Wat als je personage iets te bekennen heeft?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage iets te bekennen heeft?

Als je personage een geheim heeft, kan dat op een bepaald moment te veel worden. Dan wil het iets opbiechten. Omdat dat narratief gezien smullen is, gebeurt er na een biecht veel met het plot en besteed je er ook de nodige aandacht aan om het uit te werken. Daarom is er een aantal dingen die je in de gaten moet houden als je personage iets moet bekennen.

Kijk goed naar je verhaalthema

Neem je verhaalthema nog eens goed onder de loep als je een bekentenis in je verhaal verwerkt. Een geheim kan namelijk je verhaalthema vormen. Maar als je personage opbiecht de hele familie voor bakken met geld te hebben opgelicht, dan is het thema eerder verraad.
Omdat het thema op verschillende manieren en op verschillende momenten in het verhaal terugkomt, hoor te je weten hoe je dat gaat invullen. Je zal er subplots en extra personages bij moeten bedenken. Ga dus goed na hoeveel gewicht (het opbiechten van) een geheim heeft of moet krijgen in je verhaal. Dat kan het volledige plot van je verhaal bepalen.

Wanneer komt het hoge woord eruit?

Als de biecht op het moment suprême van het verhaal komt, heb je een fikse aanloop nodig en dien je je personage mentaal klaar te stomen voor dat moment. Dat vormt dan het centrale conflict: met vallen en opstaan en twijfels en overwegingen verzamelt het de moed om zijn geheim op te biechten.

Als de biecht in het begin van je boek komt, zijn er twee opties:

  • Je laat de lezer merken dat je personage met deze biecht uit een comfortzone komt en dat hij in bepaalde aspecten van zijn leven bij nul moet beginnen. De heldenreis vormt dan: opnieuw zijn plaats in de wereld vinden.
  • Je gaat met flashbacks werken en laat de lezer er langzaam maar zeker achterkomen wat tot deze biecht geleid heeft. Op hetzelfde moment leert de lezer het plot en de personages kennen. Aan het einde van het boek kent de lezer het figuurlijke hele verhaal en heeft hij bewondering voor de held die de heldenreis op pagina 1 al voltooid heeft.

Deze verschillende opties vragen afzonderlijke manieren van uitwerken. Kijk goed welke informatie je achterhoudt voor een mogelijke plottwist of wat je überhaupt al dan niet vertelt aan de lezer om het verhaal altijd interessant te houden.

Waarom nu? Waarom aan deze persoon?

Vóór de biecht is er een geheim. Dat geheim wilde je personage niet voor niets in stand houden. Bedenk waarom je personage juist op dit moment besluit iets te bekennen. Vergeet ook niet aan wie je personage iets opbiecht. Vertrouwt je personage de ander? Is er sprake van een oneerlijke machtsverhouding en móet je personage nu wel gaan praten?
Aan wie je personage ook iets bekent en ongeacht de reden, neem de relatie met dat andere personage mee in je uitwerking. Omdat een biecht iets groots is voor het plot, is het onvermijdelijk dat de relatie tussen de twee personages dat ook is. Geef die daarom ook de nodige aandacht.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Grant Whitty op Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Show don´t tell schrijftip: het cadeau

Cadeaus geven wordt met enige regelmaat gedaan. Het gebeurt op verschillende momenten en er komen meerdere elementen bij kijken. Bij een aantal daarvan denk je niet of nauwelijks na. Kijk wat beter naar alles wat er bij cadeaus komt kijken en je leert heel wat meer over het karakter en de waarden van je personage.

Wat zegt een cadeau over je personage?

In deze blogpost komen verschillende aspecten van het geven van cadeaus voorbij. Het eigenlijke cadeau, de prijs, de verpakking, enzovoorts. Voor een duidelijke uitleg zijn de vergelijkingen die ik daarbij geef extreem of zwartwit. Het is aan jou de kunst om het grijze gebied daartussen te vinden dat bij je personage past.

Iemand die altijd dure cadeaus geeft en een ander het winkelen laat doen, is waarschijnlijk een arrogant rijkeluiskindje. Als je merkt dat je personage eendimensionaal lijkt te worden, kijk dan verder naar een ander element van het cadeau geven. Bijvoorbeeld hoe vaak het personage cadeaus geeft. Doet het dat als er echt iets te vieren valt, zodat het een cadeau ook echt een viering symboliseert?
Komt er na het bestuderen van andere invalshoeken nog steeds een stereotype personage uit? Dan moet je de personagebiografie misschien aanpassen of uitbreiden.

Het eigenlijke cadeau

Uit het eigenlijke cadeau kan je opmaken of je personage weet wat de ontvanger leuk vindt. Het kan ook zijn dat hij niet weet wát te geven -wat geef je iemand die alles al heeft wat hij wil?- Maar het maakt een verschil of hij weet waar hij de ander blij mee zou maken, of juist niet. Dat kan aangeven hoe goed hij de ander kent, of hoeveel moeite hij wil doen voor de ontvanger om het perfecte cadeau te vinden. Spendeert je personage uren om een cadeau helemaal passend te maken -letterlijk door te knutselen, of figuurlijk door uren door folders te bladeren-? Of is hij eigenlijk wel makkelijk: met een fles wijn zit je altijd wel goed, want die gaat op een feest toch wel op.

De prijs van het cadeau

De prijs van het cadeau kan grofweg drie dingen zeggen:

* hoe rijk je personage al dan niet is;
* hoeveel geld je personage ervoor overheeft om de ontvanger iets leuks te geven;
* of je personage dure cadeaus gebruikt om op te scheppen over zijn rijkdom, of om te hielenlikken.

De verpakking van het cadeau

Is het cadeau uitgebreid verpakt? Kan je zien dat er een hele verpakkingservice aan te pas is gekomen die de gever tien euro extra kost? Dat kan een teken zijn van aandacht, of juist van snoeverij.
Is het cadeau slordig of niet ingepakt? Dan is de gever gehaast, een slechte knutselaar, of het cadeau wat minder oprecht.
Is het cadeau handmatig en creatief ingepakt? Dan is er aandacht naar het cadeau gegaan en geeft de gever veel om de ontvanger. Waarschijnlijk heb je ook met een Crea Bea te maken 😉

Een verpakking kan veelzeggend zijn. Foto door Olivia Bollen op Unsplash.

De winkel waar het cadeau is gekocht

Een tas van de Hema of van Gucci? Een opschrijfboekje van de Action of van de vulpennenspeciaalzaak? Zodra de winkel wordt genoemd, (in verhalen in ieder geval) kun je er de donder op zeggen dat de gever opschept als hij bij Gucci is binnengestapt of zich schaamt als hij bij de Action cadeautjes heeft gekocht. De prijsklasse van de meeste winkels is wel bekend. Zodra je de noodzaak voelt om dat te benoemen, maak je van de prijs een ding. Waarom zou je personage dat doen? Zeg het maar 🙂

Een gekocht of besteld cadeau

Heeft je personage door winkels gestruind om een cadeau te zoeken of online iets besteld? Online bestellen is makkelijker, sneller en soms ook overzichtelijker dan fysiek winkelen. Als je personage daar de voorkeur aan geeft, is hij waarschijnlijk druk of gesteld op gemak. Dat kan iets zeggen over de relatie met de ontvanger, maar dat kan ook in het karakter van je personage zitten. Zo kan je personage wel een uur in de stad willen zoeken naar een cadeau voor zijn moeder, maar niet voor een vage kennis. Of het gewoon makkelijk vinden om op bol.com binnen vijf minuten alles geregeld te hebben.

Een gemaakt of gekocht cadeau

Het verschil een gemaakt of gekocht cadeau kan te maken hebben met het budget van je personage (zelfgemaakt kan goedkoper zijn), zijn creativiteit – de Crea Bea vindt dat gewoon leuk om te doen- of de aandacht die naar een cadeau gaat: zelf iets maken kost doorgaans meer tijd dan iets kopen.

Hoe vaak geef je een cadeau?

Meent je personage dat het voor het minste of geringste cadeaus moet ontvangen? Dan is de ontvanger vaak verwend of materialistisch ingesteld. Als de ontvanger cadeaus wil krijgen voor elk van de volgende gebeurtenissen:
* verkering krijgen
* een halfjaar samen zijn met een partner – die al dan niet de gever is-
* samenwonen
* verloven
* bruiloft
* huwelijksreis
* zwanger zijn
* de eerste echo
* genderreveal
* de volgende echo
* geboorte
* eenjarig huwelijksjubileum
* kraamvisite
* doop van het kind

En de gever vindt het alleen nodig – of kan het zich alleen veroorloven- om voor twee van deze gebeurtenissen een cadeau te geven, dan is dat een goede show don’t tell dat er waarschijnlijk een onuitgesproken ruzie speelt tussen die twee. Of op zijn minst dat ze niet weten wat ze van elkaar (mogen) verwachten. Dat zal interessante gevolgen hebben voor de relatie.
Als je personage cadeaus koopt of blijft kopen, ondanks dat het dat niet wil, of niet kan betalen, zegt dat iets over hoe gevoelig hij is voor sociale druk, Misschien heeft dit personage een gebrek aan assertiviteit, of is het een pleaser.

Wanneer geef je een cadeau?

Bedenk wanneer je personage een cadeau geeft. Dat zegt iets over wanneer een cadeau verwacht wordt. Wat is de cultuur van je personage? Cadeautjes geven na Ramadan is heel gewoon, maar iemand die niet vast, doet daar dus niet aan.
Wanneer je personage uit eigen beweging een cadeautje koopt, zegt dat iets over wat hij belangrijk vindt.
Geeft niemand anders een cadeau als de ontvanger zijn eerste schilderij heeft afgemaakt? Dan is het voor de gever waarschijnlijk belangrijk om uitingen en voltooiingen van creativiteit van de ontvanger te vieren.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage een belofte verbreekt?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage een belofte verbreekt?

Een belofte verbreken is iets vreselijk naars. Je zou het zelfs kunnen zien als een vorm van verraad.
Soms het weegt in zekere zin nog zwaarder. Bij verraad doe je doelbewust iets slechts. Bij het verbreken van een belofte doe je iets wat je niet wilde doen. Bovendien had je gezworen dat je iets (niet) zou doen. Nog meer dan bij verraad is de integriteit van je personage beschadigd. Wat heeft dat voor gevolgen voor de heldenreis?

Dit artikel gaat in op serieuze beloften die verbroken worden terwijl je personage dat niet wilde. Dus de belofte verbreken dat je de volgende keer wél op tijd komt, of beloften waaraan je personage zich überhaupt nooit wilde houden, tellen niet mee.

Vallen en even niet opstaan

Niemand vindt het fijn om te horen dat je niet te vertrouwen bent. Maar dat is goed mogelijk is als je ongewild een belofte breekt. Op zo’n moment valt de grond onder je voeten vandaan. Vallen en opstaan is een bekend credo in de schrijverswereld, maar op zo’n moment kan je personage alleen maar keihard op de grond neervallen. In de save the cat structuur is dit het moment van de crisis. Anders dan bij een clue is dit niet het moment waarop je personage zich even rot voelt en verschillende opties overweegt om verder te gaan. Je personage kan nu niet verder. Het zit even helemaal vast.
Dit is het moment om je personage helemaal in te laten storten. Laat de zelftwijfel, zelfverachting, woede en het verdriet duidelijk naar voren komen.

Beginnen bij nul

Je personage moet misschien weer bij nul beginnen als het gaat om het (terug)winnen van vertrouwen. Het maakt niet uit hoe goed het over zijn fouten heeft nagedacht. Dit gaat een eng en moeilijk moment zijn, ook voor degene aan wie iets beloofd was. Als de belofte echt veel voeten in de aarde had, schud dan niet te snel weer handjes. Laat zien hoe de relatie veranderd is, en wat er van beide personages wordt gevraagd om de relatie weer op te pakken. Misschien beginnen ze bij één of twee in plaats van nul, maar maak je geen illusie dat na een excuus alles vergeten en vergeven is. Als dat wel zo is, weegt je belofte waarschijnlijk niet zo zwaar voor je personage(s) als je dacht. Kijk in dat geval waar je het belang van de belofte eerder in het verhaal wat meer kan verduidelijken.

Weer verder

Het is aan jou om te bepalen of en hoe de personages met elkaar verder gaan nadat een belofte is verbroken. Houd er wel rekening mee dat beide personages het maken –en verbreken– van de belofte in hun spreekwoordelijke rugzakje meenemen in hun verdere leven. Dat kan zowel een voor-als een nadeel zijn. Het kan je personage vastberaden maken geen misstap meer te maken. Of het personage kan nooit meer iets durven beloven. Beide opties kan je gebruiken voor een verhaal. Maar zorg er wel voor dat je deze afloop weet voordat je de belofte laat verbreken. Dat is namelijk van grote invloed op de rest van je verhaal.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto: Ryan Franco op Unsplash

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Zo schijf je over onrecht in een boek

Schrijven over onrecht is niet ongewoon in fictie. Een uitverkoren personage neemt het met regelmaat op tegen een allesoverheersende slechterik. Je schrijft altijd waarom je vindt dat iets onrecht is. Dat vormt de strijd van je hoofdpersonage. Lees hier over de verschillende rollen die je hoofdpersonage aan kan nemen als er onrecht in het spel is.

Welk gezicht geef je onrecht?

Je kan in grofweg drie manieren over onrecht schrijven in fictie. Je hoofdpersonage speelt daarin een belangrijke rol, omdat de lezer door diens ogen het verhaal beleeft. Deze uitwerkingen maken een verschil voor de toon van je verhaal als geheel. Ik maak in deze blogpost het volgende onderscheid:
* Het hoofdpersonage in een slachtofferrol
Dit personage kan daadwerkelijk slachtoffer zijn van onrecht of dat slechts vinden. Hoe dan ook komt hij niet in beweging om iets aan het onrecht te doen.
* De verzetsheld
Deze held is actief in het strijden tegen onrecht, maar niet zijn heldendaden, maar het onrecht zelf krijgt de meeste narratieve aandacht. Je ziet de held dus niet met een zwaard ten strijde trekken, maar vooral hoe de gediscrimineerde mensen die hij voedt, creperen van de honger.
* De vechtende held
Deze held vecht daadwerkelijk tegen een enkele leider of groep, zoals Heer Voldemort of de Nazi’s. Als je held erin slaagt om dit individu of deze groep te verslaan, is de wereld gered, de oorlog voorbij of worden inhumane wetten afgeschaft. Je held vecht direct tegen die- of datgene dat onrecht zaait of in stand houdt. Daardoor krijgt de heldenstatus van je hoofdpersonage de meeste narratieve aandacht en blijft het onrecht een relatief breed begrip.

De slachtofferrol

Het personage in een slachtofferrol vindt zichzelf zielig. Hij vindt het vreselijk wat hem is aangedaan of wat er gebeurt, maar doet niets om zelfs maar te proberen de situatie of zijn beleving daarvan te veranderen. Hij komt zijn comfortzone dus niet uit. De comfortzone van een slachtofferrol staat gelijk aan die van een huis van een paar miljoen, met een zwembad, bedienden en een zespersoonsbed. Het is veel te knus om te wíllen verlaten. Je kan daar immers steen en been klagen en afwachten tot een hogere macht of een ander personage de echte strijd gaat voeren. Jouw zielige personage hoeft (lees: doet) dat niet.
Een personage in een slachtofferrol kan als goede katalysator dienen voor de echte helden: niet zeuren, maar doen! Je kan een personage in een slachtofferrol dus gebruiken om de woede of verontwaardiging bij anderen op te roepen. Maar hij mag niet de held van het verhaal worden.

De verzetsheld

Een personage in een slachtofferrol helpt het verhaal niet verder en is vervelend om over te lezen, omdat het verhaal en de omstandigheden door die houding niet veranderen. Een verzetsheld weet dat ook. Sterker nog, hij weet dat een slachtofferrol aannemen de ellende alleen maar kan bagatelliseren. In zekere zin is een personage in een slachtofferrol een tell: De oorlog is zo eng! Ik ben bang, dus ik blijf op een afstandje erover klagen en/of er bang voor zijn.
Je loopt dan het risico om bij de lezer de reactie uit te lokken: waar ben je dan precies bang voor? Stel je niet zo aan!
Maar de verzetsheld laat dat duidelijk zien: De oorlog is eng, want als ik mensen na de avondklok opzoek om hen van broodnodig voedsel te voorzien, hoor ik in de verte bommen ontploffen, zie ik steeds opnieuw de uitgemergelde gezichten van jonge kinderen en ruik ik de stank van lijken op straat en van mensen die zich uit pure doodsangst bevuilen.

Een verzetsstrijder ziet dit, iemand in een slachtofferrol woont veilig in een villa, vijftig kilometer hiervandaan.
Foto door Mahmoud Sulaiman op Unsplash.

Bovenstaand voorbeeld van de show don’t tell van de verzetsheld laat zien waar je bij hem vooral over schrijft. Je laat van dichtbij zien hoe dat onrecht zich uit: buitensluiting, uithongering, ziekten, slavernij, geweld… De verzetsheld staat in verhouding tot de vechtende held dichter bij het gewone volk. Hij is degene die het allemaal van dichtbij ziet gebeuren en heeft een relatief grote kans om een – oprecht- slachtoffer te zijn, te zijn geweest of te worden van dit onrecht.
Als je geschiedkundig naar onrecht kijkt, zijn er veel meer verzetsstrijders dan vechtende helden die ertegen strijden. Een verzetsstrijder is een echte held, maar staat minder als zodanig op de voorgrond van je verhaal. Als je het onrecht zelf een gezicht wil geven, is de verzetsheld je ideale hoofdpersonage.
Een verzetsstrijder kan ook de vorm aannemen van een demonstrant of activist. Hij kan connecties hebben met de hogere kringen, maar dat hoeft niet. Hij is er in ieder geval nooit onderdeel van.
Een verzetsstrijder word je niet als je ook weg kan (blijven) kijken. Kijk daarom goed naar het motief van je personage om zich in de strijd te mengen. Laat het onrecht bovendien heel dicht bij zijn beleefwereld komen. Met andere woorden: bedreig zijn waarden of (het welzijn van) zijn geliefden:

* Als vrijheid van godsdienst het hoogste goed is voor je personage, dreig dan met het sluiten van alle moskeeën.
* Laat hem met de regenboogvlag wapperen. Zelf is je personage hetero, maar een week geleden is zijn transgender zoon mishandeld en justitie haalt de schouders op.

Wil je het onrecht uiteindelijk het onderspit laten delven, kijk dan naar de vechtende held.

De vechtende held

De vechtende held kan je vergelijken met een legergeneraal. Hij vecht daadwerkelijk voor de goede zaak, maar omdat hij voortdurend op het slagveld is, krijgt hij veel minder mee hoe het onrecht waartegen hij vecht er daadwerkelijk uitziet. Hij krijgt vooral de kans en/of probeert om Generaal Onrechtstichter te verslaan. Daarmee zet hij de schakel in gang die het onrecht daadwerkelijk kan eindigen. De vechtende held kan ook een hoge politicus of een uitverkorene zijn. Hij zal het onrecht minder in de praktijk zien dan de verzetsstrijder, maar zorg er wel voor dat hij het zo nu en dan onder ogen ziet. Laat hem een verwoest dorp bezoeken of spreken met demonstranten. Tegen een ‘onzichtbaar onrecht’ vechten is niet heldhaftig en de lezer kan zich gaan afvragen waar het verhaal nou eigenlijk over gaat. De vechtende held is een mix van show en tell als het gaat om het onrecht een gezicht geven.


Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage een verrader is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage een verrader is?

Het woord verrader roept allerlei duistere associaties op. En daarmee is het narratief gezien erg interessant. Want wat geeft aanleiding tot het verraad? Daar zit een verhaal achter…
Met iets waarbij zoveel vraagtekens en mogelijkheden zijn, kun je eindeloos veel kanten op. Maar er zijn wel twee soorten verraad te onderscheiden: vanuit goede of slechte bedoelingen.
Als je held verraad pleegt, komt het verraad hoogstwaarschijnlijk ook uit goede bedoelingen voort. De antagonist heeft iets kwaads in de zin. De opzet en de reden voor het verraad moet je goed voorbereiden om het ook te laten overkomen zoals je het bedoelt.

Het verraad van de held

Omdat verraad iets vervelends en heftig is, zal je held er niet blij mee zijn om daartoe zijn toevlucht te moeten zoeken. Laat hem daarom:

  • * duidelijk worstelen met het feit dat hij iets naars moet doen;
  • * zijn persoonlijke waarden duidelijk blijken, zodat je lezer weet waar hij precies mee worstelt;
  • * geen keuze: een held ‘verlaagt’ zich niet zomaar tot iets wat immoreel is;
  • * ook na zijn verraad het nodige doen om in het reine te komen met zichzelf en anderen.

Soms is verraad niet per se zwart wit. Iedereen zal het erover eens zijn dat het laf verraad is om een je beste vriend voor een fortuin op te lichten, alleen zodat jij een villa kan kopen. Maar wat als het gaat om iets waar je meningen over kunnen verschillen?
Is het verraad als je een verjaardag van een vriend overslaat om naar een belangrijke vergadering te gaan? Mag je je kind een keer extra naar de oppas brengen zodat jij een dagje kan opladen, of is dat verraad van goed ouderschap?

Kijk dan eens goed naar je verhaalthema. Welke boodschap wil je ermee overbrengen? Bedenk dat je held uitdraagt waar jij als schrijver het mee eens lijkt te zijn. Je maakt hem immers je held, niet de tegenstander. Een thema kan soms een zetje geven om –ook als schrijver-  te bedenken waar jouw waarden en daarmee die van je held precies liggen.

Het verraad van de tegenstander

Verraad is slecht en meestal – hoewel niet altijd- is de tegenstander ook een slechterik als het om morele waarden gaat. Dan lijkt het verraad van een tegenstander makkelijk uit te werken: maak hem gewoon door en door slecht. Maar dan wordt de situatie erg eendimensionaal. Een toevlucht die de laatste jaren populair is geworden: geef de slechterik een tragisch achtergrondverhaal. Zodra je weet dat hij als kind mishandeld is, is het logisch dat hij nu gemeen is en uiteindelijk mensen verraadt. Dat is een begin, maar pas op dat je het niet daarbij laat: zo beroof je het verraad van zijn duistere en zwarte karakter. Verklaar wat de aanzet heeft gegeven, maar benadruk – of vergroot desnoods een beetje- wat de vreselijke gevolgen van het verraad zijn. Zo voorkom je dat verraad iets wordt waar je je schouders voor op zou kunnen halen. En laat de slechterik niet al te veel berouw tonen. Een beetje mag, maar het echte worstelen met moralen is voor de held weggelegd.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Schrijfprompts uit je opschrijfboekje halen

Als je schrijft, zijn er momenten waarop er zomaar iets klikt. Dat levert dan een hoop inspiratie op. Zorg dat je dat dan opschrijft in je opschrijfboekje. Naarmate je opschrijfboekje steeds voller raakt, kan je die elementen combineren tot een geheel nieuw idee.

Aanleiding blogpost

Als je mijn blog gevolgd hebt, weet je dat ik recent in Amerika was. Het hooggerechtshof besliste op een van die dagen over de ‘houdbaarheid’ van Roe vs. Wade: of staten voortaan zelfstandig mochten besluiten om abortus illegaal te maken. Op die dag werd ik gewaarschuwd: als je morgen niet in de buurt van ‘het Malieveld van de stad’ moet zijn, kun je daar beter wegblijven. Misschien valt het mee, maar controversieel als deze kwestie is … Je kan het beter niet opzoeken.
Uiteindelijk heb ik in die hele daaropvolgende week welgeteld één vrouw een keer met een protestbord op de straat zien staan. In haar eentje. Ze scandeerde niet eens. Wat ik wel overal en de hele tijd zag waren regenboogvlaggen: June is Pride month. Zo nu en dan zag ik mensen ook echt Pride month vieren. (Veel beter dan een eng protest :D)

Symbolieken combineren

Toen ik in het vliegtuig terug naar huis zat, zag ik vanuit het raampje een prachtig beeld: de schaduw van het vliegtuig op het wolkendek, omringd door een halo van regenboogkleuren. De daaropvolgende symboliek diende zich als vanzelf aan. Ik dacht terug aan “blijf daar maar weg” en hoe ik vervolgens alleen maar pride tegenkwam.
* de reis (de schaduw van het vliegtuig)
* was meer omringd (de halo)
* door pride (regenboogkleuren van de halo) dan door protest.

Dit is niet mijn foto; ik was te druk bezig om dit aangezicht te bewonderen, maar dit zag ik dus 😀
De foto is van https://earthsky.org/earth/what-is-an-airplane-glory/

Toen ik die symbolieken opmerkte als een trope, ging ik bedenken waar een/dit vliegtuig symbool voor zou kunnen staan, of wat een vliegtuig überhaupt is.
* reizen
* groot, log en zwaar (het helpt als je de motoren van zo’n machine heel goed kan horen op zo’n moment 😉 )
* er zitten honderden mensen in dit vliegtuig. Waarom willen honderden mensen allemaal op deze, dezelfde dag van (uitgerekend) Seattle naar (uitgerekend) Amsterdam? Wat beweegt hen? Wat is het verhaal erachter?
* het einde van mijn vakantie (verdorie… Maar hé: dan ga je wel op je reisverhalen reflecteren. Ook voer voor inspiratie!)
* dit specifieke vliegtuig gaat niet neerstorten, want het wordt beschermd door een hele mooie halo: de symboliek van engelen! Ik was niet bang om neer te storten, maar die symboliek viel me wel op, dus – belangrijk!- schreef ik het op.

Als je dit soort brainstorms opschrijft, kom je tot eindeloos veel tropes en symbolieken die je eindeloos kan combineren.

Hoe ga je symbolieken combineren?

Als je symbolieken goed combineert, kan dat een heel scala aan schrijfprompts opleveren. De voornaamste truc is dat je niet te snel moet ophouden met brainstormen en het niet bij de cliché-achtige associaties moet houden. Natuurlijk staat een vliegtuig symbool voor reizen, een regenboog voor pride en een halo voor engelen, maar als je nog niet verder komt dan dat, denk dan nog even verder. Anders kom je niet verder dan een trope: De biseksuele, religieuze student gaat op reis.

Gebruik die eerste, relatief eenvoudige associaties om verder te denken, of om bruggetjes te slaan.
* Dus het komt in je op dat een engel dit vliegtuig beschermt, vanwege de halo? Misschien is dat wel een voorteken dat er een engelachtig personage in het vliegtuig zit. Of een voorbode van dat het vliegtuig wel degelijk gaat neerstorten en het juist die bescherming van de engel nodig heeft.
* Een halo, een regenboog en pride month op de plek van locatie? Moet je reizende biseksuele hoofdpersoon in het reine komen met zijn seksualiteit, of gaat hij het juist vieren?
* Een zwaar, log vliegtuig en een ‘engel aan boord?’ Dat is tegenstrijdig… De zwaarte van het vliegtuig kan de psychologische zwaarte symboliseren die je personage doormaakt. Misschien ontmoet hij wel iemand die die zorgen kan verlichten.

Zo heb je al een voorzichtig begin van een plot.

Wanneer heb je bruikbare symboliek?

Het mooie -en vervelende- van het speuren naar symboliek is dat het zowel uitzonderlijk makkelijk als vreselijk moeilijk kan zijn. Een woordenweb maken kan helpen om je voorbij het punt van de logische associaties te brengen. Maar dat werkt niet altijd; soms is het gewoon je dag niet. Net zoals je op een dag uit het niks een aha-momentje kan hebben waar een compleet verhaal uit ontstaat.
Bedenk: zodra het begint te kriebelen met het idee: hier kan ik iets mee… Dan is het bruikbaar. Ook al klinkt het als een open deur. Het zal maar eens een open deur zijn waar je nog nooit voor gestaan hebt. Dan kun je er ook niet door lopen 🙂
Neem het vliegtuig. Ik heb dat eindeloos vaak als symboliek voor reizen gezien, maar nog nooit als symbool voor iets logs of zwaars. Terwijl ik sinds ik drie ben weet dat je een vliegtuig niet met een hand op kan tillen. Maar dat diende zich aan omdat ik op dat moment toevallig met symboliek aan het spelen was en de motor hoorde. Twee puzzelstukjes die zich nog nooit als zodanig hadden aangediend.
En als ik op dat moment ook niet al bezig was met de symboliek van pride en engelen, was ik nooit tot de trope gekomen van de zwaarmoedige biseksueel die op zijn reis besluit zich te religieus te bekeren.

Geen vliegtuigregenbooghalo: vertrouw op de kriebel

Het woord vliegtuigregenbooghalo alleen al bewijst dat ik toen ontzettend veel geluk heb gehad. Geluk kun je niet afdwingen, dus wat als het even niet zo uitzonderlijk mee zit? Dan is het een kwestie om op de kriebel te vertrouwen. De kriebel je lijkt te zeggen: schrijf op, want hier kan je iets mee. Misschien niet nu, maar later wel als missend puzzelstukje. Zoals ik nu het gegeven dat een vliegtuig zwaar is, niet in mijn voorbeelden heb gebruikt. (Laten we eerlijk wezen, die vliegtuigregenbooghalo spreekt veel meer tot de verbeelding).
Maar het feit dat ik dat heb opgeschreven, maakt wel dat het al ergens in mijn achterhoofd zit kan blijven hangen. Tot het moment dat ik inspiratie krijg van een specht in een boom en die koppel aan een zware, logge machine en zo een nieuwe ‘Transformer’ verzin. (Zie je wat er gebeurt? 😉 )

Veel succes!

P.S. Bij het zoeken naar een foto van de vliegtuigregenbooghalo zag ik onder de afbeelding staan dat die in het Engels een ‘glory’ heet. Ik vond hem op een website voor astronomie.

* Glory? Halleluja! Hé, wat schreef ik eerder over de religie van de biseksuele reiziger? Toeval, of reden om verder de symboliek in te duiken…?
* De foto stond op een website voor astronomie: wetenschappelijke sterrenkunde. Religie en wetenschap zijn elkaars tegenpolen: geloof versus bewijs. Dat is ook interessant.
* Astronomie? Dat is de ruimte. Misschien is mijn hoofdpersoon wel astronaut en onderweg naar de raketlanceerbasis…

Nu zie je hoe snel inspiratie soms kan komen en dat je moet opschrijven, opschrijven, opschrijven.

Veel plezier!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage ergens voor strijdt?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage ergens voor strijdt?

Van koene ridders tot milieuactivisten en alles daartussenin: je personage kan allerlei redenen hebben om ergens voor te strijden. En hoewel het zich daardoor meestal als held ontpopt zijn er een aantal factoren waar je op moet letten. Voor je het weet is je personage eerder een schurk of wordt het overdreven heilig.

De beloning

Voor niets gaat de zon op. Nu is dat voor een verhaal niet erg, maar je moet wel weten welke beloning je personage in het vooruitzicht heeft. Soms is hij zich bewust van deze beloning, soms ook niet. Misschien moet je die abstract of juist duidelijk naar voren laten komen. Kijk goed naar deze beloning. Er is niets mis met een personage dat meedoet aan een demonstratie om zo te leren zichzelf wat meer te laten gelden. Dan is de beloning het verkrijgen van meer zelfvertrouwen en zelfontplooiing. Iets voor je verhaalthema, misschien?
Maar de middeleeuwse ridder die een sexy lamp als beloning in het vooruitzicht heeft, moet terug naar de tekentafel.

De boodschap

Wereldvrede willen we allemaal, maar het is makkelijk gezegd dat je daarvoor strijdt. Denk aan Miss America met haar mooie tiara. Als ze meent wat ze zegt, zou ze ook bereid moeten zijn naar oorlogsgebied te gaan en daar voedsel aan oorlogsslachtoffers moeten geven. Of een toespraak willen houden voor de Verenigde Naties, zonder kroontje, glitterjurk en make-up, desnoods in gerafelde kleren. Als het, met andere woorden niet om háár, maar om haar eigenlijke acties zou draaien.

Laat je personage niet alleen zeggen dat hij ergens voor strijdt, maar laat het dat ook daadwerkelijk doen. Let erop dat de acties van je personage ook op verschillende momenten en op verschillende manieren terugkomt, anders komt het nog steeds erg makkelijk over. Als je demonstreert voor mensenrechten, ben je nog geen strijder voor die rechten. Dan moet je meer doen dan eenmalig een uur met een spandoek rondlopen. Laat je personage dan ook vrijwilligerswerk doen, werken voor Amnesty International en langdurig bloggen over mensenrechten.

Het is niet erg als je personage het laat bij een enkele demonstratie. Maar bedenk je dan wel of het doel waar je personage zich voor inzet voldoende naar de voorgrond komt om hem een strijder te noemen. Als je die heldentitel te makkelijk weggeeft, wordt je personage een irritante moraalridder, in plaats van de held die je wil dat het is.

De middelen  

‘Alles is geoorloofd.’ Is dat zo? Mag je geweld gebruiken om je doel te bereiken? Mensen ontvoeren om zo aandacht te krijgen van de pers? Jouw antwoord heeft een groot effect op de manier waarop de lezer naar je personage kijkt. Je kan je held de nodige scherpe randjes geven door bepaalde middelen niet te schuwen en daarmee een ethisch vraagstuk meegeven aan je verhaalthema.
Bedenk wel dat hoe extremer je daar in bent, hoe moeilijker het wordt voor de lezer om je held nog als zodanig te respecteren. Bij sommige verhalen is dat exact de bedoeling, andere keren is het een doodsteek, omdat je lezer zich belazerd voelt en een sympathieke held in het verhaal verwacht.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online. 

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Portland Pen: bezoek aan Powell’s books en wedstrijduitslag

Wat heb ik genoten van mijn bezoek aan Powell´s Books in Portland! Een bezoek aan een boekenzaak met een miljoen boeken vergeet je niet zo snel!

Sfeerimpressie Powell’s books Portland

Hier volgen een aantal foto´s van Powell’s books als sfeerimpressie. Bedenk dat wat je ziet op de foto je met gemak tientallen keren kan vermenigvuldigen 😀

Boekenkasten waar een ladder soms niet overbodig is. Hoe vaak kom je dat nog tegen? 🙂

Leuk detail: de bovenste planten van de kasten dienen als ‘voorraadplanken’ waar het personeel een boek kan pakken. Zo zie je meteen welke boeken er nog op voorraad zijn en zien de kasten er gezellig vol uit!

Powell’s books heeft de ruimten verdeeld in verschillende kleuren om je weg te wijzen in een ruimte die zowat een hele straat bedekt 🙂

Uitslag Portland Pen schrijfwedstrijd

Ik heb minstens net zo veel genoten van het organiseren van mijn eerste schrijfwedstrijd en het lezen van de ingezonden verhalen als aan mijn bezoek aan Powell’s Books! Via deze weg wil ik iedereen die dat gedaan heeft dan ook hartelijk danken voor het meedoen aan de wedstrijd. Er kwamen veel verschillende verhalen voorbij: van thrillers tot aan feelgoods. Uiteindelijk heeft het verhaal ‘Ontspoord en weer op de rails gezet’ van Lucy Neetens gewonnen.

Lucy heeft haar feedback en het opschrijfboekje inmiddels ontvangen en mij toestemming gegeven om haar verhaal op mijn blog te delen. Ik hoop dat jullie net zo veel van haar verhaal genieten als ik dat gedaan heb. Gefeliciteerd, Lucy!

Ik weet nog niet wanneer en hoe, maar ik wil na het organiseren van ‘Portland Pen’ zeker nogmaals een schrijfwedstrijd uit gaan schrijven! Hou de blog dus in de gaten. Wie weet ben jij de volgende winnaar.

Ontspoord en weer op de rails gezet — Door Lucy Neetens

Zaandam. De trein mindert vaart. De gevels van de gebouwen die ik zie zijn precies wat een toerist van Nederland verwacht. New York lijkt een mensenleven geleden. Toch ben ik hier pas twee dagen. Gisteren tekende ik de scheidingspapieren. In Hoorn. Natuurlijk had ik dat ook vanuit New York kunnen doen, maar dat voelde niet goed. Josh en ik hebben immers ook goede tijden gekend en ik wilde op een nette manier afscheid nemen. Van hem en van onze jaren samen. Misschien dat New York daarom zo mijlenver geleden lijkt. Sinds ik hier ben, heb ik een mensenleven met Josh afgesloten.
Nog voor de trein goed en wel stilstaat, sta ik op. Haastig been ik achter enkele andere passagiers aan naar buiten. Ik heb niet meer dan twee minuten overstaptijd. Dat lijkt ondoenlijk, maar de trein naar Maastricht vertrekt van spoor 4 en ik kom aan op spoor 5. Dat moet dus lukken.
Eenmaal uitgestapt, word ik zowat ondersteboven gelopen door een man die van links naar rechts over het perron zwalkt.
‘Bro, ik kom naar je toe. Ik weet dat het niet kan, want je bent er al drie jaar niet meer, maar ik kom toch naar je toe,’ schreeuwt hij.
Geschrokken kijk ik hem na. De man is gekleed in een enigszins smoezelige regenjas en een jeans met scheuren. Daaronder draagt hij een paar, ontzettend uit de toon vallende, rode, leren schoenen. Wat een rare snoeshaan. Is hij dronken? Onder invloed van iets anders? Of wordt hij overmand door verdriet omdat die ‘bro’ dood is? Maar als iemand al drie jaar dood is, ben je toch niet meer zo van slag dat je lallend over een perron zwalkt?
Ik haast me zo ver mogelijk bij de man vandaan en stap in de trein die staat te wachten op spoor 4. Gelukkig is het nog rustig in de coupé. Ik installeer me en haal de meegebrachte thermoskan met koffie uit mijn rugzak. Voorzichtig schroef ik de dop eraf en schenk er wat koffie in. Niet veel later ben ik verdiept in mijn boek. Opeens schrik ik op. Op de stoel tegenover me wordt een volgestouwde Vomar draagtas neergezet. Verdorie. Het is die zonderling van zo-even. Gaat hij nu echt tegenover mij zitten, terwijl de hele verdere wagon leeg is? Nee, hij gaat niet zitten. Hij blijft heen en weer wandelen. Mompelend. Zo nu en dan loopt hij de coupé uit en dan blijft hij een paar minuten weg. Iedere keer dat hij terugkomt, legt hij weer iets neer op de stoel tegenover die van mij. Zijn jas. Twee paraplu’s: een rode en een zwarte. Zijn mobiel. Vooral dat laatste maakt me bang. Ik heb weleens gehoord dat mobiele telefoons kunnen dienen als ontstekingsmechanismen van een bom. Moet ik aan de noodrem trekken? Maar als hij dat in de gaten krijgt, blaast hij de boel natuurlijk onmiddellijk op. Zal ik een andere coupé opzoeken of maak ik hem dan juist kwaad? Moet ik het gesprek aangaan?
Als hij weer in het gangpad verschijnt, hef ik mijn thermosfles naar hem op. ‘Wil je misschien ook een kop koffie?’
Hij ploft neer en neemt de beker van me aan. ‘Wijn van de Islam,’ zegt hij en heft de beker in een proostend gebaar naar me op. Zie je wel. Knots-knettergek.

Waarschijnlijk sprak mijn blik boekdelen, want als hij zijn koffie op heeft, begint hij te vertellen.
‘Het stimulerende effect van koffie op het menselijk lichaam werd bij toeval ontdekt door een herder uit de provincie Kaffa in Abessinië, het huidige Ethiopië. Omdat zijn geiten ’s nachts niet konden slapen, wendde hij zich tot de monniken van een nabijgelegen klooster. Zij wisten het mysterie te ontrafelen. De geiten aten graag van de vruchten van een vreemde plant: de koffieplant. Toen de monniken de bessen zelf proefden, waren ze zo teleurgesteld in de bittere smaak dat ze de vruchten in het vuur gooiden. Niet lang daarna prikkelde een heerlijk aroma hun neus. Uit nieuwsgierigheid, bereidden de monniken een aftreksel van de geroosterde bessen en na het drinken daarvan zaten ze boordevol energie. Ze beschouwden de vruchten als een geschenk van God. Vervolgens werd de hele islamitische wereld veroverd door de “nuchtere dronkenschap” – met zijn vingers schrijft hij aanhalingstekens in de lucht – van deze zwarte drank. De naam koffie is afgeleid van het Arabische woord qahwah, wat wijn betekent en aangezien de Moslims geen alcohol mogen drinken, werd koffie de wijn van de Islam.’
‘Interessant.’ Gedurende zijn uiteenzetting lijkt hij in niets op die vreemde snuiter van daarvoor. Ik schenk onze bekers nogmaals vol. Ineens komt de trein met een schok tot stilstand. De koffie gutst over de randen van onze bekers. Mijn metgezel vliegt overeind en vervolgt zijn routine van voor ons koffie-intermezzo. Na een paar minuten klinkt er een blikken stem uit de luidsprekers. Er mankeert iets aan de machinerie. De reparateurs zijn onderweg, maar we moeten er rekening mee houden dat de vertraging minimaal een uur gaat duren. Verdomme. Ik denk het, mijn metgezel schreeuwt het en slaat daarbij met zijn vuist op het hoofdsteun van de stoel naast me. Ik krimp in elkaar. Dan schiet ik overeind, mompel een excuus en verlaat de coupé zo snel mogelijk. Ik verstop me op het toilet. Een paar minuten later bonst er iemand op de deur. Zal het slot het houden?
‘Alles goed daar?’ Het is volgens mij niet de stem van mijn gestoorde medereiziger. Voorzichtig draai ik de deur van het slot. Door een kiertje zie ik … ‘Pfft.’ Het is de treinconducteur. Opgelucht open ik de deur. ‘Een man in mijn coupé gedroeg zich nogal vreemd, ik ben gevlucht,’ mompel ik enigszins gegeneerd.
‘Waar?’
Ik wijs in de richting van mijn coupé. ‘Getinte man. Donkere krullen. Vlassig baardje. Rode schoenen. Volgepropte Vomar tas. Twee paraplu’s.’
‘Wacht hier, ik ga een kijkje nemen.’
‘Ik wil verderop in de trein een plekje zoeken, maar mijn rugzak staat nog daar. Kunt u die misschien voor me pakken? Het is een bruine met een oranje veter aan de voorzijde.’
Het duurt lang. Was de conducteur dringend elders nodig? Is hij me vergeten? Aarzelend loop ik terug naar mijn zitplaats en het tafereel dat ik daar aantref …

Het is alsof ik plotsklaps in een misdaadroman ben beland. Mijn metgezel zit jammerend, met mijn thermosfles in zijn handen, op zijn knieën naast de treinconducteur die knock-out op de grond ligt. Bloed sijpelt uit een wond op het hoofd van de conducteur.
‘Ik wil niet terug naar de gevangenis,’ mompelt mijn coupégenoot keer op keer.
Godallejezus, is hij een crimineel? Bijna wint mijn neiging om te vluchten, maar ik kan die arme conducteur toch niet aan zijn lot overlaten? Is hij …? Nee, zijn borstkas gaat nog lichtjes op en neer. Zal ik 112 bellen of krijg ik dan ook een slag op mijn harses met mijn eigen thermoskan?
‘Wat is er gebeurd?’
Verschrikt kijkt mijn medereiziger op. ‘Hij … Hij probeerde je rugzak te stelen. Ik moest hem tegenhouden.’
Een nerveuze giechel ontsnapt aan mijn lippen. Dat heb ik weer. Twee redders in nood vechten om een been en de derde gaat ermee heen.
‘We moeten hulp halen.’
‘Nee, nee, nee, ik wil niet terug naar de gevangenis.’
Hoe kan ik én die treinconducteur helpen én die crimineel te vriend houden? Mijn hersens maken overuren, draaien steeds dezelfde zinloze rondjes en komen tot niets. Kunnen je hersens een burn-out hebben? Of ben ik in shock?
‘Dan slepen we hem weg,’ zeg ik even later gedecideerd. ‘Als we hem naar het halletje voor onze treincoupé slepen, vinden ze hem daar wel. Ik heb ooit een ongeluk gehad waarbij ik een paar minuten het bewustzijn verloor en ik heb nog altijd een gaatje in mijn geheugen van wat er kort voor en kort na het ongeluk gebeurde. Hopelijk heeft hij – ik knik in de richting van de bewusteloze treinconducteur – hetzelfde.’
‘En zo niet?’
‘Dan getuig ik dat jij steeds bij mij in de coupé zat en dat je dus niets met dit alles te maken kan hebben gehad.’
‘Echt?’
‘Echt.’
En dus slepen we de conducteur naar het halletje. En boenen we met natgemaakte papieren zakdoekjes de bloedvlekken weg. En gooit mijn metgezel mijn thermoskan met een ferme zwaai door het opengeschoven raampje van onze treincoupé naar buiten.
‘Je krijgt een nieuwe,’ zegt hij als hij mijn blik opvangt.

Nadien zitten we een poosje zwijgend tegenover elkaar. Wat zal er in zijn hoofd omgaan? Is het daar net zo’n chaos als in dat brein van mij?
‘Ik ben Julia,’ zeg ik en ik steek mijn hand uit. Met een crimineel kun je maar beter vrienden worden, toch?
‘Yanis.’
‘Ga je naar Maastricht?’
Hij knikt.
‘Ik ook. Ik ga een weekend logeren bij mijn oudste zus.’
‘Ik ga naar mijn broertje.’
Zal dat die ‘bro’ zijn waar hij het eerder over had? Maar die was er toch al drie jaar niet meer?
‘Hij is overleden toen ik in de gevangenis zat.’
Ik bijt op mijn lip. Moet ik hierop reageren? Vragen naar het waarom? Of kan ik beter doen of ik die laatste opmerking niet heb gehoord?
‘Drugs,’ zegt hij nog voor ik een beslissing heb genomen.
‘Hoe … Waaraan is je broer overleden?’
‘Een aanslag. Hij heeft weken in coma gelegen.’
Hebben Yanis’ drugszaken met die aanslag te maken? Is hij vanwege die gebeurtenis doorgedraaid? Alhoewel … Sinds mijn terugkeer van het toilet lijkt hij veel normaler dan daarvoor. Kan de schrik hem ontnuchterd hebben?
‘Ik heb niet aan zijn sterfbed gezeten. Geen gebeden gereciteerd. Niet samen met Mahjoub de shahāda opgezegd om hem te ondersteunen in zijn overgang naar het hiernamaals. Geen zegeningen verdiend.’ Onrust flikkert in zijn ogen. Is het angst voor de wraak van Allah? In elk geval lijkt het feit dat hij niet bij zijn broer kon zijn in diens laatste levensfase behoorlijk traumatisch voor hem te zijn geweest. Verklaart dat zijn gedrag?
‘Ik ga zijn graf bezoeken.’
‘Heftig.’
Achter mijn rug hoor ik enig tumult. Is de conducteur gevonden?
‘Ik ga even kijken, oké?’ Met mijn duim gebaar ik naar de ruimte achter me.
Yanis schokschoudert.
In het halletje van de trein zit de conducteur. Kreunend. Met zijn hand strijkt hij voorzichtig over de wond op zijn hoofd.
‘Wat is er gebeurd?’ Ik voel me Juffertje Schijnheil.
‘Ik … Ik weet het niet.’
Ik zie geen herkenning in zijn ogen. Dat stemt me hoopvol.
‘Wacht, ik haal een pleister.’
Yanis zit in gedachten verzonken voor zich uit te staren.
‘Hij is weer aanspreekbaar,’ sis ik en ik haast me met mijn rugzak terug naar de conducteur. Met een papieren zakdoekje dep ik de wond en daarna plak ik er een pleister op.
‘Kunt u opstaan?’ Voorzichtig help ik hem overeind. ‘Bent u duizelig?’
Hij schudt zijn hoofd.
‘Bent u gevallen?’ Juffertje Schijnheil in het kwadraat.
Hij staart naar het trappetje. ‘Ik weet het niet.’
‘Misschien moet u er toch even iemand naar laten kijken.’ Hoe zit dat eigenlijk in een trein? Is de conducteur niet zelf de EHBO’er? Zijn er meerdere conducteurs in deze trein aanwezig? Dat zal wel niet in deze tijden van arbeidskrapte. ‘Als de trein is gerepareerd enzo.’
‘Hebben we een defect?’
Oei, het gaatje in zijn geheugen is een gat.
‘Kom, ga hier even zitten. Ik haal een bekertje water voor u.’
‘Dank je,’ zegt hij als ik hem het bekertje overhandig. ‘Gaan we een keer iets drinken?’ Hij knipoogt. De man heeft lieve, ondeugende ogen. Grijsblauw. Een geprononceerde neus. En een vrijwel kaal hoofd met een waas van donkere stoppels. Gelukkig dat hij alweer grapjes kan maken. Dat lijkt me een goed teken.

Twintig minuten later gaat de conducteur – zijn naam is Martin en hij heeft mijn mobiele nummer in zijn telefoon gezet met de belofte van een bedank-drankje – weer aan het werk. Ik keer terug naar mijn partner in crime.
‘Wil je mee?’ vraagt Yanis.
‘Eh …?’ Mee waarheen? ‘Naar een andere coupé?’
Hij schudt zijn hoofd. ‘Naar mijn broertje.’
‘Ik weet niet of …’ Durft hij niet alleen? ‘Is er niet iemand die je liever meeneemt?’
‘Ik durf mijn familie en vroegere vrienden niet meer onder ogen te komen. Zij …’
Veroordelen zij hem? Geven ze hem geen tweede kans?
‘Oké, ik ga mee.’ Ik begrijp mezelf niet. In plaats van zo snel mogelijk van deze onvoorspelbare man af te komen, bied ik nu aan om hem te vergezellen naar het graf van zijn broertje. ‘Mag ik als niet-moslim wel op die begraafplaats komen?’ Mijn vraag is een laatste, halfslachtige poging om onder mijn belofte uit te komen.
‘Het is een algemene begraafplaats.’
Mislukt.

En zo staan mijn vreemde reisgezel en ik aan het eind van de middag bij het graf van zijn broer. Yanis zet zijn Vomar-tasje vlak voor de grafzerk neer en legt de twee papaplu’s in het gras. Dan strijkt hij met zijn hand over de gebeitelde, voor mij onleesbare letters in de staande steen. De geboortedatum en sterfdatum van zijn broer kan ik wel lezen. Een snelle rekensom leert me dat Mahjoub slechts negentien jaar oud is geworden. Ik slik. Yanis merkt het en pakt mijn hand. ‘Allahoe akbar,’ mompelt hij. En daarna zegt hij nog een heleboel. Praat hij met zijn broer? Zegt hij verzen uit de koran op? In elk geval zie ik zijn gezichtsuitdrukking met de minuut meer ontspannen. Blijkbaar geeft het bezoek aan het graf van zijn broer hem rust.
‘Ben je erg verdrietig?’ vraag ik als we de begraafplaats verlaten.
‘Een beetje,’ antwoordt hij, ‘maar Mahjoubs ziel zal verrijzen. Doen we nog een koffietje?’ Hij wijst op een café aan de overkant van de straat. ‘Ik trakteer.’
We drinken koffie en zwijgen. Het voelt niet onprettig. Zwijgen is misschien wel de enige juiste manier om deze bizarre ontmoeting af te sluiten: we zetten er een zwijgpunt achter. Als we na de koffie het café verlaten, regent het. Yanis overhandigt me de rode paraplu. ‘Je moet altijd zorgen dat je twee paraplu’s bij je hebt,’ zegt hij met een scheve glimlach. ‘Eentje voor jezelf een eentje voor een vriend.’

Ik knipper een traan weg uit mijn ooghoeken. ‘Dank je wel, Yanis.’

Exact een jaar later trouw ik met Martin. New York lijkt mensenlevens gelden. Slechts één keer ben ik terug geweest. Om de zaken daar af te handelen. Martin weet inmiddels wat er op die bewuste dag in de trein is gebeurd. Hij neemt Yanis niets kwalijk. ‘Dankzij hem ben ik nu met jou.’
Yanis is op deze bijzondere dag mijn getuige. Zijn huwelijkscadeau is een thermoskan. Op het zilverkleurig gedeelte liet hij een hartje graveren met de initialen van Martin en mij. Van zijn rode paraplu heb ik een lamp gemaakt. En als ik tegenwoordig de deur uitga, zitten er in mijn rugzak altijd twee paraplu’s. Een gele en een geruite. Eentje voor mezelf en eentje voor een vriend.

Sfeeromschrijvingen: van iets simpels iets moois schrijven

Waar denk je aan bij een interessante fictieve scène? Knallende actie? Heerlijk gezwijmel? Een ontroerende hereniging? Hoewel een verhaal deze interessante scènes nodig heeft om een narratief geheel te vormen, kan je scènes die narratief gezien relatief weinig voeten in de aarde hebben, ook heel interessant schrijven. Daar is een aantal trucjes voor, die ik in in deze blogpost samenvat onder het parapluutje sfeeromschrijving.

Zintuigen

Het belangrijkste om te onthouden is dat een mens – in het echte leven of op papier- de wereld om zich heen alleen kan ontdekken en registerteren door middel van zintuigen. Zelfs je gedachten hebben daar hun oorzaak. Je ziet een blauwe lucht en voelt zonneschijn op je huid waardoor je denkt: het is lekker weer vandaag. Daarom is een sfeeromschrijving zonder enige vorm van zintuigelijke waarneming vaak aan de magere kant. Zintuigelijk schrijven is daarom erg belangrijk. Bedenk: reuk en smaak zijn goudmijntjes, zien en voelen zeggen meestal relatief weinig.

Omgeving

Zet mij in een Japanse tuin en ik blijf daar met plezier de hele dag. Maar ik voel me niet op mijn gemak als mensen mij ‘overdreven netjes’ dienen te benaderen. Ik kan niet veel met situaties waarin statusverschillen tussen mensen opvallend groot zijn. Ook al vind ik het decor van sjieke hotels meestal wel erg indrukwekkend en mooi, ik verblijf dan liever in een hostel waar een receptionist zich niet bezwaard voelt om gezellig met mij te kletsen. Zo heeft je personage ook zijn eigen associaties bij bepaalde omgevingen. Kijk ook eens naar een/ zijn huis. Dat kan ook veelzeggend zijn.

Een omgeving als deze spreekt toch te veel tot de verbeelding om links te laten liggen?
Foto door Thor Alvis op Unsplash

Uiteraard zijn er ook plaatsen die ongeacht een persoonlijke voorkeur bepaalde associaties of gevoelens oproepen. Als je Auschwitz bezoekt, zal je niet het gevoel krijgen dat dat een gezellige plaats is voor een picknick. En als mensen op een plein zomaar bloemen uitdelen aan vreemden, zal je minder snel denken dat de wereld een en al verdorven is.

Laat je personage de omgeving ook eens opmerken: voelt je personage zich daar op zijn gemak? Kondigt een gebeurtenis in die ruimte misschien iets interessants aan? Zoals een plotseling juichende menigte de komst van een artiest aankondigt die je personage al jaren live wil zien optreden?

Interactie en gedachten

Dialoog of interactie kan ook veel doen voor de sfeer. Als de gesprekspartner plotseling op scherp staat, denkt je personage waarschijnlijk: hier klopt iets niet. Zo kan je ook met een relatief klein aantal woorden heel veel zeggen. Denk aan lichaamstaal, mimiek, verandering in stem…. Waar het eerst nog reuzegezellig was, is de sfeer nu om te snijden…
Op eenzelfde manier kan je personage dingen denken die de sfeer helemaal kunnen laten omslaan. Beschrijf een plotseling onaangenaam besef, laat het personage het zijne denken over een bekende die hij plotseling ziet passeren… De mogelijkheden met gedachten zijn eindeloos.
Ken je het principe dat alles en iedereen lief en leuk lijkt op het moment dat je vrolijk bent? Maar óók dat iedereen massaal op een citroen lijkt te zuigen op het moment dat jij je dag niet hebt?
Als je gedachten of iets dat je personage zegt of wat tegen hem gezegd wordt goed uitwerkt, kan je de sfeer van een verhaal goed onderstrepen of een plotselinge ommezwaai geven.

Symboliek

Symboliek is zowel een schatkist voor een schrijver als iets waarmee die zorgvuldig dient om te gaan. Maar je kan het gebruiken om de sfeer luister bij te zetten. Sterker nog, soms moet het. Denk aan een romantische setting. Hoe ga je die creëren als je moet afblijven van kaarsjes, lieve woorden, fijne muziek én bloemen? Dat gaat hem niet worden. Je zal zeker moeten kiezen om het niet te veel van het goede te maken, maar als je symboliek helemaal laat liggen, kan de sfeer er saai en sloom van worden.
Gebruik de vertrouwde symboliek die je kent van bepaalde tropes, of gebruik persoonlijke symboliek. Een voorbeeld van persoonlijke symboliek zou kunnen zijn:
Iedereen denk bij het zien van een Christelijk kruis aan het Christelijk geloof. Niet zo gek, natuurlijk.
Maar nu heeft je agnostische personage een goede en gelovige vriendin die stervende is. Zij geeft haar kruisje aan haar vriendin in bewaring, als aandenken van hun levenslange vriendschap. Dan is het kruisje geen algemeen, maar een persoonlijk symbool (voor vriendschap) geworden.

Mix and match

Zoals altijd met schrijftechnieken moet je weten waarom je ze volgt en moet je ze soms ook negeren. Je hoeft dus ook niet al het bovenstaande sfeeromschrijvingen allemáál mee te nemen in een scène. Dan wordt het te veel van het goede. Maar als je een beetje mixt en matcht met deze sfeeromschrijvingen, heb je wel een belangrijk verschil in de uitwerking van je verhaal. Het is het verschil tussen ‘je moet de schrijver maar geloven als die zegt dat dat zo is’, en ‘de lezer ziet alles voor zich ontvouwen en hoeft dus niets meer verteld te worden.’ Zo je wil is het een verschil tussen tell en show, alleen dan over een hele scène of het gehele verhaal.

Een voorbeeldje voor jou om zelf mee aan de slag te gaan 🙂

Joshua draaide zenuwachtig met zijn voeten toen hij voor de deur stond. Het was zijn eerste stagedag. Hij dacht terug aan hoe hij uit schaamte deze stage bijna had laten lopen. Wie wilde anno 2022 nog bakker worden? Maar toen hij de geur van versgebakken brood opsnoof , stroopte hij zijn mouwen op, popelend om te beginnen.

Met deze scène kan je enigszins met de zenuwen en opwinding van Joshua meevoelen, maar er is veel meer uit te halen. Die schaamte waar hij aan denkt, bijvoorbeeld. Wat is die schaamte? Het met handen willen werken? Omdat hij ouderwets zou zijn?
En die geur van versgebakken brood: heerlijk natuurlijk, maar voor Joshua die zich over schaamte heen heeft gezet, moet die geur nog veel meer bij hem losmaken. Herinneringen, doelen, ambities… Stel je eens voor hoe gigantisch en prachtig de omgeving van de bakkerij er voor hem uit gaat zien…

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage (bij)gelovig is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage (bij)gelovig is?

(Bij)geloof is in een verhaal erg leuk om mee te spelen. Als schrijver ben jij de spreekwoordelijke god van de geschapen wereld, dus jij kan bepalen welk (bij)geloof al dan niet klopt. Maar zelfs al heb je alles voor het zeggen, dan is er nog een aantal dingen waar je rekening mee moet houden om je verhaal leesbaar of geloofwaardig te houden. Bepaal daarvoor of je personage gelijk heeft of niet.

Je personage heeft gelijk

Als je personage inderdaad een religie of bijgeloof heeft doorgrond, dan heeft dat voordelen voor je personage en voor jou. Als je personage denkt dat hij bepaalde dingen kan voorspellen (“Ik weet dat ik niet meer onder een ladder moet lopen, want iedere keer als ik dat doe, stoot ik een uur daarna mijn teen.”) heeft hij een bepaald gevoel van controle. Dat kan zelfvertrouwen geven, waardoor het centrale conflict aangaan makkelijker is. En omdat jij de schrijver bent, bepaal jij ook wanneer er een moment komt dat je personage bidt, of een bijgeloof tegenkomt wat het plot vooruithelpt.
Daardoor ligt een Deus ex machina op de loer. Let erop dat je je personage ook niet alles gunt, ook al is het een trouwe volgeling van jou(w bijgeloof).
Neem de tien geboden: dat zijn keiharde regels die niet overtreden dienen te worden. Zorg ervoor dat je weet wat er in jouw verhaal de letterlijke en figuurlijke heilige regels zijn. Als bepaalde regels heilig zijn, heb jij er als god óók aan te houden. Maar het beantwoorden van bepaalde gebeden ligt in het midden.

Je personage heeft ongelijk

Je personage gelooft ofwel niet in jouw specifieke regels, of heeft helemaal geen (bij)geloof. Maar ondertussen zijn die regels in jouw fictieve wereld er wel. In het geval van bijgeloof betekent dat dat je personage bepaalde tegenslagen krijgt (Hij stoot zijn teen dus vaker omdat hij dus wél onder die ladder doorloopt). Als het religie betreft, pas dan op en straf je personage niet te vaak af voor het ongelovig zijn. Houd je aan je persoonlijke (tien) geboden, maar beantwoord ook een ruim aantal figuurlijke gebeden van je personage. Een heldenreis mag nooit vastlopen, puur en alleen omdat je personage regels (niet) opvolgt waarvan hij niet met zekerheid kan weten dat die er überhaupt zijn.
Als je te streng bent, heb je daar alleen jezelf mee. Dan komt het centrale conflict namelijk niet op gang, of zit je personage onnodig lang klem. Breekt het personage toch een van je geboden, zorg er dan in ieder geval voor dat daar een narratieve groei uit voortkomt: laat het ergens goed voor zijn.

Toeval

Als je niet van de vaststaande regels bent, maar juist met toeval wil spelen, houd er dan rekening mee dat een groot toeval grote verwachtingen schept. Je werkt een anticlimax in de hand als een groot toeval geen evenredig grote gevolgen heeft. Natuurlijk kan je ook met kleine toevalligheden ‘strooien’. Hoe dan ook, zorg ervoor dat het toeval nog enigszins op logica, de verhaallijn of de groei van je personage te herleiden is, of daar nut voor heeft. Púúr toeval komt erg geforceerd over in een verhaal.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.