De observerende schrijver: ik zie… een wijzend vingertje

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: ik zie… een wijzend vingertje.

“Dit doe je hartstikke verkeerd!” “Doe nou eens niet!” We kennen het allemaal: dat standje dat geven wordt aan de hand van je gedrag, soms vergezeld door een wijzend vingertje. Spreekwoordelijk of letterlijk, het wijzende vingertje is interessant om te observeren; het kan namelijk zowel iets over de karaktertrekken van een persoon zeggen als wel een waarschuwingssignaal zijn dat jij meer interpreteert dan observeert.

Het letterlijke wijzende vingertje

Is het je al eens opgevallen dat het wijzende vingertje eigenlijk maar in twee situaties wordt gebruikt? Om een kind terecht te wijzen of door iemand die volwassenen als zodanig behandeld, vooral om diens hogere status nadruk te geven. Hoge piefen die zichzelf graag op een voetstuk zetten en anderen neer willen halen, anders gezegd. Dat wijzende vingertje is zó’n uitgesproken gebaar van hogere status, dat het als vanzelf ook met subtielere gebaren of lichaamstaal gepaard gaat. Het is een 10 op een schaal van 1 tot 10 en zo’n extreem komt zelden alleen. Kijk eens wat je ziet en hoort: een rechte rug, gefronste wenkbrauwen, een hoge toon, een hard volume?

Bij een letterlijke wijzende vinger wordt er ook bijna altijd expliciet gezegd waar iemand voor op moet passen of waar de ander mee dreigt. Dat is niet altijd zo bij de figuurlijk wijzende vinger.

Geniepig neerhalen: pas op met interpreteren

Een echt wijzend vingertje is zeldzaam: vaker wordt op zo’n neerbuigende manier praten – zeker naar volwassenen- veel geniepiger gedaan en/of met meer venijn. “Je kan ook nooit eens doen wat ik zeg!” “Snap je het nou nog niet, hoe stom kan je zijn?” Dan wordt het niet langer corrigeren of kritiek hebben, maar eerder (geniepig) neerhalen. De verleiding is groot om een verhaal te bedenken dat achter zulke uitspraken schuilt.  Wat is de relatie tussen deze twee mensen? Hoe assertief is degene die wordt afgesnauwd en wat is de reden de ander dat doet? Wat is die onzekerheid die daartoe aanzet?

Sommige dingen kun je daadwerkelijk zien of horen. Misschien is een uitspraak als: “Ik, als je leidinggevende…” of “Jij bent slechts een…” andere keren spreekt het in zekere mate voor zich. Een man in pak die zo spreekt tegen een wat minder statig gekleed persoon, zal het wel de meerdere zijn die het tegen een ondergeschikte heeft.

Maar vaker is het zo dat je niet precies weet wat er speelt, of wat de relatie tussen de personen onderling is. Het is menseigen om daar als vanzelf een compleet verhaal bij te bedenken, maar voor observeren werkt dat averechts. ‘De snauwer is iemand met een kort lontje’. Die kans is groot, maar misschien is het iemand die zelf even aan zijn taks zit.  Zodra je iets observeert dat richting karaktertrekken gaat, moet je opletten dat je observeren en interpreteren niet door elkaar gaat halen. Karaktertrekken zijn dingen die een mens vaak of vaker laat zien. Als je (als vreemde) iets observeert, weet je nooit of die karaktertrek een momentopname is of niet.

Dat is belangrijk om te onthouden als je personages introduceert in een boek, in de fase waarin je nog empathie voor hen moet opwekken.  Je lezer gelooft je niet zonder meer als je één keer zegt dat je personage lief, gemeen, een chaoot of een bangerik is. Dat is iets dat geloofwaardig wordt door (subtiele) herhaling.  Anders gezegd: observatie vertelt op zichzelf geen verhaal, daarvoor moet je meer verdiepende details kennen of aan een lezer vertellen.

Dit bericht verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Artyom Kabajev on Unsplash.

Personage en paradox: zo gaan ze samen in een boek

Als je een clichépersonage wilt vermijden, is de paradox een goed uitgangspunt. Die laat zien dat niemand eenzijdig is en dus ook niet voorspelbaar of als een uitgesproken typetje reageert. Maar er komt een moment in dat zoeken naar diepgang waarbij je niet meer weet of iets paradoxaal is, of gewoon niet meer klopt. Zo kun je te werk gaan om dat probleem op te lossen.

Welke emoties spelen er en wanneer spelen ze?

Een paradox speelt als er twee dingen tegelijk gebeuren die los van elkaar, elkaar lijken uit te sluiten. Dankbaarheid en verdriet, bijvoorbeeld. Dankbaarheid maakt je blij, verdriet juist niet. Maar toch kan je na een mooie vakantie zowel blij of dankbaar zijn dat je hem heb gehad en ook verdrietig zijn dat hij over is.
Dat moment in het vliegtuig is een heel specifieke momentopname: je zweeft tussen twee bestemmingen in. Niet meer thuis, maar ook niet meer op de vakantieplaats. Dat tussen twee momenten of gevoelens inzweven is wat de paradox mogelijk maakt.

Was je nog aan het strand een cocktail aan het drinken, dan was je waarschijnlijk alleen maar blij of dankbaar. En thuis als de eerste keer de wekker voor de werkdag gaat, neemt verdriet (of een mopperbui) die dankbaarheid waarschijnlijk wel weer weg. Bij een paradox spelen dus twee dingen tegelijk spelen die zo verschillend van elkaar zijn dat het onmogelijk is om te beweren dat je de bijbehorende emoties zowel zwartwit als los van elkaar kan zien. Wat op ieder ander moment, tijd, of plaats of emotionele setting, wel had gekund, als de omstandigheden net iets anders waren. Verander een van deze factoren en je ziet dat de paradox verdwijnt. Als je dus met een paradox in je verhaal wil werken, moet je dus eerst een heel duidelijk beeld krijgen van het ‘wanneer/ waar’ en het (emotionele) ‘wat’.

Toen, in die situatie…

Een paradox kijkt dus als het ware terug op een moment of een situatie die op dat moment niet speelt, maar die herinnering eraan wel oproept. Je zit in het vliegtuig van vakantie terug naar huis niet langer aan het strand met de cocktail, maar je denkt daaraan terug. Dat mengt zich met de emotie van van nu of straks. “Als ik weer aan het werk moet…” waardoor de paradox ontstaat.

Dat vergelijken met het gevoel dat hier en nu speelt en het terugblikken op of een gevoel hebben bij een andere situatie kan ook paradoxen opleveren bij meer morele scenario’s. Zo kan iemand met engelengeduld onmiddellijk diens geduld verliezen als die een persoon tegenkomt die grotere, vervelende emoties oproepen. Dat rechtvaardigt dus uitspraken als: “Ik heb engelengeduld, behalve als ik mensen onrechtvaardig behandeld zie worden. Dan schiet ik meteen uit mijn slof!” De vervelende woede die de ‘herinnering’ of de situatie van onrechtvaardigheid oproept, staat dan in contrast met het meer fijne geduld.

Tegenstrijdigheden en paradox

Bovenstaande voorbeelden helpen je om makkelijker te zien wanneer iets echt niet kan en tegenstrijdig is, en wanneer iets paradoxaal kan zijn. Neem het voorbeeld van ‘deze milieubewuste chauffeur heeft drie auto’s, waaronder een Hummer’. Een Hummer is geen milieuvriendelijk voertuig. Nooit, hoe de situatie ook verandert of hoe emotioneel je er ook bij betrokken bent. Ook al noem je hem liefkozend Hummie, hij gaat echt niet eens op gras lopen als je hem een extra wasbeurt geeft. De mogelijkheid om in emoties veranderlijkheid te zien, laat zien dat er een paradox mogelijk is.

Hoe maak en vind ik paradoxen in mijn personage?

Paradoxen zijn dus complex: hoera, complexe personages zijn meestal de meest interessante om over te lezen! Als je een diepzinnig personage wil schrijven, helpt het dus om je personage zodanig divers te maken dat er tegenstrijdigheden lijken te zijn als je ze opgesomd in de personagebiografie zou lezen. Bijvoorbeeld
– Is dol op haar Romeo en zegt niet zonder hem te kunnen
– Kan Romeo niet luchten of zien wanneer hij weer eens over ijshockey begint

“Ik kan niet met en niet zonder jou”, is grammaticaal een tegenstrijdigheid. Maar waarschijnlijk kennen we allemaal wel zo’n stelletje. Maar dat kan dus omdat er emotie en gevoel bij deze paradox komt kijken. Ik voel me helemaal op mijn gemak bij jou als ik bij je ben, maar ik kan je wel schieten -woede en dus emotie- als je je rotzooi weer eens laat slingeren.

Je kan proberen paradoxen te maken als je een personage gaat ontwerpen, of je kan ze proberen te bespeuren als je al een biografie met de bullet points hebt gemaakt. Zodra je een paradox opmerkt, ga dan eens na welke emotie achter dit gegeven of in deze situatie (op)speelt.
– Ze is gek op Romeo ( ze voelt liefde)
– Als Romeo over ijshockey begint, berg je dan maar.
* Julia kan zich tekortgedaan voelen, omdat ze dan minder aandacht krijgt
* Julia denkt terug aan die keer dat ze gewond raakte tijdens ijshockey en daar zit nog een onverwerkt trauma achter
* Julia kan zich eenzaam voelen: Romeo heeft een heel stel ijshockeyvrienden, maar Julia heeft geen hechte vriendengroep waarmee ze eenzelfde hobby kan delen

enzovoorts.

Zodra je weet wat er tussen de regels door staat over een relatief simpel gegeven, kan je daar allerlei kanten mee op of nieuwe vragen bij stellen. Denk aan: weet Romeo van Julia’s ijshockeyongeluk of is dat haar grote geheim? Wat doet dat met hun relatie? Of: als Julia zo eenzaam is: in hoeverre moet je dat in het centrale conflict meenemen, of kan je er misschien een of het verhaalthema van maken?

Je ziet dat je zo vragen krijgt die dieper op de personage ingaan. Dat is iets wat de paradox afdwingt. Als je dus een personage hebt met de nodige paradoxen, moet je er haast je best voor doen om dat nog cliché te maken.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door 愚木混株 cdd20 verkregen via Unsplash

De observerende schrijver: Ik zie… een bed

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… een bed.    

Het bed is diverser dan je misschien denkt. De eerste aanname is dat je erin slaapt. Maar een kind duikt bij de ouders in bed om troost te zoeken na een nachtmerrie, jij hebt seks in dat bed, als je jarig bent, is het het decor van een speciaal ontbijtje en op zondag blijf jij lekker in bed doezelen. En ook in het bed zelf zitten verschillen. Is het goedkoop omdat je er ´gewoon´ op moet slapen, of is het groot en luxe omdat jij je slaap echt nodig hebt? Zo kan je op veel verschillende manieren naar een bed kijken. En andere voorwerpen of zaken die net zo divers zijn.

Wat is dit bed op dit moment? 

Een bed gebruik je dus voor allerlei dingen  en momenten. Wat is het bed op de moment van de scène waar je het beschrijft? De slaapplaats? De plek voor intimiteit? Je kan de kenmerken van een bed gebruiken om de sfeer, emotie of beleving van het moment te benadrukken. Dat heerlijk zachte bed na een lange dag, of dat lekker grote en ruime bed voor een nachtelijk avontuurtje. Weeg daarbij af of je dat doet of niet. Als je een tel nadat je hoofd het kussen heeft geraakt slaapt, krijg je niet mee hoe zacht het bed is. En de exacte grootte van dat bed valt je ook niet op als de meest prachtige persoon op aarde je zwoel aankijkt.

Bedenk ook eens wat de grootte, kwaliteit en het uiterlijk van het bed of het beddengoed over je personage kunnen zeggen: de kans is groot dat je een show, don’t tell vindt over de waarde die je personage aan slaap hecht, interieursmaak, of het budget dat je personage heeft voor een bed.

“Receptionist, heeft u een bed?”

Na een ellenlange dag reizen, zonder een bed voor de nacht, loop je een hotel binnen  en smeek je de receptionist bijna: “Heeft u een bed?”
“Ja, maar alleen in een slaapzaal met zeven andere mensen en een gedeelde badkamer.”
“Ja, gráág”, zeg jij, hoewel je gewend bent aan een kingsize bed voor jezelf en een regendouche met een douchekop die een bepaalde kleur licht geeft aan de hand van de temperatuur. Zó moe ben je.

Een bed is een voorwerp dat geen tot álle relevantie draagt in een moment. Wat kan jou een bed schelen op een gemiddelde dag om 15.00 uur? Maar na die lange reis…
Zo kan je sfeeromschrijving gebruiken om je tekst en je voorwerp extra gewicht te geven.
Varianten van dit ‘bed’ zijn:

  • eten: als je echt honger hebt, eet je wel, ook al zijn het spruitjes.
  • afleiding: als je wat dan ook niet onder ogen wil zien, doe je alles om jezelf af te leiden. Desnoods besluit je om de tegels in de badkamer te tellen, het op een zuipen te zetten…
  • gezelschap: als je eenzaam bent, praat je wel tegen iemand, ook al is het het kassameisje bij de supermarkt.

Dit bericht verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Kinga Howard verkregen via Unsplash.

Is mijn personage cliché? Test het met de paradox

Een van de eerste voorwaarden van een goed personage is dat het echt moet lijken. Dat het iemand is waarvan je gelooft dat die in het echt ook zou kunnen bestaan. Toch kan het voelen alsof je personage een cliché is zodra het een of meerdere specifieke kenmerken heeft. Met de paradox als uitgangspunt kan je peilen of je personage levensecht lijkt, of misschien toch nog meer als een cliché of trope.

Wat maakt clichés in personages zo lastig te vermijden?

Een wandelend cliché herken je met de ogen dicht. Een overdreven popperig meisje heeft natuurlijk vlechtjes met róze strikjes en lakschoentjes. Hup, schoentjes en vlechten uit, regenlaarsjes aan en de vrolijke glimlach houden. Klaar met het cliché: het meisje is nog steeds schattig, maar niet overdreven lieflijk. Clichés zijn echter zelden zo makkelijk te verminderen. Al is het maar omdat je denkt: o jee, mag mijn personage nu geen boekenworm meer zijn? Dan is het meteen een nerd en dus cliché. Zo zwartwit is het niet: een boekenworm blijft een trope. Maar als je eenmaal alert bent op clichés kan je wel zo gaan overdenken, hopend om die clichés toch maar te vermijden. Daar komt de truc van de paradox om de hoek kijken.

De pracht van de paradox bij het schrijven van personages

Je vraagt een personage een karaktertrek te omschrijven. Het zegt:
“Ik heb engelengeduld, behalve als ik mensen onrechtvaardig behandeld zie worden. Dan schiet ik meteen uit mijn slof!”
“Dat is niet echt geduldig dan…”
“Ja, maar in iedere andere situatie ben ik zó geduldig dat andere mensen zeggen dat ik wat meer van me af zou moeten bijten, voor mezelf op moet komen, of in de actie moet overgaan…”

Dit personage liegt niet: die laatste bewering geeft blijk van engelengeduld. Tegelijkertijd is het niet echt geduldig om meteen kwaad te worden, ongeacht de situatie. Beide beweringen zijn waar: dat is de paradox. Het is een situatie waarin schijnbaar tegenovergestelde dingen tegelijkertijd waar zijn. Onthoud ‘schijnbaar’, want dat geeft een belangrijk nuanceverschil aan.
De ‘ja maar’ die je hier ziet, is wat je kan gebruiken om te paradox bloot te leggen. Als je personage met de ‘ja maar’ niet in de verdedigingsmodus schiet: – Ja maar, ik ben echt wel een engeltje hoor, wat wil je dan? Dat ik alles maar slik?- , maar oprecht kan aanstrepen waarom het een het ander niet uitsluit, is dat het eerste teken dat je personage niet zo cliché is als je misschien denkt. Mensen (en levensechte personages) zijn namelijk nooit makkelijk in één hokje te stoppen en reageren anders aan de hand van verschillende situaties.

Paradox als emotie

Brené Brown is een sociale wetenschapster die emoties onderzoekt. In een van haar boeken stelt ze een paar dingen die interessant zijn voor het onderzoeken van wanneer iets cliché is of niet:

  • Er zijn 87 verschillende emoties
  • ‘Paradox’ is geen emotie, maar heeft daar wel een sterke samenhang mee.
  • Gemiddeld kunnen mensen van die 87 emoties er maar drie (!) benoemen: blij, verdrietig en boos.
  • Als je een emotie niet kan benoemen, kan je het ook niet zo makkelijk ‘los’ voelen, of überhaupt begrijpen.

Wat heeft dat met ons ‘clichéprobleem’ te maken? Als jij of de lezer niet inziet dat iets paradoxaal kan zijn, doe je – zou je kunnen stellen- een bepaalde emotionele beleving tekort. Vanwege een paradox is de kans groot dat iets tegenstrijdigs heel goed kan bestaan, maar dat je door te weinig begrip van de situatie of emotie je gewoon er de vinger niet op kan leggen waarom dat niet kan. Maar dat is wel belangrijk om het cliché te kunnen omzetten naar een oprechte belevenis, anders blijft het aan de oppervlakte waar diepgang nodig is. Anders zou ons geduldige personage ofwel altijd en overal geduld voor moeten hebben, of altijd onmiddellijk in de aanvalmodus moeten gaan als iets niets meteen naar behoren verloopt.

Verschillen in emoties opmerken

Het belang van het begrijpen van verschillende emoties -of brillen van waarheid of beleving– en daar onderscheid in kunnen maken, zie je terug in dit heftige, maar duidelijke voorbeeld. Als een geliefde een lang en vreselijk ziekbed heeft gehad, ben je natuurlijk verdrietig als die uiteindelijk overlijdt. Maar die andere emotie van de paradox? Als je slechts die drie basisemoties begrijpt, dan zou je zeggen dat je blij bent dat je geliefde gestorven is. Dat klinkt bijna alsof je nu met een feestmuts op rondloopt. Natuurlijk is ‘opluchting’ hier passender: er is een einde aan een lijden. Maar als ‘opluchting’ niet in je (emotionele) woordenboek staat, dan wordt een broodnodige paradox onmogelijk om te omschrijven. Dan moet je alsnog je toevlucht zoeken tot iets oppervlakkigs en wordt je personage cliché. Of je schrijft iets wat gewoon echt niet kan. Blij en verdrietig dat iemand overlijdt… Dat klopt gewoon niet. Waar ‘blij’ schijnbaar eerst nog lijkt te kloppen, zolang het alternatief ‘opgelucht’ nog niet is genoemd, past ‘blijdschap’ echt niet meer zodra ‘opluchting’ – als beter alternatief- voorbij gekomen is of wel in het woordenboek van een lezer staat.

Dat ‘betere alternatief’ zoeken is essentieel voor het schrijven van iets paradoxaals. Niet alleen worden je verhaal en je personage er diepgaander van, het voorkomt ook dat je gaat schrijven over dingen die elkaar (duidelijk) tegenspreken. Denk aan dingen als:
– deze milieubewuste chauffeur heeft drie auto’s, waaronder een Hummer.
– ik let op mijn gewicht: daarom eet ik alles waar ik zin in heb.
– hij blijft het liefst in Nederland: daarom gaat hij ieder jaar op vakantie naar Azië.

Deze voorbeelden zijn natuurlijk overduidelijk geen paradoxen, maar gewoon tegenstrijdig. Maar in de praktijk is het onderscheid tussen een paradox en een tegenstrijdigheid soms moeilijk te zien, laat staan te schrijven.

Daarom volgt er volgende week een blogpost die hier verder op ingaat. Als je alvast aan de slag wil gaan met deze tips, kan je het volgende doen:

  • Schrijf alle emoties op die je kan benoemen. Neem rustig de tijd 😉
  • Schrijf een aantal paradoxen op en noem daarbij welke emoties er spelen. Noteer ook waarom er sprake is van juist die emoties en waarom de situatie nog steeds kan bestaan of ‘klopt’.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door 愚木混株 cdd20 verkregen via Unsplash.

De observerende schrijver: Ik zie… iets moois

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… iets moois.    

Denk aan iets moois en schrijf het meteen op, zonder te veel na te denken. Bekijk je resultaat. Vraag nu aan tien mensen of zij dat ook mooi vinden. Misschien wel, om dezelfde of andere reden, of helemaal niet. Het punt is: iets moois is subjectief en toch is het jouw waarheid. Hoe kan je die paradox gebruiken in het observeren?

Wat is mooi?

Mooi is meestal iets wat je ziet, maar voor dit artikel kan je het ook wat breder ziet. Bijvoorbeeld als prettig: een jas is mooi, niet zozeer om hoe die eruit ziet, maar om de kwaliteit van de stof waar die van gemaakt is. Anders gezegd: mooi is iets prettigs. Niet alleen voor het oog, maar ook voor de andere zintuigen.  

Mooi voor alle zintuigen

Met in gedachten dat mooie dingen niet alleen de ogen, maar ook voor de andere zintuigen, kan je wat gerichter gaan observeren. Wat zie je als je denkt: ‘mooi!’ Als je dat welbekende fijne gevoel krijgt als iets moois ziet? Wees om te beginnen alert op dat gevoel. Het hangt meestal samen met een fijn vooruitzicht. Of iets wat uitnodigt tot iets veelbelovends.

  • Een mooi ingericht huis belooft woongenot
  • Een mooi opgemaakt bord belooft een lekker gerecht
  • Een kledingstuk van een mooie stof -hoe het voelt- belooft een fijn zacht gevoel op de huis, of een mooi gevoel van zelfvertrouwen door het dragen van een sexy kledingstuk
  • Luisteren naar mooie muziek belooft ontspanning of ontroering

Iets moois observeren en iets moois schrijven

Omdat mooi iets subjectief is, komt het welbekende ‘smaken verschillen’ ook om de hoek kijken. Wat het ook is dat jij – namens je personage- mooi noemt, moet je dus feitelijk benoemen. Denk bijvoorbeeld aan mooie blauwe ogen. Het is makkelijk om dan te denken dat iedereen snapt wat je bedoelt. Mooie blauwe ogen zijn niet voor niets een cliché van schoonheid. Maar er zijn mensen die groene ogen mooier vinden en er zijn blauwogige mensen wiens ogen helemaal niet zo mooi zijn: bijvoorbeeld omdat het ijskoude karakter van die persoon erin worden weerspiegeld. Vergeet dus vooral niet om te zeggen dat déze blauwe je personage doen denken aan iets heel geruststellends, zoals kabbelende beekjes of dat het de meest diepblauwe ogen zijn die je personage ooit zag.

Daarom moet je dus heel specifiek zijn in het hoe en waarom je personage dat moois als mooi ervaart. Om dat goed te kunnen doen, moet je je personage al goed kennen. Dat zorgt er ook voor dat je niet in nietszeggende clichés verzandt als de bovengenoemde over blauwe ogen. Je kan dan in de plaats daarvan iets uniekers omschrijven. Zoals waarom je personage een vogelaar is en helemaal gek is van roodborstjes in het bijzonder. Niet alleen vanwege de kleur van het beestje, maar ook zijn grootte en vriendelijke voorkomen.

Als je leert te kijken naar wat jij en je personage mooi vinden, kan je dat helpen om de wereld waarin je personage leven ook wat extra kleur te geven.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Jose Aragones verkregen via Unsplash.

Zo kan je infodumps makkelijker schrappen: de praktijk

Een infodump ontstaat als je informatie wil delen voor een bepaalde context, maar daarin uiteindelijk doorslaat. De kunst is om te weten waar die scheidingslijn zit tussen nodige en overbodige informatie. Daarvoor moet je het doel van de scène kennen, in kunnen schatten waar de interesse van je lezer op dat moment ligt en of en hoe eventuele andere zaken tussen de regels door (al) iets duidelijk maken.

De laagjes van een infodump

Een infodump bestaat als het ware uit een stel laagjes informatie. De eerste informatie is belangrijk voor beeldvorming, maar hoe meer laagjes je tegenkomt, hoe groter de kans is dat je in details verzandt. Er is geen vuistregel voor een cijfer dat aangeeft wanneer iets van informatie naar een dump overgaat. Uitzondering daarop zijn opsommingen met bijvoeglijke naamwoorden: houd idealiter twee, maximaal drie stukjes informatie aan in een lopende tekst: De jonge, blonde, slanke, vrouw. Rijk, lomp, wat er dan nog meer achter mag komen, moet je dan maar voor een volgende beschrijving bewaren.

Vertel eens wat je de lezer wil laten beleven…

Wat je bij de laagjes van een infodump moet bedenken is wat je ermee wil vertellen, in plaats van wat je wil laten zien of bewijzen. Daarbij moet je het grote plaatje van je verhaal in het achterhoofd kunnen houden Kijk eens naar de tabel:

Bewijs/ laat zien dat…ResultaatVertel eens…Resultaat
Dit een mooie man isHij had vrolijke ogen, een zelfverzekerde uitstraling een goede bouw en gespierde armenWaarom je personage deze man mooi vindt (schoonheid is subjectief!)Zijn vrolijke ogen leken op die van zijn opa en die spieren… Kreeg Arnoud maar zo’n resultaat van al die uren in de sportschool!
Dit huis oud isDe planken kraakten als je erover liep, de ramen waren kapot, en het behang was gescheurdWaarom je personage in dit oude huis moet zijnDie krakende vloer en al die spinnenwebben…Valerie zou blij zijn als ze de mysterieuze brief had gevonden
Een douche verkwikkend isJe huid is zacht, je ruikt fris, en je bent weer alertwaarom je personage zich zo vies voelt of extra fris wil zijn en de douche daardoor een uitgesproken verkwikkend moment wordt, in plaats van een routineHeerlijk, die zachte huid na wat luxe douchegel. Erika was benieuwd of Freddy de geur ervan lekker zou vinden en of hij zou merken hoe zacht haar huid was als hij die zou aanraken
deze oorlog gruwelijk isEr waren duizenden doden, overal was paniek en geweld was aan de orde van de daghoe de gruwelen van deze oorlog je personage persoonlijk rakenAlex voelde zijn maaginhoud naar boven komen na het zien van de stapel lijken. Toen hij dichtbij een geweerschot hoorde, maakte hij zich uit de voeten.

Merk op dat je een aantal schrijftechnieken in de ‘vertelkolom’ kan terugvinden, zoals show don’t tell en sfeeromschrijvingen. Maar het kan je ook iets vertellen over dingen die je in de personagebiografie hebt staan, zoals de doelen of angsten van je personage. Arnoud is misschien bang om slap te zijn, of anders heeft hij gewoon als doel om spieren te kweken en als vrolijke ogen hem aan opa doen denken, is zijn grootvader waarschijnlijk belangrijk voor hem. Andere keren worden dingen uit het plot duidelijk: Valerie heeft een mysterie op te lossen en Erika is verliefd en/of verheugd zich op een romantische dag. Met dit uitgangspunt schrijf je meer over een belevenis dan over feiten, en dat leest altijd prettiger.

Vergis je niet: je hoeft niet alle ‘droge informatie’ meteen in een show don’t tell te gieten of weg te laten. Stukjes informatie zijn ook gewoon nodig om een snel beeld van de situatie te schetsen. Zie je dat die er nog steeds staan bij de resultaten van de vertelkolom? Maar als je gaat nadenken waarom je informatie überhaupt opschrijft is het makkelijker te herkennen wanneer je van info naar dump gaat.

‘Dump’ voorkomen

Vul de bovenstaande tabel zelf eens in voor je scène of je zin. Stel jezelf daarbij de volgende vragen:

* Waarover moet deze informatie vooral iets zeggen: het plot, het personage, de omgeving, de omstandigheden…?
Probeer de informatie uit de categorieën die niet gelden in deze zin of scène te verwijderen of te verminderen.
* Wat weet de lezer al? Lees: heb je al vaker genoemd dat deze held mager is? Of misschien is je informatie gewoon algemene kennis: ‘de hoofdstad Amsterdam’. Tenzij echt benadrukt moet worden dat Amsterdam de hoofdstad van Nederland is, mag ‘hoofdstad’ weg.
* Moet de lezer dit per se weten? Is het essentieel dat de lezer weet dat je held zwarte haren heeft, of mag de haarkleur aan de verbeelding van de lezer worden overgelaten? Is het niet belangrijk, schrap het dan, of zorg ervoor dat je de informatie zoveel mogelijk spreidt. Is het wel belangrijk, bedenk dan:
– Moet de lezer dit ook (allemaal) nú weten? (Lees: in deze zin?) Zo ja, zet die informatie dan vooraan in je opsomming. Zo niet, spreid de informatie dan in je tekst of zet de informatie verder achteraan.
– Hoeveel context is er nog nodig of heb je al gegeven?
* Wat is belangrijk vanuit de beleving van je personage op dit moment? Je lezer kijkt door de ogen van je personage naar de wereld in het boek. Als het personage dan iets niet (meer) registreert, of opmerkt, hoeft de lezer dat meestal ook niet te weten. Als ik jou vraag om je bank te beschrijven, doe je dat waarschijnlijk ook met twee of drie bijvoeglijke naamwoorden. Personages zijn geen magische wezens wiens zintuigen zes keer meer registeren dan die van echte mensen. Dus ook daarom hoef je een bank niet met zeven kenmerken te omschrijven. Zie het zo:


Infodump op papier voor de lezer is hetzelfde als zintuigelijke overprikkeling in het hoofd van een personage

Zo zou je een heel eind moeten komen met het herkennen en zelfstandig schrappen van infodumps. Succes!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Clarissa Watson verkregen via Unsplash.

De observerende schrijver: Ik zie… iets merkwaardig plezierigs

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… iets merkwaardig plezierigs.   

Er zijn dingen die merkwaardig plezierig zijn om naar te kijken en een bijna hypnotiserend effect hebben. Meestal zit er een subtiele, zich herhalende beweging in die langzaam maar zeker tot een ander ‘portret’ leidt of iets onthult. Geloof het of niet, met een beetje fantasie kan je als je dit goed observeert en je je opschrijfboekje paraat houdt, hier iets leren over een goede plotopbouw. 

Als concreet voorbeeld nemen we dit filmpje van de schoonmaak van een uitzonderlijk smerig tapijt.

Fase 1: wat moet hiervan worden?

In een verhaal dien je altijd te bedenken wat ervan worden moet. Wat maakt het interessant, wat maakt dat er iets over te vertellen valt? Een verhaal is dat pas als je dat er ook van kan máken. ‘Een held redt de wereld’ is een gegeven, geen verhaal. Bovendien is het zo breed (en in dit geval ook cliché) dat je je kan afvragen wat daar nog van worden moet.

Kijk eens naar het tapijt in het filmpje. Het is roetzwart: zo smerig dat je je af kan vragen of een miljoen liter water dat ding nog wel schoon kan krijgen. Waarom gooit de eigenaar het niet gewoon weg? Als het zo ranzig kan worden, dan is het blijkbaar om het omkijken naar niet waard geweest.

Fase 2: er zit iets onder

Je doet de moeite om aan een verhaal te beginnen of een vies tapijt schoon te maken, omdat je weet dat er met het nodige werk iets moois of interessants onder het ogenschijnlijke cliché of de dikke laag vuil zit. In het geval van het tapijt is dat de eigenaar waarschijnlijk duidelijk: die weet visueel exact wat hij te zien zal krijgen als het tapijt in de oude stijl terugkomt. Jij als schrijver weet dat bij aanvang misschien nog niet, maar als het kriebelt, zit er iets onder wat het schrijven waarschijnlijk waard maakt.

Fase 3 Herhaling, herhaling, herhaling

Als je een plot schrijft, kom je herhaling tegen in de heldenreis. Je held kan nu eenmaal niet meteen iets perfect doen. Dat doet de spanningsboog en het groeiproces geen goed. Maar als de held iets moet leren, mag dat er ook niet duimendik bovenop liggen. Het moet meerdere keren, met andere middelen voor hetzelfde doel. Bij het schoonmaken van het tapijt is dat goed terug te zien. Eerst komt een flinke hoeveelheid water, dan een speciale schrobmachine met een sopje, dan gaat de trekker eroverheen, komt er weer water, enzovoort. Steeds andere methoden, maar wel eenzelfde herhaling. Het is steeds schoonmaken in dezelfde banen, en er komt steeds meer kleur vrij. Zo kan een plot ook groeien in steeds hetzelfde terugkerende thema met dezelfde ‘sopjes’, maar kan het op een prettig tempo naar het einddoel toewerken. De tapijtschoonmaker is ook niet ineens klaar.

Fase 4: Het overkoepelende thema

Kijk eens wat het ‘tapijtpatroon’ van jouw verhaal is: het onderliggende thema. Waar moet alles in je plot uiteindelijk als thema, conclusie of verhaal naartoe werken?
En wat zijn jouw stofzuigers, wateremmers, sopjes en trekkers die allemaal voor dat schone tapijt zorgen? Als je varieert in methoden die net iets anders in uitwerking zijn, houd je afwisseling en blijft de geïnteresseerd in het verhaal, zonder de schrijver aan het werk te zien.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijver Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.


Foto door No Revisions verkregen via Unsplash.

Zo kan je infodumps makkelijker schrappen: introductie

Infodumps zetten de tekst op slot, omdat er informatie blijft komen die helemaal niet belangrijk is voor de tekst. Soms is infodump makkelijk te herkennen, maar andere keren is het wat lastiger. Heb je een infodump voor je neus, of is het toch nog belangrijke informatie? Deze blogpost geeft een introductie over een manier die je kan gebruiken om de relevantie van de informatie in je tekst te peilen.

Korte uitleg over infodumps

Een uitgebreide introductie over infodump vindt je hier, maar kort gezegd is een infodump: informatie die niet nodig is in een tekst, omdat die te veel op details ingaat. Een makkelijk voorbeeld is het beschrijven van het uiterlijk van een personage. Je kan simpelweg zeggen dat je personage een haviksneus heeft en een magere lichaamsbouw. Je kan ook nog de oog-en haarkleur, sproetjes op de armen, lengte, gewicht, donkerte van de wenkbrauwen meenemen. Maar dan is de lezer bezig met informatie te sorteren, in plaats van een beeld te vormen van het uiterlijk. Op die manier kan een infodump je tekst helemaal verpesten. Maar soms is het lastig om te zien of een stukje informatie een infodump is of iets wat je wel moet melden voor die beeldvorming. Om dat te weten, moet je vooral beseffen wat de informatie is die je wil delen en die je moet delen. Een handig middel daarbij is om het doel van je tekst goed in de gaten te houden.

Casus: dure kersenbloesemdouchemousse

Ik ben helemaal ondersteboven van kersenbloesems. Mijn moeder heeft een tas voor me gemaakt met dat patroontje, er zit kersenbloesem in mijn bedrijfslogo verwerkt en ik word warm vanbinnen als ik ook maar één kerselaar in bloei zie staan. Dus toen ik van een vriendin een luxe kersenbloesemdouchemousse cadeau kreeg, was ik helemaal blij.

Ik had geen marketingpraatjes nodig om me erop te verheugen de eerste keer te douchen met die mousse. Het zou een ‘goedkope imitatie’ van een kersenbloesembeleving zijn. Maar hé, als ik al vrolijk word bij het zien van een centimeter knutseltape waar een kersenbloesempatroon op staat, dan was een goedkope imitatie ook vast genoeg om blij van te worden, toch? Gek genoeg niet. De mousse zelf was heerlijk zacht op de huid, maar dat kersenbloesemgedeelte, daar was niks bijzonders aan. Ik was er zelf verbaasd over. Ik besloot daarom eens te kijken wat die fles mij allemaal beloofde. Het kwam neer op: ‘Zenjapan’ uit een fles: ultieme rust en wijsheid en de majesteit van de Fujiberg, onder het genot van zacht strelende kersenbloesemgeur’.

Vriend… Het ging mij om die bloesem. Ik weet niet wat je allemaal uit de Fujiberg hebt proberen te schrapen, maar ergens is dat blijkbaar – voor mij in ieder geval- ten koste gegaan van de bloesems. Dat was genoeg geweest: die opsmuk heb ik niet nodig. Bloesems zijn van zichzelf al tof genoeg!

Op de fles van mijn minder speciale douchegel zonder kersenbloesemgeurtje staat: ‘Voor een voelbaar zachte huid en een verfrissend gevoel.’ Een beetje marketingtaal misschien, maar niet overdreven veel. Klanten moeten natuurlijk wel zeker weten dat deze douchegel in ieder geval je huid reinigt en dat je niet stinkt na het gebruik ervan ;).

Wat maakt info? Wat maakt dump?

Als je van een redacteur hoort dat er infodump in je tekst staat, of je bij je eigen tekst opmerkt dat je veel feitelijke informatie deelt of uitzonderlijk veel woorden gebruikt om een sfeer te omschrijven dan moet je dus gaan schrappen met die informatie. Maar wat is het infogedeelte van je schrijfsel en wanneer is het een dump? Mijn douchegels zijn een goede spiekbrief. Laten we het eens in stappen doorlopen. Stel dat je ongelooflijk vies bent: je bent in je badkleding een modderpoel gevallen, en die modder is nu opgedroogd. Denk aan Jochem Meijer: je bent een ‘stinkende bastognekoek’. Dan wil je je wassen en maakt het niet uit hoe luxe de zeep is. Sterker nog: douchemousse is dan misschien luxe, maar daar kan je je niet echt goed mee schrobben en dat is vast wel nodig. Dan is een ouderwets stuk zeep nog wel het handigst. Dat brengt ons bij de vraag Wat moet zeep nou eigenlijk doen, en in welke volgorde? Zeep moet:

  1. schoonmaken / hygiëne bieden
  2. je niet meer laten stinken
  3. de huid zacht achterlaten. Als die Bastognekoek weg moet, zal je huid misschien wel rood en geïrriteerd zijn na flink schrobben. Niet fijn, maar je bent tenminste schoon.
  4. je lekker laten ruiken. Lees: naar kersenbloemens, of gewoon fris.
  5. eventueel nog de majesteit van Mount Fuji kunnen oproepen. Lees: met deze zeep voelt douchen als een uitgesproken luxe momentje, om wat voor reden dan ook.

Deze ‘opbouw’ werkt ook in het schrijven van scènes. Waar de scène ook over gaat, of uiteindelijk naartoe gaat, de basis van de informatie die je deelt, is vrijwel altijd hetzelfde.

Het verschil tussen info en dump is niet altijd even makkelijk te zien. Waar het de ene keer gewoon belangrijk is dat je schoon uit de douche komt, is het voor een avondje uit ook fijn als je uitgesproken lekker fris ruikt voor je de deur uit gaat.

Dat is met een scène schrijven net zo. Is het belangrijk om te weten waarom deze Julia zo mooi is in de ogen van onze held? Je moet wel íets van vlinders laten zien, want je wordt niet zomaar verliefd. Op zijn allerminst zijn er mooie ogen in het spel. Daar kan je het in theorie bij laten, dan heb je de basis ‘info’. (Vrijwel) alles daarna wordt een ‘dump’ als het doel van de scène moet zijn dat Cupido schijnbaar willekeurig een voltreffer heeft gemaakt. Maar als Julia de eerste is die onze held een blik waardig keurt nadat hij door zijn vriendengroep is uitgespuugd om een misverstand en zich vreselijk eenzaam voelt, dan zal Julia als vanzelf nog mooier lijken en vallen ook haar mooie lippen en zachte handen op.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

In deze post kijken we naar praktijkvoorbeelden voor het bepalen of iets ‘info’ is, en wanneer iets een ‘dump’ wordt.

Foto door ian dooley via Unsplash

De observerende schrijver: Ik zie… iets grappigs

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… iets grappigs.  

Je ziet iets gebeuren waar je om moet lachen, of je hoort iets grappigs. Er kunnen talloze dingen zijn die iets grappig maken. Het is de moeite om daar eens naar te kijken. Zo kan je je personages beter leren kennen als je hun gevoel voor humor kent, maar ook leer je beter te kijken naar wat en waarom iets grappigs is.  

Verschillende soorten humor als eerste observatie

Er zijn verschillende soorten humor. Om er enkele op te noemen: sarcastische humor,  humor met woordspelingen, observatiehumor, parodie, satire, zwartgallige humor en slapstick. Deze vormen van humor schelen soms ontzettend veel van elkaar. Vaak is het ook zo dat  je iets over het karakter van een ander kan zeggen aan de hand van de humor die die persoon aanspreekt. Iemand die slapstick de leukste vorm van humor vindt, kan iemand zijn die niet al te moeilijk over het leven nadenkt. Hoewel je op moet passen bij dit soort aannames – iemand die een diepe denker is, kan slapstick als een gezonde tegenhanger daarvan ervaren- zijn er bij sommige soorten humor wel wat voorwaarden aan de orde. Iemand die taalkundig niet al te sterk is, zal woordspelingen niet leuk vinden, kunnen bedenken of begrijpen, bijvoorbeeld.

Wat is er nou zo grappig?

“Wat is hier grappig aan?” Je hoort het om twee redenen: iemand snapt de humor niet, of vindt die niet grappig. Stel deze vraag eens aan iemand die je kent en vertrouwd en wiens gevoel voor humor je niet deelt.  Dan zal je merken manieren van humor die soms als beledigend worden ervaren, niet zozeer ‘grappig’ gevonden worden in de traditionele zin. Die mensen lachen misschien niet omdat ze iets ‘lachen’ vinden, maar omdat zij in donkere humor  een manier vinden om wat er voor vreselijke dingen er in de samenleving gebeuren, een plaats te geven.

Of je hebt wel met iemand te maken die dat uitgangspunt naar voren haalt om een hatelijke karaktertrek te verschuilen achter iets dat sociaal geaccepteerd wordt… Vergeet dit enigszins dubbelzinnige gezicht van humor niet mee te nemen als je  een personage en diens humor een uitgesproken rol in het verhaal geeft. Gebruik daarbij je bevinden van mensen die een bepaalde vorm van humor hebben die jij om wat voor reden dan ook niet begrijpt.

Reacties op humor

Als je weet waarom mensen wel of niet ergens om lachen, kan je ook goed gaan letten op de reacties op bepaalde humor. Lacht iemand het hardst, om onzekerheid te verbergen? Lacht iemand schaapachtig na het horen van een humor omdat die niet durf te zeggen dat er iets niet grappig is? Is de lach van je personage uitgelaten, hinnikend, of zeldzaam? Lacht iemand alles weg? Kijk en bedenk hoe je anderen zowel fysiek als sociaal op humor reageren en je merkt dat je enigszins kan opmaken wat voor mensen het zijn. ‘Mix and match’ met verschillende soorten (reacties op) de humor die je observeert en  je kan je personage op unieke manieren aanvullen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Amanda Sofia Pellenz verkregen via Unsplash.

De observerende schrijver: Ik zie… een beginneling

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… een beginneling.    

Waar we nu goed in zijn, hebben we ooit moeten leren. En niet alleen aan vaardigheden kan je zien of iemand iets goed kan of niet: beginnelingen zijn vanwege hun vaak leerproces relatief onzeker over dat gebied. Heb je dat al eens geobserveerd?

Hoe moet dit?

Als je nog iets aan het leren bent, moet je vaker dan een doorgewinterde rot in het vak, vragen hoe iets werkt. Als je weet dat iemand nog een beginneling is, kijk dan eens wat de absolute basis is waar die nog vragen over heeft. Als je ergens al langer of meer verstand van hebt, krijg je soms een blinde vlek: “Maar dit weet toch iedereen?” Niet dus. Het helpt soms om op te schrijven wat die basis is, want zonder ben je nergens. Dat is altijd iets waar je in de kern op kan of moet terugvallen bij tegenslagen. Denk aan bijvoorbeeld: je kan heldhaftig zijn, maar daar heb je moed voor nodig. En ben je wel moedig als je je niet ergens overhéén moet om tot actie  over te gaan? Iets doen met twee vingers in de neus is misschien knap, maar niet moedig.

Doe ik het wel goed?

Een beginneling zal uit onzekerheid of onkunde, of beide, vragen of het iets wel doet zoals het hoort, of wat de gewenste uitkomst geeft. Kijk eens of de beginneling die je observeert een beetje aanrommelt om iets voor elkaar te krijgen, of juist vaak om hulp vraagt. En wat is de reactie als er overduidelijk iets misgaat? Wordt de vraag ‘doe ik het wel goed?’ dan een: “Nee, en dóór!” of een “Nee, ik kan maar beter stoppen…” Iets nieuws proberen is altijd een beetje spannend en kan veel vertellen over bepaalde mentale veerkracht of doorzettingsvermogen. Ook weet je of iemand om hulp durft te vragen of niet: dat kan ook veelzeggend zijn. Kijk eens wat je zoal ziet bij beginnelingen die proberen te groeien in hun kunde.

Kijk niet naar me…

Zeker als een beginneling weet dat iemand meekijkt die beter weet, slaat er nogal eens verlegenheid toe. (Wees dus lief of onzichtbaar tijdens deze observatie). Je voelt je op de vingers gekeken. Als dat gebeurt bij de beginneling, is die daar vaak (enigszins) gespannen over. Hoe uit zich dat? Lacht de beginneling iets weg? Gaan de handen trillen? Wordt oogcontact vermeden of krijgt de leerling een hoofd als een biet?

Kijk mij eens!

En dan is daar het moment dat de beginneling ergens een overwinning boekt, of er een belangrijk kwartje valt. Een moment van trots! Kijk eens wat er dan gebeurt en hoe dat in het hele doen en laten een verandering in houding (fysiek of mentaal) teweegbrengt. Wordt de beginneling enthousiaster, zelfverzekerder, arrogant…? Wat doet dat voor het verdere leerproces (denk je)? Gaat het dan ineens hard, wordt de beginneling overenthousiast en gaat het fouten maken of wordt de arrogantie de uiteindelijke vaardigheid fataal, door een samenloop van omstandigheden?  

De comfortzone uit

Dit beginnersproces is goed om eens onder de loep te nemen op het moment dat je schrijft over de held die de comfortone uitgaat. Op dat moment in het verhaal is die nog een beginneling. Houd deze fases in het achterhoofd om je held natuurlijk te laten groeien, in plaats van een Mary Sue die zich halsoverkop in elk avontuur kan storten, zonder dat er iets op het spel staat of fout kan gaan.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door OPPO Find X5 Pro verkregen via Unsplash