Je personage: waar heeft de wieg gestaan?

Als je een personage gaat schrijven, biedt een personagebiografie een handig overzicht van diens doen en laten en geschiedenis. Wat moet je in dat document toevoegen en wat is optioneel?
Deze week een toelichting bij de essentiële kennis over in wat voor omgeving en milieu je personage is opgegroeid.

Waarom is dit belangrijk om dit te weten?

Je wieg bepaalt je wereldbeeld voor een groot deel. Kijk naar het verschil tussen een gezin dat naar de voedselbank moet en een gezin met een sauna en zwembad in huis. Het ene kind groeit op met voedselonzekerheid als zorg, het kind uit het andere gezin weet misschien niet eens dat er mensen zijn die daarmee moeten kampen. Evengoed groeit een kind in Nederland op met het idee dat je binnen een halfuur autorijden altijd wel een treinstation tegenkomt. Dat is niet zo als je in een dunbevolkte staat in de VS woont.
Waar je wieg staat, is misschien wel het meest duidelijke referentiekader waarmee je de wereld in kijkt – of misschien beter gezegd, leert kijken. Wil je dat je personage zijn wereldbeeld enigszins verandert, dan moet je weten wat dat is. En iets aan je personages wereldbeeld gaat veranderen: iedere held maakt in het verhaal een centraal conflict mee.

Staat dit gegeven vast?

De wieg van je personage staat vast, een wereldbeeld niet. Dat gat vormt vaak een deel van het centrale conflict. Kijk goed wat je echt niet kan veranderen en wat je personage zou kunnen aanleren of waar die aan zou kunnen wennen. Je rijkeluiskindje heeft nooit hoeven werken vanwege de financiële overvloed binnen de familie, maar ze kan nog wel leren solliciteren en werken. Haar arme tegenpool kan als ze de loterij wint vast wel wennen aan het idee dat ze een keer op vakantie kan. Al kost het even tijd voor ze gewend is aan het idee dat als ze vijftig euro uitgeeft aan een etentje, dat niet meteen betekent dat ze een voorlopig ieder dubbeltje moet omdraaien.  

Wat kan je te weten komen?

Met de wieg kom je erachter waar je personage aan gewend is en wat comfortabel is. Soms kan je dat vertalen naar de comfortzone die verlaten moet worden. Andere keren kan je ‘comfortabel’ wat letterlijker nemen en leer je daarvan waar je personage bang voor is, of wat diens idealen zijn. Dat kan weer handig zijn om belangrijke karaktertrekken of normen en waarden van je personage te bepalen. Zo krijg je ook broodnodige informatie die je helpt je personage levendig te maken.

Moet je dit in je verhaal laten terugkomen?

Als je de wieg van je personage expliciet meeneemt in je verhaal, wordt de sociaaleconomische status van je personage al snel een onderdeel van je verhaalthema. Maar je kan met show, don’t tell ook een heel eind komen door te laten zien hoe en waar je personage is opgegroeid. Je kan eigenlijk niet om de wieg van je personage heen. Vroeg of laat kom je die wel tegen, omdat de wieg vele factoren bepaalt die organisch in je verhaal verweven raken. Overtuigingen, meningen en zelfs karaktertrekken. Maar het is aan jou om te bepalen welke en hoeveel aandacht je daar aan besteedt.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door freestocks op Unsplash.

Drie-aktenstructuur: de derde akte

In de serie ‘Drie-aktenstructuur’ leer je ieder verhaalelement van het drie/aktenstructuurschema beter te begrijpen. Alle afzonderlijke elementen zijn al aan bod gekomen. Maar ook de aken zelf kunnen je een beter begrip van je verhaal geven. Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten per akte? Deze week de derde akte, waarin het verhaal wordt afgerond.

3 aktenstructuur

Wat moet deze akte vooral doen?

Deze akte moet afronden en naar een einde toewerken. Dat laatste woord is het toverwoord. Afsluiten doe je geleidelijk aan. Dat houdt twee belangrijke dingen in:

  • Na de climax is het verhaal niet plotseling over.
    Onthoud dat je een hele akte hebt om iets af te ronden, niet slechts een enkel verhaalelement. Dat is niet voor niets zo.
  • Je introduceert geen nieuw idee.

Het moment van introduceren ligt inmiddels ver achter je. Dat geldt niet alleen voor nieuwe verhaallijnen op zich. Ook een nieuwe draai aan een verhaal geven is hier niet meer op zijn plaats. Het bekendste en duidelijkste voorbeeld is koppelen: ga niet op het laatste moment nog redenen aanvoeren waarom deze mensen een mooi stel (zouden) zijn.

Wat moet je vooraf weten voor deze akte?

De toon van je einde kan het verloop van je verhaal bepalen. Je kan een ‘lang en gelukkig’ immers niet uit de lucht laten vallen. Vul deze zin voor jezelf in: “Als mijn lezer het boek dichtslaat, wil ik dat die X voelt.” Bedenk hoe je dat warme gevoel, schuld, verdriet, opluchting…  gedurende je hele verhaal naar voren laat komen. Dat kan met thema´s, onderlinge relaties tussen personages, subplots, symboliek… Wat je maar kan bedenken. Je verhaal hoeft niet in zijn geheel in het teken te staan van het einde, maar je moet wel genoeg hebben om naar te kunnen herleiden.

Wat moet voor de lezer duidelijk worden?

Wat jij wil. Je staat zelf voor de keuze of je een open einde schrijft of niet en daarmee ook wat je aan de fantasie van de lezer overlaat. Daarvoor moet je wel het nodige afwegen, ook al in eerdere delen van het verhaal. Uitzondering hierop is het centraal conflict. Je moet wel een duidelijk antwoord geven op de vraag of de heldenreis slaagt of niet. Als je heldenreis geen uitgesproken ja/nee antwoord heeft (“Wordt de draak verslagen?”) geef dan wel aan in welke ‘richting’ het verhaal verder gaat: “Hoe gaat het leven als huisrouw verder?” “Niet zo fantastisch, nu ze vrienden is kwijtgeraakt door haar zelfzuchtige gedrag.” Of deze vrouw dan naar verloop van tijd ook haar huwelijk op de klippen ziet lopen of na een flinke tijd van egoïsme weer vrienden maakt, dat mag de lezer dan bepalen.

Wat mag je openlaten in deze akte?

Alles of niks, het is maar net hoe je het bekijkt en of je een open einde schrijft of niet. Zolang het centrale conflict maar beantwoord wordt, je niets nieuws introduceert en je het verhaal geleidelijk laat aflopen en niet plotseling stopt, kan je niet zo snel te veel open laten aan het einde van je verhaal.

Samenhang met andere akten

De derde akte moet vooral laten zien wat er ten opzichte van de eerste akte is veranderd. Aan het eind van het verhaal heeft je personage een heel ander leven, visie of leefomstandigheden. Daar is het centrale conflict immers voor bedoeld.
Daarnaast is de derde akte niet alleen het einde van het verhaal, maar ook een slot van de tweede akte.
Het is geen glasharde regel, maar het kan je wel wat houvast bieden: de eerste helft van de derde akte kan je gebruiken om terug te blikken op de tweede akte, de laatste helft is bedoeld voor de afronding van je verhaal.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Aaron Burden op Unsplash.

Schrijfwedstrijd 300 uitslag

De schrijfwedstrijd 300 kreeg meer inzendingen dan ik had verwacht! Met zoveel mooie verhalen was het erg lastig om de knoop door te hakken. Uiteindelijk won het verhaal ´De observaties van Dora Maar´ geschreven door Esther Leenders. Uiteindelijk heeft haar verhaal onder andere gewonnen door haar mooie mix van fictie en non-fictie en haar schrijfstijl. Gefeliciteerd, Esther! Lees het verhaal hier:

De observaties van Dora maar– Esther Leenders

GEESKE & KATE – 16.05 uur

‘Dat vind ik wat vaag’, zegt Geeske. ‘Wat bedoel je precies?’
‘Nou gewoon, dat ik denk…is dit het dan?’ Met een zucht slaat Kate haar blik neer en staart naar de een vlek in de vloerbedekking. Als ze weer opkijkt is daar nog steeds die opgeruimde blik van Geeske. Daar zitten ze dan, met z’n tweeën. Kate begint te vertellen hoe ze iedere ochtend uitgeput wakker wordt – haar wang vol diepe, rode groeven – met het gevoel dat ze in een wereld leeft waarin iets niet klopt.
‘Vind je het oké als ik je een gekke vraag ga stellen?’ Geeske slaat haar benen kordaat over elkaar. De puntige sandaal aan haar voet wipt op en neer. ‘Ik wil je vragen om je voor te stellen dat je gaat slapen. Tijdens de nacht – je hebt het niet door – gebeurt er een wonder. Alles wat je wilt, dat is er opeens!’
‘Een wonder?’
‘Ja, precies. Waaraan ga je merken dat dit wonder heeft plaatsgevonden?’
Kate draait haar hoofd in de richting van het raam. Een streep zonlicht valt op haar gezicht. Ze ziet er moe uit, met donkere kringen onder haar ogen. Vlakbij sjirpen vogels.
Dan antwoordt ze toegeeflijk: ‘Nou gewoon, dat ik me niet meer druk hoef te maken over werk en huishouden. En niet zo in de rol van moeder of vrouw zit.’
‘Wat wil je dan?’
‘Vrij zijn.’
Ze zegt het nauwelijks hoorbaar, bijna fluisterend. ‘Maar mijn werk en de kinderen dan? En Maarten heeft ook een drukke baan…’.
Geeske kijkt opeens fel en slaat haar armen over elkaar heen. ‘Dat zijn een hele hoop belemmerende gedachten. Ik kan je helpen om dit doel te bereiken, maar je moet het wel willen.’
En dan weer vriendelijk: ‘Zullen we een korte plaspauze doen?’

DORA – 16.11 uur

De deur van praktijkruimte 2.1 wordt gesloten en ik ben weer alleen in de kamer. Er zijn grotere ruimtes in dit pand, met meer bedrijvigheid, maar 2.1 is mijn plek. Ik hou van de grote hoge ramen en mijn plaatsje in de linkerhoek. Vanaf hier heb ik goed zicht op de zithoek met de zwarte fauteuils. In praktijkruimte 2.1 kan ik mijn beste vaardigheden oefenen: luisteren en onzichtbaar zijn.
Een uitgesproken type zou ik mezelf niet noemen, ondanks dat mijn uiterlijk anders doet vermoeden. Alhoewel, nu ik erover nadenk komt mijn voorkomen tegenwoordig nauwelijks nog wonderlijk over op de meeste mensen. De vormentaal van mijn schepper brengt lang niet meer zo’n schok teweeg als in het jaar dat mijn origineel geschilderd werd. Mon Dieu, het kon niet op in die tijd! Een select clubje pioniers in de kunst was lyrisch over mij. Zo gedurfd, zo excentriek! Ik voel nog steeds kriebels in mijn buik als ik eraan denk.
Maar sinds massaproductie in de tweede helft van de vorige eeuw zijn intrede deed is de vormentaal van mijn lief gedegradeerd tot decoratie op wanden van dit soort kleurloze praktijkruimtes. Treurig eigenlijk. Maar inmiddels heb ik me bij dit lot neergelegd. Veel van mijn soortgenoten vertoeven in donkere museumdepots. Ik word tenminste nog gezien!
En ik vermaak me prima met de gesprekken die in deze ruimte plaatsvinden. Leed is voor mij een onuitputtelijke bron van inspiratie, perfect materiaal. Niets maakt het menselijk tekort zo schrijnend zichtbaar als het observeren van wanhopige vrouwen. Die zijn er altijd genoeg, in alle generaties na mij.

GEESKE & KATE – 16.38 uur

‘Kate…wanneer kwam deze gedachte voor het eerst bij je op?’
‘Welke gedachte?’
Geeske buigt naar voren. Haar witte tanden steken af tegen haar gebruinde huid.
‘De gedachte dat je spijt hebt van het moederschap.’
Terwijl ze het zegt bijt Kate op de binnenkant van haar wang. De zon is achter een wolk verdwenen.
‘Heb ik dat gezegd?’
‘Ja. Wanneer dacht je dit voor het eerst?’
Kate rommelt in haar tasje. Een druppel snot valt uit haar neus. Met brandende ogen kijkt ze Geeske aan om meteen daarna haar blik weer af te wenden. Onhandig draait ze haar hoofd en probeert haar neus af te vegen aan het pofmouwtje van haar T-shirt.
‘Daar staan tissues,’ zegt Geeske terwijl ze naar de vensterbank wijst.

DORA – 16.40 uur

Zielenpijn zoals die van Kate laat me meestal koud. Het is weinig interessant en niet inspirerend. Ik beschouw het als elitair ongemak van een veeleisende generatie. En niet te vergelijken met gesprekken over écht menselijk lijden zoals een dierbare verliezen of een zware depressie.
Steeds vaker zitten ze hier – twintigers en dertigers die imploderen op het moment dat hun leven niet gaat zoals verwacht. Die hulp zoeken zodra het niet meer leuk is, zonder te beseffen dat het onzekere bestaan dat ze leven het leven zélf is. Normaal zou ik types zoals Kate veroordelen. Je mag blij zijn dat je kinderen hebt!
Het is stil in de kamer. Ik hoor alleen het zoemen van de tl-buizen in het plafond. Kate schuift nerveus heen en weer op haar stoel en slaat haar armen om haar lijf. Ze staart weer naar de grond. Er is iets in haar waar ik een vreemd soort troost uit put. Iets herkenbaars en ondefinieerbaars. Ze raakt me. Wat vreemd is, omdat haar pijn als een stokje in mijn eigen wond loopt te poeren. Of misschien juist daaróm. Het confronteert me met het grote verdriet in mijn leven: het feit dat ik zelf geen kinderen heb.
Met een papieren zakdoekje veegt ze in haar ooghoeken. Dan kijkt ze mij recht aan en weet ik ineens wat ons bindt: het gevoel te falen als moeder.

GEESKE & KATE – 16.44 uur

‘We eindigen dit gesprek met een bodyscan. Ga stevig staan en voel hoe je tenen vastzitten aan je voeten. Probeer hé-le-maal te ontspannen.’
Met monotone stem praat Geeske minutenlang door, een opsomming makend van ieder lichaamsdeel waar naartoe geademd dient te worden. Kate ademt in en lijkt slecht op haar gemak. Een dun streepje mascara loopt naar beneden vanaf haar ooghoek. Ze heeft nog steeds een loopneus.
‘Ontspan tot slot je kaken,’ zegt Geeske. ‘Daar zit vaak spanning.’
Kate knakt met haar kaken en staart afwezig voor zich uit. Dan, opeens, draait haar nek een kwartslag en vinden onze ogen elkaar.
‘Dat schilderij…er rolt een traan uit, zie je dat?’
‘Dat is een replica van Picasso’s Weeping Woman,’ zegt Geeske achteloos en ze pakt haar mobiel. ‘Zullen we een vervolgafspraak maken?’
Kate blijft mij aanstaren. Ze staat op uit haar stoel en loopt naar de wand. ‘Het blijft stromen!’
Geeske kijkt op van haar scherm. ‘Inderdaad, je hebt gelijk…het is vocht.’
‘Het is een wonder,’ zegt Kate en ze pakt een tissue. Luid snuit ze haar neus. ‘Huilen. Dat voel ik nu ook. Dat ik keihard wil huilen.’
‘Dat is het enige dat je kunt doen, Kate. Maar het is vijf uur. Wanneer zien we elkaar weer?’

Weeping Woman 1937 Pablo Picasso 1881-1973 Accepted by HM Government in lieu of tax with additional payment (Grant-in-Aid) made with assistance from the National Heritage Memorial Fund, the Art Fund and the Friends of the Tate Gallery 1987 http://www.tate.org.uk/art/work/T05010

De gekleurde bril beter bekeken: milieu

Iedere schrijver ziet dingen door een persoonlijke bril. Je kan jezelf trainen om daar alert op te zijn. Omdat een persoonlijke bril ook sterke invloed kan hebben op je schrijversstem is het belangrijk dat je weet wat een bril kan vormen. Deze blogpost gaat in op aspecten van persoonlijk milieu.

Wat vormt een persoonlijk milieu?

Er zijn veel zaken die een milieu vormen, onder andere cultuur en sociaaleconomische status. Dat zijn ontzettend brede begrippen. Daarom beperk ik me in deze blogpost tot een aantal zaken die in verhalen vaak aan bod komen en ook vaak onderdeel van het centraal conflict vormen.
Als je iets in het lijstje mist, kan je de volgende vraag als uitgangspunt nemen. Wat heb ik wat iemand anders niet (per se) heeft? Als het persoonlijk milieu betreft, zijn onder andere de volgende zaken belangrijk om de vraag bij te stellen hoe dat je persoonlijke blik op iets vormt:

* inkomen
* politieke voorkeur
* ras / seksuele geaardheid (voorrecht)
* opleidingsniveau
* sociale kring(en)

Je zal merken dat dat regelmatig een meer diepzinnig antwoord verlangt.

De bril van inkomen

Geld is vaak een redelijk gevoelig onderwerp. Als je het weinig hebt, kan dat je belemmeren in je dagelijkse leven. Zit je in een middenmoot, dan vraag je je waarschijnlijk af wat je met een (spreekwoordelijk) miljoen zou doen of hoe je kan voorkomen dat je arm wordt. En als je rijk bent, ben je misschien ofwel niet met geld bezig – ik heb het toch genoeg- of juist heel veel, omdat je het goed wil beheren.
Hoe dan ook bepaalt (de afwezigheid van) geld voor een groot deel hoe je leven eruit ziet.
Stel jezelf de volgende vragen en geeft antwoord met nooit, af en toe, soms, vaak of altijd. Er is geen goed of fout: jouw situatie is zoals die is.

* Ik moet soms een maaltijd overslaan, omdat ik het niet kan betalen
* Ik gun mezelf een cadeautje als ik iets goeds gedaan heb
* Ik koop kleren in de uitverkoop of tweedehands
* Ik kan me impulsaankopen veroorloven
* Ik carpool, fiets, of wandel om benzinekosten te besparen
* Ik winkel bij een budgetsupermarkt, omdat alleen dat betaalbaar is voor mij
* Ik draag alleen designerkleren
* Drie keer per maand uit eten is betaalbaar voor mij.

Enzovoorts.

Soms zijn er meer brillen dan je denkt. Eén aspect kan je beleving soms op meerdere manieren veranderen.
Foto door Joakim Honkasalo op Unsplash.

Probeer jezelf voor te stellen wat je al dan niet kan of zou doen als je het andere uiterste van toepassing zou zijn.
Stel dat je nooit de auto hoeft te laten staan vanwege de benzine en dan ineens moet fietsen. Kom je dan nog wel op je werk, zonder twee uur extra reistijd? Dat heeft wel invloed op je gemiddelde dag.
En als je plotseling designerkleren kan dragen in plaats van altijd tweedehandse te moeten kopen? Zou je je dan mooier voelen? Of zou je gewoon zelfgemaakte kleren blijven dragen en ga je van dat extra geld lekker op vakantie?

De politieke bril

Iedereen heeft een politieke voorkeur en die komt ergens vandaan. Zet je belangrijkste politieke standpunten eens op een rij en probeer te bedenken wat de achterliggende reden is dat je daarin gelooft. Dan kom je – als het goed is- ook uit bij de reden waarom in andermans leven andere waarden en dus politieke voorkeuren spelen. In een ander leven spelen andere zaken waarbij andere prioriteiten of voorkeuren horen.

Wat zou jij bespreken als je een microfoon had? En iemand die een andere mening heeft? Wat zegt die? Waarom?
Foto door Joakim Honkasalo op Unsplash

De bril van voorrecht

Zodra je kan spreken over een meerderheden en minderheden, gaat het ook over voorrecht. Denk hierbij aan geaardheid en ras, maar het kan ook beperkingen, sekse, of inkomen betreffen. Stel jezelf hierbij de vraag: wat kan ik doen zonder erbij na te hoeven denken, waar iemand anders daar alert op moet zijn, moeite mee heeft, of om nagekeken wordt? Voorbeelden:
* Als hetero kan ik mijn partner zoenen, zonder dat ik raar wordt nagekeken
* Als niet-moslima staart er nooit iemand raar naar mijn hoofd, omdat ik mijn haar niet bedek
* Ik moet nadenken of ik wel mee kan rijden in een auto, vanwege mijn rolstoel.
* Als miljonair denk ik niet na over de kosten van mijn gasrekening.
* Als man hoef ik me niet zorgen te maken om mijn outfit als ik ’s avonds op straat loop.

Je bent altijd ergens zowel een meerderheid als een minderheid (als is het maar in bepaalde situaties.) Probeer te ontdekken wanneer en welke ‘voorrechtbrillen’ jij op hebt.

De bril van opleiding

Opleiding kan je letterlijk en figuurlijk nemen. Als jij een opleiding astronomie hebt gedaan, kun je eindeloos over sterren-en planetenstanden praten. Maar iemand die net weet dat onze planeet ergens in een zonnestelstel rondzweeft, zal je niet kunnen volgen.
Als het over opleidingsniveau gaat, zijn er ook grote verschillen. Hou daar ook rekening mee. Woorden waarvan jij als schrijver met een jouw waarschijnlijk bovengemiddelde woordenschat denkt: die snapt iedereen, zijn verrassend vaak niet voor iedereen te volgen. Houd daarom Loo van Eck paraat om eventuele woorden op moeilijkheidsgraad te controleren. B1 is voor vrijwel iedereen te volgen, B2 of hoger vraagt al een bovengemiddelde woordenschat.

De bril van sociale kringen

Vaak zijn je sociale kringen gevormd door mensen die meerdere van dezelfde brillen ophebben als jij. Dat kan het lastiger maken om andere brillen te zien of die voor waarheid aan te nemen. Stel jezelf de vraag: wat als ik beste vrienden zou zijn met iemand die meerdere ‘tegenovergestelde’ brillen draagt? Schrijf alles wat je kan bedenken in je opschrijfboekje. Het gaat er hierbij vooral om dat je je voorstelt dat je door een andere bril kijkt dan je gewend bent.

* Ik heb vrienden met wie ik vaak sport, dus beweging is belangrijk voor mij. Als een vriend niet van de bank te krijgen is, hoe kunnen we dan een gezellig avondje hebben? Een filmpje kijken, misschien? Ook leuk. Maar hoe voel je je fit als je niet sport? Oh, mijn vriend kikkert op na een lang, warm bad. Kan ik ook eens proberen…

Probeer zo zelf meerdere situaties te bedenken waarin je persoonlijke bril verandert al naargelang met wie je (niet) omgaat.



Hoe kan je zaaien en oogsten met plotpunten in je verhaal?

Wie zaait, zal oogsten. Dat zaadjes planten zin heeft om je verhaal interessant te maken, kon je in deze blogpost al lezen.
Maar net zoals je een ontkiemend zaadje nog water nog geven, komt er extra zorg bij het zaaien om de hoek kijken.
In deze blogpost gaan we kijken hoe je ervoor zorgt dat de zaadjes die je in je plot plant, ook succesvol kan oogsten.

Voorwaarden van goed zaaien in een creatieve tekst

Je weet van vorige week misschien nog wel dat een zaadje kort en krachtig moet zijn om zichzelf later goed te kunnen uitbetalen. Maar hoe klein een zaadje ook is, zomaar iets opschrijven is ook niet handig. Dan wordt dat ene zinnetje dat een heftige reactie moet geven, ook maar vergeten tussen al die anderen. Bedenk daarom eerst een wat je zaadje moet doen.
* Moet het plotpunten aan elkaar verbinden?
* Moet het de lezer empathie laten voelen voor het personage?
* Moeten relaties van personages onderling duidelijk of verstevigd worden?
* Moet het alvast een hint geven van wat komen gaat?
* Moet het dienen als een show don’t tell?

Ik kan hier eindeloos theoretisch uitleggen, maar een reeks scènes van Pixar’s meesterwerk Up laat dit duidelijk en briljant zien. Dit stukje zit vrijwel aan het begin van de film, dit stukje komt er direct na. Het derde fragment is aan het eind van de film. Ga eerst maar eens genieten van tien minuten schrijverskwaliteit voor je verder leest. Hou tissues paraat!

Effectief zaaien bij een creatieve tekst

Ik kan hier misschien wel tien dingen aanwijzen in Up waar zaaien en (zéér succesvol) oogsten zichtbaar is. Om maar bij het begin te beginnen: de zaadjes moeten klein zijn, willen ze hard aankomen.
Een paar van de duidelijkste en de mooiste zijn:
* het kruisje slaan op het hart om iets belangrijks te beloven.
* ‘Adventure is out there!’ als slagzin voor niet alleen kinderlijke verwondering, maar ook als verwijzing naar het verhaalthema van leven en verder leven na rouw.

Hou het eigenlijke zaadje klein, maar zorg wel dat het veel gewicht heeft. Een enkele slagzin die een aantal keren terugkomt, werkt veel beter dan een herhaling van een groots gebaar dat vele regels, alinea’s of zelfs hoofdstukken doorgaat. Kijk maar naar dit schema:

Klein/ kort Groots/ veel woorden
Het is subtiel in de tekst verweven, waardoor het natuurlijk leest Het leest vaak bombastisch, om de lezer toch vooral te laten weten hoe die zich dient te voelen.
Het voelt persoonlijker, passender, realistischerHet leest als een boek, niet als persoonlijk verhaal. Het principe van “Dit gebeurt alleen in fictie” ligt op de loer.
Het is makkelijker te onthouden en daardoor is het vaak pakkenderJe leest eindeloos veel, maar het komt vaak alsnog op een enkele bevinding neer. Dat leest op den duur vertragend.

Je ziet het in Up ook terug. Carl kruist zijn hart maar een aantal keren, op belangrijke momenten in het plot, of wanneer dat voor hem en Ellie van persoonlijke waarde is. En wanneer het terugslaat op de heldenreis van Carl: wanneer hij het avontuur aan wil of moet gaan. Zou je hem dit elke keer laten doen als Ellie ter sprake komt, dan zou dit gebaar enorm aan kracht inleveren.

Om iets veel gewicht te kunnen geven, moet het dus belangrijk zijn. Voor het plot, het personage, het centraal conflict…
Als je heel goed kan schrijven, lukt het je misschien om met één oneliner zowel emotioneel te kunnen oogsten als het plot aan elkaar te binden als… Maar wat ook werkt, is om meerdere kleine dingen in te zetten.
Uiteindelijk is het belangrijk dat je de lezer blijft boeien. Het principe van zaaien en oogsten helpt daarbij. Denk aan een pageturner. Wat je met zaaien en oogsten doet, is in wezen hetzelfde: je geeft kleine ‘haakjes’ die een verhaal levendig en spannend houden. Met een pageturner werk je naar een bepaalde uitkomst, met zaaien en oogsten kan die uitkomst her en der door het verhaal worden verspreid.

Het oogsten in de praktijk

Wat je specifieke doel van zaaien en oogsten ook betreft, zaaien en oogsten komt neer op een combinatie van logica en actie reactie. Over dat laatste kan je in de betreffende blogpost lezen, logica kan je hier beschouwen als: zorgen dat je belangrijke gaten niet open houdt als iets zich moet uitbetalen. Enkele voorbeelden zijn:

* Als iemand een drenkeling gaat redden, komt die eerder op voor een dakloze (laat eerder onzelfzuchtigheid blijken).
* Als je personage later raketgeleerde wordt, zit er standaard een boek over hogere wiskunde in zijn tas, voor in de trein. (De liefde voor wiskunde wordt al eerder getoond.)
* Als iemand rouwt, moet de lezer de relatie van de personages begrijpen, wil de omvang daarvan duidelijk genoeg zijn om zich te kunnen uitbetalen (ga er niet zomaar van uit dat je lezer emotioneel betrokken is of raakt. Ook dat is een kwestie van zaaien en oogsten).

Nog meer dan anders is het niet mogelijk om een toverformule te geven voor effectief zaaien en oogsten bij creatief schrijven. Het is echt een kwestie van maatwerk. Een afvinklijstje maken is daarom erg lastig. Als je die al hebt, is die zeker niet zaligmakend. Maar om je toch op weg te helpen zijn hier een aantal aandachtspunten:

* Is dit zaadje dat je gaat oogsten ook echt nuttig voor het verhaal of het plot? Zo niet, dan valt het kwartje relatief minder snel of zelfs niet bij de lezer. Net als bij een plottwist is iets effectiever als het echt een functie heeft dan wanneer het slechts moet choqueren.
* Komt het zaadje en de oogst op momenten die veelzeggend en/of relevant zijn?
* Is het zaadje niet te vergezocht? Zowel letterlijk (zit het niet té verstopt in de tekst?) als figuurlijk: creëer je geen Deus ex machina of een heel geforceerde tranentrekker?

Het is altijd even zoeken, maar wie zaait, zal oogsten 😉 Er komt vast iets moois uit je schrijfresultaten!

Foto door Paz Arando op Unsplash.

Zaaien en oogsten: subtiel en pakkend schrijven

Zaaien en oogsten is een van de manieren om je lezer helemaal in je verhaal mee te nemen. Je geeft ergens bijna achteloos iets prijs, om dat later te herhalen voor een emotioneel effect. Of je laat je personage iets ‘nutteloos’ leren om daar vervolgens de wereld mee te redden.

Wat is zaaien en oogsten bij creatief schrijven?

Om de lezer in je verhaal te zuigen moet je die betrekken bij je verhaal. Dat kan op veel verschillende manieren. Interessante personages schrijven, herkenbare momenten schrijven, of door zaaien en oogsten.
Zaaien en oogsten is het principe van relatief subtiel ergens in het verhaal enkele dingen naar de voorgrond te halen, om hetzelfde later in de grote schijnwerpers te zetten. Enkele voorbeelden:

ZaaienOogsten
Een kindje zegt: tijdens het spelen een keer trots tegen opa: ‘Mijn teddybeer beschermt me tegen alle kwaad.’Het kindje geeft Teddy aan opa wanneer er kanker bij hem wordt geconstateerd. Zo kan hem niks gebeuren.
Een vrouw woont een karateworkshop bij, omdat zij en haar vriendinnen eens een keer iets ‘out of the box’ willen doen als meidenuitje.De vrouw kan haar overvaller zes weken later een flinke karatetrap verkopen.
Na een marathon van Koreaanse series kent een tienermeisje de zin ‘Kan ik helpen?’ in het Koreaans.Als een Koreaan in de stad slachtoffer is van racisme, kan het meisje het slachtoffer in diens moedertaal benaderen.

Zaaien kan grote gevolgen hebben voor het plot, zoals bij de overval. Andere keren betaalt het effect zichzelf vooral emotioneel uit, zoals bij de teddybeer. Soms is datgene wat wordt geoogst, relatief eenvoudig. De Koreaan en het meisje houden er niet meteen een levenslange vriendschap aan over. Maar wat het effect van het oogsten ook is: zonder het zaaien zou het oogsten minder effect hebben of zelfs niet kunnen.

Waarom moet je zaaien bij creatief schrijven?

Neem de jonge vrouw die karate kent. Je hoeft haar niet op karakteles te laten gaan, maar ze moet wel blijk geven van fysieke dosis kracht en/ of lef. Stel je voor dat ze bang en zwak is en ze de overvaller alsnog te grazen neemt. Zowel haar vrienden als de lezer zullen dan denken: “Wauw, dat had ik niet achter je gezocht.” Het verschil is dat haar vrienden trots zullen zijn, maar de lezer met de ogen gaat rollen; dit is een Deus ex-machina.
Het is belangrijk om te weten dat zaaien niet meteen complete scènes in beslag hoeft te nemen. Sterker nog, het werkt vaak goed als het ‘tussen neus en lippen door’ gebeurt. Laat de vrouw een keer haar vader tegenspreken, vervolgens nog een keer een zware doos of tillen en voilà: een sterke, mondige vrouw!

Voordelen van zaaien en oogsten ten opzichte van een formule volgen

Als je goed zaait en oogst, zet je dus relatief subtiel iets in gang. Daarvoor moet je dus goed kijken naar wat er bij jouw verhaal past. Een formule volgen en dan succesvol zaaien en oogsten is veel moeilijker, omdat bij een formule meer van een groot geheel dan van de details uitgaat. Lees deze post en kijk naar de bijbehorende afbeelding. Vergis je niet: Nicholas Sparks doet niet aan zaaien en oogsten door een verboden liefde alsnog te laten werken, ondanks de tegenslagen. Dat is niet wat zaaien en oogsten inhoudt.
Neem The Notebook: Noah en Allie zijn als tieners verliefd geworden en ondanks obstakels alsnog met elkaar getrouwd. Nu heeft Allie Alzheimer en herinnert ze zich Noah niet meer. Maar Noah heeft hun romance in een dagboek genoteerd. Zo nu en dan herinnert Allie zich haar man weer als hij haar zijn herinneringen voorleest.
Maar dit dagboek wordt nergens echt gebruikt in de film. Er wordt enkel en alleen uit voorgelezen. Als Allie zich nu iets herinnert, is dat alleen vanwege het idee dat liefde alles overwint. Niet vanwege het principe van zaaien en oogsten. Dat is jammer, want er valt veel uit te halen, nog buiten het feit dat Allies heldere momenten dan ook daadwerkelijk ergens op terugslaan.

* Laat de verplegers aan Allie vragen of ze dat dagboek ooit gezien heeft. “Vroeger was je daar zo zuinig op…”
* Laat het dagboek in een scènes terugkomen als Noah en Allie nog jong zijn. In plaats van 365 brieven te schrijven, had Noah ook kunnen zeggen dat hij jarenlang zijn hart uitstortte in een dagboek.
.* Laat Noah het verstoppen en Allie het vinden, waardoor ze later niet alleen het fysieke boek, maar ook passages herkent.
* Jonge Allie kan het dagboek opgestuurd hebben gekregen van de jonge Noah. Als zij het dan jarenlang voor haar ouders heeft moeten verstoppen, is dat niet alleen mooie symboliek – ze moet ook haar liefde voor Noah verbergen- maar dan krijgt oude Allie in ieder geval een helder moment wat logisch te herleiden is als ze het dagboek weer ziet.

Zie je de voordelen? Als je niet klakkeloos een formule volgt, maar de unieke details het werk laat doen, blijkt dat de schrijver ook moeite heeft gedaan om de personages te leren kennen. Een ‘spontaan’ helder moment bij dementie is aandoenlijk, maar het is zoveel mooier als er ook nog iets achter zit wat de personages ervoor hebben moeten doen, of meegemaakt. Bovendien beloon je de lezer als die zaait: “Je bent bij de les gebleven en daarom mag je nu genieten van het emotionele effect van de blijdschap/opluchting/ het warme gevoel dat het zaaien je geeft.”

Zaaien en oogsten: kort en krachtiger

Zoals je misschien al hebt gezien, is zaaien en oogsten in zekere zin een show don’t tell. De vrouw die eerst een grote mond opzet is een voorbode in show don’t tell vorm gegoten: deze vrouw is niet bang aangelegd. Daarna tilt ze een zware doos op: ze is sterk. Deze voorbeelden zou je kunnen zien als oneliners: aan dat soort voorbeelden besteed je geen handvol alinea’s. Deze korte ‘zaadjes’ zijn doorgaans effectief, omdat het alternatieve uiterste vaak geforceerd overkomt. Als je je heldin ieder hoofdstuk voor de zwakkeren op laat komen, of haar een bodybuilder maakt, is een overvaller afweren niet indrukwekkend meer, Je lezer zou dat zelfs als cliché kunnen zien. Korte zaadjes vallen niet zo (duidelijk) op, waardoor het oogsten logisch en natuurlijk overkomt, zonder meteen te lezen als een sarcastisch ‘Goh, dat zagen we echt niet aankomen…’

Volgende week schrijf ik hoe je zaaien en oogsten in de praktijk kan brengen.

Foto door Jametlene Reskp op Unsplash.

Drie-aktenstructuur: de climax

n de serie ‘Drie-aktenstructuur’ leer je ieder verhaalelement van het drieaktenstructuurschema beter te begrijpen. Waar in het schema staat een verhaalelement? Maar belangrijker nog: waarom is dit verhaalelement in het schema opgenomen en wat is de meerwaarde daarvan? Deze week is het moment van de waarheid: de climax!

Drie aktenstructuur, de climax

Waar staat dit verhaalelement?

De aftrap voor derde akte was hiervóór met de derde clue gegeven en na de climax gaat de spanningsboog geleidelijk aan weer naar beneden. Je weet waarschijnlijk wel wat dat betekent: dit is het punt van actie. Niet zomaar actie, maar de actie waar je het hele verhaal al naartoe aan het werken bent.  

Wat weet de lezer al op dit punt in het verhaal?

In dit verhaalelement mag je de lezer verwennen. Die hoeft nu even geen verbanden te leggen met wat is, wat was of wat gaat gebeuren en waarom dingen zo gelopen zijn. Laat de lezer gewoon van de zich ontvouwende actie genieten. Zoals gezegd: dit is het punt van actie, actie, actie! In zekere zin moet je het ook niet gecompliceerder maken dan dat. Laat de actie zijn werk doen.

Wat moet er in dit verhaalelement gebeuren of duidelijk worden?

Dit is waar je hoofdpersonage al die tijd naartoe geleefd heeft. Dat is het uitgangspunt. Soms maakt dat de climax makkelijk om te schrijven: als je topsporter eindelijk op de Olympische Spelen staat, in welk verhaalelement van het drie-aktenstructuur zou de race om de gouden plak dan toch moeten komen…?
Maar soms loopt het leven van je personage niet zoals verwacht, of ontvouwt het zich anders dan je personage hoopte. Bedenk dan: vanaf hier gaat het leven van je personage onherroepelijk veranderen. Wat maakt dan dat onherroepelijke moment? Dat is de passende actie passend bij de climax. Dat klinkt nu misschien nog wat vaag, maar in de laatste verhaalelementen zal duidelijk worden dat na een climax het leven van je personage altijd en onherroepelijk verandert ten opzichte van het oude leven.

Wat moet je weten over je verhaal als je dit verhaalelement gaat schrijven?

Net als de lezer hoef jij als schrijver hier ook niet over talloze dingen je nek te breken of zaken onnodig ingewikkeld te maken. Schrijf gewoon met het idee dat de actie van de pagina’s af moet spatten. Bedenk echter wel wat voor actie passend is bij je verhaal. Knallende geweren zijn niet passend voor een verhaal over een zwangerschap. En in een verhaal over een veelbelovende loopbaan zal je niet over de uitkomst van de laatste blind date gaan schrijven.  
Als je twijfelt wat passende actie is, kan je verhaalthema een fijne houvast bieden. Om je op weg te helpen is hier nog een vraag die je jezelf kan stellen: is de nodige actie vooral fysiek, emotioneel of mentaal van aard?

Wat moet je geheimhouden of niet doen in dit verhaalelement?

Het klinkt misschien als een open deur, maar houd de afloop van het verhaal geheim. Let op: van het verhaal, niet van de climax. Uiteindelijk wint je generaal de veldslag of niet. En dat gebeurt allemaal in de climax. Daar valt dus niet veel te sjoemelen. Maar je kan wel op allerlei manieren gaan verklappen wat een bepaalde uitkomst van dit gevecht voor het verhaal heeft. “Als we winnen, zal ik dolgelukkig zijn, want dan kan ik mijn zoontje weer zien.” “Als we verliezen, dan betekent dat de ondergang van het koninkrijk.” Niet zo snel, enthousiaste schrijver, we hebben nog drie verhaalelementen te gaan. Die zijn er voor bedoeld om dit soort afrafelingen – of spoilers –  te voorkomen. Beperk je in de climax tot de actie en denk dus niet te ver vooruit.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Caitlin Wynne op Unsplash.

Hoe neem je de actualiteit mee in je verhaal?

Als je schrijft over geschiedenis, is bedenken wat je moet opschrijven makkelijk: je doet schrijfonderzoek. Maar hoe bepaal je wat je mee moet nemen als de geschiedenis op dat moment in de maak is?

Actualiteit versus geschiedenis in de maak

Om te bepalen wat geschiedenis in de maak is en wat actualiteit is, kan je een aantal dingen afwegen.
* Heeft deze gebeurtenis grote gevolgen?
* Heeft het gevolgen op grote schaal?
* Is de gebeurtenis uniek?

Als het antwoord drie keer ja is, dan heb je hoogstwaarschijnlijk te maken met iets dat de geschiedenis in zal gaan, en niet slechts eenmalig op de voorpagina van een krant komt te staan. Voorbeelden van de afgelopen jaren:
* De covidpandemie
* Brexit
* De bestorming van het Capitool in de Verenigde Staten
* De oorlog in Oekraïne

Soms is er een grijs gebied. Zo is de vluchtelingencrisis van 2015 wel onderdeel van de Europese geschiedenis van dat jaar, maar toen het Rode Kruis de vluchtelingen moest helpen die wekenlang buiten moesten slapen in Ter Apel was dat actualiteit. Soms maakt hoe lang iets duurt, hoe vaak of waar iets gebeurt, of zelfs waar je zelf woont, het verschil tussen actualiteit of geschiedenis in de maak. Een voorbeeld van dat laatste:

Op 8 juli 2022 werd de Japanse oud-premier Shinzo Abe vermoord. Om je een beeld te geven hoe vreselijk de Japanners geschrokken moeten zijn van een moord op hun oud-premier: je kan Japan bijna overdreven veilig noemen. Ik liep als vrouw alleen ’s avonds laat door donkere steegjes en zocht die zelfs op… Voor iemand die nooit in Japan is geweest, klinkt dat belachelijk. Mede Japan-vakantiegangers: we zijn het er vast over eens dat daar de lekkerste en gezelligste restaurantjes te vinden zijn. Tel er nu dit nieuwsbericht van 22 november bij op. De moordenaar van Abe zou hem linken aan een sekte. Dat blijkt niet alleen waar te zijn, dat geldt voor de helft van de partij van Abe. Ongetwijfeld gaat dit schandaal de Japanse (politieke) geschiedenisboeken in, hoe het dan ook af mag lopen. Hier in Nederland staan we er nu al niet zo veel meer bij stil.

Afwegen van belangen voor je verhaal

Misschien zie je na het voorbeeld van de vermoorde Abe en het Japanse sekteschandaal al welk punt ik ga maken. Het eerste wat je na moet gaan is in hoeverre de geschiedenis in de maak jouw personage of jouw verhaallijn ook daadwerkelijk beïnvloedt en op wat voor manier. Neem de oorlog in Oekraïne en de energiecrisis. De winter komt eraan en omdat de oorlog nog volop gaande is, weet niemand wat er zich nog gaat ontwikkelen en hoe erg die gevolgen gaan zijn. Zowel in Oekraïne als hier in Nederland, waar veel mensen wakker liggen van de energierekening.
Maar: is jouw personage iemand die daar ook van wakker ligt? Als die anno december 2022 miljoenen op de rekening heeft staan en trouwplannen maakt…
Meer dan gewoonlijk moet je als je verhaal in het hier en nu afspeelt uitgaan van het wereldje van je personage.
Stel dat je in februari van 2020 net de laatste bladzijde van een familiekroniek schreef die zich afspeelde van 2000 tot 2020. Als je de actualiteit te veel meeneemt, wordt je hele slot en dus ook je boek halsoverkop compleet anders. Dat doet je verhaalthema, centraal conflict, structuur… – alles eigenlijk- geen goed.

Als je de actualiteit te serieus gaat nemen, is de kans erg groot dat je verhaal eindeloos moet herschrijven.

Bedenk ook in hoeverre je boek geschiedkundig gezien zich ook exact in een bepaalde tijd moet afspelen. Als mensen rondlopen met smartphones, leven we in de jaren ’10 of later. Maar tenzij er iets binnen een bepaalde tijdspanne gebeurt wat belangrijk is voor je verhaal (zoals je topsporter die in 2012 naar de Spelen in Londen gaat), probeer dan te voorkomen dat je een exacte datum noemt. Hou het dan bij die vage beschrijving van het recente decennium of tijdperk, om te voorkomen dat de actualiteit/ geschiedenis je ‘in kan halen’. Mocht er toch iets gebeuren waar je qua jaartal niet omheen kan, dan kan je je verhaal alsnog zonder problemen verschuiven naar een ander jaar of andere jaren.

Onontkoombare geschiedenis

Soms kan je echter niet om de geschiedenis heen. Stel je voor: het is begin 2020 en de eerste signalen van massale covid-uitbraken en lockdowns in Italië komen in het nieuws. Het gerucht gaat dat ook Nederland volledig op slot gaat. Je weet op dit moment nog niet of dat waar is en wat voor invloed dat gaat hebben op je personage, maar dat het invloed gaat hebben is onvermijdelijk. Het is vrijwel onmogelijk om daar met een neutrale blik over te schrijven. Al is het maar omdat jij als schrijver — ook maar een mens van vlees en bloed– je daar zorgen over maakt en wil weten hoe dit af gaat lopen. Probeer dan zo veel mogelijk in het hier en nu te blijven.
Je mag de actualiteit benoemen, maar doe dat dan niet met een tell: “Ik zag iedereen zich zorgen maken over de komende lockdown. Zou het echt zo ver komen? Dat zijn ongekend drastische maatregelen, is dat echt nodig?” Vergeet hierbij niet dat een tell niet alleen op zinsniveau, maar ook op alineaniveau en zelfs hoofdstukniveau voor kan komen.
Probeer voorspellingen koste wat kost te voorkomen. Je personage/ jij mag ergens op hopen, maar om op voorhand een hele (alternatieve) geschiedenis te creëren, dat gaat te ver.

De geschiedenis afwachten

Omdat geschiedenis in de maak zo onvoorspelbaar is, weet je niet waar je aan toe bent. De ene veldslag kan actualiteit lijken, maar geschiedenis blijken op het moment dat het gebeurt, of andersom. Kijk dus of je geschiedenis ‘af kan wachten.’ Een veldslag op 1 januari? Schrijf daar in maart of april over, zodat je weet wat de daadwerkelijke grote gevolgen zijn. Bijkomend voordeel is dat tegen de tijd dat je daar klaar mee bent, maart ook al wat meer geschiedenis dan actualiteit is. Mocht je ondertussen weer met de geschiedenis ‘gelijk lopen’, kijk dan eens wat je in de tussentijd ook nog kan schrijven. Gebruik die tijd bijvoorbeeld om personagebiografieën uit te breiden, of om een subplot te verstevigen.

Zo wordt schrijven over de actualiteit realistisch en blijft het ook spannend voor de lezer die jouw boek over vijftig jaar leest als alles -letterlijk of figuurlijk- lang verleden tijd is.

Foto bij artikel: little plant op Unsplash

Drie-aktenstructuur: de crisis

In de serie ‘Drie-aktenstructuur’ leer je ieder verhaalelement van het drie-aktenstructuurschema beter te begrijpen. Waar in het schema staat een verhaalelement? Maar belangrijker nog: waarom is dit verhaalelement in het schema opgenomen en wat is de meerwaarde daarvan? Deze week het dieptepunt voor de held: de crisis.

Waar staat dit verhaalelement?

Het vorige element was de ramp, nu gaat de held in de crisis daar de gevolgen van ondervinden, vlak voor de derde en laatste clue. Er is net iets heel ergs gebeurd en in het volgende element moet de held zich hebben herpakt om weer de heldenrol te vervullen. Maar eerst moet blijken dat je held net als iedereen menselijk is.

Wat weet de lezer al op dit punt in het verhaal?

De lezer was net getuige van de ramp en weet inmiddels ook wat de held op verschillende manieren aangaat: fysiek, emotioneel en op andere vlakken. Die wil hier dus zien wat je in de crisis moet beschrijven: hoe je held diens instorting beleeft. Als je held dit hoofdstuk zou overslaan, zou die zich niet zo mogen noemen. Een belangrijk kenmerk van de held is dat die zwaktes, beperkingen of angsten vertoont. Je gaf gedurende je verhaal al aan wat die zijn en nu ga je die onthullen of in de praktijk brengen. Als de ouder gedurende het verhaal bang is dat het kind doodziek wordt, heeft het kind in het vorige verhaalelement een ernstige diagnose gekregen en valt de held nu van schrik op de grond neer.

Wat moet er in dit verhaalelement gebeuren of duidelijk worden?

Gedurende het hele verhaal staat je held in de schijnwerpers. Die schijnwerpers staan in dit verhaalelement zowel extra op je hoofdpersonage gericht als dat ze wat meer uitzoomen naar de rest van het spreekwoordelijke podium. Het licht zoomt in op de foetushouding die je personage nu aanneemt in zijn wanhoop. Het laat zien hoe alle emoties en angsten door je personage heen gieren en hoe het helemaal vastzit. Tegelijkertijd zoomt de spotlight ook voor het eerst echt uit om ook medepersonages aandacht te geven. Nu komen zij in beeld om te laten zien wat zij bijdragen aan het verhaal en hoe ze je hoofdpersonage helpen: niemand kan een grote missie helemaal alleen uitvoeren. Maak duidelijk dat je medepersonages een belangrijke rol vervullen. Zeker nu de held versteent.

Wat moet je weten over je verhaal als je dit verhaalelement gaat schrijven?

Je held heeft een flinke ruggengraat, anders redt die het niet tot de crisis. Maar hier moet die sterke kracht even breken. Je moet dus weten wat je breken kan en ook hoe je personage weer op kan staan voor het volgende verhaalelement. Je hebt dus een goed beeld nodig van de angsten, kunde, wensen en drijfveren van je hoofdpersonage, omdat je daar in dit verhaalelement de nuances van beschrijft. Als je alles hier algemeen of neutraal houdt, dan is de crisis niet geloofwaardig. “Ik was daar even verdrietig over, maar toen ging ik weer door,” klinkt veel te luchtig. De crisis is bedoeld om je held te laten instorten, om die vervolgens weer op te laten staan. Dat opstaan heeft nu veel meer waarde dan het had bij de eerdere obstakels.

Wat moet je geheimhouden of niet doen in dit verhaalelement?

Zorg voor een goede balans van de eerder genoemde schijnwerpers. Je medepersonages mogen niet als een onverschrokken, plaatsvervangende held alles van je hoofdpersonage overnemen. Tegelijkertijd mag je niet te veel aandacht besteden aan de ‘foetushoudingperiode’ van de held. Besteed dus niet te veel aandacht aan een van die twee opties, want dat vertraagt de vaart van je verhaal te veel.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Afbeelding: Hello I’m Nik op Unsplash.

Met een persoonlijke blik schrijven over een plaats

Iedere schrijver ziet dingen door een persoonlijke bril. Je kan jezelf trainen om daar alert op te zijn. Omdat een persoonlijke bril ook sterkte invloed kan hebben op je schrijversstem is het belangrijk dat je zoveel mogelijk ziet wat een bril kan vormen. Deze blogpost gaat in op aspecten van plaats.

Een bril van plaats? Hoezo?

Is er ook zoiets als een persoonlijke bril van plaats? Reken maar! De wereld wordt steeds kleiner, maar vergeet niet dat de wereld stiekem nog steeds gigantisch is. Er zijn alleen al meer dan honderd miljoenensteden op de wereld. Zo’n stad heb je niet in een week helemaal ontdekt. Laat staan alle andere dorpjes, woestijnen, nationale parken en fantastische restaurantjes die ook nog op de wereld zijn. De wereld is zo groot dat je nooit daadwerkelijk kan bevatten wat er allemaal op gebeurt. Je kan ook nooit echt weten hoe het is om op alle mogelijke plaatsen ter wereld op te groeien. Je kan er een globaal idee van hebben, maar echt een waterdicht beeld, dat is een ander verhaal. Een verhaal waarin je met een bepaalde bril naar plaatsen kijkt die je al dan niet kent.

Wat maakt een bril van plaats?

Een bril van plaats heeft natuurlijk met een bepaalde omgeving te maken, maar je zou het ook kunnen samenvatten als: gewenning. Een plaats heeft bepaalde kenmerken, die altijd terugkomen en waar je dus aan ‘wendt’. Kijk maar:

Plaatsassocieer je met dat heeft óók / X heeft dat óókde plaats heeft dus overeenkomsten met
Een boerderij in het vlakke, Westerse NederlandboerderijdierenkoeienEen boerderij in de bergen van Oosters Sri Lanka
Een moskee in de rijke Verenigde Arabische Emirateneen grote islamitische gemeenschapIndonesiëeen arm Indonesisch dorpje
Snackgigant Burger Kingongezond eten Sjefkes hamburgertenteen bescheiden zaak

Het gaat erom dat je ziet dat sommige overeenkomsten zo overduidelijk zijn (natúúrlijk zijn er dieren op een boerderij, natúúrlijk verkopen zowel de snackgigant als je plaatselijke frietzaak ongezond eten) dat je niet ziet dat er ook nog grote verschillen zijn. In de bergen van Sri Lanka heb je een heel ander uitzicht vanaf de boerderij dan die in het vlakke Nederland. Je geniet van je heerlijke verse snack wanneer je gezellig en op je gemak met Sjefke kan kletsen. Dat is anders wanneer iedereen gehaast en chagrijnig een geplette burger to go haalt bij de Burger King. Een andere plaats kan dus ook voor een heel andere sfeeromschrijving zorgen.

Wie gaat er mee naar Sjefkes hamburgertent? 😉


Wat eerst vanzelfsprekend leek, is niet langer zo. Je kijkt er plotseling met een andere bril naar.
Of andersom: soms kan je denken: wat hebben Sri Lanka en Nederland nou met elkaar gemeen? Boerderijen dus bijvoorbeeld. Deze manier van kijken naar een plaats maakt dat je een bril makkelijker af kan zetten.

Soms zijn verschillen in plaats een kwestie van tijdelijke beleving, zoals de hamburger in de snackbar. Andere keren kan het daadwerkelijk een levenslange bril vormen. Een kind dat in een Nederlands boerengezin opgroeit, gaat gewoon naar school. Dat geldt misschien niet voor een boerendochter in het verre Oosten: die moet misschien wel op het land werken om het gezin helpen te onderhouden. Dan is een verschil van geografische plaats misschien het verschil tussen een leven van weelde en armoede. Dat brengt op zijn beurt andere dingen betreft welvaart met zich mee die een verschil kunnen maken voor je verhaal.

Waar ben ik…?

Waar ben ik…? is een goede vraag om te stellen als je op een bepaalde plaats bent. Kijk goed om je heen en haal je opschrijfboekje tevoorschijn. Wat zie je? Soms is iets een show don’t tell door er alleen al naar te kijken. In een wijk met villa’s wonen rijke mensen. Soms is het niet zo overduidelijk, maar als je leert observeren – of gewoon wat langer nadenkt- kun je ook al bepaalde conclusies trekken.
* Ik ben in een bergdorpje in Niemandsland. Er wonen dus ook niet veel mensen. Waarschijnlijk is deze dorpsgemeenschap hecht omdat ze -letterlijk- niet veel andere mensen om zich heen hebben.
* Ik ben op een supertoeristische plek. Die straatverkoper raakt zijn koopwaar dus wel kwijt. Misschien is het daarom kwalitatief niet het beste en kan ik beter iets verderop een souvenir gaan zoeken?
* Ik loop door een islamitische buurt. Waarschijnlijk moet ik de wijk uitlopen als ik voor vanavond hamlapjes wil kopen.
* In de rijkeluisbuurt zie ik geen Fiat Panda rondrijden. Het is wachten op een Tesla. En dat is waarschijnlijk niet de enige auto voor de deur.

Quizje: Waar is dit? (Nara, in Japan) Foto door Timo Volz op Unsplash
Bonusvraag: Wat zegt het over mij dat ik een foto uit Nara plaats als ik iedere plaats ter wereld kan kiezen? Inderdaad, dat ik dol ben op die plaats. Als jij een foto had uit kunnen kiezen, hadden we hier waarschijnlijk een andere locatie gezien. Oftewel: je kijkt door mijn persoonlijke bril van wat ik een fijne plek vind.

Waar ben ik…?

Zodra je weet waar je bent, hebt leren observeren en de associaties bij die plaats duidelijk hebt, is het tijd voor het echte werk. Je gaat “Waar ben ik…?” aanvullen:
* Waar ben ik opgegroeid? (werelddeel, land, stadsdeel, platteland) Wat heeft dat voor invloed op je religie, sociaaleconomische status, enzovoorts? Daar kan je eindeloos verder mee brainstormen. Je zal al snel uitkomen bij de bril van je persoonlijke milieu.
* Waar ben ik naar school gegaan? (dorpsschooltje met twee houten palen en een rieten dak of een elitaire privéschool)
* Waar speelde ik vroeger het liefst? (op het voetbalveldje in het dorp, op de kartbaan in de stad, in de moederpoel bij het weiland of op het schoolplein)
* Waar ben ik voor het eerst verliefd geworden of gekust? Op een gezellig schoolfeest, of in het huis van mijn pleeggezin?

enzovoorts.

Soms zegt een exacte, fysieke plaats heel veel. (Je groeit anders op in Congo dan in Nederland). Andere keren moet je wat meer tussen de regels door lezen. Ben je voor het eerst gekust in het huis van je pleeggezin? Dat huis zelf is dan niet zo interessant meer, maar wel dat je in een pleeggezin hebt gewoond. Dat kan ook een bril vormen.

Schrijf iedere bevinding die je hebt met een antwoord op een waar-vraag op in je opschrijfboekje. Uiteindelijk word je je dan bewuster van je eigen bril. Dat helpt ook om te beseffen dat andere ervaringen en dus ook bevindingen niet per se onjuist, maar slechts anders zijn. Dat is essentieel voor een schrijver, want hoe ga je anders in de huid van je personage kruipen?