Zo blijf je alert op het verteleffect

Hoewel het bij sommige schrijfstijlen uitgesproken de bedoeling is dat de schrijver een verhaal letterlijk lijkt te vertellen aan de lezer, is dat niet effectief als dat slechts in enkele zinnen gebeurt. Dan gaat dat ten koste van de innerlijke film die voor de ogen van de lezer draait. Toch kan je soms de noodzaak voelen om de lezer net iets meer te sturen. In deze blogpost kijken we hoe je dat kan doen zonder in het vertelleffect te belanden.

Wat is het verteleffect?

Een korte opfrisser van het verteleffect: door enkele ongelukkige woordkeuzes wordt de schrijver zichtbaar door net iets te letterlijk te verklaren wat er gebeurt of wat het personage beweegt. Dat niet alleen, de schrijver trekt daarmee ook bepaalde conclusies die ofwel vanzelfsprekend zijn, of die helemaal niet aan de schrijver zijn om te trekken. In dat laatste geval neem je de lezer de vrijheid af om zelf een beeld of een mening bij je tekst te vormen.

Verteleffect in de dop: de boodschap

Als je een verhaal schrijft, heb je een moraal of een verhaalthema dat je aan de lezer duidelijk wil maken. Die heb je als het goed is aan de tekentafel al duidelijk. Kijk nog eens naar je woordenweb, lijst aan leuzen of al die andere dingen uit je opschrijfboekje die je hebben geholpen die af te bakenen. In deze blogpost houd ik het voorbeeld aan van Felicia Feminist: een doorgeslagen casus van een vrouw die het glazen plafond tegenkomt.
Haar verhaal is erg gevoelig voor een verteleffect. Niet zozeer vanwege het thema zelf, maar omdat de uitwerking ongenuanceerd en extreem is. En dan sluipt een verteleffect er erg makkelijk in. In Felicia’s verhaal is Co CEO de personificatie van het glazen plafond. Hij is de oorzaak en het gevolg van alle problemen. Dus als Co maar op zou donderen, wordt Felicia zomaar ineens en wonderbaarlijk genoeg de CEO van het bedrijf en hebben ook ineens alle vrouwen van de hele wereld een eerlijke positie in het bedrijfsleven. De boodschap is kortom: mannen moeten plaatsmaken voor vrouwen in het bedrijfsleven.
Ook kan het verteleffect ontstaan door Felicia tot boodschapper te degraderen. In plaats van een veelzijdig personage, is zij slechts iemand die moet laten zien hoe belangrijk het feminisme is.

Verteleffect aan de tekentafel

Kijk ook eens hoe je bepaalde boodschappen of overtuigingen van je personage in je personagebiografie hebt genoteerd. Let daarbij ook op hoe vaak die terugkomen. Bijvoorbeeld:
Felicia’s motto: Girlpower is the best power
Felicia’s seksuele oriëntatie: lesbisch (zelfs in de seksuele zin mag ze niets aan mannen hebben of ze interessant vinden)
Felicia’s trauma: heftige aanranding door een man in haar tienertijd

Felicia is hiermee vrij extreem vrouwgericht of anti-man. Een trauma is een belangrijke drijfveer voor zowel een verhaal als een personage persoonlijk. Maak Felicia dan niet ook nog eens expliciet lesbisch om de boodschap te versterken dat ze ‘beter is’ dan mannen of geen mannen nodig heeft. Dan wordt ze slechts een doorgeslagen trope.

Merk je op dat je een vertelleffect in je tekst heb staan, zoek dan in je aantekeningen naar dit soort overdaad van een en dezelfde overtuiging, of oppervlakkige schets van je personage. Stel jezelf vragen als:
* Wat is de verhouding tussen de boodschap van mijn verhaal en het aantal punten in de personagebiografie die daarop aansluiten?
* Heeft je personage nog een ander doel dan de boodschap uitdragen?
* Waarvan moet je personage precies groeien? Wat is precies het centrale conflict?

Als je nog in een vroeg statium van het schrijven zit, kan je teruggaan naar de tekentafel en het een en ander aanvullen of aanpassen. Als je verhaal meer diepgang krijgt, val je niet zo snel in de vertelstijl. Ben je al verder in het verhaal, kijk dan uit naar vertellwoorden in de lopende tekst.

Vertellwoorden vermijden

Vertellwoorden zijn woorden als namelijk, want, daarom, blijkbaar als ze worden gebruikt om acties en gedachten van personages te verklaren die een zin of wat eerder rij letterlijk zijn uitgeschreven en regelrecht uit de personagebiografie lijken te komen. Felicia was helemaal klaar met mannen, daarom gaf ze Co een grote mond. Felicia voelde zich niet zo haar gemak: deze man deed haar namelijk denken aan de man die haar had aangerand.

Probeer in plaats daarvan het hier en nu vanuit het perspectief van je personage toe te lichten. Dat gaat meestal prima met een combinatie van goede sfeeromschrijving en show don’t tell. Ook kan show don’t speak een goede aanvulling zijn. Dan krijg je voorbeelden als:

“Felicia, ik praat tegen je!”
Co’s stem echode door de ruimte en meerdere collega’s keken verschrikt op. Carmen dook ineen en zag plotseling iets heel interessants op haar computerscherm staan.
Felicia trok een vragende wenkbrauw op.
“Staar me niet zo onnozel aan, vrouw!”
Felicia’s bloed begon te koken. Inwendig begon ze tot tien te tellen. Ze was nog niet bij de vier of ze zag Co’s blik afdwalen naar haar boezem.
“Kun jij nou echt niks? Geef eens antwoord!”
Hou op met in mijn bloes kijken, vuile… Bewijs ik pas mijn waarde aan jou als ik die uit zou trekken? Dacht Felicia. Haar gedachten gingen razendsnel: ze zou Co niet meer aanleiding geven om haar nog verder te vernederen.
“I-ik dat was mijn fout. Ik zal het meteen rechtzetten.”
Co liep met een tevreden knikje en een hanenloopje het kantoor uit. Felicia ging terug naar haar bureau en stopte Carmen even later een briefje toe: Ben je er al klaar voor om samen met mij een klacht in te dienen of wachten we nog even?
Dan vermijd je zinnen als: Felicia wist dat Carmen ook regelmatig onheus bejegend werd. Het was tijd om actie te ondernemen: ze was er nu namelijk wel klaar mee. Als Co zelfs al in haar bloes ging staren…

Het is niet altijd nodig om altijd langere scènes te schrijven om vertellwoorden te vermijden. Maar onthoud wel dat de lezer liever met het personage meekijkt dat iets beleeft dan luistert naar een schrijver die iets wil benadrukken.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Fa Barboza verkregen via Unsplash.

Zo maak je een cliché origineel: er is maar een bed

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en je zelfs nog de goede weg in te slaan als het die kant op gaat. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: er is maar een bed.

Het cliché

Twee personages vinden elkaar wel oké, maar verliefd worden ze niet. Totdat ze in de situatie belanden waar ze ergens moeten overnachten en er maar een bed blijkt te zijn. Je kan alleen in dat bed slápen, maar bij dit cliché moeten en zullen de personages seks hebben.

Waarom stoort dit zo?

‘Ze moeten en zullen seks hebben.’ Aldus de schrijver die besloten heeft een romantisch verhaal te schrijven. Of de personages elkaar romantisch zien zitten of elkaar misschien zelfs niet konden uitstaan voor dit bed in beeld kwam, doet er plotseling niet meer toe. Hierdoor is alles wat de lezer hiervoor over de personages en hun relatie of hun persoonlijke drijfveren heeft gelezen in feite onbelangrijk geworden. De lezer kan bovendien wantrouwig worden naar het personage. Want als dat plotseling seks heeft met iemand die het tien tellen eerder nog vreselijk vond, hoe kan je er dan nog op rekenen dat je personage A zegt en ook A doet bij belangrijke keerpunten zoals een obstakel?

De oorzaak van het cliché: overslaan wat aandacht vraagt

Dit cliché slaat de initiële romantiek over. Het onzekere geflirt, de grote vraag of de ander ook interesse heeft en het uiteindelijk naar elkaar toegroeien. Dat is een fatsoenlijke opbouw van verliefd worden en de start van een relatie. Als dat opgelost kan worden door geforceerd het bed te delen, gaat er iets mis. Hier is ‘het bed delen’ zowel letterlijk als figuurlijk, terwijl in beide gevallen de personages daar niet op uit waren. Dat zou genoeg moeten zeggen.

Overigens is het overslaan van romantiek niet alleen aanwezig bij dit cliché. Bijna ieder romantisch verhaal dat het romantische genre zijn beruchte naam van ‘flinderdun en voorspelbaar’ geeft, is hier in zekere mate schuldig aan. Het lijkt interessanter of spannender om meteen over te gaan op seks, of grote romantische gebaren of uitingen, maar dat maakt het juist cliché.

Maar het gebeurt toch omdat het veel makkelijker is dan daadwerkelijk over romantiek en liefde te schrijven. Want in werkelijkheid slaat de vonk zelden zomaar over: daar moet iets voor gebeuren. Bovendien gaat dat gepaard met ups en downs. Subtiele ups en downs welteverstaan. Om daarover te schrijven vergt een kwetsbaarheid van zowel lezer als schrijver waarbij langzaam en zorgvuldig het moet winnen van snel en makkelijk. Van dat laatste is het ene bed het perfecte voorbeeld. Even een nachtje samen in bed en alles wat er aan verdieping nodig zou zijn, verdwijnt en blijft tussen de lakens.

Het cliché fiksen: geef een reden voor de omschakeling

Bij een scène waarin de omschakeling komt van vrienden naar geliefde plaatsvindt, moet er iets concreets gebeuren dat aanleiding geeft voor het ene personage op het andere verliefd te worden. Waak voor oppervlakkigheid, anders gaat het alsnog mis.

Nu jij!

Schrijf een scène waarin het zichtbaar ongemakkelijk is voor je personages dat ze  plotseling en onbedoeld een bed moet delen. Laat ze tot een oplossing komen. Ze mogen uiteindelijk seks hebben of niet. Maar als het daarop uitdraait, schuw het ongemak van het moeten toegeven van de romantische gevoelens niet. Als het vrienden zijn waarbij seks nog niet eens in ze opkomt, laat dan blijken hoe dit alsnog even voor een ongemakkelijk moment zorgt.

Tip voor het verminderen van het cliché

Vervang het ene bed in gedachten voor één stoel om op te zitten. Wat doen of zeggen de personages dan om tot een compromis te komen? Wat maakt kunnen zitten überhaupt belangrijk?  Als de scène met deze stoel iets aan het verhaal toevoegt, kan je het weer ‘terugvertalen’ naar een bed, zonder in dit cliché te belanden.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Priscilla Du Preez 🇨🇦 verkregen via Unsplash.

Het ‘verteleffect’: zo wordt de schrijver te zichtbaar

Een van de manieren om de lezer uit het verhaal te halen is door te veel gebruik te maken van de telltechniek. En die heeft een broertje; het verteleffect. Daarin wordt het net iets te duidelijk dat de schrijver de lezer een bepaalde kant op wil sturen met conclusies trekken of door net iets te veel te willen helpen het verhaal aan elkaar te breien.

De interpretatievrijheid van een lezer

Het is de taak van de schrijver taak om empathie te kweken voor een personage: de lezer moet snappen wat een personage beweegt. Maar empathie is niet hetzelfde als het met iemand eens zijn. Het betekent dat je ziet welke waarheid geldt voor de persoon in kwestie.
Een van de pluspunten van verhalen is dat je empathie kan ‘oefenen‘ of hebben voor iemand die objectief gezien vreselijk is. Denk aan iemand die mishandelt. Hoewel het niet goed te praten is, leer je wel wat mensen tot vreselijke dingen aanzet om te denken of te doen. Andersom mag een lezer ook een personage vreselijk vinden dat op handen wordt gedragen. Denk bijvoorbeeld aan een influencer die een bepaalde kledingstijl aanprijst die helemaal niet de jouwe is. De hele wereld loopt met deze influencer weg, maar de lezer mag nog steeds denken dat die kledingstijl raar is.

Verhalen zijn in dat opzicht een veilige haven voor een lezer om over bijna levensechte mensen te kunnen oordelen of hen zelfs te veroordelen zonder dat dat directe consequenties heeft. Waar de lezer een hele schare fans over zich heen zou krijgen als die een echte influencer zou bekritiseren, komen de fans in de papieren wereld niet meteen met een ‘verban Lezer van het internet! – campagne aanzetten: die weten immers niet eens dat de lezer bestaat.

Het verteleffect: de schrijver maakt zich aan de lezer bekend

Dan is daar het verteleffect. Het ontstaat met de goede bedoelingen van de schrijver om de lezer aan de hand mee te nemen en zo het verhaal verder te kunnen volgen. Maar een ongewenste bijwerking ervan is dat je daarmee ook de interpretatievrijheid van de lezer af kan pakken. Het gemene van dit vertelleffect dat het zich (ook) kan vermommen als een woordje of een zin dat een onschuldige oorzaak en gevolg aan wil duiden, of gewoon enkele zinnen aan elkaar wil breien. Dit zijn een aantal van de grootste boosdoeners van het vertelleffect:

* Blijkbaar –> Blijkbaar was het niet genoeg voor Annabel dat Linda haar een dienst had bewezen
* Namelijk –> Dat vond Frenk niet fijn. Hij had namelijk al vaker uitgelegd dat hij dit niet wilde.
* (ook /best) wel –> Het was wel lastig voor hem om daar alweer mee gecontronteerd te worden.

Of, verstopt in sommige zinsconstructies:
* want –> dat was eng, want hij was bang in het donker
* dus –> Dat vond hij leuk, dus hij wilde meedoen
* daarom –> Daarom was hij dolgelukkig
* daardoor –> Daardoor voelde hij zich verraden

Deze voorbeelden zijn zou je vertellwoorden en -zinnen – met een dubbele l- kunnen noemen. Hiermee vertelt de schrijver heel letterlijk wat die wil dat de lezer concludeert of voelt. In de laatst genoemde zinsconstructies is het cirkeltje van de tell techniek weer rond en krijg je hetzelfde effecct als bij de tradionele ‘tell‘. Voor woorden als namelijk en blijkbaar is het vertelleffect relatief makkelijk op te sporen met de vuistregel:

Vertellwoorden- en zinnen worden vaak meteen opgevolgd door of gecombineerd met iets wat het personage doet of vindt

Bijvoorbeeld:

* Blijkbaar was William op iets slechts uit, dus ging James uitzoeken wat er aan de hand was.
* Ze ging bij Eva verhaal halen: zoiets pikte Natalia namelijk niet van een vriendin.
* Omdat het wel fijn was om met iemand te praten, besloot zij haar moeder te bellen.
* Ze werd beschouwd als een oplichtster. Daarom schreef ze een mail om het tegendeel te bewijzen.

Wat hier zo misgaat, is dat de schrijver hiermee op de pauzeknop van de lopende film in het hoofd van de lezer drukt. Alleen maar om te zeggen: snap je dat? In de basale zin van begrip, of in de trant van: ‘weet je waarom? Ben je het met mij en mijn symboliek eens?’ Het is onnodige en storende nadruk, maar dan nog een tandje erger. Niet alleen legt de schrijver nadruk op het ritme van de zinnen en woorden, maar ook nog eens hoe de lezer die vervolgens interpreteert. Daarmee pak je die belangrijke vrijheid van de lezer af om zelf een beeld bij je verhaal te vormen en daar de eigen conclusies bij te trekken.
Wat ook kan gebeuren is dat de lezer zich als dom bestempeld voelt bij deze manier van schrijven. En dat is ook niet zo gek. Kijk nog eens naar een aantal van deze voorbeelden. De schrijver zegt hier bijna letterlijk dingen als:
“Weet je nog? Dat stond in hoofdstuk 2.”
“Heb je dat al door, of moet ik dat nu nog een keer zeggen als laatste bewijs daarvan?”

Daar doe je de intelligentie van je lezer en ook je eigen kunde die je als schrijver hebt enorm mee tekort: je trekt beide ermee onnodig in twijfel.

Uiteindelijk is de lezer nooit helemaal te sturen

Als schrijver wil je tot op zekere hoogte dat de lezer het met je eens is. Al is het maar omdat je daardoor een verhaalthema duidelijker naar voren kan laten komen. Maar je kan er niet omheen dat een lezer een tekst altijd op diens eigen manier zal interpreteren, hoeveel je dat ook stuurt. Waar de ene overlevende van kanker juist ieder verhaal daarover leest om het eigen verdriet beter te kunnen verwerken, laat de andere juist al die verhalen liggen om niet meer achterom te hoeven kijken naar dat vreselijke hoofdstuk in het eigen leven.
Je hebt dus nooit de garantie dat je je lezer op die manier voor je wint. En voor zover dat wel kan, komt jouw algehele beheersing van schrijftechnieken daarbij kijken. Met enkele woorden of zinnen behaal je dat doel nooit.

Volgende week post ik tips voor het vermijden van het verteleffect.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Priscilla Du Preez 🇨🇦 verkregen via Unsplash

Een redacteur inschakelen: dit moet je weten

Je hebt een groot deel van je boek geschreven en hebt serieuze ambities om het te publiceren. Dan kan je een redacteur inschakelen. Om teleurstelling te voorkomen en ook effectief met een redacteur samen te werken, is het handig om vooraf al een aantal dingen te weten.

De redacteur kent jou en je verhaal niet

Je geliefden zijn vaak enthousiast over je schrijfambities omdat ze jou en je verhaal kennen. Ze hebben jouw autobiografie al ‘gelezen’ voordat die is geschreven omdat ze jou hebben zien opgroeien. Of ze kennen de plot van je fantasy omdat je daar iedere verjaardag over vertelt. Voor de redacteur ben je in het begin een vreemde. Die mist dus enthousiasme dat voorkomt uit de kennis dat jij een fijn en ambitieus mens bent. Wees erop voorbereid dat je niet automatisch enthousiasme van een redacteur krijgt.

Check: heb je één verhaal?

Sommige verhalen hebben ‘veel verhalen in een.’ Niet alleen is sprake van verraad in de tienertijd, maar ook een alcoholistische vader, een bedrijf dat op de fles ging en….
Een boek heeft altijd een verhaal één hoofdthema, of één rode draad. Natuurlijk zijn subthema’s en subplots mogelijk, maar een aaneenrijging van ‘en dit en dat en zus en zo speelde ook nog mee’ maakt geen leesbaar verhaal. Kom je met zo’n verhaal naar een redacteur, dan kun je heel veel correcties verwachten. Redacteuren, maar ook je toekomstige lezers, zien bij zo’n verhaal door de bomen het bos niet meer. Denk aan het vorige punt: als mensen je niet persoonlijk kennen, interesseert jouw verhaal hen niet automatisch. Goed schrijven is veel meer dan alleen je gedachten, gevoelens of een tijdlijn chronologisch uitschrijven.
Bespaar jezelf veel tijd, moeite, geld en teleurstelling door ook het nodige voorwerk te doen voor je naar een redacteur stapt. Vooral schrijvers van autobiografieën en familiekronieken moeten hiervoor waakzaam zijn.

‘Herschrijf dit eens’ is niet hetzelfde als: ‘dit is slecht’

Een redacteur moet kritisch en soms zelfs streng zijn. Maar zeker bij een eerste samenwerking weet een redacteur niet wat ‘toevallige’ fouten zijn in schrijfstijl en waarbij een schrijver echt nog wat tips of aansturing nodig heeft. Als een redacteur aangeeft dat je iets moet herschrijven, betekent dat niet meteen dat je bagger schrijft. Een goede redacteur probeert dingen aan te stippen waar je niet alleen in de specifieke tekst iets te verbeteren is, maar ook om met de feedback je schrijfinzicht te vergroten. En daarvoor moet iedereen, zelfs de allerbeste schrijver, op een bepaald moment voor gaan herschrijven. Wees niet te bang voor het woord ‘herschrijf’ en onthoud: een redacteur wil je helpen, niet afkraken!

Herzien is betaald werk

Een redacteur is vaak niet te beroerd om enkele vragen te beantwoorden. Maar die gaat niet (vaker) je werk lezen of zelfs redigeren zonder daar een vergoeding voor te vragen. Vraag je expliciet om een tekst na te kijken, dan ziet de redacteur daar een betaalde opdracht in. Of jij iets inhoudelijk met die feedback kan of niet, is een risico dat je moet incalculeren. Je betaalt een redacteur voor het geven van begeleiding en feedback met fatsoenlijke onderbouwing, niet om het met je (schrijfstijl) eens te zijn. Opmerkingen als: ‘Ik bedoelde iets anders tussen de regels door’ of ‘Maar in hoofdstuk 3 komt dit terug, vandaar dat hier informatie mist,’ laten een gebrek aan werk of kunde van de schrijver zien, niet van de redacteur. Die zal je in zo’n geval nog steeds een rekening sturen als je geld terug zou vragen.

Overleggen en vragen stellen mag

Redacteuren hebben net als jij een grote liefde voor schrijven en verhalen en willen daarom ook graag ‘samen’ aan jouw mooie verhaal werken. Daarom kan een redacteur je maatwerk bieden. Vraag naar de mogelijkheden voor een specifieke begeleiding of aandachtspunten en wees niet bang om vragen te stellen als je vragen hebt over de ontvangen feedback of een bepaalde schrijftechniek. Een redacteur sluit de werkdag met een glimlach af als het inzicht of de kunde van een schrijver die dag weer wat is gegroeid!

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Wil je mij inschakelen als redacteur? Kijk in mijn webshop.

Foto door Kelly Sikkema verkregen via Unsplash.

Een infodump herkennen als tijdverspiller

Een van de manieren waarop je als schrijver informatie kunt schrappen, is door te kijken naar hoeveel tijd je ermee bespaard als je bepaalde infodumops weg zou halen. Om dat idee contreter te maken, kan je ieder woord zien als een bepaalde tijd die je lezer en je personage aan je tekst besteden.

Infodump en ‘As you know Bob’

Hier kan je meer lezen over de basis van infodump. Pas goed op zodra je informatie met je lezer gaat delen. Voor je het weet, vertel je over zo veel details of geef je zoveel onbelangrijke informatie, dat het plot op slot komt te staan.

In een dialoog is het soortgelijke verschijnsel, ‘As you know Bob‘ daarbij een welbekende valkuil. Dat worden er dingen gezegd die totaal niet nodig zijn, omdat de personages die tegen elkaar praten dat allang weten. Denk aan: levenslange vrienden die elkaar wekelijks spreken: “Zoals je weet, is mijn broer al maanden ziek. Dus ik moet nu naar het ziekenhuis om hem bij te staan voor een controle.”

Als je As you know Bob in je achterhoofd houdt om vooral niet te schrijven, dan kan je daarmee makkelijker ontdekken hoe je infodumps kan sorteren. Om vervolgens de nodige informatie te behouden en alle andere aankleding te schrappen.

Je reinste tijdverspilling

As you know Bob komt in ieder genre voor. Van romantische verhalen waarin het tienermeisje haar beste vriendin voor de zoveelste keer vertelt waarom haar vlam toch zó knáp is tot in de actiethriller waarin de IT-deskundige die halsoverkop door de overheid wordt ingehuurd om een code te kraken en zo een oorlog te voorkomen, nog even geïnstrueerd wordt over de werking van het codeersysteem waar hij al een deccenium mee werkt: “zoals je weet, is dit beveiligingssysteem erg gevoelig: een keer een verkeerd wachtwoord en je ligt er een halfuur uit.”

Er kan dus weinig op het spel staan, zoals bij de giechelende meisjes. Maar het kan ook een kwestie zijn van leven of dood, zoals bij de IT-er. Hoe dan ook is een as you know Bob tijdverspilling van de bovenstente plank. Voor zowel je lezer, als voor je personages.

Vanuit het perspectief van de lezer is dit makkelijk te begrijpen. Als je op een boek van 400 pagina’s een paar duizend van dit soort dumps kan schrappen, heeft die het boek een halfuur eerder uit. En dus meer tijd voor een volgend boek. Of gewoon weer tijd om te stofzuigen. Als je niet op de leesbeleving inlevert, is je lezer je altijd dankbaar voor die tijdwinst.
Bij een personage is die tijdwinst te halen in eerder tijd voor actie. Of, zo je wil, tijd weer om verder te gaan van informatie delen naar het eigenlijke plotverloop. Stel je daarbij voor dat voor elk woord dat jij als lezer leest, er afhankelijk van de mate van urgentie er een seconde of een minuut verstrijkt in de papieren wereld van je personage. Dan laat je het tienermeisje:
“Waarom hij zo’n hunk is? Dat weet je toch, Tess? Omdat hij een sexy stem heeft en gewoon zo lief is! Hij kan ook nog eens onverwacht grappig uit de hoek kan komen. En heb je al gezien hoe gaaf zijn haar altijd zit?!”
dus drie kwartier wachten. In die tijd hadden de bezoemvriendinnen een versierplan kunnen bedenken, daar de eerste schets van kunnen maken en al een eerste berichtje naar Romeo kunnen sturen. Lees: als het om het plot gaat, had je al een compleet hoofdstuk verder kunnen zijn.
Wat betreft de IT-er:
“Zoals je weet, is dit beveiligingssysteem erg gevoelig: een keer een verkeerd wachtwoord en je ligt er een halfuur uit. Dat kan het einde van ons land betekenen.”
Wil je als lezer lezen over saaie uitleg of wil je in die metaforische kleine halve minuut meemaken waarin onze held met bloeddruk torenhoog hoopt dat hij het niet gaat verknallen?

Het plot gaat voor

Als je meerdere details moet delen, zie dan ieder woord als een tijdeenheid die voor je personage of je lezer erg kostbaar is. Je las al hoe dat in een dialoog werkt, maar hetzelfde idee gaat op voor sfeeromschrijvingen. Stel je in dat geval voor dat jij als beginnende enthouiaste stadsgids de lezer een rondleiding geeft. In dit geval door de betreffende tuin, museum of kamer. Maar het plot is in dat geval jouw strenge leidinggevende. “Deze mensen hebben betaald voor de korte, goedkopere versie van de rondleiding. Hadden ze de uitgebreide rondleiding gewild, dan hadden ze daarvoor moeten dokken. Geen gratis extraatjes, hè? Als je de grote lijnen hebt uitgelegd, is dat voldoende. Hup, hup, opschieten. De volgende groep komt er weer aan. Ik heb meer werk te doen.”
Die laatste zin mag je letterlijk nemen. Het plot heeft werk te doen, het moet het verhaal aan de gang blijven houden.
Is het voor de lezer (voor nu) voldoende om te weten dat de tuin heerlijk ruikt en prachtige kleuren heeft, ga dan niet van iedere bloem en iedere plant hun latijnse naam en hun belang voor het algehele ecosysteem van deze tuin beschrijven.

Het verhaal van tante Bep

Cliché tante Bep doet haar naam eer aan. 1000 woorden -meer dan zestien uur! Over tijdverspilling gesproken 😉 – later denk je: waar ging het nou over? Als je vermoed dat je tante Bep aan het woord hebt gelaten, schrijf dan eerst eens die aantal zinnen uit.
Bep is blij met de geboorte van haar eerste kleinkind, maar met haar oudste kind botert het al even niet meer.
In plaats van eindeloos vertellen hoe schattig baby’s en hoe verwend de jeugd is, vat je dat liever samen in enkele rake uitingen, waarna Bep iets anders gaat doen, concrete hulp vraagt, of aan serieuze zielenroerselen gaat doen. Kortom: verbreek de cirkel van het beppen en kijk hoe het plot weer aan het roer kan staan. Dat scheelt een hoop tijd. En daar zullen zowel je papieren personages als je lezer je dankbaar voor zijn.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Jon Tyson verkregen via Unsplash




Zo maak je een cliché origineel: opa ging vreemd

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en je zelfs nog de goede weg in te slaan als het die kant op gaat. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: opa ging vreemd.

Het cliché

Opa of oma overlijdt en nu moet het ouderlijk huis van je volwassen personage worden opgeruimd. En daar, op zolder, verscholen tussen allerlei rommel, is daar een onbekend, gesloten kistje. Met liefdesbrieven die niet aan oma zijn gericht en ook niet geschreven zijn vóór hun huwelijk begon. Opa had een ander, soms zelfs een buitenechtelijk kind. Een hele nieuwe familiegeschiedenis ontvouwt zich.

Waarom stoort dit zo?

Dit cliché stoort om twee redenen. De ergste is dat een buitenechtelijke relatie of kind niet zozeer een plotpunt is, maar soms de hele reden dat het verhaal is geschreven. Was dit een hechte, lieve familie? Dat dacht je maar, lezer! Niets is wat het lijkt, bereid je maar voor op spanning en sensatie.
Dat is geen uitgangspunt voor een plot, maar een slechte plottwist. Alleen maar willen choqueren helpt niet om je lezer in je boek te interesseren, zeker niet als je echte plot en personages nog niet geïntroduceerd zijn. Start met de cliché ontrouwe grootvader en beide punten zijn aan de orde.
Ook is er in dit cliché een gebrek aan spanningsopbouw. Piek niet te vroeg met spannende aanwijsbare plotpunten. Als je dat doet, herkent de lezer het cliché vast dat in hoofdstuk 1 of 2 al een wereld op zijn kop komt te staan. Dan wordt je boek dertien in een dozijn en legt de lezer het na vijftien bladzijdes – of eerder- al weg.

De aanloop naar het cliché: deus ex machina

Vergeet de magie van fictie en je ziet waarom dit cliché gewoon dom is. Waarom zou opa deze liefdesbrieven niet hebben verbrand, of op zijn allerminst niet ergens bij een vriend bewaren? Nee, ze liggen in zijn eigen huis, waar iedereen, inclusief zijn poetsgrage echtgenote het -oeps!- tegen kan komen…
Dit cliché is een Deus ex machina in een iets betere vermomming dan normaal. Maar het feit blijft dat als de lezer merkt dat iets gebeurt omdat de schrijver dat wil, dat niet in je voordeel werkt. Zeker niet in het begin van een boek. Je loopt dan het risico dat de lezer het al weglegt vanwege de overduidelijke zichtbaarheid van de auteur of gebrek aan originaliteit nog voordat je personage in schok de andere familieleden op de hoogte heeft gebracht.

Het cliché fiksen: stel het verhaalthema of moraal centraal

Ieder minder sympathiek personage heeft ouders, tantes, broers… Anders gezegd: de schok van ‘dit gebeurt in een liefdevolle familie!’ is niet geloofwaardig of groots genoeg om een heel verhaal mee te kunnen dragen. Kijk in plaats daarvan wat opa ertoe heeft aangezet om vreemd te gaan. Misschien was oma wel een tiran, of stond opa in het krijt bij een vrouw met macht over hem die alleen seks als compensatie duldde.
Je hoeft die reden niet meteen superorigineel of overdramatisch te maken. Een reden is een reden. En daarmee waarschijnlijk ook je verhaalthema. Denk aan: ontrouw, misbruik van macht, wanhoop… Als je dat op de voorgrond zet, in plaats van de schok die door de familie gaat, zwak je dit cliché al heel wat af.

Nu jij!

Schrijf de redenen en omstandigheden op die opa aanzetten tot vreemdgaan. Koppel er een verhaalthema aan en vat dit samen in een korte (liefdes)brief. Laat duidelijk zien dat er iets niet pluis is, maar blijf tussen de regels door schrijven. Neem daarin ook karaktertrekken of beweegredenen van opa mee.

Tip voor het verminderen van het cliché

Werk met flashbacks van opa’s leven en introduceer de brief op zolder pas later in je verhaal. Dan kent de lezer de omstandigheden en personages beter en heb je geen misplaatste plottwist.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Peter Herrmann verkregen via Unsplash.

Zo voelt je lezer mee met je personages

Als schrijver wil je dat je lezer in het verhaal geïnteresseerd is en blijft. Daarvoor moet het die tenminste iets kunnen schelen wat er in het verhaal en met je helden gebeurt. Maar ook dan is er nog een een verschil. Er kan worden meegeleefd, op een afstand, of er kan worden meegevoeld, zodat de lezer alles heel intensief meekrijgt. Het is een nuanceverschil in woorden, maar in uitwerking en effect een verschil tussen dag en nacht.

‘Wat vreselijk voor je’

Je moet ervoor zorgen dat je lezer op zijn minst meeleeft met je personage. Als het gaat om verhalen betekent dat net iets anders dan in de echte wereld.
Het basisbeginsel van empathie in fictie is dat het je überhaupt iets kan schelen wat je personage overkomt en je weet over wie het gaat. Als de held waarvoor je hoort te juichen doodgaat, dan moet de lezer op zijn minst denken: o nee! In plaats van: ach, romantische Romeo nummer 68, nou en?
Als je lezer slechts meeleeft met je fictieve personage, staat dat ongeveer gelijk aan een kennis die vreselijk nieuws deelt. Je zal oprecht even schrikken en het kan je wel degelijk iets schelen. Je ligt er alleen niet wakker van. Dus je zegt: “Wat vreselijk voor je, ik leef met je mee.”

‘Wat vreselijk, ook voor mij’

Als je lezer, meevoelt met je personage, denkt die: ‘Wat vreselijk, ook voor mij,” zodra je personage iets naars overkomt. Het is iets wat die niet zomaar naast zich neer kan leggen. Het is niet meer van een afstandje meekijken, maar echt voor de volle honderd procent voelen wat het personage ook voelt, zonder dat daar een uitweg voor te vinden is.
Dat kan je op verschillende manieren bereiken, zodra aan de eerder genoemde voorwaarde van het opwekken van empathie is voldaan:

  • Zet op het goede moment een -korte!- flashback in
  • Maak je sfeeromschrijvingen zeer beeldend
  • Kom met een plottwist die niet alleen acuut, maar ook onherroepelijk is voor de wereld van je personage

Met andere woorden: zorg ervoor dat het hier en nu alle aandacht krijgt. Als je in het hier en nu schrijft, doe je dat beeldend. Gebruik je een flashback, zorg er dan voor dat het kortstondige ‘toen en daar’ waarnaar je terugblik inslaat als een bom.

Het hier en nu alle aandacht geven in een scène

Nieuws of een plotselinge verandering komt harder aan als je er niet aan kan ontsnappen. Alsof de grond je voeten wegvalt en je in een diepe kuil neerstort. Als je het hier en nu de juiste aandacht geeft in een scène, voelt dat niet alleen zo voor je personage, maar ook voor je lezer. Doe je dat iets minder goed, dan lijkt het voor de lezer eerder alsof die aan de rand van diezelfde kuil van bovenaf naar je personage kan kijken.

Een belangrijk uitgangspunt hiervoor is dat je het verschil weet tussen beeldend schrijven en gedetailleerd schrijven. Om twee schrijftermen te gebruiken: dat is het verschil tussen een infodump die te goed zijn best doet en een goede show don’t tell. Een voorbeeld: iemand wordt al maanden van het kastje naar de muur gestuurd en staat op het punt van knappen.

Gedetailleerd schrijven is dan zoiets als:
“Nee meneer, daarvoor moet u toch echt bij een andere afdeling zijn.”
Richard voelde zich bevriezen. Zijn oren suisden. Hij ging zitten om te voorkomen dat hij in zou storten. Wat had hij zonet gehoord? Snapte die ambtenaar wel wat hij had meegemaakt? Zijn herinneringen brachten hem terug naar het moment dat Femke gelogen had tegenover de politie.
“Agent, Yvonne zegt dat haar vader haar ongepast heeft aangeraakt.”
Net als toen stak er opnieuw een dolk in Richards hart. Plotseling was het hek van de dam. Hij dacht aan de manier waarop het zure braaksel in de keel was blijven steken toen hij voor het eerst een advocaat was gaan zoeken in de hoop zijn onschuld te bewijzen. Aan hoe iedere spier in zijn lijf zich had verkrampt toen zijn moeder voor het eerst naar het hoe en wat had gevraagd. En hoe zijn hart aan gruzelementen werd geslagen zodra hij de kleine Yvonne voor het eerst naar die beschuldigingen had gevraagd. Yvonne, zijn kleine meisje, dat hij nu misschien nooit meer zou zien.
“Klootzak!” schreeuwde hij naar de medewerker.

Merk op dat zintuiglijk schrijven goed werkt om het hier en nu te vangen. Maar als je dat zoals hier te gedetailleerd doet, het een overdaad wordt die schaadt.

Beeldend schrijven is bijvoorbeeld:
“Nee meneer, daarvoor moet u toch echt bij een andere afdeling zijn.”
Hij voelde het bloed door zijn aderen racen. Als in een flits zag hij een brief op de mat vallen: je mag je kind nu nooit meer zien. Het warme handje van Yvonne leek zich nog een laatste keer om zijn hand te sluiten.
“Klootzak!” schreeuwde hij naar de medewerker.

Dit voorbeeld lijkt misschien kort door de bocht, maar daar komt een belangrijk punt om de hoek kijken. Als je al empathie van de lezer hebt, houd je die doorgaans. Je hoeft dan niet te herhalen wat er exact op het spel staat. Dat weet de lezer als het goed is al. Dat allemaal nog eens opsommen haalt je lezer weg uit het hier en nu.

Kortom: bij gedetailleerd schrijven wil de schrijver de sfeer, gedachten en gevoelens zo graag meenemen, dat het hier en nu er alsnog door op de achtergrond raakt. Het lijkt een kern te raken, maar dwaalt er in feite steeds meer van af. Bij beeldend schrijven reduceer je het ‘nu’ eerder naar enkele seconden dan een tiental daarvan. Bovendien kijk je naar wat de kernemotie van je hoofdpersoon is, in plaats van de aandacht te geven aan de talloze emoties die je personage (allemaal) kan voelen.

Wil je dat je lezer daadwerkelijk met je personage meevoelt, zorg er dan dus voor dat de lezer niet om de gevoelens van je personage en die van zichzelf heen kan.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door mohamad azaam verkregen via Unsplash

Zo maak je een cliché origineel: opgroeien in armoede

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en je zelfs nog de goede weg in te slaan als het die kant op gaat. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: opgroeien in armoede.

Het cliché

Volgens het cliché idee van opgroeien in armoede kan dat op twee manieren. Je hebt niets anders dan ellende gekend óf je bent niet zo slecht af. Want omdat je ouders er alles aan deden om je te onderhouden, voelde je tenminste hun liefde nog. Dat valt niet te zeggen over de rijke vader die alleen maar op kantoor zit…

Waarom stoort dit zo?

Dit cliché diept vrijwel nooit uit wat opgroeien in armoede echt betekent, omdat het vaak zo zwart-wit wordt benaderd als hierboven.
Een en al ellende, wat is dat? Vaak met honger naar bed gaan, bijvoorbeeld. Maar houdt het daarbij op, of betekent dat bijvoorbeeld ook dat die lege maag in de ochtend je ook in de weg zit als je je moet concentreren op school?
Als je de overromantische versie van armoede schrijft, wat is er dan zo sterk aan de ouderliefde dat die ellende enigszins behapbaar blijft? Hoe sterk is liefde dan?

Dit clichébeeld van opgroeien in armoede stoort, omdat het beweert geen uitleg te hoeven geven. De lezer snapt wel waarom honger of gered worden door liefde je veranderen of je wereldbeeld vormen.

De aanloop naar het cliché: niet weten wat je zegt

“Ik ben blut” is een zin die we makkelijk gebruiken. Ben je blut als student als je maar een in plaats van vijf biertjes kan betalen tijdens het stappen? Misschien, naar verhouding, maar dat is toch iets anders dan geen eten of huur kunnen betalen.
Bij iets wat voor heel wat mensen abstract is, maar wat ook een bepaald gebrek aan objectiviteit mist, is het belangrijk dat je meer dan gewoonlijk in de huid van je personage kruipt.

Anders gezegd: naast een oppervlakkig idee van ‘iets niet kunnen betalen’ hebben veel mensen geen idee wat armoede echt kan betekenen. Wil je daar niet cliché over schrijven, dan moet je je lezers meer uitleggen hoe zich dat specifiek voor jouw personage uit.

Het cliché fiksen: own voice

Armoede kan zich in verschillende mate en dus ook op verschillende manieren laten zien. Dat is essentieel om te onthouden. Is er in het gezin geen geld voor een telefoon voor de kinderen? Dan komt er misschien sociale isolatie en eenzaamheid om de hoek kijken. Waar bij geen geld voor eten schaamte en allerlei lichamelijke problemen komen kijken. Kijk goed in de personagebiografie van je held wat er van toepassing is en wat er in grotere lijnen het best in het verhaalthema past. Probeer volgens de own-voice schrijftechniek te schrijven. Wat voor jouw personage geldt, is belangrijk en hoe jouw personage dingen ervaart, is wat het verhaal draagt en wat het verhaal ook moet dragen. Vraag desnoods hulp van een ervaringsdeskundige om de gaten in je kennis aan te vullen.
Vanwege het vaak incomplete of verkleurde beeld dat mensen bij armoede hebben, is het belangrijk om de voorstelling daarvan wat meer ‘aan te vullen’. Wat klopt aan het algemeen aanvaarde cliché? Wat niet?

Nu jij!

Schrijf twee korte scènes van ongeveer vijf zinnen. Twee personages vertellen wat ‘ik ben blut’ voor hen betekent. Leg die bevindingen naast elkaar en schrijf vervolgens een scène van ongeveer 150 woorden waarin je een derde personage een moment van armoede laat meemaken.

Tips voor het vermijden van het cliché

  • Zorg dat de armoede ook een verdieping op de personagebiografie of het verhaalthema biedt. Gebruik het niet voor een makkelijke tranentrekkerformule. Daar prikt een lezer makkelijk doorheen.
  • Maak personages die arm zijn ook niet dom. Dat is een storend cliché op zichzelf.  Armoede ontstaat of bestaat om allerlei (andere) redenen. Ga goed na welke redenen bij jouw personage spelen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.


Foto door Josh Appel verkregen via Unsplash.

Het trauma en de flashback: weet waarnaar je terugblikt

Ieder personage heeft iets meegemaakt dat ervoor zorgt dat het zich in het hier en nu op een bepaalde maner gedraagt. Met de nodige geschiedenis worden personages bovendien ze realistischer. Nu moet je nog aan de lezer bekendmaken wat die geschiedenis is. Een flashback is daar een populair middel voor, maar voorzichtigheid is geboden: gaat het goed, dan heb je een goudmijntje te pakken, gaat het mis, dan kan je hele verhaal er gortdroog van worden.

Wat kan je in fictie een trauma noemen?

Om te begrijpen hoe belangrijk het trauma van je personage is voor het verhaal, gaan we dat begrip even afbakenen. Ieder personage heeft onschuldige angsten, of ontwikkelt die. Het zijn pas trauma’s op het moment dat je personage door die nare geschiedenis of angst zich op een negatieve manier anders door het verhaal gaat bewegen en er daardoor een subplot, conflict of een obstakel (bij) komt in het verhaal. Denk aan:

* Doordat Nico vroeger te veel studiedruk opgelegd heeft gekregen is hij nu een perfectionist. In zijn verhaal krijgt hij met deadlinedruk te maken, waardoor hij niet eindeloos kan reviseren of bijschaven. Paniek! Hoe gaat Nico hiermee om?
* Aisha is vroeger gepest en vindt het daardoor lastig om vreemden te vertrouwen. In haar verhaal moet zij een vreemde het welzijn van haar geliefden toevertrouwen.

Wat het dus níet is:

Nico is een perfectionist in een bedrijf dat die houding beloont. Dus komt er een onverwachte tegenvaller voor het bedrijf, waar Nico twee dagen in zijn ‘perfectionistenpaniek’ op de proef wordt gesteld. Daarna gaat iedereen op normale voet en zonder kleerscheuren verder.

Aisha is vroeger gepest om haar overgewicht. Ze ziet een zwaar meisje in de speeltuin en moet wat tranen wegslikken, maar gaat daarna naar een feest waar ze niemand kent en maakt daar goede vrienden. Want inmiddels is ze zelfverzekerd en sociaal.

Een narratief trauma moet iets in het grote geheel van het verhaal dienen om het daarmee langdurig te verrijken

Het (verkeerde) gebruik van flashbacks

Flashbacks zijn een populair middel om de trauma’s van een personage bloot te leggen. Je kan heel precies op beeldende details ingaan. Daarmee doe je een trauma niet tekort. Er is een groot verschil tussen schrijven:
‘Robin werd mishandeld en is nu bang.’ en ‘Robin kreeg vroeger sigarettenpeuken op zijn armen uitgedrukt en associeerde de stem van zijn stiefvader met geweld zodra die zijn mond maar opendeed.’ Het is in dat opzicht gewoon een goede show don’t tell, waar de lezer ook niet om de feiten heen kan. Die wordt immers helemaal het ‘toen en daar’ ingesleurd met alle pijnlijke details, als een pervers hier en nu.

Het risico bestaat echter dat je te veel in dat ‘toen en daar’ blijft hangen. Kijk nog eens naar de voorbeelden van Nico en Aisha. Daar wordt kort stilgestaan bij een vroegere pijn. Als je van een tijdelijke pijn of een vroeger probleem een trauma maakt, komt je hele verhaal tot stilstand. Het is simpelweg niet de moeite om 2000 woorden te besteden aan het ‘menselijk maken’ van je personage door een geschiedenis te delen die het verhaal niet dient. Ja, een personage heeft duistere kanten nodig, maar die moeten wel gevolgen hebben.
Denk aan Mary Sue: zij is ook niet Sue-af op het moment dat ze toegeeft te liegen over haar dieet als iedereen haar vervolgens alsnog prijst over haar mooie lijf.

Test de flashback: is er tijd in het hier en nu?

Om te testen of je een flashback op dit moment – in deze scène, paragraaf of dit hoofdstuk- past, vraag je jezelf af: is daar in het hier en nu tijd voor?
Een personage belt een vriend op, omdat het iets op de lever heeft. Nu ze samen op de bank zitten, komt de vraag wat er loos is. Na de eerste uitleg breekt er iets bij de ongelukkige: “Ik denk dat dat komt omdat ik vroeger…”
Dan zal de vriend wel luisteren: die wist al dat er iets mis was, en dan kom je niet voor vijf minuten langs op de koffie. “We hebben de tijd, ik hoef pas over twee uur naar mijn werk.”
Een getraumatiseerde soldaat die op het slagveld last krijgt van PTSS, heeft de luxe niet om uitgebreid bij de vorige strijd stil te staan. Wapens pakken en vechten voor je leven!
Probeer de lengte van de flashback zoveel mogelijk af te stemmen op de hoeveel tijd die passeert in het hier en nu van het boek. Als die in verhouding zijn, wordt je flashback een stuk krachtiger.

Moet de lezer het begrijpen, of moet die het voelen?

Als je een flashback kort moet houden, verandert de insteek ervan.
Ga nog steeds uit van het basisprincipe dat de flashback als een show don’t tell in het toen en nu moet dienen. Maar bedenk in plaats van ‘Welke details kan ik bekendmaken aan de lezer, zodat die het trauma kan begrijpen?’ ‘Hoe laat ik de lezer dit trauma kort en krachtig voelen?’
Geef een paar heftige, of duidelijke indrukken die in de context passen en de intentie en heftigheid in een klap duidelijk maken. Dan voelt de lezer het meteen en is het rationeel begrijpen niet meer nodig.

Enkele voorbeelden uit films:
In Good Willl Hunting wordt er even een dreigend beeld van een naderende alcoholist getoond als de details van de mishandeling besproken worden.
In The last samurai krijgt Nathan zijn PTSS veroorzakende flashbacks als je hem ziet drinken, op weg naar een missie waarvan hij weet dat hij nog meer onschuldige mensen moet gaan doden. Rauwe beelden voor hem, heftige emoties voor de lezer/ kijker. Een flashback is dan misschien maar enkele regels, of neemt de vorm aan van een korte dialoog. Maar de boodschap komt over en dat is het doel van iedere goede flashback. Niet terugblikken omdat in een persoonlijke geschiedenis duiken interessant is, maar omdat je er een boodschap mee wil vertellen die je verhaal in de bredere zin van het woord draagt.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Jason W verkregen via Unsplash.

Zo maak je een cliché origineel: de emotioneel afstandelijke moeder

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en je zelfs nog de goede weg in te slaan als het die kant op gaat. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: de emotioneel afstandelijke moeder.

Het cliché

Je personage heeft een moeilijke geschiedenis nodig voor het centrale conflict. Dan lijkt de emotioneel afstandelijke moeder een perfecte oplossing. Je hoeft niet met hele extreme voorbeelden te komen dat je personage dagelijks werd afgeranseld, maar iedereen begrijpt dat opgroeien zonder liefde vreselijk is. Want dat is het toch? Emotioneel afstandelijk is niet liefdevol, en opgroeien zonder liefde, dat is niet alleen dramatisch, maar ook traumatisch. Dat kan iedereen begrijpen. 

Waarom stoort dit zo?

De keuze voor een emotioneel afstandelijke moeder als lastige geschiedenis van je personage wordt makkelijk met de eerdergenoemde afweging gemaakt. Het uitgangspunt is op zichzelf niet verkeerd, zelfs essentieel om het te laten slagen. Maar het stoort zodra er bij dit uitgangspunt te kortzichtig of verkeerd naar het begrip liefde wordt gekeken. Wil je dat in deze context kunnen gebruiken, dan moet je daar zorgvuldig naar kijken.

De aanloop naar het cliché: niet liefde, maar zichtbaarheid

De emotioneel afstandelijke moeder wordt cliché als je (moeder)liefde eenvoudigweg samenvat met iets als: ‘Ze was niet lief’ of ‘Ze knuffelde me nooit.’ Bovendien loop je het risico dat je het begrip liefde gaat overromantiseren: ‘Zolang je maar geknuffeld en gekust wordt door je moeder, is dat alles wat er nodig voor is om liefdevol op te groeien en een goede moeder te hebben.’ Het probleem van een emotioneel afstandelijke moeder en het principe van goed opvoeden is veel complexer en genuanceerder dan dat.

Neem als uitgangspunt voor de nuancering dat de emotioneel afstandelijke moeder niet liefdeloos is, maar haar kind als onzichtbaar ziet. Aan de basis van liefde en je gewenst voelen, ligt het gevoel dat je als persoon gezien, of zelfs maar opgemerkt wordt. De afwezigheid daarvan is een goed uitganspunt om die ‘liefdeloze moeder’ uit te werken. Er zijn maar weinig dingen die zo pijnlijk gespeend van liefde voelen als het gevoel hebben dat iemand het niets kan schelen als je er niet meer zou zijn.

Het cliché fiksen: onzichtbaar: wat nu?

Hoewel het in de praktijk lastig is, is het in theorie eenvoudig om dit cliché te fiksen. Ga na op wat voor manieren je personage zich onzichtbaar heeft gevoeld, en hoe zich dat uit. Is een talent nooit onderschreven en daardoor een gebrek aan zelfvertrouwen ontstaan?  Zijn broers en zussen continu geprezen en je personage continu genegeerd? Daardoor voelt je personage zich nu eenzaam. Enzovoorts.
Kijk naar deze oorzaken en gevolgen en neem dat serieus om het geloofwaardig op papier te kunnen krijgen. Eenzaamheid bijvoorbeeld wordt inmiddels erkent als een stille doder: je kan eraan overlijden. Een fictieve emotioneel afstandelijke moeder kan niet een oorzaak zijn van een trauma op de achtergrond. Daarvoor is het te serieus en te complex om kort over te kunnen schrijven, wil het tot zijn recht komen. Dit trauma moet een rode draad worden in het centrale conflict van je hoofdpersonage.

Nu jij!

Schrijf een scène waarin je personage zich volkomen onzichtbaar voelt, doordat een overtuiging die het jongs af aan van deze moeder heeft meegekregen. Probeer te benadrukken hoe donker en pijnlijk dat daadwerkelijk is. ‘Het doet even pijn’ is hier niet aan de orde!

Tip voor het vermijden van het cliché

  • Neem mee hoe Moeder zo emotioneel afstandelijk is geworden of waarom ze zo doet. De effecten en oorzaken van een verslaving zijn relatief eenvoudig te verklaren: ‘Dit doet alcohol met de hersenen of het gedrag’. Iemands emotionele toestanden of beweegredenen zijn een stuk complexer voor een lezer om als vanzelf te begrijpen.

Dit tipartikel verscheen eerder op Schrijven Online

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.
Foto door Annie Spratt verkregen via Unsplash