De sterke scène: scènes met een sfeer

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en zorgt ervoor dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week leer je waar je op kan letten als je scène vooral een sfeer op moet roepen.

Geen scène zonder personage

Ieder verhaal en elk deel daarvan kan een lezer beleven omdat er een personage is dat de papieren wereld voor de lezer vertolkt. Staat er een verlaten huis? Dat zegt op zichzelf niets. Pas als je held er de kriebels van krijgt of er iets te doen heeft, is dat aanleiding voor een thriller- of horrorverhaal. Op eenzelfde manier kan een goede sfeer pas werken omdat dat weerslag heeft op je hoofdpersoon en hoe die zich door de ruimte of het verdere plot beweegt. Dat is het uitgangspunt bij het schrijven van een scène waar de sfeer voorop staat: de held moet er iets bij voelen.

De zintuigen als instrument bij een sfeeromschrijving

‘Voelen’ is in dit geval niet zoiets als “Ik voel me vrolijk,” maar een zintuiglijke waarneming. Een personage voelt bijvoorbeeld de warmte van een zonnestraal, of proeft zout na het eten van een dropje. Als je een sfeer voorop wil stellen in een scène, dan is dit de basis die je absoluut niet mag missen. Het is de eerste stap van actie-reactie waar al het andere uit kan ontstaan. Neem een romantische scène waar een vrouw uitgesproken comfortabel op bed ligt. Eerst moet zij het zachte matras voelen, zodat ze zintuiglijk kan registeren dat ze lekker ligt. Daardoor voelt ze zich ontspannen, waardoor ze open staat voor de strelingen van haar geliefde. Had ze last van de prikken van een spijkerbed, dan zal er niet veel romantiek plaatsvinden…

De zintuiglijke waarneming komt altijd voorop

Een personage kan gedachten hebben over de sfeer en de sfeer kan veranderen. Maar vóór die verandering moet er wel een zintuiglijke registratie voorkomen. Neem het spijkerbed. Of je het eerst uitprobeert of meteen bij het zien al gruwelt van de aanstaande prikken, je personage ziet of voelt nog altijd eerst iets voor het denkt: Echt niet (meer)!

Voor de omschrijving van een scène waar de sfeer voorop staat, geldt hetzelfde principe. Je schept de sfeer vooral door in te gaan op de zintuiglijke ervaringen en door die ook als eerst te omschrijven.
De zon tintelde heerlijk warm op haar gezicht en Karin verheugde zich op de picknick van morgen, werkt daarom beter dan: Morgen stond de picknick op het programma, waar Karin zich op verheugde. Ze voelde de heerlijke tinteling van de zon op haar gezicht.
Het leest wat geknutseld omdat het oorzaak-gevolg effect wat meer leest als opgesomde feiten.
Zorg er dus voor dat je eerst de zintuiglijke waarnemingen hebt opgeschreven voor een goede sfeer in je scéne voordat je verder gaat met de conclusies die je personage trekt.

Overgang naar reactie

Er komt een moment dat je in de scéne over moet gaat van zintuiglijke waarnemingen naar de reactie die je personage daarbij heeft. Dat is het verschil tussen ‘Ik voel de warme zon’ naar ‘dat voelt lekker warm’.  De overgang naar een reactie werkt het beste als die subtiel verloopt. Als je de warme zon voelt en meteen je zwemtas gaat inpakken, mis je een schakeltje waarin je de invloed van de sfeer helemaal tot zijn recht laat komen. Wees er wel alert op dat je daar (vooral in woordenaantal niet te veel in doorslaat. Dan loop je het risico om bloemig taalgebruik te schrijven. Maar deze overgang naar reactie werkt ook uitstekend voor sfeeromschrijving in een scène. Volgende week lees je daar meer over.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van een scène? Ik kan helpen: kijk eens in mijn webshop.

Foto door by Hakim Menikh on Unsplash

De sterke scène: schrappen in een scène

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en ervoor zorgen dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week leer je hoe je je scène kan nakijken en hoe en wat je moet schrappen.

Wanneer stopt de scène?

Een scène is meestal niet zo duidelijk afgebakend als een hoofdstuk. Daardoor kan je zonder het te weten ‘een deel’ van je boek reviseren zonder in de gaten te hebben dat het om anderhalve scène gaat. Let extra goed op scèneovergangen en kijk goed wanneer de scène stopt.

De buren staan gezellig over de heg heen met elkaar te kletsen. Dan komt de buurman naar buiten en vertelt hij over een vervelend telefoontje dat hij zonet heeft gekregen. De scène kan dan zomaar halverwege de alinea stoppen.

Rens kwam lijkbleek naar buiten. Toen Inge zijn blik zag, wist ze onmiddellijk dat er iets loos was. Met een haastige blik op de buurvrouw keerde ze zich om en liep met Rens terug het huis in.
“Het zal toch niet…?”
“Jawel, we moeten Fikkie laten inslapen.”

De nieuwe scène begint met de dialoog over de stervende hond. De babbelscène met de buurvrouw eindigt op het moment dat Inge tussen de regels door de deur achter zich sluit. Een scène eindigt niet altijd met een witregel, hoofdstukeinde of zelfs een cliffhanger.

Een scène heeft één schrijfelement als uitgangspunt

Je kan er een scène niet mee afbakenen, maar voor een goed verloop van een scène is het handig om te kijken wat je in een scène vooral (be)schrijft. Een dialoog is heel anders dan het omschrijven van een omgeving. Meestal is er in een enkele scène wel iets dat de overhand heeft. Niet per se in woordenaantal, maar wat de scène het meest gewicht geeft.
In een dialoog waar een misverstand wordt rechtgezet, zal er heus wel het een en ander aan omschrijving van sfeer zijn, maar wat er daadwerkelijk gezegd wordt is het belangrijkste.
Als je merkt dat je scène lang(dradig) wordt, kijk dan eens welk schrijfelement de boventoon voert. De overige schrijfelementen zijn dan vaak de delen waar je het makkelijkst kan schrappen.

Woorden tellen in een scène

Het is riskant om een woordenaantal te gebruiken als uitgangspunt voor een schrapronde. Het aantal woorden op zichzelf zegt immers vrijwel nooit iets over de kwaliteit van een tekst.
Zo kan je schrijven: “Verdwijn!” of “Ik wíl je niet meer zien!”
In het tweede voorbeeld kan de nadruk op het woord wil de intentie van een personage beter overbrengen. Maar soms is die nadruk niet nodig. En de meeste schrijvers schrijven eerder te veel woorden dan te weinig. Als je het gevoel hebt dat je scène te lang is, kan je het woordenaantal opschrijven en ernaar streven om twintig procent te schrappen. Zorg er wel voor dat je originele tekst ergens opgeslagen blijft, voor het geval het eindresultaat van een schrapronde toch niet zo best is. Enkele manieren om op scèneniveau te schrappen zijn:
 

* Wees alert op kleine gebaartjes en acties. Strijken personages bijvoorbeeld door hun haren, zonder dat dat een show don’t tell van verlegenheid is? Schrap dan niet alleen dat ene zinnetje, maar ook de drie zinnen erna die omschrijven hoe datzelfde personage gaat zitten en iets uit de tas haalt.
* Je kan de omschrijving van ruimten vaak inkorten of schrappen als die alleen in deze scène wordt betreden of bezocht.
* Sfeeromschrijvingen kan je stoppen zodra het (symbolische) punt is gemaakt. Wil je duidelijk maken dat er romantiek in de lucht hangt? De open haard en wijn samen met een gefluisterd woordje zijn voldoende. Beland dan niet in eindeloze zwijmeltaal. Op dat punt moet de eventuele romantische taal die volgt het verdere plot dienen of je iets over de personages vertellen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Wil je hulp bij het schrijven van je boek? Kijk eens in mijn webshop wat ik voor je kan betekenen.
Foto door Lawrence Aritao verkregen via Unsplash

De sterke scène: de leerzame scène

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en zorgt ervoor dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week lees je waarom een scène leerzaam moet zijn en hoe je dat voor elkaar krijgt.

En toen was er een boek

Vorige week kon je lezen dat een scène moet laten zien dat er iets gebeurt. Op eenzelfde manier moeten meerdere scènes opsommen tot het complete verhaal van je boek. In theorie moet een droge opsomming van de gebeurtenissen van alle scènes het complete verhaal op een prettig en volledige manier kunnen vertellen. Iets als: in scène 1 leren we dat de held zenuwachtig is, in scène 2 blijkt dat dat komt omdat een onderwereldfiguur de held bedreigt, in scène 3 maakt held plannen om te ontsnappen, in scène 4 nemen zijn zenuwen het even over en in scène 5…

Ken je die slechte boekbesprekingen van de basisschool nog? “En toen, en toen en toen…” In zekere zin is die aanpak niet eens zo slecht. Maar in de uitvoering van de negenjarige scholier zijn de scènes niet goed afgebakend, slecht samengevat of te veel op detail gericht. Dat maakt de ‘en toen’- aanpak zo onhandig klinken. Maar als je het goed doet, is het een goede manier om te controleren of je een sterke scène hebt. Je maakt een scène sterk als die op zichzelf ‘en toen’-bestand is: de kleine verhalen van een scène tellen idealiter moeiteloos op tot het grote geheel van het boek.

Een scène mag niet te missen zijn

Iedere afzonderlijke scène is een leerzaam bouwsteentje voor je verhaal. Als je een scène weg zou laten uit een boek, moet je dat merken. Je moet dan iets aan informatie missen.
Dat wil niet zeggen dat je nooit een scène mag schrappen, want je kan dezelfde informatie heel vaak ook in een andere scène verweven als je aanpassingen durft te maken. Maar als je een scène schrapt, moet de informatie daaruit ergens anders terugkomen. Anders gezegd: je mag een scène gerust schrapen als je informatie kan of wil verplaatsen. Als je een scène schrapt omdat je hem ‘kan missen’, dan heb je waarschijnlijk iets in de structuur van die scène verkeerd gedaan. Want in principe zou iedere scène iets moeten vertellen wat je niet zomaar uit het verhaal kan halen. Ga eens na waarom je de scène die je op het punt staat te schrappen misbaar is:

Heeft hij geen duidelijk begin, midden en eind?
Is hij niet ‘en toen’- bestendig?
Weet je niet goed wat hij duidelijk moet maken?

Een scène moet je iets leren

In een scène moet dus niet alleen iets gebeuren, een scène moet de lezer iets leren. Voor een sterke scène is het handig voor jezelf om vooraf af te bakenen waarover de lezer iets moet leren. Kies uit (bijvoorbeeld):
Verhaalthema: je diept iets uit wat meer abstract is dan concreet
Personagebiografie: je leert iets over de geschiedenis of het karakter van je personage
Algemeen plotverloop: het verhaal moet simpelweg verder
Puzzelstukjes (voor een plottwist): dit komt later in het verhaal terug

Dit helpt je niet alleen met afbakenen, maar ook om de boodschap van de scène op een natuurlijke manier over te brengen. Een voorbeeld: je wil duidelijk maken dat je held roekeloos is, dus je concentreert je op het element ‘personagebiografie.’ Dan schrijf je hoe je held in die roekeloosheid van alles en nog wat omvergooit, terwijl het juist van groot belang is om stil en voorzichtig te zijn. Niet alleen komt de lezer te weten hoe de held omgaat met tegenslagen als hij onvermijdelijk wordt betrapt. Je schrijft als vanzelf ook heel spannend als je beschrijft hoe de bewaker langzaam maar zeker steeds meer argwaan krijgt omdat er een mogelijke indringer rondsluipt.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop voor mijn schrijfcoachdiensten.

Foto door Jairo Gonzalez verkregen via Unsplash

De perfecte plottwist: wat maakt een plottwist spannend?

‘En dan gebeurt er plotseling iets compleet anders! Dat had je niet gedacht hè?’
Wat je misschien ook niet had gedacht, is dat je voor een goede plottwist ook eerst goed moet nadenken voor je hem schrijft. Deze week kijken we naar wat een plottwist spannend maakt.

Wat is spannend precies?

In de boekenwereld kan het klinken alsof ‘spannend’ betekent dat er grote mysteries of enge dingen te gebeuren moeten staan. Maar dat is niet per definitie zoals het om een plottwist gaat. Daar moet je lezer slechts denken dat er iets geks aan de hand is waar die méér over wil weten. Dat kan dus ook betekenen dat er een voorwerp verloren is geraakt onder verdachte omstandigheden. Je hoeft niet meteen te laten doorschemeren dat dat een eerste hint is voor een ontvoering. Het kan ook het begin van een misverstand zijn. Maak je plottwist dus niet spectaculairder dan het hoeft te zijn omwille van het zogenaamde spannende effect. Sterker nog, als je te graag wil dat je plottwist spannend of spectaculair wordt, kan dat averechts uitpakken. Want een plottwist die als voornamelijk doel heeft om te choqueren, is er een die altijd mislukt, omdat het een anticlimaxeffect met zich meebrengt.

Er gaat iets gebeuren…

Plottwist zijn leuk voor de lezer om te lezen, omdat ze zo langzaam maar zeker tot een conclusie kunnen komen met de puzzelstukjes die je schrijft. Als je een goed puzzelstukje maakt, slaat de lezer dat op als belangrijke informatie die later een onthulling gaat geven. Dat is dus spannend: hier gebeurt later nog iets mee. En zo is het speuren naar een plottwist op zichzelf al leuk om te doen. Je kan er nog een schepje bovenop doen door ervoor te zorgen dat het ogenschijnlijk kleine puzzelstukje ook iets met zich meebrengt waarbij er veel op het spel komt te staan. Indirect of direct vanwege het puzzelstukje. Maar dat hoeft niet. Je kan het plot ook voor je laten werken. Dat doe je door de puzzelstukjes te verstoppen en het plot op de voorgrond te zetten. Dan doet het plot dienst als een soort rookgordijn.

… Maar dat ben je soms alweer vergeten

Een andere manier om de puzzelstukjes van je plottwist spannend te houden, is om ze te verstoppen. Niet in het opzicht dat ze moeilijk te vinden of op te lossen zijn, maar door het plot zodanig op de voorgrond te zetten dat je lezer vergeet dat er puzzelstukjes zijn, of zo je wil, waren, om je mee bezig te houden.

Stel dat je een puzzelstukje hebt geschreven tijdens een gezellige picknick: in het mandje was een mysterieuze brief gestopt. Dan ga je kort daarna terug naar een harde realiteit: er ligt een familielid op sterven. Dan denkt je lezer niet meer aan die brief. Als je op deze manier de puzzelstukjes plotseling (weer) laat opduiken, dan kan je je plottwist ook spannender maken.
Let er dan wel op dat je dat niet te vaak doet. Als dit een schrijftechniek lijkt te worden, wordt het cliché, of gaat het spannende element eraan onderdoor. Bovendien moet je er ook voor zorgen dat de puzzelstukjes die je zo plotseling laat opduiken, wel duidelijk onderdeel van iets spannends zijn (lees: een plottwist zijn). Anders loop je de kans dat het als een onbelangrijk detail wordt gezien en daardoor wordt vergeten.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop voor mijn schrijfcoachdiensten.

Foto door Ross Sneddon verkregen via Unsplash.

De perfecte plottwist: het gevaar van een deus ex machina

‘En dan gebeurt er plotseling iets compleet anders! Dat had je niet gedacht, hè?’ Wat je misschien ook niet had gedacht, is dat je voor een goede plottwist ook eerst goed moet nadenken voor je hem schrijft. Deze week kijken we hoe een Deus ex machina je plottwist helemaal kan verknallen. 

Wat doet een deus ex machina?

Een Deus ex machina is het verschijnsel dat een oplossing voor een acuut probleem zomaar uit de lucht komt vallen, in de ergste gevallen zelfs letterlijk. Daarmee doet een Deus ex machina alles wat je tot dan toe hebt opgebouwd aan je plot teniet. En de geloofwaardigheid daarvan gaat er ook meteen mee naar de haaien. Aangezien je een geloofwaardig plot moet opbouwen om een plottwist interessant te maken, is een deus ex machina ook een doodsteek voor een plottwist. 

Deus ex machina als spiekbrief voor plottwists 

Een Deus ex machina heeft geen plaats in een verhaal. Zeker niet als er een plottwist in voorkomt. Maar je kan het wel in je opschrijfboekje gebruiken om erachter te komen wat de elementen zijn die je verhaal spannend maken. Dat kan je weer gebruiken om puzzelstukjes voor de plottwist te bepalen. Kijk daarvoor goed naar wat een Deus precies verpest aan de opbouw van een heldenreis. 

Bijvoorbeeld: je hebt een alleenstaande moeder die elk dubbeltje om moet draaien. De week voordat ze uit huis wordt gezet vanwege achterstallige huur, krijgt ze een fikse erfenis van een ver familielid van wie ze het bestaan nauwelijks wist. 

Moeder was een fijn personage om over te lezen, omdat ze met vindingrijkheid en doorzettingsvermogen wist te overleven. Dan is het logischer om die karaktereigenschappen een middel te maken om moeder alsnog te laten slagen. Of als ze faalt, haar dan dóór te laten worstelen, met die eigenschappen als haar gereedschappen. 
Met de erfenis had Moeder in theorie al die tijd ziek, lui of dom kunnen zijn en was het probleem alsnog opgelost. Omdat ze die erfenis niet krijgt, is ze aangewezen op karaktereigenschappen die voor personagegroei en dus een interessant verhaal zorgen. 

Anders gezegd: wat een Deus zomaar oplost, is vaak datgene wat een heldenreis sterk maakt. Vaak kan je die sterke kanten van een plot of een personage al vinden als je een beetje tussen de regels door leest. 

Deus ex machina en het maken van puzzelstukjes voor een plotttwist

Zoals een heldenreis bepaalde beats heeft, heeft een plottwist puzzelstukjes. Het zijn de momenten die bepalend zijn voor een geheel dat later moet optellen tot een bepaalde uitkomst. 

Als je dat weet, kan je Deus ex machina op nog een andere manier gebruiken als spiekbrief in je opschrijfboekje. Kijk eens naar het plot. Wat wil je dat de lezer na deze beat weet, of wat het personage meemaakt? En hoe kan dat teniet worden gedaan, zoals bij de alleenstaande moeder?

Op eenzelfde manier kan je ook kijken naar de plottwist en de puzzelstukjes die daarbij horen. Stel je voor dat je een Deus ex machina moet gebruiken om het grote onthullingseffect van de plottwist te verpesten. Wat gebeurt er dan? Of anders gezegd: hoe ligt het er te dik bovenop?

Als de butler het heeft gedaan, dan is het een beetje te handig dat er net de dag van de moord met een mes, de ‘messenslijper’ langskomt om alle messen hun jaarlijkse slijpbeurt te geven. Als een geinig acroniem uiteindelijk de plaats verraadt waar de moordenaar het lijk heeft verstopt, dan is het wel heel opzichtig als een kind van de rechercheur ‘zomaar’ het woord acroniem op school heeft geleerd. En als voorbeeld hetzelfde woord als de moordenaar voor het acroniem heeft gebruikt: ‘L.I.K. Leren Is Keileuk? Welnee: Lijk In Kast… 

Een deus ex machina voelt zich dus veel beter thuis in je opschrijfboekje dan in het eigenlijke boek.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van mijn boek? Kijk dan eens in mijn webshop.

Foto door Rahul Himkar verkregen via Unsplash.

De perfecte plottwist: plottwist of plotontwikkeling

‘En dan gebeurt er plotseling iets compleet anders! Dat had je niet gedacht, hè?’ Wat je misschien ook niet had gedacht, is dat je voor een goede plottwist ook eerst goed moet nadenken voor je hem schrijft. Deze week kijken we of je een plotverloop of een plottwist schrijft. 

Plottwist en plotverloop: de basis

Een plottwist is dat moment in een plot waarop alles op zijn kop staat en hopelijk als een goede, onverwachte schok komt voor de lezer. Maar dat wil niet zeggen dat je zonder een plotselinge plottwist niet naar iets onverwachts kan toewerken. Dat kan ook geleidelijk: dan zie je iets gebeuren waar je niet naar hoeft te raden, maar waarbij het verschil tussen het begin en het einde wel veel van elkaar verschilt. Zoals een zorgzame moeder die aan het eind van het verhaal egoïstisch is geworden door iemand die te veel op haar heeft ingepraat dat ze ‘beter voor zichzelf moet zorgen’. 

Een goed plotverloop zonder een plottwist 

Als je een plot schrijft die heel anders eindigt dan een lezer verwacht, moet je heel geleidelijk aan schrijven, maar daar niet te geheimzinnig over doen. Laat zien hoe iets verandert en waarom het logisch is dat de wereld of je personages daarmee veranderen. De moeder die wat meer aan zichzelf moet denken en een pauze neemt om bij te tanken, zal de week erna niet superegoïstisch zijn, maar als het onderdeel van de heldenreis is, zie je dat wel gedurende de heldenreis ontvouwen. Dan zijn de ‘puzzelstukjes’ bepaalde beats waarbij de lezer de schok moet voelen die je normaal gesproken bij het speuren van de puzzelstukjes krijgt. 
“O, nee! Laat Moeder nu echt haar kind bij oma om te gaan shoppen? Da’s niks voor haar: als dat maar goed gaat…”

De schok van een plottwist

De plottwist wordt doorgaans gebruikt voor een schokeffect als de onthulling daar is. Maar dan moet je wel voldoende puzzelstukjes hebben achtergelaten om die plottwist te kunnen schrijven. Die puzzelstukjes van de plottwist moeten weer te speuren zijn: het is daarmee dus meer een kwestie van opletten dan met het verhaal meegaan en alles zien ontvouwen. Kijk voordat je beslist over het gebruik van een plottwist of je het verhaal voldoende spannend kan houden met mysterie. Je plottwist kan mislukken als je subplots en puzzelstukjes gaat maken omwille van de schok van de plottwist. Dat is het niet waard. Een goed geschreven plotverloop kan minstens net zo spannend en leuk zijn om te lezen. 

De spanning van het plotverloop

Een goed, spannend plotverloop verloopt niet met het mysterie van een plottwist, maar kan wel net zo spannend lezen. Als je het gevoel hebt dat een plot niet spannend is omdat het niet mysterieus genoeg is, bedenk dan eens wat je personage voor karaktertrekken heeft die voor een spannend narratief conflict zorgen. Een personage dat probeert om een uitweg te vinden uit een vervelende situatie gaat meestal gepaard met vallen en opstaan en het vinden van nieuwe oplossingen. Dat kan voor de lezer net zo spannend zijn als het mysterie van een plottwist. 

Het ‘wat is er aan de hand’ van de puzzelstukjes van een plottwist is van zichzelf niet beter dan het ‘hoe gaat dit nu verder’ van een plotverloop dat verschillende uitkomsten kan krijgen. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.


Foto door Javier Allegue Barros verkregen Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van een plottwist? Kijk eens in mijn webshop voor mijn schrijfcoachdiensten.

De perfecte plottwist: puzzelstukjes speuren

‘En dan gebeurt er plotseling iets compleet anders! Dat had je niet gedacht, hè?’
Wat je misschien ook niet had gedacht, is dat je voor een goede plottwist ook eerst goed moet nadenken voor je hem schrijft. Deze week kijken we naar wat het voor de lezer leuk en mogelijk maakt om puzzelstukjes te speuren.

Puzzelstukjes van een plottwist moeten ademruimte hebben

De randvoorwaarden voor een puzzelstukje voor een plottwist beginnen bij de schrijver. Een puzzelstukje moet ademruimte krijgen. Dat betekent dat je het zodanig moet schrijven dat het op meerdere manieren geïnterpreteerd kan worden. Anders is het geen puzzelstukje, maar gewoon een bouwsteen voor je verhaal. Daarin komt de beslissing om een plottwist te schrijven met een andere belangrijke voorwaarde: je mag je verhaal niet willen dichttimmeren. Als je te graag wil dat je lezer een bepaalde hint op een bepaalde manier oppikt, of je personage op een bepaalde manier ziet, is je plottwist gedoemd om te mislukken. Bereid je dus voor om niet alleen puzzelstukjes te maken die passen, maar ook om een verhaal te schrijven waarbij de lezer en jij het niet per se op dezelfde manier lezen.

Puzzelstukjes van een plottwist moeten dubbelzinnig zijn

Interessante puzzelstukjes laten doorschemeren dat er iets meer aan de hand is dan in eerste instantie lijkt. Als het personage A zegt, bedoelt het dan ook A, of misschien ook B, of zelfs C? Houdt het iets achter voor het ene personage, en is het eerlijk tegen de ander?
Als er in het enge, verlaten huis iets plaatsvindt, is dat gebruik van alleen symboliek die de schrijver inzet voor een sfeeromschrijving, of een trucje van een personage om te waarborgen dat er niemand komt en die daar plannen kan smeden?

Zorg ervoor dat je het algemene plot duidelijk houdt, zodat je lezer niet tot oprechte verwarring aan toe op het verkeerde been wordt gezet. Maar zodra je aan een puzzelstukje gaat werken, zorg er dan voor dat je zoveel mogelijk schrijftechnieken inzet om ervoor te zorgen dat je lezer aan de slag gaat met het raadsel dat je hier doet om de lezer de code te laten kraken. Schrijf je een rode haring? Is je dialoog iets aan het verbergen of is die daadwerkelijk zo simpel als die lijkt? Is dit symbolisch of een sfeermaker? Dan heeft de lezer iets om constant waakzaam over te zijn.

Puzzelstukjes van een plottwist moeten overal te vinden zijn

Aan het begin van het boek, in het midden, of vlak voor de onthulling. In dialogen, de omgeving, symbolieken… puzzelstukjes moeten op ieder moment en op elke manier in je verhaal terug kúnnen komen. Maak het niet te voorspelbaar dat je alleen puzzelstukjes verstopt op een specifieke plaats, of ze op eenzelfde manier naar voren laat komen. Zet ze niet per se overal in het verhaal in: het verhaal zelf heeft voorrang op de plottwist. Maar zorg er wel voor dat het speuren naar een puzzelstukje achteraf gezien relatief meteen begint en werkelijk door het hele boek heen een gegeven is.

De puzzelstukjes van een plottwist moeten duidelijk lijken

In puzzelstukjes van een plottwist zit altijd een paradox: ze moeten verstopt zitten, maar wel te vinden zijn. Een goede plottwist is er eentje waar de puzzelstukjes duidelijk zijn te identificeren als zodanig, maar wat het echte raadsel moet zijn, is wat het puzzelstukje precies probeert te zeggen. Hier en daar mag een puzzelstukje echt verstopt zijn, maar over het algemeen moet je eerder uitgaan van het ontcijferen van het puzzelstukje, dan van het verstoppen van het puzzelstukje zelf. Speuren is pas leuk als je iets hebt om mee te speuren.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Wil je hulp met het schrijven van een plottwist? Kijk eens in mijn webshop voor mijn redactiediensten.

Foto door Evgeni Tcherkasski, verkregen via Unsplash.

De perfecte plottwist: puzzelstukjes maken

En dan gebeurt er plotseling iets compleet anders! Dat had je niet gedacht hè?’
Wat je misschien ook niet had gedacht, is dat er voor een goede plottwist ook eerst goed moet nadenken voor je hem schrijft. Deze week kijken we hoe je de puzzelstukjes van een plottwist maakt.

Een goede voorbereiding is het hele werk

Als je besluit dat eenplottwist in je verhaal past, moet je hard aan het werk. Je kan geen goede plottwist maken als je aantekeningen en uitwerkingen aan de tekentafel niet kloppen. Daar moet je dus ook beginnen. Tot op zekere hoogte kan je stellen dat je pas aan je boek mag beginnen zodra de plottwist net zo duidelijk is als de belangrijkste beats van je plot. Afhankelijk van de exacte uitwerking van de plottwist moet je aan verschillende dingen denken. Maar schrijf sowieso alle punten en details die een plottwist maken chronologisch uit. Als je veel details te verwerken hebt, kan je ook met exacte data werken. Zijn er details die van zichzelf niet aan een tijd gebonden zijn, zoals een tijd van een moord. Schrijf dan op wanneer dat enebelangrijke voorwerp voor het eerst werd opgemerkt.

Zo maak je van details puzzelstukjes voor een plottwist

Puzzelstukjes van een plottwist zijn vaak details. Per definitie vallen die niet zo op. Dat komt goed uit: dat maakt de onthulling van een plottwist sterker. Maar ze moeten niet onzichtbaar zijn, want dan valt er niets meer te puzzelen. Je kan van een detail een puzzelstukje maken. Een vuistregel daarvoor is: laat het detail een detail, maar maak de context eromheen opvallend.

Stel dat een teddybeer een rol gaat spelen in de plottwist. Laat de teddybeer dan subtiel in de scène voorkomen: een personage ziet hem op het bed liggen. Schrijf dan niet zozeer over Teddy, maar bijvoorbeeld over de kamer. Laat daar een sfeer hangen die de lezer niet vergeet. Of laat Teddy een keer achter op de kinderopvang, waarna de scène verdergaat met een dialoog over kinderlijke onschuld. Latere plottwist: Teddy is getuige geweest van iets gruwelijks… Dat staat dan later in groot contrast. En dan is de kans heel groot dat Teddy ineens terug in het geheugen komt. Als die eerdere sfeeromschrijving goed is gelukt, is Teddy ook bij de eerste keer lezen niet zo’n grote figurant in de scène als je zou denken.

De zichtbaarheid en plaats van puzzelstukjes van een plottwist

Je verspreidt puzzelstukjes van een plottwist door het hele verhaal. Het risico van een plottwist is dat je verschillende lezers hebt. Degene die je heel makkelijk kan foppen, maar ook degene die bij de eerste van de twintig hints alles al lijken te doorzien. Dat maakt dat je heel goed na moet denken wanneer je een puzzelstukje plaatst. Houd deze beide lezers in gedachten en bedenk vervolgens:

  • Als ik hier (nog steeds) geen puzzelstukje plaats, dan snapt de ‘slapende’ lezer straks helemaal niets meer van de onthulling.
  • Als ik hier al een/ dit puzzelstukje plaats, is de slimme lezer dan de rest van het verhaal al verveeld omdat die vanaf nu dan alles aan ziet komen?

Probeer daar vervolgens een middenweg in te vinden. Dat is niet altijd eenvoudig, maar je kan je opschrijfboekje gebruiken om verschillende scenario’s uit te testen om te zien hoe duidelijk sommige hints al dan niet naar voren komen.

Puzzelstukje of plot?

Een plottwist slaagt pas als de lezer uiteindelijk terug kan bladeren en de puzzelstukjes ziet waar die eerst nog verstopt leken. Maar dat betekent niet meteen dat je van het begin af aan met hints moet gaan strooien. Het is verstandig om snel mogelijk plotpuntente zaaien, maar die moeten vooral het verhaal dragen. Een goede plottwist zet het verhaal op zijn kop. Dat betekent verwarring en is de bedoeling. Maar zodra je omwille van die spectaculaire verwarring een onstabiel plot schrijft, gaat er iets mis. Controleer voor het toevoegen van een puzzelstukje of het verhaal als geheel nog wel te volgen is.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.
Foto door Vardan Papikyan verkregen via Unsplash.

Heb je iemand nodig die je helpt je plottwist na te kijken? Kijk eens in mijn webshop.

De perfecte plottwist: aandachtspunten en valkuilen

´En dan gebeurt er plotseling iets compleet anders! Dat had je niet gedacht hè?’ Wat je misschien ook niet had gedacht, is dat er voor een goede plottwist ook eerst goed moet nadenken voor je hem schrijft. Deze week kijken we naar de algemene aandachtspunten en valkuilen van een plottwist.

Een plottwist is geen schokmiddel

De allerbelangrijkste regel van een plottwist is dat een plottwist nooit werkt als je die gebruikt als middel om de lezer te laten schrikken: ‘Dat meen je niet!’. Een plottwist dient vooral als een extra laag in je verhaal of verhaalthema. Eentje die op een onverwacht moment zijn gezicht laat zien. Als de plottwist draait om dat ene schokmoment, is dat niet alleen toondoof, je berooft de lezer daarmee ook het plezier van (achteraf) speuren naar de puzzelstukjes die een plottwist vormen.

Kijk naar je plot en je verhaalthema

Een plottwist werkt of werkt niet, maar daarvoor moet je meer doen dan alleen kijken of de lezer het ziet aankomen. De plottwist moet ook passen bij je plot en je verhaalthema, idealiter met allebei. Kijk daarvoor goed naar je plot: waar gaat het verhaal over en waar gaat dat uiteindelijk naartoe? Wat is de moraal of de climax van het verhaal?

Kijk op eenzelfde manier naar je verhaalthema. Met een verhaalthema kan je over verschillende onderwerpen vertellen en daar diverse kanten van belichten. Doe daar je voordeel mee in je plottwist. Als je iets kan ‘omdraaien’, waarom dan niet een compleet andere kant op?
Denk aan een zorgzame moeder die haar kind nóóit iets aan zou doen. De andere kant van de medaille is dat ze in haar zorgzaamheid verstikkend controlerend wordt. Zo kan je het thema ‘zorgzaamheid’ in je boek verder verdiepen. De plottwist is zo een handig middel om een extreem (ander) uiterste op een passende manier in je plot en boek te verwerken.

Past de plottwist bij je personage?

Kijk ook naar je personage zoals je naar je verhaalthema kijkt. Goed uitgewerkte personages veranderen gedurende het verhaal, maar die groei is wel afgestemd op die persoonlijke heldenreis. Ook heeft je personage bepaalde karaktertrekken en normen en waarden. Die kan je niet omwille van de plottwist uit het raam gooien. Er zijn nu eenmaal dingen die je personage nooit zou willen of kunnen doen. Maak een personage dus niet zomaar de aanstichter van een plottwist. Een goed uitgewerkt personage heeft altijd voorrang op een plottwist.

Je kan ook het stokje overdragen aan een ander personage. Dat kan de puzzel van de plottwist spannender maken. Moest de lezer dát personage ook in de gaten houden? Jazeker! Pas wel op dat je geen personage in het verhaal schrijft omdat die aanstichter van een plottwist gaat zijn. Zorg ervoor dat ook dit personage een goed uitgewerkte personagebiografie heeft.

De puzzelstukjes van een plottwist zijn door het verhaal verspreid

Het is een stuk makkelijk om een plottwist aan te zien komen als je weet dat die altijd in specifieke scènes voorkomen. Op het spreekuur van de detective of op het moment dat de plaatselijke roddeltantes de koppen bij elkaar steken, bijvoorbeeld. Verspreid je puzzelstukjes voor de plottwist door het boek heen om ze minder te laten opvallen. En maak die momenten niet zo voorspelbaar als deze bovengenoemde voorbeelden. Anders gezegd: zorg dat er geen vaste ‘setting’ is voor het moment waarop een plottwist zich voordoet.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Nachristos on Unsplash.

Zo maak je een cliché origineel: de empathische redder

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en je zelfs nog de goede weg in te slaan als het die kant op gaat. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: de empathische redder.

Het cliché: ‘Die árme mensen!’

Je hebt een personage dat lief is voor iedereen, maar een ‘speciaal plekje in het hart heeft’ voor mensen die op wat voor manier dan ook een groter risico lopen om medelijden op te wekken bij anderen. Mensen die arm zijn, mensen met een bepaalde stoornis en daarom -volgens dit personage!- niet door anderen worden begrepen, weduwen, ouderen… Welke groep dan ook waarvan je de aanname zou kunnen hebben dat ze ‘zielig’ zijn. En de empathische redder is héél vaak of graag vrienden met mensen uit deze groep. Dit is een onhandige truc van de schrijver om te laten zien dat dit hoofdpersonage lief en vooral heel empathisch is.

Waarom stoort dit cliché zo?

Dit cliché stoort om twee redenen. Ten eerste ziet deze ‘redder’ de personages/ mensen waarin het hoofdpersonage bijzondere interesse toont niet als mensen, maar alleen als datgene wat ze hebben (meegemaakt) of zijn. Als niet meer dan hun label. Dat is dus niet echt ethisch als boodschap voor je verhaal. En de tweede storende factor komt daaruit voort. Het gebruikt dat kortzichtige beeld van anderen in het voordeel om te laten zien hoe geweldig het hoofdpersonage is. En niet zomaar geweldig: vaak groeit die uit tot een Mary Sue: een storend cliché in schrijftechnisch opzicht.

De oorzaak van het cliché: onwetendheid misbruikt

Of het nu om bepaalde diagnosen gaat, of iets wat een ander overkomt of is, het is lastig om te beseffen wat een ander voelt of werkelijk doormaakt, als je je er geen echte voorstelling bij kan maken. We hebben er soms een globaal idee van, zoals van een aantal kernmerken bij mentale diagnoses, maar hoe het echt is om daarmee te leven of om te gaan, is iets anders. In die aannames zijn we zonder het verkeerd te bedoelen soms wat kort door de bocht. Wat overblijft is een zeer globaal idee: als dit speelt, dan ben je eenzaam, altijd verdrietig, niet in staat om voor jezelf te zorgen… Iets wat de Empathische Redder ertoe aan kan zetten om te zeggen: “Arme jij, uitgestoten door het leven of anderen, maar ik zal voor je zorgen of er wél voor je zijn.”

Het cliché fiksen: maak Redder iets minder geïnformeerd

Redder heeft zich vaak veel ‘ingelezen’ over datgene wat het andere personage meemaakt. Die kent dus bepaalde symptomen, of weet wat de meeste mensen in soortgelijke omstandigheden doormaken. Uiteindelijk gaat Redder daar als het ware naar op zoek, omdat die het prettig vindt om anderen te ‘redden van de omstandigheden’. Maar als Redder geen halve studie heeft voltooid over depressiviteit, eenzaamheid bij weduwenaren of autisme, dan kan die er ook geen mentaal afvinklijstje bij bedenken.
In plaats van dat Redder vijf dingen heeft om op te merken, weet die slechts een of twee dingen te noemen. En kan die hoogstens zeggen: “Nu je het zegt, herken ik in jou wel wat kenmerken van iemand die worstelt met genderidentiteit.” Zo worden de betrokkenen vrienden om wie ze zijn, niet om wat ze hebben (meegemaakt) of zijn.

Tip voor het verminderen van het cliché

Als je over een personage wil schrijven dat medelijden kan opwekken door diens omstandigheden, kijk dan eerst ook goed naar hoe de problemen of ongemakken die daarbij komen kijken, aansluiten bij je verhaalthema. Een verhaalthema is overkoepelend en komt op meerdere manieren in je verhaal terug. Dan staan de uitdagingen van een personage minder op zichzelf en wordt de interactie tussen hen en een ander personage als vanzelf minder geforceerd.

Dit artikel verscheen eerder opSchrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.
Foto door K E verkregen via Unsplash