Het verschil tussen een gewoon en een saai personage

Er bestaat een hardnekkig misverstand dat een personage allerlei ongewone en spectaculaire dingen moet meemaken, doen of vinden voordat het interessant is. Maar dat ligt aan de uitwerking. Laat je het dingen doen en vinden die de lezer min of meer hoopt of verwacht, of laat je het volledig zijn eigen persoontje zijn? Dat eerste maakt een personage saai, dat laatste maakt het personage misschien nog steeds gewoontjes, maar wel prettig om over te lezen.

Maak kennis met Eric en Vinnie: vanille-ijs

Ken je de vergelijking in de Engelse taal met vanille en gewoontjes? “He’s a vanilla guy’ (“Hij is een ‘vanilleman”) wordt gebruikt om aan te geven dat iemand maar gewoontjes is, niet spannends meemaakt of interessant is en geen bedreiging vormt. Het is meestal geen compliment. Het komt neer op iets als: “Waarom zou je voor ‘saai’ vanille-ijs kiezen, als er ook veel complexere, lekkere en meer originele smaken bestaan als pistache, karamelzeezout of honingavocado?’ En daar zit iets in, tot je bedenkt dat vanille-ijs de basis vormt voor allerlei andere lekkere recepten, of zo gewoon zo ook prima smaakt: daar is op zichzelf niets mis mee.

Dit uitgangspunt vormt de basis van deze blogpost: wanneer is je personage ‘vanille’ als in: saai, kan beter? En wanneer is je personage gewoon uitstekend vanille-ijs? Heerlijk in zijn eenvoud en verder -of zelfs daardoor!- helemaal prima?

Daarvoor gaan we eerst kennismaken met Eric en Vinne.
Eric Generic (=algemeen) is daadwerkelijk saai. Vinnie Vanilla is gewoontjes: op het eerste gezicht misschien saai, maar wel degelijk interessant om over te lezen. Eric en Vinnie wonen in Los Angeles en ze werken in de filmindustrie. Op papier is dat een gegarandeerd recept voor een interessant verhaal, met film, rijkdom en glamour om over te lezen. Maar dat hoeft niet altijd zo te zijn. .

Op de set met Eric en Vinnie

Eric en Vinnie werken allebei in de filmindustrie aan dezelfde film. Eric is de knappe hoofdrolspeler, Vinnie is een ‘runner’: het manusje van alles dat verschillende dingen regelt op een set. Eric lijkt de meest interessante hoofdpersoon van je verhaal. Wat moet je met een ‘boodschappenjongen’ als je ook mee kan kijken met een Hollywoordster?

Eric Generic: een echt saai personage

Eric gaat naar de set, praat met de regisseur, zit in de make-upstoel en speelt daarna een scène. In de scène van vandaag schreeuwt zijn personage naar zijn ondergeschikte. Aan het einde is Eric een beetje hees, maar hij en zijn tegenspeler Johnny zijn tevreden. Aan het einde van de dag deelt Eric handtekeningen uit aan een stel bakvissen en praat daarna nog met de pers over zijn nieuwste film. Natuurlijk, zoals dat hoort, zegt hij wat voor een geweldige collega Johnny is. Ze kunnen goed met elkaar overweg, maar om doen alsof ze beste vrienden zijn… Maar ja, dat hoort nu eenmaal in de wereld van glamour.

Eric is niet interessant als dit het uitgangspunt van zijn heldenreis is. Waarom niet?

  • Hier staat alleen routine genoemd
  • Wat er gebeurt is erg oppervlakkig
  • Eric moet doen alsof. Bijvoorbeeld: Johnny en hij zijn beste vrienden. Dat kán interessant zijn om dieper op in te gaan, maar als je dat niet doet, zal je niet weten wie Eric is buiten Eric Superster. En hoe spectaculair een personage op papier ook is, als je niet weet wie of wat het echt is, in plaats van hoe het op papier lijkt, kan het nooit interessant worden.

    Ook al lijkt Eric hier net Eric de Superheld, uiteindelijk blijft hij Eric, the ‘generic’ hollywoodster. Eric is saai.

Vinnie Vanilla: gewoontjes, maar interessant

Vinnie en Eric komen elkaar regelmatig op de set tegen en kunnen goed met elkaar overweg. Omdat Vinnie op die manier ook met Johnny en andere supersterren in contact komt, weet hij van alle sappige verhalen. Op een dag neemt Eric Vinnie in vertrouwen over een van zijn diepste geheimen. Vinnie is een goed mens (Lees: vanille. Hij wordt niet ineens een slecht mens omwille van de drama die de mogelijkheid biedt om roddels te verspreiden) en houdt het dus voor zich. Vinnie beseft al snel dat als hij het niemand vertelt, het effect kan hebben op Erics welbevinden, of dat van hemzelf. Toch besluit hij het geheim voor zich te houden. Telkens als hij naar Eric kijkt, denkt hij nu aan het geheim. Verder blijft hij gewoon de runner die de zaken van alledag op de set regelt. Thuis heeft hij een vriendin en een pasgeboren dochtertje en gaat hij regelmatig wandelen met zijn vrienden (is hij dus relatief ‘saai’). Zijn vrienden weten dat hij werkt aan dezelfde film als Eric en Johnny en dat de acteurs aardig voor hem zijn. Maar dat Vinnie van Erics geheim weet, is Vinnies vrienden onbekend.

Waarom is Vinnies verhaal een goed uitgangspunt voor een verhaal?

  • Een geheim moeten bewaren doet iets met een personage: in dit geval gaat Vinnie het uiteindelijk toch verklappen of voor zich houden. Ongeacht welke van de twee: het hoe en waarom daarachter maakt het verhaal makkelijker leesbaar.
  • Je leert Vinnie kennen door zijn afwegingen over dat geheim: je weet wie hij is, niet zoals hij zich voordoet of meent te moeten voordoen.
  • Erics geheim heeft waarschijnlijk bepaalde gevolgen: dat maakt de situatie veranderlijk. Dus kan je het plot aan de gang houden met actie-reactie.
  • Vinnie staat als ‘simpele man’ dichter bij de lezer.
  • Vinnies vriendengroep biedt een ‘pauze’ in de spanningsboog rondom Erics geheim. Dat zorgt voor een balans in het tempo van het plot. In Erics verhaal zitten geen ‘pieken en dalen’ vanwege ofwel de sleur, of wel de continue piek van glamour, net hoe je het wil zien.

Als je wil weten of je personage een Eric Generic of een Vinnie Vanilla is, kijk dan dus niet zozeer naar hoe interessant ze op papier lijken. Kijk in plaats daarvan of je plot- en personage-uitwerking en plotontwikkeling alles bij elkaar genoeg bieden aan je lezer om geïnteresseerd te blijven.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door sheri silver via Unsplash.

De observerende schrijver: ik zie nog méér

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… nog méér.    

Als je gaat observeren is er altijd wel iets te zien dat je heel concreet op kan schrijven. Mensen op het terras, mensen aan het feesten, iemand die verdrietig kijkt… Je kan dan die eerste indruk opschrijven, maar soms is er nog meer te zien, zonder dat je daar meteen de vinger op kan leggen. Als je iets méér ziet, maar niet weet wat dat is, kan je deze stappen volgen om dat abstracte wat meer vorm te geven.

Wat zie je aan de oppervlakte?

Schrijf als eerst op wat je aan de oppervlakte ziet. Iemand is blij, boos, geïrriteerd. De sfeer is uitgesproken gelaten, of juist feestelijk.  Alles wat er duimendik bovenop ligt, mag je opschrijven, ook al zou je dat normaalgesproken niet doen. Want alles wat onderliggend sluimert, probeert zich als het ware te verstoppen achter datgene wat zo duidelijk aanwezig is. Wil je het onbekende naar de voorgrond brengen, dan werk je uiteindelijk naar een contrast toe. Dat eerste element kan je dus het best meteen opschrijven.

Wat voelt er zo anders?

Als je nog iets méér ziet, dan is de kans groot dat datgene iets is wat op het eerste gezicht niet in de situatie lijkt te passen, of niet passend is. Denk aan iemand die heel blij is om te horen dat een vriendin zwanger is, maar er toch iets is dat je anders laat geloven. De eerste indruk waarschijnlijk is dat er een van de ‘basisemoties’ speelt: verdriet of boosheid. Maar die emoties zijn zo breed dat er complexere of meer verfijnde emoties in het spel zijn. Anders voelt er iets niet ‘anders’ of ‘méér’. 

Om je op weg te helpen, is hier een kleine opsomming van emoties die zoal achter de basisemoties  mee kunnen spelen
Blij = opluchting, dankbaarheid
Boos = stress, jaloezie
Verdrietig = spijt, hopeloosheid
Bang = verwarring, onzekerheid

Als het je lukt om al verder te kijken dan de basis, wordt je ook alerter op de sfeer of de subtielere gezichtsuitdrukkingen en lichaamstaal. Dat is dan het volgende waar je beter naar kan gaan kijken.

Verfijndere emoties zichtbaarder gemaakt  

Meen je een emotie te zien die in een ‘subcategorie’ van de bekendere emoties valt, dan zal je zien dat je wat gerichter naar gebaren, gebeurtenissen of lichaamstaal gaat zoeken of zien die bevestigen dat je méér ziet. Dat dát is wat de tot dan onbekende sfeer geeft aan een situatie.  
Als je bij iemand opluchting meent te zien in plaats van dankbaarheid, dan zal je makkelijker zien dat de omhelzing die gegeven wordt, ook gepaard gaat met een diepe zucht, bijvoorbeeld.
Soms worden ook die emoties dan ineens zonneklaar, andere keren blijven ze subtiel.

Je kan er niet altijd op rekenen dat wat je meent te zien ook echt speelt; je kan niet in iemands hoofd kijken. Maar deze observaties mag je zeker gebruiken om je schrijfstijl mee te verfijnen. Je tekst zal er een stuk levendiger van worden.  

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Marina Vitale verkregen via Unsplash

Zo schrijf je een personage dat niet kan groeien

Een held moet altijd groeien en beter worden. Dat is een van de eerste lessen die je leert als je gaat schrijven. Maar soms zijn er personages die gewoon niet kunnen groeien. Ze staren zichzelf ergens blind op, of zijn simpelweg bedoeld om te dienen als de slechterik die geen groei hoeft te hebben: die gewoon slecht moet zijn. Hoe schrijf je dat personage, zonder dat ze lezen als een lui stereotype?

De door en door slechterik

Om met deur in huis te vallen: deze blogpost gaat over slechteriken die aan het begin van je verhaal al zo verdorven, slecht of gemeen zijn dat je héél erg je best zou moeten doen om uit te leggen waarom het nog mogelijk is dat de slechterik het goede pad kiest. Zodanig dat dat het hele verhaal moet zijn en zelfs dán nog geforceerd kan lijken.
Dat druist misschien in tegen je gevoel als je al wat langer schrijft. Ieder personage heeft toch beweegredenen die interessant genoeg zijn als je de waarheid van een personage maar meeneemt? En vanuit dat uitgangspunt is iedereen tot in staat te groeien? Zorg gewoon dat de omstandigheden in het plot daarvoor groeien…

Vaak wel, maar niet altijd. Soms staart je personage zich zodanig blind dat de objectieve oplossing zou zijn, juist gevaarlijk lijkt voor je slechterik. Of is het personage zo ver heen dat het gewoon niet meer voor rede vatbaar is en de waarheid gaat verdraaien, of niet kan of wil zien, ook al kan het daarmee diens eigen leven redden. Dit is dus niet de schaduwkant van de slechterik die op de achtergrond speelt en die je moet uitwerken. Je moet weten wat die is die aanwezigheid duidelijk maken. En nog een keer. En nog een keer….

Gewoon geen grens

Deze slechteriken hebben simpelweg geen grens in hun slechtheid. Als je deze slechteriken langzaam aan slecht maakt, dan zijn het eerder mensen met een achtergrond die nog goed hadden kunnen zijn of worden. Dat wil je bij de door en door slechterik niet, dus die moeten in de eerste pagina’s of zelfs alinea’s waarin ze verschijnen meteen ronduit duivelachtig zijn. In de rest van het verhaal moeten ze die acties en karaktertrekken keer op keer demonstreren. Het helpt als de personages om hen heen om wat voor reden dan ook de slechterik niet kan stoppen. Uiteindelijk moet de lezer zich afvragen: ‘Kan het nog erger?’ waarop het antwoord keer op keer is: ‘ja’.
Of anders gezegd: als je deze slechterik zou zeggen: ‘dat kan je niet maken’ antwoordt die: ‘Moet jij eens opletten…’ Hier volgen enkele voorbeelden. Merk op dat ze op een later moment niet alleen niet van gedachten zijn veranderd, maar er gewoon een schepje bovenop doen.

Percy Wetmore (The green mile) Vernederen in de eerste seconden van zijn schermtijd, twee minuten later de vingers breken van iemand die hem uitlacht. Uiteindelijk verbrand hij diegene levend, om precies dezelfde reden.

Claude Frollo (De Klokkenluider van de Notre Dame) doet het volgende binnen twee minuten: een onschuldige vrouw achtervolgen en vermoorden, dan probeert hij haar kind te verdrinken. Als hij gedwongen voogdij krijgt over dat kind, sluit hij het op en hoopt hij het later voor eigenbelang nog te kunnen gebruiken, als gereedschap. Uiteindelijk is Frollo bereid om een hele stad in brand te steken als dat betekent dat hij de vrouw waar hij ongezonde lust voor voelt, voor zichzelf kan opeisen.

Vertel mij eens hoe je iemand van zijn slechtheid af wil helpen als diegene in de eerste anderhalve minuut van de introductie een onschuldige vrouw vermoordt en dat ook met een baby had gedaan als hij niet was tegengehouden… Dat gaat gewoon niet.

Extreem egoïsme als slechtheid

Deze slechteriken hebben een gevoel voor moraal zoals de rest van de wereld dat heeft. Het is er wel, alleen dan op een unieke en extreem egoïstische manier: het is niet zozeer dat zij zien dat zij geen gevoel voor moraal hebben. In hun ogen hebben zij dat wel. Alleen zien ze niet dat zij zichzelf bijna of helemaal als een god centraal zetten binnen dit moraal of deze regels. Zo zien ze bijvoorbeeld niet dat niet zozeer dé regels, als wel hún regels worden opgevolgd, op straffe van de dood of marteling. Is orde en netheid de norm, dan moet het hun orde zijn die niet wordt verstoord. En het uitdrijven van iets ongewensts is niet per se echt iets naars, maar iets dat zij zo ervaren. Als zij het vinden dan is dat zo: er is totaal geen ruimte voor waarheden of perspectieven van anderen.

De echte door en door slechterik zie zichzelf als enige op de wereld die een bepaalde waarheid in pacht heeft. En de rest van de wereld zit er gewoon naast. Deze grootheidswaanzin leidt vaak tot hypocrisie. Bovendien kan dit personage de objectieve waarheid onder de neus geschoven krijgen dat het fout zit. Nog steeds zal het dan een zondebok vinden of in ontkenningsmodus gaan. Dit is waar je je op moet concentreren. Waar je normaalgesproken een personage zou laten groeien door het verhaal heen, laat je zien hoe ver de waanzin van dit personage gaat. Groeien gaat hier niet op voor het personage zelf, maar wel voor de mate waarin de slechte daden slechter worden.
Om ervoor te zorgen dat de of diens wereld inderdaad om de slechterik blijft draaien zal die steeds minder schuwen om ene volgende, nog ergere gruweldaad uit te voeren. Laat samen met die gruweldaad de waanzin groeien en je hebt een slechterik om echt bang van te worden.

Laat de spanning van de lezer de groei voor dit personage zijn. De spanning waarin je lezer zich constant afvraagt hoe het nu weer uit de hand gaat lopen door de hypocrisie en het uitzonderlijke egoïsme van je slechterik, wetende dat dat moment vroeg of laat gaat komen. Nu maar duimen dat er ooit iemand is die die cyclus kan stoppen…

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Max Kleinen via Unsplash.

De observerende schrijver: Ik zie… een vriend

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… een vriend.     

Vriend van…

Je hebt vrienden die je kent van het sporten, van je hobby, van school… Waar je ze ook van kent, meestal zijn je vrienden uniek. Niet zozeer als individu, maar op wat voor manier ze een vriend zijn. Bij de een vind je een iemand bij wie je je hart  kan luchten, waar het bij de ander juist fijn is om gewoon gezellig samen te sporten en het daarbij te laten. Dit artikel gaat over het principe dat iedere vriend uniek en fantastisch is, maar dat zich dat op verschillende manieren laat zien. Manieren die je kan observeren om zo een vriendschap op papier goed tot zijn recht te laten komen.

Hoe goed kennen jullie elkaar?

Er zijn simpele dingen waar je aan kan herkennen of je elkaar goed kent. ‘Zeg Moad en je zegt skaten’ , is oppervlakkige kennis, dus dan is de vriendschap waarschijnlijk nog vers. Je kent Moad goed als je weet hoe hij tot bepaalde conclusies komt, wat zijn kleine maniertjes zijn, niet waarmee, maar ook waarom hij ergens mee worstelt… Ga dat eens na bij eigen vrienden. Wie ken je goed en waarom denk je dat? Wat weet je van de ene vriend en niet van de ander? Denk aan iets als politieke overtuiging. Bij je boezemvriend weet je dat waarschijnlijk wel, maar van een hardloopvriend misschien niet. Anderzijds: moet je dat weten om gezellig samen te kunnen hardlopen?
Als je op deze manier bij je eigen vrienden kan bepalen wat je kan verstaan onder ‘goed kennen’, kan je dat bij fictieve vriendschap beter toepassen. Dan zijn het geen vrienden gewoon omdat dat moet van het plot. 

Hoe hecht zijn jullie?

Er zijn vrienden die je dagelijks spreekt of zou willen spreken, bij andere vrienden is wat minder intensief contact ook prima. Ga eens na waarom dat zo is. Zijn jullie brodspelvrienden en heb je geen behoefte aan vijf spelletjesavonden per week? Of ben je gewoon niet zo hecht met Mees als je bent met Gabriël? Dat maakt Mees of zijn vriendschap niet minder waard. Maar het betekent wel dat je iets aan Gabriël of aan zijn vriendschap meer waardeert of nodig hebt (op dat moment). Schrijf eens op in hoeverre je vrienden in dat opzicht van elkaar verschillen. Is het vertrouwen, het karakter van de ander? Als je zo naar een vriendschap kan kijken, kan je de fictieve een goede narratieve waarde geven.

Het gevoel van vriendschap

Boezemvrienden of de wat minder hechte sportvrienden. Over welke vriend je het ook hebt, het zijn je vrienden en dus waardevolle mensen in je leven. Let er eens op waaraan je dat merkt bij jezelf. Heb je foto’s van hen in huis? Komt er standaard een glimlach op je gezicht als je aan hen denkt of hun naam ziet staan in je contacten? Of denk je automatisch terug aan jullie laatste gezellige spelletjesavond en aan jullie lol zodra je een spellenwinkel instapt?

Schrijf eens op wat voor unieke gevoelens elk van je bij je teweegbrengen en waarom. Als je dat in een boek ook kan doen, voelt die vriendschap zowel echt als heel erg hecht.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Thought Catalog verkregen via Unsplash.

Scèneovergangen schrijven: deus ex sceana

Als een boek vlot wil lezen, moet het plot een bepaalde vaart hebben. Daarvoor heb je een vlotte scèneovergang nodig. Je kan op verschillende manieren ervoor zorgen dat je plot vlot blijft. Denk aan de actie-reactieregel. Maar die is vooral handig bij het schrijven van losse scènes. Als je een scène wil eindigen en met een andere wil beginnen, schrijf je met deus ex sceana.

Storyboard van een verhaal

Het is handig om een storyboard te maken van de scènes die je hebt bedacht. Dan zie je heel goed wat er in het verhaal gaat gebeuren. Ook verzandt je niet in details, maar houd je je aan de grote lijnen. Of je het nu tekent of uitschrijft hoe het in je hoofd zit, een storyboard mist de daadwerkelijke overgang van de ene scène naar de andere. En die is cruciaal voor een goedlopend verhaal. Anders krijg je een ‘en toen, en toen en toen’ zoals een kind uit groep 5 een boekbespreking houdt: ‘En toen gingen ze naar het pretpark, en toen gingen ze in de achtbaan, en toen werd Youssef misselijk en toen durfde hij niet mee in de volgende achtbaan.’

De randen van een storyboard

In het voorbeeld van die slechte boekbespreking is het ‘en toen’ de rand van het stripje in een storyboard. Idealiter zijn die randen voor de lezer niet meer zichtbaar. Het verhaal leest niet als losse scènes, maar als iets wat in elkaar verweven is. Je zou je pas (weer) moeten zien als je oefent met het save the cat schema. “O, kijk, deze scène is het inciting incident, en die daar op het einde, dat is nog niet het einde, maar de wrap-up.”
Let wel: dit geldt voor de lezer, niet voor jou als schrijver. Hoewel niet elke scène meteen een beat is van de drie-aktenstructuur, helpt het wel om het min of meer zo te zien:
* Deze scène zit nog in het inciting incident, dus het hoofdpersonage moet iets ongemakkelijks meemaken, en ook laten zien dat er iets anders kan (gebeuren) in diens wereld.
* In het laatste obstakel laat ik de geliefden bij elkaar komen, en ze terugkijken op wat ze hebben meegemaakt.

Dat helpt om te schakelen tussen dingen als: je dief is al langere tijd op de vlucht en dan komt er plotseling politie in de buurt, of de vriend besluit zijn makker te verraden.

Deus ex sceana

Anders dan bij actie-reactie is er bij de overgang naar een nieuwe scène niet altijd een aanwijsbare reden waarom dat dit exact op dat moment gebeurt. Waarom verraadt de vriend nu? Waarschijnlijk zijn de hints die je hebt gegeven, niet in dezelfde scène. Dat zou een slechte plotopbouw zijn. Dat zaadje is dus in scène`1 gepland. Maar als je inmiddels bij scène 4 bent, kan je niet ineens schrijven: ‘oké, terug naar scène 1’. Dat heeft twee redenen:

* Scène 1 is al geschreven, dit wordt hoe dan ook scène 5. Je lezer heeft al meer informatie, het plot zit in een ander punt in de spanningsboog, en de sfeer van de scène is ook anders, omdat er andere dingen gaande zijn.
* Je werkt anders een deus ex machina (god uit de machine) in de hand.

Zorg ervoor dat op een natuurlijke manier de aandacht van de scène naar iets anders wordt verschoven. Er gebeurt iets, of er komt iets in de scène die de sfeer compleet een andere kant op stuurt. Anders dan bij een Deus ex machina moet je mikken op wat je zou kunnen omdopen tot deus ex sceana: god van de scène. Dat is vaak een relatief abstract iets: een gevoel, een besef, een sfeer, een klein geluid… Iets dat wérkt als een Deus ex machina, maar niet zo voelt.

Waarin zie je een deus ex sceana terug?

De deus ex sceana zie je eigenlijk overal waar er iets verdergaat als er iets begonnen is, hoe klein ook:
* De welles-nietes ruzie is eerst verbaal, maar nu loopt iemand kwaad weg.
* Het moment dat je personage besluit om nu eindelijk eens een dag vrij neemt, na heel lang en hard werken.
* Het gaat regenen en je personages gaan schuilen.
* De les is afgelopen en de kinderen gaan spelen.
* Er worden knopen doorgehakt.

Bij het bepalen van een deus ex sceana is het belangrijk om te bedenken wat er in de volgende scène moet gaan gebeuren, zoals eerder in dit artikel geschreven. Denk aan Chekhov’s gun: je schrijft iets niet zomaar op. Perfectie daargelaten, waarom zou je schrijven over een tripje naar de supermarkt als daar niets interessants gebeurt? Jij schijft meteen over je personage dat gaat koken, om het vervolgens te gaan verprutsen. Dat verprutsen is belangrijker voor het grotere plot: vrienden komen langs en je personage wilde een goede indruk maken. Nu verliest het zelfvertrouwen.

In dit scenario zou de deus ex sceana kunnen zijn:

* Je personage komt thuis van het werk en is al moe. Dan doet het de koelkast open om iets te drinken te pakken en ziet het de ingrediënten voor het gerecht van vanavond. Paniek: dat was vandaag! Het besef na het zien van het ongekookte eten is de deus ex sceana

* Je personage gaat rustig aan de slag met koken, maar dan bedenkt het dat een van de vrienden hun nieuwe verloofde meeneemt. En je held mag die echt niet. De deus ex sceana die volgt is het is het bedenken van hoe de vrede bewaard kan worden, waarna bij gebrek aan concentratie het eten mislukt.

Vaak hoef je niet na te denken over het hoe en wat van een deus ex sceana: als je een beetje kan schrijven en save the cat in de gaten houdt, komt die wel vanzelf. Maar als je een keer vastzit bij een grensovergang, dan hoop ik dat deze tips helpen. Als je nog steeds worstelt, kijk dan eens naar je personagebiografie, verhaalthema, of de symboliek van je verhaal. Kijk naar het grote geheel en dan kan je het naar even goed nadenken vast wel wat concreter vertalen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Nick Fewings verkregen via Unsplash.

De observerende schrijver: ik zie jou iets geks doen

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… jou iets geks doen.    

Je ziet iemand iets doen, zeggen of dragen en je denkt: logisch, past bij die persoon. Dan zie je iemand anders die om wat voor reden dan ook anders is, of lijkt. Diegene doet precies hetzelfde en dan denk je bij dezelfde actie: wat doe jíj nou?  
Is dat herkenbaar? De actie ís niet per se gek, maar kan wel zo voelen. Dat gevoel is een handig observatiegereedschap.

Tabel van vergelijking van eerste indrukken

Het soort eerste indrukken dat iemand aardig, goedverzorgd, stoer, rijk of… overkomt is niet te stoppen. Hoewel je met eerste indrukken nooit echt neutraal observeert, kan je die wel gebruiken om je observaties die je wel bewuster doet, eens goed om de loep te nemen.

Schrijf eerst eens op wat de persoon die je ziet voor ‘geks’ doet. Dat hoeft niet altijd iets echt raars te zijn. Het kan ook gewoon iets opvallends zijn.  Vraag jezelf daarna eens af waarom het gek is. Een man in pak van wie je denkt dat het een stijve zakenman is, zingt ineens een vrolijk liedje. Je ziet iemand verkleed, buiten het carnavalsseizoen. Je kan er reden achter gaan zoeken waarom dat zo is. Zeker ook doen, daar kan je leuke verhalen mee bedenken. Het is heel wat interessanter om te schrijven over iemand die een weddenschap heeft verloren en daarom verkleed over straat loopt, dan iemand die gek is op Japanse animatieseries en daarom op weg is naar een beurs waar iedereen verkleed gaat als een favoriete personage.
Maar voor zuivere observatiedoelen is een tabel van vergelijking maken handiger.   

Waarom is iets gek?

Een tabel van vergelijking van eerste indrukken heeft dit format:

tabel ik zie jou iets geks doen

Merk op dat iets geks verschillend kan zijn voor een specifiek persoon. Dat is het uitgangspunt van dit artikel. Maar soms is iets gewoon voor iedereen hetzelfde en ligt dat er duimendik bovenop. Toch kan het dan handig zijn om te bedenken waar de oorzaak ligt. Zoals in het voorbeeld van schelden. Als je weet dat het om gaat om ‘normen en waarden’ die aan kan leren en verder kan denken dan alleen  ‘dat doe je niet’, ben je scherper op dat soort dingen. Dat kan je gaan denken in termen van personageontwikkeling of plotontwikkeling. Wat is er interessant voor een verhaalthema betreft ‘normen en waarden’? Welk personage is daarvoor geschikt en waarom?

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.


Afbeelding van by Jon Tyson verkregen via Unsplash.

Observatieoefening: tijden van de dag

Als je schrijft, is de wereld een grote bron van inspiratie. Je kan dus veel observeren. Maar observeren is iets wat je meestal doet op het moment dat je iets opvallends ziet. In het bos zie je ineens een erg mooie paddenstoel. En in het restaurant heb je laatst nog opgeschreven hoe lekker het daar rook. Restaurants en het bos kan je afvinken van je lijstje van plekken waar je naar inspiratie kan zoeken. Maar de meeste plekken veranderen sterk als de tijd van de dag ook anders is. Dan kan je veel meer observeren dan je misschien in eerste instantie dacht.

Hoe is de wereld als…?

Op de meeste momenten van de dag zou je als je geen mogelijkheid had om op een klok te kijken, geen idee hebben hoe laat het is, omdat iedereen zich hetzelfde gedraagt. Dan ‘tikt’ de dag in eenzelfde ritme. Denk aan een winkelcentrum of de stad tijdens kantooruren. Tijdens lunch-of koffietijd zal je meer mensen in een café of restaurantje zien zitten. Maar afgezien daarvan zie je een continue stroom van mensen die gewoon aan het slenteren of winkelen zijn en kan het tien uur of half drie zijn.
Maar er zijn tijdstippen op bepaalde momenten van de dag, of op bepaalde dagen van de week die op een de een of andere manier anders is dan ‘het gemiddelde’ tijdstip. Denk aan de erg vroege ochtend, wanneer de meeste mensen nog slapen en de wereld uitgestorven lijkt. Of het begin van de stapavond en het einde daarvan. Dat is het verschil tussen een avond die veel belooft en een avond die uitdooft. En een uitgestorven trein is anders dan die in de spits. Maar een lege trein in de ochtend is ook weer heel anders dan een lege trein in de avond.

Deze observaties vormen de basis van deze schrijfoefening.

Zet de klok uit

De eerstvolgende keer dat je naar een omgeving gaat waar je voldoende inspiratie uit denkt te kunnen halen en waar je een volledige dag blijft, kijk dan eens of je de klok ‘uit kan zetten’. Oftewel: kijk eens of je dat grootste moment van de dag kan opmerken waarop het wat betreft sfeer en wat er gebeurt, niet veel opmerkelijks aan de hand is. Schrijf eerst in grote lijnen op wat de normale gang van zaken is. Ga niet in op de details van afzonderlijke mensen, gebouwen of wat dan ook. Dit gaat om een sfeeromschrijving van het gebied waar je bent. Je moet eerst weten wat normaal is voor je over het afwijkende, of bijzondere kan schrijven.

Die speciale tijd

Op het nu de heel vroege ochtend is waarop de hele wereld nog lijkt te slapen, of de tijd waarop iedereen afscheid neemt om naar huis te gaan, iets aan een tijdspanne van een uurtje of een halfuurtje zorgt ervoor dat iets heel erg anders lijkt, zonder dat er daar meteen iets van buitenaf moet gebeuren. Hier gebruik je de observaties van de periode waarin de klok ‘uit’ stond. Deze speciale tijd is zodanig uniek dat je het waarschijnlijk alleen onder woorden kan brengen door te kijken en vergelijken. Het kan ook bepaalde emoties bij die observaties komen kijken. Een uniek soort gevoel van rust, bijvoorbeeld. Of een gevoel van weemoed, wat dan ook. Probeer hierin goed stil te staan bij wat je voelt. Je kan het hoogstwaarschijnlijk niet meteen in een verhaal gebruiken, maar deze observaties zijn zodanig subtiel dat het handig is om ze te op te merken bij jezelf. Als je een personage hebt dat ook complexe emotionele gevoelens heeft, kan je daar makkelijker op inhaken.

Ritme van de zaak

Neem je laptop eens mee naar een restaurant of café en blijf daar de hele dag zitten, van openings- tot sluitingstijd. Neem desnoods een boek of een breiwerkje mee: je hoeft niet zozeer de hele dag voor je uit te staren met je pen en opschrijfboekje paraat. Het gaat erom dat je de overgang van de ‘klok uit-uren’ naar de speciale momenten mee kan maken. Waar ’s ochtends heel vroeg de mensen komen, halen doordeweeks waarschijnlijk hun opstartkoffie to go en is de sfeer gehaaster. Op een zaterdag is datzelfde tijdstip veel meer ontspannen. Dan komen er weer ‘klok uit’ uren en slaat de sfeer om. Bij het personeel dat zichzelf klaarmaakt voor een spitsuur en komen er mensen die – meestal- gezellig uit gaan eten, of koffie gaan drinken. Nu krijgt de sfeer een wat meer sociale setting, anders dan bij freelancers die door de middag een plek zoeken om te werken.

Probeer dit eens uit: verfijnde sfeeromschrijving is het verschil tussen: ‘Ik kan het verschil schrijven tussen een vrolijke en een sombere ruimte.’ en ‘Ik kan een sfeeromschrijving schrijven over wat er tussen de regels speelt’.

Als je een voorbeeld wil, kijk deze mini-documentaire dan eens. De maker stapt op de eerste trein van de dag op en gaat met de laatste trein weer naar huis en ziet zo Tokio door de dag heen. Het is een perfect voorbeeld hoe het vangen van het ritme van de dag eruit kan zien. Kijk vooral goed naar het verschil tussen de treinen in de vroege ochtend, nog vóór de spits en de laatste treinen.

Als je een ‘favoriete observatieplaats’ hebt, zoals een specifiek terras voor mensenkijken, ga er dan ook eens op een ander moment van de dag heen. Niet alleen zie je de mensen zich anders bewegen, misschien kom je er ook wel achter wat het nou écht is dat dit terrasje je favoriet is, omdat je de sfeer beter leert kennen en specificeren.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Amogh Manjunath verkregen via Unsplash.

De observerende schrijver: ik zie een klant

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: ik zie een klant.  

De winkel

Een klant komt naar een winkel, maar wat verkopen ze daar? Met andere woorden: kijk eerst eens waar je bent. De supermarkt, boekenwinkel, bouwmarkt, parfumerie, kledingzaak… Er zijn winkels waar je iedereen kan verwachten, van jong tot oud. De supermarkt bijvoorbeeld, al zou een kind eerder een tijdschrift of snoepjes komen halen en de volwassene eerder de alledaagse boodschappen komen doen.

Andere winkels -of afdelingen in een warenhuis- worden vaker door vrouwen dan door mannen bezocht. Denk aan make-upafdelingen. En kinderen zal je vaker bij de speelgoedafdeling zien rondhangen dan volwassenen. Bedenk zo als eerst eens wie je waar ziet en wat de klant daar gaat – of zou willen- kopen. Waar zie je dat aan? Een winkelkarretje? Of hoor je iemand een boodschappenlijstje oplezen voor een partner? Of hebben die tienermeiden het steeds over de leuke jongens op school en zijn ze daarom op zoek naar een leuk jurkje?

Wat wordt er gekocht?

De manier waarop de klant praat, zich beweegt, kleedt of kijkt, kan je al een eerste indruk geven wat voor persoon dit is. Denk aan een persoon die wel een topsporter lijkt: daarvan zal je eerder verwachten dat die in de supermarkt gezond eten koopt, in plaats van een zak chips. Als dat gebeurt, dan ben je daar toch even verbaasd over. Al is het maar voor een fractie van een seconde en weet je wel dat iedereen wel eens wil snacken, ongeacht figuur of dieet.
Die fractie van een seconde van ‘vooroordeel’  is erg waardevol bij observeren. Zeker in een winkel. Want ongeacht wat het is dat er wordt gekocht of kan worden gekocht, je hebt er altijd wel een idee bij wie dat beter of niet past. Enkele voorbeelden:

Lachebekkoekjes = kinderen
schroeven en bouten = mannen
maandverband = vrouwen
port = oude vrouwen
potgrond = een man met grove, vereelte handen

Enzovoort. Terwijl natuurlijk iedereen alles kan kopen, al is het maar namens iemand anders. Manlief gaat vast wel maandverband halen als zijn vrouw dat niet meer heeft en bang is om door te lekken in het openbaar. Maar daar denken we in die eerste fractie van een seconde niet altijd bij na.

Combineer wat je echt ziet of hoort, zoals in de eerste alinea omschreven met wat je verwacht te zien en wat je daar -als vanzelf- van maakt.

Het karakter van de klant

We kennen haar allemaal van het internet: Karen. De vrouw die de hele winkel bij elkaar schreeuwt als ze niet krijgt wat ze wil van het winkelpersoneel. Gelukkig is er vaker iets dan niets aan de hand als je naar de winkel gaat, maar kijk toch eens hoe de klant het winkelpersoneel behandelt. Daarvoor hoeft die niet meteen uit diens vel te springen. Denk ook eens aan details als: wordt er moeite gedaan om te groeten of oogcontact te maken? Wat het ook is dat je daarin opvalt wat een klant al dan niet doet, het kan samen met het andere dat je hebt geobserveerd genoeg zijn om de basis van een personage van te maken. De tieners in de parfumerie die uitgebreid kletsen over hun nieuwe geurtje, hebben waarschijnlijk een date. Voor de eerste keer, want de manier waarop ze lopen, vertelt jou dat ze niet zo op de voorgrond staan. Vandaar dat de winkelbediende maar blijft horen hoe blij ze zijn met hun nieuwe aankoop.

We winkelen met zijn allen vaak: daar ligt een schat van schrijfinspiratie verborgen. Let er de volgende  keer eens op!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Dit bericht verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Blake Wisz via Unsplash.

Hoe schrijf je de schaduwkant van een slechterik?

Er zijn dingen waarover we het allemaal eens zijn: dat dóe je niet. En dan is daar de verdorven slechterik die dood en verderf zaait alsof het niets is. Hoe schrijf je een slechterik zonder overdreven veel te hoeven verklaren voor de lezer?

Waar is de slechterik blind voor?

Als je een verdorven slechterik wil schrijven, moet je eerst nagaan waarom die (zó) slecht geworden is. De een is van zichzelf wat sympathieker aangelegd dan de ander, maar niemand is van nature zo slecht dat mishandelen, martelen of moorden een aanvaardvaar iets lijkt te maken.
Als je slechterik dat doet, is die aan het blindstaren en als schrijver moet jij helpen om dat patroon te doorbreken. Niet per se voor het plotverloop, maar wel om het hoe, wat en waarom achter de manier van handelen beter te begrijpen en op te kunnen schrijven. Als eerste moet je zowel erkennen als herkennen waarvoor je slechterik blind is geworden: wat kan of durft die niet meer te zien wat bepaalde acties (al dan niet van zichzelf) teweeg hebben gebracht.
Omdat jouw moordenaar iemand heeft gedood, is:
– iemands leven vroegtijdig beëindigd
– hebben de nabestaanden veel verdriet
– voelen de buurtbewoners waarin het slachtoffer woonde zich niet meer veilig.

De moordenaar is hier blind voor; het slachtoffer nu eenmaal uit de weg moest worden geruimd omdat:

– Hij te veel wist
– Hij mij verraden heeft
– Hij mijn leven zelf ook heeft verwoest
– Hij me nog een miljoen schuldig was en dat niet wilde geven

Het gaat dan altijd om wat het slachtoffer de moordenaar heeft aangedaan, of met de moordenaar te maken heeft. Anderen – zoals nabestaanden- komen niet in deze redeneringen voor. Onthoud dat: het komt later terug.

Waar kijkt de slechterik van weg?

Als je dingen kan doen die verdorven zijn en dat kan verantwoorden of goedpraten zonder je gedrag te veranderen of je schuldig te voelen, dan zit er iets niet helemaal goed. Niet in de zin van: je bent niet goed bij je hoofd, maar in het geweten van je slechterik. Maar het belangrijke is: die heeft dat niet meer in de gaten. Omdat de mens van nature een sociaal wezen is dat niet zomaar iemand kwaad doet, zit er altijd iets achter slecht gedrag. Dat iets is de schaduwkant van je slechterik. Dat is niet te verwarren met een slechte karaktereigenschap. De schaduwkant is een trauma of een geloof over jezelf wat je niet onder ogen wil zien en je vervolgens wegstopt. Dat gaat dan vervolgens een eigen leven leiden en kan ernstige gevolgen hebben. Een wat onschuldiger voorbeeld: als het jou was aangepraat dat je dom bent, was je als kind teleurgesteld met ieder cijfer lager dan een 8.5. Maar door dat streven ontwikkelde je wel perfectionisme. In dit geval is de schaduwkant de overtuiging dat je dom bent, niet zozeer dat je alles graag goed wil doen, hoewel dat op het eerste gezicht zo kan lijken.

Een verdorven slechterik heeft op die manier ook iets waar die weg van kijkt, alleen zijn de gevolgen veel ernstiger dan een perfectionistische levenshouding. Onderzoek goed wat de schaduwkant is van je slechterik als je die goed uit de verf wil laten komen. Die zal je – al dan niet tussen de regels door- in de personagebiografie kunnen terugvinden.

Het echte doel van de slechterik

Op eenzelfde manier als je slechterik een schaduwkant heeft die voor zichzelf verborgen blijft, heeft de slechterik ook een ‘schaduwreden’ om tot de gruweldaden te komen. Zo zal iemand die diens partner mishandelt op de oppervlakte zeggen dat de reden daarvoor is dat de partner brutaal is maar is het in werkelijkheid zo dat de partner zegt dat de mishandelaar zich nog eens het graf in stort als die niet stopt met overwerken. Dan is daar bijvoorbeeld het pijnpunt dat de mishandelaar niet onder ogen wil zien dat die alleen eigenwaarde kan halen uit (te hard) werken.
Het doel is dan om die schaduwkant van te weinig eigenwaarde weg te stoppen en onderdrukt te houden, niet zozeer om ‘gewoon’ iemand te slaan of macht te hebben. En als je personage dan óók nog eens heeft geleerd om als ‘echte man’ geen tegenspraak te dulden van een vrouw, dan uit zich dat dus bijvoorbeeld in slaan.

‘Als iemand zou weten dat ik…’

Een personage dat doorslaat in destructief gedrag, denkt niet aan anderen, zou je zeggen. Maar neem eens als uitgangspunt dat de schadauwkant de stem is van je personage die zegt ‘Als iemand zou weten ( of zelfs denken!) dat ik… X dan overkomt mij Y en dat overleef ik niet’, dan kom je te weten waarom en hoe je personage zich tot anderen verhoudt of kan verhouden op een manier die anders maar moeilijk te rijmen valt. Zie dat je personage met ‘iemand zou weten dat’ wel degelijk aan andere mensen denkt? Het heeft alleen extreme en ongezonde vormen aangenomen.
“Als iemand zou weten dat ik me incapabel voel op mijn werk, voel ik me geen echte man en dan ben ik mijn identiteit kwijt” Met als gevolg: “Iemand die zegt dat ik niet goed of minder moet werken, krijgt ervan langs!”

Het ultieme doel van een slechterik is dus -diep vanbinnen, zo je wil- eigenlijk nooit wereldoverheersing, mensen pijn doen of slecht zijn, maar wegrennen of het niet onder ogen zien van iets dat zó pijnlijk is, dat je slechterik alleen nog meent te kunnen overleven door te doen alsof dat niet speelt. Met alle gevolgen van dien. Deze kennis is essentieel voor jou als schrijver, maar wel informatie die je uitgesproken niet (te veel) deelt met je lezer. Dat moet duidelijk worden door jouw schrijverskwaliteiten, tussen de regels door. Als je hier een infodump van maakt, is je verhaal gedoemd te mislukken.

Als je Heer Slecht op deze manier benadert, is hij diepzinnig en interessant in plaats van een cartoonesk persoon waarbij het gaat bliksemen als diens hoog kakelende gelach te horen is.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Stefano Pollio verkregen via Unsplash.


De observerende schrijver: ik zie een tas

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… een tas.  

Tassen heb je in allerlei soorten en maten. Ze zijn erg leuk om eens te observeren, want ze zijn niet alleen een  kwestie van smaak, zoals bij kleding het geval is. Een tas kan je afhankelijk van de context en inhoud veel vertellen. Om het meeste uit deze schrijftip te halen, schrijf je om te oefenen eerst drie (heel) verschillende soorten tassen op, bijvoorbeeld: grote plastic shopper, Gucci minitas en een rugzak, of zelfs een koffer.

De inhoud van een tas

Of hij nou alleen functioneel of ook mooi is, een tas is bedoeld om iets mee te dragen. De vorm en het formaat van de tas bepaalt wat je mee kan nemen. Je kan het wel vergeten om je schoenen in je minitas te stoppen. De shopper kan hiervoor misschien wel, maar dan vliegt je schoeisel weer alle kanten op zodra je op weg gaat. De rugzak is dus het meest geschikt. Op die manier zijn er voorwerpen die niet in een tas passen, of er niet bíj lijken te passen. Hoewel je gerust een versleten, vies gummetje met een Sesamstraatprint en een klein afgeknauwd potlood in je dure minitas kwijt kan, is het dan toch net of er iets niet ‘klopt’.

Maak op die manier eens een lijstje met wat niet in of bij de tas past. Als je weet wat er in de tas zit, schrijf dat dan ook op.  

 Waar is de tas?

Je hebt een versleten rugzak. Waar zie je hem? Waarschijnlijk:

  • Om de rug van een verwilderde backpacker
  • Bij het vuilnis
  • Op de werkplaats van een onderbetaalde arbeider die veel materialen moet dragen

Deze rugzak zal niet zo snel verschijnen in een sjiek casino: daar heb je genoeg aan een kleine handtas. Bovendien is de afgedragen rugzak niet passend  een dresscode. Op eenzelfde manier als de inhoud, is een tas ook passend of vreemd in een bepaalde setting. Schrijf van je geobserveerde tas op waarom hij (niet) past bij de plaats waar je hem ziet.

Je las al dat een tas in eerste instantie moet helpen om iets mee te nemen. Je kan dus ook bedenken wat de eigenaar van de tas voor plannen heeft. We associëren dure merken vaak met ‘voor de looks’, maar Gucci heeft zowel kleine tasjes als grote koffers. Met andere woorden: waarom kiest de eigenaar van de tas vandaag voor deze tas, en niet voor een andere? Daar zit waarschijnlijk een praktische reden achter. Kan je die bedenken?

Hoe ziet de tas eruit?

Kijk tot slot hoe de tas eruit ziet. Wat aan de uitvoering, vorm, staat, kleur, materiaal en grootte doet je vermoeden dat de tas toebehoort aan een kind, oudere dame, armoedzaaier, modepopje, verstrooide professor…?
Een kind zal niet met een grote, zware koffer sjouwen en een oude dame heeft vast geen rugzak met flitsende kleurtjes.

Combineren maar!

Nu is het tijd om het observeren om te zetten naar het schrijven. De kans is groot dat je een compleet personage kan bedenken aan de hand van een simpele tas:

Ik zie een sjieke handtas op de schoot van een oude dame die in de eerste klas van de trein zit richting Schiphol. Hij is klein en compact: er passen waarschijnlijk net een mobiele telefoon, sleutels, pinpas en misschien een lippenstift en een spiegeltje in. Zou ze een lieve, lang verloren gewaande  vriend op gaan halen op het vliegveld? Bij een fijne reünie wil je er waarschijnlijk netjes uitzien, uitgerust aankomen. Eenmaal op het vliegveld heeft ze niet méér nodig dan het gezelschap van haar vriend.

Veel plezier met het uitpluizen van de tassen die je tegenkomt.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Photo by Rajesh Rajput on Unsplash.