De sterke scène: zo beledig je je eigen scène

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en zorgt ervoor dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Van fouten leer je, dus gaan we kijken wat een scène vooral niet moet doen. In een woord samengevat: beledigen. Deze week kijken we naar hoe je je eigen scène teniet kan doen.     

Te veel nadruk op één scène

Soms maak je beginnersfouten met schrijven, ook als je meer ervaring hebt. Zo ook bij het schrijven van scènes. Dan laat je je bijvoorbeeld net iets te veel meeslepen door een scène die later in het boek komt en wordt een scène daarvóór slechter van kwaliteit.  
Wat je dan vergeet, is dat scènes onderdeel zijn van het boek als geheel. De ene scène volgt op de andere en sámen vertellen ze het verhaal dat je schrijft. Als je te graag wil dat één bepaalde scène eruitspringt, dan is de kans groot dat je continuïteitsfouten maakt of dat er andere storende dingen in je boek komen te staan. 

Schrijf niet te veel naar één scène toe

Een boek wisselt van tempo. Er zijn momenten die rustig voortkabbelen en er zijn knetterende ruzies, spectaculaire actiescènes of onthullingen. De valkuil bij deze scènes is dat je die te afzonderlijk van andere scènes schrijft. 

Als je schrijft over ontrouw, zie je de scène al helemaal voor je waarin de bedrieger wordt betrapt: schreeuwen, rake beledigingen, rondvliegende vazen, noem maar op. 
“Ik had je nooit moeten vertellen dat ik naar mijn moeder ging!” 
Maar in je enthousiasme over dat aankomende spektakel vergeet je dat je dat nooit geschreven hebt, of dat Moeder net die week met vakantie was. 
Dat enthousiasme kan zich beperken tot een onschuldig continuïteitsfoutje, maar het kan ook zomaar gebeuren dat je aan de tekentafel je personages te oppervlakkig ontwerpt. Ze hebben geen rol die hen laat groeien, maar ze zijn er enkel en alleen om in die ene scène helemaal te flippen, of de wereld te redden. 

Missende samenhang 

Als je op deze manier te veel in de ban raakt van één scène, vergeet je dat alles in een goedlopend verhaal een zekere samenhang moet hebben. Denk aan de regel van oorzaak en gevolg, maar ook aan het feit dat een held wordt beïnvloed door de wereld en de andere personages om zich heen. Zonder die basisprincipes krijg je ongeloofwaardige situaties. 
Als je het hele verhaal lang schrijft hoe je held bang is om een geweer te hanteren en dat zelfs het centrale conflict vormt, is het wel erg raar als die dan op het moment suprême zomaar de slechterik neerschiet. 
Als je in de voorgaande scènes opbouw, overwegingen en thematiek links hebt laten liggen, kan één scène dat niet in een keer goedmaken. 
Dat lijkt een open deur, maar vergis je niet: je werkt sneller naar een onthulling toe dan je denkt. Voor je het weet, is het al zover. Of het andere uiterste waar is: je wordt zo ongeduldig om naar die scène toe te werken dat je het verdere verháál en alle opbouw die daarbij komt kijken, uit het oog verliest. 

Te veel nadruk op één scène voorkomen

Scènes die een kantelpunt in het verhaal markeren, zijn de grootste aanjagers van dit soort nadruk. Gelukkig is het meestal vrij duidelijk welke scènes dit zijn. Voordat je aan zo’n scène begint, kan je het volgende nagaan:

  • Houd ik me aan de regels van mijn worldbuilding?
  • Sluit het moment suprême aan bij de heldenreis en het karakter van mijn held?
  • Waar leefde deze scène in de niet-oppervlakkige zin van het woord naartoe? Welk thema staat centraal of moet daar worden uitgewerkt?

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop.

Foto door Andre Hunter verkregen via Unsplash.

De sterke scène: een boodschap in meerdere scènes opdelen

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en zorgt ervoor dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week leer je hoe je een bepaalde boodschap over meerdere scènes verdeelt.  

Wanneer maakt iets indruk? 

“Dit personage kan vliegen.”  “O nee, dat personage is doodziek!”
Wat je ook schrijft in een boek, het maakt pas indruk op de lezer als die weet waarom dat indruk moet maken. Als je schrijft over een volgelvolkje, is vliegen niet zo bijzonder. En een lezer gaat niet wakker liggen van een ziek personage als die nauwelijks in het verhaal voorkomt, of als de lezer weinig van dat personage afweet. 

Op zo’n zelfde manier is alles wat er in het plot van je verhaal gebeurt pas interessant als zich dat ontwikkelt. Om superkrachten interessant te laten lijken, moet de lezer zien hoe je personage die vergaart. En een verliefd stel is ook pas interessant als je de liefde op ziet bloeien. Als het koppel al verliefd is, valt er nog maar weinig te winnen. Als je wil dat een verhaalelement indruk maakt op de lezer, moet zich dat in de loop van verschillende hoofdstukken of scènes ontwikkelen. 

Wat wil je spannend maken? 

In een verhaal wil het hoofdpersonage altijd iets bereiken en dat gebeurt vanwege de spanningsboog altijd stapsgewijs. Dat betekent dus ook dat je dat spannende moet opdelen in de loop van diverse scènes. Bepaal daar eerst voor wat er spannend aan is. Of beter gezegd: waarom het spannend zou moeten zijn. Als voorbeeld nemen we: waarom zou het spannend moeten zijn dat jouw hoofdpersonage kan vliegen? Dan krijg je mogelijke antwoorden als:

•    Dan wordt het makkelijker om een gevangengenomen geliefde te bevrijden
•    Dan kan het personage sneller én spectaculair de ruimte verlaten als het gesprek hem niet zint

Lees tussen de regels door en je ziet hier een belangrijk deel van het plot in staan, zoals een aankomende ontvoering. Maar je kan er ook een groeiproces van de held in zien. Wegvliegen als je iets niet leuk vindt? Dan moet de held misschien leren om met kritiek of lastige emoties om te gaan. Schrijf eerst eens op wat het grotere, spannende plaatje is dat indruk moet maken, waarom juist dat element spannend is en hoe je dat grofweg voor elkaar wil krijgen. 

Spanning en indruk maken combineren

Zodra je hebt opgeschreven wat er in je verhaal indruk moet maken en hoe dat het spannende deel van het verhaal moet worden, kan je dat gaan combineren. 

De vaardigheid om te kunnen vliegen, moet indruk maken, omdat je held daar ontvoerde mensen mee kan redden. Maar de hoogmoed die daar bij komt kijken, ontwikkelt zich stapsgewijs in de loop van de scènes. Knip in stukjes hoe je die hoogmoed steeds in een andere scène zichtbaar kan maken. Bijvoorbeeld:

1)    Je hoofdpersonage is bang dat mensen hem zullen verstoten
2)    Hij redt iemand en hij wordt geprezen
3)    Je hoofdpersoon verricht steeds meer heldendaden
4)    De roem stijgt naar het hoofd van je hoofdpersonage 
5)    Mensen gaan hem dáárom verstoten
6)    Je hoofdpersonage leert nederig te zijn

Dit zijn thema’s of elementen in het groeiproces van een personage die je door het verhaal heen kan verspreiden. Meestal zie je wel op welke plaats in het verhaal iedere stap moet komen om aan te sluiten bij het algemene plotverloop. 

Voor een nog beter resultaat kijk je of je in de respectievelijke scènes ook nog iets anders kan gebeuren dat thematisch in dezelfde categorie valt. 
Denk daarbij aan een personage dat wordt ontslagen door onterecht te beweren dat het beter is dan iedereen in het bedrijf, op hetzelfde moment dat je vliegende superheld door hoogmoed niet oplet en zich zwaar verwondt. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Rey Seven verkregen via Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Schakel mij dan in voor manuscriptredactie.

De belangrijkste verschillen tussen een scène en een hoofdstuk

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en zorgt ervoor dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week leer je over enkele belangrijke verschillen tussen scènes en een hoofdstuk.  

Een hoofdstuk strak samenvatten is lastig

Als er een belangrijk verschil is tussen een scène en een hoofdstuk, is het dat een scène veel strakker is in opbouw dan een hoofdstuk. Een scène is een verhaal in het klein. Je kan een hoofdstuk ook samenvatten als een kort verhaal. Maar waar je bij een scène nog kan zeggen: dit is het ene punt waar het om draait, is dat bij een hoofdstuk lastiger, zonder de diepgaandere nuances van een of meerdere scènes te verliezen. 

Een hoofdstuk dat uit meerdere scènes bestaat, zal je dus eerder samenvatten als ‘en toen, en toen’ of ‘maar in dit hoofdstuk lees je ook dat…’ Een scène kan je veel krachtiger samenvatten, omdat die op zichzelf een krachtige boodschap uit moet dragen

Een hoofdstuk geeft meer creatieve vrijheid

Er zijn hoofdstukken die eindeloos voortduren en soms zijn ze enkele zinnen lang. Ook komen in sommige hoofdstukken meerdere personages aan het woord. Soms moet een hoofdstuk vooral spanning creëren, andere keren moet het een nieuw verhaalelement introduceren. 

Anders gezegd: een hoofdstuk houdt zich niet per definitie aan een schema of een vast doel. Daardoor geeft een hoofdstuk je veel meer creatieve vrijheid dan een scène. Want die moeten aan bepaalde voorwaarden of structuren voldoen, willen ze niet rommelig worden.  

Restricties van een hoofdstuk: de drieactenstructuur

Je kan opmerken dat er meerdere afzonderlijke elementen of scènes in een hoofdstuk zitten die zes hoofdstukken verderop minstens net zo goed in het verhaal passen. Zo kan het een gevecht in hoofdstuk 5 plaatsvinden, maar met enkele aanpassingen misschien ook minstens net zo goed in hoofdstuk 14. Dat is niet erg. Je kan een hoofdstuk dan nog altijd aanpassen, opsplitsen of verschuiven.

Tel daarbij op dat hoofdstukken zo van opzet, lengte en inhoud kunnen verschillen en het lijkt alsof je er eindeloos mee kan spelen. Maar dat is niet zo. Om te controleren of een hoofdstuk wel een of de juiste plaats heeft in je boek, kan je de drie-actenstructuur gebruiken. Daarin lees je de opbouw van een goed vormgegeven boek. Hoe kort, lang, abstract of concreet je hoofdstuk ook is, je moet het zonder al te veel moeite een plek kunnen geven in dit schema en ook kunnen aangeven waarom het juist daar past.

Bijvoorbeeld:

  • Dit hoofdstuk past in de tweede clue, omdat hierin opnieuw een obstakel wordt overwonnen. 
  • Dit hoofdstuk gaat over een obstakel, en de lezer heeft nog maar net kennisgemaakt met de held. Dus dit past in het eerste of het tweede obstakel

Het is niet zo dat een hoofdstuk een-op-een samenvalt met een van deze punten uit het schema, de zogenoemde beats. Een beat kan ook uit meerdere hoofdstukken bestaan. Maar een hoofdstuk omvat zelden meerdere beats. Daarom kan je beats gebruiken om te controleren of je hoofdstuk niet te lang doorgaat. Als het tempo of de toon van het verhaal verandert, geeft dat vaak een nieuwe beat aan. Het is dan meestal ook een mooi moment om een hoofdstuk af te sluiten. 

De enige uitzondering hierop zijn de wrap-up en het einde. Die vormen samen vaak de laatste alinea’s van het boek en zijn een heel mooi setje voor het laatste hoofdstuk. Het vierde obstakel past daar vaak ook nog goed bij. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop.

Foto door Ryan Graybill on Unsplash

De sterke scène: reactie dilemma, beslissing

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en zorgt ervoor dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week kijken we naar een opbouw van scène volgens het principe van reactie, dilemma en beslissing.  

Hier moet een scène aan voldoen

Een paar vuistregels voor een scèneopbouw komen altijd terug:

  • Een scène is een verhaal in het klein: het moet op zichzelf samen te vatten zijn. Lees: het is niet zomaar een brij aan feiten of gebeurtenissen.
  • Een scène moet een lezer altijd iets nieuws leren.
  • Een scène moet in meer of mindere mate actie bevatten, al is het maar een gevolg van een relatieve kleine handeling. Zo blijft een verhaal in beweging.

Als je uitgaat van reactie, dilemma en beslissing komt daar nog iets bij om op te letten. Wordt er een beslissing gemaakt?

Actie en reactie: hoe ziet de reactie eruit?

Een verhaal, hoofdstuk of scène is altijd in beweging. En het kan in beweging blijven omdat een personage erop reageert en dat blijft doen. Als eerste van drie pijlers voor de opbouw van een scène kan ‘reactie’ die starten en meteen op scherp zetten. Zeker als je de spanningsboog wil verhogen.

Als een personage ergens op reageert, gaat er als vanzelf iets anders gebeuren. Reageer je op de deurbel, dan heb je even later een nieuwe actie: een gesprekje met degene aan de deur, of een pakketje dat je het huis in brengt. Zo blijft het verhaal aan de gang. Maar een wezenlijke reactie leert je ook iets nieuws. Als de held bij het horen van naar, maar relatief onschuldig nieuws ontploft, leert de lezer ook dat die een kort lontje heeft, of slecht tegen onzekerheid kan.

Dat is op zichzelf niet per se spannend, tenzij je personage reageert op een manier waar het vrijwel meteen spijt van heeft of waar het beseft dat er veel op het spel staat. Om wat voor reden dan ook moet er iets worden rechtgezet worden, of een beslissing worden afgewogen.

Het dilemma: en dan?

Dilemma’s zijn in verhalen altijd interessant. Het werkt als een pageturner. Ook krijg de lezer weer een kijkje in het hoofd van de personages.
Verhaaltechnisch is dit het punt waarop je verder kan gaan met het ene verhaal of met het andere. En dat is interessant voor de spanningsboog. De lezer wil niet per se weten hoe een verhaal afloopt, maar eerder naar hoe die afloop zich ontvouwt. Stel dat je personage een miljoen wint en moet beslissen of die een luxe avontuur wil gaan beleven of het verstandig investeert en een verder ‘saai’ leventje gaat leiden, maar wel met een financiële zekerheid die een aantal problemen zal vermijden.

Het gaat hier dan niet om welke oplossing het ‘interessantst’ is. Maar of je lezer de voors en tegens samen met het personage af kan wegen. De twee keuzes staan voor twee compleet verschillende verhalen. Daarom blijft het voor de lezer interessant om te lezen hoe het daarna verder gaat. Het afwegen van die voors- en tegens en het in kaart brengen van de gevolgen van de keuze, maakt de scène sterk en houdt de spanningsboog in stand.

Beslissing gemaakt

Tot slot schrijf je over de beslissing. Dat heeft een direct gevolg, waarmee je de scène kan eindigen. En in zekere zin ook weer een volgende scène mee kan beginnen. Want er ging een dilemma aan vooraf. Wat gebeurt er nu die andere optie níet gekozen is? Dat is iets waar je tussen de regels door nog op terug kan komen. Of je kan je personage later keihard confronteren met de ‘verkeerde keuze.’ Dan is er weer een reden om hetzelfde schema voor scèneopbouw nog eens te gebruiken. Zo blijft je verhaal gaande, leer de lezer steeds iets nieuws en is iedere scène spannend.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk eens in mijn webshop.

Foto door Burst verkrgegen via Unsplash

De sterke scène: wat is het plotseling stil

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en zorgt ervoor dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week kijken waarom een plotselinge stilte in een scène ontzettend effectief is voor de spanningsboog.

De stilteallergie

De een kan wat beter tegen stilte in een gesprek dan de ander, maar als een stilte langer dan grofweg twintig seconden duurt, worden de meeste mensen ongemakkelijk. We kunnen niet tegen stilte, zodanig dat je van een stilteallergie kan spreken. Maar waarom eigenlijk? Enkele mogelijkheden:

  • we zijn bang dat iemand niets zegt omdat ze iets naars verbergen
  • wat overduidelijk gedacht, maar niet gezegd wordt, is te pijnlijk om hardop te zeggen
  • Iemand probeert met een stilte te forceren dat iemand vanwege de stilteallergie gaat praten en misschien wel een geheim verklapt
  • we hebben onszelf wijsgemaakt dat we altijd iets (nuttigs) te zeggen moeten hebben, anders lijken we dom.

Zie je hoe elk van deze redenen de oorzaak kan zijn van interessante plotwindingen, plottwists of verdieping kan geven over een personage en hoe daar altijd een mate van zeker ongemak of spanning bij komt kijken? Hou dat in gedachten voor een latere conclusie.

Waarom praat je niet?

We hebben dus met zijn allen een stilteallergie. En toch is en blijft er iemand stil. Daar moet dus een reden voor zijn. Bijvoorbeeld:
– iemand zoekt naar woorden
– iemand kan het gewicht van diens gedachten niet vertalen naar woorden
– emoties nemen de overhand
– iemand wil een eerder uitgesproken boodschap met een stilte gewicht geven
– iemand beseft nu pas hoeveel invloed het gespreksonderwerp op diegene heeft. Emoties die altijd zijn vastgehouden komen nu los.

Anders gezegd: de zwijger heeft te maken met een bepaalde druk of emotionele spanning.

Kunnen we alsjeblieft weer praten?

Degene met een stilteallergie probeert in het moment van stilte vluchtig een spanning te verbreken, waar de zwijger er middenin zit en juist tijd nodig heeft om die spanning rustig te ontrafelen. Of je nu de rol hebt van de zwijger of degene die allergisch is voor stilte: van de eigenlijke spanning wil je af. Maar de manier waarop je dat aan gaat pakken scheelt als dag en nacht: wrijving onderling is hiermee gegarandeerd.

Nu komen we bij het echte schrijfwerk aan: deze conclusie leert ons dat een stilte zich uitstekend leent voor het verstevigen van de spanningsboog.

Stilte en de spanningsboog

De spanning van stilte zet ieder aanwezig personage onder druk. En vroeg of laat bezwijkt iemand daaronder. Maar als de spanning geforceerd wordt verbroken, komt daar altijd een nare emotie bij kijken. Van iets relatiefs onschuldigs als gêne, tot regelrechte woede als er echt iets verkeerds wordt gezegd.
En nu er uiteindelijk iets onder die omstandigheden is gezegd, wordt dat spannend. Want er is een bekentenis gedaan, een nieuwe eigenschap van iemand onthuld of een hele spannende of onterechte conclusie getrokken. Allemaal verhaalelementen die de spanningsboog enorm kunnen verhogen. Want ze lokken stuk voor stuk de vraag uit: hoe nu verder in het verhaal? Dat is het ideale pageturnereffect.

Het helpt ook enorm dat die nare emoties op of onder het oppervlak aanwezig zijn. Zowel in de stilte zelf als het moment van de onhandige verbreking daarvan. Als je daar bij stil durft te staan door er wat observaties op los te laten, dan kan je ervoor zorgen dat de spanning om te snijden is. Bovendien zal je lezer meteen meer leren over de betrokken personages en hun manier van denken, doen en reageren. Dat is niet alleen nuttig voor op dat moment, maar voor het hele verdere verhaal.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk eens in mijn webshop.

Foto door Balint Mendlik verkregen via Unsplash.

De sterke scène: de eerste scène

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en zorgt ervoor dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week kijken we naar de eerste scène. Want die heeft een andere opbouw dan de scènes in het midden. 

Veranderen en leren tussen de regels door

In een goede scène, waar dan ook in het boek, verandert er iets. Ook leert de scène je iets over een element in het verhaal. Maar de eerste scène heeft een aparte opbouw. Want als je nog geen introductie hebt gehad, hoe kan het verhaal dan veranderen en wat moet de lezer dan leren? In zekere zin is de eerste scène de scène die de belangrijkste zaken uit je boek al gaat verklappen. Tussen de regels door, welteverstaan.

De slechte eerste scène: afwachten, niet ontdekken

Om een goede eerste scène te schrijven, is het handig om te kijken wat een eerste scène laat mislukken. Dat maakt het makkelijker om te kaderen wat je wel en niet mag doen voor een goede scène.  Een slechte openingsscène staat bol van de infodump. Of is het de beruchte ochtendroutine. Vaak worden die statisch en feitelijk geschreven:

Door een generatieslange spanning tussen de twee belangrijkste families, ging er in Trollenland het gerucht rond dat er snel oorlog zou komen.

Of:

Met haar ogen nog halfdicht maakte ze haar ochtendkoffie klaar. Ze haatte dat ze cafeïne nodig had om op te starten, maar als haar gemene baas haar vermoeid zou aantreffen, riskeerde ze een verbale aanval. Dat was de afgelopen maand al vijf keer voorgekomen.

Zie je dat deze teksten tussen de regels door niets duidelijk maken? Ze vertellen ook niet wat er in het gehele verdere verhaal gaat gebeuren. Wat ze hoogstens doen, is een enkele gebeurtenis of scène verklappen.  Zo valt er niets te ontdekken, hoogstens iets om af te wachten: komt die ruzie of niet? Zo wacht je een specifieke scène af, in plaats van dat je een verhaal introduceert.

Dit blijft niet hetzelfde… 

Een goede eerste scène laat de lezer achter met het besef dat wat er ook gebeurt, het langdurige gevolgen gaat hebben. Je schrijft nog beter als je hint naar hoe het personage met die verandering om zal gaan. Daarmee kan de lezer (onbewust) enigszins voorspellen hoe het verhaal gaat verlopen wat betreft centraal conflict, of wat het verhaalthema gaat zijn. Dat zorgt voor nieuwsgierigheid en dan wil de lezer verder lezen dan alleen het eerste hoofdstuk.

Denk hierbij aan iets als:

De deurbel deed Franka verstijven. Haar blik schoot naar de kalender.  Ze was nu drie maanden te laat. Toen ze met trillende handen de deurwaarder binnenliet en ze hem voorging naar de keuken, zag ze hoe zijn blik naar de halfopen, lege koelkast en naar Franka’s versleten kleren en ongewassen haren ging.
“Heeft u uw moeder niet meer kunnen bereiken?”
“Ze hing op zodra ze hoorde ik het was die belde…”

Je weet dat deze vrouw in de schulden en andere armoede gerelateerde problemen zit en daar een oplossing voor moet zoeken. Zonder hulp gaat dat lastig zijn.   Tel daar de ruzie met haar moeder bij op en Franka heeft meerdere conflicten die je niet in een enkele scène kan stoppen. Dit belooft een verhaal met alle complexe vertelaspecten die daarbij komen kijken.

Belangrijk om te weten: een verhaal mag voorspelbaar zijn. Het is iets anders als het uitgroeit tot een cliché. Maar een verhaal is het lezen waard zodra niet de eigenlijke uitkomst – Wat gaat er gebeuren? –, maar het ‘hoe’ centraal staat. Hoe komt het verhaal uiteindelijk tot deze uitkomst gedurende meerdere scènes  en hoofdstukken? Hoe zorgt het personage ervoor dat de ramp voorkomen wordt? ‘Hoe?’ zorgt voor een verhaal, ‘Wat?’ geeft slechts een feit aan. Als je eerste scène meer stilstaat bij het ‘hoe’ en dan bij het ‘wat’, zorgt die voor een goede start.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Prateek Katyal verkregen via Unsplash

Heb je help nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop.

De sterke scène: gevolgen van een handeling

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en zorgt ervoor dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week sluiten we een drieluik van een sterke scèneopbouw af en kijken we hoe je een sterk gevolg op een actie kan schrijven.

Tijd om af te ronden, maar wees niet te snel

In de eerste stappen van een goede scèneopbouw bepaal je de sfeer en daarna laat je een personage een handeling uitvoeren. In de laatste stap laat je zien wat de gevolgen van deze handeling zijn. Voor het plot, de relaties van de personages onderling, of voor een narratief conflict. In dat opzicht doe je niet veel meer dan schrijven volgens het principe van oorzaak en gevolg, waar je aandacht uitgaat naar een gevolg. Maar wees niet te haastig. Houd goed in je achterhoofd wat je met de voorgaande stappen in de grondverf hebt gezet. Als je daar niet op voortbouwt en de afronding als een op zichzelf staand deel beschouwt, zwakt de sterkte van je scène alsnog af.

Tijd voor de boodschap

Een scène is een verhaal in het klein. Dat betekent ook dat die een één of andere boodschap moet bevatten, anders kan je hem net zo goed weglaten. Het begrip boodschap mag je in dit geval heel breed zien. Je lezer mag iets leren over een plot, een personage beter leren kennen of een thema verder ontrafelen.
Denk hierbij aan voorbeelden als:

  • Een thema wordt duidelijk: de boodschap ‘ware liefde bestaat’ wordt duidelijk na een uitzonderlijk romantische scène. De handeling uit de vorige stap van de scèneopbouw is dan zoiets als het aanmaken van de open haard. Gevolg? Hierna volgen er nog wat zwijmelscènes.
  • Een plotpunt wordt verder uitgediept. Nadat het personage een ander heeft uitgescholden, komt er een ruzie. De boodschap: nu zijn de rapen gaar.  
  • De lezer komt meer te weten over een personage. Als de held heeft gelogen heeft, is de boodschap dat dit personage niet meer zomaar te vertrouwen is.

De lezer weet en de lezer voelt…

De ene scène is langer dan de andere en ook de invloed van de scène op het verhaal als geheel is de ene keer groter dan de andere. Ongeacht wat er in je scène gebeurt, wat je de lezer mee wil geven en hoe belangrijk de scène is, een scène is goed afgerond als je de volgende formule in kan vullen:

De lezer weet nu X, en voelt zich nu Y.

  • Doordat de personages nu verliefd zijn, weet de lezer dat ware liefde bestaat. De lezer voelt zich fijn.
  • Doordat er ruzie is, weet de lezer dat er spanning komt. De lezer voelt zich ongemakkelijk.
  • De lezer weet dat de held onbetrouwbaar is. De lezer voelt zich bedonderd.

Cliffhangers zijn niet altijd nodig

Een scène hoeft niet spectaculair of als een cliffhanger af te lopen. Het belangrijkste is dat een scène volgens deze bovenstaande regel een afronding heeft die de lezer iets leert. Deze formule kan je ook helpen om te bepalen wat belangrijk genoeg is om überhaupt in een scène uit te schrijven.
Je hoeft niet elke gezette stap of elke genomen hap in een scène te beschrijven. Als je niet weet wat je uit een scène kan schrappen, kijk dan eens wat er als vanzelf wegvalt bij het invullen van deze formule. Dan ben je al een eindje op weg met het bepalen van waar het in een scène echt om draait en wat maar opvulling is.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop.

Photo by Fairuz Naufal Zaki on Unsplash

De sterke scène: een handeling bepalen

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en zorgt ervoor dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week leer je waar je op kan letten als je scène over een handeling gaat.

Geen scène zonder handeling

Vorige week kon je lezen dat er in een scène voorafgaand aan een actie een zintuiglijk gevoel moet worden beschreven. Kort samengevat: je gaat niet iets doen als je niet eerst registreert dat je iets wil of zelfs kan doen. Pas daarna kom je in de actie. Of liever gezegd: dan komt er een handeling. Bij creatief schrijven betekent actie niet meteen dat er flink wordt gerend, gemoord, of beroofd. Zeker bij deze uitleg van een scèneopbouw is het belangrijk om dat verschil te zien. Noem het daarom liever een handeling, om misverstanden te voorkomen. Als iemand ‘in actie overgaat’  dóet die gewoon iets. Of dat nu spannend is, of stiekem zelfs wat saai.

Wat vind ik dat er gedaan moet worden?

Zodra een personage iets zintuigelijk heeft opgemerkt, volgt er een handeling. Deze handeling zet iets in gang: dat is een stap verder voor het artikel van volgende week. Wat er precies gebeurt, kan je bepalen aan de hand van de vraag: ‘Wat vind ik dat er gedaan moet worden?’ Het interessante is dat de ‘ik’ in dit geval zowel het personage als de schrijver kan zijn.

Wat vindt de schrijver dat er moet gebeuren?

Als het de schrijver betreft, dan kijk je vooral naar het grotere geheel. Denk bijvoorbeeld aan een thematische invulling, of hoe een personage een emotionele gids kan zijn voor de scène als geheel. Het personage doet iets, om ervoor te zorgen dat de lezer de toon van de tekst beter kan begrijpen. Kijk vervolgens welke actie daarbij past. Gaat het personage iets pakken, ergens anders heen, of misschien inderdaad in actie komt en de deur uitsprint om iemand in elkaar te slaan?

Wat vindt het personage dat er moet gebeuren?

Dan is er nog het personage dat in de papieren wereld uiteindelijk de handeling moet uitvoeren. Hoewel je als schrijver in theorie alles kan doen wat je wil,  gaat een personage niet zomaar in de sloot springen omdat jij dat zegt. Kijk goed naar hoe je personage in elkaar steekt. Past het bij diens karakter en de omstandigheden om de handeling uit te voeren die jij in gedachten hebt? Is er een manier om de handeling extra persoonlijk te maken? Annie grijpt bijvoorbeeld altijd naar haar telefoon om zich achter te verstoppen als ze stoer wil overkomen: “Ik ben te belangrijk voor dit gesprek. ” Sjannie daarentegen begint dan juist over zichzelf te praten.

Wat er ook voor het grotere geheel moet gebeuren, vergeet je personage en de unieke trekken niet bij het bepalen van de handeling. Dat is wat een verhaal kleur geeft.

De intensiteit van de handeling bepalen

Zodra je weet hoe en op wat voor manier je personage gaat handelen, kijk je hoe groots die handeling moet zijn. Daarbij is het belangrijk om al in gedachten te houden dat er op de handeling iets in gang  gaat zetten.  Wat past er op een tienpuntschaal? Kijk daarbij goed naar de schaal van normaal: welke mate van deze handeling past bij de omstandigheden? Moet er in het verhaal nog een ommezwaai komen? Dan kunnen subtielere handelingen de eerste voorzichtige hints vormen. Als de handelingen groter zijn, kan dit het moment zijn waarop alles verandert. De gevolgen die je hierna uitschrijft, laten zien wat het effect is van deze handelingen en de intensiteit ervan.

Volgende week lees je hoe je over hoe je een scène sterk afsluit met de gevolgen van de acties van de handeling zoals je ze deze week hebt geleerd.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Daniel J. Schwarz verkregen via Unsplash

De sterke scène: scènes met een sfeer

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en zorgt ervoor dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week leer je waar je op kan letten als je scène vooral een sfeer op moet roepen.

Geen scène zonder personage

Ieder verhaal en elk deel daarvan kan een lezer beleven omdat er een personage is dat de papieren wereld voor de lezer vertolkt. Staat er een verlaten huis? Dat zegt op zichzelf niets. Pas als je held er de kriebels van krijgt of er iets te doen heeft, is dat aanleiding voor een thriller- of horrorverhaal. Op eenzelfde manier kan een goede sfeer pas werken omdat dat weerslag heeft op je hoofdpersoon en hoe die zich door de ruimte of het verdere plot beweegt. Dat is het uitgangspunt bij het schrijven van een scène waar de sfeer voorop staat: de held moet er iets bij voelen.

De zintuigen als instrument bij een sfeeromschrijving

‘Voelen’ is in dit geval niet zoiets als “Ik voel me vrolijk,” maar een zintuiglijke waarneming. Een personage voelt bijvoorbeeld de warmte van een zonnestraal, of proeft zout na het eten van een dropje. Als je een sfeer voorop wil stellen in een scène, dan is dit de basis die je absoluut niet mag missen. Het is de eerste stap van actie-reactie waar al het andere uit kan ontstaan. Neem een romantische scène waar een vrouw uitgesproken comfortabel op bed ligt. Eerst moet zij het zachte matras voelen, zodat ze zintuiglijk kan registeren dat ze lekker ligt. Daardoor voelt ze zich ontspannen, waardoor ze open staat voor de strelingen van haar geliefde. Had ze last van de prikken van een spijkerbed, dan zal er niet veel romantiek plaatsvinden…

De zintuiglijke waarneming komt altijd voorop

Een personage kan gedachten hebben over de sfeer en de sfeer kan veranderen. Maar vóór die verandering moet er wel een zintuiglijke registratie voorkomen. Neem het spijkerbed. Of je het eerst uitprobeert of meteen bij het zien al gruwelt van de aanstaande prikken, je personage ziet of voelt nog altijd eerst iets voor het denkt: Echt niet (meer)!

Voor de omschrijving van een scène waar de sfeer voorop staat, geldt hetzelfde principe. Je schept de sfeer vooral door in te gaan op de zintuiglijke ervaringen en door die ook als eerst te omschrijven.
De zon tintelde heerlijk warm op haar gezicht en Karin verheugde zich op de picknick van morgen, werkt daarom beter dan: Morgen stond de picknick op het programma, waar Karin zich op verheugde. Ze voelde de heerlijke tinteling van de zon op haar gezicht.
Het leest wat geknutseld omdat het oorzaak-gevolg effect wat meer leest als opgesomde feiten.
Zorg er dus voor dat je eerst de zintuiglijke waarnemingen hebt opgeschreven voor een goede sfeer in je scéne voordat je verder gaat met de conclusies die je personage trekt.

Overgang naar reactie

Er komt een moment dat je in de scéne over moet gaat van zintuiglijke waarnemingen naar de reactie die je personage daarbij heeft. Dat is het verschil tussen ‘Ik voel de warme zon’ naar ‘dat voelt lekker warm’.  De overgang naar een reactie werkt het beste als die subtiel verloopt. Als je de warme zon voelt en meteen je zwemtas gaat inpakken, mis je een schakeltje waarin je de invloed van de sfeer helemaal tot zijn recht laat komen. Wees er wel alert op dat je daar (vooral in woordenaantal niet te veel in doorslaat. Dan loop je het risico om bloemig taalgebruik te schrijven. Maar deze overgang naar reactie werkt ook uitstekend voor sfeeromschrijving in een scène. Volgende week lees je daar meer over.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van een scène? Ik kan helpen: kijk eens in mijn webshop.

Foto door by Hakim Menikh on Unsplash

De sterke scène: schrappen in een scène

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en ervoor zorgen dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week leer je hoe je je scène kan nakijken en hoe en wat je moet schrappen.

Wanneer stopt de scène?

Een scène is meestal niet zo duidelijk afgebakend als een hoofdstuk. Daardoor kan je zonder het te weten ‘een deel’ van je boek reviseren zonder in de gaten te hebben dat het om anderhalve scène gaat. Let extra goed op scèneovergangen en kijk goed wanneer de scène stopt.

De buren staan gezellig over de heg heen met elkaar te kletsen. Dan komt de buurman naar buiten en vertelt hij over een vervelend telefoontje dat hij zonet heeft gekregen. De scène kan dan zomaar halverwege de alinea stoppen.

Rens kwam lijkbleek naar buiten. Toen Inge zijn blik zag, wist ze onmiddellijk dat er iets loos was. Met een haastige blik op de buurvrouw keerde ze zich om en liep met Rens terug het huis in.
“Het zal toch niet…?”
“Jawel, we moeten Fikkie laten inslapen.”

De nieuwe scène begint met de dialoog over de stervende hond. De babbelscène met de buurvrouw eindigt op het moment dat Inge tussen de regels door de deur achter zich sluit. Een scène eindigt niet altijd met een witregel, hoofdstukeinde of zelfs een cliffhanger.

Een scène heeft één schrijfelement als uitgangspunt

Je kan er een scène niet mee afbakenen, maar voor een goed verloop van een scène is het handig om te kijken wat je in een scène vooral (be)schrijft. Een dialoog is heel anders dan het omschrijven van een omgeving. Meestal is er in een enkele scène wel iets dat de overhand heeft. Niet per se in woordenaantal, maar wat de scène het meest gewicht geeft.
In een dialoog waar een misverstand wordt rechtgezet, zal er heus wel het een en ander aan omschrijving van sfeer zijn, maar wat er daadwerkelijk gezegd wordt is het belangrijkste.
Als je merkt dat je scène lang(dradig) wordt, kijk dan eens welk schrijfelement de boventoon voert. De overige schrijfelementen zijn dan vaak de delen waar je het makkelijkst kan schrappen.

Woorden tellen in een scène

Het is riskant om een woordenaantal te gebruiken als uitgangspunt voor een schrapronde. Het aantal woorden op zichzelf zegt immers vrijwel nooit iets over de kwaliteit van een tekst.
Zo kan je schrijven: “Verdwijn!” of “Ik wíl je niet meer zien!”
In het tweede voorbeeld kan de nadruk op het woord wil de intentie van een personage beter overbrengen. Maar soms is die nadruk niet nodig. En de meeste schrijvers schrijven eerder te veel woorden dan te weinig. Als je het gevoel hebt dat je scène te lang is, kan je het woordenaantal opschrijven en ernaar streven om twintig procent te schrappen. Zorg er wel voor dat je originele tekst ergens opgeslagen blijft, voor het geval het eindresultaat van een schrapronde toch niet zo best is. Enkele manieren om op scèneniveau te schrappen zijn:
 

* Wees alert op kleine gebaartjes en acties. Strijken personages bijvoorbeeld door hun haren, zonder dat dat een show don’t tell van verlegenheid is? Schrap dan niet alleen dat ene zinnetje, maar ook de drie zinnen erna die omschrijven hoe datzelfde personage gaat zitten en iets uit de tas haalt.
* Je kan de omschrijving van ruimten vaak inkorten of schrappen als die alleen in deze scène wordt betreden of bezocht.
* Sfeeromschrijvingen kan je stoppen zodra het (symbolische) punt is gemaakt. Wil je duidelijk maken dat er romantiek in de lucht hangt? De open haard en wijn samen met een gefluisterd woordje zijn voldoende. Beland dan niet in eindeloze zwijmeltaal. Op dat punt moet de eventuele romantische taal die volgt het verdere plot dienen of je iets over de personages vertellen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Wil je hulp bij het schrijven van je boek? Kijk eens in mijn webshop wat ik voor je kan betekenen.
Foto door Lawrence Aritao verkregen via Unsplash