Zo krijgen Romeo en Julia een echt lang en gelukkig

Zodra Romeo en Julia een aantal ruzies hebben gehad en als stelletje zijn gegroeid, zou je kunnen denken dat ze de eindstreep hebben gehaald en het perfecte koppel zijn. Maar dat is niet zo. Als ze echt samen oud willen worden, moeten ze nog een paar dingen doen.  

Leren leven met een rommelkont

Zodra je stelletje een ruzie heeft gehad en weer heeft bijgelegd, laat dat zien hun relatie tegen een stootje kan. Ze weten dat de ander niet alleen maar mooi en lief is, maar ook de neiging heeft om rommel te laten slingeren. Of wel eens vergeet te bellen, zonder dat de ander meteen denkt dat die bedrogen wordt. Dat is een stevige basis, maar daarmee worden Romeo en Julia niet samen oud in een verhaal.
De laatste manier waarop Romeo en Julia samen moeten groeien, is precies dat: blijven groeien. Accepteren dat jouw ware af en toe een rommelkont is en daarmee leren leven is een ding. Maar dat is niet de wrap-up, dat deel vlak vóór: ‘en ze leefden nog lang en gelukkig.’
Het is eerder de fase halverwege een verhaal. Nu je weet wat je aan elkaar hebt, moet je je liefdesverhaal aangaan met de nodige ontwikkelingen en obstakels. En die zijn na twee ruzies nog niet over.

Keer op keer weer groeien

Als je verhaal over een held gaat, moet die zich gedurende het verhaal blijven bewijzen. Zodra de zwakten van de held duidelijk zijn, komen er obstakels die een uitdaging vormen. Zodra die zijn opgelost, komen er volgende obstakels, dan volgt er nog een crisis… Kortom: je held wordt op verschillende manieren getest. Om de titel van de held waardig te blijven, moet die tot aan het einde van het boek blijven groeien en die obstakels blijven aan gaan.

In een fictieve (romantische) relatie geldt eigenlijk hetzelfde. Stel dat Romeo onze welbekende stoere alfaman is.  Dan is het waarschijnlijk een eitje voor hem om Julia uit een benarde situatie te redden waar ze wel een stoere man kan gebruiken. Maar is Romeo ook iemand die een stapje terug kan doen als Julia met een andere mannelijke vriend wil praten?  Waarschijnlijk is dat wat lastiger voor deze Romeo. Het hoeft niet onmogelijk te zijn, maar het gaat hem wel minder makkelijk af. En dus heeft dat meer tijd en groei nodig. Binnen de relatie, maar dus ook om dat goed, gezond en blijvend in de relatie te verankeren.

En zo moet de relatie van Romeo en Julia zich keer op keer bewijzen voor van alles en nog wat bestand te zijn. Niet alleen tegen een ruzie, maar, zo je wil, tegen het verhaal als geheel en alles wat dat op het stelletje afvuurt.

Is ‘lang en gelukkig’ wel mogelijk in een verhaal?  

Als Romeo en Julia zich steeds opnieuw moeten bewijzen, kan je je afvragen of een lang en gelukkig einde wel is weggelegd voor ons fictieve stelletje. Het antwoord is zowel een ja, als een nee.

Laten we beginnen met de nee.

Een goede romance zelf is altijd onderdeel of een invulling van de plot. Nooit de plot zelf. Dus is een verhaal nooit afgelopen als er binnen de eigenlijke romance obstakels zijn overwonnen of voldoende is gegroeid. Zolang het plot zelf nog niet zover, of ‘klaar’ is, is het ‘lang en gelukkig’ daar ook nog niet.  Je hebt dus nog geen lang en gelukkig zolang Romeo en/of Julia:

  • na hun emigratie nog geen stabiel leven in het thuisland hebben opgebouwd en kunnen houden
  • achterom kijken naar het verleden dat ze hebben moeten afsluiten
  • hun stalker nog op de loer ligt, of Romeo daar nog nachtmerries van heeft.
  • Julia nog steeds hechtingsproblemen ervaart, ook al heeft Romeo zich al honderd keer bewezen. Tenzij ze zich daarmee verzoenen. Als je daar nog een extra subplot van maakt, is het moment nog niet daar.

Maar zodra dit soort scenario’s uit de weg zijn en de romance er nog is, dan is ‘lang en gelukkig’ niet alleen mogelijk, maar zelfs al bereikt!

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Esther Ann verkregen via Unsplash

De observerende schrijver: ik zie… twijfel

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… twijfel.     

Een ijsje of een stroopwafel? Soms kom je op het idee van een stroopwafelijsje, maar andere keren moet je kiezen tussen een aantal vaststaande mogelijkheden en kan de twijfel toeslaan.  Die twijfel kan van korte duur zijn; over een toetje denk je geen week na. Andere keren kan twijfel je een leven lang achtervolgen: ‘Wat als…’ ‘Had ik maar…’ ‘Zal ik toch maar?’  Kortom: twijfel is van korte of lange duur. En als je die goed observeert, kan je een soms tekenende karaktereigenschap van je personage goed neerzetten.

De truc voor de korte twijfel

Nog een keer naar de vraag: ‘Een ijsje of een stroopwafel?’ Voor dit soort kortere en onschuldige twijfels zijn er trucjes om makkelijker de knoop door te hakken.
Denk aan: de smaak in je mond alvast ‘voorproeven’ en zo bedenken waar je het meest zin in hebt. Of je denkt wat meer pragmatisch wat de goedkoopste optie is. Je had jezelf beloofd deze week op de uitgaven te letten.  Ook kan je kleine zusje naast je staan, die gek is op stroopwafels. Dan kies je daarvoor, zodat je makkelijker kan delen.

Bedenk eens of je personage ook zo’n manier heeft om makkelijker te beslissen. Of gaat het juist af op onderbuikgevoel, of tost het een munt?  Wat je ook te weten komt, het kan een aantal zaken over je personage verklappen. Hoe bijgelovig het is, intuïtief, sociaal of pragmatisch. Dat kan je helpen bepalen of, hoe, wanneer of in wat voor situaties je held in de spreekwoordelijk zeven sloten tegelijk loopt. Dat is een goede manier om het proces van vallen en opstaan invulling te geven en de spanningsboog te bepalen. Houd je ogen natuurlijk ook open als je nog een andere ‘twijfeltruc’ ziet.

Twijfel in de houding

Ongeacht wat de beslissing wordt, twijfel kan je ook aan lichaamstaal zien. Het gezicht raakt een beetje verwrongen. Dat is misschien wel het duidelijkste signaal. Maar let ook eens op kleine maniertjes als heen en weer wiegen of op de tafel tikken. Schrijf alles op wat je ziet, dan kan je later makkelijk een paar van deze maniertjes aan je personage meegeven en het zo uniek maken.  

De serieuze twijfel

Natuurlijk zijn er ook momenten waarop de twijfel langer aanhoudt. Dan is de beslissing belangrijker, bedenkt je personage eindeloze ja-maren of speelt er een duivels dilemma.  Op de momenten dat zo’n beslissing wordt genomen is het belangrijk om de eerdere maniertjes rondom twijfel die je personage heeft mee te nemen. Dat is een goede show, don’t tell.  Maar belangrijker is dat je voorwerk doet. Wat heeft het gedaan, doet het, of gaat het doen met het personage dat het zo twijfelt en/ of deze beslissing neemt? Dat heeft ongetwijfeld grote invloed op diens doen en laten, of het algehele plot.

Als er zo’n grote twijfel of beslissing in je verhaal voor gaat komen, wees dan niet bang om even de tijd te nemen om voor personagepsycholoog te spelen. Kijk in de personagebiografie van je personage wat er van invloed is. En spiek gerust een beetje bij mensen welke afwegingen die maken en welke moralen er dan meespelen. Of hoe zenuwachtig ze al dan niet worden als ze flink aan het twijfelen worden gebracht.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Jonathan Cosens Photography verkregen via Unsplash.

Hoe groot kan de rol van een personage zijn in een boek?

De Olympische Spelen in Parijs zijn begonnen en wereldberoemde sporters strijden om de gouden plak. Iedereen kent wel een aantal namen van atleten, omdat sommige gedurende de jaren of door enkele uitzonderlijke prestaties naam hebben gemaakt. Maar als je niet om wat voor reden dan ook sport niet volgt, de radio niet aanhebt of geen reclames ziet waarin steratleten hun gezicht laten zien, dan kan het wel zijn dat ‘ de hele wereld’ de Spelen volgen, maar dat jij alsnog geen idee hebt wie Nadal, Hashimoto en Bol zijn, ook al heeft ‘iedereen’ het over hen. Dat principe van ‘wie is nou eigenlijk iedereen?’ en ‘wat maakt deze beroemdheid eigenlijk uit?’ is het uitgangspunt dit artikel. Het zal je helpen om het gewicht van bepaalde plotpunten en belang van bepaalde personages af te wegen.

De wereldberoemde beroemdheid – of toch niet?

Liefhebbers van atletiek wereldwijd kunnen hun hart ophalen met Femke Bol dit jaar. In Nederland heeft ze niet alleen faam gekregen vanwege haar topprestaties, maar praat men ook over haar vrolijke voorkomen en doorzettingsvermogen. Miljoenen mensen gaan over haar praten de komende tijd, in Nederland en ver daarbuiten: binnen de atletiekwereld heeft ze al bijna, zo niet helemaal een legendarische status. Femke is dus wereldberoemd. Maar, en dit is het punt: alleen voor mensen binnen Nederland met vaderlandse trots tijdens sport evenementen. Mensen die niets om atletiek of sport geven, of gewoon domweg de middelen niet hebben om (wereldwijde) sport te volgen, weten niets van Femke Bol.
“Ken jij Femke Ból niet? Maar iedereen kent haar!”
We gaan eerst uitzoeken wat er achter het antwoord “Wat maakt dat uit?” kan zitten voor een verhaalverloop.

Een wereld zonder beroemdheid

Stel dat ons personage Femke Bol niet kent. Dan zijn er twee mogelijkheden: het kiest min of meer voor Femke niet te kennen: het geeft niets om sport of de Spelen of atletiek en komt zo niet achter haar naam. Anders gezegd: het bemoeit zich er niet mee. Dan heb je nog het personage dat niet eens weet eens dat er zoiets als de Spelen bestaan en weet dus niet wat het mist. Denk aan een baby of een lid van een inheemse stam. Hoe dan ook: dat is een wereld zonder Femke Bol erin.
Als een personage ervoor kiest om zich niet in te laten met wat een beroemdheid doet, blijft ‘Femke’ vaak op de achtergrond. Ze mag wel een keer een onderwerp van gesprek worden, maar daar moet het dan bij blijven. Als ‘Femke’ min of meer een figurantenrol heeft, dan mag die dus niet gaan overheersen, omwille van een goedlopend plot.

In een iets meer alledaagse situatie is Femke Bol misschien het populairste meisje van de klas, of het succesvolle familielid dat door iedereen schouderklopjes krijgt, maar waar je personage niet zo’n klik mee heeft.
Uiteraard kan je dit sturen: is ‘Femke’ of dat succesvolle familielid zo’n groot onderwerp van gesprek dat je personage zich sociaal isoleert door daar niet over mee te praten? Dat kan interessant zijn voor het plot, het verhaalthema of om de relaties van personages onderling bloot te leggen.

Kent je personage ‘Femke’ gewoon niet? Dan komt ze gewoon niet in het verhaal voor, of gaat ze later een belangrijke rol vervullen in het verhaal. Wordt je personage bijvoorbeeld uiteindelijk bekend met Femke en laat het zich inspireren door haar? Dan moet je goed stilstaan bij:

  • Op welk moment komt ‘Femke’ in het plot voor? Het inciting indicent is een goed moment als ‘Femke’ de kathalysator van de heldenreis gaat zijn.
  • Als een personage een ander als een held ziet, moet je weten wat de relatie tussen hen is. In het geval van op afstand bewonderen, zoals bij Femke Bol, is zij waarschijnlijk eerder een symbool van iets dan een goede vriendin die om raad gevraagd kan worden. Dat bepaalt een groot deel van het plot: dat van een obsessieve fan gaat of op een bepaald moment vastlopen of wordt een thriller. Als je dat niet wil, waak er dan voor dat je over de heldenreis met vallen en opstaan van Kim blijft schrijven, en er geen carrièreverslag van Bol van maakt.

Een wereld met een beroemdheid: voer voor spiegeling

Als je personage de beroemdheid wel kent, dan is het evengoed zo dat ‘Femke’ een leuke figurantenrol kan vervullen of een show don’t tell kan vormen voor het feit dat je personage een sportfanaat is. Maar is ‘Femke’ een beroemdheid van het kaliber dat iemand aan je kan vragen of je onder een steen hebt geleefd als je haar niet kent, dan kan je nog iets anders interessants meenemen om plot en symboliek te combineren. Of het nu sporters, filmsterren, politici of sprekers zijn, wereldberoemde mensen hebben vaak zowel voor-als tegenstanders en zijn prooi voor de roddelpers. Voor je het weet, krijg je krantenkoppen of roddeluitspraken als: ‘ Tweede politicus in een maand pleegt fraude’. “Ik wist het, aan de kop van die vrouw kon je al weten dat ze onbetrouwbaar was.’ ‘Politici zijn nooit te vertrouwen.’ ‘We moeten de wetten aan gaan passen!’

Een enkele beroemdheid kan zo een symbool of afspiegeling worden van een groep mensen, tijdsgeest of beweging. Wat het ook is dat de beroemdheid (of de roddel over diegene) verandert in de wereld, wat voor invloed heeft dat op jouw personage? Helemaal niets? Veranderen de ideeën van je personage, komt het in actie? Hoe dan ook, kijk eens of je de beroemdheid dan als een afspiegeling of symbool kan gebruiken voor de grote plotpunten of thema’s in je verhaal zoals liefde, maatschappelijke onrust, of motivatie. Hoe meer de beroemdheid in het nieuws komt, hoe meer je personage ermee bezig zal zijn. (Want anders kan je je afvragen waarom je woorden besteed aan al die nieuwsberichten).

Kijk eens goed naar de rol en status die je personages in een verhaal hebben. Ze kunnen zomaar onverwachte en rijke aanvulling zijn voor zowel personagemotieven, symboliek, verhaalthema en plotlijnen. Of juist helemaal niet. Kijk goed wat je wil met personages met een zekere status.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto op de banner is afkomstig van runninglife.com.

Zo verminder je een cliché: van tien naar normaal

Afgelopen week probeerde ik AI te slim af te zijn en dat lukte 😉 Het resultaat is een blogpost waarin je leest hoe je van een extreem cliché weer richting ietwat normale tekst kan gaan. Want je kan wel weten waar het fout gaat met een cliché, die fouten moet je ook weer kunnen rechtzetten.

Klefste tekst ooit: een AI-experiment

Ik sprak met een (Engelssprekende) vriend over in hoeverre AI op dit moment emoties en gevoelens kan faken. Als wij al moeite hebben om goede definities te geven aan grote woorden als liefde en hoop, hoe doet een computer dat die die zaken niet kan voelen? Ik vermoedde dat AI getraind zou zijn op het herkennen van romance, niet zozeer op andere soorten liefde en dat wilde ik gaan testen. De prompt die wij gaven aan een AI-liedjesmaker was: ‘Ik mis mijn niet-romantische liefde’. Ziehier de vertaling.

Ik mis je lach elke dag
Jouw grappen verlichten mijn weg
Je bent mijn zonneschijn door het grijs
Zonder jou ben ik verdwaald

Geen bloemen geen zoete lijnen
Geen kaarsen geen witte wijn
Alleen wij en de leuke tijden
Samen verstrengelen we

[Refrein]
Ik mis mijn niet-romantische liefde
Je bent mijn beste vriend gezonden van boven
Geen harten geen duiven alleen wij, het is genoeg
Ik mis mijn niet-romantische liefde

We praten de hele nacht door
Geen behoefte aan een liefdeslied
In elkaars leven horen we thuis
Onze band voor altijd sterk

Door dik en dun blijven we
In lachen pijn en spel
Je bent mijn rots mijn elke dag
Op een niet-romantische manier

[Refrein]

De titel die AI aan het lied gaf was erg simpel: ‘niet-romantische liefde’. Wij hadden al snel een passendere: ‘mensen in ontkenning van verliefdheid’. Want: ‘samen verstrengelen we’? Ja joh, platonisch als wat… Een andere vriendin zei: “Het slachtoffer lijkt in de friendzone te zitten. Ik heb er bijna medelijden mee.”

Hoe dan ook: de tekst is overduidelijk romantisch. (Daarom moet AI het glashard ontkennen om nog aan de prompt te voldoen, haha.) Want bijna ieder cliché over romantische liefde wordt er genoemd. Daarom is dit liedje duidelijk door AI gemaakt, concludeerden wij: een mens zou dit makkelijk als te veel van het goede bestempelen. Het werken met iets dat clichégevoelig is, vergt nu eenmaal afweging van wat je in de tekst laat en wat je wel degelijk kan of zelfs moet gebruiken. Dat moet dan weer aansluiten op je verhaalthema op een manier die gebalanceerd is…

Ik schreef al over hoe clichés vaak hyperbolen zijn, en dat je ze af moet zwakken. Maar nu gaan we kijken hoe je die afwegingen in de praktijk maakt, met het perfecte voorbeeld van het liedje over (niet-) romantische liefde als uitgangpunt.

Wat is het goede in ‘te veel van het goede?’

Als je een clichégevoelig element gaat schrijven, heb je voorbeelden te over om mee te werken. Je kan niet vermijden dat een aantal elementen die het cliché vormen moet gebruiken. Onthoud dat een cliché altijd een uit de hand gelopen trope is: met het element op zichzelf is niets mis: het is de manier waarop het wordt ingezet. Vaak heeft een trope een bepaalde symboliek of een betekenis die gewoon duidelijk is.

‘Ik mis je lach elke dag’ is duidelijk en daar zit niets achter. ‘Zonder jou ben ik verdwaald.’ is al iets meer figuurlijk: je partner geeft je hier geen stadsplattegrond, maar advies over wat je (nu) in je leven kan doen. En iets als ‘Geen harten geen duiven alleen wij, het is genoeg’ is echt symbolisch, want dat zijn symbolieken van romantiek en liefde. In dat geval is het handig om te gaan bedenken waarom dat is, of kan zijn. Soms is dat een open deur. Schrijf het toch op, want het kan je helpen om tot de kern van je (symbolische) boodschap te komen. Het hart en de duif gaan we samen bekijken:

Hart: laat het bloed in je lijf rondpompen, en zorgt dat je leeft. Het gevoel dat je leeft, wordt versterkt als je diepe liefde ervaart. Spreekwoorden en gezegden met ‘hart’ erin, zijn vaak tekenen van liefde, of op zijn minst diepe vriendschap, blijdschap of empathie. ‘Mijn hart zwol op.’ ‘Dat gaat mij aan het hart.’ ‘Een hart van goud hebben’ ‘Het hart op de juiste plek hebben’, enzovoorts. Kortom: het hart staat voor alles wat goed is in een mens.

Duif: staat voor vrede, liefde, harmonie… Al die leuke dingen. Maar: hier wordt het leuk: symbolisch gezien is die duif altijd wit…

Deze duiven zijn nou niet echt de bron van romantiek, of wel? Flauw, maar wel een goed punt als je wil kijken hoe je iets moet bekijken als het onderdeel is van een cliché: weet je wel wat je zegt? Weet je wel waaróm iets cliché is?

Weet wat je zegt

Als je weet wat je zegt, kan je de elementen van een cliché makkelijker herkennen, maar ook rangschikken. Dat helpt je weer om te bedenken wat je kan behouden, of aanpassen. Uiteindelijk is dat wat romantiek romantisch in plaats van klef maakt, het dreigement echt eng in plaats van loos of ongeloofwaardig en het de blijdschap oprecht in plaats van hysterisch. Dan kan je gaan afwegen en gericht gaan selecteren. Zodat dat ene romantische gebaar of die lieve opmerking in je liefdesliedje ook daadwerkelijk gewicht krijgt. Natuurlijk is een kort liedje iets anders dan een compleet verhaal met plotontwikkeling, personagebiografieën en al dat soort zaken. Maar hetzelfde principe gaat op. Als je goed nagaat wat je schrijft en waar zich dat op de clichéschaal van 1 tot 10 bevindt.

Ik mis mijn niet-romantische liefde écht

Ik heb heb het eerder genoemde liedje herschreven op een manier waarop het daadwerkelijk een niet-romantische liefde is die wordt gemist. Ik heb de tekst niet als geheel bekeken, maar per zin alles heroverwogen en herschreven, om het overzicht van de theorie in deze blogpost duidelijk te kunnen houden. Per alinea heb ik gekeken of het nog een beetje een geheel vormt. Helemaal niet-romantisch is het niet: misschien vind je dit nog steeds een liefdesliedje. Maar daarmee heb je dan nog een kleine schrijfoefening over: ik heb een begin gemaakt, maak het zelf af ;). Veel plezier en succes!

Ik mis je lach de laatste tijd –> niet altijd
Omdat je mij aan het lachen maakt –> geen hyperbool van het ‘verlichten van iedere pijn’, gewoon feitelijk
Ik ben blij als je bij me bent
Omdat ik aan jou een goeie heb

Grote gebaren, daar hebben wij niets aan
Of misschien geen behoefte aan
Want wij hebben gewoon gezellig samen
Samen zijn we Jut en Jul

[Refrein]
Ik mis mijn allerbeste vriend
Zonder wie het leven saai zou zijn
Wij zijn twee handen op een buik
Ik mis je en dat doet pijn

We weten van elkaar wat we denken
En toch praten we heel veel
Ik heb met jou een sterke band
en een maatje in mijn leven

Maatjes door dik en dun
Die samen lachen en huilen
Wanneer dat kan of nodig is
Ik mis je nu dat niet gaat

[Refrein]

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

De observerende schrijver: Ik zie iets ontstaan

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… iets ontstaan.

Iets zien ontstaan klinkt vaak alsof je liefde ziet opbloeien, maar het kan veel meer betekenen. Wat het ook is, iets zien ontstaan kan zowel in een flits gebeuren als over langere tijd. Dat maakt het een lastig, maar interessant gegeven om te observeren. Want waar moet je op letten?

Wat zie je aankomen?

Voor een duidelijke afbakening van dit artikel: iets zien ontstaan is iets groters tussen mensen wat een nieuw plotpunt kan betekenen, of waardoor het plot verandert. Denk aan een nieuwe (liefdes)relatie, een ruzie of het plan om het roer om te gooien en in Canada tussen de grizzlyberen te gaan leven.
Iets zien gebeuren staat meer op zichzelf: je ziet gebeuren hoe iemand gaat botsen, of een woedeaanval of ingeving krijgt. Zelden heeft dat langetermijngevolgen. Als deze momenten uiteindelijk het plot moeten veranderen, let er dan op dat het vrij subtiele manieren blijven om te zaaien: het mag er niet te dik bovenop liggen.

Iets zien gebeuren

Iets zien gebeuren is dus van vrij korte duur, zowel letterlijk als figuurlijk. In enkele seconden observeer je hoe er een mentaal kwartje valt en zodra iemand dan om een mop kan lachen, is dat na enkele uren of zelfs minuten al niet belangrijk meer. Omdat het zo vliegensvlug gaat, is het dus ook moeilijk om te observeren: voor je het weet is het voorbij. Pak je opschrijfboekje en de afstandsbediening: films zijn een mooi middel om dit te oefenen. Je kan namelijk visueel zien hoe lichaamstaal eruit ziet, wanneer de mimiek verandert… En je kan onmiddellijk terugspoelen als je al dacht dat er iets ging gebeuren. Wat zag je dan? Je kan controleren of je eigen observaties kloppen. Let op dingen als:

  • mimiek en lichaamstaal van de personages
  • de muziek(soort) die wordt ingezet of juist stopt. In schrijven vertaalt dit zich naar sfeeromschrijvingen.
  • de camera: draait die weg of zoomt die in? Waarop? De schrijfvariant van een visuele camera is beslissen waar je in tekst de aandacht naartoe laat gaan.

Iets zien ontstaan

Als je iets ziet ontstaan, zie je in feite dat iets verandert. Je hebt als het ware een voor en na, waar je op dat moment tussenin zit. Je ziet twee van je vrienden verliefd worden op elkaar. Ze waren eerst vrienden (voor), straks zijn ze een stelletje (na). Iets zien ontstaan heeft dus een referentiekader nodig. Waarin verschilt wat was van wat gaat worden? Dat verschil, dat proces, is wat je kan observeren. In de strikte manier van observeren verschilt het niet zoveel met het observeren van wat je ziet gebeuren. Ook hier let je op lichaamstaal, mimiek, doen en laten, uitlatingen… Het grote verschil is dat je hier geen film voor zou hoeven kijken. Als het zo subtiel is dat je de terugspoelknop zou moeten gebruiken om er zeker van te zijn dat wat je observeert ook is gebeurd ook klopt, dan is het niet relevant genoeg om mee te nemen als waardevolle observatie. Als de schrijffase voor deze observaties aanbreekt, smeer je bevindingen dan uit over meerdere scènes en in grotere gebaren, zodat ze opvallen en het de lezer ook (op den duur) niet meer kan ontgaan dat er iets in gang is gezet.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Sandy Millar verkregen via Unsplash.

De observerende schrijver: Ik zie… een verlaten huis

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… een verlaten huis. 

De trope van het verlaten huis

Een verlaten huis is een dankbaar inspiratiemiddel in schrijversland. Hoe vaak was dat in romantische verhalen al de uitvalsbasis voor de eerste nacht samen van verboden liefdes? En het lijkt bijna wettelijk vastgelegd dat in horrorverhalen dáár alle ellende plaatsvindt.
Deze trope van het verhalen huis is zo sterk dat je als schrijver bijna niet anders kan dan het verlaten huis als decor voor een van deze verhalen zien.

Het voordeel van het verlaten huis als trope

Het voordeel van het verlaten huis – of een andere trope die net zulke sterke associaties heeft – is dat je als vanzelf verder gaat denken dan wat je feitelijk ziet. Dat kan in plaats van een enkele opmerking meteen een compleet verhaal opleveren. Als je een horrorverhaal schrijft en je het huis ziet staan, denk je niet meer na of daar iets gruwelijks gaat gebeuren, dat spreekt dan voor zich. In plaats daarvan kan je je wat meer op de unieke details concentreren. Die dichtgespijkerde ramen, bijvoorbeeld: hoeveel ruimte zit daartussen? Kunnen daar alleen knaagdieren tussendoor kruipen, of kan een kind zich daar (met wat moeite) ook tussendoor wringen?  Dat verschil levert heel andere verhalen op.

Het nadeel van het verlaten huis als trope

Het nadeel van zo’n kant-en-klare ‘observatietrope’ is precies de andere kant van de medaille: je ziet gewoon niets anders meer dan dat huis waar verliefde stelletjes, of moordenaars met de kettingzaag zich verschuilen. Observeren is in dit geval niet veel anders dan wanneer de trope in je voordeel werkt: zoek naar details. Maar in dit geval zoek je details die niet bij het clichébeeld van de trope aansluiten. Het verlaten huis dat je voor je ziet, is waarschijnlijk een krakkemikkige bouwval die bestaat uit rottend hout. Dat verlaten huis of winkelpand dat je in je dorp of stad ziet, zal er niet zó erg aan toe zijn. Misschien is het nog maar net leeg en verkeert het in zeer goede staat. Als er geen kapotgeslagen ruiten zijn, waaraan zie je dan wel dat het huis wat langer leegstaat? Komt er al wekenlang niemand binnen? Zie je een laagje stof op de vensterbank?
Probeer zo te ontdekken wat je daadwerkelijk ziet, in plaats van wat je meteen voor een verhaal kan of moet gebruiken.

Wat voor details schrijf je op bij een observatietrope?

Zoals altijd bij observeren kan je ook bij een observatietrope noteren wat je opvalt. Maar omdat je net iets meer moet nadenken waaróm je iets opmerkt – vanuit automatisme of omdat je juist wat meer nadenkt –  is het verstandig om ook op te schrijven hoe je tot die observatie bent gekomen. Schrijf bijvoorbeeld op: ‘dit verlaten huis had een hele mooie gevelversiering. Hij was bovendien ook nog erg goed onderhouden. Hoewel het huis verlaten was en het daardoor een wat trieste aanblik gaf, had de gevelversiering de indruk kunnen geven dat er nog altijd een welgestelde familie woont.’

Op deze manier kan je iets van een algemene trope en een realistisch en bruikbaar detail combineren tot een uniek geheel. Dat vormt vast en zeker een mooie basis voor een decor in je verhaal!

Dit bericht verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Jonathan Lowe verkregen via Unsplash

De observerende schrijver: Ik zie… geloof

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… geloof.

De uitkomst van geloven en religie

Iets geloven en religie hebben een overlap, ook al zijn het niet dezelfde dingen. Je gaat bij iets geloven namelijk uit van een bepaalde uitkomst, al dan niet  door toedoen van een hogere macht. Tegelijkertijd heb je daar niet altijd bewijs voor. Van een god weten we immers niet zeker of die bestaat en van na een proefwerk zeg je ook “Ik geloof dat dat wel goed is gegaan.”  Je kan wel zeggen dat je weet dat het goed is verlopen, maar zolang je het cijfer nog niet terug hebt gekregen, weet je het nooit echt zeker.

Dat is ‘geloven’ zoals het in dit artikel wordt bedoeld: uitgaan van een bepaalde uitkomst, zonder dat daar echt bewijs voor is.

Voor observatiedoeleinden is er een groot verschil tussen religie en geloven. Maar ze zijn beide nuttig en leveren elk unieke vondsten op.

Religie observeren

Iemand die een bepaalde religie aanhangt, gelooft dat er dingen van kloppen. Maar waaraan kan je dat concreet merken? Denk aan de kledij die iemand draagt, of dat iemand een ‘wees gegroet’ bidt in plaats dat die van zich tot Allah richt. Maar ook dat een moslim bijvoorbeeld niet drinkt, omdat die gelooft dat hij daarvoor gestraft zal worden. Met andere woorden: de regels en richtlijnen van een religie kunnen het denken en handelen van iemand bepalen. Je kan dit per religie observeren, of juist lijken wat de gemene deler is van alle grote religies in de wereld.

Bedenk vervolgens eens hoe jouw/ een personage heel anders zou zijn als deze religie niet werd aangehangen. Moet je veel in de personagebiografie veranderen? Dat zegt ook heel wat over wie je personage ten diepste is.

Geloven observeren

“Ik geloof dat alles altijd goed komt.” “Ik geloof in liefde op het eerste gezicht.” Spits je oren extra goed als je iemand iets hoort zeggen dat begint met “Ik geloof…”, want daar kan je soms het principe oorzaak en gevolg aan koppelen. Zo zou de romanticus het best lastig kunnen krijgen op Tinder. Want als je meteen als een blok voor iemand ‘moet’ vallen, swipe je waarschijnlijk heel vaak naar links. En dan zullen er ook relatief veel meer eerste dates dan tweede dates komen. Want als het niet onmiddellijk klikt…
Met nog een beetje meer observeren van deze persoon ( of met wat extra fantasie) kan je daar nog meer bij bedenken. Als alles meteen moet kloppen in de liefde, heb je dan bijvoorbeeld ook een perfectionist voor je, die sowieso geen fouten of onvolmaaktheden tolereert?
Kijk eens wat je met die ‘Ik geloof…’-uitingen associeert en welk gedrag je dan óók -of niet- terugziet in de ander.

Of het nu om religie of om een overtuiging gaat, als je kijkt waar iemand in gelooft en (dus) ook naar handelt, kan je daar al een grote opzet voor een personage van maken.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Pedro Lima verkregen via Unsplash

De observerende schrijver: ik zie…een ander medium

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: ik zie… een ander medium.

Boek versus film

Het is de eeuwige discussie: is het boek altijd beter dan de verfilming? Het eerlijke antwoord is: dat is appels met peren vergelijken. Je kan in een twee uur durende film nu eenmaal niet de eindeloze subplots van een boek in beeld brengen. Andersom geldt ook: wat een filmkijker in een enkele tel kan zien, kost de lezer langer om te bevatten: in de sjieke kamer was de sfeer om te snijden werkt in theorie, maar het is beter als je omschrijft wat voor meubels die kamer dan zo luxe maken en hoe ongemakkelijk iedereen zich beweegt. Dat kost al gauw meerdere regels en gaat dus trager.

Probeer in plaats van te denken welk medium beter is, wat de andere technieken zijn die je moet gebruiken als je voor iets anders schrijft dan een boek. Zolang er een verhaal in het medium voorkomt, kan je het gebruiken. Denk aan een film, maar zeker ook aan reclamespotjes met een grapje erin, videogames of zelfs een hoorspel.

Schrijftechnieken observeren

Een ander medium is bij uitstek een manier om te zien hoe een schrijftechniek er in de praktijk uitziet. Of liever: kan jij zien hoe die techniek is gebruikt in het schrijven van dit script? En waarom dat hier (niet) werkt of beter zou werken bij een ander medium?
Een voorbeeld: show, don’t tell is een belangrijke schrijftechniek voor in een boek.
Als je zegt: “Ik heb verdriet,” spreekt dat minder tot de verbeelding dan wanneer je schrijft dat de tranen over de wangen lopen. Het woordelijk uitspreken van verdriet is in een boek al op het randje. Stel je nu eens een filmscène voor waarin je de acteur zíet huilen en hij deze tekst ook nog eens zegt. Dat is óver het randje, want nu is het dubbelop. Aan de tekst verandert er niets, maar omdat je met een ander medium van doen hebt, moet je dus ook dingen anders (om)schrijven.

Denk aan dingen als:

  • In een film kan je niet woordelijk de gedachten van je personage weergeven.
  • In een videogame kan je niet één lineair verhaal vertellen. Geef de gamer de controller en die gaat linksaf waar jij hoopte dat die rechts zou gaan…
  • In een boek kan de verbeelding de overhand krijgen. Een film betreft beeld en stuurt daarmee ook de aandacht en verbeelding  enigszins.
  • Een reclame voor een voetbalwedstrijd werkt niet als je nog gaat uitleggen hoe fantastisch de sport zelf is. (Lees: hier ligt de focus op verkopen, niet op beschrijven van een voetbalwedstrijd zelf.)

Schrijf eens op in je opschrijfboekje wat je zoal opvalt aan deze verschillende manieren van schrijven voor verschillende media.

Klaar om anders te schrijven

Nu je weet waarom en hoe er andersp moet worden geschreven bij verschillende media, kan je dat in je voordeel gebruiken. Weet je dat je sfeeromschrijving vooral abstract op te schrijven bij een filmscript? Kijk dan eens welke woorden je dacht nodig te hebben voor een boek. Misschien kan je er heel wat schrappen. Dat komt dan ten goede van je schrijfstijl in je boek: zo ben je al alerter op wollig taalgebruik.

Het op deze manier observeren van schrijftechnieken kan je helpen de jouwe te verbeteren.   

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Erik Mclean verkregen via Unsplash.

De observerende schrijver: Ik zie… reclame

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… reclame.

Je gaat dit dus echt wel kopen!

Reclames hebben een overduidelijk doel: koop. Dit. Product. Vaak zijn reclames recht voor zijn raap: nú is er een aanbieding of: ‘dit wasmiddel wast het schoonst’. Maar er zijn ook reclames die gebruikmaken van slimme psychologische trucjes die ervoor zorgen dat het product veel belangrijker lijkt dan het is. Zo kan die auto je niet alleen van A naar B vervoeren, maar ook vrijheid geven. Of een reclame zorgt ervoor dat je onbewust wordt aangesproken op iets groters dan iets wat je kan kopen of zelfs maar aanraken. Tijdens een WK voetbal bijvoorbeeld: al die reclames van oranje hebbedingetjes zetten niet in op die sjaal of toeter, want het reclamebureau weet dat die producten eigenlijk te simpel zijn om reclame over te maken. (Hoe vaak zie je een reclame voor een simpel sjaaltje?) In plaats daarvan spelen ze in op een gevoel van saamhorigheid: “Wij Nederlanders met zijn allen in het oranje tegen de Duitsers!” En ja, daar heb je dan ‘toevallig’ dat oranje sjaaltje voor nodig…

Kijk de volgende keer eens goed naar een reclame en noteer, als je het ziet, welk psychologisch trucje gebruikt is om jou ervan te overtuigen dat je dit product echt móet hebben. Je gaat dat oranje sjaaltje dus echt wel kopen als je daarmee wordt gezien als de meest sympathieke, vaderlandslievende persoon van de straat. Ook al heb je normaalgesproken een hekel aan die kriebeldingen om je nek.

Willen en nodig hebben

Als een reclame zijn werk goed doet, denkt de kijker niet alleen meer dat die het product wil, maar zelfs nodig heeft. Daar zijn die psychologische trucjes voor. Willen en nodig hebben zijn ook zeer belangrijke drijfveren voor een held in een boek. Dat onderscheid moet je kennen. Gebruik reclames dus eens in je voordeel en maak er een oppervlakkige personageschets mee! Dus die auto geeft ook vrijheid? Wie zou daar nou echt naar hunkeren?
Iemand in een sleur misschien. Hoe ziet die sleur eruit en hoe is die zo gekomen? Ga maar eens brainstormen!
Of als het iemand is die zich ronduit gevangen voelt: waar komt dat door? Heeft die bepaalde middelen niet om die vrijheid te verkrijgen? Hoe komt dat? Een laag inkomen, misschien? Komt er dan wel genoeg eten op tafel? Nee? Hé, een personage in armoede. Daar valt heel wat over te schrijven.

Wie koopt het dan?

Kijk eens naar de acteurs in reclames en behandel ze als personages. Waarom is er juist een jonge vrouw gecast om de nieuwe telefoon aan te prijzen en is het de gemoedelijk uitziende middelbare man die de zonnepanelen komt installeren? Deze acteurs zijn, net zoals de held in je verhaal, vaak ijkpersonen van de doelgroep. Bedenk in hoeverre de reclame anders over zou komen of misschien niet meer zou werken als je een compleet andere acteur in zou zetten. Dat is een goede oefening om kleinschalig te bedenken hoe makkelijk een algemeen beeld van een verhaal al dan niet meer ‘klopt’. Het idee van een zonvakantie is niet meer geloofwaardig als een verwilderd uitziend persoon die aan gaat prijzen: die wil eerder survivallen, of ziet er misschien zelfs uit alsof die zo’n  vakantie niet kan betalen…

Dus als je de volgende keer een reclame ziet: klik of zap niet weg, maar pak je opschrijfboekje erbij!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.
Foto door Florian Wehde verkregen via Unsplash.


Keuze tussen moraal en algemene verhaallijn

Je hebt in je verhaal een held en een werkelijk verdorven slechterik. Dan is daar een magisch drankje dat een overleden persoon tot leven kan wekken. Krijgt de slechterik het in handen, dan komt de overleden dictator weer terug. Vindt de held het drankje, dan herrijst de overleden wijze, krachtige mentor. Nee, de vraag is niet hoe je het drankje uit handen van de slechterik houdt. Moet je dat drankje überhaupt in het verhaal schrijven?

Het komt van twee kanten…

Er zijn verhalen die in wezen heel simpel zijn. Goed versus kwaad en de held hoort te winnen. Dan is het motief van de slechterik ook vaak heel oppervlakkig en simpel: hij verlangt naar macht/rijkdom of is gewoon slecht. Maar als je iets genuanceerder bent in je verhaal, zal je algauw scènes hebben die dieper ingaan op de beweegredenen van de vijand. Dan ga je onherroepelijk ook een keer kijken naar de persoonlijke waarheid. En als je daar aan begint, kan je niet meer terug naar dat relatief simpele motief van ‘gewoon’ slecht zijn of macht willen.
Dan zal je al snel zien dat de stelende vader dat doet omdat hij een gokverslaving heeft, niet zozeer omdat hij materialistisch zou zijn. De gokverslaving maakt hem misschien geen rolmodel, maar hij is niet meer slecht omwille van het slecht zijn. Hij heeft begrijpelijke redenen om te doen wat hij doet.

Let wel: er is een héél groot verschil tussen iets begrijpen en iets goedpraten. Maar als je een verhaal met diepere betekenis hebt, kom je op dat punt waar je zowel de held als de slechterik begrijpt en ook moet bedenken dat ze allebei een doel hebben en ook niet weten dat ze alleen op papier bestaan en zich uit eigen wil dus niet aan een plot houden.

En dan is daar dat eerdergenoemde drankje…

Ethische beslissingen nemen

Herken jij je verhaal in het bovenstaande? Dat zowel goed en slecht in een zeker evenwicht zijn, narratief gezien? Dan is deze overweging belangrijk voor je. Schrijf je dat drankje in het verhaal, of laat je het eruit? Je moet dan niet zozeer in een plot gaan denken, want dan wordt het verhaal erg oppervlakkig en saai. Wie is er het eerste bij de plaats waar het drankje verborgen is? Die race vertelt je inhoudelijk weinig tot niets (spannends).
Denk eerder – bij gebrek aan beter woord- ethisch. Vaak heb je bij die wat dieper gelaagde verhalen ook een grijs gebied bij de personages. Zoek daar naar de raakvlakken van de moralen van de personages en in hoeverre die overeenkomen. Dan schrijf je dus bijvoorbeeld hoe de slechterik geldproblemen heeft doordat die te veel uitgeeft, maar de held heeft zo zijn proberen om het geld uit te geven aan zichzelf of anderen: met andere woorden: die persoon heeft moeite met geven, of iemand iets gunnen. Ook al is het dan de held die levens redt, financieel is die niet zo gul.
Dan is het voor je verhaal soms interessanter om de goed versus kwaad trope en het plot daaromheen (wat meer) los te laten en te kijken wat er ‘ethisch’ interessant is om het plot mee te vullen. Wat maakt dat grijze vlak?
Het gaat dan niet meer om wie van de twee het drankje bemachtigt, maar om de vraag hoe gevaarlijk het is in de verkeerde handen, of om de vraag wie er überhaupt zo’n drankje zou maken als je weet dat het in handen van de slechterik het einde van de wereld kan betekenen.

Keuzelijstje

Natuurlijk is het niet zo simpel als: wanneer ga je met je verhaal diepere thema’s ontdekken als het gaat om goed versus slecht, of zo je wil diepere moralen. Je kan ermee aan de oppervlakte blijven (‘wie van de twee wint de race naar het drankje?’) of juist dieper kijken en dat grijze vlak centraal stellen. Om te bedenken wat het beste bij jouw verhaal past, kun je jezelf deze vragen stellen. Als dat lukt, schrijf dan ook waarom, of schrijf ‘verder’ : “Het is voor dit verhaal belangrijk om verder in de thema’s te duiken, want anders is de beweegreden van mijn held niet duidelijk genoeg.” Als je denkt dat een reden om iets al dan niet uit te diepen het benoemen waard is, schrijf dat dan ook op. Je weet nooit wat er aan inzichten boven komen drijven.

  • Wie is mijn doelgroep?
  • Wat is mijn voornaamste doel: de lezer uitdagen of die juist laten ontspannen?
  • Wil ik de lezer overtuigen van een specifiek standpunt of juist beide kanten van een verhaal laten zien?
  • Maak ik van het drankje – wat het dan ook is- het einddoel van het verhaal (Wie het krijgt, is de grote vraag) of maak ik dat drankje een middel om het plot verder uit te diepen?
  • Weet ik genoeg van de setting en de psychologie van de personages om hierover te schrijven? Heb ik het er voor over om daar veel schrijfonderzoek naar te doen? Is de lezer ook geïnteresseerd in dieper ‘psychologisch graven’?

Dat laatste punt heeft wat meer toelichting nodig.
Als je het hebt over een oorlog tussen land A en land B , kan het in theorie zo zijn dat land ‘A’ het ‘verkeerde land’ is, maar ondertussen is soldaat A net zo bezorgd om zijn familie thuis als soldaat B – uit het ‘goede land’. Als je dit verhaal diepzinnig wil maken, in plaats van het gebruikelijke ‘goede land versus slechte land’, dan moet je voor dit verhaal goed en veel onderzoek moeten doen naar het hoe, wat en waarom van oorlogvoering, wat dat met de menselijke psyche doet en dan ook nog hoe jouw unieke personages daarop reageren. Dat doe je niet in een paar uur. Heb je daar de puf of de interesse wel voor? En is je lezer ook iemand die het kan waarderen of heeft die er helemaal geen zin in heeft om via je personages de complexiteit van de menselijke geest te doorgronden?

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Tingey Injury Law Firm via Unsplash.