Zo maak je een cliché origineel: opgroeien in armoede

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en je zelfs nog de goede weg in te slaan als het die kant op gaat. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: opgroeien in armoede.

Het cliché

Volgens het cliché idee van opgroeien in armoede kan dat op twee manieren. Je hebt niets anders dan ellende gekend óf je bent niet zo slecht af. Want omdat je ouders er alles aan deden om je te onderhouden, voelde je tenminste hun liefde nog. Dat valt niet te zeggen over de rijke vader die alleen maar op kantoor zit…

Waarom stoort dit zo?

Dit cliché diept vrijwel nooit uit wat opgroeien in armoede echt betekent, omdat het vaak zo zwart-wit wordt benaderd als hierboven.
Een en al ellende, wat is dat? Vaak met honger naar bed gaan, bijvoorbeeld. Maar houdt het daarbij op, of betekent dat bijvoorbeeld ook dat die lege maag in de ochtend je ook in de weg zit als je je moet concentreren op school?
Als je de overromantische versie van armoede schrijft, wat is er dan zo sterk aan de ouderliefde dat die ellende enigszins behapbaar blijft? Hoe sterk is liefde dan?

Dit clichébeeld van opgroeien in armoede stoort, omdat het beweert geen uitleg te hoeven geven. De lezer snapt wel waarom honger of gered worden door liefde je veranderen of je wereldbeeld vormen.

De aanloop naar het cliché: niet weten wat je zegt

“Ik ben blut” is een zin die we makkelijk gebruiken. Ben je blut als student als je maar een in plaats van vijf biertjes kan betalen tijdens het stappen? Misschien, naar verhouding, maar dat is toch iets anders dan geen eten of huur kunnen betalen.
Bij iets wat voor heel wat mensen abstract is, maar wat ook een bepaald gebrek aan objectiviteit mist, is het belangrijk dat je meer dan gewoonlijk in de huid van je personage kruipt.

Anders gezegd: naast een oppervlakkig idee van ‘iets niet kunnen betalen’ hebben veel mensen geen idee wat armoede echt kan betekenen. Wil je daar niet cliché over schrijven, dan moet je je lezers meer uitleggen hoe zich dat specifiek voor jouw personage uit.

Het cliché fiksen: own voice

Armoede kan zich in verschillende mate en dus ook op verschillende manieren laten zien. Dat is essentieel om te onthouden. Is er in het gezin geen geld voor een telefoon voor de kinderen? Dan komt er misschien sociale isolatie en eenzaamheid om de hoek kijken. Waar bij geen geld voor eten schaamte en allerlei lichamelijke problemen komen kijken. Kijk goed in de personagebiografie van je held wat er van toepassing is en wat er in grotere lijnen het best in het verhaalthema past. Probeer volgens de own-voice schrijftechniek te schrijven. Wat voor jouw personage geldt, is belangrijk en hoe jouw personage dingen ervaart, is wat het verhaal draagt en wat het verhaal ook moet dragen. Vraag desnoods hulp van een ervaringsdeskundige om de gaten in je kennis aan te vullen.
Vanwege het vaak incomplete of verkleurde beeld dat mensen bij armoede hebben, is het belangrijk om de voorstelling daarvan wat meer ‘aan te vullen’. Wat klopt aan het algemeen aanvaarde cliché? Wat niet?

Nu jij!

Schrijf twee korte scènes van ongeveer vijf zinnen. Twee personages vertellen wat ‘ik ben blut’ voor hen betekent. Leg die bevindingen naast elkaar en schrijf vervolgens een scène van ongeveer 150 woorden waarin je een derde personage een moment van armoede laat meemaken.

Tips voor het vermijden van het cliché

  • Zorg dat de armoede ook een verdieping op de personagebiografie of het verhaalthema biedt. Gebruik het niet voor een makkelijke tranentrekkerformule. Daar prikt een lezer makkelijk doorheen.
  • Maak personages die arm zijn ook niet dom. Dat is een storend cliché op zichzelf.  Armoede ontstaat of bestaat om allerlei (andere) redenen. Ga goed na welke redenen bij jouw personage spelen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.


Foto door Josh Appel verkregen via Unsplash.

Het trauma en de flashback: weet waarnaar je terugblikt

Ieder personage heeft iets meegemaakt dat ervoor zorgt dat het zich in het hier en nu op een bepaalde maner gedraagt. Met de nodige geschiedenis worden personages bovendien ze realistischer. Nu moet je nog aan de lezer bekendmaken wat die geschiedenis is. Een flashback is daar een populair middel voor, maar voorzichtigheid is geboden: gaat het goed, dan heb je een goudmijntje te pakken, gaat het mis, dan kan je hele verhaal er gortdroog van worden.

Wat kan je in fictie een trauma noemen?

Om te begrijpen hoe belangrijk het trauma van je personage is voor het verhaal, gaan we dat begrip even afbakenen. Ieder personage heeft onschuldige angsten, of ontwikkelt die. Het zijn pas trauma’s op het moment dat je personage door die nare geschiedenis of angst zich op een negatieve manier anders door het verhaal gaat bewegen en er daardoor een subplot, conflict of een obstakel (bij) komt in het verhaal. Denk aan:

* Doordat Nico vroeger te veel studiedruk opgelegd heeft gekregen is hij nu een perfectionist. In zijn verhaal krijgt hij met deadlinedruk te maken, waardoor hij niet eindeloos kan reviseren of bijschaven. Paniek! Hoe gaat Nico hiermee om?
* Aisha is vroeger gepest en vindt het daardoor lastig om vreemden te vertrouwen. In haar verhaal moet zij een vreemde het welzijn van haar geliefden toevertrouwen.

Wat het dus níet is:

Nico is een perfectionist in een bedrijf dat die houding beloont. Dus komt er een onverwachte tegenvaller voor het bedrijf, waar Nico twee dagen in zijn ‘perfectionistenpaniek’ op de proef wordt gesteld. Daarna gaat iedereen op normale voet en zonder kleerscheuren verder.

Aisha is vroeger gepest om haar overgewicht. Ze ziet een zwaar meisje in de speeltuin en moet wat tranen wegslikken, maar gaat daarna naar een feest waar ze niemand kent en maakt daar goede vrienden. Want inmiddels is ze zelfverzekerd en sociaal.

Een narratief trauma moet iets in het grote geheel van het verhaal dienen om het daarmee langdurig te verrijken

Het (verkeerde) gebruik van flashbacks

Flashbacks zijn een populair middel om de trauma’s van een personage bloot te leggen. Je kan heel precies op beeldende details ingaan. Daarmee doe je een trauma niet tekort. Er is een groot verschil tussen schrijven:
‘Robin werd mishandeld en is nu bang.’ en ‘Robin kreeg vroeger sigarettenpeuken op zijn armen uitgedrukt en associeerde de stem van zijn stiefvader met geweld zodra die zijn mond maar opendeed.’ Het is in dat opzicht gewoon een goede show don’t tell, waar de lezer ook niet om de feiten heen kan. Die wordt immers helemaal het ‘toen en daar’ ingesleurd met alle pijnlijke details, als een pervers hier en nu.

Het risico bestaat echter dat je te veel in dat ‘toen en daar’ blijft hangen. Kijk nog eens naar de voorbeelden van Nico en Aisha. Daar wordt kort stilgestaan bij een vroegere pijn. Als je van een tijdelijke pijn of een vroeger probleem een trauma maakt, komt je hele verhaal tot stilstand. Het is simpelweg niet de moeite om 2000 woorden te besteden aan het ‘menselijk maken’ van je personage door een geschiedenis te delen die het verhaal niet dient. Ja, een personage heeft duistere kanten nodig, maar die moeten wel gevolgen hebben.
Denk aan Mary Sue: zij is ook niet Sue-af op het moment dat ze toegeeft te liegen over haar dieet als iedereen haar vervolgens alsnog prijst over haar mooie lijf.

Test de flashback: is er tijd in het hier en nu?

Om te testen of je een flashback op dit moment – in deze scène, paragraaf of dit hoofdstuk- past, vraag je jezelf af: is daar in het hier en nu tijd voor?
Een personage belt een vriend op, omdat het iets op de lever heeft. Nu ze samen op de bank zitten, komt de vraag wat er loos is. Na de eerste uitleg breekt er iets bij de ongelukkige: “Ik denk dat dat komt omdat ik vroeger…”
Dan zal de vriend wel luisteren: die wist al dat er iets mis was, en dan kom je niet voor vijf minuten langs op de koffie. “We hebben de tijd, ik hoef pas over twee uur naar mijn werk.”
Een getraumatiseerde soldaat die op het slagveld last krijgt van PTSS, heeft de luxe niet om uitgebreid bij de vorige strijd stil te staan. Wapens pakken en vechten voor je leven!
Probeer de lengte van de flashback zoveel mogelijk af te stemmen op de hoeveel tijd die passeert in het hier en nu van het boek. Als die in verhouding zijn, wordt je flashback een stuk krachtiger.

Moet de lezer het begrijpen, of moet die het voelen?

Als je een flashback kort moet houden, verandert de insteek ervan.
Ga nog steeds uit van het basisprincipe dat de flashback als een show don’t tell in het toen en nu moet dienen. Maar bedenk in plaats van ‘Welke details kan ik bekendmaken aan de lezer, zodat die het trauma kan begrijpen?’ ‘Hoe laat ik de lezer dit trauma kort en krachtig voelen?’
Geef een paar heftige, of duidelijke indrukken die in de context passen en de intentie en heftigheid in een klap duidelijk maken. Dan voelt de lezer het meteen en is het rationeel begrijpen niet meer nodig.

Enkele voorbeelden uit films:
In Good Willl Hunting wordt er even een dreigend beeld van een naderende alcoholist getoond als de details van de mishandeling besproken worden.
In The last samurai krijgt Nathan zijn PTSS veroorzakende flashbacks als je hem ziet drinken, op weg naar een missie waarvan hij weet dat hij nog meer onschuldige mensen moet gaan doden. Rauwe beelden voor hem, heftige emoties voor de lezer/ kijker. Een flashback is dan misschien maar enkele regels, of neemt de vorm aan van een korte dialoog. Maar de boodschap komt over en dat is het doel van iedere goede flashback. Niet terugblikken omdat in een persoonlijke geschiedenis duiken interessant is, maar omdat je er een boodschap mee wil vertellen die je verhaal in de bredere zin van het woord draagt.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Jason W verkregen via Unsplash.

Zo maak je een cliché origineel: de emotioneel afstandelijke moeder

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en je zelfs nog de goede weg in te slaan als het die kant op gaat. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: de emotioneel afstandelijke moeder.

Het cliché

Je personage heeft een moeilijke geschiedenis nodig voor het centrale conflict. Dan lijkt de emotioneel afstandelijke moeder een perfecte oplossing. Je hoeft niet met hele extreme voorbeelden te komen dat je personage dagelijks werd afgeranseld, maar iedereen begrijpt dat opgroeien zonder liefde vreselijk is. Want dat is het toch? Emotioneel afstandelijk is niet liefdevol, en opgroeien zonder liefde, dat is niet alleen dramatisch, maar ook traumatisch. Dat kan iedereen begrijpen. 

Waarom stoort dit zo?

De keuze voor een emotioneel afstandelijke moeder als lastige geschiedenis van je personage wordt makkelijk met de eerdergenoemde afweging gemaakt. Het uitgangspunt is op zichzelf niet verkeerd, zelfs essentieel om het te laten slagen. Maar het stoort zodra er bij dit uitgangspunt te kortzichtig of verkeerd naar het begrip liefde wordt gekeken. Wil je dat in deze context kunnen gebruiken, dan moet je daar zorgvuldig naar kijken.

De aanloop naar het cliché: niet liefde, maar zichtbaarheid

De emotioneel afstandelijke moeder wordt cliché als je (moeder)liefde eenvoudigweg samenvat met iets als: ‘Ze was niet lief’ of ‘Ze knuffelde me nooit.’ Bovendien loop je het risico dat je het begrip liefde gaat overromantiseren: ‘Zolang je maar geknuffeld en gekust wordt door je moeder, is dat alles wat er nodig voor is om liefdevol op te groeien en een goede moeder te hebben.’ Het probleem van een emotioneel afstandelijke moeder en het principe van goed opvoeden is veel complexer en genuanceerder dan dat.

Neem als uitgangspunt voor de nuancering dat de emotioneel afstandelijke moeder niet liefdeloos is, maar haar kind als onzichtbaar ziet. Aan de basis van liefde en je gewenst voelen, ligt het gevoel dat je als persoon gezien, of zelfs maar opgemerkt wordt. De afwezigheid daarvan is een goed uitganspunt om die ‘liefdeloze moeder’ uit te werken. Er zijn maar weinig dingen die zo pijnlijk gespeend van liefde voelen als het gevoel hebben dat iemand het niets kan schelen als je er niet meer zou zijn.

Het cliché fiksen: onzichtbaar: wat nu?

Hoewel het in de praktijk lastig is, is het in theorie eenvoudig om dit cliché te fiksen. Ga na op wat voor manieren je personage zich onzichtbaar heeft gevoeld, en hoe zich dat uit. Is een talent nooit onderschreven en daardoor een gebrek aan zelfvertrouwen ontstaan?  Zijn broers en zussen continu geprezen en je personage continu genegeerd? Daardoor voelt je personage zich nu eenzaam. Enzovoorts.
Kijk naar deze oorzaken en gevolgen en neem dat serieus om het geloofwaardig op papier te kunnen krijgen. Eenzaamheid bijvoorbeeld wordt inmiddels erkent als een stille doder: je kan eraan overlijden. Een fictieve emotioneel afstandelijke moeder kan niet een oorzaak zijn van een trauma op de achtergrond. Daarvoor is het te serieus en te complex om kort over te kunnen schrijven, wil het tot zijn recht komen. Dit trauma moet een rode draad worden in het centrale conflict van je hoofdpersonage.

Nu jij!

Schrijf een scène waarin je personage zich volkomen onzichtbaar voelt, doordat een overtuiging die het jongs af aan van deze moeder heeft meegekregen. Probeer te benadrukken hoe donker en pijnlijk dat daadwerkelijk is. ‘Het doet even pijn’ is hier niet aan de orde!

Tip voor het vermijden van het cliché

  • Neem mee hoe Moeder zo emotioneel afstandelijk is geworden of waarom ze zo doet. De effecten en oorzaken van een verslaving zijn relatief eenvoudig te verklaren: ‘Dit doet alcohol met de hersenen of het gedrag’. Iemands emotionele toestanden of beweegredenen zijn een stuk complexer voor een lezer om als vanzelf te begrijpen.

Dit tipartikel verscheen eerder op Schrijven Online

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.
Foto door Annie Spratt verkregen via Unsplash

Een goede romance schrijven? Schakel de hersens uit!

Romantische verhalen zijn er in overvloed. Ze worden vaak gezien als oppervlakkig. Op zijn minst zijn ze daar in ieder geval vatbaar voor. Hoe komt dat en wat kan jij als schrijver doen om wel een diepgaande romance te schrijven? Als je een goede romance wil schrijven, moet je de hersens uitschakelen en emoties de overhand geven. Het verwarrende is dat de stereotype kleffe romance precies het tegenovergestelde doet.

Verliefdheid: hersens op tilt

Verliefdheid ervaren is heerlijk. Maar om nou te zeggen dat je dan normaal functioneert… Je bent continu afgeleid door je dagdromen, je kan je eetlust kwijtraken en het cliché ‘liefde maakt blind’ blijkt waar. Niet alleen dat: je raakt een bepaalde objectiviteit kwijt. Als je makker drie dagen niks van zich laat horen, is er waarschijnlijk een goede reden voor. Doet je vlam dat, dan ben je waarschijnlijk gedumpt én voelt dat als het einde van de wereld. Alleen vanwege dat ene leuke gesprek of dat uitzonderlijk knappe koppie. Evolutionair gezien zijn onze hersenen geprogrammeerd om verliefdheid zo extreem te beleven: het voortbestaan van onze soort hangt ervan af. Je kan dus stellen dat je niet zozeer vlinders vóelt, maar dat je hersens tijdelijk op tilt slaan.

Neem dan liefde: die latere fase waarin je de schaduwkanten van de ander ook erkent, maar alsnog van diegene houdt en ook samen het nodige hebt doorgemaakt. Daarvoor moet je elkaar meerdere keren door dik en dun gesteund hebben, conflicten hebben doorgemaakt en opgelost. Allemaal momenten waar emoties bij komen kijken, in de onschuldige, alledaagse zin van het woord. Natuurlijk zal het bij een crisis wel wat heftiger zijn, maar het is niet meer de dag-en-nacht-tilt-modus van de hersenen tijdens een verliefdheid.

De kleffe romance: hersens op de voorgrond

Als Romeo maar knap is en als Julia in de slaapkamer zich maar de liefste en mooiste op de wereld voelt, dan is het een verhaal zoals dat * ahum* maar eens in de eeuw voorkomt. Dertien- in-een dozijn-romances beweren dat ze helemaal op het gevoel ingaan, maar in feite blijven de op hol geslagen hersens aan het roer. Kijk daarvoor niet verder dan het cliché misverstand. Gaat dit fout, dan schrijf je een kleffe romance, doe je het goed, dan schrijf je over liefde. Julia gaat naar de personagepsycholoog…
“Wat gebeurde daar nou, Julia?”
“Wat daar gebeurde?! Dat zal ik vertellen. Ik kwam terug van boodschappen doen en daar stond die gluiperd. Je had zijn blik moeten zien. Vol met empathie, ze had zijn volle aandacht en toen omhélsde hij haar. Wel twee seconden! Serieus, vuile…”
Diagnose: verliefde hersenen op tilt. Deze vrouw is hopeloos: ze is niet voor reden vatbaar en wil haar emoties niet daadwerkelijk voelen. Ze wil slechts ratelen.
“Oké Julia, ga maar weg. Ik heb cliënten die wél aan hun relatie willen werken en die mij als schrijver en mijn lezers wél serieus nemen…”

Echte liefde en een goede romance: stilstaan bij emoties

Als je het goed wil doen, dan moeten jij en Julia deze situatie heel anders benaderen. Niet opblazen en afraffelen, maar echt stilstaan bij wat er nu in het hoofd van de betrokkenen omgaat. Julia krijgt een herkansing in de psychologenpraktijk.

“Ik schrok omdat ik niet snapte wat er gebeurde. Ik herkende de vrouw ook niet meteen als mijn buurvrouw, dus daarom leek het alsof Romeo Jan en alleman omhelsde. Dat hij gewoon losbandig is.”
“Ben je vaak door anderen in de steek gelaten?”
“Nee. Maar ik voel mezelf niet altijd mooi. Soms ben ik wel eens bang dat Romeo me zó heeft ingeruild voor een vrouw die mooier is dan ik.”
“Dan geef ik je als huiswerk mee dat je dat met Romeo moet bespreken. En dan gaan wij een plan opstellen voor de komende maand hoe wij daaraan kunnen werken voor jou persoonlijk.”

Om dit te vertalen naar wat je in concreet als schrijver kan of moet doen:

  • Verdiep je in de personagebiografie van beide geliefden en kijk wat er relevant is voor de situatie. Raffel dat proces niet af. Je moet de diepte in gaan om dit goed tot zijn recht te laten komen,
  • Bedenk wat er aan conflicten spelen en kunnen spelen. Het zijn er waarschijnlijk meer dan een. Overweeg goed wat het centrale conflict wordt en wat het subplot.
  • Erachter komen welke kernemoties centraal staan
  • Niets overhaasten. Besteed er de nodige woorden aan. Je schrijft Julia niet voor niets meerdere sessies voor. Dit gaat even duren.
  • Je moet samen met Julia de emoties volledig doorvoelen. En dat kan pijn doen. Voor Romeo en Julia, maar zeker ook voor jou als schrijver of voor je lezer. Rauw schrijven is hier nodig, ook al is dat niet leuk.
  • Dit probleem niet behandelen als een probleem dat ‘gewoon’ moet worden opgelost als onderdeel van een plotontwikkeling, zoals het cliché van het doodzieke kind wel doet.
  • Julia’s sessies niet overromantiseren als middel dat het perfecte stelletje dichter bij elkaar brengt.

Schrijven over liefde en emotie

Julia’s behandelplan is een flinke lijst. Maar dat is wel wat het zo moeilijk maakt om een écht mooie en unieke romance te schrijven. Niet alleen is het veel om over na te denken en om uit te werken. Het kan voor een schrijver ook behoorlijk moeilijk zijn omdat je via of samen met Julia veel over emoties na moet denken en die goed onder woorden moet brengen, wil je daadwerkelijk over echte liefde schrijven. En jezelf missschien ook wel de nodige spiegels voorhouden. De stereotype kleffe romances nemen daar de tijd niet voor, of hebben het lef niet.

Liefde, niet romance, is wel zo groot, allesomvattend, eng, belangrijk, krachtig en veelzeggend dat het onze pet soms te boven kan gaan. Daarom wordt het schrijven daarover erg lastig. Romance is dan de ‘korte, makkelijke weg’ om daar alsnog enigszins over te kunnen schrijven. Zonder je spreekwoordelijke teen te hoeven stoten. Gewoon lekker zwijmelen. Dus dan wordt het credo: hersens uit, of ze juist compleet op tilt laten slaan.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Kelly Sikkema verkregen via Unsplash.


Zo maak je een cliché origineel: de alcoholistische vader

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en je zelfs nog de goede weg in te slaan als het die kant op gaat. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: de alcoholistische vader.

Het cliché

Je personage heeft een alcoholistische vader en daar komen wat serieuze gevolgen uit voort. Het is nu in een pleeggezin opgegroeid, heeft zelf ook een alcoholprobleem, of is nog getraumatiseerd van de vele manieren van mishandelen. En daardoor heeft je personage nu nog iets te verwerken. Meestal vormt dat een heel groot deel van de groei die moet plaatsvinden en is dat ook het grootste obstakel waar het nodige vallen en opstaan bij komt kijken.

Waarom stoort dit zo?

De alcoholistische vader stoort pas als het zo zwart-wit wordt uitgewerkt zoals het in deze alinea hierboven geschreven staat. En het probleem is dat dat vaak ook gebeurt.
“Mijn personage heeft het moeilijk, dit trauma heeft hem gevormd en dat moet de lezer maar geloven.” Vooral dat laatste woord is in deze context belangrijk. Deze trope wordt pas het oppervlakkige cliché als je het zodanig snel of eenvoudig uitwerkt, dat je het bij de mededeling daarvan houdt en niet het lef of de woorden ervoor neemt om duidelijk te maken waarom een alcoholistische vader een serieus probleem is. Het mag niet overkomen alsof je maar een lastig conflict voor je personage moest verzinnen.

De aanloop naar het cliché

De alcoholistische vader vergt lef om over te schrijven. Wil je niet met de clichéversie eindigen, dan moet je stil durven staan bij hoe dat trauma je personage langzaam maar zeker op meerdere manieren heeft gevormd. En vervolgens moet je ook uitleggen waarom dat het personage zo heeft aangegrepen dat het is zoals het nu is. Meerdere scènes besteden aan ongemakkelijke momenten mag je dan niet schuwen.
Houd daarbij de volgende anekdote in het achterhoofd: twee tweelingbroers hadden een alcoholistische vader. Een broer gaat zijn vader achterna de goot in, de ander wordt juist een zeer succesvol man. Op een dag vraagt een journalist hoe ze op dit punt in het leven zijn belandt. Beide tweelingbroers antwoorden: “Wat wil je, met zo’n vader?” De ene broer kopieert zijn vader, waar de ander er juist alles aan doet om dat te voorkomen. En ze hebben exact dezelfde familieomstandigheden en leeftijd. Anders gezegd: wat maakt dat juist jouw personage doet en ervaart wat het ervaart?

Het cliché fiksen: onderzoeken als toverwoord

Dit cliché is te verhelpen door goed en veel onderzoek te doen. Naar de beleving van je personage, maar ook naar wat alcohol met mensen en het menselijk lichaam doet en wat zoal ervaringen zijn van vrienden en familie die het van dichtbij mee meemaken.
Of deze vader nu een alcoholist was of een drugsverslaafde, lijkt soms in schrijversland een detail. “Als er maar een moeilijke jeugd is geweest.”  Maar het verschil in hoe een drugsverslaving verschilt van een alcoholverslaving en een goede uitwerking daarvan kan het verschil maken tussen een cliché en een echt aangrijpend verhaal.

Nu jij!

Schrijf een scène waarin je personage dat is getraumatiseerd door diens alcoholistische vader terugblikt op hoe dat zo ver heeft kunnen komen. Dat kan met een dialoog, een flashback, welke vorm dan ook. Als het maar persoonlijk en aangrijpend leest. Daarvoor mag je de comments gebruiken.

Tips voor het vermijden van het cliché

  • Bedenk allereerst eens of het wel nodig is dat je lezer weet waarom je personage soms teruggetrokken is, bang om contact te maken, wat het traumagevolg dan ook is. Een serieus probleem niet fatsoenlijk uitwerken is altijd erger dan iets niet uitwerken of melden.
  • Of deze vader nu drugs-gok-of-alcoholverslaafd is: zorg dat je een reden hebt voor je keuze. Dan kan je er ook je verhaalthema en symboliek mee verdiepen.

Dit bericht verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.


Foto door Bermix Studio verkregen via Unsplash.

Wedstrijduitslag ‘Genremixer’

Het bleek geen makkelijke klus om een verhaal te schrijven waarin meerdere genres ongeveer evenveel aan bod komen. Maar toch heeft ruim een dozijn dappere schrijvers de pen opgepakt. Uiteindelijk heeft ‘De identiteitskaart’ van Mehmet Küçükaycan de wedstrijd gewonnen. Hij krijgt een leesrapport voor dit verhaal toegestuurd. Gefeliciteerd, Mehmet!
Geniet van zijn verhaal waar spanning, verraad en liefde elkaar prachtig afwisselen in een relatief korte tekst.

De identiteitskaart door Mehmet Küçükaycan

1.
Tijdens de oorlog leefden we in de vreze des Heeren, omdat in een krankzinnige tijd louter de
medemens werkelijk wordt gevreesd.
Op een vrieskoude nacht had ik weer een opdracht. Het was routine, iets wat ik al een aantal keer
had uitgevoerd. Tot dan toe had ik bij een nachtelijke expeditie nooit problemen gehad. Maar die
nacht verliep het toch anders.
Ik diende een onderduiker van het ene adres naar het andere te begeleiden. Het was een ijzige
nacht zonder maneschijn en zonder wolken. In het uitspansel boven ons lichtten de sterren
ongeïnteresseerd alsof we in een ander universum leefden. Zowel de man die ik begeleidde als ik
zwegen, omdat er niets te bespreken viel. In oorlog is stilte soms het beste. Hij was een man van
middelbare leeftijd. Zijn achtergrond kende ik niet, maar dat deed er niet toe. Hij droeg een
duffelcoat en op zijn rechte rug kleefde een kleine leren zak met daarin zijn spullen. Alleen de
sneeuw onder onze schoenen maakte geluid waardoor de stemming van de natuur nog meer
ontstemd werd dan het al was.
Eigenlijk ben ik een vrij angstige persoon, toch deed ik dit werk. Het was een paradox. Voor ik op
missie vertrok moest ik altijd een aantal keer naar het toilet gaan, omdat mijn darmen
schreeuwden om geledigd te worden. Elke keer zwoer ik bij mijzelf om niet meer dit gevaarlijke job
op me te nemen, toch bleef ik het doen. Iets weerhield mij om ermee te stoppen. Was het
verantwoordelijkheid, schuldgevoel of iets anders? Ik wist het niet.
Voor een onbekende zou deze nachtelijke tocht die ik nu met de man bewandelde slecht of zelfs
dodelijk kunnen aflopen. Gelukkig kende ik deze mismoedige inktzwarte weilanden waar ik als
kind jaren geleden zoveel had gespeeld. Die tijd leek zo onwezenlijk ver, alsof ik het zelf niet
geleefd had. Een ding had ik uit die tijd geleerd, dat je beter zo min mogelijk boos moest zijn,
want later zouden er veel redenen zijn om kwaad te worden.
Bij het adres aangekomen namen we zwijgzaam afscheid van elkaar door met onze handen te
schudden. Ondanks de kou had hij geen handschoenen aan. Ik liep meteen door, omdat ik snel in
mijn eigen vertrouwde bed wilde slapen.
Terug in het stadje voelde ik honger en meer slaap dan bij het afscheid van zojuist. Mijn focus
leek verdwenen, ik begon door de straatjes te waggelen.

2.
De mannenstemmen doorkliefden de duistere schijnrust. Mijn slaap was meteen weg. Een
patrouille die ik tot mijn verbazing niet eerder had opgemerkt naderde gestaag. In een reflex
sprong ik over een heggetje een tuin in. Drie militairen naderden de plek waar ik was. Ik probeerde
niet te ademen om geen wolkjes uit mijn bevroren mond te vormen. Mijn bloed werd naar mijn
hoofd en benen gestuwd. Zonder dat ik het zag aankomen werd een koude loop van een wapen
tegen mijn hoofd gezet.
‘Sta op’, zei de man met het wapen nors.
Ik stond verbijsterd op met mijn handen omhoog. Mijn borstkas stond op ontploffen door het
geraas van mijn hart. Het werd me even zwart voor ogen door het te snel opstaan. Ik kon even niet
duiden wat onder of boven was.
‘Wat doe je hier, flapdrol?’
De commandant spuugde een sigarettenpeukje op de besneeuwde grond. Ik had veel scenario’s in
mijn hoofd afgespeeld, maar dat ik in een domme tuin opgepakt zou worden had ik niet kunnen
voorspellen. Ik staarde vlug naar het huisje waar de tuin bij behoorde.
‘Ik woon hier’, floepte ik eruit.
De commandant vroeg naar mijn identiteitskaart die hij argwanend bestuurde.
‘Woon je hier? Met wie?’ vroeg de commandant.
‘Met mijn partner. We hadden ruzie, daarom wacht ik in de tuin totdat alles is afgekoeld,’
raaskalde ik.
De drie mannen lachten om de echtelijke ruzie en de verrassende wending van hun nacht.
‘Ondanks de avondklok zit je hier? In de kou.’
Ik lachte schaapachtig mee.
‘Goed, laten we dan je beminnelijke eega even verzoeken om je weer binnen te laten. Mannen
onder elkaar moeten elkaar helpen.’
Ik begreep niet of de commandant het sarcastisch bedoelde of niet. Hij klopte hard met zijn wapen
op de deur alsof hij de voordeur wilde breken. Gespannen staarde ik naar de deur die dicht bleef.
De drie mannen keken me vragend aan. De commandant klopte nu nog harder en riep: ‘Open
doen, anders breken we de deur open!’
Eindelijk hoorde ik een grendel van het slot afgaan. Een bleke jongeman in kousenvoeten opende
de deur en keek ons bedremmeld aan alsof we de duivel zelve waren.
‘Wie is deze man?’ vroeg de commandant meteen aan de jongeman, gemelijk naar mij wijzend.
De jongeman staarde me kortstondig aan en zei zacht: ‘Mijn geliefde.’
De drie mannen stonden verbaasd naar hem en mij te kijken.
‘Zijn jullie homo?’
Voordat zij wisten wat er gebeurde stapte ik naar de jongeman en omhelsde hem. Terwijl ik zijn
zure geur rook fluisterde ik in zijn oor mijn schuilnaam die op mijn valse identiteitskaart stond.
‘Hé, elkaar niet aanraken!’ riep de commandant en sloeg met zijn wapen op mijn hoofd.
Ik kromp ineen, maar werd meteen door de commandant omhoog getrokken.
‘Hoe heet hij?’ vroeg hij kwaad aan de jongeman die mij bleef aanstaren.
Er lag zoveel ontzetting op zijn gezicht dat mijn doodsangst ruimte begon te maken voor schaamte.
Iedereen wachtte op zijn antwoord dat een eeuwigheid duurde. Hij noemde voorzichtig de naam
die ik hem in zijn oren had gefluisterd.
‘Goed gehoord’, zei de commandant luid en traag. ‘Denken jullie nou echt dat ik doofstom ben, dat
ik een sukkeltje ben dat dat gefluister niet heeft gehoord? Willen jullie me daadwerkelijk
besodemieteren? Ik geloof er niks van dat jullie geliefden zijn. Wat moet ik nu met jullie doen?
Meteen executeren?’
Met zijn vijven zwegen we als bij een graf. De commandant bekeek nog eens mijn valse
identiteitskaart en spuugde een rochel bij mijn schoenen. Hij stopte de kaart in zijn broekzak.
‘Het kan me geen lor schelen wat jullie hier aan het bekokstoven zijn’, zei de commandant na een
ijzige stilte. ‘Kijk, ik ben geen proleet. Jullie hebben vandaag geluk, denk ik, ik laat jullie gaan.
Weet jullie waarom? Omdat op jouw valse vervloekte identiteitskaart de geboortedag van mijn
overleden zoon staat en zijn voornaam die ik hem bij zijn geboorte heb gegeven.’
De twee soldaten kuchten tegelijk en leken iets te willen zeggen, maar ze besloten wijselijk te
zwijgen. Het gezicht van de commandant leek veranderd toen hij de laatste zin uitsprak,
mismoediger of zelfs menselijker.
De drie mannen verdwenen in het donker. In de verte leken ze nog te discussiëren, maar
misschien vergiste ik mij. De jongeman wenkte me naar binnen.

Afbeelding Global Residence Index verkregen via Unsplash.

Zo worden emotionele beslissingen spannende plottwists

Mensen en personages verschillen soms niet eens zo veel van elkaar. Bijvoorbeeld als ze denken dat ze heel rationeel zijn en altijd de meest doordachte oplossingen nemen. Dat is misschien zo, tot het moment waarop er iets gebeurt waar de emotie de overhand krijgt. Je kan dit in je voordeel gebruiken om een plottwist in gang te zetten of om een subplot extra kleur te geven.

‘Dat zou mij nooit gebeuren…’

We zijn er allemaal wel eens schuldig aan geweest. Er overkomt iemand iets naars als gevolg van een onhandige zet of vreemde gedachtengang. Dat was óns nooit overkomen. “Je had kunnen weten dat ze niet verliefd op je was. Ze wilde verkering zodra ze hoorde van de status van je bankrekening…”
Om dan zelfs vervolgens voor een leuke verschijning te vallen die je niet veel later in de steek laat.
“Dat had je kunnen weten,” aldus je eerdere gesprekspartner. “Had je niet gehoord dat jouw lieveling door meerdere mensen zo genoemd wordt? Dat was míj nooit overkomen…”

Emotionele betrokkenheid als boosdoener

In zekere zin heb je gelijk als je van een afstandje denkt dat bepaalde ‘domme dingen’ jou niet zouden overkomen. Zeker niet als je van jezelf al wat meer rationeel bent ingesteld. Maar de mens is nog altijd een emotioneel en sociaal wezen. Zodra je ergens dichter of emotioneel bij betrokken raakt, is het makkelijker om te bedenken dat alleen anderen iets naars overkomt. Want ‘dit voélt zo goed’. Of: we hebben het hier over iemand die tijd in mij geïnvesteerd heeft. En dan leer je elkaar kennen. En mensen die je kent, bedonder je niet. Zo kan emotionele betrokkenheid een boosdoener worden.
Anders gezegd, in iets meer ‘creatieve schrijverstaal’: zodra je empathie voor de situatie weet op te roepen is het voor zowel lezer als personage moeilijker om objectief naar een verhaallijn te kijken. Die zijn nu persoonlijk betrokken bij het verhaal. Dat kan je in je voordeel gebruiken.

Emotioneel betrokken personages

Je kan je verhaal spannender of diepgaander maken als je personages op een soortgelijke manier emotioneel betrokken maakt bij wat hen overkomt. Zeker als jij als schrijver je personage goed kent, is het een goede methode om zowel de spanningsboog als het plot nog meer te verrijken. De belangrijkste dingen om daarvoor te weten, zijn de zaken waar je personage het meest om geeft. Denk aan dingen als:

  • Een wens die in vervulling kan gaan
  • Het welzijn van geliefden
  • Een project waar je personage nauw bij betrokken is
  • Een angst die uit kan komen

Een belangrijk punt hierbij is dat je personage het gevoel moet hebben dat het daar een zekere grip op kan hebben, of de uitkomst daarvan kan sturen. Dat zijn dan dingen als:

  • Als ik hard genoeg train, kan ik sportkampioen worden
  • Ik kan mijn kinderen gelukkig maken door een leuk verjaardagsfeestje voor ze te organiseren
  • Als ik genoeg flyers uitdeel, dan wordt dit project bekend bij het grote publiek
  • Als ik maar hard genoeg werk, ziet niemand dat ik me een mislukkeling voel

Je kan een nieuw subplot in het leven roepen door je personage precies daar te raken waar het pijn doet. Waar het ene personage volledig rustig blijft als het deze maand rood staat, is dat voor het andere reden om alle objectiviteit te verliezen. Kijk dus eerst goed in de personagebiografie wat dat pijnpunt precies is. Als een heel subplot erop moet leunen, kies dan voor het element dat er het meest uitspringt.

Personage in paniek!

Je zet als schrijver iets in gang wat je personage absoluut niet wil. Het hoeft niet per se de grootste angst te zijn, maar het moet wel iets zijn waar je personage absoluut van af wil. En wel nu meteen. Die behoefte aan onmiddellijke actie zet je personage aan tot soms ronduit domme dingen. Wordt mijn kind gepest? Dan ga ik naar de moeder van de pestkop om te zeggen dat haar rotkind in de stront kan zakken. Dat is natuurlijk niet de manier om iets op te lossen, maar als de emotie het overneemt, zijn we niet altijd zo slim meer…

Zo is het relatief makkelijk om van kwaad tot erger te gaan, als dat nodig is voor het plot. Waak er wel voor dat je het niet groter maakt dan het hoeft te zijn. Deze eerdergenoemde moeder zo laten doordraaien dat ze doodsbedreigingen overweegt is geen goed plan. Houd het verschil tussen wat je personage en je plot willen of zouden willen goed in de gaten.

Als je op deze manier je personage gaat pesten, kijk dan eens goed wat die eerste, soms banale reacties zijn. Schrijf ze desnoods op in je opschrijfboekje. Hier kan je leren, of als opfrisser weer zien wat de leermomenten, grootste angsten en de mogelijke groeiprocessen van je personage zijn. Met andere woorden: hier kan je een conflict in gang zetten dat bij je personage past. En omdat het een subplot betreft, kan je zo de laatste loodjes van een levensles nog even belichten. Denk bijvoorbeeld aan het derde obstakel. Of licht in het eerste obstakel al een tipje van de sluier op wat jouw personage later in het verhaal laat panikeren.

Wie staat erbij en kijkt ernaar?

In een staat van paniek en gedachten van: alles behalve dat! Zal je personage alles en iedereen om hulp gaan vragen. Misschien zelfs wel de ergste vijand. Zo kan je dit subplot ook gebruiken om vriendschappen te verstevigen, vijandschappen (verder) aan te wakkeren. Ook kan je dit moment gebruiken om überhaupt de stand van zaken van een relatie op te maken. Wat kunnen of willen omstanders doen in tijden van paniek bij dit personage. Je leert in tijden van nood wie je vrienden zijn. Zijn er gedurende je verhaal al wat dingen gebeurd waar de lezer en of je personage niet helemaal de vinger op kan leggen? Dan kan dit subplot helpen om dingen duidelijk te maken. Als jij als medestander iets makkelijk op kan lossen vanwege een bepaalde emotionele afstand, maar dat niet doet…

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Zo maak je een cliché origineel: onnodige nadruk

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en je zelfs nog de goede weg in te slaan als het die kant op gaat. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: onnodige nadruk.

Het cliché

De laatste jaren schrijven steeds meer mensen met zeer korte zinnen zonder werkwoord of onderwerp erin. Een paar van deze zinnen volgen elkaar op. Dan krijg je een bepaald bedoelde spanning: Deur dicht. Hij gaat zitten. Zucht diep. Kijkt haar aan.
Dat wat in deze korte zinnen nadruk moet krijgen, krijgt de aandacht met behulp van grammaticaal onvolledige zinnen of door punten, hoofdletters of uitroeptekens toe te voegen.

Waarom stoort dit zo?

De bedoeling van deze schrijfstijl is dat je bij ieder moment stilstaat om spanning op te roepen. Dat eerste deel slaagt, het tweede niet. In plaats van dat het verhaal op het scherpst van de snede komt te staan, gaat de vaart juist weg. Deze telegramstijl zorgt er inderdáád voor dat je zin voor zin leest, maar wel ten koste van de innerlijke film van het verhaal die in het hoofd hoort te draaien. De lezer blijft eerder de zinnen voor zich zien dan het beeld dat je probeert op te roepen.

De aanloop naar het cliché

Dit cliché ontstaat als je denkt geen aanloop nodig te hebben, terwijl het tegendeel waar is. Stel dat je over een ruzie schrijft waaraan je wil laten merken dat het echt foute boel is, niet zomaar een woordenwisseling. Dan begrijpt iedereen dat het spannend is. De nadruk wordt dan als sfeermaker gebruikt.
Het vervelende van lezers -of van mensen-  is dat ze niet zo meevoelend zijn als we graag geloven. Bij slecht nieuws of een akelige gebeurtenis leven we niet automatisch intens met een ander mee, alleen omdat dat opgeschreven staat.  
Denk aan een overlijdensadvertentie: je schrikt misschien even als een anoniem persoon jong is gestorven, maar vervolgens lees je de krant toch weer gewoon verder.
Om echt mee te leven moet je iemand – persoon of personage-  eerst goed kennen. Vaak slaat deze schrijfstijl die stap over. En zelfs als die dat niet doet, werkt extreme nadruk alsnog niet zo goed.

Goede nadruk leggen: het cliché fiksen

Als een zin een nadruk moet krijgen, krijg je lezer die alleen mee als die vooraf al genoeg met je personages meeleeft en weet hoe diens beleefwereld eruit ziet. Dat gewicht wat je het mee wil geven, is veel te groot voor een enkel leesteken als een punt of een hoofdletter om te kunnen dragen. Daar is meer tijd voor nodig. Om de zwaarte, spanning, angst… van je personage echt te kunnen voelen, moet je juist meerdere zinnen, zo niet zelfs alinea’s of pagina’s besteden aan sfeeromschrijvingen of hoe sterk de emoties aanvoelen. Werkwoorden en onderwerpen in een zin zijn daarvoor juist sterke woorden  om te benadrukken wie het voelt, hoe dat voelt, hoe dat precies gedaan wordt…
Vergelijk eens: ‘De handen op schoot.’ met ‘De handen lagen gevouwen op schoot’ of juist: ‘De handen trilden op schoot.’

Oftewel: zorg ervoor dat je lezer mee kan voelen, in plaats van een afstandje naar het voorval kijkt en de intensiteit van de scène zelf maar moet bepalen, zo niet gokken.

Nu jij!

Schrijf een scène waarin er net een zware beslissing is genomen en de personages even bij moeten komen. Laat die spanning en emotie die nu in de lucht hangt goed naar voren komen met grammaticaal volledige zinnen en voldoende sfeer- en emotie omschrijven die  (volledig) uitgeschreven diepgang niet schuwen. Je kan je scène plaatsen in de comments.

Tips voor het vermijden van het cliché

  • Scène- of plotopbouw bestaat niet voor niets. Maak gerust wat meer woorden vrij voor een belangrijk moment.
  • Spanning wordt groter als je er niet aan kan ontsnappen en je langer in dat moment blijft. Lees: als het langer duurt voordat je de woorden hebt gelezen waarmee die spanning beschreven wordt.  

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Patrick Fore verkregen via Unsplash.

Schrijfoefening: zo test je wat je echt wil schrijven

We kennen allemaal het idee dat je iets van je af wil schrijven of delen met een autobiografie. Maar ook als je fictie schrijft, is er iets dat je aanzet om te schrijven. Van interesse in een bepaalde geschiedenis tot een nieuwsgierigheid naar hoe iets in elkaar zit of tot stand komt en nog talloze zaken daartussenin. Je kan een verhaal nog voor je er echt mee begint al beter maken door te kijken naar wat je echt wil schrijven. Dan kan je afstemmen hoe je het beste met schrijven kan beginnen om jouw eigen nieuwsgierigheid en creativiteit helemaal tot zijn recht te laten komen.

Creatief schrijven is altijd geweldig! Toch?

Als je deze blog leest, reken ik erop dat je van schrijven houdt. Dus ja, ‘ik houd van schrijven’ is een van jouw redenen om dat ook te doen. Maar daar kom je niet al te ver mee. Want zo kan ik je ook achter een bureau zetten om zakelijke brieven uit te tikken. Of, als we het binnen het creatief schrijven blijven, je een roman laten schrijven over de Romeinse tijd, terwijl jij al in slaap valt zodra je ook maar een stap in een geschiedenislokaal zet.

Schrijven is dus leuk, maar creatief schrijven heet niet voor niets zo. Je wil met het schrijven van verhalen een bepaalde creativiteit kwijt, of zelf een heel nieuw verhaal of nieuwe wereld creëren. Maar ook dan kan de vergelijking met het slaapverwekkende geschiedenislokaal nog op gaan. Waar de ene verhalenschrijver enthousiast wordt van het idee een personage van voor tot achter te gaan ontwerpen, wil de ander dat juist liever zo lang mogelijk uitstellen om eerst een compleet fantastische wereld te gaan bedenken, met alle worldbuilding die daarbij hoort.

Wat prikkelt je echt om te gaan schrijven?

Wil je een vliegende start met je verhaal maken, dan moet je dus gaan kijken naar welk aspect van het creatief schrijven je nieuwsgierigheid heeft opgewekt. Wat is dat element dat zegt: ja, dáár wil ik over schrijven? Dat al ‘schrijversflow!’ lijkt te schreeuwen voor de tekstverwerker goed en wel is geopend?

Deze elementen zijn concreet genoeg voor eerste idee om een verhaal mee te starten

  • Een personage met een heldenreis
  • een verhaalthema
  • een moraal of levensmotto
  • een herinnering
  • een gevoel en de bijbehorende ‘sfeeromschrijvingen‘ van een bepaald moment
  • een titel (Lees: een simpel idee wat meteen explodeert in een mindmap vol ideeën)

Op hun eigen manier zijn deze elementen allemaal concreet. Maar een complete heldenreis is toch wel wat anders dan een ‘mooi gevoel’dat smeekt om vertaald te worden naar een verhaal’.

Mate van abstractie bepalen

Om goed en duidelijk te kunnen schrijven over dat element wat jou ertoe aanzet om te gaan schrijven, is het handig om eerst te kijken hoe abstract jouw startpunt eigenlijk is. Daarmee wordt je belangrijkste start- en aandachtspunt ook duidelijk.
Relatief duidelijke startpunten zijn thema’s en motto’s
nog redelijk abstracte elementen is een personage met een heldenreis
zeer abstracte elementen zijn: herinneringen, gevoelens en titels

Het volgende schema helpt om wat meer duidelijkheid in al dat abstracte te krijgen voor een goede start

element maak dit eerst duidelijk waaromvalkuil wat is er zoal te ontdekken
personagewat de ultieme leerschool is van de heldenreiseen aantal van de belangrijkste beats in een heldenreis zoals de comfortzone, crisis en de wrap-up zijn meteen duidelijk een oppervlakkige invulling van de heldenreis. Voorkom dit door ook de zwakheden van je held meteen op te schrijvenhoe iemand – in dit geval je held- met een veranderende situatie omgaat. Wat de mogelijkheden zijn om met die situatie om te gaan
themawat de twee kanten van dezelfde medaille van dit thema zijneen verhaalthma blijft erg aan de oppervlakte als je dat maar vanaf een kant belichtaan de oppervlakte blijven met een thema: je kan dit realtief makkelijk voorkomen door breder over een thema na te denkenwaarom mensen anders over hetzelfde thema denken en hoe dat (anders) denken tot stand komt
motto of moraalwat jouw persoonlijke invulling of overtuiging bij dit motto isals je een les mee wil geven, moet die overtuigend zijneen onderwerp van te veel kanten belichtenwat dit moraal kan opleveren of wat er mist als dat niet wordt nageleefd
herinneringwat je persoonlijke waarheid is rondom deze herinneringtijd en persoonlijke emoties kunnen herinneringen verkleuren. Verander je daar steeds opnieuw mee, zonder vast ankerpunt, dan wordt het verhaal rommeligte weinig achtergrond van het verhaal rondom de herinnering of de personagebiografie meegeven. Empathie is niet zomaar verdiend!Hoe een personagebiografie of een butterfly-effect vorm krijgen
gevoelwat je zintuiglijke ervaringen zijngevoelens omschrijven kan erg abstract overkomen als belevingerop rekenen dat iedereen eenzelfde (emotionele) beleving heeft in een soortgelijke situatiede rijkheid van diverse emoties
titelwat in een zin je ‘hoofdidee’ iste snel doorgaan met brainstormen zorgt voor een rommelig beginsubplots gaan uitwerken voor de rode draad goed en wel stevig staateen compleet verhaal 😉

Kijk eens naar jouw inspiratie-element en de bijbehorende factoren. Schrijf nu concreet op wat jou inspiratie is geweest, bijvoorbeeld ‘die mooie zonsondergang op vakantie.’ Met een korte scène van ongeveer 200 à 300 woorden kan je de proef op de som nemen. Neem de aandachtspunten uit de tabel mee en zet de zonsondergang centraal in de scène. Hoewel de scène ietsje langer is dan de gemiddelde achterflaptekst, zou die genoeg inspiatie en houvast noemen geven om te weten waar je over gaat schrijven, maar vooral ook waar je over wil schrijven op een zodanige manier dat de lezer die intentie van het begin af aan meekrijgt en je verhaal er altijd een stevige basis van blijft houden.

Nu weet je wat je echt heeft aangezet om te willen schrijven. Onthoud dat gedurende je schrijfproces, dan houd je de inspiratie en motivatie makkelijker vast. Laat het me weten als ik een van deze elementen in een andere blogpost meer aandacht moet geven voor een goede start!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Art Lasovsky verkregen via Unsplash.

Zo maak je een cliché origineel: te grote powerfantasy

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en de goede weg in te slaan als je tekst naar een cliché neigt. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: te grote powerfantasy.

Het cliché: net iets te goed

Powerfantasy is datgene waar je held goed in is om de heldenrol op te kunnen eisen. Een te grote powerfantasy draaft daarin door. Denk daarbij aan: een raketgeleerde die goed moet zijn in wiskunde heeft daar een buitengewoon talent voor.  Dat is nodig. Maar zodra je gaat schrijven over deze geleerde die in week een nieuwe formule bedenkt waarbij er in een klap een wereldprobleem wordt opgelost, dan wordt het een cliché. Held is niet langer iemand die iets of iemand kan redden. Drie totaal andere problemen worden ook meteen opgelost. Zijn superkracht wordt te veel van het goede.

Waarom stoort dit zo?

Een held moet herkenbaar voelen voor een lezer. Daarvoor hoeven held en lezer niet per se op elkaar te lijken. Een bankier kan gerust lezen over een boer. Zolang Held maar iets menselijks heeft. En een superheld met oneindig veel kracht, kennis en kunde raakt dat menselijke aspect kwijt. Vergis je niet: een te hoge powerfantasy is niet alleen mogelijk in fantasy-of actieverhalen. Zelfs in alledaagse zijn er helden die het allemaal net iets te goed doen of weten.

Voorbeeldscène

Mary Sue is een perfect voorbeeld van een personage met teveel powerfantasy. Je kan allerlei aspecten van haar bedenken die te veel van het goede zijn. In dit artikel is zorgzaamheid haar powerfantasy.  

Mary Sues vriendin zit in de problemen. Haar peuter is ziek en niemand kan het kind halen. Daar is onze heldin! Ze haalt het kind van de opvang en komt in het huis van haar vriendin. Dan ziet ze dat de koelkast leeg is en dat de arme vriendin door het ziekenhuisbezoek van gisteren niet heeft kunnen poetsen.
Als Vriendin thuiskomt is de koelkast gevuld, ligt het kind voorgelezen en gedoucht te slapen met een kruikje, is de vloer gedweild, staat er een vers vaasje bloemen op tafel en is de wc schoongemaakt.
“Wat lief, Mary Sue! En dat in een uur tijd. Ben je niet doodop?”
“Ik word nooit moe van mensen helpen, daar krijg ik energie van!”

Vast… Als een gewone sterveling dit al voor elkaar zou krijgen, ligt die hierna volledig uitgeblust op de bank of is die op zijn minst moe van het sjouwen.

Zo kan je het cliché fiksen

Powerfantasy schrijven is altijd een beetje zoeken. Je held móet ergens net iets beter in zijn dan de rest. Soms mag dat zelfs een – hetzij klein- loopje met realisme nemen. Je schrift fictie en je held moet ergens in uitblinken. Maar ook in verhalen ga je een keer een stapje te ver. Om je overdreven capabele personage alsnog af te remmen of realistisch te maken, kan je het volgende doen:

  • Geef een kijkje in de gedachten van dit personage. Laat zien dat de monsterklus  geklaard wordt, maar wel ten koste van paniek, een flinke vloekuitbarsting of iets anders vervelends. Schrijf dat interne gevloek maar uit!
  • Je personage kan in plaats van anderen tien stappen voor zijn, ook vier stappen voor zijn. Dan is die nog steeds de held, maar behoudt die ook iets menselijks.

Nu jij!

Herschrijf de voorbeeldscène en zoek een evenwicht tussen iets wat deze Sue als ‘powervrouw’ moet kunnen, zonder dat ze een onrealistische superheldin wordt. Gebruik daarvoor de reacties.

Gebruik je dit cliché? Denk dan hieraan

  • Bedenk hoe een specifieke powerfantasy eigenschap al dan niet in je plot of verhaalthema past. Is het echt nodig om je personage zo uit te laten blinken?
  • Powerfantasy is al snel overdreven als je held die al heeft in het begin van een verhaal. Laat die talenten liever pas in het midden van het verhaal tot bloei komen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Vicky Sim verkregen via Unsplash.