Wat als je personage moegestreden is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage moegestreden is? 

Keerpunt in het plot

In elk verhaal komt een moment voor dat het hoofdpersonage mentaal moegestreden is: beat 11 van het save the cat schema. Op zo’n moment denkt je personage alleen maar: ik kàn niet meer… Dit is een keerpunt in het plot. Je held heeft zich al voldoende als zodanig bewezen. Hij is immers het conflict aangegaan. Hij is gevallen en weer opgestaan, weer gevallen en weer opgestaan… en nu ligt hij op de grond met het gevoel niet meer overeind te kunnen komen. 
Je kan op dit moment niet meer terug, want je verhaal moet af. Je kan niet midden in de (zoveelste) vuurlinie zeggen: “Nu is het verhaal afgelopen.” Dat zou een vreselijke anticlimax zijn. De soldaat overleeft het gevecht óf sneuvelt, maar hij zal nog een laatste keer moeten vechten. Wat je (held) op dit punt in het verhaal doet, bepaalt de uiteindelijke beleving van je hele verhaal. Een verhaal van een gesneuvelde soldaat leest anders dan eentje die levend het slagveld verlaat. 

Bestudeer de heldenreis

Op het punt waarop je held is moegestreden, heeft hij al geleerd van het eerdere vallen en opstaan. Als hij moegestreden is, moet hij het geleerde nog één keer in de praktijk brengen. Heel belangrijk om te onthouden: niet de uiteindelijke uitkomst telt, maar of het groeiproces van de held standhoudt. 
Als de werkloze wéér niet uitgenodigd wordt voor een sollicitatie, laat hem dan het geleerde van een sollicitatieworkshop nog een laatste keer op een andere manier uitproberen. Dat leest bevredigend, omdat je weet dat het geleerde –het eerdere vallen en opstaan– niet voor niets is geweest. Al die uren die de werkloze heeft besteed aan het leren solliciteren worden in ieder geval niet uit het raam gegooid. 

Gebruik de medepersonages 

Je personage leeft niet in een vacuüm: hij gaat met mensen om die hem iets leren. Gebruik dat in je voordeel en laat een ander personage je hoofdpersonage overeind helpen of hem een schop onder zijn achterste geven om toch nog een keer overeind te komen. Waak er wel voor dat je personage uiteindelijk alsnog zelf aan de slag gaat. Hij mag geholpen worden, maar het bijpersonage mag geen Pixie zijn die alles op magische wijze voor de hoofdpersoon oplost. 

Doel voor ogen of waarden in het hart

Voor het laatste zetje helpt het als je personage een doel voor ogen heeft dat hem helpt om er nog een laatste keer voor te gaan, ongeacht of er een vriend is die het laatste zetje geeft of niet. Je personage kan een duidelijk doel voor ogen hebben waar hij zich op kan concentreren: overleven, die baan krijgen, de gouden plak winnen. Maar soms is dat doel niet duidelijk, omdat het bijvoorbeeld te abstract is om te kunnen vastpinnen of omdat het concrete doel onbereikbaar lijkt. Kijk in dat geval naar de waarden die je personage heeft. De soldaat vecht door omdat hij trouw aan zijn vaderland hoog in het vaandel heeft staan. Dan kan hij nog een keer de wapens oppakken, ondanks dat overleven nu niet het vooruitzicht is waar hij zich aan vast kan klampen. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Ben jij moegesteden van het herschrijven? Ik kan helpen: kijk in mijn webshop.

Wat als je personage iets te vieren heeft?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage iets te vieren heeft?

Wat valt er te vieren?

Je personage kan een uitbundig feest vieren. Maar soms gaat het om het gevoel dat er stilgestaan moet worden bij iets moois. Dan is een ijsje halen (met vrienden of misschien zelfs alleen) en van dat moment genieten al genoeg. Hoe dan ook: wat valt er precies te vieren? Kijk verder dan het oppervlakkige. Als je personage een nieuwe, fijne baan heeft waar hij in zijn oude functie steeds werd afgeblaft, viert hij dan een overplaatsing van kantoor A naar kantoor B? Of viert hij eigenlijk dat hij eindelijk assertief heeft kunnen zijn en heeft kunnen zeggen: “Bekijk het maar, ik verdien beter dan dit!”?

Wie wordt er uitgenodigd om mee te vieren?

Of je personage nou een complete feestzaal afhuurt of een datumprikker aanmaakt om een ijsje te gaan eten met zijn beste vriend, als hij mensen gaat uitnodigen, kiest hij zijn genodigden om een reden uit. Waarom kiest hij deze (hoeveelheid) mensen uit? Wil hij zoveel mogelijk mensen op zijn feest hebben, omdat hij behoefte heeft aan een uitbundig feest en maakt het daarbij niet uit dat de vage kennissen die er ook zijn, zijn worstelingen niet per se van dichtbij hebben meegemaakt? 
Of kiest hij juist alleen die drie mensen uit die altijd voor hem klaarstonden en wordt het daarmee ook een gedeeltelijk ‘bedankt voor alle steun’-feest? 

Niet echt fijn, maar het kan zijn dat bepaalde mensen helemaal niet willen komen, omdat ze de reden van het feest niet zien: “Dus je hebt je tuin na een halfjaar eindelijk helemaal af? Nou en? Dat is geen reden voor een feestje (ik heb belangrijkere dingen te doen…).” Dit kan een handige manier zijn om personages die uit elkaar aan het groeien zijn dat laatste zetje te geven, of een ruzie te starten die nodig is voor het plot. Of om duidelijk te maken dat je personage die ander al die tijd totaal verkeerd ingeschat heeft. Daar kan je een goede plottwist van maken.

Durft je personage wel te vieren?

Deze overweging is voornamelijk handig als je een psychologische roman schrijft. Hij behoeft een korte introductie:
Onderzoekster en maatschappelijk werkster Brene Brown onderzoekt al tientallen jaren onderwerpen als kwetsbaarheid en schaamte. Ze stelt simpel gezegd dat vreugde misschien wel de engste emotie is die we hebben, omdat het zoveel pijn kan doen als het wordt afgepakt wanneer je het (eindelijk) vergaard hebt.  

Je hoeft je personage niet meteen naar een psycholoog te sturen, zo diepgaand hoef je hier niet over na te denken. Maar het kan je wel helpen om te bedenken wat de belangrijkste angsten, passies, liefdes en waarden van je personage zijn en hoe je personage zich daardoor gaat gedragen. Dat is van grote waarde voor het maken van je personagebiografie. 

Zodra je weet of je personage wel iets durft te vieren, kan dat een heel goede aanwijzing zijn of je personage al dan niet bepaalde comfortzones uit durft te komen en hoe (en misschien zelfs of!) hij narratieve conflicten aangaat. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Mag ik met je vieren dat je iets moois hebt geschreven? Ik kan je het verlossende woord geven na een rondje manuscriptredactie: kijk in mijn webshop.

Wat als je jouw personage niet mag?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als jij jouw personage niet mag?
Schrijven over een personage dat je persoonlijk niet mag, kan het schrijfproces in de weg zitten. Daarom volgen hier wat nuttige tips. 

Waarom mag je je personage niet?

Misschien mag je je personage niet, omdat ze te veel op een Mary SueMagic pixie of een ander onrealistisch personage lijkt. Ga eerst na of je je personage niet onbedoeld perfect hebt gemaakt. Niet alleen lezers, ook schrijvers kunnen zich aan ‘perfecte’ helden ergeren. Het is belangrijk dat je balans toepast: zorg ervoor dat je je personage niet alleen goede eigenschappen en steeds opnieuw meevallers heeft. Af en toe moet er iets tegenvallen, of er iets minder dan ideaal aan je personage zijn.

Allergiezone

Mensen kunnen in je allergiezone zitten. Deze mensen mag je niet omdat hun karaktertrekken, overtuigingen of prioriteiten gewoon te verschillend zijn van die van jou. Zij kunnen objectief gezien niets fout doen, toch zal jij ze altijd zien als ‘dat irritante mens’. Denk aan een rijke zakenman die zich ergert aan de ongeschoolde klusjesman, die op zijn gemakje werkt, in plaats van zich in een burn-out te storten. Of aan de milieuactivist die iemand die drie keer per jaar het vliegtuig pakt om op zonvakantie te gaan, egoïstisch vindt. 

Zo kan een personage ook in je allergiezone zitten. Meestal -hoewel niet altijd- betreft dit je antagonist. Dat kan je in je voordeel gebruiken. Als je je echt niet over je afkeer van je vervelende personage heen kan zetten, bedenk dan: ‘Zonder tegenstander geen held.’
Als jouw superheld katten uit de boom redt, heb je wel iemand nodig die die arme beestjes steeds zo’n schrik aanjaagt dat ze de boom in vluchten. Misschien geef je je held daardoor op een kinderlijke manier onterechte schouderklopjes. ‘Kijk Superman, jij bent tenminste wel aardig. En die stomme Slechterik is echt een nare bullebak. Lekker pûh, Slechterik, Superman wint weer.’

Waak ervoor dat je Superman daarmee niet té goed voor het verhaal maakt: er moet een centraal conflict overblijven. Maar dat kinderlijke gesnauw werkt beter dan vechten tegen wat er nu eenmaal in je allergiezone zit, want dat is een gevecht dat je niet zal winnen. 

Goedpraten versus verklaren

Soms is de reden dat je je personage niet mag wat minder onschuldig. Als je over een gemene Nazi-soldaat schrijft, bijvoorbeeld. Besef dat er een groot (en minstens zo belangrijk!) verschil zit tussen iets goedpraten en iets verklaren. Alleen omdat je weet dat deze soldaat handelt vanuit indoctrinatie, wil dat echt niet zeggen dat jij het oké vindt hij mensen doodt en vergast. Toch zal het slikken zijn om over zo iemand te schrijven. Troost je met de gedachte dat je waarschijnlijk veelachtergrondonderzoek moet doen voordat je de daden of karaktertrekken die jij zo verafschuwt kan verklaren. Dat heeft een positief gevolg. Doorgaans is het zo dat hoe meer onderzoek je doet naar een personage, hoe realistischer en meeslepender je over diegene kan schrijven. Het kost je weliswaar gevoelens van afschuw om zo’n personage goed te kunnen portretteren, maar het kan een aanwijzing zijn dat je een steengoed verhaal aan het schrijven bent. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Een vervelend personage is niet erg, een vervelend geschreven personage wel. Ik kan die identificeren. Kijk eens in mijn webshop.

Wat als je personage rijk is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage rijk is?

Rijk zijn en geld hebben

In dit artikel wordt onderscheid gemaakt tussen rijk zijn en veel geld hebben. Veel geld hebben is een fortuin op de bank hebben staan of in een huis wonen ter grootte van een klein stadspark, zonder dat dat invloed heeft op het verhaal. (Veel geld hebben is in de kringen van je personage doodnormaal of hij is te nuchter om van zijn banksaldo iets belangrijks te maken, bijvoorbeeld.) Als je personage rijk is, schept je personage daarover op, zet zijn nieuw vergaarde fortuin zijn leven op zijn kop, is hij lid van de miljonairsclub, bepaalt zijn overdreven gierigheid zijn karakter of zorgt het familiefortuin voor een hele rits vijanden. 

Is je personage aan zijn rijkdom gewend?

Het maakt nogal een verschil of een bijstandsmoeder plotseling een miljoen wint of dat de erfgename van een oliemagnaat al haar hele leven met diamanten sieraden rondloopt. Dit is belangrijk om te beseffen, omdat de een waarschijnlijk meer weet heeft van privileges dan de ander. Blut zijn betekende voor de voormalig bijstandsmoeder geen eten op de tafel. De rijke erfgename verstaat onder datzelfde begrip misschien dat ze in plaats van met een privéjet met de KLM op haar maandelijkse shoptrip naar Parijs moet vliegen. Het ene is niet per se beter dan het ander, maar je moet het wel weten; dan begrijp je met welke bril of persoonlijke geschiedenis je personage naar de wereld (van geld) kijkt. 

Wat doet je personage met zijn geld?

Geef je personage het geld uit om er luxe van te leven, zijn schulden af te betalen, macht te vergaren, of wordt hij een filantroop? Je kan veel met geld en je kan veel als je geld hebt. Bedenk goed wat je personage met deze mogelijkheden doet en waarom. Dan kan je al een deel van zijn karakter verklaren. Geld weggeven maakt hem onzelfzuchtig, gierigheid staat dan eerder voor egoïsme of (overdreven) angst (om arm te worden). 

Hoe gaat de omgeving met rijkdom om?

Je omgeving kan voor een groot deel bepalen wat je doet of laat. Zeker als er geld in het spel is. Denk maar eens aan alle adviezen die mensen vaak zullen geven. (“Ga in ontroerend goed.” “Koop aandelen.” “Los je hypotheek af” “Bouw een raket naar Mars.” “Geef een deel aan mij, ik ben je zoon…”) Of die adviezen nu worden opgevolgd of niet, als je personage rijk is, heeft dat wel altijd een gevolg. Krijgt je personage opeens een hoop ‘vrienden’ die het alleen om het geld te doen is? Zit de maffia ineens achter hem aan? Moet hij continu opboksen tegen zijn even rijke vrienden? Als je dat weet, heb je waarschijnlijk een goed aanknopingspunt voor je verhaalthema of centraal conflict. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Kijk eens in mijn webshop voor mijn schrijfcoachdiensten als je wil weten of je personage rijk is of veel geld heeft.

Schrijfoefening: de dag die later weer verdwijnt

Je personage heeft altijd wel een heimelijke wens of iets waarvan hij denkt: wat als dit zou gebeuren?
Als je dat uitwerkt met deze schrijfoefening, kom je veel over je personage te weten.

Uitgangspunt van de schrijfoefening

Je personage krijgt een bijzondere dag cadeau. Op deze dag mag je personage alles doen wat hij of zij wil. Na deze vierentwintig uur wordt elke herinnering en bewijslast aan deze dag volledig gewist. Niets of niemand weet nog van deze dag af. Behalve je personage zelf…

Je personage mag echt alles ongestraft doen:
* wraak nemen en iemand in elkaar slaan of vermoorden;
* zijn heimelijke geliefde de liefde verklaren en daarmee de klok rond vrijen zonder dat iemand daar ooit achter komt;
* inbreken in een villa van tien miljoen euro, doen alsof hij daar de baas is en zich laten bedienen door het personeel;
* zich voordoen als een rijke miljardair en in diens plaats met een ruimteschip meegaan.

Wat zou je personage doen met zo’n uniek cadeau?

Je kan deze oefening twee verschillende regels geven:
* Alles loopt zoals je personage hoopt of wil: ‘De ultieme wensvervulling’;
* Je personage heeft de wens als uitgangspunt, maar moet daarna maar zien wat er gebeurt: ‘Wat als?’

Hoe dan ook zegt het heel wat over je personage: waarom kiest hij uitgerekend voor deze ‘daginvulling’ uit alle mogelijke dingen die hij kan uitproberen? Je weet dan meteen iets van bepaalde prioriteiten.

Voorbeelduitwerking

Clichés zijn makkelijke voorbeelden, dus ik werk een heimelijke liefde uit.
Tom is heimelijk verliefd op Elise, een vriendin uit zijn studententijd. Tom is een jaar na het behalen van zijn diploma gaan backpacken en daardoor is het contact enigszins verwaterd. Al is er geen dag geweest waarop Tom niet aan Elise dacht. En niet alleen aan hun vriendschap. Zijn fantasie heeft regelmatig de overhand genomen…

In het geval van de ultieme wensvervulling gaat Tom bij Elise langs, slaat de vonk over en laten de voormalige vrienden elkaar iedere hoek van iedere kamer in het huis zien.
In het ‘wat als?’- scenario kan hetzelfde gebeuren. Maar Elise kan ook de deur opendoen met een dikke buik, blij zijn dat er eindelijk een vriend aanklopt bij wie ze kan smeken om geld te lenen omdat ze diep in de schulden zit, doen alsof ze Tom niet meer kent, omdat ze boos is dat hun contact verwaterd is…
In beide gevallen heb je opties te over. Alleen al het verkennen van al die opties kan erg interessant zijn.

Maar dat is slechts het begin. Vergeet het belangrijkste punt van de oefening niet. Tom weet de dag erna wat er gebeurd is, maar de rest van de wereld niet. (In dit geval betreft dat vooral Elise.) Wat doet of kan hij met die kennis? Laten we eens kijken naar wat mogelijke uitwerkingen.

Ultieme wensvervulling

De meer dan fantastische dag van Tom met Elise is voorbij. Na een tijdje nagenieten gaat Tom zich onherroepelijk een aantal dingen afvragen. Op zijn perfecte dag stond hij zomaar voor Elises huis, maar in werkelijkheid heeft hij de moed niet om haar op te bellen. Durft hij dat nu wel, nu hij weet wat de mogelijke beloning is? Of denkt hij:
* Ik heb genoeg aan deze fijne herinnering. Het ging me erom dat het (nog) ‘één keer kon;
* Dat was het best mogelijke scenario, als het slechter uitpakt dan dit, verpest ik mogelijk een herinnering die prachtig was.
Dat zegt iets over hoe snel Tom ergens tevreden mee is en hoeveel en wat voor risico’s hij durft te nemen om zijn ultieme droom na te jagen. En of hij emotioneel of wat meer rationeel is ingesteld. Dat zijn handige dingen om over je personage te weten, want dat kan de invulling van je centraal conflict en comfortzone bepalen.

‘Wat als?’-scenario

Bij het ‘wat als?’-scenario weet Tom wat er daadwerkelijk zou gebeuren. Die dag is op waarheid gebaseerd. Dan krijgt hij niet slechts voorgeschoteld wat hij hoopt te krijgen. Dat geeft Tom misschien nog wel meer om over na te denken:

* Elise wil hem ook! –> Yes! Welke stappen moet hij nu ondernemen? Tijdens de bijzondere dag werd hij naar Elises huis geteleporteerd. In werkelijkheid woont ze een oceaan verderop. Hoe kan en gaat Tom de middelen vinden om haar op te zoeken?
* Elise blijkt zwaar drugsverslaafd te zijn –> Durft Tom zich dan in haar leven te mengen om haar te helpen? Zo ja, hoe ver wil hij dan voor haar gaan? Zo nee, kan hij leven met de wetenschap dat zij eenzaam en alleen wegkwijnt?
* Elise blijkt hem alleen als goede vriend te zien –> Kan Tom dan vriendschappelijk met Elise verder of breekt hij alle banden en kwijnt hij weg omdat hij weet dat zijn grote liefde voor altijd onbeantwoord blijft?

Het ‘wat als’- scenario heeft evenveel mogelijkheden als er sterren aan de hemel staan.

In het ‘wat als?’- scenario zijn er eindeloos veel mogelijkheden te bedenken en kun je dus ook eindeloos veel over je personage leren. Je zal hoogstwaarschijnlijk tegenkomen hoeveel ruggengraat en verantwoordelijkheidsgevoel je personage heeft en hoe zelfverzekerd hij is.
Dat is handig om te weten om te zien wat voor jouw personage een daadwerkelijk conflict gaat vormen, in plaats van slechts een probleem. Dat is essentieel voor een goede spanningsboog en een goede opbouw het schema van save the cat.
In theorie kan je het ‘wat als?’-scenario talloze keren uitwerken. Zo vaak zelfs, dat je er een hele boekenreeks van zou kunnen schrijven. Met afzonderlijke (sub)titels als:
* Tom en Elise als gelukkig gezinnetje;
* De schuldencrisis van Tom en Elise;
* Tom breekt de platonische vriendschap vanwege onhoudbaar vleselijke verlangens.

Een hele boekenreeks bedenken is wat overdreven, maar het is wel erg interessant om in het achterhoofd te houden: Ongeacht wat hij meemaakt, wat zou Tom altijd blijven vinden of doen? Wat maakt Tom tot Tom? Die absolute basis van wat je personage maakt tot wie hij is, is altijd belangrijk om te weten.

Deze schrijfoefening is deels geïnspireerd door het boek De middernachtbibliotheek van Matt Haig.

Heb je nog een logisch plot na deze schrijfoefening? Laat het me controleren: kijk in mijn webshop voor mijn diensten.

Wat als je personage pijn heeft?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage pijn heeft?

Je wil pijn liever vermijden, maar dat lukt niet altijd. Als het er dan toch is, wat kan je dan over je personage te weten komen?

Pijngrens en ruggengraat

Begint je personage al te piepen zodra hij zich aan papier heeft gesneden en houdt hij daar een week zijn mond niet over? Of loopt hij de marathon nog uit, ook al heeft hij drie blaren ter grootte van een ei op zijn voeten? De pijngrens zegt vaak veel over de ruggengraat van je personage. Als je je personage pijn moet doen, kijk dan eens goed of hij dat wel aankan. Voor je het weet zet je je plot op slot, omdat je personage geen pijn kan verdragen. Of maakt de pijn door de stevige ruggengraat zo weinig indruk dat je personage daardoor misschien net iets meer op Superman gaat lijken dan de Jan-met-de-pet die hij moet zijn. 

Fysieke pijngrens en mentale grens

Soms heeft je personage een enorme ruggengraat, al dan niet in combinatie met een hoge pijngrens. Dan maakt fysieke pijn vaak (te) weinig indruk. Kijk dan eens of je een mentale pijngrens aan kan spreken. Als je over een sporter schrijft die het gewend is om iets te breken, zal die daardoor heel wat gewend zijn en zal dat niet zo belangrijk zijn voor het plot. Kijk dan eens hoe je zijn mentale (pijn)grens kan overschrijden om pijn alsnog in je voordeel als plotwending te gebruiken. Een arm breken is niet erg voor een sporter. Maar als hij daardoor niet mee kan als begeleidende ouder op schoolreisje, waar vader en zoon al maanden naar uitkijken, kan je de sporter daarmee pijn doen. Of hem in ieder geval de nodige voorzichtigheid in acht laten nemen. 

Opoffering

Een personage kan vrijwillig helse pijn ondergaan. Dan is er vrijwel altijd opoffering in het spel. Denk aan het bekende voorbeeld van iemand die zichzelf in elkaar laat slaan zodat de ander kan vluchten. Of iemand die een zeer (mentaal of fysiek) pijnlijke (medische) behandeling ondergaat om maar weer te kunnen lopen, van de pleinvrees af te komen en zo weer een sociaal leven te ontwikkelen, te kunnen blijven leven en de kinderen zo geen vader te ontnemen. 
Dat soort opofferingen zeggen veel over de normen en waarden, veerkracht en moed van je personage. Neem dus de tijd om daar goed naar te kijken, want dat is waardevolle informatie.

Wegrennen

Het kan zijn dat je personage niet de mentale (veer)kracht heeft om mentale pijn aan te kunnen. Pas goed op met deze personages, want die zetten je plot erg makkelijk op slot, omdat ze hun narratieve comfortzone niet uit kunnen komen. Zorg er bij deze personages dus voor dat ze een vriend of familielid hebben dat ze op tijd een schop onder hun achterste geeft. Als je dat niet doet, dan is je enige optie om van de mentale strijd om iets in gang te zetten het thema van je plot te maken. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Rent je personage te snel weg, of bijt het te veel door om nog interessant te zijn? Ik kan het controleren: kijk in mijn webshop.

Wat als je personage macht heeft?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage macht heeft? 

Macht heeft vele gezichten en je kan er talloze verhalen over bedenken. Maar om te beginnen moet er voor deze tips een ding duidelijk zijn: macht hebben is niet meteen slecht. Niet alleen dictators hebben macht: ook een verzorgende in de gehandicaptenzorg heeft dat, want die bepaalt wanneer de cliënt opstaat, eet en gewassen wordt. Bedenk eerst eens of je personage macht heeft over een ander, zonder dat je dat misschien beseft. 

Wil je personage macht?

Je personage kan dus macht – of misschien beter gezegd zeggenschap – over iemand hebben, zonder dat dat het doel is. De verzorger of ouder heeft zeggenschap over cliënt of een kind, maar is daar niet trots op, pocht daar niet over en heeft die taak ook niet op zich genomen om diegene vervolgens als volgelingen of dienaren te beschouwen. Als je personage macht heeft, maar niet per se wil, zegt dat erg veel over je personage. Denk aan: hoe gevoelig hij is voor omkoperij of hoe sterk zijn ethisch kompas is.

Wat zijn de middelen die je personage heeft?

Of het nu een diploma in de gehandicaptenzorg is, ouderlijk gezag of een heel leger compleet met nucleair arsenaal, je personage heeft middelen tot zijn beschikking die de macht in stand houden. Wat voor troef geeft je personage dat? Dwingt het angst of respect af? Geeft het bepaalde connecties?
Maakt je personage daar gebruik van om zelf beter van te worden door nog meer gebieden te veroveren of carrière te maken? Of vindt je personage, ondanks alle mogelijkheden alles wel goed zoals het is? 
Neem die middelen ook eens mee in je opschrijfboekje: wat gebeurt er als het volk in opstand komt, of je personage zijn baan verliest? Draait je personage dan door of blijft hij kalm? Zo weet je hoe vindingrijk en stressbestendig hij is. 

Waarom houdt je personage de macht?

Of je personage nu machtslustig is of het hebben van macht nu eenmaal bij de omstandigheden hoort: je personage heeft macht en wil die houden. Anders koos hij wel een andere baan, of wilde hij geen kinderen die hij op moest voeden waar hij verantwoordelijk over heeft. Wat zit er achter de reden om die macht te krijgen of te behouden? Onzekerheid? Een diagnose ‘sociopaat’ of naasten- of moederliefde?
Als je weet waarom je personage zich –plat gezegd– met het doen en laten van anderen bezig wil houden, heb je weer heel wat kennis over je personage die je kan gebruiken om hem verder uit te werken.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Heb jij het thema ‘macht’ goed uitgeschreven in je boek? Ik kan het controleren: kijk eens in mijn webshop.

Wat als je personage liefdesverdriet heeft?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage liefdesverdriet krijgt?

Wat voor liefdesverdriet is het eigenlijk?

Het ene liefdesverdriet is het andere niet. De ene keer betreft het een blauwtje, de andere keer een scheiding, weer een andere keer is het een heimelijke liefde die nooit wordt uitgesproken en daarmee nooit beantwoord wordt. Bij elke soort liefdesverdriet hoort een andere ‘kernemotie’. Denk aan:
* Onbeantwoorde liefde zorgt voor een sluimerend verdriet.
* Liefdesverdriet naar aanleiding van een scheiding brengt rouw met zich mee: iets wat er was, is niet meer.
* Een blauwtje lopen geeft pijn vanwege afwijzing.
Stel eerst vast wat voor liefdesverdriet je personage precies onder de leden heeft. Dan wordt het een stuk makkelijker om zijn gedachtegang en verdere doen en laten te verklaren.

Karaktertrekken en externe factoren

Niet iedereen gaat hetzelfde om met de eerdergenoemde kernemoties. Kijk nu eens naar het karakter en externe factoren van je personage. Om te beginnen met karaktertrekken:
* Een trots personage zal naast eerdergenoemd verdriet ook nog een deuk in het ego te verduren krijgen;
* Een verlegen, teruggetrokken personage zal nog verder in zijn schulp kruipen;
* Een extravert personage zal aan het eind van de maand een hoge telefoonrekening krijgen: die belt al haar vrienden langdurig op om haar hart te luchten.
Dan komen externe factoren om de hoek kijken: wat maakt dat het verdriet makkelijker of juist moeilijker te verwerken is?
* Is je personage een affaire begonnen met de baas en zijn ze nu betrapt?
* Komt je personage door de scheiding in een lastige financiële situatie terecht waardoor er een geen mentale ruimte is om de rouw te verwerken? Misschien krijgt hij daar later psychologische problemen mee door van alles op te kroppen…
* Wordt een depressief persoon slachtoffer van de heimelijk onbeantwoorde liefde? Dat zal de depressie misschien wel verergeren. Of is er misschien een vriend(in) die je personage uit dat zwarte gat helpt?
De externe factoren en karaktertrekken vormen een prima uitgangspunt. Daarmee kan je waarheidsgetrouw schrijven over de periode van het liefdesverdriet en wat dat met je personage doet.

Liefdesverdriet verandert

Liefdesverdriet gaat uiteindelijk over of verandert van vorm. Kijk nogmaals naar het karakter en de externe factoren van je personage en bedenk hoe dat verdriet overgaat (in iets anders).
* Als jouw personage iemand is die zichzelf een goede schop onder zijn achterste kan geven, zal hij niet lang blijven piekeren, zeker als zijn vriendin ook nog eens zegt dat hij blij mag zijn dat hij van die sukkel af is.
* Als je personage goed is in het aannemen van een slachtofferrol, dan kan zij lang in het liefdesverdriet blijven hangen. Dat verdriet kan in de loop der jaren overgaan in verbittering, maar de achterliggende gedachte: “Het leven is een zware dobber en mij overkomen altijd alleen maar slechte dingen,” zal dan waarschijnlijk hetzelfde blijven.

Het is van belang voor de rest van je verhaal om de ‘uitkomst’ van het liefdesverdriet te weten. Als je personage pessimistisch wordt door het liefdesverdriet, zal het een stuk moeilijker worden om weer/nog vertrouwen in de mensheid te krijgen. Daardoor zal hij andere dingen misschien niet meer aan willen gaan. Iemand die zichzelf achter de broek zit, zal na verloop van tijd weer lol in het leven krijgen. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Zal ik het liefdesverdriet van je personage onder de loep nemen? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden voor manuscriptredactie.