Zo wordt je archetype een cliché

Een archetype kam je een fijne houvast bieden om een personage te kaderen. Zo weet je zeker dat je personage stabiel blijft in het doen en laten van diens belangrijkste karaktertrekken. Maar dit kader heeft een aantal valkuilen. Net zoals ieder kader of formule voor schrijven kan je sneller dan je denkt een cliché schrijven als je de spreekwoordelijke handleiding te veel ter harte neemt. Laten we eens kijken hoe dat zit voor archetypen.

Wat is het voordeel van schrijven op basis van archetypen?

Archetypen zijn voorbeelden van personages met bepaalde karaktertrekken. Bij die karaktertrekken komen als vanzelf ook zaken als bepaalde dromen en kwaliteiten naar voren. Zo heb je het archetype ‘de Wijze‘. Dit personage beschikt over veel levenswijsheid, heeft als karakterkwaliteit empatie en als levensdoel de zoektocht naar spiritualiteit. Daarmee heb je dus een blauwdruk dat je een opzet geeft voor een personagebiografie en wie weet ook wel voor verhaalthema’s of de invulling van een plot.

En daarover gesproken: het bepalen van een archetype kan je ook hier weer helpen om een verhaal zowel vorm te geven als af te kaderen. Want als je schrijft over het buitenbeentje dat zich wil laten gelden en vrijheid nastreeft zal het een rebel worden. Dan ga je dus niet snel meer schrijven over iets wat meer bij Jan met de pet past. Dat zou in het geval van het archetypenschema zijn: ergens thuishoren en zich verbinden met anderen.

Wat vertelt een archetype je? De valkuil van archetypen

Als je een archetype van een personage uitschrijft, heb je dus van een aantal dingen duidelijk wat het naar alle waarschijnlijkheid wel of niet zal doen. Als je in de ontwerpfase van schrijven zit, is de kans heel groot dat je in een schrijversprint belandt: ik schrijf over een dierentuinmedewerker. Die werkt bij de leeuwen. O, en een boek heeft drama nodig, dus komt er een leeuwenaanval, waarbij mijn held gewond raakt en dan… Het is het welbekende exploderende web aan ideeën.
Dat is goed voor de schrijversflow, maar als dat gebeurt met op basis van een archetype, dan is de kans groot dat je je regelrecht vastschrijft in clichés. Kijk maar eens naar het voorbeeld van het archetype: de geliefde.

Romeo staat voor liefde en streeft intimiteit, en zijn levensdoel is dus om zich met anderen te verbinden. Wat romantisch… Zodra hij Julia ontmoet, komt de romantiek bovendrijven en zal Romeo niets anders dan lieve dingen zeggen en zal zijn hele leven in het teken van wijntjes bij de haard met zijn prinses draaien. Hoppakee, daar heb je het al: de cliché Romeo en Julia.

‘Het moet’ en ‘maar dat zou nóóit gebeuren’

Als je op de manier zoals hierboven met een archetype start, dan ga je in zekere zin uit van twee aannames:

* Bij dit archetype móet XYZ gebeuren
* Bij een personage van dit archetype gebeurt XYZ dus nóóit

Dat is riskant omdat je bij voorbaat al een hele hoop zaken uitsluit. En dan juist de zaken die een verhaal, schrijfstijl of personage uniek maken. Want als onze Romeo dus nóóit zonder romance kan, gaat hij voor je het weet nog praten met ontzettend klef bloemig taalgebruik. Want dat moet hij als romanticus doen. En hij zal nooit nee zeggen tegen Julia, want dat doet hij als ultieme romantische held niet. Dat lijkt onschuldig, tot Julia hem mentaal mishandelt en hem gebruikt om zijn portemonee leeg te trekken of er een ander vandoor gaat. Ironisch genoeg is je verhaal over deze archetype geliefde ineens niet meer zo romantisch als het zou moeten zijn.

De valkuil van een doorgeslagen archetype: preventieve test

Er is een redelijk eenvoudige manier om op te merken wanneer je met je personage in deze valkuil dreigt te vallen. Schrijf een scène van ongeveer 600 tot 1000 woorden waarin je personage doet wat die op een alledaagse dag doet, droomt en denkt. Onze Romeo zal dus een gesprek voeren waarin hij niet bang is om te zeggen hoe hij zich echt voelt en misschien een keer inloggen op een datingapp. Zodra deze hele scène schreeuwt: Romeo is de archetype geliefde, dan moet je op gaan passen. De kenmerken van het archetype mogen wel zichtbaar zijn, maar dan wel tussen de regels door.

Het grotere probleem met de archetype valkuil

Clichés lezen nooit fijn, of dat nu gaat over de invulling van een plot of over het archetype van een personage. Bij het blindstarten op een archetype vergeet je het principe van nuance. Een interessant boek draait daarop. Archetypes zijn een fijne houvast voor de grote lijnen, maar het verhaal als geheel moet genuanceerde personages, plotwendingen, verhaalthema’s en achtergronden hebben. Anders leest je verhaal als een grote infodump of tell. Of wordt je boek vergeten omdat het dertien in een dozijn is. Om dat te voorkomen moeten er dingen gebeuren die anders zijn dan anders, een beetje tegendraads zijn ten opzichte van de blauwdruk die een archetype je biedt, of die je personage verrijken op een manier die niet meteen ‘logisch’ is. Personages en mensen verschillen van elkaar, maar een lezer wil altijd dat een personage aanvoelt als een mens. En daarvoor heeft een personage menselijke trekjes nodig. Lees: complexiteit.

Je bent als schrijver een God van een papieren wereld. Maar dat betekent niet dat je personage daardoor een handleiding heeft om alle obstakels meteen te overwinnen of altijd alles volgens die handleiding kan zijn, doen of opvolgen. En dat begint bij een personage af en toe iets te laten zijn of doen wat die op papier niet meteen is. Lees: wat niet bij diens archetype past. Ook een personage mag buiten de lijntjes kleuren. Let hierbij wel op dat je niet meteen het complete tegenovergestelde laat doen. Dan kan je personage onrelatischisch overkomen, of ziet de lezer dat je als schrijver te graag wil dat Romeo echt niet is zoals alle andere romantische mannen.

Nuance is en blijft het toverwoord, zeker als je de blauwdruk van een archetype als voornaamste uitgangspunt gebruikt.

Foto door Daniel McCullough verkregen via Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Ik kan je helpen: kijk eens in mijn webshop.