De fantastische feelgood: de vreemde eend in het dorp

Een feelgood is vrolijk, niet al te ingewikkeld en heeft voor de spanningsboog nog een beetje drama. Maar dat betekent niet dat het verhaal weinig inhoud heeft of eenvoudig is om te schrijven. In deze serie leer je hoe je het meeste haalt uit een ‘simpel’ genre en hoe je dat het nodige gewicht geeft. Deze week: de ‘rare’ van het dorp. 

Het dorpje van een feelgood 

Feelgood speelt zich vaak af in een klein dorp, waar iedereen elkaar kent. Dat dorp is soms ook van het soort waar roddel een manier is om mensen uit te sluiten. Want in een kleine, overzichtelijke gemeenschap is geen ruimte voor iets nieuws, of iets anders. En toch is er dan die ene inwoner. De kluizenaar, kunstenaar of een kruidenvrouw die in dat dorp woont en diens eigen ding doet, terwijl de rest van het dorp daar met een bepaalde minachting naar kijkt. 

De vreemde eend in het dorp als trope

Zelden of nooit is de vreemde eend in het dorp de held van het verhaal. De held is degene die deze buitenstaander geaccepteerd laat worden in het dorp. Maar de held kijkt de buitenstaander eerst ook als ‘rare’ aan. Vanwege wantrouwen – kunnen kruiden echt iemand genezen? – of angst – dat uiterlijk of die ideeën lijken vreemd of zelfs gevaarlijk. Pas als je held zelf ergens tegenaan loopt en in het dorp ook geen steun vindt, of iemand die met hetzelfde worstelt. Tot de buitenstaander in beeld komt. Dat maakt het risico groot dat je felegood te veel leunt op het cliché dat de held als reddende engel opkomt voor deze vreemdeling. Dan krijgt je hoofdpersonage te veel de rol van de reddende held en de vreemdeling die gered moet worden. 

Wat zegt dit over je dorp? 

Je verhaal wordt interessanter om over te lezen als je deze trope benadert vanuit het perspectief van het dorp als geheel. Wat zegt het als je dorp zó hecht is dat iemand die er niet is geboren, er nooit thuis kan horen? Waarom is het zo aanstootgevend dat er een kunstenaar in het dorp woont die zich ‘te goed voelt’ voor een kantoorbaan? Betekent dat dat de negentig procent van de dorpsbewoners met een kantoorbaan eigenlijk doodongelukkig is?

Met de antwoorden op die vragen kun je je meerdere verhaalthema’s uitwerken. Zo staat je feelgood altijd steviger in de schoenen, dan wanneer het grootste deel van het boek uitgaat van het idee dat ‘mensen elkaar vinden’ of er iemand gered moet worden. 

Feelgood met een zwaar onderwerp?

Je hoeft in een feelgood niet te beschrijven hoe de meeste dorpsbewoners eigenlijk ongelukkig zijn. Dan gaat het verhaal zijn genre voorbij. Maar ergens dieper op ingaan staat niet gelijk aan zwaarmoedig schrijven. Kijk of je daar een grijs gebied in kan vinden. Benoem het genoeg om er een verhaal mee te schrijven, maar maak het niet te zwaar. Is het thema van het dorp ‘je ergens thuis voelen’? Dan hoeft het niet over heftige immigratieverhalen te gaan. Je kan je ook (niet) thuis voelen in de klas, je kan een andere rol willen in je vriendengroep, niemand hebben om mee te praten… Omdat deze problemen niet zo ingewikkeld zijn, is het ook makkelijker om te schrijven over de tegenpool: momenten waarop mensen elkaar vinden in een gezellig café, met een kat op schoot om even te kunnen huilen en lachen. De week kan weer beginnen. 
Die momenten waarop mensen elkaar vinden en zo naar elkaar toe groeien, kunnen samen een uitstekende feelgood vormen. Eentje die bovendien op meer dan een simpele trope leunt. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Zie mijn webshop voor de mogelijkheden voor manuscriptredactie.

Foto door Andrea Lightfoot verkregen via Unsplash.

Hoe schrijf je een originele feelgood?

Een feelgood is vrolijk, niet al te ingewikkeld en heeft voor de spanningsboog nog een beetje drama. Die formule zorgt ervoor dat uitzonderlijke diepgang niet mogelijk is. Daardoor lijken veel feelgoodverhalen in eerste instantie veel op elkaar. Hoe zorg je ervoor dat jouw verhaal dan origineel en verfrissend leest?

De hamvraag: wat is interessant?

Als veel verhalen dezelfde tropes hebben en de afloop prettig en zelfs enigszins voorspelbaar moeten zijn, dan levert originaliteit daar vroeg of laat op in. Maar omdat lezers van feelgood niet per se een origineel verhaal verwachten, is originaliteit niet waar je bij je verhaal voornamelijk op moet letten.

Houd je bezig met hoe je je personages interessant houdt. Anders gezegd: hoe zorg je ervoor dat jouw Jane niet de dertiende feelgooddame in het dozijn wordt? Kijk wat zij gemeen heeft met andere dames uit haar genre. De kans is groot dat ze soortgelijke dromen en interesses heeft. Maar wat maakt haar uniek? De truc is om dat unieke aspect verder uit te diepen, maar niet te overdrijven.

Zoek de verschillen

Dames uit het feelgoodgenre hebben veel met elkaar gemeen. Ze zoeken vaak naar de Ware, willen de carrièreladder beklimmen of het roer omgooien en hun meisjesdroom verwezenlijken. Daar moet jouw heldin het dus niet van hebben. Kijk in plaats daarvan naar details uit haar personagebiografie. Wat zeggen dingen als haar persoonlijke geschiedenis, trekjes en grootste angsten over haar? Als je daar een beetje mee gaat experimenteren, komt er altijd wel iets naar boven wat je voor het verhaalverloop kan gebruiken dat je Heldin en je verhaal anders dan anders maakt.

Bijvoorbeeld:
De cliché feelgoodvrouw is dol op katten. Dus Jane is dol op geitjes, die ze verzorgt op de kinderboerderij. Die setting kan snel cliché worden, omdat die een overdaad aan onschuld en ontspanning uitstraalt. Precies datgene waardoor een feelgood al snel ‘te veel van het goede’ wordt. Dus maak je de kinderboerderij geen fijne oplaadplek voor Jane, maar na jaren werk juist de plek van sleur en verveling. Hoewel Janes favoriete geitje natuurlijk wel voor het broodnodige lichtpuntje mag zorgen.

Vergelijk het met ‘zoek de verschillen’- kinderpuzzels. Ze zijn handig om te testen of je de juiste balans hebt gevonden tussen uniek genoeg en passend bij de voorspelbaarheid die feelgood als genre nodig heeft. Om alles nog overzichtelijk en leuk te houden moet het zoeken van de verschillen en overeenkomsten een beetje speurwerk zijn, maar mag het niet te veel energie en aandacht kosten.

Schrijf conflicten en plotlijnen met je bevindingen

Met de juiste balans tussen uniek en passend leest een verhaal niet als dertien-in-een-dozijn. Zodra je een aantal interessante bevindingen hebt, kijk je hoe je dit op grotere schaal kan toepassen je verhaal. Meestal bedenk je intuïtief wat goed samengaat.
Als Jane van geitjes houdt, maar ook van punkkleren, kan je van haar een buitenbeentje maken dat andere personages leert dat je niet op uiterlijk mag afgaan. Dat moraal is voor een feelgood eenvoudig genoeg, maar je hebt nog genoeg opties om daar een creatieve draai aan te geven.
Als je nog geen aha-momentje hebt, zoek dan maar meer opvallende details die in je aantekeningen verstopt zitten. Zo kom je langzaam maar zeker vanzelf uit bij interessante conflicten en plotlijnen voor je verhaal.

Je hoeft overigens niet alleen in de persoonlijke geschiedenis of karaktertrekken van je hoofdpersoon naar interessante bevindingen te zoeken. Denk ook aan dingen als plaats, tijdsperiode, maatschappelijk gedachtegoed, generatiekloven en verschillen in moraal. Daar kan je na even puzzelen ook voldoende unieke draaien aan geven met de informatie die je in je aantekeningen hebt staan.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop.

Foto door Bob Jenkin verkregen Unsplash

De fantastische feelgood: het roddelcircuit

Een feelgood is vrolijk, niet al te ingewikkeld en heeft voor de spanningsboog nog een beetje drama. Maar dat betekent niet dat het verhaal weinig inhoud heeft of eenvoudig is om te schrijven. In deze serie leer je hoe je het meest haalt uit een ‘simpel’ genre en hoe je dat het nodige gewicht geeft. Deze week leer je over de trope en de valkuil van het roddelcircuit.

Heb je ’t al gehoord?

Roddelen is van alle tijden en ook in boeken komt het voor. Feelgoodromas maken zich daar misschien wel het vaakst schuldig aan. Roddelen kan worden gezien als kletsen. Daarin schuilt zowel de kracht als de valkuil voor in een feelgood.

Lieve vrienden en een klein dorp

Voor dit artikel maken we onderscheid tussen twee soorten roddels. Die uit het kleine dorp en die uit vriendenkringen.

Als je personage opgroeit in een klein dorp waar iedereen elkaar kent en in de gaten houdt, wordt er geroddeld.  Zoals het cliché waarin het hele dorp roddelt over het zoenende tienermeisje. Binnen de kortste keren meent het halve dorp een zwangerschapsbuikje te zien en spreekt het er schande van. Terwijl het gewoon bij zoenen is gebleven.

Vrienden ‘roddelen’ ook: ze praten over het doen en laten van anderen en trekken daar bepaalde conclusies uit. Soms wordt er anders naar de betreffende vriend gekeken. Andere keren ontstaat er een misverstand, zonder dat er slechte bedoelingen in het spel zijn. Voor de uitleg van dit artikel is dat een belangrijk onderscheid met de cliché dorpsroddel: die ontstaat wel uit kwade bedoelingen.

Deze roddels komen niet alleen in de letterlijke vorm van een dorpsverhaal of theekransje voor  Het gaat om de achterliggende intentie dat er wordt gepraat, met verregaande gevolgen.

De dorpsroddel

De dorpsroddel is grootschalig, een sociale schakel van een (grotere) groep en wordt vaak onbewust gebruikt om niet aan zelfreflectie te hoeven doen, of om je ego op te krikken, of op iemand neer te kunnen kijken.

Als jouw hoofdpersonage het slachtoffer is van een dorpsroddel, maak dan niet de roddelaars, maar het onderwerp van datgene waar over wordt geroddeld de grootste vijand van je personage.
Daarmee voorkom je dat je centrale conflict te makkelijk wordt opgelost of te oppervlakkig wordt: even een plan smeden om tante Bep de mond te snoeren en klaar is Kees.
Stel je tienerzwangerschap als probleem aan de kaak, of het feit dat het dorp daar niet over durft te praten, dan heb je ook meteen een verhaalthema. Niet alleen dat: zowel je held als andere belangrijke personages hebben met een conflict of gewetensbezwaren te maken waar groei en verdieping bij komt kijken.

De roddel van de vriendengroep

“Zou het wel goed gaan met Simone? Ze lijkt de laatste tijd zichzelf niet,” zegt Yvonne.
“Dat klopt,” beaamt Elift
Omdat de vriendinnen niet direct aan Simone durft te vragen wat er aan de hand is, gaan ze dingen invullen en daarnaar handelen, met alle gevolgen van dien. Het is een ‘roddel’ die ontstaat uit goede bedoelingen.

Haar vriendinnen zijn zowel vriend als (symbolische) vijand voor Simone: de goede bedoelingen maken alles alleen maar erger. Dat is een interessant grijs gebied voor een feelgood. Kijk thematisch goed naar wat (vrouwen als) Elif, Yvonne en Simone bezighoudt en hoe misverstanden kunnen ontstaan. Dan heb je ook meteen thema’s om uit te diepen.

Waak ervoor dat je oorzaak van deze roddel niet onnodig opblaast. Als voormalige hartsvriendinnen zes jaar later nog ruzie hebben over een niet terugbetaalde koffie, ga je te ver.
Hou het misverstand en de onderliggende thema’s herkenbaar en realistisch.

De rol van een roddel in een feelgood

Deze beide roddelsoorten doen het goed voor een feelgood. Het is geen ingewikkeld concept en je kan er moeilijke zaken en onderlinge relaties goed mee onderzoeken. En als je de roddel binnen de perken houdt en niet overdrijft, kan je er ook de algemene verhaalstructuur en de bijbehorende beats voldoende verdieping geven.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop.

Foto door Ben White verkregen via Unsplash.

De fantastische feelgood: een gebrek aan plot

Een feelgood is vrolijk, niet al te ingewikkeld en heeft voor de spanningsboog nog een beetje drama. Maar dat betekent niet dat het verhaal weinig inhoud heeft of eenvoudig is om te schrijven. In deze serie leer je hoe je het meest haalt uit een ‘simpel’ genre en hoe je dat het nodige gewicht geeft. Deze week leer je waarom dit genre zo gevoelig is voor een gebrek aan een goed plot en hoe je dat kan voorkomen.  

Ongemak laat je niet goed voelen

Feelgood is een vertaling van ‘je goed voelen’. Van deze boeken moet een lezer vrolijk worden. Je leest dit boek niet om je zorgen te maken, ook niet over een fictieve situatie. Maar een boek heeft wel de nodige hobbels nodig. Zo verschijnen er alsnog  conflicten en nare situaties het verhaal, maar zijn die vaak redelijk oppervlakkig. Het verhaal zelf lijkt daarmee te bang om de fijne gemoedstoestand van de lezer te verstoren. En dat kan ervoor zorgen dat er nooit een echt plot op gang komt.

Casus: de boze huurbaas

De casus ‘de boze huurbaas’ laat goed zien wanneer een feelgood te bang is om een lezer ongemak te bezorgen, ten koste van een goed plot.   

Heldin heeft een gezellige boekhandel. Het is een rustig, oordeelvrij en verwelkomend tweede thuis voor vaste klanten die zich buitenbeetjes voelen. Maar dan wordt de huurbaas boos omdat er te veel katten in rondlopen. Hij dreigt de winkel te sluiten.

Dat lijkt een goed conflict: een zaak moeten opdoeken is een levensveranderende gebeurtenis en er staat veel op het spel. Veel mensen dreigen een veilige haven te verliezen. Maar om een plot te vormen dat een heel verhaal voort kan duren, ontbreekt er te veel.

* Er is geen echte opbouw. De huurbaas kan waarschuwingen en boze blikken geven, maar dat is geen plotontwíkkeling. Er is slechts een zich herhalend gegeven.
* Vanwege dit herhalend gegeven kan geen enkel personage groeien. Ze kunnen op  verschillende manieren een pogingen doen om de huisbaas om te praten. Maar dat is net als de waarschuwing geen groei, slechts een herhaling.

Er komt nog een feelgoodsausje bovenop. De meiden gaan samenwerken om een petitie te starten, de huurbaas in de val te lokken, geld in te zamelen voor de huur van een ander pand…
Hoewel er tegenslagen zullen zijn, kan je er in dit clichéverloop de donder opzeggen dat het enthousiasme en doorzettingsvermogen van de betrokkenen de boventoon voert. De feelgoodroman moet immers wel het ‘feel good’- gevoel behouden.
Maar wederom zit daar geen groei in voor de personages: die hebben immers een duidelijk doel. De vrouwen en het verhaal zijn te eenzijdig met één probleem bezig.

Verschil tussen personagegroei en spanningsboog

Deze casus brengt iets belangrijks aan het licht: personagegroei en de spanningsboog zijn niet hetzelfde. Je hebt beide nodig voor een prettig plot. Een personage kan groeien door obstakels te overwinnen en daardoor vindingrijker worden. Maar als dat ervoor zorgt dat ieder volgend obstakel vlekkeloos verloopt, stelt de spanningsboog alsnog niets voor.

Voor een goede spanningsboog moeten personages iets leren op een manier die ongemak met zich meebrengt. Een verhaal is nu eenmaal niet spannend als het bol staat van eenhoorns, regenbogen, suikerspinnen en zonneschijn.
Ongemak, twijfel, verdriet en verlies van moed voorkomen dat je personages als Mary Sues eindigen. Schrijf deze zaken niet te lichtzinnig uit: de hoofdpersonen moeten er niet omheen kunnen. Natuurlijk moet je dat bij een feelgood niet uitvergroten. Maar een feelgood met alleen maar prettige scènes en zoetzappige saamhorigheid laat een lezer evengoed niet met een fijn gevoel achter.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan in mijn webshop.

Foto door Towfiqu barbhuiya verkregen via Unsplash.

De fantastische feelgood: behoefte aan rust  

Een feelgood is vrolijk, niet al te ingewikkeld en heeft voor de spanningsboog nog een beetje drama. Maar dat betekent niet dat het verhaal weinig inhoud heeft of eenvoudig is om te schrijven. In deze serie leer je hoe je het meest haalt uit een ‘simpel’ genre en hoe je dat het nodige gewicht geeft. Deze week leer je over de behoefte aan rust die je vaak in het genre ziet.  

Maak je nergens druk om

In feelgood zie je vaak een decor voor dingen of levens waar stress niet lijkt te bestaan. Personages wonen in of verhuizen naar een idyllisch dorpje. Daar heeft iedereen beroepen die worden gezien als niet zo stressvol. Bloemisten, yogaleraren, schrijvers, kattenoppassers… Je zal in dit dorp geen aandelenhandelaar vinden. De bewoners staan boven dingen als status, geld, bezit en de ‘ratrace’. Zij hebben een leven waar veel mensen naar verlangen. Bovendien hebben ze vaak een bepaalde  wijsheid in pacht die normale stervelingen niet hebben.
‘Maak je gewoon nergens druk om’ lijkt het credo. Maar als schrijver moet jij je bij dit soort verhalen druk maken over het risico op overromantiseren.   

Niet alles gaat vanzelf in een feelgood  

Het feelgoodgenre heeft een plek of persoon nodig dat in zekere mate het geheel enigszins eenvoudig en vrolijk houdt, op dezelfde manier dat een romanceverhaal een verliefd stelletje nodig heeft. Zonder zou het genre niet aan de algemene verwachtingen van de lezers voldoen.  

Maar zodra je een bepaalde setting of een beroep gaat romantiseren, kom je op gevaarlijk terrein. Als je van een schrijver gaat beweren dat je personage zodra die maar in een huisje in Frankijk zit alle stress vanzelf wegvaagt…  Waarschijnlijk ben je zelf een schrijver: hoe vaak heb je wel niet met de handen in je haar gezeten als je versie vijf van hoofdstuk 1 schrijft? Dat is stress die de mooiste lavendelvelden in Frankrijk niet zouden wegnemen.  

Als je personages, hun dromen of de plaatsen waar ze leven je lezers meteen inspireert tot een carrièreswitch of emigratie, puur omwille van het idee dat er met dat beroep of geen stress meer bestaat of het leven ‘heerlijk langzaam’ is, gaat alles te veel vanzelf en ben je aan het overromantiseren.

Klein leest fijn

Je kan het idee van een ontspannen setting beter benaderen vanuit het idee ‘klein leest fijn.’
Als jouw personages de ‘grote boze wereld’  ontvluchtten, komen ze daarmee ook niet de grote problemen tegen. Denk dan aan iets als een miljoenenverlies bij een bedrijf of een schandaal bij de  liefdadigheidsinstelling. Want er zijn geen miljoenenbedrijven in niemandsland en in kleinere dorpen help je elkaar zonder tussenkomst van een liefdadigheidsinstelling.

Maar dat wil niet zeggen dat de relatief kleinere problemen zoals liefdesverdriet, ziekte of het verlies van een baan eenvoudig zijn. Die problemen brengen hun eigen uitdagingen met zich mee. Het is aan de feelgoodschrijver de taak om op een bijna intieme manier naar die gebeurtenissen te kijken. Klein leest fijn omdat je op die manier dicht bij de belevingen en gedachten van een personage kan blijven. Je kan  je concentreren op alléén dat liefdesverdriet van de held. Je hoeft je niet druk te maken of de rest van een bedrijf bij die miljoendeal ook ten onder gaat.

Maar dan moet je er wel voor zorgen dat die problemen in een feelgood voorkomen en ook als zodanig worden gezien. Dus als iets wat lastig is en waar personage met diens eigen vindingrijkheid een oplossing voor moet vinden. Dat zorgt voor een spanningsboog en een centraal conflict. Hoe ontspannen ze ook moeten lezen, zelfs een feelgood komt er niet mee weg om helemaal stressvrij te zijn voor de lezer en de personages in het boek.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop.

Foto door Aleksandar Cvetanovic verkregen via Unsplash.

De fantastische feelgood: passend drama bij een feelfood

Een feelgood is vrolijk, niet al te ingewikkeld en heeft voor de spanningsboog nog een beetje drama. Maar dat betekent niet dat het verhaal weinig inhoud heeft of eenvoudig is om te schrijven. In deze serie leer je hoe je het meeste haalt uit een ‘simpel’ genre en hoe je dat het nodige gewicht geeft. Deze week leer je hoe je drama in een feelgood doseert en inzet. 

Hou het drama herkenbaar en klein

Feelgood leest makkelijk weg, omdat alles makkelijk te behappen is. Er zijn geen handvol plotlijnen of hiërarchieën van koninklijke families. De wens van de heldin in een feelgoodroman is eenvoudig samen te vatten: een weg vinden in een nieuwe levensfase, hobbels in een nieuwe relatie overwinnen of een kindje krijgen. Er zitten geen mitsen of maren achter deze wensen of conflicten. Het zijn worstelingen die de meeste mensen in het echte leven ook meemaken.
Houd je conflict dus relatief klein en overzichtelijk, als iets dat de meeste lezers herkennen. Zodra de wens van meet af aan klinkt als iets waarvoor je een extreme bolleboos, van blauw bloed of rijk voor moet zijn om uit te kunnen komen, dan is het voor een feelgood iets te hoog gegrepen. Je mag een heftige gebeurtenis toevoegen, zoals een huisbrand. Maar die moet er dan met kop en schouders bovenuit steken als het engste of ergste moment uit het verhaal. 

Hou de oplossing overzichtelijk 

Als je een conflict of drama voor je feelgood hebt bedacht, maak de oplossing dan overzichtelijk. Niet kinderlijk eenvoudig of clichématig voor de hand liggend, dat is iets anders.

Laat het idee dat je interessant of leuk moet schrijven even los en stel je voor dat je het conflict in het echte leven op moet lossen. Wat is dan een logisch stappenplan of een waarschijnlijke gang van zaken? Vat dat in maximaal vijf zinnen samen. Zo voorkom je een teveel aan drama, plottwisten of andere verhaallijnen. Dat houdt de feelgood lekker leesbaar.

Zodra je deze basis hebt bepaald, kijk je wat je kan doen om het verhaal alsnog wat meer inhoud te geven. Dan leest het toch nog met dat beetje extra drama dat een boek van het echte leven onderscheidt. 

Bijvoorbeeld:
Heldin heeft een vriendin die te verlegen is om haar liefde te verklaren aan haar leuke collega. Dus Heldin helpt haar wat assertiever te worden en voor koppelaarster te spelen. Alles gaat goed, tot Heldin zelf verliefd wordt en erachter komt dat ook zij moeite heeft de liefde te verklaren. 

Extra elementen om je verhaal wat meer kleur te geven, zijn dingen als:

  • De vlam van Heldin spreekt een taal die zij niet kent
  • Vriendin is verliefd op iemand die Heldin kent, maar hij laat zich door Heldin verleiden op date te gaan met Vriendin
  • De kat van Heldin wordt ziek, zodat ze moet kiezen tussen zorgen voor haar kat en de morele steun aan Vriendin. 

Lees: ook deze elementen moeten relatief herkenbaar en eenvoudig zijn. Maar ze moeten ook genoeg bieden om je verhaal langere tijd een conflict en/of inhoud mee te geven. 

Denk aan de hartsvriendin

Hartsvriendinnen dienen in feelgoodromans enigszins clichématig een aantal doelen:

  • Ze schieten Heldin te hulp
  • Zie dienen als klankbord voor Heldin
  • Ze roddelen onderling over waar Heldin nu toch weer mee bezig is. 

Leg niet te veel nadruk op deze rollen en schrijf die ook niet letterlijk zo uit, maar gebruik ze als houvast om te kijken of je verhaal nog voldoende drama of conflict heeft. Is er in het verhaal als geheel nog voldoende waar Heldin hulp bij nodig zou kunnen hebben? Oftewel: waar ze nog in kan groeien? Een klankbord geeft aan dat ze niet perfect is en voer voor roddels houdt de spanningsboog op peil. 

Hou het geheel ook hier herkenbaar en relatief eenvoudig voor een goede dramabalans in je feelgoodroman. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

De fantastische feelgood: er is altijd een kat

Een feelgood is vrolijk, niet al te ingewikkeld en heeft voor de spanningsboog nog een beetje drama. Maar dat betekent niet dat het verhaal weinig inhoud heeft of eenvoudig is om te schrijven. In deze serie leer je hoe je het meeste haalt uit een ‘simpel’ genre en hoe je dat het nodige gewicht geeft. Deze week: de altijd aanwezige kat. 

Geen feelgood zonder kat?

Menig kat prijkt op de voorkant of in de titel van een feelgoodroman. Bijna alsof een boek uit dat genre zonder kat geen bestaansrecht heeft. Het is niet zo gek dat dit huisdier zo vaak opduikt in boeken waarbij een relatief eenvoudig en prettig verhaal vooropstaat. Laten we eens kijken naar een aantal kenmerken of associaties van katten. Het zijn bijna symbolieken die als schrijftechniek worden ingezet. Als je dat weet, is het voor jouw feelgoodverhaal een kwestie van doseren. 
De rode draad van al deze punten is dat een kat geen mens is. Sla niet door in het idee dat een kat jouw menselijke hoofdpersonage begrijpt. Dat blokkeert je verhaal.  

Een kat komt op schoot zitten 

Katten in feelgoodromans zijn van het type dat lekker op de verwarming zit, een lekker zachte vacht heeft en verder zijn lekker luie leventje doorbrengt op de schoot van je hoofdpersonage om veel te knuffelen. Dat maakt hem dus een perfect medepersonage om troost bij te zoeken. En omdat een kat niet kan praten en dus geen oordeel heeft, maakt dat hem ook nog eens een goede luisteraar. 

De kat is daarmee een perfect personage om op een onschuldige en niet-dramatische manier de scherpe kantjes van het leven af te halen. Je hoeft daarbij niet eens de moeite te doen om complete achtergrondverhalen te hoeven verzinnen. Bij een dier zijn die nu eenmaal niet zo diepgaand als van een mens. 
Daar ligt ook de grens: laat je hoofdpersoon niet álle heil bij een kat zoeken. Verhalen zijn interessant om te lezen vanwege de menselijke grillen, de emotionele reis van een ander. Als je protagonist vervolgens geen menselijke tegenpool heeft om de menselijke ervaring bij te spiegelen, wordt het verhaal daar te oppervlakkig van.

Een kat doet zijn eigen ding 

Een kat heeft een schone kattenbak en eten nodig. Verder heb je er relatief weinig omkijken naar: je hoeft er niet dagelijks mee te wandelen. En als een kat geen zin heeft om te knuffelen, gebeurt dat niet. 
Kortom: een kat heeft jou niet vaak nodig en kan helemaal zijn eigen ding doen. Menig non-fictieboek gebruikt de kat als leermeester om te laten zien hoe je je eigen grenzen aan moet geven, je niet zo druk moet maken of je niets van anderen aan te trekken. 
In een feelgood vertaalt dat zich vaak naar: ‘was ik maar als Pluisje…’.
Maar Pluisje heeft nogal een luizenleventje. Geen baan, verantwoordelijkheden, het eten wordt opgediend en het huis schoongemaakt…
Als je te veel schrijft over hoe het zou zijn als kat, of de kat de hoofdpersoon maakt, is de kans groot dat je centrale conflict niet van de grond komt of geen noemenswaardige inhoud krijgt. Hoe ontspannen het ook is om een kat bij je te hebben, het verhaal moet nog wel een conflict hebben. 

De starende kat  

De feelgoodkat krijgt vaak een bepaalde wijsheid toebedeeld: Pluisje heeft álles door. Het hoofdpersonage staart de kat maar lang genoeg aan, omdat die zo’n ‘wijze blik’ heeft. In de bijna meditatieve staat die daarop volgt, volgt een eurekamoment. 
Een eurekamoment in een boek is riskant: het kan lezen als een deus ex machina. Verandering moet gebeuren aan de hand van iets dat je personage doet en aha-momenten moeten te herleiden zijn. Staren in de ogen van een kat is daarvoor te passief. 
Ook schuilt hier een gevaarlijke aanname. Wie zegt dat Pluisje aanmoedigde om bij die partner weg te gaan? In werkelijkheid droomde ze over een lekker visje…

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Tamara Stoffers verkregen via Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Ik kan je helpen: kijk eens in mijn webshop.

Hoe geef je diepgang aan een simpel verhaal?

Er zijn verhalen die ervoor bedoeld zijn om juist niet te diepzinnig te zijn. Het moet gewoon lekker weglezen. Maar de bekende valkuil is dat het verhaal vervolgens wel héél erg makkelijk wordt: te oppervlakkig om nog interessant te zijn.
Deze week kijken we hoe je daar een balans in vindt.

De uitkomst staat al vast

Feelgood en romantische verhalen zijn genres die niet meer werken als ze plottwists krijgen of onvoorspelbaar zijn. Natuurlijk: als er iemand vreemd lijkt te gaan kan dat in plaats van de verwachte beste vriendin de buurvrouw zijn. Maar als het over complexiteit gaat, zijn zelfs de plottwists niet echt mysterieus.
En natuurlijk moet het verhaal goed eindigen. Kortom: eigenlijk is het verhaal vanaf bladzijde 1 al tot op zekere hoogte voorspelbaar, wil het het genre eer aan doen. De truc is om ervoor te zorgen wat er tussen bladzijde 1 en bladzijde Einde voorspelbaar, maar toch interessant te houden.

De dertien-in-een-dozijn-regel

‘Van die flutboekjes gaan er dertien in een dozijn.’ Je hoort het vaak over romance en feelgood. Tot op zekere hoogte is die aanname terecht: als je geen ruimte hebt of neemt om onder de oppervlakte te schrijven, is het nu eenmaal moeilijker om je van andere boeken te onderscheiden: onderscheid zit hem in de (meer diepzinnige) details. Maar als het genre van jou verwacht dat je enigszins ‘oppervlakkig’ blijft, heb je dan nog wel een keus?

Goed nieuws: hoewel ze die naam niet per se hebben, zijn ook thrillers schuldig aan een bepaalde oppervlakkigheid. Want ook daar worden toch altijd moorden en misdaden gepleegd en opgelost? En wat dacht je van fantasy? Hoe vaak gaat het daar wel niet over het goede dat het kwade overwint? Geen enkel genre is onschuldig als het gaat om een bepaalde voorspelbaarheid. Je zou dus kunnen stellen dat ieder boek er een van dertien in een dozijn is. Met uitzondering van bepaalde literaire werken, maar dan kom je in het gebied van iets niet kunnen vergelijken omdat het schrijfdoel mijlenver uit elkaar ligt. In feite is die aanname van een ‘flutboekje’ een misverstand over het verschil tussen een cliché en een trope.

Zo kan je aan een ´simpel´ verhaal beginnen met de insteek dat je geen handvol clichés schrijft, maar eerder met een handvol tropes. Ook al zijn die dan misschien van het (net iets te) voorspelbare soort.

Hoe werk je met voorspelbare tropes?

Het is belangrijk om te begrijpen dat het niet per se erg is om te weten hoe het verhaal afloopt. De vraag die een lezer zich stelt is eerder: hoe komt deze afloop tot stand? Dat Romeo en Julia samen eindigen snappen we. Maar is dat omdat Romeo angsten overwint, of Julia haar grenzen moet verleggen? Dát is wat het verhaal maakt: een conflict, een groeiproces, een verhaalstructuur met ups en downs.

Dat vormt je uitgangspunt voor verhaalelementen of tropes die van zichzelf niet te ingewikkeld of te diepgaand zijn: het verhaal erachter is wat deze tropes draagt, niet de uitkomst ervan. De volgende stap is ervoor zorgen dat dat verhaal erachter nog geloofwaardig of interessant is. En daarvoor is het belangriijk dat je weet hebt van de regel: drama is drammen.

Vuistregel bij simpele verhalen: drama is drammen

Ieder verhaal heeft een conflict nodig, maar dat betekent niet dat het dramatisch moet zijn. Oók niet bij boeken waarbij het verstand van de lezer op nul mag. Drama is drammen zodra je drama in je boek verwerkt omwille van het zogenaamde spektakel. Dan komt dat alleen maar vervelend en vermoeiend over.
Dit soort drama is samenvatten als het cliché misverstand. Dit is daar een goed voorbeeld van:
“Ik heb je een andere vrouw zien omhelzen, bedrieger! Ik maak het uit!”
“Lieverd, dat was de nieuwe buurvrouw die me vertelde dat haar moeder plotseling was overleden…”

In een drammerig drama komt dit weerwoord van echtgenoot pas na meedere bladzijdes of hoofdstukken aan bod. Of zelfs helemaal aan het einde, bij de wrap-up. (Ja, echt waar!)

Drammend drama: als je iets dramatisch in (tien)duizenden woorden schrijft, waarbij enkele zinnen of hoogstens een paar honderd woorden volstaan.

Wat is een passend drama in eenvoudige verhalen?

De problemen die voorkomen in eenvoudigere verhalen werken goed als je als lezer niet te veel hoeft na te denken waarom het ingewikkeld is: dat zou voor zich moeten spreken. Wat betreft emotionele beleving is er geen ‘andere kant van het verhaal’ en hoef je er ook niet allerlei ‘wat als-scenario’s’ of diepgaande filosofiën erbij te halen. Denk aan:
* Vreemdgaan: daarbij voel je je verraden
* Je kind wordt ernstig ziek: dat maakt je bang
* De vakantie is ploseling geanuleerd: dat is een fikse teleurstelling

Vervolgens kijk je naar hoe je deze situatie realistisch kan weergeven. Vergeet nog even dat het verhaal ‘leuk’ moet zijn, dat komt later. Als je een lange-afstandsrelatie hebt, zal de een naar de andere kant van de wereld moeten emigreren. Geen makkelijke keuze: dat vraagt om bepaalde opofferingen. Hoe praat het koppel daarover? Welke hindernissen en irritaties komen daarbij kijken? Maakt het bureaucratische gedoe ze knettergek of komen ze in dat proces kanten van elkaar tegen die toch wel meer botsen dan gedacht?

Dit soort zaken kunnen al genoeg zijn voor de basis van een centraal conflict. Daar is niets mis mee. Val niet voor het misverstand dat deze elementen een verhaal simpel en saai zouden maken. Integendeel: dit zijn de momenten waar je de diepte in kan gaan bij een anders zo ‘oppervlakkig’ verhaal. Hierin kun je met goede goede dialogen, unieke omstandigheden en een beetje originaliteit al heel ver komen. Als je hierin niet doorslaat in de mate van drama, ben je al een heel eind verder dan je denkt.

Dan is het tijd om het verhaal wat meer aan te kleden. zorg er nu voor dat je verhaal het typische romantische- of feelgoodsausje krijgt en zorg ervoor dat je plot de nodige structuur en obstakels heeft. Zo is je verhaal echt niet zo ‘simpel’ meer!

Foto door Dan Dumitriu verkregen via Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Ik kan helpen: kijk eens in mijn webshop.

De fantastische feelgood: de gevaarlijk gezellige boekhandel

Een feelgood is vrolijk, niet al te ingewikkeld en heeft voor de spanningsboog nog een beetje drama. Maar dat betekent niet dat het verhaal weinig inhoud heeft of eenvoudig is om te schrijven. In deze serie leer je hoe je het meest haalt uit een ‘simpel’ genre en hoe je dat het nodige gewicht geeft. Deze week: de gevaarlijk gezellige boekhandel. 

De clichématige gezellige boekhandel 

Talloze feelgoodromans spelen zich af in een knusse boekhandel. De tijd lijkt er stil te staan, de ingewikkelde alledaagse moeilijkheden gaan daar even aan je hoofdpersoon voorbij en er zijn verhalen te vinden. Inspiratie te over dus, zeker als het personeel van de winkel uiteindelijk nog een vriendschap of zelfs een romance met je heldin sluit.  

Maar dit clichébeeld van de boekhandel is helemaal niet zo effectief. Sterker nog, het is een goed voorbeeld van waarom het feelgoodgenre soms de slechte naam van ‘te simpel’ krijgt: er gebeurt niks wezenlijks in het verhaal. Je kan nog zulke mooie sfeeromschrijvingen aan de boekhandel geven en de knappe man achter de toonbank de mooiste en meest inspirerende citaten van de wereld laten opdreunen, als er geen wezenlijk plot in het verhaal is verweven, is zelfs de meest knusse boekhandel maar een triest decor voor een zielloos boek. Daarom is de gezellige boekhandel een gevaarlijk cliché. 

Waarom is ‘knus’ of ‘gezellig’ niet genoeg voor een boek?

De meeste lezers kiezen een feelgoodboek uit juist omdat ze weten wat ze kunnen verwachten; namelijk een positief boek met een happy ending. Je hoeft niet allerlei ingewikkelde alibi’s te onthouden, zoals bij een thriller, en de thema’s zijn eenvoudig genoeg om het verhaal te dragen. Ze hebben inhoud, maar verwachten niet van de lezer dat die na het boek te lezen een weloverwogen nieuwe mening vormt. 

Maar daardoor ontstaat een hardnekkig misverstand: niet veel hoeven nadenken staat gelijk aan weinig tot geen inhoud of beweging in het plot. 
En dat is waar de gezellige, knusse boekhandel als cliché zijn bestaansrecht aan ontleent. Als het maar knus is, hoef je zogenaamd niet na te denken. Gezelligheid is alles wat een boek nodig heeft om lekker in weg te duiken. Maar niets is minder waar: ieder verhaal heeft beweging en een wezenlijke invulling van een plot nodig. 

In het hoofd van de boekwinkelbezoeker

De hoofdpersonen in verhalen over gezellige boekwinkels zijn vaak introvert. Het verhaal heeft de boekenzaak als decor, maar het eigenlijke verhaal speelt zich vaak af in het hoofd van de protagonist. Je leest over wat die denkt, waar die van droomt, of waar die over piekert. In zekere mate is dat een prima manier om een personage te leren kennen. Maar als het boek voornamelijk gaat over wat een personage denkt, kan het echte verhaal niet op gang komen. 

Denk aan een bal. Je kan met de nodige aankleding best wat tekst vullen met wat iemand over die bal denkt en wat het daarmee kan of wil doen. Maar uiteindelijk zal die bal toch een keer moeten worden opgepakt om het buurmeisje mee te verrassen en zo een nieuwe vriendschap te sluiten. Dan heb je het verhaal van de vriendschap om verder over te schrijven. Als de bal eindeloos blijft liggen, komt er niets op gang en heb je geen echt verhaal. Daar is vroeg of laat een externe factor of een concrete actie voor nodig. 
De cliché boekenwinkel is daarom erg gevoelig voor een stilstaand verhaal. Als je protagonist er komt om niet gestoord te worden, dingen te overpeinzen en te fantaseren, dan mist die concrete actie en is hoofdstuk 1 vrijwel inwisselbaar voor hoofdstuk 4, 6 of 9. 

Hoe goed een feelgood de lezer ook moet laten voelen, onthoud: een goed gevoel is niet voldoende voor een boek. Daar heb je nog altijd ook nog een goed verhaal voor nodig. 

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.
Foto door John Michael Thomson via Unsplash.