De afgelopen jaren heeft bepaald taalgebruik een vlucht genomen in ons taalgebruik, zowel geschreven als gesproken. Omdat er het inmiddels al zo ingeslopen is, valt het niet meer zo veel op. Toch is het verstandig om je voelsprieten eens goed uit te zetten. Als je deze woorden kan vermijden, wordt je verhaal er altijd stukken beter van.
Hippe woorden kunnen link zijn in een boek
Om de zoveel tijd is er een nieuw woord hip. Zeiden we even geleden dat iemand je ‘BFF;’ was, nu zeggen we vaker ‘bestie’. Of misschien dat ook al niet meer: taal ontwikkelt zich snel.
Hippe synoniemen voor bepaalde woorden zijn niet erg om te gebruiken. Al moet je er wel alert op zijn dat ze alweer uit de mode kunnen zijn voordat je boek naar de drukker gaat.
Maar er zijn ook woorden die de laatste jaren populair zijn geworden waarbij om een andere reden voorzichtigheid geboden is. Ze zwakken af wat ze willen versterken, doordat ze te pas en te onpas worden gebruikt op momenten of in contexten waar ze niet thuishoren. In een gesprek waar je de sfeer kan lezen en om verduidelijking kan vragen of het gesprek aan kan vullen is dat niet zo erg. Maar een boek is een eenzijdig medium, dus moet je tekst duidelijk zijn en de sfeer zelf maken. Deze specifieke hippe woorden worden daarmee holle frases of houden de tekst oppervlakkig waar je met je verhaal juist de diepte in zou moeten gaan.
‘Ervaringen’, ‘letterlijk’ en betekenisveranderingen
De duidelijkste voorbeelden van holle, hippe woorden zijn ‘letterlijk’ en hoe ‘ervaring’ wordt gebruikt, vooral in reclame en marketing.
Let er eens op hoe vaak je ‘letterlijk’ gebruikt terwijl je het niet bedoelt als ‘letterlijk of figuurlijk’, maar als hyperbool of om een bepaalde nadruk mee te geven.
‘Ervaring’ wordt gebruikt om alles belangrijker te laten lijken dan het is. Wat het woord hóórt te betekenen is iets groots dat je laat groeien, of wat op de een of andere manier memorabel is. Denk aan: parachutespringen, een verslaving overwinnen of je overeind houden in een periode van misbruik: de traumatische ervaring.
Maar inmiddels zie je voorbeelden als:
* telefoonervaring ( = hoe je je telefoon bedient)
* internetervaring ( = surfen op het internet)
* ‘Hoe heb je het bezoek aan ons museum ervaren?’ ( = Vond je het bezoek leuk?)
overal.

Een aantal jaar geleden kwam er meer aandacht voor autisme. Nu weten meer mensen wat dat in kan houden dan grofweg twintig jaar geleden. In die ontdekking van het hoe en wat rond autisme leerden mensen ook dat mensen met autisme relatief sneller overprikkeld raken. Hoewel ik niet weet of dit een correlatie heeft, viel het me wel op dat rond diezelfde periode ‘Ik vind het hier te druk’ in onze spreektaal werd vervangen door ‘ik raak overprikkeld’, ook door mensen die geen autisme hebben.
Hoewel taal altijd verandert, is het belangrijk om er alert op te blijven hoe bepaalde woorden anders worden gebruikt. In het voorbeeld van ‘prikkels’ en ‘overprikkeld raken’ is dat niet zo’n probleem: dat is een voorbeeld van hoe taal met de maatschappij meebeweegt.
Taalgebruik dat aan kleur en kracht verliest
Woorden als ‘letterlijk’ en ‘ervaring’ zijn voor een creatieve schrijver van groter belang op goed op te letten. Want als bepaalde woorden of termen volgens de gebruikelijke betekenis iets groots moeten vertegenwoordigen en vervolgens altijd worden gebruikt, verliezen ze aan kracht.
Vloeken is hiervan een goed voorbeeld: als je hetzelfde woord in iedere context gebruikt, je bepaalde woorden gaat vergeten. Terwijl die juist een unieke kleur aan je tekst kunnen geven.
Als je het woord ‘f*ck*ng’ overal als bijvoegelijk naamwoord voor gebruikt, gevolgd door ‘t*f*s’- X (-vent, -zooi, -school, wat dan ook waar je boos over bent), is het nog wel duidelijk dat je kwaad bent. Maar ‘weet’ je nog wel waarom je zo kwaad bent als je steeds dezelfde vloekwoorden (te pas en te onpas) gebruikt? Wat je nou echt boos maakt?
Als je specifieker bent met je beledigingen is dat prettiger om over te lezen, omdat het geen eenheidsworst meer is. Maar ook omdat het de situatie verduidelijkt of de context meer kleur geeft. Kijk eens of je wat ‘ouderwetse’ woorden kan gebruiken, of het meer algemene ‘stom, idioot of gemeen’ aan kan passen om de inhoud van je belediging extra context te geven.
| Zeg geen… | maar scheldt met… |
| vuile slet | smerige afgelikte boterham |
| gemene zakenman | over het paard getilde geldwolf |
| stomme hippie | zweverige digeridooblazer |
| idiote aandachtstrekker | aandachtsgeile snoever |
Als deze ‘mildere’ vloeken je standaard zijn, komt de intensiteit van ‘f*ck*ng nog tot zijn recht als je personage ontploft met een 10 op de schaal van 1 tot 10, in plaats van een meer gebruikelijke 4, 5 of 6. De juiste regieaanwijzigingen of de acties van je personage die volgen, kunnen er alsnog voor zorgen dat ‘snoever’ als een extreme uitbarsting voelt.
Mocht je personage grofgebekt zijn, kijk dan of je alsnog iets orgineler kan zijn met die heftige scheldwoorden.
Waarom oppervlakkig taalgebruik schadelijk is voor je boek
Ik vat deze voorbeelden gemakshalve samen als ´oppervlakkig taalgebruik´. Het heeft twee grote nadelen. Het eerste hebben we al besproken. Als je taalgebruik in je boek oppervlakkig is, gaat het je boek vroeg of laat aan kleur en sfeer ontbreken. Als alle woorden een algemene indruk achterlaten die je voor iedere situatie kan gebruiken of wanneer alles groot en benadrukt wordt, heb je geen ´grote´ woorden meer over als de situatie je beschrijft echt de spuigaten uitloopt.
Het tweede grote nadeel is dat zulk oppervlakkig taalgebruik al invult. Niet alleen voor de lezer, maar ook voor jou als schrijver. Plak ‘ervaring’ ergens achter en tadaa! Iedereen snapt dat die actie of die gebeurtenis iets speciaals was. Zonder dat je nog de moeite doet om op te schrijven of uit te vinden waarom dat zo is. En dat kan weer gevolg hebben voor de meer algemene uitwerking van je boek. Daarover schrijf ik volgende week.
Foto door Blake Wisz verkregen via Unsplash.
Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Ik help je graag: kijk eens in mijn webshop.
