Wedstrijduitslag: ‘Het geheime gesprek’

Deze zomer organiseerde ik samen met Schrijven Online de schrijfwedstrijd ‘Het geheime gesprek‘. De top drie is nu verschenen in het nieuwste nummer van Schrijven Magazine, dus nu mag ik de verhalen ook op miijn blog laten schitteren. Ik hoop dat jullie net zoveel van de verhalen hebben genoten als ik heb gedaan, hier staan ze nog eens op een rij, inclusief mijn feedback.

Nogmaals mijn dank aan alle deelnemers en aan Schrijven Online voor het vertrouwen, de inzet en de mooie verhalen!

Eerste plaats – ‘Onder dezelfde zon’, door Charlotte Dekker

De zon scheen over het plein, de lucht trilde zacht boven de tegels. Ze zat met haar rug tegen een gladde, hoge zuil; benen uitgestrekt, sandalen half uitgeschopt.
Een jongen met een Free Palestine-shirt liep langs, zette bekertjes water neer en verdween weer in de kring. De witte letters op rood bleven even in haar blik hangen.
Naast haar zakte een man neer, in een eenvoudig, licht overhemd. Hij hield zijn handen op zijn knieën, alsof hij niet wist waar hij ze anders moest laten. Een donkere waas kleurde de stof onder zijn oksels. Zijn blik ging langs de hoge ramen, bleef even hangen bij de beveiligingspoortjes, en gleed dan terug naar de vloer.
‘Eerste keer?’ vroeg zij.
Hij knikte, kort.
‘Het is druk vandaag,’ zei ze.
‘Ja,’ antwoordde hij, zijn stem laag.
Aan de overkant las iemand namen voor. Eén voor één. “Amal Hassan, achttien.” “Yusuf Al-Khalil, twintig.” “Lina Barakat, zeven…” De stem brak en viel even stil.
‘Ik kom hier sinds juli,’ zei ze.
‘Vandaag voor het eerst.’ Zijn vingers speelden met de sluiting van zijn horlogebandje, los en vast, los en vast.
‘Ben je hier voor iemand in het bijzonder… of voor jezelf?’ vroeg ze.
Hij ademde traag uit. ‘Voor hen,’ zei hij. ‘Voor mensen die honger hebben omdat hulp hen wordt onthouden. Ik dacht dat we ooit hadden geleerd dat je niemand zo behandelt… dat geen enkel volk dat ooit meemaakte, het een ander zou aandoen.’
Alsof hij zelf schrok van zoveel woorden, viel hij stil.
Ze keek hem aan, haar oog volgde een zweetdruppel die zich losmaakte op zijn voorhoofd en traag naar beneden gleed. Zijn blik scande de menigte, alert. ‘Vind je het moeilijk om hier te zitten?’
‘Nee.’
‘Om hier te blijven zitten?’
Hij aarzelde. ‘Je weet niet altijd hoe mensen zullen kijken.’
Hij haalde iets uit zijn zak, achteloos bijna: een kettinkje, zilver, klein. Het symbool ving even het licht en sneed het zonlicht in zes puntige stralen voordat hij het weer in zijn hand sloot. Ze keek ernaar, keek toen naar hem. Iets langer dan eerst.
‘Soms moet je toch gaan zitten,’ zei hij.
‘Ja,’ zei zij. ‘Juist dan.’

‘Onder dezelfde zon’ heeft een continue onderhuidse spanning waarin de thema’s rouw, oorlog en menselijke compassie elkaar perfect aanvullen. Charlotte weet met weinig woorden een wereld te scheppen die zowel rechtstreeks als impliciet weet te raken. Of de personages nu spreken of juist niet, alles spreekt. En alles spreekt voor zich door een perfecte opbouw en sfeeromschrijving..’

Charlotte, gefeliciteerd met het winnen van de schrijfcursus: ‘de perfect afgestemde dialoog’!

Tweede plaats – ‘Stilte’ door Mariek de Jong

Mijn moeder zei:
Waarop mijn vader antwoordde dat …
En ik werd hun zwijgen zo gewoon,
dat ik zelf ook niets te zeggen had, dacht ik.

Kwam mijn grootvader op bezoek, dan sprak hij:
“’kzeg maar zo, ‘kzeg maar niks en da’s alles wa’k zeg.”
En in sprakeloze verbazing keek ik dan naar hem op.
Dat was dus alles dat er te zeggen valt, dacht ik.

Totdat ik mijzelf tegen mijn geliefden hoorde zeggen:
en zij mij daarop antwoordden dat …
En ik was met stomheid geslagen,
over de welsprekendheid van deze dialoog.

Duizend stemmen braken in mij los.
Woorden woelden weergaloos door mijn hart,
in een niet aflatend verlangen,
alsnog gezegd te mogen worden.

Gebeurt het nu dat ik spreek en
samenval met wat ik zeg,
dan vind ik in het uitgesproken zijn
de stilte, als een dierbaar geheim.

Het is een ding om als schrijver met een dialoog de goede sfeer, toon en woorden te kunnen vinden. Het is het volgende om dat zo te kunnen vertalen dat zelfs als er geen expliciete tekst en uitleg wordt gegeven, woorden en een dialoog een heel verhaal vertellen. Dat doet Mariek meer dan uitstekend. In de stilte, in het uitgesprokene, in het impliciete. ‘Stilte’ biedt voldoende uitleg om een algemeen beeld van de gebeurtenissen in het verhaal te geven, maar ook om de exacte invulling aan de lezer over te laten. In ‘Stilte’ is deze delicate balans prachtig behouden.

Derde plaats – ‘Wat wordt het?’ door Marieke Evers

De bel is allang gegaan. Enthousiaste kreten om die middag samen te gaan zwemmen echoën tegen de muren. Maya sjokt in haar eentje naar buiten, haar ogen gericht op de roze en groene lijnen van een slordig getekende hinkelbaan. Ze dumpt haar rugzak bij mijn voeten. Voor ik iets kan zeggen, klimt ze in een lantaarnpaal. Blote knieën knellen om het gladde metaal, gebruinde armen trekken zichzelf soepel omhoog.
‘Pardon,’ kucht iemand achter me, ‘papa van Maya?’
Ik knik. Aan de rand van het schoolplein maakt het niet uit wie ik ben, wat ik doe of dat ik vroeger zelf in de hoogste bomen klom.
‘Maya, ze…’ Juf hapert, kijkt even om zich heen.
‘Ik roep haar wel.’ Maya is inmiddels tot halverwege gekomen. Verder mag niet van Vera.
‘Nee, ik wil u spreken.’
‘Zeg maar je,’ zeg ik zo neutraal mogelijk. Ik dwing mezelf om juf kort aan te kijken, waarom ben ik niet onderweg naar het zwembad?
Juf gaat me voor naar het bankje onder de grote eikenboom. ‘Ik maak me zorgen. Maya, ze zondert zich af.’ Een moment aarzelt ze, ze wrijft over haar buik, dan klopt ze op de plek naast haar.
‘Lange dag geweest in groep zes?’ Ik ontwijk haar niet gestelde vraag. Ik blijf staan, zet Maya’s tas op de houten bank en staar over het stille schoolplein.
‘Ze praat niet met anderen. Niet in de kring, niet als ze moet samenwerken.’
Zwemmen wil ze ook niet meer. Zelfs niet tijdens die hittegolf laatst. Alleen op vakantie waagde ze af en toe een duik.
‘Ik herken haar niet in het beeld dat de meester van groep vijf heeft geschetst.’
Ik volg Maya die met een grote sprong op de stoep landt en naar het verlaten klimrek rent. Haar basketbalshirt wappert om haar heen. Als ze op de camping toch ging zwemmen hield ze dat wijde ding aan.
‘Zit ze ergens mee, dat ze zo in zichzelf is gekeerd?’
‘Maya is gewoon Maya,’ brom ik. Wat Vera zich ook in het hoofd haalt.
‘Vandaag,’ juf zoekt naar de juiste woorden. ‘Vandaag heb ik de klas gevraagd of zij wilden raden of het een jongen of een meisje wordt.’
‘Gaat dit nog over Maya?’ Ik kijk op mijn horloge. Het is wel mijn vrije middag. Als we nu gaan, hebben we nog anderhalf uur.
‘Ik ben zwanger. We weten net dat het een jongen wordt.’
‘Ah, ja. Vera zei zoiets. Gefeliciteerd.’ Ik zie hoe Maya slingerend de andere kant van het rek bereikt.
‘Maya wilde niet meedoen. Met raden,’ verduidelijkt juf. ‘Ook niet met gym, trouwens. Omkleden blijft een dingetje.’
‘Zo is het wel genoeg.’ Ik pak de rugzak. Vrouwen zien dingen die er helemaal niet zijn. ‘Kom, Maya, we gaan!’
Roerloos staart mijn dochter me aan vanaf de glijbaan.
‘Schiet op, anders ga ik alleen,’ dreig ik.
‘Ga lekker zelf. Ik doe echt geen bikini aan.’
Juf staat op, die hand weer op haar buik. ‘Maya weet wel een passende jongensnaam. Myles.’

‘Wat wordt het?’ heeft een alledaags decor, maar is vrijwel van het begin af aan spannend. Iets onschuldigs en eenvoudigs is beladen op een manier die pas op het allerlaatst duidelijk wordt. Tussentijds is het verhaal zo geschreven dat er meerdere interpretaties mogelijk zijn. De dialogen blijven daarbij precies genoeg op de oppervlakte die twijfel te laten bestaan. Tegelijkertijd weet Marieke daarmee ook een onderhuids gevoel van een aankomende onthulling vast te houden. Met haar conclusie weet ze uitstekend weer te geven hoe een actueel onderwerp dat gevoelig kan liggen voor de nodige spanning kan zorgen en tegelijkertijd te impliceren dat dat ingewikkelder wordt gemaakt dan misschien nodig is.

Mariek en Marieke, gefeliciteerd met het boek Dialogen schrijven van Don Duyns.

Foto door Annie Spratt verkregen via Unsplash.

Zo maak je een cliché origineel: het zwarte schaap

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en je zelfs nog de goede weg in te slaan als het die kant op gaat. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: het zwarte schaap.

Het cliché

In de fictiefamilie heb je het lievelingskind, maar ook het zwarte schaap. Dat zwarte schaap is de rare van de familie, op een van twee manieren. Dit personage is daadwerkelijk een vreemde vogel, of het is iemand die het veel beter weet dan de kortzichtige familie en gewoon verkeerd begrepen wordt.

Waarom stoort dit cliché zo?

Omdat het cliché zwarte schaap ofwel de rare is, ofwel de onbegrepen held, ga je uit van een situatie die heel erg zwart-wit is. Daarbij loop je het risico dat ook jouw zwarte schaap als held in een van twee uitersten valt.
In het geval van de verkeerd begrepen persoon kan die eindigen als een arrogante Mary Sue van de bovenste plank.
Het rare figuur kan een valse held worden: iemand die beweert verkeerd begrepen te zijn en daardoor alleen maar klaagt en zeurt. Klagen en zeuren is passief, dus dodelijk voor een plot waar altijd een zekere actie-reactie moet zitten.

De oorzaak van het cliché: makkelijk drama

Je familie is de kring van mensen die traditioneel wordt gezien als de mensen die onvoorwaardelijk van je houden. In fictie wordt dat bijna gezien als een vaststaand feit. Als je dat doorbreekt, heb je vrij snel de empathie van de lezer én een belofte aan drama en intriges. Er moet per slot van rekening wel iets heel ergs gebeurd zijn om die magische onvoorwaardelijke familieliefde te laten wankelen. Dat lijkt een formule voor een automatisch goed geschreven pageturner vol drama. Drama? Jazeker, maar goed geschreven is iets anders.

Het cliché fiksen: het zijn maar mensen met waarden

Om het cliché te fiksen, zoek je naar een objectieve reden waarom het zwarte schaap niet in de familie past. Denk aan: het is iemand die over emoties kan en wil praten, terwijl dat in de familie taboe is. Of dat in een rijke artsenfamilie jouw held tevreden is met een sober bestaan en een baan die niet hoog in aanzien staat.
Kijk vervolgens per familielid in de personagebiografie en wat diegene aan persoonlijke waarden of geschiedenis heeft die voor de botsing met het zwarte schaap zorgen. Je kan ook een ‘familiebiografie’ maken voor een meer algemeen overzicht om zo de rode draad te ontdekken.
Vergeet even dat deze personages familie zijn en daardoor aan elkaar verwant of gebonden zijn. Wat maakt dat zij als mensen met elkaar botsen? Maak dáár het conflict van. Dat kan je versterken door het feit dat je als familie soms dingen moet oplossen of uitvechten, zoals de welbekende erfenis. Maar waak ervoor dat je zwarte schaap te veel in het middelpunt van de hele familiekroniek komt te staan. Als je voor het thema ‘onbegrepen voelen’ wil gaan, kan dat ook op andere manieren. Een familie heeft vaak te veel personages die uitgewerkt moeten worden om het zwarte schaap de aandacht te geven die het in die rol verdient, wil het verhaal daar niet alsnog van uit balans raken.

Nu jij!

Schrijf een scène van maximaal 100 woorden. Het zwarte schaap gaat hierin op een genuanceerde manier om met de botsende familiewaarden.  

Tips voor het verminderen van het cliché

  • Laat het zwarte schaap in de spiegel kijken: wordt het inderdaad om ‘verkeerde redenen’ vreemd aangestaard? Een held met zelfreflectie is interessant om over te lezen.
  • Als het zwarte schap verkeerd begrepen wordt, laat het dan niet koste wat kost een plaatsje in de familie willen houden of verwerven. Voorkom onnodig drama en laat je held (ook) elders heil zoeken. Trap niet in de val dat drama en wijzende vingers een verhaal kunnen blijven dragen: daar valt het eerder bij stil.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.
Foto door Jose Francisco Morales verkregen via Unsplash.

Zo maak je een cliché origineel: de alcoholistische vader

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en je zelfs nog de goede weg in te slaan als het die kant op gaat. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: de alcoholistische vader.

Het cliché

Je personage heeft een alcoholistische vader en daar komen wat serieuze gevolgen uit voort. Het is nu in een pleeggezin opgegroeid, heeft zelf ook een alcoholprobleem, of is nog getraumatiseerd van de vele manieren van mishandelen. En daardoor heeft je personage nu nog iets te verwerken. Meestal vormt dat een heel groot deel van de groei die moet plaatsvinden en is dat ook het grootste obstakel waar het nodige vallen en opstaan bij komt kijken.

Waarom stoort dit zo?

De alcoholistische vader stoort pas als het zo zwart-wit wordt uitgewerkt zoals het in deze alinea hierboven geschreven staat. En het probleem is dat dat vaak ook gebeurt.
“Mijn personage heeft het moeilijk, dit trauma heeft hem gevormd en dat moet de lezer maar geloven.” Vooral dat laatste woord is in deze context belangrijk. Deze trope wordt pas het oppervlakkige cliché als je het zodanig snel of eenvoudig uitwerkt, dat je het bij de mededeling daarvan houdt en niet het lef of de woorden ervoor neemt om duidelijk te maken waarom een alcoholistische vader een serieus probleem is. Het mag niet overkomen alsof je maar een lastig conflict voor je personage moest verzinnen.

De aanloop naar het cliché

De alcoholistische vader vergt lef om over te schrijven. Wil je niet met de clichéversie eindigen, dan moet je stil durven staan bij hoe dat trauma je personage langzaam maar zeker op meerdere manieren heeft gevormd. En vervolgens moet je ook uitleggen waarom dat het personage zo heeft aangegrepen dat het is zoals het nu is. Meerdere scènes besteden aan ongemakkelijke momenten mag je dan niet schuwen.
Houd daarbij de volgende anekdote in het achterhoofd: twee tweelingbroers hadden een alcoholistische vader. Een broer gaat zijn vader achterna de goot in, de ander wordt juist een zeer succesvol man. Op een dag vraagt een journalist hoe ze op dit punt in het leven zijn belandt. Beide tweelingbroers antwoorden: “Wat wil je, met zo’n vader?” De ene broer kopieert zijn vader, waar de ander er juist alles aan doet om dat te voorkomen. En ze hebben exact dezelfde familieomstandigheden en leeftijd. Anders gezegd: wat maakt dat juist jouw personage doet en ervaart wat het ervaart?

Het cliché fiksen: onderzoeken als toverwoord

Dit cliché is te verhelpen door goed en veel onderzoek te doen. Naar de beleving van je personage, maar ook naar wat alcohol met mensen en het menselijk lichaam doet en wat zoal ervaringen zijn van vrienden en familie die het van dichtbij mee meemaken.
Of deze vader nu een alcoholist was of een drugsverslaafde, lijkt soms in schrijversland een detail. “Als er maar een moeilijke jeugd is geweest.”  Maar het verschil in hoe een drugsverslaving verschilt van een alcoholverslaving en een goede uitwerking daarvan kan het verschil maken tussen een cliché en een echt aangrijpend verhaal.

Nu jij!

Schrijf een scène waarin je personage dat is getraumatiseerd door diens alcoholistische vader terugblikt op hoe dat zo ver heeft kunnen komen. Dat kan met een dialoog, een flashback, welke vorm dan ook. Als het maar persoonlijk en aangrijpend leest. Daarvoor mag je de comments gebruiken.

Tips voor het vermijden van het cliché

  • Bedenk allereerst eens of het wel nodig is dat je lezer weet waarom je personage soms teruggetrokken is, bang om contact te maken, wat het traumagevolg dan ook is. Een serieus probleem niet fatsoenlijk uitwerken is altijd erger dan iets niet uitwerken of melden.
  • Of deze vader nu drugs-gok-of-alcoholverslaafd is: zorg dat je een reden hebt voor je keuze. Dan kan je er ook je verhaalthema en symboliek mee verdiepen.

Dit bericht verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.


Foto door Bermix Studio verkregen via Unsplash.

Zo gaan dialoog en lichaamstaal samen

Met een dialoog kan je personage heel veel dingen zeggen. Maar met lichaamstaal minstens net zo veel. Zo kan je die aspecten combineren om het meeste uit je tekst te halen.

Personages hebben nuances nodig

Als mensen beginnen met praten, kunnen ze soms hun hele hart uitstorten. Zonder enige vorm van rem. Personages kunnen dat niet: ga drie pagina’s door over hoe ellendig of leuk die persoon is of praat even lang over het revalidatieproces van de kat van de buren en je bent de lezer kwijt. Daarom zijn dialogen van zichzelf al een stuk kort en bondiger dan ‘echte mensentaal’.
Maar niet alleen hebben de personages een soort rem nodig, ze moeten ook meer zeggen dan ze bedoelen. Dat is nodig voor de nuance van een spanningsboog. Lichaamstaal kan daarbij de gulden middenweg geven die je zoekt.

Met de haren spelen of wegkijken

Waar denk je aan bij het lezen van deze kop? Het kan van alles en nog wat zijn. Verlegenheid, flirten, schaamte… En het kan gaan over een stelletje, een kind dat een standje krijgt, iemand die vernederd wordt in het bijzijn van de baas… Maar wat het ook is, twee dingen zijn zeker:

  • Het is geen blijheid van een tien op een tienpuntenschaal
  • Er is geen uitgesproken woord voor als je het door een personage laat zeggen

In het eerste geval kan lichaamstaal zonder woorden communiceren hoe het personage zich voelt. Dat leest sowieso al wat fijner dan het geforceerde: ‘Ik voel me zo…’ In het tweede geval kan er wel een woord zijn dat het ondersteund, zoals ‘tja’ of ‘uh’, maar de duidelijkste boodschap zit hem in de bewegingen en de lichaamstaal.

Acties spreken ook boekdelen

Mensen die ongeduldig met hun vingers op tafel trommelen, veel rondkijken als ze een ruimte binnenkomen, aarzelend een hand schudden of juist een ferme handdruk geven… Lichaamstaal zit hem ook met enige regelmaat in wat je grotere ‘acties’ zou kunnen noemen. Kijk dus niet alleen maar naar of iemand met een rechte rug of juist onderuitgezakt in een stoel zit als je naar lichaamstaal kijkt om over te kunnen schrijven.
Want zo kan je een dialoog niet alleen laten spreken zonder alles vol te moeten praten. Je kan hem ook letterlijk wat dynamischer maken als iemand tijdens een gesprek niet stilzit. Letterlijk, maar ook figuurlijk, door tussendoor nog iets anders op te merken aan de ander of aan de omgeving. Laat de blik bijvoorbeeld afdwalen naar een mooi schilderij. Wie weet wat dat later in het verhaal nog voor rol kan spelen.

Staat lichaamstaal op zichzelf?

Lichaamstaal, groot of klein in vorm, kan een fijne manier zijn om te laten zien wat het personage vindt of hoe het zich voelt. Maar waak voor de valkuil dat je lichaamstaal ook te veel over een kam kan scheren. ‘O, hij kijkt weg, dus hij is verlegen.’  Nee, dat is een eerste aanname. Maar je kan ook oogcontact verbreken omdat je je schaamt, woedend bent, je gevoelens niet wil verraden met je blik, noem maar op. Lichaamstaal werkt als een show, don’t tell, maar dan wel eentje die context nodig heeft om überhaupt te kunnen werken. Dat is waar de gesproken tekst de inleiding of aanvulling voor kan geven.

Gebruik van lichaamstaal in een dialoog

Probeer niet te veel te wisselen tussen spraak en lichaamstaal. Lichaamstaal zegt doorgaans zodanig veel – mits goed omschreven – dat het inderdaad meer zegt dan een handvol woorden. Als je lichaamstaal gebruikt, gebruik het dan als een soort climax. Als je een bepaald moment in de dialoog een zekere zwaarte wil geven is het een goede manier om je een aantal regels aan tekst te besparen, met een indrukwekkender effect.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Cristina Gottardi verkregen via Unsplash.

De observerende schrijver: Ik zie… iets doms

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… iets doms.

Dom versus onhandig

Iedereen heeft talenten en zwakheden. Maar alleen omdat je eindeloos verdwaalt, zelfs met een navigatiesysteem, maakt je niet dom. Dan ben je gewoon erg slecht in navigeren. In dat opzicht kan je alleen dom doen, niet dom zijn. Domme dingen zijn ook acties waarvan iedereen, ongeacht talenten en zwakheden kan zeggen: “Je had beter moeten weten.” of “Dat is gewoon vreselijk onhandig.” In het ergste geval: “Dat slaat gewoon nergens op.”
Denk aan: al append tegen een lantaarnpaal aanlopen, douchen met je kleren nog aan of uren liggen zonnen zonder jezelf in te smeren.

Dan is er nog ‘onhandig’: iets proberen op te lossen op een niet zo efficiënte manier.  Maar dat is niet hetzelfde als dom: iets doms is op voorhand al hopeloos, iets onhandigs betreft de manier wanneer je iets probeert te verhelpen. Dat hoeft niet uit iets doms voort te komen. Denk aan je vastgrijpen aan iets dat loszit op het moment dat je dreigt te vallen. Niet handig, maar het loszittende voorwerp is geen oorzaak van het feit dat je alsnog zal vallen.

Een land vol domme mensen?

Als je in het openbaar mensen observeert, zal je merken dat ze soms onhandig zijn. Tijdens de spits in de trein is het niet handig om je als instapper jezelf al naar binnen te wurmen voordat de uitstappers de trein hebben verlaten. En die mensen die bij het pas bij het afrekenen bedenken dat ze hun portemonnee uit de diepste krochten van  de tas moeten grabbelen… Maar dat zijn dus geen domme, maar eerder onhandige mensen. Als je de volgende keer mensen observeert, let daar dan eens op. Dan zal je ook zien dat als iemand meerdere keren achter elkaar iets onhandigs doet, dat kan resulteren iets doms. Als een soort laatste wanhoopsdaad om die cirkel van wanhoop te doorbreken, gebeurt er dan onbedoeld alsnog.

Voel je je dom?

Als je iets onhandigs doet of onhandig of niet slim overkomt, bereik je daar je gewenste doel niet mee. Dat roept een vervelende emotie op. Denk aan ongeduld, verhoogde stress, woede of machteloosheid. Als die onhandige actie maar vervelend genoeg is en de bijbehorende emotie sterk genoeg, kan je gaan denken dat je dom bent. Schrijf je over een personage dat door anderen dom wordt genoemd of wat in bepaalde situaties altijd erg onhandig is, kijk dan eens of je kan ontdekken welke van deze emoties er meespelen. Hiervoor is het handig om bij meerdere mensen te observeren en te spieken. Valt je het bijvoorbeeld op dat mensen eerder verdrietig worden als ze niet slim genoeg zijn en eerder boos worden als ze voor domme klungel worden uitgemaakt?  Dat maakt een heel groot verschil in hoe ze overkomen en wie ze als persoon zijn.

Volgens het cliché is een dom personage net Goofy: niet al te snugger, maar wel een aandoenlijk iemand die alle zorgen weglacht. Of juist iemand die erg gepest wordt en daardoor terneergeslagen en vriendeloos is. Kijk eens anders naar het woord dom. Als je het kan doen, maar niet kan zijn en je een heel scala aan emoties hebt om uit te putten om een personage mee uit te werken, zullen je personages en daarmee je verhaal een stuk origineler worden.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Will Myers verkregen via Unsplash.

De observerende schrijver: Ik zie… een verlaten huis

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… een verlaten huis. 

De trope van het verlaten huis

Een verlaten huis is een dankbaar inspiratiemiddel in schrijversland. Hoe vaak was dat in romantische verhalen al de uitvalsbasis voor de eerste nacht samen van verboden liefdes? En het lijkt bijna wettelijk vastgelegd dat in horrorverhalen dáár alle ellende plaatsvindt.
Deze trope van het verhalen huis is zo sterk dat je als schrijver bijna niet anders kan dan het verlaten huis als decor voor een van deze verhalen zien.

Het voordeel van het verlaten huis als trope

Het voordeel van het verlaten huis – of een andere trope die net zulke sterke associaties heeft – is dat je als vanzelf verder gaat denken dan wat je feitelijk ziet. Dat kan in plaats van een enkele opmerking meteen een compleet verhaal opleveren. Als je een horrorverhaal schrijft en je het huis ziet staan, denk je niet meer na of daar iets gruwelijks gaat gebeuren, dat spreekt dan voor zich. In plaats daarvan kan je je wat meer op de unieke details concentreren. Die dichtgespijkerde ramen, bijvoorbeeld: hoeveel ruimte zit daartussen? Kunnen daar alleen knaagdieren tussendoor kruipen, of kan een kind zich daar (met wat moeite) ook tussendoor wringen?  Dat verschil levert heel andere verhalen op.

Het nadeel van het verlaten huis als trope

Het nadeel van zo’n kant-en-klare ‘observatietrope’ is precies de andere kant van de medaille: je ziet gewoon niets anders meer dan dat huis waar verliefde stelletjes, of moordenaars met de kettingzaag zich verschuilen. Observeren is in dit geval niet veel anders dan wanneer de trope in je voordeel werkt: zoek naar details. Maar in dit geval zoek je details die niet bij het clichébeeld van de trope aansluiten. Het verlaten huis dat je voor je ziet, is waarschijnlijk een krakkemikkige bouwval die bestaat uit rottend hout. Dat verlaten huis of winkelpand dat je in je dorp of stad ziet, zal er niet zó erg aan toe zijn. Misschien is het nog maar net leeg en verkeert het in zeer goede staat. Als er geen kapotgeslagen ruiten zijn, waaraan zie je dan wel dat het huis wat langer leegstaat? Komt er al wekenlang niemand binnen? Zie je een laagje stof op de vensterbank?
Probeer zo te ontdekken wat je daadwerkelijk ziet, in plaats van wat je meteen voor een verhaal kan of moet gebruiken.

Wat voor details schrijf je op bij een observatietrope?

Zoals altijd bij observeren kan je ook bij een observatietrope noteren wat je opvalt. Maar omdat je net iets meer moet nadenken waaróm je iets opmerkt – vanuit automatisme of omdat je juist wat meer nadenkt –  is het verstandig om ook op te schrijven hoe je tot die observatie bent gekomen. Schrijf bijvoorbeeld op: ‘dit verlaten huis had een hele mooie gevelversiering. Hij was bovendien ook nog erg goed onderhouden. Hoewel het huis verlaten was en het daardoor een wat trieste aanblik gaf, had de gevelversiering de indruk kunnen geven dat er nog altijd een welgestelde familie woont.’

Op deze manier kan je iets van een algemene trope en een realistisch en bruikbaar detail combineren tot een uniek geheel. Dat vormt vast en zeker een mooie basis voor een decor in je verhaal!

Dit bericht verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Jonathan Lowe verkregen via Unsplash

De observerende schrijver: Ik zie… schaamte

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… schaamte.

Wat is schaamte precies?

De volgende definitie van schaamte komt van sociale wetenschapster Brene Brown:

Schaamte is het intens pijnlijke gevoel of de ervaring te geloven dat we tekortkomingen hebben en daarom onwaardig zijn voor liefde en erbij horen – iets wat we hebben meegemaakt, gedaan of niet hebben gedaan maakt ons onwaardig voor menselijke verbondenheid.

In haar werk maakt Brene ook een onderscheid tussen schaamte en schuldgevoel:
Schuldgevoel is de innerlijke stem die zegt: “Ik heb iets slechts gedaan.”
De innerlijke stem van schaamte zegt: “Ik ben slecht.”

Kun je schaamte zien?

Schaamte is een gevoel, en het blijft vaak onzichtbaar omdat het zo lastig is om over te praten. Brene Brown stelt zelfs dat schaamte niet kan blijven bestaan als erover wordt gepraat. Hoe dan ook, schaamte is iets dat vanbinnen woedt en niet naar buiten hoort te komen. Bij schaamte ligt het gevoel van ‘het niet waard zijn’ eraan ten grondslag. Wat is ‘het’? Dat kan zeer uiteenlopend zijn:

  • Hulp ontvangen
  • Uitgenodigd worden voor een feestje
  • Promotie krijgen

Enzovoort.

Dit is de schaamte die je niet kan zien, omdat die in iemands hoofd afspeelt. Maar als je het ‘omdraait’ kan het al iets zichtbaarder worden:

  • Als je geen hulp waard denkt te zijn, ga je er niet om vragen
  • Als je denkt dat je geen waardige gast te zijn op een feestje, trek je je misschien terug in de groep of bij sociale activiteiten
  • Ben je de promotie zogenaamd niet waard? Dan houd je je klein op het werk of ga je daar niet je beste beentje voor zetten.

Schaamte observeren in plaats van erover praten?

In een persoonlijke situatie kan je met geliefden erover praten, maar als het puur om observeren gaat, is schaamte moeilijk te zien, omdat het zich ten koste van vrijwel alles wil verstoppen. Daarom vormt schaamte een wijze les voor observeren in het algemeen. Als je iets ziet, is het handig, soms zelfs nodig om erover na te denken wat daarmee een samenhang heeft of kan hebben. Maak bijvoorbeeld een woordenweb met het kernwoord in het midden en schrijf in de vertakkingen op wat er wellicht nog meer achter schuilt, of juist waar het een symptoom van kan zijn.

Natuurlijk hoef je met observeren niet altijd eindeloos verder over iets na te denken. Als je een stel tieners opgewonden kwebbelend ziet winkelen, kan je bedenken dat ze elkaar al sinds de kleuterklas kennen en allebei dol zijn op tennis, maar daar schiet je niet veel mee op als het gaat om de vraag: “Wat zit erachter?” Vriendinnen die tennissen, is geen verhaal, maar een gegeven.
Iemand die zijn baan heeft verloren, zich daarvoor schaamt en nu aan de drank is, is dat wel. Daar spelen de vragen “Wat is er exact aan de hand?” en “Waarom?” mee. Dat zijn de toverwoorden voor een pageturner.  

Als je iets observeert waar je de vinger niet op kan leggen, maar waarbij je wel afvraagt ‘Wat?’ en ‘waarom?’ – zoals bij schaamte-, dan is het de moeite om er iets meer werk van te maken dan alleen iets opmerken.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Andrew Neel verkregen via Unsplash
.

Show don’t tell schrijftip: aan tafel!

Show don’t tell kan op vele manieren. Er is geen uitgesproken beste manier, maar over het algemeen geldt wel: hoe subtieler, hoe beter. Dan valt het de lezer minder op dat je iets duidelijk probeert te maken. Een goede subtiele manier is om een eetscène te schrijven en in te gaan op de eetgewoontes en -manieren van je personage. Waar kan je zoal aan denken?

De tafel dekken

Als het tijd wordt om te gaan eten, wordt de tafel gedekt. Hoe gebeurt dat? En wie doet dat?
Als er kristallen glazen worden gebruikt bij de simpelste maaltijd, durf ik er gif op in te nemen dat dat proces heel lang duurt, omdat alle bestek en borden dan op de millimeter recht moeten liggen volgens de etiquette-indeling. Misschien doet een butler dit klusje wel. In andere huishoudens wordt het bestek misschien willekeurig naast de borden neergelegd.
Als de kinderen de tafel moeten dekken, kan dat zijn omdat de ouders dat zien als een onderdeel van opvoeding (”Je moet meehelpen in het huishouden.”) of bij gebrek aan tijd (”Als ik de tafel ook nog moet dekken voor acht man, dan ben ik weer tien minuten verder…”)
Sommige mensen scheppen in de keuken op, in andere huishoudens komen de pannen of tafel te staan. Dat laatste kan vanuit praktisch oogpunt zijn om een huishouden van Jan Steen te vermijden, andere mensen vinden dat een teken van gezelligheid.

Je fantasie zou op hol moeten slaan bij de show don’t tell die deze tafel je biedt. Al is het maar omdat niemand de kat wegjaagt 😉

De regels aan tafel

Iedereen heeft binnen een gezin regels aan tafel. Denk aan bijvoorbeeld:
* We bidden voor het eten.
* Iedereen krijgt een ‘beurt’ om over zijn dag te praten, zodat iedereen zich gehoord voelt.
* Je schept voor jezelf op, of iemand doet dat juist voor iedereen.
* Telefoons zijn verboden onder het eten.
* Tijdens het eten wordt er ontspannende muziek gedraaid.
* Je krijgt alleen een toetje als je je bord leeg eet.

Met deze tafelregels kun je meerdere kanten op. Stel jezelf de volgende vragen:
* Waarom zijn juist deze regels de norm?
* Komt er een discussie of straf als men zich niet aan de regels houdt? Waarom dan? Omdat het gezin streng is in het naleven van regels in het algemeen of omdat deze regels in het bijzonder belangrijk zijn? Wat zegt dat over deze mensen?
* Is iedereen het wel eens met de regels?
Neem de ´hoe was jouw dag-regel?’ Een feest voor iedere puber… Die gaat gewoon de kont tegen de krib gooien: niks zeggen, zuchten, sarcastisch zijn, noem maar op. Dat kan een goede show vormen voor het humeur van de puber, maar ook een goede show don’t tell voor een (beginnende) verandering in de gezinsdynamiek. Die show kan je dan weer gebruiken om ongeforceerd een plotverandering in gang te zetten.

Wat komt er op tafel te staan?

Wat er op tafel komt, kan je op verschillende manieren interpreteren. Is het eten luxe of juist eenvoudig? Dat zegt waarschijnlijk iets over hoeveel het gezin zich kan veroorloven. Wordt er simpel gekookt? Dan is er misschien een gebrek aan tijd of een keukenprins(es) in de familie. Denk ook eens aan hoe uitgebreid het eten (en koken) wordt gedaan. Als er uitgebreid getafeld wordt, kan dat erop wijzen dat er een formeel diner aan de gang is, of dat etenstijd als zeer belangrijke gezinstijd wordt gezien. Wordt er ook vaak (on)gezond gegeten? Misschien kun je daar ook wat mee. Vergeet daarom niet ook een kijkje in de koelkast te nemen. Wat je personage eet, zegt vaak ook veel over hem.

Tafelmanieren

Bij het woord tafelmanieren denk je waarschijnlijk aan bepaalde etiquetteregels. Of je personage zich daar al dan niet aan houdt, zegt veel. Maar je kan dat begrip nog breder interpreteren. Niet zozeer of hij zogezegd netjes eet, maar de hele manier waarop. Vaak heeft dat wel een bepaalde overlap met traditionele tafelmanieren. Kijk dus of je personage met zijn mond dicht eet, maar vergeet je ook niet af te vragen:

* Hoe groot zijn de happen die worden genomen?
* Hoe snel eet je personage?
* Als je personage geniet van zijn eten, laat hij dan elke vierkante centimeter voedsel op de tong smelten of heeft hij in zijn gretigheid dan eerder de neiging alles naar binnen te schrokken?
* Hoe wordt het bestek gebruikt? Wordt er met een mes gesneden of worden de boontjes of gebakken eieren met een vork aan stukken geprikt?
* Prakt je personage zijn eten? Speelt hij er misschien mee?
* Gebruikt je personage een servet? Zo ja, hoe en hoe vaak?
* Eet je personage ooit met zijn handen bij eten waar dat over het algemeen nog redelijk geaccepteerd wordt (boterhammen, hamburgers of frietjes) of moeten er altijd mes en vork aanwezig zijn?

Het interieur van de keuken en de eetkamer

Net zoals het huis van je personage kunnen de grootte en het interieur van de keuken en de eetkamer je een heel eind op weg helpen om je iets over je personage te vertellen. Is de keuken vaak smerig omdat er continu meelresten van de laatst gebakken koekjes op het aanrecht liggen? Of omdat de mensen te lui zijn om af te wassen? Of is hij juist brandschoon omdat Mevrouw Helderder in dit huis woont? Is de eetkamer ruim om zo een huiselijke sfeer te creëren? Of is er net een halve vierkante meter op de salontafel voor de televisie om je bord op te kunnen zetten? (”Eten houdt je in leven, dat is alles…”)
Je kan hier nog eindeloos veel kanten mee op. Kijk eens wat je zelf allemaal nog meer kan bedenken!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage tot een minderheid behoort?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage tot een minderheid behoort?

Spotlight of massa?

Als je een personage gaat schrijven dat tot een bepaalde minderheid behoort, maak dan eerst de volgende afweging: wil je dat je personage met zijn minderheid in de spotlights komt, of wil je dat hij opgaat in de massa?
Als je voor de spotlights kiest, dan is het minderheidskenmerk van je personage een belangrijk thema. Je leest dus hoe het is om biseksueel, moslima of zwart te zijn en wat dat voor worstelingen op kan leveren. 
Als je personage op moet gaan in de massa, is hij nog steeds in de minderheid, maar daar staat niemand echt bij stil. Je personage niet en zijn omgeving ook niet; het wordt normaal gevonden. Je minderheidspersonage is er een als alle anderen: eerder een mens als ieder ander dan een persoon die om wat voor reden dan ook opvalt. 

Spotlight: wees extra voorzichtig

Schrijven over diversiteit kan gevoelig liggen. Als je de spotlights kiest voor je personage, zoek daarom extra goed uit welke vooroordelen en aannames er rond het minderheidskenmerk spelen. Probeer na te gaan welke waarschijnlijk (tot op zekere hoogte) op waarheid berust zijn: iemand met een fysieke handicap zal bij bepaalde taken hulp nodig hebben. Andere oordelen ontstaan uit onwetendheid en groeien uit tot een storend stereotiep: mensen met een lichamelijke beperking hebben een raar lijf, dus ze zijn niet aantrekkelijk en blijven allemaal maagd. 

Spotlight: baken talent af

Als je een personage de spotlight wil geven, wil je misschien laten zien dat een bepaalde minderheidsgroep sterke mensen representeert. Daardoor kan de verleiding groot zijn om je held niet alleen goed in zwemmen te laten zijn, wat nodig is voor het plot. Je maakt hem ook nog eens aardig, slim, knap, behulpzaam… Waak ervoor dat je jezelf niet laat meeslepen door de groep je die personage moet representeren. Je personage mag de held van het verhaal zijn, maar niet de held van het universum. 

Massa: mijd de minderheidskenmerken als conflict 

Als je jouw biseksuele personage in de massa wil laten opgaan, dan mag iedereen of niemand weten dat hij biseksueel is. Maar dan mag niemand van deze seksuele voorkeur een conflict van maken, of er moeilijk over doen. Als je dat wel doet, kies je ongemerkt voor de spotlights. Als je op en af gaat met wanneer er dan wel, dan niet een punt van het minderheidskenmerk wordt gemaakt, wordt je verhaalstructuur rommelig.

Massa: waak voor roddel

Laat welk personage dan ook, nóóit naar je personage verwijzen als ‘de homo’ of ‘die lieve moslima’, ook al is het niet verkeerd of zelfs lief bedoeld. Dan leg je de nadruk op de minderheid die je juist wil vermijden. Dan wordt er als een soort dorpsroddel over je held gepraat. 
Bedenk, zéker bij het ‘massa-uitganspunt’: mijn personage is meer dan alleen zijn minderheidskenmerk. Ze is niet alleen zwart, maar ook een vriendin en fantastische celliste. Anders stort het verhaalthema in elkaar: je hebt gekozen om het minderheidskenmerk niet je thema te maken, dus dan moeten andere kenmerken van je personage het thema kunnen vormen of representeren. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Hulp nodig bij het schrijven van een minderheidspersonage? Kijk eens in mijn webshop voor mijn schrijversdiensten.

Zo leest je verhaal meteen als een trein

Als je een verhaal moet introduceren, wil je dat meteen goed doen. Zo blijft je lezer van het begin af aan geïnteresseerd. Of beter gezegd: dan geeft je lezer jouw boek een kans. Als je te langzaam van start gaat, wordt het boek snel aan de kant geschoven… Met deze drie tips begint je verhaal meteen interessant!

1. Schrijf over het karakter van je personage

Een beginnersfout die bij creatief schrijven vaak wordt gemaakt, is het omschrijven van de dagelijkse routine van het hoofdpersonage. Als je dit vergelijkt met het echte leven, zal je zien waarom dat niet werkt. Als je in de avond op bezoek gaat bij vrienden en ze vragen je hoe je dag was, vertel je niet dat je een boterham met jam hebt gegeten bij het ontbijt. Dan vertel je eerder over iets spannends, of speciaals.
Iets uitgesproken spannends kan lastig zijn om mee te beginnen als je nog niet zo lang schrijft, of als je verhaal inhoudelijk niet stuitend van start gaat. Geen nood: in plaats daarvan kan je uitweiden over het karakter van je personage. Je mag gerust iets relatiefs saais schrijven, maar concentreer je dan op de uitwerking van het karakter van je personage. Besteed dus geen aandacht aan de actie van het aankleden, maar aan het feit dat jouw depressieve personage een mentale worsteling aan moet gaan om zichzelf zover te krijgen dat hij niet de hele dag in pyjama blijft rondlopen.

2. Schrijf over iets ‘anders’

Als je toch over een dagelijkse routine wil of misschien zelfs moet schrijven, schrijf dan over iets dat de sleur doorbreekt en niet in de vastgeroeste routine thuishoort. Dat kan je erg breed zien: ontmoet je personage een nieuw personage tijdens zijn dagelijkse wandeling? Is er tijdens het routineuze ontbijt nog niets aan de hand, maar wordt je personage vlak daarna gebeld met bijzonder nieuws? Regent het na maanden van droogte en zet je personage dat tot iets ongewoons aan?
Het is belangrijk dat je de verbazing van je personage over dit vreemde element laat blijken. Dan is het voor de lezer duidelijk dat dat andere personage of dat telefoontje niet bij het leven van alledag hoort en verandering teweeg gaat brengen.

3. Maak de lezer nieuwsgierig

Een lezer wordt al snel nieuwsgierig naar de rest van het verhaal als blijkt dat er iets opvallends gaat gebeuren of iets gaat veranderen in het leven van je personage. Dat telefoontje of die vreemdeling laten de lezer denken: daar zit meer achter. Het maakt niet uit hoe je het doet, zolang je in je eerste hoofdstuk (of zelfs je eerste pagina(‘s)) maar letterlijk en figuurlijk een verhaal belooft. Hoe gaat je verhaal verder? Daar moet je je lezer nieuwsgierig naar maken in het begin van je verhaal.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Wil je een eerste beoordeling van je boek? Kijk eens in mijn webshop.