Zo maak je een cliché origineel: de sexy slechterik

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en de goede weg in te slaan als je tekst naar een cliché neigt. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: de sexy slechterik.

Het cliché: zo knap dat het alles overtreft

Een vrouw wordt verliefd op een man die op het eerste gezicht de perfecte man is: uitzonderlijk knap, goed gebouwd en een daverende glimlach op de koop toe. Maar het probleem is dat de man verder weinig of niets goeds in zich heeft. Hij manipuleert, misbruikt, kleineert, licht mensen op en heeft een zeer kort lontje. Maar dat maakt Heldin niet uit want hemeltjelief, wat is hij knáp! Soms gaat het cliché zelfs nog verder en meent Heldin dat ze deze man van deze serieuze problemen kan verlossen, door simpelweg lief voor hem te zijn, of door goed te presteren in bed. En dán, dan is deze bijna perfecte man (*ahum*) helemaal perfect.

Een regelrecht gevaarlijk cliché

Dit cliché romantiseert geweld, onderdrukking en andere ernstige zaken. Bovendien geeft het liefde – of liever gezegd romantiek-  een kracht die het niet heeft. Een roze wolk zorgt er niet voor dat serieuze, slechte karaktertrekken of zelfs (genetische) stoornissen verdwijnen, al meent dit cliché van wel.  Er zijn ontzettend veel mensen die jarenlang naar een psycholoog gaan omdat ze in de val van dit ‘sprookje’ zijn getrapt. Dat zijn mannen en vrouwen, al zijn in fictie de vrouwen bijna altijd het slachtoffer van dit verschijnsel.

Het cliché in fictie

Dit cliché begint altijd met een het cliché van Cupido’s voltreffer waarbij het koppel vaak ook extreem goed presteert in bed. En als de seks goed is, is je relatie ook perfect. Dat is de idiote logica waar het cliché van de sexy slechterik vaak mee start, maar waar het zichzelf ook mee in stand houdt. Vaak komen daar nog de nodige romantische gebaren bij, zodat het slachtoffer maar blijft geloven dat de slechterik echt van de ander houdt. Kijk maar eens naar die hemelsblauwe puppyogen. Daar vergeet je de blauwe plekken op je armen toch spontaan van?
Dus we gaan nog maar een keer de slaapkamer opzoeken of romantisch dineren. Dan komt het vast wel goed…
Vanuit een narratief standpunt kun je niets met dit cliché, nog afgezien van de ontzettend nare standpunten die het inneemt. Het is een eindeloos heen-en weer van:
“Ik bedoelde het zo niet. Ik hou van jou.”
“Ik vergeef je.” (Soms nog vergezeld met iets als “Ik was ook niet geduldig genoeg met je.”)
Om vervolgens weer terug te gaan naar het volgende moment van emotionele of fysieke geweld.

Kortom: je hebt met dit cliché eigenlijk überhaupt geen verhaal met een goede structuur. Er is alleen een eindeloze cirkel van geweld, waarbij het verdraaid lastig wordt om de personages meer te laten zijn dan het oppervlakkige stereotype van geweldpleger en slachtoffer.

Nu jij: fiks het cliché

Schrijf een scène waarin de cirkel van geweld die begonnen is met ‘maar hij is zo knap’ wordt doorbroken. Daarbij moet duidelijk worden wat beide personages aan karaktertrekken, groei en persoonlijke of gezamenlijke geschiedenis hebben dat dit moment mogelijk maakt.

Gebruik je dit cliché? Let dan hierop

Wil je dit cliché niet storend of zelfs gevaarlijk maken, dan heb je eigenlijk maar twee opties.
* Laat de slechterik duidelijk doorgedraaid en of meedogenloos zijn, als waarschuwend verhaal.
* Laat zien wat het slachtoffer kan doen en moet doen om uit de situatie te ontsnappen en hoe het daar eerst voor moet groeien of een dieptepunt moet krijgen.

Daarbij is het erg belangrijk dat je van allebei de personages laat zien wat er in het hoofd omgaat. Doe je dat niet, dan blijft het verhaal aan de oppervlakte, waar je het dus niet wil hebben. Controleer of je Cupido´s voltreffer in je verhaal iets meer cliché-af kan of moet maken.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.
Foto door Christopher Campbell verkregen via Unsplash

Wanneer voeg je geen subplots meer toe aan je boek?

Het hoofdplot van een verhaal is de verhaallijn waar mensen het over hebben als je ze boek samenvatten. Maar om het extra aan te kleden heb je subplots nodig: korte verhalen in het grote verhaal. Maar net als het hoofdplot van het verhaal moet een subplot een begin, midden en een eind hebben. Hoe klein een verhaallijn ook is, het stoort als die niet fatsoenlijk wordt afgerond. Daarom is er ook een moment waarop je moet stoppen met een subplot introduceren.

Eisen van aansluitende plotlijnen in een verhaal

Het hoofdplot bepaalt de grote lijnen van een verhaal. Een subplot mag daar niet te veel van afwijken, ander wordt je verhaal een rommeltje. Schrijf je in je hoofdplot over een maffiabende, dan valt een subplot over een vredig kinderdagverblijf wel erg uit de toon. Zorg er met andere woorden voor dat je in een boek grofweg dezelfde verhaalthema uitschrijft. Het fijne van verhaalthema’s is dat je de heel breed in kan zetten. Geluk zoeken kan bijvoorbeeld in de vorm van een gelukkig gezin willen stichten, maar ook in rijkdom. Zorg er wel voor dat die interpretaties van de thema’s als zodanig herkenbaar blijven voor de lezer. Wordt niet te abstract.

Wat is het doel van je verhaalthema en subplot?

Als je een schets maakt van je verhaal, wil je waarschijnlijk tot op zekere hoogte de verhaalthema’s met of voor je lezer te gaan uitpluizen. Dat roept dus vragen op als bijvoorbeeld: wat gebeurt er via materieel bezit in een gezinsleven je geluk probeert te zoeken? Aan jou de keuze. Maar die keuzes zijn niet binnen twee hoofdstukken uitgewerkt. Je zal moeten laten zien wat die verschillende keuzes of meningen zijn en hoe wat de personages die een deel van het (sub)plot dragen tot die keuzes komen.
Denk dan aan:
– Iemand die is opgevoed met het idee dat status het allerbelangrijkste is in het leven, zal eerder geluk zoeken in rijkdom dan in een ‘saai, onopvallend’ gezinsleven. In de personagebiografie zal je kunnen lezen of aanvullen dat dit personage tijdens de middelbareschooltijd altijd bij het coolste clubje hoorde. Of daarbij wilde horen, maar dat nooit lukte. Daarom probeert hij nu te overcompenseren door door status de onzekerheid die daar nog steeds achter schuilt, te verbergen.
Dan wordt het geluk najagen: gelukkig zijn (met of zonder status), maar zonder een masker te hoeven dragen.
– Iemand die juist heeft geleerd dat je als man aan het hoofd van het gezin moet staan, zal juist graag trouwen en een gezin willen stichten, waar hij voor kan zorgen. Hij moet bij een ontslag misschien leren dat (tijdelijk) werkloos zijn niet meteen een aantasting is op zijn hele man-zijn.

Heldenreis binnen het subthema

Als je op deze manier verschillende personages hebt die op een bepaalde manier allemaal een andere kant van dezelfde medaille uitwerkt, krijgt je per personage een aparte – hetzij kleinere- heldenreis. Dat betekent dus onder andere een comfortzone verlaten, meerdere obstakels overwinnen en ook een crisis beleven. Niet alle stappen van de drie-aktenstuctuur zullen even zichtbaar zijn in de uitwerking van je boek. Toch kan het helpen om die in je opschrijfboekje grotendeels uit te schrijven. Zo krijg je een beter overzicht van de belangrijkste punten van dit kleinere plot en de reis die dit subperspersonage af moet leggen.

Web van verhaallijnen

Ieder personage heeft een eigen moment waarin die in het verhaal wordt geïntroduceerd. Ook verschilt het hoe ‘ver’ de personages zijn met het leren van een bepaalde levensles. Wat ze moeten leren verschilt ook iedere keer. De afzonderlijke verhaallijnen en ontwikkelingen van je personages kunnen dus nooit helemaal parallel lopen. Maar ze kunnen elkaar wel kruisen. Als het thema overleven is en de personages samen gaan survivallen en verdwalen, zullen ze elk hun vaardigheden moeten laten zien en gebruiken. Op deze manier kan je de verhaallijnen van de personages vrij letterlijk uittekenen. Het kan ook helpen om deze lijnen uit later in gelijkmatige strookjes uit te knippen Trek een lijn en schrijf daarboven in volgorde wat er voor belangrijke punten gebeuren. Als je de strookjes van ieder personage dan naast elkaar legt kan je handig zien hoe ‘snel’ of wanneer er iets belangrijks in het (persoonlijke) verhaal gebeurt. Je krijgt daarmee een web van verhaallijnen.

Het overzicht houden bij subplots

Of je het web van verhaallijnen daadwerkelijk knutselt, tekent of gewoon bedenkt, zolang als je nog een overzicht kan houden van losse verhaallijnen of thema’s die een goede overlap hebben, zit je goed. Zodra verschillende verhaallijnen weer van elkaar gaan ‘af bewegen’, is dat een teken dat je te veel subplots hebt geïntroduceerd. Op het moment dat je grofweg in de tweede helft van de tweede akte zit, zal je merken dat je web vol gaat raken. Dan wel omdat je al veel andere subplots geïntroduceerd hebt, dan wel omdat er nu alle aandacht moet naar de spannende onthulling van de hoofdlijn van je verhaal. Voeg dus geen subplots meer toe als alle aandacht nu langzaam maar zeker naar de crisis of climax en de afronding gaat. Dan raakt de lezer het overzicht kwijt.

Zaaien en oogsten met subplots

Subplots zijn een handige manier om de ontwikkeling van verhaalthema zichtbaar, maar niet op de voorgrond zichtbaar te maken. En als iets zich ontwikkelt, is dat een proces van zaaien en oogsten. Wil je dat goed doen, dan moet je het eerst een stevige basis geven. Hoewel je dat – als je goed kan schrijven- ook snel kan doen, moet je een lezer ook de ademruimte geven om thema en verhaallijn op een natuurlijke manier in elkaar te laten overgaan. Als je merkt dat je met een subplot wel kan zaaien en oogsten, maar dat eerder als een soort laatste gedachte in het verhaal verwerkt, dan hoort dit subplot (hier) niet meer in je verhaal thuis.

Onthoud dat subplots altijd een onderdeel van het verhaal moeten zijn dat daar ook echt een plaats in heeft. Als het er alleen maar is om in neonletters een moraal te verkondigen, kan je het beter uit je verhaal verwijderen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Gabriele Tirelli verkregen via Unsplash.

Zo maak je een cliché origineel: Cupido’s voltreffer

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en de goede weg in te slaan als je tekst naar een cliché neigt. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: Cupido’s voltreffer.

Het cliché: overdreven snel verliefd

Twee mensen kijken elkaar aan, of raken elkaar een halve tel aan en tadaa: ze zijn smoorverliefd. Dit cliché is misschien wel het hardnekkigste dat er is. De een doet iets aardigs voor de ander, Cupido schiet raak en dat groeit uit tot: ‘en toen wist ik het: hij was de ware’. Denk aan:
“Laat mij maar even…”(de boodschappen overnemen als die bijna uit de handen vallen, die pleister plakken op die plek waar je zelf niet bij kan…) en elkaar vervolgens lichtjes aanraken. Of de een zegt iets opvallends waarna de blik extra lang wordt vastgehouden. Romance van de eeuw nummer 314573 is geboren…

Waarom stoort dit zo?

‘Liefde op het eerste gezicht’  is als uitgangspunt een schrijftechnische doodsteek. Idealiter bestaat het niet of slechts gedeeltelijk.
Bestaat het niet, dan leren je personages elkaar goed kennen voor ze verliefd worden. Als het gedeeltelijk bestaat, gebeurt er iets als: “Zodra ik hem zag, voelde ik meteen een fijn aura”. Of: “Ik vond zijn lach meteen leuk.” Zelfs met zo’n goede start is er nog geen echte romance: op zichzelf zorgt dat niet voor (oprechte) verliefdheid.
Is dat wel het geval, dan zegt de schrijver: “Wat maakt het uit wat het karakter van deze personages is? Of ze knap, lelijk, passend of tegenpolen zijn, ‘liefde zoeken’ in hun verhaalthema hebben of niet, wat hun verleden is… Boeiend, zolang de lezer maar kan zwijmelen bij een nieuwe romance…”

Dan wordt een moment van enkele seconden belangrijker dan je personages, verhaalthema, spanningsboog, belangrijker dan alles dat optelt naar een eigenlijk verhaal.

De aanloop naar het cliché

Als dit cliché überhaupt al een aanloop heeft, is dat nóg een cliché, deus ex machina:  Julia klaagt dat ze al een eeuwigheid meer een date meer heeft gehad en voilà: een botsing later staat Romeo voor de neus. Romances die beginnen met een of meerdere van zulk sterke aanwezige Deus ex machina zijn of zó slecht dat het weer leuk wordt, of te slecht om langer dan drie regels leuk te zijn. Gok niet op dat eerste, dat komt zelden voor.  

Nu jij: fiks het cliché

Julia laat weer eens wat vallen en jawel, Romeo schiet te hulp om het op te rapen.
Maar deze Romeo lijkt op een (jonge)man uit Julia’s verleden. De herinneringen aan hem en alles wat daar emotioneel mee gepaard gaat wordt in die paar seconden op Romeo geprojecteerd.
Deze (jonge)man is bijvoorbeeld:
* Julia’s ex die haar keihard heeft gedumpt
* Julia’s ex die zij keihard heeft gedumpt
* Een lang verloren vriend van wie Julia nooit afscheid heeft kunnen nemen
* Julia’s vroegere pestkop
* Iemand die Julia niet hielp in tijden van nood en waar ze nog altijd spijt van heeft

Je kan je scène in de comments opschrijven. Schrijf een beginnende romance, of ga lekker een  totaal andere kant op.

Waarom fikst deze schrijfprompt het cliché?

De lezer leert hiermee dingen kennen als Julia’s geschiedenis, haar karaktertrekken, hoe ze met bepaalde dingen omgaat… Julia is niet meer het anonieme Verliefde Meisje.
Een cliché dat zo hardnekkig is als Cupido’s voltreffer, is uitgekauwd omdat het eindeloos veel personages overkomt. Zolang als Julia, of Selma, Lieselot, Elif of… als elkaars stuntdoubles kunnen optreden omdat ze zo inwisselbaar zijn, krijg je Cupido’s voltreffer nooit gefikst. Geef dit welbekende moment iets persoonlijks en de start is origineler en de kans op een later cliché kleiner.   

 Gebruik je dit cliché? Let dan hierop

  • Geef een romance de tijd om te groeien, raffel hem niet af.
  • Ga op zijn minst uit van het idee dat liefde op het eerste gezicht slechts gedeeltelijk kan kloppen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Volodymyr Tokar via Unsplash.

Deze actie-held maakt ieder genre interessanter

Je hebt actiehelden die de wereld redden door tegen aliens te vechten terwijl de kogels in het rond vliegen. En dan is er de actieheld die niet veel meer doet dan zelf gebreide kleren verkopen op het internet. Het is de held die het heft in eigen handen neemt. Schrijf je over deze held, dan heeft je verhaal gegarandeerd de actie die het nodig heeft. Hoe spectaculair -of niet- die ook moet zijn.

Wat is goede actie in een boek?

Actie moet in ieder boek voorkomen, niet alleen in het actiegenre. Niet alleen personages bewapend met pistolen en enge bedreigingen zorgen voor actie. Sterker nog, zelfs personages die zo braaf lijken als maar kan – meisjes met vlechten en roze strikjes, kuise huismoeders…- kunnen voor actie zorgen. Actie in een boek betekent lang niet altijd dat de lezer vol spanning of bibberend de pagina’s omslaat. In de breedste zin van het woord hoeft actie alleen maar te betekenen dat het plot niet stilstaat. Er moet sprake zijn van actie-reactie. Een personage mag natuurlijk wel even om zich heen kijken ten behoeve van de sfeeromschrijving. Maar als het plot daarna weer verder gaat, is het belangrijk dat dat ergens naartoe gaat.

Wat is een goede held in een boek?

Een goede held is meestal een personage waarmee de lezer zich kan identificeren. Maar dat hoeft niet zo te zijn: soms is de held geen goedzak. Voor ieder personage moet de lezer empathie kunnen voelen. In dit geval betekent dat niet dat je de held ook daadwerkelijk een bewonderenswaardig iemand vindt. Je moet alleen snappen waarom de held doet wat die doet.
Of die nu goed of slecht is, of dicht bij de lezer staat of niet, spion of kleuterjuf is, iedere held moet wel ervoor zorgen dat het plot in gang kan blijven en dat er dus de nodige actie in het verhaal blijft zoals hierboven beschreven. Een goede held is dus altijd een actie-held.

Een goede actie-held

Een goede actie-held – als personage- is vrijwel hetzelfde als een levend persoon die niet bij de pakken neer gaat zitten. Zowel een levend mens als een personage weten niet precies wat de toekomst hen brengt. Maar ze komen allebei in actie op het moment dat er iets niet loopt zoals het moet lopen. Als ze niet tevreden zijn met de gang van zaken, zullen ze kijken wat nog te veranderen valt om alsnog de ‘verteller van diens eigen verhaal te zijn. Of, zo je wil, ze kijken allebei waar nog op gereageerd kan worden, in termen van actie-reactie.

Een goede actie-held in de praktijk

In onderstaande tabel staan enkele voorbeelden van het verschil tussen een actie-held en een passieve held die dus alles maar laat gebeuren en maar ziet hoe het verhaal al dan niet verder loopt.

Situatieeen passieve held…een actie-held…
Held wordt afgewezen voor een droomstudiekwijnt weg van verdriet en gaat ‘dan maar’ achter de supermarktkassa werkengaat zich heroriënteren, of laat zich bij-of omscholen
Held staat in de file onderweg naar een noodgevalvloekt de hele auto bij elkaar slaat net zo lang op het stuur tot de file oplostbelt op zoveel mogelijk mensen of instanties op om van de vertraging te informeren, of het stokje waar mogelijk over te geven
In het land van Held breekt oorlog uitgaat de schuilkelder in en wacht bang af. Kijkt of vluchten mogelijk is, of probeert mensen om te kopen voor eten of broodnodige spullen
Held kan niet meer aan de goede ingrediënten komen voor het diner dat die geeft en waar de hele vriendengroep maanden naar heeft uitgekekengaat koken met een recept dat bij voorbaat gedoemd is te mislukken en duimt daarbij dat de vriendengroep niet al te kritisch is over het etenwisselt van menu, of belt iedereen op om de datum te verzetten.

Zie je dat de houding van de passieve held er vroeg of laat voor zorgt dat het plot ofwel saai wordt of niets meer voorstelt? Het is altijd maar duimen op een goede afloop. Deze held staat langs de zijlijn naar diens eigen verhaal te lijken. Als je held altijd een reden heeft om in actie te blijven en willen gaan, blijft je verhaal dynamisch.
De actie-held doet ook niet altijd dingen die moreel helemaal juist zijn. Of soms haalt de gedane actie alsnog niet veel nuttigs uit. Maar dat is niet belangrijk: het gaat om het proberen.

Het karakter van een actie-held onthuld

Een actieheld heeft nog een voordeel ten opzichte van de passieve held. Je leert een actie-held ook echt kennen als die dingen probeert die soms lukken, en soms ook niet. Een continu passieve held kan je aan het eind van het verhaal niet veel meer eigenschappen toekennen als afwachtend of – misschien wel- laf. Een actie-held kan van alles zijn: dapper, overmoedig, zorgzaam, gewiekst, vindingrijk, (on)betrouwbaar… Je leert steeds meer over de held, omdat er altijd wel iets nieuws gebeurt waar de held voor in de actie gaat.

Bovendien leer je vaak ook de zwaktes van een held kennen als die maar in actie over blijft gaan. Het kan lijken alsof de actie-held geen zwaktes heeft, door altijd de uitdaging aan te gaan. Maar vaak is dat de reden dat de held zich alsnog in de nesten werkt, of zijn minder sterke punten tegenkomt. En wel op zo’n manier die niet mogelijk zou zijn als die zich (wat meer) koest zou houden.
Een zorgzame ouder helpt het kind meteen en altijd met huiswerk, zodra het maar zegt: ‘ik snap het niet’. Dat lijkt behulpzaam, maar zo leert het kind bijvoorbeeld niet om een eigen leerproces aan te gaan door zelf dingen uit te zoeken. Later wordt Junior afhankelijk van de ouder. Zodanig dat die zich in de crisis wel even achter de oren moet krabben om te bepalen wat de grens is tussen behulpzaamheid en bemoeizuchtigheid. Yes, weer een nieuw element in het plot!
Kijk op deze manier naar het principe van actie en een ‘saaie held’ is verleden tijd.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Dasha Yukhymyuk via Unsplash

Zo maak je een cliché origineel: de schok

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en de goede weg in te slaan als je tekst naar een cliché neigt. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: de schok.

Het cliché: niet híj!

Het hele verhaal staat in het teken van het vangen van een slechterik of er is op een andere manier achter de schermen een personage dat roet in het eten gooit. Als de ontmaskering plaatsvindt, is de boosdoener degene die juist de beste vriend zou moeten zijn. Je hoopt dat de  lezer uitroept: “Nee, niet híj!” of “Dat meen je niet!”
Andere varianten zijn: ‘hoezo gebeurt dít?’  en ‘Waarom doet hij dát?’
Het is de goeie ouwe: ‘De butler heeft het gedaan’ en de eindeloze varianten daarop: de intentie om schok over te brengen uit een hopelijk onverwachte hoek.
Dat kan heel goed werken, maar het gaat faliekant mis als je het om de verkeerde reden doet.

Een plottwist of gewoon even iets anders?

Het lijkt misschien alsof bovenstaande voorbeelden altijd plottwists zijn. Plottwist geven inderdaad een andere draai aan het verhaal op een manier die de lezer idealiter niet meteen verwacht. Maar soms gedragen personages zich ook even anders dan gewoonlijk, zonder dat daar meteen een plottwist aan te pas hoeft te komen. Daarom is ‘de schok’ als cliché groter dan het brede begrip van een plottwist.  
Wat de situatie ook is, als er iets gebeurt waarvan de lezer denkt: huh?! Dan heb je de techniek van de schok en het cliché van de schok.

Wanneer wordt ‘de schok’ een cliché?

Uiteindelijk moet de schok waarmee je je lezer scherp wil houden herleidbaar zijn, dan is het een techniek. Een lezer smult van een spannende verandering als je deze verandering of onthulling aan had kunnen zien komen. Je had alleen ‘beter moeten opletten’.
Als je een verandering inzet puur omwille van de schok, dan wordt het een cliché. Dat is het kenmerk van ieder cliché: als je de schrijver aan het werk ziet om bij zijn lezer iets wil bereiken: verwarring, tranen oproepen, of in dit geval een schok. Als die daarvoor het verhaal en de logica daarachter in de steek laat, gaat het mis.   

Zo voorkom je het cliché van de schok

Je kan een schokeffect bereiken als je een reden hebt dat er überhaupt iets verandert. Daarvoor kijk je naar het personage of het plot. Enkele voorbeelden:

  • Het plot is toe aan een volgende clue.
  • Je wil laten zien wat een schaduwkant is van een goede karaktereigenschap die een personage bezit.

Zorg ervoor dat je vooraf  hints of aanleidingen geeft.  Dan snapt de lezer hoe zelfs iets tegengestelds of compleet onverwachts toch nog ergens op terugslaat.

Nu jij!

We gaan testen of een van de allergrootste clichés nog te herstellen valt.
De butler heeft het inderdaad gedaan!
Schrijf een scène waarin je dit gegeven onthult. Focus je daarbij niet op de eigenlijke schok die je hoopt te krijgen bij de lezer, maar op het hoe en waarom de butler het gedaan heeft en waarom de lezer dat had kunnen weten. Dan volgt de schok vanzelf.

Om de scène niet te lang te maken en je plot te introduceren, schrijf je in maximaal vijf zinnen wat het plot is van het verhaal en waarom het een schok zou moeten zijn dat de butler het gedaan heeft. Was hij te trouw? Deed hij zich ziek voor? Leek hij überhaupt niets af te weten van de schat die hij gestolen had?

Ga je gang, schrijf een scène in de comments!

 Gebruik je dit cliché? Let dan hierop

  • Bedenk of een schok of zelfs een verandering wel nodig is in dat ene specifieke punt van je verhaal.
  • Verander of choqueer niet aan het begin van een verhaal. De lezer heeft eerst een stevige basis van het verhaal nodig om te weten wat daarbinnen normaal is.   

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Daniele La Rosa Messina verkregen via Unsplash.

Spoilers in je voordeel gebruiken tijdens het schrijven

Pas op, spoilers! Vingers in de oren als je nog niet zover in het verhaal bent… Alleen al het benoemen van het woord ´spoiler´ kan zowel lezer als schrijver de kriebels geven. Maar als je het ´verpestende´ effect van een spoiler in je voordeel gebruikt als je verhaal nog in de startblokken staat, kan het een manier zijn om je verhaal juist extra stevig in de steigers te zetten.

Als de lezer de afloop al kent

In deze blogpost weet je lezer toevallig van begin af aan hoe de vork in de steel zit. Die heeft toevallig bij het oppakken van het boek de pagina openslagen bij de bladzijde van de grote onthulling. Volgens de aanname dat je het verloop of het einde van een verhaal niet mag verklappen, is dat het ergste wat er kan gebeuren. Want:

  • Eventuele plottwists worden ‘opgelost’ voordat de lezer kan ‘puzzelen’
  • Het is niet spannend meer
  • Je ziet alles al aankomen

Deze punten zijn allemaal zowel waar als niet helemaal waar. Op de oppervlakte klopt dat om vanzelfsprekende redenen. Maar de bewering wordt een stuk minder waar als je advocaat van de duivel gaat spelen. Doe je dat op het moment dat je de grote lijnen nog aan het uitzetten bent, dan ben je vrijwel verzekerd van een goed verhaal. Daarvoor stel je jezelf vragen over de basis van een goed verhaal.

De basis van goede spanning in een verhaal

Stel jezelf de volgende vragen en je komt erachter wat ieder spanningsboog in de basis heeft en waarom.

  • Wat geeft het plezier van een plottwist? De goede oplossing vinden of de speurtocht naar de puzzelstukjes en vragen als:
    – vind ik die puzzelstukjes?
    – kan ik de juiste puzzelstukjes bij elkaar zoeken?
    – zijn de puzzelstukjes origineel of passend bij het verhaal?
  • Waarom is een scène spannend? Omdat je wil weten óf iemand kan ontsnappen, of omdat de manier waarop dat gebeurt zenuwslopend is?
  • Begin je aan een boek omdat je wil weten wie het gedaan heeft, of omdat je zin hebt in een verhaal vol bedrog en intriges die zich langzaam maar zeker ontvouwen?

Waarschijnlijk zie je wel dat zolang je de aanloop naar een onthulling niet uniek, spannend of interessant maakt, je ook geen onthulling hebt die spectaculair, belonend of passend aanvoelt. Leuk als je in je originaliteit de door aliens ontvoerde caféhouder de oude dame heeft vermoord met een op Pluto gemaakt lasergeweer dat de politie niet kan ontcijferen. Maar als die verhaallijn inhoudelijk maar weinig spanning of inhoud heeft, kan je alsnog beter de hondstrouwe James de boosdoener maken. Zeker als blijkt dat hij naast een butler ook ’s werelds meest gehaaide crimineel blijkt te zijn.

Een stevige basis voor spanning in jouw verhaal

Nu je weet hoe een algemeen verhaal aan een stevige basis komt, kan je dat naar je eigen verhaal gaan vertalen. Voor een goed voorbeeld blijft James in deze uitleg de boosdoener. Je lezer weet dus al voordat die het boek ooit heeft aangeraakt dat James de grote schurk is. Wat kan je dan doen om James en het verhaal als geheel nog aanlokkelijk te maken en te houden?

  1. Maak James uniek: misschien schrijf je inderdaad het honderdste of duizendste verhaal waarin de butler het gedaan heeft. Maar een trope blijft een trope: een bouwsteentje voor een verhaal, niet het verhaal zelf. Doe daar je voordeel mee.

2 Kijk vervolgens naar hoe James zo anders is dan anders en hoe je dat in globale lijnen invulling aan het plot kan geven. Vermoordt James I met een pistool en uit wraak? James II doodt uit hebzucht en met een knuppel. En James III is zo gewiekst dat hij weet te doden met een simpel potlood, en doet dat uit machtslust.

3 Deze butlers moorden dus op verschillende manieren en vanuit verschillende motieven. Daar krijg je als vanzelf andere verhaalthema’s van. James I zal naar de buitenwereld vooral willen verhullen dat hij een reden heeft om wraak te nemen. Dat zorgt voor een alibi. Het verhaal van James III zal tussen de regels door moeten laten doorschemeren dat hij zich lange tijd onbelangrijk en een niemand op de wereld heeft gevoeld. Nu vindt hij dat het tij mag keren.
Combineer dit verhaalthema met de bevindingen uit punt 2.

De schets voor je verhaal maken

Als je bovenstaande drie stappen hebt doorlopen, heb je een basis voor een verhaal dat nooit honderd procent te voorspellen is. Zelfs niet als je schrijft over James MCXXVIII. Met deze basis kan je subplots gaan bedenken, nieuwe personages verzinnen, de de details van de moord gaan plannen en de setting gaan bepalen. Als je maar genoeg verfrissende (nieuwe) elementen aan je verhaal toevoegt, kan het zelfs zijn dat James, ook al is hij de butler die het ‘altijd gedaan’ heeft als verdachte niet meer opvalt. Het cliché of de trope kan dan zelfs in incognito raken. Want zou jij het bekende ‘de butler heeft het gedaan’ nog herkennen – of misschien liever gezegd cliché vinden- in het verhaal dat zich afspeelt in het Venezuela van het jaar 2411? En niet in een landhuis, maar in een doodgewoon huis waar de robotbutler het huis schoonmaakt en de vrouw des huizes deze metalen James op de kast heeft gejaagd door hem niet op tijd van de nodige updates te voorzien? Nu is de arme stakker het lachertje van de robotstraat met zijn laatste update uit het jaar 2407…

Een voorspelbare spoiler?

Uiteindelijk wordt een spoiler storend vanwege, maar vooral ook áls het verloop datgene is die hem voorspelbaar maakt. Zolang je ervoor zorgt dat een lezer altijd een pageturner in de handen heeft en dus een wat, wie of waarom te ontrafelen heeft, is het niet zo erg dat de afloop al bekend is. Als je het belang van een verloop in je schrijfproces vooropstelt en in de gaten blijft houden, is de kans heel klein dat je lezers het verhaal niet spannend vinden. Zelfs niet als ze al menen(!) te weten hoe het afloopt.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Afbeelding van Alexa via Pixabay.

Zo maak je een cliché origineel: het onuitgesproken geheim

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en je zelfs nog de goede weg in te slaan als het die kant op gaat. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: het onuitgesproken geheim.

Het cliché: snel nog even opbiechten

Een personage draagt al het hele boek een geheim met zich mee. Dan, tien regels voor het einde wordt dat geheim er in een enkele zin uitgeflapt. Het is duidelijk: hier wil je schrijver zijn momentje: ‘ach, wat een opluchting/ wat aandoenlijk/ wat fijn…’
Maar deze onthulling komt volledig uit de lucht komt vallen en leest enkel geforceerd en vervelend. Voorbeelden: een last minute coming out, de bekentenis altijd al verliefd te zijn geweest op de beste vriend, (hoera, een nieuw koppel in de laatste twee regels…) of een DNA-uitslag.

Waarom stoort dit zo?

Een geheim en de onthulling ervan zijn narratief pas sterk als je dat gedurende het boek kan ontrafelen. Bovendien werkt de wrap-up, die laatste zinnen of alinea’s voor het einde, alleen als je met je verhaal uitdrijft. Nieuwe informatie hoort daar niet.   

Een goede wrap-up

Een wrap-up komt in de laatste pagina’s alinea’s of regels voor de allerlaatste zin. In sprookjes is dat bijvoorbeeld: ‘Nu de wolf verdronken was, hoefden de geitjes nooit meer bang te zijn dat de wolf ze op zou eten.’  En ze leefden…
In de wrap-up wordt er extreem kort teruggekeken op een deel van het hoofdplot en trekt het conclusies hoe dat invloed heeft op het hier en nu. Terugkijkend op de angst om opgegeten te worden, weten de geitjes nu dat ze veilig zijn.
De wrap-up is de laatste sfeerbepaler, die aanstuurt hoe je lezer het boek dichtslaat. Tevreden, bibberend, zwijmelend… Maar let wel: over je hele verhaal, niet vanwege dat ene laatste snelle feitje.

Een geheim bewaren in een verhaal

Dit cliché heeft iets belangrijks gemeen met het cliché van het misverstand. Ze schreeuwen allebei: ‘Had dat dan gewoon gezegd!’ Dan had de lezer een beter verhaal gehad, hadden personages geen ruzie hoeven maken, of gek van een geheim hoeven worden.
Als de lezer moet begrijpen waarom een personage een geheim als zodanig beschouwt, moet je daar de nodige aandacht aan besteden. Zo kan de lezer meegaan in de beweegredenen  die je geeft. Dan pas wordt het echt een geheim, niet iets wat iemand gewoon niet verteld.

Het onuitgesproken geheim is bovendien als een plottwist waar geen hints naar worden gegeven. Dat levert irritatie op.  Het is als een moordmysterie met maar één hint in het hele verhaal. Of dat de hints zo ontzettend vaag zijn, dat je de schrijver zichzelf al een schouderklopje ziet geven omdat die ‘slimmer is dan de rest.’ Fijn… Het geheim hoeft dan niet meteen moord te betreffen, het effect is hetzelfde.
Minstens net zo erg: “Ik deel jouw vreugde om jou coming-out niet, want jou hele persoontje boeide me door de slechte schrijfstijl al tien hoofdstukken niet meer.”

Geef gedurende het verhaal voldoende hints die naar het geheim verwijzen.

Nu jij!

Schrijf een wrap-up waarbij je een geheim onthuld, maar wel het grote geheel laat uitdrijven. De premisse: een heimelijke vakantieliefde. Nu het afscheid nadert, gaat je held(in) liefde bekennen. Kijk dus terug op wat ze samen hebben gedaan, hoe de liefde is gegroeid en hoe die de held(in) achterlaat.

Je kan je scène plaatsen in de comments.

Gebruik je dit cliché? Let dan hierop:

  • Trap niet in de val dat het ene geheim serieus zou zijn, zoals seksuele geaardheid en het andere onschuldig, zoals een snoepje stelen. Hoe serieus het geheim daadwerkelijk is, heeft met het karakter en de omstandigheden van het personage te maken.
  • Is er iets belangrijkers in het spel dan het geheim? Dan is dat andere datgene wat in de wrap-up terug moet komen en afgerond moet worden.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Jackson Simmer verkregen via Unsplash

Schrijfoefening: test de stabiliteit van je plot

Een verhaal blijft spannend als er altijd iets op het spel staat. Dat kan iets heftigs zijn, zoals het leven van je held. Maar ook iets relatief kleins, zoals iets waar je personage zich op verheugt wat misschien niet doorgaat. Zo is je plot het liefst altijd met allerlei belangen gevuld. Maar de kans bestaat dat je omwille van een spanningsboog te veel van dit soort spannende dingen in je verhaal verwerkt. In deze schrijfoefening gaan we kijken of een bijzondere gebeurtenis inderdaad een plot kan dragen zoals je hoopt, of dat het eigenlijk gewoon onnodig gebruik van papier is.

Hoe kan een spanningsboog het plot vertragen?

Als je personage iets moet leren of de wereld waarin die leeft op zijn kop komt te staan, levert dat spanning op. Het is het bescheiden begin van een pageturnereffect. Ook kunnen het zaadjes zijn om een latere plottwist mee te maken. Een héél goede schrijver – iemand die wereldwijde gerenommeerde prijzen wint- doet dat relatief makkelijk op een manier waarbij al deze factoren min of meer hand in hand gaan. Ben je echter een beginnend of gemiddeld getalenteerde schrijver, dan is de kans groot dat je in je enthousiasme allerlei subplots of conflicten gaat bedenken die misschien wel aansluiten bij het thema en de heldenreis van je personage, maar het plot vertragen. Om dat te voorkomen kijk je nog eens goed naar de beats in je plot.

De functie van beats in een plot

Beats zijn de afzonderlijke punten in de drieaktenstructuur: de momenten die je kan gebruiken om te controleren waar je plot of je verhaal nu voornamelijk de focus op moet leggen. Moet er nu een conflict komen, of juist een moment van relatieve rust? Hoewel er vaak meer scènes zijn dan beats, is het voor nu wel handig om ze als losse scènes te behandelen. Een goede scène kan een miniverhaal op zichzelf zijn. Zo kan je voor deze oefening een beat ook zien om erachter te komen wanneer een spannend element eerder kwaad dan goed doet. Een aantal voorbeelden:

* In het eerste obstakel komt je personage erachter wat het kan en wat nog niet
* In de crisis moet de held erkennen dat zijn manier van handelen niet ideaal is geweest

Uiteraard kan je deze algemene benoemingen vertalen naar je unieke verhaal door er invulling aan te geven:
* In het eerste obstakel komt de arrogante bolleboos uit VWO 6 erachter dat het op de universiteit aanpoten is en dat hij niet zo alwetend is als hij eerst dacht.
* Bolleboos ontdekt in de crisis dat hij kennis als competitie heeft beschouwd en daarmee vijanden heeft gemaakt die met een betere of andere aanpak vrienden hadden kunnen zijn. Nu heeft Bolleboos helemaal geen vrienden.

Wat moet een beat vertellen?

Als het de bedoeling is dat Bolleboos tijdens het eerste obstakel achter zijn beperkingen komt, kan je dat gegeven verder aankleden door een klasgenoot – nog van de middelbare school of een medestudent van de universiteit- soortgelijke karaktertrekken of overtuigingen te geven. Dat kan diepgang geven en een zaadje zijn voor een later subplot. Je gaat echter de mist in als je omwille van die latere plotelementen of invulling van de spanningsboog de aandacht ook, zo niet voornamelijk vestigt op dingen als:
* Ik wil met Klasgenoot laten zien hoe arrogantie zich ook op een andere manier kan uiten, als aanvulling van die van Bolleboos.
* Bolleboos probeert in het eerste obstakel Klasgenoot af te troeven. Hij moet in plaats daarvan voornamelijk bang zijn voor zijn eigen ‘onkunde’.

Afdwalen in een spanningsboog voorkomen

Dit kan je doen om te voorkomen dat je te ver afdwaalt van datgene wat de aandacht hoort te krijgen.
* Controleer of je niet een ander verhaal schrijft dan je denkt.
* Schrijf al je plotlijnen op en rangschik ze naar relevantie. Je hoofdplot moet in zekere mate altijd in je verhaal zichtbaar zijn als de spreekwoordelijke rode draad.
* Ga na of je subplot niet ‘onzichtbaar diepgaand’ is.

Een onzichtbaar diepgaand subplot

Je verhaal als geheel en daarmee ook je subplots hebben een thema. Een van de manieren om die wat meer kleur en vorm te geven is door symboliek te gebruiken. Dan kan het gebeuren dat je symboliek in een poging tot meer diepgang een duidelijke verwijzing verliest.
Stel dat je schrijft over een slechterik die je als de spreekwoordelijke bloedzuiger weg wil zetten. Dan kan je hem fan maken van de legende van Dracula. Maar dat ligt er wel erg dik bovenop. Dus ga je verder denken. Dracula woont in Transsylvanië, in Roemenië. Dus wordt de slechterik een Roemeen die met zijn connecties in de onderwereld onschuldige burgers van hun geld berooft. O ja, en hij heeft natuurlijk als dekmantel een eigen slagerij, om bloed en slachting nog te symboliseren. Goed opgelost, toch? Wel in een verhaal dat al gaat over de onderwereld, of in een horrorverhaal waar alles en iedereen afgeslacht wordt. Niet als die eerdere bloedzuiger de vervelende oom is die elk kerstdiner zit te pochen over zijn succesvolle bedrijf waar hij schathemeltjerijk van is geworden, maar wel door zijn werknemers uit te buiten. Dan kan Oom toch beter fan zijn van Bram Stoker…
Dit voorbeeld is extreem, maar het laat wel zien dat als je een rijke fantasie en de wil om diepgaand te schrijven hebt, je nog niet eens zo heel veel sprongetjes nodig hebt om van goedgevonden diepe symboliek naar een warboel van onbegrijpelijke ideeën en verwijzingen te gaan. Heb je zo’n rijke fantasie? Je kan die in de hand houden door:

* een bewuste keuze te maken tussen symboliek en plot. Het is het een, of het ander…
* een proeflezer uit je doelgroep te vragen of die jouw gedachtengang bij kan houden.
* te controleren of eventuele persoonlijke symboliek al een voldoende basis heeft in je verhaal.

Als je al deze punten nagaat, heb je na wat oefenen en controleren een verhaal dat diepgaand en toch recht voor zijn raap blijft in het plotverloop. Iedere scène voegt iets toe en blijft spannend. Zei daar iemand pageturner? 🙂

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door charlesdeluvio verkregen via Unsplash.

Zo maak je een cliché origineel: de laatste goedmaker

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en de goede weg in te slaan als je tekst naar een cliché neigt. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: de laatste goedmaker.

Het cliché: excuses voor melodramatisch effect
Er ligt iemand op een sterfbed, of staat op het punt voorgoed te emigreren; een definitief afscheid is aanstaande. Dan zegt het ene personage tegen de andere personage dat het hele boek lang zijn vijand of rivaal was: “Ik heb me in je vergist. Vergeef me, jij bent wel degelijk een goed mens.”
Oftewel: er is een melodramatisch moment van excuses die het personage nooit zou uitspreken of zelfs zou menen als het plot niet besloten had dat er een Plechtig Moment moest komen.

Waarom stoort dit zo?

Het is bij dit cliché overduidelijk dat de schrijver wil dat de lezer gaat huilen. Bovendien helpt hij het plot een paar hele grote spreekwoordelijke hoofdstukken over te slaan van een interessant verhaal.
Een verhaal valt of staat bij een mooi groeiproces van een personage. En een verhaal wordt leuk omdat je dat als lezer met het personage doorleeft.
Moest dit (nu stervende) personage leren minder star of oordelend te zijn door te leren een ander te nemen voor wie hij is, of door ruzies bij te kunnen leggen?
“Ach joh, dat slaan we gewoon over. Het is maar driekwart van wat het verhaal inhoudt geeft…”
Bovendien begaat deze schrijver de vergissing dat alleen omdat die over iets verdrietigs schrijft, hij denkt dat de lezer mee gaat voelen. Dat is niet zo. Empathie verdienen van je lezer gebeurt niet vanzelf. Reken je daarmee niet te snel rijk.  

De aanloop naar het cliché

Bij dit cliché hebben twee personages al lang ruzie. Deze personages hebben daarbij een relatie waarvan je zou hopen of verwachten dat ze elkaar juist steunen, of elkaar op zijn minst zouden mogen of respecteren. Vader en zoon, voormalig beste vrienden of mentor en leerling, bijvoorbeeld. Zij liggen gedurende het (vrijwel) hele boek al met elkaar in de clinch. De ruzie bijleggen gaat niet, geen enkele oplossing helpt. Totdat er iemand ineens voorgoed dreigt weg te gaan. Want er moet wel een Plechtig Moment met het nodige gewicht komen…

Voorbeeldscène

Twee voormalig beste vrienden, vechten al heel lang om de avances van dezelfde vrouw.
Inderdaad, de liefdesdriehoek. Een perfect voorbeeld voor dit cliché, want het laat zien dat als een compleet verhaal en plot opslokt of vormt, zoals een liefdesdriehoek ook vaak doet, het gegarandeerd als cliché leest.  

Maar nu ligt een van de mannen op sterven en zijn laatste woorden zijn  “Zorg goed voor haar. Ze wordt gelukkig met een goed mens als jij. Het spijt me dat ik  je goede inborst niet eerder inzag.”

Zo kan je het cliché fixen
Om dit cliché te laten werken, moet je de scène flik rekken. In plaats van de focus te leggen op die enkele zin met die paar dramatische woorden, herhaal je de geschiedenis van deze personages met relatief weinig woorden. Hun relatie in gelukkiger tijden, als die er waren, de ruzie, de vervreemding en de oorzaak daarvan. Maar vooral ook: de pijn die er bij zo’n ruzie komt kijken. Laat blijken waarom dit personage uit zichzelf, zonder motieven en hulp van de schrijver tot inkeer komt. Blik terug op bepaalde beats in het plot, de lessen die dit personage heeft geleerd en wat de (achterliggende) motieven waren voor de manier van handelen. Gebruik hier gerust een handvol honderdtal woorden voor.  

Nu jij!

Herschrijf het dramatisch slot van de eerder genoemde liefdesdriehoek, maar maak het nu dramatisch in plaats van melodramatisch.  Je kan daarvoor de comments gebruiken.

 Gebruik je dit cliché? Denk dan hieraan

  • Waarom heb je deze personages überhaupt elkaars rivalen gemaakt?  Hopelijk vanwege een diepgaander thema, niet met dit cliché als einddoel…
  • Bedenk waarom het voor je personage pijnlijk is om op het allerlaatst nog iets toe te moeten geven en neem dat ook mee in je uitwerking.    

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Josue Escoto verkregen via Unsplash.

Als je een ander verhaal schrijft dan je dacht – deel 2

Soms schrijf je een verhaal dat door een verloop van een bepaalde scène of een nieuw idee heel erg verschilt van het verhaal dat je begonnen bent te schrijven. Je zal dan een aantal dingen moeten veranderen om je boek leesbaar te houden. Maar je kan ook zaken behouden. In deze blogpost kijken we wat je daarvoor kan doen.

Wat gaat er ‘mis?’

In de inleidende blogpost las je al dat je eerst moet kijken welk verhaal je eigenlijk wil vertellen om te kunnen beslissen hoe je verhaal verder moet. Daarna kijk je waar het mis is gegaan: waar ben je afgeweken van je originele verhaalthema, moraal, of heldenreis? Maar soms er niet zozeer iets mis, maar gewoon anders. Dat is het uitgangspunt van deze blogpost. Want wie zegt dat een verhaal over een ridder die een draak verslaat per definitie minder interessant is dan een matroos die een zeemonster verslaat?
Zo kunnen de ‘twee verhalen’ die je op de tekentafel hebt liggen in wezen heel erg op elkaar lijken als je wat beter kijkt. Maar ook als het ene verhaal gaat over een ridder en een draak en het andere over een corruptieschandaal bij een accountantbedrijf, hebben die verhalen waarschijnlijk een overlap. Want je bent wel erg in slaap gevallen als je pas na een half jaar doorhebt dat Regenboogeenhoornland ‘ineens’ de broedplaats is van dood en verderf in plaats van het thuis van suikerspinnen trampolines….

Zo snel kan een ommezwaai gebeuren

Op een bepaald moment heb je in kaart gebracht wat je met je verhaal wil vertellen of waar je in grote lijnen over wil schrijven. Voor deze casus is dat: ‘je kan niemand blind vertrouwen’.
Maar alsnog heb je het probleem dat Lucifer met zijn drietand alle suikerspinnen trampolines in Regenboogeenhoornland kapot steekt onder het genot van een kopje kinderbloed… Hoe dan?

Regenboogeenhoornland is een utopia. Om je verhaalthema naar voren te laten komen, gebeurt er iets dat scheurtjes in een perfecte wereld brengt. Een van de trampolines raakt versleten, waardoor je je kan bezeren: vertrouw er niet blind op dat je nooit iets zal overkomen, blijf waakzaam. Hoe raakt die trampoline versleten? De tand des tijds natuurlijk, maar je had ook een eenhoorn kunnen inhuren om een veiligheidsinspectie uit te voeren. Onschuldig oorzaak en gevolg. Maar dat is zo sáái, want dat probleem zou binnen een paar zinnen opgelost zijn. Geen groeiproces, geen save the cat… Een kwajongen begint aanlokkelijk te lijken. Maar als het jochie een keer de eenhoorninspecteur dwarszit, maakt dat nog steeds geen blijvend interessant verhaal. Dus gaat je thema verder: Vertrouw er niet alleen niet op dat de eenhoorninspecteur op tijd langskomt, waak ook voor kwajongens. Ineens lijkt je verhaal met deze ommezwaai veel interessanter en diepgaander. Lucifer stuurt al om het hoekje en jawel, vijf hoofdstukken laten zit hij daar aan zijn rode drank te lurken, want als je bij de duivel te goed van vertrouwen bent, dan zijn de rapen helemaal gaar. Dan is het moraal helemaal duidelijk en het cirkeltje rond. O, wacht even…Oeps…

Meer conflict betekent meer diepgang?

Een ‘tweede verhaal’ ontstaat vaak vanuit een enthousiasme voor meer conflict. Daar is niets mis mee, want een conflict houdt een verhaal gaande. Maar bedenk goed of een nieuwe koers of verdieping ook echt conflict is. Is het misschien eerder een opstapeling van problemen, in plaats van een conflict? Een goed narratief conflict kan verdieping uitlokken met een enkel voorbeeld. Bovendien kunnen te veel conflicten je verhaal weer rommelig maken.
Je kan ook bedenken dat er paniek ontstaat omdat de eenhoorninspecteur zich een keer heeft verslapen: het is een scheur in de bubbel van perfectie. Vertrouw niemand blind, kan je op deze manier veranderen in: ‘vertrouw een gewoonte of systeem niet compleet’. Of: ‘hou rekening met menselijke fouten.’ Als je op deze manier heel minutieus naar je thema, heldenreis of moraal kijkt, kan je het soms relatief eenvoudig ombuigen om het weer tot een verhaal om te vormen.
Als je weet waar het kraakt, kijk dan ook eens op plotniveau waarom dit moment een ommezwaai is. De eenhoorns hebben een probleem met (een gebrek aan) perfectie. Misschien moeten ze perfectie gaan wantrouwen en kleine imperfecties gaan vertrouwen als iets onvermijdelijks in het leven. Nieuw moraal bij het verhaalthema vertrouwen: onarm wat er op je afkomt, in plaats van perfectie na te streven.’

Twee kanten van dezelfde medaille

Vooraan de blogpost las je al dat de twee verhalen die je langs elkaar af schrijft, hoe dan ook een zekere overlap hebben. Het kan helpen om die overlap wat beter te onderzoeken. Waar zit die overlap precies en waar houdt die ook weer op? Denk aan het idee dat je iemand niet kan haten voordat je van diegene gehouden hebt. Of op zijn minst de verwachting had dat diegene fatsoenlijk zou zijn. De brutale onbekende met de chagrijnige kop die voordrong bij de supermarkt wekt wat ergernis op, maar geen haat: op hem ga je geen wraak nemen. Voor wat meer uitleg over die zoektocht naar dat grijze gebied, kan je deze blogpost lezen.

Als je het grijze gebied gevonden hebt, is de kans aanwezig dat je scènes, elementen, of plotlijnen van zowel je verhaal van Regenboogeenhoornland als Luficer kan gebruiken voor de nodige balans, of een prettige spanningsboog. Eerder ben je ‘afgedwaald’ en nu weet je waarom. Die daar je voordeel mee. Zet je scènes, personages, plottwists, wat je ook maar vindt op een rijtje. Voor extra overzicht kan je de grijze gebieden in cirkels tekenen en daarbinnen steekwoorden van de verhaalelementen opschrijven:

Een ‘tweede’ of een ‘ander’ verhaal is vaak niet zo ernstig als het op het eerste gezicht kan lijken. Je moet gaan reviseren, maar je hebt vaak nog wel heel veel bruikbaars over. Laat je niet te snel ontmoedigen en kijk goed naar welk verhaal je wil vertellen. Dan zit je al snel weer op de goede rit.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Dan Farrell verkregen via Unsplash.