De sterke scène: gevolgen van een handeling

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en zorgt ervoor dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week sluiten we een drieluik van een sterke scèneopbouw af en kijken we hoe je een sterk gevolg op een actie kan schrijven.

Tijd om af te ronden, maar wees niet te snel

In de eerste stappen van een goede scèneopbouw bepaal je de sfeer en daarna laat je een personage een handeling uitvoeren. In de laatste stap laat je zien wat de gevolgen van deze handeling zijn. Voor het plot, de relaties van de personages onderling, of voor een narratief conflict. In dat opzicht doe je niet veel meer dan schrijven volgens het principe van oorzaak en gevolg, waar je aandacht uitgaat naar een gevolg. Maar wees niet te haastig. Houd goed in je achterhoofd wat je met de voorgaande stappen in de grondverf hebt gezet. Als je daar niet op voortbouwt en de afronding als een op zichzelf staand deel beschouwt, zwakt de sterkte van je scène alsnog af.

Tijd voor de boodschap

Een scène is een verhaal in het klein. Dat betekent ook dat die een één of andere boodschap moet bevatten, anders kan je hem net zo goed weglaten. Het begrip boodschap mag je in dit geval heel breed zien. Je lezer mag iets leren over een plot, een personage beter leren kennen of een thema verder ontrafelen.
Denk hierbij aan voorbeelden als:

  • Een thema wordt duidelijk: de boodschap ‘ware liefde bestaat’ wordt duidelijk na een uitzonderlijk romantische scène. De handeling uit de vorige stap van de scèneopbouw is dan zoiets als het aanmaken van de open haard. Gevolg? Hierna volgen er nog wat zwijmelscènes.
  • Een plotpunt wordt verder uitgediept. Nadat het personage een ander heeft uitgescholden, komt er een ruzie. De boodschap: nu zijn de rapen gaar.  
  • De lezer komt meer te weten over een personage. Als de held heeft gelogen heeft, is de boodschap dat dit personage niet meer zomaar te vertrouwen is.

De lezer weet en de lezer voelt…

De ene scène is langer dan de andere en ook de invloed van de scène op het verhaal als geheel is de ene keer groter dan de andere. Ongeacht wat er in je scène gebeurt, wat je de lezer mee wil geven en hoe belangrijk de scène is, een scène is goed afgerond als je de volgende formule in kan vullen:

De lezer weet nu X, en voelt zich nu Y.

  • Doordat de personages nu verliefd zijn, weet de lezer dat ware liefde bestaat. De lezer voelt zich fijn.
  • Doordat er ruzie is, weet de lezer dat er spanning komt. De lezer voelt zich ongemakkelijk.
  • De lezer weet dat de held onbetrouwbaar is. De lezer voelt zich bedonderd.

Cliffhangers zijn niet altijd nodig

Een scène hoeft niet spectaculair of als een cliffhanger af te lopen. Het belangrijkste is dat een scène volgens deze bovenstaande regel een afronding heeft die de lezer iets leert. Deze formule kan je ook helpen om te bepalen wat belangrijk genoeg is om überhaupt in een scène uit te schrijven.
Je hoeft niet elke gezette stap of elke genomen hap in een scène te beschrijven. Als je niet weet wat je uit een scène kan schrappen, kijk dan eens wat er als vanzelf wegvalt bij het invullen van deze formule. Dan ben je al een eindje op weg met het bepalen van waar het in een scène echt om draait en wat maar opvulling is.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop.

Photo by Fairuz Naufal Zaki on Unsplash

De sterke scène: een handeling bepalen

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en zorgt ervoor dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week leer je waar je op kan letten als je scène over een handeling gaat.

Geen scène zonder handeling

Vorige week kon je lezen dat er in een scène voorafgaand aan een actie een zintuiglijk gevoel moet worden beschreven. Kort samengevat: je gaat niet iets doen als je niet eerst registreert dat je iets wil of zelfs kan doen. Pas daarna kom je in de actie. Of liever gezegd: dan komt er een handeling. Bij creatief schrijven betekent actie niet meteen dat er flink wordt gerend, gemoord, of beroofd. Zeker bij deze uitleg van een scèneopbouw is het belangrijk om dat verschil te zien. Noem het daarom liever een handeling, om misverstanden te voorkomen. Als iemand ‘in actie overgaat’  dóet die gewoon iets. Of dat nu spannend is, of stiekem zelfs wat saai.

Wat vind ik dat er gedaan moet worden?

Zodra een personage iets zintuigelijk heeft opgemerkt, volgt er een handeling. Deze handeling zet iets in gang: dat is een stap verder voor het artikel van volgende week. Wat er precies gebeurt, kan je bepalen aan de hand van de vraag: ‘Wat vind ik dat er gedaan moet worden?’ Het interessante is dat de ‘ik’ in dit geval zowel het personage als de schrijver kan zijn.

Wat vindt de schrijver dat er moet gebeuren?

Als het de schrijver betreft, dan kijk je vooral naar het grotere geheel. Denk bijvoorbeeld aan een thematische invulling, of hoe een personage een emotionele gids kan zijn voor de scène als geheel. Het personage doet iets, om ervoor te zorgen dat de lezer de toon van de tekst beter kan begrijpen. Kijk vervolgens welke actie daarbij past. Gaat het personage iets pakken, ergens anders heen, of misschien inderdaad in actie komt en de deur uitsprint om iemand in elkaar te slaan?

Wat vindt het personage dat er moet gebeuren?

Dan is er nog het personage dat in de papieren wereld uiteindelijk de handeling moet uitvoeren. Hoewel je als schrijver in theorie alles kan doen wat je wil,  gaat een personage niet zomaar in de sloot springen omdat jij dat zegt. Kijk goed naar hoe je personage in elkaar steekt. Past het bij diens karakter en de omstandigheden om de handeling uit te voeren die jij in gedachten hebt? Is er een manier om de handeling extra persoonlijk te maken? Annie grijpt bijvoorbeeld altijd naar haar telefoon om zich achter te verstoppen als ze stoer wil overkomen: “Ik ben te belangrijk voor dit gesprek. ” Sjannie daarentegen begint dan juist over zichzelf te praten.

Wat er ook voor het grotere geheel moet gebeuren, vergeet je personage en de unieke trekken niet bij het bepalen van de handeling. Dat is wat een verhaal kleur geeft.

De intensiteit van de handeling bepalen

Zodra je weet hoe en op wat voor manier je personage gaat handelen, kijk je hoe groots die handeling moet zijn. Daarbij is het belangrijk om al in gedachten te houden dat er op de handeling iets in gang  gaat zetten.  Wat past er op een tienpuntschaal? Kijk daarbij goed naar de schaal van normaal: welke mate van deze handeling past bij de omstandigheden? Moet er in het verhaal nog een ommezwaai komen? Dan kunnen subtielere handelingen de eerste voorzichtige hints vormen. Als de handelingen groter zijn, kan dit het moment zijn waarop alles verandert. De gevolgen die je hierna uitschrijft, laten zien wat het effect is van deze handelingen en de intensiteit ervan.

Volgende week lees je hoe je over hoe je een scène sterk afsluit met de gevolgen van de acties van de handeling zoals je ze deze week hebt geleerd.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Daniel J. Schwarz verkregen via Unsplash

De sterke scène: scènes met een sfeer

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en zorgt ervoor dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week leer je waar je op kan letten als je scène vooral een sfeer op moet roepen.

Geen scène zonder personage

Ieder verhaal en elk deel daarvan kan een lezer beleven omdat er een personage is dat de papieren wereld voor de lezer vertolkt. Staat er een verlaten huis? Dat zegt op zichzelf niets. Pas als je held er de kriebels van krijgt of er iets te doen heeft, is dat aanleiding voor een thriller- of horrorverhaal. Op eenzelfde manier kan een goede sfeer pas werken omdat dat weerslag heeft op je hoofdpersoon en hoe die zich door de ruimte of het verdere plot beweegt. Dat is het uitgangspunt bij het schrijven van een scène waar de sfeer voorop staat: de held moet er iets bij voelen.

De zintuigen als instrument bij een sfeeromschrijving

‘Voelen’ is in dit geval niet zoiets als “Ik voel me vrolijk,” maar een zintuiglijke waarneming. Een personage voelt bijvoorbeeld de warmte van een zonnestraal, of proeft zout na het eten van een dropje. Als je een sfeer voorop wil stellen in een scène, dan is dit de basis die je absoluut niet mag missen. Het is de eerste stap van actie-reactie waar al het andere uit kan ontstaan. Neem een romantische scène waar een vrouw uitgesproken comfortabel op bed ligt. Eerst moet zij het zachte matras voelen, zodat ze zintuiglijk kan registeren dat ze lekker ligt. Daardoor voelt ze zich ontspannen, waardoor ze open staat voor de strelingen van haar geliefde. Had ze last van de prikken van een spijkerbed, dan zal er niet veel romantiek plaatsvinden…

De zintuiglijke waarneming komt altijd voorop

Een personage kan gedachten hebben over de sfeer en de sfeer kan veranderen. Maar vóór die verandering moet er wel een zintuiglijke registratie voorkomen. Neem het spijkerbed. Of je het eerst uitprobeert of meteen bij het zien al gruwelt van de aanstaande prikken, je personage ziet of voelt nog altijd eerst iets voor het denkt: Echt niet (meer)!

Voor de omschrijving van een scène waar de sfeer voorop staat, geldt hetzelfde principe. Je schept de sfeer vooral door in te gaan op de zintuiglijke ervaringen en door die ook als eerst te omschrijven.
De zon tintelde heerlijk warm op haar gezicht en Karin verheugde zich op de picknick van morgen, werkt daarom beter dan: Morgen stond de picknick op het programma, waar Karin zich op verheugde. Ze voelde de heerlijke tinteling van de zon op haar gezicht.
Het leest wat geknutseld omdat het oorzaak-gevolg effect wat meer leest als opgesomde feiten.
Zorg er dus voor dat je eerst de zintuiglijke waarnemingen hebt opgeschreven voor een goede sfeer in je scéne voordat je verder gaat met de conclusies die je personage trekt.

Overgang naar reactie

Er komt een moment dat je in de scéne over moet gaat van zintuiglijke waarnemingen naar de reactie die je personage daarbij heeft. Dat is het verschil tussen ‘Ik voel de warme zon’ naar ‘dat voelt lekker warm’.  De overgang naar een reactie werkt het beste als die subtiel verloopt. Als je de warme zon voelt en meteen je zwemtas gaat inpakken, mis je een schakeltje waarin je de invloed van de sfeer helemaal tot zijn recht laat komen. Wees er wel alert op dat je daar (vooral in woordenaantal niet te veel in doorslaat. Dan loop je het risico om bloemig taalgebruik te schrijven. Maar deze overgang naar reactie werkt ook uitstekend voor sfeeromschrijving in een scène. Volgende week lees je daar meer over.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van een scène? Ik kan helpen: kijk eens in mijn webshop.

Foto door by Hakim Menikh on Unsplash

De sterke scène: schrappen in een scène

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en ervoor zorgen dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week leer je hoe je je scène kan nakijken en hoe en wat je moet schrappen.

Wanneer stopt de scène?

Een scène is meestal niet zo duidelijk afgebakend als een hoofdstuk. Daardoor kan je zonder het te weten ‘een deel’ van je boek reviseren zonder in de gaten te hebben dat het om anderhalve scène gaat. Let extra goed op scèneovergangen en kijk goed wanneer de scène stopt.

De buren staan gezellig over de heg heen met elkaar te kletsen. Dan komt de buurman naar buiten en vertelt hij over een vervelend telefoontje dat hij zonet heeft gekregen. De scène kan dan zomaar halverwege de alinea stoppen.

Rens kwam lijkbleek naar buiten. Toen Inge zijn blik zag, wist ze onmiddellijk dat er iets loos was. Met een haastige blik op de buurvrouw keerde ze zich om en liep met Rens terug het huis in.
“Het zal toch niet…?”
“Jawel, we moeten Fikkie laten inslapen.”

De nieuwe scène begint met de dialoog over de stervende hond. De babbelscène met de buurvrouw eindigt op het moment dat Inge tussen de regels door de deur achter zich sluit. Een scène eindigt niet altijd met een witregel, hoofdstukeinde of zelfs een cliffhanger.

Een scène heeft één schrijfelement als uitgangspunt

Je kan er een scène niet mee afbakenen, maar voor een goed verloop van een scène is het handig om te kijken wat je in een scène vooral (be)schrijft. Een dialoog is heel anders dan het omschrijven van een omgeving. Meestal is er in een enkele scène wel iets dat de overhand heeft. Niet per se in woordenaantal, maar wat de scène het meest gewicht geeft.
In een dialoog waar een misverstand wordt rechtgezet, zal er heus wel het een en ander aan omschrijving van sfeer zijn, maar wat er daadwerkelijk gezegd wordt is het belangrijkste.
Als je merkt dat je scène lang(dradig) wordt, kijk dan eens welk schrijfelement de boventoon voert. De overige schrijfelementen zijn dan vaak de delen waar je het makkelijkst kan schrappen.

Woorden tellen in een scène

Het is riskant om een woordenaantal te gebruiken als uitgangspunt voor een schrapronde. Het aantal woorden op zichzelf zegt immers vrijwel nooit iets over de kwaliteit van een tekst.
Zo kan je schrijven: “Verdwijn!” of “Ik wíl je niet meer zien!”
In het tweede voorbeeld kan de nadruk op het woord wil de intentie van een personage beter overbrengen. Maar soms is die nadruk niet nodig. En de meeste schrijvers schrijven eerder te veel woorden dan te weinig. Als je het gevoel hebt dat je scène te lang is, kan je het woordenaantal opschrijven en ernaar streven om twintig procent te schrappen. Zorg er wel voor dat je originele tekst ergens opgeslagen blijft, voor het geval het eindresultaat van een schrapronde toch niet zo best is. Enkele manieren om op scèneniveau te schrappen zijn:
 

* Wees alert op kleine gebaartjes en acties. Strijken personages bijvoorbeeld door hun haren, zonder dat dat een show don’t tell van verlegenheid is? Schrap dan niet alleen dat ene zinnetje, maar ook de drie zinnen erna die omschrijven hoe datzelfde personage gaat zitten en iets uit de tas haalt.
* Je kan de omschrijving van ruimten vaak inkorten of schrappen als die alleen in deze scène wordt betreden of bezocht.
* Sfeeromschrijvingen kan je stoppen zodra het (symbolische) punt is gemaakt. Wil je duidelijk maken dat er romantiek in de lucht hangt? De open haard en wijn samen met een gefluisterd woordje zijn voldoende. Beland dan niet in eindeloze zwijmeltaal. Op dat punt moet de eventuele romantische taal die volgt het verdere plot dienen of je iets over de personages vertellen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Wil je hulp bij het schrijven van je boek? Kijk eens in mijn webshop wat ik voor je kan betekenen.
Foto door Lawrence Aritao verkregen via Unsplash

De sterke scène: de leerzame scène

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en zorgt ervoor dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week lees je waarom een scène leerzaam moet zijn en hoe je dat voor elkaar krijgt.

En toen was er een boek

Vorige week kon je lezen dat een scène moet laten zien dat er iets gebeurt. Op eenzelfde manier moeten meerdere scènes opsommen tot het complete verhaal van je boek. In theorie moet een droge opsomming van de gebeurtenissen van alle scènes het complete verhaal op een prettig en volledige manier kunnen vertellen. Iets als: in scène 1 leren we dat de held zenuwachtig is, in scène 2 blijkt dat dat komt omdat een onderwereldfiguur de held bedreigt, in scène 3 maakt held plannen om te ontsnappen, in scène 4 nemen zijn zenuwen het even over en in scène 5…

Ken je die slechte boekbesprekingen van de basisschool nog? “En toen, en toen en toen…” In zekere zin is die aanpak niet eens zo slecht. Maar in de uitvoering van de negenjarige scholier zijn de scènes niet goed afgebakend, slecht samengevat of te veel op detail gericht. Dat maakt de ‘en toen’- aanpak zo onhandig klinken. Maar als je het goed doet, is het een goede manier om te controleren of je een sterke scène hebt. Je maakt een scène sterk als die op zichzelf ‘en toen’-bestand is: de kleine verhalen van een scène tellen idealiter moeiteloos op tot het grote geheel van het boek.

Een scène mag niet te missen zijn

Iedere afzonderlijke scène is een leerzaam bouwsteentje voor je verhaal. Als je een scène weg zou laten uit een boek, moet je dat merken. Je moet dan iets aan informatie missen.
Dat wil niet zeggen dat je nooit een scène mag schrappen, want je kan dezelfde informatie heel vaak ook in een andere scène verweven als je aanpassingen durft te maken. Maar als je een scène schrapt, moet de informatie daaruit ergens anders terugkomen. Anders gezegd: je mag een scène gerust schrapen als je informatie kan of wil verplaatsen. Als je een scène schrapt omdat je hem ‘kan missen’, dan heb je waarschijnlijk iets in de structuur van die scène verkeerd gedaan. Want in principe zou iedere scène iets moeten vertellen wat je niet zomaar uit het verhaal kan halen. Ga eens na waarom je de scène die je op het punt staat te schrappen misbaar is:

Heeft hij geen duidelijk begin, midden en eind?
Is hij niet ‘en toen’- bestendig?
Weet je niet goed wat hij duidelijk moet maken?

Een scène moet je iets leren

In een scène moet dus niet alleen iets gebeuren, een scène moet de lezer iets leren. Voor een sterke scène is het handig voor jezelf om vooraf af te bakenen waarover de lezer iets moet leren. Kies uit (bijvoorbeeld):
Verhaalthema: je diept iets uit wat meer abstract is dan concreet
Personagebiografie: je leert iets over de geschiedenis of het karakter van je personage
Algemeen plotverloop: het verhaal moet simpelweg verder
Puzzelstukjes (voor een plottwist): dit komt later in het verhaal terug

Dit helpt je niet alleen met afbakenen, maar ook om de boodschap van de scène op een natuurlijke manier over te brengen. Een voorbeeld: je wil duidelijk maken dat je held roekeloos is, dus je concentreert je op het element ‘personagebiografie.’ Dan schrijf je hoe je held in die roekeloosheid van alles en nog wat omvergooit, terwijl het juist van groot belang is om stil en voorzichtig te zijn. Niet alleen komt de lezer te weten hoe de held omgaat met tegenslagen als hij onvermijdelijk wordt betrapt. Je schrijft als vanzelf ook heel spannend als je beschrijft hoe de bewaker langzaam maar zeker steeds meer argwaan krijgt omdat er een mogelijke indringer rondsluipt.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop voor mijn schrijfcoachdiensten.

Foto door Jairo Gonzalez verkregen via Unsplash

De sterke scène: wat is een scène eigenlijk?

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en zorgt ervoor dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week beginnen we met een algemene introductie. Wat is een scène nu precies?

In een scène gebeurt er iets

Het lijkt een open deur intrappen, maar het is belangrijk om te begrijpen: een scène is een stuk tekst waarin iets gebeurt. Je moet een scène altijd in een zin of enkele zinnen kunnen samenvatten; in deze scène gebeurt er X. Soms  lukt dat niet. Dan is er óf te veel aan de hand óf je hebt meerdere scènes. Dan wordt je scène in de uitwerking ook een rommeltje.  
Dit is dus géén scène: toen Floor in de tuin aan het werken was, kwam de buurvrouw vertellen dat haar kat ziek was geworden. Dat vond Floor erg naar omdat ze zelf pas haar hond had verloren. Daarom begon ze te trillen toen ze tegen de buurvrouw sprak en die nodigde haar thuis uit voor de koffie.  

Deze samenvatting is niet alleen veel te lang, maar mist ook nog wat andere elementen van een goede scène.

Een goede scène staat op zichzelf sterk

Hoewel scènes gezamenlijk een boek vormen, moet een scène op zichzelf een verhaal vertellen. Dat is wat het sterk maakt. Dat betekent niet dat je uitgebreide plotlijnen uit moet zetten, complete relaties van personages uit de zoeken moet doen, enzovoorts. Maar aan het einde van een scène moet je iets wijzer geworden zijn. En dat iets moet je aan kunnen wijzen. Nu ik deze scène heb gelezen weet ik:

  • De angst van de held
  • Dat het schip op het punt staat om te zinken
  • Hoe het thema ‘wraakzucht’ verder wordt uitgewerkt

Enzovoorts.

Een goede scène telt op tot een volledig, goedlopend verhaal

Een goede scène die volgt op een volgende goede scène telt uiteindelijk op tot een goed verhaal. Als je de samenvattingen van opvolgende scènes direct achter elkaar uit zou schrijven, heb je idealiter slechts enkele woorden nodig om daar een prettig leesbaar geheel van te maken.

Dit zijn de losse scènes:

  • Sandra haast zich op weg naar een vergadering en komt in een ongeluk terecht
  • In het ziekenhuis blijkt dat ze meerdere serieuze bokbreuken heeft
  • De revalidatie duurt naar verwachting een half jaar

Dit wordt de lopende tekst:

Als Sandra zich naar een vergadering haast, komt ze in een ongeluk terecht. In het ziekenhuis blijkt dat ze meerdere serieuze bokbreuken heeft. Ze hoort daar dat de revalidatie naar verwachting een half jaar duurt.

Een scène heeft drie delen

Net als een verhaal bestaat een scène uit drie delen: het begin, midden en een eind. Wederom moet je die duidelijk kunnen aanwijzen en afbakenen. Die delen zijn datgene wat een scène uiteindelijk definieert: het is een verhaaltje in een verhaal. Een verhaaltje dat je iets vertelt over de personages, het plot, het verhaalthema…
Omdat je daar de ene keer meer woorden voor nodig hebt dan de andere keer, is het woordenaantal niet zo geschikt om te peilen of je scène al af is of niet. Een scène kan een aantal regels zijn, maar ook een compleet hoofdstuk. Een scène is dus af als je klaar bent met vertellen wat er is gebeurd, niet zodra je een bepaald woordenaantal hebt gehaald.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek of wil je een schrijfcursus volgen? Kijk eens in mijn webshop voor al mijn diensten.

Foto door Towfiqu barbhuiya verkregen via Unsplash

Je personage als emotionele gids in je verhaal

Als een scène op wat voor manier dan ook heel intens wordt, kan het verstandig zijn om je personage in te zetten om de lezer wat meer bij de hand te nemen en zo als emotionele gids te dienen. Bij emotioneel heftige scènes zit je lezer op het puntje van de stoel en wordt die helemaal in het verhaal gezogen. Die kunnen net zo intenstief overkomen als de meest knallende actiescènes. Als je lezer door de ogen van je personage naar het ontluikende verhaal kan kijken, wordt het eenvoudiger om de intensiteit van heftigere scènes te behappen.

Wat zijn heftige scènes in een verhaal?

Heftige scènes zijn in wezen delen van het verhaal waarin er van alles gebeurt. Dat kan betekenen dat er veel dingen in een keer samenkomen. Of dat wat er gebeurt emotioneel veel van de lezer of de personages vraagt. Het is belangrijk om dat niet te verwarren met spektakel. Laat me dat voor dit artikel definieren:

Een mate van drama of actie die op papier vrijwel automatisch empathie op hoort te roepen, maar dat niet per se doet

Denk aan dingen als:

  • Iemand raakt zwaargewond als er auto’s op elkaar botsen
  • Twee weken na de bruiloft krijgt de moeder van de bruidegom een terminale ziekte
  • Een overstroming maakt tientallen mensen plotseling dakloos

Natuurlijk is dat vreselijk voor de betrokkenen, maar als je de personages niet genoeg kent of de ellende niet genoeg aandacht geeft in de uitwerking van je scènes, kan je als schrijver te hysterisch overkomen. Een soortgelijk effect zie je bij het cliché doodzieke kind.

Heftige scènes hebben genoeg aan het feit dat er iets aan de hand is dat het personage of het plot een flinke (emotionele) lading geeft. En dat kán een auto-ongeluk of een dodelijke diagnose betreffen. Maar een heftige scène wordt niet aangevuld met nog een andere heftige gebeurtenis omwille van de drama. Bovendien wordt er in de scène ook de nodige aandacht besteed aan hoe het personage met deze gebeurtenis omgaat, op een tempo dat de lezer kan bijhouden en ook daarmee met de personages mee kan voelen.

Hoewel deze vergelijking redelijk zwartwit is, kan je het verschil als volgt zien: in een spectaluaire scène lees je in 600 woorden over een auto-ongeluk, de verwonding en de bijbehorende diagonose die erop volgt dat het leven nooit meer hetzelfde wordt, terwijl de familie daarbij in fiks gehuil uitbarst.
Een heftige scène schrijft over datzelfde auto ongeluk, maar concentreert zich op de pijn en de verwarring die de gewonde voelt, en de enkele voorbijganger die de ambulance belt. De gewonde krijgt kriebels bij het zien van de schok op het gezicht van deze behulpzame voorbijganger, terwijl de pijn maar niet stopt.

Anders gezegd: de heftige scene neemt de tijd om empathie op te roepen, een spectaculaire scène rekent zich wat empathie betreft te vroeg rijk.

Emotionele last delen met het personage

Een scène in een verhaal wordt heftig wanner de emotionele beveling voor een personage en lezer intens is. Dat kan je bereiken met verschillende schrijftechnieken. Denk aan sfeeromschrijvers, of show don’t speak, maar ook aan goede dialogen, of goed gebruikte symboliek of thematiek. Wat je methode ook is, als je het goed doet, komt daar het moment dat je lezer de emoties echt gaat voelen. En dat kan beklemmend zijn. Zodanig zelfs, dat het overweldigend wordt. Dan is de lezer zó met het ‘Jeetje,-dit-voelt-heftig’- gevoel aan het stoeien, dat het handig kan zijn om je personage iets soortgelijks te laten voelen of observeren. Dan krijg je als het ware het effect van ‘gedeelde smart is halve smart’.
Stel dat je personage door een omgeving loopt waar het dood en verderf is. Nadat je die gruwelen dan (gedetailleerd) hebt beschreven, kan het personage bibberen, zweten, overgeven of huilen van angst.

Het effect van het personage als emotionele gids

Een personsage kan even bij een gevoel stilstaan, maar moet meestal wel verder met de heldenreis. Het plot moet dus verder. Met uitzondering van de crisis sta je idealiter dus niet altijd te lang stil bij de emoties die komen bovendrijven in een heftige scène. Dat kan je soms vrij letterlijk zien. Je kan het ook in je voordeel gebruiken. Omdat je personage niet uit diens papieren wereld kan ontsnappen, moet die daarin ook doorgaan.
Je personage is niet zomaar op de plaats van dood en verderf. Het zoekt naar een vriend, hopend dat die nog leeft. Of naar een handelaar op de zwarte markt die misschien nog eten op voorraad heeft. Als je je personage op die manier doende houdt, zorg je ervoor dat je lezer het grotere plaatje van de scène of zelfs het plot niet verliest.

Houd je je personage bezig, dan komt alles op een mooie manier samen. De omgeving, de emotie, het plot en de beleving daarvan. Sta je alleen stil bij wat er wordt gevoeld of opgemerkt, dan kan het voor de lezen aanvoelen alsof je de scène schrijft voor het choquerende effect. Daarbij loop je ook het risico dat het verhaal van de scène verloren gaat in de sfeer of het gevoel dat je op probeert te roepen.

Hoe schrijf je een personage als emotionele gids?

Het is niet al te moeilijk om een personage de emotionele gids te maken. Hoe spectualair het ook klinkt, zo moet je het niet schrijven. Het is eerder subtiel dan opvallend. Een personage als emotionele gids observeert, voelt, trekt zekere conclusies en gaat dan verder. Dat kan zoals in het eerste voorbeeld iets fyieks zijn, zoals doorlopen, verder gaan met zoeken of iemand opbellen. Of het denkt al vooruit wat het betekent om zich in deze situatie te bevinden en hoe vandaaruit verder te plannen of te handelen. Denk dan aan iets als: als ik in een steegje ben waar zakkenrollers kunnen zijn, dan moet ik zodra ik hier weg ben, een tas kopen waar mijn beurs veiliger in weg te stoppen is, want ik moet straks door dezelfde steeg weer terug. Maak het dus niet groter dan nodig is.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk in mijn webshop voor mijn redactiediensten.

Foto door Daniil Silantev, verkregen via Unsplash.



Doel van een scène: verandering brengen

Een scène is een verhaal in het klein en kan een paar doelen hebben. De twee belangrijkste zijn: informatie geven en verandering in het verrhaal brengen. In deze blogpost kijken we naar hoe een scène verandering in het verhaal brengt om ervoor te zorgen dat er vaart in het algeme plot blijft.

Wat betekent verandering in het verhaal?

Wat betekent het precies als je zegt dat het verhaal verandering nodig heeft? Op grote schaal betekent dat iets als een held die moet groeien, of relaties die moeten veranderen, omwille van een plot dat interessant blijft en niet bij hetzelfde blijft. Anders heb je geen verhaal, maar een gegeven. In plaats van ‘De ridder gaat de draak verslaan’ blijft het dan bij ‘het dorpje huivert bij de constante dreiging van de draak.’
Omdat een scène een verhaal in het klein is, moet die er dus ook voor zorgen dat er iets lopend blijft. Maar omdat je het grote plaatje van het verhaal niet in een scène kan proppen, werkt dat net iets anders. In het geval van een scène betekent het dat je moet voorkomen dat opeenvolgende scènes aanvoelen als een opeenvolgend rijtje van en toen en toen en toen. En daarvoor kan je je jezelf je vragen stellen:
Wat?
Waarom?
Wanneer?

Wat en waarom in een scène

De vragen ‘Wat is er aan de hand?’ en ‘Waarom gebeurt dit?’ zijn twee belangrijke vragen om een verhaal interessant te houden. Die zorgen samen voor een pageturnereffect. Houd het ‘Wat’ zo concreet mogelijk om te voorkomen dat je binnen een scène allerlei kanten op gaat. Een scène heeft soms wel wat grotere bedoelingen, zoals een puzzelstukje van een plottwist geven, maar hij is te klein om zich bezig te houden met alle plotlijnen die in je verhaal spelen.
Je kan wel een verhaalthema (symbolisch) wat meer uitdiepen bij deze vraag.

‘Waarom gebeurt dit?’ -of, als er iets aan vooraf gaat: waarom is dit gebeurd?- is een vraag die zowel op de kleinere schaal van de scène als op de grotere schaal van het plot kan worden gesteld. Waarom hebben deze personages dit gesprek? Waarom is er iemand vermoord en waarom wordt er nú een scène besteed door de schrijver aan het bespreken ervan? Of, vanuit het andere perspectief: waarom worden de personges ertoe gedreven om die moord nu te bespreken? Antwoorden op die vragen kan je vervolgens weer gebruiken om de vraag te beantwoorden die je helpt om ervoor te zorgen dat je scène de nodige verandering met zich meebrengt: Wanneer?

Wanneer heeft iets een Gevolg voor een verhaal?

Een scène kan soms een verandering teweeg brengen, maar kan alsnog stokken als die verandering te weinig voorstelt. Ahmed stootte zijn teen, dus was hij die dag chagrijnig en had hij een slechte dag op school. Waardoor het avondeten een gespannen sfeer met zich meebrengt en zijn ouders de dag erna hopen dat het beter gaat en…
Je scène kan hier dienen om te weer te geven dat Ahmed snel op zijn teentjes is getrapt. Maar in dit geval neem je dat voorbeeld wel heel letterlijk. Gaat het later in het verhaal belangrijk zijn dat Ahmed een keer een teen gestoten heeft? Waarschijnlijk blijft dat een detail.
Als je wil dat een scène verandering in het verhaal brengt, kijk dan verder dan de oppervlakkige actie-reactie.
Stel jezelf na de waaromvraag voor een scène ook de vraag wanneer dit element terugkomt en een Gevolg met een hoofdletter heeft. Je voorkomt ermee dat je scènes die op de tekentafel belangrijk lijken alsnog afdwalen naar een focus op onbelangrijke details.

Soms is er wel een belangrijk detail dat grote veranderingen en gevolgen heeft, dat binnen die scène duidelijk moet worden. Ook dan is ‘wanneer?’ een handige vraag.
Dus het is belangrijk dat Ahmed zijn teen stoot, omdat dat een butterflyeffect krijgt?
Vraag jezelf dan af wanneer dat detail in de scène plaatsvindt en hoe je dat met de juiste sfeeromschrijving voldoende aandacht geeft. Vervolgens kijk je naar wanneer (en hoe) je dat detail in andere (eerdere) scènes terug laat komen. Hier moet je dus paradoxaal genoeg uitzoomen naar je verhaal als geheel om op een meerdere keren op een detail te kunnen inzoomen. Want het leest geforceerd als Achmed zijn teen stoot als hij op een bootje dobbert en de sfeer helemaal ontspannen is. Dan kan je hem beter ongemakkelijk met voeten laten bewegen onder tafel tijdens een vergadering waar hij zich niet op zijn gemak voelt.
Wanneer past dit detail en wanneer gaat dit optellen tot een verandering (later) in het verhaal?

Een goede scene is een belofte van verandering

Soms is je scène zodanig gericht op informeren of sfeeromschrijving in het algemeen dat er niet iets concreets in het plot gebeurt dat het verhaal verandert op het pageturnerniveau van het ‘wat en waarom?’ dat de lezer op het puntje van de stoel houdt. In dat geval moet je ervoor zorgen dat je scène een verandering belooft. Dit is de subtiele verwijzing tussen de regels door dat niet alles bij het oude blijft. Als de vuurspuwende draak het dorp bedreigt, dan moet er wel een ridder komen om iedereen te redden, wil je een lopend verhaal hebben en houden. En als er net een strijd is gewonnen, dan móet er een nieuwe leider worden gekozen.

Dit zijn vaak specifieke momenten in het plot: op het punt dat de comfortzone verlaten moet worden, of dat de crisis in aantocht is. De momenten waarop het erop of eronder is voor je personages. Die voelen dan de zwaarte van wat gaande is of komen gaat. Gebruik dan hun beleving om verandering in het plot te beloven.
Je kan dan misschien niet gaan hinten wat er gaat gebeuren: dat kan op zulke momenten te veel verklappen of geforceerd overkomen. Maar als je de lezer laat zien hoe je personages bibberen, of staan te trappelen om datgene wat gaat komen, houd je de spanningsboog vast en beloof je de lezer ook dat het verhaal niet stil blijft staan. Ook al heb je dat in deze scène even moeten doen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Brandi Redd verkregen via Unsplash

Een scène als een verhaal in het klein

Een boek gaat van de ene scène naar de volgende, naar de volgende, tot het verhaal uit is. Zo is een verhaal een opsomming van scènes. Als je wil dat zij niet lezen als een opeenvolging van gebeurtenissen die losjes aan elkaar zijn geplakt, bekijk de scène dan eens als een compleet verhaal.

Wat is een scène?

Een scène kan lang zijn, of kort. Hij kan een dialoog bevatten, of een actiescène. Maar ongeacht wat erin staat, is een scène in beginsel een stuk tekst dat je in een zin kan samenvatten wat er in een deel van de tijdlijn gebeurt.
– Hier ontmoeten de personages elkaar
– Hier krijgen ze ruzie
– Een wandeling in het park waarin de held over zijn leven nadenkt
– Hier komt de strijd tussen Held en Slechterik

Kortom: denk terug aan de basisschool en je slechtste boekbespreking. “En toen gingen ze, en toen, en toen, en toen… Wat daar wordt opgesomd, dat zijn scènes.

De diashow

Zoals die jongen uit groep 5 een boekbespreking houdt, klinkt een boek wel heel erg saai, ongeacht wat erin gebeurt. Met een beetje schrijfinzicht en schrijfervaring zal je deze diashow niet zo snel schrijven. De diashow is als je scènes zo duidelijk een voor een geschreven zijn dat het hele boek er een staccato ritme van krijgt. En hier gaat mijn held op reis. In het vliegtuig zit een krijsende baby. In de volgende scène landt het vliegtuig en vindt mijn held geen douche op het vliegveld. In de volgende scène…
Hoewel enkele goedgeschreven zinnen er al voor kunnen zorgen dat een hardnekkige diashow uitblijft, kan je een scène eindeloos veel sterker maken als je ze ziet als verhalen in het klein.

Wat is een sterke verhaalbasis?

Laten we een aantal basisfactoren van een goed verhaal nog eens op een rij zetten.
* Het heeft een begin, midden en een eind
* Het heeft een structuur, zoals bijvoorbeeld dat van save the cat (ook wel: drieaktenstructuur) waarin:
– de spanningsboog een bepaalde lijn heeft, niet van de hak op de tak gaat
– er vallen en opstaan wordt gevraagd van de personages die erin voorkomen.
Wat die personages betreft:
– Die willen iets, dus die gaan ergens naar handelen om dat proberen te bereiken
– Dat wat het personage verlangt, wordt niet zomaar gegeven: er komt een obstakel, vaak in de vorm of met hulp van een tegenstander.
– Je personage moet een bepaalde vindingrijkheid laten zien: het valt en staat op.

Als je deze zaken in een scène terug laat komen, weet je zeker dat die inhoud heeft. Hij gaat ergens naartoe en vooral ook ergens over.

Verschil tussen een compleet verhaal en een scène

In een scène moet je in met een relatief klein woordenaantal meer informatie kunnen geven. Dat betekent dat de subtekst en sfeeromschrijvingen belangrijk zijn: die zullen het meeste gewicht krijgen.
Dat kan lastig zijn. Probeer het als een handige houvast te zien dat je met een uitdaging als: ‘schrijf in 300 woorden hoe in dit gesprek de personages uitgroeien van kennissen tot vrienden’. Dan moet je bijvoorbeeld in het hoofd van je personages en diens gevoelens gaan duiken. Het dwingt je om die kostbare 26 woorden die:
“Ha, Sjors, hoe gaat het?”
“Hoi Kim, goed en met jou?”
“Goed hoor, wat fijn om je weer te zien. Dat is al even geleden hè?”
In te korten of te schrappen. Als je een scène als miniverhaal ziet, denk je waarschijnlijk wel twee keer na voordat je een hoog percentage van je woordenaantal van je verhaal aan iets besteedt dat geen echte toevoeging is voor het verhaal. Dat brengt ons bij het tweede verschil tussen een scène en een verhaal.

Doel van een scène

Een verhaal, als groot geheel, heeft grotere doelen dan een scène. Een verhaalthema uitdiepen, een moraal overbrengen, een aantal uur ontspanning bieden. Vanwege zijn kortere aard, kan scène daar niet altijd of allemaal aan voldoen. Dat zijn bonuspunten. Er zijn twee mogelijke doelen die typisch zijn voor een scène. Een interessante scène voldoet aan minstens een van de twee doelen, soms aan allebei.
* De scène helpt het verhaal vooruit
* De scène geeft informatie over je personage

Waar kan je aan denken als je deze doelen ziet?

‘Verhaal vooruit’ is bijvoorbeeld‘Verhaal vooruit’ is nietgoede personage-info is goede personage-info is (doorgaans) niet
er worden nieuwe banden gesmeedeen vrij letterlijke of weinig subtiele : ‘we komen hier later op terug’de grootste angstuiterlijke details
er is een nieuwe hint gegeven‘zoek het maar uit, personage’, zonder verdere echte hintkunde om iets op te lossen, of gebrek daaraan hobby’s
er is iets nieuws op te lossenals het meerdere scènes duurt voor het duidelijk wordt wat het conflict in scène 1 nu was. hoe het omgaat met een tegenslagroutine
je vraagt je af: ‘hoe nu verder?’als in plaats van de lezer alleen je personages zich afvragen: ‘hoe nu verder?’achtergrond die het karakter heeft gevormdiets wat na een of twee hoofdstukken niet meer terugkomt

Valt het je op dat een scène zelden tot nooit oppervlakkig hoort te zijn? Zelfs als je over een doodnormale dag op het strand wil schrijven, kan je het nog een redelijke diepgang geven. Beschrijf bijvoorbeeld met sfeeromschrijving hoe het zand tussen de tenen van je personage kriebelt en hoe dat kriebelt of juist irriteert. Dat kan een bruggetje vormen naar hoe gewenst deze rustige dag op het strand was: want je personage komt er nu eindelijk achter dat de werkdruk niet meer normaal is. Er kan een burn-out op de loer liggen…

Scènes zijn in zekere zin niet alleen onderdeel van het verhaal, maar ook het verhaal zelf. Probeer het ook zo te benaderen. Dan onthoud je makkelijker dat je om een lezer geïntegreerd te houden, je continu ook een verhaal hebt dat het lezen of vertellen waard is. Laat het feit dat een scène relatief kort is, je niet verleiden tot de valkuil dat je nu wel even ‘gewoon iets leuks’ mag schrijven tussendoor.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je scènes? Ik kan je helpen met de structuur en invulling. Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Olga Tutunaru, verkregen via Unsplash.

De gouden wet voor een vlot plot: actie-reactie

Er zijn verschillende manieren om je plot interessant te houden. Je kan plottwists of subplots introduceren, of gewoon aan een scène verder schrijven. Wat je ook kiest om je scène uit te werken, er is een gouden regel, zo niet een gouden wet die bij al deze opties toe te passen is. Houd je aan actie-reactie.

De derde wet van Isaac Newton

De naam van Isaac Newton laat vast wel een belletje rinkelen als ‘Een van de belangrijke wetenschappers ooit’. Zo kan jij zijn derde wet als een van de belangrijkste in de wetenschap van plot- of scèneontwikkeling beschouwen. Geen zorgen, ik ga niet verder in op de wetenschappelijke wet. Ik begin al peentjes te zweten bij het zien van het symbool voor worteltrekken ;). Maar de derde wet van Newton houdt in:

Op iedere actie volgt een reactie.

Zo simpel is het in beginsel. Kijk maar eens naar wat hele simpele voorbeelden:

ActieReactie
Ik stoot mijn teen.Ik begin te vloeken van de pijn.
Ik krijg honger.Ik ga wat eten maken
Ik krijg een extra zakcentje.Ik ga lekker uit eten.

Ik ga bij deze regel een kanttekening plaatsen, als het verhaalontwikkeling betreft. Je zou ook kunnen zeggen dat de derde wet van Newton stelt: na iedere oorzaak komt een gevolg. Maar die stelling gaat voor een plot of een scène niet helemaal op.
Kijk eens naar de onderstaande tabel met oorzaak-gevolg en dezelfde voorbeelden als hierboven.

OorzaakGevolg
Ik heb mijn teen gestoten.Mijn teen doet pijn.
Ik heb honger.Mijn maag knort.
Ik krijg een extra zakcentje.Ik ben vijftig euro rijker.

Het komt misschien pietluttig over om dit als verschil aan te merken, maar er is wel degelijk een verschil. Bij actie-reactie doet een personage daadwerkelijk iets, waar er bij oorzaak-gevolg niet per se iets actief verandert. In dat laatste geval staat een lopende tekst op de pauzestand.

Oneindige actie-reactie

Actie-reactie moet elkaar telkens opnieuw opvolgen. Is er een reactie geweest, dan komt er daarop een nieuwe actie in het plot. Daar komt dan weer een reactie op, enzovoorts. Kijk eens naar dit voorbeeld:
Noor heeft een tante in Marokko en die komt. Als je actie en reactie elkaar laat opvolgen, ziet dat er zo uit:

ActieReactie
Tante Amina belt dat ze op bezoek komt.Noor springt een gat in de lucht.
Noor vraagt Amina wanneer ze komt.Amina zegt over drie dagen bij Noor op de stoep te staan.
Noor wil de logeerkamer in orde maken.Noor begint met stofzuigen in de logeerkamer.
De stofzuiger begeeft het na een minuut.Noor gaat naar de winkel om een nieuwe stofzuiger te kopen.

Als je actie-reactie zou vervangen door oorzaak-gevolg, krijg je iets als:
‘De stofzuiger begeeft het plotseling. Nu blijft de kamer vies.’ Dat zorgt ervoor dat de scène abrupt stopt omdat Noor geen nieuwe stofzuiger koopt, of lieve tante Amina kan in een stofnest slapen. Geen van die twee opties zijn de bedoeling.

Je moet de actie-reactieregel redelijk streng volgen. Kijk maar eens wat er gebeurt als je reactie op reactie (op reactie…) laat volgen:
Noor springt een gat in de lucht, draait nog zes keer in het rond en begint te zingen als tante Amina het fijne nieuws vertelt. Als ze daarmee door blijft gaan, staat Amina straks al voor de deur. Oftewel: dat duurt gewoon te lang en het voegt op een bepaald moment niets meer toe.
En als je een reactie weglaat:
Noor vraagt Amina wanneer ze komt. De stofzuiger begeeft het.
dan is dat een te plotselinge overgang. Je mist nu informatie die het verhaal bij elkaar houdt. Er valt immers niet alleen een actie, maar ook een bijbehorende reactie weg.

De spanningsboog en actie-reactie

Ieder verhaal heeft een spanningsboog. En zoals het spreekwoord zegt, kan die boog niet altijd gespannen zijn. Maar hoe zit het dan met actie-reactie in een scène?
Denk bij het woord actie in dit geval niet te snel aan iets als ‘Max Verstappen vliegt bijna uit de bocht in de Formule 1’. Eerder als iets dat plaatsvindt en waar iets of iemand vervolgens op reageert. De actie-reactie kan dus ook een gedachtestroom zijn:

Actie Reactie
Ik wilde dat Cas me zag staan….…maar ik ben niet knap genoeg voor hem
Moet ik misschien mijn haar kleuren? Hij valt op brunettes…Ach, hou toch op! Laat ik me nu ook al gek maken door opgelegde schoonheidsidealen?
Nee, ik ben een sterke vrouw!Maar dan mag ik mezelf toch alsnog wel van mijn beste kant laten zien?

De lezer leert hier dat het personage over zichzelf twijfelt.
Het belangrijkste van een scène is dat die iets toevoegt aan het verhaal. De lezer moet iets nieuws te weten komen.
Zolang als een scène de lezer iets nieuws leert en hij volgens de actie-reactieregel is geschreven, kan je er allerlei kanten mee op, zonder meteen met een sneltreinvaart door het verhaal te gaan.

Nog een voorbeeld van actie-reactie:

Actie Reactie
Gijs doet het slecht op school.Gijs komt angstig met zijn slechte rapport thuis.
Gijs’ vaders schrikken zich ongeluk.Gijs krijgt een huiswerkbegeleider, maar het botert niet tussen hen.
Gijs weigert nog huiswerk te maken.Gijs krijgt straf van zijn vaders.

Je ziet hier misschien wel dat de actie-reactie in dit voorbeeld redelijk steriel is: het leest niet als een interessante scène, maar als losse feiten. Dat betekent dat je tussen de regels van de tabel door een nieuwe reeks van actie-reactie toe moet voegen. Bijvoorbeeld hoe Gijs door het ontvangen van zijn slechte rapport begint te zweten, met als reactie dat zijn vaders zich zorgen maken als hij doodsbleek thuiskomt. Je moet dus actie-reactie toevoegen om een show don’t telleffect aan de scène te geven. Hoeveel je precies moet toevoegen is een kwestie van uitproberen en je hebt er ook wat schrijfinzicht voor nodig. Maar met de ‘schrijfwet’ van actie-reactie in het achterhoofd, kan je er in ieder geval van op aan dat je scène- of plotverloop stabiel en logisch blijft.

Afbeelding Isaac Newton via Pixabay.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.