Wat als je personage een geheim heeft?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage een geheim heeft?

Waarom is het een geheim?

Als eerste moet je nagaan waarom het een geheim is. Bij een geheim staat er altijd iets op het spel. Probeer verder te denken dan ‘Iemand gaat dan anders over mij denken,’ of ‘dan stort er iets in elkaar’. Denk aan dingen als: eigenwaarde kan kelderen, er kan een integriteitsprobleem ontstaan, een bepaalde positie van macht kan worden afgenomen…

Dat maakt het makkelijker om de gevolgen van het geheim – mocht dat bekend worden – in kaart te brengen. 

Voor wie is het een geheim?

Als je personage schulden heeft, kan ze voor haar man geheimhouden in de hoop ruzie binnen het gezin te vermijden. Maar haar beste vriendin weet wel van de geldproblemen. Dat betekent dat je er rekening mee moet houden dat je personage in de buurt van haar echtgenoot misschien hyperalert is dat hij bepaalde rekeningen niet ziet, terwijl ze daar met haar vriendin juist over wil praten. Een geheim kan de toon van een scène bepalen, afhankelijk van wie er van de aanwezigen al dan niet van het geheim weet. Is er een sfeer van opluchting omdat er hier vrijuit gepraat kan worden of hangt er continu een bedrukkende sfeer?

Wat doet het geheim met de betrokkenen?

Als de beste vriendin van de schulden van je personage weet, kan dat belangrijk zijn voor de verdere ontwikkeling van het verhaal: je kan er een interessant subplot van maken. 

Dat hoeft niet: je kan het ook onschuldig houden en de vriendin je personage laten helpen haar uitgavenpatroon op orde te krijgen. Maar als je personage geld gaat lenen en dat nooit teruggeeft, gaat dat hun vriendschap waarschijnlijk wel veranderen. Zeker als de echtgenoot van de vriendin vraagt waarom er de laatste tijd geld van de rekening verdwijnt en de vriendin het geheim wil bewaren. Dan kan het ene geheim aanleiding geven voor een ander geheim. Nu moeten twee vrouwen geldproblemen voor hun man verzwijgen. Op deze manier kan je een geheim goed gebruiken om een verhaalthema als bijvoorbeeld ‘verraad’ vorm te geven. 

Pas wel op: ga niet omwille van een spanningsboog een geheim bedenken, want dat maakt je verhaalstructuur rommelig. Een geheim moet in je verhaal passen. 

Onderschat de invloed van een geheim niet

Er wordt niet voor niets gezegd dat je een geheim mee kan zeulen: het weegt altijd zwaar. Dat betekent dat een geheim zich niet op de achtergrond van je verhaal af kan spelen: het houdt je personage altijd bezig. Hij moet steeds alert zijn op wat hij al dan niet moet zeggen of doen, wie hij welke leugens heeft verteld om het geheim te bewaren en hoe hij het geheim verborgen kan houden. Als je een Geheim met een hoofdletter G hebt, moet je dus nagaan wat dat doet met de rest van je plotverloop en het doen en laten van je personage. Besteed daar dan voldoende aandacht aan. Zo wordt het al dan niet bekend worden van het geheim een passend en spannend deel van je verhaal. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Personages hebben geen gehreim voor mij: kijk eens in mijn webshop voor mijn schrijfcoachdiensten.

Wat als je personage tot een minderheid behoort?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage tot een minderheid behoort?

Spotlight of massa?

Als je een personage gaat schrijven dat tot een bepaalde minderheid behoort, maak dan eerst de volgende afweging: wil je dat je personage met zijn minderheid in de spotlights komt, of wil je dat hij opgaat in de massa?
Als je voor de spotlights kiest, dan is het minderheidskenmerk van je personage een belangrijk thema. Je leest dus hoe het is om biseksueel, moslima of zwart te zijn en wat dat voor worstelingen op kan leveren. 
Als je personage op moet gaan in de massa, is hij nog steeds in de minderheid, maar daar staat niemand echt bij stil. Je personage niet en zijn omgeving ook niet; het wordt normaal gevonden. Je minderheidspersonage is er een als alle anderen: eerder een mens als ieder ander dan een persoon die om wat voor reden dan ook opvalt. 

Spotlight: wees extra voorzichtig

Schrijven over diversiteit kan gevoelig liggen. Als je de spotlights kiest voor je personage, zoek daarom extra goed uit welke vooroordelen en aannames er rond het minderheidskenmerk spelen. Probeer na te gaan welke waarschijnlijk (tot op zekere hoogte) op waarheid berust zijn: iemand met een fysieke handicap zal bij bepaalde taken hulp nodig hebben. Andere oordelen ontstaan uit onwetendheid en groeien uit tot een storend stereotiep: mensen met een lichamelijke beperking hebben een raar lijf, dus ze zijn niet aantrekkelijk en blijven allemaal maagd. 

Spotlight: baken talent af

Als je een personage de spotlight wil geven, wil je misschien laten zien dat een bepaalde minderheidsgroep sterke mensen representeert. Daardoor kan de verleiding groot zijn om je held niet alleen goed in zwemmen te laten zijn, wat nodig is voor het plot. Je maakt hem ook nog eens aardig, slim, knap, behulpzaam… Waak ervoor dat je jezelf niet laat meeslepen door de groep je die personage moet representeren. Je personage mag de held van het verhaal zijn, maar niet de held van het universum. 

Massa: mijd de minderheidskenmerken als conflict 

Als je jouw biseksuele personage in de massa wil laten opgaan, dan mag iedereen of niemand weten dat hij biseksueel is. Maar dan mag niemand van deze seksuele voorkeur een conflict van maken, of er moeilijk over doen. Als je dat wel doet, kies je ongemerkt voor de spotlights. Als je op en af gaat met wanneer er dan wel, dan niet een punt van het minderheidskenmerk wordt gemaakt, wordt je verhaalstructuur rommelig.

Massa: waak voor roddel

Laat welk personage dan ook, nóóit naar je personage verwijzen als ‘de homo’ of ‘die lieve moslima’, ook al is het niet verkeerd of zelfs lief bedoeld. Dan leg je de nadruk op de minderheid die je juist wil vermijden. Dan wordt er als een soort dorpsroddel over je held gepraat. 
Bedenk, zéker bij het ‘massa-uitganspunt’: mijn personage is meer dan alleen zijn minderheidskenmerk. Ze is niet alleen zwart, maar ook een vriendin en fantastische celliste. Anders stort het verhaalthema in elkaar: je hebt gekozen om het minderheidskenmerk niet je thema te maken, dus dan moeten andere kenmerken van je personage het thema kunnen vormen of representeren. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Hulp nodig bij het schrijven van een minderheidspersonage? Kijk eens in mijn webshop voor mijn schrijversdiensten.

Wat als je personage niet aan verwachtingen voldoet?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage niet aan verwachtingen voldoet? 

Wie verwacht er iets? 

Inclusief schrijven wordt steeds populairder en kan het zijn dat je over een personage schrijft dat tot een bepaalde minderheid behoort of iets unieks doet. Toch zijn er nog een aantal associaties die je bijna automatisch maakt, omdat je van een bepaald standaard of ‘startpunt’ uitgaat. Als niet aan dat standaard wordt voldaan, moet je meestal toch even schakelen. Denk aan:
•    De rijke zakenman is geen meedogenloze handelaar;
•    De mooie vrouw geeft niets om uiterlijk vertoon;
•    Een sterke man durft openlijk te huilen. 

Of dit wenselijk is, is een aparte discussie betreft inclusief of zonder clichés schrijven, maar hou er rekening mee dat lezers dit soort ‘eerste associaties’ vaak zullen hebben en je dat niet kan negeren.  

Als je dat weet, kan je je gaan bedenken:
Voldoet je personage niet aan de verwachtingen van de lezer, zoals zonet beschreven, of zijn de andere personages in het verhaal zelf niet tevreden met iets wat je personage doet of is? 

Verwachtingen van de lezer

Als het je lezer is die bepaalde verwachtingen heeft waaraan je personage niet voldoet, dan hoeft je niet al te veel aan je personage of verhaal zelf te sleutelen. Je zal wel extra aandacht moeten besteden aan dit speciale aspect van je personage. Zo kan je lezer de beweegredenen van je personage beter begrijpen. In het geval van iets waar je personage niet voor kiest (een bepaalde ziekte of een geaardheid, bijvoorbeeld) kan je de lezer helpen dit gegeven beter te begrijpen en vertellen wat daarbij komt kijken, of wat er kan gebeuren. Overdrijf dat niet, want dan kan je personage een moraalridder worden of saaie docent lijken.

Archetypen en heldenreis combineren

Als de omgeving van je personage problemen met hem heeft vanwege bepaalde verwachtingen, kijk dan eens goed naar de archetypen van Carl Jung. Deze verdeling van persoonlijkheidstypen is een goede basis om het doen en laten van je personage op te baseren. Als je personage tegen verwachtingen moet knokken, is het handig om hem het archetype held, ontdekker, schepper, magiër of rebel te geven als je wil dat dit conflict de aandacht krijgt. Deze archetypen hebben als uitgangspunt dat ze een uitdaging aangaan of ze een verandering in een systeem teweeg willen brengen. Dan sluiten persoonlijkheid en de heldenreis mooi op elkaar aan.  

Wat wil jij bereiken?

Hoewel dat niet per se hoeft, is de kans groot dat je dit personage hebt gekozen om iets onder de aandacht te brengen. Schrijven is een prachtig middel om op die manier een mening te verkondigen of een discussie op gang te brengen. Blijf ervoor waken dat je personage geen moraalridder wordt. Dat heeft namelijk twee grote nadelen: 
•    Tijdens het lezen wordt je lezer uit het verhaal gehaald omdat je mening er te dik bovenop ligt.
•    Als men over je boek gaat praten, vergroot dat de kans op een eindeloze discussie over je mening en niet over je boek zelf. 

Dat is jammer, want je hebt zo hard aan je bóek gewerkt… 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Voldoet je boek aan de verwachtingen die een lezer heeft? Ik kan het controleren: kijk in mijn webshop.

Wat als je personage moegestreden is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage moegestreden is? 

Keerpunt in het plot

In elk verhaal komt een moment voor dat het hoofdpersonage mentaal moegestreden is: beat 11 van het save the cat schema. Op zo’n moment denkt je personage alleen maar: ik kàn niet meer… Dit is een keerpunt in het plot. Je held heeft zich al voldoende als zodanig bewezen. Hij is immers het conflict aangegaan. Hij is gevallen en weer opgestaan, weer gevallen en weer opgestaan… en nu ligt hij op de grond met het gevoel niet meer overeind te kunnen komen. 
Je kan op dit moment niet meer terug, want je verhaal moet af. Je kan niet midden in de (zoveelste) vuurlinie zeggen: “Nu is het verhaal afgelopen.” Dat zou een vreselijke anticlimax zijn. De soldaat overleeft het gevecht óf sneuvelt, maar hij zal nog een laatste keer moeten vechten. Wat je (held) op dit punt in het verhaal doet, bepaalt de uiteindelijke beleving van je hele verhaal. Een verhaal van een gesneuvelde soldaat leest anders dan eentje die levend het slagveld verlaat. 

Bestudeer de heldenreis

Op het punt waarop je held is moegestreden, heeft hij al geleerd van het eerdere vallen en opstaan. Als hij moegestreden is, moet hij het geleerde nog één keer in de praktijk brengen. Heel belangrijk om te onthouden: niet de uiteindelijke uitkomst telt, maar of het groeiproces van de held standhoudt. 
Als de werkloze wéér niet uitgenodigd wordt voor een sollicitatie, laat hem dan het geleerde van een sollicitatieworkshop nog een laatste keer op een andere manier uitproberen. Dat leest bevredigend, omdat je weet dat het geleerde –het eerdere vallen en opstaan– niet voor niets is geweest. Al die uren die de werkloze heeft besteed aan het leren solliciteren worden in ieder geval niet uit het raam gegooid. 

Gebruik de medepersonages 

Je personage leeft niet in een vacuüm: hij gaat met mensen om die hem iets leren. Gebruik dat in je voordeel en laat een ander personage je hoofdpersonage overeind helpen of hem een schop onder zijn achterste geven om toch nog een keer overeind te komen. Waak er wel voor dat je personage uiteindelijk alsnog zelf aan de slag gaat. Hij mag geholpen worden, maar het bijpersonage mag geen Pixie zijn die alles op magische wijze voor de hoofdpersoon oplost. 

Doel voor ogen of waarden in het hart

Voor het laatste zetje helpt het als je personage een doel voor ogen heeft dat hem helpt om er nog een laatste keer voor te gaan, ongeacht of er een vriend is die het laatste zetje geeft of niet. Je personage kan een duidelijk doel voor ogen hebben waar hij zich op kan concentreren: overleven, die baan krijgen, de gouden plak winnen. Maar soms is dat doel niet duidelijk, omdat het bijvoorbeeld te abstract is om te kunnen vastpinnen of omdat het concrete doel onbereikbaar lijkt. Kijk in dat geval naar de waarden die je personage heeft. De soldaat vecht door omdat hij trouw aan zijn vaderland hoog in het vaandel heeft staan. Dan kan hij nog een keer de wapens oppakken, ondanks dat overleven nu niet het vooruitzicht is waar hij zich aan vast kan klampen. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Ben jij moegesteden van het herschrijven? Ik kan helpen: kijk in mijn webshop.

Wat als je personage iets te vieren heeft?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage iets te vieren heeft?

Wat valt er te vieren?

Je personage kan een uitbundig feest vieren. Maar soms gaat het om het gevoel dat er stilgestaan moet worden bij iets moois. Dan is een ijsje halen (met vrienden of misschien zelfs alleen) en van dat moment genieten al genoeg. Hoe dan ook: wat valt er precies te vieren? Kijk verder dan het oppervlakkige. Als je personage een nieuwe, fijne baan heeft waar hij in zijn oude functie steeds werd afgeblaft, viert hij dan een overplaatsing van kantoor A naar kantoor B? Of viert hij eigenlijk dat hij eindelijk assertief heeft kunnen zijn en heeft kunnen zeggen: “Bekijk het maar, ik verdien beter dan dit!”?

Wie wordt er uitgenodigd om mee te vieren?

Of je personage nou een complete feestzaal afhuurt of een datumprikker aanmaakt om een ijsje te gaan eten met zijn beste vriend, als hij mensen gaat uitnodigen, kiest hij zijn genodigden om een reden uit. Waarom kiest hij deze (hoeveelheid) mensen uit? Wil hij zoveel mogelijk mensen op zijn feest hebben, omdat hij behoefte heeft aan een uitbundig feest en maakt het daarbij niet uit dat de vage kennissen die er ook zijn, zijn worstelingen niet per se van dichtbij hebben meegemaakt? 
Of kiest hij juist alleen die drie mensen uit die altijd voor hem klaarstonden en wordt het daarmee ook een gedeeltelijk ‘bedankt voor alle steun’-feest? 

Niet echt fijn, maar het kan zijn dat bepaalde mensen helemaal niet willen komen, omdat ze de reden van het feest niet zien: “Dus je hebt je tuin na een halfjaar eindelijk helemaal af? Nou en? Dat is geen reden voor een feestje (ik heb belangrijkere dingen te doen…).” Dit kan een handige manier zijn om personages die uit elkaar aan het groeien zijn dat laatste zetje te geven, of een ruzie te starten die nodig is voor het plot. Of om duidelijk te maken dat je personage die ander al die tijd totaal verkeerd ingeschat heeft. Daar kan je een goede plottwist van maken.

Durft je personage wel te vieren?

Deze overweging is voornamelijk handig als je een psychologische roman schrijft. Hij behoeft een korte introductie:
Onderzoekster en maatschappelijk werkster Brene Brown onderzoekt al tientallen jaren onderwerpen als kwetsbaarheid en schaamte. Ze stelt simpel gezegd dat vreugde misschien wel de engste emotie is die we hebben, omdat het zoveel pijn kan doen als het wordt afgepakt wanneer je het (eindelijk) vergaard hebt.  

Je hoeft je personage niet meteen naar een psycholoog te sturen, zo diepgaand hoef je hier niet over na te denken. Maar het kan je wel helpen om te bedenken wat de belangrijkste angsten, passies, liefdes en waarden van je personage zijn en hoe je personage zich daardoor gaat gedragen. Dat is van grote waarde voor het maken van je personagebiografie. 

Zodra je weet of je personage wel iets durft te vieren, kan dat een heel goede aanwijzing zijn of je personage al dan niet bepaalde comfortzones uit durft te komen en hoe (en misschien zelfs of!) hij narratieve conflicten aangaat. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Mag ik met je vieren dat je iets moois hebt geschreven? Ik kan je het verlossende woord geven na een rondje manuscriptredactie: kijk in mijn webshop.

Wat als je jouw personage niet mag?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als jij jouw personage niet mag?
Schrijven over een personage dat je persoonlijk niet mag, kan het schrijfproces in de weg zitten. Daarom volgen hier wat nuttige tips. 

Waarom mag je je personage niet?

Misschien mag je je personage niet, omdat ze te veel op een Mary SueMagic pixie of een ander onrealistisch personage lijkt. Ga eerst na of je je personage niet onbedoeld perfect hebt gemaakt. Niet alleen lezers, ook schrijvers kunnen zich aan ‘perfecte’ helden ergeren. Het is belangrijk dat je balans toepast: zorg ervoor dat je je personage niet alleen goede eigenschappen en steeds opnieuw meevallers heeft. Af en toe moet er iets tegenvallen, of er iets minder dan ideaal aan je personage zijn.

Allergiezone

Mensen kunnen in je allergiezone zitten. Deze mensen mag je niet omdat hun karaktertrekken, overtuigingen of prioriteiten gewoon te verschillend zijn van die van jou. Zij kunnen objectief gezien niets fout doen, toch zal jij ze altijd zien als ‘dat irritante mens’. Denk aan een rijke zakenman die zich ergert aan de ongeschoolde klusjesman, die op zijn gemakje werkt, in plaats van zich in een burn-out te storten. Of aan de milieuactivist die iemand die drie keer per jaar het vliegtuig pakt om op zonvakantie te gaan, egoïstisch vindt. 

Zo kan een personage ook in je allergiezone zitten. Meestal -hoewel niet altijd- betreft dit je antagonist. Dat kan je in je voordeel gebruiken. Als je je echt niet over je afkeer van je vervelende personage heen kan zetten, bedenk dan: ‘Zonder tegenstander geen held.’
Als jouw superheld katten uit de boom redt, heb je wel iemand nodig die die arme beestjes steeds zo’n schrik aanjaagt dat ze de boom in vluchten. Misschien geef je je held daardoor op een kinderlijke manier onterechte schouderklopjes. ‘Kijk Superman, jij bent tenminste wel aardig. En die stomme Slechterik is echt een nare bullebak. Lekker pûh, Slechterik, Superman wint weer.’

Waak ervoor dat je Superman daarmee niet té goed voor het verhaal maakt: er moet een centraal conflict overblijven. Maar dat kinderlijke gesnauw werkt beter dan vechten tegen wat er nu eenmaal in je allergiezone zit, want dat is een gevecht dat je niet zal winnen. 

Goedpraten versus verklaren

Soms is de reden dat je je personage niet mag wat minder onschuldig. Als je over een gemene Nazi-soldaat schrijft, bijvoorbeeld. Besef dat er een groot (en minstens zo belangrijk!) verschil zit tussen iets goedpraten en iets verklaren. Alleen omdat je weet dat deze soldaat handelt vanuit indoctrinatie, wil dat echt niet zeggen dat jij het oké vindt hij mensen doodt en vergast. Toch zal het slikken zijn om over zo iemand te schrijven. Troost je met de gedachte dat je waarschijnlijk veelachtergrondonderzoek moet doen voordat je de daden of karaktertrekken die jij zo verafschuwt kan verklaren. Dat heeft een positief gevolg. Doorgaans is het zo dat hoe meer onderzoek je doet naar een personage, hoe realistischer en meeslepender je over diegene kan schrijven. Het kost je weliswaar gevoelens van afschuw om zo’n personage goed te kunnen portretteren, maar het kan een aanwijzing zijn dat je een steengoed verhaal aan het schrijven bent. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Een vervelend personage is niet erg, een vervelend geschreven personage wel. Ik kan die identificeren. Kijk eens in mijn webshop.

Wat als je personage seks wil?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage seks wil?

Waarom wil je personage seks?

Beantwoord als eerste de vraag waarom je personage seks wil. Zoekt ze intimiteit vanuit een bepaalde onzekerheid? Is ze gewoon in de stemming? Moet ze als dubbelspionne de vijand ergens toe verleiden? Wil ze haar baas ergens van overtuigen? Wil ze zwanger worden? Er zijn talloze redenen om seks te willen en achter elke reden zit een ander verhaal, die een andere manier van uitwerken vergt. Het kan helpen om de reden voor seks in grofweg een van de volgende ‘categorieën’ in te delen:
* gewone seks, waarin je personage een gezond libido heeft, (misschien) een relatie heeft en (de daarin bijbehorende) intimiteit zoekt. Deze seks is fijn, maar niet altijd van meerwaarde voor het verhaal;
* lust: waar het draait om passie en vleselijke genoegens (al dan niet vergezeld door liefde, verliefdheid of romantiek);
* afkomstig van Cupido: het soort waar romantische verhalen bestaansrecht aan ontlenen: deze seks draait om romantiek, vlinderzwermen in de buik en heftige persoonlijke gevoelens. Lust is deze seks zeker niet vreemd;
* machtsbeluste seks: de seks die wordt ingezet om iemand om te kopen, over te halen of af te leiden. Hier is seks een wapen. Van romantiek is geen sprake;
* verplichte seks: de seks die er is vanuit een huwelijkse plicht binnen een huwelijk waar de liefde allang uit is verdwenen, of die moet gebeuren omdat het stel een kinderwens heeft en de vrouw haar vruchtbare dagen heeft. Aan de daad zelf wordt niet veel plezier (meer) beleefd. 
Uiteraard kunnen meerdere soorten seks voorkomen in hetzelfde verhaal of dezelfde relatie. 

Zodra je weet wat voor seks je personage wil of moet hebben, kan je een makkelijkere afweging maken van hoe vaak en hoe je een erotische scène in je verhaal verwerkt. Moet je je vooral concentreren op de liefde, of juist op wat er exact tussen de lakens gebeurt, waarom juist seks nodig is voor het sluwe plan of is het feit dát je personage seks heeft al genoeg om te vermelden? 

Je genre als leidraad

Meestal geeft je genre je al een idee in welke categorie je het moet zoeken. In een spionageverhaal kan er op een bepaald moment machtsbeluste seks worden overwogen of plaatsvinden. In een streekroman is gewone seks wat meer aan de orde. Maar verlies desondanks niet uit het oog wat je met jouw verhaal wil vertellen. Zoals altijd met schrijven: richtlijnen zijn handig, maar echte creativiteit komt voort uit je eigen pen. Als je een keer verplichte seks laat voorkomen in een romantisch verhaal, dan ga je buiten de gegane paden en schrijf je geen cliché.

‘Sex sells’: Is dat zo?

Seks in een boek of een film is allang niet meer gewaagd of bijzonder. De laatste jaren worden in films en boeken eerder te pas en te onpas seksscènes toegevoegd. Immers lijkt de overtuiging: sex sells: Iemand loopt een kamer in om per ongeluk een stel te betrappen, zodat de lezer maar leest hoe er aan een tepel wordt gezogen en zelfs als een stel verplicht vrijt om zwanger te raken, krijgen lezers soms mee hoe groot de man geschapen is en wat de vrouw daarmee weet te doen. Dan wil men het wel lezen…toch?

Hoe spannend, interessant of opwindend seks ook kan zijn, waak ervoor dat je het geen hogere status geeft. Zoals alles moet de (omschrijving van de) seks iets aan het verhaal toevoegen en een onmisbare toon aan de scène meegeven. Als je seks belangrijker maakt dan het is, zal je in plaats van de lezer rode oortjes eerder rollende ogen bezorgen. 

Sex sells klopt misschien wel, maar dan moet je het wel (passend) weten te verkopen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven online.

Kan jij de seks waar je over schrijf passend verkopen? Ik kan het controleren: kijk in mijn webshop.

Wat als je personage rijk is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage rijk is?

Rijk zijn en geld hebben

In dit artikel wordt onderscheid gemaakt tussen rijk zijn en veel geld hebben. Veel geld hebben is een fortuin op de bank hebben staan of in een huis wonen ter grootte van een klein stadspark, zonder dat dat invloed heeft op het verhaal. (Veel geld hebben is in de kringen van je personage doodnormaal of hij is te nuchter om van zijn banksaldo iets belangrijks te maken, bijvoorbeeld.) Als je personage rijk is, schept je personage daarover op, zet zijn nieuw vergaarde fortuin zijn leven op zijn kop, is hij lid van de miljonairsclub, bepaalt zijn overdreven gierigheid zijn karakter of zorgt het familiefortuin voor een hele rits vijanden. 

Is je personage aan zijn rijkdom gewend?

Het maakt nogal een verschil of een bijstandsmoeder plotseling een miljoen wint of dat de erfgename van een oliemagnaat al haar hele leven met diamanten sieraden rondloopt. Dit is belangrijk om te beseffen, omdat de een waarschijnlijk meer weet heeft van privileges dan de ander. Blut zijn betekende voor de voormalig bijstandsmoeder geen eten op de tafel. De rijke erfgename verstaat onder datzelfde begrip misschien dat ze in plaats van met een privéjet met de KLM op haar maandelijkse shoptrip naar Parijs moet vliegen. Het ene is niet per se beter dan het ander, maar je moet het wel weten; dan begrijp je met welke bril of persoonlijke geschiedenis je personage naar de wereld (van geld) kijkt. 

Wat doet je personage met zijn geld?

Geef je personage het geld uit om er luxe van te leven, zijn schulden af te betalen, macht te vergaren, of wordt hij een filantroop? Je kan veel met geld en je kan veel als je geld hebt. Bedenk goed wat je personage met deze mogelijkheden doet en waarom. Dan kan je al een deel van zijn karakter verklaren. Geld weggeven maakt hem onzelfzuchtig, gierigheid staat dan eerder voor egoïsme of (overdreven) angst (om arm te worden). 

Hoe gaat de omgeving met rijkdom om?

Je omgeving kan voor een groot deel bepalen wat je doet of laat. Zeker als er geld in het spel is. Denk maar eens aan alle adviezen die mensen vaak zullen geven. (“Ga in ontroerend goed.” “Koop aandelen.” “Los je hypotheek af” “Bouw een raket naar Mars.” “Geef een deel aan mij, ik ben je zoon…”) Of die adviezen nu worden opgevolgd of niet, als je personage rijk is, heeft dat wel altijd een gevolg. Krijgt je personage opeens een hoop ‘vrienden’ die het alleen om het geld te doen is? Zit de maffia ineens achter hem aan? Moet hij continu opboksen tegen zijn even rijke vrienden? Als je dat weet, heb je waarschijnlijk een goed aanknopingspunt voor je verhaalthema of centraal conflict. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Kijk eens in mijn webshop voor mijn schrijfcoachdiensten als je wil weten of je personage rijk is of veel geld heeft.

Wat als je personage iets niet kan?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage iets niet kan?

Het is voor je personage frustrerend als hij iets niet kan wat hij graag zou willen kunnen. Je eerste zorg als schrijver is echter niet om die frustratie weghalen en je personage kundig maken. Kijk in plaats daarvan wat het voor het verhaal betekent dat je personage iets niet kan. 

Waarom kan je personage iets niet?

Als je personage iets niet kan, moet je eerst nagaan waarom dat zo is. Is zes boeken lezen in een maand tijd ondoenlijk? Dat kan dyslexie zijn. Naar een feest gaan en sociaal zijn is lastig als je zwaar depressief bent. En een tien halen voor Frans gaat ook niet al te makkelijk als je de taal vindt klinken als een wirwar van lelijke klanken en er daardoor geen interesse in hebt. Ongeacht wat de reden is en of die ‘diepgaand’ is of niet, probeer eerst duidelijk te krijgen wat de oorzaak is dat je personage iets niet kan. Dat helpt je om zowel de gevolgen van het probleem als de (mogelijke) oplossing ervan beter uit te werken. 

Wat heeft het voor gevolg?

Als Rien voor elk vak een 10 haalt en voor Frans een 4 omdat hij overhoop ligt met meneer de Zwart van Frans… au revoir, monsieur Lenoir: Rien haalt zijn diploma en gaat gewoon lekker naar Duitsland op vakantie. Probleem opgelost. In zo’n geval kun je je personage even lekker laten mopperen en met een beetje humor over het probleem schrijven. Je verhaal valt of staat er immers niet mee. 
Maar als het probleem wel degelijk iets met het algemene plot of verhaalthema te maken heeft, moet je op gaan passen. Stel jezelf dan de volgende vragen:
* Is deze onkunde een probleem of het conflict?
* Is het belangrijk genoeg voor het verhaal(thema)? 
* Lost het personage het probleem wel zelf op?

Probleem versus conflict

In dit geval moet je conflict zien als het centrale conflict: het conflict waar het hele verhaal en/of de heldenreis om draait. Dan is het doel om door vallen en opstaan iets te leren en daardoor alsnog iets te kunnen. Een probleem is iets dat makkelijk(er) kan worden opgelost. Waak ervoor dat je van een probleem geen conflict maakt. Het is ontzettend vervelend dat iemand door een depressie niet sociaal kan zijn op een feestje. Voor dat personage zal dat als een conflict aanvoelen. Maar als het verhaal verder draait om hoe hij zijn jeugd, die bol stond van mishandelingen, de oorzaak is van die depressie, is dat vervelende feestje slechts een probleem. Een probleem kan een onderdeel van een conflict zijn, maar niet andersom. 

Hoe belangrijk is de onkunde?

Als je verhaalthema ‘lichamelijke beperking’ is, is de bijbehorende fysieke onkunde iets dat elk personage mee mag en kan maken. Het hoort bij je thema, dus het mag in meerdere vormen terugkomen. Dan maakt het niet uit hoe groot de rol van de betreffende personages zijn die een bepaalde vaardigheid missen. Maar als een minder belangrijk personage iets niet kan, of als dat probleem niet zoveel met het algemene thema te maken heeft, werk het dan niet al te uitgebreid uit. Zo voorkom je een rommelig centraal conflict en/of verhaalthema. 

Zelf oplossen

Er is niets zo saai als een personage dat iets niet kan en vervolgens anderen alles voor hem op laat lossen. Je kan je personage beter laten leven met het feit dat er iets niet kan (worden opgelost) dan de oplossingen naar anderen door te schuiven, zonder dat hij zelf iets doet. De zogenoemde Magic pixie dream girl is een doodsteek voor iedere heldenreis. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig om je personage te laten groeien? Kijk eens mijn webshop voor mijn schrijfcoachdiensten.

Wat als je personage pijn heeft?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage pijn heeft?

Je wil pijn liever vermijden, maar dat lukt niet altijd. Als het er dan toch is, wat kan je dan over je personage te weten komen?

Pijngrens en ruggengraat

Begint je personage al te piepen zodra hij zich aan papier heeft gesneden en houdt hij daar een week zijn mond niet over? Of loopt hij de marathon nog uit, ook al heeft hij drie blaren ter grootte van een ei op zijn voeten? De pijngrens zegt vaak veel over de ruggengraat van je personage. Als je je personage pijn moet doen, kijk dan eens goed of hij dat wel aankan. Voor je het weet zet je je plot op slot, omdat je personage geen pijn kan verdragen. Of maakt de pijn door de stevige ruggengraat zo weinig indruk dat je personage daardoor misschien net iets meer op Superman gaat lijken dan de Jan-met-de-pet die hij moet zijn. 

Fysieke pijngrens en mentale grens

Soms heeft je personage een enorme ruggengraat, al dan niet in combinatie met een hoge pijngrens. Dan maakt fysieke pijn vaak (te) weinig indruk. Kijk dan eens of je een mentale pijngrens aan kan spreken. Als je over een sporter schrijft die het gewend is om iets te breken, zal die daardoor heel wat gewend zijn en zal dat niet zo belangrijk zijn voor het plot. Kijk dan eens hoe je zijn mentale (pijn)grens kan overschrijden om pijn alsnog in je voordeel als plotwending te gebruiken. Een arm breken is niet erg voor een sporter. Maar als hij daardoor niet mee kan als begeleidende ouder op schoolreisje, waar vader en zoon al maanden naar uitkijken, kan je de sporter daarmee pijn doen. Of hem in ieder geval de nodige voorzichtigheid in acht laten nemen. 

Opoffering

Een personage kan vrijwillig helse pijn ondergaan. Dan is er vrijwel altijd opoffering in het spel. Denk aan het bekende voorbeeld van iemand die zichzelf in elkaar laat slaan zodat de ander kan vluchten. Of iemand die een zeer (mentaal of fysiek) pijnlijke (medische) behandeling ondergaat om maar weer te kunnen lopen, van de pleinvrees af te komen en zo weer een sociaal leven te ontwikkelen, te kunnen blijven leven en de kinderen zo geen vader te ontnemen. 
Dat soort opofferingen zeggen veel over de normen en waarden, veerkracht en moed van je personage. Neem dus de tijd om daar goed naar te kijken, want dat is waardevolle informatie.

Wegrennen

Het kan zijn dat je personage niet de mentale (veer)kracht heeft om mentale pijn aan te kunnen. Pas goed op met deze personages, want die zetten je plot erg makkelijk op slot, omdat ze hun narratieve comfortzone niet uit kunnen komen. Zorg er bij deze personages dus voor dat ze een vriend of familielid hebben dat ze op tijd een schop onder hun achterste geeft. Als je dat niet doet, dan is je enige optie om van de mentale strijd om iets in gang te zetten het thema van je plot te maken. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Rent je personage te snel weg, of bijt het te veel door om nog interessant te zijn? Ik kan het controleren: kijk in mijn webshop.