zou ook kunnen zeggen dat de derde wet van Newton stelt: na iedere oorzaak komt een gevolg. Maar die stelling gaat voor een plot of een scène niet helemaal op.
Kijk eens naar de onderstaande tabel met oorzaak-gevolg en dezelfde voorbeelden als hierboven.

OorzaakGevolg
Ik heb mijn teen gestoten.Mijn teen doet pijn.
Ik heb honger.Mijn maag knort.
Ik krijg een extra zakcentje.Ik ben vijftig euro rijker.

Het komt misschien pietluttig over om dit als verschil aan te merken, maar er is wel degelijk een verschil. Bij actie-reactie doet een personage daadwerkelijk iets, waar er bij oorzaak-gevolg niet per se iets actief verandert. In dat laatste geval staat een lopende tekst op de pauzestand.

Oneindige actie-reactie

Actie-reactie moet elkaar telkens opnieuw opvolgen. Is er een reactie geweest, dan komt er daarop een nieuwe actie in het plot. Daar komt dan weer een reactie op, enzovoorts. Kijk eens naar dit voorbeeld:
Noor heeft een tante in Marokko en die komt. Als je actie en reactie elkaar laat opvolgen, ziet dat er zo uit:

ActieReactie
Tante Amina belt dat ze op bezoek komt.Noor springt een gat in de lucht.
Noor vraagt Amina wanneer ze komt.Amina zegt over drie dagen bij Noor op de stoep te staan.
Noor wil de logeerkamer in orde maken.Noor begint met stofzuigen in de logeerkamer.
De stofzuiger begeeft het na een minuut.Noor gaat naar de winkel om een nieuwe stofzuiger te kopen.

Als je actie-reactie zou vervangen door oorzaak-gevolg, krijg je iets als:
‘De stofzuiger begeeft het plotseling. Nu blijft de kamer vies.’ Dat zorgt ervoor dat de scène abrupt stopt omdat Noor geen nieuwe stofzuiger koopt, of lieve tante Amina kan in een stofnest slapen. Geen van die twee opties zijn de bedoeling.

Je moet de actie-reactieregel redelijk streng volgen. Kijk maar eens wat er gebeurt als je reactie op reactie (op reactie…) laat volgen:
Noor springt een gat in de lucht, draait nog zes keer in het rond en begint te zingen als tante Amina het fijne nieuws vertelt. Als ze daarmee door blijft gaan, staat Amina straks al voor de deur. Oftewel: dat duurt gewoon te lang en het voegt op een bepaald moment niets meer toe.
En als je een reactie weglaat:
Noor vraagt Amina wanneer ze komt. De stofzuiger begeeft het.
dan is dat een te plotselinge overgang. Je mist nu informatie die het verhaal bij elkaar houdt. Er valt immers niet alleen een actie, maar ook een bijbehorende reactie weg.

De spanningsboog en actie-reactie

Ieder verhaal heeft een spanningsboog. En zoals het spreekwoord zegt, kan die boog niet altijd gespannen zijn. Maar hoe zit het dan met actie-reactie in een scène?
Denk bij het woord actie in dit geval niet te snel aan iets als ‘Max Verstappen vliegt bijna uit de bocht in de Formule 1’. Eerder als iets dat plaatsvindt en waar iets of iemand vervolgens op reageert. De actie-reactie kan dus ook een gedachtestroom zijn:

Actie Reactie
Ik wilde dat Cas me zag staan….…maar ik ben niet knap genoeg voor hem
Moet ik misschien mijn haar kleuren? Hij valt op brunettes…Ach, hou toch op! Laat ik me nu ook al gek maken door opgelegde schoonheidsidealen?
Nee, ik ben een sterke vrouw!Maar dan mag ik mezelf toch alsnog wel van mijn beste kant laten zien?

De lezer leert hier dat het personage over zichzelf twijfelt.
Het belangrijkste van een scène is dat die iets toevoegt aan het verhaal. De lezer moet iets nieuws te weten komen.
Zolang als een scène de lezer iets nieuws leert en hij volgens de actie-reactieregel is geschreven, kan je er allerlei kanten mee op, zonder meteen met een sneltreinvaart door het verhaal te gaan.

Nog een voorbeeld van actie-reactie:

Actie Reactie
Gijs doet het slecht op school.Gijs komt angstig met zijn slechte rapport thuis.
Gijs’ vaders schrikken zich ongeluk.Gijs krijgt een huiswerkbegeleider, maar het botert niet tussen hen.
Gijs weigert nog huiswerk te maken.Gijs krijgt straf van zijn vaders.

Je ziet hier misschien wel dat de actie-reactie in dit voorbeeld redelijk steriel is: het leest niet als een interessante scène, maar als losse feiten. Dat betekent dat je tussen de regels van de tabel door een nieuwe reeks van actie-reactie toe moet voegen. Bijvoorbeeld hoe Gijs door het ontvangen van zijn slechte rapport begint te zweten, met als reactie dat zijn vaders zich zorgen maken als hij doodsbleek thuiskomt. Je moet dus actie-reactie toevoegen om een show don’t telleffect aan de scène te geven. Hoeveel je precies moet toevoegen is een kwestie van uitproberen en je hebt er ook wat schrijfinzicht voor nodig. Maar met de ‘schrijfwet’ van actie-reactie in het achterhoofd, kan je er in ieder geval van op aan dat je scène- of plotverloop stabiel en logisch blijft.

Afbeelding Isaac Newton via Pixabay.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage iets te bekennen heeft?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage iets te bekennen heeft?

Als je personage een geheim heeft, kan dat op een bepaald moment te veel worden. Dan wil het iets opbiechten. Omdat dat narratief gezien smullen is, gebeurt er na een biecht veel met het plot en besteed je er ook de nodige aandacht aan om het uit te werken. Daarom is er een aantal dingen die je in de gaten moet houden als je personage iets moet bekennen.

Kijk goed naar je verhaalthema

Neem je verhaalthema nog eens goed onder de loep als je een bekentenis in je verhaal verwerkt. Een geheim kan namelijk je verhaalthema vormen. Maar als je personage opbiecht de hele familie voor bakken met geld te hebben opgelicht, dan is het thema eerder verraad.
Omdat het thema op verschillende manieren en op verschillende momenten in het verhaal terugkomt, hoor te je weten hoe je dat gaat invullen. Je zal er subplots en extra personages bij moeten bedenken. Ga dus goed na hoeveel gewicht (het opbiechten van) een geheim heeft of moet krijgen in je verhaal. Dat kan het volledige plot van je verhaal bepalen.

Wanneer komt het hoge woord eruit?

Als de biecht op het moment suprême van het verhaal komt, heb je een fikse aanloop nodig en dien je je personage mentaal klaar te stomen voor dat moment. Dat vormt dan het centrale conflict: met vallen en opstaan en twijfels en overwegingen verzamelt het de moed om zijn geheim op te biechten.

Als de biecht in het begin van je boek komt, zijn er twee opties:

  • Je laat de lezer merken dat je personage met deze biecht uit een comfortzone komt en dat hij in bepaalde aspecten van zijn leven bij nul moet beginnen. De heldenreis vormt dan: opnieuw zijn plaats in de wereld vinden.
  • Je gaat met flashbacks werken en laat de lezer er langzaam maar zeker achterkomen wat tot deze biecht geleid heeft. Op hetzelfde moment leert de lezer het plot en de personages kennen. Aan het einde van het boek kent de lezer het figuurlijke hele verhaal en heeft hij bewondering voor de held die de heldenreis op pagina 1 al voltooid heeft.

Deze verschillende opties vragen afzonderlijke manieren van uitwerken. Kijk goed welke informatie je achterhoudt voor een mogelijke plottwist of wat je überhaupt al dan niet vertelt aan de lezer om het verhaal altijd interessant te houden.

Waarom nu? Waarom aan deze persoon?

Vóór de biecht is er een geheim. Dat geheim wilde je personage niet voor niets in stand houden. Bedenk waarom je personage juist op dit moment besluit iets te bekennen. Vergeet ook niet aan wie je personage iets opbiecht. Vertrouwt je personage de ander? Is er sprake van een oneerlijke machtsverhouding en móet je personage nu wel gaan praten?
Aan wie je personage ook iets bekent en ongeacht de reden, neem de relatie met dat andere personage mee in je uitwerking. Omdat een biecht iets groots is voor het plot, is het onvermijdelijk dat de relatie tussen de twee personages dat ook is. Geef die daarom ook de nodige aandacht.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Grant Whitty op Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Show don´t tell schrijftip: het cadeau

Cadeaus geven wordt met enige regelmaat gedaan. Het gebeurt op verschillende momenten en er komen meerdere elementen bij kijken. Bij een aantal daarvan denk je niet of nauwelijks na. Kijk wat beter naar alles wat er bij cadeaus komt kijken en je leert heel wat meer over het karakter en de waarden van je personage.

Wat zegt een cadeau over je personage?

In deze blogpost komen verschillende aspecten van het geven van cadeaus voorbij. Het eigenlijke cadeau, de prijs, de verpakking, enzovoorts. Voor een duidelijke uitleg zijn de vergelijkingen die ik daarbij geef extreem of zwartwit. Het is aan jou de kunst om het grijze gebied daartussen te vinden dat bij je personage past.

Iemand die altijd dure cadeaus geeft en een ander het winkelen laat doen, is waarschijnlijk een arrogant rijkeluiskindje. Als je merkt dat je personage eendimensionaal lijkt te worden, kijk dan verder naar een ander element van het cadeau geven. Bijvoorbeeld hoe vaak het personage cadeaus geeft. Doet het dat als er echt iets te vieren valt, zodat het een cadeau ook echt een viering symboliseert?
Komt er na het bestuderen van andere invalshoeken nog steeds een stereotype personage uit? Dan moet je de personagebiografie misschien aanpassen of uitbreiden.

Het eigenlijke cadeau

Uit het eigenlijke cadeau kan je opmaken of je personage weet wat de ontvanger leuk vindt. Het kan ook zijn dat hij niet weet wát te geven -wat geef je iemand die alles al heeft wat hij wil?- Maar het maakt een verschil of hij weet waar hij de ander blij mee zou maken, of juist niet. Dat kan aangeven hoe goed hij de ander kent, of hoeveel moeite hij wil doen voor de ontvanger om het perfecte cadeau te vinden. Spendeert je personage uren om een cadeau helemaal passend te maken -letterlijk door te knutselen, of figuurlijk door uren door folders te bladeren-? Of is hij eigenlijk wel makkelijk: met een fles wijn zit je altijd wel goed, want die gaat op een feest toch wel op.

De prijs van het cadeau

De prijs van het cadeau kan grofweg drie dingen zeggen:

* hoe rijk je personage al dan niet is;
* hoeveel geld je personage ervoor overheeft om de ontvanger iets leuks te geven;
* of je personage dure cadeaus gebruikt om op te scheppen over zijn rijkdom, of om te hielenlikken.

De verpakking van het cadeau

Is het cadeau uitgebreid verpakt? Kan je zien dat er een hele verpakkingservice aan te pas is gekomen die de gever tien euro extra kost? Dat kan een teken zijn van aandacht, of juist van snoeverij.
Is het cadeau slordig of niet ingepakt? Dan is de gever gehaast, een slechte knutselaar, of het cadeau wat minder oprecht.
Is het cadeau handmatig en creatief ingepakt? Dan is er aandacht naar het cadeau gegaan en geeft de gever veel om de ontvanger. Waarschijnlijk heb je ook met een Crea Bea te maken 😉

Een verpakking kan veelzeggend zijn. Foto door Olivia Bollen op Unsplash.

De winkel waar het cadeau is gekocht

Een tas van de Hema of van Gucci? Een opschrijfboekje van de Action of van de vulpennenspeciaalzaak? Zodra de winkel wordt genoemd, (in verhalen in ieder geval) kun je er de donder op zeggen dat de gever opschept als hij bij Gucci is binnengestapt of zich schaamt als hij bij de Action cadeautjes heeft gekocht. De prijsklasse van de meeste winkels is wel bekend. Zodra je de noodzaak voelt om dat te benoemen, maak je van de prijs een ding. Waarom zou je personage dat doen? Zeg het maar 🙂

Een gekocht of besteld cadeau

Heeft je personage door winkels gestruind om een cadeau te zoeken of online iets besteld? Online bestellen is makkelijker, sneller en soms ook overzichtelijker dan fysiek winkelen. Als je personage daar de voorkeur aan geeft, is hij waarschijnlijk druk of gesteld op gemak. Dat kan iets zeggen over de relatie met de ontvanger, maar dat kan ook in het karakter van je personage zitten. Zo kan je personage wel een uur in de stad willen zoeken naar een cadeau voor zijn moeder, maar niet voor een vage kennis. Of het gewoon makkelijk vinden om op bol.com binnen vijf minuten alles geregeld te hebben.

Een gemaakt of gekocht cadeau

Het verschil een gemaakt of gekocht cadeau kan te maken hebben met het budget van je personage (zelfgemaakt kan goedkoper zijn), zijn creativiteit – de Crea Bea vindt dat gewoon leuk om te doen- of de aandacht die naar een cadeau gaat: zelf iets maken kost doorgaans meer tijd dan iets kopen.

Hoe vaak geef je een cadeau?

Meent je personage dat het voor het minste of geringste cadeaus moet ontvangen? Dan is de ontvanger vaak verwend of materialistisch ingesteld. Als de ontvanger cadeaus wil krijgen voor elk van de volgende gebeurtenissen:
* verkering krijgen
* een halfjaar samen zijn met een partner – die al dan niet de gever is-
* samenwonen
* verloven
* bruiloft
* huwelijksreis
* zwanger zijn
* de eerste echo
* genderreveal
* de volgende echo
* geboorte
* eenjarig huwelijksjubileum
* kraamvisite
* doop van het kind

En de gever vindt het alleen nodig – of kan het zich alleen veroorloven- om voor twee van deze gebeurtenissen een cadeau te geven, dan is dat een goede show don’t tell dat er waarschijnlijk een onuitgesproken ruzie speelt tussen die twee. Of op zijn minst dat ze niet weten wat ze van elkaar (mogen) verwachten. Dat zal interessante gevolgen hebben voor de relatie.
Als je personage cadeaus koopt of blijft kopen, ondanks dat het dat niet wil, of niet kan betalen, zegt dat iets over hoe gevoelig hij is voor sociale druk, Misschien heeft dit personage een gebrek aan assertiviteit, of is het een pleaser.

Wanneer geef je een cadeau?

Bedenk wanneer je personage een cadeau geeft. Dat zegt iets over wanneer een cadeau verwacht wordt. Wat is de cultuur van je personage? Cadeautjes geven na Ramadan is heel gewoon, maar iemand die niet vast, doet daar dus niet aan.
Wanneer je personage uit eigen beweging een cadeautje koopt, zegt dat iets over wat hij belangrijk vindt.
Geeft niemand anders een cadeau als de ontvanger zijn eerste schilderij heeft afgemaakt? Dan is het voor de gever waarschijnlijk belangrijk om uitingen en voltooiingen van creativiteit van de ontvanger te vieren.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage een belofte verbreekt?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage een belofte verbreekt?

Een belofte verbreken is iets vreselijk naars. Je zou het zelfs kunnen zien als een vorm van verraad.
Soms het weegt in zekere zin nog zwaarder. Bij verraad doe je doelbewust iets slechts. Bij het verbreken van een belofte doe je iets wat je niet wilde doen. Bovendien had je gezworen dat je iets (niet) zou doen. Nog meer dan bij verraad is de integriteit van je personage beschadigd. Wat heeft dat voor gevolgen voor de heldenreis?

Dit artikel gaat in op serieuze beloften die verbroken worden terwijl je personage dat niet wilde. Dus de belofte verbreken dat je de volgende keer wél op tijd komt, of beloften waaraan je personage zich überhaupt nooit wilde houden, tellen niet mee.

Vallen en even niet opstaan

Niemand vindt het fijn om te horen dat je niet te vertrouwen bent. Maar dat is goed mogelijk is als je ongewild een belofte breekt. Op zo’n moment valt de grond onder je voeten vandaan. Vallen en opstaan is een bekend credo in de schrijverswereld, maar op zo’n moment kan je personage alleen maar keihard op de grond neervallen. In de save the cat structuur is dit het moment van de crisis. Anders dan bij een clue is dit niet het moment waarop je personage zich even rot voelt en verschillende opties overweegt om verder te gaan. Je personage kan nu niet verder. Het zit even helemaal vast.
Dit is het moment om je personage helemaal in te laten storten. Laat de zelftwijfel, zelfverachting, woede en het verdriet duidelijk naar voren komen.

Beginnen bij nul

Je personage moet misschien weer bij nul beginnen als het gaat om het (terug)winnen van vertrouwen. Het maakt niet uit hoe goed het over zijn fouten heeft nagedacht. Dit gaat een eng en moeilijk moment zijn, ook voor degene aan wie iets beloofd was. Als de belofte echt veel voeten in de aarde had, schud dan niet te snel weer handjes. Laat zien hoe de relatie veranderd is, en wat er van beide personages wordt gevraagd om de relatie weer op te pakken. Misschien beginnen ze bij één of twee in plaats van nul, maar maak je geen illusie dat na een excuus alles vergeten en vergeven is. Als dat wel zo is, weegt je belofte waarschijnlijk niet zo zwaar voor je personage(s) als je dacht. Kijk in dat geval waar je het belang van de belofte eerder in het verhaal wat meer kan verduidelijken.

Weer verder

Het is aan jou om te bepalen of en hoe de personages met elkaar verder gaan nadat een belofte is verbroken. Houd er wel rekening mee dat beide personages het maken –en verbreken– van de belofte in hun spreekwoordelijke rugzakje meenemen in hun verdere leven. Dat kan zowel een voor-als een nadeel zijn. Het kan je personage vastberaden maken geen misstap meer te maken. Of het personage kan nooit meer iets durven beloven. Beide opties kan je gebruiken voor een verhaal. Maar zorg er wel voor dat je deze afloop weet voordat je de belofte laat verbreken. Dat is namelijk van grote invloed op de rest van je verhaal.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto: Ryan Franco op Unsplash

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.